 Kraaienmoord.
Het was een regenachtige dag in Gent.
De zomer had plaats gemaakt voor de herfst de koude september wind joeg door de straten van Gent en blies de bladeren van de bomen.
Met zijn handen diep in zijn zakken liep hij vluchtig richting het centrum, hij ging ze krijgen allemaal dat had hij zichzelf gezworen, het ging een perfecte afrekening worden met zijn verleden! Niemand die hem weerhield, niemand die wist van zijn plannen hij had het allemaal uitgedacht, een compleet plan zat in zijn hoofd, en vandaag had hij het eerste deel uitgevoerd zorgvuldig, zonder aarzeling zonder enkel gevoel van berouw of menselijkheid.
Dat hadden zij immers 15 jaar geleden ook niet getoond.
Hij stapte een smoezelig cafeetje in en bestelde een wodka, hij proostte met zich zelf op zijn eerste overwinning.
Dorien … kom je eten klonk het in huize Michiels – Van Lancker
Dorien stommelde de trap af en ging aan tafel zitten
Dorien zuchtte ze had herfstvakantie, maar verveelde zich suf, haar moeder werkte gewoon en Johan ook.
Johan was vanavond met Simon naar AA Gent en at dus niet thuis.
Britt keek haar dochter aan, ze begon echt volwassen te worden, ook al was ze dan nog maar 14.
Dorien: Gaan we nog wat leuks doen deze vakantie of moet je werken?
Britt trok een grimas en zei, Dorien je weet dat ik geen vrij kan krijgen, sorry.
Dorien mompelde iets onverstaanbaars en begon te eten.
Britt en Dorien aten verder in stilte, Dorien wou net voorstellen deze avond ook iets leuks te gaan doen als de telefoon gaan.
Britt staat op loopt naar het toestel en zegt ‘ met Britt.
Pasmans: Hoi Britt, sorry voor het storen maar we hebben een lijk.
Britt zucht, dat was wel het laatste waar ze op zat te wachten, ‘waar?
Pasmans: In het park vlakbij de vijver, je ziet ons dan wel.
Britt: oké, tot zo en haakt in.
Britt: sorry dot, ik moet werken. Ik weet niet hoe laat ik er weer ben, ze schreef vluchtig een briefje, drukte Dorien een kus op haar wang en vertrok.
Britt zette de kraag van haar jas iets op, de wind was koud en guur in de verte zag ze de blauwlichten al en liep in versnelde pas in die richting.
Sofie liep al in haar richting, Hoi, wat een weer vind je niet?
Britt: hoi, en?
Sofie: loop maar mee, Sofie wijst Britt op het lijk, een jongeman van ongeveer 34 jaar. Hij lag zonder kleren aan de rand van de vijver, hij keek hen aan met een starre blik die nog angst uitstraalde.
Hij was neergestoken met een mes, het mes zat er nog in en naast de man lag een dode kraai.
Britt keek er verwonderd naar, toeval? Of wil de moordenaar hen wat duidelijk maken, is het een vorm van een handtekening.
Britt vindt het maar luguber en zegt tegen de fotograaf dat hij daar ook een paar foto’s van moet nemen.
Britt loopt met Sofie naar Pasmans en Raymond. “zijn er getuigen?” Vroeg Britt.
Raymond schudt zijn hoofd, “met dit weer zijn er niet veel mensen op straat.”
Britt: wie heeft ons gebeld?
Raymond: dat weten we niet het telefoontje was anoniem.
Britt zucht dat had ze al ergens verwacht.
Sofie: weten we al wie het is?
Pasmans: beetje domme vraag, hij is helemaal naakt niks wijst op zijn identiteit.
Sofie: dat wordt dus een hele klus, geen getuigen, geen identiteit lang leve de misdaad.
Britt glimlacht en zegt laten we naar het bureau gaan daar is het tenminste lekker warm.
De anderen vinden dat ook een goed idee en zo vertrekken ze naar het commissariaat.
De man liep zijn huis binnen, deed zijn schoenen uit en liep door naar zijn werkkamer.
Hij bekeek de foto’s die hij met zijn polaroid camera gemaakt had zorgvuldig, zelfs met enige trots, deel één van zijn missie was geslaagd, morgen zal het in de kranten staan, het zal te horen zijn op radio, misschien zelfs op TV met een zelfvoldane grijns prikte hij de kiekjes op het prikbord.
Sofie kwam met twee dampende bekers koffie weer terug en zei ‘ik vind het maar vreemd, wie legt er nu een dode kraai naast zijn slachtoffer? En waarom was hij naakt?
Britt kijkt haar nadenkend aan, misschien een uit de hand gelopen grap?
Raymond: zou kunnen, of het is wat je al eerder zei een verwijzing naar iets, zijn handtekening of gewoon toeval.
Pasmans keek op: Toeval nee dat geloof ik niet, ik denk ook dat de moordenaar daarmee zijn visitekaartje heeft achter gelaten.
Dat is al meer gebeurd, weet je nog die moord met dat hazenpootje? Dat was ook iets soortgelijks.
Sofie geeuwt een keer “hoe dan ook het is een raadsel we weten niet eens waar we moeten beginnen! We hebben niks.”
Britt: kom laten we naar huis gaan en morgen verder doen.
Sofie kijkt haar plagend aan, “plannen?”
Britt glimlacht en zegt misschien, maar dat gaat jou niks aan.
Britt pakt haar jas en groet haar collega`s, tot morgen allemaal en loopt het bureau uit.
De rest besluit ook naar huis te gaan, het was al laat, morgen gingen ze weer verder met deze vreemde moord.
