IK
HOOR
DE
KLOKKEN
LUIDEN
- Tony
zat lekker in het vliegtuig naar Nepal.
- Dorien
en Simon waren net weer begonnen met school en Britt was weer gewoon aan het
werk, zover je het gewoon kon noemen, want ze moest immers wel met een
vervanger voor Tony werken.
- Nadine;
Britt, inbraak met geweld, twee slachtoffers. Ga jij heen?
- Britt:
Met wie? Ik weet niet of die gek daar nog is en ik ga echt niet alleen.
- Nadine:
Je nieuwe partner staat al benenden bij de balie.
- Het
klont Britt niets prettig in haar oren: je nieuwe partner. Alsof Tony was
afgeschreven, en die was "slechts" op vakantie.
- Britt
haast zich naar beneden, en ziet daar een redelijk knappe man van 36 staan.
- Britt:
U vervangt Tony Dierickx? (vriendelijk)
- Man:
Dat doe ik. U bent Britt Michiels? Aangenaam, ik ben Jonas Eykes.
(glimlachend/vriendelijk)
- Britt
komt er al snel achter dat Jonas niet van Gent is, dus stelt ze voor om dan
maar zelf te rijden.
- Onderweg
licht ze hem in over de situatie zoals die gemeld is.
- Jonas
kom van de Federale Politie en heeft 12 dienstjaren gedaan in Limburg, maar
door reorganisatie zou hij worden overgeplaatst, maar er was nog geen nieuwe
standplaats voor hem gevonden en dus had Nadine gevraagd om hem te mogen
"lenen"
- Op
de PD benaderden Britt en Jonas voorzichtig het pand waarover de melding
ging.
- Ze
zagen dat de deur geforceerd was en gingen met getrokken wapen binnen.
- Jonas
greep Britt bij de schouder om haar tegen te houden zodat hij voor kon gaan,
maar Britt schrok zich een ongeluk van zijn aanraking en liet pardoes haar
wapen vallen.
- Jonas;
Rustig maar. Ik ga wel voor.
- Britt
keek hem vernietigend aan. Ze voelde zich knap onhandig door haar wapen te
verspelen en dat zinde haar helemaal niet.
- Dus
liep ze, na het wapen weer te hebben opgenomen voorzichtig verder en trof in
de keuken een vrouw aan met een in elkaar geslagen schedel. Ze bukte zich en
voelde of er nog een polsslag te voelen was. Gelukkig wel, dus ze vroeg of
Jonas de100 wilde bellen. Daarna liep ze op haar tenen verder naar de kamer,
maar daar trof ze behalve een vreselijke puinhoop niemand aan.
- Plots
hoorde ze boven haar hoofd wat schuifelen en ze keek eens omhoog. Jonas
sprong vlak voor haar neus langs om als eerste bij de trap te zijn en duwde
haar daarbij, per ongeluk, tegen de muur aan.
- Britt
moest eens heel diep zuchten om haar ergernissen onder controle te krijgen
en volgde hem toen snel. Op de overloop was het een bloedbad, maar er was
geen slachtoffer. Voorzichtig opende Jonas de deur van de badkamer en stapte
binnen terwijl Britt naar een van de andere deuren toeliep en deze zachtjes
open duwde. Wat ze daar zag deed haar compleet huiveren: er lag een man met
zijn keel overgesneden van oor tot oor. Hier hoefde ze niet meer te voelen
of er nog leven in zat. Dit kon een blind paard wel zien dat die man dood
was.
- Net
toen ze haar wapen wilde wegstoppen hoorde ze weer een geluid en geschrokken
keek ze weer om zich heen, en weer kwam Jonas zo'n beetje over haar heen
denderen. Britt begon er nu stug de balen van te krijgen dat hij zich zo
machoachtig gedroeg en ze nam zich voor om hier eens goed met hem over te
spreken.
- Plots
hoorde ze hem schreeuwen als een wildeman.
- Ze
liep snel naar de andere kamer en zag dat Jonas zijn geweer gericht had op
een heel bang meisje dat net achter een bed op de knieën zat en helemaal
onder het bloed zat.
- Zijn
geschreeuw kwam uiterst intimiderend over en Britt probeerde hem te
kalmeren, want ze wist uit ervaring dat een "verdachte" hier
helemaal op kon flippen.
- Maar
het meisje reageerde niet eens op het geschreeuw en ook toen Jonas van
nieuws tegen haar begon te schreeuwen reageerde ze niet en nu zag Britt dat
hij wilde schieten.
- Heel
snel ging toen bij Britt het denkwerk:
ze had bij zichzelf gevoeld dat haar nekharen overeind gingen staan
toen Jonas zo schreeuwde, maar het meisje had niet gereageerd, ook niet toe
hij weer was beginnen schreeuwen; stel nu dat het kind doof, of doofstom
was? Dan zou ze hem ook niet hebben kunnen horen.
- Toen
Britt dit begreep gaf zij een duw tegen Jonas zijn armen waardoor zijn schot
in de muur belande.
- Britt
zag dat het schot een halve meter naast het hoofd van het meisje insloeg.
Evengoed had de kogel haar in het hoofd getroffen, en dan was ze misschien
ook wel ...... Ze moest er niet aan denken.
- Snel
liep Britt op het meisje toe, dat vreselijk schrok toen Britt haar aanraakte
en in paniek op haar in begon te slaan.
- Gelijk
had ze een peut op haar neus te pakken en gelijk kreeg ze een bloedneus.
- Britt;
Shit, verdomme.
- Maar
ze herstelde zich snel en keek het meisje aan en probeerde tegen haar te
praten en haar gerust te stellen. Er kwamen oergeluiden uit de mond van het
meisje en toen was Britt duidelijk dat het meisje dus inderdaad doofstom
was.
- Ze
stak haar wapen weg, hield een zakdoek onder haar bloedneus en ging toen op
de knieën bij het meisje zitten en legde een arm om haar heen.
- Vanuit
haar ooghoek zag ze dat Jonas zich behoorlijk stond op te winden.
- Britt:
Ga eens kijken of die ambulance er al aan komt, en laten ze dan ook even
naar dit meisje kijken.
- Jonas;
Je had dood kunnen zijn Britt. Je wist niet eens of ze een wapen had. Ze
heeft god*** die vent zijn strot afgesneden.
- Britt;
Dat weten we niet. Dat moeten wij nog gaan onderzoeken.
- Jonas;
Ik ben beneden
- Het
was hem pijnlijk duidelijk dat hij geen goede eerste indruk had
achtergelaten.
-
- Jonas
had volgens protocol de nodige hulpdiensten ingeroepen en al snel wemelde
het in en om het huis van de politie, recherche, ambulances.
- De
dode man werd door de lijkschouwer meegenomen; de vrouw werd in ijltempo
naar het ziekenhuis gebracht terwijl een broeder zich ontfermde over het
meisje.
- Britt
haar neus bloedde ook nog steeds, en ergens uit de drukte kwam er nog een
arts aan lopen.
- Sam:
Britt?? Nog steeds het gevaar aan het zoeken? Ik hoorde dat je zou gaan
trouwen. Zou je niet wat voorzichtiger aan gaan doen dan?
- Britt;
Sam?? Ook nog steeds op de ambulance?
- Sam:
Ja, het hoort bij het vak. Maar ik vind het wel leuk. Zo kom je nog eens wat
meer mensen tegen. Laat eens zien wat je gedaan hebt.
- Hij
zette Britt op de vloer van de ambulance en haalde zakdoek voor haar neus
weg.
- Sam: Aj, dat bloed wel heftig. Hoe komt het?
- Britt:
(die eigenlijk wel wat misselijk werd van al dat bloed dat ze binnen kreeg)
Dat meisje schrok toen ik haar aanraakte en begon in paniek om zich heen te
slaan en toen kreeg ik een klap op mijn neus. Het is niets ergs.
- Sam:
Doet dit pijn? (toen hij bovenaan haar neus aanraakte)
- Britt;
Aaaauuwwwww, Sam. Nooit geweten dat jij zo hardhandig was.
- Sam:
Rijd even mee naar het ziekenhuis. We maken een foto en dan zien we wel
verder.
- Brittt;
Ik moet naar het commissariaat terug.
- Sam;
Nadat ik je op het ziekenhuis heb onderzocht.
- Britt;
Maar ....
- Sam:
(fluisterend) Dan kan ik je ook wat meer van dat meisje vertellen, want die
nieuwe partner van je die heeft het er niet zo mee op, wel?
- Britt;
Oké.
-
- Het
meisje werd bij binnenkomst op het ziekenhuis grondig onderzocht. Omdat ze
zelf ook onder het bloed zat waren ze bang dat zij zelf ook gewond was, maar
dat viel nog mee. Wat kneuzing, omdat ze zelf ook klappen had gehad, maar
niets ernstigs. En inderdaad werd bevestigd dat het meisje doofstom was.
- Sam;
Dan zullen jullie een doventolk moeten inschakelen anders krijg je niets uit
haar los. Maar nu jij, Britt Michiels. Ik heb hier je foto's.
- Britt
keek ernaar, maar begreep er niets van.
- Sam:
Mag ik nog eens het doekje weghalen?
- En
gelijk begon de neus weer heftig te bloeden.
- Britt;
Shit, houd dat nooit op?
- Sam;
Zeg, heb je haast of zo?
- Britt;
Nee, ik heb geen zin meer in ziekenhuizen, als je begrijpt wat ik bedoel.
- Sam;
Ik begrijp je, maar ik zal er toch wat aan moeten doen.
- Britt;
Wat dan?
- Sam:
Ik ga het neusbotje weer even rechtzetten en dan brand ik die
bloeding even dicht. Zo gebeurt hoor.
- Britt
voelde zich steeds misselijker worden.
- Sam:Ga
maar even liggen. Anders ben ik nog bang dat je me onderuit gaat.
- Het
rechtzetten van het neusbotje doet even heel erg pijn, en Britt gilt het
uit, maar eenmaal recht is de pijn ook grotendeels over.
- Het
dichtbranden is veel erger, vind Britt. Behalve dat het pijn doet, stinkt
het ook zo vreselijk dat ze haar misselijkheid niet mee ronder controle
heeft en heftig begint te braken.
- Gelukkig
had Sam net de bloedinkjes kunnen stoppen. Nadat Britt uitgespuugd was kwam
een zuster om haar gezicht wat af te doen, want ondertussen zat ze zelf ook
helemaal onder het bloed en het braaksel.
- Britt;
Nou, zo zie ik er ook mooi uit om naar mijn werk te gaan.
- Sam;
Ik heb hier nog steeds dat shirt van Tony liggen, als je wilt doe je dat
toch aan.
- Britt;
Bedankt, kan ik nu gaan?
- Sam:
Nee, even wachten nog. Ik ga even wat tape over je neus plakken zodat hij
ook op zijn plaats blijft en jij je niet nog eens stoot, want ik kan alleen
maar zeggen wat ik heb gehoord: dat doet ontzettend pijn.
