KERKMOORD    (deel 1)

Maandagmorgen. Een grauwe, doordeweekse Belgische morgen. Sofie loopt depri naar kantoor. Ze heeft weeral eens ruzie gemaakt met Nick, en dat zit haar niet lekker. Eigenlijk vind ze hem best wel tof, maar ze durft het gewoon niet toegeven. Al piekerend loopt ze de trap op, en ziet dus niet waar ze loopt. Pas als Britt juist voor haar neus staat, merkt ze ze op.
Britt: Ook een goedemorgen.
Sofie: Niet vandaag Britt.
Britt; Oké, oké, ik kan er ook niet aan doen dat jij problemen hebt met je huisgenoot hoor, en je moet dat niet tegen mij uitwerken.
Sofie; Sorry, Britt, zal niet meer gebeuren. Hebben we iets te doen?
Britt: Ja, je komt juist op tijd binnen. Er is iemand doodgeschoten in de kerk.
Sofie kijkt weer verbaast op.
Sofie: In de kerk? Wat een idee……
Britt; Ik weet het. Maar zolang dat wij hier staan de babbelen gaat die zaak niet opgelost geraken, we moeten er naar oe.
Sofie draait zich met moeite om, en loopt de trap weer af. Nog steeds depri stapt ze de auto in, en wacht tot die vertrekt. Maar nee, die blijft rustig staan. Ze kijkt Britt vragend aan.
Britt: Ik denk dat jij een nood hebt aan een goeie babbel! Je bent precies depri.
Sofie; (boos): Maar nee, ik ben niet depri en ik heb geen nood aan een goeie babbel. En blijf hier zo niet staan, zo geraken we niet in de kerk.
Britt rijdt dan twijfelachtig door. Ze weet niet goed wat ze moet aanvangen met haar schijnbaar-depri collega. Zeker nu ze een nieuwe zaak hebben. Depri zijn en een moord oplossen. Dat is niet de ideale combinatie.
Sofie: Ik heb weer ruzie gehad met Nick... (plotseling zacht)
Britt: Ik val uit de lucht. (vriendelijk)
Sofie: Maar dat is het probleem niet... (zuchtend)
Britt: Wat dan wel? (verwonderd)
Sofie : Het zit me gewoon niet lekker.
Britt : Wat was er nu weer gebeurd?
Sofie : Hij had de badkamer weer eens niet opgeruimd.
Britt : Mannen eigen. Mark deed dat ook nooit, hoe vaak ik hem daar voor overhoop heb gescholden.
Sofie : Werkte het?
Britt : Niet meteen, ik heb al zijn spullen toen demonstratief in een vuilniszak gestopt en die in de kelder verstopt, na een tijdje was hij door zijn kleding heen, toen heb ik hem de zak getoond en dat heeft de was gedaan en daarna nooit meer wat laten liggen.
Sofie : Dat is een goeie.
Britt : Hoe gaat het eigenlijk met zijn vriendinnen?
Sofie : Ik heb anderhalve maand eigenlijk geen vrouw gezien.
Britt: Da’s vreemd... Nick en geen vrouw rond hem heen, da’s nieuw...
Sofie: Ja, hè?
Britt: Of hij moest verliefd zijn op jou (plagend)
Maar dan krijgt Sofie een rode kop...
Britt : Jij bent ook op hem!
Sofie : Ik weet het niet.
Britt : Jullie zijn net Dorien en Simon, die pesten elkaar ook voor dat ze eerlijk er voor uit kwamen dat ze op elkaar zijn.
Sofie : Dus je maakt me uit voor klein kind?
Britt : Nee, maar jullie gedragen jullie hetzelfde.
Sofie : Waarom heb jij dat dan niet met Johan gedaan?
Britt : Wij hebben het volwassener aan gepakt, hij heeft me dwars geboomd met mijn onderzoek.
Sofie : Heb je wel vaker met advocaten.
Britt: Het gaat nu over jou, niet over mij. Dus ben je op Nick of niet ? (plagend)
Sofie : Ik weet het niet Britt.
Britt : Ga eens met hem praten.
Sofie : Zal ik doen.
 
Ondertussen zijn ze al bij de kerk en lopen de kerk in.
Britt: (aan de omstanders): Wat is er precies gebeurd?
Man: Die man... Neergestoken... (volledig van de kaart)
Britt; Meneer, rustig aan. Adem eerst een paar keer diep in en uit, daarna kom ik naar u terug.
Ze loopt naar de dode man. Veel wijzer wordt ze er niet van. Hij is inderdaad neergestoken, maar verder niets te zien. Ze laat hem zo maar liggen, en belt de Technische Recherche. De man zit nog steeds overstuur op een bankje, maar het gaat al heel wat beter. Sofie zit al wat met hem te praten, maar duidelijk niet over de dode man.
Britt; Sorry, dat ik stoor (veelbetekenend kijkend naar Sofie) maar ik zal u toch een paar vragen moeten stellen.
Man: Ja..ja, vuurlijn (nog steeds heel verward)
Sofie: Ik denk dat we meneer beter meenemen naar het bureau, en nog wat laten bekomen.
Britt : Weet u wie dat is?
Man : De Pastoor, Pastoor Vinkers.
Britt : Bedankt.
 
Dan komen Raymond en Pasmans er aan en Britt bedenkt zich ineens dat dit de kerk is waar Pasmans naar toe gaat. Daarom loopt Britt snel naar hun toe.
Britt : Pasmans, ga even zitten.
Pasmans : Waarom Britt?
Britt : De man die is neergestoken is Pastoor Vinkers.
Pasmans : Dat meen je niet Britt?
Britt : Dat meen ik wel Wilfried.
Pasmans is meteen van streek.
Pasmans; Ma..maar, hoe? Wie? Waarom??
Britt: Dat weten we nu allemaal nog niet, maar we doen ons best om erachter te komen.
Raymond trekt Britt een beetje bij Wilfried weg.
Raymond; Kan je dat niet zeggen aan de telefoon? (kwaad)
Britt: Sorry hoor, ik had er toen gewoon nog niet aan gedacht dat hij HIER naar de mis kwam. Sorry. (verontwaardigt)
Raymond:0ké, dan is het niet zo erg. Ik denk dat je beter een andere patrouille belt, want zo kan hij niet deftig werken. (naar Pasmans kijkend)
Pasmans merkt nu pas dat Britt en Raymond naar hem aan het kijken zijn. Hij loopt zelfverzekerd naar hen toe.
Pasmans; Ik wil het onderzoek doen. Ik wil de schoft die dat gedaan heeft oppakken!!!
Britt; wilfried, denk je niet dat het beter is dat we iemand anders oproepen? het mag niet te persoonlijk worden. (vriendelijk)
Maar Pasmans heeft er zijn zinnen op gezet, en gaat door.
Pasmans,; Nee, Britt, ik wil het echt. Zal ik de getuige verhoren?
Britt; als je echt wilt. Ja, dat kan je, maar; niet te voorbarig zijn hé! Het is niet omdat hij hem gevonden heeft dat hij er iets mee te maken heeft! In een kerk kan zoveel volk binnen. De man kwam misschien gewoon zijn ochtendgebedje opzeggen.
Pasmans: Dat wéét ik Britt (geërgerd) en loopt naar de man toe.
 
Als Britt en Sofie klaar zijn in de kerk, gaat Sofie nog even kijken hoe het met Pasmans zit, want ze heeft hem nog niet gesproken.
 
Sofie; Wilfried? gaat het een beetje?
Pasmans; Ja hoor.. (stoer)
Sofie: Echt?
Pasmans: Ja, echt, het gaat wel. Ik was gewoon wat verschoten. Ik ben klaar hier, kan ik nog iets anders doen? ik wil die schoft echt pakken.
Sofie weet niet echt met wat hij nog kan helpen, dus zegt ze maar dat ie kan binnenrijden en daar nog zien. Britt zit ondertussen al in de wagen. Als Sofie binnenstapt;
Britt; Gaat het al wat beter dan deze morgen?
Sofie: Ja, heus, het gaat. Ik moet absoluut is met Nick praten, alles van mijn hart doen. Die beslissing heb ik nu genomen.
Britt; Dat is goed, Sofietje.
 
Britt; Wanneer heb je die beslissing genomen?
Sofie; Toen ik die dooie man zag liggen. Ik dacht; ik moet NU leven, dus nu ook met Nick praten.
Britt; Wat een dooie toch voor effect kan hebben. (lachend)
Sofie, Dat is helemaal niet grappig Britt. Die man, och arme, had misschien nog heel wat geplant.
Britt; Oei, sorry, ik wist niet dat het je zo diep raakte.
Sofie: Ach, laat ons nu maar binnenrijden... Ik heb Raymond en Pasmans ook naar het commissariaat gestuurd.
Britt: Hoe denk je dat Pasmans het opneemt? (bezorgd over Wilfried)
Sofie; Hij leek mij redelijk goed, daarjuist. Hij houd zich goed alleszins.
Britt; Ja, heb ik ook gezien. Ik hoop maar dat het geen té zware slag voor hem is. Zo katholiek als hij is.
Sofie; Ik denk wel dat het zal gaan
En zwijgend rijden ze verder naar het commissariaat. Maar hoe dichter ze komen, hoe zenuwachtiger Sofie wordt.
Britt; Sofie? Laat je zo niet kennen door Nick.
Sofie: Ik weet het, ik mag mij niet laten doen.
Britt; Kom, we gaan gewoon naar boven, en je werkt aan de zaak. En als hij naar jou toe komt, kan je is praten.
Sofie; Dat wordt moeilijk, maar ik zal proberen. Dank je, Britt, voor al je steun!
Britt knipoogt eens, en stapt de auto uit, naar boven. Sofie blijft nog even zitten: eerst wat kalmeren, zodat ze niet té zenuwachtig boven zou komen, dat zou opvallen.
 
5à 10 minutjes later zitten Britt en Sofie gewoon aan hun bureau te werken, tot Nick en Bruno binnen komen. Sofie zit meteen te trillen op haar stoel.
Britt (fluisterend ) : Hou je gewoon kalm (bemoedigend)
Sofie kijkt verschrikt op als Nick zijn hand op haar schouder legt.
Nick; Sofie, kan ik je even spreken?
Sofie wordt helemaal rood, en kijkt vragend naar Britt. Die geeft haar een bemoedigend knipoogje, en Sofie en Nick verdwijnen in de kleedkamer.
 
In de kleedkamer heerst er stilte. Geen van beide zegt een woord. Ze zitten daar maar alle twee ongemakkelijk naar het plafond te staren. Maar Sofie is niet van plan om te beginnen.Uiteindelijk verbreekt Nick toch de stilte.
Nick: Sofie, die ruzie van vanochtend. Het zit me niet lekker.
Sofie; Mij ook niet, maar ik zou ook graag eens douchen in een badkamer die niet vol vuile was ligt!
Nick: Ik weet het. Ik zal er op letten.
Sofie; Echt? (hoopvol)
Nick, Ja, maar... dan wil ik iets terug.
Sofie (heel verbaast) : Wat dan?
Nick pakt haar vast, en kijkt veelbetekenend.
Nick: Ik ben eigenlijk al een hele tijd verliefd op jou... (zachtjes)
Sofie: Ik... Ik ook op jou... Denk ik... (zacht)
 
Ze kijken elkaar verliefd aan, en beginnen dan innig te zoenen...
Dan wordt er op de deur geklopt.
Nick: Wie??
Bruno: Bruno.
Nick: Wat wil je?
Bruno: Jullie pesten gaat het goed?
Nick: Bruno houdt je mond en laat ons.
Bruno: Ik snap het al tot ziens..
Bruno gaat weer weg...
 
Britt: Zou het goed gaan daarbinnen, denk je? (beetje bezorgd)
Bruno: Ik denk het wel... Volgens mij zijn ze daar aan het zoenen dat de vonken eraf vliegen.
Britt: Ik heb het altijd al gedacht : Men plaagt wie men liefheeft. (lachend)
Bruno: Ik begin steeds meer en meer te geloven in die stelling. (lachend)
Britt: Zo zijn Johan en ik nochtans niet bij elkaar gekomen. (lachend)
Bruno: Och neen?
Britt: Onze kinderen hebben ons bij elkaar gebracht ,hè. (lachend) En jij? Nog niemand op het oog?
Dan valt Bruno stil.
Britt; Wel? heb ik een gevoelige snaar geraakt?
Bruno; Euh, nee, nee, alles is goed.
Het was duidelijk dat hij die vraag niet verwacht had. Britt liet het maar zo, maar ze moest en zou erachter komen waarom hij zo verdwaasd deed.
Na een hele tijd komen Nick en Sofie breed lachend de kleedkamers uit.
Sofie loopt meteen naar Britt toe, want Britt wenkte haar.
Britt; Ik denk dat we maar eens naar het huis van die pastoor moeten gaan.
Sofie: Oké (opgewekt)
Terwijl ze naar beneden lopen, probeert Britt een beetje uitleg te krijgen van wat er in de kleedkamers is gebeurt. Maar Sofie zwijgt als een graf.
 
Britt; Komaan, Sofie!! Ik wil het weten! Als ik je niet had geholpen was je nooit meegegaan met Nick!
Sofie; Britt, nee. Ik zeg niets.
Dan houd Britt de sleutels van de auto boven de auto zelf. Als je niets zegt kan je te voet gaan.
 
Sofie; Dat is chantage!! (plagend)
Britt; Nee hoor, dat is rechtvaardigheid!
Sofie; Oké, oké, je krijgt het hele verhaal. Doe nu die auto open!
Britt: Nee, eerst zeggen.
Sofie; Veel te lang om hier zo te zeggen.
Britt doet dan maar de auto open en stapt in, maar zodra ze zit;, kijkt ze vragend naar Sofie.
Sofie; Wel...
En ze doet heel het verhaal. Britt staat versteld: En jij durfde niet naar hem toe gaan? Komaan! Maar eigenlijk, ik wist het al allemaal.
Sofie; WAAT??!!! Van wie??
Britt; Van Bruno, die is toch binnengevallen...
Sofie, Komaan! en jij zegt mij niets!! Zit ik hier heel dat verhaal te doen voor niets?!
Ondertussen zijn ze aangekomen bij de pastoor en stappen uit.
Britt; Tja, ik kan er ook niets aan doen hé!
Sofie; Dat zet ik je betaalt!
Britt; Oe, oe, daar twijfel ik niet aan!
Sofie; gelukkig!
Britt; Voorzichtig zijn vanavond hé!
 
Britt loopt snel het huis binnen, om de hand van Sofie te ontwijken. Lachend komen ze de woonkamer binnen, maar daar is het muisstil. Op slag zijn zij ook stil. Uit respect.
Britt vertelt alles wat de familie mag weten en wat ze tot nu toe zelf weten. Britt stelt ook de vervelende vraag of ze iemand zouden weten de moordenaar zou kunnen zijn of met wie hij ruzie had, maar niemand weet iets.
 
Wanneer ze weer op het commissariaat zijn.
Nadine : Zijn jullie al wat wijzer geworden?
Britt : Nee uit de familie valt niet veel te krijgen op het gebied van informatie.
Nadine : Misschien weet Pasmans wat, ik heb het idee dat hij er toch over wil praten.
Sofie : Waar is hij nu?
Nadine : Even een koffie drinken.
Britt: Ik ga wel. Ga jij nou maar naar Nickje. (plagend)
 
En snel muist Britt ervan onderdoor...
 
Britt: Wilfried? (vriendelijk)
Pasmans : Britt, waarom hebben ze dat gedaan?
Britt : Ik weet het niet, maar zou jij me wat over de pastoor willen vertellen, hoe hij was of zo, ik ken hem niet en jij wel, ik zou willen weten wat voorn man het is geweest.
Pasmans : Ja ik wil je wel wat vertellen over hem, hij is nog niet zo lang bij ons in de kerk, maar hij kan zo mooi vertellen.
Britt zet zich zachtjes neer naast Wilfried en laat hem rustig zijn verhaal doen. Wanneer er tranen vloeien, slaat Britt haar arm rond Wilfried en troost hem...
 
Britt: Bedankt, Wilfried. Gaat het gaan, denk je? (bezorgd/vriendelijk)
Wilfried: Ja... Bedankt voor je bezorgdheid, Britt. (glimlachend/zijn tranen wegvegend)
Britt: Ik weet wel hoe moeilijk het is om een dierbaar iemand te verliezen. (vriendelijk/glimlachend)
Pasmans : Ik stel me aan hè?
Britt : Hoezo zeg je dat?
Pasmans : Het is mijn dominee, en ik ben zo van de kaart.
Britt : Iedereen mag zijn verdriet uiten, het is toch iemand waar je je een beetje aan hecht, het is een beetje een vaderfiguur voor jou denk ik.
Pasmans : Je hebt gelijk Britt.
Britt : Voel je je al weer wat beter?
Pasmans : Ja.
Britt : Moet ik nog even wat te drinken voor je halen?
Pasmans: Als je wilt. (zuchtend)
 
Britt loopt weg en komt na een paar minuten al terug met een glaasje water.
 
Britt: Gaat het echt gaan, Wilfried? (bezorgd/vriendelijk)
Pasmans: Ja, echt, maak je maar niet ongerust over mij. (glimlachend/vriendelijk)
Britt : Ik ga niet verder zeuren of het goed gaat, daar word je alleen maar geïrriteerd van, maar je trekt wel aan de bel als je een luisterend oor nodig hebt hè?
Pasmans : Beloofd Britt.
Britt : Ik ga hem toch nog wel even natrekken, misschien vinden we dan nog wel iets, maar denk van niet.
Pasmans: Hoe durf je zoiets te suggereren?! Die man was doodbraaf! (gefrustreerd)
Britt: Wilfried, kalm maar... (rustig)
Pasmans : Sorry.
Britt : Je weet toch dat het moet, en kan toch ook dingen in staan van aangiftes die hij heeft gedaan.
Pasmans : Ja dat is waar. Britt, ik denk dat ik vandaag niet echt in staat ben om te werken.
Britt : Zullen we even naar Vanbruane gaan?
Pasmans : Ja, ik denk dat ik nu toch alleen maar fouten ga maken of mensen op hun zenuwen ga werken.
Britt : Ik vind het netjes dat je het toegeeft, je bent al beter dan ik.
Pasmans : Ja, jij bent te koppig op dat gebeid.
 
Pasmans : Baas, ik denk dat ik vandaag beter niet meer aan het werk meer kan, het lijkt me niet zo verstandig.
Nadine : Ik begrijp het, Wilfried. Kan je naar iemand toe, want ik denk niet dat het erg slim is om alleen te gaan zitten.
Pasmans : Ik denk dat ik naar Vera en Jonas ga, moet mijn petekind toch ook aandacht geven.
Nadine : Of die met zo'n opa geen aandacht krijgt. (lachend) Ga maar, ik beschouw dit als ziek.
Pasmans : Dank je baas.
Pasmans vertrekt...
 
Nadine: En?
Britt: Die pastoor moet een geweldige man zijn geweest, volgens Wilfried. (glimlachend)
Nadine: Wilfried is er wel erg onder, hè.
Britt: Ja... Volgens mij meer dan hij wil toegeven... (zuchtend)
Nadine; Dat is meestal zo bij mannen hè! Maar, ga jij nu maar weer aan het werk, want Sofie is blijkbaar ook niet echt aan het werken.
Britt volgt Nadine haar blik, en ziet Sofie met Nick staan 'praten': handje vasthouden, en af en toe een kusje tussendoor.
Britt schiet in de lach, maar Nadine vind het niet grappig.
Nadine; Wat is hier toch aan de hand??
Britt; Weet je dat dan nog niet? Sofie en Nick zijn een koppel.
Nadine; O jee.... laat ik ze dan beter niet apart werken?
Britt; Maar Nadine toch. Ze zullen niets verkeerds doen.
Nadine: Zeker?
Britt: 100% zeker. (glimlachend)
Nadine: Vooruit dan maar... Maar 1 keer te ver gaan... Je weet nog die situatie met Raymond en Carla?
Britt: Baas, Nick en Sofie kunnen privé en werk echt wel gescheiden houden, hoor. (lachend)
Nadine: Dat zie ik ja.
Britt: Ik ga aan het werk.
Nadine: Als ze te ver gaan, Britt, dan moet jij niet proberen om hen te doen stoppen, goed? Ik houd hen in het oog. (streng)
Britt: Ja, baas. (glimlachend)
Nadine: Wilfried is dus naar huis?
Britt: Ja. (glimlachend)
Britt loopt dan het kantoor uit en loopt langs Nick en Sofie en zegt dat ze in de gaten gehouden worden. Dan gaat Britt weer aan haar bureau zitten en niet veel later komt Sofie naar Britt toe.
Sofie : Ben je nog wat wijzer geworden?
Britt : Nee, moet een hele aardige mag geweest zijn, ik ga hem nog natrekken, maar ben bang dat, dat niets oplevert.
Sofie : Het kan iemand zijn die ongelofelijk tegen de kerk is, maar dat gaat wel heel ver.
Britt : Dat is te overdreven.
Sofie : Ja, maar waarom word hij dan vermoord.
Britt : Geen idee.
Even later komen Nick en Bruno binnen.
Nick: dat kan niet waarom heb jij wel bericht gekregen en ik niet?
Bruno: Weet ik veel.
Sofie: Wat is er aan de hand?
Nick: Bruno vertelt mij net dat we ons huis uit worden gezet.
Sofie: Wat? Waarom?
Nick: Heb jij je huur betaalt?
Sofie: Ja
Nick: Bruno ga eens na wat het probleem is?
Bruno: Oké
Britt: Gaan we nu weer verder met de zaak?
Sofie: Ja
Dan gaat de telefoon van Britt....
Britt: Britt Michiels
Man: Ik weet iets over de kerkmoord. Kom om 5 voor 11 naar de Coppinsstraat 6
tutuututututututututut
Dat was een man die zegt meer te weten over de kerkmoord.
Vanavond om elf uur naar Coppinsstraat 6.
Sofie: Britt, moeten we dat nu wel doen?
Britt: Ik weet niet.
Nick; Zal ik het doen?
Sofie, Helaba, jij moet thuis zijn vanavond!! En ze knipoogt naar hem, maar hij blijft Britt aankijken.
Britt; Neen hoor, ik ga wel. De man weet wie ik ben, want anders zou hij MIJN nummer niet draaien; als jij opduikt zal hij argwaan krijgen.
Nick probeert nog te protesteren, maar dan zegt Bruno;
Jij gaat toch niet alleen hé, Britt? Ik ga mee, desnoods achtervolg ik jou, zodat hij mij niet kan zien, maar jij wel gedekt bent.
Britt; moet jij niet uitzoeken waarom Nick en Sofie uit hun huis worden gezet?
Sofie; O, maar dat kan hij morgen ook hoor.Ik zou jij trouwens ook niet alleen laten gaan!
Britt; Oké dan. Bruno, ben jij hier dan tegen 10 uur, kunnen we wat beter afspreken.
Bruno; Dat is goed.
Britt; Dan ga ik nu naar huis, i.p.v. zoveel overuren te doen. Tot straks Bruno, tot morgen allemaal.
Ze neemt haar jas en loopt het bureau uit. Bruno, Nick en Sofie gaan dan maar achter hun bureau zitten. Na een hele tijd roept Sofie;
Ik heb iets!!!! En kei-*blij springt ze recht.
Nick en Bruno kijken allebei verbaast op.
Sofie; Ja, kijk. Die pastoor is ook eens aangifte komen doen van moslims die altijd tegen zijn kerk pisten. Een paar keer zelfs. Na een tijdje zijn ze opgepakt, en verhoort, maar dat leverde niets op, sindsdien is het alleen maar geëscaleerd. De man is een paar dagen geleden nog ineen geslagen. Misschien hebben die mensen er iets mee te maken?
Nick; Heel goed gedaan, Sofie!
Nick en Sofie gaan er samen achteraan...
 
Om 10 uur 's avonds...
Britt : Ik ben nog even wezen kijken maar het is daar best wel druk in die buurt, je zou niet zo erg veel opvallen denk ik.
Bruno : Maar veilig?
Britt : Wat is veilig?
Bruno : Oké, maar kijk wel uit hè?
Britt : Natuurlijk ik heb een man en twee kinderen die thuis wachten.
Bruno : Oké, maar ik vind het eigenlijk maar niets.
Britt: Ach, laat ons gewoon gaan...
 
Om 5 voor 11 in de Coppinstraat, nummer 6...
 
Britt: Hallo? (roepend door het heus)
Stem: Mevrouw Michiels...
Britt: Da...Dashi? (twijfelend)
Britt: Wat wilt u van me?
Stem: Wat denkt u ? (dreigend)
Britt: Zeg nou wat wilt u?
Dashi: U natuurlijk... (dreigend)
Dashi komt tevoorschijn en stopt een 10-tal centimeter voor Britt...
Dan komt Bruno aanlopen.
Britt alles oké?
Dan pakt Dashi zijn mes en draait Britt om.
Dashi: Nog een stap dichterbij en ik steek haar neer.
Bruno: Rustig maar, Dashi... Wat wilt u?
Dashi: Ik wil Britt, en nu ga jij oprotten! (roepend)
Bruno: Dashi, laat haar gaan...
Het mes komt gevaarlijk dicht bij Britt's buik...
Britt: Bruno, luister naar hem... Ga nu maar... (doodsbang)
Bruno loopt weg.
Britt: Wat gaat u nu doen?
Dashi: U straffen, omdat u mij hebt opgesloten. (dreigend)
Britt: Durf me niet aan te raken. (moediger dan ze is)
Dashi: Neen, zelf zou ik het niet durven... Ik heb daar zo mijn vrienden voor. (dreigend)
Een 3-tal mannen komen de kamer ingelopen, en...
dan binden ze Britt vast aan een oude tafel... Ze beginnen haar kledij uit te rukken...
Wanneer ze helemaal naakt is, begint een van de mannen haar in haar gezicht te slaan, een ander slaat haar in haar buik en een ander slaat haar onderaan...
Britt schreeuwt het uit van pijn, tot Dashi aan zijn mannen gebaart dat ze even moeten stoppen...
Dashi: Doet het pijn, mevrouw Michiels? (gemeen)
Britt antwoordt niet, maar huilt ontzettend veel...
Dashi: Ik vroeg u iets, mevrouw Michiels... (pestend)
Weer zwijgt Britt... Dashi's vuist vliegt uit tegen haar buik en Britt krimpt ineen...
Dashi: Ik vroeg u of het pijn doet. (bijna roepend)
Britt: J....a.... (huilend)
Dashi: Goed zo... Karel (1 van de mannen) In de kamer hiernaast staat een knuppel... Ga je die even halen? (gemeen)
Ineens komt Bruno binnen.
Bruno: Dashi, laat haar gaan!
Dashi: Ga weg of ik vermoord haar!
Bruno: Je bent omsingeld!
Dashi: En dat moet ik geloven.
Sofie komt tevoorschijn.
Sofie: Dat zou ik dan toch maar doen hoor!
Dashi kijkt rond en ziet dat al zijn mannen gearresteerd zijn.
Bruno: Op u knieën, handen in u nek!
Dan zegt Dashi: laat mijn mannen vrij of ik vermoord haar
Dashi's mes komt bij Britt haar buik......
Sofie: Laat dat mes vallen of ik schiet!
Maar dan bedenkt ze als ze schiet dat het mes op Britt haar buik valt....
Nick ziet het allemaal gebeuren, en voelt zich machteloos. Om toch maar iets te doen, loopt hij naar Britt, zorgt dat hij de kogel ontwijkt, en probeert het mes nog te pakken voor het valt. Met een helse tijgersprong probeert hij het mes te pakken, maar juist op dat moment krijgt het mes vlees te zien. ....
 
Sofie, Bruno en Pasmans lopen allemaal op Britt af, terwijl Raymond zich met de intussen gearresteerde Dashi bezighoud, want die is immers heel erg aan het bloeden. de kogel heeft zijn hand doorboord.
 
Britt heeft een hele snee in haar buik, maar schijnbaar niet te diep. En Nick? Die ligt op de vloer, te bekomen van de enorme schok adrenaline. Nu is het , buiten het gehuil van Dashi muisstil in het huis. Iedereen wacht op iedereen, totdat ineens Sofie naast Nick gaat liggen. Velen volgend haar voorbeeld, en na een hele tijd ligt iedereen, buiten Britt, die op de tafel ligt, op zijn rug op de grond. En na nog een hele tijd begint ineens iemand te klappen voor Nick. Het applaus wekt Britt, en die probeert nu recht te gaan zitten, wat uiteraard niet lukt.
Sofie; Britt, blijft maar liggen, er komt een ziekenwagen je halen.
Britt (verdwaast) : wat is er gebeurt?
Sofie,; Nick heeft je leven gered, nadat ik het in gevaar had gebracht.
Britt: Hoe? Wanneer? Waarom?
Sofie; Dat zal je allemaal wel uitgelegd worden, maak je maar geen zorgen.
Brit: Ik wil het weten, maar als hij mijn leven heeft gered, wil ik hem nu wel eens zien?
Sofie; Ik denk dat ook hij nog wat moet bekomen hoor, Britt. Dat zou jij ook beter doen.
Maar dan staat Nick juist recht.
Britt roept hem meteen, hij draait zich om en loopt op haar af.
Nick: Britt..
Britt; Je hebt mijn leven gered! Hoe kan ik je bedanken?
Nick: Je hoeft me niet te bedanken, Britt, dat was gewoon reflex.
Britt; Maar je had niet zomaar een reflex! Nick, ik wil je echt op een of andere manier bedanken.
Nick: Wordt snel weer de oude, dat is al goed genoeg.
De ambulanciers komen binnen en nemen Britt mee. Sofie vraagt of Nick ook mee moet/mag, maar dat heeft geen zin.
In het ziekenhuis wordt Britt onderzocht...
 
Dokter (tegen Sofie en Nick, die ondertussen aangekomen zijn) : Alles is in orde met Mevrouw Michiels. Die wonde zal heel snel genezen, zo diep is de wonde niet. En door die slagen, daar houdt ze alleen blauwe plekken aan over. Ook zal ze een beetje beurs worden, maar dat is alles. (glimlachend) Wel wil ze u, meneer, zien.
Nick: Mij? (verwonderd)
Arts; Ja, u. Naar wat ik mij heb laten vertellen, hebt u haar leven gered. Daarvoor moet ik u nog proficiat wensen, want dat mes had anders hele erge verwondingen kunnen aanbrengen, met de dood tot gevolg.
Nick; Het was een reflex....
Sofie geeft hem een klein zetje, en met een bang hartje gaat hij de kamer binnen.
Nick: Britt? (zacht)
Britt: Nick? Kom es hier.
Nick stapt voorzichtig dichterbij en neemt Britt haar hand vast.
Nick: Je wilde me spreken?
Britt trekt Nick tegen zich aan en geeft hem een vurige zoen... Maar... Johan komt net binnengestapt...
Johan; Waarom?? Waarom ben ik ineens afgeschreven?
Britt schrikt op, en krijgt een rooie kop.
Britt; Johan, je moet het begrijpen...
Johan (kwaad) : Waarom zou ik het moeten begrijpen?
Britt; Omdat... (stil)
Johan; Ik moet helemaal niets begrijpen, jij zit mij hier gewoon te bedriegen!
Britt (nu ook kwaad ) : Godverd*mme Johan! Mag het? Ik heb je helemaal niet bedrogen, en was dat ook niet van plan!! Nick heeft mijn leven gered, hoe wil je dat ik hem bedankt? Een kus kan geen kwaad.
Johan; (furieus) : OH NEE??? KAN EEN KUS GEEN KWAAD?!?!
Nick; Johan, Britt, alsjeblief! Sofie staat hiernaast wel! En we zijn in een ziekenhuis!
Johan; Jij moet zwijgen jij!
Nick; Ik wist ook niet was ze van plan was!!! En dit is de eerste en enige kus die ik aan Britt gegeven heb, want ik hou van Sofie!!!
Britt; Johan, alsjeblief. Luister even naar het verhaal. het was gewoon een bedankt kus! Johan is nog steeds niet helemaal zeker, maar gaat dan toch maar zitten. Terwijl Britt aan het vertellen is valt hij van de ene verbazing in de andere, en op het einde neemt hij Nick zelf eens goed vast.
Johan; Sorry, sorry dat ik zo ben uitgevlogen. Het spijt me. Als ik het geweten had...
Nick en Britt in koor:: Dat is niet zo erg Johan.
En ze schieten alledrie in de lach. Ondertussen geraakt Sofie wel heel erg nieuwsgierig, want eerst hoorde ze hen roepen (ze had niet verstaan wat ze gezegd hebben) en nu zijn ze alledrie aan het lachen. Ze moest en zou weten wat er gebeurt is, en ze gaat de kamer ook binnen.
Heel het verhaal wordt gedaan, en ze kan er zich mee verzoenen, en om er nadruk op te leggen geeft ze Nick een hele dikke smakkerd. Johan doet hetzelfde bij Britt, en zo komt het tussen de koppetjes nog goed in orde.
 
Maar ondertussen is die zaak nog niet opgelost, er zijn alleen maar meer vragen gekomen, en die wil Britt zo snel mogelijk opgelost krijgen. De dag zelf mag ze al naar huis, en ze gaat meteen naar kantoor.
Nadine: Wat doe jij hier al?! (streng)
Britt: Werken, wat anders.
Nadine: Naar huis. (streng)
Britt: Maar...
Nadine: Nu meteen, Britt. (streng)
Britt: Maar het gaat wel, echt. (protesterend)
Nadine; Nee, Britt, niet protesteren! Jij gaat vandaag naar huis!
Britt; Nadine, ik wil weten wat Dashi met die vermoorde man te maken heeft!
Nadine; Dan houd ik het onderzoek stil, tot morgen, als je het zo graag zelf doet. Maar vandaag ga jij rusten!
Britt; Oké, maar dan wil ik dat er echt nog niets gedaan wordt met die mannen. Gewoon beneden in de cel.
Nadine; Dat is belooft, en nu naar huis!
Britt: Oké. (zacht)
 
Britt vertrekt snel... Thuis aangekomen is ze echter ontzettend uitgeput en valt moe neer op de bank, waar ze meteen in slaap valt...
Rond een uur 's middags komt Johan langs...
Johan: Hoi lieverd, kon je het niet laten om naar het commissariaat te gaan? Nadine heeft je zeker terug gestuurd?
Britt: Jij begint haar ook al aardig te kennen. Maar ze had wel gelijk. Toen ik thuis kwam was ik ontzettend moe en ben direct in slaap gevallen. Blijf je vanmiddag hier of moet je terug?
Johan: Moeten?? Ik wil eigenlijk niet terug met zo'n mooie vrouw in huis.
Britt: Wat wil je daarmee zeggen?
Johan: Ik wil ook niets zeggen (en dan neemt hij haar hand en voert haar mee naar de slaapkamer en begint haar liefdevol te ontkleden. Britt wil eigenlijk ook wel en begint de knoopjes van Johan's overhemd te ontdoen.
Niet veel later liggen ze lekker in elkaars armen. Johan streelt zacht over de mooie gladde huid van Britt en ziet aan haar reactie dat ze het fijn vind.
Britt: Doorgaan Johan (kreunt ze zachtjes)
Johan: Je bedoelt .... verder ??
Britt: Neem me, ik wil je graag voelen van heel dichtbij.
Voorzichtig gaat hij op Britt liggen en beginnen ze aan een heerlijk intiem liefdesspel. Zo maar, midden op de dag.
En ze genieten er beiden ontzettend van.
Na een uurtje hebben ze 'uiteindelijk' gedaan...
Britt kreunt zacht en gaat van Johan af ... Met een gelukzalige glimlach valt ze in slaap... Johan kleedt zich snel aan, bedekt Britt met het deken en gaat dan de kinderen ophalen.
Dorien: Waar is mama? (beetje verwonderd)
Johan: Mama was zo moe, dat ze eventjes in slaap is gevallen in bed. (glimlachend)
Thuis aangekomen...
Dorien: Waar is mama?
Johan: Die slaapt even.
Dorien: Waarom? Ze moet toch werken?
Johan: Nadine heeft haar naar gestuurd omdat ze een beetje ziek was en heel erg moe.
Dorien: Mag ik naar haar toe gaan?
Johan: Ga maar eens kijken of ze wakker is en een kopje thee wil.
Dorien gaat stil naast het bed staan en kijkt met een tevreden glimlach naar Britt. Wat was het al lang geleden dat ze haar moeder zo rustig en zo blij had gezien. Ze genoot er echt van.
Britt begon wat te praten in haar slaap en Dorien kreeg er rode oortjes van en liep vlug terug naar Johan.
Johan: Wat is er? Je kijkt geschrokken.
Dorien: Ze zegt hele gekke dingen.
Johan: Wat dan?
Dorien: Dat mag ik nog niet zeggen hoor. Dat is voor grote mensen.
Dan gaat Johan zelf even kijken en ziet dat Britt net een beetje wakker begint te worden. Hij gaat nog even naast haar liggen en begint haar weer te strelen.
Britt: (kreunend van genot) Oh, Johan laten we nog eens doen, het was zo heerlijk.
Johan:(zachtjes in haar oor) De kinderen zijn thuis.
Britt: Nou en? Ik wil gewoon nog een keer.
En opnieuw beginnen ze hun liefdesspel. Maar dan worden ze gestoord door Simon en Dorien die toch wel erg benieuwd zijn waarom Johan zo lang weg blijft als Britt ligt te slapen.
Met een beschaamd gezicht slaat Johan een hand voor zijn ogen als hij de kinderen ziet. Britt schiet in de lach maar voelt dan ineens weer de pijn aan haar buikwond. " AUW".
Dorien: Gaat het mama?
Britt: Ja, een beetje pijn als ik lach.
Wat onhandig frommelt ze onder de deken even een shirt aan en nodigt de kinderen uit ook op bed te komen. Britt geniet echt intens dat dit gezellige familiemoment.
Maar aan alle mooie dingen komt een eind. Zo ook nu als Johan het bed uit moet om eten te koken. Britt moet van hem op bed blijven tot alles klaar staat. Hij wil niet dat ze ook maar iets doet in de huishouding vandaag.
Britt probeert er maar van te genieten; zo vaak komt het niet voor dat ze een echte vrije dag heeft. Morgen wil ze weer gaan werken dus een dagje rust komt haar wel van pas.
Wanneer het eten klaar is, kletsen ze alle 4 nogal wat af...
Na het eten helpen Dorien en Simon Johan met de afwas en gaan dan aan hun huiswerk beginnen...
Britt, die weer in bed ligt na het eten, wacht op Johan. Wanneer deze is aangekomen...
Britt: Laten we het nog es doen. En nu kunnen we niet gestoord worden, de kinderen zijn bezig aan hun huiswerk. (glimlachend/met lieve oogjes)
Johan: Britt jij zou het vandaag kalm aan doen, weet je nog?
Britt: Ik doe toch ook heel kalm. Ik vind het gewoon zo lekker.
Johan: Wil je nog een kindje dan? Een van ons samen?
Op slag is Britt nuchter. Hier had ze zelf nog nooit aan gedacht. Wel dat het zou KUNNEN gebeuren, maar ze hadden nog nooit gepraat over nog wel een kindje erbij. Eigenlijk waren ze heel gelukkig met zijn vieren. Nog een kindje zou ook weer zoveel meer kosten, en dan zouden ze weer voor lange tijd behoorlijk gebonden zijn. Simon en Dorien kwamen nu op een leeftijd dat ze groter werden en ze dus wat meer konden gaan ondernemen.
Toen kreeg Britt een paar tranen in haar ogen, maar ze probeerde haar hoofd af te wenden om het niet aan Johan te laten zien.
Johan: Heb ik u gekwetst? Sorry Britt ik wist niet dat het voor u zo moeilijk was.
Britt: Ik moest even denken aan Mark. Wij wilden toen zo graag een kindje en eerst lukte het niet en daarna heb ik een miskraam gehad. Het heeft heel lang geduurd voor ik weer durfde te vrijen met Mark. Toen ik zwanger was van Dorien ben ik heel veel ziek geweest en ook heel bang om haar te verliezen. Ik weet niet of ik het nog weer aankan en aandurf.
Maar een kindje van ons samen zou ook heel leuk zijn. Echt een kroon op onze liefde. Johan ik ben zo gek met u, ik wil u niet kwijt. Als jij een kindje wilt met mij zal ik er heel goed mijn best voor doen.
Johan: Britt, je moet het niet voor mij doen. Ik vind jou heel lief, en aardig en bovendien heel mooi om te zien en fijn om dicht bij me te hebben, maar ik zou je nooit zoiets moeilijks vragen.
Britt huilt nu zachtjes en Johan neemt haar beschermend en liefdevol in zijn armen.
Johan: We kunnen ook veilig vrijen, dan kunnen we heel intiem zijn zonder dat jij zwanger hoeft te worden.
Britt: Bedankt Johan dat jij zoveel begrip voor me hebt. Het is al zo lang geleden dat ik me zo prettig hebt gevoeld. Dank je wel.
En dan nestelt ze zich veilig tegen Johan aan en valt weer in slaap. Ook zonder seks ligt het heel fijn zo dicht tegen Johan aan.
 
De volgende morgen gaat Britt weer aan het werk. Ze heeft nog iets hinder van haar buik, maar heeft daarom voor een strakke broek gekozen zodat haar buik wat gesteund wordt en de last minder is.
Sofie: Wat zie jij er gelukkig uit vandaag.
Britt: Ik heb een hele gelukkige nacht gehad (met een knipoogje) Hebben jullie gister nog wat gedaan met die mannen beneden?
Sofie: We mochten van Nadine niet verhoren.
Britt: Zo, dan heeft die goed naar me geluisterd.
Sofie: Hoe bedoel je? (verwonderd)
Britt: IK wil meewerken aan die zaak, en jullie niet verder laten klungelen. (lachend)
Sofie: Grappig, echt, geestig. (plagend). En wat bedoelde je met die 'hele gelukkige nacht'? (verder plagend)
Britt: Da ga ik nu es nie vertellen. (lachend) Kom, we gaan die mannen verhoren. (gelukkig)
als eerste halen ze Dashi naar boven.
Britt: Bon, u hebt heel wat uit te leggen.
Dashi: Waarom zou ik?
Britt; Omdat..... omdat wij de moordenaar van die dode pastoor willen kennen. Maar ik denk dat we er rap uit gaan zijn. Niet waar, Sofie (zich naar Sofie draaiend) De man is neergestoken, en Dashi wou ook mij neersteken... lijkt me gemakkelijk.
Sofie; Ja, we zullen het mes laten onderzoeken.
Britt (weer tegen Dashi) : Waarom hebt u die pastoor vermoordt?
Dashi;: Ik heb helemaal geen pastoor vermoord. Ik heb daar een veel te goede ziel voor.
Britt; Ja ja, en ik moet dat geloven? Als er ook maar één teken is, dat jij iets met die moord te maken hebt, nagel ik u aan het kruis!
En ze stapt de verhoorkamer uit. Sofie brengt Dashi naar beneden, en haalt koffie. Britt kan duidelijk wat cafeïne gebruiken.
Britt; Ben ik te brut geweest?
Sofie; Nee, je had volkomen gelijk! Maar eh, gaan we die andere mannen ook nog vandaag verhoren?
Britt: Ja, natuurlijk!!
Britt laat de eerste helper van Dashi bovenkomen...
 
Dan beginnen ze aan zijn verhoor...
Britt; Bon, eerst uw naam.
Man: Zoek het zelf uit. (gemeen)
Britt; Geef dan uw portefeuille.
Man; Zeker niet.
Britt; Dat doet u wel.
Man; Als ik zeg van niet?
Sofie; Dan zal ik u even helpen.
En ze neemt hem vast, zodanig dat Britt heel gemakkelijk aan zijn papieren kan.
Man; Ik dien klacht in!
Britt; Waarvoor? Hier is niets gebeurt. Ik weet toch van niets. Jij iets gezien of gehoord, Sofie?
Sofie; Nee, ik heb geen idee waar hij daar het over heeft.
Man: Das gemeen! (woedend)
 
Hij wil Britt aanvallen, en...
Sofie trekt haar wapen.
Sofie; Als je ook maar iets doet, schiet ik een kogel door u kop.
Man; Dan gebruik ik uw collega als levend schild, en hij wil Britt voor zich te zetten. Maar Sofie heeft een supersnelle reflex, laat haar wapen in de hoek vallen, en spuit wat peperspray in zijn gezicht.
Sofie; Dat zal u leren een agent te bedreigen, in het commissariaat dan nog wel.
Man; Auw!! mijn ogen!! Doe iets!! Mijn ogen!!
Sofie; Kom, we gaan ze uitspoelen.
Ze doet hem handboeien aan, en loopt de verhoorkamer uit.
Britt laat zich in een stoel zakken.
Ze lijkt zich wel af te vragen 'Wat was dat allemaal?!'
Nadine kwam binnengestormd...
 