Britt parkeert haar auto en ziet dat Johan en Simon al terug zijn.
Ze opent de deur en hangt haar jas op, “Hallo allemaal!”
Johan: Hallo schat.
Britt keek Johan verbaast aan, Wat heb jij nou gedaan?
Simon bemoeide zich er mee en zei: “Gevochten!”
Britt keek Johan ontstelt aan, “Je hebt wát?”
Johan keek even boos naar Simon.
Johan: gevochten is een groot woord, ik kwam een ex cliënt tegen en die was nog altijd boos over de manier waarop ik hem destijds heb verdedigd. Hij begon te roepen en te schelden, en daar heb ik niet op gereageerd. Opeens kwam hij op me af en gaf me een harde duw en zei dat ik een lafaard was, dat ik geen ruggengraat had. Ik duwde hem van me af en zei dat hij me met rust moest laten. Toen vloog hij weer op me af en gaf me een slag in mijn gezicht. Toen zijn we begonnen vechten, uiteindelijk kwam er politie aan en toen is hij weg gerend.
Britt schudt afkeurend haar hoofd, waar Simon nog wel bij is, Johan je had gewoon in je auto moeten stappen en wegrijden.
Johan zucht “Britt toe, het is gebeurd oké moet ik me dan zomaar laten uitschelden?”
Britt loopt naar de keuken en schenkt een glas drinken in.
Britt: nee dat moet je niet, maar je had niet met hem moeten vechten, straks had hij een mes getrokken.
Johan was naar Britt gelopen en zei “sorry, schat de volgende keer zal ik braaf weglopen goed?”
Britt slaat haar armen om zijn nek en geeft hem een zoen. “zo mag ik het horen, ik zie je graag weet je.”
Johan tilt Britt en stukje op en draait met haar een rondje door de kamer en zegt, “ik jou ook.”
Johan: en hoe was jouw avond?
Britt zucht, “een lijk, helemaal naakt met een dode kraai ernaast, geen getuigen, hij had geen papieren, niks!”
Johan: een moeilijke zaak dus?
Britt knikt en geeuwt, “laten we nog wat gaan drinken en dan naar bed, ik moet er morgen weer vroeg uit.”
Johan: dat is goed, gaan we eerst de kinderen even slaapwel zeggen?
Britt knikt en samen lopen ze naar boven.
De volgende morgen…
Britt geeft een klap op de wekker, veel geslapen had ze niet, Johan had haar goed wakker gehouden, Britt glimlacht even als ze er aan terug denkt.
Johan lag nog lekker te slapen die moest pas vanmiddag beginnen met werken.
Britt gaf hem heel voorzichtig een zoen op zijn wang en sloft naar de keuken, smeert een boterham, en even later vertrekt ze naar het commissariaat.
Britt: Goedemorgen allemaal, en ploft neer in een stoel.
Sofie: goed gezind? Leuke nacht gehad, en knipoogt.
Britt: zeker, dankje voor de belangstelling.
Britt: is er al nieuws?
Sofie schudt haar hoofd, “nee, ook is er niemand als vermist op gegeven.”
Pasmans: Echt om te rotten! Straks moeten we de zaak nog overdragen aan de Federalen.
Sofie: die kunnen dan ook niks, we moeten eerst weten wie het is, misschien wijzen de vingerafdrukken op iets, is er al bericht van de wetsdokter?
Raymond: nee nog niet.
Onder tussen werd hij wakker. Hij had gedroomd over zijn wraakactie. Geeuwend liep hij naar de keuken en pakte een pak melk uit de koelkast, trok het open en nam een paar slokken. Vandaag volgde deel twee van zijn plan, hij had het perfect bedacht, maar was toch gespannen. Het was het gevoel wat je had aan het begin van een halsbrekend achtbaan tochtje. Hij liep naar voordeur en nam de krant uit de brievenbus, er stond nog niets in over een moord! Maar dat was niet verwonderlijk, waarschijnlijk was de moord pas ontdekt toen de krant al naar de drukker was. Hij bladerde de krant vluchtig door en ging zich toen douchen en aankleden, wacht maar dacht hij, over een paar dagen hadden de mensen het nergens anders meer over.
Op het commissariaat…..
Het rapport van de wetsdokter was binnen. Deze man was helaas geen bekende van politie, de man had recent een nier transplantatie ondergaan dat was het enige bijzondere in het rapport, de rest wisten ze al. Zijn maag inhoud bestond uit lasagne en sla. Geen alcohol, geen drugs hij was volkomen clean.
Britt zucht “wat moeten we nu? Naar het ziekenhuis gaan en vragen wie er recent nog een nier transplantatie heeft ondergaan?”
Sofie: voorlopig is dat wel de enige aanwijzig, misschien dat zijn behandelende arts hem nog herkend?
Britt: ja, laten we gaan, maar, in welk ziekenhuis is hij geopereerd?
Sofie: geen idee, laten we het sint Lucas proberen.
Britt: oké, we gaan.
In het ziekenhuis…
Britt en Sofie hadden aan de balie gevraagd naar een lijst van patiënten die recent een nier transplantatie hadden ondergaan en keken naar de leeftijden. Het moest iemand van rond de 34 zijn.
Sofie: kijk een Jos van Zwieten die zou het wel eens kunnen zijn, hij is de enige die rond de dertig is.
Britt knikt, wie is zijn behandelende arts?
Sofie: Rekers.
Britt loopt naar de balie en vraagt of dokter Rekers ook aanwezig is.