- Britt
voelt zich een knock-out geslagen boxer als ze na meer dan anderhalf uur van
behandelen, samen met het meisje het ziekenhuis mag verlaten en ze samen
naar het commissariaat gaan.
- Jonas
was gelijk nadat de PD was vrijgegeven al terug gegaan en deed het voorkomen
of hij al heel veel informatie had weggewerkt in het dossier.
- Vanuit
het ziekenhuis had Britt al gebeld voor een doventolk en die kwam gelijk met
hun aan.
- Ze
plaatste het meisje met toezicht in het verhoor en nam de tolk mee naar het
teamlokaal .
- Net
toen ze met het verhoor wilde gaan beginnen riep Nadine haar binnen.
- Nadine;
Britt? Wat zie jij eruit?
- Britt;
Ongelukje. Komt allemaal wel weer goed zegt Sam. Mag ik gaan verhoren? Die
doventolk wordt per kwartier betaald.
- Nadine;
Ga maar en neem Jonas mee.
- Britt;
Moet dat?
- Nadine;
Nu wel, maar als je klaar bent wil ik dat jij mij even uitlegt wat er mis is
met hem.
- Britt;
Doe ik.
- Britt
en Jonas doen het verhoor, en daarna moet Britt dus bij Vanbruane komen...
- Nadine:
Britt wat is er met je gebeurd? Je gezicht?? Je ziet eruit of je twaalf
rondes tegen een zwaar gewicht hebt lopen boksen
- Britt:
Dat ging per ongeluk. Dat meisje schrok toen ik haar aanraakte. Ze had ons
niet gehoord, ze is doofstom.
- Nadine; Amai, dat maakt het verhoor er ook niet eenvoudig op.
- Britt;
Maar we, ... ik, had op het ziekenhuis al met een doventolk gebeld en die is
net bij het verhoor geweest.
- Nadine;
En wat kreeg je uit het meisje? Hoe oud is ze trouwens?
- Britt;
Ze noemt Irene, ze is pas twaalf.
- Nadine:
Wat voor verklaring gaf ze?
- Britt;
Ze zijn thuis overvallen. Haar moeder was compleet verrast door die vent die
binnen is gedrongen. Ze heeft gelijk een hele zware klap op het hoofd gehad
en is gelijk out gegaan. Toen is hij op zoek gegaan naar haar vader. Die had
zich nog verweerd met een vleesmes, dat had hij vanuit de keuken meegenomen
toen hij weg wilde vluchten. Hij was boven gegaan om Irene te beschermen,
maar is door die vent gepakt.
- Nadine;
Wat was er gaande dan? Kende die vent het gezin? Had hij iets te vereffenen?
- Britt;
Dat weten we nog niet. Irene is heel erg geschrokken, maar ze kon dus niet
horen wat die vent tegen haar ouders heeft geroepen. Ze is heel erg in de
war. Ik wil haar voor de nacht graag laten opvangen in een beschermde groep
of woonvorm of zo. Ze kan niet in dat huis terug en ze is nog zo jong, dat
kunnen we haar niet aandoen.
- Nadine;
Bel sociale zaken maar en spreek af dat we haar elke momnet weer op kunnen
roepen. Als ze wat rustiger is moet ze opnieuw komen en proberen we een
signalement los te krijgen. En misschien dat ze dan ook wat beter kan
aangeven wat ze heeft zien gebeuren.
- Britt
loopt weer naar haar desk en belt sociale zaken om Irene op te halen en gaat
dan weer naar het verhoor, waar Irene nog steeds zit. Ze heeft een kop thee
en een koek bij zich en reikt dat aan. Irene zet het snel neer en pakt
angstig de hand van Britt en begint van nieuws te huilen. Weer slaakt ze
vreemde klanken uit en Britt besluit haar pen en papier te geven om
duidelijk te maken wat ze wil.
- Britt
voelt zich verdrietig als Irene schrijft: Mama.
- Britt;
Dat weten we nog niet. De dokters zorgen nu voor haar.
- Maar
uiteraard verstaat Irene dat niet en ze begint nog harder te huilen. Britt
legt een arm om haar heen en probeert haar te troosten.
- Dan
neemt ze zelf het schrijfblok en schrijft kort op dat haar mama in het
ziekenhuis is en de dokter hun best doen om haar beter te maken.
- Nadat
Irene is overgedragen aan de zorg van sociale zaken loopt Britt helemaal
afgepeigerd terug naar haar desk. Als ze haar tas wil pakken en iets
voorover staat doet voelt ze dat haar hele hoofd pijn doet. Ze gaat vlug
zitten om een aanval van flauwte op te vangen.
- Nadine;
Britt, kom je nog even? Ik geloof niet dat het zo goed samenwerk met die
Jonas, wel?
- Britt;
Misschien moeten we even aan elkaar wennen.
- Nadine:
Ik denk het niet. Hij is hier ook geweest en heeft gezegd wat er is
voorgevallen, maar ik ben ook benieuwd naar wat jij ervan vind.
- Britt:
Ach het valt wel mee.
- Nadine;
Vertel het maar, ik bijt niet.
- En
dus verteld Britt haar kant van de gebeurtenissen en al snel moet Nadine
beslissen dat Britt beter niet met Jonas kan samenwerken. Jonas wordt weer
vrijgegeven voor de federalen en Nadine beloofd een andere partner te zoeken
voor Britt tot Tony terug is, en NA dat ze drie dagen heeft gerust met haar
zere hoofd en neus.
- Britt;
Ik kan wel werken hoor.
- Nadine;
Maar ik wil dat je rust neemt. Maak het nou niet erger dan het is. De vorige
keer gaf je ook niet op tijd je grenzen aan, en je moet het me maar niet
kwalijk nemen dat ik daar nu zelf wat beter op ben ga letten. Ik wil jou
niet weer kwijt raken Britt. Bovendien, kun je je energie wel voor leukere
dingen gebruiken, zoals het plannen van je trouwerij.
- Britt;
Wat zal Johan zeggen als ik straks zo thuis kom?
- Nadine;
Vragen of je gebokst hebt? (lachend)
- Britt
wil ook lachen maar het doet verrekte pijn.
- Dan
gaat ze ook maar naar huis en eigenlijk vind ze wel dat Johan mild reageert
op het gebeuren. Wat ze niet wist was
dat Nadine hem al via de telefoon had voorbereid op wat er aan de
hand was, en had aangegeven dat Britt drie dagen niet mocht werken.
- Britt
heeft niet veel trek in eten, maar ze moet wel van Johan. Na het eten helpt
ze de kinderen wat met hun huiswerk en gaat dan vermoeid op de bank liggen.
- Als
de kinderen slapen gaat Johan lekker bij haar zitten en begint met haar
haren te spelen.
- Johan: Hey, Brittje, alles goed?
- Britt;
Gaat wel. Wat hoofdpijn.
- Johan:
Van die slag?
- Britt;
Ik denk het. Ik denk dat ik maar vroeg ga slapen.
- Johan:
Wil ik met je mee komen of wil je gewoon "slapen"?
- Maar
Britt zegt al niets meer en loopt naar de badkamer. Tijdens het
tandenpoetsen begint haar neus weer heftig te bloeden en als Johan, die net
binnenkomt, dit ziet, grijpt hij een handdoek, drukt die onder haar neus en
neemt haar gelijk mee naar het ziekenhuis om de neus nogmaals te laten
inspecteren.
- En
weer moeten er een paar bloedvaatjes dichtgebrand worden. Nu krijgt ze ook
gaastampons in haar neus geduwd. Meters lang, voor haar gevoel. Het voelt
aan of ze een appel in haar neus heeft, zo dik en opgezet.
- Er
wordt nog wat bloed afgenomen en ze moet even op de uitslag wachten. Er
wordt gekeken of ze niet teveel bloed is verloren en of de stolling wel in
orde is.
- Als
dat allemaal oké blijkt mag ze weer naar huis.
- Moe
en wat verdrietig gaat ze in bed liggen en rolt dicht tegen Johan aan en
zoekt warmte en veiligheid in zijn armen, en hij troost haar en koestert
haar.
- Britt:
Johan? (moe)
- Johan:
Ja, lieverd?
- Britt:
Zou Nadine het goed vinden als ik morgen vrijaf neem?
- Johan:
Lieverd, Nadine zegt dat je drie dagen niet mag komen.
- Britt;
Heeft ze je gebeld?
- Johan:
Ja. Ze wilde me even voorbereiden op je thuiskomst.
- Britt;
Ik voel me zo ziek (zachtjes huilend)
- Johan:
Kom lekker bij me, ik houd je goed vast. Heb geen bang.
- Maar
Britt kan moeilijk in slaap komen. Telkens als ze bijna in slaap valt
schrikt ze half in paniek wakker want ze wordt dan zo benauwd. Dat komt
omdat ze gewend is door haar neus te ademen in haar slaap, maar de neus zit
dus echt volgestouwd met gazen. Ten lange leste valt ze met haar mond open
in slaap en wordt dan na een kleine twee uurtjes weer wakker omdat ze zo'n
droge keel heeft. Ze moet er van hoesten en dat doet ook weer pijn. Ze is
bang dat het weer gaat bloeden en angstig maakt ze Johan wakker.
-
-
- Die
gaat voor haar een glaasje water halen en neemt haar weer even tegen zich
aan, waarna hij weer lekker in slaap valt en Britt andermaal begint om te
proberen ook weer in slaap te komen.
- De
volgende ochtend voelt ze zich geradbraakt. Johan stelt voor dat ze lekker
blijft liggen en dat hij de kinderen wel naar school werkt.
- Zelf
twijfelt hij of hij thuis zal blijven of toch maar gaat werken. Hij gaat nog
even bij Britt langs en vraagt of zij wil dat hij thuis blijft.
- Britt;
Ga maar werken, aan mij heb je toch niets vandaag.
- Johan:
Hoe is het met je hoofdpijn?
- Britt;
Gaat wel. Maar mijn neus doet zo'n pijn.
- Johan;
Weet je zeker dat je je redt vandaag?
- Britt;
Ik wil alleen maar slapen, en dat die pijn weg gaat.
- Johan
heeft echt met haar te doen. Hij ziet dat
Britt haar ogen al weer vochtig worden en gaat nog even dicht bij
haar liggen.
- Johan:
Bel je me als je niet meer alleen wilt zijn? Of als ik iets voor je kan
doen?
- Britt;
Ja, ik bel dan wel.
- Johan;
Probeer of je vandaag ten minste wat kan bijslapen, je hebt vannacht ook
weinig slaap gemaakt.
- Britt;
Ik kon niet slapen. Ik kon geen adem krijgen.
- Johan;
Het is even wennen om door je mond te ademen. Trouwens, de kinderen blijven
over tussen de middag, dus je hebt echt het rijk alleen, maar wel bellen als
ik wat doen kan voor je?