Nadine: Britt, gaat het? (bezorgd)
Britt: Het gaat wel (zuchtend).
Nadine: Wat was er gebeurd?
Britt: Wel die man, die wou zijn naam niet zeggen, wij wouden zijn papieren pakken, maar hij zei dat hij ons zou aanklagen, toen is hij boos geworden en wou hij mij aanvallen. Sofie heeft haar pistool bovengehaald, en gedreigd dat ze zou schieten, de man zei dat hij mij als levend schild zou gebruiken, en toen heeft Sofie haar peperspray gebruikt.
Nadine: ...
Nadine: Wil je liever een dagje vrijaf vandaag?
Britt: Ach, hoeft toch niet.
Nadine; Kan je je werk...
Britt: IK WIST HET! Bij jou draait het allemaal om het feit of ik mijn werk nog aan kan. Als ik het niet zou kunnen zou ik het wel zeggen, hoor ! (boos)
Nadine; Britt!! Ik bedoeld of je je werk psychologisch aan kan.
Britt; Wat ik zeg. Het draait alleen maar om het werk.
Nadine; Neen, Britt, het draait om jou. Ik heb liever dat je als het niet gaat een dagje (of twee) vrijaf neemt, dan dat ik mijn beste rechercheur verlies.
Britt: Dus toch de job. Maar het zal echt wel gaan.
Britt loopt de verhoorkamer uit, en gaat naar Sofie. Die zit te telefoneren aan haar bureau.
Sofie (als ze de hoorn neerlegt) : Die Pastoor, die is eerst verdooft. Het klassieke middel: chloroform. Daarna drie steken in zijn onderbuik, en een juist onder het hart. Die laatste was hem fataal.
Britt gaat zitten en laat haar hoofd op haar handen steunen...
Sofie: Gaat het, Britt?
Britt: Ja ja, het gaat wel... (zuchtend)
Sofie: Blijkbaar niet. (zacht, maar Britt hoort het toch)
Britt; Het doet mij gewoon zo aan Mark denken. Die is ook doodgestoken, maar dan wel één steek, in de buik.
Sofie; Moet ik aan iemand vragen of die de zaak wilt overnemen?
Britt; Neen, dat hoeft niet. Ik zou graag weten welken onnozelaar de pastoor heeft vermoord. EN ik wil weten wat Dashi en zijn mannen daarmee te maken hebben.
Sofie; Brit.. ik denk eerlijk gezegd dat Dashi en zijn manen niets met die pastoor te maken hebben. Het was alleen een middeltje om jou bij hem te krijgen.
Britt betwijfeld dat, maar laat het nu maar rusten. Het is  vier uur, en dus tijd om Dorien op te halen aan school.
Britt: Ik stop ermee voor vandaag, ik neem mijn overuren op. Tot morgen.
En ze loopt de kamer uit, naar de school van Dorien. Sofie blijft een beetje verweest achter, maar fleurt onmiddellijk op als ze Nick ziet. Die doet haar namelijk teken dat hij ook weggaat. Ze kan niet snel genoeg buiten zijn, nu.
Sofie: Ik loop mee. (verliefde/lachend)
 
Ondertussen bij Britt aan het school, komt ze Johan tegen...
Britt; Hé, dag Johan!
Johan komt op haar toegelopen en geeft haar een zoen. Maar juist op dat moment komen de kinderen buiten gelopen.
Dorien; Gaat mama weer rare geluiden maken, nu?
Britt schiet in de lach. Johan ziet de humor er niet in, maar eens dat Britt is uitgelachen, zegt ze:  nee hoor, Dorien.
Met een knipoog naar Johan. Dan pas heeft hij het door, en begint hij ook te lachen.
Johan: Zal ik vanavond koken?
Britt: Daarvoor bel ik mijn werk wel even af. Ik heb toch geen zin meer. (lachend)-
Na het telefoontje rijden ze naar Britt’s loft.
Johan begint direct aan het eten, Dorien en Simon beginnen gehoorzaam aan hun huiswerk en Britt laat zich in de zetel vallen. Ongeveer een half uurtje later roept Johan dat het eten klaar is, maar Britt reageert niet. Als Johan gaat kijken ziet hij dat ze in slaap is gevallen. Hij laat haar maar slapen. Ze kan haar rust goed gebruiken. Na een minuut of twintig wordt Britt dan toch wakker, en zet zich bij aan tafel.
Johan; Goed geslapen?
Britt; Ja, valt wel mee. Dorien, is je huiswerk klaar?
Dorien; Ja hoor mama. Ik kan straks al met Simon gaan spelen!
Simon; Ja, Britt, we zijn klaar. De juffrouw heeft niet zoveel huiswerk gegeven vandaag.
Britt; Oké.
Ze eten nog rustig verder, en dan gaan Dorien en Simon spelen op Dorien haar kamer, en daar profiteren Britt en Johan van om samen heel knus bij elkaar te gaan liggen in de zetel.
Britt: Ik vind zulke avonden echt heerlijk. (zuchtend/glimlachend)
Johan: Ik ook, liefje. Je weet niet hoe blij ik ben dat ik jou ben tegengekomen in mijn leven. (glimlachend)
Britt: Och neen? Ik kan me best voorstellen hoe gelukkig jij nu wel niet bent, want ik ben ook héél gelukkig dat IK JOU heb ontmoet. (lachend)
Ze blijven nog een hele tijd zo liggen, van elkaar te genieten. Tot op een bepaald moment plots Britt’s GSM gaat. Britt en Johan kijken elkaar aan, en Johan zegt bijna smekend:
 Toe, Britt, als het het werk is, neem niet op. Je bent op, je hebt rust nodig!
Britt; Het spijt me Johan, maar na deze zaak, beloof ik je, neem ik een dag of twee vrijaf.
Johan: Maar, je hebt nu rust nodig, niet binnen een week of zo!
Maar dat hoort Britt niet meer. Ze heeft al opgepakt, en het is wel degelijk Sofie.
Sofie; Britt?
Britt; Ja, wat is er? Je klinkt zo raar.
Sofie; Ja, euhm.... Dashi is in zijn cel aan het roepen dat hij weet wie die pastoor vermoordt heeft.
Britt; Ahja? Maar dat is toch goed?!
Sofie; Euh, nee, niet echt.
Britt; Sofie, wat is er?
Sofie; Hij roept dat jij het gedaan hebt.
Britt; WAT??? Er is toch niemand dat dat gelooft hé?!
Sofie; Nee, natuurlijk gelooft niemand dat, maar als hij echt een verklaring wil afleggen, en dat weet jij even goed als ik, zal DIT een onderzoek naar jou moeten starten.
Britt: Maar dat is flauwekul! Ik zou nooit iemand vermoorden, dat weet jij toch ook?!
Sofie; Ja, dat weet ik. En ik geloof ook geen woord van wat Dashi zegt, maar als we niet willen dat er een onderzoek van DIT komt, moeten we zo snel mogelijk die zaak oplossen.
Britt; Ik kom eraan, kunnen we de zaak wat rustiger bespreken dan over de telefoon.
Britt legt haar GSM af, en stormt naar de deur. Ondertussen roept ze naar Johan;
Zorg jij voor de kinderen? Ik moet echt naar mijn werk. Doe alsof je thuis bent!!
Zonder dat Johan kan antwoorden, slaat de deur al toe.
Op het commissariaat aangekomen, rent Britt niet eerst naar Sofie, maar naar Dashi, die nog steeds zit te roepen dat Britt de pastoor vermoord heeft...
Pasmans zit verslagen naast hem, maar wanneer hij Britt in het oog krijgt, vliegt hij op haar af, en...
Pasmans; Britt, eindelijk. Hij wil zijn verklaring al tekenen, maar ik heb hem nog niet uitgetypt.
Britt; Dat is goed, Pasmans, laat mij even met hem praten!
Pasmans; Britt... dat kan ik niet doen. Ik wil niet dat hij jou iets aandoet.
Britt; Kom nu Pasmans, laat me binnen.
Gelukkig voor Pasmans komt Sofie ook juist binnen.
Sofie; Ah, Britt, je bent er. Zullen we Dashi eens aan de tand voelen? Ik wil wel eens weten waarom hij dat allemaal zegt.
Britt; Dat is niet moeilijk; Hij wil mij gewoon van de zaak. Hij heeft er iets mee te maken, ik ben er zeker van! Hij weet iets, dat hij niet wilt vertellen.
Sofie; En daarom wil hij jou van de zaak? Dat klopt ook niet hè, Britt.
Pasmans; Mag ik...
Britt; Sofie, ik weet het niet.
Pasmans: Euhm, mag ik..
Sofie: Ik ook niet, en ik wil het wel weten. Hij moet ons vertellen wat hij weet, EN waarom hij jou van moordt beschuldigt.
Pasmans; MAG IK , JA?
Britt; Oei, Pasmans, zo uitvliegen! Rustig aan!
Pasman; Ik wou gewoon even zeggen dat Dashi misschien gewoon iets aan zijn makkers wou zeggen, daarmee. Een soort codezin of zo.
Britt: Pasmans, je kijk teveel naar tekenfilms!
Sofie; Nee, ik denk dat Pasmans wel eens gelijk zou kunnen hebben!
Britt: Dorien... (zacht)
Sofie: Wat bedoel je?
Britt: Dorien! (schreeuwend)
Britt vliegt naar haar telefoon en belt school op, om te vragen of Dorien er nog is...
Het bericht van school is echter negatief...
Pasmans en Sofie kijken elkaar aan, en weten meteen wat er te doen valt. Ze lopen allebei op Britt af, en gebieden haar te gaan zitten, en te blijven zitten. In de toestand dat ze nu is, kan ze toch niets deftig doen.
Daarna gaat Pasmans Vanbruane bellen, terwijl Sofie bij Britt blijft, die nu echt zit te huilen dat het niet normaal is.
Britt: Hij gaat eraan!!!!!! (schreeuwend)
Britt springt recht en rent naar de cel van Roman Dashi, en...
... begint op hem te kloppen... Zo hard, dat hij begint te bloeden uit zijn mond, maar Britt gaat gewoon verder...
Ze is woedend en wil alles en iedereen gewoon kapot maken.
Wanneer Sofie haar van Dashi wil aftrekken, duwt Britt Sofie aan de kant, zodat deze op de grond valt.
Britt: Waar is mijn dochter?! (razend/huilend)
Dashi; Uw dochter?
Britt; Ja, mijn dochter ja!! Dorien!
Dashi, rustig als altijd, laat zich in elkaar kloppen, maar laat niets los over Dorien. Sofie probeert Britt nog een paar keer van hem af te trekken, maar tevergeefs. Sofie haalt dan maar hulp.
Sofie; NICK?! (naar boven)
Nick; IK KOM! (naar beneden)
Nick staat er bijna meteen, hij had blijkbaar iets anders verwacht, maar eens hij Britt hoort roepen en tieren snapt hij wat de bedoeling is. Hij stapt rustig binnen en gaat op het bankje van de cel zitten. Sofie haar geduld raakt op.
Sofie; GA JE NOG IETS DOEN JA?? IK HEB JE NIET GEROEPEN OMDAT JE HIER ZO KOMEN ZITTEN KIJKEN!!!
Nick; Sofie, rustig. Je jaagt haar alleen maar op. Je ziet toch dat ik op dit moment niets kan doen? Laat mij maar doen, ik haal ze wel uit elkaar. Ga jij anders maar een tas koffie halen of zo!
Sofie loopt dan maar geïrriteerd naar boven, er zo staan op kijken kan ze toch niet. Ondertussen blijft Nick rustig zitten, af en toe iets zeggend tegen Britt. Sussend. En ja, hij boekt resultaat; nog geen 5 minuten later laat Britt Dashi los, en gaat ze op de grond zitten.
Nick; Britt, je moet afkoelen, en hier kan je niet blijven zitten. Kom mee!
Een beetje dwingend zegt hij het, maar ze luistert toch.
Maar net wanneer ze boven aan de trap zijn gekomen, zakt Britt door haar knieën neer en huilt hard...
Britt: Ni... Nick... Johan.... (huilend)
Nick: Moet ik Johan voor je bellen?
Britt: J....a... (huilend/gebroken)
Nick belt Johan op, en wanneer hij is aangekomen...
Johan: Britt!? Gaat het? Wat is er gebeurt?
Britt is zo van streek, en zo erg aan het huilen, dat ze niet kan antwoorden. Dan kijkt Johan maar vragend naar Nick, die hem het hele verhaal doet. Johan is natuurlijk ook meteen van streek, maar hij kan zich toch nog beter in de hand houden, dan Britt.
Johan: Britt, het is erg dat hij -of iemand anders- Dorien heeft, maar moest je echt op hem beginnen kloppen? Dat kan je je job kosten, dat weet je toch!
Brittt: Ja (snik) ik weet (snik) het. Maar ik (snik) kon niet anders. (snik)
Johan: Rustig maar... (sussend)
Maar dan hoort Vanbruane ook dat Britt Dashi in elkaar geklopt heeft, en is ontzettend boos op Britt...
Vanbruane loopt op Britt af en begint te schreeuwen dat dat niet meer zo kan, en dat DIT er zeker op af zal komen, dat het haar haar job kan kosten, en nog veel meer. Op een bepaald moment kan Johan het niet meer aanhoren, en onderbreekt Nadine.
Johan (schreeuwend) :GOD****MME NADINE, BRITT WEET OOK WEL DAT HET ZO NIET KON, EN DAT HET STOM WAS WAT ZE GEDAAN HEEFT, MAAR MOET JIJ HAAR DAT ECHT NOG EENS ZO ONDER HAAR NEUS KOMEN DUWEN???
Nadine; Johan...(opeens stil).. dit ben ik niet van jou gewoon.
Johan (nog steeds kwaad, maar niet meer zoo furieus) : Het is nu ook geen gewone situatie, Nadine. Het gebeurt zo vaak dat ze Dorien bij de zaken bemoeien, ik snap gerust dat het haar deze keer teveel werd!
Nadine: Nu, ik ook, maar..
Britt komt tussenbeide:
Britt: Maar wat, Nadine? Zeg het maar hoor, je moet mij niet sparen!
Nadine; Ik wil niet mijn beste hoofdinspecteur verliezen aan zo een.. onvoorzichtigheid.
Britt: Weeral het werk. Jij denkt echt aan niets anders. Je hebt toch echt geen gevoelens hé? Nadine?
Nadine; Britt! Dit kan ik niet toelaten. Ga thuis afkoelen, ik doe alsof ik niets gehoord heb. DIT moet ik niet verwittigen, dat zal wel op een andere manier gebeuren zeker?
 
Nadine kijkt veelbetekenend naar beneden, waar ze duidelijk Dashi horen telefoneren. En niet met een vriend.
Britt: Maar mij best, ik rot wel op, dat wil je toch zo graag! (boos)
Britt loopt boos weg, met Johan achter zich aan.
Johan: Britt, ik kan je even niet volgen. Dorien is gekidnapt, dat je daarvoor overstuur bent, kan ik geloven, maar moet je echt daarom op Dashi beginnen slaan? Misschien heeft hij er niets mee te maken? Misschien is het de moordenaar van die pastoor wel, die jou nog meer de stuipen op het lijf wil jagen.
Britt is echt niet in de stemming, en loopt stug door. Maar ze denkt wel na over wat Johan gezegd heeft. Na een tijdje staat ze plots stil.
Britt; Johan..
Johan kijkt redelijk verbaast op, want ze zegt dat zo op een speciale toon. Alsof ze het grote licht gezien heeft.
Britt; Johan, als, als Dashi Dorien niet heeft -laten-kidnappen, wie dan wel?
Johan; Dat zullen je collega's wel uitzoeken zeker? Daarvoor dient de politie.
Britt stapt weer door. En deze keer tot ze op haar appartement is. Ondertussen op het commissariaat..
Sofie: Wie zou Dorien ontvoerd kunnen worden, denkt u, baas?
Nadine; Ik heb geen idee, Sofietje. Ga jij anders nu ook maar rusten het is al laat. Je kan hier zo toch niets meer doen.
Sofie; Wie gaat Dorien dan zoeken? En wie gaat die moord op die pastoor oplossen?
Nadine; Je kan sowieso niet met allebei de zaken tegelijk bezig zijn.
Sofie; Ik denk dat die twee echt wel iets met elkaar te maken hebben.
Nadine; Ja... Dat kan, natuurlijk.
Sofie: Is het goed als ik nog langs Britt ga?
Nadine: Ja, ga maar...
Wanneer Sofie bij Britt aangekomen is, is Britt volledig ingestort van verdriet om haar dochter...
Sofie; Britt?! Gaat het,
Britt (huilend) : Neen, het gaat niet. Dat zie je toch zelf. En wat doe jij hier? Wie is er Dorien aan het zoeken?
Sofie; De avond- en nachtploeg doen hun best. Ik heb ook mijn rust nodig. Morgen ga ik meteen aan de slag!
Britt; Dank je. Ik kom ook werken, morgen. En die moordzaak? Wie gaat die oplossen? Ik wil die moordenaar pakken, maar eerst Dorien.
Sofie; Dat is logisch. Heb je al gegeten?
Britt; Nee...
Sofie maakt zich ernstig zorgen om Britt, en stelt dan maar voor om een pizza te bestellen. Britt gaat akkoord, maar eet bijna niets. Dat is logisch natuurlijk, in zo een situatie, maar toch.
Sofie: Britt, je moet iets eten. Je moet er bovenop geraken, zeker zorgen dat je niet ziek wordt.
Britt; Ik weet het, maar ik krijg gewoon niets binnen. Ik maak mij te veel zorgen om Dorien.
Sofie; Dat begrijp ik. Maar je hebt toch al meer gegeten dan als ik niet gekomen was, nietwaar?
Britt: Dat is waar. Dank je, Sofie, dat je er zo bent voor mij.
Sofie: Dat is graag gedaan, maar ik moet nu toch echt voort, ik wordt thuis verwacht. Ga wat slapen, kom op krachten, ik kom je morgen om  acht uur ophalen, goed?
Britt; Ja, ik zal klaarstaan.
Sofie; Tot morgen.
Sofie rijd naar huis, nog steeds ongerust om Britt. Maar meer dan ze nu gedaan heeft, kan ze toch niet doen.
Maar thuis bij Britt, is Britt zo in de war... Plots gaat de telefoon...
Britt: Britt. (zwak)
Stem: Mevrouw Michiels... Ik heb uw dochter bij mij... (sissend)
 
Britt begint meteen te panikeren.
Britt; Doe haar niets!! Ze heeft hier niets mee te maken. Wat wilt u van mij?
Stem; Laat Meneer Dashi vrij. Daarna kunnen we misschien iets regelen voor uw dochter!
Britt: Ik...ik doe mijn best. Hoe is het met mijn Dorien?
Stem: Alles is in orde met haar.
Britt: Laat mij even met haar spreken, alstublieft (smekend)!!
Stem: Even dan.
Hij geeft Dorien door.
Dorien; MAMA!!!
Britt;: Ooh, Dorien!! (huilend) Gaat het meisje?
Dorien; Ja. Ik heb alleen koud.
Britt: Oh, gelukkig. Vraag aan die meneer of hij je een deken kan geven. Ooh, wat ben ik blij dat alles goed met je is.
De stem is er weer.
Stem; U hebt uw dochter nu gehoord, ik wil nu dat Meneer Dashi zo snel mogelijk vrij komt.
Britt; Ik zal echt mijn best doen. Maar doe Dorien niets. Hoe weet ik dat u Dorien niets doet?
Stem; Ik zal morgen vroeg om 8.00 nog eens terugbellen, en u met uw dochter laten spreken.
Britt: Oké.
*klik* tuuut....tuuut...tuuut..
De man heeft ingehaakt. Meteen belt Britt het commissariaat. Gelukkig is Nadine nog op bureau. Britt verteld alles.
Nadine; Britt, dan weet je nu dat met Dorien alles oké is. Maar wat kunnen we doen? Ik kan Dashi niet zomaar laten gaan!
Britt; En Dorien dan?? Ik wil mijn dochter terug ja?
Nadine; Dat begrijp ik. Ik zal zien wat ik kan doen. Wanneer belt hij je terug?
Britt: Morgen vroeg, om 8uur.
Nadine: Oké. Ik bel daarvoor nog eens terug. Ik bel Sofie en heel het team op.
Rond zes uur 's ochtends belt Vanbruane Britt weer op.
Britt: En? EN?! (huilend/volledig in de war)
Nadine; Britt, eerst moet je wat kalmeren.
Het is een tijdje stil... Nadine hoort Britt duidelijk diep in en uit ademen. Na een tijdje klikhaar stem weer.
Britt; Zo.. ik hoop dat het wat beter is nu?
Nadine; Je klinkt beter, inderdaad.
Britt: Wat gaan jullie nu doen
Nadine: Wel, Sofie zou heel graag Dashi laten gaan, en dus zo Dorien terug krijgen. Maar daar ben ik zo niet voor.
Britt: En waarom niet?
Nadine: Omdat we helemaal niet zeker weten dat Dashi het wel gedaan heeft!
Britt: Dat is toch zo klaar als een klontje, Nadine?! Alstublieft, denk aan Dorien. Haar mag niks overkomen! (smekend/snikkend)
Nadine: Natuurlijk denk ik aan Dorien. Maar we zijn niet zeker...
Britt valt haar in de rede: We moesten toch van die man Dashi vrijlaten?! Dan is het toch duidelijk dat hij er iets mee te maken heeft. Laat die gek gewoon gaan. En dan pakken we hem later wel weer op als ik mijn dochter terug heb.
Nadine haalt zuchtend adem.
Britt: WEL?! (zenuwachtig/boos)
Nadine: Ik weet het niet, Britt... (zuchtend)
Britt wordt nu toch echt heel boos en krijgt de nijging om Nadine aan te vliegen. Een paar keer haalt ze diep adem.
Britt: Ik had nooit gedacht dat ik zo teleurgesteld in je kon zijn. Ik dacht dat je een vriendin van me was.
Met deze woorden loopt Britt weg,.
Nadine kijkt haar hulpeloos en verbouwereerd na...
Nadine: Ik ben een vriendin, Britt, maar je moet begrijpen dat ik niet anders kan! (roepend)
Britt loopt stug door om even later in huilen uit te barsten. Na een paar minuten te hebben gesnotterd zegt ze tegen zichzelf: Genoeg gesnotterd nu. Je kan beter je dochter gaan zoeken.
Ze veegt haar tranen weg en pakt haar spullen.
Nadine: Wat ga je doen?
Britt: Dorien zoeken. (kortaf)
Net wanneer ze in de auto stapt, belt de man, die Dorien heeft, haar weer op... Met een aantal eisen...
Na dat gesprek is Britt helemaal in paniek en belt ze Nadine op.
Nadine: Vanbruane.
Britt: Nadine, die man...
Nadine: Heeft hij gebeld?
Britt: Ja...
Nadine: En?
Britt: Ik moet binnen een uur naar hem toe gaan, dan kan ik Dorien even zien, en als ik me laat doen dan mag ze vrij... Maar ik moet daar blijven...
Nadine: Wat ga je doen?
Britt: Ik ga er heen, wat dacht je?! Voor Dorien ga ik door een vuur als ik moet...
Nadine; Maar Britt... (protesterend)
 
Maar Britt heeft al ingelegd... Na een uurtje is ze bij de man...
Britt: Waar is mijn dochter?
Man: Geen zorgen.
Britt: Je had gezegd dat ik haar mocht zien.
Man: Ja zo meteen. Eerst moet je me vermaken.
Britt: Hoe dan?
Man: Dat mag je zelf verzinnen.
Britt: Je bedoelt... (zacht)
Man: Ja, dat bedoel ik...
Britt: Eerst wil ik Dorien zien... (bang)
 
De man grijpt haar vast en gooit haar hardhandig tegen de muur en kleed zichzelf razendsnel uit, terwijl Britt moeizaam opkrabbelt.
Man: Je krijgt nog een kans... Vermaak me, en je mag je dochter zien... (dreigend)
Britt verkeerd in tweestrijd. Aan de ene kant wil ze haar dochter zien, maar aan de andere kant heeft ze echt geen zin om tegen haar zin met die man te... te...
Britt: Ik weet niet... (zacht)
Man: Wacht... Ik help je wel even...
De man duwt Britt tegen de muur en gaat heel dicht tegen haar staan, zodat ze geen kant op kan... Dan...begint hij haar heftig te zoenen. Ondertussen tast hij met zijn handen haar lichaam af. Britt probeert achter hem uit te komen, maar hij is te sterk. Ze krijgt het benauwd als ze voelt dat zijn handen op weg zijn naar beneden. Ze wil dit echt niet.
Plots voelt ze hoe haar broek word opengescheurd... Dan voelt ze hoe haar slipje wordt weggerukt...
Britt slaakt een ijselijke gil van doodsangst... Dit levert haar echter een ruwe slag in haar buik op...
Britt: Hou alstublieft op, waar is Dorien... (huilend)
De man luistert echter niet, duwt haar tegen de grond, en...
gaat boven op haar liggen. Britt gilt het uit van angst, wat haar een paar harde klappen opleverd. De man duwt zich bij haar naar binnen. Britt geeft het verzet op en wil zich er bij neer leggen, als ze ineens Dorien hoort roepen...
Britt: Dorien! (schreeuwend)
Dorien: MAMA !!! (schreeuwend uit een kamer, maar ze kunnen elkaar uiteraard nie zien)
 
Britt begint zich weer ontzettend hard te verzetten, maar dit doet ontzettend veel pijn... Ze krijst het uit van pijn, maar de man wordt ruwer en geeft steeds hardere en snellere stoten... Al gauw komt hij kreunend klaar, gaat van Britt af en duwt haar weer tegen de muur... Nu trekt hij ook haar bloesje en BH uit en duwt haar op een oud, krakend bed... Hij gaat weer op haar liggen, duwt zich weer bij haar binnen en geeft nog krachtiger stoten dan voorheen, zodat het bed ontzettend kraakt... Al snel komt hij weer schreeuwend klaar, en knijpt van opwinding ontzettend hard in Britt's borsten en trekt hard aan haar haren...
Britt heeft het onderhand niet meer en net als ze voelt wat weg te zakken hoort ze Dorien die haar hernieuwde krachten geeft...
Britt: Ga uit me! (schreeuwend van pijn, maar ook van woede)
Britt voelt de man wat verslappen.
Man: Goed hoor. Was toch klaar.
Britt schiet onder hem vandaan en doet dan haar trui weer aan. Verder niets. Ze gaat op zoek naar Dorien en vindt haar in een donker hok.
Britt: Meisje van me. Gaat het gaan met je? Ik was zo bang toen je weg was. Hebben ze je geen pijn gedaan?
Dorien: Nee, maar ik had het zo koud en ik heb honger. MAMA !!!!!! Pas op.
Maar nog voor Britt om kan kijken krijgt ze een hele harde slag tegen haar achterhoofd en valt bewusteloos neer.
Dorien buigt zich voorover om naar Britt te zien maar wordt ruw bij haar weggetrokken en achterin een auto gezet die snel wegrijdt.
De man die Britt bewusteloos heeft geslagen is nog half in zijn roes van wat hij met Britt gedaan heeft, en is nog bezig om weer op adem te komen, als zijn telefoon afgaat.
Man: Ja?
Dashi: Heb je haar?
Man: Ja.
Dashi; Breng haar bij mij, nu direct.
Man: Waar bent u? Hebben ze u vrij gelaten?
Dashi: Dat gaan ze zo doen als dat kind hier is, dan laat ik weten waar ze heen moet.
Man: Er is een probleempje. Ze is bewusteloos en ze bloed aan haar hoofd.
Dashi: Ik kan jullie ook niets laten doen.
 
Ondertussen komt een huilende Dorien aan de hand van Carla van de receptie het commissariaat binnenlopen.
Sofie ontfermt zich direct over haar en probeert haar gerust te stellen.
Dorien: Ze hebben mama heel erg pijn gedaan. Ze gilde steeds en toen ik haar kon zien klopte een man haar heel hard op haar hoofd en toen viel ze en zei ze niets meer.
Sofie: Weet je waar je mama is nu?
Dorien: Het was wel donker, maar ik denk dat ik het ongeveer weet.
Sofie: Kom maar even mee naar Nadine dan kun je het ons op de kaart aanwijzen.
Dorien: Nee, dat kan ik niet op de kaart. Wel als ik meega met de auto. Toen ze me hier brachten heb ik heel goed opgelet waar we reden. Het is niet zo ver denk ik.
 
Nadine wenkt Sofie even mee uit het kantoor.
Nadine: We hebben beloofd die Dashi te laten gaan. Zeker nu ze Britt hebben. Maar ik weet niet wat ze nu gaan doen.
Sofie: Je kunt en mag hem NIET laten gaan. Eerst moeten we Britt weer terug hebben.
Nadine: Hoe krijgen we die Dashi zover dat hij ons Britt terug geeft?
Sofie: Die krijg je niet zover. Je moet met hem meedenken en dan proberen een stap voor te blijven. Hij is verloren wat hem het liefste was. Hij heeft niets meer te verliezen en zal dus echt niet zomaar opgeven.
Nadine: Wat stel jij voor Sofie?
Sofie; We laten hem van hieruit bellen waar ze Britt heen moeten brengen en laten zijn gesprek en dat van zijn ontvanger traceren en proberen zo Britt uit handen van dat geteisem te krijgen.
Nadine: En jij denkt dat hij daar aan meewerkt?
Sofie: Ik weet het niet, maar meer hebben we gewoon niet.
Nadine: Zullen we samen naar hem toegaan?
Sofie: Hij lacht ons uit, maar die sluwaard heeft ons gewoon in zijn macht. Als ik terugzie hoeveel smart hij Britt al heeft aangedaan krijg ik alleen maar sterker de neiging om hem dood te schieten.
Nadine: Ik doe of ik dat niet gehoord heb.
Sofie: Sorry. Maar ik ..
Nadine: Ik begrijp je heel goed, en ik zou ook niets liever willen dan eindelijk eens wat rust voor Britt in haar leven. Ik vraag me wel eens af hoeveel zij denkt nog te moeten incasseren.
Soms denk ik wel eens dat zij dit ziet als een straf dat ze er niet voor Mark kon zijn toen die vermoord werd.
Sofie: Mark vermoord?
Nadine: Ja. Een lang verhaal. Misschien dan Britt het je nog wel eens verteld.
Sofie: Maar dat komt dus later? Eerst moeten we Britt zien te vinden.
 
Beneden in zijn cel worden bij Dashi de handboeien weer omgedaan en hij wordt meegenomen naar boven waar hij met een vaste lijn en onder toeziend oog van Sofie en Nadine mag bellen om door te geven dat hij vrij komt.
Dashi weet donders goed dat ze hem in de gaten houden dus hij spreekt in code, maar wat hij niet in de gaten heeft is dat hij ongemerkt een heel klein peilzendertje in de kraag van zijn jas geprikt krijgt zodat hij gevolgd kan worden. Reeds meerdere keren is Dashi met de politie in aanraking gekomen en steeds heeft hij weten te ontkomen. Een keer zelfs via zijn advocaat, Johan Vanlancker, Britt haar vriend.
Nadine had aan heel veel touwtjes moeten trekken om zo'n grote macht op de benen te krijgen maar ze was er in geslaagd om twaalf volgauto's te mobiliseren zodat ze elkaar telkens konden afwisselen en Dashi geen argwaan kreeg dat hij gevolgd werd. Echter na een half uurtje door Gent rijden hield hij zijn chauffeur stil en liep een gebouw binnen. Via de oortjes gaf Nadine opdracht het hele gebouw te omsingelen zodat hij niet stiekem via de andere kant het gebouw kon verlaten.
Eenmaal binnen kwam het interventieteam in actie en bestormde de ruimte waar Dashi binnen was gegaan.
Daar zat hij pontificaal op een grote zetel. In zijn ene hand een goede sigaar en in zijn andere hand een goed glas cognac.
Dashi: Zo mevrouw Vanbruane. Nu denkt u dat ik zo maar ga zeggen waar mevrouw Michiels is? Mooi mis. Zo gemakkelijk wint u het niet van mij.
Nadine: (haar wapen richtend op Dashi's hoofd) Waar is Britt?
Dashi: Ik zal u iets anders zeggen (streng) Luister heel goed, of liever, neem het maar op op deze bandrecorder (terwijl hij haar een cassettewalkman toewerpt).
En dan begint hij zijn betoog. Sofie en Nadine staan ongedurig te wachten want ze weten dat Britt in nood is en dat ze snel hulp moet hebben.
Sofie: Spreek op, we moeten Britt hebben.
Dashi: Nogal zo'n brutaal bij de politie, het gaat snel achteruit.
Sofie: Ik zou u het liefst uw kop eraf schieten, maar eerst moet ik Britt hebben.
Dashi: Luister. Die mevrouw Michiels is maar een zielig hoopje mens. Zij is verantwoordelijk voor de dood van mijn dochter. Het is zo jammer dat zo iemand zelf een kind heeft. Dat kan nooit goed komen met Dorien. Arm kind, eerst haar vader verliezen en nu haar moeder, maar ja, dat kon mevrouw Michiels wel aan voelen komen.
Sofie verliest nu haar geduld en grijpt Dashi bij zijn kraag.
Sofie: Zeg op waar is ze?
Dashi laat zijn cognacglas vallen en springt overeind, Sofie daarbij omver duwend.
Dashi: En nu is het over. Dat mens heeft mijn leven kapot gemaakt en ze weet maar niet van ophouden. Ik ben een oude man geworden door haar, een oude man die niets te verliezen heeft, maar ik zweer u dit: (en dan haalt hij een revolver uit zijn jas, zet die in zijn mond en haalt de trekker over).
Een harde knal volgt en overal spat het bloed en de vleesresten in het rond. Sofie slaat helemaal in paniek, Nadine staat geschokt te kijken en ook de andere leden van het interventieteam weten even niet wat te doen. Dashi is dood. Dat is zo klaar als een klontje. Zijn hele hoofd is uit elkaar gespat, maar hij heeft niet gezegd waar Britt is.
Sofie laat zich huilend op de grond vallen, ze is helemaal kapot. Suïcides had ze al vaker van heel dichtbij meegemaakt, maar nog nooit had ze zich zo ellendig gevoeld, omdat ze niet wist waar haar gewonde partner zich nu bevond. Hoe moesten ze nu aan Dorien zeggen dat ze haar mama nog niet hadden gevonden en dat die meneer dat ook niet meer kon zeggen?
Trillend en shakend gaat Nick naast haar zitten en probeert haar te kalmeren maar Sofie verkeerd in een shocktoestand.
Nadine: Breng haar naar het ziekenhuis en laat haar onderzoeken en zorg dan dat ze thuis komt en blijf bij haar. Ik ga terug naar het commissariaat. Dorien zal ons moeten vertellen waar ze Britt het laatst gezien heeft en wie er bij haar was.
 
Op het commissariaat is inmiddels Johan ook toegekomen. Hij is kwaad op Nadine dat Britt weer al betrokken is bij die Dashi zaak, en hij wordt nog furieuzer als hij hoort dat Britt weer vermist wordt. Hij probeert ook om Dorien te troosten en wil niet dat die ook nog verder wordt betrokken in de zaak.
Nadine: Johan, wil je even meelopen naar mijn kantoortje?
Johan: Heb je soms nog meer slecht nieuws voor ons?
Nadine: Alsjeblieft Johan, denk ook een beetje aan Dorien.
Johan: Alsof jullie dat doen.
Nadine: (inmiddels in het kantoortje) Dorien heeft Britt als laatste gezien. Die Dashi heeft zichzelf net door de kop geschoten en zal ons niets meer vertellen. Dorien moet ons wijzen waar Britt is.
Johan: En dat kind het trauma van haar leven bezorgen? Nooit niet.
Nadine: Dorien is haar enigste kans. Ik heb al gesproken met een psycholoog van de dienst die zal ons en zeker Dorien en Britt bijstaan.
Johan: Dan zullen jullie haar eerst moeten vinden. (nu bijna buiten zichzelf van woede)
Nadine: Johan, alsjeblieft, probeer je wat in te houden. Hier help je niemand mee. Ik begrijp heel goed dat je bezorgd bent om Britt, maar zo help je haar niet.
Johan: Sorry, maar ik voel me zo machteloos. Ik wil er bij zijn als jullie met Dorien weggaan. Waar is trouwens Sofie?
Nadine: Die verkeerd in een shock.
Johan: Laten we verder geen tijd verspelen.
 
Nadat Nadine met Johan, Dorien en de psycholoog heeft gesproken gaat het hele team weer op pad op zoek naar de locatie die Dorien heeft aangegeven. Maar daar vinden ze niets anders dan het vest van Britt en wat bloedvlekken, waar wel een grote voetafdruk in staat. Die voetafdruk leid weer naar een afdruk van een autoband en zo komen langzaam de puzzelstukjes weer bij elkaar. Dorien weet te vertellen dat het een donker groene auto was met lichte stoelen erin. En dat die auto een heel zacht geluid maakte.
Toen ze uit de auto was gezet had ze ook de nummerplaat goed bekeken: MEL 702.
Nadine belt de gegevens door naar transmissie en laat ze natrekken. Zoals verwacht betrof het een auto van de stal van Dashi en heel toevallig is de avondploeg op weg naar een ongeval met deze wagen bij de Zwijnaardse Dries.
Met gezwinde spoed haasten ook de andere auto's zicht naar de ongevalplaats.
Aanvankelijk worden ze weggehouden van het wrak maar Nadine maakt duidelijk dat zij commissaris is en op zoek is naar een van haar medewerkers die ontvoerd is. Dan mag ze langs de afzetting en wordt bij de auto gelaten. Nauwelijks bij bewustzijn hangt de chauffeur half over het stuur. Nadine grijpt hem bij de kraag en wenst hem allerlei naars toe als hij niet heel snel zegt waar Britt is.
De man kijkt haar verdwaasd aan. Hij lijkt haar niet te snappen.
Nadine: Je baas heeft zich door de kop geschoten, die kunnen we niet meer oppakken, dus als haar ook maar iets overkomt, ik zweer je, je zult de dag berouwen dat je bent geboren.
Man: Kijk achterin. (en hij zakt weer bewusteloos in elkaar)
Nadine loopt naar de achterkant van de wagen en wil hem openen maar slaagt daar niet in.
Vlug gaat ze weer naar de bestuurder en gaat op zoek naar de sleutel om de kofferbak te openen maar kan die niet vinden. Dan hoort ze zachtjes wat geknetter en ruikt de benzine die nu vrij over de straat loopt. Ze begint in paniek te raken en vreest dat de boel gaat exploderen. Dan ziet ze Pasmans met een breekijzer aan komen lopen en die twijfelt geen moment en breekt de kofferbak open. Ineens is er overal vuur en Pasmans springt snel weg maar Nadine trekt de kofferbak verder open en ziet daar een bewusteloze Britt liggen. Ze denkt niet na over de gevaren voor zichzelf, grijpt Britt onder haar oksels en sleurt haar uit de wagen en sleept haar door de berm naar een veiliger plek en struikelt samen met Britt voorover de sloot in als plots de wagen explodeert. Behalve het geluid van de brandende wagen hoort en ziet Nadine even niets. Ze is voor korte tijd zelf ook even haar positieven kwijt. Ze schrikt als er plots een paar handen aan haar beginnen te trekken; het zijn Raymond en Pasmans. Pasmans zet Nadine overeind en Raymond haalt Britt uit het slootwater en legt haar in stabiele zijligging in de berm en dekt haar toe met zijn dienstjas.
Britt is niet bij bewustzijn en ze reageert niet op aanraken of aanspreken.
Gelukkig is de ambulance snel ter plaatse. Voor de chauffeur komt alle hulp te laat. Nadine wordt meegenomen in verband met brandwonden en Britt wordt voor de ogen van Dorien en Johan gereanimeerd en ook snel overgebracht naar het ziekenhuis.
Opnieuw breken bange en spannende tijden aan voor Johan en Dorien.
In het ziekenhuis wordt Nadine goed verzorgd en mag na de verzorging meteen weg...
 
Ze gaat op zoek naar Britt...
Nadine: Britt Michiels? (aan het baliemeisje) Waar ligt Britt Michiels? (zenuwachtig)
Baliejuf: De artsen zijn nog met haar bezig. U kunt in de wachtkamer plaats nemen. Daar zitten al een heleboel mensen te wachten op bericht over haar. Is er wat bijzonders dat er zoveel mensen naar haar komen vragen?
Nadine: Ze is mijn beste inspecteur. Ze heeft al zoveel mee gemaakt, ik wou dat ..... (maar verder komt ze niet want ze begint te huilen)
Dan staan ineens Raymond en Johan naast haar die verwachtingsvol naar haar kijken.
Nadine: Sorry, maar ik weet ook nog niets meer.
Johan: En hoe is het met u? Uw handen in het verband en uw gezicht helemaal ...
Nadine: Wat brandwonden. Dat gaat wel goed komen zegt de dokter. En flink de schrik te pakken. Ik hoop zo dat ik op tijd was om wat voor Britt te doen. Als ze er wat aan overhoud, ik weet niet of ik dan nog wel naar mezelf durf te kijken. Ik had haar moeten tegenhouden, na wat die Dashi allemaal al tegen haar gedaan en gezegd had. Johan het spijt me zo zeer dat Britt nu weer in de problemen is geraakt. Och, laat die artsen eens opschieten.
Als Johan een arm om haar heen wil slaan krimpt ze ineen van de pijn. Bij de val door de explosie is ze hard op haar schouder terecht gekomen en die voelt nu behoorlijk beurs. Ook de brandwonden aan haar handen beginnen veel pijn te doen en ze kan haar tranen niet bedwingen.
Johan: Sorry, ik wilde u geen pijn doen. Kom, ga even zitten en laten we proberen rustig op de artsen te wachten.
 
Na meer dan een uur wachten komen ook Nick en Sofie binnen lopen.
Nick: Ik kon haar niet thuis houden toen ze wist dat Britt gevonden was.
Nadine: Sofie? Hoe gaat het?
Maar Sofie reageert niet. Ze is nog steeds in shock en staart met lege ogen voor zich uit. Het enige wat ze hoort is telkens het slaan van de deuren op de eerste hulp. Ze is gefixeerd op Britt en heeft alleen daar oog voor.
 
Meer dan twee uur later komt er eindelijk een arts op de groep collega's aflopen.
Arts: (op heel serieuze toon) Is hier de echtgenoot van mevrouw Michiels aanwezig?
Iedereen kijkt elkaar aan, en dan kijken ze naar Johan.
Johan: Ik ben haar vriend, haar echtgenoot is overleden.
Arts: Wilt u dan met mij meelopen?
Johan: Mag er iemand meekomen? Ik weet niet of ik dit alleen kan.
Arts: Een kan er nog mee.
Johan kijkt rond maar weet niet wie hij moet vragen. Iedereen is heel goed met Britt bevriend en hij wil niemand voortrekken.
Nadine schud nauwelijks merkbaar dat zij niet perse mee hoeft; de anderen zijn eigenlijk ook bang voor het bericht dat gaat komen. Sofie haar blik is nog steeds gefixeerd op de eerste hulp afdeling.
Johan: Zou het gaan Sofie? Wil jij met mij mee gaan?
Sofie: Britt mag niet weggaan. Ze mag niet.
Johan: Wil je meegaan en zien hoe ze het maakt?
Sofie: Ik ben bang Johan.
Johan: Sofie, niet half zo bang als ik. Ik weet ook niet wat de arts mij gaat zeggen, maar jullie zijn een team en ik weet dat je heel erg bezorgd bent om haar. Ga maar met mij mee.
 
En langzaam, bijna schoorvoetend, lopen ze achter de arts aan terug naar de eerste hulp en valt de deur weer dicht, de anderen nog steeds met vragen achterlatend.
Ze lopen een kantoortje in.
De dokter zegt nog steeds niks...
Dan gaat hij langzaam achter zijn bureau zitten, met een serieuze blik in zijn ogen. Hij gebaart aan Johan en Sofie om ook te gaan zitten...
Johan gaat zitten, maar ziet dat Sofie niet doorheeft wat ze moet doen, daarom duwt hij haar zacht in de stoel naast hem, en trekt de stoel naar zich toe, en slaagt zijn arm om haar schouder...
 
Ze kijken hoopvol naar de dokter...
 
Arts: Wel, ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: het gaat niet goed met mevrouw Michiels. Eigenlijk is het een klein wonder dat ze nog leeft. Die slag op haar hoofd...... Twee centimeter lager en ze was er niet meer geweest. Ik weet niet wie geslagen heeft of met wat. Maar het was ontzettend hard. Ze heeft verschillende breuken in haar schedel en er is sprake van vochtophoping binnen in haar schedel. Dat is hetgeen we het meest voor moeten vrezen. Dat vocht kan niet zomaar weg en als de druk in de schedel te hoog wordt komen de hersenen klem te zitten en komt ze te overlijden. We hebben een spoedoperatie gedaan waarbij we een soort pompje in haar hoofd hebben ingebracht die geleidelijk de hoeveelheid vloeistof zal afvoeren zodat de druk geoptimaliseerd kan worden. We zullen moeten afwachten hoe zich dat ontwikkeld. Als het goed gaat komen, en ik zeg duidelijk ALS, dan heeft ze nog een hele lange en moeizame weg te gaan. Ze zal zich niets kunnen herinneren wat er is gebeurd, ze zal zich haar omgeving en de mensen uit haar leven niet meer kunnen herinneren en mogelijk dat ze een heleboel dingen uit haar dagelijkse leven gewoon niet meer kan. We hebben te maken met zwaar hersenletsel met mogelijk grote en blijvende gevolgen.
Ook haar longen hebben een flinke klap gehad doordat ze zowel die rook van die autobrand heeft ingeademd als dat ze in het vuile slootwater heeft gelegen.
Daarbij heeft ze veel kneuzingen in haar buik en haar ribben en hebben we sporen gevonden van een ruwe verkrachting.
Ik begrijp dat u haar graag wilt zien maar ik moet u waarschuwen dat u haar nauwelijks zult herkennen. Haar gezicht is erg opgezwollen en haar ogen zitten dicht; ze heeft een groot verband om haar hoofd en ze wordt met een machine beademd.
Verder zitten er allerlei infusen en machines en draadjes in en aan haar lichaam zodat we haar zo goed mogelijk kunnen observeren. Let wel dat we op dit moment de situatie redelijk onder controle hebben maar ik geef erbij aan dat de komende 48 uur van cruciaal belang zijn hoe mevrouw Michiels hier uit zal komen.
Johan: Noemt u haar alsjeblieft bij haar voornaam. Noem haar Britt, dat geeft meer een vertrouwder gevoel, ze is al zo aan jullie overgeleverd, en aan die machines.
Sofie: Zal ze het halen? Dokter, zeg me dat ze het zal halen.
Arts: Sorry maar daar kan ik op dit moment nog niets over zeggen. We zullen geduldig moeten wachten. Lopen jullie maar even mee, dan zullen we naar haar toe gaan.
Ook nu weer lopen Johan en Sofie langzaam achter de dokter aan.
Johan slaat de schrik om het hart als hij zijn Britt zo ziet liggen, hoofd in het verband, dik en gezwollen gezicht, en slang die uit haar mond steekt en allemaal lijntjes en slangetjes.
Zachtjes loopt hij op haar af en veegt heel voorzichtig met zijn vinger over haar wang. Uiteraard komt er geen reactie.
Johan: Weet ze dat ik hier ben? Hoort ze mij?
Arts: Ze ligt in een coma, maar we denken dat comateuze mensen hun omgeving wel kunnen horen, dus praat rustig tegen haar, daarmee vergroot u de kans dat ze weer bij gaat komen, al geeft het geen enkele zekerheid. Van mensen die wel zijn bijgekomen weten we dat ze konden horen wat er tegen hun gezegd was, en dat die prikkels hebben geholpen om ze terug te krijgen.
Johan: Lieve Britt, ik weet dat je heel ziek bent, en je heel naar voelt. Dorien is gelukkig goed terug gekomen, ze wacht op jou. Wij wachten allemaal op jou. Ik heb je lief, ga niet weg. Blijf vechten en  kom alsjeblieft weer bij ons terug.
Arts: (tegen Sofie) Mevrouw gaat het wel, u ziet zo wit?
Maar nog voor ze kan reageren ligt Sofie languit op de vloer. Het is haar teveel. Ze kan het niet aanzien dat haar partner hier zo bijligt.
Vlug komen er twee broeders aan die haar opnemen en op een brancard leggen en afvoeren. Johan loopt zelf ook met knikkende knieën weg nadat hij Britt heel zachtjes een zoentje op haar wang heeft gegeven.
 
Op de gang wachten de anderen hem op, maar niemand durft te vragen hoe het is. Aan Johan zijn houding merken ze dat het niet goed is. Nadine staat op en loopt op hem af en legt haar pijnlijke handen op zijn schouders om hem haar steun te betuigen. Langzaam volgen de anderen haar voorbeeld en zo wordt Johan door de groep opgenomen.
Als hij opkijkt ziet hij ergens achteraan op een stoel Dorien zielig voor zich uit zitten kijken.
Johan: Sorry, maar ik moet naar Dorien toe.
Nadine: Gaat het lukken Johan? Kunnen we ergens mee helpen?
Johan: Loop even mee naar Dorien als ik haar moet uitleggen dat haar moeder heel ziek is en de dokters heel erg hun best gaan doen voor haar.
Dan bukt hij zich om oog in oog te komen met Dorien.
Johan: Dorien, de dokters zijn heel hard bezig om uw mama beter te maken maar ze is heel erg ziek. Die man die haar op het hoofd heeft geslagen heeft haar heel veel pijn gedaan.
Dorien: Gaat ze wel terug beter worden dan? Ik wil niet ook mijn mama kwijt zijn. Het is al zo stil zonder een papa.
Nadine: Dorien, uw mama weet dat u op haar wacht en ik weet zeker dat ze jou niet wil alleen laten. Ik ken haar denk ik goed genoeg om te weten dat ze zelfs nu, nu dat ze heel ziek is, heel erg hard haar best doet. Om beter te worden en om bij jou terug te komen.
Dorien: Moet ik nu met Johan mee, of ga jij Tony bellen?
Nadine: Heeft mama nog wel eens contact dan met Tony?
Dorien: Ja, ze bellen wel eens en soms gaan wij ook naar Tony toe, maar die werkt nu toch niet meer bij jullie?
Nadine: Wil ik haar bellen en vragen of zij wil komen helpen?
Johan: Ik wil ook wel voor Dorien zorgen, maar ik heb even een paar dagen nodig om mezelf weer wat bijeen te rapen. Ik ben helemaal kapot van wat ik net zag en de dokter mij vertelde.
Nadine: Is goed Johan. Ik neem Dorien voor vanavond wel mee en zal je morgen bellen of ik wat met Tony heb kunnen regelen. Het ga je goed, en als je ergens mee zit, of gewoon even je verhaal kwijt moet kun je me gerust bellen, ook 's avonds of 's nachts.
Johan: Bedankt Nadine, en sorry dat ik deze week zo tegen je uitviel. Het werk van Britt, soms maak ik me gewoon teveel ongerust, maar nu is het wel echt goed mis gegaan.
 