De baliemedewerkster piept de dokter op en zegt dat hij er zo aankomt.
Britt en Sofie gaan in de wachtruimte zitten.
Even later komt de dokter naar hen toe: u had een vraag over een van mijn patiënten?
Britt: dat is juist, ik ben Britt Michiels, dit is mijn collega Sofie Beeckman.
Hebt u deze man recent nog behandeld? En ze laat hem een foto zien.
De dokter knikt, ja die had hier eigenlijk al moeten zijn voor controle hoezo? Is er iets met hem?
Sofie en Britt kijken elkaar aan, Britt: heet deze man Jos van Zwieten?
De dokter knikt en kijkt nog altijd vragend.
Sofie: hij is gisternacht neergestoken.
De dokter schrikt, vermoord maar waarom?
Britt: geen idee, we wisten eerst niet eens zijn identiteit.
Dokter: wat een ramp, en zijn vrouw? En kinderen zijn die al op de hoogte?
Britt schrikt even, “kinderen…. Nee, hebt u zijn adres?”
De dokter knikt en zegt “momentje ik zal het even voor u opzoeken,” en loopt weg.
Sofie: Alles oké Britt?
Britt: Alles oké dankje.
Dokter: hier heeft u het adres, succes.
De dames bedanken de dokter en rijden naar het adres.
Een meisje van een jaar of 8 doet open.
Meisje: Hallo,
Britt: Hallo, is je moeder ook thuis?
“Ruth! Wie is dat?” Een vrouw van rond de 30 komt naar de deur, “Hallo? Wat komt u doen?”
Britt stelt hen voor en zegt “ik vrees dat wij slecht nieuws voor u hebben.”
Vrouw: “Ruth, ga jij weer spelen?” En Ruth gaat weer naar binnen.
Sofie: Uw man is gisteravond dood aangetroffen in het park.
De vrouw kijkt hen verschrikt aan, “dood? Hoe?”
Sofie slikt en ziet hoe Britt naar de grond kijkt.
Sofie: neergestoken, het spijt ons.
De vrouw begint te huilen en zegt “neergestoken maar waarom?”
Sofie: dat weten we niet, had uw man vijanden?
De vrouw schudt haar hoofd, “niet dat ik weet.”
Sofie: is er iemand die we voor u kunnen bellen?
De vrouw schudt opnieuw haar hoofd, “ik bel mijn ouders zo, maar, kan ik hem zien?”
Britt en Sofie kijken elkaar aan.
Britt: dat kan, komt u straks maar naar het commissariaat dan brengen wij u naar uw man.
De vrouw slikt en fluistert “bedankt.”
Britt en Sofie groetten die Vrouw en gaan weer naar het commissariaat.
De rest van de dag verliep rustig op het bezoekje aan het mortuarium na, de vrouw was compleet over haar toeren geweest. De rest van de dag hadden ze niet veel meer gedaan en tegen 17:00 ging iedereen naar huis.
Britt zat op de bank en keek even naar de foto van mark, ze stond op en liep er naar toe en nam het vast. Johan was ondertussen ook thuis en zag Britt daar staan. Britt had Johan niet eens horen binnen komen en schrok toen iemand een arm om haar heen legde.
Johan: Hey schat, wat is er?
Britt: Die dode uit het park, was vader van twee kinderen.
Britt gaat op de bank zitten en begint te huilen.
Britt: sorry.
Johan gaat naast haar zitten en trekt Britt naar zich toe.
Johan: niks sorry, als jij verdriet hebt dan huil je, ik snap je best en hij wrijft haar troostend door haar haren.
Britt legt haar hoofd tegen Johan`s borstkast.
Britt: dankje schat dat je zo begripvol bent.
Johan glimlacht en zegt “dat is toch van zelf sprekend?”
Britt glimlachte terug: “ja, maar daarom is het wel lief” en gaf Johan een zoen.
Johan veegt haar tranen weg en zegt ik hou van je Britt heel veel .
Britt: ik ook van jou.
Johan geeft haar een zoen en zegt, onze kinderen zullen het wel leuk hebben gehad in Walibi.
Britt: ja, maar hopen dat alles goed is gegaan met de treinreis enzo.
Johan: Komaan Britt, ze zijn geen kleine kinderen meer, hoe laat komen ze eigenlijk thuis?
Britt kijkt op de klok, ze wilden per se tot sluitingstijd blijven dus ik denk dat ze rond 20:00 wel thuis zijn.
Johan: ik zal eens eten gaan koken goed?
Britt knikt en zegt dan ga ik even douchen oké?
Johan: oké, als je klaar bent is het eten ook zo ver, wat wil je eten trouwens?
Britt kijkt Johan vrolijk aan, “je beroemde pasta”.
Johan: oké commissaris, tot uw dienst.
Britt lacht en loopt naar de badkamer.
Ondertussen zat de man verscholen tussen de bosjes, hier kwam hij iedere dag langs rond deze tijd. Het was een verlaten stukje, de meeste mensen kwamen er niet graag, het was er vuil, verlaten en er woonden bijna geen mensen. In de verte hoorde hij hem aankomen, hij floot een vrolijk deuntje. Hij wachtte tot zijn slachtoffer langs was gelopen en kwam uit de struiken. Zijn hand zocht naar zijn wapen en klemde het stevig vast, hij voelde een enorme adrenaline kick, hij moest het nu doen, snel en effectief. Zijn slachtoffer had blijkbaar al het idee dat hij gevolgd werd en ging sneller lopen. De man moest glimlachen, het gaf hem een soort machtsgevoel, hij versnelde ook zijn pas en tikte zijn slachtoffer op de rug. Het slachtoffer draaide zich om en keek hem aan, “Freek?” Freek grijnsde en zei “inderdaad Bram, je kent me dus nog, maar niet voor lang” en zonder een spier te verrekken duwde hij zijn vlindermes recht in zijn buik. Freek zakte langzaam in elkaar en bleef roerloos liggen. De man keek om zich heen niemand die het had gezien of gehoord, snel ontdeed hij zijn slachtoffer van zijn kleren en papieren. Als laatste legde hij er weer een dode kraai neer en verliet met haastige pas zijn slachtoffer.