- Britt;
Dank je Johan dat je zo goed voor me zorgt.
- Johan;
Als je je beter voelt mag je me laten weten wat je bedoelt.
- Dan
geeft hij haar een voorzichtige zoen op haar wang en vertrekt toch maar naar
het werk.
-
- Op
het commissariaat zit Nadine te overdenken wie die zaak van Britt kan
overnemen. De mannen zijn allemaal druk, en ze denkt dat het ook beter is
dat een vrouw de zaak overneemt.
- Ze
zoekt in haar agenda wat nummers na en begint dan een nummer in te toetsen.
- Nadine:
Sofie? Hé, hoe is het met je? Ben je nog druk, of zou je ons hier uit de
brand kunnen helpen?
- Sofie:
Naar Gent wil ik zo terug komen. Heb je wat leuks voor mij?
- Nadine:
Als je vandaag nog hierheen kunt komen wil ik even wat met je overleggen.
-
- Dus
zo komt Sofie Beeckman rond de middag aan in Gent.
- Nadine;
Ik stel voor dat we gaan lunchen, maar ik denk dat we eerst samen eens naar
jou tijdelijke partner moeten gaan, maar die is wel ziek thuis op dit
moment.
- Sofie:
Met wie moet ik samenwerken?
- Nadine:
Britt.
- Sofie: Amai, da's nog eens leuk om voor terug te komen. Maar Tony dan?
- Nadine;
Die zit in Nepal.
- Sofie:
Maar wat is er dan met Britt?
- Nadine;
Per ongeluk een slag in haar gezicht gehad. Neusbeentje gebroken en een paar
fikse bloedneuzen gehad. Ze moet van mij drie dagen thuisblijven. We kunnen
zo even gaan zien hoe het met haar is, en misschien kan ze je wat informatie
geven zodat jij alvast op die zaak verder kan.
-
- Britt
had nog tot een uur of elf geprobeerd te slapen, maar was helemaal kriegel
geworden toen dat weer niet lukte en dus het bed maar uitgegaan. Nu zat ze
achter de computer en was aan het zoeken naar informatie over gebarentaal.
- Ze
was helemaal verrast dat er werd gebeld, want ze verwachte niemand.
- Ze
keek dan ook heel verrast dat ze Nadine en Sofie voor de deur zag staan.
- Britt; Hey, wat komen jullie doen?
- Nadine;
Kijken of jij je wel aan de voorgeschreven rust houdt.
- Britt;
Ik kan niet rusten. Ik heb vannacht geen oog dicht gedaan. Ik ben kapot.
- Sofie:
En waarom lig je dan niet in bed?
- Britt;
Ik word strontbenauwd als ik ga liggen. Ik krijg geen lucht.
- Inmiddels
is ze al in de keuken aan het trekken om koffie en thee te maken en ze heeft
ook al wat broodjes gepakt en staat die nu te smeren om haar
"gasten" voor te zetten.
- Nadine
loopt naar de keuken en neemt haar het werk uit handen en stuurt haar naar
de kamer terug waar ze aan de hoge tafel gaat zitten, om vooral rechtop te
kunnen zitten.
- Sofie
gaat achter haar staan en legt haar handen op Britt haar schouders.: Meid
wat ben jij gespannen. Laat die schouders eens hangen. Ontspan en adem eens
diep in, even vasthouden en rustig weer uit. Zo, goed zo, en nog een keer,
heel diep in, even vasthouden en rustig weer uitblazen.
- Britt;
Dank je Sofie. Ik was ook heel gespannen.
- Sofie:
Toch niet vanwege die zaak hoop ik?
- Britt;
Nee, ik werd zo angstig toen ik niet kon ademen en niet kon slapen.
- Sofie:
Dan zullen wij je niet te lang ophouden. Zou je me willen briefen wat je
hebt van die zaak, dan kan ik er alvast mee doorgaan, en als je weer de
straat opkan, dan doen we samen verder.
- Britt;
Hebben jullie al nieuws van die moeder?
- Nadine;
Daar gaat het niet zo goed mee. Ze is in coma geraakt.
- Britt;
En het meisje?
- Nadine:
Had een onrustige nacht en heeft naar je gevraagd.
- Britt;
Wat lastig dat je niet met haar kan praten.
- Sofie:
Waarom kan dat niet?
- Britt;
Ze is doofstom. Ik was al aan het zoeken naar iets van gebarentaal, maar dat
leer je niet zo snel hoor.
- Sofie:
Een heel klein beetje ken ik, maar ik zou er geen gesprek mee kunnen voeren.
- Britt;
Zal ik mee gaan naar haar toe?
- Nadine;
De enigste plek waar jij nu gaat is naar je bed. Jij zou rusten, weet je
nog?
- Britt;
Maar,... ik heb jullie broodjes ook nog staan.
- Sofie;
Daar helpen we je wel vanaf maar ga daarna toch nog lekker even proberen om
te slapen. Ik zal Irene laten weten dat jij bij haar komt zo gauw je dat
kan, oké?
- Britt;
Oké.
- Ze
zucht eens diep en haar ogen vallen al bijna dicht van vermoeidheid.
-
- Zo
treft Johan haar aan als hij om half vier thuiskomt.
- Nadat
Sofie en Nadine waren vertrokken was Britt voorover op de tafel gaan liggen
en had alsnog een stukje slaap gevonden, maar omdat ze op haar aangezicht
had gelegen, deed haar neus nu heel erg pijn.
- Toen
Johan haar voorzichtig wekte begon ze dan ook gelijk te huilen.
- Hij
hielp haar naar bed en ging bij haar liggen.
- Hij
hoorde haar aan wat er die dag zoal gebeurt was en streelde voortdurend door
haar haren.
- Hij
zat heel graag aan haar haren, en haar lichaam trouwens ook. Hij begon haar
nu over haar armen te strelen en gaf haar kleine zoentjes en merkte dat ze
zich wat ging ontspannen.
- Uiteindelijk
viel ze in slaap en Johan was zo blij dat ze dat eindelijk kon, dat hij haar
rustig liet liggen.
- Hij
had al werk meegenomen naar huis zodat hij de andere dag niet weer weg
hoefde en er voor Britt kon zijn.
-
- Ondertussen
was Sofie naar het opvanghuis gegaan waar Irene was ondergebracht.
- Irene
zat al heel de dag als een bang vogeltje in elkaar gedoken op het bed.
- Sofie
probeerde haar aandacht te trekken door een paar handgebaren te maken die ze
nog kende van heel lang geleden.
- Toen
ze haar politiepenning liet zien keek Irene haar aan en begon aan haar haren
te trekken.
- Sofie:
Je bedoelt mijn collega? (wijzend op haar blonde haren)
- Irene
maakte een schrijfgebaar en kreeg een blok met pen van Sofie, en schreef
daarop: Britt?
- Sofie:
Ziek (over haar hoofd wrijvend)
- Irene
wees op haar neus.
- Sofie
knikte.
- En
zo konden ze toch nog wat informatie uitwisselen alleen konden ze daar in
het onderzoek niets verder mee komen.
- Nadat
Sofie had opgeschreven dat Britt zo snel mogelijk langs wilde komen nam ze
afscheid en vertrok weer naar het commissariaat.
-
- Daar
ging helaas meteen de telefoon...
- Sofie:
Beeckman?
- Britt:
Sofie? Hoe was het met Irene?
- Sofie:
Angstig en verdrietig. Het is inderdaad heel moeilijk om een gesprek met
haar te hebben.
- Britt;
Overmorgen wil ik met haar gaan praten. Dorien heeft me wat uitgelegd over
gebarentaal. Leuk hč, dat ze dat tegenwoordig al in het basisonderwijs
meegeven. Dat er allerlei soorten mensen zijn en dat die toch eigenlijk wel
heel goed met elkaar overweg kunnen, als ze zich maar een beetje inzetten om
elkaar te grijpen.
- Sofie:
Zeg dat tegen dat volk wat wij regelmatig van de straat moeten halen.
- Britt;
Ik wil graag weer aan het werk,
- Sofie;
Hoe gaat het met je?
- Britt;
Gaat wel.
- Sofie;
Dan moet je nog even wachten. Als jij kan zeggen : Ik voel me prima, mag je
me komen helpen.
- Britt;
Jij bent je gevoel voor humor ook nog niet kwijt, wel?
- Sofie:
Gelukkig niet, anders zou ik het nier niet volhouden. Maar Nadine had gezegd
drie dagen, dus dat is morgen ook nog. Doe het rustig aan, dan kom ik je
overmorgen wel ophalen oké?
- Britt;
Dat zou ik heel fijn vinden.
- Johan
merkt aan Britt dat ze zich inderdaad al beter begint te voelen. Ze is wat
meer uit bed, en heeft niet meer zoveel pijn. De hele middag had ze op
internet bezig geweest met gebarentaal, en nadat Dorien uit school was
gekomen hadden ze samen even geoefend.
- Johan:
Maar als jij je weer zo goed voelt, zou jij dan voor het eten willen zorgen?
- Dorien: Neeeeeeeeee, ze kan niet koken.
- Britt;
Hé daar dame. Wie heeft er jarenlang voor jou eten gekookt?
- Dorien:
Jij, maar dat was niet lekker. Johan kan veel beter koken.
- Britt;
Maar Johan heeft vandaag vrijaf van de keuken, dus je zult wel moeten eten
wat de pot schaft, en anders heb je maar honger hoor.
-
- Op
het commissariaat had Sofie nu de uitslagen van het gerechtelijk
laboratorium binnen.
- De
vader van Irene was door messteken en die snijwond aan zijn hals overleden.
Maar er waren verschillende types bloed gevonden, en dat maakte de situatie
alleen maar lastiger.
- Zowel
Irene, als haar moeder hadden andere bloedgroepen dan ze op de overloop
hadden aangetroffen, dus was de recherche nog eens teruggegaan. Sofie moest
mee, om als officier ter plaatse aanwezig te zijn als er nieuwe bewijzen
konden worden opgenomen.
- Bij
aankomst bij het huis zag Sofie dat de verzegeling op de voordeur was
verbroken.
- Vlug
belde ze transmissie voor versterking. Hier waagt zij zich ook niet binnen.
- Na
een kwartier zijn Nick en Bruno op hun motoren aanwezig, en met getrokken
wapens gaan ze het huis binnen.
- Terwijl
hier de actie pas begint, is het bij Britt's huis doodsaai...
-
- Dorien
+ Simon: Gaan we een spel spelen? (zeurend)
- Britt:
Nu liever niet. ik heb mijn hoofd er niet zo naar staan.
- Simon:
Dan ga ik wel geschiedenis doen, want meneer heeft ons vandaag heel wat
moois verteld.
- Johan;
Zo, Simon, dan heeft die extra les van Britt toch resultaat gehad?
- Simon:
Zeker en gewis.
