Winterse buien

Het was een hele koude winter. De koudste van de afgelopen 8 jaar. Het sneeuwde al meer dan een hele week en overdag kwam het kwik al lang niet meer boven het vriespunt. Dientengevolge waren er de nodige winterse problemen ontstaan zoals veel aanrijdingen en ongelukken door de gladheid, zwervers die bijna doodvroren omdat ze geen dak boven hun hoofd hadden, en de nodige branden omdat mensen op onverantwoorde wijze probeerden extra warmte in hun huizen te krijgen.
Nadine: Jeetje, dit worden nogal veel zaken, dames.
Tony: Man hé, zo koud is het nog nooit geweest. (zuchtend)
 
Dan komt Britt, al kuchend, kreunend en hoestend het teamlokaal binnengelopen...
Tony: Hey, partner, niet ziek worden hoor. Er komt veel werk op ons toe zegt Nadine.
Britt: Ik doe mijn best. Dorien loopt ook al zo te hoesten, die kon ik vanmorgen met moeite naar school krijgen. Ik besterf het zowat van de kou. Is er nog koffie om warm van te worden?
Maar als Tony haar een beker voorzet en ze wil gaan drinken spuugt ze die proestend weer uit.
Britt: Gatver Tony, dat spul kun je niemand voorzetten.
Tony: Wat is er mis mee?
Britt: Dat is koud en ik vroeg wat warms.
Tony: Koude koffie is goed om een verkoudheid te bestrijden heb ik me ooit eens laten vertellen.
Britt: Geef me maar een opdracht baas, misschien dat ik daarvoor warm kan lopen.
Nadine: Er komt net wat binnen, maar ik weet niet of je er warm voor loopt.
Tony: Wat is het?
Nadine: Zwerver dood gevonden onder de spoorbrug bij het Parkplein dichtbij St. Pieter.
Tony: Doodgevroren?
Nadine: Dat mogen jullie gaan uitzoeken. En rijd voorzichtig en trek je handschoenen en mutsen aan, ik wil geen zieke agenten hier rond hebben lopen.
Tony: Ja baas we gaan.
 
In de wagen is Britt alles behalve enthousiast. Weer de kou in,  en ze heeft al zo veel moeite om op temperatuur te komen. Ondanks de gladde wegen en de aanhoudende sneeuwbuien gaan toch nog heel veel mensen met de auto op pad, wat het verkeer er niet veiliger op maakt.
Een afstand van nog geen twee en een halve kilometer doen ze drie kwartier over en al glijdend komt Tony tot stilstand. In dit hondenweer gaat niemand graag naar buiten en gelukkig zijn er dan ook weinig kijkers die hun voor de voeten lopen.
Britt: Wie heeft die man gevonden?
Agent: Die mevrouw daar (wijzend op een  vrouw die een grote tas met zich meesjouwt alsof dat haar hele hebben en houden is)
Britt: Wat is uw naam?
Maar ze krijgt geen antwoord.
Nogmaals: Kent u die man?
Weer geen antwoord. Britt begint nu al haar geduld te verliezen. Staat ze daar buiten te vernikkelen van de kou doet de getuige geen mond open.
Tony (fluisterend tegen Britt) Misschien is ze wel doofstom?
Britt: Ook dat nog.
Tony: Ik zei misschien, ik zei niet dat het ook zo was. Zullen we haar meenemen naar het bureau zodat ze wat kan opwarmen en daarna misschien wat meer wil praten?
Britt: GRAAG! (opgelucht)
 
Britt en Tony nemen de vrouw mee naar het commissariaat, en geven haar een warme koffie.
Britt: Over een kwartiertje komen we weer terug.
De vrouw knikt en begint langzaam haar koffie op te drinken.
 
Tony: Nou, doof is ze in elk geval dan niet.
Britt: Ik hoop dat ze niet stom is, anders zitten we hier nog uren. Hé, das dan wel een voordeel, met zulk koud weer. (glimlachend)
 
Maar dan weer moet Britt hoesten en kuchen...
Nadine: Britt? Ben je ziek aan het worden?
Britt: Misschien. (zuchtend)
Nadine: Als het niet gaat moet je naar huis gaan, hoor.
Tony: Ja, en ik dan?
Nadine: Ooit gehoord van achterstallige PV's? (lachend)
Tony: Britt, ga maar naar huis dan. Dan warmen mijn vingers op. (lachend/plagend)
Britt: Nee. Nu heb ik net weer een beetje warm, nu ga ik niet weer door die koude naar huis gaan, hoor. Zo meteen krijg ik nog een ongeluk. (lachend/hoestend)
Nadine: Maar we mogen het risico niet lopen dat je een van de mensen die je verhoort besmet, Britt.
Britt: Gaat het daarom? Over het werk? Is dat belangrijker dan mijn gezondheid? (snauwend/slecht gezint)
Tony: Zo bedoelde Nadine het niet, Britt. Dat weet je ook wel. (streng)
Britt: Het spijt me, Nadine. Ik ben gewoon slecht gezint door dat rotweer.
Tony: En volgens de weerman gaat het nog weken verder gaan, zulk weer.
Britt zucht luid.
Britt: Kan ik niet gewoon vrijaf nemen voor die weken? (zuchtend)
Nadine: Tja... Als je zoveel vrije dagen had zou je het wel kunnen, ja, maar tja... Je dagen zijn bijna op, hč Britt? (lachend)
Britt: Ach, bij het nieuwe jaar, dat binnenkort toch begint, krijg ik weer veel dagen bij. (lachend)
Nadine: Das ook weer waar. (lachend)
Britt: Misschien hebben we nu wel een witte Kerst. (dromerig/zuchtend)
Tony: Jaja, en dat lekker vieren met Johan in bed. (lachend)
Britt: Nou ja... (beetje rood)
Nadine: Gaan jullie die getuige nog ondervragen?
Britt: We zijn onderweg. Wel dikke kans bij dat ze stom is, maar goed.
Nadine: Britt... (waarschuwend)
Tony: Britt bedoelt 'stom' niet als scheldwoord, hoor, baas. Volgens ons kan die vrouw niet praten.
Nadine: Ook dat weer... Nou ja, zie maar wat je ermee doet. (zuchtend/glimlachend)
 
Dus beginnen Britt en Tony met het verhoor van de 'stomme' vrouw...
In het verhoor merken ze gelukkig al gauw dat de vrouw niet stom was. Door de kou had de vrouw vanmorgen nauwelijks kunnen praten, en Tony's observatie dat de vrouw zelf ook een zwerfster was, was een goede observatie gebleken.
Tony: Wilt u uw naam geven?
Vrouw: Die heb ik niet meer.
Tony: Ja hoor, iedereen heeft een naam.
Vrouw: Maar niemand noemt mij ooit dus ik heb hem niet nodig.
Tony: Wij kunnen hem noemen als u hem ons geeft (heel vriendelijk)
Vrouw: Zou u dat willen doen? (en een heel bescheiden maar dankbaar lachje breekt door op het gezicht van de vrouw). Vroeger noemde ik Yvette, Yvette van Dongen.
Britt: Dus Yvette, wat weet jij van die man die vanmorgen onder de brug gevonden is?
Yvette: Dat hij dood leek.
Britt: Kende jij hem?
Yvette: Had hem wel eens gezien, maar wat is kennen tegenwoordig in zo'n grote stad?
Tony: Weet jij hoe lang hij al op de straat leefde?
Yvette: Hij had wel eens gezegd dat hij "buiten" was nadat de kinderen groot genoeg waren om voor zichzelf te zorgen. Zijn vrouw was dood gegaan en hij heeft ze alle vijf alleen opgevoed. Hij was best wel heel lief.
Britt: Ik denk dat jij hem best wel goed gekend hebt. Maar wij willen graag zijn naam.
Yvette: Waarom dan toch? Die man wil rust en laat hem nu maar.
Britt begon hier nogal geprikkeld van te raken en dus wenkte Tony haar even mee naar de gang.
Tony: Britt wat is er met jou? Die vrouw doet goed haar best en dan reageer jij zo prikkelbaar.
Britt: Laat ze nou gewoon zeggen hoe hij heet, dan kunnen wij de kinderen verwittigen en is de zaak af.
Tony: En dan: Bedankt Yvette, je kunt weer gaan. De straat weer op ??
Britt: Ik weet ook niet wat ik met haar moet.
Tony: Ga jij eens even een tablet nemen en wat drinken. Ik praat nog even verder met haar dan zie ik je zo weer.
 
In het lokaal ziet Nadine dat Britt alleen terug komt uit het verhoor.
Nadine: Britt , al klaar?
Britt: Ik mag er van Tony niet meer bij blijven.
Nadine: Waarom niet?
Britt: Ze denkt dat ik geen geduld heb met die vrouw.
Nadine: Weet je al iets van die man?
Britt: Nee, niets. Ja eigenlijk wel, dat hij vijf kinderen alleen heeft opgevoed toen zijn vrouw is overleden en daarna naar "buiten " is gegaan zoals die vrouw zegt.
Nadine: Wat weet je van haar?
Britt: Dat ze ook buiten leeft en dat ze Yvette van Dongen heet.
Nadine: Kijk dan eens in het Rijksregister of er wat bekend is.
 
En zo zet Britt zich achter de computer, maar met haar verkouden en waterdoorlopen ogen is dat een waar Salomonsoordeel. Ze moet turen en staren om goed wat te kunnen zien, maar slaagt er uiteindelijk in de naam Yvette van Dongen boven te krijgen.
Ook Yvette was dierbaren verloren en daarna zo ongeveer van de kaart verdwenen. Britt schrok er wel een beetje van. Zelf had ze Mark verloren en dus had het haar ook kunnen overkomen om op straat te (moeten?) gaan leven. Gelukkig had ze Dorien gehad om voor te zorgen en de lieve een geduldige zorg van haar moeder en haar vrienden, anders ......
Ze probeerde de gedachte van zich af te schudden maar het lukte niet echt. Mark speelde weer veel door haar hoofd de laatste dagen. De kerst kwam er aan en dan oud en nieuw. Die nacht, nu zo'n vier jaar geleden was ze ineens, zomaar weduwe geworden. En nog steeds was de moordenaar van Mark niet gevonden. Britt merkte dat ze emotioneel werd en liep vlug naar de toiletten waar ze in stilte een potje ging zitten huilen.
Inmiddels was Tony klaar met het verhoor en had ze de informatie die ze nodig had. Ze had ook al met de opvang van daklozen gebeld en daar kwam nu iemand van om Yvette op te halen, zodat die in elk geval niet in de kou en de sneeuw tijdens de feestdagen op straat hoefde te leven.
Daarna ging ze op zoek naar Britt en vond die in de toiletten. Aan Britt haar gezicht zag je geen verschil tussen de behuilde ogen of de verkoudheid, maar Tony wist wel beter.
Tony: 't Is Mark, is het niet?
Britt: Waarom moet dat nu weer zo opspelen? Heb je gezien wat er over die Yvette in de Rijksregisters staat? Dat zij ook een dierbaar iemand is verloren en daarna is gaan zwerven. Dat had mij ook kunnen overkomen toen Mark stierf.
Tony: Maar het is jou niet overkomen, jij hebt mensen om je heen die jou nodig hebben, mensen waar je van houd. Dat had Yvette niet. Haar man en kindje zijn bij een auto-ongeval om het leven gekomen en zij is toen in een diepe depressie gekomen en heeft altijd een schuldgevoel overgehouden dat zij wel is blijven leven en haar man en kind niet. Zwerven is nooit haar keuze geweest maar ze kon niet meer gewoon in deze harde en harteloze maatschappij leven.
Britt: En die man die gevonden is? Heeft ze daar wat over gezegd?
Tony: Ja, maar zullen we naar het lokaal gaan want hier begint het ook al koud te worden en ik lust wel een kop koffie.
Britt: Ik ook, als die WARM is.
Aan het bureau verteld Tony het verhaal van de mannelijke zwerver. Hij heette Geert DuBois. Was nog maar 43 jaar en had, zoals gezegd in zijn eentje 5 kinderen opgevoed. Vroeger was hij leraar geweest aan het atheneum. Zijn leerlingen spraken altijd vol lof over hem. “Weet je dat Pasmans zelfs nog les van hem heeft gehad?”
Britt: Onze Pasmans?
Tony: Ja, die. Maar goed. Geerts vrouw heeft een hersenbloeding gehad toen het jongste kindje vier was. Daarna heeft ze nog een tijdje, met hulp een beetje kunnen herstellen maar daarna werd ze heel zwak en heeft meerdere nieuwe bloedingen gehad en is overleden. Haar kinderen waren toen 6, 7, een tweeling van 11 , en de oudste Derek van 14 jaar.
Tony ziet hoe Britt een vreselijke rilling krijgt als ze dit hoort.
Tony: Wil ik het je verder vertellen of ga je nu toch maar naar huis om uit te zieken?
Britt: Vertel maar verder. Het veranderd niets aan de situatie als ik weg ga.
Tony. Bon, Geert heeft dus de kinderen alleen opgevoed. En heel goed volgens Yvette.
Britt: Kende zij hem dan wel?
Tony: Nee, ze hebben elkaar op het kerkhof leren kennen en zijn met elkaar aan de praat geraakt. Een soort van soul-mates, allebei hun geliefden kwijt raken, weet je wel.
Wel, toen Derek van school af was is hij medicijnen gaan studeren. Hij was best goed. Maar omdat het gezin al zo weinig had heeft hij een vakantiebaantje genomen om wat geld te sparen zodat ze eens op vakantie zouden kunnen. En toen is het gebeurd. Alle kinderen zijn bij een auto-ongeval om het leven gekomen. Geert was kapot, kon zich niet meer vinden in de wereld waar volgens hem geen gerechtigheid meer bestond.
 
Britt: Wat erg voor die man.  Al zijn kinderen en zijn vrouw kwijt raken.
Tony: Ja, ik zou het niet graag meemaken.
Britt: Nee.
Tony: Ca va?
Britt: Ja ja het gaat wel. Word gewoon ziek denk ik.
Tony: Ik hoop het niet voor je.
Britt: Nee, maar goed, wat kunnen we nu doen?
Tony: Wachten op het autopsierapport om te kijken of hij wel echt doodgevroren is.
Britt: Oké zullen we dan nu maar PV's doen?
Tony: Nee.
Britt: Wat nee?
Tony: Het autopsierapport komt pas morgen dus jij gaat nu naar huis en u bed in want dan kan je morgen weer komen weken.
Britt: Tony ik ben geen klein kind.
Tony: Dat zie ik want kleine kinderen hadden allang in bed gelegen.
Britt: Hahaha, nee ik blijf hier. Ik ga niet weer door die kou.
Tony: Dan moet je het zelf weten maar ik heb je gewaarschuwd en als ik ook ziek wordt ik weet je te vinden.
Britt: Ik word al bang.
Tony: Da's goed.
Vanwege de kou gaan ze niet naar de Combi voor hun lunch. In plaats daarvan had Tony al haar boterhammetjes meegenomen van huis. Britt hield het op alleen een extra kop koffie, en daarna weer verder met het papierwerk tot Nadine ze riep.
Nadine: Auto-ongeval onder het Keizersviaduct bij de Keizerspoort. Gaan jullie erheen? Mogelijk is de wagen te water geraakt, ik zal de brandweer ook laten komen en het MUG team.
 
Britt: Gadver, alweer de kou in, wat heb ik de balen.
Tony: Ik weet nu wel dat je dit weer niet leuk vind, maar je hoeft me dat niet elke keer te herinneren hoor.
Britt: (beetje boos) Nou, dan houd ik mijn mond wel dicht.
Tony: Je kunt toch nog wel over leuke dingen vertellen, zoals over jullie plannen voor de kerst of zo.
Britt: We hebben geen plannen. Johan gaat met zijn zoontje naar Frankrijk naar zijn ouders toe. Die wonen daar sinds ongeveer een jaar en zien Johan en Simon nog maar weinig. Nu willen ze dat in de vakantie gaan inhalen.
Tony: En jij en Dorien mogen niet mee?
Britt: Slimmerd, ik moet werken met de kerst en met oud en nieuw .....
Tony: Sorry Britt dat ik erover begon.
Britt: Laat maar. Ik vind het toch te moeilijk om over te praten.
Eindelijk geraken ze op het aangegeven adres en zien daar al een aardige ravage aan aangereden auto's liggen. Een staat er tegen het viaduct aan gedrukt en twee zitten vast in elkaar. Een derde auto hangt vervaarlijk met de voorkant over de kade en neigt naar beneden te storten het ijskoude water in.
Vlug lopen Britt en Tony eropaf om te zien of er nog mensen in de auto zitten.
Britt hoort een vrouw huilen en ziet dan dat er ook nog een baby in de auto zit. Even wordt ze naar en weeďg in haar buik.
Britt: Verdorie, waar blijft de brandweer? We moeten die vrouw en die baby zien te redden.
Tony buigt zich voorover om de vrouw geruststellend toe te spreken.
Vrouw: Help me. Red mijn kind, help me dan !!
Voorzichtig probeert Tony het portier te openen en als dat gelukt is reikt ze de vrouw haar hand om haar te helpen uitstappen.
Dan leunt ze over de zitting om de baby te pakken en met het nodige kunst en vliegwerk krijgt ze die ook veilig uit het autostoeltje en geeft die over aan Britt die met een hele blijde en gelukkige glimlach het kindje aanneemt. En net als Tony zich weer vooroverbuigt om de verzorgingstas van de baby te pakken begint de auto te schuiven en dondert alsnog de Schelde in, Tony met zich meetrekkend.
Britt: NEEEEE!!!!!!! TONY !!!!!!!!!!!!!!!
Vlug geeft ze de baby aan de moeder en probeert over de kaderand te zien waar Tony is gebleven.
Net dan komt de brandweer er aan, maar die moeten eerst nog hun uitrusting in orde maken. Britt heeft het niet meer van de zenuwen en roept ze toe dat ze op moeten schieten omdat haar collega in de auto zit die onder is gegaan. Het beangstigd Britt dat Tony nog niet weer boven is gekomen en ze haalt zich allerlei nare beelden in haar hoofd dat Tony misschien bewusteloos is geraakt of vast is komen te zitten zodat ze er niet meer uit kan.
Eindelijk is de duiker dan zover dat hij het water in kan en Britt heeft bijna de neiging om met hem mee te gaan. Bloedje zenuwachtig leunt ze zelf ook vervaarlijk over de kaderand maar wordt door de brandweercommandant terug op vaste wal gezet.
Britt: Maar dat is mijn partner.
Commandant: We hebben een man beneden en die zal zijn werk heus wel goed doen. Wij moeten zorgen dat er niet meer slachtoffers vallen.
Nu begint Britt heel hard te huilen. "Slachtoffers??"
Na een kleine minuut hoort en ziet Britt de bubbels van de duiker weer bovenkomen. En ze ziet dat die Tony bij zich heeft die snel door de andere brandweermannen wordt aangenomen en op de kade op een stretcher wordt gelegd. Haar lippen zijn helemaal blauw en ze ademt niet. In paniek loopt Britt weg. Dit kan ze niet aanzien, niet haar partner die zo maar voor haar ogen verdrinkt.
Op de straat wordt Tony gereanimeerd en nadat ze geďntubeerd is wordt ze snel overgebracht naar het ziekenhuis.
Britt is helemaal de kluts kwijt en weet echt niet meer wat ze moet doen. De brandweercommandant heeft dat in de gaten en roept via zijn centrale op dat er ondersteuning moet komen om Britt op te vangen en te begeleiden.
Britt: Ik moet naar Tony. (volledig in paniek)
Arwen: Mevrouw?
Britt: Help me, ik moet naar Tony... (volledig in paniek)
Arwen: Mevrouw, wordt eerst eens rustig.
 
Arwen, een psychologe, neemt Britt in haar armen en wrijft zachtjes over haar rug, om haar te kalmeren.
Maar dit heeft net een averechts effect op Britt...
Britt: Nee, laat me los!!! Ik moet naar Tony!!
Arwen: Mevrouw als u rustig wordt dan kunnen we naar Tony toe.
Britt: Ik ben rustig.
Arwen: Nee dat bent u niet.
Na 10 minuten is Britt rustig en gaan ze naar het ziekenhuis.
 