Britt! Eten riep Johan terwijl hij de pannen op tafel zette.
Britt kwam haastig uit de slaapkamer gelopen en trok een trui aan.
Britt snoof “het ruikt heerlijk”
Britt en Johan hadden net hun eten op als de telefoon gaat.
Britt “hallo Met Britt”
Sofie: “Britt bij het oude industrie terrein is een lijk gevonden, we denken dat het om de zelfde moordenaar gaat”.
Britt zucht, “Sofie toe een avondje samen met Johan, mag dat niet?”
Sofie lacht “ jawel, maar vandaag niet, kom je zo?”
Britt: ja ik kom tot zo en haakt in.
Britt kijkt Johan schuldig aan, “sorry, ik moet weer werken, ze hebben nog een lijk gevonden”.
Johan kijkt teleurgesteld, “oké, tot vannacht dan maar? Of tot morgen?”
Britt: Johan doe nu niet zo, ik kan er ook niets aan doen.
Johan haalt zijn schouders op, en ruimt de vaatwasser in
Britt denkt: verdomme! Ze pakt haar jas, tas, sleutels en vertrekt chagrijnig naar de p.d.
Sofie was daar al, “hey, Britt sorry dat ik je avond verstoorde”
Britt haalt haar handen uit haar zakken en zegt: Johan vond het niet echt leuk dat ik weer moest werken.
Sofie: dat kan ik me wel voorstellen, maar verder gaat het toch goed in jullie relatie?
Britt: “nog wel ja, als dit lang gaat duren vraag ik me af of het dan nog wel zo zal zijn”.
Intussen kwam Pasmans naar hen toe, “weer op de zelfde manier, geen papieren, naakt, neergestoken en weer een kraai”
Britt liep naar het slachtoffer en slikte, alweer werd ze geconfronteerd met haar verleden. Ze haalde een paar keer diep adem en wende zich toen weer tot Pasmans. Britt vroeg aan Raymond wie hem gevonden had, maar Raymond wist het niet, het telefoontje was weer anoniem, en uit een telefooncel. Britt zucht, wat stond hen nog te wachten dacht ze? Volgden er meer of bleef het hier bij, ze hadden naar de dader nog geen enkele aanwijzing. Sofie gaf nog wat aanwijzingen waar ze graag foto’s van wou hebben en de T.R was vast het sporenonderzoek gestart. Sofie stelde voor daar de uitslag van af te wachten en de uitslag van de wetsdokter, zodat ze nu eerst naar huis gingen het was al laat en verder was er nog niets wat ze konden doen.
De man liep naar huis met zijn gevoel van glorie! Hij kon wel juichen, het gevoel van macht en overwinning maakte meester van hem. Zijn wraak, hij had er lang over nagedacht, uitgezocht waar zijn slachtoffers woonden, werkten en naartoe gingen. Of ze familie hadden of niet, dat alles had hij uitgewerkt tot een perfect plan, wat alleen maar mooier ging worden. Nog een slachtoffer te gaan, nog twee en dan was zijn plan geslaagd. Hij liep een steegje in, stak de straat over en ging een café binnen waar hij weer eentje dronk op zijn overwinning.
Britt deed de deur open en kwam binnen in een donkere lege kamer.
Het was ook al laat, toch had ze stiekem gehoopt dat Johan nog wakker was en op haar had gewacht. Ze was graag nog even tegen hem aangekropen en haar gevoelens over deze zaak met hem gedeeld. Met een zucht hing ze haar jas aan de kapstok en kleedde zich zachtjes om. Daarna kroop naast Johan in bed die prinsheerlijk lag te slapen. Britt keek even naar hem met een glimlacht, ze moest er niet aan denken dat ze hem kwijt raakte, dat hij niet thuis kwam, en dat de politie kwam zeggen dat iemand hem vermoord had. Britt had dat een keer eerder meegemaakt en was niet zeker of ze dat nog wel een keer aankon. Johan was dan wel niet haar man, maar voor haar voelde het wel zo. Britt kroop dicht tegen Johan aan en viel even later in een onrustige slaap. Midden in de nacht schrok Britt wakker, iemand riep haar naam, langzaam ontdekte ze dat het Johan was.
Johan: Britt?!? Britt wakker worden
Britt keek hem verward aan, langzaam drong het tot haar door het was maar een droom. Britt ging slaperig rechtop zitten en wreef in haar ogen. Wat een nachtmerrie, ze droomde over de zaak en dat ze de moordenaar recht voor zich zag, om hem heen vlogen honderden kraaien die luid schreeuwden en vervolgens zag ze steeds weer het lijk voor zich maar dan in de persoon van Johan. Johan keek Britt bezorgd aan “gaat het schat” vroeg hij.
Britt schudde haar hoofd, “Ik dacht, ik… ik droomde dat hij…. Dat jij vermoord was net als die anderen, sorry”.
Britt bloosde en was blij dat Johan dat niet zag in het donker
Johan trok Britt naar zich toe “die zaak, trek je die niet te persoonlijk naar je toe?”