- Dorien:
Nou, dan ga ik ook wel lezen. Jullie zijn saaie pieten.
- Als
de kinderen boven zijn gaat Britt vermoeid op de bank hangen en ze staart
wat voor zich uit.
- Johan;
Wat is er Britt, waar zit je aan te denken?
- Britt;
Aan dat meisje, die Irene. Ze heeft waarschijnlijk met eigen ogen gezien dat
haar vader werd vermoord, en haar moeder ligt in coma. Irene is doofstom, en
ik denk dat ze het heel moeilijk zal hebben, want niemand zal haar
begrijpen.
- Johan:
Maar er zal toch wel familie zijn die haar kan opvangen?
- Britt;
Maar ik denk dat ze heel erg afhankelijk was van haar ouders.
- Johan;
Maar er zijn toch wel hulpinstanties?
- Britt
blijft afwezig zitten staren en Johan gaat dicht bij haar zitten en neemt
haar in zijn armen: wat is er toch met je Britt? Je bent zo stil?
- Britt;
Ik dacht aan Dorien. Die is haar papa al verloren en bijna was ik ook ...
- Johan:
Maar jij bent er gelukkig nog voor haar. En als jij over vier en halve week
mevrouw Van Lancker gaat heten dan heeft ze weer een mama en een papa.
- Britt;
Mevrouw Van Lancker? (sipjes)
- Johan:
Of bedenk je je en wil je niet meer met mij trouwen?
- Britt
; Jawel maar ……
- Johan:
Ik heb iets wat ik je wil laten zien. En Dorien trouwens ook. Wil je haar
even ophalen?
- Britt
loopt naar boven en moet de nodige moeite doen om Dorien te motiveren om mee
naar beneden te komen.
- Eenmaal
beneden vraagt Johan of ze wat willen drinken.
- Dorien:
Cola.
- Britt;
Niet door de week.
- Dorien:
Dan maar roosvicee.
- Britt;
Ik wil een glaasje water.
- Johan:
Zo doe maar duur. Hier heb ik iets voor jullie.
- Dorien:
Wat is dat allemaal? Het ziet er zo officieel uit.
- Johan;
Ik heb nagevraagd of jullie na het trouwen jullie eigen naam kunnen houden.
- Dorien:
En? (heel enthousiast, want eigenlijk was dat, behalve de foto's en een paar
stukjes herinnering aan Mark het enige wat ze nog had van haar papa)
- Johan;
Als jullie willen dan mag dat, maar dan moet ik dat volgende week wel weten
als ik naar de ambtenaar van de burgerlijke stand ga.
- Dorien:
Oh, heel graag. Ik ga het gelijk aan Simon zeggen.
- En
hup, daar vliegt ze de trap weer op, maar komt halverwege toch weer naar
benden en vliegt Johan om de hals en geeft hem een dikke zoen: jij bent
geweldig, en als jullie getrouwd zijn en ik mag Michiels blijven heten, dan
wil ik je gerust papa noemen hoor.
- Johan;
Dat mag je zelf weten Dorien, maar ik vind het heel fijn dat jij zo blij
bent.
- Als
Dorien weer boven is, kijkt Johan naar Britt , die nu met vochtige ogen op
de bank zit.
- Johan:
En jij Britt, wat zou jij willen?
- Maar
Britt zegt niets, die is met haar gedachten mijlenver weg.
- Johan
neemt haar mee naar de slaapkamer waar ze zich in een automatisme omkleed en
op bed gaat liggen. Johan gaat dicht bij haar liggen en legt zijn arm om
haar heen en draaide haar naar zich toe.
- Johan:
Gaat het liefje?
- Britt;
Johan, je maakt me zo gelukkig, maar ik raak er ook van in de war.
- Johan:
Waarom dan?
- Britt;
Ik vind het zo edelmoedig van jou dat je mij de naam van Mark wilt laten
houden, maar nu we ook al geen kindjes kunnen krijgen, en ik ook al je naam
niet zou aannemen... het voelt heel vreemd.
- Johan;
Britt, lieverd, de gedachte dat je voor altijd bij mij zult blijven vervult
mij met eeuwige liefde. Een naam of een kindje zullen daar weinig aan
veranderen, als ik maar weet dat ik elke dag bij jou thuis kan komen, en dat
jij er voor me bent.
- Britt
begint nu van blijdschap te huilen en slaat haar armen om Johan heen.
- Voorzichtig
draait hij bovenop haar en begint haar te zoenen en langzaam geraken ze in
een liefdesspel en genieten intens van elkaar.
-
- Als
ze de andere ochtend wakker worden is Britt nog helemaal blij en gelukkig
loopt Dorien er nu ook wat beter gestemd bij dan gisteren.
- De
kinderen gaan naar school en Britt wil gaan werken maar Johan belet haar dat
en om haar af te leiden neemt hij haar na het ontbijtje weer mee naar bed en
begint opnieuw de liefde met haar te bedrijven.
-
- Rond
een uur wordt er aan de deur gebeld.
- Het
is Sofie, met rooddoorlopen ogen.
- Johan:
Kom gauw binnen. Wat is er Sofie?
- Sofie:
Het is helemaal fout gegaan gisteren. Ik moet Britt spreken.
- Het
bleek dat toen ze de dag ervoor naar het huis waren terug gegaan, waar door
de politie verzegeling heen was gebroken. Daarop had Sofie versterking
opgeroepen en waren ze het thuis binnen gegaan. Daar hadden ze twee mannen
aangetroffen die de boel nog verder overhoop hadden gehaald. Die hadden ze
dus betrap en willen arresteren. Daarbij was het op een handgemeen
uitgedraaid en was er een wapen afgegaan.
- Een
van de jongens van het sporenteam was daarbij levensgevaarlijk gewond
geraakt en Sofie trok zich dit behoorlijk aan. Ofwel duidelijk was dat het
niet haar wapen was. En niet haar fout, want ze hadden de taken goed
verdeeld, voelde ze zich super ellendig.
- Peter
Claesens was nog maar een jonge vent, van achter in de twintig en had nog
een klein kindje. Nu lag hij te vechten voor zijn leven. Sofie was deze
ochtend nog op het ziekenhuis geweest, maar het zag er nog steeds
zorgwekkend uit.
- Britt;
Wil ik zo met je meegaan naar het commissariaat?
- Johan:
Britt.
- Britt;
Om Sofie te steunen.
- Johan:
Wil je alsjeblieft nog niet de straat op gaan, ik bedoel op een zaak gaan
werken?
- Britt;
Dat beloof ik Johan.
- Sofie
huilt even lekker uit op Britt haar schouder en na een uurtje of zo gaan ze
samen naar de Belfortstraat.
- Nick
en Bruno waren in het verhoor bezig met een van de verdachten die ze de dag
ervoor in het huis van Irene hadden opgepakt, maar hij was absoluut weinig
coöperatief.
- Britt
merkte aan Sofie dat die heel erg kwaad was.
- Nadine
riep gelijk even Britt in het kantoor.
- Nadine;
Jij zou toch nog niet werken??
- Britt;
Ik ben meegekomen om Sofie wat te steunen. Die trekt het zich heel erg aan
van Peter.
- Nadine;
Ik heb net even gebeld, en ze zeggen dat hij gelukkig stabiel is, en dat hij
sinds een uurtje weer zelfstandig kan ademen dus niet meer aan de machine
ligt.
- Britt;
Dat is goed om te horen. Maar hoe is het gebeurt?
- Nadine:
Dat kun je denk ik beter aan een van hun zelf vragen, maar liever nu nog
niet.
- Morgen
ben je weer van de partij?
- Britt;
Graag , ik heb genoeg thuis gezeten.
- Nadine;
Hoe is het met de pijn?
- Britt;
Is te dragen. Ik ga zo even mijn mailbox nakijken en dan denk ik dat ik
Sofie vanavond maar bij ons te eten vraag.
- Nadine;
Heel aardig van je Britt. Die afleiding kan ze denk ik wel gebruiken.
-
- Als
Britt weer achter haar bureau gaat zitten, voelt dat eigenlijk toch ook wel
heel vertrouwd.
- Snel
opent ze haar mail en ziet tot haar vreugde dat Tony haar ook een mailtje
heeft gestuurd. De inhoud was niet zo vrolijk, want gelijk na aankomst in
Kathmandu had ze kiespijn gekregen en bij een tandarts geweest die de boel
had liggen verkloten. Toen moest ze naar de kaakchirurg en die had haar drie
dagen in het ziekenhuis gehouden. Nu was de verstandskies eruit, de
ontsteking onder controle en dus kon ze aan de reis beginnen. Ze had den
bijlage meegestuurd, met een voorlopige, ruwe indeling van waar ze heen zou
gaan, en ze sloot af met de mededeling dat ze wilde proberen ongeveer een
keer per week te mailen, en ze hoopte dat Britt terug zou mailen over de
ontwikkelingen voor de bruiloft.
- Britt
keek met een glimlach naar het scherm waar nu een grote foto van Tony op
kwam, die gemaakt was voor een van de boeddhistische tempels die de stad
rijk was.
- Sofie
zag Britt glimlachen en liep even naar haar bureau en vond het eigenlijk wel
een supervinding, dat e-mailen en die foto's mee kunnen sturen.
- Britt;
Ze moedig hč, helemaal alleen naar zo'n ver land.
- Sofie;
Ik wou dat ik het lef had.
- Britt;
Leven is het meervoud van lef, en dat heeft ze.
- Sofie:
Petje af. Ik hoop dat ze geniet.
- Britt;
Dat weet ik wel zeker als ik haar op die foto zie.
- Zo
kletsen ze nog een poosje door en dan gaan ze samen naar Britt 's huis voor
de avondmaaltijd, en gelukkig mag Britt de andere dag haar werkzaamheden,
voorzichtig, hervatten.
- Haar
eerste doel: Naar Irene toe gaan.
- Nadine:
Wat ben jij van plan, Michiels? (streng, wanneer Britt naar Irene wilde
gaan)
- Britt:
Ik wilde...
- Nadine:
... naar Irene gaan? (radend)
- Britt; Uhm, ja... (twijfelend)
- Nadine:
Daar komt niks van in!
- Britt:
Maar Nadine, ik had haar dat beloofd. Ik moet haar nog eens spreken over wat
er gebeurt is in dat huis.
- Nadine:
Britt, ze heeft je neus gebroken geslagen. Ik kan dat niet goedkeuren.
- Britt:
Maar dat ging per ongeluk. En Sofie gaat met mij mee.
- Sofie:
Ze zal Britt echt niet wat doen. We willen ook weten hoe het nu met haar is.
- Nadine:
Maar pas heel goed op. Volgens Raymond hadden die twee mannen die bij dat
huis waren nog een handlanger, en die hebben we nog steeds niet. We moeten
donders goed oppassen of die jullie niet volgt anders is dat meisje nog niet
veilig.