Britt: Hallo waar ligt TonyDierickx?
Mevrouw: Ze zijn nog met haar bezig. U kunt in de wachtkamer wachten.
Britt: Oké bedankt.
Britt en Arwen wachten meer dan een uur en ondertussen praten ze wat met elkaar.
Dan komt er een dokter aangelopen.
Britt: En dokter gaat ze het halen?
Dokter: Ik denk het wel. Haar kwetsuren zijn niet zo erg.
Britt haalt al opgelucht adem.
Dokter: Maar ik zou nog niet meteen 'hoera' gaan roepen, mevrouw. Mevrouw Dierickx is een paar minuten onder water geweest, daardoor waren haar lippen helemaal blauw. U zag haar ook niet meer ademen? Dat komt door het koude water. Maar haar hart werkte nog heel goed. Dus wij denken dat ze veel onderkoeld is, door die paar minuten in de Schelde gelegen te hebben. We hebben haar nu toegedekt met warme dekens, warme kompressen opgelegd en voorlopig mag ze alleen warme dranken drinken. (vriendelijk)
Britt: Mag ik naar haar toe? (zenuwachtig)
Dokter: Natuurlijk. Mevrouw Dierickx is zelfs al bij bewustzijn. (glimlachend)
Britt: Dank u, dokter. (opgelucht)
Britt wil al snel naar Tony's kamer rennen...
Dokter: Kamer 405 !!
Britt: Bedankt!
Arwen loopt snel achter haar aan en houdt haar tegen voor Tony's deur...
Britt: Wat scheelt er nou? (zenuwachtig)
Arwen: Ik zal eerst gaan kijken hoe ze eruit ziet dan kan ik je daar op voorbereiden.
Britt: Waarom?
Arwen: Omdat je net ook al helemaal overstuur was en dan heeft Tony niks aan je.
Britt: Oké ga maar eerst.
Arwen loopt de kamer van Tony in en komt meteen weer terug.
Britt: En??
Arwen: Het valt wel mee ze is wit en ze heeft het duidelijk koud.
Britt: Mag ik nu gaan?
Arwen: Ga maar.
Britt loopt Tony's kamer in...
Britt schrikt ontzettend en wil al terug naar buiten lopen, maar Arwen houdt haar tegen.
Arwen: Eerst dag zeggen tegen Tony, Britt. (streng)
Britt: Ik wil weg, laat me gaan. (bang)
Arwen: Rustig maar, ik ben bij je. (geruststellend)
Britt twijfelt nog even, maar loopt dan verder Tony's kamer in...
Britt: Dag tony.
Tony: Dag.
Britt: Hoe gaat het?
Tony: Koud.
Britt: Je zal straks wel weer warmer worden.
Tony: Oké.
Britt: Je hebt twee levens gered Tony
Tony: Echt??
Britt: Ja je heb een vrouw en een baby uit de auto gehaald.
Tony: O ja ik weet het weer.
Tony: (met rillende stem) Is het goed gekomen met die vrouw en dat kindje?
Britt: Dankzij jou Tony.
Tony: En met jou dan? Want voor ik onder ging hoorde ik jou heel hard roepen. Alles goed met je?
Britt: Ja hoor (onzeker klinkend)
Arwen: Hoi, ik ben Arwen, dienstpsycholoog. Ik ben opgeroepen om Britt wat te steunen. Ze was behoorlijk geschrokken, maar we hebben even gepraat en ik denk dat het wel goed komt. Als er wat is Britt, hier is mijn nummer. Bel gerust, en als jij niet belt, dan bel ik jou over een paar dagen nog eens. Beterschap Tony. (en dan vertrekt hij weer)
Tony: Kom eens hier zitten Britt. Vertel eens, waarom raakte jij zo in paniek, dat ken ik niet van jou.
Britt: Het zag er zo eng uit en je kwam niet meer boven, en toen je boven water kwam toen ademde je niet. En ik moest weer denken aan Mark en en..... (en daar huilde ze weer heen)
Tony: (haar armen geruststellend om Britt heen leggend) Het gaat wel goed komen Britt. Ik heb het barstend koud nu, maar verder ben ik oké zegt de dokter. Een nachtje hier voor observatie en morgen ben ik er weer. Doe even je tranen af want ik zie liever je glimlachend gezicht.
Britt: Oh, Tony, hoe kun jij nou zo gemakkelijk doen? Je was bijna verdronken..
Tony: Er is wel meer voor nodig om een Dierickx er onder te krijgen hoor. Ga nu maar, ik wil even gaan slapen en proberen wat warm te worden. Wil je me vanavond nog even bellen?
Britt: Slaap lekker Tony, en beterschap. Oké?
Maar Tony is al vertrokken naar dromenland.
 
Britt gaat terug naar het commissariaat om haar PV te schrijven, maar ze komt niet aan het typen toe. Nadine roept haar in het kantoortje en wil tekst en uitleg van wat er vanmiddag is gebeurt. Het kost Britt moeite om niet weer emotioneel te worden als ze verteld van de reddingsactie die Tony heeft verricht en dat toen de auto toch nog te water is geraakt.
Nadine: Is het erg met Tony?
Britt: De dokter zegt dat het wel meevalt. Een nacht ter observatie. Ik kan vanavond nog eens bellen hoe het er mee gaat.
Nadine: Nou, dan kun je wel naar huis.
Britt: Nee, ik moet die papieren van die zwerver en van Yvette nog uitwerken.
Nadine: Die lopen niet weg. Je hebt vandaag genoeg op je bordje gehad. Vooruit naar huis en vanavond vroeg onder de wol.
Britt: Maar baas...
Nadine: Ga je niet vrijwillig?
Britt: Oké ik ga al.
 
Als ze thuiskomt ziet ze dat Lieve er is. De school had haar opgebeld om Dorien op te halen. Die was toch ziek geworden en werd nu thuis door Lieve verzorgd.
Lieve: Ze had koorts en ik heb haar een tabletje gedaan en goed laten drinken. Ze slaapt nu al vanaf drie uur.
Britt: Heel erg bedankt Lieve, dat je haar hebt opgehaald en verzorgd.
Als ik morgen moet werken en Dorien nog ziek is, wil je dan wel oppassen?
Lieve: Ja hoor, ik moet toch nog leren voor mijn tentamens en hier is het tenminste lekker rustig.
Britt: Je bent een schat. Bedankt en nog een fijne avond.
Britt is wel blij dat Dorien lekker slaapt, want dan hoeft ze niet te koken, daar heeft ze na alle narigheid van vandaag helemaal geen zin aan. Ze wil even op de bank gaan liggen uitrusten maar valt al snel in slaap.
Om negen uur schrikt ze wakker van de telefoon.
Tony: Hey, mooie partner ben jij. Ik dacht dat je nog zou bellen?
Britt: Sorry, op de bank in slaap gevallen.
Tony: Ook ziek aan het worden?
Britt: Nee, gewoon heel erg moe. Ik geloof dat ik zo maar naar bed ga. Zal ik morgenvroeg voor het werk even bij je langs komen?
Tony: Is goed. Slaap lekker en tot morgen.
 
Die nacht drijft Britt zo'n beetje het bed uit van de koorts, maar ze wil zich niet laten kennen. Na een verfrissende douche, en met een paar tabletten op gaat ze toch aan het werk. Ze kan de zorg voor Dorien met een gerust hart aan Lieve overlaten.
In het ziekenhuis zit Tony al klaar om weg te gaan.
Britt: Mag je al weg van de dokter?
Tony: Tuurlijk, ik ben een lastige klant. De stad heeft wel wat anders voor mij te doen dan op mijn kont in bed te liggen. Ik heb uit voorzorg antibiotica gekregen en moet een paar dagen mijn temperatuur meten. Verder is alles oké. Even naar de boot om schone kleding te halen en dan gaan we naar het commissariaat.
 
Daar is Nadine verrast, maar blij dat Tony er weer is.
Op Tony's bureau ligt inmiddels het verslag van de autopsie: de man (Geert) is overleden nadat hij een slag op zijn hoofd had gekregen. Hierdoor was hij niet meer in staat geweest om een onderkomen te zoeken zodat hij de nacht in hele lage temperaturen buiten was geweest. De combinatie van de klap op zijn hoofd en de lage temperatuur hadden zijn doodvonnis geweest.
Tony: Dan is het moord, en moeten we een dader zien te vinden.
Britt: Heeft Yvette iets gezien?
Tony: We kunnen haar gaan bezoeken in dat daklozen opvanghuis.
Britt: Ja laten we dat maar gaan doen.
Britt en Tony rijden naar het daklozen opvanghuis.
Yvette: Hallo. Zijn jullie er weer?
Tony: We willen even...kuch..kuch.
Britt: We willen even met je praten.
Yvette: Ja dat kan daar.
Britt: Tony ça va?
Tony: Ja ja.
Yvette: Wat willen jullie weten???
Britt: Die man van gisteren is overleden door een slag op het hoofd en de lage tempratuur. Heb jij misschien iets gezien?
Yvette: Nee ik heb niks gezien ik heb hem daar zien liggen meer niet.
Tony: Weet u het zeker?
Yvette: Ja heel zeker.
Britt: Oké bedankt.
Britt en Tony lopen weer naar de auto.
Britt: Geloof jij haar??
Tony: Uhm wat??
Britt: Gaat het echt wel?
Tony: Ja ja wat zei je nou?
Britt: Geloof jij haar als ze zegt dat ze niks gezien heeft?
Tony: Ja ik denk het wel.
Britt: Oké dan ben ik bang dat we vast zitten in de zaak.
Tony: We kunnen eens in de buurt van die brug gaan kijken.
Britt: Ja dat kan, maar is dat niet te koud voor jou?
Tony: Britt alsjeblieft, ik zeg het wel als er wat is oké?
Britt: Oké oké.
Britt en Tony rijden terug naar de plek waar de man is gevonden.
Britt: Waarmee is hij dan tegen het hoofd geslagen?
Tony: Weet niet. Ik zal daar eens gaan kijken, kijk jij dan even of je andere zwervers ziet die iets gezien kunnen hebben?
Britt: Ja is goed.
Tony gaat kijken of ze iets ziet liggen waarmee de man geslagen kan zijn maar vind niks.
Britt heeft ondertussen een zwerver gevonden.
Britt: Goedendag politie. Er is hier gisteren een man gevonden. Heeft u misschien iets gezien?
Man: Nee ik heb niks gezien.
Britt: Kent u misschien andere mensen die iets gezien kunnen hebben?
Man: Nee maar dan moet u ‘s avonds eens terug komen want dan komen ze allemaal hierheen om te slapen.
Britt: Oké bedankt voor de tip.
Britt loopt weer terug naar Tony.
Britt: En??
Tony: Niks en bij jouw?
Britt: Die man heeft niks gezien maar volgens hem moeten we ‘s avonds terug komen want dan komen al die zwervers hier om te slapen.
Tony zucht diep...
Tony: Vanavond dus terugkomen?
Britt: Ja. En ik denk dat het het beste is als we ons onder hen mengen...
Tony: Je bedoelt... Oude kledij aantrekken, hier ongeveer tegelijk met hen aankomen en dan bevriezen van de koude? (zuchtend)
Britt: Als je het zo opvat. (lachend/hoestend/kuchend)
 
Zowel Britt als Tony gingen eerst weer naar huis, en elk kroop even in bed om in elk geval goed warm en uitgerust te zijn als ze zouden beginnen aan hun avondopdracht.
Britt werd tegen half zeven gewekt door Lieve die weer terug was gekomen en ook maar even voor een maaltijd had gezorgd. Dorien had de hele dag door geslapen en begon nu wat wakkerder te worden.
Dorien: Hoi mam, bent u nog niet ziek?
Britt: Nee gelukkig niet.
Dorien: Waarom heb je dan je pyjama aan?
Britt: Ik heb vanmiddag wat geslapen en moet straks aan het werk.
Dorien: Moet ik dan alleen blijven?
Britt: Nee lieverd, Lieve is hier en ik probeer het niet te laat te maken.
Britt heeft moeite met de maaltijd. Haar keel begint nu toch wel dik te voelen en haar verkoudheid ontneemt haar bijna haar hele smaak.
 
Om half zeven loopt ze op weg naar het parkje nabij het Parkplein, waar de overleden zwerver was gevonden. Door de gladheid viel ze wel drie keer en haar knieën deden behoorlijk pijn. Aangekomen wilde ze zich meteen op een bankje zetten om haar benen wat te ontlasten, maar zag dat de bankjes al in beslag waren genomen door zwervers die er provisorisch een bed van hadden gemaakt. Met kranten en dozen probeerden ze om zich wat tegen de kou en de sneeuw te beschermen. Het deed Britt pijn te zien dat in een land van overvloed de mensen zo armlastig konden zijn.
Ondertussen keek ze steeds uit of ze Tony al zag maar toen die er om acht uur nog niet was belde ze toch maar even op.
Tony: Sorry, overslapen. Ben al onderweg en laat de wagen in de koningin Astridlaan staan. Ze geloven me vast niet dat ik zwerver ben en een grote auto heb.
Om half negen kwam Tony ook eindelijk de straat over glibberen en probeerde naast Britt te komen, die een plaatsje had weten te bemachtigen bij een geďmproviseerde vuurkorf.
Tony: Jongens wat is het koud vandaag.
Zwerver: Al de hele tijd hoor, of ben je nog niet zo lang buiten?
Tony: Ik kon steeds nog wel wat vinden om de nacht te zijn, maar het wordt erg druk nu de gemeente alles afsluit waar je eerst in kon gaan liggen voor de nacht.
Zwerver: Hier heb je ook geen geluk.
Britt: Hoe zo niet?
Zwerver: Kans dat je kop eraf gaat.
Tony: Dat meen je?
Zwerver: Voorgisteren nog, heb je dat niet gehoord? Die man die liep hier sinds een half jaar, jaartje misschien. Zomaar de kop ingeslagen en aan zijn lot overgelaten.
Britt: En jij hebt dat gezien?
Zwerver: Wie zal het zeggen.
Britt: Ik hoop dat jij me dat zegt.
Zwerver: Wat is het je waard?
Britt: Hoe zo?
Zwerver: Ik wil er wel iets warms voor terug. Heb je geen fles bij je of zo?
Tony: En waar zal ze het geld van hebben, slimmerd?
Zwerver: Dan niet. (en hij draait zich om en wil weg lopen)
Britt: Ik heb wel wat, maar we moeten delen. Het is al wat ik heb, en ik wil vannacht ook wel warm gaan slapen.
Tony kijkt haar even vreemd aan. Britt drank bij zich in de dienst???
Britt: Hier neem maar wat, misschien komt je geheugen dan wat terug.
De zwerver neemt het aan en begint spontaan te praten, dat hij hier eergisteren een jonge knaap had zien lopen; geen zwerver, daar zag hij er veel te netjes voor uit. Hij had Geert in de gaten gehouden en gevolgd en toen Geert eindelijk een bankje voor de nacht had gevonden had hij hem met een kei tegen zijn hoofd geklopt, wel drie keer. Toen had hij de jas opengetrokken en gekeken of Geert nog ergens geld of een portemonaie had verstopt. Omdat hij niets had kunnen vinden was hij kwaad geworden en had daarna nog een paar keer op Geert’s hoofd geslagen met de kei en was daarna weggelopen.
Tony: En jij hebt dat zien gebeuren? En niets gedaan?
Zwerver: Zeg, al heb ik geen huis, ik wil nog wel leven hoor.
Britt: Hoe zag die jongen eruit? Neem trouwens nog een slok, als je zo lang buiten bent word je gauw koud.
Zwerver: Hij was ongeveer een meter zeventig groot, magertjes, en droeg zo'n hele dure jas, met zo'n stick erop, je weet wel, zo'n Nike ding. Rood. En hij had bergschoenen aan, zodat hij geen koude voeten kreeg.
Tony: En zijn gezicht? Had hij handschoenen aan?
Zwerver: Zijt ge van de politie, ge zijt zo nieuwsgierig.
Britt: Ja, en wij staan hier onze tenen af te vriezen om erachter te komen wie dat gedaan heeft. Als je meewerkt kunnen we die man oppakken en hebben jullie iets meer geruststelling.
Zwerver: Het was geen man, eerder zo'n snotjong, een jaar of zeventien, achttien misschien.
Britt: Waar ging hij heen, welke kant op?
Zwerver: Onder de brug door en toen rechts af de Sint Denijslaan in. Ik heb een stukje gevolgd en zag hem een huis in gaan.
Tony: Kun je ons dat wijzen?
Zwerver: Als jullie mij beschermen misschien. En als jullie een fatsoenlijk plaats voor me hebben voor de nacht.
Britt: Loop eens mee en wijs ons dat. Ik zal je mijn kaartje geven en als je over een uurtje of zo aan de Belfortstraat komt zal ik wat voor je regelen.
De zwerver liep met hun mee de Sint Denijslaan in en wees hun het huis aan waar hij de jongen binnen had zien gaan. Net op dat moment kwam echter de jongen ook naar buiten en als een speer ging de zwerver er vandoor.
Tony: Shit, we moeten een getekende verklaring hebben.
Britt: Die komt wel naar het bureau. Die heeft het koud en wil graag dat plekje voor de nacht. Ik zweer je dat hij er straks is.
Ineens dook Tony languit op een bankje en ze siste dat Britt zich achter een auto moest verstoppen. De knaap kwam hun kant op en Tony probeerde zich als potentieel slachtoffer op te stellen. En ze kregen nog beet ook. Maar met dat de knaap aan Tony begon te trekken schoot Britt overeind om haar te helpen en wilde de jongen in de boeien slaan, maar hij verzette zich nogal zodat Britt weer op haar zere knie viel, maar Tony nam het over van haar en sloot snel de andere boei om de andere pols en werkte hem naar de grond.
Britt riep een combi op om hem op te laten halen. Maar door de sneeuw en de gladheid duurde dat dik drie kwartier en het was zo stervens koud buiten dat Britt en Tony het gevoel hadden dat hun tenen en vingers eraf vroren.
Daarna terugglibberen naar de koningin Astridlaan om de eigen auto te halen en dan ook naar de Belfortstraat.
Britt: Eindelijk binnen. Nog even en ik was vastgevroren.
Tony: Koffie?
Britt: Zeker weten.
Tony haalt de koffie.
Britt kijkt snel naar haar knieën en ziet dat deze alle twee bloeden...
Britt: Shit, hč. Ook dat nog. (zuchtend)
Tony: Oei... Daarmee moet je naar de dokter, Britt.
Britt: Och neen, ik ga niet weer door de koude. (sissend/zuchtend)
Tony: Dan laten we de dokter hier komen. (simpel)
Britt: Je gaat die arme man toch niet uit zijn bed roepen, voor 2 knieën? (zuchtend)
Tony: Maar, Britt...
Britt: Niets te maren.
Tony: Je knieën moeten verzorgd worden en daarmee uit. Desnoods doe ik het zelf.
Britt: Dat kan je niet. Neen, ik zal het bloed wel even wegwassen.
Britt wil opstaan om naar de toiletten te lopen, maar net als ze wil opstaan zakt ze van pijn terug op haar stoel...
Tony: Wat had ik je gezegd? (zuchtend/glimlachend)
Britt: Oké oké maar niet de dokter, jij mag het doen.
Tony: Oké ga even de verbanddoos halen ben zo terug.
Tony haalt snel de verbanddoos en maakt Britt's knieën schoon en verbind ze.
Britt: En wachten op die zwerver.
Tony: Ja als hij nog komt.
Britt: Tony wat zou jij doen als je een zwerver was en de kans kreeg om warm te slapen.
Tony: Dat weet ik niet want ik ben gelukkig geen zwerver.
 Na 5 minuten is de zwerver aangekomen en hij wijst de gearresteerde man nog een keer aan als de dader.
Britt: Oké bedankt. Als u hier nog even wil tekenen.
Zwerver: Denkt u nou echt dat ik een handtekening heb?
Britt: Zet dan gewoon even je naam of zo.
De man schrijft zijn naam en Britt en Tony besluiten om de arrestant nog een nachtje in de cel te laten en hem morgen te verhoren.
Tony: En wat doen we met die zwerver?
Britt: Wacht, uh meneer u kunt in een cel slapen.
Man: Ja dan kan ik net zo goed op een bankje slapen.
Britt: Oké dan gaat u met mijn collega mee naar huis.
Tony: Britt!!!!!!
Britt: Tot morgen Tony.
En Britt loopt weg.
Tony: Let niet op haar, die heeft last van de kou en van haar knieën. Ik bel wel even of het opvanghuis nog een plaatsje voor u heeft.
En zo is dat dan ook weer geregeld.
 
Tony baant zich weer een weg naar huis en kruipt direct onder de wol. Ze is op. Ze heeft pijn bij het ademen en mogelijk toch ook wel wat verhoging, maar daar wil ze nu niets van weten. Slapen, is al wat ze wil.
 
Britt heeft andermaal een beroerde nacht. Dorien was weer opnieuw koortsig geworden en voelde zich zo ziek dat ze alleen maar wilde gaan slapen als ze bij Britt in bed mocht.
De andere morgen zag ze er dan ook niet uit, maar een moeder, en zeker een werkende moeder heeft geen tijd om ziek te zijn. Dorien leek in de nacht het ergste te hebben uitgezweet en ze voelde zich weer goed genoeg om naar school te gaan.
Dorien: Ik moet wel, want we oefenen voor de kerstmusical en jij komt toch ook?
Britt: Bij het oefenen?
Dorien: Nee dommerd, bij de uitvoering.
Britt: Wanneer was dat ook weer?
Dorien: Morgen om half zeven, en daarna hebben we vakantie.
Britt: Weet je zeker dat je naar school kunt? Ik kan je niet over een half uurtje weer ophalen hoor.
Dorien: Ik ben weer beter.
 
Op het commissariaat wacht Nadine Britt al op.
Nadine: Britt, in mijn kantoor graag.
Britt: Wat is er?
Nadine: Ik hoorde dat jullie een mogelijke dader hebben opgepakt. Hoe heb je dat klaar gespeeld?
Britt: Ons op gelijk niveau begeven. We zijn tussen die zwervers gaan staan en een heeft ons de dader aangewezen.
Nadine: En verder, want je loopt of je een bezemsteel aan je knieën hebt zitten?
Britt: Ben gisteren uitgegleden in de sneeuw en heb een zere knie.
Nadine: Kun je er mee werken?
Britt: Moet wel.
Nadine: Als het niet gaat hoor ik van je, oké?
 
Nu Tony er ook is kunnen ze de verdachte gaan verhoren. En die is allerminst coöperatief. Hij begint al met weigeren van zijn naam te zeggen. Dan wil hij ongevraagd een sigaret opsteken en begint ook nog eens te schelden tegen Britt.
Tony ziet dat Britt het moeilijk heeft en vraagt haar even mee op de gang.
Tony: Britt, kun je dit nu wel aan?
Britt: Tony, begin jij nu niet ook nog, wil je? Eén overbezorgde Nadine is genoeg. Kom laten we hem laten praten en dan overdragen aan de onderzoeksrechter. Met een beetje mazzel zit hij met de kerst er lekker warm bij in het gevang.
En na meer dan anderhalf uur zagen en bakkeleien hebben ze eindelijk een bekentenis van de jongen, John genaamd.
Tony: John, met wat geluk krijg jij dit jaar een staatsviering voor de kerst. Je kunt nu terug naar beneden en we informeren de onderzoeksrechter en dan ga je over naar de Nieuwe Wandeling.
 