Johan wreef Britt troostend over haar rug.
Britt haalde haar schouders op. “Het doet me gewoon heel veel aan Mark denken, en ik ben bang je kwijt te raken”.
Britt ging weer liggen en kroop tegen Johan aan.
Johan “ssst schat, het was maar een droom, zo snel kom je niet van me af”
Britt keek hem aan en zei: alsof ik dat wil…
Johan glimlacht en gaf haar een kus, “kom probeer nog wat te slapen.”
Even later viel Britt weer in slaap, nu zonder nachtmerries.
Die ochtend er op werd Britt een beetje ongelukkig wakker, de droom spookte nog steeds in haar hoofd rond. Trek in eten had ze niet, ze douchte zich snel en vertrok even later naar haar werk.
Hij werd in tegenstelling tot Britt wel gelukkig en blij wakker, hij liep zoals elke ochtend naar de brievenbus om te krant te pakken. Zie je dacht hij, toch nog gelukt het was voorpagina nieuws! “Kraaienmoordenaar slaat weer toe, 2 dodelijk slachtoffers.” Met een grote grijns las hij het artikel. De politie tast in het duister stond er ergens halverwege, geweldig dacht hij, zie je nu wel, niemand zal hem betrappen, de flikken zouden hem nooit vinden nooit.
Hij knipte het artikel uit en prikte het bij de andere foto’s.
Britt liep in gedachten het commissariaat in.
Sofie begroette haar vrolijk en vroeg of ze zin in koffie had.
Britt groette terug en zei dat koffie oké was.
Pasmans kwam binnen met een man in jagerklederdracht.
Pasmans: “Britt. Sofie? Dit is meneer Woudstra, hij weet wat meer van onze kraaienmoorden denkt hij.”
Britt en Sofie keken op, Britt gebood hem te gaan zitten.
Britt: “wat weet u Meneer Woudstra?”
De man verschoof wat op zijn stoel en kuchte, nou, zei hij “die kraaien, die schieten wij wel eens, vorige week was er een man die er 4 heeft besteld”.
Sofie “weet u ook wie? En waar hij woont?”
De man knikte, “Hij heet Freek Postma, en woont boven clean&go, de wasserette”
Britt keek hem nadenkend aan, “u denkt dat hij achter de moorden zit?”
Meneer Woudstra knikte, “ Ja ik zag het aan het gele ringetje wat die kraai om zijn poot had, dat was niet heel goed te zien op de foto in de krant maar toch”.
Britt: bedankt voor uw hulp Meneer, weet u verder nog iets?
De man schudde zijn hoofd en stond weer op. Sofie wenkte Pasmans dat hij Meneer weer naar beneden kon brengen. Britt en Sofie besloten eens langs te gaan bij Freek Postma, gewoon voor een gesprek, een huiszoeking kregen ze nooit van de onderzoeksrechter daarvoor hadden ze te weinig bewijs.
Britt belde aan bij Freek, het duurde even maar toen hoorden ze zijn stem toch via de intercom. Britt en Sofie werden binnengelaten en liepen naar boven.
Een man van rond de 30 hield de deur open. Hij zag er een beetje typisch uit, zijn gezicht was ontsierd met littekens en hij en in zijn ogen lag een behoedzame blik.
Freek: “wat komen jullie doen? Ik heb toch niet ergens te hard gereden?”
Sofie schudde haar hoofd, “Nee dat hebt u niet, we willen even met u over wat anders praten”.
Freek keek van Sofie naar Britt en weer terug, “wat moet de politie dan weten?” terwijl hij hen zijn huis binnen liet.
Britt: waarom bestelt u dode kraaien bij de jachtclub?
Freek schrok zichtbaar, maar herstelde zich snel.
Freek: “dat gaat u niets aan”
Sofie: “toch wel, er zijn twee moorden gepleegd, daar vonden we kraaien die u net zo besteld hebt bij de jachtclub, en verder had niemand er besteld”
Freek keek hen aan en draaide zich abrupt om en holde hard weg.
Sofie ging er achteraan terwijl Britt van de gelegenheid gebruikt maakte een rustig rond te kijken. Ze schrok toen ze op zijn werkkamer kwam, daar hingen allemaal foto’s van de twee doden, en van toen ze nog levend waren. Britt kreeg opeens de schrik van haar leven, er hingen nog twee foto’s en op eentje stond Johan, met de datum van vandaag! Britt begon over haar hele lichaam te beven, dit kon niet, niet Johan! Ze belde hem meteen op. Johan zat in de rechtzaal en nam niet op. Britt nam de foto mee en belde meteen naar haar collega’s.
Sofie was ondertussen ook terug zonder Freek.
Sofie keek vreemd naar Britt : “Wat is er???”
Britt: “Johan, hij… hij is zijn volgend slachtoffer”
Britt keek Sofie verdrietig aan, We moeten hem stoppen Sofie.
Britt: ik kan niet nog een keer mee maken een man te verliezen, Johan is dan wel geen Mark, maar hij is wel heel erg lief en zorgzaam voor mij, en Dorien.
Britt beet op haar lip, “en hij neemt de telefoon niet op”
Sofie: hey, het komt wel goed, we zorgen gewoon voor politiebescherming echt.
Britt zuchtte en zei: Ik ga naar huis, misschien is hij daar al, oké?
Sofie knikt en zegt, ik regel politiebescherming.
Britt glimlachte flauwtjes “bedankt”
Johan liep ondertussen vrolijk naar huis, hij had de zaak met succes gewonnen.