- Britt;
We zullen heel goed oppassen. We gaan trouwens eerst eens zien op het
ziekenhuis hoe het met de moeder gaat.
- En
net als ze willen weglopen gaat Britt haar telefoon.
- Het
was het ziekenhuis: de moeder van het meisje was aan de gevolgen van die
slag op haar hoofd ook overleden.
- Britt
zijgt neer in haar stoel en voelt haar tranen omhoog komen.
- Sofie:
Amai Britt, wat is er met u?
- Britt;
De moeder van Irene. Ze is......... Ze is dood. Nu is dat arme kind haar
beide ouders kwijt.
- Sofie:
(heel boos nu) Verdomme. Ook dat nog. Oh, wat baal ik hier van.
- Nadine:
Rustig Sofie, zo schiet niemand er wat mee op. Probeer of je wat te weten
kunt komen van dat meisje, en denk eraan: voorzichtig, allebei, ja?
- Britt;
Doen we. (over haar neus wrijvend)
- Sofie:
Wat scheelt er, Britt?
- Britt:
Mijn neus jeukt. (met een vies gezicht)
- Nadine:
Das een goed teken, dan is hij aan het genezen. (lachend)
- Met
lood in hun schoenen begeven Sofie en Britt zich naar het opvanghuis waar
Irene is ondergebracht. Inmiddels is er al wel familie opgespoord, maar dat
waren oude mensen die absoluut niet de zorg voor Irene op konden nemen. Van
vaders kant was er geen familie bekend en dus zaten ze met de situatie: wat
nu?
- Hier
was er slechts een tijdelijke plek, maar er moest een pleeggezin gevonden
worden voor Irene.
- Britt
voelde zich weeďg worden om het hart
- Sofie
nam haar bij de arm en leidde haar mee naar de gang.
- Sofie:
Britt, ik weet wat je denkt, maar doe het niet.
- Britt;
Maar ze is helemaal alleen.
- Sofie;
Britt, uit professioneel oogpunt, doe het niet. Ik snap best dat je heel erg
bezorgd om haar bent. Dat ben ik ook, maar het is niet niks om de zorg voor
haar op te nemen. Met
haar handicap, en ze is al twaalf jaar, en……
- Britt;
Maar die handicap hoeft het probleem niet te zijn.
- Sofie;
Je kunt haar heus wel eens gaan bezoeken Britt, maar alsjeblieft, denk ook
aan jezelf en aan je gezin.
- Britt
zucht eens diep. Ze weet dat Sofie gelijk heeft, maar toch.
- Dan
gaan ze weer binnen en Britt probeert de gebarentaal uit die ze samen met
Dorien heeft geoefend, en wonderwel kan Irene haar goed begrijpen.
- Britt
vraagt of Sofie aantekeningen mag maken, en als ze klaar zijn dat ze een
verslag gaan typen en als dat klopt met wat Irene hun "verteld"
dan moet ze daar haar naam onder zetten een word het een officieel
bewijsstuk.
- Ze
gaat er mee akkoord en dus begint Britt haar best te doen om informatie los
te krijgen. Soms gaat het wat moeizamer, maar omdat Irene nog zo jong is
kunnen ze in heel eenvoudige bewoording toch veel los krijgen.
- Als
ze gedaan hebben vraagt Irene weer naar haar moeder, want hier hadden ze er
nog niets over losgelaten.
- Toen
begon Britt echt te balen, want nu moesten zij zeggen dat haar moeder was
overleden.Irene reageert intens verdrietig en Britt neemt haar stevig in
haar armen en probeert haar te troosten.
- Ze
blijven wel meer dan een uur bij Irene maar moeten haar dan toch weer
achterlaten. Britt zegt toe om contact te leggen met die oude oom en tante
zodat ze wel samen voor de begrafenis kunnen zorgen, maar dat er daarna dan
toch naar een pleeggezin moet worden gezocht.
-
- Op
het commissariaat zet Sofie zich achter haar computer om het verslag in te
typen. Britt gaat even in de kantine zitten en probeert de zaken wat op een
rijtje krijgen. Ze was heel erg gegrepen door het verdriet van Irene. Maar
ze kon er niet veel aan doen om dat minder te maken. Ze sloot haar ogen en
dacht eraan hoe dankbaar ze zelf was dat ze al haar sores had kunnen
navertellen. Ze prees zich zielsgelukkig met Dorien en met Johan en Simon.
- Nog
vier weken, dan was de grote dag.
- Even
krijgt ze dan ook een rilling van genot door haar rug heen, als ze aan haar
trouwdag denkt...
- Ze
glimlacht zwakjes...
- Plots
komt Vanbruane de kleedkamer ingelopen...
- Nadine:
Irene is weggelopen!
- Britt:
Shit, dat moeten we er net niet bij hebben.
- Nadine:
Hebben jullie enig idee waar ze heen kan zijn gegaan?
- Sofie:
Ik heb een vermoeden. Kom Britt, we gaan haar zoeken.
-
- In
de wagen kijkt Britt Sofie vragend aan.
- Britt;
Wel, zeg je het nog of kom ik er wel achter als we haar gevonden hebben?
- Sofie:
Ze zei toch tegen jou dat er iemand was geweest die geld van haar vader
wilde voor een auto?
- Britt:
Ja, en? Er stond geen auto bij het huis dus ik denk dat ze die ook niet
hebben.
- Sofie:
Irene liet een foto zien van hun andere huis, en daar was een garage bij. Ik
dacht zo als wij daar eens gingen kijken ......
- Britt:
...dan maken we kans dat Irene daar ook is?
- Sofie:
Jij mag niet meer raden.
-
- Nadat
ze een half uurtje hebben gereden komen ze aan bij een klein oud huisje, weg
van de bebouwde kom. Het ziet er gammel en gevaarlijk uit.
- Sofie:
Britt, kijk heel goed uit. Het ziet er nogal bouwvallig uit en ik wil geen
gelazer met Nadine als jij weer gewond raakt.
- Britt;
Hoezo : Weer?
- Sofie:
Je neus? Of ben je dat al vergeten?
- Britt;
Oh dat. Nee, ik pas wel op.
- Voorzichtig
lopen ze eerst eens om het huisje heen en proberen te zien of ze binnen
kunnen kijken, maar overal zitten gordijnen voor de ramen. Het ziet er
onbewoond uit.
- Dan
lopend ze naar het achterom en voelen aan de deur of die open wil en het
lukt ook nog.
- Sofie
heeft haar wapen ter hand genomen. Ook Britt volgt met haar wapen in de hand
naar binnen.
- Voorzichtig
kijken ze eerst beneden rond, maar treffen daar niemand aan.
- Britt
loopt naar de trap maar wordt door Sofie tegengehouden.
- Sofie:
(fluisterend) Die trap is gevaarlijk.
- Britt;
Zie dan dat er stappen in het stof staan, Irene kan hier geweest zijn en
naar boven zijn gegaan.
- Sofie:
Britt, voorzichtig.
- En
voorzichtig, zoals opgedragen, kruipt Britt de trap op.
- Maar
bijna bovenaan de trap ........begint het hele gevaarte te wiebelen en stort
het hele huis in...
- Sofie
haast zich naar buiten en ziet hoe het huis helemaal ineenstort...
- Als
het gevaar geweken lijkt, gaat ze tussen de brokstukken op zoek naar Britt
en Irene...
- Sofie:
BRITT?! (in paniek)
- Sofie
werpt zich tussen de brokstukken en begint steeds harder te schreeuwen.
- Ondertussen
bellen mensen, die het geschreeuw van Sofie en het enorme lawaai van het
instorten van het huis horen, de ambulance.
- Voor
Sofie haar gevoel duurt het uren vooraleer de hulpdiensten er zijn. Nog
steeds heeft ze geen teken van Britt gevonden.
- Ze
legt haar hoofd schuin en probeert te horen of er iemand om hulp roept. Heel
vaag hoort ze een gerammel en ze begint nog fanatieker te zoeken.
- Ze
haalt haar handen los aan het puin maar ze slaagt er uiteindelijk in om bij
het geluid te komen en ziet tot haar opluchting dat het Irene is.
- Ze
slaat haar armen om Irene heen om aan te geven dat ze haar wil beschermen.
- Irene
kijkt haar angstig vragend aan.
- Sofie:
Ik weet niet. Ik weet niet waar Britt is.
- Ze
weet dat Irene haar niet kan horen maar ze denkt dat Irene het wel begrijpt.
Irene blijkt behalve een paar schaafwonden geen verwondingen te hebben
opgelopen, hooguit flink de schrik te pakken gekregen.
- Sofie
helpt haar overeind en nu beginnen ze samen te zoeken naar Britt.
- Sofie
gebaard naar Irene dat Britt boven aan de trap was, waarop Irene zich
omdraait en direct naar de plek loopt waar de trap ooit had gestaan.
- Samen
beginnen ze daar nu ook de stenen en het hout weg te halen.
- Plots
ziet Sofie een hand liggen. Nu moeten ze heel voorzichtig te werk gaan om te
voorkomen dat het puin weer naar beneden komt en Britt weer zal bedelven.
- Net
als ze Britt haar gezicht vrij hebben komt er ook al hulp van de brandweer,
de politie en de ambulance en moeten Sofie en Irene uit het puin weg om de
anderen hun werk te laten doen.
- Irene
wordt in de ambulance nagekeken en krijgt een goedkeurende blik van de arts
en mag dan weer naar Sofie toe.
- Sofie
kijkt hoe de brandweer bezig is om Britt te bevrijden. Ze ziet geen
bewegingen bij Britt en ze maakt zich behoorlijk ongerust. Dan voelt ze een
hand in de hare glippen en ziet dat Irene haar een bemoedigende hand
toesteekt.
- Sofie:
Ik ben zo bang.
- Irene
schudt: Nee, ten teken dat het niet erg zal zijn.
- Als
Britt uit het puin bevrijd is word ze op een brancard en in de ambulance
gelegd en de deuren worden gesloten, zodat Sofie nog niet weet hoe het met
haar is.
- Een
agent komt bij Sofie en vraagt wat ze in vredesnaam in die bouwval te zoeken
hadden.
- Sofie
(boos van de schrik) Man, zie je dat niet, dat is mijn collega.
- Agent:
Nochtans stond er een bordje verboden toegang, maar u kunt blijkbaar niet
lezen.
- Geďrriteerd
pakt Sofie haar eigen politiepenning en begint dan te vertellen dat ze op
zoek waren naar Irene, en dat die getuige was geweest van de moord op haar
vader, en dat er verdenkingen zijn dat er in dit huis, of wat er nog van
over is, mogelijk bewijzen te vinden zijn.
- Agent:
Dan vrees ik dat we het terrein moeten afzetten een alles grondig moeten
onderzoeken. Doen wij dat of doet jullie eigen team dat?
- Sofie:
Ik neem wel even contact op met mijn eigen commissaris, als je even geduld
hebt.