Britt: Zal ik het verhoor even snel uittypen?
Tony: Als jij zegt snel, dan heel graag. Dan zal ik koffie voor je halen.
Terug met de koffie voor Britt en een thee voor zichzelf zet Tony zich aan haar bureau.
Tony: Ik moet straks nog even weg. Zal ik op de terugweg even wat broodjes meenemen?
Britt: Is goed. Waar moet je heen?
Tony: Helemaal niet nieuwsgierig, wel?
Britt: gewoon belangstellend.
 
Als Tony om half twee met de broodjes terug komt en ze net aan tafel zitten in de kantine worden ze weer door Nadine op pad gestuurd.
Tony: Zeg, kunnen die anderen ook eens wat doen. Wij lopen de god ganse dag met deze kou op straat en nu is de lol er echt wel een beetje af.
Nadine: Sorry, dat het crapuul je niet vooraf om toestemming vraagt, maar er is nu eenmaal veel werk aan de winkel. Overval op een juwelier aan de Kalanderberg. Je kunt het beste lopend gaan, want alles zit daar vast onder aangevroren sneeuw.
En weer moeten ze de kou in. Britt krijgt meteen een witte neus als ze haar hoofd buiten steekt.
Britt: Waar moest je net zo nodig heen?
Tony: Ben even bij de dokter geweest.
Britt: En?
Tony: En wat?
Britt: En wat zei die? Het ging toch beter?
Tony: Andere antibiotica. Deze hielp niet echt goed.
Britt: Je bent ziek en moet naar huis.
Tony: Ik red het wel. Het slijm komt nu goed los en met deze medicijnen zijn die beestjes zo weg. Trouwens als wij zoveel buiten zijn verdwijnen die bacteriën vanzelf. Die gaan niet in de kou zitten hoor.
En ineens begint ze heel hard te hoesten en te rochelen, zo zwaar dat Britt het er zelfs benauwd van krijgt. Dan moet ze spugen en ziet tot haar schrik dat het slijm groen en rood gekleurd is. Ze schrikt zich een ongeluk en schopt er gauw wat sneeuw over zodat Britt het niet kan zien.
Wat later bij de juwelier zien ze dat de overvallers heel zorgvuldig hun slag hebben geslagen.
Zo vlak voor de kerst stijgt de recette behoorlijk en daar hadden ze blijkbaar rekening mee gehouden. De juwelier was in elkaar geslagen en  de eerste medewerker was bedreigt geweest met een mes. De schade zou zo ongeveer tegen de veertigduizend euro bedragen, afgezien van de schade aan de winkel en het ziekteverzuim door het personeel.
Nadat ook hier de getuigen verhoren hadden plaats gevonden konden Britt en Tony weer door de kou gaan lopen. Ineens zag Tony Johan lopen en riep hem naar zich toe.
Britt: Tony, we zijn in dienst en kunnen hier niet gaan socializen.
Tony: Ik doe dit voor mijn werk. Heb je zin aan een lekkere kop koffie? Ik trakteer.
En zo zaten ze met zijn drieën even uit te blazen onder het genot van een echte lekker kop koffie. Johan was wat stilletjes. Hij voelde zich duidelijk verlegen met de situatie. Toen hij na een kwartiertje opstond liep Britt even met hem mee.
Het ging best lekker in hun relatie, en af en toe bleven ze ook bij elkaar slapen, maar Britt vond het heel jammer dat hij er niet was met kerst en oud en nieuw.
Britt: Zie ik je voor die tijd dan nog?
Johan: Morgen na de kerstmusical? Zal ik jullie dan ophalen en dan kunnen jullie bij ons blijven slapen.
Britt: (met glinster oogjes) Is goed Johan. Tot morgen.
Tony: Weer iets wat ik niet mag weten?
Britt: We hebben gewoon afgesproken voor morgen, meer niets hoor.
 
En zo ging het de hele dag door met aangiftes, overvallen, ongelukken. Als er een dienst in de stad het druk had met deze dagen dan was het wel de politie. Iedereen draaide het maximale aantal uren. En men werkte zelfs nog wat langer want niemand wilde met de kerst terugkomen om PV's te typen. Niemand, behalve die vier pechvogels die dit jaar geloot hadden wie er wachtdienst hadden met de kerst. En een van die pechvogels was Britt.
De donderdag was de musical, en Britt had de vrijdag vrij gevraagd zodat ze met Dorien wat leuks kon doen omdat ze al met de kerst moest werken. Zondag zou Johan vertrekken en ze wilde eigenlijk ook nog wel een beetje bij hem zijn.
Alhoewel Britt zich eigenlijk steeds grieperiger begon te voelen kon ze heerlijk genieten van de musical. En 's avonds nadien had Johan het thuis heel gezellig gemaakt, met mooie sfeerverlichting, een gezellig muziekje, lekkere hapjes en alvast wat kerstcadeaus, omdat hij er dinsdag met de kerst niet zou zijn.
Zijn zorgzaamheid ontroerde Britt en af en toe moest ze even een traantje wegpinken. Nadat de kinderen op bed waren wilde Johan ook niet meer zo lang wachten en hij leidde Britt mee naar de slaapkamer en ze begonnen aan hun eigen speciale kerstnacht. Britt genoot met overgave. Johan had het in zich om Britt perfect gelukkig te laten zijn.
 
De volgende ochtend werd hun uitslaappoging ruw verstoord toen Dorien en Simon al om negen uur hun slaapkamer binnen denderden.
Simon: Papa, mag Dorien met ons mee naar opa en oma? Anders heb ik in de vakantie niemand om mee te spelen. Toe dan, alsjeblieft?
Johan: Hu? Wat zeg je? Ik ben nog niet eens wakker.
Simon: Of Dorien mee mag?
Johan: Wat een vraag op dit uur van de dag.
Nu begon Britt ook wakker te worden.
Britt: Wat een herrie zo vroeg op de ochtend.
Dorien: Mama, Simon vraagt of ik met hem mee mag naar zijn opa en oma anders heeft hij niemand te spelen en u moet toch werken.
Britt: Jeetje, zo vroeg kan ik daar nog niet over denken.
Gaan jullie je eerst eens douchen en aankleden dan zie ik later wel.
Johan: En zet dan ook vast de ontbijttafel als jullie toch zoveel haast hebben.
Johan zag dat Britt zich met starende ogen teruglegde in de kussens en langzaam kreeg ze tranen in haar ogen.
Johan: Wat is er lieverd?
Britt: Dorien met jullie mee?
Johan: Vertrouw je dat niet?
Britt: Jawel, maar ... ze is nog nooit  alleen weggeweest.
Johan: Zie je er tegen op om met kerst alleen te zijn?
Britt: Ja, wel een beetje. Ik ben ook nog nooit alleen geweest met kerst. Ze heeft wel gelijk dat ik moet werken, maar het voelt zo raar.
Johan: Als je even wilt huilen Britt mag dat wel (en hij nam haar liefdevol in zijn armen en Britt liet in zijn veilige geborgenheid haar tranen de vrije loop).
Johan: Al ben ik helemaal in Zuid Frankrijk, ik zal elk moment van de dag aan je denken, en ik zal je ook missen. Maar weet je, ik zie mijn ouders anders ook maar weinig en ze willen graag zien hoe het nu met Simon gaat, nadat wij gescheiden zijn.
Britt: Het is goed Johan, je familie is belangrijk.
Johan: Maar jij bent ook bijna familie. Ik zou heel graag willen dat je mee kon. Is er niemand die je dienst over kan nemen?
Britt: Sorry, al een half jaar geleden geloot. De anderen hadden het ook al eens gedaan en nu is het nou eenmaal mijn beurt.
Het zal niet zo heel gemakkelijk zijn, maar ik zal me er wel doorheen slaan. En anders ga ik Tony wel lastig vallen als die geen lief over de vloer heeft.
En door haar tranen heen probeerde Britt al weer een beetje te lachen.
Britt: Ik zal me eens toonbaar maken en mijn dochter zo gaan verrassen.
Johan: Ze mag mee??? Britt je bent een engel. Zowel voor Simon als voor mij. Heel erg lief dat je dat er voor over hebt.
Britt: Beloof me dat je me volgend voorjaar een keer meeneemt om aan je ouders voorgesteld te worden.
Johan: Dat beloof ik, en nog veel meer.
En daarna gingen ze samen onder de douche en hadden plezier alsof ze kinderen waren.
Toen ze in de kamer terug kwamen zaten Simon en Dorien meewarig hun hoofden te schudden. Die hadden al lang in de gaten hoe verliefd Britt en Johan op elkaar waren.
Britt: Dorien,  we hebben gisteren al een hele mooie voorkerst gehad, vind je niet?
Dorien: Ja, ik vond het supergaaf.
Britt: Maar ik heb nog een verrassing voor je.
Dorien: Wat dan????
Britt: Als je wilt, en als je je netjes gedraagt mag je met Simon en Johan mee op vakantie.
Simon: Joepie. Dat wordt een gave vakantie
Maar Dorien keek niet eens zo blij.
Britt: Wat is er Dorien, vind je het niet leuk?
Dorien: Ik vind het niet leuk dat jij dan helemaal alleen moet blijven. Papa is er ook al niet meer, en als ik ook weg ben, dan ben jij helemaal alleen.
Britt: Maar meisje, ik dacht dat je het leuk vond om met Simon mee te gaan.
Dorien: Dat is ook wel leuk, maar. ...
Johan: Ze heeft me beloofd heel goed voor zichzelf te zorgen, en misschien gaat ze ook nog wel naar Tony toe als ze niet moet werken.
Dorien: Is dat zo mama?
Britt: Ja. Ik moet werken en dan kan ik na de tijd mooi bij Tony gaan eten of zo en gezellig kletsen.
En dan vliegen Dorien en Simon haar beiden gelijk om de hals.
Dorien en Simon: U bent de gaafste mama die er is.
Johan: Dat is nog eens een prachtig compliment.
Britt: Dat is het mooiste kerstcadeau wat ik me zou kunnen wensen,  twee kinderen die me heel lief vinden.
Johan: En hun vader dan?
Britt: Vind die mij dan ook lief?
Johan: Kom eens hier dan zal ik het je laten zien.
Simon en Dorien: Gatver, wat klef worden jullie zeg.
 
En zo vertrekt op zondag het gezelschap naar Frankrijk en gaat Britt een eenzame kerst tegemoet.
Tony moet de maandag nog wel weken tot drie uur maar heeft daarna vrij tot 28 december.
Net voor drie uur komt Nadine het lokaal binnen. Ze houd een kleine toespraak voor haar teamleden. Ze prijst hun harde werken van het hele jaar en in het bijzonder deze weken. Ze hoopt dat iedereen een fijne kerst heeft en een beetje kan uitrusten opdat ze daarna met volle energie verder kunnen werken. Voor de geluksvogels die vakantie hebben wenst ze een behouden thuiskomst, zonder botbreuken van het skiën. Ook heeft ze voor iedereen een klein cadeautje gekocht. Heel toepasselijk voor de ontvanger, en dus met zorg uitgezocht.
Britt krijgt een luxe leren agenda en is daar heel trots op.
Nadien wisselt iedereen zijn cadeautjes met elkaar uit. Het was al een beetje een gewoonte geworden om elkaar met de kerst een kleinigheidje te geven.
In opperbeste stemming worden de kerstgroeten uitgewisseld en vertrekt de een na de ander naar huis.
 
Tony: Ga je nog even mee wat drinken bij de Combi?
Britt: Niet zoveel zin aan nu.
Tony: Je mist Dorien, is het niet?
Britt: Ja.
Tony: Kom dan toch even mee. Even je zinnen een beetje verzetten.
Maar ook aan die gezelligheid komt een einde en rond negen uur gaat Britt alleen naar huis. Ze voelt zich heel eenzaam en leeg. Bijna net zo leeg als die nacht dat ze te horen kreeg dat Mark was overleden.
Thuis nam ze een lange hete douche en rolde daarna gelijk het bed in. Ze wilde eens een nacht echt lekker lang kunnen slapen. Gelukkig hoefde ze de andere dag pas om tien uur beginnen, en dat sliep altijd al een stuk rustiger.
Maar om twaalf uur ging de telefoon.
Met een zwaar hoofd nam ze op, maar haar lach kwam direct terug toen ze de vrolijke stem van Dorien hoorde die haar een vrolijk kerstfeest wenste. Ze sprak met Johan, Simon en Dorien en leverde zo weer ruim een uur van haar nachtrust in. Maar ze ging nu blij en gelukkig slapen.
Nog voor ze in slaap valt denkt Britt gelukkig... 'Ik hou zoveel van mijn dochter, Simon en mijn vriend...'
 
De volgende dag om 10 uur komt Britt een beetje gelukkig het kantoor binnengestapt...
 
Britt groet de aanwezigen en wenst ze een vrolijke kerst toe en zet zich aan haar bureau om de nachtrapporten door te lezen. De nacht was behoudens enkele incidenten van geluidsoverlast betrekkelijk rustig geweest, maar nog maar net een kop koffie verder begon het gedonder al weer.
Na de hoogmis waren er bij de kerk wat botsingen en aanrijdingen geweest en dat was uitgelopen op een behoorlijke vechtpartij. Britt moest er nu heen om de boel te sussen.
Het sneeuwde nu niet meer, maar er lag genoeg sneeuw om nog steeds hinder van te hebben en het was bovendien nog steeds erg koud. Het vroor nu nog 7° alhoewel het rond het middaguur was.
Heel voorzichtig manoeuvreerde Britt de wagen door de straten en was met een half uurtje bij de volksoploop.
Gelukkig waren er geen gewonden en door Brit's tussenkomst kon worden voorkomen dat hier een veldslag zou ontstaan.
Later op in de middag werd bijstand van de politie gevraagd op het Rabot: Familiedrama mogelijk met gewonden.
Britt zuchtte eens diep en dacht: Dag schone kerst, hier ga je.
Samen met Peter reed ze naar het Rabot en daar troffen ze wilde taferelen aan. In de flat was behoorlijk huisgehouden en ze konden op de galerij al horen dat er binnen een gillende vrouw en huilende kinderen waren. Ineens zag Britt een stoel door de ruiten vliegen en vlug bukte ze zich om die te ontwijken.
Uiteraard kwam er op hun geklop en geroep geen reactie dus belde Britt voor ondersteuning van het interventie team. Hier zouden ze niet met zijn twee naar binnen gaan. Dat leek veel te gevaarlijk.
Na vijftien minuten was het team compleet en omdat er nog niet werd gereageerd werd de deur van de flat geforceerd zodat ze binnen konden komen. Netjes volgens interventie voorschrift trokken ze twee aan twee met getrokken wapens binnen. Britt werd getroffen door het schreiende beeld van een huilende moeder met twee krijsende kindjes op haar arm terwijl de man met een honkbalknuppel liep te zwaaien.
Britt: Leg neer die knuppel.
Maar de man reageerde niet, hij was finaal door het dolle heen.
Britt: (nogmaals, maar nu veel luider) Ik zeg leg neer die knuppel.
Woest draaide de man zich om en stormde op haar af. In een fractie van een seconde had hij haar te pakken. Hij duwde haar de knuppel tegen de keel en zette Britt vast tegen de muur en duwde zo hard dat Britt bijna geen lucht meer kreeg. Ze had haar wapen laten vallen en probeerde de knuppel weg te duwen maar kreeg er geen beweging in. Ineens klonk er een schot en liet de man de knuppel los en zakte voor Britt haar voeten in elkaar. Britt zelf zakte ook naar beneden, stikkend benauwd en diep zuchtend om vooral adem binnen te krijgen.
Een andere agent lag bovenop de vrouw. Zij had het wapen van Britt opgenomen en op haar man geschoten. Het was een grote ravage in de flat.
Peter liep op Britt af en informeerde of het wel ging. Britt stond nog stijf van de schrik maar ook nu deed ze zich weer beter voor dan ze was. De man was gewond geraakt aan zijn been en werd door een ambulance meegenomen terwijl de vrouw geboeid werd overgebracht naar het politiebureau en de kinderen tijdelijk onder toezicht van de kinderopvang kwamen.
Het verhoor leverde al gauw de nodige informatie op. De man was kort voor de kerst ontslagen en voelde zich falen als echtgenoot en vader. Dat was hem dubbel ingewreven door zijn vrouw die direct de dag daarop al met een andere vent had gevreeën. Nu had de man de kinderen mee willen nemen en weg willen gaan  maar de vrouw was hierop volledig door het lint gegaan.
Terwijl Britt ijverig de PV's aan het uitwerken was en met Peter overlegde wie de onderzoeksrechter zou informeren kwam Guy Mares van het Intern Toezicht ook al binnen gewandeld.
Guy: Jullie houden zeker niet van een rustige kerst? En gunnen die een ander ook niet?
Britt: Waar heeft u het over?
Guy: U hebt uw wapen verloren en daar is mee geschoten. En er is een gewonde gevallen. Gelukkig geen dode.
Britt: Ik werd bijna doodgedrukt, ja.
Guy: Zullen we even rustig in het verhoor gaan zitten, mijn collega komt er ook aan en dan nemen we even uw verklaring op.
Britt was (van binnen) ontzettend kwaad, maar wist dat ze zich moest zien te beheersen want deze jongens konden met een pennenstreek je hele carričre vernielen.
Compleet doorgezaagd kwam Britt om half vijf weer uit het verhoor. Ze kreeg de mededeling dat er mogelijk een vervolgonderzoek zou komen en dat haar leidinggevende en de hoofdcommissaris op de hoogte zouden worden gebracht van dit incident.
 
Britt baalde als een stekker en bij haar waren de kerstgedachtes op slag geheel verdwenen. Peter probeerde haar nog wat op te beuren, maar het haalde niets uit.
In plaats van nog even bij Tony langs te gaan ging ze rechtstreeks naar huis en liet zich daar huilend op de bank vallen en bleef daar zo liggen tot ze om half tien naar bed ging.
Maar ze ligt nog uren wakker en vraagt zich af  “Wat heb ik in godsnaam verkeerd gedaan in dit leven?”
Tegen 2 uur valt ze uiteindelijk uitgeput in slaap...
 
De volgende dag heeft ze barstende hoofdpijn. Tot haar schrik ziet ze dat het al kwart voor 8 is...
Britt: Shit! (vloekend)
Ze springt uit bed, neemt een pijnstiller in en smeert snel een boterham, die ze onderweg wel op eet.
Voorzichtig rijdt ze naar het commissariaat. Maar voor ze daar is, ziet ze een lifter staan.
Britt stopt even en laat de lifter bij haar instappen.
 
Britt: Waar moet u zijn? (vriendelijk)
Lifter: Kunt u mij in het stad afzetten?
Britt: Ik kom daar wel niet voorbij, maar ik zal even omrijden. (glimlachend/vriendelijk)
Lifter: Das ontzettend vriendelijk van u. (opgelucht)
Maar nog voor Britt goed en wel weer op weg is, gebied de lifter (Fernando, een Italiaan) haar te stoppen.
 
Britt: Maar...
Fernando: STOPPEN! (boos)
Britt stopt de auto en ziet tot haar schrik dat Fernando een wapen in zijn handen heeft... Een mes……
Fernando: Stoppen zeg ik.
Britt: Wat is hier aan de hand? (en dan schrikt ze nog harder als Fernando het mes op haar wang legt en de punt bijna haar rechteroog raakt)
Fernando: Vriend in gevangenis voor jou man. Hij niet gedaan. Ander iemand.
Britt: De moordenaar is nooit opgepakt, dat kan dus niet.
Fernando drukt nog wat harder op het mes en er komt wat bloed uit het dunne sneetje dat hij gemaakt heeft.
Fernando: Jij zoeken en dan vriend vrij. Vriend niet vrij, jij dood als man.
En om zijn woorden kracht bij te zetten snijd hij met het mes in Britt haar hand en het bloed loopt eruit. Dan stapt hij uit de auto en loopt snel weg, een hevig geschrokken en huilende Britt achterlatend.
Britt wikkelt een zakdoek om haar hand en blijft verbouwereerd en huilend over het stuur gebogen in de auto zitten.
Na een tijdje wordt er op de autoruit geklopt en Britt schrikt zich weer het apezuur. Als ze opkijkt ziet ze Tony naast de auto staan.
Die is zo geschrokken van Britt haar behuilde gezicht dat ze vlug om de auto heen loopt en op de bijrijderstoel gaat zitten.
Tony: In hemelsnaam Britt, wat is er gebeurt?
Britt: (happend naar adem en nog steeds huilend) Ik,  ik ..... help me Tony. Ik ben zo bang.
Tony: Wat is er dan?
Britt: Hij, hij heeft me bedreigt.
Tony: Wie?
Britt: Weet ik niet. Een lifter. Hij zei dat ik moest stoppen en ineens zette hij een mes op mijn gezicht. Hij zei dat ik .....de moordenaar van .....Mark .....moest vinden anders zou ik .....eraan gaan. Zijn vriend zit nu ....in het gevang daarvoor, maar...... dat kan helemaal niet, want ze hebben nooit een aanhouding of veroordeling ....gedaan inzake Mark zijn dood.
Tony neemt Britt in de armen om haar te troosten en dan lijkt Britt helemaal in te storten.
Tony: Ik breng je terug naar huis, zo ga jij niet werken.
Britt: Ik ga niet naar huis. Ik ga werken. Thuis word ik gek als ik hier aan denk, en bovendien heb ik dienst. Jij hebt vrij en je ziet er ziek uit dus JIJ gaat naar huis.
Tony: Niks ervan. Ik heb gister de hele dag geslapen en het gaat al veel beter (Maar dat is niet echt waar want ze begint direct weer zwaar te hoesten).
Na een partijtje bakkeleien rijdt Britt Tony naar haar boot en laat haar beloven thuis te blijven. Zelf gaat ze naar het commissariaat en duikt meteen het archief in om te zien of er wat bekend is van het onderzoek naar Mark's dood. Uiteraard kan ze niets vinden want Mark was bij de Rijkswacht en die hebben in die tijd hun eigen onderzoek gedaan. Zelf zat ze toen ook bij de Rijkswacht, maar ze twijfelt of ze nog inzage kan krijgen in dat onderzoek. Maar niet geschoten is in elk geval mis dus belt ze naar de Rijkswacht in Brussel waar ze in die tijd werkte. Maar zoals verwacht krijgt ze niets los.
Met haar gedachten is ze er vandaag niet bij. Gelukkig is het nu een stuk rustiger dan gisteren en hoeft ze niet om de haverklap de straat op.
Tegen twaalf uur krijgt ze een telefoontje van Dorien die haar uitgebreid verteld hoe gaaf de vakantie is, en dat ze zijn gaan skiën en dat Simon zijn oma heel aardig is. Uiteraard staat Johan erbij en Britt kan hem horen lachen om Dorien's opgewektheid. Johan komt ook zelf nog aan de telefoon en verteld haar hoe vreselijk veel hij haar mist, en dat zijn ouders heel graag kennis met haar willen maken. Ze zijn dolenthousiast over Dorien, daar moet wel een hele lieve moeder bijhoren.
In Johan's enthousiasme merkt hij niet dat Britt wat somber klinkt, en Britt is daar maar wat blij om. Ze wil hun vakantieplezier niet bederven. Ze zegt hem dan ook niet wat haar deze ochtend is overkomen.
Net na twee uur belt Tony haar op om te vragen of ze na het werk langs komt dan kunnen ze samen wat eten. Britt wil het afwenden maar daar neemt Tony geen genoegen mee.
Tegen half zes is Britt eindelijk bij Tony die er ook allerminst gezond uit ziet.
Britt: Heb je nog koorts?
Tony: Beetje.
Britt: Hoeveel?
Tony: Beetje zeg ik toch.
Britt: Hoeveel? (streng)
Tony: 38.9 graden, nu tevreden? (ziek)
Britt krijgt Tony zover dat ze weer haar bed inkruipt. Dan gaat Britt maar weer naar huis, maar onderweg komt ze dezelfde lifter tegen en durft niet te weigeren en laat hem weer instappen...
 