Hij besloot Britt te verassen met leuk cadeautje, hij wist ook wel dat Britt er niks aan kon doen dat het zo druk was.
Hij had een foto van hen twee aan zee laten inlijsten en keek er tevreden naar.
Dat was tijdens hun eerste vakantie samen, hij had Britt de zee ingedragen, en Simon had daar een foto van gemaakt.Johan hoopte dat Britt het leuk vond en sloeg de hoek om, nog 2 straten en dan was hij thuis. Britt zag hem lopen en stopte, “hey schat, heb je mijn voicemail bericht gehoord?
Johan: Nee, hoezo?
Britt: stap nou in dan leg ik je alles uit (bang)
Johan begreep er niets van en stapte in de auto.
Johan keek Britt vragend aan.
Britt: “die kraaienmoordenaar heeft het op je gemunt, we vonden jou foto, en die van de andere slachtoffers, op jouw foto stond de datum van vandaag”
Johan schrok, Wie is het? Weet je dat?
Britt knikte: Freek, Freek Postma!
Johan: Freek, dat is lang geleden, ik heb nog met hem op school gezeten, ik heb hem met een groepje getreiterd”
Britt: Heb jij gepest ?!?!
Johan: Britt toe, dat is al 15 jaar geleden, ik was toen rond de 17, het was tijdens mijn studie rechten”
Britt vond dat dat er niet tot deed, haar lippen vormden zich een smalle streep, dit had ze nooit van Johan verwacht.
Johan keek haar van opzij aan “ ben je nu boos op me”vroeg hij.
Britt: Boos niet nee, ik had het gewoon niet achter je gezocht.
Britt parkeerde de auto en smeet daarna de deur met een klap dicht.
Johan stapte zuchtend uit en liep haar achterna naar binnen.
Johan liep naar Britt toe en sloeg zijn armen rond haar middel en keek haar heel schuldig aan.
Johan: Sorry schat, ik heb domme dingen gedaan vroeger, en nu doe ik soms ook domme dingen, maar moet je daar nu zo over doen?”
Britt dacht als je zo lief naar me kijkt kan ik onmogelijk boos blijven.
Britt: Nee je hebt ook wel gelijk en gaf hem een kus.
Johan gaf haar het cadeautje, Johan: alsjeblieft schat.
Britt vond het erg leuk,
Britt: dat was tijdens onze eerste vakantie dankje,
Johan: Wat zal ik koken vandaag? Britt lacht, en zegt”maak maar wat.Johan pakt zijn jas en zegt dat hij dan eerst even naar de winkel moet. Britt vond dat niet zo’n goed idee, zeker niet nu die moordlustige zak nog vrij rond liep, maar ze wist ook dat ze hem onmogelijk kon vast binden. Britt: oke schat, maar kijk je goed uit?Johan slaat zijn armen rond haar nek,
Johan: ja tuurlijk, denk je echt dat hij me wil kelen? Op dat moment kwamen Dorien en Simon beneden, en Johan keek Britt waarschuwend aan.
Johan gaf Britt en kus en vertrok naar de supermarkt, hij besloot een binnendoor weggetje te nemen, dan was hij er sneller. Hij liep net het steegje in als hij achter zich voetstappen hoort, willekeurig gaat hij sneller lopen. Opeens grijpt iemand hem vast en zet een glock tegen zijn hoofd. Stem: lopen zak, en geen geintjes anders druk ik af. Johan schrok zich te pletter, Johan: “Freek?” Stem: “goedzo van Lanckertje heel goed, en nu zwijgen en lopen.” Na een tijdje komen ze bij in een bos terecht waar een begroeid paadje naar een oude blokhut leidt.
Johan vraagt zich af wat er gaat gebeuren maar zegt niets. Freek steekt een sigaret op en blaast de rook uit in Johan`s gezicht terwijl hij hem nog altijd onder schot heeft. Freek schuift een stoel opzij waardoor een luik zichtbaar wordt, terwijl hij nog altijd zijn wapen op Johan gericht houdt opent hij het luik en loopt naar Johan toe. Freek geeft Johan een slag in zijn gezicht en kleeft tape op zijn mond en dwingt hem in de ondergrondse ruimte te gaan. Freek: ik hoop voor je dat je vrouwtje een goede speurster is. Met die woorden sloot hij het luik en vertrok.
Britt keek op de klok en vroeg zich af wanneer Johan eindelijk terug kwam, hij was al bijna twee uur weg, zo lang deed geen mens toch over boodschappen doen?. Britt besloot hem te bellen. Toen ze geen gehoor kreeg werd ze bang, er zal toch niets gebeurd zijn? Na een uur werd Britt echt bang, het werd zelfs al donker, ze had Johan ondertussen al 2 keer gebeld maar geen reactie. De telefoon haalde haar uit haar gedachte, ze was bang dat het Pasmans was die weer een moord te melden had, maar het kon ook Johan zijn.
Britt: met Britt.
Freek: hallo inspecteur Michiels, ben je niet iets kwijt?
Britt: Freek rotzak wat heb je met Johan gedaan?
Freek lacht, niks, de tijd die gaat wat met hem doen. Britt snapte daar niets van.
Britt: Waar is hij? Freek lachte opnieuw, dat ga ik u echt niet vertellen, zoek hem zelf zal ik zo zeggen. Britt werd er moedeloos van.
Britt: Freek waar is hij!!!
Freek: goed een hint, hij is waar het wild het meest voor vreest, hij bevindt zich waar de meeste schaduw valt, de naam van het oord is ook het bewijsmateriaal.