Zo gaat ieder weer op weg naar huis, maar allemaal met een heel naar gevoel in het lijf.
 
De eerste dagen heerst er een vreemde sfeer op het commissariaat. Sofie heeft zich voor een paar dagen ziek gemeld en Nick is bij haar gebleven om haar wat op te vangen en te steunen.
In zijn nabijheid begint Sofie te praten over haar angst die ze voelde toen Britt vermist werd en toen ze haar op de intensive care weer had terug gezien.
Raymond en Pasmans hebben ook hele gesprekken over wat er toch allemaal al met Britt gebeurd was en dat ze steeds weer de kracht had om zich door alle sores heen te slaan. Ze waren het er over eens dat Britt een hele sterke vrouw was. Terwijl hij dit zei merkte Pasmans dat hij dit misschien wel zei om zich zelf wat moed in te spreken want hij wist intussen van het zware hersenletsel dat Britt had opgelopen.
Ben en Sel waren een heel stuk rustiger dan men van hun gewend was. Beiden een beetje in hun eigen wereldje, maar wel duidelijk zeer begaan met het lot van Britt.
Nadine had haar handen dan wel in de verbanden zitten maar kwam toch naar het commissariaat om er voor haar team te zijn en iedereen kon dat waarderen.
Na twee dagen was het haar gelukt om Tony te pakken te krijgen en ze sprak af die middag bij Tony langs te gaan.
Tony wist nog van niets en was zeer zwaar aangeslagen toen ze hoorde van Britt haar toestand. Uiteraard zonder bedenkingen bood ze aan om voor Dorien te zorgen zolang dat nodig was, en ze had er geen moeite mee om het eventueel af te wisselen met Johan.
Tony en Britt hadden meer dan drie jaar samen gewerkt en kenden zo'n beetje elkaars hele leven. Samen hadden ze voor hele hete vuren gestaan en een van die hete vuren was ook al eens Dashi geweest. Toen Nadine vertelde dat Dashi er ditmaal ook weer achter zat sloegen bij Tony bijna de stoppen door.
Nadine: Rustig maar, hij heeft het werk zelf afgemaakt. Hij heeft zijn revolver in zijn mond gestoken en geschoten. Alleen zit ik nu danig onthand op het commissariaat. Ik weet dat jij je redenen had om dat jaar sabattical te gaan, maar zou je in overweging willen nemen of je ons een beetje kan komen helpen. Echt alle respect als je nee zegt, maar ik kan elke hulp nu heel goed gebruiken.
Tony: Ik ga straks eerst naar het ziekenhuis, dan pik ik Dorien wel op uit school en ga even bij Johan langs en dan laat ik je morgen weten wat ik doe. Is dat goed voor jou?
Nadine: Heel erg bedankt dat je er over wilt denken.
Tony: Ze is eigenlijk nog steeds een beetje mijn partner hoor. We zien elkaar nog regelmatig en we bellen ook nog vaak. Hoe kan die ..... haar dit nu weer aangedaan hebben?
Nadine: Hij heeft het op een bandje ingesproken. We hebben dat bandje op het commissariaat. Zo koel en onbewogen als hij het allemaal verteld. Die man kende geen gevoel meer. Ik ben blij dat hij dood is.    Dit ga je toch niet tegen de IT vertellen als ze komen, is het wel?
Tony: De IT kent Dashi niet. Maar ik beloof je het voor me te houden tegen hun.
 
In het ziekenhuis is bij Tony de eerste reactie ook een flinke schrik, maar ze heeft meer meegemaakt dat Britt zo te pas was gekomen. Nadat ze zich heeft hervonden gaat ze heel rustig naast Britt zitten en neemt diens hand in de hare terwijl ze er zachtjes overheen begint  te strelen.
Een broeder die net komt om wat controles te doen merkt een verandering in de registratie van de metingen en loopt vlug naar de artsenkamer om de hoofdbehandelaar op te halen.
Arts: Wat is er gaande?
Broeder: Deze mevrouw zit tegen Britt te praten en streelt haar hand, en zie eens naar de EEG en ECG registratie, die worden regelmatig en heel rustig. Ik weet zeker dat ze binnenkomt bij Britt.
Arts: Verrek, het lijkt wel of ze gaat bijkomen uit haar coma. Ga haar vriend bellen, ik wil dat hij aanwezig is als ze ontwaakt. We moeten zo veel mogelijk positieve prikkels aanbieden om Britt weer goed terug te krijgen.
Tony: Ik wist niet dat jullie je patiënten bij de voornaam aanspraken.
Arts: Dat heeft haar vriend gevraagd. Hij vond het zo afstandelijk over komen terwijl ze zo aan die machinerieën lag.
Tony: Johan is heel gek met haar. Hij wil haar niet kwijt. Ik ook niet. Ze is jaren mijn partner geweest bij de Flikken en ze heeft al bijna net zoveel ziekenhuis ervaring als menig arts-assistent. Maar ze moet weer terug komen bij ons. Ik moet even iemand bellen maar kom zo zelf ook weer terug.
 
Tony belt naar Nadine om de situatie uit te leggen en te vragen of ze vanmiddag zelf Dorien nog kan ophalen.
Nadine is ingehouden blij dat Britt nu al lijkt bij te komen uit het coma. Het is nog te vroeg om te juichen maar ze weet wel dat hoe korter het coma duurt, hoe groter de kans op een goed herstel.
Nadine: Ik zorg voor Dorien en blijf jij maar bij Britt, zo te zien zijn jullie nog steeds twee handen op een buik. Laat me horen als er iets veranderd.
Tony: Doe ik, en alvast de groetjes aan Dorien. Ik zie er naar uit om haar weer te zien.
 
Als Tony terug komt op de intensieve ziet ze Johan ook al aankomen. Hij heeft een verwilderde blik in zijn ogen. Hij is ook angstig dat er iets niet goed is, maar Tony neemt hem bij de hand en verteld dat de artsen denken dat Britt bijkomt uit haar coma.
Johan: Echt? Ik dacht dat ....
Tony: Kom maar mee, dan gaan we samen.
Johan: Hoe kun jij zo rustig blijven?
Tony: Ik ken mijn vroegere partner. Ik weet dat ze het gaat halen, snel en goed. Ik voel dat gewoon.
Johan: Jij bent toch niet zo'n paranormaal begaafd iemand of wel?
Tony: Nooit in me opgekomen, maar als het Britt helpt wil ik het graag gebruiken.
Johan: Tony je bent een schat.
 
Terug op de intensieve gaat Tony weer naast Britt zitten en neemt weer haar hand en begint weer rustig te praten en de hand te strelen en weer laten de registraties de invloed daarvan op Britt zien.
Rustig blijft Tony doorpraten  en nu ziet ook Johan dat Britt lijkt bij te komen. De zwellingen rond de ogen zijn al flink wat minder en dan ziet hij dat Britt probeert haar ogen te openen. Haar oogleden voelen heel zwaar dus het gaat erg moeizaam maar uiteindelijk heeft ze haar ogen open en kijkt van de een naar de ander die om haar bed staan. Haar blik is nog leeg alsof ze inderdaad niemand herkend, maar als Tony zachtjes in haar hand knijpt richt ze haar blik op Tony en ook de arts ziet dat er bij Britt een teken van herkenning is.
Als door een wonder is Britt al heel snel uit haar coma gekomen. Ze wordt van de beademingsmachine afgekoppeld maar blijft nog wel voor een aantal dagen op de intensieve.
Johan en Tony bezoeken haar iedere dag elk zeker twee keer en bombarderen haar met prikkels om haar te stimuleren om dingen te herkennen.
Dat deel gaat nog erg moeizaam en het doet Johan pijn om te zien dat Britt zich heel veel niet kan herinneren.
Tony: Johan, dat gaat wel weer komen. Vergeet niet dat ze een behoorlijke knal tegen haar hoofd heeft gehad.
Johan: Maar ik voel me zo machteloos.
Tony: Laat dat zo min mogelijk aan Britt blijken. Ze heeft ons, ze heeft jou nodig. Wees er voor haar.
 
Op het commissariaat is de angst omgeslagen in voorzichtige blijdschap over het uit coma komen van Britt.
Raymond en Pasmans hebben zich weer op de Kerkmoord gestort en zijn samen met Sofie bezig de zaken nog eens allemaal grondig door te nemen.
Wilfried werkt hele lange dagen. Hij voelt zich dat verplicht aan Britt en wil niet horen van Sofie of Nadine dat hij tegenover Britt niets verschuldigd is.
Pasmans: Ik heb me aangesteld daar die eerste dag in de kerk. Toen heeft Britt het overgenomen en is die Dashi  erbij geraakt.
Sofie: Hoezo TOEN is hij erbij geraakt?
Pasmans: Nou, ik heb nog geen enkele link kunnen leggen tussen die moord en Dashi. Hij heeft gewoon van de media gebruik gemaakt om weer bij Britt te kunnen komen.
Nadine: En weten we nu al wie die priester heeft vermoord?
Sofie: We hebben het rapport van de schouwarst net gekregen. Ik ga het eens doorspitten.
Pasmans: Nadine, mag ik naar Britt ik moet haar iets vragen.
Maar door die opmerking wordt Sofie ineens zo kwaad op hem dat ze Pasmans naar de keel vliegt en ze in een behoorlijk gevecht terecht komt.
Nadine: (luid) Ophouden jullie!!
Maar Sofie lijkt niets te horen. Pasmans is overdonderd door Sofie en weet niet wat hem overkomt. Dan komt Nick binnen en ziet Sofie in gevecht, maar trekt haar van Pasmans af. Schreeuwend en krijsend staat ze nu tegen Nick te bekken maar die laat het allemaal een beetje langs zich heen gaan.
Nick: Sofie, gaat het weer een beetje?
Sofie: Hij .... hij ..... Ik doe hem wat.
Nick: Jij doet hem niks. Jullie kunnen samenwerken of jullie doen elk wat anders maar met onderling geruzie los je die zaak niet op. Als je even gaat zitten zal ik je wat vertellen.
Met enige moeite laat Sofie zich op een stoel zetten en dan loopt Pasmans naar haar toe en wil zich verontschuldigen voor als hij iets verkeerds gezegd heeft, waarvan hij zich niet bewust is, maar Sofie wil hem al weer aanvliegen.
Sofie: Goddomme Pasmans, Britt is net uit haar coma en dan ga jij haar aan de kop zeiken met dat zielige priester gedoe. Heb je geen verstand in je kop?
Pasmans: Ik zeg sorry, daar had ik aan moeten denken.
Sofie: Denk in het vervolg eerst na voor je zoiets zegt.
Nadine: Sofie, kom je even mee? Wat is er met je aan de hand? Je valt toch niet zomaar je collega's aan, ook al lijkt zo'n vraag onbenullig.
Sofie: Ik ben nog steeds zo kwaad dat Britt dit is overkomen. Ze is dan wel uit coma maar ze herkend niets en niemand meer. Ik wil niet op zo'n manier mijn partner verliezen.
Nadine: Maar moet Pasmans het daarom ontgelden?
Sofie: Misschien niet.
Nadine: Moet ik hem binnen roepen of praat je het zelf met hem uit?
Sofie: Moet dat?
Nadien: Ja, hier kunnen we niet werken als we niet volledig op elkaar kunnen vertrouwen.
Sofie: Oké, ik ga wel naar hem toe.
 
Sofie: Pasmans, loop even mee. (en samen gaan ze naar de kleedkamers) Sorry dat ik je aanviel.
Pasmans: Is oké Sofie, maar waarom deed je het?
Sofie: Vind je het niet kinderachtig als ik het zeg?
Pasmans: Ik weet niets eens wat er was.
Sofie: Ik was bang en ik was kwaad voor wat Britt was overkomen.
Pasmans: Dat waren we allemaal. Ik begrijp dat jij het sterker voelt, jij bent haar partner, maar iedereen hier mist haar. Maar we zullen ons beter met elkaar gaan verdragen en ik zal opletten wat ik zeg. Kunnen we verder samen werken denk je?
Sofie: Jij bent ook zo'n goedzak.
Pasmans: Oké dus, op naar Nick die wat informatie voor ons heeft.
Nick: Wij hebben iemand opgepakt die in allerlei bochten springt om geen straf op te lopen. Hij zegt dat hij wat weet van die kerkmoord. Hij zit in verhoor twee en ik wil vragen of jullie hem willen ondervragen.
Sofie zegt niets maar geeft Nick een dikke zoen midden op zijn mond. Nick krijgt gelijk een rode kop.
Pasmans: Ik zal nu dus maar niets zeggen? (met een knipoog naar Sofie)
Sofie: Kom op Pasmans, er wacht werk op ons.
 
Sofie en Pasmans gaan de man verhoren...
 
Ondertussen in het ziekenhuis, stapt Johan Britt's kamer in... Tot nu toe heeft Britt nog geen woord gezegd...
 
Ook nu nog spreekt ze niet. Ze heeft geen benul hoe dat moet. Ze hoort van alles om zich heen maar weet niet hoe ze zelf contact moet leggen met haar omgeving. Tony zit nog aan haar bed en praat rustig tegen Britt aan.
Als Johan binnenkomt staat Tony op om plaats te maken, maar aan zijn ogen ziet Tony dat hij het er heel moeilijk mee heeft.
Tony: Gaat het Johan, je ziet er zo bezorgt uit?
Johan: Ik ben zo bang Tony. Ze is drie dagen geleden uit het coma gekomen en ze heeft nog geen woord gezegd, ik weet niet eens of ze mij wel herkent.
Tony: Je moet heel veel geduld hebben Johan, ze komt er wel weer bovenop, maar ze heeft ernstig hersenletsel, dat duurt gewoon lang.
Johan: Tony, ik ben bang dat ik haar kwijt ben. Wat hebben we nog als ze ons niet eens meer herkent, als ze straks niet eens zelf zich kan kleden, of niet meer weet wat ze over vijf minuten moet doen?
Tony: Johan, kom eens mee naar de gang. (aldaar) Johan, Britt doet heel erg haar best, ze heeft je steun en je aanwezigheid nodig. Laat haar niet vallen. Ik weet dat het moeilijk is, mij herkent ze ook niet en dacht je dat mij dat geen pijn doet? Ik lig 's nachts ook te janken omdat mijn hartsvriendin mij niet herkent, ik ben ook bang dat ze restverschijnselen zal houden, maar ik geef niet op. Nooit. Britt heeft jou en mij nodig. Al moet ik op mijn blote knieën naar Rome om de paus te smeken een goed woord bij onze lieve heer te doen, dan zou ik dat doen.
Ik ben het Britt verschuldigd. Een ding ben ik blij van dat die Dashi nu voorgoed van de aardbodem weg is. Ik hoop dat Britt daar wat rust in kan vinden.
Johan: Tony hou op met dat zalvende gedoe. Zie je niet dat Britt is verworden tot een kasplant? Kijk haar liggen: het speeksel loopt uit haar mond, haar ogen zijn leeg, en ze kan niks.
Tony: Ga jij nu naar binnen en ga je tegen Britt praten of blijf je hier staan mekkeren?
Johan: Archhhhhh. Ik kan het niet. (en boos draait hij zich om en loopt weer weg)
 
Dus gaat Tony weer naar Britt toe en begint weer tegen haar te praten terwijl ze zachtjes over Britt haar gezicht en haar handen streelt.
Tony: Britt, ben je daar? Kun je me horen? Laat me weten dat je mij hoort.
En dan voelt ze heel zachtjes dat Britt probeert om in Tony's hand te knijpen en van vreugde slaakt ze een gil, waarop direct een zuster naar binnen komt rennen.
Zuster: Is er iets, ik hoorde een harde gil?
Tony: Ze pakte heel zachtjes mijn hand en ze kneep een beetje.
Zuster: Dat is heel mooi, dat is een goed teken.
Tony: Mag ik nog bij haar blijven of moeten jullie zo met haar bezig?
Zuster: De neurochirurg komt zo langs en wil de hoofdwond gaan controleren.
Tony: Moet ik dan weg of mag ik aanwezig zijn voor Britt?
Zuster: Als je niet gaat flauwvallen mag je wel blijven.
Tony: Ik ben niet zo'n held, maar dat weten jullie wel, maar als ik Britt er mee kan helpen wil ik graag blijven.
Zuster: Is goed. Ik denk dat we over ongeveer een kwartiertje hier zijn.
 
Na een kwartier komt de neurochirurg binnen en laat de zuster het verband van Britt haar hoofd halen. Britt wordt op haar rechterzijde gelegd zodat de arts een goed zicht heeft op de hele wond. Tony voelt haar maag al rond draaien en merkt dat het bloed wegtrekt uit haar gezicht, maar ze probeert diep door te ademen om vooral niet onderuit te gaan.
Al het haar is van Britt haar achterhoofd afgeschoren en er zit een wond van wel 10 bij 4 centimeter. De randen zien er naar uit, er zit opgedroogd bloed in de wond en de drainpot zit ruim half vol. Als de chirurg met zijn gehandschoende vingers op de wondranden drukt komt er ineens een hele stroom pus uit de wond.
Arts: Zuster, dit is niet goed. Geef me het scalpel.
Tony heeft steeds meer moeite zich goed te houden, als de arts ook nog eens in de wond begint te snijden. In een soepele beweging maakt hij alle hechtingen open zodat alle rommel uit de wond weg kan. Daarna spoelt hij de wond uit met een fysiologische oplossing en in plaats van draadhechtingen zet hij er nu krammetjes in en hij legt een nieuwe drain aan. Daarna wordt het hoofd weer goed ingepakt in een nieuw verband. En al die tijd heeft Britt geen kick gegeven.
Omdat de krammetjes meer druk op de huid zullen veroorzaken moet Britt nu op haar zij blijven liggen,  maar zal ze om de drie tot vier uur op haar andere zij gedraaid worden.
Als de arts en de zuster weer weg zijn loopt Tony naar de wc een moet even flink braken. Wat was ze geschrokken van die wond. Nu begreep ze ook beter hoe het kwam dat er zulk zwaar hersenletsel was.
Maar ze liet zich niet op de kop zitten, en nadat ze haar gezicht had opgefrist met een plens koud water zette ze zich weer bij Britt neer en begon weer verder te praten.
Na een poosje begon Britt wat te murmelen en Tony zag belletjes uit Britt's mond komen.
Tony: Britt??
Britt: J  .... a...a...a?
Tony: Is het echt? Ben je terug? Britt, wat maak je me blij.
Britt: Z...ee...e.r.
Tony: Heb je veel pijn?
En met heel veel moeite probeerde Britt te knikken, maar dat ging nauwelijks omdat ze nog steeds een stijve halskraag droeg om te voorkomen dat haar hoofd ongecontroleerd zou gaan bewegen.
Toen zag Tony dat Britt tranen in haar ogen kreeg en ze voelde zichzelf naar worden van het verdriet en de pijn die ze bijna letterlijk bij Britt kon voelen.
Nadat ze de zuster weer had geroepen kreeg Britt morfine toegediend en viel weer in slaap, waarop Tony besloot om ook maar weer weg te gaan.
 
In plaats van naar de boot ging Tony naar het commissariaat waar ze direct naar Nadine ging.
Nadine: Dag Tony. Hoe is het met je?
Tony: Met mij? Ik dacht dat je naar Britt wilde informeren.
Nadine: Ook wel, maar ik zie dat jij er niet uitziet. Is er iets gebeurd?
En toen vertelde Tony het hele verhaal van Johan, dat die het niet meer aan kon, en dat de wond ontstoken was en dat Britt kenbaar had gemaakt dat ze heel veel pijn had. En ondertussen was ze zelf ook gaan huilen en had Nadine snel een kop thee gehaald en ging naast Tony zitten om haar te troosten.
Nadine was inmiddels verlost van haar zalfverbanden van de brandwonden. Haar handen zagen nog wat rood en waren gevoelig maar Nadine had zelf geen dag verzuimd om aanwezig te zijn.
Nadine: Pasmans en Sofie zijn verder gegaan met die kerkmoord. Ze hebben net een verdachte gehoord. Misschien hebben hun informatie die jij wilt hebben?
Tony: Wat zou ik daar mee moeten?
Nadine: Misschien zit er een aanwijzing bij of Dashi daar ook bij betrokken is geweest of dat hij misschien op die manier bij Britt in de buurt wist te komen.
Tony: Denk jij dat ik terug moet komen in de dienst?
Nadine: Ik kan niet voor jou kiezen. Ik heb al gezegd dat ik het heel erg zou waarderen maar jij hebt vrij gevraagd voor je eigen redenen en alleen jij kunt bepalen of je terug wilt  al op dit moment.
 
Net als Tony op wil gaan staan om naar Sofie toe te gaan gaat Nadine's telefoon. Weer een melding van een situatie in een kerk, of de onderzoekende agenten zich daarheen willen begeven, want men heeft het vermoeden dat er een verband is.
Nadine kijkt Tony aan die haar vragend terug aan kijkt.
Nadine: Wil je mee doen? Misschien is er een verband, en bij God ik kan elke hulp gebruiken.
Tony: Als ik het aan kan wil ik het wel proberen.
Nadine: Bedankt Tony, dat je nog steeds om je collega's geeft. Maar wees wel eerlijk tegenover jezelf. Als het niet gaat wil ik dat je het aangeeft. Oké?
Tony: Welke kerk is het, dan zal ik Sofie en Pasmans inlichten?
Nadine: Kristus Koningkerk aan het Rerum Novarumplein. En doe het voorzichtig aan Tony.
 
Onderweg naar de kerk licht Sofie Tony in over wat ze uit het verhoor hebben gekregen.
De knaap die ze hadden verhoord was Thymen, 25 jaar, werkeloos en, zoals verwacht, door Dashi geronseld om "zekere zaken" voor hem af te handelen. Maar hij ontkende elke betrokkenheid bij de moord op de pastoor.
Na wat steviger aandringen had hij wel gelost dat hij een nevendienst had verricht en die had er uit moeten bestaan dat hij Britt de stuipen op het lijf had moeten jagen. Zover Thymen wist waren er wel meer jongens in dienst van Dashi geweest maar uiteraard kende hij die niet allemaal.
Bij Tony begon het vermoeden te rijzen dat die handlangers van Dashi nog lang niet uitgewerkt waren en ze maakte zich zorgen over wat Britt en hun nog meer boven het hoofd zou hangen.
Voor de kerk stond de pastoor al in paniek te gebaren dat ze snel binnen moesten gaan en dat hij zich een ongeluk was geschrokken toen hij zelf binnen was geweest. Op het altaar had een afgesneden schapenkop gelegen, alsof het een offer was geweest.Verder niets geen aanwijzingen. Tony keek aandachtig rond en zag wat vage bloedvlekken waar ze een gedeeltelijke voetafdruk vond. Ze belde de sporendienst en liet de boel grondig nakijken, waarna ze zelf weer binnenreden.
Zo kregen ze in de loop van de volgende dagen nog drie meldingen binnen van pastoors die vreemde zaken waren tegengekomen in hun kerk.
Tony zat er inmiddels weer helemaal in. Door Nadine's toedoen had ze versneld haar bevoegdheden teruggekregen, zodat ze volledig operationeel was.
Omdat Pasmans en Sofie weer een nieuwe verdachte op hun pad waren tegengekomen en aan het ondervragen waren, kreeg Tony het verzoek om naar de Sint Baafs kathedraal te komen. De manier waarop haar hulp werd gevraagd zat haar niet helemaal lekker en ze zag het niet zitten om alleen te gaan en dus trok ze haar stoute schoenen aan en ging aan Nadine vragen of die mee wilde komen.
Nadine: Gaat het wel dan Tony?
Tony: Ja, ik denk het wel, maar ik heb zo'n onbestemd voorgevoel. Ik ga liever niet alleen.
Nadine: Oké, dan ga ik mee. We lopen dat kleine stukje maar even, dan krijgen we ook nog wat frisse lucht binnen.
 
Bij de kathedraal was er voor de deur al een hele volksoploop ontstaan. De kerkdienders hadden alle toeristen weer naar buiten gewerkt.
Nadine: Het zal wel heel wat zijn dan. Laten we maar eens gaan kijken.
In de St. Baafs werden ze gelijk meegetroond naar het onderverdiep, waar langs de hele wand allemaal kleine kapellekes waren aangebracht, elk gewijd aan een of andere geestelijke uit een verder of minder ver verleden. Ook waren er altaars die gewijd waren aan bepaalde religieuze gebeurtenissen uit het verleden. Het zag er allemaal heel goed geconserveerd en verzorgd uit. Tony bedacht zich dat ze in al die jaren dat ze in Gent woonde nog nooit echt in de kathedraal was geweest en keek een beetje haar ogen uit.
Pastor: Hier heen dames. U moet hier zijn.
En hij wees naar een klein en redelijk donker deel van een van de ondergrondse kapellekes, maar bleef zelf op grote afstand staan.
Tony: Wat is daar dan? Ik zie haast niets.
Pastor: Dan moet u gaan kijken. We hebben hier niet meer licht om de kostbare papieren te beschermen.
Tony knipte een zaklamp aan en liep voetje voor voetje de duisternis in en speurde naar iets, wat het ook wezen mocht, maar waarvoor de pastor blijkbaar bang was.
Ineens slaakte ze een harde gil, liet haar lamp vallen en rende de kapel uit en liep kotsend een stuk weg.
Nadine: Tony, wat is er? Je ziet of je een spook bent tegengekomen.
Tony: ....................... (ze kon niets zeggen en wees alleen maar in de richting van de kapel)
Toen liep Nadine ook naar binnen en wat die aantrof deed haar huiveren tot in haar diepste vezels.
Op een groot kruis dat daar hing was een foto van Britt bevestigd, ondersteboven, en daaroverheen was allemaal bloed gesmeerd. Er waren een paar messen in de foto gestoken en er lag een bloedbesmeurde brief onder.
Vlug liep Nadine ook de kapel weer uit. Haar gelaatskleur had ook veel weg van een laken.
Ze pakte haar mobiel om de sporendienst te bellen maar zag dat ze buiten bereik was. Toen nam ze Tony in de arm en samen liepen ze naar boven en richting ingang zodat ze wel kon bellen. Binnen tien minuten was de kathedraal omgetoverd tot een filmscène: overal stonden grote lampen, mannetjes in maanpakken waren ijverig met de poederkwast bezig om sporen te zekeren, en werd volop gefotografeerd en talloze zakjes werden gevuld met bewijsmateriaal.
Inmiddels waren Pasmans en Sofie ook gekomen. Pasmans had zich door zijn eerste angst heen gezet en hielp nu mee bewijzen te verzamelen terwijl Sofie zich om Tony bekommerde die nog steeds zat te shaken als een rietje. Ze kreeg geen woord over haar lippen. Ze was zich echt het leplazurus geschrokken toen ze de bloedbesmeurde foto van Britt had zien hangen.
Sofie: Kom je mee naar het bureau Tony? Ik denk dat het niet goed is dat je hier blijft.
Tony: Ik kan niet Sofie.
Sofie: Hier kun je niets doen.
Tony: Als ik ga staan weet ik zeker dat ik in elkaar stort.
Sofie: Voorzichtig dan maar, zou ik zeggen. Nadine en ik lopen met je mee, oké?
En inderdaad als Tony overeind komt wordt haar alles zwart voor ogen en klapt ze in elkaar. Sofie kan haar net grijpen zodat ze niet hard met haar kop tegen de grond slaat. Zorgzaam legt ze Tony op de grond en legt haar benen omhoog zodat ze een goede doorbloeding in haar hoofd krijgt om de duizeligheid te bestrijden.
Na een paar minuten komt ze weer bij en probeert het opnieuw om overeind te komen. Ze heeft het warm en zweet zich rot, maar met goed diep zuchten lukt het om buiten te komen en samen met Nadine en Sofie naar het commissariaat terug te lopen.
Daar nemen ze eerst alledrie een stevige bak koffie om de van de schrik te bekomen.
Tony hervind weer haar kracht en begint zich ongelooflijk druk te maken. Ze is er op gebrand dat hele clubje van Dashi op te pakken. Hier gaat het team aan kapot, al die pesterijen. Dit is niet vol te houden, en het enigste wat ze tot nu toe hebben is een heleboel gedonder in de diverse kerken maar nog geen een fatsoenlijke verdachte.
Sofie: Jawel, we hebben drie verdachten, maar het frappante is, dat terwijl wij die verhoren er ergens anders weer opnieuw wat gebeurd. We moeten zien of we een hoofdman of zoiets oppakken die met namen wil komen.
Nadine: En wat we hebben? Zit daar wat bij?
Sofie: Ze zijn niet de slimste. Ik denk niet dat daar wat bij zit.
Tony: Is er hier nog een? Laat mij hem verhoren en je hebt zo een lijst met zeker tien namen.
Nadine: Ik denk dat jij even een beetje afstand moet nemen Tony. Het raakt je te zeer om objectief te blijven.
Tony: (nog steeds erg aan gedaan, maar ook heel kwaad) Goddomme Nadine, die kloothufters hebben mijn partner zowat vermoord. Ik weet zeker dat ze er meer van weten. Ik zal het er desnoods uitslaan, maar ik zal ze vinden. (en ze begint zich steeds meer op te winden en druk te maken. Ze begint met dingen te gooien en tegen prullenbakken en deuren te schoppen.)
Sofie: Tony, probeer eens rustig te doen, zo los je niets op.
Tony: Jij niet ook nog, hè?
Sofie: Nu is het genoeg. (Ze staat op, pakt Tony bij de schouders en schud eens flink aan haar) Hou je nu op Tony?
En dan begint Tony heel hard te huilen. Allemaal spanningen. Ze kan er even niet meer tegen. Iedereen begrijpt wel dat ze overstuur is, maar zo kan ze haar werk gewoon niet doen.
Nadine: Je mag mee met Sofie naar het verhoor. Ik kijk mee vanuit de andere kamer en als het te moeilijk wordt grijp ik in. Alleen onder die voorwaarde mag je mee naar het verhoor. Is dat duidelijk?
Tony: Ja.
 
Terwijl Tony en Sofie aan het verhoor beginnen, stapt Johan, een beetje twijfelend, Britt's kamer in...
Hij had al gehoord van Tony dat Britt zelf heeft aangegeven dat ze pijn heeft, en hoopt ook nu dat ze, al is het maar een paar woordjes, tegen hem wil praten en hem herkennen...
Hij gaat naast haar zitten en neemt liefdevol en zachtjes haar hand vast... Als hij voelt hoe zwak haar hand is, krijgt hij het weer moeilijk, maar hij probeert vol te houden.
Johan: Britt? Britt, kun je me horen?
Britt: j..a...a....a?
Johan: Brittje, je weet niet hoe blij je me nu maakt... Ken je me nog?
Britt kijkt verward voor zich uit, ze weet niet wie deze vreemdeling is...
Johan: Herken je me nog? Ik ben het, Johan, uw lief.
Britt: Johan?
Johan: Ja, Britt?
Britt: (met moeilijke klanken) Wie ben jij?
Johan: Ik ben het, uw lief, Johan, de vader van Simon bij uw dochter Dorien uit de klas.
Maar deze hoeveelheid informatie was teveel voor Britt. Ze snapte niks van al die geluiden die tegen haar werden uitgebracht. Ze voelde zich hulpeloos en angstig en begon zachtjes te huilen.
Johan wilde haar wangen strelen maar toen slaakte Britt en paar nare kreten uit waar hij zo van schrok dat hij snel opstond en wegliep en op de gang tegen de muur ging hangen om zijn verdriet in te slikken.
De zuster komt hem daar tegen en probeert hem wat op te beuren, maar Johan kan totaal niet uit de voeten met de toestand van Britt en verlaat dus het ziekenhuis.
Op haar kamer ligt Britt nu flink te huilen. Doordat ze zo'n zwaar hersenletsel had opgelopen is ze, behalve dat ze niets kan herinneren, ook lichamelijk heel zwak en ongecoördineerd. Ze kan zich zelf niet omdraaien in bed en haar handen lijken wel stuurloze lappen. Ze kan niet eens zelf de zusteroproep bedienen, maar ze weet ook niet eens waar dat rode knopje voor is.
 
De minuten worden uren en zo ligt Britt hele dagen op bed, "dom" voor zich uit te kijken. Voor haar ogen speelt zich een wereld af waar ze totaal geen gevoel mee heeft. Alles is raar en vreemd, en ze snapt niet waar ze is en waarom.
 
 
Op het commissariaat laat Tony zien wat ze door de jaren heen van Britt geleerd heeft ten aanzien van ondervragingsmethodes. De verdachte wordt heel stevig aan de tand gevoelt, en Tony ziet dat hij peentjes zweet. Hij wringt zich in allerlei bochten om vooral zelf niet verdacht te worden maar Tony prikt daar zo doorheen.
Sofie: Tony loop even mee.
Buiten op de gang:
Sofie: Ga je niet te ver zo? Jij legt hem bijna de woorden in de mond. Je moet oppassen met wat je doet anders zal de eerste de beste rechter hem weer laten gaan omdat je een bekentenis afdwingt.
Tony: Hij weet meer, dat voel ik. Ik MOET weten wie door die Dashi allemaal geronseld zijn. Het moet ophouden dat hij,  zelfs nu hij dood is, nog invloed heeft op Britt haar leven.
Sofie: En wat wil je daar mee?
Tony: Als dat ophoudt, kan Britt eindelijk weer es gaan leven. (gefrustreerd)
Sofie: Kom, we gaan even iets drinken om af te koelen, oké?
Tony: Oké... (toegevend)
 
 
In het ziekenhuis, gaat Johan nog eens de kamer van Britt binnen... Nu lijkt er iets veranderd te zijn...
De vorige dagen begon Britt steeds te schreeuwen als een onbekend iemand binnenkwam, maar nu blijft ze rustig en kijkt Johan, nog steeds, verward aan...
Johan: Britt? (vriendelijk)
Britt: Ben ik dat?
Johan: Ja, dat zijt gij. Hoe maakt u het?
Britt: Britt??
Johan: Ja, dat is je naam. Herken je mij nog?
Britt: En hoe heet jij?
Johan: Johan.
Britt: Ik ben bang.
Johan: Waarvoor?
Britt: Voor alles, dat het niet goed komt. Wat er allemaal is. Ik ken niets of niemand. Alles maakt me angstig.
Johan: Dat hoeft niet Britt. Je bent heel erg ziek , maar de dokter zegt dat je wel beter wordt.
Britt: Nee, jij liegt. Hij zei dat ik gehandicapt bleef. Ga maar weg. Ik ben bang van je.
Johan: Maar Britt.......
Britt: Nee, ga weg. (en weeral begint ze te roepen en te huilen)
Helemaal ontmoedigt verlaat Johan weer Britt haar kamer uit en nu loopt hij op de gang Tony tegen het lijf.
Tony: Dag Johan, hoe gaat het?
Maar Johan zegt niets en schud eens moedeloos met zijn hoofd.
Tony: Herkent ze je al?
Johan: Ze zegt dat ze bang van me is en ze noemt me een leugenaar omdat ik had gezegd dat ze beter zou worden , maar zij zegt dat de dokter heeft genoemd dat ze gehandicapt zal blijven. Tony, sorry , maar ik kan er niet meer tegen. Ik ga haar niet meer bezoeken, ik ga er aan kapot haar zo te zien. Ik kan haar niet tot steun zijn. Ik zal haar los moeten laten. Ik moet alleen zijn. Ik kom niet weer.
Tony: En Dorien dan? Wat denk je daar tegen te vertellen?
Johan: Dat jij of Nadine voor haar zullen zorgen. Ik kan het niet meer. Ik ga er aan kapot.
Tony: Dat kun je niet maken. Dorien kan er niets aan doen dat haar moeder ziek is. Ze is zwaar gewond, ja, maar ze wordt beter en ze heeft jou daar bij nodig.
Johan: Hou op Tony. Ik KAN het niet en ik DOE het niet.  (en dan wordt hij heel boos op Tony en voelt even de neiging om haar een klets te verkopen, maar kan zich nog maar net inhouden)
Tony: Kom op man, toon wat ruggengraat. Jij bent niet de enige die het er moeilijk mee heeft. Wat denk je van Dorien? Hè? Denk je dat die het makkelijk heeft nu ze niet eens door haar eigen moeder wordt herkend? Denk je dat dat prettig is voor zo'n jong kind?
Johan: Tony hou op me te manipuleren. Ik doe het niet. Ik ga weg en als je achter me aan komt stuur ik je terug. Laat me. Laat me gerust !!!
 
Helemaal overdonderd staat Tony naar de vertrekkende Johan te kijken. Ze wil wat doen, maar ze weet niet wat. Aan het einde van de gang draait Johan zich nog een keer om, alsof hij toch enige twijfel heeft, maar dan slaat hij zijn arm naar beneden alsof hij wil zeggen: Laat ook maar zitten!
Dan loopt Tony bij Britt binnen en ziet dat die ligt te huilen.
Tony: Britt, wat is er?
Britt: Bang.
Tony: Waarvoor?
Britt: Alles en iedereen.
Tony: Ook voor mij?
Britt: Wie ben jij?
Tony: Ik ben Tony.
Britt: Tony?
Tony: Ja, we hebben samengewerkt.
Britt: Gewerkt? Jij en ik samen??
Tony: Ja.
Britt: Waar?
Tony: Bij de politie.
Britt: Politie.
Tony merkt dat Britt beter begint te praten en ze lijkt ook te begrijpen wat er tegen haar gezegd wordt, alhoewel het denken nog erg traag is. Als de vragen kort en helder zijn kan Britt met haar beperkte vocabulaire redelijk adequaat reageren en daar is Tony blij om.
Tony: Heb je nog pijn?
Britt: Pijn? Soms, in mijn hoofd.
Tony: Hoofdpijn?
Britt: Nee. Iets zit strak, een band of zo.
Tony: Jij hebt een flinke slag gehad. Je hoofd is beschadigd.
Britt: Gaat het goed komen?
Tony: Wil je het antwoord van de dokter?
Britt: Is er dan nóg een??
Tony: Ja, mijn antwoord.
Britt: En ik ken jou en kan jou vertrouwen?
Tony: Als je mij herkent weet je dat.
Britt: Jij bent Tony, is het niet?
Tony: (met een hele brede glimlacht) Ja, ik ben Tony.
Britt: En ik ken jou !! Wij hebben samen gewerkt.
Tony: Ja, goed. Je kunt het je herinneren.
Britt: Is dat goed?
Tony: Dat is klasse.
Britt: Wat is jou antwoord?
Tony: Wat is mijn antwoord?
Britt: Of het goed komt, suffie??
Tony: Sorry, ik was het al weer bijna vergeten. Misschien weet je het nu niet meer, maar je bent eerder zwaar te pas gekomen en toen dacht de dokter dat je het niet zou halen. Ik wist dat het goed zou komen.
Britt: Dat was toen. Maar nu dan (verwachtingsvol)??
Tony zet zich naast Britt neer en neemt haar hand weer op.
Tony: Britt, ik heb altijd in je geloofd, en dat blijf ik nu ook doen. Ik zal er alles aan doen om jou weer op de been te krijgen. Ik voel het gewoon dat het goed gaat komen. Het zal je veel pijn gaan doen, en je zult het vervloeken, en misschien krijgen we nog wel ruzie, maar ik laat je niet vallen.
Britt: Vallen? Wat is dat?
Tony: Als het moeilijk wordt blijft ik je steunen en er voor je zijn. Jij hoeft dit niet alleen te doen.
Britt: Die man zei dat ik een dochter heb. Wat is dat, een dochter?
Tony: Dorien. Jou kind, het kind van Mark en jou.
Britt: Een kind? Ken ik die?
Tony: Ik heb nog steeds haar foto in mijn portefeuille. Wil ik hem je laten zien?
Britt: Ja??
Tony: Als je het eng vind moet je het zeggen, dan leg ik hem weg, oké?
Britt: Oké.
En dan haalt Tony haar portefeuille tevoorschijn en neemt de foto van Dorien eruit en houd die voor Britt op.
Britt: Een meisje? Ze is mooi. Hoe oud is ze?
Tony: Deze foto is twee jaar geleden gemaakt. Ze is nu 10 jaar. Herken je haar?
Britt: Nee.
Tony: Wil ik haar de volgende keer ook meenemen?
Britt: Wil ze dat?
Tony: Ze is wel bang, omdat je haar nog niet herkend hebt, maar ze wil heel graag haar mama weer terug zien.
Britt: Is goed, Tony,was het toch?
Tony: Ja, Tony is het.
Britt: Kun jij mij ook omleggen? De zusters vergeten dat en mijn linkerkant gaat nu veel pijn doen.
Tony: Weet je Britt, je spreken gaat steeds beter, en je geheugen lijkt ook beter te worden. Volgens mij krijg ik gelijk en wordt je snel helemaal beter.
Britt: Dat wil ik graag.
Tony: Wat wil je graag?
Britt: Ben je het alweer vergeten? Beter worden natuurlijk !!
Dan neemt Tony heel voorzichtig Britt's hoofd op haar arm en legt haar rechter arm en been zo, zodat ze makkelijk omgedraaid kan worden en Britt op haar rechterzijde komt te liggen.
Tony verlegd nog de kussens en stopt een klein kussentje tussen de knieën zodat die niet hard tegen elkaar drukken.
Tony: Ligt het goed zo Britt, is het gemakkelijker zo voor je?
Britt: Dank je wel Tony. Vriendin??
Tony: Ja, wij zijn hele goede vriendinnen.
Britt: Ik ben moe.
Tony: Ga dan maar lekker slapen. Je hebt nog steeds heel veel rust nodig, maar ik ben heel blij dat het vandaag al een stuk beter met je gaat. Als ik weer kom neem ik Dorien mee.
Britt: En Dorien is een kind van mij?
Tony: Ja, je dochter, een hele lieve meid, net zo lief als haar mama.
En dan ziet Tony dat Britt haar ogen al door vermoeidheid heeft gesloten. Ze geeft nog een zoentje op Britt haar wang en ziet dan dat er een glimlach om Britt haar mond verschijnt. Zo kan Tony ook eindelijk eens, na meer dan 10 dagen van angst en onzekerheid, gerustgesteld en opgelucht het ziekenhuis verlaten.
Buiten belt ze naar Johan en vraagt of ze kunnen afspreken. Ze heeft nog wel wat vragen voor hem, maar hij is nog steeds niet bereid om naar Tony te luisteren.
Dan belt ze naar Nadine en vraagt of ze nog terug binnen mag komen.
Nadine: Waarom zou dat niet mogen? Je werkt hier toch ook?
Tony: Omdat je zei dat ik maar een paar uurtjes per dag mocht komen, en ik ben er vandaag al zeker tien uren geweest.
Nadine: Als je goed nieuws hebt ben je altijd welkom.
Tony: Dan zie ik je over een half uurtje.
 
Tony ging eerst bij haar eigen huis aan, snel een douche pakken en schone kledij aan, want ze had het gevoel of ze uit haar kleding zweette. Nadat ze deze ochtend zo beroerd te pas was geweest na die ontdekking in de St. Baafs had ze zich de hele dag wel een beetje onfris gevoeld.
Op het commissariaat zat Nadine al met een brede glimlach op Tony te wachten. De rest van de ploeg was al weg, het was immers al na zevenen in de avond.
Nadine: Aan jou te zien gaat het met Britt weer wat beter?
Tony: Ja, gelukkig wel. Ze begint meer en beter te praten en ze begrijpt je ook beter. En soms lijkt het of ze hele kleine stukje weer kan herinneren, maar dat is minimaal. Eerst vraagt ze het en dan lijkt het haar aan te spreken. Maar ik heb me in geen tijden zo gelukkig gevoeld. Ik weet gewoon dat ze het gaat halen, en ze zal iedereen versteld laten staan hoe snel ze dat doet. Alleen jammer van Johan.
Nadine: Hoezo jammer van Johan?
Tony: Die kan het niet aan. Vanmiddag werd hij heel boos op mij. Britt had hem weggestuurd omdat ze bang van hem was en toen ik hem daar op aansprak werd hij heel kwaad op mij en zei dat hij weg ging bij haar. Ik mocht niet achter hem aan komen en jij en ik moeten maar voor Dorien gaan zorgen.
Nadine: Wil ik hem gaan bellen?
Tony: Heb ik al geprobeerd maar hij wil mij niet meer zien of horen.
Nadine: Bon, dan ga ik bij hem langs. Hij kan zich er niet zo makkelijk van af maken.
Tony: Eigenlijk ben ik na vandaag bekaf. Ik geloof dat ik naar huis ga en vroeg onder de wol kruip. Is er nog iets wat ik moet doen voor ik ga?
Nadine: Nee, Sofie heeft die PV's uitgewerkt en gezegd dat ze die morgen wel met je door neemt. Ga naar huis en ga lekker slapen. Kom morgen maar om tien uur.
Tony: Dank je Nadine.
 
En terwijl Nadine probeert om met Johan in gesprek te raken rijd Tony naar huis, laat daar de jas op de grond vallen, schopt ondertussen haar schoenen uit en verdwijnt in een streep naar haar slaapkamer waar ze in no-time onder de wol ligt en als een blok in slaap valt.
In het begin van de nacht schrikt ze nog enkele keren wakker omdat ze weer die beelden voor zich ziet van dat kruis met de bebloede foto van Britt erop, maar na een  uur wordt ze overmeesterd door slaap en oververmoeidheid.
 
Ze ligt heerlijk te slapen als ze rond vier uur gewekt wordt door haar telefoon. Half nog in slaap neemt ze op. "Tony"
Sofie: Sorry dat ik je wek, maar het is weer raak. Zal ik je komen ophalen?
Tony: Godver....... kunnen ze ons nou nooit eens één nachtje gewoon door laten slapen?
Sofie: Ben bang van niet. Ben je over een kwartiertje klaar?
Tony: Ik zal mijn best doen.
En na een kwartiertje komt Sofie voorrijden.
Tony: Wat is het?
Sofie: Weer een dode in de kerk. Dezelfde kerk als die dode pastoor.
Tony: Heeft dat volk nou helemaal geen fatsoen? Je vermoord toch niet iemand in de kerk?
Sofie: Laten we maar eens gaan kijken.
En met hun half slaperige ogen begeven ze zich naar de St. Pietersbuitenkerk.
Daar worden ze opgewacht door de patrouilleagenten die het eerst hadden gereageerd op de oproep, maar omdat het hier waarschijnlijk om een moord ging was de aanwezigheid van een OGP gewenst.
Tony stak snel nog een mintje in haar mond en haalde een paar keer diep adem. Ze wilde niet weer zoals gistermorgen kotsend de kerk uit moeten rennen.
Nu vonden ze het lijk van een ongeveer vijfentwintig jarige man net naast de preekstoel. Zijn keel was met een mes overgesneden en verder waren er geen verwondingen zichtbaar. Kort na hun aankomst kwam ook de schouwarts en nadat die de vaststelling had gedaan kon Tony gaan zoeken of de man identiteitspapieren bij zich had.
In zijn linker jaszak vond ze een portemonnee met daarin een bankpas en een rijbewijs. En onder zijn rechterschouder stak een plastic envelop met daarin een brief.
Met haar gehandschoende hand nam Tony de envelop weg en deed die in een bewijszak, net als de portemonnee.
Tony: (tegen de schouwarts) Wanneer kunnen we het rapport verwachten?
Arts: U heeft zeker haast?
Tony: Geen haast, maar  we denken dat het er een van de velen is die door een grote crimineel is aangezet om onze collega langzaam kapot te maken. U snapt dat we zo snel mogelijk antwoorden willen hebben.
Arts: Is dat Britt Michiels?
Tony: Kent u haar?
Arts: Ze was aangetrouwd in de familie. Mark, haar echtgenoot was een volle neef van mijn vrouw. Ik heb er over gehoord. Als jullie er voor zorgen dat er een officier aanwezig kan zijn bij de snijzaal zal ik er direct aan beginnen.
Tony: (zich tot Sofie wenden) Jij zin?
Sofie: Ben je gek? Ik ga daar niet naar kijken.
Tony: Oké, dan ga ik mee, en dan kan ik nadien het rapport gelijk meenemen.
Sofie: Zou je dat wel doen?
Tony: Jij of ik, en jij wilt niet. En als we langer wachten schieten we ook niet mee op.
Sofie: Doe mij dan die bewijsstukken, dan rijd ik zo snel mogelijk naar het labo en zie wat hun mij kunnen vertellen.
Tony: Kruip dan nog maar even in bed want die beginnen echt niet voor acht uur.
Sofie: Meen je dat, terug naar bed?  Heerlijk. Vind je het echt niet bezwaarlijk?
Tony: Ga nu maar snel voor ik me bedenk en jij naar de snijzaal kunt gaan.
Sofie: Ik ben al weg. Bedankt Tony.
 