-
- Dus
belt Sofie naar Nadine.
- Nadine:
Sofie, hebben jullie het meisje gevonden?
- Sofie:
(wat twijfelend) Ja.
- Nadine;
Wat is er? Je klinkt zo .....zo twijfelachtig.
- Sofie:
Ze was in het huis wat ik verwachtte, maar het huis...
- Nadine:
Sofie?? Britt!!!???
- Sofie:
Ja Britt is .... Ze word nu onderzocht.
- Nadine;
Sofie wat is er met Britt?
- Sofie:
Wel, ze wilde boven gaan zoeken naar Irene en toen ze boven aan de trap was,
toen begon alles te kraken en te schudden en toen is het hele huis in elkaar
gestort.
- Nadine;
Mijn God. Sofie. Hoe gaat het met haar?
- Sofie:
Goddomme Nadine, luister jij niet of zo? Ik zeg toch dat ze onderzocht word.
Ik mag er ook niet bij.
- Nadine;
Waar zijn jullie? In het ziekenhuis?
- Sofie:
Nee nog bij de restanten van het huis. Maar ik denk dat daar bewijzen liggen
en dus zal hier de hele puinhoop centimeter voor centimeter moeten worden
nagezocht en nu wil de politie hier weten of zij dat moeten doen of dat wij
dat zelf doen.
- Nadine;
Het is jullie zaak, en ik vind dat jullie dat ook zelf moeten uitzoeken. Ik
zal een team van de sporendienst sturen en wil ik ook wat van je collega's
laten komen?
- Sofie:
Graag, dan kan ik zo met Britt en Irene mee.
- Nadine:
Hoe is het met het meisje?
- Sofie:
Wat schaafwondjes en flink de schrik, maar verder is ze oké.
- Nadine:
En nu maar hopen dat Britt ook oké is. Laat me horen zodra je iets weet?
- Sofie:
Doe ik. Dag Nadine.
- Dan
loopt ze weer naar de ambulance maar mag nog niet binnen.
- Boos
loopt ze nu door het puin te stampen. Ze is echt kwaad in haar hoofd. Kwaad
omdat ze Britt nog zo had gewaarschuwd en nu lag die mogelijk weer gewond
daar in die ambulance.
- Ze
gaat op een stapel stenen zitten en begint te huilen.
- Irene
komt bij haar staan en legt haar armen om haar heen. Dan maakt ze een
schrijf beweging en Sofie reikt haar een notitieblok aan waarop ze ijverig
begint te krabbelen.
- Sofie
leest snel met haar mee en schrikt als ze de eerste woorden ziet.
- "Geweer,
geld"
- Bij
Sofie raast er van alles door het hoofd, maar ze kan er niet veel mee, omdat
ze niet voldoende weet van gebarentaal. Ze denkt nog: "verdomme Britt,
jij zou hier heel goed kunnen helpen.Waarom nu dit weer?"
- Dan
gaat de ambulance open en komt de arts op Sofie aflopen.
- Arts;
We kunnen niet zeker zijn, dus we nemen haar mee naar het ziekenhuis,. Gaat
u ook mee?
- Sofie:
Ja, ik moet heel even iets doorgeven aan mijn collega's, en ik zie dat ze er
al aankomen.
- Vlug
draagt Sofie over dat er gezocht moet worden naar een geweer, en naar een
sportzak met mogelijk geldbundels erin.
- Dan
stapt ze bij in de ambulance. Irene mag op de bijrijderplaats en Sofie gaat
naast Britt zitten, die nog heel wazig en verward voor zich uit ligt te
kijken. Ze hebben haar een halskraag omgedaan en ze heeft een infuus
gekregen.
- Sofie
wil haar wangen strelen en dan ziet de arts dat Sofie haar handen ook
helemaal onder het bloed zitten. Hij pakt haar handen en drukt er
voorzichtig op, waardoor de wonden van nieuws beginnen te bloeden en Sofie
nu toch wel een beetje begint te piepen van de pijn. Door de angst had ze
niet eens gemerkt dat ze zelf ook gewond was geraakt. De arts giet rijkelijk
desinfectans op de handen die behoorlijk bijt in de wonden. Dan legt hij
grote gazen er omheen en wikkelt er verband overheen.
- Daar
zit ze dan: beide handen in het verband en een behoorlijke pijn, en ze kan
niets doen voor Britt.
-
- In
het ziekenhuis ziet ze al dat Nadine gelijk ook was gekomen maar ze hebben
geen tijd om te praten. Zowel Sofie als Britt worden gelijk, elk apart in
een onderzoeksruimte gebracht voor verder onderzoek dan wel behandeling.
- Met
name het reinigen van de handen doet bij Sofie nogal pijn. Ze heeft
een paar flinke sneeën in haar handen en een paar ingescheurde nagels. Als
profylaxe krijgt ze gelijk een paar anti-tetanusinjecties in haar bil en
moet echt even op haar tanden bijten. De verplegers zijn tegenwoordig niet
zachtzinnig als ze zoiets moeten doen.De sneeën worden gehecht en over de
kapotte nagels word een speciale lijm gebracht en daarna krijgt ze tape over
de nagels en dat moet drie dagen blijven zitten.
- Dan
mag ze weer naar de wachtkamer waar Nadine haar opwacht en gelijk even in de
armen sluit.
- Nadine;
Gelukkig, je bent er goed vanaf gekomen. Wat was er met je handen?
- Sofie:
Wat sneetjes. Zijn gehecht. Moet even een beetje oppassen maar het komt wel
goed. Ik ben alleen bang dat ik nu niet zo snel kan typen.
- Nadine:
Daar heb je collega's voor, toch?
- Sofie:
En jij denkt dat die dat voor mij willen doen?
- Nadine;
Ja, hoor, die doen dat wel. Als jij later eens een rondje geeft in de Combi,
zal dat allemaal wel loslopen.
- Sofie:
Heb jij al iets gehoord van Britt? Goddomme, ik zei nog zo dat ze moest
oppassen, en toen begon die hele zooi in elkaar te donderen.
- Nadine:
Ga eens rustig zitten. Koffie?
- Sofie:
Graag.
-
- Na
een half uur komt de arts van Britt ook binnen lopen en verteld dat de
verwondingen van haar gelukkig meevallen en dat ze ook mee terug naar huis
mag.
- Sofie:
Wat was er met haar?
- Arts:
Blijkbaar is ze ergens onder gekomen dat het gewicht van het hout en die
stenen heeft opgevangen. Ze heeft een lichte hersenschudding, wat
schaafwonden en kneuzingen aan haar schouder, maar verder komt ze er met de
schrik vanaf. U kunt naar haar toegaan.
- Sofie
weet niet hoe snel ze naar Britt toe moet lopen en valt haar in de
onderzoekkamer huilend om de hals.
- Britt;
Rustig maar Sofie, het stelt niets voor. Hooguit wat schrik.
- Sofie:
Wat gebeurde er daar boven aan die trap?
- Britt;
Wel, toen ik de laatste trede wilde nemen toen leek het of de trap begon te
bewegen en het volgende moment ligt ik onder de trap. Ik hoorde een boel
lawaai en ik zag allemaal stof en toen werd het even zwart.
- Sofie:
Even? Je bent goddomme meer dan een uur weg geweest.
- Britt;
Zo lang? Ik dacht echt maar even een paar secondes.
- Sofie;
Maar het gaat nu weer? Kun je staan?
- Britt
komt overeind en voelt haar hoofd bonzen. Ze blijft even heel stil staan om
het beeld voor haar ogen stil te zetten en trekt dan haar jasje weer aan wat
op een stoel was gelegd.
- Britt;
Kom, we moeten naar Irene toe.
- Sofie:
Jij gaat naar huis en je gaat rusten. De arts zegt dat je een
hersenschudding hebt.
- Britt:
Ik kan nu niet naar huis gaan. Johan vermoord me als hij hoort dat ik weer
wat heb mispeuterd.
- Sofie:
En ik neem je niet mee naar het commissariaat.
- Ineens
grijpt Britt naar haar hoofd en begint het haar allemaal te duizelen. Ze
graait om zich heen naar iets om zich aan vast te houden en zakt pardoes bij
Sofie in haar armen.
- Sofie:
Toch maar naar huis dan?
- Britt;
Graag.
-
- En
weer eindigt het avontuur voor Britt in bed. Ze heeft stevig de balen. En
omdat ze weer gewond is, maar ook omdat ze Sofie zo angstig heeft gemaakt.
En nu kan ze weer niet met Irene praten en dat doet haar nog het meeste
zeer.
- Johan
kan het niet meer opbrengen om boos te worden op haar. Het spijt hem dat ze
weer gewond is, en hij is blij dat ze thuis is, maar het voelt gewoon niet
goed. Die avond reageert hij ook vrij afstandig tegen Britt, die dit
dondersgoed in de gaten heeft en verdrietig in bed ligt te huilen.
- Tegen
beter weten in gaat Britt de andere dag weer gewoon aan het werk. Ofwel ze
een stevige hoofdpijn heeft legt ze opnieuw contact met Irene. Dan horen ze
dat donderdag de gezamenlijke begrafenis van Irene's ouders is in Dongen en
ze zegt toe dat ze daarbij aanwezig zal zijn.
- Ze
vind dat dat het minste is wat ze voor Irene kan doen.
-
- Na
de lunch zit ze diep over de papieren gebogen en probeert uit te puzzelen
wat er allemaal gebeurt is in dat huis waar Irene haar ouders waren
vermoord.
- Het
sporen onderzoek van het ineen gestorte oude huis heeft inderdaad een wapen
opgeleverd en een zak vol geld, zo'n slordige EUR 50.000,==.
- Sofie
fluit eens tussen haar tanden door als ze het bedrag hoort.
- Sofie:
Wat moest ie daarmee?
- Britt;
Ik denk schulden afbetalen.
- Sofie:
Welke schulden?
- Britt;
Er zijn aanwijzingen dat hij gechanteerd werd.
- Sofie;
Door wie? En waarom?
- Britt;
Lees jij zelf geen aantekeningen meer door? (een beetje chagrijnig)
- Sofie:
Sorry Britt, ik wist niet dat je boos was.
- Britt:
Hou effe op wil je? We hebben hier een zaak op te lossen.
- Sofie;
Wat eet jij tegenwoordig voor lunch? Woede?
- Nu
wordt het Britt teveel en ze stampt het lokaal uit en trekt zich terug op
het toilet waar ze een potje begint te janken.
- Wat
ze niet wist was dat Nadine ook op het toilet was en haar kon horen.
- Nadine:
Britt, wat scheelt eraan?
- Britt;
Niets.
- Nadine:
Oh, je huilt om niets. Nou dan vraag ik niet verder.
- Britt;
Johan...
- Nadine
at is er met Johan?
- Britt;
Hij deed zo afstandelijk gisteren, en hij is heel boos, denk ik.