Fernando: Al gezocht? (streng)
Britt: J...a... (bang)
Fernando zet het mes op Britt's buik...
Fernando: Iets gevonden? (streng)
Britt: Neeeen.... (doodsbang)
Fernando zet meer en meer druk op het mes, zoveel dat Britt een stekende pijn voelt...
Britt: Hou op, alstublieft, u doet me pijn... (snikkend)
Fernando: U krijgt nog 1 uur... We spreken over een uur af aan het commissariaat... Owee als u er niet bent... (dreigend)
Britt geraakt helemaal in paniek, begint volledig in paniek op het commissariaat alle dossiers te controleren maar vindt, uiteraard, niks...
 
Een uurtje later aan het commissariaat, komt Fernando op Britt afgestapt...
Britt: Ik heb mijn best gedaan maar kan hier niets vinden. Ik wil morgen aan mijn baas vragen of zij informatie kan krijgen, maar alsjeblieft doe me niets.
Fernando: Ik jou gewaarschuwd. Jij voelen wat ik bedoel?
Britt: Nee, niet doen (als hij haar weer het mes voorhoud)
Fernando duwt Britt het verhoor in en sluit de deur in het slot. Britt is doodsbenauwd als Fernando op haar af komt stappen.
Fernando: ZITTEN JIJ. Ik jou zeggen. Vriend van mij heeft niet gedaan wat politie zegt. Hij wel in gevangenis. Jou man dood. Jij ook als jij man niet zoekt die dit gedaan.
Britt: Maar de moordenaar is nooit opgepakt heb ik toch gezegd!
En vervaarlijk zwaait Fernando het mes voor Britt haar ogen.
Fernando: Hier is brief met naam. Jij zoeken en praten. Ik jou bellen over drie dagen. Jij zeggen man gepakt, dan goed, anders .... ...
En met een oorverdovende klap jast hij het mes keihard in het tafelblad.
Dan staat hij op en loopt naar de deur. Daar draait hij zich nog eens om en grijnst eens naar Britt.
Britt: Hoe heet je eigenlijk? En hoe heet je vriend, dan zal ik zien wat ik voor jullie kan doen.
Fernando: Vriend is Alexandro DiLuigi. Is in gevangenis in Brussel. Ik Fernando, dat is genoeg.
 
Nadat hij weg is gegaan probeert Britt een verslag te maken van wat haar is overkomen vandaag. Daarna wil ze het liefst weg hier, maar alleen naar huis ziet ze niet echt zitten. Ze geeft zichzelf nog even uitstel van executie door eerst bij Tony langs te gaan om te zien hoe die er aan toe is.
Tony: Jij hebt goede invloed op mensen. Nadat ik ben gaan slapen voel ik me een stuk beter. En jij? Jij loopt ook al meer dan een week tegen de griep aan te hangen, wil het nog niet doorzetten of wil je niet toegeven?
Britt: Ik denk dat het wel overwaait.
Tony: Zullen we even wat gaan drinken in de kamer?
Britt: Jij blijft lekker nog een paar dagen in bed en ziekt eens heel goed uit. Dat gore Scheldewater heeft je vorige week geen goed gedaan. Hoest je nog bloed op?
Tony: Hoe weet jij dat nou?
Britt: Ik zag het toen we op de Kalanderberg liepen. Je probeerde het te verbergen maar ik had het al gezien.
Tony: Nee, dat is nu over. Eerlijk. Ik heb maandag de dokter nog gezien en die zegt dat ik de goede kant uit ga. Ik ben bijna koortsvrij.
Britt: Vanmiddag had je nog 38.9  en nu dan?
Tony: Weet ik niet, maar het lijkt me minder.
Britt: Meten is weten (en ze geeft Tony de thermometer aan)
Na een aantal minuten krijgt Britt die terug.
Britt: Beter zei je?  39.8° is dus echt niet beter. Ik ga nu de dokter bellen.
Tony: Nee, ik wil geen dokter meer zien.
Britt: (die al haar energie in Tony stopt zodat ze niet aan haar eigen problemen hoeft te denken) Ik bel dus wel en blijf hier tot hij is geweest.
Tony: Weet jij wel wat het kost als zo'n man op 2e kerstdag huisbezoeken af moet leggen?
Britt: Ja, dat kost € 54,65 per visite. Heb je daar een probleem mee?
Tony: Dat is een hoop geld waar je ook andere dingen van kan doen.
Britt: Dingen die belangrijker zijn dan je gezondheid?
Tony is door de koorts eigenlijk op van al dat geruzie. Ze is hartstikke moe en begint spontaan te huilen.
Britt: He meisje, niet huilen. Je gaat wel beter worden. Daar zijn de dokters voor. Voor zo'n honorarium mag je wel verwachten dat ze iets goeds doen.
Tony: Dat weet ik ook wel, maar ik wil geen ruzie met jou. Ik baal er zo van dat ik ziek ben en helemaal niet aan jou gedacht heb met de kerst toen jij moest werken en verder helemaal alleen thuis was. Ik had graag samen met jou de kerst gevierd maar dat is helemaal mislukt. Sorry Britt.
Britt: Er komen nog wel meer kerstmissen, en anders halen we toch gewoon in als je beter bent. Maar eerst moet je dan wel beter worden.
Ik laat even de dokter binnen, die zal er zo wel aankomen.
Dokter: Het gaat nog steeds niet beter met mevrouw Dierickx?
Britt: Nog steeds koorts, net nog 39.8°.
Dokter: Hoest ze nog sputum op?
Britt: Ja, maar niet meer zoveel, en ze zei dat er geen bloed meer bij zit.
Dokter: Dat verwachtte ik ook niet. Dat was een reactie van de longen vorige week toen ze onder water had gelegen. Misschien is zij gewoon minder gevoelig voor de antibiotica die ik haar heb gegeven. Ik zal haar even gaan onderzoeken. Kunt u morgen met haar naar het ziekenhuis voor een longfoto en een bloedtest?
Britt: Doe ik.
Nadat Tony was onderzocht wilde Britt weer vertrekken maar Tony vroeg haar om te blijven, ze voelde zich angstig want ze was benauwd door de forse longontsteking.
Britt zorgde ervoor dat Tony wat rechterop in bed kwam te zitten en deed een raam open zodat ze de koude, maar wel schone lucht van buiten kon inademen. Na een poosje werd Tony rustiger en viel in slaap.
Britt legde zich op de bank en probeerde ook te slapen. Dat dat niet lukte na zo'n dag als vandaag was helemaal niet verwonderlijk.
Ze was blij dat het zeven uur was. Vlug ging ze bij Tony kijken die ook net wakker werd.
Britt: Tony, ik ga even bij mijn huis langs om schone kleren te halen en dan kom ik terug om met je naar het ziekenhuis te gaan.
Tony: Maar ik wil niet. Ik heb geen koorts meer.
(Tony had echt een grondige hekel aan ziekenhuizen maar met Britt in haar buurt kon ze er niet onderuit)
 
Na het polibezoek vertelde de arts dat ze tegen de middag een voorlopige uitslag zouden hebben die kon aangeven of ze de goede medicijnen hadden. Zo nodig zouden ze dat bijstellen, maar het zag er nu toch wel beter uit dan enkele dagen geleden.
Britt bracht Tony weer naar de boot en ging toen weer aan het werk.
 
Nadine was ook terug van kerstverlof en riep Britt binnen voor het verslag van de kerst. (uiteraard had ze zich al wel ingelezen, maar ze vond het ook prettig om het rechtstreeks van de oudste van dienst te horen. Bovendien had ze behoefte aan een praatje met Britt)
Nadine: Ik heb net nog even de verslagen doorgelezen, en er lag een merkwaardige bij, Britt... (vriendelijk)
Britt zucht diep, omdat ze weet over welk verslag het gaat...
Nadine: Zal ik eens voor je bij de Rijkswacht vragen? Mij kennen ze misschien nog en vermits ik nu commissaris ben...
Britt: Maar wilt u de situatie waarom niet vertellen? Ik ben zo bang van die Fernando, Nadine... Ik...
Nadine: Ik zeg niks. (glimlachend/vriendelijk)
Britt haalt opgelucht adem...
Britt: Bedankt. (zacht)
Nadine: Goed... Wanneer belt hij je weer?
Britt: Overmorgen... (zuchtend)
Maar plots gaat Britt's gsm af...
Britt: Britt.
Stem: Fernando hier. Had geen tijd om te wachten. Jij nu hier komen. Havendok 5. Nu meteen. Tot zo, anders... (dreigend)
Britt: Ik... Ik kom...
Dan legt Fernando in en ook Britt haakt in.
Nadine: En? (nieuwsgierig/bezorgd)
Britt legt alles uit. Vanbruane besluit haar te volgen en haar te beschermen indien nodig, maar ze zorgt er wel voor dat Fernando haar niet kan zien...
Wanneer ze aangekomen zijn, loopt Britt met een bang hartje op Fernando af, die met zijn mes staat te zwaaien...
 
 
Britt moet ineens heel hard hoesten en begint bijna te kokhalzen. Ze schud eens flink met haar hoofd en probeert haar angst onder controle te krijgen. Ze loopt iets meer zelfverzekerd op Fernando af.
Fernando: Jij al gevonden?
Britt: We zijn aan het zoeken, maar er zit geen Alexandro DiLuigi in Brussel in de gevangenis.
Fernando: Nee, hij gevlucht. Nu Interpol hem zoeken. Jij schuld. Jij moet dood als man.
Britt: Ik doe mijn best maar de naam die je hebt gegeven kan ik geen informatie over vinden. Heeft hij ook een andere naam gebruikt?
Fernando: Zoeken bij politie. Hij smerig politie. Vals.
Britt: Is hij zelf agent?
Fernando: Niet horen? Zeg toch.
 
Even onverwachts draait hij zich om en wil weglopen. Kijkt nog een keer naar Britt en vertrekt dan.
Trillend van de zenuwen zakt Britt op haar knieën op de grond. Snel komt Nadine op haar toelopen en helpt haar weer overeind. Britt begint heel hard te huilen. Het wordt haar allemaal te veel: Johan met de kinderen op vakantie, zelf dienst met kerst, binnenkort Mark's sterfdag en dan nu zo'n gek die haar komt belagen.
Nadine probeert haar wat te troosten. Samen rijden ze terug naar het commissariaat waar Nadine verslag opmaakt van dit gebeuren. Ze ziet dat Britt op is en stuurt haar naar huis, maar als er een plek is waar ze niet wil zijn is dat haar koude en lege huis, dus rijd ze weer bij Tony voorbij.
Die ziet er gelukkig wat beter uit. De arts heeft weer andere medicijnen voorgeschreven en nu begint de koorts wel wat af te zakken. De arts heeft haar wel nog een week (bed)rust voorgeschreven, en Britt weet dat dat meer is dan nodig, maar anders zou Tony weer veel te snel gaan beginnen.
Het lukt Britt nog steeds om de spanningen waarin ze verkeerd voor Tony verborgen te houden en dat wil ze ook graag zo laten, dus na een uurtje vertrekt ze naar haar eigen huis.
Heel verrast is ze als voor de deur de vroegere partner van Mark, Danny, ziet staan.
Britt: Danny???
Danny: Dag Britt.
Britt: Wat... Wat doe jij hier? (verwonderd)
Danny: Het is bijna vier jaar geleden nu. Ik moest aan hem denken en dacht ook aan jou. Aan dat je je eenzaam voelt met deze dagen. (en dan legt hij heel vertrouwt een hand op Britt haar arm en vraagt of hij binnen mag komen om eens met haar te praten).
Vroeger konden ze heel goed met elkaar overweg, Mark en Danny en Britt.
Britt voelde zich wel eenzaam en besloot, vanwege de herinnering om hem binnen te laten.
Danny: En? Hoe gaat het nu met jou? (lief)
Britt: Goed. Ik heb nog steeds een job bij de Flikken. (glimlachend)
Danny: Ik heb mezelf ingekocht in een klein transportbedrijf, in Nederland. (glimlachend/lief)
Britt: Zo ver...
Danny: Uhm... Britt? (twijfelend)
Britt: Ja? (vragend)
Danny: Hebt gij nog iets gehoord van iemand in verband met de dood van Mark?
 
Dan wordt Britt stil...
Danny: Britt?
Britt: Ik wordt bedreigd... (zacht)
Danny schrikt, gaat naast Britt zitten en slaat een arm om haar schouders, maar die slaat Britt af.
Danny: Vertel? (uitnodigend)
Britt: Hij heet Fernando, en...
Danny: Oei, is het al zo laat?! Ik... Ik moet ervandoor... Het spijt me, Britt. (liegend/verontschuldigend)
Britt: Maar...
Danny: Ik spreek je nog wel een keer, goed?
Danny geeft Britt een zoen op de wang en vertrekt dan vlug, kokend van woede, omdat Britt, dankzij Fernando, er gaat achterkomen dat HIJ diegenen is die Mark heeft neergestoken...
 
Britt: Wat had die nou opeens? Ach ja, ik ga maar es slapen. (zuchtend/denkend)
 
De volgende dag gaat Britt weer werken...
Britt: Uhm, Nadine?
Nadine: Ach, Britt, jou moest ik net hebben. Kom je even? (vriendelijk)
Britt: Ik kom. (glimlachend/toch beetje goed gezind, omdat ze goed geslapen heeft)
Nadine: Ik heb eens rond gebeld bij de Rijkswacht, en ik heb een heel klein beetje informatie gekregen.
Britt: En?
Nadine: Ze hebben inderdaad een zekere Alexandro DiLuigi gearresteerd, in verband met de moordzaak met Mark. Ze waren niet helemaal zeker, want er leidde geen enkel spoor naar. Ze hadden maar 1 getuige, van een zekere Danny. Achternaam onbekend. Maar ze vermoedden dat de echte dader ergens in Nederland zit...
 
Bij Britt beginnen de molentjes te draaien...
Britt: Danny woont in Nederland. HIJ heeft die getuigenis afgelegd tegen Alexandro DiLuigi... Alles valt bij elkaar... (denkend)
Nadine: Britt?
Britt: Ik... Ik weet wie het gedaan heeft... (zacht/nog steeds even denkend)
Nadine: Wie dan? (verwonderd)
Britt: Die Danny... U zei dat de vermoedelijke dader naar Nederland is verhuist. Gisteren stond Danny voor de deur. Hij was vroeger een hele goede vriend van Mark en mij. Hij zei dat hij werkte in een transportbedrijf, in Nederland. En HIJ heeft toch die getuigenis afgelegd? Wel... Alles valt bij elkaar, toch? (zacht)
Nadine: Volgens mij heb je gelijk... Zou jij het aandurven om Danny op te bellen, en hem te vragen om naar jouw huis te komen? Dan spreek je je vermoedens over hem uit, en als hij iets wil doen, dan grijp ik in en arresteer hem. (voorstellend)
Britt twijfelt even, maar geeft dan toe...
Het blijkt echter niet mogelijk om Danny te bellen want ze had geen telefoonnummer van hem. Britt begint zich steeds ongeruster te maken.
Ze kan het zich ook haast niet voorstellen: Danny die Mark, maar .... ze waren toch collega's en hele goede vrienden?
Misschien wist Danny iets, en was de moordenaar iemand anders? Britt wilde het gewoon niet geloven en dat maakte haar heel onzeker en nog kwetsbaarder.
 
Nadine: Trouwens Britt, hoor jij nu geen vrij te hebben en is Tony niet aan de beurt om te werken met oud en nieuw?
Britt: Die heeft een longontsteking en blijft op last van de dokter nog zeker een week ziek thuis.
Nadine: Dat is dan mooi voor elkaar. Zit ik met een personeelstekort.
Britt: Ik ga wel voor Tony werken. Dorien is toch met Johan en Simon mee, en nu met die zaak met Mark zit ik niet gerust in huis als er zich daarbuiten van alles af speelt.
Nadine: Jij hebt je rust nodig Britt. Volgens mij zit jij al twee weken tegen die griep aan te boksen maar wil je gewoon niet toegeven.
Dan ziet Nadine dat Britt wat verdrietig wordt.
Nadine: Zo erg is het toch niet om vrij te zijn?
Britt: Maar ik wil dat het nu eens duidelijk wordt dat Mark niets van doen had met die drugs, en ik wil eindelijk weten wie de moordenaar is. Ik moet het weten voor dat ik rust heb in mijn leven.
Nadine: Maar ik ga je wel in de gaten houden mevrouw Michiels. Als ik denk dat het je teveel wordt dan stuur ik je direct naar huis. Ik kan niet nog meer zieke mensen hier rond hebben lopen. Maak maar wat minder uren dan op de dag. Zorg dat je voldoende slaapt en kom hier niet voor tien uur. Oké?
Britt: (met enige tegenzin) Oké.
Nadine: Maar nog iets. Wat was dat met het Intern Toezicht op eerste kerstdag? Jij je wapen verspeeld en er is direct mee geschoten?
Britt: Die vent had een honkbalknuppel op mijn keel gedrukt en ik moest mijn handen vrij zien te krijgen of hij had me dood gedrukt. Ik heb echt niet kunnen voorzien dat die vrouw dat wapen op zou pakken, anders .....
Nadine: Het komt wel goed Britt. Ik heb Peter ook al gevraagd en die zegt ook dat je geen andere keuze had.
Britt: Maar die Guy van de IT had zwaar de pee in dat hij met kerst moet werken en nu denk ik dat hij een persoonlijke vete tegen mij uitwerkt.
Nadine: Dat kan hij niet doen, dat mag niet. Daarmee zou hij de integriteit van de IT te grabbel gooien. Ik verwacht pas na de oud en nieuw dat dat rapport bij de hoofdcommissaris en bij mij binnenkomt. Laat je er niet door van de wijs brengen. Houd je hoofd koel en laat het niet je oordeelvermogen beďnvloeden. Als ik dat merk zal ik je zelf,  voor je eigen bestwil, op non-actief moeten zetten.
Britt: Is goed. Ik zal me rustig houden en doen wat er van me gevraagd word. Zal nu maar eens wat van die verslagen wegwerken.
En zo zet Britt zich aan het werk. Het wil niet echt vlotten want haar gedachten dwalen steeds af naar Danny en naar die Fernando.
Sel nodigt haar tussen de middag uit voor de lunch in de Combi maar het valt hem op dat Britt voor haar doen erg stil is.
Sel: Is er iets Britt, je bent zo stil?
Brit: Nee hoor, beetje moe en nu met Tony ziek werk ik extra, maar dat maakt niet uit want Dorien is toch op vakantie.
Sel: Maar als je ziek bent moet je niet gaan werken.
Britt: (een beetje knorrig) Maar ik ben niet ziek!
Sel: Sorry, maar ik maakte me ongerust.
Britt: Dank je voor je bezorgdheid, maar Nadine houd me ook al in de gaten en daar wordt ik zo nerveus van. Zullen we maar terug gaan, dan kan ik me met mijn werk bezighouden en ben ik jou niet meer tot last.
Sel: Je bent me nooit tot last Britt, en dat weet je.
Britt: Dank je Sel.
 