In de snijzaal staat Tony te tollen op de benen. Ze is nog hondsmoe maar heeft er veel belang bij om die zaak nu eens goed af te kunnen ronden.
De autopsie duurt maar een half uurtje. Het was klinkklaar dat de man met één messnede om het leven was gebracht op de vindplaats in de kerk, en dat hij zijn aanvaller niet gezien kan hebben omdat hij van achterlangs was gesneden. Hij was binnen tien minuten doodgebloed.
Terwijl de arts het verslag door zijn assistent liet uitwerken nam hij Tony mee naar zijn kantoor om een stevige bak koffie te doen, die ze allebei wel heel goed konden gebruiken. Daar kwamen ze aan de praat over Britt en Mark, en Tony had, ondanks de omstandigheden er een goed gevoel bij.
Ze had het idee weer wat meer van Mark te weten te zijn gekomen, en begreep nu nog beter het verdriet van Britt. Mark was door zijn tante omschreven als een knappe, sterke maar ook heel zachtmoedige man. In zijn verkeringstijd met Britt had hij vaak bij zijn tante aangeklopt om advies. Hij was zo apetrots en blij met Britt dat hij alles heel zeker wilde weten, zo bang was hij om iets verkeerds te doen en haar te verliezen.
Tegen zeven uur vertrok Tony met het rapport naar het commissariaat en stortte zich daar weer vol overgave op het administratieve gedeelte van haar werk.
Nogmaals legde ze alle informatie eens naast elkaar en probeerde tot een overzicht  te komen van bewijzen die ze tot nu toe hadden verzameld. Haar bureau was te klein om alles op uit te leggen en dus nam ze alle papieren mee naar beneden en ging in het interventielokaal zitten en spreidde alles rond zich heen uit.
Meer dan een uur was ze al bezig toen ze zich even uitstrekte tegen de muur en haar hoofd ook tegen de muur liet rusten, en heel langzaam, zonder dat ze het zelf in de gaten had viel ze weer in slaap.
Rond negen uur kwam Sofie eens voorzichtig achter de deur kijken. Die had de papieren gemist maar wist niet waar ze ze moest zoeken. Enkele agenten van de nachtploeg hadden al giechelend naar beneden gewezen en dus was ze daar gaan kijken. Ineens voelde ze een bonk in haar rug en zag dat alle leden van haar eigen team in haar rug stonden te duwen om een slapende Tony op haar werk te zien.
Nadine: (enigszins gebiedend) Hebben jullie niet genoeg werk te doen? Wegwezen.
Sofie: Dank je Nadine. Ik denk dat ze vannacht gewoon door is gegaan. Ze zal wel kapot zijn.
Nadine: Heb je het goede nieuws over Britt al gehoord?
Sofie: Vertel!
Nadine: Tony had de indruk dat ze heel langzaam een stukje herinnering terug krijgt. Ook begon ze beter te praten en te begrijpen. Alleen Johan kan er niet tegen en die lijkt nu af te haken.
Sofie: Dat kan Britt er nu niet bij hebben.
Nadine: Ik ben gisteren bij hem geweest. Hij is hartstikke bang haar te verliezen. Wel wil hij nog voor Dorien zorgen maar hij wil nu gewoon even adempauze. Dat was het beste wat ik hem kon geven. Ik denk dat hij met zijn angst Britt toch niet tot steun kan zijn. Dan zullen wij elkaar wat vaker moeten aflossen om bij Brit top bezoek te gaan.
Sofie: Maar wat doen we nu met Tony?
Nadien: Ik zal haar wekken en wil jij haar dan naar huis brengen?
Sofie: Is goed. Ik pak vast de papieren bij elkaar.
Van dat geschuifel met de papieren wordt Tony wakker en begint hard te roepen: "NIET DOEN""
Nadine: Rustig Tony, je was in slaap gevallen. Sofie brengt je naar huis, daar kun je rustig gaan slapen en dan kom je morgen maar terug.
Tony: Nee, ik heb het. Ik moet alleen nog wat weten van die dingen die Sofie naar het labo heeft gebracht. Ik denk dat we een doorbraak hebben.
Nadine: Rustig Tony, je loopt jezelf voorbij.
Tony: Maar Nadine, luister dan.
Sofie: Ga eerst eens gewoon op een stoel zitten. Ik haal een koffie en dan ga je ons rustig vertellen wat je gevonden hebt.
*
 
Nadat Nadine heeft geholpen de papieren goed op de tafels te rangschikken en Tony ook op een stoel heeft gezet en Sofie een paar bekers koffie neerzet begint Tony te vertellen.
“Die eerste moord, op die pastoor, daar hebben we nog geen dader van, wel aanwijzingen in een bepaalde richting. Daar heeft Dashi Britt weer in het vizier gekregen. Hij wist dat hij zich hier niet vrij kon vertonen en heeft een aantal jongemannen geronseld om het vuile werk voor hem te doen. Die knaap die ik gisteren heb verhoord is gekomen met zeker twaalf namen en al die knapen zijn gezien en gehoord en hebben toegegeven dat ze voor Dashi werkten.
Eentje heeft laten weten dat hij zelf onder druk is gezet door Dashi omdat hij hem geld schuldig was. Die vent was zo'n beetje de "grote jongen". Hij heeft Dorien van haar school ontvoerd  en op die wijze Britt naar Dashi gebracht. In elk geval naar een van zijn andere handlangers, maar die vent die haar in elkaar geklopt heeft is dus bij die explosie van die wagen zelf al omgekomen.
Dat er steeds nieuwe toestanden waren in de kerken is door Dashi ook allemaal in scène gezet, zodat wij zouden denken dat het om een of ander ritueel zou gaan, maar in feite heeft hij geprobeerd om tijd te winnen om met Britt af te rekenen. Maar toen hij dus door Britt zelf in elkaar geklopt werd heeft hij zijn eindplan getrokken en gezorgd dat Britt ontvoerd werd. Ik denk dat hij zelf niet precies wist waar ze Britt hadden en dat hij daarom zelfmoord heeft gepleegd. Zo kon hij niet meer zeggen waar ze was en hoopte hij dat ze een langzame, angstige en pijnlijke dood zou sterven. Dat is wat die Gijs Verhupsen heeft gezegd.
Nadine: Tony, ik denk dat je nu doordraaft. Ga naar huis en ga slapen. Als je uitgerust bent kunnen we de boel opnieuw bekijken.
Tony: Maar dit is het. Ik hoef niet te slapen.
Sofie: Jawel Tony, je ziet er niet uit. Je lijkt wel geobsedeerd.
Tony: Maar ik heb geen tijd om te slapen.
Sofie: Ga dan even in een cel liggen en doe een paar uurtjes je ogen dicht. Ik kijk die laatste informatie na en als ik wat heb maak ik je wakker. Goed?
Tony: Maar....
Nadine: Geen gemaar. NU ga jij rusten.
En met zijn tweeën  "duwen" ze Tony bijna de cel in. Sofie gaat nog even bij haar zitten om er voor te zorgen dat ze echt wel gaat liggen en dekt haar toe.
Sofie: Heel goed werk Tony. Ik denk dat we er uit zijn en dat Britt haar verdiende rust krijg dankzij jou. Maar ga nu eventjes een beetje rusten, oké? Tot straks.
En nog voor Sofie bij de deur is hoort ze Tony al snurken.
 
---------
 
In het ziekenhuis heeft Britt weer controle gehad van de neurochirurg. Het verband is weer van het hoofd en de klemmetjes worden uit de huid verwijderd. Ook de drain wordt verwijderd. Nog steeds moet Britt haar stijve halskraag blijven dragen omdat ze te weinig spiercoördinatie heeft om haar hoofd stabiel te houden. Nu mag het hoofdeinde van het bed een klein beetje omhoog zodat ze weer wat kan wennen aan het gaan zitten. De fysiotherapeuten komen elke dag een paar keer bij haar om te oefenen om de spieren soepel te houden en weer wat krachten op te bouwen.
Als Sel tussen de middag even bij haar langs gaat ziet hij haar kale achterhoofd en schrikt daar een beetje van. Hij weet dat Tony vandaag met Dorien op bezoek zou komen dus hij laat zijn politiepet achter zodat ze die op haar hoofd kan zetten en het er niet zo naar uitziet voor Dorien.
Nadat hij weer weg is zit Britt lange tijd heel aandachtig naar de pet te kijken en probeert zich te herinneren wat dat was met de politie. Tony had er ook al over gesproken met haar.
Voorzichtig wrijft ze met haar vingers over het logo en er verschijnt weer een beetje een glimlach om haar mond.
 
----------
 
Tegen twaalf uur gaat Sofie beneden kijken of Tony al wakker wordt maar omdat die nog zo lekker lijkt te slapen gaat ze heel zachtjes weer weg.
Om twee uur gaat Nadine ook eens kijken. En Tony slaapt nog steeds. Althans dat lijkt zo. Nadine merkt een wat vreemde geur op en loopt eens  wat dichter naar Tony toe en ziet dan dat ze  schuimbekkend op de brits ligt maar niet aanspreekbaar is.
Vlug belt ze de 100 en roept Sofie ook naar beneden.
Sofie:Wat is er gebeurd? Ik dacht dat ze sliep?
Nadine: Wie zijn er hier bij haar geweest?
Sofie: Ik ben om twaalf uur bij haar geweest. Ik weet niet of genoteerd wordt wie er beneden komt als het geen arrestant betreft.
Nadine: Iedereen die beneden komt moet zich melden.
Sofie: Dan ga ik dat nu uitzoeken.
Terwijl Sofie naar boven gaat komt de ambulance naar beneden om de situatie op te nemen.
Tony reageert niet op aanspreken of op pijnprikkels. De broeder inspecteert of ze iets in haar mond heeft maar kan niets zien. Ook hij merkt de vreemde lucht op en spreekt zijn verdenking uit dat Tony misschien vergiftigd is. Haar vitale functies zijn meetbaar maar erg krap. Ze heeft een hele lage bloeddruk en haar lichaamstemperatuur is erg laag. Haar ademhaling is oppervlakkig en minimaal.
Om geen kostbare tijd te verliezen besluiten ze om Tony direct mee te nemen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek aldaar.
Nadine: Daar gaat weer een van mijn beste mensen.
Broeder: We zullen ons best voor haar doen.
 
Nadat Sofie de lijst van personen heeft gecontroleerd komt ze naar het kantoor van Nadine om te melden dat er twee onbekende namen op staan, weliswaar in eender hetzelfde handschrift.
Nadine: Heeft Carla de gezichten herkend?
Sofie: Carla is net zelf ziek naar huis gegaan.
Nadine: Het spijt me maar ze moet terug komen. Ik wil weten wie daar beneden is geweest.
 
Na een half uur staat een zieke Carla in het kantoor.
Carla: Hij zij dat hij hier nieuw was en of hij de cellen mocht bekijken.
Nadine: En die laat je zo binnen?
Carla: Hij gaf me een kop koffie, en die kon ik gebruiken, het was zo druk dat ik nog geen tijd had gehad om iets te eten of te drinken.
Nadine: Jij gaat nu ook naar het ziekenhuis en laat je onderzoeken. Ik denk dat jij ook iets in je koffie hebt gehad. En nadien kom je terug en wijs je aan wie er beneden is geweest.
Carla: Ik ga ziek worden (en plots begint ze over te geven.)
Nadien: Sofie!! Breng Carla even weg, en snel.
Sofie 'duwt' Carla bijna richting toiletten... Daar geeft die nog een paar keer over in de toiletten...
 
Sofie: Zal ik je naar huis brengen, Carla? (vriendelijk)
Carla: Vanbruane zei ziekenhuis.
 
En woeps, daar gaat weer een golf braaksel door het toilet heen...
 
Sofie: Oke, dan gaan wij NU naar het ziekenhuis... Ik vraag wel even een emmer aan de kuisploeg. Die zijn toevallig net binnengekomen. (glimlachend)
Carla: Bedankt, Sofie... (zuchtend)
Sofie: Daarvoor zijn we collega's. (glimlachend)
 
 
 
 
In het ziekenhuis bij Britt, zijn Dorien en Johan aangekomen...
 
Johan: Ga jij maar naar binnen, ik blijf wel even buiten wachten. Na jou zal ik ook eventjes gaan, oké?
Dorien loopt heel zachtjes bij Britt binnen.
Dorien: Mama?
Britt: Wie ben jij? Ben jij dat meisje van de foto?
Dorien: Welke foto?
Britt: Tony was hier en heeft een foto laten zien, en jij lijkt daarop.
Dorien: Dat ben ik.
Britt: Dan ben jij mijn dochter?!?
Dorien: Ik vind het eng om hier te zijn.
Britt: Ik ook.
Dorien: Heeft u nog pijn?
Britt: Dat vraagt iedereen. Waarom doen jullie dat?
Maar nu kan Dorien zich niet meer goed houden. Ze weet niet wat ze met de situatie aan moet en loopt huilend de gang op.
Johan weet zich ook geen raad, geeft Dorien een hand en samen verlaten ze het ziekenhuis.
Corps Belfortstraat kan haast een eigen afdeling beginnen: Britt opgenomen, Carla op de Eerste Opvang, en Tony in het onderzoek.
Nadine en Sofie komen samen aan in het ziekenhuis en lopen eerst even naar Britt die er heel verdrietig bijligt.
Sofie: Ca va?
Britt: Dat meisje was hier, mijn dochter. Dorien?
Sofie: Dat is toch fijn?
Britt: Maar ze huilde en liep toen weer weg.
Sofie: Was ze alleen of was Johan erbij?
Britt: Wie is Johan?
Nadine: Laat maar. Dat komt nog wel. Hé, je hebt het verband eraf en de krammetjes zijn eruit. Het gaat beter zie ik.
Britt: Ik heb nog niets gezien. Zo'n donkere man heeft een petje hier gelaten. Van de politie denk ik.
Sofie: Is Sel hier geweest?
Britt: Hij zei niet zijn naam. Maar hij liet dit liggen.
Nadine: Willen wij je even laten rusten?
Britt: Is denk ik wel goed. Wat is dat, rusten?
Sofie: Dat je lekker gaat slapen en wij weg gaan. Dag Britt, tot later.
 
 
Op de eerste hulp komt Carla zo slap en zo wit als een vaatdoek weer uit de behandelkamer. Iemand had dus blijkbaar iets in haar koffie gedaan, maar nu haar maag gespoeld was en er Norit was achtergelaten, kon het gif niets meer doen bij haar. Ze zou zich een paar dagen wat slap en beroerd voelen maar dat ging vanzelf weer over.
Even later komt er een zuster die op zoek is naar iemand die voor Tony komt.
Nadine: Ik ben haar baas.
Zuster: Kunt u dan even meekomen?
Op de behandelkamer ligt Tony nog steeds onder zeil. Ze hadden haar  een rouche gegeven en daarna ook haar maag gespoeld en een infuus gegeven met een antigif. Er waren diverse kweken afgenomen, onder andere van haar bloed, van de maaginhoud en men had uitstrijkjes gemaakt van haar mond en keel om zo op te sporen of en wat voor gif er gebruikt was. Men zou haar in elk geval een dag en een nacht te robservatie opnemen en morgen zouden ze verder kijken.
Nadine keek met treurige blik naar het witte gezicht van Tony en streelde even haar voorhoofd.
Nadine: Ze is helemaal warm. Heeft ze koorts?
Zuster: We weten nog niet zeker of ze gebraakt heeft en braaksel in de longen heeft gehad.  Er is een longfoto gemaakt en we wachten nog op de uitslag. Profilactisch heeft ze antibiotica gekregen en een infuus om haar vocht toe te dienen en een antigif. Verder is het wachten op de uitslagen van de kweken. We zullen haar goed in de gaten houden en ingrijpen als dat nodig is.
 
Terug in de wachtkamer zit Sofie verbeten te wachten op bericht over Tony.
Nadine: Mogelijk ook vergiftigd. Ze weten nog niet waarmee, maar ze houden haar hier voor observatie. Ze is in goede handen Sofie.
Sofie: Zullen we nog even naar Britt gaan?
Nadine: Oké...

Aangekomen in Britt's kamer...
 
Ligt Britt wezenloos voor zich uit te staren. Er lijkt zich heel veel achter haar ogen af te spelen maar ze lijkt er geen grip op te hebben. Je ziet haar met de minuut vermoeider worden en al snel valt ze weer in een diepe slaap.
Nadine: Kom Sofie, we gaan terug, we hebben het fort te redden. Eerst maar even een broodje bij de Combi?
Sofie: Ik krijg geen hap door mijn keel.
Nadine: Je moet wel wat eten en op de been blijven, ik kan niet nog meer mensen missen.
Sofie: Weet je, ik denk dat Tony eigenlijk best wel goed zat met dat kerkmoordgebeuren en die Dashi. Alleen moeten we nog uitzoeken of er een verband is tussen die kerkmoord op die pastoor en die Dashi. Ik weet niet waar ik verder moet zoeken en dat frustreerd me.
Nadine: Tijd dus voor wat eten, ik trakteer.
In de Combi zitten ze zeker een uur lekker ontspannen een broodje en kop koffie weg te werken, en omdat het zo gezellig is, nemen ze ook nog een tweede kop, maar tegen half twee gaan ze weer naar het commissariaat.
 
Daar zit Raymond met Pasmans in het verhoor. Ze hebben iemand binnengebracht die zei meer te weten over de moord op die pastor en nu proberen ze uit te vinden wat dat dan wel is.
Raymond: Zo Gilbain, wat wilde jij ons zo graag vertellen dan over die pastor?
Gilbain: Dat die dood is.
Pasmans: Slimmerd, dat weten wij al, maar weet jij wie dat gedaan heeft?
Gilbain: Nee, hoe moet ik dat weten?
Raymond: Jij speelt met zijn voeten, en ik zou maar heel goed oppassen als ik jou was Gilbain. Valse aangifte kan jou zelf ook nog in de problemen brengen.
Gilbain: Ik geloof dat ik niets meer weet.
Pasmans: En daar kom je onze tijd mee verdoen? Weet je wel dat er nu drie collega's van ons ziek zijn door dat hele gedoe en jij komt hier doodleuk binnenwandelen en verdoet onze tijd? (heel kwaad)
Gilbain: Sorry, ik wilde wel eens het commissariaat van binnen zien.
Pasmans: Als ik u nog eens hier binnen zie zonder hele goede reden of zonder informatie die wij nodig hebben dan metsel ik u in de muur vast en kunt u voor altijd in het commissariaat blijven.
Raymond: Ik laat je gaan , MET een waarschuwing.  En nu weg voor ook ik mijn geduld verlies.
Nadat Gilbain weer weg is loopt Raymond hoofdschuddend naar Nadine: Valse hoop, hij wist niets. Ik ben bang dat we vast zitten.
Nadine: ik hoop het niet. Ik wil dit gewoon tot op de grond hebben uitgezocht al moet ik daar zelf weer de straat voor op.
Raymond: Hoe is het met al onze zieke collega's?
Nadine: Carla had wat in haar koffie gekregen. Ze hebben haar maag gespoeld en is naar huis. Over een dag of twee zal ze beter zijn en terug komen.
Pasmans: En Tony dan, die ging hier toch met een ambulance weg?
Nadine: Waarschijnlijk is er iemand hier beneden bij haar geweest die haar wat heeft toegediend. Ze ligt voor observatie in het ziekenhuis, en de artsen wachten nog op de uitslag van het labo.
Raymond: (met zachte stem, omdat het hem heel erg aangrijpt) En Britt dan? Hoe is het daar mee?
Nadine: Ik wilde dat ik je beter bericht kon geven. Dorien was geweest en die had ze niet herkend. Ze was er wel heel erg verdrietig onder, maar het geheugen is gewoon nog niet terug.
Raymond: Is er iets wat wij voor haar kunnen doen? Zal het helpen als we bij haar komen en tegen haar praten over haar verleden of over haar werk of wat dan ook?
Nadine: Ik weet het niet. Als ik weer bij haar kom wil ik het de arts vragen.
Sofie: Nadine, kan ik vandaag wat eerder weg?
Nadine: Ben je hier klaar dan? Dan vind ik het goed. Tot morgen, en zorg dat je goed kan uitrusten.
Sofie: Bedankt en tot morgen.
 
Nadat de rust weer wat terug gekeerd is op het kantoor van Nadine komt Carla weer binnen stappen. Ze ziet nog steeds heel erg ziek , maar kon thuis de rust niet vinden om uit te zieken. Ze  had beloofd om aan te geven wie er beneden waren geweest, zodat Nadine dat kon uitzoeken of er een verband was met Tony's ziek worden in de cel.
Echter de mannen die Carla zou herkennen waren er nu niet, ze hadden haar 's middag rond een uur bezocht met het verzoek om de cellen te mogen zien.
Nadine: Zou je morgen eens kunnen komen om te zien of ze er zijn? Ik weet dat je ziek bent, en je hoeft ook niet te werken, maar als dat die mannen zijn wil ik ze persoonlijk oppakken.
Carla: Is goed, ik zal er zijn zo rond tien uur. En nu ga ik weer naar huis, want ik wil heel graag naar bed.
 
 
Bij Johan thuis was de stemming ook niet geweldig. Dorien zat nog steeds verdrietig op de bank en Johan was niet bij machte om haar te troosten. Ook Simon kon haar niet bereiken.
Na het eten ging ze naar de logeerkamer maar pikte onderweg naar boven stiekum de mobiele telefoon van Johan mee en boven belde ze met Tony. Maar omdat die in het ziekenhuis lag kreeg ze geen contact. Dan maar Nadine proberen. Die nam gelukkig wel op en daar begon ze huilend tegen te praten dat ze hier niet meer wilde blijven.
Nadine: Wil ik je komen halen?
Dorien: Heel graag. Ik voel me heel verdrietig en Johan zegt niets. Hij weet niet dat ik zijn telefoon heb, ik heb stiekum gebeld. Zeg je dat niet tegen hem?
Nadine: Is goed. Ik ben er over een uurtje.
 
Johan: Nadine? Wat kom jij hier doen?
Nadine: Even zien hoe het er mee is, met jou maar ook met Dorien. Ik hoorde dat ze vandaag bij Britt was geweest maar dat Britt haar niet herkende. Hoe is ze daar nu onder?
Johan: Ik roep haar wel even.
Maar ook nu is Johan niet in staat om Dorien enige troost te bieden.
Johan: Wil je liever met Nadine mee, of naar Tony toe?
Dorien: Ja.
Nadine: Tony is zelf ziek geworden, maar je mag wel met mij mee of misschien wil Lidy van Raymond ook wel een beetje inspringen. Kom maar, dan gaan we zo. Het is al laat aan het worden en volgens mij moet jij morgen gewoon naar school jongedame.
Dorien: Ik pak mijn spulletjes. Dag Johan. Zie ik u nog weer?
Johan: Ik weet het niet. Misschien. Ik weet het nu nog niet. Sorry dat ik je niet kan helpen maar ik weet ook niet wat ik moet doen.
Dorien: Luister naar wat je hartje je zegt. Dat heeft mama mij ook altijd gezegt.
 
                                 *
 
De volgende ochtend wordt Tony in het ziekenhuis wakker en is direct hondsberoerd. Ze kotst alles aan elkaar en ziet geel en groen van de misselijkheid. Vlug belt ze voor een zuster, die haar een injectie geeft tegen de misselijkheid. Nadat ze wat is opgefrist legt Tony zich weer neer en valt ook weer snel in slaap.
Om half tien komt de arts bij haar met de uitslagen van de onderzoeken. Er waren inderdaad sporen van gif gevonden in de maaginhoud. Het was een zeer schadelijk landbouwgif wat niet vrij in de handel verkrijgbaar was. Dus zou het traceerbaar moeten zijn waar het vandaan was gekomen. Veel van het gif hadden ze kunnen wegnemen door de maag leeg te pompen, maar een deel was ook al in het bloed terechtgekomen en dat zorgde nu voor problemen. Het gif werkte in op de nierfunctie en ook haar ademhaling ondervond er problemen van. Nog geen ontslag dus voor Tony. De artsen wilden eerst haar systeem helemaal schoon hebben voor ze haar met ontslag durfden te laten gaan.
Men zou elke dag haar bloed gaan onderzoeken, de temperatuur en bloeddruk blijven controleren. Ook zouden ze via een catheter de urineproductie controleren om te zien of de nieren goed bleven werken.
En de longarts zou komen om te zien wat hij kon of moest doen om de longen zo goed mogelijk te beschermen tegen het effect van het gif.
Omdat Tony zich nog steeds erg ziek voelde kreeg ze lang niet alles mee wat de arts haar had verteld en ze was dan ook verbaasd dat de zuster kwam om een catheter in te brengen. Wat later kreeg ze een mondmaskertje op waardoor ze zuurstof kreeg toegediend en vier keer per dag kreeg ze medicatie verdampt toegediend door het masker. Ze werd er alleen maar misselijker van. De medicijnen deden pijn in haar mond en haar tong en lippen begonnen spontaan te bloeden.
Nog diezelfde middag kreeg ze hele hoge koortspieken. Het werd erg druk om het bed en omdat Tony bijna niet meer zelfstandig kon ademen werd ze overgebracht naar de intensive care waar ze aan de beademing kwam te liggen. Omdat ze onrustig werd van die dikke slang in haar keel  werd ze weer onder een lichte narcose gebracht zodat ze geen hinder voelde van de beademingsslang.
Toen Sofie bij haar op bezoek wilde schrok die hevig van Tony’s toestand.
Sofie: Weten jullie welk gif het is geweest?
Arts: Ja, en we hebben de inspectie er al op af gestuurd. We horen voor vijf uur vanmiddag wie het spul gekocht heeft.
Sofie: Gaat het goed komen met haar?
Arts: We hopen het. We hopen echt dat er nog niet teveel gif in haar bloed zit. Het kan heel lang en heel langzaam blijven nawerken.
Sofie: Is er geen bureau voor vergiftigingszaken die weten welk tegengif je moet geven? Je kunt toch niet gaan zitten wachten hoe het verder gaat?
Arts: Dat is er, maar dat is in Amerika en die hebben we nog niet kunnen bereiken, maar mijn secretaresse blijft proberen en zo snel ik wat weet zal ik ook actie ondernemen.
Sofie: Mag ik even bij haar kijken?
Arts: Ja, maar ze is onder narcose.
Sofie: Toch ga ik even zien. Balen zeg, springt ze in voor haar zieke collega en nu komt ze zelf zo te pas.
 
*
Sofie staart verslagen naar een slapende Tony. Van  binnen voelt ze een mengeling van verdriet en kwaadheid. Tony was zo goed geweest, had feilloos doorzien hoe die hele toestand met Dashi in elkaar stak en dan nu zoiets.
Ze vroeg zich af of er nog meer handlangers van Dashi actief waren. Dit moest toch een keer ophouden? Zo zou het hele team er aan onderdoorgaan. Ze voelde haar eigen maag omdraaien en liep vlug weer weg van de intensieve.
Even twijvelde ze of ze naar het commissariaat of naar Britt zou gaan. Ze koos voor het laatste. Alhoewel het haar zeer veel moeite koste om haar partner zo hulpeloos te zien liggen had ze wel behoefde om haar even te zien, even gedag te zeggen en heel even aan te raken,  alleen maar om te laten weten dat ze er voor Britt was.
Britt begon nu ook heel langzaam op Sofie te reageren. Niet dat ze die kende, maar ze had het gezicht de laatste dagen een paar keer in haar kamer gezien.
Britt: Jij bent Tony niet hè?
Sofie: Nee, ik ben het Sofie, uw partner.
Britt: Maar Tony is toch mijn partner? (en weer al werd ze verdrietig)
Sofie: Kalm maar Britt, het is niet erg.
Britt: Jawel, want ik raak steeds in de war. Iedereen komt binnen en  zegt dat ze mij kennen  maar ik ken niemand. Ik word bang als er steeds mensen komen. Alleen Tony mag nog komen. Waar is die?
Sofie: Sorry Britt, maar Tony is ziek.
Britt: Is het erg?
Sofie: De dokters weten het nog niet. Ze onderzoeken het nog.
Britt: Ik hoor aan je stem dat je liegt. Jij moet weg gaan. Ik wil je niet hier zien.
Sofie: Maar Britt ...............
Britt: Zuster !!!!!!!!!!!!!  HELP!!!!!!!!!!!!
Sofie: Rustig Britt, ik doe u niets.
Britt: Ik wil Tony zien !!!!!!!!
Zuster: Mevrouw ik denk dat u beter kunt gaan. U maakt haar in de war en ze kan nog niet goed met wisselingen overweg.
Sofie: Ze vroeg naar Tony, maar die ligt zelf op de intensieve, dat kon ik haar toch niet zeggen?
Zuster: Nee dat kunt u inderdaad ook beter niet doen.
Sofie: Zal haar geheugen weer terug goed worden?
Zuster: Dat weten de artsen nog niet. Het hersenletsel was erg zwaar. Volgende week gaan ze opnieuw een scan van de hersenen maken en  misschien dat de artsen dan wat meer kunnen zeggen.
Sofie: ik hoop zo dat het goed gaat komen.
Zuster: Dat hopen we allemaal.
 
Terug op het commissariaat ziet Sofie dat Nadine voorovergebogen aan haar bureau zit, maar ze zit niet te lezen. Als ze zachtjes klopt en binnen loopt ziet ze dat Nadine aan het huilen is.
Sofie: Nadine, ça va?
Nadien: Niets. Sorry dat je net keek.
Sofie: Wat is er, je huilt?
Nadine: Ik voel me zo shit met die hele situatie. De een na de andere inspecteur of agent valt uit, die Dashi komt al haast terug uit de dood en nog waard zijn geest hier rond. Nog steeds vallen er slachtoffers door zijn toedoen. Ik kan het niet hebben  dat we de zaak niet opgelost krijgen.
Sofie: We komen er wel uit. Gewoon een tandje harder werken. We komen er wel.
Nadine: Heb je Tony nog gesproken?
Sofie: Het gif heeft haar nieren en haar longen aangetast en ze ligt aan de beademing.
Nadine: Shit, godver.....
Sofie: Dat dacht ik ook toen ik het hoorde. Ze weten gelukkig welk gif het is, maar ze moeten contact leggen met Amerika om te weten welk tegengif ze moeten gebruiken. Hopelijk kunnen ze ons eind van de middag vertellen wie dat gif in gebruik had en dan kunnen we die zaak eens onder de loupe nemen.
Nadine: En wat wil je daar dan mee?
Sofie: Nou, uitzoeken hoe die dat spul bewaarde en wie er bij kon. En dan eens zien of die gek dat aan Tony kan hebben toegediend.
Nadine: En dan?
Sofie: Nadine, ben jij niet toe aan een beetje verlof? Zie je dan niet dat we dan die gek op kunnen pakken en laten voorkomen bij de rechter? Dan wordt er tenminste een afgestraft.
Nadine: Met Britt EN Tony weg, kan ik hier toch niet ook nog weg gaan?
Sofie: Als het niet gaat moet je gewoon even rust nemen. Wij hebben hier zat te doen, we redden ons wel.
Nadine: Ik heb de IT op mijn dak gehad. Ze vragen zich af of ik wel in staat ben om hier de shop te runnen.
Sofie: De hufters! En wat ga je nu doen?
Nadine: Ik ga me ziek melden. Ik ben maar een mens en ik kan ook ziek worden. Als er wat is moet je me thuis maar bellen. Laten ze zelf maar voor invallers zorgen.
Sofie: Beterschap dan maar. Trouwens, is Carla al geweest?
Nadien: Nee, die komt zo. Daar wacht ik nog wel even op.
Sofie: Ga maar, ik neem wel over van je.
 
Als Nadine vertrokken is zet Sofie zich weer achter de computer en trekt nog maar eens alle gegevens boven die ze hebben en ook zij komt tot de conclusie dat Dashi de nodige mannetjes aan het lopen had om zijn smerige werkjes te doen, maar een link met de moord op die pastoor kan ook zij niet vinden.
Dan komt Carla zich melden op zoek naar Nadine.
Sofie: Die is ook ziek naar huis gegaan.
Carla: Vergiftigd?
Nadine: Nee, gelukkig niet. Overwerkt, maar ze wilde niet echt toegeven. Het IT zit in haar nek omdat hier zoveel slachtoffers vallen.
Carla: Kent de IT Dashi dan niet? Die zit hier toch voor het grootste deel achter?
Sofie: Zover was Tony ook gekomen, en met al dat lezen kom ik ook niet tot een andere conclusie.
Carla: Zal ik eens beneden bij de balie gaan om te zien of die mannen er weer zijn of komen?
Sofie: Durf je het aan? Ben je niet bang dat ze je herkennen?
Carla: Ik ben toch in het politiebureau, daar kan me niets overklomen.
Sofie: Ik help het je hopen. Wil ik ook beneden in de buurt blijven dan kun je me inseinen als je ze ziet?
Carla : Is goed.
En nog amper een half uur achter de balie (nog wit van misselijkheid en zwakte) ziet Carla de twee mannen die gisteren gevraagd hadden om de cellen te mogen zien. Ze lijken officiele politieuniformen te dragen, maar Sofie vertrouwd het niet en geeft Ben en Sel een seintje om de mannen aan te houden.
Ze verzetten zich hevig en in de hal ontstaat een flink gevecht waar ook Sofie in betrokken wordt. Er worden flinke klappen uitgedeeld, maar uiteindelijk lukt het om de mannen te boeien en naar boven naar het verhoor te brengen. Sofie zit weggedoken in een hoekje. Die had zo'n flinke slag aan haar hoofd gehad dat ze allemaal sterretjes voor ogen zag.
Carla helpt haar overeind en laat haar op een  stoel gaan zitten zodat ze even kan bijkomen. Na een glaasje water gaat Sofie naar boven en ziet vanuit de tussenruimte toe op de verhoren.
De knaap waar Ben mee bezig is is echt een sukkel. Die kan amper zelf zijn schoenveters strikken en is dus duidelijk een meeloper. Maar hij wordt compleet rauw gevraagd naar alles wat hij mogelijk zou kunnen weten over de invloed van Dashi op al hetgeen hier op het commissariaat gebeurd is de laatse dagen en weken.
Theo: Jaap zei dat hij hulp nodig had. Iemand had een baantje voor hem maar hij kon dat niet alleen. Jaap denkt dat ik dom ben, maar ik weet meer dan hij denkt.
Ben: Wat weet je dan meer?
Theo: Dat die man mij ook geld had gegeven om te vertellen of Jaap zijn werk goed deed.
Ben: En deed Jaap zijn werk goed?
Theo: Het meeste wel.
Ben: En wat deed hij niet goed?
Theo: Nou, toen in die kerk....
Ben: Welke kerk?
Theo: Daar waar die pastoor Vinkers is vermoord.
Pasmans: Heeft Jaap dat gedaan??
Theo: Misschien wel.
Pasmans: Misschien? Heeft hij het gedaan of niet?
Theo: Ja. Hij deed het. Ik moest toen wel mee, maar ik was bang geworden. Je maakt een pastoor toch niet dood? Mijn moeder heeft gezegd dat de pastoor heilig was, nou dan mag je die niet dood maken.
Ben: Hoe heeft Jaap hem vermoord?
Theo: Met een mes gestoken. Zo, recht van voor toen de pastoor met hem wilde gaan praten.
Pasmans: Maar waarom dan toch? Had hij iets verkeerds gezegd of gevraagd?
Theo: De pastoor vroeg of Jaap ook geld wilde geven voor de armen in Afrika, en toen ineens haalde Jaap het mes uit zijn jas, legde zijn arm om de pastoor zijn nek en drukte zo het mes in de ribben van die man. Ik werd misselijk en ben hard weggelopen.
Ben: Waar ken je die Jaap van? Wat doet hij voor zijn beroep?
Theo: Vroeger woonde hij bij mij in de buurt. Hij zei dat ik moest helpen anders zou hij aan mijn moeder vertellen dat ik het met jongens doe.
Pasmans: Doe jij dat? Viezerik !!
Ben: Pasmans, rustig!
Theo: Ik kijk er naar, maar ik doe ze niks. Iederen zegt altijd dat ik nergens goed voor ben, ook niet voor verkering. Ik heb nog nooit een meisje gehad.
Ben: En wat doet de Jaap?
Theo: Die was ooit zelf echt bij de politie.
Pasmans: Waar? In welke stad?
Theo: Hier in Gent.
BEn: En waarom dan nu niet mer?
Theo: Hij zegt dat ze hem weggepest hebben.
Pasmans: Hoe heet die Jaap verder?
Theo: Jaap, ik ken hem gewoon als Jaap.
Ben: Een familienaam wil ik horen!
Theo: Jaap Debrincker. Vroeger van St. Amandsberg. Daar heb ik vroeger ook gewoond.
 
Ondertussen in het andere verhoor is Sel met Raymond bezig om Jaap aan de praat tekrijgen maar hij zwijgt in alle talen.
Ben klopt op de deur en roept ze buiten.
Ben: Die vent die wij hebben heeft het hele verhaal verteld. Jullie zouden daar de moordenaar van pastoor Vinkers kunnen hebben ziten.
Sel: Dat dacht ik ook al, maar hij wil niet spreken.
Ben: Pasmans trekt hem net door de computer. Hij was vroeger ook bij de Flikken. Eens zien waarom hij weg is gegaan.
Pasmans: Nou, omdat meneer moeite had om zijn agressie in toom te ouden. En hij stal bewijsstukken, en hij heeft eens een partner neegeschoten, en hij pleegde herhaaldelijk dienstverzuim.
Ben: Maar wat heeft hij met Dashi te maken?
Pasmans: Misschien dat de computer dat ook weet? Ik zal eens kijken wie er allemaal met Dashi te maken hebben gehad.
Sel: Goed werk Pasmans.
Pasmans: Ik doe het voor mijn collega's.
Ben: Ja, zo kan die wel weer, zeg.
Sel: Ben, rustig. Wij zijn allemaal bezorgd om Britt en Tony.
 
Met de gegevens die Pasmans verder uit de computer krijgt hebben ze de zaak bijna rond.
Ze kennen alle feiten, alle tijden en alles wat nodig is om een duidelijke aanklacht in te dienen tegen Jaap Debrincker, maar Jaap wil geen bekentenis afleggen.
Sel: Wat heeft die Dashi u beloofd dat u voor hem bent gaan werken?
Jaap: Eerherstel.
Sel: Jij kunt toch op je klompen aanvoelen dat een crimineel dat nooit voor elkaar krijgt?
Jaap: Het klonk anders heel goed.
Sel: En waarom dan je eigen collega's?
Jaap: Die kwamen veel te dicht bij.
Sel: Dashi was al dood. Waarom Tony dan nog?
Jaap: Met Britt was niet gelukt en ik moest van Dashi harder mijn best doen.
Sel: Maar dat van Tony gebeurde NA de dood van Dashi.
Jaap: Ik had mijn opdrachten en ik mocht niet stoppen voor iedereen die hem had gedwarsboomd uit de weg was geruimd.
Sel: Jaap, jonge, je hebt zojuist je eigen verklaring en schuldbekentenis afgelegd. Wij maken het rapport op en zullen het naar de rechter sturen. Jij mag nu naar beneden en daar in de cel gaan zitten wachten op wat er gaat komen.
Jaap: Nee, ik ga niet op cel. Weet je wat ze doen met agenten die daar komen?
Sel: Heb je dat niet aan jezelf te danken? Jij hebt je toch ingelaten met die Dashi?
Jaap: Maar ik heb bekend en ik wil beschermd worden.
Raymond: Klep houden en meekomen.
 
Als ze samen uit het verhoor lopen passeerd Sofie net ook het verhoor en heel onverwachts schopt Jaap hard tegen Sofie haar buik waardoor die dubbelklapt en in elkaar stort en huilend blijft liggen.
Met een geoefende handgreep heeft Sel Jaap op de grond liggen terwijl Pasmans en Raymond zich om Sofie bekommeren.
Raymond: Gaat het Sofie?
Sofie: Nee, het doet zo'n pijn. Die klootzak.
Pasmans: Kun je overeind komen?
Sofie: Ik wil het proberen. (maar als ze vooroverbuigt valt ze door de pijn al weer terug flauw op de grond)
Raymond: Sofie? Sofietje??
Maar er komt geen reactie.
Ben: Ik bel de 100, die moeten haar maar komen halen.
Raymond knikt, en legt Sofie op haar zijde, en legt zijn politiejas over haar heen, zodat ze het niet te koud krijgt op de koude vloer...
 
Na een tiental minuutjes komt de ambulance aangereden met loeiende sirens en zwaaiende lichten...
 
Ambulancier: We nemen haar mee. Dokter Ates gaat haar verzorgen. Komt u binnen een uurtje naar het ziekenhuis en vraagt u dan naar dokter Ates.
Raymond: U kunt op ons rekenen...
 
Dus gaat de ambulance richting ziekenhuis... Op dit moment ligt Britt met een hele zware hersenschudding in het ziekenhuis, Tony met een vergiftiging en Sofie, die ineengeklopt was...
 
****************
 
Johan: Britt? (zacht)
Britt: Ja? Wie ben jij? (schrikkerig)
Johan: Ik ben het, Johan. Ken je me nog? (lief)
Britt: Johan.............. (denkend)
 
Johan: Ja, ik ben Johan.
Britt: Wil je niet meteen weglopen als ik je niet herken. Ik denk me suf maar weet het gewoon niet meer (en dan begint ze zachtjes te huilen)
Johan: Stil maar. Het gaat wel goedkomen hoop ik.
Britt: Hoop je? Nu zeg je weer zulke nare dingen. Ik kan daar gewoon niet tegen. Moet je niet doen. Wil je nu nog even weggaan? Ik moet rusten.
En weer verlaat Johan het ziekenhuis. Hij ziet er zelf ook niet al te best uit. Steeds die onzekerheid over Britt, en telkens als hij komt herkent ze hem niet en stuurt ze hem weg. Hij wordt er ziek van, weet niet met zijn gevoelens om te gaan en voelt zich behalve verdrietig ook heel erg boos.
In de auto zit hij een hele lange tijd na te denken wat hij nu eigenlijk aan wil met de situatie met Britt.
Het liefts zou hij met haar verder gaan, maar hij kan het niet verdragen dat ze hem niet meer herkend. Hij denkt aan alle leuke dingen die ze samen hebben gedaan, samen met de kinderen maar ook samen met zijn tweetjes.
De vorige zomer nog, aan het strand, terwijl de kinderen lekker in zee aan het spelen waren, hoe ze toen heel verliefd met zijn tweëen op het duin hadden liggen zoenen; al die fijne avonden thuis saampjes op de bank of in bed.
Die periode rond de jaarwisseling als Britt het steeds nog moeilijk heeft met Mark's overlijden, als ze dan heel dicht tegen hem aankruipt en zijn bescherming en geborgenheid zoekt en vind.
Hij ziet het al voor zich dat dat allemaal weg is, en nooit meer terug zal komen.
Ook nu, terwijl Britt al meer dan een week terug is uit het coma, kan ze nog niet eens rechtop gaan zitten of haar haren kammen; volzinnen maken kost haar heel veel moeite en ze herkent niet eens haar eigen dochter. Hij weet het niet. Hij durft niet verder met haar, is bang zijn geduld te verliezen ondanks dat hij heel veel van haar houd, maar hij ziet geen toekomst voor hun samen.
Nadat hij dit zo eens door zijn hoofd heeft laten gaan rijd hij naar huis terug. Die avond zit hij weer eens heel lang na te denken wat hij nu echt wil, maar hij kan niet tot een andere conclusie komen dan te breken met Britt.
Tot heel laat in de nacht zit hij achter zijn computer en schrijft een brief aan Britt waarin hij probeerd uit te leggen dat hij het niet aandurft om met haar verder te gaan. Hij kan er niet mee omgaan en hij wil haar nog meer verdriet en ellende sparen.
Nog voor hij de volgende ochtend naar de rechtbank gaat rijd hij langs bij het ziekenhuis en legt de brief op Britt haar nachtkastje. Britt lijkt nog te slapen. Als een soort van afscheid streelt hij nog een keer door haar mooie haren, althans wat er van over is, geeft haar zachtjes een zoen op haar wang en vertrekt dat met pijn in zijn hart en tranen in zijn ogen.
 
***
 
 
Op  het commissariaat heerst een hele aparte sfeer. Nadine is nog ziek thuis; Tony ligt, net als Britt, nog in het ziekenhuis en Nick gaat deze ochtend zien hoe het met Sofie is die een nacht ter observatie ook in het ziekenhuis moest blijven.
Carla had van het grote personeelstekort gehoord en was toch maar weer aan het werk gegaan. Raymond zag eruit of hij weinig van zijn bed had gezien; sinds Dorien bij hem en Lidy logeerde was hij vaak 's nachts wakker omdat Dorien zo vaak lag te huilen. Ze miste haar moeder heel erg en wat kon zo'n kind daar nou aan doen.
De Dienst Intern Toezicht liep hier ook met twee man rond om alles eens haarfijn uit te pluisen. Niemand was echt content met hun aanwezigheid omdat niet bekend was wat nu precies hun bedoeling was. De teamleden waren bang dat ze Nadine eruit wilden schoppen, of anders wel Britt omdat die zo vaak ziek was. Maar als een ding duidelijk was voor het team dan was dat dat Nadine en Britt MOESTEN  blijven. Het waren twee ongelooflijk goede agenten met een hoog percentage opgeloste misdrijven.
Bovendien stond de IT nooit bijzonder hoog op de lijst van geliefde mensen of groepen.
Ter vervanging van Nadine was er tijdelijk een kapitein van de Federale aangesteld en die had een hele andere kijk op politiezaken dan Nadine. Er ontstonden dus nogal eens "conflictjes" over hoe een zaak aan te pakken. Hij liep de hele dag door orders uit te delen en leek totaal geen oog te hebben voor de mensen die er werkten. Kortom: een rotsfeer op een werkplek die van nature al weinig vrolijks in zich had. Je zag de overige teamleden met opeengeklemde kaken bezig om hun werkzaamheden af te krijgen en niemand vond het erg om de straat op te moeten, als ze maar weg waren bij de IT en weg bij het tijdelijk teamhoofd.
Rond tien uur belde Nick  naar Raymond dat Sofie weer naar huis mocht en hij wilde graag bij haar blijven, of dat kon.
Raymond: Van mij mag je maar ons nieuwe hoofd zal daar niet blij mee zijn. Hoe is het met haar?
 
 
Nick: Al beter. Bedankt dat je het vraagt... En dat nieuwe hoofd kan de pot op. Vandaag neem ik een dag vrijaf. Tot morgen.
Raymond neemt ook afscheid, en omdat de nieuwe kapitein er toch even niet is, knijpt ook hij er even tussenuit en gaat even op bezoek bij Britt...
 
*******************************
 
Britt: Hallo... (vreemd kijkend naar het totaal nieuwe gezicht)
Mihriban: Dag Britt... Ken je mij nog?
Britt: Jij bent een dokter... (kijkend naar de witte jas)
Mihriban: Klopt. Ik ben Mihriban. Ik neem het even over van je dokter, die is ziek geworden. Snap je dat, Britt? (ontzettend vriendelijk, terwijl ze naast Britt gaat zitten en kort over haar hand streelt)
 
Britt, die niet gewoon is dat iemand meteen lichamelijk contact met haar heeft, maar ook niet gewoon is dat ze niet meteen weglopen van haar, toont even een schrik-reactie, maar als Mihriban weer over haar hand streelt wordt ze weer rustiger...
 