- Nadine;
Ben je in orde Britt? Ik dacht dat je een hersenschudding had en moest
rusten?
- Britt;
Ik wil niet thuis zijn. Johan is boos.
- Nadine:
Kom, ik breng u terug en dan ga je maar eens een flink partijtje slapen en
als Johan thuiskomt, moeten jullie eens goed gaan praten.
- Britt
begint nu nog harder te huilen en Nadine neemt haar troostend in haar armen.
- Nadine: Amai, dit gaat u heel erg aan het hart niet?
- Britt;
Ik mis hem zo.
- Nadine:
Wie?
- Britt
: Johan natuurlijk.
- Nadine:
Wel dan, des te meer reden om naar huis te gaan en het uit te praten.
- Britt;
Zou u mij willen brengen., Ik ben steeds zo duizelig en heb zo'n hoofdpijn.
- Nadine;
Ik pak even mij jas en ga dan met je mee.
-
- In
haar kantoor belt Nadine eerst naar Johan en legt hem de situatie uit en
brengt dan Britt naar huis en zorgt dat die op bed gaat. Zelf blijft ze nog
even om de kinderen op te vangen en uit te leggen dat Britt een paar dagen
rustig aan moet doen. Ook Johan is snel naar huis gekomen en zit nu al met
betraande ogen bij Britt. Hij had duidelijk ook spijt van zijn gedrag van de
avond ervoor en bied wel duizend keer zijn excuses aan.
- Hij
durft echter geen fysieke toenadering te zoeken tot Britt, uit angst dat ze
hem afwijst.
- Johan:
Britt, zou ik u mogen aanraken?
- Britt;
mhmm.
- Johan:
Alstublieft?
- Britt
ligt nog steeds met haar rug naar hem toe . Ook zij mist hem vreselijk maar
het kost haar zo'n moeite om oogcontact te maken. Ze voelt dat ze zelf
schuld heeft aan de situatie. Johan had nog zo gevraagd of ze voorzichtig
aan wilde doen, en koud een dag terug op het werk is ze alweer gewond. Heel
langzaam keert ze toch naar hem toe en kijkt hem smekend aan, alsof ze wil
vragen: Neem me in je armen.
- En
Johan kan haar vraag in haar ogen lezen en neemt inderdaad Britt dicht tegen
zich aan en samen huilen ze een potje.
- Britt;
Johan, het spijt me zo dat ik niet beter naar je heb geluisterd.
- Johan:
Geen spijt Britt. Wie ben ik om te zeggen dat jij je werk niet mag doen?
- Britt;
Maar u had nog zo gezegd het voorzichtig aan te doen. Sofie zei dat ook en
toch ging ik die trap op.
- Johan:
Kon jij weten dat die trap zo slecht was dan?
- Britt;
Nee, niet van die trap, maar dat huis zag er zo oud uit, en ..
- Johan:
Het geeft niet Britt. Ik ben al lang blij dat ik u weer in mijn armen kan
nemen.
-
- Het
komt gelukkig allemaal goed. Britt ziekt thuis een weekje uit. Dan moet ze
nog naar het ziekenhuis in verband met die tampons die ze in haar neus had
om te laten verwijderen. Daar word ze zo beroerd van dat ze gelijk nog een
dag extra thuis kan blijven omdat ze alles aan elkaar kotst.
-
- Nog
drie weken tot de trouwerij. Britt begint langzaam toch wel wat
zenuwachtiger te worden.
- Ze
wil zo graag met haar beste vriendin praten over hoe ze zich voelt, maar ja,
Tony zit ver weg in Nepal.
- Dan
probeert ze maar om een e-mailtje op te zetten en dat naar Tony te sturen,
en hoopt dat Tony snel zal antwoorden.
-
- Op
maandag gaat ze dan weer aan het werk. Sofie heeft zich vol overgave op de
moord van Irene's ouders gestort en heeft ondertussen twee verdachten ,
althans op papier. Ze moet nog gaan zoeken naar bewijzen die de man en de
vrouw kunnen linken aan de roofoverval waarbij Irene's ouders zijn
overleden.
- Als
Britt gaat zitten komt Sofie haar een kop koffie brengen en een brief.
- Britt
kijkt haar wat verward aan: Waar heb ik dit aan te danken?
- Sofie:
Sorry nog, dat ik vorig week zo rot tegen je deed.
- Britt;
Ik zat niet lekker in mijn vel. Ik moet het bij mezelf gaan zoeken.
- Sofie:
Toch, sorry, en ik hoop dat we de rest van de tijd dat we samenwerken weer
gewoon verder kunnen?
- Britt;
Als het aan mij ligt wel ja. En bedankt voor de koffie.
- Dan
begint ze aan de brief. Die was van Irene. Er was voor tijdelijk een
gastgezin gevonden waar ze werd opgevangen. Ze schreef dat ze het jammer
vond dat Britt er niet bij kon zijn tijdens de begrafenis, maar ze had
begrip voor de situatie en hoopte dat Britt op tijd hersteld zou zijn voor
haar grote dag. Ze wenste haar alvast veel geluk en een goede toekomst samen
met haar aanstaande man.
- Britt
kreeg traantjes in haar ogen en Sofie zag dat direct.
- Sofie:
Mag ik vragen wat ze schreef?
- Britt;
Dat ze een tijdelijk adres heeft, en dat ze hoopt dat ik op tijd voor de
bruiloft gezond ben. De lieverd.
- Sofie;
Zo jong, en dan dit allemaal al meemaken. Ik hoop dat ze een goede plek vind
en weer een beetje een thuis kan krijgen.
- Britt;
Ik hoop het ook. Ik ook.
- Sofie;
Wel, dan heb ik hier de situatie.
- En
ze legt alles aan Britt uit over wat ze de afgelopen dagen heeft gedaan en
uitgevogeld.
- Britt
ziet het als een puik stukje werk.
- Britt;
Goed gedaan Sofie. Nu alleen nog wat vinden waar we ze mee binnen kunnen
krijgen.
- Sofie;
Ik dacht maar zo dat we dat dit keer aan een ander overlieten? Jij hebt
genoeg klop gehad, en ik heb geen zin om dat van je over te nemen.
- Britt:
Heel goed idee. Maar hoe krijgen we ze hier?
- Sofie:
Laten schaduwen en bij de geringste overtreding oppakken en hierheen laten
brengen.
- Britt;
En wie wil je dat laten doen? Als we niets hebben zal Nadine dat heus niet
goed vinden dat daar twee man in de buurt gaan rondhangen.
- Sofie;
Hoeven ze ook niet. Het is bekend dat dat stel regelmatig hier in het
centrum is. Dus we kunnen gewoon hier de patrouilles vragen extra alert te
zijn.
- Britt;
Oké, dan gaan we Nadine briefen.
- Sofie;
Sorry. Heb ik al gedaan. Ja, ik was erg vroeg vanochtend.
- Britt;
Niet geslapen vannacht?
- Sofie
(met een rode kop nu) Nee, niet echt.
- Brittl;
Was ie zo goe?
- Sofie:
Zeg, beheers je een beetje, wil je.
- Britt;
Wie is het?
- Sofie:
Gaat je niets aan.
- Maar
dan komen net de nieuwe motards binnen en Sofie weet niet waar ze moet
kijken.
- Britt;
Kom eens mee Sofie.
- Sofie:
Waarheen?
- Britt;
Verhoor 1. En dan ga jij me eens vertellen wat dat is tussen jou en die
Nick.
- Sofie;
Nee, dat vertel ik niet.
- Britt;
Dus er is wel wat?
- Sofie;
Kan ik nou niets verborgen houden voor je?
- Britt;
Ik denk het niet. Maar dan, ik ben ook inspecteur hé?
- Sofie: Hmm, ben ik ook geen inspecteur? En jij kan wel dingen voor me verborgen
houden. (glimlachend/plagend)
- Britt:
Toe nou, Sofie, zeg op? (bijna smekend)
- Sofie:
Oké, oké. (lachend)
- Britt:
Ik wacht.
- Sofie:
Nou, Nick zat een tijdje geleden een beetje in de knoop, omdat het net uit
was met zijn vriendin, waar hij zielsveel van hield. Dus ik heb hem een
rondje in de Combi betaald, en van het één kwam het ander... (glimlachend)
- Britt:
Het ander?
- Sofie:
Nu, ja, moet k dat ook nog vertellen?
- Britt;
Mag je zelf weten, maar je maakt me wel nieuwsgierig.
- Sofie:
Nou, we kunnen het heel goed vinden samen, en we blijven ook wel eens bij
elkaar slapen.
- Britt; Amai,
da's goed nieuws. Toch?
- Sofie:
Zover wel ja.
- Britt;
Hoezo, is er iets?
- Sofie:
Ik weet nie....
- Britt:
Sofie, je bent .... toch niet....?
- Sofie:
Ik weet niet. Ik hoop het niet. Daar hadden we toch beiden geen rekening mee
gehouden.
- Britt;
Heb je al een dokter gezien dan?
- Sofie:
Ik durf niet. Wat als hij zegt dat het zo is? Dan moet ik een keuze maken
wat ik wil.
- Ze
kijkt op naar Britt en ziet het verdriet in haar ogen.
- Sofie:
Sorry Britt, ik moet daar helemaal niet mee bij u aankomen. Nadine had me
gezegd van jou miskraam. Jij denkt daar heel anders over, denk ik.
- Britt;
Ik vond het heel jammer dat het niet gelukt is. We hadden eigenlijk wel
gewild, maar de natuur heeft anders bepaald.
- Sofie;
En dan zit ik hier te zeiken over wel of geen kind willen. Wat een lomperik
ben ik toch. Wil je me vergeven Britt?
- Britt;
Is goed
- Sofie.
Laten we maar aan het werk gaan en daar onze gedachten bij houden.
- Britt:
Mijn idee.
-
- Terug
in het lokaal bespreken ze hun tactiek met Nadine die wel akkoord kan gaan
om het verdachte stel in het centrum te gaan observeren.
- Ze
informeert haar teamleden en dan gaan ze de straat op. Hun normale
patrouilles lopen, maar met extra aandacht voor die twee.
- Het
duurt echter vier dagen voor dat het stel in de stad gesignaleerd word en
dan gedragen ze zich ook nog eens als voorbeeldburgers, niets op aan te
merken.
- Maar
op vrijdag lijkt er verandering in te komen. Nick meld dat ze nu toch wel
verdacht gedrag waarnemen. Samen met Bruno was hij in het Zuid binnen gegaan
om wat beter te kunnen volgen.
- Evenwel
had hun politie-uniform hun gelijk al verraden.
- Na
een kleine schermutseling raken ze ze uit het oog kwijt, maar Bruno ziet de
vrouw de roltrap op gaan.
- Bruno:
Ik ga erachter aan. Neem jij die vent?
- Nick:
Waar is die dan?
- Ze
staan op hun tenen en zien dan dat er een opstootje is op het benden verdiep
en al snel zien ze dat de man er bij betrokken is.