Weer terug aan haar desk krijgt ze telefoon van Tony. Die voelt zich met de dag beter worden en wil graag na het werk even bij Britt aankomen, maar Britt herinnerd haar eraan dat ze van de dokter nog een week op bed moet blijven.
Tony: De pot op met die dokter. Ik wil mijn partner zien.
Britt: Dan kom ik naar jou. Bij mij in huis is het toch veel te stil. Ik zie je rond half zeven.
Moet ik nog wat voor je meenemen? Boodschappen, een leuk boek of misschien een video?
Tony: Neem vooral jezelf mee, want ik heb je gemist.
Britt: Doe ik, tot dan.
En dan gaat ze weer aan het dossiers doorspitten.
Een uurtje later komt Nadine haar al weer roepen: overval bij de bioscoop aan het Ter Platen. Britt gaat er met Sel heen. Niet vanwege de overval, maar het is voor hun een routineklus en dus zijn ze met een uurtje al weer binnen, met een goede beschrijving van de dader, en nog mooier: met de dader zelf, die nog op de parkeerplaats rondliep omdat hij niet wist waar hij heen moest gaan met het geld.
Nadine: Je moet wel vaak naar buiten, maar ik heb je nog niet met lege handen binnen zien komen. Je doet het goed.
Britt: Dank je Nadine. Denk je dat ik rond zes uur weg kan? Ik ga vanavond even bij Tony langs en zou nog wat boodschappen voor haar gaan halen.
Nadine: Dan ga je nu maar. Sel kan dat PV wel doen, dan heb jij ruim de tijd voor de boodschappen en misschien kun je nog even een slaapje doen voor dat je gaat. En wens Tony beterschap van ons.
Britt: Meent u dat? Mag ik nu al weg?(ongelovig)Het is nog maar vier uur.
Nadine: Jij hebt het toch niet met je oren? (lachend)
Britt: Nogmaals bedankt, en tot morgen.
Nadine: Tien uur, op zijn vroegst.
 
Britt loopt op weg naar huis langs de supermarkt en haalt wat algemene boodschappen voor Tony zoals brood en beleg en natuurlijk melk en fruit. Ook een bloemetje mag niet ontbreken bij een zieke, en als speciaal cadeau koopt ze het boek  "De donkere Kamers"  van Jeroen Brouwer. Dat is een mooie dikke pil en daar zal Tony wel even zoet mee zijn als ze nog thuis moet blijven.
Dan snel naar huis waar ze met alle liefde Nadine's advies opvolgt en even een hazenslaapje doet.
Als ze om half zeven haar huis verlaat word ze ineens van achter vast gegrepen en word er een hand over haar mond gelegd zodat ze niet kan schreeuwen.
Fernando: Jij je werk gedaan?
Britt knikt heftig van ja.
Fernando: Waar is moordenaar?
Britt: (door de hand heen pratend) Die heb ik nog niet gevonden.
Dan laat Fernando zachtjes zijn hand voor Britts mond zakken maar legt zijn hand op haar keel zodat ze het wel na laat om te gaan schreeuwen.
Britt:We hebben hem bijna. Vandaag of morgen hebben we voldoende informatie om hem op te pakken. Ik zweer het je.
Fernando laat zijn mes weer aan Britt zien en hij voelt dat ze heel bang is.
Dan geeft hij haar een duw zodat ze weer languit valt en zelf rent hij zo snel mogelijk weg.
Moeizaam krabbelt Britt overeind en hijst zich de wagen in. Het is nog steeds glad maar voorlopig heeft Britt voldoende sneeuw van dichtbij gezien.
Als ze bij Tony aankomt, zit die huilend op de bank.
Britt: Amai Tony, wat is er?
Tony: Yvette.
Britt: Wat is er met Yvette?
Tony: Het opvanghuis belde net. Ze had ook een longontsteking opgelopen en is naar het ziekenhuis gebracht en daar is ze vanmiddag overleden.
Britt: Wat naar voor jou. Je had zo je best gedaan voor haar. (en ze neemt Tony in de armen om haar te troosten)
Tony: Ik probeer mezelf wijs te maken dat ze weer bij haar man en haar kindje is, maar ik vind het zo rot dat dat op deze manier moest gebeuren.
Britt: Ik hoop dat ze samen weer gelukkig zullen worden. Jij deed wat je menselijker wijs kon doen: jij hebt gezorgd dat ze weer een beetje mens werd, en dat ze met de kerst onder mensen is geweest die goed zijn.
Na een poosje stilte begint Britt de tas uit te pakken en strompelt door de keuken.
Tony: Nog steeds last van je knieën?
Britt: Ben weer uitgegleden en erop gevallen. Zo krijg ik misschien nog een kunstknie voor ik vijfendertig word.
Tony: Laat eens zien?
Britt: Nee, het gaat wel.
Tony: Ik bijt niet hoor.
Britt: Vooruit dan.
En als ze haar broekspijpen opstroopt schrikt ze zelf ook wel wat. Weer een heleboel bloed maar van alle valpartijen de laatste dagen waren de knieën ook behoorlijk blauw geworden. Het verbaasde Tony dat Britt niet meer pijn aan gaf.
Tony: Dat moet toch hartstikke pijn doen?
Britt: Door die kou voel je niet zo gauw pijn. En het gaat wel hoor. Heb je even wat jodium? Dan maak ik het schoon en komt het wel goed.
Tony: Nu mag jij gaan zitten en zal ik eens  voor mijn partner zorgen.
En met een voor Tony ongekende zorgzaamheid reinigt en verbind ze Britt haar knieën.
Britt: Dank je wel Tony. Ik had nog een klein cadeautje voor je mee genomen voor als je niet kunt slapen en je verveelt. Alsjeblieft.
Tony: Voor mij? Maar ik heb niets voor jou.
Britt: Hoeft ook niet. Jij bent ziek en zit je hier te vervelen.
Tony: En wie doet mijn dienst met oud en nieuw?
Britt: Dat lost Nadine op.
Tony: BRITT???
Britt:Ja, ik zit me anders toch maar nerveus te maken en alleen te zijn.
Tony: Shit! Het is de nacht dat Mark.... Vier jaar geleden nu al, is het niet?
Britt: (met vochtige ogen) Ja, vier jaar al weer. Het voelt of hij pas vanmiddag weg is gegaan. Ik mis hem zoveel dat ik hem soms heel dicht bij me voel. Is dat niet raar Tony?
Tony: Nee Britt. Als je zoveel van iemand houd en die verlies je, dan is het helemaal
niet raar dat je die persoon heel erg mist.
Ik wilde dat ik wat voor je kon doen. Je verdriet delen of zo.
Britt: Jij helpt mij al Tony. Jij durft er over te praten. Ik hoef het niet weg te stoppen en jij wordt niet bang of verlegen als ik erom moet huilen.
Tony slaat haar armen om Britt heen en probeert zo een veilige haven te creëren voor Britt waarin ze zich eens lekker kan laten gaan en een hele partij begint te janken.
Na een half uurtje is Britt kapot en ligt bijna in Tony's armen te slapen. Die legt haar op de bank en legt een plaid over haar heen, terwijl ze zelf in de keuken verder gaat de tas uitpakken en een kop koffie maakt.
Op het aroma van de koffie wordt Britt weer wakker en kijkt met een tevreden glimlach naar Tony.
Britt: Weet je Tony dat je een schat van een mens bent en een dijk van een vriendin?
Tony: Ik wordt verlegen.
Britt: Hoeft toch niet. (glimlachend)
Tony: Ach... (glimlachend) Gaat het al wat beter met je? (vriendelijk)
Britt: Ja... Bedankt... (glimlachend)
 
Plots gaat Britt's mobiel af... Fernando...
Britt: Wat wil je van mij?
Tony: Britt. wat is er? Je ziet ineens zo wit.
Britt: Ik ben moe, ik ga naar huis. Kom ik morgen nog even langs?
Tony: Echt alles goed met je? (als ze merkt dat Britt toch wel wat overhaast weggaat)
Britt: Ja, hoor tot morgen.
 
In de auto moet Britt even zichzelf hervinden. Dan gaat weer haar mobiel.
Fernando: Jij komen nu naar Flanders Expo. NU.
Britt: Ik kom, ik kom.
 
Na een half uurtje ploeteren geraakt Britt op de parkeerplaats van het Flanders Expo maar ziet niets of niemand. Omdat het zo koud is blijft ze in de wagen zitten. Ze is doodsbang. Helemaal alleen hier buiten af, niemand te zien en dan zo'n oproep van iemand die misschien niet eens te vertrouwen is. Meer dan een half uur heeft ze zitten wachten als ze zich heel unheimisch begint te voelen, alsof ze bespioneerd word. Ze probeert in het donker iets te ontwaren maar ziet gewoon geen hand voor ogen. Plots gaat weer haar telefoon en ze schrikt zich wezenloos.
Britt: Ja, Michiels hier?
Nadine: Britt, je moet komen. Sorry van je vrije avond.
Britt: Waar moet ik komen?
Nadine:Bij de elektriciteitscentrale aan het Dok Zuid.
Britt: Ik kom zo snel mogelijk, ongeveer een half uur.
 
Daar aangekomen is er voor dit uur van de avond al heel wat volk aanwezig.
Nadine vangt Britt op.
Nadine: Zwaar gewonde man, messteken in zijn buik, nog nauwelijks bij bewustzijn. Hij vraagt naar jou maar wilde zijn naam niet zeggen.
Als Britt er heen loopt ziet ze tot haar verbazing dat het Fernando is die met een van pijn vertrokken gezicht een hand stevig op zijn buik drukt. Ondanks de pijn wil hij Brit spreken en met zijn vrije hand grijpt hij Britt heel strak bij de kraag van haar jas, en, jawel, weer gaat Britt onderuit op haar knieën.
Fernando: Zelfde man als dood jou man. Danny.
Britt: Welke Danny?
Fernando: Hij  mij zoeken en steken zo ik niet kan praten. Dokter mij helpen en ik aan wijzen. Helpen mij.
Britt: (een hand op Fernando's schouder leggend) Wij zullen je helpen. Ik heb jou nodig, jij moet mij ook helpen.
En daarna wordt Fernando naar het ziekenhuis gebracht en geopereerd. Britt hoop echt dat hij er door komt want deze man heeft de sleutel  voor de moord op Mark. Zelf wil ze in het ziekenhuis wachten op het resultaat van de operatie maar Nadine stuurt haar naar huis. Ze zet Ben en Sel op wacht in het ziekenhuis en zorgt er zelf persoonlijk voor dat Britt naar haar huis gaat.
Nadine: Verplichte nachtrust. Morgenochtend om tien uur spreek ik je op mijn kantoor.
 
Maar die nacht is een hel voor Britt. Er spookt van alles door haar hoofd. Morgen is het de sterfdag van Mark en ze heeft het er heel moeilijk mee. Voor het eerst dat ze ook werkelijk alleen is in de nieuwjaarsnacht. Ze heeft zich wel vaker alleen gevoeld maar nu is het allemaal anders.
In die korte slaapjes die ze heeft droomt ze veel. Ze ziet dat Mark wordt neergestoken, en dat hij haar naam roept om hem te helpen; later lijkt het of ze naar zichzelf kijkt terwijl ze opgebaard ligt in een doodskist; dan ziet ze vanuit de kist het behuilde gezicht van Dorien en Johan, en achter hem ziet ze ook Mark weer staan.
Helemaal in paniek wordt ze wakker, ze ligt erbarmelijk te huilen en te roepen om Mark. Ze heeft pijn, zielsveel pijn en kan dat met niemand delen.
" Ik ga kapot als dit zo doorgaat. Oh, God help me, ik kan niet meer. Alles wat me lief was is me afgenomen. Het doet zo'n pijn, ik kan niet meer".
En meer huilend dan slapend komt Britt de nacht door.
Compleet geradbraakt wordt ze anderdaags tegen negen uur wakker. Haar hoofd staat op springen, zo'n hoofdpijn heeft ze. Als ze in de spiegel kijkt schrikt ze van zichzelf. Donkere kringen om haar ogen, haar ogen roodbehuild, en haar gezicht is inwit. Na het douchen probeert ze een en ander te camoufleren met make-up. Ze moet het wel drie keer overnieuw doen voor ze er zelf een beetje tevreden mee is.
Zoals afgesproken komt ze om tien uur bij Nadine in het kantoor.
Nadine: Die Fernando gaat het gelukkig halen. Hij heeft aangifte gedaan van een overal op hem en is bereid de dader aan te wijzen. Een probleem: We hebben geen verdachten.
Britt: Heeft hij namen genoemd?
Nadine: De jouwe. Meer niet. Zal het met die Danny te maken hebben?
Britt: Het lijkt me heel sterk. Danny was toen ook bij de Rijkswacht. Hij was er bij toen Mark is ..………….
Nadine: Rustig maar Britt. Ik weet dat het vandaag is, en dat je het moeilijk hebt. Neem rustig de tijd.
Britt: Danny kwam net naar buiten lopen toen het gebeurt is en zag Mark op de grond liggen,  hij heeft hem nog in zijn armen genomen en daar is Mark gestorven.
Nu staat Nadine op en loopt op Britt toe en legt begrijpend een hand op haar schouder.
Britt heeft het niet meer en begint te huilen.
En Nadine laat haar rustig haar gang gaan. Dit is voor Britt een hele moeilijke dag, en ze zit daarbij ook nog eens in de positie dat juist nu de mogelijke dader weer in de picture komt en dat alles bij elkaar is gewoon teveel voor Britt.
Nadine: Gaat het wel  Britt, of wil je liever naar huis?
Brit: Alsjeblieft stuur me nu niet weg (half huilend). Ik moet hier mee door gaan.
Nadine: Ga je even mee naar de Combi, daar drinken we even een koffie en nemen een broodje. Even hier weg en er tussenuit zal je goed doen.
Maar in de Combi krijgt Britt geen hap door de keel.Het zit haar allemaal zo hoog.
Tegen drie uur vraagt ze toch maar aan Nadine of ze weg mag. Ze kan niet meer. Voor haar geen gelukkig nieuwjaar, niet met al deze pijnen .
Ze zal nog even bij Tony langs zoals afgesproken en wil zich dan even helemaal van de wereld terugtrekken en alleen zijn met haar verdriet en haar eenzaamheid.
Tony voelt gewoon aan Britt dat die met iets heel zwaars zit maar Britt wil niets lossen.
Na een uurtje gaat Britt maar weer weg.
Tony: Britt het doet me pijn jou zo te zien met je verdriet, maar beloof me alsjeblieft dat je belt of komt als het niet gaat. Ik wil je zo graag helpen.
Britt: Dank je Tony, maar ik moet nu gewoon even alleen zijn.
En als Britt de deur uit wil lopen neemt Tony haar even in de armen en geeft haar een lange en warme knuffel.
Britt: Dank je wel Tony, voor je vriendschap.
Tony: Vanzelfsprekend.
 
Als Britt net thuis is gaat haar deurbel.
Britt: Danny?? Ik dacht dat jij weer weg was gegaan. Je had zoveel haast de vorige keer.
Danny: Ik was bang voor mijn gevoelens, wist niet wat te doen, maar het is vandaag Mark's sterfdag en ik wilde graag bij je zijn.
Britt: Ik denk niet dat ik dat aan kan.
Danny; Alsjeblieft Britt, we hebben samen zoveel meegemaakt.
En naarmate de avond verstrijkt werkt Danny zich steeds meer op aan Britt. Die weet niet goed wat te doen met de situatie maar heeft ook weinig kracht om zich te verzetten, en ineens begint Danny haar te zoenen, maar als ze zich los wil werken houd hij haar stevig in zijn greep.
Britt: Danny, niet doen. Je doet me pijn. Ik heb een andere vriend, dit kan gewoon niet.
Danny: Maar ik wil jou. Ik ben verliefd op jou. Mark zou gewild hebben dat ik voor je ging zorgen als hij er niet meer was.
Britt: Wat weet jij dat er gebeurt is die nacht Danny? Jij was er bij. Er groeien steeds meer verdenkingen tegen jou.
Danny: Ach, ze weten toch niets.
Britt: Jij hebt het gedaan ???(super ongelovig)
Danny: Mark zou me gaan verraden. Hij had me gezien. Ik kon dat niet laten gebeuren.
Britt: Laat me los Danny. Ga weg. Ik haat je, ik haat je.
Maar Danny had haar nog steeds stevig vast en Britt kon geen kant op toen hij haar weer begon te zoenen en zijn tong in haar mond duwde. Britt moest kokhalzen van misselijkheid. De gedachte dat de moordenaar van haar man haar hier probeerde te verkrachten.....
Nog maar net had deze gedachte zich aan haar geopenbaard of Danny begon de kleding van Brit los te maken,  duidelijk met de intentie om met haar te vrijen.
Hysterisch gilde Britt door het huis heen, maar er was niemand die het hoorde en er was niemand die haar kon helpen.
Danny: Nu ben je van mij. Mark zou dat willen.
Britt: Maar ik wil dat niet. Jij hebt Mark vermoord !!!
En Britt begon nu op Danny in te slaan maar hij was veel sterker en met een stevige slag lag Britt bewusteloos op de bank.
Danny begon enigszins in paniek te raken en wist even niet wat te doen. Hij begon aan Britt te schudden om haar weer bij te krijgen. Na een poosje kwam Britt weer langzaam bij en raakte weer in paniek toen ze Danny weer zag.
Britt: Laat me gaan, ik wil hier weg.
Danny: Dat kan maar op een manier.
En toen trok hij een mes tevoorschijn.
Danny: Ken je dit mes?? Het is het mes wat Mark heeft gedood. Als je dan toch zo graag bij hem wilt zijn zal ik je wel helpen. Ik laat me niet door jou in het gevang stoppen. Nooit zal ik in het gevang komen. Schiet me maar kapot, maar nooit in het gevang. Je weet wat ze daar doen met agenten, toch? Dat heb je toch ook gezien bij Raoul?
Britt: Die was smerig. Zat in de drugs en nam smeergeld aan.
Danny: Kop houden. Ik wil het niet horen.
Britt: Maar toch is het zo.
Danny: Kop houden Britt, voor ik mijn geduld verlies.
Britt: Ik laat me er door jou niet onder krijgen.
Wat er toen gebeurde ging zo snel, dat niemand meer echt begreep hoe het was gegaan.
Danny haalde uit met zijn mes en stak Britt hard en diep in de buik.
Er klonk één hard schot.
Danny viel achterover.
Er was overal bloed.
En toen was het ineens stil.
 
Britt bloedde hevig in haar buik en dreigde in shock te raken. Het zweet parelde op haar gezicht. Ze zag de dood in ogen en voelde dat Mark dichtbij was.
Tony zat huilend naast haar op de grond, onder het bloed van Britt waar ze probeerde de buikwond dicht te drukken.
Tony: Brittje,  niet gaan. Alsjeblieft niet gaan. Je moet hier blijven. We hebben hem. Het is over. Mark heeft rust,  maar laat ons hier niet achter.
Het duurde een kwartier eer de ambulance er was.
Nadine liep zenuwachtig door de flat van Britt. Er waren al drie patrouillewagens gekomen en iedereen zat te zoeken om iets te doen of te zeggen.
Danny was dodelijk getroffen door een kogel, maar niet duidelijk was door wiens kogel.
 
Toen Britt bij Tony weg was gegaan had Tony zich heel onprettig gevoeld. Over een uur had ze lopen dubben wat te doen en ten lange leste had ze Nadine gebeld en die uitgelegd waar ze bang voor was.
Daarop waren ze samen naar Britt's huis gereden maar die had al niet gereageerd op de bel of op het aankloppen.
Toen ze Britt hoorden roepen hadden ze de deur geforceerd en de situatie van Danny tegenover Britt aangetroffen.
Noch Nadine, noch Tony hadden precies door wat er zich afspeelde, maar beiden wisten ze dat het goed mis was.
Ze hadden hun wapens getrokken en gewaarschuwd dat te zullen gebruiken als hij Britt niet los liet, maar er was geen reactie van Danny gekomen. Ook niet op de tweede aanmaning. En toen hij zijn mes in Britt haar buik stootte was er eenmaal geschoten. Eénmaal. Maar wel eenmaal goed.
Danny was niet meer.
 
Nadine ontfermde zich over een overstuur geraakte Tony en probeerde die een beetje schoon te wassen van het bloed. De technische recherche was bezig met sporen onderzoek in het huis. De wapens van Nadine en Tony werden onderzocht. Hun vingerafdrukken werden genomen en er werd gezocht naar kruidsporen op hun handen.
Tony zag alles in een waas aan zich voorbij gaan.
Aan de wapens was te zien dat Tony het fatale schot gelost had. Ofwel ze Britt met alles wilde beschermen wat ze had, had ze in haar hele carričre bij de politie, nu al zo'n 9 jaar, nog nooit iemand dodelijk verwond.
Nadine: Ik ga met jou ook even naar het ziekenhuis Tony. Je moet ook even een dokter zien. Ik denk dat je in een shock verkeerd.
Tony: Ik wil naar Britt. Laat me naar haar toe gaan. Hij heeft haar gestoken omdat ik op hem heb geschoten.
Nadine: Dat is niet waar Tony, hij heeft haar aangevallen en jij hebt Britt verdedigt. Je kon niet anders. Als je langer had getwijfeld had hij haar misschien wel vermoord.
Tony: Dat mag je niet zeggen Nadine (en nu begon Tony weer heel hard te huilen)
 
In het ziekenhuis kreeg Tony een sedativum gespoten en viel daarop kort in slaap. Nadine bleef aan haar zijde zitten, zodat ze niet alleen was als ze wakker zou worden.
Britt werd op dat zelfde moment klaar gemaakt voor een grote buikoperatie.
Ze had dan maar een messteek opgelopen maar dat had toch veel schade aangebracht.
Britt had veel bloed verloren en verkeerde ook in een shock.
De uren van wachten begonnen weer.
Af en toe werd Tony een beetje wakker maar viel ook zo weer weg.
Tegen vier uur die nacht kwam de arts bij Nadine dat Britt uit haar operatie was en nu op de intensieve lag. Of ze even mee wilde komen?
 