Britt: Jij gaat me helpen?
Mihriban: Ja, ik ga je verzorgen. (heel vriendelijk) Britt?
Britt: Ja... Mihriban? (zacht/twijfelend)
Mihriban: Ja, zo heet ik. (glimlachend). Britt... Hier is een collega van je... Raymond heet hij...
Britt: Raymond? (denkend)
Mihriban: Ja... Raymond, zo heet hij. Snap je dat, Britt? (heel vriendelijk)
 
Britt knikt, en lijkt diep na te denken wie Raymond wel mag zijn...
 
Mihriban: En hij gaat nu binnenkomen...
 
Net op dat moment stapt Raymond binnen... Mihriban staat recht en Raymond zet zich meteen naast Britt neer en kijkt haar heel vriendelijk en aardig aan...
 
Britt: Jij meneer Raymond zijn? (zacht/denkend/twijfelend)
Raymond: Ja, ik ben Raymond. (glimlachend/vriendelijk)
Britt: Ik jou kennen? (verward)
Raymond: Ja, normaal ken je me. (glimlachend)
Britt: Ik ken jou nie, dus ik nie normaal zijn... (zacht/verward/op het punt om te hyperventileren)
Mihriban was hierop voorbereid en...
 
***
 
Raymond: Goeiedag Britt. Mag ik gaan zitten?
Britt: Ja. Ik weet dat ik je moet kennen. Even heel goed denken. Kun je me helpen?
Raymond: Graag. Wat moet ik voor je doen?
Britt: Ik wil rechterop zitten. Mag dat van de dokter?
Mihriban: Ietsjes mag je nog wel rechterop. (en ze zet het hoofdeinde van het bed zo dat Britt inderdaad wat rechterop zit zodat ze een andere kijk heeft op wat er in de kamer en rond haar bed gebeurd)
Raymond: Zal ik je een foto laten zien Britt?
Britt: Welke foto?
Raymond pakt zijn portefeuille en toon eerst een foto van Dorien.
Britt: Dat is Dorien? Mijn dochter?
Raymond: Ja, je dochter. Ze logeerd bij ons tot jij beter bent en voor haar kunt zorgen. Ze is heel erg lief maar ze mist haar mama.
Britt: Is ze ook verdrietig, net als ik?
Raymond: Ja, ze huild vaak maar Lidy kan haar heel goed troosten.
Britt: Is Lidy je vrouw?
En dan laat Raymond een foto van Lidy zien: een stralende vrouw met een warme glimlach.
Britt: Zij heeft iets met bloemen toch?
Raymond: Je weet het nog wel. Ze heeft een bloemenkiosk aan de Vrijdagmarkt.
Britt: Ik vind bloemen heel mooi.
Raymond pakt nu een foto van het team en laat die zien.
Britt: Even weg doen. Daar staan teveel mensen op. Ik wordt nerveus als ik dat zie. Straks even weer.
Raymond: Hoe voel je je Britt, als ik dat mag vragen?
Britt: Jij mag dat vragen. Als ik jou zie voel ik me rustig. Er komt ook wel eens iemand en dan moet ik steeds huilen en word onrustig.
Raymond: Wie is dat?
Britt: Hij noemt Johan. Ik ken hem niet, maar hij zegt steeds dat hij mijn lief is.
Raymond: Jij hebt een lief die Johan heet.
Britt: Maar dat wil ik niet. Ik wil mij kunnen herinneren dat ik een dochter heb. Heb ik een man?
Raymond: Helaas niet Britt. Hij is overleden. Hij was bij de Federale Politie net als jij.
Britt: Politie?
Raymond: Daarna ben je bij ons gekomen. In het team van de Belfortstraat.
Britt: Dat is een goed team hè?
Raymond: Of je het maar weet.
Britt: Daar is Tony ook bij hè?
Raymond: Ja Tony, en Pasmans, en Sofie, en Nadine, en Sel en Ben de motards.
Britt: Het doet zeer in mijn hoofd maar ik denk dat ik mij dingen begin te herinneren.
Mihriban: Dat is geweldig. Zal Raymond de volgende keer wat meer foto's meenemen? Dan kun je oefenen met het beeld van je omgeving en zal je angst voor nieuwe dingen afnemen. De meeste dingen zijn namelijk niet eens nieuw, maar die kun je je op dit moment niet herinneren en dus maken ze je bang.
Raymond: Britt, wij missen je allemaal heel erg en we duimen heel hard dat je snel beter wordt en weer bij ons komt.
Britt: Wil je ze dan zeggen dat ik probeer om goed mijn best te doen. Ik ben wel bang dat het misschien niet helemaal goed gaat komen maar ik moet eerst eens uit bed zien te komen.
Mihriban: Daar is het nu nog wat te vroeg voor. Je lichaam is nog heel zwak.
Britt: Wat is er met mijn hoofd? Het voelt zo raar. Kan ik een spiegel zien?
Mihriban: Weet je het zeker Britt?
Britt: (een beetje kwaad maar ook onzeker) Het is toch van mij, dat lichaam?
Mihriban: (tegen Raymond) Blijf je er nog even bij? Ik ben bang dat ze misschien onrustig wordt en dan wil ik dat je me helpt om haar te kalmeren. Liever een bekende dan een voor haar onbekende hier van het personeel.
Raymond: Maar de mensen hier ziet ze toch elke dag, die kent ze toch?
Mihriban: Was dat maar waar. Alle nieuwe dingen zijn elke dag vreemd voor haar. Het is goed dat jullie "oude rotten" bij haar komen. Jullie zetten haar juist aan om in haar geheugen te graven.
Mihriban haald een spiegel op en houd die op een afstand voor Britt, die er leeg naar staart.
Raymond: Kun je me zeggen wat je ziet Britt?
Britt: Daar zit een vrouw.
Raymond: Ken je haar?
Britt: Ik weet niet (en dan begint ze weer te huilen)
Raymond: Kom maar Britt (en hij neemt haar in zijn vaderlijke armen en troost haar, en ze laat dit gewillig gebeuren) Stil maar Britt, je bent zeker geschrokken?
Britt: Ben ik dat? Wat is er met mijn nek en mijn hoofd?
Mihriban: Je ben aangevallen en hebt hele zware slagen op je hoofd gehad. Je hebt op het randje van de dood gezweefd, maar je ijzersterke wilskracht heeft je er weer bovenop gekregen. Je hebt in coma gelegen en bent een deel van je geheugen kwijt.
Britt: Gaat dat goed komen?
Mihriban: We doen ons best. Volgende week maken we een nieuwe scan van je hoofd en hopelijk kan de neuroloog dan meer vertellen over je situatie. Op dit moment zijn we heel blij dat er stukjes van je geheugen terugkomen. Maar we moeten je ook lichamelijk weer op krachten krijgen.
Britt: Hoe doen jullie dat?
Mihriban: Heel hard werken. Fysiotherapie, logopedie, ergotherapie, het hele ratteplan. Het zal zwaar worden Britt, heel zwaar. Maar ik geloof in je. En ik weet zeker dat al die fijne collega's van je klaar zullen staan om je te helpen.
Britt: (tegen Raymond) Echt waar? Allemaal?
Raymond: Allemaal, zelfs Pasmans.
Britt: Dat is die jonge agent hè?
Raymond: Precies die. Maar ik moet nu gaan. Goed houden Britt, en ik zie je gauw weer.
Britt: Bedankt dat je bent gekomen. Ik voel me een stukje beter nu.
 
Daarna loopt Raymond toch ook nog even aan op de intensieve waar Tony nog steeds beademd wordt. Ze heeft ondertussen het antigif toegediend gekregen en het wachten is nu of het op tijd was en voldoende aanslaat. Tony is ondanks de beademing wel bij bewustzijn, half, en kijkt met trieste ogen naar Raymond.
Hij neemt haar hand en streeld die zacht.
Raymond: Gaat het goed komen Tony?
Tony kan alleen maar heel ietsje haar schouders ophalen, en nu rolt er een dikke traan door haar gezicht, die Raymond zachtjes met zijn duim wegveegt.
Raymond: Ik ben net bij Britt geweest. Ze krijgt langzaam stukjes van haar geheugen terug. Ze kon jou zo herkennen en daar was ze heel blij om.
Dan probeerd Tony een duim op te steken als teken dat ze het geweldig vind van Britt.
Raymond: Mag ik met je arts gaan praten Tony?
Tony knipperd met haar ogen en dan neemt Raymond weer afscheid.
 
De arts geeft aan dat de eerste labresultaten hoopgevend zijn. Het lijkt of het gif geblokkeerd is in haar lichaam, maar men moet afwachten om te zien of er al schade was opgetreden voor het antigif beschikbaar was.
Vanmiddag gaan ze een longtest doen, waarbij ze de beademing afsluiten en gaan meten wat de zelfstandige longcapaciteit is die Tony kan produceren.
Ten aanzien van haar nieren zijn de verwachtingen wat minder hoopvol: de nieren produceren maar weinig urine en het ziet er stroperig en bloederig uit.
Arts: In het ergste geval zullen de nieren er helemaal mee ophouden en zal ze gedialyseerd moeten worden of een niertransplantatie moeten ondergaan. En dat kan een zeer tijdrovende klus worden, als het al op tijd gelukt om een nier beschikbaar te hebben.
Raymond: Zo erg?
Arts: Dat is het ergste geval. Met een beetje geluk herstellen de nieren zich tot bijna normaal. En een capaciteit van 80% kan een normaal leven inhouden. Maar we moeten gewoon nog even wachten. Reken op een dag of vier tot vijf voor we er meer van weten.
Raymond: Dan kom ik dan nog es terug. (glimlachend)
Raymond gaat weer weg naar het commissariaat...
 
 
Mihriban gaat nog even naar Britt, en ziet dat die zelf probeert om uit bed te komen...
Mihriban: Britt, niet doen... (vriendelijk)
Mihriban schudt vriendelijk haar hoofd, en duwt Britt zachtjes terug in bed...
Plots zegt Britt iets, wat Mihriban eigenlijk niet meteen verwacht had, maar ze wist wel dat het op een dag zou komen...
 
Britt: Ik ben verkracht. (plotseling)
 
Mihriban: Dat weten we Britt. Toen je binnen kwam hebben we je heel goed onderzocht en duidelijk sporen gevonden. Je bent niet zwanger geraakt en je hebt ook geen sexueel overdraagbare aandoening op gelopen. Daar zijn we gelukkig zeker van. Wel ben ik een beetje bang dat je het er psychisch moeilijk mee kunt krijgen, maar dan kunnen we altijd nog hulp inroepen van een psycholoog of een vertrouwenspersoon of zo.
Ons eerste belang nu, is dat jij lichamelijk weer aansterkt. Kruip lekker nog even in bed en probeer wat te slapen. Vanmiddag komt de fysiotherapeut en dan moet je hard aan het werk.
Britt: Ik ben bang Mihriban.
Mihriban: Waarvoor?
Britt: Dat er weer iemand komt en aan mij zit. Dat mag niet.
Mihriban: Maar die fysio komt jou helpen om je spieren sterker te maken.
Britt: Oké, is goed. Maar ben jij er dan ook? Of anders wil ik Tony hier hebben.
Mihriban: Tony kan niet komen, die is ziek geworden.
Britt: Is het erg?
Mihriban: Dat weet ik niet. Ik heb haar zelf niet gezien, maar als ik mijn collega zie zal ik het vragen. Oké?
Britt: Oké.
En met een hele diepe zucht valt Britt in slaap, en wordt ook niet wakker als de fysio komt om te oefenen. Daarom gaat de therapeut passieve oefeningen doen, waarbij hij de armen en benen beweegd zodat er wel een actie plaats vind en de doorbloeding verbeterd. Na de tijd legt de zuster Britt weer op haar zijde en slaapt ze nog steeds verder, ook als 's avonds Lidy met Dorien op bezoek komt.
Dorien: Mama? Mama? Lidy, ze zegt niets. Leeft ze nog wel?
Lidy: Jawel meiske. Ze is heel moe. De zuster zei dat ze vanmiddag hard heeft geoefenend met de fysio en daar is ze heel moe van geworden.
Dorien: Mag ik haar wakker maken?
Lidy: Zullen we dat heel voorzichtig doen? Ga jij een stukje voor haar voorlezen, dan zal ze misschien wakker worden als ze je stem hoort.
Dorien: Dat ga ik doen!
En dus begint Dorien voor te lezen uit een boek wat ze van thuis had meegenomen en waar Britt haar 's avonds ook vaak uit voorlas.
Na een paar minuten begint Britt wat te bewegen en lijkt ze langzaam te ontwaken.
Britt: Dorien?? Ben jij dat?
Dorien: Ja mama, ik ben met Lidy gekomen. Daar logeer ik. Vind je het mooi wat ik voorlees?
Britt: (zich nu wel beseffend dat Dorien haar dochter is, maar daar heel goed bij na moet denken) Ja ik vind het mooi. En wat kun je goed voorlezen.
Dorien: Wil jij mij ook weer voorlezen?
Britt: Dat wil ik wel , maar ik weet niet of ik dat kan.
En meteen springt Dorien op het bed en legt het boek dicht bij Britt voor de neus, die echter helemaal onrustig wordt van al dat gekriebel van letters voor haar neus. Ze begint er van de hyperventileren en vlug haald Lidy het boek weg.
Britt: Bedankt.
Dorien: Wat was er?
Britt: Als ik heel veel dingen gelijk zie word ik heel onrustig en al die letters ............
Dorien: Al die letters samen zijn woorden en zinnen. En jij vond lezen toch altijd zo leuk?
Britt: Ja, maar nu kan ik het nog niet, mijn schatje. Kom je even heel dicht bij me liggen? Lekker zo dicht tegen me aan?
Dorein: Is dat goed voor u?
Britt: Ik wil dat graag. Ik wil je zachte huidje voelen en lekker door je haren kroelen. Dokter Mihriban zegt dat ik bekende dingen moet gaan doen, dat mijn geheugen sneller terugkomt.
En zo kruipt Dorien lekker dicht tegen Britt aan op bed
Samen liggen ze heerlijk van elkaar te genieten en Lidy ziet dat het Britt echt raakt, ze heeft nu voor het eerst echt contact met Dorien. Ook ziet ze de tranen bij Britt in de ogen en het intense verdriet wat die voelt.
Britt doet heel erg haar best om zich ondanks haar emoties rustig te houden. Ze weet, diep van binnen, dat het goed is om Dorien weer dicht bij zich te hebben, maar het kost haar heel veel moeite.
Als Lidy na een poosje merkt dat het Britt teveel wordt vraagt ze Dorien of ze zullen gaan en een andere keer terug komen, zodat haar mama nu wat kan gaan slapen.
Dorien: Ik wil bij mama blijven.
Britt: Ik wil jou ook heel graag bij me hebben , maar dat kan niet. Ik beloof je dat ik goed mijn best doe om snel beter te worden maar ik moet nu echt gaan slapen.
Dorien: Welterusten dan maar. Mag ik de volgnde keer een tekening of en foto voor je meenemen?
Britt: Allebei wel, lieverd. Slaap lekker straks, en doe de groetjes aan Raymond.
 
Nadat het weer rustig is op de kamer probeert Britt de dag een beetje aan zich voorbij te laten gaan maar het kost haar heel veel moeite. Ze kan geen volgorde aangeven en alles draaid wat door elkaar heen, en na meer dan een uur piekeren en denken valt ze in een onrustige slaap.
Die nacht droomt ze heftig: van verkrachtingen en van dode mensen , en ze ziet een heleboel gezichten, maar die zijn allemaal krom en scheef. Ze wordt er angstig van en schrikt ook enkele keren wakker maar omdat ze zo moe is valt ze ook weer snel in slaap. Maar opnieuw begint ze te dromen en nu word ze zo angstig dat ze het bed uit wil gaan. Ze is compleet gedesorinteerd en weet niet waar ze is, hoe laat het is of wat ze moet doen. Ze staat heel onzeker op de benen en in het duister gaat ze op de tast naar iets om zich aan vast te houden. Ver komt ze niet: ze heeft geen kracht in haar benen om overeind te blijven en maakt een enorme knal tegen de vloer.
Snel komt de broeder van de nachtdienst aangelopen en ziet haar in een vreemde bocht half onder het bed en tegen de kledingkast aan liggen.
Steven: Britt, kun je me horen?
Britt: Hmmm.
Steven: Heb je je pijn gedaan? Kun je je bewegen?
Britt: Pijn.
Steven : Waar?
Britt: Mijn hoofd, en mijn rug.
Steven : Blijf rustig liggen, ik haal een collega, dan helpen we je weer in bed.
Maar als ze Britt op willen nemen gilt die het uit van de pijn en laten haar dus toch maar liggen en bellen de dienstdoende nachtarts die snel komt en Brit tgaat onderzoeken.
Ze heeft opnieuw een wond aan haar hoofd, nu aan de zijkant, maar die bloed wel heftig.  Vakkundig wordt die gehecht en afgeplakt. Omdat ze haar nekkraag nog steeds moet dragen was haar nek wel goed beschermd maar ze is met haar gezicht tegen de kast gevallen en heeft nu een dikke buil op haar jukbeen en bij de controlefoto zien ze een scheur in het bot zitten.
Ook haar rug doet pijn; daar heeft ze diverse schaafwonden en wat kneuzingen.
Om de ongemakken van de rugpijn wat te minderen krijgt ze een hele zachte luchtmatras in het bed zodat haar rug niet op een harde onderlaag komt te liggen.
Om de onrust wat te bestrijden krijgt ze een kalmerings injectie toegediend en valt daarop gelukkig snel weer in slaap.
 
***
De andere dag voelt Nadine zich voldoende uitgerust om haar taken weer op te pakken. Echter de tijdelijke teamchef wil geen plaats voor haar maken.
De IT hangt er ook nog steeds rond.
Nadine; Kan ik hier mijn team nog leiden of hoe zit dat?
Chef: Het is mijn team op dit moment.
Nadine: Ik wist niet dat er bij een griep direct vervanging werd geregeld voor een commissaris?
Chef: Dit is wat anders.
Nadine: Dacht ik niet. Ik had de griep en heb dat ook gemeld. Goedendag, u kunt wel gaan.
Na het nodige gebakkelie, tot aan de zonechef aan toe, mag Nadine haar taken terug opnemen en verdwijnt ook de IT weer naar zijn eigen dienstafdeling.
Team: Welkom terug Nadine.
Nadine: Dank je voor jullie steun. Hoe staat het ermee?
Sofie: Ik wil vandaag nog eens die vent verhoren die zegt dat hij van Dashi opdracht had gekregen om Britt uit de weg te helpen.
Nadine: Ik dacht dat Tony daar mee bezig was.
Raymond: Die is nog ziek. Gelukkig zijn haar longen er behoorlijk goed uitgekomen. Het wachten is nu op het nieronderzoek over drie dagen. Dus die moeten we ook nog even missen.
Nadine: Sofie, ik wil niet dat je dat verhoor alleen gaat doen.
Sofie: Is goed baas.
*
Nadine: Laat Raymond meegaan, oke?
Raymond: Uhm, baas? Ik wilde eigenlijk Britt gaan bezoeken nu.
Nadine: Oja! Hoe is het nu met haar?
Raymond: Toen ik er gisteren was, was ze heel rustig. Wel zei ze dat, als Johan binnen komt, dat ze dan heel onrustig wordt.
Nadine: Jij was nu van plan om te gaan?
Raymond: Ja.
Nadine: Het is misschien een goed idee als je Johan meeneemt? En bij hen blijft als Britt Johan weer ziet? (voorstellend)
Raymond: Oke. Bedankt commissaris. (glimlachend)
Nadine: Sofie, doe jij het verhoor dan maar met, uhm... Met Bruno? (voorstellend)
Sofie en Bruno: Oke.
 
Sofie en Bruno vertrekken naar het verhoor en Raymond gaat Johan ophalen, die instemt met het plan... Misschien kan hij nog net de brief weggrabbelen die hij overlaatst op Britt's kastje heeft gezet, en waarvan hij nu ontzettend veel spijt heeft...
 
Aangekomen in het ziekenhuis :
 
Raymond en Johan stappen Britt's kamer in, en tot ieders verbazing neemt Britt net, heel voorzichtig en geïnteresseerd, de enveloppe met Johan's brief van het kastje...
Ze is het allemaal zo zat, gewoon voor zich uit te staren en bedacht zich direct dat Dorien eerder had gezegd dat ze van lezen hield. Haar oog was ook al eerder op die envelop gevallen, maar niet de gedachte om te kijken wat erin zat of om het te gaan lezen.
Maar was die drang er wel. Ze was nieuwsgierig en verwachtte toch niemand om eerlijk te zijn. Britt nam het papier uit de envelop en vouwde het voorzichtig open. Ze begon te kijken, te kijken naar alle tekens die erop stonden.
Raymond die iets voor Johan stond of eigenlijk voor hem uit was gelopen om Britt voor te kunnen bereiden op de komst van Johan. Die nog steeds iets angstvallig in de deurpost stond, hij stond met pijn in zijn hart en tranen in zijn ogen te kijken naar Britt. Of eigenlijk naar de brief die Britt net in haar handen had en bestudeerde.
Ze had niet in de gaten dat er mensen waren. Raymond kuchte voorzichtig en Britt reageerde daarop door haar hoofd iets te draaien.
Britt: Raymond, toch?
Zowel Britt als Raymond waren blij verrast dat ze zijn naam wist. Ze had Johan nog niet gezien, maar die was ook iets naar achter gegaan en draaide nu langzaam de deurpost uit. Hij kon het niet aanzien dat Britt die brief zou gaan lezen.
Raymond: Klopt.
Britt hield de brief iets omhoog.
Britt: Wou lezen, maar lukt ni.
Raymond: Zal ik helpen anders?
Britt: Ja.
Raymond keek Britt vragend aan of het goed was dat hij op de stoel naast haar bed kwam zitten, hij ging wel zo zitten dat hij ook naar de deur keek, waar Johan was. Hij zag zijn arm nog net naast de deur. En was blij dat hij er nog was.
Raymond kreeg van Britt de brief.
 
Raymond las eerst in zichzelf voor hij Britt voor begon te lezen en zag toen dat de brief van Johan afkomstig was.
 
"Lieve Britt.
 
Ik weet dat ik de laatste dagen misschien er niet voor je ben geweest zoals ik er voor je hoor te zijn, zoals geliefden voor elkaar zouden zorgen. Maar ik weet niet wat beter te doen. Je herkend me niet en bent bang van me. Ik heb geen idee hoe ik je kan laten inzien wat ik voor je voel en wat jij voor mij betekend. Dit gevoel valt niet in woorden uit te drukken."
 
Nu stopte Raymond even, want wat er nu komt durft en kan hij Britt niet vertellen. Want hoe moet hij nu haar gaan vertellen dat Johan haar niet meer wil. Ook keek Raymond naar de deur en zag dat inmiddels de arm van Johan op de grond lag. Johan was waarschijnlijk ineen gezakt van verdriet.
 
"Ik hoop dat je me de kans zal geven om ook dat gevoel weer naar jou te brengen en zo verder te gaan als voor dit alles. Samen weer één worden."
 
Raymond vond het moeilijk om tegen Britt te liegen en hij hoorde vanuit de gang geluid komen. Ondanks dat hij wist dat hij fout zat ging hij verder.
 
"Ik hoop dat je me bij je in de buurt laat en minder bang voor me zal worden."
 
Britt: Johan..
Raymond had zijn naam nog niet gezegd en was verbaasd Britt deze naam te horen zeggen.
Britt: Van hem..
En Britt wees naar de brief.
Britt: Van Johan?
Raymond: Ja Britt, Johan heeft het voor je geschreven.
Britt: Hij hier?
Raymond: Op de gang..
Johan die dit allemaal hoorde kreeg tranen in zijn ogen, nu van geluk. Dat ze doorhad dat hij dit zou hebben geschreven, al heeft Raymond de tekst wel wat veranderd.
Johan kwam voorzichtig om de deurpost en keek naar binnen. Nog steeds met pijn in zijn hart en afwachtend van wat Britt verder zou zeggen.
Britt: Jij die brief geschreven? (beetje verbaasd/verward)
Johan: Ja, die heb ik geschreven... (zacht/twijfelend)
Britt: Jij mij... Jij mij graag zien? (verward)
Johan: Ik zie je dolgraag, Britt, echt waar... (zacht)
 
Britt kijkt Raymond verward aan...
 
Johan: Britt ik heb je zo gemist. Ik was en ben nog steeds bang om je te verliezen.
Britt: Het doet pijn.
Johan: Wat doet pijn Britt?
Britt: Mensen niet kennen. Ik zie ze, ze doen aardig, maar ik voel er niks bij. En mijn hoofd en rug doen ook pijn.
Raymond: Wat is er met u gebeurd? Lidy zei dat je er gisteren heel goed uitzag, maar je gezicht! En wat is er met je rug?
Britt: De broeder zegt dat ik ben gevallen.
Johan: Britt mag ik bij je komen zitten?
Britt: Je doet maar.
Maar nog steeds heeft Johan moeite met die emotieloze houding van Britt en in plaats van gaan zitten loopt hij alweer naar de deur.
Raymond: Waar ga je heen Johan?
Johan: Weg! (en hij staat al weer op de gang)
Raymond: Ik kom zo terug Britt, momentje.
 
Op de gang trekt Raymond Johan aan zijn mouw.
Raymond: Wat denk je nu te bereiken?
Johan: Had haar maar verteld wat er echt in die brief stond dan was het nu over. Nu denkt ze dat ik verder wil, maar ik wil het niet, ik kan het niet. Ik weet niet hoe ik met haar om moet gaan. Ik ben bang dat ik er niet tegen kan en dan op haar ga slaan. Dat wil ik haar niet aandoen.
Raymond: En waarom zou je haar gaan slaan? Ze is uw lief, daar ben je zorgzaam voor, die koester je als het meest dierbare wat er is op deze wereld.
Johan: Ze begrijpt me niet, ze kan niets, ik word helemaal kriegel als ze zo doet.
Raymond: Dat kan zij niet helpen. Ze is slachtoffer van geweld en heeft hersenletsel. Als je om haar geeft neem je dat er bij.
Johan: Ik geef om haar maar ik kan het niet !!! Zeg haar maar dat je de brief fout hebt gelezen. Ik ben weg. Mij zie je hier niet meer en waag het niet weer achter me aan te komen. Ik heb het nu voor eens en voor altijd gezegt. Ik ben weg.
 
Aangeslagen kijkt Raymond hem na als hij met stevige pas het ziekenhuis verlaat.
Dan gaat hij weer terug naar Britt haar kamer. Die ligt met vragende ogen in bed en heeft nog de brief in haar handen.
Britt: Dit is een brief van die Johan toch? Hij zegt iets dat hij het niet kan, of het niet durft. Wat durft hij niet?
Raymond: Britt, ik vind dit heel moeilijk om te zeggen.
Britt: Zeg het toch maar,  want ik weet ook niet wat ik er mee moet. Het is steeds zo raar als hij hier is.
Raymond: Hij kan niet omgaan met de situatie, hij durft geen relatie meer met je te hebben. Hij is bang dat hij je pijn zal doen.
Britt: Nu is hij geen vriend meer?
Raymond: Nee Britt, hij is nu geen vriend meer.
Britt: Maar jij bent wel een vriend van mij?
Raymond: Ik hoop het wel.
Britt: En Tony is mijn vriendin!
Raymond: Ja Tony is je vriendin.
Britt: Waar is ze?
Raymond: Ze is ziek.
Britt: Is het erg?
Raymond: Nogal, de dokters moeten haar nog verder onderzoeken.
Maar net als hij dat zegt gaat de kamerdeur open en duwt Sofie de rolstoel met Tony erin naar binnen.
Sofie: Nog een die niet in bed wilde blijven. Dag Britt.
Britt: Jij bent Sofie toch, die voor mij werkt?
Sofie: Helemaal die. En weet je wie dit is? (wijzend op Tony)
Britt: Tuurlijk. Dat is mijn vriendin Tony.
 
Raymond wenkt Sofie mee naar buiten en verteld haar van het voorval met Johan.
Onderwijl zit Tony met Britt te praten. Ook Tony is nog erg zwak. Ze was pas deze ochtend van de intensive care gekomen. Haar longen waren terug op 87 % van hun capaciteit en de artsen hoopten met medicatie en fysiotherapie weer terug te komen op de volle 100 %.
Bezorgd kijkt Tony naar het gezicht van Britt dat weer dik is geworden door de val van voorgaande nacht.
Tony: Heb je weer veel pijn Britt?
Britt: Ja.
Tony: In je gezicht?
Britt: Nee, in mijn hart.
Tony: Waarom dan?
Britt: Die man, die Johan die steeds zei dat hij mijn lief was is hier geweest en zegt dat hij nu geen vriend meer is.
Tony: Ach lieverd, wat sneu voor je. En jullie waren zo'n leuk koppel. Jammer.
Britt: Maar ik denk dat ik hem wel terug wil. Zal hij mij terug willen als ik heel goed mijn best doe?
Tony: Goed aan jezelf werken dat is nu heel belangrijk. Ik wil je helpen als ik kan.
Britt: Wat is er met jou?
Tony: Heb een vergiftiging opgelopen.
Britt: Wat is dat?
Tony: Iemand heeft me gif in het drinken gedaan of anders toegediend en daar zijn mijn longen en mijn nieren heel ziek van geworden.
Britt: Gaat het goed komen?
Tony: De longen worden denk ik wel weer beter, moet veel oefenen. De nieren moeten nog worden onderzocht.
Britt: En als het niet goed komt?
Tony: Dan wordt ik dialysepatiënt.
Britt: Wat is dat?
Tony: Dat betekend dat   drie keer in de week een machine mijn bloed moet reinigen omdat de nieren dat niet meer kunnen.
Britt: Maar dan kun je niet meer bij de politie werken.
En nu raakt Tony behoorlijk geëmotioneerd. Ze had daar geheel nog niet aangedacht, maar Britt had wel gelijk. Als haar nieren het bloed zelf niet meer konden ontgiften dan kon ze heel weinig doen, zou ze voortdurend oververmoeid zijn en elke week drie dagen in het ziekenhuis zijn voor dialyse.
Net dan komen Sofie en Raymond weer binnen en zien een huilende Tony.
Sofie: Tony, ça va?
Tony: Mijn nieren, als het niet goed komt dan, dan ..... kan ik niet meer bij de politie.
Sofie: Dat is nog echt even wachten op het onderzoek. Laat je er niet door van slag brengen.
Tony: Ik wil naar mijn kamer. Breng je me terug? (helemaal in de mineur)
 
Als Tony weg gebracht wordt door Sofie blijft Raymond bij Britt die ook heel stil voor zich uit ligt te kijken.
Raymond: Gaat het Britt?
Britt: Ik raak zo in de war. Johan die zegt dat wij niet meer samen zijn. Mijn beste vriendin die misschien niet meer kan werken. Heb ik haar aan het huilen gemaakt?
Raymond: Nee Britt, ze had er zelf nog niet bij stilgestaan. Maar het is ook nog niet zover. De dokters gaan kijken wat ze nog allemaal voor haar kunnen doen.
Britt: Gaat het goed komen met haar?
Raymond: Met haar, en ook met jou, daar rekenen we op.
--
Als tijdens de artsenvisite Tony niet met hun wil praten verdenkt hij haar van een onderliggende depressie  en stelt voor om gesprekken te starten met een psycholoog maar Tony weigerd resoluut.
Arts: Wat wil je dan?
Tony: Als het toch niets meer uitmaakt dan wil ik een pintje.
Arts: Dat is niet eens zo'n slecht idee. We kunnen eens zien hoe de nieren dat verwerken en wat voor invloed dat heeft op de uitscheiding. Ik stel voor dat u vanavond tussen acht en tien uur twee glazen bier neemt en gedurende de nacht zullen we de diurese meten en morgen doen we een IVP, nieronderzoek, en misschien kan ik morgenmiddag al wat meer zeggen over hoe we verder gaan.
Tony: En jij denkt dat ik beter wordt van een pintje?
Arts: Niet geschoten is altijd mis, en ik heb uit betrouwbare bronnen dat jij niet gauw een pintje afslaat, dus santé.
Die avond zit Tony met tegenzin achter haar bier want ze geloofd er niet in dat ze hier beter van moet worden.
In de nacht word ze wakker van vreselijke pijnen in haar rug en lendenen
Vanwege de pijn wordt de bereikbare arts ingeschakeld die tot de conclusie komt dat Tony beiderzijdes nierstenen heeft die door het bier nu loskomen en dat doet verrekte pijn. Een spoedfoto laat zien dat de steentjes niet zo groot zijn en waarschijnlijk wel uitgeplast kunnen worden maar ze moeten eerst de urineleiders passeren en dat geeft die enorme pijn. Tony gilt het uit maar is te moe om tegen de dokters en de zusters te keer te gaan. Zwaar onder de medicijnen gaat ze terug naar de afdeling waar ze die nacht nog zeker drie keer een niersteenkoliek krijgt.
Omdat ze door de pijn zoveel moet braken krijgt ze een infuus met de nodige medicijnen en zo zakt ze tegen de ochtend eindelijk in slaap.
Van de arts mag ze blijven slapen want de afgelopen nacht heeft veel van haar energie aangekost.
Maar als ze in de middag wakker word voelt ze zich wel al een heel stuk beter. Na de IVP komt de arts met een glunderend gezicht bij haar.
Tony: Dat was niet om te lachen. Ik bestierf het van de pijn.
Arts: Ik heb het gezien en gevoelt.
Tony: Hoezo gevoelt? IK had die stenen.
Arts: En mij heb je geslagen en geknepen.
Tony: (enigzins beschaamd) Sorry.
Arts: Maar ik denk dat ik goed nieuws voor je heb. Je pintjes zijn goed doorgevallen. Dat de stenen loskwamen is mooi meegenomen, anders had je daar zeker later dit jaar last van gekregen want je was al een mooi tuinpad aan het aanlegen. Mogelijk dat een deel van het gif in die stenen is gaan zitten, want we kunnen nu niets meer in je bloed vinden. Ik ben verbaasd, maar je lijkt genezen. Wat mij betreft mag je gaan, als de longarts dat ook zegt.
Tony: Echt???? IK ben Beter???????
Arts: Ja. Maar ik wil je wel blijven controleren voorlopig, maar dat kan gerust poliklinisch.
Tony: En ik mag NU weg?
Arts: Van mij wel. Ik zal je longarts ook even bellen.
 
En nog geen uur later staat een hyperactieve en zeer vrolijke Tony bij Britt in de kamer.
Britt: Wat doe jij vrolijk.
Tony: Het is vannacht allemaal goedgekomen. De nieren zijn weer oké. Ik had nierstenen in de weg zitten en die hebben het gif vast gehouden, maar dat is nu voorbij.
Britt: Mooi voor je.
Tony: En jij? Wanneer ga jij ons verrassen met je herstel?
Britt: Ik weet het niet. Gisteren ben ik nog gevallen en als ik sta voel ik me net een vaatdoek.
Tony: Kom mee, we gaan een stukje rijden met de rolstoel. Die kamer zal je ook je strot uit komen. Hoe lang lig je al tegen dat plafond aan te staren? Da's niet goed voor een mens.
En zonder overleg helpt Tony Britt in de rolstoel en gaan ze een stukje door het ziekenhuis rijden.
Britt valt van de ene verbazing in de andere. Ze ziet zoveel dingen die haar ergens toch wel bekend voorkomen en waarvan ze weet dat ze ze moet kennen.
In de cafetaria gaan ze even wat drinken en Britt moet toegeven dat een kop echte koffie toch wel heel erg lekker is.
Tony: Op maandagchtend kreeg je op het commissariaat altijd je eerste kop koffie van mij. Ik hoop dat dat binnenkort ook weer kan.
Britt: Zullen we alvast op weg gaan dan?
Tony: Hoe had mevrouw gedacht?
Britt: Nou, op de gang help je mij overeind en probeer ik achter de rolstoel een stukje te lopen.
Tony: Mooi niet. Jij bent nog veel te zwak.
Britt: Zeik niet, ik wil het proberen.
Tony is even verbaasd door deze opmerking, maar kan niet anders dan toegeven aan Britt's uitdrukkelijke wens om zelf weer te lopen.
En als Britt een maal goed staat en een goede grip heeft op de rolstoel gaat, na de eerste wankele passen, het lopen bijna als vanzelf. Britt heeft er zoveel plezier in dat ze maar door blijft lopen en niet eens terug wil naar de afdeling. Tot drie keer toe neemt ze kort voor de afdeling een afslag waardoor ze nog een stuk verder kan lopen.
Nadat Britt meer dan anderhalf uur van de afdeling weg is geweest komt ze oververmoeid maar heel blij terug en stapt gelijk in bed.
Tony: Ik zei toch dat je er binnenkort weer bent.
Britt: Ik ben zo gelukkig Tony.
Tony: Ik zie het, gelukkig en heel moe. Ga lekker slapen en doe morgen met de fysio goed je best. Ik zie je gauw weer.
Maar Britt slaapt al en krijgt niet eens mee  dat Tony weg gaat.
 
 
Op bureau Belfortstraat wordt een klein feestje gevierd dat het tij zich in gunstige zin begint te keren.
Nadat Tony nog een weekje thuis is geweest en zich daar in het zweet heeft gewerkt om ook haar longen weer fit te krijgen begint ze terug aan het werk. Ze heeft te kennen gegeven dat ze haar sabattical year afbreekt en gewoon weer aan het werk wil.
Zeer tot genoegen van Nadine, die blij is met zulke hardwerkende en goede agenten.
Samen met de andere teamleden zijn ze nu bezig om de laatste losse eindjes van de Kerkmoord en de zaak Dashi aan elkaar te knopen.
Aan Tony wordt de eer gelaten om het eindrapport te schrijven. Zij had de link ontdekt tussen de Kerkmoord en Dashi, en dat had ze bijna met haar leven moeten bekopen.
 
Goed... Zaken opgelost...
 
Tony: Ik heb een ideetje, Nadine.
Nadine: Vuur maar af. (lachend/goed gezind)
Tony: Wat zou je ervan denken als we nu met het hele team naar Britt toe gaan? Niet allemaal tegelijk binnen, maar ik ga bijvoorbeeld eerst binnen. Dan komt u, en dan blijven wij tweeën bij haar? Dan komt er een 3de persoon binnen, dan een 4de, enzoverder, tot het hele team in haar kamer staat. En ZIJ moet aangeven wanneer het haar teveel wordt. Wat denkt u?
Nadine: Héél goed idee, Dierickx. Kom op, mannen, en Sofie, jullie hebben het gehoord. Op weg !! (lachend/nog beter gezind)
 
Aangekomen in het ziekenhuis, stapt eerst Tony Britt's kamer binnen. Tot nu toe heeft Britt alleen Tony, Sofie, Raymond en Selattin van het team gezien..
 
Tony: Hoi Britt, hoe ging het vandaag op de fysio?
Britt: Moeilijk. Het doet zo'n pijn. Ik heb gister denk ik teveel gedaan.
Tony: Ik zei toch dat je kalm aan moest doen.
Britt: Als je me de les komt lezen kun je weer gaan.
Tony: Hè, ik maakte een grapje. Je bent je gevoel voor humor toch niet verloren?
Britt: Nee, maar ik kan gewoon niet meer. Ik ben zo ontzettend vermoeid. De hele nacht heb ik puur uit vermoeidheid geen oog dicht gedaan. En overdag val ik in slaap en droom heel veel.
Tony: Nou je kletst anders ook heel veel.
En dan begint Britt ineens hard te huilen. Ze kan het niet hebben dat Tony nu grapjes gaat maken. Ze voelt zich ellendig, moe en ziek.
Ze gaat uit de rolstoel en legt zich op bed en draait met de rug naar Tony toe.
Als Tony om het bed heen wil lopen komt net Sofie binnen maar Tony schud met haar hoofd dat ze nog buiten moet blijven.
Tony: Sorry Britt, ik dacht dat je het wel leuk zou vinden als ik zou komen.
Britt: Maar ik vind er niks aan. Ik kan niks hebben, jank overal om en voelt me gewoon shit. Wanneer is dit eindelijk eens over. Weet je dat het heel raar is? Ik kijk in de spiegel en zie iemand en ik weet niet eens wie dat is. Ik was me en het voelt niet eens als mijn eigen lichaam. Ik kan die Johan geen ongelijk geven dat hij niet meer wil komen. Ik ken mezelf niets eens laat staan een ander.
Tony: Kom eens hier Britt, huil eens lekker bij me uit. Ik voel met je mee, wat een zooi is het toch ook.
Maar als Tony haar armen om Britt heen wil slaan krijgt ze een ongelooflijk harde knal voor haar kop en begint Britt hard tegen haar te schreeuwen.
Britt: Sodemieter op. Hoe kun jij nou voelen wat ik voel? Ik voel helemaal niets. Donder op. En neem die hele klote groep mee die je op de gang achter je hebt verzameld. Laat me gerust, ik wil niemand zien.
Tony is helemaal beduusd. Ze merkt dat ze een tand door de lip heeft en staat nu echt in dubio wat ze zal gaan doen: zich weg laten sturen of gewoon hier blijven om er voor Britt te zijn?
Even blijft ze nog aarzelen maar ze merkt aan het huilen van Britt dat het niet kwaadheid is wat ze ziet maar puur onmacht en angst. Ze besluit om bij Britt te blijven, nadat ze de anderen heeft ingelicht voor vandaag toch maar weer weg te gaan.
Tony gaat weer bij Britt zitten en neemt haar alsnog in de armen en laat haar lekker tegen zich aan huilen. Meer dan een half uur huilt Britt onophoudelijk en zakt dan langzaam in slaap, helemaal moe gedraaid door alle emoties die wel bij haar binnen komen  maar niet goed verwerkt kunnen worden.
Als Tony Britt lekker heeft toegestopt gaat ze naar de verpleegpost en vraagt wanneer Britt een nieuwe MRI scan krijgt. Die was nog toegezegd om te bepalen hoeveel schade het brein nu definitief had opgelopen. De MRI en de CT scan zouden meer duidelijkheid moeten geven over de maximale herstelmogelijkheden voor Britt.
Ofschoon Britt al heel ver was gekomen begon Tony nu toch een beetje bang te worden. Niet zozeer voor de lichamelijke beperkingen, want die merkte je haast niet aan haar. Wel had ze heel veel moeite te accepteren dat haar geheugen het niet goed deed, en dat ze niet met emoties kon omgaan.
Zuster: Overmorgen gaat ze voor beide scans. U zult dan echter nog zeker een dag of vier tot vijf moeten wachten op de uitslag. De artsen willen gewoon heel zeker zijn. Oh, wacht even, hier staat dat ze morgen een ruggenprik gaan geven om de druk van het hersenvocht te meten en om te onderzoeken of er geen bloed of bacteriën inzitten.
Tony: Doet dat pijn?
Zuster: Ze zal er wel wat hinder van hebben. Ze moet met een kromme rug liggen zodat de naald tussen de wervels doorkan, en ik ben bang dat ze nog wel wat stijf is in haar rug.
Tony: Wil ik erbij zijn om haar wat te steunen?
Zuster: U mag wel komen. Zo rond tien uur komt de arts.
Tony: Oké dan, tot morgen. Maar als er eerder wat is moeten jullie me bellen. Ik heb met Britt afgesproken dat ik er altijd voor haar zal zijn ook midden in de nacht.
 
Maar 's avonds krijgt Tony een oproep van Nadine dat ze aan het werk moet: gewapende overval met slachtoffers. Met enige tegenzin vertrekt ze naar het PD en treft daar ook al Sofie aan.
Tony: Jij hebt toch geen dienst?
Sofie: Nee. Ik reed langs en moest nog tanken. Komt ineens zo'n gek met een geweer binnen. Ik kon wegduiken en hoop dat ze me niet gezien hebben. Maar ik ben getuige en mag zelf geen onderzoek voeren. Wat zie jij er trouwens uit?
Tony: Maak me zorgen om Britt.
Sofie: Neem snel mijn verklaring op en laat de TR het sporenonderzoek doen. Verder valt hier vanavond niets te halen. Daarna gaan we even naar de Combi of jou of mijn huis, ik wil gewoon even met je praten.
Tony: Waarover?
Sofie: Nou gewoon, hoe het nu met je is, hoe je je voelt met betrekking tot Britt. Ik zie je af dat je je heel erg zorgen maakt, en ben een beetje bang dat het je teveel wordt als je er mee rond blijft tobben.
Tony:Och, zal wel los lopen.
Sofie: Zal wel, maar toch gaan jij en ik hierna even praten.
Als ze gedaan zijn rijd Tony snel even langs het commissariaat om haar spullen weg te brengen. Gezien het uur van de dag kan ze op dit moment verder toch niets met de gegevens en kan ze er morgenochtend ook wel aan beginnen.
Daarna rijd ze samen met Sofie naar haar boot.
Sofie: Leuke plek heb je hier om te wonen, maar is het 's winters niet koud op de boot?
Tony: Daar hebben ze verwarming voor uitgevonden.
Sofie: Slimme uitvinding. Laten we maar beginnen met een goeie bak koffie, die gaat er bij mij wel in.
Tony: Als je het zo goed weet, daar is de keuken. Ik ga me even omkleden.
Ze doet er onnodig lang over maar Sofie begrijpt wel dat Tony niet echt een prater is en dus probeert om via uitstel tot afstel te komen.
Na meer dan een kwartier, waarin ze alleen maar een joggingpak heeft aangedaan gaat Tony met de benen onder haar kont op de bank zitten en staart aandachtig in haar koffie beker.
Sofie: Staat het daarin?
Tony: Hu? Wat?
Sofie: Hoe je je voelt nu je partner nog steeds zo ziek blijft?
Tony: Ze is beter aan het worden.
Sofie: Zonet zei je nog dat je je zorgen maakte.
Tony: Lichamelijk lijkt ze op te knappen, maar geestelijk, ze kan er niet meer tegen dat haar geheugen zo gestoord is, en ze kan niet met emoties omgaan. Ik ben bang dat ze er onderdoor gaat.
Sofie: Maar dat houden ze toch wel in de gaten? En als het minder gaat roepen ze toch wel de hulp in van een psycholoog?
Tony: Ik denk het wel, maar ze was wel meer dan drie jaar mijn partner en ik ken haar ook echt wel een beetje.
Sofie: Kop op Tony. Ze is in goede handen.
Tony: Ik zal de artsen moeten vertrouwen. Is’t niet?
Sofie: Doe maar Tony. Bedankt voor de koffie. Kruip lekker in bed en slaap wel. Dat pintje kom ik een andere keer wel halen als je wat beter te pas bent.
Tony: Bedankt dat je wilde luisteren Sofie. Tot morgen.
 
En ergens diep in de nacht hoort Tony heel ver weg een hele nare pieptoon. Het is haar mobiel. “Shit”, denkt ze. En ik lag zo lekker te slapen.
Tony: Met Tony?
Zuster: Hallo, hier het ziekenhuis. Ik wil u vragen heel snel te komen. Er doen zich complicaties voor met mevrouw Michiels.
Tony: Ik ben er met 10 minuten.
 
Totaal in paniek racet Tony naar het ziekenhuis en knalt daar tegen een paaltje op, vergeet de auto af te sluiten en vliegt de deuren binnen naar de afdeling van Britt en schiet daar helemaal in de stress als ze ziet dat Britt niet op haar afdeling is.
Zuster: Ik loop even met u mee. Britt kreeg ineens hele hoge koorts en kreeg stuipen. Ze is naar de intensieve overgeplaatst en ze zijn haar nu aan het onderzoeken wat er aan de hand is.
Tony: Maar vanmiddag was alles nog goed. Ze was verdrietig maar lichamelijk was ze oké. Wat is er gebeurt?
Zuster: We vragen de intensivist wel.
 