Britt dacht na.
Freek: red u er mee maar haast je een mens kan niet lang zonder eten en drinken en met deze kou…
en toen haakte hij in. Britt smeet kwaad de hoorn op de haak en schreef op wat Freek gezegd had. Britt snapte totaal niet wat hij met die Hint`s bedoelde. Simon en Dorien hadden honger gekregen en vroegen aan Britt waar Johan Bleef. Britt zei dat ze moesten gaan zitten en vertelde dat Johan gegijzeld was. Ze keken Britt geschrokken aan.
Dorien: je gaat hem toch vinden? Je bent de beste flik die er is.
Simon zweeg, dit kon niet waar zijn dacht hij, hij en zijn pa, dat waren echte soul mates.
Simon: En jullie weten verder niks? Wat doe je hier eigenlijk? Je moet papa vinden, niet hier zitten grienen (boos) anders zoek ik hem zelf wel!!!
Britt: Simon doe normaal! Dat is te gevaarlijk ik heb een paar hints gekregen van waar hij kan zitten, maar die zijn nogal warrig! Ik ga nu naar het commissariaat met de anderen overleggen wat we moeten doen! Denk je soms dat ik Johan niet terug wil?
Simon: sorry Britt, vind hem, je moet hem vinden.
Britt gaf hem een knuffel en zegt “we gaan al het mogelijke doen, zodra ik iets weet laat ik het jullie horen, ik ben weg dag dag”.
Simon en Dorien bleven verslagen achter terwijl Britt naar het commissariaat reed. Ze had Johan nooit alleen boodschappen moeten laten doen dacht ze. Johan zat nog altijd in het hok onder de vloer en had het ijskoud en honger. Hij hoopte dat Britt hem ging vinden. Alles deed hem zeer door de vreemde houding waarin hij zat. Britt was ondertussen aangekomen op het commissariaat en legde de collega`s voor wat er aan de hand was niemand begreep iets van die hints. Pasmans: Schaduw… dat heb je veel in een bos, kan het niet in het bos zijn?
Britt: dan is het helemaal zoeken naar een spelt in een hooiberg, we hebben hier best veel bos, en welk bos? Ik ga bij hem thuis kijken misschien vind ik daar wel een aanwijzing.
Raymond: wij gaan mee Britt, Kom Pasmans! Met hen drieën vertrekken ze naar de woning van Freek. Raymond was zo slim geweest vast een huiszoekingsbevel te regelen. Britt hoopt zo iets te vinden, god mag weten waar Freek Johan gegijzeld houdt. Britt was woedend, Freek was natuurlijk niet thuis! Ze moesten toen wachten op een sloten expert om binnen te komen. Na een half uur gewacht te hebben was hij er en konden ze eindelijk naar binnen. Ze zochten alles af maar niets wat wees op een aanwijzing. Tot Britt eens goed naar de muur keek, daar had iets gehangen. Ze pakte een potlood en kraste er overeen, waardoor een stukje van een kaart zichtbaar werd met drie rondjes erop.
Raymond: dat zijn de plaatsen waar hij zijn slachtoffers heeft vermoord…
Britt liep naar de auto en kwam met een kaart terug en vergeleek die met wat ze op de muur hadden aangetroffen. Een van de cirkeltjes stond in het buitengebied, en dat was super groot. Britt smeet de kaart boos op de grond, dat hele gebied uitkammen dat kostte hen dagen tijd, en tegen die tijd was Johan misschien wel… Britt wou er even niet aan denken. opeens hoorden ze iemand binnen komen, snel verstopten ze zich in een kamertje en zagen hoe Freek dood leuk binnen kwam wandelen. Britt trok haar pistool en kwam opeens tevoorschijn
Britt: Freek verdomme waar is Johan?!?!
Freek lacht : nog altijd niet gevonden schatje? Ik zal maar opschieten, ze hebben voor vannacht de eerste nachtvorst voorspeld.
Britt liep naar Freek toe Britt: zeg het! Waar is hij!
Freek: ik zeg het niet, toe schiet maar, je krijgt het niet te weten ik zeg niets.
Raymond kalmeerde Britt en Pasmans sloeg Freek in de boeien en voerde hem af.
Raymond: rustig Britt we vinden Johan wel, echt! We zullen er alles aan doen hem te vinden dat beloof ik je.
Britt: ik kan dat niet Raymond, nog eens een man verliezen.
Raymond troostte Britt en zei: Dat gebeurd ook niet, echt niet, we gaan alles in zetten wat we hebben om hem te vinden.
Britt: ik hoop het, ik hoop het echt.
En zo gingen ze terug naar het commissariaat en overlegden met de baas. De beloofde een speciaal interventie team het gebied te laten uitkammen, maar waarschuwde Britt wel dat het mogelijk wel dagen kon duren.
Sofie: Britt ga naar huis en rust wat uit, je moet fit zijn morgen en meer kunnen wij nu toch niet doen. Britt zuchtte eens en besloot haar raad op te volgen.
Thuis was het stil, de kinderen waren al naar bed, Britt deed een lampje aan en keek eens naar de foto van Mark, Britt dacht als Johan dit niet overleeft dan, dan weet ik het niet meer. Johan en zij, dat was echt iets moois, ze woonden zelfs samen. Britt vond het heerlijk `s avonds thuis te komen en er was iemand die haar een knuffel gaf, naar haar luisterde als ze haar dag niet had, die voor haar kookte, `s nachts weer naast iemand te slapen en niet zo alleen. Britt liep naar de keuken en dronk een glas water waarnaar ze naar bed ging.