Met knikkende knieën volgde Nadine de arts en kreeg de tranen in haar ogen toen ze Britt, net zo wit als het laken tussen al die machines zag liggen. Ze werd beademd, want door de pijn kon ze dat zelf niet goed genoeg. Een slang via haar neus naar de maag zorgde ervoor dat het maagsap werd weggezogen zodat dat niet in de longen kon lopen. Ze had twee infusen: een met heldere vloeistof om haar volume aan te vullen, en een bloedtransfusie, waarbij nu al de 6e zak bloed aanhing.
Britt had veel bloed verloren door de inwendige verwondingen. Het mes was heel diep in haar buik doorgedrongen en had de dikke darm, de dunne darm, haar lever en haar rechter nier beschadigt. Het was kantje boord geweest, en nog was het wachten hoe de nacht zou verlopen, maar de artsen hadden redelijke hoop dat het goed zou komen.
Nadine sloot haar ogen en liet het hele gebeuren aan zich voorbij trekken.
Ze kon er gewoon niet bij dat uitgerekend Britt dit moest overkomen in de nacht waarin haar man vier jaar eerder ook vermoord was. Door dezelfde man, en door hetzelfde wapen.
Tony moest de nacht ter observatie blijven.
Britt werd op de intensieve heel goed in de gaten gehouden en Nadine ging zwaar aangeslagen naar huis en probeerde om de dag van zich af te zetten,  wat haar bijna niet lukte.
 
Op de ochtend van de nieuwjaarsdag werd ze opgebeld vanuit het ziekenhuis. Ze schrok want ze was bang dat er wat mis was met Britt maar het bleek de zuster te zijn van de afdeling van Tony. Die had een goede nacht gehad en mocht naar huis en wilde graag dat Nadine haar kwam ophalen.
 
Tony: Is het heel erg met Britt, Nadine?
Nadine: Ja, hij heeft heel diep doorgestoken en er is veel schade. De artsen zijn lang aan het opereren geweest maar ze denken dat ze het wel haalt.
Tony: Ik wil haar eerst zien voor ik hier weg ga.
Nadine: We zullen samen gaan en dan zal ik de dokter vragen of we bij haar kunnen.
Arts: Mevrouw MIchiels heeft een naar omstandigheden rustige nacht gehad. Ze heeft nog drie bloedconserven gehad, maar alle inwendige bloedingen hebben we kunnen hechten dus ze verliest geen bloed meer. Haar hartslag en bloeddruk zijn ook goed. Wel heeft ze nog heel veel pijn. Ze begint net een beetje bij te komen, maar als u probeert rustig te blijven kunt u even naar haar toe,
 
Tony ziet haar partner en vriendin lijkwit op het bed liggen en krijgt spontaan de tranen in haar ogen. Nadine legt troostend een arm om Tony heen.
Tony: Lieve Britt, ik wilde dat ik dit ongedaan kon maken. Het spijt me dat ik je niet op tijd heb kunnen helpen, maar wordt alsjeblieft weer beter. Ik wil je niet kwijt.
Britt knippert voorzichtig met de ogen. Ze voelt dat haar keel pijn doet door de beademingsslang maar wil toch wat zeggen.
Tony: Rustig maar, je kunt nu niet praten. Wil je schrijven?
Britt knikt heel voorzichtig en Tony pakt een pen van de zuster af en een blad papier uit het dossier.
Langzaam en met trillende handen schrijft Britt:  D O R I E N .
Tony: Dorien is in orde. Die is nog met Johan op vakantie. Morgen komen ze terug, morgen op twee januari. Dan heb je je geliefden weer bij je.
Volgende woord: MARK
Tony: Het was de moordenaar van Mark. Hij had het gedaan en wilde niet dat jij hem aan zou geven.
Dan heeft Britt haar ogen helemaal open en ziet Tony de tranen in haar ogen komen. Ze bukt zich voorover en kust Britt op haar voorhoofd.
Tony: Volhouden meid. Het is nu over. Mark krijgt zijn rust, en jij nu ook.  Je kunt je leven weer oppakken. Rust nu maar uit, dan kom ik morgen weer bij je.
 
Britt: W.........ach.......t............... (door de pijn heen)
Weer schrijft Britt een woord op, maar dit keer is een hulpkreet : HELP ME!!!!!!!!!!!!!!!!!
Nadine: We gaan je zo goed mogelijk helpen, liefje. Wil je dat ik Johan opbel om hem nu meteen te laten terugkomen? (vriendelijk/geruststellend)
Het volgende woord volgt : JAAAAAA!!!!!!!!!!!!!!!!!
Tony: Ga jij hem opbellen? Dan blijf ik nog even bij Britt...
Nadine: Oké...
 
Terwijl Vanbruane gaat bellen, praat Tony rustig tegen Britt, die af en toe voorzichtig knikt, ten teken dat ze nog luistert...
Na een kwartiertje komt Vanbruane terug binnengelopen.
Tony: En? (nieuwsgierig)
Ook Britt kijkt op...
Nadine: Johan komt er meteen aan met de kinderen. Binnen ongeveer anderhalf uur zijn ze hier.
Weer volgt een woord van Britt : Blijven jullie bij me?
 
Britt gebaard dat er een dokter moet komen. Ze heeft heel veel last van de tube in haar keel. Het doet pijn en ze kan niet praten.
Arts: Maar u heeft die ademhalingsondersteuning nog nodig.
Britt schud voorzichtig dat ze dat niet nodig heeft en krijgt weer tranen in haar ogen.
Arts: Oké, dan zal ik de tube verwijderen. Ook dat zal pijn doen, maar eens moet die er toch uit. Ik ga de machine afzetten en even horen of u uw longen goed vol lucht kan krijgen. Als dat lukt haal ik de slang weg. Probeer rustig, maar wel diep door te ademen.
Tony ziet de angst in Britt haar ogen en geeft haar stevig een hand.
Tony: Kalm maar Britt. Het gaat wel goed komen nu.
Als blijkt dat Britt voldoende goed kan doorademen haalt de arts de tube uit en moet Britt vreselijk hoesten door de prikkel die het uithalen opwekt in haar keel. Ze gilt het uit van de pijn, want door het hoesten komt er veel druk op haar buik en de operatie wond.
Direct ook komt de zuster met een pijnstiller en spuit die in het infuus bij. Al snel werkt het en zakken Britt haar ogen weer dicht.
 
Tony en Nadine gaan naar de gang en wachten daar de komst van Johan af.
Rond twee uur in de middag komt hij, behoorlijk opgejaagd, want hij had in een keer doorgereden vanuit zijn vakantieadres naar hier. De kinderen waren ook bij hem en zagen er ook aangeslagen uit. Johan had hen niet meer kunnen vertellen dan dat Britt gewond was geraakt maar de onzekerheid over haar toestand maakte dat de kinderen erg angstig waren.
Nadine nam de kinderen onder haar hoede en troonde ze mee naar de kantine waar ze ze even wat te drinken aanbood.
Tony ging samen met Johan weer naar Britt, die nu weer wat bijkwam.
Johan: Liefje, hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat is er eigenlijk gebeurt? Heb je veel pijn?
Britt: Veel  ... pij  ....n.
Johan: Laat me je helpen. Ik wil er voor je zijn.
Tony: Johan, wil je even meelopen naar de gang?
 
Daarbuiten verteld Tony wat zij weet wat er is voorgevallen. Dat Britt ondanks haar griep door bleef werken en voor haar zorgde toen zij die longontsteking had. Dat ze zich niet wilde laten kennen en dat ze niets gezegd had wat er bezig was, namelijk dat ze door die Fernando benaderd was met informatie over de vermeende moordenaar van Mark.
Britt kon bijna  niet met het verdriet omgaan en stortte zich helemaal op haar werk. En toen ineens had Danny bij haar op de stoep gestaan en mooie praatjes gehouden.
Maar al snel had hij zich ontpopt als een ware psychopaat, maar toen was het dan ook bijna goed misgegaan.
Tony: Nadat ze op oudejaarsmiddag bij me was geweest bleef ik met een heel raar gevoel zitten. Ik wist niet wat ik er van moest denken of er mee aan moest. Toen heb ik Nadine gebeld en de hele situatie uitgelegd. En toen we naar Britt haar huis gingen werd ik van binnen heel bang. Ze deed niet open en ineens hoorden we haar roepen en toen hebben we de deur ingetrapt.
Nou, en toen... en toen.... (maar verder komt ze niet, want haar gemoed schiet vol en ze krijgt een geweldige huilbui.)
Johan neemt haar in zijn armen om haar te kalmeren.
Als Tony na een poosje weer wat rustiger wordt wil ze ook het laatste nog aan Johan vertellen.
Tony: Toen wij binnen kwamen had hij Britt heel stevig vast en zwaaide met dat mes en schreeuwde tegen haar dat ze dan wel weer naar Mark kon gaan en zomaar in eens, beng, slaat hij dat mes in haar.
Johan: Die Danny moeten ze vermoorden als ze hem tegen komen.
(luid en geëmotioneerd schreeuwend)
Tony: Hij is al dood. (even wachtend) Ik heb hem met één schot dood gemaakt.  (en zuchtend laat ze zich op een stoel zakken)
Johan: Echt??? Jij hebt mijn Britt uit de klauwen van die smerige psychopaat gered?? Tony, ik zal je eeuwig dankbaar blijven. Kom eens hier (en dan neemt hij Tony van de stoel en drukt haar heel stevig tegen zich aan en zoent haar midden op de mond)
Johan: Sorry Tony dat ik dit doe maar ik ben zo blij dat jij er was en je verstand hebt gebruikt. Als Britt .... ik weet niet wat ik dan zou hebben gedaan.
Tony: Het gaat wel goed komen zegt de dokter. Britt is heel sterk. Ik hoop echt dat ze nu eindelijk los kan laten, nu ze weet wie Mark  ...... Maar dat het zijn beste vriend was? Zo'n verrader, en dan ook nog proberen om je weer binnen te vleien. Ik wordt ziek als ik er aan denk.
Britt heeft beter verdient dan dat. Johan, wees alsjeblieft heel lief voor Britt. Ze heeft je nodig. Laat haar voelen dat je er nog steeds voor haar bent. Het doet mij enorm pijn om te zien dat zij zo moet lijden.
Johan: Ik zal er zijn voor Britt en Dorien. Tony, wil je nog even komen zitten, ik moet je iets heel serieus vragen.
Tony: Wat is er Johan? Toch niets ernstigs hoop ik?
Johan: Nee Tony, eigenlijk is het heel leuk, maar ik weet niet of ik er goed aan doe. Kijk eens (en hij haalt een klein doosjes uit zijn jas en laat het geopend aan Tony zien)
Tony: Is dat .........?????
Johan: Ja, toen ik bij mijn ouders was en over Britt vertelde werd ik me zo bewust dat ik zo verliefd op Britt ben dat ik met haar mijn verdere leven door wil maken. Ik wil haar vragen of ze mijn vrouw wil worden. Denk je dat ze dat aan durft als ik het haar zou vragen? Ik ben zo bang dat ze niet durft. En helemaal nu, nu ze dit alles heeft meegemaakt.
Tony: Johan, ga ervoor, daar in die kamer ligt ze. Vertel haar wat je mij net hebt verteld.
Johan: Ik wil graag dat jij meegaat om Britt bij te staan als het niet goed gaat.
Tony: Het gaat wel goed, maar ik ga heel graag met je mee, je bent immers van plan om mijn partner te schaken.
Johan: Jou partner bij de Flikken, verder hoop ik dat ze mijn partner, mijn maatje wil worden, door dik en dun.
Tony: Dan moet je gaan en haar vragen en niet hier blijven rondlummelen.
 
Schoorvoetend loopt Johan weer naar binnen en ziet tot zijn schrik dat Britt niet meer op har plaats ligt. In paniek begint hij om haar te roepen.
Zuster: Kalm maar, nu ze van de beademing af is en het weer wat beter gaat is ze overgeplaatst naar de afdeling chirurgie. Wij kunnen hier binnendoor, dus u zult het niet gezien hebben maar ze is oké.
Johan: Zij is zeker oké.
Zuster: Ik zal u even brengen, want ik moet nog wat wegbrengen van haar dat hier is blijven liggen. Het zijn de sierraden die mevrouw Michiels om had toen ze binnen kwam. U mag ze ook wel meenemen?
Johan: Ja, geeft u maar, dan zal ik ze haar terug gegeven.
 
Op de afdeling chirurgie ziet Johan dat Britt er weer iets beter uitziet. De hoofdsteun van het bed is heel iets omhoog gezet, zodat Britt wat makkelijker kan ademen. Ze praat nog wel met schorre stem en dat komt door zowel de tube die erin heeft gezeten als ook nog steeds door de griep en verkoudheid die ze heeft.
Nu ziet Johan ook dat Britt een dekenboog in bed heeft staan.
Johan: Britt, wat is er allemaal met je? Ik ben met rot geschrokken toen Nadine me belde. Tony heeft me een en ander verteld. Gaat het goed komen met je?
Britt: (zachtjes) Jawel, het gaat goed komen. Ze zorgen hier goed voor me, maar het belangrijkste is dat Dorien en jij en Simon weer terug zijn.
Johan: Wij zullen er altijd voor je zijn.
Britt: Oh, nee, dat was niet het belangrijkste, sorry.
En nu kijkt Johan een beetje verbaasd.
Britt: Het belangrijkste was dat Tony mij zo goed kende dat ze met haar intuďtie  op de juiste plaats op de juiste tijd was, anders had ik hier niet meer gelegen. Je hebt gehoord van Danny?
Johan: Ik heb gehoord, maar laten we het daar nu niet over hebben. Voor mij is het belangrijkste dat jij er door komt. (en dan krijgt hij van Tony een duw in zijn rug)
Britt kijkt eens van Tony naar Johan en weer terug.
Britt: (nu met bange ogen) Wat is er Tony??? (en ze pakt  Tony's hand)
Johan: (die nu heel officieel op zijn knie naast het bed gaat zitten en de andere hand van Britt neemt) Lieve Britt, ik ben zo gek met jou. Toen ik mijn ouders over jou vertelde realiseerde ik me opeens dat ik zo verliefd op je ben dat ik me geen leven meer zonder je kan voorstellen. Ik wil heel graag samen met jouw en de kinderen verder door het leven, en daarom wil ik je vragen (zoekend naar het doosje), of jij, als jij het ook wilt, of jij mijn vrouw wilt worden.  Aller  allerliefste Britt MIchiels, ik houd zoveel van je. Wil je met me trouwen???
Britt: Ik ben overdonderd. Tony weet jij hier soms meer vanaf?
Tony: Johan heeft mij gevraagd wat hier mee aan moest en toen zei ik dat hij het gewoon zelf moest vragen.
Britt: Natuurlijk Johan wil ik met je verder, samen met de kinderen. Ik hou van je. Ik denk dat ik , nu dit alles gebeurt is, en ik weet wat er met Mark gebeurt is, eindelijk dat boek dicht kan doen, en hopelijk ruimte heb voor een nieuw leven. Als jij er tenminste mee kunt leven dat ik ondanks alles, toch van Mark zal blijven houden.
Johan: Van Mark heb ik niets te vrezen. Hij heeft jou gemaakt tot de mooie en gelukkige vrouw die jij bent geworden. Ik hoop slechts dat ik daar in de buurt kan komen. Maar samen redden we het wel Britt, denk je niet?
Britt: Kom eens hier.
En dan begint ze met tranen in de ogen, van geluk EN van pijn, Johan te zoenen en lieve woordjes tegen hem te spreken.
Britt heeft het gevoel dat ze weer kan gaan leven. Hoewel ze behoorlijk beroerd te pas is gekomen heeft ze het idee dat er in haar leven een grote kuis heeft plaats gevonden, en dat er nu pas ruimte is voor nieuwe liefde en nieuw geluk.
Net dan komen ook Nadine en Simon en Dorien weer binnen.
Dorien: Mama? Hoe gaat het?
Britt: Kom eens bij me schatje, een beetje voorzichtig met mijn buik alsjeblieft.
Dorien: Wat is er met uw buik?
Britt: Ik ben gestoken.
Dorien: Door wie? Door een boef die je moest oppakken?
Brit: Nee, dat is een heel lang verhaal en daar gaan jij en ik nog echt wel een keer over praten. Kom eens hier.
En Johan zet Dorien voorzichtig naast Britt op het bed.
Britt: Heb je een leuke vakantie gehad? En waren Simon's opa en oma aardig?
Dorien: Onwijs gaaf. Ik heb geskied, en we hebben lekker met de slee gereden, en we zijn in een hele grote winkel geweest en hebben hele mooie dingen gehaald. Sorry Johan, ik mocht dat niet zeggen hč?
Johan: Is goed Dorien, jij mag het wel zeggen, maar ik denk dat je mama eerst ook wat wil zeggen.
Dorien: Wat dan mama?
Britt: Johan heeft me gevraagd of ik met hem wil trouwen, dat we samen een gezin weer gaan worden.
Dorien: (even verlegen, want ook zij denkt nog vaak aan Mark, en kan zich niet voorstellen dat iemand anders haar papa wordt)
Britt: Als jij het niet leuk vind, doe ik het niet. Ik wil dat jij gelukkig bent en blijft. Dan kunnen Johan en Simon altijd hele goede vrienden blijven.
Tony krijgt tranen in de ogen van zoveel moederliefde. Ze draait zich om en pinkt haar tranen stilletjes weg. Maar Britt had dit uiteraard al gezien.
Britt: Zeg, wat een stemming hangt hier. Ik probeer beter te worden en dan  is iedereen zo stil en zo droevig.
Dorien: Maar vergeet je papa dan ook?
Britt: Nee, lieverd.  Papa zal ik nooit vergeten, maar nu ik weet wat er allemaal is gebeurt heb ik eindelijk rust in mijn hart en kan ik papa los laten zodat hij ook rustig bij de engeltjes kan blijven  en niet steeds in mijn dromen terug hoeft te komen om mij te helpen en te beschermen. Johan wil dat helpen en beschermen  nu heel graag van hem over nemen, en ik ben zo blij en voel me gewoon heel gelukkig als Johan er is.
Dorien: En mag ik dan het bruidsmeisjes zijn ??? (dolenthousiast)
En ineens schiet iedereen in de lach, ook Britt, die ineens merkt dat lachen pijn doet als je een buikwond hebt.
Britt: Johan, je hoort het, ik heb de toestemming van mijn dochter om met jou te trouwen en wil je graag mijn jawoord geven, als je zoon tenminste akkoord ga dat ik de nieuwe vrouw in het huis wordt.
Simon: Als je nee had gezegd was ik bij papa weggelopen en bij jullie gaan wonen. Britt ik vind je hartstikke tof. Mag ik je dan mama noemen?
Britt: Ja dat mag, maar je mag ook gewoon Britt zeggen.
 
Als de arts binnen komt en deze hele volksoploop ziet gebied hij hun toch om Britt wat meer rust te gunnen,  ze is immers net van de intensieve af en dan is 5 man bezoek toch wel erg veel en erg druk.
Britt kan de man eigenlijk alleen maar gelijk geven. Ze is bekaf, maar gelijk ook zo gelukkig en voldaan.
Braaf neemt iedereen afscheid.
Iedereen, behalve Tony.
Britt: Bedankt dat je er steeds voor mij bent Tony. Jij bent heel speciaal.
Tony: Zeg, daar wordt ik verlegen van.
Britt: Maar is  toch ook zo?. Tony, wist jij echt niet van Johan?
Tony: Echt, ik zweer het je.
BRitt: Wil jij dan mijn trouwgetuige zijn?
Tony: Met alle liefde, Britt. Ik weet dat het raar klinkt, maar ik ben blij dat het nu eens goed mis is gelopen. Ik bedoel, dat je  nu weet wie Mark heeft vermoord. Shit dat het zijn beste vriend was, maar nu is het duidelijk en kun je dit hoofdstuk eindelijk afsluiten. Ik hoop,  en ik wens je alle goeds en alle liefde toe die jij hebt verdient. Ga ervoor en geniet ervan met Johan en de kinderen.
Britt: Dank je Tony.
En met een diepe zucht valt  Britt in slaap.
 
Tony blijft nog even naast haar zitten en streelt haar zachtjes over haar haren...
Tony: We zullen je helpen, Britt. (glimlachend/opgelucht dat alles goed is gekomen)
Dan staat Tony op en loopt ze weg... Ze draait zich nog even om en ziet dat Britt een glimlach op haar gezicht heeft... Een verliefde glimlach...
Tony glimlacht ook eventjes en gaat dan weg. Op de gang staan Vanbruane, Johan en de kinderen nog te wachten.
 
Tony: Zullen we?
Johan: Mag ik nog heel even naar haar toe?
Tony: Tuurlijk, ga maar. (glimlachend)
Johan opent Britt's kamerdeur en gaat weer naast haar zitten. Hij neemt haar hand stevig in de zijne...
Johan: Weet je, Britt... Ik zou je zo graag aan mijn ouders willen voorstellen... Als je weer beter bent, dan wil ik je naar mijn ouders meenemen... Dat beloof ik je. (glimlachend)
Dan verdwijnt ook Johan weer, en dan gaan ze eindelijk naar huis..
 