Maar op de intensieve zijn ze zo druk met Britt bezig dat er niemand is die aandacht heeft voor Tony. De afdelingszuster zet haar op een stoel maar moet dan zelf terug naar haar eigen afdeling. En Tony zit maar zenuwachtig te wachten. Het is behoorlijk druk om Britt haar bed en af en toe hoort ze wat kreten over instrumenten die aangegeven moeten worden of medicijnen die toegediend moeten worden. Dan ziet ze dat iedereen aan de kant springt en ziet Britt in de meest bizarre houdingen in haar bed verkrampen. Ze slaakt oerkreten uit en Tony grijpt naar haar hoofd om haar oren af te sluiten . Ze kan het niet aanhoren. Ze begint zelf te huilen en te prevelen dat Britt het vooral maar zal halen. Ze was zo ver op weg, wat kon er toch mis gegaan zijn?
 
Na meer dan een uur wachten komt er een arts bij haar. Hij heeft zelf een hoog rode kleur en het zweet druipt van zijn hoofd.
Arts: U bent toch Tony, haar partner en vriendin.
Tony: Partner bij de politie, ja.
Arts: Ze kreeg koortspieken vanavond en heeft stuipen gehad. Daarna begonnen de insulten die steeds heftiger werden en langer duurden. Momenteel zijn haar hersenen in een constante staat van epileptische insulten Het put haar uit. We krijgen de koorts ook niet omlaag en vrezen dat ze een infectie heeft in haar schedel. We kunnen er helaas niet veel aan doen.
Tony: Maar u moet haar helpen. U mag haar niet laten sterven.
Arts: We laten haar ook niet sterven, maar we staan machteloos.
Tony: Hoe kan ze nou een infectie IN haar schedel krijgen?
Arts: Dat weten we niet. Mogelijk is er tijdens dat ze op haar kop geklopt is iets binnen gedrongen dat zich heel langzaam heeft ontwikkeld.
Tony: Maar als u dat er nou uithaalt?
Arts: Hoe had u dat gedacht?
Tony: Opereren en de pus er uit halen.
Arts: Dat klinkt heel logisch, maar als we de schedel openen ben ik bang dat ze de ochtend niet haalt.
Tony: NEE!!!!!!!!!!!!!!! DAT MAG U NIET ZEGGEN!
Arts: Sorry, maar ze staat er heel slecht voor. Is ze gelovig, moet ze eventueel door een pastoor de ziekenzalving krijgen?
Tony: ………..
Arts: Hallo, hoort u mij?
Tony: Ik wil naar haar toe.
Arts: Het is geen fraai gezicht wat u tegenkomt.
Tony: Dat is dan tenminste een waarheid die ik hoor.
Net als Tony bij het bed komt krijgt Britt weer een hele zware aanval en ligt te schokken in het bed, dan ineens spant haar rug zich in een boog en staat ze letterlijk op haar hielen en haar kruin in bed. Haar gelaat is knalrood aangelopen door de spanning en door de koorts. Tony ziet het slijm en de luchtblazen uit haar mond komen en probeert die een beetje weg te vegen.
Tony: Brittje, volhouden. Je was er bijna. Doe het voor ons. Wij kunnen je niet missen, alsjeblieft.
Maar uiteraard komt er geen reactie.
Na nog eens drie kwartier lijkt het wat rustiger te worden maar de machines geven weinig hoop. Tony is de wanhoop nabij en loopt nog eens naar Britt toe. Diens wangen gloeien helemaal en Tony ziet op de monitor dat de temperatuur nog steeds 40.3° C is, de hartslag zit al de hele tijd ruim op 150 slagen per minuut en iedere minuut dat dit langer aanhoud is een gigantische aanslag op Britt haar gestel. Ook de bloeddruk is gevaarlijk hoog. Er hoeft niet veel te gebeuren of het risico van gesprongen bloedvaten in het hoofd is een feit. Met man en macht wordt eraan gewekt om Britt haar vitale functies weer te normaliseren maar het lukt niet.
Dan zucht Tony eens heel diep. Ze sluit haar ogen en het lijkt wel of ze in een trance raakt. Van binnen voelt ze een overweldigend rust optreden. Een paar keer blaast ze haar ademreserves weg en gaat dan heel rustig naast Britt op het randje van het bed zitten en neemt haar hand op.
Tony: Lieve Britt, ik weet dat wij heel veel van je vragen. Maar wij hier in deze aardse wereld denken alleen maar aan ons zelf. WIJ willen je niet kwijt, maar wie zijn wij om dat voor jou te bepalen? Ik weet dat je niet kunt kiezen, maar laat het duidelijk zijn dat wij ook niet voor jou mogen kiezen. Als je kunt mag je bij ons blijven, want je maakt ons heel gelukkig, maar als er een macht is die anders bepaald, moet je die volgen en daar je rust zoeken. Je hebt genoeg geleden. Laat ons geen blok aan je been zijn.
Daarna zegt ze niets meer en houd alleen nog Britt haar hand vast en af en toe wast ze met een koude doek het gezicht wat af.
Tegen half zes  merkt Tony dat Britt wat rustiger wordt. De monitoren geven ook aan dat de vitale functies weer meer normaal worden, maar ze is er nog lang niet. Haar temperatuur is nog steeds hoog, 39.7°, haar bloeddruk is redelijk 145/100, hoog, maar acceptabel vergeleken bij eerder deze nacht.
Ook de artsen beginnen een beetje hoop te krijgen dat ze over de berg is.
Uitgeput valt Tony dan tegen zeven uur in slaap. Een broeder legt een deken over haar hen en laat haar lekker verder slapen.
 
Ze merkt niet dat Britt van de Intensieve wordt gehaald.
De artsen hadden alsnog besloten, na een ruggenprik , waarbij ze veel pus en bloed hadden aangetroffen, om te operen en de schedel te ontlasten van die pus. De grote haard van  de infectie moest eruit.
Het werd wederom een lange en zware operatie voor Britt en opnieuw zat Tony, nadat ze ontwaakt was, heftig te hopen dat alles goed zou komen.
Sofie was inmiddels ook al op het ziekenhuis geweest omdat ze Tony ’s morgens gemist had. Ze had haar laten slapen en was weer weggegaan.
Om vier uur ’s middags kwam Britt weer terug op de intensieve, gezicht weer opgezwollen, hoofd weer in het verband, en weer allerlei infusen en drains aan haar lijf.
Nadat ze weer was aangesloten op de diverse bewakingsapparatuur leek ze toch een stabiele en rustige indruk te maken, en met een tevreden gevoel keek Tony neer op haar vriendin.
Ze bukte zich en gaf Britt en zoen op haar voorhoofd en liep zelf rustig en voldaan naar buiten.
“ Dit gaat goed komen, gelukkig”
 
Net wanneer Tony Britt's kamer wil uitstappen, komt er verandering in de zaak...
Britt opent heel langzaam haar ogen en kijkt de kamer in. Ze kan niet spreken door de tube in haar mond maar ze gebaart met haar hand dat Tony terug moet komen.
Als Tony op haar toeloopt houd ze zwakjes haar hand op die door Tony wordt vastgepakt.
Tony: Ca va?
Waarop Britt rustig een keer met haar ogen knipperd.
Tony: Ik wist dat je het ging halen Britt, ik wist het. Rust goed uit oké? Dan kom ik morgen nog een keer bij je langs.
Britt steekt haar duim op als oké teken en sukkelt weer terug in slaap. Tony ziet een rustig en ontspannen gelaat en voelt zich van binnen heel gelukkig.
Tony gaat naar het commissariaat om iedereen het goede nieuws te vertellen...
 
Nadine: Tony! Hoe was het met Britt? (doodongerust)
Tony: Ze heeft het gehaald. Ze is net zelfs even wakker geworden. Ze kon niet praten, maar ze verstond me wel en ze reageerde. (dolgelukkig)
Sofie: Gelukkig!!!
Tony: Ik had zo schrik...
 
Sofie: Wat was er allemaal mis dan, want gisteren zei je nog dat ze het zo goed deed?
Tony: Er was een ontsteking in haar schedel en haar hersenen raakten overprikkeld en ze kreeg hele zware insulten. Oh, wat ben ik de afgelopen nacht bang geweest.
Nadine: En je hebt ook niet geslapen als ik je gezicht zo zie.
Tony: Nee, niet veel. Ik voel me versleten. Als je het goed vind wil ik graag naar huis gaan en eens een nacht heel lang slapen.
Nadine: Ga je nog even met ons mee wat drinken bij de Combi? Ik vind dat we wat te vieren hebben.
Sofie: Ja, Tony, een verzetje op zijn tijd doet de mensen goed.
Tony: Oké dan. Ik kan er ook wel een gebruiken.
 
En het hele team vertrekt rond half zes gezamelijk naar de Combi waar ze samen een pintje vatten op het goede bericht over Britt.
Pasmans: Tony, ik dacht u de pintjes had afgezworen? Ze bekomen u toch niet zo? (lachend)
Ben: Tony past de pintjes aan aan de stemming, is 't nie Direickx?
Tony: Oké dan Vaneste, omdat je zo nodig moet plagen is dit rondje van jou.
Sel: Op jullie gezondheid.
Nadine: Op jullie gezondheid.
Het wordt een hele gezellige avond en Tony (maar ook de anderen) voelen de spanningen van de laatste weken van zich afglijden.
Die Dashi had een heel systeem om zich heen opgetrokken en was er bijna in geslaagd de perfecte misdaad te begaan en alle "lastposten" van het politiecorps uit de weg ruimen.
Britt had het bijzonder zwaar voor de kiezen gekregen,  maar die zou gelukkig ook weer beter worden.
Rond half tien had Tony het wel gezien. Ze had maar een pintje gevat en was daarna over gegaan op de cola want ze voelde zich zo moe dat dat ene pintje dubbel zo hard aankwam als ze gewend was.
Ze belde voor een taxi en wilde zich naar huis laten brengen.
Bij de deur hield Sofie haar nog even tegen.
Sofie: Gaat het met je Tony?
Tony: Hoezo?
Sofie: Ik zie wat triestigs in je ogen. Ben je niet blij?
Tonty: Ik ben heel blij, maar ik voel me versleten.
Sofie: Ga je weer met Britt samenwerken of ga je straks door met je sabattical?
Tony: Och, ik wee nog nie.
Sofie: Wil ik met je meegaan? Een beetje gezelschap. Na al die drukte en die angst om je partner kan het zo stil en vreemd zijn als je ineens weer alleen thuis bent.
Tony: Wat weet jij daarvan?
Sofie: Een ex-vriendje.
Tony: Ja, en?
Sofie: Had een zwaar motorongeluk gehad. In coma gelegen en toch overleden. Eerst kwam er heel veel volk, en steeds minder en dan kun je je zo rot en eenzaam voelen. Ik heb er toen een eind aan willen maken. Ik zag het niet meer zitten.
Tony: Jij? Dat meen je niet. Ik dacht dat jij zo'n bikkel was die zich altijd overal doorheen zou slaan.
Sofie: Dat zeggen je collega's ook over jou. Daarom dat ik me zorgen over je maak.
Tony: Dat hoeft niet Sofie. Ik red me wel.
Sofie: Echt wel?
Tony: Ja ik red het wel.
Sofie: Zien we je morgen of neem je even een paar dagen vrij?
Nadine: Ze neemt de rest van de week vrij. Ik wil graag dat je goed de tijd neemt om wat uit te rusten en je bedenkt of je terug wilt komen of je sabattical vervolgt. Geen haast. Als het kan ga naar Britt en help haar een beetje. Zij zal je dankbaar zijn en we hebben ondertussen al lang begrepen dat jij een heel speciale gave hebt.
Tony: Dank je Nadine, en Sofie, ook bedankt.
Beiden: Geen dank. Wel thuis.
 
Na een paar minuten komt de taxi toe en laat Tony zich naar haar boot brengen. Helemaal los ploft ze op de bank en probeert de afgelopen tijd de reveu te laten passeren. Het ene na het andere schrikbeeld krijgt ze voor haar ogen en af en toe moet ze hard slikken om een plots opkomende misselijkheid weg te drukken.
Het waren hele spannende tijden geweest. Nooit gedacht dat een sabattical year zo hard werken zou zijn. Uitgeput viel ze in slaap en had die nacht de meest wilde en enge dromen. Ze sliep een gat in de dag en werd pas tegen een uur wakker omdat haar mobiel overging.
"Nee, ik lig nog zo lekker te slapen" dacht ze. Maar de telefoon bleef overgaan en dus nam ze hem op, met tegenzin, want haar mobiel ging meestal alleen maar over als het werk betrof.
Tony: Tony hier. Wat is er? (wat knorrig)
Britt: Hoi Tony. Wil je me straks bezoeken?
Tony: BRITT ?????
Britt: Ja, ken je me soms niet meer?
Tony: Maar, ................... hoe, ...................wat is er?..... Jij praat weer gewoon. Wat is er gebeurt?
Britt: Heel veel, heb ik me laten vertellen, maar als je komt hebben we het er over.
Tony: Ik spring even onder de douche en kom dan gelijk naar je toe.
Britt: Kalm aan, en let een beetje op alsjeblieft. Je moet niets overkomen hoor!
Tony: Nee ma, ik zal voorzichtig zijn
En voor Tony inhaakt hoort ze de vriendelijke en blijde lach van Britt.
 
Op het ziekenhuis ziet ze dat Britt al weer van de intensieve af is. Ze is overgeplaatst naar de neurochirurgische afdeling in verband met haar hoofd en hersenletsel dat ze had.
Maar ze ligt er, voor haar toestand, redelijk  goed bij. Ze heeft nog wel een groot verband om haar hoofd, en ze heeft nog drains en infusen en ook haar bloedruk en hartslag worden nog continu gecontroleerd maar toch, een hele verbetering bij gisteren.
Britt; Ik ben blij dat je er bent Tony. Ik voel me zo kloten hier de hele dag plat op mijn rug te liggen en naar het plafond kijken.
Tony: Jij hebt je spraakwater zeker net gehad? Meid je kletst me de oren van het hoofd. Hoe voel je je? Heb je nog pijn? Wat was dat gister allemaal ineens?
Britt: Ik heb eigenlijk alleen maar spierpijn. Ze zeggen dat ik heel veel en hele zware insulten heb gehad. Ik weet me dat niet te herinneren.
Tony: En je hoofd dan?
Britt: De dokter is net geweest en zegt dat er een wonder gebeurt moet zijn. De ruggeprik die ik heb gehad zat pus en bloed in het hersenvocht, en toen ze hebben geopereerd kwam er stroperig en pussend vocht uit. Het was een wonder dat ik nog leefde zei de dokter.
Tony: Niet alleen de dokter, iedereen was bang dat je, ................ dat je het niet zou halen Britt. Ik ben zelfs, ondanks die zaak van laatst, nog in de kerk geweest en heb een heleboel kaarsjes voor je opgestoken en heb gebeden tot onze lieve Heer om je beter te maken. Ik had het niet kunnen verdragen als je er niet meer geweest was.
Britt: Jeetje, was het zo erg?
Tony: Je hebt een paar keer echt op het randje van de dood gebalanceerd. We waren allemaal heel bang.
Britt: De dokter zegt dat het goed gaat komen. Ik moet nog acht tot tien dagen blijven en mag dan vanuit huis op de therapie komen en mag verder gewoon in huis zijn, niet meer in het ziekenhuis.
Tony: Dat is geweldig nieuws.
Britt: Wil je me even pen en papier geven Tony?
Tony: Hier, mijn notitieblokje, is dat voldoende?
Britt: Ja hoor.
En ze begon, wat gespannen, te krabbelen op het papier. Eerst echte krabbels maar na een paar woorden werd het schrift al duidelijker.
Als ze het boekje weer aan Tony terug geeft schrikt die erg.
Britt: Wat is er?
Tony: Wat je schrijft! Dat is, dat is ja .....
Britt: Dat heb ik gehoord die nacht voor ik geopereerd ben. Dat was jij die dat tegen mij gezegt hebt, of niet?
Tony: Letterlijk.  Ik heb dat precies gezegt: "Ik weet dat wij heel veel van je vragen. Maar wij hier in deze aardse wereld denken alleen maar aan ons zelf. WIJ willen je niet kwijt, maar wie zijn wij om dat voor jou te bepalen? Ik weet dat je niet kunt kiezen, maar laat het duidelijk zijn dat wij ook niet voor jou mogen kiezen. Als je kunt mag je bij ons blijven, want je maakt ons heel gelukkig, maar als er een macht is die anders bepaald, moet je die volgen en daar je rust zoeken. Je hebt genoeg geleden. Laat ons geen blok aan je been zijn".
Britt: Ik heb dat de hele tijd gehoord, en steeds gedacht : wat bedoelt ze daar nou mee? Maar nu ik je weer zie weet ik het weer. Ik wil jullie ook niet kwijt, en jou helemaal niet.
Tony: Nou dat komt dan mooi uit, want dan kun je weer opknappen  en samen met mij op pad gaan.
Britt: Heb je nog even geduld dan tot ik weer fit ben?
Tony: Het is omdat je in bed ligt anders had ik je wel wat harder laten lopen (hihhih).
Britt: Bedankt Tony,dat je in me bent blijven geloven.
Tony: Any time.
Britt: Tony?
Tony: Ja, Britt? (glimlachend)
Britt: Waar is Johan? (zacht)
Tony: Herinner je je hem terug?! (verwonderd)
Britt: Ja, Johan... (zacht)
Tony: Ik weet één iemand die nu echt een gat in de lucht zal springen. Nee, ik weet er twee.
Britt: Dorien en Johan!
Tony: Of je het maar weet. Wacht, ik zal de dokter vragen of ze beiden mogen komen. Je weet niet half hoeveel hun je gemist hebben. Ik moet je wel wat zeggen over Johan trouwens. Kun je het aan denk je?
Britt: Wat zou ik aan moeten kunnen?
Tony: Johan. Hij heeft het zo ontzettend moeilijk  gehad toen jij je geheugen kwijt was. Hij was echt radeloos. Heeft ook met iedereen ruzie lopen maken . Hij was kapot van verdriet, en hij .....
Britt:: Hij was bang geworden ?
Tony: Hij durfde niet verder met jou. Hij had een brief geschreven dat hij de relatie wilde verbreken. Raymond is nog heel lang met hem aan het praten geweest, maar het lukte hem niet om Johan te bereiken.
Toen werd Britt heel stil en zag Tony een paar hele kleine tranen bij Britt in haar ogen komen.
Tony: Hè, nu niet weer wegzakken oké? Hij gaat wel weerkomen. Hij is zo verliefd op u, maar hij kon het niet aanzien. Het deed hem zo'n pijn dat jij je niets kon herinneren van hem.
Britt: Maar nu is hij weg en we waren zo gelukkig samen met zijn vieren. We hadden al gesproken over gaan samenwonen. En weet je dat Simon mij soms al mama noemde?
Nu is Tony ook even stil. Ze raakt geëmotioneerd als ze haar vriendin zo hoort praten. Ze wil zo graag helpen maar weet ook even niet hoe. Johan had haar heel duidelijk gemaakt dat ze niet achter hem aan moest komen maar om Britt nu zo te zien deed haar ook veel pijn.
Tony: Britt, ik moet nu eventjes weg. Ik denk dat jij nog veel zult en moet rusten van de dokter, maar ik beloof je dat ik begin van de avond terug kom.
Britt: Maar dan is er geen bezoek.
Tony: Oh nee? Moet jij eens kijken.
Britt: Voorzichtig Tony voor ze u eruit schoppen en ik echt hele dagen alleen kom te liggen.
Tony: Je lijkt mijn moeder wel.
Britt: Ik dacht dat jij...
Tony: Je hebt gelijk. Mijn moeder bekommerde zich niet om mij. Maar jij bent heel zorgzaam en ik weet iemand die nu heel erg blij zal zijn. Tot later Britt.
 
Buiten belt Tony naar Lidy om samen met Dorien naar het ziekenhuis te komen omdat Britt goed door de operatie heen is gekomen.
Binnen het kwartier staat Lidy met Raymond en Dorien ook op de stoep bij het ziekenhuis. Tony laat zich op haar knieën vallen en neemt Dorien heel stevig in haar armen. Tony was zo'n beetje een reservemoeder voor Dorien en begreep maar al te goed de angst die het kind had doorgemaakt toen Britt kantje boord had gelegen. Nu was dat over. Britt had, net op tijd, de juiste behandeling gehad en volgens de dokter zou ze heel goed herstellen. Met de tijd zouden ze pas kunnen zeggen of er neurologische restverschijnselen zouden zijn, maar zo het er nu uit zag zou echt alles goed komen.
En daar was iedereen heel blij om.
Zachtjes klopte Tony weer bij Britt aan de deur alvorens ze naar binnen ging maar er kwam geen reactie. Toen ze om de deur heen keek zag ze dat Britt ontspannen lag te slapen. Op de tenen liep ze naar binnen met Dorien achter zich.
Ze fluisterde Dorien toe dat ze heel zachtjes Britt een kusje mocht geven, wat die natuurlijk heel graag wilde doen.
Dorien ging op haar tenen staan en boog zich voorover. Ze zette een hand naast het hoofd van Britt en met haar andere hand pakte ze heel zachtjes Britt haar linker hand, en toen gaf ze heel zachtjes en heel voorzichtig Britt een kusje op haar mond.
Het eerste wat ze zag was dat er een tevreden glimlach bij Britt tevoorschijn kwam, nog voor ze haar ogen open deed.
Langzaam opende Britt toen ook haar ogen en keek in het verwachtingsvolle gezicht van haar dochtertje.
Britt: Dorien? Lieverd wat ben ik blij u weer te zien. Och, meisje wat moet je bang geweest zijn. Kom eens bij mij zitten hier (en al worstelend probeerde ze zelf een beetje op te schuiven zodat ze plaats kon maken voor Dorien)
Tony zag dat Britt pijn had bij het bewegen en hielp daarom een handje mee. Het leek echt wel of Tony een bepaalde gave had, want toen zij haar handen aanwende om Britt te helpen om te verplaatsen leek het helemaal als vanzelf te gaan en had Britt geen centje pijn.
Britt: Dank je wel Tony.
Dorien: Mama gaat u nu echt weer helemaal beter worden?
Britt: Ja. De dokter zegt dat ik helemaal beter gaat worden. Maar Tony hier, die wist dat al veel langer. Weet je dat dat een heel bijzondere vrouw is?
Dorien: Oh ja hoor. Dat weet ik.
Britt: Slim kind hè Tony? Is mijn dochter. (lachend en heel trost)
Tony: Wil ik de dames dan maar even alleen laten? Jullie hebben elkaar vast heel veel te vertellen.
Dorien: Blijf jij wel wachten dan, want ik wil strak ook nog even bij jou zijn.
Tony: Is goed. Ik ga wel even om de koffie dan.
Britt: Koffie? Oh wat verlang ik daarna.
Tony: Nog een paar dagen wachten heb ik me laten vertellen. Ze willen je niet weer gelijk ziek maken. Maar ik beloof je: vanaf dat jij weer mag, zal ik op het commissariaat alle ochtenden zorgen dat jij een bak verse koffie krijgt, van mij !!
Britt: Dat is beloofd.
 
Op de gang praat Tony ook nog een  poosje met Lidy en Raymond en ook die zijn heel blij dat het gelukkig allemaal goed is gekomen. Ze hadden samen heel wat spannende uren doorstaan in angst of Britt het zou halen. En meerdere nachten hadden ze met een hele verdrietige Dorien over de vloer gelopen. Hoe maak je zo'n jong kind duidelijk dat haar mama zo ernstig ziek is dat ze kan overlijden? Wat weet zo'n kind nou wat dat is?
Maar het was over, voorbij en gelukkig ging Britt nu heel snel heel goed vooruit.
Tony: Raymond loop je even mee?
Raymond: Is goed. Wat is er?
Tony: Ik wil Johan ophalen. Is dat een goed idee?
Raymond: Na wat er is gebeurt toen Britt die brief heeft gehoord? Ik weet het niet zo Tony.
Tony: Maar ze vroeg net zelf om hem. Ik had nog niets gezegd. Wist jij dat ze al over samenwonen hadden gepraat? En Britt zei dat Simon haar soms al mama noemde?
Raymond: Is haar hele geheugen dan weer teruggekomen?
Tony: Het lijkt er wel op.
Raymond: Dan zal ze zich ook die toestand met Dashi gaan herinneren en Johan heeft hem ooit vrij kunnen krijgen voor de rechtbank.
Tony: Maar die twee zijn smoorverliefd op elkaar, daar kan echt geen Dashi tussenkomen. Ik ga. Wacht jij hier met Dorien?
Raymond: Tony?
Maar Tony was al onderweg. Ergens van binnen hoopte ze dat Johan zijn fout inzag om de relatie te beëindigen en dat hij bereid was in elk geval nu even mee te gaan naar Britt om met eigen ogen te zien dat ze echt weer opgeknapt was.
 
Johan was nog op de rechtbank en stond eigenlijk nog voor de rechter om een cliënt vrij te pleiten. Toen Tony heel zachtjes de rechtszaal binnen kwam en zich ergens achterin zo onopvallend mogelijk neerzette kreeg Johan het gevoel dat er iets was. Hij keek wat nerveus om zich heen maar merkte in eerste instantie Tony nog niet op.
Hij merkte wel dat zijn concentratie gestoord was en probeerde nu zo snel mogelijk klaar te zijn. Nadat zijn cliënt te horen had gekregen dat hij in elk geval een schadevergoeding zou krijgen feliciteerde hij hem en pakte snel zijn spullen in. Weer spiedden zijn ogen in het rond en toen zag hij Tony. Vlug beende hij op haar af en met een boze blik in haar ogen pakte hij haar bij de arm  en "dwong" haar mee de rechtszaal uit.
Johan: Wat doe jij hier? Was ik niet duidelijk dat je niet achter me aan moest komen?
Tony: Johan, je doet mijn arm pijn. Maar ik MOET je iets heel belangrijks zeggen. Luister alsjeblieft even naar mij.
Johan Wat is het? Ik heb haast. Ik moet zo weg en kan niet wachten.
Tony: Wil je even gaan zitten?
Johan: Zeg nu op dan!
Tony: Johan, Britt ....
Johan: Nee, dat kan niet, dat mag niet (en toen zag Tony oprecht verdriet in Johan's ogen komen)
Tony: Nee Johan. Ze is bij gekomen. Ze heeft een hele zware infectie in haar hoofd gehad en ze hebben haar echt voor de dood weggehaald. Weer een hele zware operatie, maar nu gaat alles goed komen zeggen de dokters. En een van de eersten waar ze naar vroeg was jij. Eerst natuurlijk Dorien, en toen meteen naar jou. Ze wil je zien.  Toen ik vertelde dat jij de relatie had willen verbreken omdat je zo bang was is ze heel verdrietig geworden en heeft ze me gezegd dat jullie het zo goed hadden met elkaar dat jullie wilden gaan samenwonen. En dat Simon haar al soms mama noemde. Ze wil je heel graag weer zien Johan, ze heeft je nodig.
Johan: Maar, maar ik heb haar gedumpt. Ik kan haar toch niet onder ogen komen? Wat moet ze wel niet van me denken?
Tony: Ga naar haar toe en leg het haar uit, dat je bang was en dat je nog wel om haar geeft.
Johan: ??
Tony: Kom op zeg. Ik zie zo aan je reactie en aan je ogen dat je smoor bent op haar. Ga heen en ga samen verder. Jullie hebben elkaar gewoon nodig.
Johan: Wil jij mij dan rijden want ik geloof niet dat ik dat nu nog kan.
Tony: Met alle plezier. Ik doe alles voor Britt.
Johan: Ja, dat heb ik gemerkt.
Tony: Nou, waar wacht je op.
 
En zo gaat Tony weer eens naar het ziekenhuis en brengt nu een nerveuze maar hele verliefde Johan bij Britt de kamer binnen.
Dorien ligt ondertussen gezellig keuvelend naast haar moeder en Britt ziet er heel gelukkig uit. Tony voelt zich gelukkig als ze dit tafereeltje ziet.
Tony: Dorien, er is nog bezoek voor je moeder. Ga jij even met mij mee dan gaan we wat drinken halen.
Dorien: Maar gaan we dan wel terug want ik wil heel veel bij mama blijven.
Tony: Ja hoor we komen ook weer terug. Ga maar vast naar   de gang en vraag Raymond en Lidy ook maar mee.
Dorien: Tot zo mama. Niet weer slapen hoor, ik kom zo terug.
Britt: Dag Dot, tot zo.
Tony: Ben je er klaar voor Britt?
Britt: Waarvoor?
Tony: Ik heb iemand meegebracht die niet zonder u kan.
En dan komt Johan schoorvoetend de kamer in maar blijft eerst nog een beetje op afstand van het bed staan.
Britt: Johan??
Johan: Britt?
Tony: Zeg, ik hoef toch geen bemiddelingsconsulent te spelen,  wel?
Britt: Johan !
Johan: Britt? Is het goed als ik dichterbij kom?
Britt: Ik dacht dat je nooit meer zou komen. Wat heb ik je gemist. Tony zegt dat ik mijn geheugen kwijt was en jou niet herkende en daarom steeds wegstuurde.Maar dat had ik niet mogen doen. Maar nu weet ik weer wat wij hadden en daar wil ik heel graag mee verder gaan. Denk jij dat wij samen verder kunnen?
Johan: Britt ……
Tony: Zeg, komt er nog wat van of moet ik eerst wortel schieten?
Maar een antwoord krijgt ze al niet meer want Johan buigt zich voorover en begint Britt heel passioneel te zoenen en beiden zijn van de wereld. Ze horen of zien niets anders meer dan alleen elkaar. En tevreden verlaat Tony de kamer om samen met Dorien , Lidy en Raymond naar de cafetaria te gaan om wat te drinken.
 
Ondertussen in Britt's kamer zoenen ze elkaar voortduren, zonder ophouden en met heel veel liefde en passie...
 
Johan: Wat ben ik blij dat je terugbent, Britt... (tussen 2 zoenen door)
 
Plots begint Britt zich iets te herinneren en duwt ze Johan snel van zich af...
Britt: Johan, waarom heb ik zo brut tegen u gedaan? Ik dacht dat wij samen wat hadden?
Johan: Dat hadden we ook en ik weet ook niet waarom, maar ik was wel bang dat het echt over was.
Britt: Maar ik wil u helemaal niet kwijt. Neem me eens vast Johan.
En Johan neemt Britt weer warm en liefdevol in zijn armen.
Britt: Wat ben ik blij dat jij zo veel begrip hebt.
Johan: Ik weet niet of het begrip is. Ik denk dat het meer is dat is smoorverliefd ben op je, en ik wil je ook nooit meer kwijt.
Britt: Laten we dan geen tijd verdoen (en ze beginnen weer heftig te zoenen.)
En weer zoenen ze verder. Johan merkt aan Britt dat ze het echt fijn vind. Ze geniet er intens van om haar geheugen weer terug te hebben en Johan zo dicht bij zich.
Johan: De dokters hebben gezegd dat het allemaal weer goed gaat komen?
Britt: Ja. Ze zullen nog wel wat verder gaan onderzoeken. Die hoofdpijn wil nog niet weggaan, en mijn nek voelt heel stijf, maar daar kan ik wel oefeningen of fysio voor krijgen. Ik mag over iets meer dan een week weg als het goed blijft gaan. Ik heb mijn geheugen wel terug maar weet niet precies hoelang ik nu in het ziekenhuis ligt, maar voor mijn gevoel al veel langer dan me bekomt.
Johan: Wordt dan maar snel beter en dan zullen we je thuis met open armen ontvangen.
Britt: Johan, ik ben zo moe. Is het goed dat ik ga slapen?
Johan: Nee.
Britt: Ah toe, ik kan niet meer.
Johan: Je had Dorien beloofd op haar te wachten.
Britt: Da's waar ook.  Vraag haar maar terug dan kan ik haar gedag zeggen want ik wil echt gaan slapen.
Johan: Doe ik. Tot zo.
En nu komt de hele optocht weer langs om afscheid te nemen en even wordt het Britt teveel. Ze is blij dat iedereen zo met haar begaan is maar is zo moe dat ze maar heel weinig kan hebben.
Tony: Hè kanjer, volhouden hoor, maar ga eerst lekker slapen dan zie ik u morgen wel weer.
Dorien: Slaap lekker mama. Mag ik snel weer komen?
Britt: Tuurlijk. Mijn meisje wil ik elke dag zien. Slaap lekker en tot morgen.
Johan: Ik wil liever niet gaan nu ik u terug heb, maar jij hebt je rust heel hard nodig, dus ik zal ook maar gaan?
Britt: Niet voor je me goed gezoend hebt.
Johan: (haar weer in zijn armen nemend) Je bedoeld zo??
Britt: Zo ongeveer, maar dat moet je morgen nog maar eens herhalen.  Dag allemaal, en bedankt dat jullie er voor me zijn.
 
Die nacht heeft Britt vreselijke dromen. Ze slaapt erg onrustig en zweet zich kapot. In haar dromen ziet ze Dashi weer en denkt aan de verschrikkelijke dingen die hij met haar gedaan heeft. Ze voelt zich angstig en roept de hulp van de verpleging.
Daar praat ze mee over haar angsten en nadat ze de grootste schrik te boven is en een kalmeringstablet heeft gehad valt ze toch weer in slaap.
Maar door de medicatie zijn anderdaags haar spieren bijna te slap om te oefenen en dus komt ze niet verder dan armoefeningen vanuit haar rolstoel. Haar benen zijn nog te zwak om te kunnen staan.
In de middag slaapt ze weer een hele tijd en wordt pas wakker als Tony tegen half vier aan haar bed staat.
Tony: Hè Britt, hoe is het met je?
Britt: Ik ben zo moe nog steeds. Vannacht heel slecht geslapen en heb tabletten gehad waardoor mijn spieren vandaag zo slap waren dat ik niet eens kon staan.
Tony: Nu niet somber worden hoor. Je bent heel ziek geweest en je hebt gewoon wat meer tijd nodig om weer aan te sterken, maar we helpen je er samen bovenop. Als je wilt kom ik elke dag wat met je oefenen.
Britt: Je bedoelt voor het bewegen en het lopen?
Tony: Als de fysiotherapeut dat goed vind?
Britt: Dat zou ik fijn vinden want ik wil hier weg.
Tony: Maar beloof me dat je jezelf niet beter voordoet dan het gaat, want daar bereik je niets mee. Je raakt er alleen maar meer gefrustreerd van.
Britt: Is oké. Ik zal doen wat ik kan en mag en ik reken op jullie hulp.
Tony: En je weet dat je op ons kan rekenen, hè. (lachend)
 
Tony ziet dat Britt weer moe is, dus neemt ze afscheid en dekt Britt nog eens lekker warm toe... Britt valt al gauw in slaap, en Tony besluit om met Mihriban te gaan praten over Britt's toestand op dit moment...
 
Tony: Mihriban, is het normaal dat Britt nog steeds zo moe is? Elke keer als je tien minuten bij haar bent valt ze bijna in slaap.Ze zegt dat ze 's nachts heel slecht slaapt en veel droomt, en de medicijnen die ze krijgt maken haar spieren zo slap.
Mihriban: Dat dromen is inderdaad heel naar. Ze is mentaal de hele situatie aan het verwerken en dat gaat nou eenmaal ten koste van haar nachtrust. Misschien zou het goed zijn als ze eens met een psycholoog of zo wilde gaan praten, maar Britt kennende zal die daar niet van willen weten.
Tony: Maar is het alleen psychisch dan of zal ze ook restverschijnselen houden van dat hersenletsel?
Mihriban: Ik zal eens vragen of die scans wat eerder gemaakt kunnen worden, want ik vind eigenlijk ook wel dat haar kracht wat achter blijft in het herstel. Maar is met jou verder alles goed? Jij bent toch ook zo ziek geweest van die vergiftiging?
Tony: Och, komt wel goed.
Mihriban: Tony??
Tony: Geen tijd voor. Ik moet er voor Britt zijn.
Mihriban: Tony ik wil dat jij vandaag contact opneemt met je uroloog.
Tony: Waarom? Het gaat toch goed?
Mihriban: Je huidskleur staat me niet aan en ik zie dat je toch snel vermoeid bent.
Tony: Maar ik heb geen tijd, ik moet Britt helpen.
Mihriban: Zo kun je haar niet helpen. Je moet ook goed voor jezelf zorgen. Wacht, ik bel direct even dan kun je er direct heen gaan en hoef je niet te wachten tot je een afspraak krijgt.
 
En een half uur later zit Tony weer bij de uroloog, die al meteen een bloedmonster af laat nemen en foto's van de nieren laat maken en een urineonderzoek laat doen.
Arts: En wat zijn de klachten?
Tony: Mihriban zegt dat mijn huidskleur niet goed is.
Arts: Maar wat zijn JOU klachten?
Tony: Ik ben vrij snel moe. Soms doet mijn lendestreek pijn.
Arts: Wanneer? Na inspanning of als je een bepaald iets hebt gegeten of gedronken?
Tony: Vaak na inspanning, soms ook als ik gewoon rustig thuis ben.
Arts: Ga lekker even naar je vriendin en dan wacht ik hier op de uitslagen dan kom ik je daar zo wel ophalen, oké?
Tony: Is goed.
 
Nu ze bij Britt op de kamer zit te wachten wordt Britt langzaam wakker maar Tony sukkelt nu in slaap . De omgekeerde wereld.
Britt: Tony? (zachtjes)
Britt: Tony??
Tony: Hu? Wat is er? Voel je je niet lekker? Kan ik wat voor je doen?
Britt: Ik ken dat van jou niet dat je zo in slaap valt.
Tony: Was gewoon moe.
Britt: Ik zie in je ogen dat je je niet lekker voelt.
Tony: Mihriban zei dat ook al en die stuurde me naar mijn uroloog en nu wacht ik op de uitslagen van het onderzoek.
Britt: Uroloog? Heb ik wat gemist? Hoe lang ben ik weggeweest dan?
Tony: Niet zo heel lang. Maar toen we bijna een doorbraak hadden heb ik te lang doorgewerkt en ben op het werk in slaap gevallen. Nadine wilde me naar huis sturen, maar je kent me wel hè?
Britt: Ik dacht het wel. En toen?
Tony: Toen heb ik in de cel even een slaapje gedaan en daar heeft iemand geprobeerd mij te vergiftigen. Het was dat Nadine kwam om me te wekken toen die zag dat ik niet reageerde. Het bleek dat ik vergif had binnen gekregen die mijn longen en nieren heeft aangetast.
Britt: TONY!! En dat zeg je me nu pas. Gaat het goed komen? Heb je pijn?
Tony: Rustig Britt. Toen ze wisten wat het was hebben ze een tegengif gegeven en ben ik heel snel opgeknapt, nadat ik ook nog even een paar niersteenkolieken had gehad. Die stenen zaten er wel maar met het spoelen zijn die los gekomen en dat deed best wel pijn, maar alles leek goed en ik mocht naar huis en ben ook al lang weer aan het werk. Dus, ja, ik denk dat het wel goed gaat. Alleen voel ik me zo gauw moe tegenwoordig.
Britt pakt Tony's hand en zomaar begint Tony te huilen.
Britt: Hé meid, wat is er? Jij voelt je echt niet lekker, wel?
Tony: Ach, ik baal er zo van. Ik kan het niet hebben als het niet goed gaat en nu moet ik jou ook nog missen en het word me gewoon soms een beetje teveel.
Britt: Ik zal zorgen dat ik snel beter word en dan gaan we mooi samen weer aan het werk oké?
Tony: (zuchtend) Oké.
 
Dan komt er net een hele colonne artsen en verpleegkundigen binnen op de visite. Tony staat al op maar Britt vraagt of ze niet wil blijven.
Tony: Ik weet niet of ik het kan, dus ik denk dat ik maar buiten wacht.
Britt: Maar ik wil je er graag bij hebben.
Tony luistert aandachtig naar wat de artsen over Britt zeggen. Het ziet er naar uit dat er mogelijk wel restverschijnselen zullen zijn, vooral in het geheugen en de concentratie, mogelijk zelfs gedragsveranderingen, maar zeker weten zullen dat pas na de scans en een psychologisch onderzoek. De scans zijn verplaatst en Britt kan morgen reeds voor de CT en MRI scan en het P.O. zal vanaf maandag in drie dagdelen plaatsvinden.
Britt: Ik ben bang Tony, dat het niet goed gaat komen.
Tony: Het gaat wel goed komen. Probeer het gewoon op je af te laten komen en wacht de resultaten af.
Britt: En jij bent er dan wel voor mij? Ook als ik niet goed beter word of als ik restverschijnselen houd?
Tony: Altijd Britt, altijd. Maar ik ga nu weg even mijn dokter zien. Hou je goed en bellen als je wilt praten oké?
Britt: Oké.
 
Gelukkig zijn de berichten van Tony's arts goed. Het was nog een staartje van het afgewerkte gif wat die vermoeidheid veroorzaakte. De nierfuncties waren goed, ook de flow was oké. De vermoeidheid leek hem te verklaren door alle emoties waaraan Tony de laatste tijd had blootgestaan.
Arts: Een advies: doe het eens wat rustiger aan. Neem eens wat tijd voor jezelf. Je vriendin is in goede handen; die boefjes gaan toch ook wel door, of je nu werkt of vrij bent, maar loop jezelf eens niet voorbij.
Tony: Is dat het hele probleem?
Arts: Wil je meer problemen dan?
Tony: Nee, maar ik dacht dat het goed mis was.
Arts: En waarom ben je dan niet eerder gekomen?
Tony: Omdat ik bang was dat het mis was. Ik zou niet weten wat dan te doen.
Arts: Er KAN een heleboel mis gaan, maar ik wil met je afspreken dat als je ook maar enigszins twijfelt dat je aan de bel trekt. Een vroege diagnose kan heel veel problemen voorkomen.
Tony: Bedankt, echt. Ik ben opgelucht.
 
Zo gaan de dagen voort.
Tony heeft een paar verlofdagen opgenomen om eens goed op rust te komen. Thuis ligt ze heerlijk lang in bed  en geniet op het dek van het najaarszonnetje. Boekje erbij, lekker eten en vooral veel slapen. Met een dag of drie vier merkt ze al een hele vooruitgang.
Op woensdagmiddag wordt ze wakker als er ineens veel lawaai op haar boot komt. Het is Dorien die een vrije middag heeft van school en graag op bezoek wilde komen.
Dorien: Hé slaapkop. Moet jij niet werken?
Tony: Nu eens niet. Ik mag het zelfs niet van de dokter. Moet mij eens lekker goed uitrusten. Hoe is het Dorien?
Dorien: Oké. Heb nu vrij. En ben samen met Lidy naar jullie werk gegaan en Nadine heeft me hier gebracht.
Tony: Nadine? Waar is die dan? Die was wat vergeten en komt zo terug.
 
Als Nadine inderdaad na een kwartiertje terug komt heeft Tony een lekker potje thee gemaakt en haalt Nadine haar " vergeten" boodschap uit de tas.
Samen zitten ze lekker te kletsen over koetjes en kalfjes en genieten van een lekker potje thee en heerlijke gebakjes.
 
Nadine: Zou Britt me eigenlijk herkennen als ik op bezoek ga, Tony? (terwijl Dorien even naar het toilet is)
Tony: Ik denk het wel, hoezo? Wil je haar gaan bezoeken misschien?
Nadine: Ja, natuurlijk wil ik dat. Ik heb haar al weken niet meer gezien, dat moet nou es veranderen. (glimlachend)
Tony: Zullen we er zo, met Dorien, heengaan?
Nadine: Graag! Lijkt me leuk. (lachend)
Tony: Maar jij gaat als eerste, alleen, binnen, oke?
Nadine: Oke... (zacht/beetje nerveus glimlachend)
 
Aangekomen bij Britt in het ziekenhuis...
Nadine: Hallo Britt.
Britt: Hallo.
Nadine: Weet je nog wie ik ben?
Britt: Ja u bent mijn baas.
Nadine: Klopt...
Britt: Het is weer goed met mijn geheugen hoor, althans met het grootste deel. Ik denk dat ik af en toe nog wel eens wat zal moeten navragen. Maar de mensen die ik tegenkom herken ik gelukkig allemaal weer.
Nadine: Dat is mooi Britt. Ik hoorde van Tony dat je heel erg ziek bent geweest, maar gelukkig weer bent opknapt. De onderzoeken zijn afgelopen?
Britt: Morgen het laatste deel van het psychologisch onderzoek en overmorgen mogen de hechtingen eruit en hopelijk mag ik voor het weekend naar huis, voorgoed.
Nadine: Dat zou pas echt mooi zijn. Je hebt geen pijn meer, of ander ongemak?
Britt: Een beetje, maar dat went wel.
Nadine: Heb je nog pijn?
Britt: Soms een beetje.
Dan komen ook Dorien en Tony binnen.
Dorien: Hoi mam, alles goed? Mag je gauw mee naar huis?
Britt: Ik hoop dat de dokter morgen zegt wanneer ik weg mag. Ik verlang zo naar huis en mijn eigen bed.
Dorien: (op fluistertoon) Dan moet je wel stilliggen hoor.
Britt: Waarom dan?
Dorien: Johan heeft gezegt dat hij bij ons wil komen om jou te helpen en dan komen hij en Simon ook slapen en waar anders moet hij liggen dan in uw bed?
Britt: Zeg wijsneus. Dat maak ik zelf wel uit hoor.
En Nadine en Tony bekijken trots het gelukkige tafereeltje tussen de herstellende moeder en haar kind.
Tony: Zal ik morgen na het P.O. langs komen? Dan kunnen we even naar de sportzaal om te oefenen.
Britt: Is goed. De fysio zegt dat ik vooral door moet oefenen om wat sterker te worden. Ze zullen er zelf ook zijn om half drie dan kunnen ze je uitleggen wat en hoe je kan helpen.
Tony: Is goed. Dan ga ik nu, want ik moet nog een slaapje doen vanmiddag. Groetjes
 
Tijdens het P.O. heeft Britt het behoorlijk zwaar. De vele vragen dansen haar voor haar ogen. Haar ogen prikken en ze ziet het gewoon niet zo helder. Daarbij wordt er veel van haar geheugen gevraagd en Britt is erop gebrand om de test zo goed mogelijk te doen. Een onvoldoende kan inhouden dat ze haar werk niet meer kan doen en daar moet ze toch echt niet aan denken.
Nadat ze gedaan heeft ligt ze helemaal uitgeteld op bed met haar gedachten mijlenver weg. Ze hoort dan ook niet dat Tony bij haar binnenkomt.
Tony: Goeiemiddag. 
Maar geen reactie.
Tony: Hé partner, waar zit je met je gedachten?
Britt; Hu, wat zeg je?
Tony: Waar ben je, ik sta hier al een paar minuten.
Britt: Oh Tony, ik ben gebuisd. Ik heb het verkloot. Het ging helemaal niet goed vanmorgen bij de test, en nu kan ik vast niet meer terug bij de politie. En hoe moet ik nu voor Dorien zorgen als ik geen werk meer heb? Het gaat helemaal fout.
Tony gaat naast Britt zitten en legt een arm om haar heen.
Tony: Hé, stil maar, je zult wel heel erg moe zijn en dan ga je soms veel somberder over dingen denken.
Britt: Maar het ging helemaal niet goed.
Tony: Zullen we even naar beneden gaan? Even weg van hier? Kun je op ander gedachten komen. Even een bakkie koffie doen en dan wat gaan oefenen?
Britt: Moet dat ook nog?
Tony: (nu een beetje streng) Ja dat moet. Je wilt toch verder komen, nou vooruit dan.
Britt: Wat ben je hard Tony.
Tony: Zachte heelmeesters..
Britt: Maken stinkende wonden. Ik weet het. Maar jij zit niet in deze ellende. Hoe weet jij nu hoe ik me voel?
Tony: Zeg het dan, praat erover en probeer eens niet altijd zelf en overal alleen je doorheen te slaan. Er zijn veel mensen om je heen die je kunnen en willen helpen. Accepteer dat nou eens.
Britt: Ik heb geen zin om te oefenen.
Tony: En dan? Hier maar op bed blijven liggen en zielig doen? Daar schiet je ook niet mee op.
Britt: Tony wil je weg gaan?
Tony: Nee, gisteren vroeg je of ik mee wilde gaan, nu ben ik hier en nu ga ik mee.
Britt: Ik ga niet !
Maar Tony slaat de dekens al terug om Britt te dwingen eruit te komen maar Britt wordt heel erg kwaad en begint heel erg tegen Tony tekeer te gaan.
Een poosje houd Tony het vol maar moet uiteindelijk de duimen leggen voor Britt die halstarrig blijft volhopuden om niet te gaan oefenen.
Dan komt de arts binnen en vangt nog net een staartje van de "ruzie" op.
Arts: Mevrouw Michiels, niet oefenen vanmiddag? Ik had de fysio nog zo gevraagd om vandaag de vorderingsresultaten bekend te maken om te zien of u al ontslag toe bent, maar als ik die niet krijg moeten we het ontslag uitstellen.
Britt: Nee, ik wil hier weg. U kunt me toch niet houden.
Arts: Oh ja hoor, dat kunnen we wel.
Britt: Maar ik wil naar huis (en dan begint ze weer te huilen)
Tony kan het niet over haar hart verkrijgen dat Britt weer zo verdrietig is en gaat haar weer troosten.
Britt: Oké Tony, ik ga wel mee, maar ik denk niet dat het goed gaat. Ik voel me zo ellendig.
Tony: Dat zien we straks wel. Kom maar, dan help ik je wel.
 