Johan had het die nacht ijskoud en geen idee hoe laat het was, waarom kwam Britt niet dacht hij. En Britt die kon ook niet slapen, ze had te veel dingen aan haar hoofd. Uiteindelijk sukkelende ze toch een beetje in, maar werd weer vroeg wakker. Simon en Dorien kwamen stilletjes beneden, het gebruikelijke gekibbel bleef uit. Simon keek Britt vragend aan.
Britt: sorry Simon het ziet er niet best uit, hij zit verstopt in een groot bebost gebied, dat kan dagen duren voor ze hem vinden maar we doen ons best echt! Vandaag begint een speciaal interventie team met zoeken, en ons team zoekt ook mee.
Simon: zit hij niet in iets van een blokhut of zo? ik neem aan dat ze hem niet ergens aan een boom hebben gebonden.
Britt: “nee dat mag ik hopen! In dat gebied staan niet veel hutjes alleen van…. Simon je bent geniaal, in dat gebied staan jagershuisjes, iets waar wild het meest voor vreest.” Britt gaf hem een kus en verdween super snel.
Onderweg belde ze door wat ze dacht, er stonden in dat gebied ongeveer 20 van die huisjes. Als werd het nachtwerk zij keerde ieder huisje van de nok tot de kelder en weer terug binnenste buiten. Na een korte briefing vertrokken De twee teams naar het gebied. Ze trokken alle huisjes na, maar geen Johan. Britt snapte er niks van, misschien was er ergens een huisje wat nog niet geregistreerd stond? De twee teams waren de hele dag aan het zoeken, en Britt zakte de moed in de schoenen, welk spel speelde Freek met hen? Tot iemand zei: hey hier staat nog een huissie, verscholen tussen alles, je zag het haast niet, je moest er echt goed naar kijken. Britt holde er naar toe en rukte de deur open.
Britt: “Johan? Johan ben je hier zeg iets, alsjeblieft…” ze scheen met haar zaklamp rond. Johan was dood op had niet meer de fut geluid te maken. Het was Pasmans die het luik ontdekte. Het zat op slot, en open schieten kon niet, ze zouden Johan misschien kunnen raken. Britt zocht in het huisje naar iets van een breekijzer en vond een jagersmes. Daarmee probeerde ze het slot open te peuteren, eindelijk hoorde ze het verlossende klikje en deed het luik open. Britt scheen met haar zaklamp naar binnen.
Britt: “Johan, Johan alles oké met je? Wacht,” en ze sprong in het luik en omhelsde hem waarna ze de tape van zijn mond haalde.
Johan: “Britt! Ik wist dat je me zou vinden!” Britt gaf hem een liefde volle zoen en zei: “ik was zo bang Johan zo bang” en nam hem nog eens goed vast. Daarna maakte ze hem los en hielp hem uit het luik. Johan zag er vermoeid uit, hij had het ijs koud, honger dorst en was dood op. Niet veel later kwamen de mensen van de ambulance en die besloten hem mee te nemen naar het ziekenhuis voor een onderzoek. Britt: “Mag ik mee?” Dat vonden ze geen probleem, onderweg belde ze nog naar huis dat alles goed was tot dus ver en dat ze hem had gevonden. In het ziekenhuis bleek dat Johan onderkoelingsverschijnselen had en kreeg hij een infuus. De dokters wilden hem een nachtje ter observatie houden. Britt zat naast zijn bed, ook zei was helemaal kapot. Britt nam Johan`s hand vast en zei: “ik heb je zo gemist, ik had je nooit alleen moeten laten gaan.” (huilend) Johan: Britt toe, verwijt je zelf nu niks, hij veegde een traan weg uit haar gezicht. Britt: Ik was zo bang, zo ontzettend bang, ik dacht echt dat ik je kwijt was schat.
Johan: “zo makkelijk kom je niet van me af, hoe is het met de kinderen?”
Britt: ook ongerust, vooral Simon! Ze hebben vanmorgen niet eens ruzie gemaakt ( door haar tranen heen lachend)
Johan: gelukkig mijn meisje kan weer lachen ( vermoeid)
Britt: slaap maar schat, ik kom je morgen halen, de dokter zei dat je nog wel een weekje thuis moest blijven, dus heb ik me maar vast ziek gemeld.
Johan: “Das lief.” En viel toen in slaap. Britt gaf hem een kus en reed naar huis, ze kon wel juichen zo opgelucht was ze. Thuis gaf Simon haar gelijk een knuffel.
Simon: dankje Britt, ik wist het je ging papa vinden! Hoe is het met hem?
Britt: het gaat, maar morgen mag hij naar huis, en moet hij een weekje bijkomen van de dokter.
Dorien: tof en toen heb jij je zeker maar ziek gemeld voor die week.
Britt lacht: je kent me goed Dorien, heel goed.
Britt: kom we gaan slapen, ik denk dat we allemaal moe zijn, morgen gaan we Johan halen.
Die ochtend was er een vrolijke stemming in huize Michiels – Van Lancker.
Johan had die nacht goed geslapen en tegen de middag reden Britt en de kinderen naar het ziekenhuis om hem te halen. Simon was super blij zijn pa weer te zien.
Simon: Papa! En vloog hem om de hals.
Johan: hey zoon, ik ben ook blij jou weer te zien.
Britt gaf Johan een innige zoen en zei: kom dan gaan we naar huis. Samen liepen ze het ziekenhuis uit, blij dat het allemaal toch nog goed was afgelopen.
Einde
Dit verhaal is geschreven door Eef |