Dorien: Papa? (lachend)
Johan glimlacht even.
Johan: Ja, Dorien? (glimlachend/vriendelijk)
Dorien: Wat is er nu eigenlijk met mama gebeurd? (zacht)
Johan raakt hierdoor in verlegenheid en Tony springt snel bij.
Tony: Johan was er niet bij en weet ook niet alles. Ik denk dat je mama het je wel zal vertellen als ze weer wat is opgeknapt.
Dorien: Gaat dat lang duren, want ze zag er wel erg ziek uit.
Nadine: De dokter denkt dat ze over twee of drie weken wel weer thuis is. Maar dan mag ze van mij nog niet werken hoor. Ze moet eerst heel goed uitrusten.
Simon: Dank je mevrouw dat je zo lief bent voor mijn nieuwe moeder.
Nadine: Wees heel zuinig op haar Simon, ze is heel lief en heel goed.
Dorien: Daar help ik hem wel aan herinneren hoor.
Johan: Kom op jullie. We gaan naar huis.
Nadine: Johan kom je even hier?
Johan: Wat is er?
Nadine: Het huis van Britt...... Dat zag er niet uit met al dat bloed en zo. Ik heb een schoonmaakploeg laten komen en die zijn nu aan het werk. Misschien kun je met de kinderen naar jou huis gaan tot het weer schoon en droog is.
Johan: Dank je Nadine.
Iedereen loopt zo met zijn eigen gedachtes het ziekenhuis uit. Johan samen met de kinderen, Nadine al weer met haar telefoon in de aanslag omdat het werk nu eenmaal verder gaat en Tony? Ja die loopt maar wat. Die heeft heel veel aan haar hoofd en weet echt niet waar ze beginnen moet.
Nadine: Tony? Gaat het wel goed met jou?
Tony: Ik weet niet Nadine. Ik moet steeds denken aan die Danny hoe hij op Britt instak met dat mes, ik voel het nog in mijn eigen buik. En ik heb hem doodgeschoten. IK HEB DAT GEDAAN.
Nadine: Hij verdiende niet beter.
Tony: Maar IK heb iemand dood gemaakt en ik weet niet meer hoe ik mij daarover moet voelen. Ik ben zo bang Nadine.
Nadine: Waarom vraag je geen gesprek aan met de dienstpsychologe? Dan kun je erover gaan praten en het gaan verwerken. Hier moet je niet mee rond blijven lopen anders wordt je er zelf ziek van.
Tony: Misschien. (glimlachend)
Nadine: Ik hou je eraan. (lachend)
 
 
Bij Britt is alles rustig... Tot plots Fernando binnengesukkeld komt. Hij ligt in hetzelfde ziekenhuis als Britt nu ligt...
Fernando: Hij jou ook gepakt?
Britt: Ga weg jij, je maakt me bang.
Fernando: Ik helpen willen. Man gepakt?
Britt: Ja hij heeft mij gepakt en heeft me in mijn buik gestoken. Hij wilde mij dood maken net als hij Mark had dood gemaakt.
Fernando: Maar Danny man, waar is hij?
Britt: Dood. Gelukkig. ( en ze voelt een  pijnsteek in haar buik als ze zo over Danny denkt. Ooit waren ze hele goede vrienden)
Britt kan de gedachte niet aan en begint te huilen. Haar pijn wordt ook weer erger en ze vraagt of Fernando weg wil gaan.
Dan komt de zuster binnen die de noodroep van Britt beantwoord.
Zuster: U heeft gebeld?
Britt: Ik heb zo'n pijn. Mijn buik .... AAAUWWWWWW!!!!!!!!
Zuster: Mag ik eens naar het verband kijken?
Ze schrikt als ze de deken terugslaat. Het hele verband zit onder het bloed. Vlug loopt ze weg om de dokter te waarschuwen.
Bij Britt slaat de paniek toe, die heeft ook al dat bloed gezien en ze heeft heel veel pijn.
Als de arts de verbanden weg neemt ziet hij dat er opnieuw een bloeding is ontstaan.
Arts: We zullen opnieuw moeten opereren mevrouw Michiels. Ik laat de operatiekamer klaar maken en de zuster zal u voorbereiden. Tot zo dadelijk.
Britt: Willen jullie Johan bellen? Ik wil hem graag zien voor dat de dokter gaat opereren.
Zuster: Sorry geen tijd voor, we moeten u snel helpen. Als de dokter bezig gaat zal ik hem opbellen.
 
De operatie duurt langer dan de dokter verwacht had. Doordat de darmen weer waren gaan werken had zich gas opgehoopt in de darmen en daardoor waren de inwendige hechtingen geknapt en nu was de darm weer open gesprongen. Ook de nier was weer gaan bloeden en Britt verloor andermaal veel bloed en moest een transfusie ondergaan.
Ook nu ging ze voor tijdelijk naar de intensieve, maar ze had niet in de gaten dat Johan daar op haar zat te wachten. Ze voelde zich, en was, gewoon doodziek.
De hele avond en nacht liepen de zusters  en dokters om Britt haar bed heen. Dan weer om de bloeddruk te controleren, dan weer om de drains te checken, en om de temperatuur te meten of de infusen bij te stellen. Ze was een echte intensieve patiënt.
 
De volgende dag mocht ze wel weer naar de chirurgische afdeling maar nu zag ze er een stuk beroerder uit dan gisteren toen Johan en Dorien en Simon waren teruggekomen.
Ze reageerde nauwelijks op Johan die nog steeds bij haar zat en haar hand vasthield om haar vooral te laten weten dat hij er voor haar was.
Tegen de avond deed ze met veel moeite haar ogen even open en Johan zag angst en pijn. En hij kon dat niet wegnemen en dat deed hem ook pijn.
Britt haar lippen waren gesprongen van de droogte en voorzichtig deed Johan daar wat lippencrčme op om toch nog iets voor Britt te kunnen doen.
Toen kwam de dokter en die vroeg Johan even mee. Hij moest de situatie van Britt gaan uitleggen.
Arts: Mevrouw Michiels heeft een zware terugval gehad. We zijn bang voor een peritonitis; dat is een ernstige ontsteking in de buik en het kan zelfs dodelijk zijn als we niet heel op tijd ingrijpen. Die ontsteking kan veroorzaakt worden als de darmen stuk gaan en de inhoud vrij in de buik kan komen. Dat is namelijk gebeurd. Haar darm is geknapt bij de hechten omdat er zich gas had gevormd.
Ook is haar nier weer gaan bloeden. Het heeft ons veel moeite gekost dat te kunnen stoppen maar we weten nog niet of de functie van de nier goed blijft.
Johan: Maar kan ze met een nier leven?
Arts: Wel met één nier, maar haar andere nier kan het moeilijk aan door de grootte van het letsel en het bloedverlies dat ze heeft gehad, en dan heb ik het nog niet over alle medicijnen. Ze heeft die medicijnen nodig maar vaak zijn de bijwerkingen net zo beroerd als het probleem waar je het spul voor geeft.
Johan: Alsjeblieft laat haar niet dood gaan. Ik kan  niet zonder haar. Ze heeft ja gezegd toen ik vroeg of ze met me wilde trouwen. Ik houd van haar. Help haar.
Arts: Ik begrijp uw ongerustheid, maar ik verzeker u dat we alles doen wat we kunnen om haar te helpen.
 
Terwijl Britt lag te vechten voor haar leven hing er in huize van Lancker een hele sombere stemming. De kinderen waren heel erg geschrokken van de achteruitgang. Johan had niet durven vertellen dat het zo ernstig was dat Britt zou kunnen overlijden. Die gedachte kon hij zelf niet eens verdragen.
Hij schrok uit zijn overpeinzing op toen de telefoon ging en Nadine hem vroeg of hij naar het commissariaat kon komen.
Johan: Moet dat nu?
Nadine: Ik heb liever wel. Het is heel belangrijk voor Tony.
Johan: Oké dan kom ik zo.
 
Op het commissariaat zat Tony ook al huilend in het kantoor van Nadine.
Johan: Weet je het al, of is er ook iets met jou?
Tony: Wat weet ik al Johan?  Britt?? Is er wat met Britt??
Johan: Ja, ze heeft een zware terugval gehad. De darmen zijn geknapt en de nier is gaan bloeden. Ze is weer geopereerd en de dokters zijn bang voor een ontsteking in de buik. Daar kan ze van .......
Nadine: Johan, je meent het niet?
Johan: Ja ze kan dood gaan, daarom was ik ook liever niet gekomen maar je zei dat het nodig was voor Tony?
Tony: Dat is niet belangrijk,. Britt gaat voor.
Johan: Wat is er dan Tony?
Tony: Ik heb Danny neergeschoten. Hij is dood en nu moet ik mij verantwoorden voor allerlei "deskundigen".  Ik heb juridisch advies en bijstand nodig, denk ik.
Johan: En je wilt die van mij hebben?
Tony: Als jij het niet kan is dat niet erg. Jij hebt je handen vol aan de zorgen om Britt.
Johan: Misschien heb ik wat afleiding als ik me op een zaak stort. Als ik thuis zit te niksen worden de kinderen bang en haal ik mezelf alleen maar nare dingen in mijn hoofd.
Nadine: Jullie kunnen dit kantoor gebruiken om met elkaar te spreken of de papieren door te nemen. (en op een samenzweerderige toon)Hier ligt ook nog ergens een rapport wat voor mijn ogen alleen bestemt is, maar,  goh, ik kan het niet weer vinden. Misschien dat ik het straks kan vinden als ik terug ben van de burgermeester, die heeft me op het matje geroepen voor tekst en uitleg over alle interventies die rond de kerst en oud en nieuw zijn gedaan.
 
Johan probeert zo rustig mogelijk de rapporten door te lezen. Tony haalt koffie en gaat ook aan het bureau zitten om de verslagen van Britt en van zichzelf nog eens door te lezen. Ze is bloednerveus. Als de hoge heren het willen, kunnen ze Tony zonder pardon uit de dienst trappen. En dat kon Tony niet behappen: Ze was flik in hart en nieren,  dat mocht ze niet kwijt raken. Flik zijn was haar leven, en ze had slechts geprobeerd het leven van haar partner te reden. Dat dat ene schot hem nou toevallig dodelijk had getroffen was toch geen opzet?
Na meer dan anderhalf uur lezen,  schrijven en spitten konden zowel Johan als Tony zich niet meer concentreren op hun werk en besloten ze om samen bij Britt langs te gaan.
Tony schrok hevig van Britt. Haar gezicht zag grauw en was ingevallen. Ze had moeite met ademhalen en overal zaten slangetjes en machientjes en van alles om Britt goed in de gaten te  houden.
Zuster: U kunt wel met haar praten hoor, ze verstaat u wel. Praat maar met haar en probeer haar gerust te stellen. Net was ze even bij en zei ze dat ze bang was.
Tony neemt de hand van Britt en voelt dat die koud en bijna levenloos is. Ze kan het niet. Ze laat de hand los en loopt weg, huilend.
Johan neemt ook Britt's hand en begint tegen haar te praten: Lieve Britt, ik hoop dat je gauw beter word. We missen je allemaal. Vooral Dorien, die kan haast niet slapen als ze geen nachtzoentje van je heeft gehad. Wij doen ons best om sterk te zijn, maar wees alsjeblieft ons goede voorbeeld. Geef ons de kracht om dit vol te houden. Laat alsjeblieft merken dat je ons hoort.
Britt deed voorzichtig haar ogen open en probeerde te praten, maar het koste haar heel veel energie.
Britt: Johan? Ik hou van jullie, wat er ook gebeurd.
Johan: Jij gaat beter worden, dat beloof ik je. Ik wil met je trouwen en ik laat je niet gaan.
Met een klein lachje om haar mond valt Britt weer in slaap.
 
Op de gang treft Johan een nog steeds huilende Tony aan en neemt haar in de armen om haar te troosten.
Johan: Het gaat wel goed komen Tony. Ze heeft net heel even naar me gekeken en gezegd dat ze van ons allemaal houd.
Tony: Echt? Zal ik nog heel even gaan kijken? Ik ben wel bang.
Johan: Ga maar even heel kort. Ik weet dat ze dat heel fijn zal vinden.
Nu gaat Tony ook even binnen en net op dat moment kijkt Britt weer even de wereld in. Haar ogen zijn groot en verbaasd, maar ook getekend door vermoeidheid en pijn.
Tony: Hey, Britt. Je moet sterk zijn hoor. Dat ben je altijd geweest, nu moet je volhouden. Ik wil zo graag dat je beter wordt en gelukkig  gaat zijn met Johan en de kinderen.
Britt: (heel moeizaam) Ik  doe   mijn   best..... Ook voor jou, Tony. Ik duim voor je.
Tony: Waarom dan? Jij bent degene die ziek is.
Britt: Om de onderzoeken die jij nu op je af krijgt. Heel veel sterkte. En ik hoop dat .. ...........(even wachtend om weer op adem te komen)   je niet te bang bent om af en toe eens langs te komen.
Ik wil je weer  ....................... (en weer is ze in slaap gevallen.)
Nu gaat Tony met een glimlach weer naar de gang en valt Johan om de nek.
Tony: Ze gaat het halen heeft ze gezegd. Zullen we nog even naar het commissariaat om Nadine in te lichten of wil je weer naar de kinderen?
Johan: We gaan naar het commissariaat,  vertellen het goede nieuws aan Nadine en nemen dan de papieren mee, en jij komt vanavond bij ons eten. Ik weet zeker dat Dorien dat heel fijn zal vinden, zo'n goede vriendin van haar mama te zien.
Tony: Het zou mijn dochter kunnen zijn. Wij hebben al het nodige samen uitgehaald, waar Britt niet eens alles van weet.
(en dan geschrokken) Maar daar moet je haar ook niets van zeggen hoor, anders komt ze nog achter me aan.
Johan: Ik zie haar graag weer op de been, dus ik weet niet of ik je kan beloven om het niet te zeggen.
De spanning is eraf, en na dat ze Nadine hebben gesproken gaan ze naar Johan's huis.
 
 
Dorien: Tony!!! Wat doe jij hier?! (lachend)
Tony: Ik blijf eten, mag ik dat? (glimlachend)
Dorien: Natuurlijk! (lachend) Kom Simon, we gaan verder met ons huiswerk.
Johan: Hebben jullie nu nog steeds niet gedaan? (verwonderd) Toen ik vertrok waren jullie er aan bezig, en nu zijn we ruim 3 uur later en jullie hebben nog steeds niet gedaan?!
Simon: Ja, uhm... We hebben gespeeld.
Johan: Voor één keer is het goed. Ga maar snel verder werken. (glimlachend)
 
De kinderen gaan naar boven, en Johan en Tony praten nog wat na... Gewoon gezellig, om de spanning van de afgelopen dagen een beetje te vergeten...
 
Bij de koffie komen ook de kinderen weer naar beneden en drinken nog wat voor ze naar bed moeten. Dorien kruipt lekker tegen Tony aan, zoals ze dat thuis ook doet als Tony op bezoek is. Simon posteert zich aan de andere kant van haar en zo zit ze er lekker warm bij.
Dorien: Wordt mama wel weer beter?
Tony: Ja, Dorien, de dokters werken hard om haar beter te maken.
Dorien: Maar als ze toch dood gaat dan heb ik geen papa en geen mama meer. Wil jij dan mijn mama worden?
Simon: En Johan dan ?
Dorien: Die kan toch gewoon onze papa worden?
Tony: Dorien, Simon, ik weet zeker dat uw mama beter gaat worden (maar daar kan ze zelf nog steeds niet helemaal in geloven, na wat ze vanmiddag heeft gezien)
Rond negen uur gaan ze naar bed. Het is vrijdag en de vakantie zit er bijna op. Maandag is het weer vroeg dag dus mooi op tijd beginnen met vroeg naar bed gaan.
Dorien: Johan, mama leest altijd voor, en soms Tony ook. Mag ze nog wat voor lezen?
Johan: Op jullie kamer, maar je gaat al wel in bed liggen,  jonge dame.
Als Tony na het lezen een nachtzoentje geeft aan Simon lacht hij haar heel vriendelijk toe. Dorien begint heel zachtjes te huilen als Tony haar in de armen heeft.
Tony: Ca va? Vanwaar die tranen?
Dorien: Ik ben zo bang dat mama dood gaat. Johan zegt wel dat ze beter wordt maar ik mocht vandaag niet eens naar haar toe.
Tony: Ik mocht ook maar heel eventjes bij haar en ze vertelde me dat ze ons allemaal heel erg mist en graag weer snel beter wil worden om hier bij ons te zijn.
Slaap nu maar lekker.  Zeg, voor ik weg ga, wil ik jullie nog wat vragen. Hebben jullie zin om zondag mee te gaan naar de film of naar de theatervoorstelling?
Dorien en Simon: Ja, super joh, gaaf. Ik ga vast slapen dan is het eerder zondag.
Tony: Welterusten.
 
Beneden neemt ze ook vlot afscheid van Johan. Ze voelt zich versleten en ze moet veel aan Britt denken en wil nu gewoon even alleen kunnen zijn.
Johan: Ik zoek die zaak verder voor je uit Tony en laat je weten of ik hem kan doen, en zo ja, hoe we het aan moeten pakken.
 
Dit weekend speelt Tony enkele keren kinderoppas als Johan naar het ziekenhuis gaat.
Heel langzaam wordt Britt iets wakkerder maar ze blijft nog veel pijn houden. De wonden zien er tijdens de verzorging goed uit en de artsen hebben goede hoop dat het allemaal wel goed gaat komen. Enige bezorgdheid over haar nierfunctie blijft echter nog steeds bestaan.
Maandag zal er opnieuw bloed geprikt worden en als de uitslagen niet verbeteren overwegen de artsen om (tijdelijk?) te gaan dialyseren zodat de goede nier ook even ontlast kan worden.
 
Maandag moet Tony weer gewoon aan het werk. In afwachting van het onderzoek van de IT mag ze alleen bureaudienst doen en dus springt ze in aan de balie, omdat Carla nu geveld is door de griep.
Dat betekend dus weer in uniform, maar gelukkig ook met een dikke warme trui aan, want na haar longontsteking kan ze het nog steeds niet  echt lekker warm krijgen.
Als ze na haar dienst naar het ziekenhuis gaat ziet ze dat Britt er al iets beter uitziet.
Tony: Hoe gaat die?
Britt: Ik wacht op de uitslagen van het nieronderzoek. De dokters weten het nog niet.
Tony: Heb je nog veel pijn ?
Britt: (stilletjes) Het doet nog wel pijn.
Tony legt een hand op Britt haar schouder, want ze had wel gezien dat die zich groot wilde houden, maar dat nu niet meer kon volhouden.
Langzaam beginnen de tranen over haar wangen te lopen.
Britt: Het doet zoveel pijn. Ik vraag me af of Mark ook die pijn heeft gehad.
Tony: Ik hoop het niet voor hem. Maar werken die medicijnen niet bij jou?
Britt: Ik neem ze niet want ik kan er niet tegen.
Tony: Britt!!! Dan blijf je toch ook veel pijn houden.
Nu begint Britt harder te huilen want ze denkt dat Tony boos op haar is.
Britt: Maar ik word er ziek van,  moet braken en het doet zo'n pijn in mijn maag.
Tony: Sorry Britt, ik ben niet boos op je. Ik wilde je niet van streek maken. Sorry.
Britt: Ik vind het heel fijn dat je bent gekomen. Wil je me even vasthouden? Ik ben zo bang.
Tony gaat op een stoel naast haar zitten en legt haar arm onder Britt haar hoofd  en wiegt haar heel zachtjes op haar arm en ze neuriet een kinderdeuntje waar Britt zo rustig van wordt dat ze weer in slaap valt en even verlost is van de pijn.
 
Tony besluit om aan de dokters te vertellen dat Britt haar medicijnen niet neemt...
 
Dokter: Zo is het natuurlijk logisch dat ze veel pijn heeft. Vanaf nu zullen we erop toezien dat ze haar medicijnen wel in neemt. Bedankt om ons dit te vertellen, mevrouw Dierickx. (glimlachend)
Tony: Graag gedaan. Zorg er alstublieft voor dat mijn partner en beste vriendin weer beter wordt.
Dokter: We doen ons best, beloofd. Maar zoals het er nu uitziet haalt ze het wel. (glimlachend/geruststellend)
Tony: Wat een heerlijk nieuws om te horen, kunt u dat nog eens herhalen? (glimlachend)
Dokter: Mevrouw Michiels haalt het wel. (lachend)
Tony: Ik ga u inhuren, om dat altijd te blijven herhalen. (lachend) Maar bedankt, dokter.
Dokter: Daarvoor ben ik er. (glimlachend)
 
Tony neemt afscheid van de dokter, en gaat dan naar Johan's huis, omdat ze uitgenodigd was voor het eten...
Dorien is heel blij met het bericht dat Tony heeft meegebracht uit het ziekenhuis.
Dorien: Johan mogen wij morgen naar mama toe?
Johan: Ik zal het morgen aan de dokter vragen oké?
 
Nu de school weer is begonnen gaan de kinderen op tijd naar bed en Johan neemt de zaken met Tony door over het verhoor en het onderzoek van de IT.
Johan: Ik kan je gaan helpen. Heb het wel met mijn collega's besproken om hun te laten beoordelen of er geen verstrengeling van belangen is. Hun zien geen bezwaar.
Nu heb ik alle rapporten doorgespit, jouw verslag van de situatie zoals jullie die aantroffen toen je bij Britt thuis aankwam, Nadine's verslag, en ook de verslagen die Britt had opgesteld over de bezoeken van die Fernando en Danny.
Vooropgesteld dat we een goede rechter krijgen heb je niets te vrezen Tony. En als we alles rond hebben ga ik er ook nog even wat aan doen dat ze openlijk hun excuses aanbieden voor de toegebrachte smaad. En dan zullen we eens zien of er een schadevergoeding in zit.
Mijn collega gaat de zaak van Britt tegen de IT verdedigen en ook dat ziet er goed uit. Als deze hele toestand voorbij is, wil ik wel eens met de politietop gaan praten over die IT. het lijkt me dat die dienst compleet is doorgeschoten. We hebben dan wel insiders nodig die ons kunnen helpen en ik dacht dat dat een mooi iets is voor jou en Britt.
Tony: Weet je al wanneer ik moet voorkomen?
Johan: Nee, daar krijg ik morgen bericht van, maar maak je niet druk, het zal wel los lopen.
Tony: Jij zult het wel het beste weten. Bedankt voor het etentje, maar ik ga naar huis. Ik ben op. Tot later Johan.
 