In de fysiotherapiezaal kost het Britt inderdaad heel veel moeite om te staan. Het lopen lukt alleen met hulp in de loopbrug en dan nog heeft Britt knikkende knieën.
Halverwege zakt ze door haar benen en ligt dan op de grond te huilen en lijkt ontroostbaar, Tony wil haar weer overeind helpen maar wordt daarin belet door de therapeut.
Benno: Ze moet zelf weer overeind komen. Dit heeft vooral te maken met haar labiele gemoedstoestand. Probeer je daardoor niet te laten misleiden.
Britt: Goddomme, ik ben niet labiel, ik KAN het gewoon niet.
Benno: Laat maar eens zien of dat je kunt gaan zitten.
Met moeite komt Britt weer tot zit, maar ze heeft inderdaad geen kracht om weer tegaan staan. Nadat Benno samen met Tony Britt overeind heeft geholpen legt hij haar op de onderzoekstafel en doet wat testjes met de benen en moet tot de conclusie komen dat Britt echt nog te weing kracht heerft om te staan.
Britt: En nu dan? Zeker in het ziekenhuis blijven liggen en op bed? Maar dat wil ik niet.
En kwaad probeerd ze weer van de bank af te komen en puur op karakter weer te gaan staan maar wat ze ook probeerd: het lukt gewoon niet. In- en inverdrietig ligt ze nu te wachten op de arts die door Benno erbij wordt geroepn.
Arts: Geen reden om hier te blijven. We zullen zorgen dat je tijdelijke spalken of been beugels krijg tot je spieren weer sterk genoeg zijn. Daar zou je je in huis mee kunnen redden, echter grotere afstanden moet je voorlopig wel in de rolstoel doen. En ELKE dag oefenen en ELKE dag fysiotherapie, hier of thuis, maar je moet heel veel oefenen, dan geloof ik dat het met een paar weken een heel stuk beter gaat.
Britt: Echt? Zal ik weer gewoon kunnen lopen?
Benno: Ja Britt, maar je kracht en coördinatie zijn gewoon nog niet goed. Wees eens niet zo boos op jezelf, dan zal het een stuk makkelijker gaan voor je, en dan kan Tony je ook veel beter helpen. Vind je het goed als ik Tony nu even wat massagehandgrepen leer zodat ze opkomende krampen kan bestrijden als zij met je oefend? En daarna nog wat oefeningen die je moet doen om sterke beenspeiren te krijgen?
Britt: Is goed (vermoeid)
De oefeningen en de massage doen Britt veel pijn. Dit had ze nooit verwacht van de fysiotherapie, maar ze wil beter worden en doorstaat haar lot met moed.
Onderweg terug naar de afdeling valt Britt in de rolstoel al bijna in slaap.
Terug op de kamer komt een zuster om Tony te helpen Britt weer op bed te kijgen en weer is de arts er. Hij wil nu de hechtingen verwijderen zodat Birtt morgenvroeg al met ontslag kan. Hij had met name de laatste dagen steeds meer gemerkt dat ze thuis heel erg miste en echt last kreeg van heimwee waardoor het oefenen en de tests ook wat moeizamer gingen.
De wond is heel mooi geheeld en er begint al weer haar terug e groeien op het achterhoofd.
Arts: Dat ziet er goed uit. Ik denk dat je verder herstel vlotter zal verlopen als je in een vertrouwde omgeving bent. Van mij mag je morgen weg. De fysio zal straks nog met die beugels bezig gaan en je kan een rolstoel van hier lenen en dan zie ik je volgende week dinsdag op de poli. Je zult het erbij moeten nemen dat je regelmatiog terug moet komen, maar ik hoop dat dat geen bezwaar voor je zal zijn.
Britt: (nu hartstikke blij) Absoluut niet
 
Tony gaat achter Britt aan naar haar kamer... Daar leggen de verplegers haar weer op bed en geven haar medicatie...
Tony: Britt... Mihriban heeft me iets verteld wat jij haar een tijd geleden verteld hebt... Weet je nog wat?
Britt wordt stil...
Tony: Je weet het, hè? (zacht)
Britt knikt...
Tony: Wil je het vertellen?
Britt: Ik ben verkracht... (stotterend/zacht)
Britt: Maar ik wil dat vergeten. Het was zo naar, ik kan er niet meer tegen.
Tony: Ga er dan over praten, verwerk het en laat het los. Je moet er niet mee blijven zitten, daar wordt je gewoon ziek van.
Britt: Maar ik wil het niet tegen jou vertellen. Jij kunt er toch ook niets aan doen dat het gebeurt is?
Tony: Maar ik ben je vriendin, je mag alles tegen me vertellen.
Britt: Maar het is te erg om aan te horen. En Dorien?? Die hadden ze toch eerst gepakt. Hebben ze haar ook ...?????
En Britt geraakt helemaal in paniek. De gedachte dat die viezeriken ook aan haar dochter hebben gezeten. Huilend en hyperventilerend ligt Britt in bed en maait in paniek om zich heen. Ze weet niet meer waar ze het moet zoeken.
Als Tony haar wil troosten begint ze nog harder te schreeuwen en raakt helemaal uitgeput.
Dan komt er een zuster binnen die Britt een kalmeringsmiddel injecteert en dat vrij snel helpt.
Tony: Ga even rusten Britt, je hebt dat gewoon nodig.
Britt: (Nu met dubbele tong pratend) Ik maak die vent dood.
Tony: Dat hoeft niet meer, hij is al dood.
Britt: Hoe ...?
Tony: Hij heeft zich te pletter gereden, met jou achter in de auto. Zo ben jij ook zo beroerd te pas gekomen.
Britt: Maar Dorien dan? Wat is er met haar gebeurd?
Tony: Gelukkig niets. Ze hadden haar ontvoerd om bij jou te komen. Maar genoeg nu daarover. Je hebt medicijnen gehad en moet nu echt gaan rusten. Ik zal voor Dorien zorgen als jij dat goed vind.
Britt: Bescherm haar met je leven, zij is het enigste wat ik nog heb.
Tony: Slaap lekker Britt.
Britt: Tony!! Beloof me dat je Dorien heel goed in de gaten houd?
Tony: Doe ik . Maak u geen zorgen.
Britt: Tony... (doodmoe)
Tony: Ga slapen, lieverd. (glimlachend)
Britt: Ik ben bang... Blijf bij me, alsjeblieft... (doodmoe/met moeilijke klanken)
Tony: Ik blijf bij je... Ga nu slapen. (geruststellend)
Britt valt al gauw in slaap... Tony zet zich naast haar neer...
 
Tony sukkelt ook in slaap. Na een uurtje wordt Britt hysterisch schreeuwend wakker en maait met haar armen om zich heen...
Tony probeert Britt haar armen te pakken en te kalmeren maar dat is best wel moeilijk. Britt verkeerd in zoveel angst dat ze nauwelijks bereikbaar is. De arts heeft ondertussen een psychiater in consult geroepen die nu ook op komt draven.
Psych: Mevrouw Michiels, rustig eens. U bent hier in goede handen. Hier is niemand die u wat aan wil doen. Wij zijn hier om u te helpen. Vertel me eens wat u zich nog kunt herinneren. U moet het onder woorden kunnen brengen om het goed te kunnen verwerken.
Britt: Ze moeten van Dorien afblijven, haal ze weg, laat haar, laat haar gerust.
Tony: Britt, Dorien is veilig, er gebeurd haar niets, er is haar ook niets overkomen.
Britt: Tony, help me, ik ben zo bang.
Tony: Ik help je Britt, echt, ik help je
Psych: Oké dan Britt. Kun je me vertellen wat er gebeurt is? Mag Tony erbij blijven?
Britt: (diep zuchtend en zwaar ademhalend) Tony MOET erbij blijven anders durf ik het helemaal niet te zeggen.
Psych: Vertel maar Britt, er gebeurt je hier niets.
Britt: Ze hadden Dorien uit school gelokt en toen moest ik mezelf overgeven aan hun anders zouden ze haar wat doen. En nu zonder Mark .... (en daar jankt ze weer heen)
Tony streelt haar geruststellend over haar hoofd en haar armen. Zelf heeft ze ook de tranen in haar ogen staan. Ze had al zoveel gehoord van Britt over haar verdriet om het verlies van Mark  dat ze maar al te goed begreep dat Dorien echt het enigste was wat nog voor haar telde.
Psych: Wat is er toen gebeurt Britt? Wil je het ons zeggen?
Britt: Ik durf het niet, ik word al ziek bij de gedachte eraan.
Psych: Het is het beste als je het verteld en het dan loslaat.
Britt: Ik moest,... ( en dan begint ze inderdaad al te kokhalzen)
Psych: Rustig maar, maar ga wel door. Ik weet dat je het heel moeilijk vind, maar je doet het goed Britt. Vertel het ons maar. Je zult zien dat het je oplucht.
Britt: Ik moet spugen.
Tony grijpt een spuugbakje en Britt kotst zich leeg. Ze heeft de tranen in haar ogen staan. Tranen van de maagpijn, maar ook tranen van angst en verdriet.
Psych: Gaat het weer Britt? Zullen we verder gaan?
Britt: Hou je nou nooit op? Ik heb toch gezegd dat ik het niet kan vertellen?
Psych: Je bent heel goed op weg. Zeg het ons maar ......
Britt: : ..............
Britt: Hij zei dat ik hem moest vermaken en dan... dan... dan...
Britt geeft weer over... Tony neemt haar in haar armen en wiegt haar heen en weer, maar Britt is ontzettend bang en begint met haar voeten te trappen, met haar armen in het rond te slaan en helemaal te hyperventileren...
De psychiater grijpt Britt haar voeten vast en zorgt ervoor dat ze rustiger wordt...
Psych: Rustig, Britt, rustig...
Britt: Jij bent een man, ga weg, GA WEG !!! (schreeuwend)
De psychiater begrijpt het meteen en gaat zijn vrouwelijke collega, Elsie halen...
Psych Elsie: Britt, kun je mij vertellen wat er gebeurd is? (ontzettend vriendelijk)
Britt: Ik moest hem ..... (op fluistertoon verteld Britt wat ze allemaal met die man had moeten doen)
Elsie dringt niet aan om het luider te zeggen. Het is al goed dat Britt het überhaupt zegt. Tony wordt weëig als ze dit aanhoort.
Britt: En toen heeft hij, heeft hij mij verkr...... het deed zo'n pijn. Hij was zo ruw. En het ergste was dat Dorien dicht bij was. Ik kon haar horen huilen. En hij bleef maar doorgaan en doorgaan. Ik kon niet meer, maar ik moest het wel anders hadden ze Dorien .....
Elsie: Rustig maar Britt. Het is voorbij. Wat hij gedaan heeft had hij niet mogen doen. Hij is over jou grenzen heengegaan. Jij bent ontzettend kwetsbaar en daar heeft hij schandelijk misbruik van gemaakt. Het is niet jou schuld. Jij wilde je dochter beschermen zoals elke moeder dat doen wil.
Britt: Nee, Tony's moeder heeft dat nooit gedaan.
Elsie: Maar jij doet het wel voor Dorien. Jij bent een hele goede moeder. Ik denk dat je hier wel doorheen komt Britt. Het kost gewoon tijd voor je dit verwerkt hebt. Maar denk eraan dat je nooit mag denken dat het jou schuld is geweest. HIJ was fout, HIJ heeft geen respect getoond voor jou. HIJ dwong je om je dochter verdedigen.
Britt: Maar .... het voelt zo vies en zo smerig. Hoe kan ik nu ooit nog met een man .... en Johan heeft al zoveel last met mij gehad. Ik kan toch zo niet .....?
Elsie: Jij moet je zelfrespect zien te hervinden, en dan weet ik zeker dat het met jou en Johan ook wel weer goed komt.
Britt: Ik heb geen zelfrespect meer. Iedereen die aan Dorien komt kan mij zo krijgen.
Elsie: Dat is niet waar Britt en daar moet je ook niet in geloven.
Tony: Britt, Elsie heeft gelijk: op dit moment ben je hartstikke kwetsbaar. Je bent zo bedreigt geweest, geen wonder dat alles je teveel word. En daarbij ben je aan het herstellen van je hersentrauma, en daar ben je emotioneel nog kwestbaarder door geworden. Maar jij gaat dit wel redden. Wij, Dorien, Johan, Elsie en ik, en al je dierbare vrienden en collega's gaan jou erdoorheen helpen. Daar kun je onvoorwaardelijk op rekenen.
Plots komt Johan binnengestapt...
Johan: Dag Britt. (vrolijk)
Britt: Johan!
Johan geeft Britt een zoen op haar mond. Elsie ziet hoe Britt verstijfd maar niets laat merken... Johan zet zich naast Britt neer en neemt haar liefdevol in zijn armen... Britt laat het allemaal gewillig toe en protesteert niet...
Britt: Wat ben ik blij dat je er bent. (liegend)
Elsie: Britt, ik zie dat je liegt...
Britt: Ik lieg niet. Ik mag hem graag en ik wil van hem kunnen genieten. Gun je mij dat soms niet?
Elsie: Britt, ik zie dat je stijf staat van de zenuwen. Nu ga je zelf je grenzen over. Jij moet ze zelf ook aangeven.
Britt; Maar Johan heeft al die tijd al moeten wachten.....
Johan: Wat is er gebeurd Britt? Waar hebben ze het over?
Britt: Ik was verkracht en daarom kon ik je niet in mijn buurt verdragen, en nu rakelen ze alles weer op en zeggen ze dat ik moet zeggen als ik niet wil. Maar ik wil het zo graag wel weer kunnen en willen.
Johan: Sorry Britt dat ik dat niet in de gaten had. Maar ik wil  u geen pijn doen. Ik heb u lief en wil u beschermen.
Britt: Johan wil je me even heel stevig vasthouden, ik denk dat ik gaaa.........................(en dan zakt ze in een flauwte bij Johan in de armen)
Johan: (beetje paniekerig) Britt!! Brittje?? Wat is er? Zeg eens wat?
Tony: Johan ze is flauw gevallen. Leg haar eens plat in bed en dat zetten we het voeteneinde omhoog dan komt ze zo wel weer bij.
Na een paar minuten is Britt inderdaad weer bijgekomen. Wat verdwaasd kijkt ze om zich heen. Ze voelt zich nog wat draaierig maar heeft gelukkig snel door wat er gaande is.
Britt: Elsie, is het goed dat ik even met Johan alleen blijf?
Elsie: Als JIJ aan je grenzen denkt is het goed. Maar geef duidelijk aan als het je teveel wordt
Britt: Johan zorgt heel goed voor mij.
Elsie: Maar je moet ook goed voor jezelf zorgen. Ik kom morgen voor je weggaat nog even bij je langs en wil je graag op de polikliniek terug zien. Ik denk dat jij best nog een paar gesprekken kunt gebruiken.
Britt: Is goed. Er zit me nog wel een en ander dwars wat ik eindelijk eens kwijt wil en daar wil ik niet mee tegen Johan of Tony aankletsen.
Tony: Britt, je weet toch dat je bij mij terecht kunt?
Britt; Dat weet ik., maar wat ik kwijt wil zou ook voor jou wel eens teveel kunnen zijn en ik wil niet mijn partner verliezen, als je bgrijpt wat ik bedoel
Johan: Meen je het Britt, dat je hier even met mij aleen wilt zijn? Ben je niet bang van mij?
Britt: Ik ben toch uw lief? Ik moet je toch kunnen vertrouwen.
Johan: Je MOET niets. Het is belangrijk dat het voor jou goed VOELT. Als dat zo is wil ik graag bij u blijven.
Britt: Moeten we nou steeds op alle slakken zout leggen? Ik wordt helemaal simpel van dat egeltjes gedoe. Wil je nou of wil je nou niet?
Johan: Ik wil heel graag Britt.
Tony: Britt, ik ga. Als er wat is hoor ik het?
Britt: Oké. En Tony? Bedankt voor alles dat je voor  me doet.
Tony knipoogt als ze bij de deur is en gaat dan met een tevreden gevoel weg. Ze weet dat
Johan heel voorzichtig is met Britt. Tuurlijk, na zo'n brute verkrachting moet je wel heel voorzichtig en zorgvuldig zijn, maar dat was Johan ook, dus dat zou wel goed komen.
In Britt's kamer begint Britt uit eigen beweging Johan te zoenen...
 
Johan: Voelt het goed voor jou, Britt? (vriendelijk/zachtaardig)
Britt: Héél goed. (zuchtend van verliefdheid)
Johan: Britt... Ben je bang van mij? (ernstig)
Britt: Van jou niet. (eerlijk)
Johan: Echt? (onzeker)
Britt: Héél echt. (glimlachend)
Johan: Britt, ik ben eigenlijk ook wel bang. Bang om je te verliezen. Ik weet, ik voel gewoon dat je het heel moeilijk vind, maar ik wil graag dat je eerlijk bent. Eerlijk tegen mij, maar vooral ook eerlijk tegen jezelf. Ik wil je niet weer verliezen. Ik KAN echt wel wachten tot jij weer zover bent, maar doe het alsjeblieft voorzichtig. Wij komen er samen wel uit.
Britt: Johan. (en dan zucht ze eens heel diep)
Johan: Ja Britt?
Britt: Ik ben zo wijs met u. Ik wil u niet kwijt, maar wat voor een vrouw ben ik dat ik het niet dulden kan dat ik een man naast me heb? Dat is toch niet normaal?
Johan: Het gaat wel lukken. We doen het gewoon voorzichtig, en jij zegt echt stop als het niet gaat. Oké?
Britt: (nogmaals zuchten) Oké.
Johan: Dus morgen mag je naar huis? Wat zullen de kinderen blij zijn.
Britt: En wat denk je van mij? Ik heb het wel gehad hier. De hele dag al die mensen aan mijn kop te zeuren. Ik word er soms gewoon niet goed van.
Johan: Heeft Dorien al verteld dat ik wel een poosje bij jullie wil komen om je te helpen?
Britt: Ja, ze zei zoiets.
Johan: Is er iets? Je klinkt wat twijfelachtig.
Britt: Ze zei dat je bij mij ging slapen.
Johan: Ik kan heus wel in een logeerbed. Echt Britt, ik ga niet zomaar over jou grenzen heen. Nu ik weet dat het voor jou heel moeilijk kan zijn, zal ik er heel goed opletten. Ik geef om u, ik wil voor u zorgen.
Britt: Dank je Johan.
 
En dan is Britt ook echt weer hondsmoe en sukkelt langzaam in slaap .
Johan legt haar weer terecht in bed en streelt haar haren en geeft haar een teder zoentje op haar wang, wat ze echt fijn vind, want zelfs slapende trekt haar gezicht in een berustende, tevreden glimlach.
Dan vertrekt hij naar huis. Nog één nacht en ze zullen weer samen zijn.
 
Ook deze nacht heeft Britt vreselijke dromen, maar ze worden al iets minder eng. 's Morgens is ze bekaf als de zuster haar komt wekken.
Zuster: Wel goed geslapen? U ziet er nog zo moe uit.
Britt: Gedroomd; maar ik mag vandaag naar huis en dan ga ik mijn slaap wel inhalen.
Bij de verzorging kan Britt zich prima alleen redden, mits ze dat zittend doet, bijvoorbeeld in de rolstoel of op een douchestoel.
Als ze klaar is komt de fysiotherapeut binnen met de hulpmiddelen die hij van de arts nog moest maken voor Britt.
Angstvallig kijkt Britt naar dat hele gedoe.
Britt: Wat is dat? Moet ik dat allemaal gaan dragen?
Benno: Ik heb er tot vroeg in de ochtend aan gewerkt, zodat je tenminste vandaag met ontslag kunt.
Britt: Maar, maar dat is ....
Benno: Ja, wat is?
Britt: Is dat niet heel lastig?
Benno: Het is een soort uitwendig skelet. Het zal je helpen je knieën te rechten zodat je er niet steeds doorzakt. Al staande zullen je spieren dan aan het werk zijn en sterker worden. Hij zijn tijdelijke hulpmiddelen. In het begin is het even wennen dat je ze aan moet doen, maar ik weet zeker dat je vanaf maandag al een stuk makkelijker zult staan en lopen.
Britt: Hoe moet dat aan?
Benno laat Britt op bed gaan liggen en geeft haar instructies hoe ze ze zelf aan kan doen. Dat zal ze thuis ook moeten. Maar omdat ze het eng en naar vind is ze nogal onhandig, maar als Benno wil helpen begint ze gelijk al weer te hyperventileren.
Benno: Sorry Britt, is er wat? Ben je bang van mij?
Britt: Nee, niet van jou, maar wat er gebeurt is.
Benno: Wil je het zeggen?
Britt: Die man, hij , hij pakte me ook bij mijn benen en toen moest ik....
Benno: Stil maar Britt, dat zal niet gebeuren. Is zou willen dat het anders kon, maar hier moet je even doorheen.
Brtitt: Wil je het dan overnemen want ik bak er niets van. En wil je heel voorzichtig zijn met mijn benen?
Benno: Met je benen EN met jou. Ik doe mijn best Britt.
Britt: Dank je.
 
Na een kleine tien minuten zit Britt in haar beenbeugels. Het voelt allemaal stram en stijf en heel ongewoon. Britt kan het niet helpen of ze voelt telkens in plaats van de beugels de handen van die vent die haar zo ruw verkracht heeft. Als ze uit bed wordt geholpen voelt ze dat de banden vrij straks om haar bovenbenen zitten en ze denkt aan die handen die haar benen hebben vastgehouden en uit elkaar getrokken.
Benno ziet dat Britt tranen in haar ogen heeft.
Benno: Britt mag ik een arm op je schouder leggen?
Britt: (huilend) Waarom vraag je dat?
Benno: Ik wil je troosten, maar ik wil niet aan je komen als jij dat niet wilt hebben.
Britt: Maar bijna niemand vraagt mij dat.
Benno: Maar ik zie dat jij het moeilijk hebt en ik wil niet ongevraagd over jou grenzen heengaan.
Britt: Jij mag dat wel
En dan legt Benno heel voorzichtig een arm om haar schouder maar zorgt er wel voor dat er verder wat fysiek afstand tussen hen blijft zodat Britt zich niet opgesloten voelt in zijn armen.
Benno: Het is heel erg wat er gebeurt is. En ik besef me heel goed dat deze stellage je daar weer aan laat denken. Ik zal zien of ik iets anders kan maken wat minder belastend is voor jou. Het zal me wat tijd kosten, maar ik ga mijn best doen voor jou.
Britt: Waarom is iedereen toch zo aardig voor mij?
Benno: Omdat jij JIJ bent. Een geweldig mens, een toffe meid. Eentje die heel veel ellende heeft meegemaakt in korte tijd, maar een vechtertje die zich er niet onder wil laten krijgen. Ik kan die vechtlust waarderen. En ik denk dat je er daardoor ook veel sneller bovenop komt.
Britt: Echt??
Benno: Echt. Maar zullen we eens een beetje oefenen met de krukken, want het lopen gaat zo echt niet vanzelf.
Het kost Britt nogal wat moeite om goed te coördineren, dit als gevolg nog van het hersenletsel. Het gaat moeizaam, maar er zit vordering in.
Na bijna een half uurtje heeft Britt de basisprincipes in de gaten. Ze weet hoe ze de beugels aan moet doen, hoe ze moet gaan opstaan of gaan zitten en de korte afstandjes die ze in huis af kan leggen moet overbruggen.
Benno: Volgende week na je polibezoek wil ik je ook graag zien weer bij ons op de fysio. Is dat goed voor jou?
Britt: Dank je Benno, dat je zo aardig en zo zorgzaam bent voor mij.
Benno: De dank is geheel wederzijds. De meeste mensen vinden het maar niks als wij zeggen wat ze moeten doen. Maar jij bent een enthousiaste leerling gebleken en dat heeft mij enorm gestimuleerd. Veel plezier straks weer in huis en tot dinsdag.
 
Na zijn vertrek wil Britt nog wat loopoefeningen doen, maar eigenlijk is ze al weer moe en kruipt daarom nog maar even op bed.
En al snel valt ze weer in slaap en begint weer te dromen, weer over die man en over zijn handen die aan haar hebben gezeten. Ze voelt letterlijk weer de pijn die hij haar gedaan heeft en ze wil van zich afslaan en schoppen en merkt dan dat ze haar benen helemaal niet zo makkelijk kan bewegen en ze wordt weer angstig.
Net dan komt Tony binnen die nog net kan voorkomen dat Britt van het bed afvalt.
Tony: Britt, ça va?
Britt; Tony, help me. Ik zag hem weer en hij zat weer aan mij. Ik ben zo bang.
Tony: Wie zag je?
Britt: Die verkrachter.
Tony: Britt, die is dood, die komt niet meer aan je.
Britt: Echt??? Gelukkig.
Tony: Vannacht zeker weer gedroomd?
Britt: Ja, maar het komt denk ik hierdoor (en ze slaat de dekens terug zodat Tony de spalken ook ziet.
Tony: Nu begrijp ik het. En die dingen moet je heel de dag dragen?
Britt: Als ik wil oefenen met lopen. Maar Benno gaat kijken of hij andere kan maken waar ik minder last van heb.
Tony: Dat is netjes van hem. Maar ik ben hier om je op te halen !
Britt: Komt Johan niet (wat sipjes)
Tony: Die is opgeroepen om voor het Hof van Assisen te verschijnen. Hij heeft nog geprobeerd om dat te verzetten, maar je kent de hoge rechters. Nu heb ik de eer mijn grootste vriendin thuis te mogen brengen.
Britt: Laten we dan maar gauw gaan. Hier heb ik het wel gezien.
De zuster zet haar in een rolstoel en ze krijgt de nodige papieren en rompslomp mee. Ook wat recepten voor medicatie, want het slapen blijft een probleem.
 
En dan naar huis !!!
 
Daar aangekomen doet zich direct al de eerste moeilijkheid voor want er zitten trappen voor het huis en daar heeft Britt nog niet mee geoefend.
Tony: Nou dan zal ik maar laten zien dat ik spek heb gehad.
Britt: Nee, ik wil het zelf doen.
Tony: Britt, doe nou toch eens kalm aan. Dit komt ook wel weer, je moet LANGZAAM op- bouwen.
Britt: Maar ik wil naar huis (huilend)
Tony: Kom, ik help je.
Maar na drie traptreden moet Britt het afleggen en kan ze niet meer.
Tony neemt haar op de arm en draagt haar naar boven en zorgt dat ze netjes bij de deur word afgeleverd.
Dan doet Dorien van binnenuit de deur open en kijkt met een brede glimlach haar moeder aan.
Dorien: Welkom thuis allerliefste mama van de wereld.
Britt: Dank je Dorien.
Het blijkt dat zo'n beetje het halve commissariaat aanwezig is. Iedereen was blij dat Britt heelhuids uit het ziekenhuis terug was.
En als klap op de vuurpijl: Johan was er ook !!!
Britt: Tony !! Jij hebt tegen mij gelogen. Je zei dat Johan naar het Hof van Assisen moest.
Tony: Dat moest hij ook, maar dat was gisteren. Vandaag heeft hij speciaal voor jou vrij gevraagd.
Johan: Welkom thuis, lief. Ik heb u gemist.
Britt: Wat lief dat je er bent.
Binnen in huis kan Britt zich redelijk redden met haar krukken en nadat ze elk kort heeft gesproken en de hand heeft geschud gaat een ieder weer aan het werk. Ook Tony vertrekt en gunt Brit de rust en de privacy van haar eigen huis.
Samen met Johan en de kinderen probeert ze er een "vrije dag" van te maken. Regelmatig heeft ze kleine dipjes als ze iets niet kan, of iets zoekt maar niet precies weet wat, maar gelukkig is Johan er om haar te helpen en te steunen. Vermoeidheid blijft haar wel degelijk parten spelen en zeker twee keer op een dag moet ze gaan liggen om even bij te tanken.
Wanneer ze net wakker wordt, ziet ze dat Elsie (psych) en Johan aan het praten zijn...
 
Over oefeningen die Britt met Johan zo meteen moet gaan doen...
*
Britt: Waarom wordt er toch steeds over mij gepraat, ik dacht dat het om mij ging, dan wil ik er zelf ook inspraak in.
Elsie: Ik heb gezien dat het niet goed ging en daarom ben ik gekomen zodat ik jullie wat oefeningen kan laten doen en dat je weer gewend raakt dat Johan bij je in de buurt komt.
Britt: Maar ik WIL dat niet; ik wil mij niet laten zeggen hoe ik met hem om moet gaan. Ik wil dat gewoon samen met Johan weer gaan ontdekken.
Elsie: Maar Britt.....
Maar Britt word onrustig en paniekerig en weet niet goed wat ze doen moet. Ze wil weglopen zodat Elsie en Johan niet zullen zien dat ze zich heel verdrietig voelt, maar als ze zich om wil draaien valt ze, omdat de beensteunen in de weg zitten. Een harde knal en Britt ligt languit op de voer en huilt weer vreselijk.
Johan: Britt, schatje, heb je je pijn gedaan? (en hij zit direct naast haar en neemt haar in zijn armen om te troosten
Britt: Hou toch eens op mij als een porseleinen popje te beschouwen. Wij komen er samen toch wel uit? Of heb jij daar geen vertrouwen in?
Johan: Absoluut wel Britt. Wij komen er samen wel uit, maar als er andere problemen onder zitten zou ik heel graag willen dat je je liet helpen. Het breekt je telkens weer op. Jij zit gewoon nog ergens mee, en ik weet niet wat het is. Ik kan je dan niet helpen, maar ik mag je zo graag. Alsjeblieft Britt.
Britt: Ik bel dinsdag wel met je Elsie, maar nu wil ik alleen blijven met Johan.
Elsie: Is dat goed voor jou Johan?
Johan: Je hoort toch wat Britt zegt, (vriendelijk)
Elsie: Oké dan ga ik, maar als er wat is wel bellen hoor?
Johan: Oké.
 
Nadat Elsie weg is neemt Johan Britt op en legt haar weer op bed.
Johan: Heb je je pijn gedaan Britt?
Britt: Ja, die rotdingen. Ik wil ze af. Het doet me steeds weer denken aan die vent met zijn handen.
Johan: Doe ze dan nog even af, en probeer wat tot rust te komen.
Britt: Wil jij ze af doen?
Johan: Maar dan kan ik niet. Ik wil niet te dicht  bij je komen als je angstig wordt daarvan.
Britt: Maar ik wil ook voelen dat ik het wel kan hebben. Dat niet alle mannen gelijk zijn. Alsjeblieft Johan, je zou me er heel erg mee helpen.
En voorzichtig begint Johan de beugels los te maken zodat Britt ze af kan doen.
Britt: Johan, zou jij heel voorzichtig willen proberen om mij te strelen?
Johan: Wil je dat echt Britt?
Britt: Ik wil voelen dat jij het goed meent, dat ik het kan hebben als je aan me zit.
Johan: En waar mag ik je aanraken?
Britt: Begin maar eerst met mijn borsten en als ik niets zeg moet je maar voorzichtig verder gaan. Oké?
Johan: Ik wil het heel voorzichtig proberen.
Johan merkt wel dat Britt wat begint te hyperventileren maar ze doet heel erg haar best om zich te ontspannen.  Na een poosje kan ze het hebben dat Johan over haar borsten en haar buik streelt. Hij ziet het aan haar reacties dat ze het fijn vind en gaat daar heel kalm en rustig mee door.
Britt: Je mag ook wel verder gaan.
Johan: Ik denk dat dit voor het begin voldoende is Britt.
Maar dan draait Britt zich verdrietig van hem af.
Johan: Toe nou Britt,  we kunnen het toch heel voorzichtig doen?
Britt; Maar ik wil gewoon meer. Als jij me niet durft aan te raken heb ik gevoel dat ik vies en smerig ben, dat je me als een hoer ziet die zich door iedereen laat nemen. Dat wil ik niet.
Dan neemt Johan haar heel stevig in zijn armen en begint haar te troosten.
Johan: Jij bent niet vies en smerig. Ik weet dat jij je zo voelt, dat heb ik in mijn werk al veel vaker gehoord van vrouwen die zich tegen hun wil genomen voelen.  Maar ik heb u lief en vind u fantastisch en daarom ben ik ook zo voorzichtig
Britt: Ga dan alsjeblieft verder voor de angst mij de baas wordt.
En langzaam zakken Johan zijn  handen verder naar beneden en bereiken haar schaamstreek. Hij ziet hoe ze verstijfd.
Johan: Mag ik verder gaan Britt?
Britt: (moeilijk ademend) J..a….
En weer gaat hij verder, dan strelen zij  handen haar dijen en nu begint Britt ineens heel hard te huilen en wil Johan weer stoppen maar Britt grijpt zijn handen en duwt ze weer terug. Ze wil dat hij doorgaat, ze moet er van zichzelf overheen zien te komen.
Johan: Britt, alsjeblieft.
Britt: Nee Johan, doorgaan, ik voel dat ik het aankan, doorgaan!
En dan gaat Johan, met enige tegenzin door, want hij hoopt echt dat Britt eroverheen zal komen.
Na een poosje begint Britt zich weer te ontspannen en kan ze het verdragen dat Johan zo intiem aan haar zit. Ze begint nu ook Johan te betasten en hij weet niet wat hem overkomt.
Hij kan ineens niet meer denken en laat het hele gebeuren, zoals bedoeld, spontaan over zich heen komen. En ineens zijn ze aan het vrijen.
Britt met vreugdetranen in haar ogen en Johan met een zielsgelukkige uitdrukking op zijn gezicht.
Britt: Ik vind dit heel fijn Johan, hier hebben we Elsie niet voor nodig. Ik wist dat wij dit samen wel aan zouden kunnen.
Johan: Britt, je maakt me zo gelukkig.
Britt: Ik wil meer. Kom maar.
En weer gaan ze vol op in hun liefdesspel en Britt geniet van elke moment. Na een poosje valt ze kreunend van Johan af en rolt zich gelukzalig op haar zij en valt  in slaap.
 
Op maandagmorgen moet Johan weer aan het werk en twijfelt of hij Britt wel alleen kan  laten. Voor de zekerheid belt hij Tony op om af en toe een oogje in het zeil te houden. Tony zou sowieso langskomen om oefeningen te gaan doen.
 
Om twee uur ’s middags staat Tony op de stoep en ziet de glimlach in Britt haar ogen.
Tony: Ik hoef niet te vragen wat hier aan de hand is , wel?
Britt: Zie je het zo goed dan?
Tony: Ik ben geen blind paard hoor.
Britt: Het was zo fijn Tony. Niet alle mannen zijn slechteriken.
Tony: Nou, zoek mij dan ook maar een goeierik uit.
 
 
Britt: Die moet je zelf zoeken, hoor. (lachend)
 
Plots duikt Elsie achter Tony op, met een brede smile op haar gezicht...
Britt ziet haar en schrikt zich wezenloos.
Britt: Ga weg, ik zou jou bellen. Je moet niet zo hier komen, ik kan niet met je praten.
Elsie: Ik ben een werkneemster bij Dashi (gemeen)
Tony schrikt als ze dat hoort en wil Elsie gaan arresteren maar krijgt zelf zo'n vreselijke klap op haar hoofd dat ze bewusteloos valt. Snel legt Elsie Tony met haar eigen boeien vast aan de verwarmingsbuis en schopt haar ook nog een keer in haar rug.
Britt: Laat haar gerust, doe haar niets!!
Maar dan richt Elsie zich weer tot Britt en wil haar ook wat gaan doen. Helemaal in paniek strompelt Britt naar de keuken en zoekt iets waar ze zich mee kan verdedigen. Ze voelt zich echt onthand nu ze met die beensteunen loopt. Het kost veel moeite en doet erg veel pijn, maar ze slaagt erin een bakpan te vatten en als Elsie binnen haar bereik komt mept ze die met de pan tegen haar schouder. Even raakt Elsie uit balans en valt op de grond, maar ze kan zich sneller herstellen dan Britt en duikt dan naar Britt haar benen en gooit haar omver, zodat die met haar hoofd tegen de keukenkastjes valt en ook even buiten westen is.
Dan gaat Elsie op zoek naar iets om Britt mee vast te binden. Ze wil Britt onderdanig maken en laten voelen hoe het is wat ze Dashi heeft aangedaan. Elsies ogen staan verwilderd in haar hoofd en Britt word erg bang als ze bijkomt en die ogen ziet. Elsie rukt wild aan de beensteunen en doet Britt veel pijn.
Britt: Auwwww. Laat me los. Ik heb jou niks gedaan.
Elsie: Jij rotwijf. Door jou is Roman dood, nu moet ik zonder hem verder. Ik zal jou laten boeten.
Britt: Maar dat mag niet. Ik heb hem niet dood gemaakt.
Elsie: Dat heeft die andere trut zeker gedaan hè? Nou die krijg ik ook nog wel als ik met jou gedaan heb.
En als ze zich weer voorover buigt en de andere beensteun ook wild van Britt's been rukt en haar daarmee wil gaan slaan haalt Britt heel erg hard uit met de bakpan die nog naast haar op de grond lag. Ze raakt Elsie precies midden op haar voorhoofd. Britt hoort een luide krak en ziet ineens veel bloed en voelt dan dat Elsie ongecontroleerd over haar heen valt, op haar benen.
Britt is nu heftig in paniek en kan zich niet onder Elsie vandaan wurmen.
Britt: TONY !! HELP ME DAN TOCH !!
Maar Tony hoort haar niet, die ligt zelf nog bewusteloos.
In blinde paniek begint Britt zich in allerlei bochten te wringen en na meer dan een kwartier lukt het om vrij te komen en met moeite kruipt ze naar de telefoon en belt Johan op, dat er iets ergs gebeurt is en hij haar direct moet komen helpen, en ook de politie en de ambulance moet laten komen.
Johan: Britt? Britt, rustig maar, ik kom meteen af... (geruststellend)
 
Johan smijt de telefoon neer en raast naar huis... Daar aangekomen is hij de 1ste, de ambulance en de politie zijn nog niet aangekomen...
 
Johan: Britt?! Wat is er gebeurd?! (in paniek)
Maar Britt kon niets zeggen, want Elsie was terug bij haar positieven en was naar Britt toegekropen en had haar handen op Britt's keel gezet en kneep zo hard ze kon. Britt's ogen stonden bol in haar hoofd en ze voelde dat haar tong dik werd en langzaam begon het speeksel uit haar mond te druppen omdat ze de keel dicht had zitten en niet meer kon slikken. Johan schrikt als hij dit ziet en wil Elsie van Britt aftrekken maar het lukt niet.
Dan komt met veel lawaai ook de politie binnengestormd: allemaal met getrokken wapen en Johan schrikt daar zo van dat hij zich languit op de grond gooit. Ineens een oorverdovende knal en dan doodse stilte.
Nadine is de eerste die de stilte verbreekt. Ze loopt op Britt toe en controleert diens hartslag. Die is oké.
Dan die van Elsie: heel snel en heel zwak.
Nadine: Ambulance, bel er maar drie (nadat ze gezien had dat ook Tony in de kamer lag)
Wilfried staat versteend nog bij de deurpost en zijn revolver bungeld nog in zijn handen.
Raymond neemt het wapen af en leid hem naar een keukenstoel en zet hem daar neer.
Die Wilfired: Heel snel de situatie opgenomen en de juiste beslissing getroffen. Met een schot had hij Elsie van Britt weg gekregen en Britt zo het leven gered.
Johan hing ondertussen huilend over Britt heen, omdat die niks zei. Hij wist niet hoe ze er aan toe was. Wel zag hij dat ze heel veel moeite had met ademen.
Nadine: Johan, houd die ademhaling goed in de gaten, zonodig moet jij haar beademen.
Johan: Brittje?? (huilend)
En ook Johan werd aan kant gezet, die had het totaal niet meer.
Sel had Tony uit de boeien bevrijd en die kwam nu ook langzaam bij. Ze zag allemaal sterretjes want ze had een hele flinke dreun op haar kop gehad.
Tony: (paniekerig) Britt, wat is er met Britt gebeurt? Leeft ze nog?? Help haar dan toch !!
Sel: Rustig maar Tony, we waren net op tijd en onze jonge Pasmans hier heeft de dag gered.
Met moeite kruipt ook Tony naar Britt toe en ziet dat die net stopt met ademen. Ze bedenkt zich geen halve seconde en begint Britt te beademen.
Tony: Oh nee, Britt, daarvoor ben ik niet gekomen. Jij gaat ons niet verlaten. Verdomme, ademen jij. Kom op.
En ze is al vijf minuten bezig als de ambulance komt en het van haar over neemt. Die leggen gauw een tube aan en nemen de beademing over met een machine.
Tony kijkt gespannen toe naar hoe de ambulancebroeders bezig zijn met Britt, normaal als zoiets gebeurde was het niet zo erg om te zien, neen, het was zelfs interessant. Maar nu het zo dicht bij was en iemand die je dicht bij je hart hebt staan is het toch verschrikkelijk moeilijk. Tony ondervond dat nu op alle mogelijke manieren. Ze draaide zich nu van Britt af, ook wetende dat ze nu eigenlijk niets meer voor haar kon doen, behalve hopen, hopen dat haar partner bij de flikken het zou volhouden. Dat ze nog een keer zo'n moeilijke strijd winnend kan afsluiten.
 
Tony ging naar Nadine, die Johan in haar armen had. Hij hing er zo slap bij. Het leek wel of voor hem de wereld verging. Vooral omdat ze van Britt had begrepen dat afgelopen weekend fantastisch was, wat moet dit voor hem een klap zijn geweest. Of is eigenlijk een klap voor hem.
Tony: Johan.. Johan??
Johan opent iets zijn ogen en kijkt van de schouder van Nadine op naar Tony.
Tony: Britt is sterk. Misschien wel sterker als dat jij denkt..
En net toen Tony dit zei begon de beademingsmachine te piepen en keken de broeders angstig om zich heen.
Johan: Sterker hè?!
Sarcastischer kon hij het niet uitbrengen. Hij maakte zich los van Nadine en keek nog een keer naar Britt, voor hoever hij haar kon zien.
Britt werd op de brancard gelegd en ze reden haar naar buiten, ze moest zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. Zowel Johan als Tony wilden haar volgen, maar Tony merkte dat ze dat nog niet kon, de nawerking van die klap die ze had gehad.
 
Toen Tony met Nadine op weg was naar het ziekenhuis was Johan toch nog in het appartement van Britt gebleven. Hij zat op zijn knieën op de grond, te huilen. Hij zakte steeds verder ineen.
Na een paar minuten liep hij naar de slaapkamer en ging op het bed liggen, liggen te huilen met Britt haar kussen tussen zijn armen en rook daar voorzichtig aan. Hij genoot van de geur van Britt. Even leek hij alles te vergeten. Het enige waar hij nu aan dacht was aan Britt en hoe het afgelopen was, hoe ze samen eigenlijk een grote stap voorwaarts hebben gezet in hun relatie. Hij zag alle mooie dingen voor zich.
 
Tot de telefoon ging, toen was hij terug op wereld. Wat moest hij nu doen. Opnemen? Over laten gaan? Hij nam hem toch naar op.
Johan: Johan van Lancker.
Tony: Johan (verdrietig)
Johan: Tony?
Tony: Johan, kan je naar het ziekenhuis komen?
Johan: Wat scheelt er?! Wat scheelt er met Britt?! (doodsbang)
Tony: Kom nou maar.....................
 
Tony hangt op en Johan weet niet hoe snel hij in het ziekenhuis moet zijn...
 
Tony: Johan... (huilend)
Johan: Tony, waar is Britt... Ik moet Britt zien, nu meteen... (angstig) Ik wil weten dat alles goed is met haar...
Tony: Johan... (harder huilend)
Johan: Is ze... (snikkend)
Tony: Neen, ze is niet dood, maar...
Johan: Wat Tony, wat?
Tony: Het is niet zeker dat..
Johan: Verdomme, niet Britt!!
Tony legt haar armen om Johan heen, ze wil hem troosten, maar Johan lijkt helemaal door het lint te gaan. Johan zakt in de armen van Tony door zijn benen en komt op de grond te zitten. Tony gaat gehurkt voor Johan zitten en neemt hem stevig vast.
Johan: Kan ik niet met haar ruilen, dat zij gewoon nu eens gewoon verder kan.
Tony: Je weet dat dat niet kan Johan. Maar dan ben je haar alsnog kwijt.
Johan: Ik mag haar niet kwijt raken, Tony, dat mag niet. Britt moet bij ons blijven.
Samen zitten ze midden op de gang in elkaars armen te huilen.
 
Na een paar uur mag er iemand bij Britt.
Johan: Ga jij maar als eerste Tony.
Tony: Zeker?
Johan knikt, want zeggen lukt hem niet. Er zit een brok in zijn keel, misschien omdat hij zich realiseert dat dit wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat hij Britt zag. Hij was zo bang, bang voor wat nog ging komen.
 
Tony loopt voorzichtig met de dokter mee naar de kamer waar Britt nu lag.
Binnen schrikt ze als ze Britt weer aan de beademing ziet liggen. Ze is niet aanspreekbaar.
Tony: Dokter, hoe is haar toestand?
Arts: Het is kritiek. Doordat haar hals was dichtgedrukt, en dus ook de bloedvaten naar het hoofd, zijn er bloedstolseltjes in haar hersenen gekomen. Daardoor hebben de hersenen te weinig zuurstof gehad en dat heeft die ademstilstand gegeven. Ze ligt in een coma en we weten niet hoelang dat blijft duren. Op zijn vroegst over drie dagen kunnen we een hersenonderzoek doen, om te bepalen hoe groot de schade door het zuurstofgebrek is.
Tony: Maar ze is niet zonder zuurstof geweest. Toen ze ophield met zelf ademen heb ik haar direct beademd.
Arts: En dat is heel goed geweest. Dat heeft haar kansen met zeker 80% verbeterd.
Tony: Maar gaat ze het halen?
Arts: Laten we op het beste hopen.
Tony: Wat moet ik nu aan Johan vertellen?!
Arts: Vertel hem dat Britt hem nodig heeft. Laat hem hier komen en bij haar blijven. Ze moet contact houden met haar omgeving. U moet ook zoveel mogelijk in haar buurt blijven. We kennen uw reputatie als het erom gaat Britt er weer bovenop te krijgen. Ben er voor haar.
Tony: Dan ga ik Johan roepen, hij is heel zenuwachtig.
Die avond en nacht zitten Tony en Johan elk aan een zijde van Britt en houden beiden haar handen vast. Tony merkt dat ze steeds suffer word. Ze denkt dat het de oververmoeidheid is, maar naarmate de nacht vordert lukt het haar niet meer om zichzelf wakker te krijgen. Ook de zusters en Johan krijgen haar niet wakker. Ook niet als het al weer dag is geworden. Dan merkt een arts dat Tony een hele diepe zware en moeilijke ademhaling heeft. Hij voelt haar pols die erg traag is, haar bloeddruk is erg hoog en haar ogen reageren nauwelijks op lichtinval.
Arts: Een stretcher hier. Deze mevrouw meenemen en een spoed CT maken. Ik vertrouw het niet.
En zo beland ook Tony tussen de lakens. Haar knal op haar kop heeft ook bij haar voor een hele zware hersenschudding gezorgd en nu zijn haar hersenen gezwollen zodat ze suf is geworden. Niet zomaar moe, maar echt suf, nauwelijks wekbaar. Ze krijgt een infuus en wordt opgenomen op de afdeling neurologie.
Ondertussen bij Britt, is Johan in slaap gevallen...
Plots schiet hij wakker als hij voelt hoe Britt heel zwak in zijn hand knijpt...
 
Johan: Britt???
Johan voelt weer een kneepje in zijn hand.
Johan: Ben je er? Britt?
 
Britt: hmmmmm.... (kreunend)
 
Nu begint Johan te huilen van blijdschap. Hij ziet dat Britt haar ogen opent en vragend naar hem kijkt.
Johan: Ik ben er voor je Britt, voor altijd.
Britt: (kan alleen wat pruttelende geluiden maken)
Johan roept snel een zuster, die samen met de dokter komt en Britt goed controleren.
Ze is bij uit haar coma en kan ook zelfstandig ademhalen en dus mag ze van de beademing en van de intensieve. Ze wordt overgeplaatst naar de afdeling neurologie en komt, heel toevallig, bij Tony op de kamer.
Die is echter nog steeds buiten westen en reageert niet op de komst van Johan en Britt.
Britt ligt nog vrij plat in bed maar begint meer en meer op te knappen.
Johan: Britt, wat maak je me blij.
Britt: Ik was zo bang van die Elsie. Wat heeft ze met Tony gedaan? (omdat ze nog niet wist dat Tony bij haar op de kamer lag, achter een scheidingsgordijn)
Johan: Wel, ook Tony heeft klop van haar gehad en die heeft een flinke hersenschudding.
Britt: Amai, is't erg?
Johan: Ze ligt hiernaast. Wil ik zien of ze wakker is?
Britt: Graag.
Johan loopt om het gordijn heen en spreekt Tony aan, neemt haar hand en schud zachtjes aan haar schouder, maar er komt geen reactie.
Dan loopt hij terug naar Britt.
Johan: Ik denk dat ze nog slaapt. Misschien moet jij dat ook even doen. Rust goed uit en hopelijk mag je weer snel weg hier. Ik heb je veel liever thuis.
Britt: Ik wil ook graag naar huis, liever vandaag dan morgen. Ik kan geen ziekenhuis meer zien.
Johan: Wel, dan. Slaap maar goed en dan kom ik vanavond nog even terug met Dorien.
En met een zacht zoentje vertrekt hij weer.
Britt ligt stralend in bed en zakt vredig in slaap.
 
Na een poosje wordt ze weer wakker van de drukte en het gestommel achter het gordijn. Ze probeert wat van het gepraat op te vangen maar kan het niet allemaal goed plaatsen.
Arts: Haar bewustzijn daalt verder. Ik ben bang dat ze bloed in haar hoofd. Ik wil een nieuwe scan en pronto.
Dan wordt Tony de kamer weer uitgereden en gaat voor de scan.
Johan komt wat later samen met Dorien binnen.
Johan: Waar is Tony?
Britt: Was die hier dan ook?
Johan: Daar, in het bed naast u.
Britt: Was dat Tony?? (geschrokken)
Johan: Ze lag hier met een zware hersenschudding.
Britt: Maar die vrouw, ze hebben haar met spoed weggehaald. Ze zeiden iets van verlaagd bewustzijn of zo.
Johan: Ik ga wel even voor je vragen.
Britt: Dorien, kom je even bij me zitten?
Dorien: Mama is alles goed gekomen? Wat een naar mens was dat, dat die u zo geslagen heeft.
Britt: Maar nu is het voorgoed over. Ik beloof het u. Ik ga beter worden en dan gaan we eens kijken of Johan en ik ......
Dorien: Wat gaan jullie?
Britt: Als jij het ook wilt tenminste.
Dorien: Wat??
Britt: Een poosje geleden hebben wij al gesproken om samen te gaan wonen; Johan en Simon en jij en ik, in een huis. Wij zijn zoveel bij elkaar en het is toch veel gezelliger samen dan steeds heen en weer te gaan met de auto?
Dorien: Tof, keigaaf. Ik wil dat wel !!!
Dan komt Johan terug en ziet een uitbundige Dorien.
Johan: Een beetje rustig met uw moeder Dorien, ze is erg ziek.
Dorien: Maar ze zegt dat wij allemaal in een huis gaan wonen.
Johan: Oh ja? Gaan wij dat?
En dan kijkt Britt hem een beetje beteuterd aan.
Britt: Daar hadden wij toch al over gepraat? Of wil je niet meer nadat dit alles is gebeurt?
Johan: Liefste Britt, ik wil niets liever. Zorg maar dat ge snel beter wordt en dan gaan wij eens een heel mooi leven samen opbouwen.
Nu kan Britt ook weer lachen.
Britt: En wat zeiden ze van Tony? Heb je haar nog gezien?
Johan : Die heeft een zwelling in haar hoofd en moet zo geopereerd worden maar de dokters zeggen dat het wel goed gaat komen.
Britt: Kun je me even in een rolstoel helpen? Ik wil naar haar toe.
Johan: Nee Britt, nu nog niet. Ze wordt nu geholpen en dan komt ze, als het allemaal goed gaat ook weer hier terug, of misschien voor een nachtje op de intensieve.
Britt: Maar ik moet haar zien.
Dorien: Mama, het gaat wel goed komen heeft de dokter toch gezegd? Nou, luister daar dan naar.
Britt houd haar mond en kijkt verdrietig op zij.
Johan: Toe Britt, accepteer dat nou. Ze haalt het wel.
Britt: Dat moet ik eerst nog zien. Weet jij hoe hard die Elsie haar op haar hoofd heeft geklopt? Het doet mij nog pijn als ik er aan denk.
Johan: Britt, (nu wat strenger) Ophouden! Jij gaat nu slapen. Morgenochtend mag ik van de zuster terugkomen en dan hoop ik dat je wat rustiger bent.
Dorien: Welterusten mama, en goed luisteren hoor, naar de dokters en de zusters, dan wordt je vast heel snel beter.
Die nacht kan Britt alleen slapen omdat ze een behoorlijk zware slaaptablet krijgt. Maar als ze wakker wordt is Tony nog niet terug op de kamer en probeert ze zelf uit bed te komen maar merkt dan dat die benen van haar het nog steeds niet goed doen. Dat was ze bijna vergeten, maar nu wordt ze er wel weer mee geconfronteerd.
Als de ochtendzuster haar het ontbijt brengt gooit ze dat kwaad door de kamer.
Zuster: Wat krijgen we nou? Het is uw ontbijt.
Britt: Ik wil geen ontbijt, ik wil Tony!
Zuster: Die is vannacht op de intensieve geweest. Ik zal zo vragen hoe het er mee is, als dat u gerust kan stellen.
Britt: Sorry dat ik zo deed, maar ik maak me gewoon zoveel zorgen om haar.
Zuster: Britt, ze is in goede handen. Vertrouw daar nou eens op.
Britt; Dat wil ik ook wel, maar .... (snif, snif)
De zuster legt troostend een hand op Britt haar schouder en geeft haar een tissue om haar tranen af te doen.
Zuster: Zal ik maar een nieuw ontbijtje voor je regelen?
Britt: Nee, dank je, ik heb geen honger.
Zuster: Maar je moet de dag juist goed beginnen met een ontbijt.
Britt: Vooruit dan maar.
 
Na het ontbijt komt ook Benno weer langs met de nieuwe beensteunen voor Britt.
Ze gaan wat moeilijker aan, maar ze dragen een heel stuk comfortabeler en het lopen gaat er ook gemakkelijker mee. Wat Britt meer moeite kost is dat ze nog niet zoveel mag lopen: hoogstens een uurtje per dag. Haar spieren moeten weer langzaam aan de belasting wennen. Maar na de nodige motiverende woorden van Benno kan ze zich er mee afvinden.
 
Blij gelukkig doet Britt haar eerste, begeleide oefeningen op de gang als ze Johan ziet binnenkomen, achter een bed lopend.
Britt kijkt nieuwsgierig wie er in dat bed ligt.
Het is Tony !!
Britt: Tony? Och wat ben ik blij dat je terug bent. Ik maakte me zoveel zorgen om je.
Ze laat haar krukken los en valt gelijk tegen Tony's bed aan, waardoor die wakker schrikt.
Tony: Britt?? Je hebt het gehaald??
Britt: Ja, en jij gelukkig ook zie ik.
Johan neemt Britt op en zet haar voorzichtig bij Tony op bed en zo worden ze beiden weer naar hun kamer gebracht. Einde oefening, maar begin van vele uren gezellig kleppen.
Johan blijft er bij en zegt af en toe ook een woordje, maar laat vooral Britt en Tony aan het woord.
Wanneer hij ziet dat Britt moe begint te worden, helpt hij haar naar haar bed, waarna ze gelijk gaat slapen...
De volgende ochtend...
wordt Britt langzaam wakker. Ze kijkt eens om zich heen en ziet dat ze in het ziekenhuis ligt. Ze sluit haar ogen en bedenkt waarom.
Dan opent ze haar ogen weer en ziet Tony liggen, met haar hoofd in het verband, een infuus in en aan de zuurstof. Tony's gezicht is nog witjes en het straalt gewoon vermoeidheid uit.
Britt: (zachtjes) Tony, ben je wakker?
Tony: Uh?
Britt: Ben je wakker Tony?
Tony: Nu wel ja. Ik lag zo lekker te slapen, moet je me net nu wakker maken?
Britt: Hoe is het met u deze morgen?
Tony: Wat hoofdpijn, maar verder gaat het wel. Wat is er met mij aan de hand?
Britt; Je had klop opgelopen en er was een zwelling in je hersenen. Ze hebben je gisteren geopereerd. Boorgaten gemaakt, heet dat. Dan maken ze een paar kleine ronde gaten in je schedel en kunnen zo de overdruk weghalen. Als ze dat niet doen wordt de druk op de hersenen te groot en kun je dood gaan.
Tony: Jeetje, heb ik dat allemaal gehad? En nu dan?
Britt: Rustig de tijd nemen om beter te worden, maar wel goed beter, want ik heb u nodig.
Tony: Oké. Mag ik dan nu verder slapen want ik ben nog heel erg moe.
Britt: Oké... sorry dat ik je wakker maakte... (zacht)
Britt begint zachtjes te huilen van alle emoties...
In haar verdriet ziet ze haar hele leven weer voorbij komen, maar vooral de laatste weken, sinds ze met die kerkmoorden bezig waren geweest. En hoe die Dashi het weer gelukt was haar hele leven op de kop te zetten, ja zelfs zover te zijn gegaan dat ze bijna was komen te overlijden. En ze begon nog harder te huilen en ineens voelt ze zachtjes een hand op haar schouder, maar ze draaide zich niet om. Ze durfde niemand onder ogen te komen met haar verdriet.
Tony: Hey Britt, wat is er met je? Ben je niet blij dat het goed gaat komen met ons?
Britt: Oh Tony, ik ben zo bang.
Tony: Maar het is nu toch over? Kom, keer je eens om en zie mij eens aan.
En langzaam keert Britt zich naar Tony en moet nog harder huilen als ze die ziet staan met haar hoofd in het verband en nog steeds aan een infuus.
Britt: Tony jij moet gaan liggen.
Tony: Maar dan kan ik jou niet troosten en ik zie dat je dat nodig hebt. (maar dan krijgt ze zelf bijna een flauwte en Britt belt snel voor een zuster.
Zuster: Mevrouw Dierickx, u moet plat blijven liggen. Gisteren heeft u nog een operatie aan uw hoofd gehad.
Tony: Maar Britt heeft me nodig. Als ik in bed moet, zet dan in elk geval onze bedden wat dichter bij elkaar zodat we elkaar tenminste de hand kunnen reiken.
Zuster: Eerst in uw bed. (een beetje streng)
Tony: Oké, ik ga al.
En dan schuift de zuster de bedden echt tegen elkaar zodat het net een tweepersoonsbed lijkt.
Britt en Tony liggen elk op hun zijde en praten veel met elkaar over wat er allemaal is voorgevallen.
Tony geeft aan dat ze het gevoel heeft dat ze gefaald heeft om Britt te beschermen maar daar wil Britt niets van weten.
Britt: Het is niet jou schuld Tony. Dashi heeft dit op zijn geweten, hij heeft al die tijd de touwtjes in handen gehad. Hij had heel veel mensen ingepalmd om mij te pakken te nemen. En hij had het duidelijk op mij voorzien. IK zou het erg moeten vinden dat ik al mijn vrienden erin betrokken heb.
Tony: Britt??
Britt: Ja??
Tony: Zou het voor ons beiden niet beter en gezonder zijn als we allebei niet gebukt zouden gaan onder schuldgevoelens? Het is een gevolg van ons werk en soms kan het vreselijk mis lopen.
Ik wil graag dat je weer beter wordt en dat we weer partners kunnen worden.
Britt: Ik zal mijn best doen Tony, maar ik vrees dat ik nog een lange weg te gaan heb. Ik moet heel veel dingen weer opnieuw leren en zal daarbij veel hulp nodig hebben.
Tony: Is bij deze geregeld. Maar als je het goed vind doe ik even mijn ogen toe, ik ben de bout af.
Britt: Slaap lekker dan.
Maar even later:
Britt: Tony?
Tony: hm?
Britt: Bedankt Tony.
Tony: Waarvoor?
Britt: Dat jij er steeds maar weer voor mij bent en in mij bent blijven geloven. Ik heb gehoord hoeveel moeite jij je getroost hebt om Johan te steunen toen ik hem niet meer herkende. En hoe jij voor Dorien hebt gezorgd, en...
En zo gaat ze nog een tijdje door, maar Tony is ondertussen al in een diepe slaap vertrokken.
En uiteindelijk valt ook Britt in slaap en rust nu eindelijk eens uit.
De volgende ochtend komt een nieuwe psychologe, Ann, de kamer ingelopen...
 
Maar Britt heeft ontzettend veel angst gekregen voor psychologen... Dat komt, uiteraard, door Elsie, die haar zo'n pijn heeft gedaan...
Britt: Ik ben bang van u. U moet ver bij mij wegblijven.
Ann: Maar ik ben gekomen om u te helpen.
Britt: Dat zei Elsie ook en zie eens wat er gebeurde.
Ann: Britt, wil je mij vertellen wat er gebeurt is? Voor dat Elsie kwam? De reden dat de artsen hier onze hulp in hebben geroepen?
Britt: Tony moet me daarbij helpen. Ik durf dat niet alleen.
Ann: Maar Tony ligt nog te slapen.
Britt: Dan wek ik haar wel, ga jij maar buiten wachten tot ik je roep.
Als Ann weer buiten staat probeert Britt om Tony te wekken, maar die moet van heel ver komen.
Tony: Ach Britt wat nu weer? Een mens kan ook niet genoeg slapen met u in de buurt.
Britt: Sorry. (en daar huilt ze weer heen)
Tony: Britt, sorry, ik wist niet dat het zo belangrijk was. Zeg het maar.
Britt: Nee, jij wilt me toch niet helpen. Ik redt me wel weer alleen, zoals ik altijd doe.
Tony: Vooruit Britt, ik zeg toch sorry. Ik heb je beloofd je te helpen en dan doe ik dat ook.
Britt: Maar je zegt net dat ik je niet mag storen.
Tony: Ik ben niet gewend dat ik 's morgens zo dringend gewekt wordt. Ik wil u echt graag helpen. Zeg maar wat ik voor je kan doen.
Britt: Buiten staat iemand. Die zegt dat die psycholoog is en met mij wil praten, maar ik weet niet of ik dat wel durf nadat Elsie en zo.
Tony: Wat is het voor iemand?
Britt: Psycholoog.
Tony: Wat kan ik voor je betekenen?
Britt: Wil je hier bij me blijven? Heel dichtbij?
Tony: Tuurlijk. Wil ik je hand houden?
Britt: Liever dat je je arm om me heen legt, want ik vertrouw die lui gewoon niet meer en jij moet me beschermen.
Tony: Kom maar dicht bij me zitten dan. Als je het goed vind blijf ik liggen want als ik overeind kom zie ik allemaal sterretjes.
Britt: Dank je Tony. (en roepend naar de gang) Kom maar binnen.
Langzaam loopt Ann de kamer weer in en stelt zich voor aan Britt en Tony. Ze respecteert Britt's wens om uit de buurt te blijven en kiest een stoel die ver bij Britt vandaan staat.
Ann: Ik zie dat u heel angstig bent.
Tony: Vindt je dat vreemd nadat die Elsie zo bezig is geweest?
Ann: Ik vroeg het eigenlijk aan Britt.
Tonyu: Nou, ik heb ook klop gehad van Elsie en ik heb ook zo mijn bedenkingen bij psychologen en zo.
Ann: Ik ben gevraagd om Britt te komen helpen, maar denk nu dat ik jullie beiden helpen kan.
Ik heb me kort ingelezen in je dossier Britt, maar ik wil graag van jou zelf horen wat er is voorgevallen. Jij mag zelf weten wat je verteld, over welke periode en dan komen we er langzaam wel uit waar nou echt de schoen wringt.
Britt: Oh, maar dat hoef je mij niet te vertellen, dat weet ik zelf heel goed (en ze voelt de arm van Tony vertrouwd en bevestigend om haar middel).
Meer dan twee uur zit Ann met Britt (en een beetje met Tony ) te praten.
Na haar vertrek valt Britt weer huilend bij Tony in de armen. Ze slaakt een hele diepe zucht, van opluchting.
Tony: Ça va?
Britt: Och, ik weet het niet. Ik voel me zo leeggezogen.
Tony: Maar Ann is wel een goeie, krijg ik zo de indruk van.
Britt: Dus ik kan met haar doorgaan?
Tony: Helemaal jouw keuze Britt, maar ik zal achter je staan of je nu doorgaat of niet.
Britt: Maar ik weet het niet. Het doet zo'n pijn alles weer boven te halen. Ik dacht dat ik het wel verwerkt had.
Tony: Dacht je dat of meende je dat?
Britt: Wat bedoel je daar nu weer mee?
Tony: Britt, jij hebt me veel verteld over je leven , maar je gevoelens liet je veelal onbesproken. Ergens verbaasd het mij niet dat je het nu zo moeilijk vind want je hebt het volgens mij niet verwerkt wat er allemaal met je gebeurt is.
Britt; Ben je nu kwaad op mij dan?
Tony: Waarom zou ik?
Britt: Omdat ik jou niet alles heb verteld?
Tony: Hè gekkie, kom eens. (En ze geeft Britt een hele stevige en warme, welgemeende knuffel) Voor jou, mijn partner en vriendin. Onthoud een ding Britt: Ik wil je nooit kwijt, never, jamais !! Begrepen??
Britt: Ja Tony, ik u ook niet.
Tony: Da's dan opgelost.
Britt: Maar wat moet ik nu?
Tony: Wat zou JIJ graag willen?
Britt: Dat ik eindelijk eens een keer kan leven. Sinds Mark........ sinds hij dood is heb ik het gevoel dat een groot stuk van mij ook dood is. Elke dag is een kunst om te overleven. Dorien houd me op de been en ik zie met schrik en angst de toekomst tegemoet als zij me niet meer nodig heeft.
Tony: Zij zal je altijd nodig hebben. Jij bent haar moeder, en welk kind kan nu zonder moeder?
Britt: Sorry Tony dat ik jou kwets.
Tony: Ik heb geen moeder, tenminste niet een die om mij gaf. Met jou en Dorien is dat heel anders.
Britt: Mis je het nooit?
Tony: Ouders? Britt, alsjeblieft, niet over beginnen.
Britt: Tony, het spijt me zo.
Maar dan wend Tony zich af en begint zachtjes te huilen en als reacties begint Britt ook weer te huilen. Het is een mooie snotterzooi op de kamer als Johan binnen komt lopen.
Johan: En hoe is het vandaag met mijn dames?
Maar er komt geen reactie.
Dan loopt hij op Britt toe en ziet dat die ligt te huilen. Hij buigt voorover en geeft haar een zoen.
Johan: Britt, willen we even van de kamer af gaan?
Britt: (heel timide) Ja, doe maar.
En buiten verteld ze wat er is voorgevallen tussen haar en Tony en Johan kijkt nu ook zorgelijk.
Johan: Leven haar ouders eigenlijk nog?
Britt; Haar vader heeft zich kapot gezopen maar haar moeder is hertrouwd, maar ik heb haar er nooit over gehoord dus ik weet het niet.
Johan: Kan ik het eens gaan uitzoeken en zien of ze nog leven en of ze contact willen?
Britt: Kijk eerst maar eens of ze nog leven, maar het moet Tony's keuze zijn of ze ze zien wil.
Johan: Maar hoe gaat het met oefenen?
Britt; Heb ik vandaag nog niet gedaan. Veel te emotioneel. Kan gewoon mijn lichaam niet dragen. Johan, ik ben zo bang dat het niet meer goed gaat komen, dat ik een lamme trien zal blijven waar jij niets aan hebt.
Johan: Hoezo lamme trien?
Britt: Nou, dat ik niet meer lopen kan en niets meer voel als wij ...
En hier raakt Johan al enigszins opgewonden van en rijd Britt met de rolstoel de toilet in, die hij goed op slot doet, en begint haar daar heftig te zoenen. In elk geval breekt hij door de sombere stemming heen. Dan gaan zijn handen ook over Britt's lijf op onderzoek uit en hij tilt haar uit de rolstoel en legt haar voorzichtig op de grond en gaat heel dicht tegen haar aanliggen en trekt haar ochtendjas iets omhoog en open. Britt is op zoek naar de rits van Johan's pantalon en ontdoet die. En zo beginnen ze weer aan een liefdesspel, hier op de vloer van het toilet in het ziekenhuis en Britt probeert heel goed elke detail te onthouden en waar te nemen. Ze gaat er helemaal in op.
Johan: Niet gek voor een vrouw die zegt dat ze niets kan. Britt je maakt me gek van verlangen. Ik wil u nemen.
Britt; Wacht dan niet en neem me.
En opnieuw vrijen ze dat de vonken eraf springen en Britt krijgt tranen van geluk in haar ogen.
Even is Johan in de war als hij haar tranen ziet, maar Britt vraagt hem vooral door te gaan en dan weet hij dat hij het goed doet.
Er wordt enkele keren op de deur geklopt maar Johan roept half hijgend "BEZET" en gaat verder met Britt verwennen.
Nadat ze meer dan een uur het toilet bezet hebben gehouden zucht Britt eens diep en stelt voor om toch maar terug naar de afdeling te gaan. Misschien dat Benno zo wel komt om te oefenen of de arts met het bericht dat ze binnenkort naar huis mag.
En inderdaad komen ze onderweg de neuroloog tegen die verbaasd kijkt dat Britt geheel uit een andere richting kwam dan hij verwachte. Quasi nonchalant vroeg hij of alles had gesmaakt,  als hij de glinstering in Britt's ogen ziet, waarop Britt ineens een hoofd als een boei krijgt.
Arts: Ja dus. Ik zie, u heeft het juiste medicijn al gevonden om van aan te sterken. Wel, de zusters zeggen dat u goede vooruitgang boekt. De labuitslagen en het EEG zijn goed, dus ik zie niet waarom ik u hier zou moeten houden.
Britt: Mag ik naar huis???
Arts: Jawel, maar de afspraak om wekelijks op de poli te komen blijft wel staan. De verwondingen waren van die aard dat ik graag een vinger aan de pols houd. EN u MOET blijven oefenen, met de fysio, bedoel ik dan. (en Britt kleurt nu nog harder)
Britt: Sorry dokter, maar ik heb hem zo gemist.
Arts: Geeft niet. U reageert heel gezond. Laat dat duidelijk zijn.
Johan: Mijn Britt is gezond. We zullen samen zorgen dat ze ook nog sterker wordt, en daar doen we het voor.
Arts: Wel, dan zal ik de papieren klaar maken en kunt u tegen twee uur vanmiddag vertrekken.
Johan en Britt: Hartstikke bedankt dokter voor alle goede zorgen.
Arts: En doorgaan hè? (met een vette knipoog naar hen beiden)
 
Op de kamer is er ook wat veranderd. Tony heeft het verband af. Er zitten nu een paar grote pleisters op haar boorgaten, het infuus is uit en ze zit ook weer wat rechter op, maar ze is nog snel moe.
Tony: Hè, liefdesvogeltjes. Hoe was het?
Britt: Hoe bedoel je, hoe was het?
Tony: Komop Britt. Ik zie het aan je ogen. Je glundert helemaal. Johan, is dat jou schuld?
Johan: Ik pleit volmondig schuldig. Maar ik heb absoluut geen spijt van wat ik heb gedaan.
En nu zitten ze met zijn drieën te lachen.
Benno komt dan net binnen om te gaan oefenen. Kan hij meteen gaan zien of Britt zelf de steunen aan kan krijgen en kan Johan meekijken om eventueel te helpen. Maar het gelukt Britt aardig. Nu nog een stukje lopen met krukken en weer is er grote tevredenheid.
Benno: Wel dan, voor mij geldt hetzelfde: elke dag oefenen, thuis of hier en twee keer in de week wil ik je graag weer zien.
Tony: Mag jij naar huis Britt????
Britt: Ja, de dokter zei het me net.
Tony: En ik dan? Helemaal alleen hier achterblijven? Mooi niet. Ik ga ook.
Britt: Tony, jij moet nog aansterken. Je dokter zegt het wel als je weg kan.
Tony: Maar ik wil hier niet blijven. Ik wordt ziek zonder gezelschap (zachtjes aanvullend: van jou)
Johan: Dan komen we je toch bezoeken, en ik denk dat jij ook wel gauw weg mag.
 
En zo vertrekt Britt andermaal naar huis, nu stellig ervan overtuigd hier voorlopig echt niet meer te belanden.
Thuis aangekomen kan ze haar geluk niet op, en doorloopt alle kamers even en glimlacht gelukzalig als ze weer met Johan op de bank zit...
Johan: Denk jij aan wat ik denk? (glimlachend/verliefd)
Britt: Ik weet eigenlijk niet waar ik aan moet denken. Het is zo vreemd om eindelijk weer thuis te zijn. Ik zal heel goed mijn best moeten doen om me hier ook weer thuis en veilig te voelen.
Johan: Ik zal je daarbij helpen Britt
Britt: Ik wil eigenlijk wel even alleen zijn. Wil jij de kinderen zo ophalen dan zal ik proberen om me wat meer eigen te maken hier.
Johan: Ben je bang Britt?
Britt: Een beetje wel. Ze kan toch niet terug komen?
Jhan: Nee, die komt niet weer. Dit zit ingerekend.
Britt: Ga maar, dan probeer ik het gewoon.
Johan: Ik ben trots op jou.
 
Als Johan na een klein half uurtje weer terug komt zit Britt niet meer in de kamer maar heeft zich op bed gelegd en is, na een potje huilen, in slaap gevallen.
Dorien en Simon zijn blij dat Britt er weer is en willen graag naar haar toe maar Johan weerhoud ze omdat Britt ligt te slapen.
Simon: Dan gaan we eerst huiswerk doen dan hebben we daar heel het weekend geen omkijken meer naar.
Dorien: Is goed. Mogen we straks dan wel naar mama?
Johan: Natuurlijk. Ik weet zeker dat ze heel blij is dat ze jullie weer kan zien. Het gaat goed komen met haar Dorien. Ze zal nog best een poosje niet kunnen werken, maar ze hoeft niet meer in het ziekenhuis te blijven.
Dorien: Is haar geheugen weer terug dan?
Johan: Grotendeels. Ook daar zal ze nog mee moeten oefenen. Het kan zijn dat ze iets niet direct weet en dat ze verdrietig wordt of misschien een beetje boos, maar daar moeten wij maar geduld voor opbrengen, en heel rustig blijven. Dat heeft ze gewoon nodig.
Dorien: Ik zal mijn best doen Johan.
Johan: Dat weet ik. Ik ben blij dat je het zo goed begrijpt.
 
En zo gaat Britt haar "nieuwe tijd" in. Het kost haar veel moeite om de dag weer zelf in te vullen. Ofschoon ze veel moet oefenen en met enige regelmaat terug moet naar het ziekenhuis voor na-controles, lukt het haar niet haar dag naar eigen tevredenheid te vullen.
Ze probeert weer wat te lezen, maar kan geen regels volgen. Als gevolg van haar hersenletsel is de coördinatie van de hersenen nog niet optimaal hersteld en dus snapt ze niets van die hele riedel met letters achter elkaar. Ze raakt geïrriteerd als ze de radio hoort en er geen gezichten of beelden bij ziet, en de televisie kan ze ook niet hebben. Ze is heel snel overprikkeld.
Johan werkt drie dagen vanuit huis en probeert zo om Britt een beetje tot steun te zijn en hij ziet haar worstelen met haar beperkingen.
Op donderdag moet hij even naar kantoor, maar als hij terug komt kan hij Britt nergens in het huis vinden en in paniek gaat hij buiten naar haar op zoek.
Hij weet dat het lopen redelijk gaat maar ze is nog heel snel moe, dus ver zal ze niet zijn gekomen, maar het centrum van de stad zit vol met kleine straatjes en steegjes, en met haar gebrekkige geheugen kan dat een grote valkuil voor haar zijn.
In paniek belt hij naar het commissariaat om Nadine te vragen om te helpen met zoeken.
Nadine: Kun je naar hier komen Johan?
Johan: Is ze bij jullie?
Nadine: Nee, ze is hier niet maar je kunt komen om een beschrijving te geven van wat ze aan had toen ze van huis vertrok .
Johan: Ik kom.
 
En net als Johan binnenkomt loopt Raymond met Britt ook naar binnen.
Johan: Britt, waar was je? Ik maakte heel erg ongerust.
Britt: Wie ben jij?
En even slaat Johan weer de schrik om het hart. Is  Britt weer vergeten wie hij is?
Raymond neemt Johan even apart terwijl Nadine zich over Britt ontfermd.
Raymond: Ze zei dat ze wat wilde oefenen met wandelen en ze was de weg kwijt geraakt. Ze herkende ons direct maar ze was heel erg verdrietig dus we zijn even naar de Combi gegaan voor een kop koffie en ook dat herkende ze.
Johan: Maar ze vroeg weer wie ik was. Begint dat hele gedoe van in het ziekenhuis weer van voor af aan?
Raymond: Maak u niet ongerust Johan. Ze is oververmoeid en dan gaat het allemaal wat moeilijker.
Johan: Echt? Het is dus wel goed met haar?
Raymond: Echt wel. Kom we gaan naar haar toe.
 
Als ze teruglopen zien ze dat Nadine Britt even aan haar eigen bureau heeft gezet en dat ze nu voorzichtig haar eigen spulletjes oppakt en eens aandachtig bekijkt.
Britt: Is dit de plek waar ik werk met Tony?
Nadine: Ja, dit is je eigen desk.
Britt: En waar is Tony dan?
Nadine: Die is ziek, maar ik heb gehoord dat ze binnenkort weer terugkomt.
Britt: Mag ik ook weer terugkomen?
Nadine: Natuurlijk. Als jij je goed voelt en het aan kunt, mag je zeker weer terug komen.
Zuchtend zet Britt haar ellebogen op haar bureau en legt vermoeid haar hoofd in haar handen.
Dan gaat Johan achter haar staan en legt rustig zijn handen op haar schouders.
Johan: Ga je mee naar huis lieverd?
Britt: Johan? Wat fijn dat je me komt ophalen. Sorry dat ik weg ben gegaan. Ik was verdwaald.
Johan: Ik ben blij dat ze je hebben gevonden. Kom, dan gaan we lekker naar huis.
En nadat Britt van iedereen afscheid had genomen gingen ze weer op huis aan.
Johan ziet dat Britt moeite heeft met lopen. Ze is duidelijk oververmoeid en thuis laat hij haar direct naar bed gaan om eens een flink stuk te slapen.
Zo blijft Britt nog een aardig poosje kwakkelen. Heel langzaam is er verbetering merkbaar maar het frustreert Britt enorm dat het niet sneller gaat.
Met haar psycholoog heeft ze al een oefenprogramma opgezet zodat ze meer houvast heeft in de dagstructuur. En na nog eens een aantal scans en onderzoeken komen de artsen tot de conclusie dat er fysiek geen abnormale toestanden zijn die haar herstel in de weg zouden staan. Het is nu puur een kwestie van psychisch en emotionele weer in balans raken.
Nog steeds gaat het lezen en TV kijken niet. En dus moet Britt eraan geloven dat ze een bril nodig heeft. Ze baalt daar ook van. Het krenkt  haar trost dat ze altijd een hele scherpe blik en goede ogen had en dat nu niet meer zo is.
 
Maar gelukkig zijn er ook nog goede dingen.
Tony is na twee weken ook weer volledig hersteld en mag het ziekenhuis ook weer verlaten. Ze moet ook thuis nog wat aansterken maar is van mening dat ze beter en sneller hersteld als ze niet de hele dag tussen de sanseveria's gaat zitten en dus gaat ze elke dag naar Britt en helpt haar door haar moeilijke tijd heen. En zowaar, bij Britt gaat het herstel nu ook sneller.
Samen kleppen ze er heel wat af, maar er wordt ook hard gewerkt. Tony oefent met Britt met lezen; eerst kinderboekjes met woordjes en dan langzaam over op een volledige roman. Ze maakt rekensommen, leert weer zelfstandig haar huishouding te organiseren en pakt ook het koken weer op. Voor de fysieke training gaan ze samen twee keer per week zwemmen en ook gaan ze regelmatig wandelen.
Britt krijgt weer een gelukkige uitstraling en ziet er weer een stuk beter uit.
Maar dan moet Tony weer aan het werk en is Britt bang voor een terugval.
Tony: Vrees niet Britt, ik verzin er wel wat op. Maar je moet ons schema nu niet zomaar loslaten. Houd het rustig nog even aan met al die oefeningen, dat zwemmen en lopen en het lezen en zo. Misschien is het wel leuk om met de kinderen of met Johan te gaan zwemmen. En ik zal je echt elke dag blijven bezoeken tot je mij niet meer zien kunt. En dan zal ik zien wat ik verder voor je kan doen.
 
En dat was een hele grote verassing, want Tony had, na overleg met Johan, met de neuroloog gesproken of Britt voor een paar uur per dag mee mocht naar het commissariaat in het kader van dagstructuur en uitdaging.
Dus toen Tony dit kwam vertellen was Britt helemaal verrast en blij.
Britt: Tony, jij bent geweldig.
Maar dan toont Britt even een schrikreactie...
Britt: Maar ik weet niet wat ik daar moet doen... Alles is zo nieuw, Tony, ik ben bang... (zacht/zenuwachtig)
Tony: Niet nodig Britt. Wij redden het samen wel. Ik kom je 's morgens tegen negen uur halen, als dat niet te vroeg is voor jou, en dan gaan we aan het werk, en met een beetje geluk kunnen we ook samen lunchen en daarna breng ik je weer naar huis terug. En wat voor werk er is dat weet ik ook vaak niet van tevoren. Maar dat maakt het ook zo leuk.
Britt: Zal het echt wel goed komen denk je?
Tony: Natuurlijk.
 
En zo wordt Britt,  drie weken nadat ze uit het ziekenhuis is ontslagen, voor het eerst door Tony opgehaald om "weer te gaan werken".
Britt was al twee dagen heel zenuwachtig geweest en had steeds maar door het huis lopen panikeren, maar zowel Johan als de kinderen hadden haar toch enigszins gerust kunnen stellen.
Tony had inmiddels een vrijbrief gekregen van haar arts, maar Nadine probeerde de interventies tot een minimum te beperken.
Weer terug op het commissariaat zag Britt dat haar collega's haar desk versierd hadden en dat stelde haar wel wat gerust.
Tony kwam haar een kop koffie brengen.
Britt: Wat is dat? Is dat voor mij?
Tony: Koffie. En ik had je beloofd dat ik je elke dag een bak verse koffie zou komen brengen als je weer bij ons terug zou zijn en voila!
Britt: Dank je. En wat moet ik nu gaan doen?
Ben: Tony leren hoe ze zich moet gedragen, want die bakt er een mooi potje van.
Tony: Ben, bakkes houden. Laten we proberen er een zo gewoon mogelijke situatie van te maken zodat Britt zich weer een beetje thuis kan gaan voelen.
Pasmans: Maar daar hoort Ben zijn geouwehoer toch ook bij?
Tony: Pasmans!!
Britt: Pasmans? Oh ja, jij bent die jonge agent die zo goed op de computer kan. Kun jij mij een beetje helpen daarmee?
Pasmans: Met alle liefde. Zeg maar wat je weten wilt.
En zo ging Britt ijverig aan de slag met de computer en kon Tony van een afstandje bekijken hoe ze het eraf bracht.
Ze zag tevreden dat Britt rode koontjes kreeg van de inspanning maar ook van het plezier. Na eerst een paar standaard computerdingen, zoals documenten openen of opslaan, aanmelden op het register en zo, probeerde Pasmans om Britt wegwijs te maken in het politiezoeksysteem.
Britt keek hier wat moeilijk bij. Het koste haar nogal wat moeite om goed bij de les te blijven maar ze merkte dat ze zich wel beter begon te concentreren.
Ze ging zo op in die computertoestand dat ze niet eens in de gaten had dat Nadine haar al een tijdje had staan observeren.
Nadine: Britt, kom je even?
Maar geen reactie, want Britt was een en al aandacht voor Pasmans.
Nadine: Mevrouw Michiels? (nog vriendelijk)
Nog geen reactie.
Nadine: (nu toch wel wat harder) Michiels, bureau !
En daar schrok Britt zo van dat ze gelijk begon te huilen. Toen Tony terug kwam van beneden en dat zag liep ze bezorgd naar Britt toe.
Tony: Britt, wat is er?
Britt: Nadine riep heel hard tegen mij en daar werd ik bang van.
Tony: Wil ik met je meegaan?
Britt: Doe maar, want ik durf dat niet alleen.
Nadine: Wat is er Britt, heb ik je laten schrikken? Sorry, dat was niet mijn bedoeling. Maar ik wilde gewoon even met je praten. Horen hoe het er mee is.
Britt: Wel goed, denk ik.
Nadine: Denk je dat of weet je dat zeker?
Tony: Nadine, niet van die moeilijk vragen.
Nadine: Maar Britt,ik ben blij dat je er weer bij bent. Ik wil je laten weten dat wij je heel graag weer in de gelederen willen hebben en er alles aan zullen doen dat jij je hier ook weer op de plek gaat voelen.
Britt: Dank je. Ik zal goed mijn best doen en laten zien dat ik al jullie moeite waard ben.
Tony: Zie je wel, dat is onze oude Britt weer.
En Britt kijkt haar blij aan.
Tony: Maar zo werkt het hier niet meer hoor Britt.
Britt: Nee? Hoe dan?
Nadine: Jij doet GEWOON je werk. Je hoeft je niet te bewijzen. Iedereen doet hier gewoon zijn werk. Door die opleidingen van jullie en je ervaring heb je al lang bewezen dat je tot de besten behoord, dat hoef je niet nog eens te bewijzen.
Britt; Dus, als ik boeven vang, ze verhoor en schuldig laat pleiten, dan is dat goed?
Tony: Je snapt het helemaal. Maar ik denk dat je voor vandaag genoeg hebt gedaan. Zullen we met zijn drieën gaan lunchen? Bij de Combi of wil je ergens anders heen?
Britt: De vorige keer vond ik het zo druk in de Combi. Kunnen we ook bij mij thuis gaan? Dan kan ik laten zien wat ik door Tony weer geleerd heb voor het eten klaarmaken.
Nadine: Doe je dan niet teveel op een dag Britt. Ik bedoel, je hebt ook al hele de ochtend aan de computer gezeten.
Britt: Als jullie niet te kritisch zijn, wil ik het wel gaan proberen.
Tony: Is goed. Dan loop ik vast met jou naar de winkel om wat lekkers te halen en als we zover klaar zijn dan bellen we Nadine dat die ook kan komen.
En zo gaan Tony en Britt naar de winkel, doen hun boodschappen, waarvoor Britt zelf een lijstje heeft gemaakt, en thuis begint ze allerlei lekkers te bereiden voor een heerlijke lunch met elkaar.
Dan belt ze zelf, vanuit haar agenda het nummer van Nadine en daarna genieten ze met elkaar van een heerlijke lunch
Britt straalt helemaal dat ze het zover voor elkaar heeft gekregen.
Nadine vertrekt weer naar het commissariaat en eigenlijk zou Tony ook moeten, maar die is een beetje aan het twijfelen of Britt vandaag niet wat teveel hooi op de vork heeft genomen.
Tony: Heb je nog plannen voor vanmiddag?
Britt: Ik moet nog naar de fysio en wil eens proberen om te gaan fietsen.
Tony: Niet doen. Dat is nog veel te gevaarlijk.
Britt; Maar Tony, ik moet toch oefenen om sterker te worden. Als het goed gaat mag ik over een week of twee tot drie die beenbeugels eraf en je weet niet hoe ik er nu al van baal dat ik ze dragen moet.
Tony: Maar fietsen? Britt, dat is toch heel erg ingewikkeld?
Britt: Wat moet ik dan doen ?
Tony: Wat zou je ook kunnen doen?
Britt: Zwemmen?
Tony: Je weet het wel. Je moet jezelf niet overbelasten om je te bewijzen. Je doet heel goed je best en verder moet je jezelf een beetje de tijd gunnen. Het gaat echt allemaal wel weer goed komen.
Britt: Maar ik ken mijn grenzen nog niet.
Tony: Maar die moet je ook niet op deze manier gaan zoeken. Wij hebben veel geoefend en ik denk dat als jij je uitgerust voelt, je heel goed weet hoever je kan gaan, en daar heb ik alle vertrouwen in.
Britt: Dus na de fysio vandaag dan maar lekker rustig op de bank met een boek en zo wat oefenen met de concentratie en het geheugen?
Tony: Ja, bijvoorbeeld. En als je echt nog wat verder wilt oefenen kun je ook de kinderen uit school halen. Ik denk dat die wel heel blij verrast zullen zijn.
Britt: Dat is een heel goed idee. Heb ik je al eens gezegd dat jij goede ideeën hebt Tony? Jij hebt goede ideeën.
En als Tony dit hoort wordt ze weer eens bevestigd dat het wel goed gaat komen. Het loopt nog niet allemaal soepeltjes, maar Britt weet tenminste weer alle losse stukjes, nu moet ze nog leren ze goed aan elkaar te knopen.
Tony: Tot morgen dan? Zal ik je weer halen of kom je zelf naar het commissariaat?
Britt: Ik wil wel proberen of ik zelf de weg kan vinden. Jij kunt niet elke dag mijn oppasser spelen. Ik moet toch ook weer leren om zelfstandig te functioneren?
Tony: Helemaal goed gedacht. Nou, tot morgen dan.
Britt: Tot morgen. En eh..... heel erg bedankt voor vandaag. Voor alles waar je me mee geholpen hebt.
 
Om half vier komen de kinderen luid roepend de school uit. Ze hadden te horen gekregen dat morgen de lessen niet door zouden gaan en dat ze dus een lang weekend vrij zouden hebben.
Als ze Britt zien staan, blijven ze even verbaasd stokstijf staan.
Simon: Is dat Britt?
Dorien: Jippie, mama weet de weg weer naar school. Kom Simon, snel, dan kunnen we lekker met zijn allen naar huis gaan en het gezellig maken.
Britt: Hoi Dorien, dag Simon. Wat zien jullie er blij uit. Is er goed nieuws?
Dorien: We hebben morgen vrij , geen les en dus mooi een lang weekend.
Britt: Oh, en ik zou morgen gaan werken.
Dorien: Dan bel je dat toch af?
Britt: Maar ik begin net weer.
Simon: Tony zal dat heus wel begrijpen als je niet komt.
Britt: Help me thuis dan even herinneren om te bellen.
Simon: Dat kun je zelf toch wel onthouden?
Britt; Dat weet ik niet of ik kan. (wat angstig)
Dorien neemt haar moeder bij de hand en geeft haar een bemoedigend kneepje en kijkt haar breed glimlachend aan.
De kinderen zijn zo uitgelaten dat ze Britt de oren van het hoofd kletsen en ze wordt er helemaal tureluurs van. Thuis zakt ze zuchtend op de bank en voor ze het zelf in de gaten heeft ligt ze te slapen.
Simon stelt voor om dan maar boven te gaan spelen zodat Britt tenminste door kan slapen. Dorien heeft echter geen zin aan spelen, ze wil liever bij haar moeder blijven en ergens kan Simon daar ook wel inkomen.
Heel voorzichtig schuift Dorien bij Britt op de bank en legt haar arm om Britt heen en zo valt ook zij in slaap.
Simon legt de plaid over hun heen en gaat met een boek in de stoel zitten. Even later staat hij op, neemt de camera van zijn vader en schiet een paar foto's van Britt en Dorien, samen slapend op de bank. Dan gaat hij ook maar stilletjes zitten lezen.
Als Johan om zes uur binnenkomt is hij verrast door de rust die er in huis heerst. Hij had eerder verwacht dat de kinderen heel druk zouden zijn en bezig zouden zijn met Britt uithoren over haar eerste werkdag.
Dan ziet hij Simon zitten die een vinger voor zijn mond houd als teken dat hij zachtjes moet doen.
Heel voorzichtig loopt hij naar de bank en streelt eens door Britt haar haren en wenkt Simon dan mee naar zijn slaapkamer.
Johan: Hoelang slapen mijn meisjes al?
Simon: Al vanaf half vijf ongeveer.
Johan: Was Britt niet goed te pas dan, zei ze dat ze zich niet lekker voelde of zo?
Simon: Nee, wij waren zo druk want we hebben morgen vrij en ik denk dat ze daar nog niet echt tegen kon.
Johan: Zal ik gaan koken of bestellen we wel pizza als ze wakker worden?
Simon: Pizza natuurlijk.
Johan: Simon, jij mag Britt ook heel graag, is 't niet?
Simon: Zij is heel erg lief papa. Gaan jullie trouwen en wordt ze dan mijn nieuwe mama?
Johan: Ik heb er wel over zitten denken om haar dat te vragen, maar ik weet niet of ze dat nu al aan kan.
Simon: Dan wacht je toch even. Zij loopt heus niet bij je weg hoor.
Johan: Hoe weet jij dat zo zeker?
Simon: Ik kan het niet helpen hoor, maar op de slaapkamer zijn jullie nogal hard met elkaar aan het praten en zo, en dan hoor ik wel eens dat ze echt gek met u is. Die wil vast wel.
Johan: Wat heb ik toch een wijs kind.
Simon: En Britt heeft een hele wijze dochter.
Johan: Daar heb ik ook het vermoeden van.
Dan gaan beide "mannen" in de kamer zitten en rustig naar de vrouwen kijken tot die wakker worden.
Dorien meldt zich rond zeven uur heel zachtjes en ziet Simon naar haar kijken. Zachtjes schuift ze van de bank om Britt niet te wekken en kruipt dan bij Johan op schoot waar ze bijna weer in slaap valt.
Om half acht begint Britt een beetje verdwaasd door haar ogen te wrijven. Ze moet even heel goed nadenken waar ze is en vooral hoe laat het is.
Ze kijkt eens de kamer rond, ziet drie paar ogen naar haar kijken en sluit dan even haar eigen ogen.
Britt: Sorry, ik was in slaap gevallen. Zal ik eten gaan koken?
Johan: Dat hoeft niet Britt. Ik denk dat je vandaag genoeg hebt gedaan. We bestellen wel pizza.
Vervolg
 

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]