Als Tony dinsdag weer aan de balie staat wordt het haar flink moeilijk gemaakt door een stel lastige klanten. Ze weet dat ze zich rustig en representatief moet gedragen maar ze wordt tot het uiteerste getriggert. Als ze op het punt staat om flink uit haar slof te schieten komt net Johan het bureau binnen.
Johan: Tony kun jij je laten aflossen, ik wil je boven even spreken samen met Nadine.
Tony: Oké, ik vraag Thymen wel even.
 
Boven zit Nadine al met een bedenkelijk gezicht in het kantoor. " Ga zitten Tony".
Tony: Wat is er ? Je kijkt zo bezorgd.
Nadine: Johan heeft me net ingelicht over de stand van zaken. Het ziet er minder goed uit dan je gehoopt had.
Johan: De IT heeft toch bezwaren ingediend tegen mijn vertegenwoordiging. Ze willen een nieuw onderzoek met een andere advocaat, en zolang dat onderzoek loopt, kunnen en gaan ze jou schorsen.
Tony: Maar ...
Nadine: Rustig maar Tony. Wij lossen dat wel op maar ik zal je toch moeten vragen om je wapen en je penning tijdelijk in te leveren.
Het voelt voor Tony als een mokerslag. Ze zit er geheel verdoofd bij.
Alsof ze als een robot geprogrammeerd is staat ze op, geeft haar wapen en penning aan Nadine en loopt het kantoor uit, naar de kleedkamer, waar ze haar jas en tas pakt en verlaat zonder verder nog een woord te spreken het commissariaat.
Johan: Moeten we er niet achteraan Nadine?
Nadine: Nee, ik denk het niet. Die is geschokt, en haar kennende heeft ze even de tijd nodig om het te overdenken. Die doet geen rare dingen. Laat haar maar gewoon even haar gang gaan.
 
En inderdaad neemt Tony even de tijd om de zaken voor zichzelf op een rij te zetten.  Pas tegen drie uur in de middag meld ze zich telefonisch bij Nadine en vraagt haar of ze wel naar Britt mag in het ziekenhuis.
Nadine: Natuurlijk. Je mag geen dienst doen, maar de IT kan je niet verbieden bij je vriendin op bezoek te gaan.
 
Nu ziet Britt er een heel stuk beter uit. De artsen hadden een ondersteunende dialyse uitgevoerd waardoor Britt's bloed goed gezuiverd was en haar "goede " nier even hulp had gehad om weer op krachten te komen.
Nu kon ze ook de pijnstillers wat beter verdragen, maar ze had een deal met de arts dat ze er zo in mogelijk nam en zeker niet standaard 6 x per dag.
Tony: Hoi Britt, je ziet er een stuk beter uit dan gister. Tenminste een die het goed doet.
Britt: Wat is er dan?
Tony: Johan mag me niet verdedigen vind de IT, bevooroordeeld zeggen ze. Ze willen een nieuw onderzoek en zo lang dat loopt mag ik niet werken.
Britt: Vind je het heel erg?
Tony: Dit keer niet. Ik weet dat ik goed heb gehandeld en daar zullen hun ook wel achterkomen, dus ik neem even een rustpauze, zodat ik wat meer bij jou kan zijn. Je hebt me nog een heleboel te vertellen over wat er is gebeurt toen ik ziek was.
Britt: Ach, Tony, dat is zo vermoeiend.
Tony: Kun je al rechter op zitten of doet dat nog pijn?
Brit: Ik kan niet rechter dan zo (terwijl ze met haar hoofd op slechts een dun kussen ligt)
Tony: Dan kom ik hier gewoon en ga je voorlezen uit dat mooie boek wat ik van jou heb gekregen.
Britt: Was het een mooi boek en leest het vlot?
Tony: Ik heb het al uit. Het was een geweldig boek en ik wil je er graag uit voorlezen als je er tegen kunt om mijn stem te horen.
Britt: Dat zou fijn zijn. De hele dag hier liggen is ook niet alles.
Tony: Wanneer komen ze je eindelijk het eten brengen, ik zou wel wat mee willen pikken.
Britt: Ik krijg niets te eten. Alles wat ik mag stoppen ze in dit slangetje.
Tony: Heb je dan geen honger?
Britt: Helemaal niet. Mijn darmen lagen aan diggelen, weet je nog. Als ik wat ga eten vallen de boterhammen zo naar beneden. Ik doe het liever heel voorzichtig aan.
Tony: Jammer.
 
 
Met de dag knapt Britt meer op. Tony zit hele dagen bij Britt en leest het ene na het andere boek voor. Het gaat vlot en Britt heeft er heel veel plezier in om Tony zo rustig bezig te zien en te horen.
Na zes dagen mag Britt voor het eerst van bed. Het zweet staat haar blank voor het hoofd en ze ziet allemaal sterretjes maar met de hulp van Tony en een zuster lukt het om een paar pasjes naast het bed te zetten, krom voorover om vooral geen spanning op de buik te voelen.
Britt is nog steeds bang dat de boel weer kan knappen hoewel de artsen hebben gezegd dat dat nu echt niet meer kan gebeuren. Het is vooral de angst die haar belemmerd om gewoon rechtop te staan of te lopen. En ze is nog heel erg zwak want de voeding die ze via het slangetje krijgt is echt vrij weinig.
Als 's middags de diëtiste komt wordt er uitvoerig gesproken over de darmtoestand en over welke voeding Britt wel of niet mag hebben. Opvallend is dat ze zo vaak moet eten. Elk uur moet ze wel iets nemen om haar darmen weer langzaam te laten wennen.
Britt heeft nog bijna geen smaak en het idee dat haar darmen zich weer vullen maakt haar ook wat bang.
Tony: Je zult toch wat moeten Britt. Je bent ondertussen vel over been. Je mag wel oppassen dat je niet wegwaait.
Britt: Ik geloof niet dat ik nu in ben voor grapjes.
Tony: Sorry.
 
En na nog eens vijf dagen is Brit zover dat ze naar huis mag. Niet dat ze daar zo heel veel mee opschiet want ze kan en mag nog niets, alleen op bed of op de bank liggen.
Als Johan haar heeft opgehaald stelt hij voor dat ze een paar dagen bij hem logeert maar ze wil perse naar haar eigen huis.
Echter als ze de deur daar opent valt ze spontaan flauw en kan Johan haar nog net opvangen. Ze is begeven door de angst en de herinnering wat zich hier een kleine twee weken geleden heeft afgespeeld.
Johan legt Britt gauw op de bank maar als ze bijkomt begint ze panisch te roepen.
Het lijkt wel of ze herbelevingen heeft en ze is heel moeilijk te bereiken.
 
Johan: Oh neen, wat moet ik nu doen... (denkend/in paniek) Ik bel een psychologe... (vastbesloten)
 
Na een half uurtje is psychologe Ine aangekomen...
Johan: Ze is al ongeveer drie kwartier aan het roepen... (in paniek)
Ine: Vertel me eens rustig wat er is gebeurt waardoor ze zo in paniek raakte.
En Johan probeert aan te geven wat hij van Tony heeft gehoord over Danny die in het huis was gekomen en geprobeerd had Britt te vermoorden.
Ine: Kun je Tony bellen en vragen om te komen? Ik denk dat zij heel nuttig is om hierbij aanwezig te zijn.
 
Terwijl Johan naar Tony belt probeert Ine om Britt te bereiken maar het gelukt haar ook niet.
Tony is zo geschrokken van het bericht dat ze alles heeft laten vallen wat ze vast had en direct naar Britt's huis was gevlogen.
Tony: Wat is er Johan, waar is ze?
Johan: Ze is overal en nergens. Ze kan het niet vinden . Steeds loopt ze weer weg en schreeuwt tegen die Danny. Ik weet me geen raad meer met haar.
Dan gaat Tony op de geluiden af die ze hoort. Nu is Britt op de badkamer en gooit daar alles uit de kast en ineens hoort ze de spiegel in stukken vallen.
Snel stapt Tony binnen en neemt Britt heel stevig in haar armen zodat die tenminste niet de kapotte spiegel kan vatten om zichzelf wat aan te doen.
Britt probeert weg te komen uit Tony's greep maar ze is bij lange na niet sterk genoeg om zich te verzetten.
Als langzaam de weerstand breekt zakt Tony met Britt in haar armen langs de muur naar de vloer maar houd Britt veilig in haar armen gesloten en praat zachtjes en geruststellende woorden tergen haar. Langzaam gaat het schreeuwen van Britt over in huilen .
Tony trekt de badjas van Britt van het haakje en legt die over haar heen om vooral een gevoel van geborgenheid te creëren.
Als Britt na ruim een half uur rustig is geworden nodigt Tony haar uit om mee te lopen naar de slaapkamer zodat ze op bed kan gaan liggen om wat bij te komen.
Daar gaat ze zelf naast Britt liggen en nodigt haar uit om te vertellen waardoor ze zo in paniek is geraakt.
Britt: Toen Johan de deur open deed zag ik Danny weer en dat hij mij zo'n pijn heeft gedaan. Ik was weer heel bang. Ik hoorde Johan maar hij  kon mij niet bereiken.
Tony: Maar je bent nu veilig Britt. Danny is niet meer. Hij kan je niets meer doen, nooit meer.
Britt: Wel waar, zijn aandenken achtervolgt me steeds.
Tony: Daar kun je mee leren omgaan. Ik weet dat het pijn zal doen en dat je het heel moeilijk vind, maar ik weet zeker dat Johan je zal steunen en bij zal staan. En ik wil dat ook. Jij bent de sterkste hier, Danny heeft jou niet meer in zijn macht, onthoud dat goed. JIJ bepaald wat er gebeurd. Oké?
Britt: Maar ik schaam me zo voor Johan. Ik heb me zo lopen aanstellen.
Tony: (die nu Britt weer dicht tegen zich aandrukt) Jij hebt je niet lopen aanstellen. Jij was doodsbang en kon niet anders, dat neemt hij je niet kwalijk. Hij is zeer bezorgd om je en wil je heel graag helpen.
Britt: Echt waar??
Tony: Wil ik hem vragen of hij hier bij je komt? De psycholoog is er trouwens ook.
Britt: Geen psycholoog, ik ben niet gek.
Tony: Jij bent ook niet gek. Je hebt heel veel moeite om je weer veilig te voelen en zij kan je daar mee helpen. Wij zullen je daar allemaal mee helpen.
Britt: Wil je Johan vragen of hij wil komen?
 
Maar als Johan de slaapkamer binnen komt ziet  hij dat Britt al weer in slaap is gevallen en loopt dus terug naar de kamer, waar ze met zijn drieën gaan praten over hoe ze Britt kunnen helpen en begeleiden.
Ine denkt dat het wel los zal lopen, dat enkele ondersteunende gesprekken afdoende zijn.
Na een uurtje komt Britt uit de slaapkamer en gaat dicht bij Johan staan, zodat hij haar heel gemakkelijk in zijn armen kan nemen.
Fluisterend mompelt ze dat ze spijt heeft van wat ze vanmorgen heeft gedaan, maar Johan zegt dat ze zich niet hoeft te verontschuldigen.
Gaandeweg ontwikkeld zich een heel vruchtbaar gesprek en Johan en Tony constateren dat het Britt toch wel goed doet om te praten over wat er allemaal binnen deze muren is voorgevallen.
Ine gaat weer naar haar praktijk terug nadat ze met Britt een afspraak heeft gemaakt voor de volgende week.
Tony ziet dat Britt nu rustig is en zich veilig voelt bij Johan en dus gaat zij ook weer weg.
Als Johan haar uitlaat, vraagt hij haar nog na wanneer ze bij de rechtbank moet zijn voor het vervolgonderzoek.
Tony: Vanmorgen om elf uur.
Johan: Shit, en ik heb je daar van weggehouden.
Tony: Geeft niet Johan. Britt is nu voor mij belangrijker. Als ze zo graag mijn baan willen: laat ze er gelukkig mee worden. Ik heb geen zin aan dat zielige gedoe van dat volk.
Johan: Ik ga wel bellen met Andries en vragen om verlate uitstel wegens onvoorziene omstandigheden.  Ik ga doen wat ik voor je kan doen. Tony jij bent zo'n grote steun voor Britt en ook voor mij, ik laat je niet in de kou staan.
 
Als Britt een week later voor controle moet bij de chirurg gaan de laatste hechtingen eruit. De pijn begint nu minder te worden. Britt heeft nog steeds moeite met goed rechtop staat, zitten of lopen dus krijgt ze een verwijzing voor de fysiotherapie.
Daar moet ze weer een hoop pijn erbij verslijten, maar uit solidariteit is Tony met haar meegegaan om te steunen en zelf ook aan haar buikspieren te werken. Nu ze tijdelijk op non-actief staat heeft ze ook een broertje dood aan het verplichte sporten.
Zo vangt ze twee vliegen in een klap.
 
Als dan eindelijk het onderzoek wordt afgerond breken ook voor Tony hele spannende tijden aan waarin ze wel wat extra steun kan gebruiken, en geheel binnen de verwachting krijgt ze die van Britt en Johan.
Hoewel de IT van mening is dat Tony onjuist heeft gehandeld bepaald de rechter dat Tony wel degelijk in nood heeft gehandeld omdat anders haar partner vrijwel zeker het leven zou hebben gelaten.
Ze krijgt dus weer haar politiebevoegdheden terug en mag in overleg met haar directe diensthoofd (Nadine) haar werkzaamheden hervatten.
Zuchtend slaat ze haar ogen neer en laat het hele gebeuren even de revue passeren.
Ze wordt opgeschrikt als ze een zachte hand op haar schouder voelt.
Het is Britt, die zich de moeite heeft genomen om alleen van huis naar de rechtbank te lopen.  De sneeuw en overlast begonnen eindelijk minder te worden en daar is ze wat blij mee. Meer dan drie weken heeft ze enorm veel hinder gehad van haar gekneusde knieën.
Die winterse buien hadden dit jaar niet veel goeds gebracht voor Britt en Tony, maar daar leek nu eindelijk verandering in te komen.
Gearmd als twee dikke vriendinnen gingen ze nadien even de stad in voor een goede kop koffie.
Britt wilde wel weer eens een beetje actiever worden, en met behulp van de fysio kon ze nu al heel wat soepeler bewegen. Haar conditie kon nog stukken verbeterd maar dat was toch alleen maar mogelijk als ze niet meer werd gehinderd door lichamelijke ongemakken.
Volgende week zou ze weer mee gaan doen op de politieschool met de sportlessen voor de aspiranten.
Terwijl ze zo zaten te praten aan de koffie kwam Britt op het idee om even naar het commissariaat te gaan om Nadine in te lichten over de stand van zaken.
Toen ze gedaan hadden met de koffie en wilden afrekenen kwam er net een jongen binnen die de caissičre overviel en het geld uit de lade opeiste.
Tony keek Britt even aan, en die keek terug. Het was net of ze gewoon in dienst waren en ze zonder woorden van elkaar wisten wat er moest gebeuren.
Nog voor dat de jongen in de gaten had wat er gebeurde lag hij al door Britt gevloerd languit op de grond.
Britt greep even naar haar buik en moest een paar keer diep zuchten om de pijn te onderdrukken, maar ze herstelde zich snel. Tony belde voor een combi om hem op te laten halen en ze maakten van de gelegenheid gebruik om zichzelf ook naar het commissariaat te laten brengen.
Aldaar stelde Tony voor de grap voor dat ze net zo goed zelf het verhoor konden doen en daarna het PV invullen.
Nadine die net aan kwam lopen had dit opgevangen en liep langs hen heen en opende de deur van verhoor een en leidde hun naar binnen. De jongen werd op de gang vastgehouden door Raymond die gelijk de situatie goed in de gaten had.
Nadine: En wat doen de dames hier?
Britt: Even kijken of jullie het redden zonder mij.
Nadine: Daar leek het niet op. Jij was al weer aan het werk hoorde ik. Gaat het weer met je Britt?
Britt: Prima. Ik moet nog geen rare bokkensprongen uithalen maar verder ben ik weer oké.
Nadine: En Tony? Het was hier akelig stil zonder jou. Je bent zelfs niet geweest om je te beklagen.
Tony: Ik had mijn handen vol aan het voorlezen van Britt toen die in het ziekenhuis lag en later zijn we samen naar de fysio geweest. En nee, ik heb het hier echt niet gemist.
Nadine: Dat kan ik niet geloven als jij dat zegt.
Tony: En toch meen ik het. Ik heb heel goed na kunnen denken over wat ik nu verder wil.
Nadine: En wat wordt het??
Tony: Dat laat ik je nog wel eens weten, maar ik ga er nu vandoor. Heb nog een feestje te vieren met een paar hele goede vrienden. (en ze greep Britt in de arm en trok die mee naar buiten op de gang)
Britt:(sissend) Wat doe je nu? Zo praat je toch niet tegen de baas?
Tony: Tuurlijk wel. Zo doet ze toch ook tegen mij?
Britt: Dat kun je niet maken, na alles wat ze voor je heeft gedaan.
Maar wat Britt niet in de gaten had was dat Tony hier een mooi stukje toneel speelde en Britt trapte er mooi in.
Het hele team had zich ondertussen op de gang verzameld en terwijl Britt ervoor ijverde dat Tony zich wat dankbaarder naar Nadine toe zou opstellen begon iedereen het  welkomstlied te zingen dat ze door de weken heen hadden ingestudeerd.Met verbaasde blik keek Britt de gang door en zag ook ineens Johan, Simon en Dorien staan en iedereen had schik in Britt haar verbazing.
Britt: Tony, plaaggeest dat je bent. Ik dacht echt dat je Nadine op haar nummer zette.
Tony: Deed ik ook hoor, maar ze trapte er niet zo in als jij nu net.  Welkom dan maar, zou ik zo zeggen.
Britt: Ik mag toch nog niet aan het werk?
Nadine: Maar Tony kan je wel leren hoe je bureauwerk doet, die heeft ondertussen voldoende ervaring. Ik nodig je graag uit om zo af en toe eens  aan te waaien en de boel hier wat in de gaten te gaan houden, want sinds ze wisten dat je weer aan de beterende hand was hebben ze de boel een beetje verslaterd en ik krijg ze niet meer fatsoenlijk aan het werk. Zou jij er eens wat van kunnen zeggen Britt?
Britt: Oké, nu heeft het speelkwartier lang genoeg geduurd. Vort aan het werk, en ik verwacht die PV's vanmiddag om vijf uur op mijn bureau (op haar meest strenge toon)
Iedereen: Jawel baas, we zullen ons best doen. We gaan direct beginnen.
Britt: (zich tot Nadine richtend) Dat was toch niet zo moeilijk of wel dan?
Nadine: Welkom terug Britt. We hebben je allemaal heel erg gemist en we hopen dat je snel weer fit genoeg bent om ons team te komen versterken.
Britt: Jullie vinden me geen aansteller dan?
Raymond: Nooit. Niemand heeft dat ooit gedacht en degene die dat zegt zal kennis maken met ons. Welkom terug Britt.
Pasmans: Britt ik ben heel blij dat je weer beter geworden bent. Ik wil je graag terug zien, want ik denk dat ik nog een boel van je kan leren.
Britt: Dank je Wilried voor het vertrouwen en de waardering.
 
Nadat iedereen ook nog persoonlijk zijn gelukwensen aan Britt heeft geuit neemt Johan haar stevig in zijn armen en begint haar en plain publiek te zoenen. Britt heeft hem zo graag dat ze even vergeet dat ze hier eigenlijk in het openbaar staat en begint hem vol overgave terug te zoenen.
Tony: Ahum, Britt? Wilde je ons NOG iets vertellen????
Britt: (Johan vragend aankijkend)  JA??
Johan knikt dat hij het oké vind.
Britt: Het zal al lang geen geheim meer zijn dat Johan en ik een beetje verliefd op elkaar zijn?
Pasmans: Een beetje?? Ik dacht dat jullie niet meer zonder elkaar konden?
Tony: Dat kunnen ze ook niet hoor.
Britt: Awel, toen Johan terugkwam uit Frankrijk heeft hij mij ten huwelijk gevraagd. En ik heb JA gezegd, dus als alles weer goed loopt hebben we nog weer een feestje in het verschiet en bij deze nodigen we jullie allemaal uit om dat met ons te komen vieren.
EN Tony is de ceremoniemeesteres, samen met Dorien en Siomn.
Tony: Ikke?? Daar heb je niets van gezegd.
Britt: Jij hoort nu eenmaal bij mij. Dit is mijn manier om te zeggen: DANK JE WEL VOOR ALLES.
Nu is Tony met stomheid geslagen.
Nadine: Oké dan, dat is geregeld. Zullen we dan weer aan het werk gaan?
Maar (als grap) wordt er niet naar haar geluisterd, en dan ineens schiet iedereen onbedaarlijk in de lach.
 
Het is tijd voor Johan, Britt, Simon en Dorien om weer weg te gaan terwijl Tony met Nadine naar het kantoor vertrekt om de zaken rond haar terugkeer te regelen.
 
Nadine: Vind je het goed om over een paar dagen terug te beginnen? Laat ons zeggen, na het weekend, en het is nu woensdag. (glimlachend)
Tony: Perfect idee!!
 
Dan neemt Tony afscheid van Vanbruane en gaat dan ook weer naar Britt, Johan en de kinderen, omdat ze weer uitgenodigd was voor het eten, als nog een dank voor alles wat ze voor Britt gedaan heeft, en om dit spannend verhaal af te sluiten.
 
E I N D E
 
Vervolgverhaal de flikken rukken uit
 
 

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]