- Bruno
gaat naar boven en Nick naar beneden,
- De
man heeft een mes getrokken en bedreigt een winkeljuffrouw. Nick stapt heel
voorzichtig dichterbij en vraagt of hij zijn mes weg wil leggen.
- Er
ontstaat een behoorlijk spanningsveld tussen de twee mannen.
- Dan
lijkt het of hij het mes weg wil doen en laat de juffrouw los. Dan stapt
Nick naar voren om hem te boeien als ineens de vrouw vanaf de roltrap tegen
hun begint te schreeuwen.
- Bruno
had haar opgepakt en geboeid en wilde naar de uitgang gaan.
- Maar
door haar schreeuwen leidde ze de aandacht af en plots greep de vent Nick om
zijn hals en nam het dienstwapen van Nick uit het holster en zette dat bij
Nick aan het hoofd en begon hard te schreeuwen tegen Bruno.
- Die
had ook even flink de schrik te pakken
- Toen
hij de vrouw onder arrest had geplaatst had hij dat direct gemeld aan het
bureau en dus was er nu iemand onderweg om haar op te halen met de combi.
- Maar
Bruno vreesde dat hij opnieuw Nadine moest contacteren en melden dat Nick
gegijzeld werd.
- Nadine
keek geschrokken het lokaal in . Ze moest het aan haar andere teamleden
doorgeven. Een gijzeling van een collega kan een behoorlijke impact hebben
op het team.
- Als
ze het aan Raymond, Wilfried, Britt en Sofie verteld, krijgt Sofie ook
behoorlijk de schrik te pakken.
- Britt
kijkt haar na als ze zich acuut omdraait en wegloopt naar de kleedkamers.
- Nadine;
Wat heeft die?
- Britt;
Ik ga wel even kijken. Kunnen wij zo ook naar het Zuid gaan?
- Nadine;
Blijven jullie maar binnen. Ik laat de anderen wel gaan. Het gaat namelijk
wel om twee verdachten van die zaak van jullie.
- Britt
loopt op Nadine toe, en verteld heel kort over Sofie en Nick.
- Nadine
slaakt een diepe zucht en geeft ze dan maar toestemming om te gaan, onder
voorwaarde dat ze zich afzijdig zullen houden van de situatie, want er was
al een interventieteam onderweg.
-
- In
de kleedkamer loopt Sofie nerveus heen en weer te banjeren. Nick gegijzeld!!
- Britt;
Sofie, gaat het? We mogen er heen van Nadine Zou je het aankunnen?
- Sofie;
Nick, hij ... we moeten hem bevrijden.
- Britt;
Niet wij. Dat doet het interventieteam. Maar hoe is Nick onder spanning?
- Sofie;
Weet ik niet. Ik heb hem nog nooit onder spanning meegemaakt. Hij lijkt
altijd zo ontspannen. Ik ben bang dat hem wat gebeurt.
- Britt;
Weet hij al van je?
- Sofie;
Nee, nog niet.
- Britt;
Kom dan gaan we. Als het interventieteam die vent heeft ontwapend kun je je
Nick veilig in je armen nemen en er eens met elkaar over gaan praten.
-
- Bij
het Zuid is al een hele volksoploop ontstaan en de agenten hebben moeite om
het publiek op afstand te houden. Britt krijgt van een toeschouwer een
flinke duw in haar rug als ze onder het lint doorloopt.
- Hij
schreeuwt haar na dat zij een vuile flik is die wel overal met haar rotkop
door mag.
- Even
sluit ze haar ogen om te proberen dit langs zich heen te laten gaan, maar
het lukt haar niet echt.
- Sofie
is op van de zenuwen als ze vanaf de railing kan zien dat die vent nog
steeds Nick het wapen op het hoofd heeft staan.
- Vanuit
haar training weet ze waar ze overal de leden van het interventieteam kan
verwachten en ze probeert een inschatting te maken hoe het er aan toe zal
gaan.
- Britt
neemt haar bij de arm en trekt haar weg bij de railing.
- Sofie;
Waarom doe je dat?
- Britt;
Als Nick je ziet, kan je hem afleiden en dan kan hij domme dingen gaan doen.
- Sofie:
Maar ik wil hem graag zien.
- Britt
zet Sofie neer op een stoel en gaat zelf op haar hurken naast haar zitten en
probeert haar kalmerend toe te spreken.
- Ineens
een heleboel lawaai en geschreeuw. Er word gegooid met dingen en dan is het
stil, doodstil.
- Sofie
durft nu niet meer te kijken, en ook Britt houd haar hart vast.
- Angstige
momenten breken aan, tot opeens Nick naast hun staat en "zijn"
Sofie in zijn armen sluit.
- Nick:
Het is over Sofie. Ik ben ongedeerd.
- Sofie:
Maar..... net nog....
- Nick:
Het is over. Ze hebben hem. Kom, ik meld me af bij Nadine en dan gaan we
naar huis. Ik wil je dicht bij me voelen.
- Britt:
Nick, je praat erover alsof je een brood hebt gehaald bij de bakker. Die gek
had een wapen op je gericht. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.
- Nick:
Nee, dat doet het ook niet, en daarom wil ik met Sofie naar huis.
- Britt:
Ik ben bang dat je toch eerst met een corpspsycholoog moet gaan praten.
- Nick:
Dat komt maandag wel.
- Na
het nodige gebakkelei gaan ze allemaal naar bureau Belfortstraat terug en
word de situatie met heel het team doorgesproken.
- Sofie
wijkt geen moment van Nick zijn zijde.
- Ofwel
het protocol is dat Nick dus eerst moet praten met een psycholoog ziet
Nadine ook wel dat dat hier totaal geen voet aan de grond zal krijgen. Wel
drukt ze Sofie op het hart om hem dit weekend heel goed in de gaten te
houden en zonodig te bellen als er wat is.
- Britt
geeft het ook nog eens bij haar aan en dan vertrekt de een na de ander voor
weekend verlof.
-
- Thuis
zakt Britt vermoeid op de bank.
- Johan;
Zo'n zware dag vandaag?
- Britt;
Het liep allemaal goed, totdat om drie uur een melding kwam van een
gijzeling. Ze hadden die nieuwe motard, die Nick Debbaut gegijzeld.
- Johan:
Alles goed afgelopen?
- Britt;
Ja, het was de verdachte van die moordzaak van de ouders van dat meisje.
- Johan;
En jullie moeten hem u ook nog ondervragen? (angstig)
- Britt;
Ja. Maar dat kan echt wel tot maandag wachten. k heb nu verlof.
- Johan;
Dus ook geen bereikbare dienst?
- Britt;
Ook geen bereikbare dienst. Alleen beschikbare dienst.
- Johan:
Hu? Wat is dat nu weer?
- Britt;
Wel, dat is, als ik me volledig voor jou ter beschikking houd. (verleidelijk
glimlachend)
- Johan;
Wel, dan moeten we de kinderen dit weekend maar op pad sturen.
- Britt;
Mijn moeder komt straks hierlangs. Ze was in de stad en heeft gebeld. Ik heb
haar uitgenodigd voor het eten. Alleen......
- Johan:
Alleen wat?
- Britt;
Ik kan niet zo goed koken, en ik heb na vanmiddag ook helemaal geen puf meer
om te koken.
- Johan:
Ga even lekker douchen, en probeer dan of je een beetje kan slapen en dan
zorg ik wel voor het eten. En als je moeder er is dan gaan we samen eten en
vragen of zij de kinderen dit weekeinde mee wil nemen. Dan gaan we zondag
naar haar toe om ze op te halen en kunnen we zelf ook nog een beetje late
zomerzon meepikken voor de bruiloft. Dat zal jou gelaatskleur heel goed
doen.
- Britt
Johan, ik heb het zo getroffen met jou. Ik zou niet meer weten wat ik zonder
jou moest doen.
- Johan;
Op zoek gaan naar mij dan toch?
- Britt
staat op van de bank en begint al in de kamer haar blouse te ontknopen en
maakt
- Johan
daar al helemaal wild mee, en vlug komt hij achter haar aan en op de
slaapkamer neemt hij haar in zijn armen en gaan ze even samen op het bed
liggen zoenen en strelen.
- Britt;
Johan, ik geniet hier zo van. Ik hou van je en wil je nooit meer kwijt.
- Johan::Ik
wil u ook nooit meer kwijt.
-
- Dan
gaat Britt toch maar douchen en even op bed liggen en valt als een blok in
slaap . De laatste weken hadden behoorlijk aan haar gevreten.
- Nu
nog twee weekjes en dan ..... was de grote dag.
- Ze
had echter nog geen e-mailtje van Tony terug gehad, en hoopte maar dat die
wel op tijd terug was, want Tony was immers haar getuige bij het trouwen.
- Het
weekend hebben ze heerlijk de tijd aan zichzelf, Johan en Britt, en omdat
het zo fijn was geweest eerder, gaan ze weer naar de sauna in het Patershol
en weer heeft Johan het "speciale arrangement" geregeld voor
Britt, die er andermaal met volle teugen van kan genieten.
- Na
de sauna gaan ze gelijk naar huis en liggen heerlijk ontspannen op bed met
een lekker wijntje erbij, verliefd in elkaars armen.
- Britt:
Johan?
- Johan:
Ja Britt?
- Britt:
Zou Tony wel op tijd terug zijn?
- Johan:
Ik dacht dat ze zei dat ze de 26ste terug zou komen. Dan heeft ze nog vier
dagen om te acclimatiseren.
- Britt;
Ik heb al twee weken niets van haar gehoord.
- Johan:
Dat gaat wel goed komen.
- Britt;
Johan?
- Johan:
Ja Britt?
- Britt;
Ik geniet zo intens van dit soort momneten met jou. Ik voel me helemaal
gelukkig en weer helemaal jong, net zoals, .... zoals toen ik voor het eerst
verliefd werd op Mark.
- Johan:
Denk je nu heel vaak aan hem?
- Britt;
Ja, maar ik probeer het niet te vaak te doen.
- Johan:
Waarom zou je die gedachtes tegenhouden?
- Britt:
Omdat ik met jou ga trouwen. Mark is voorbij.
- Johan:
Britt, je hoeft Mark niet te vergeten. Hij heeft er mede voor gezorgd dat
jij bent wie je bent. Jij was ooit hele gelukkig met hem. Ik zou graag
willen dat je daar een stukje van kon vasthouden. Vergeet hem niet, hou zijn
herinnering in ere.
- En
daar is Britt zo ontroerd van dat ze gelijk begint te huilen en zich in
Johans armen weg wil stoppen.
- Johan
neemt haar vast en streelt haar en gekoesterd haar. Zo liggen ze nog een
hele tijd, rustig, bijna sereen van elkaar te genieten.
-
- Na
het wekend komt Britt inderdaad met een bijgebruind gezicht terug op haar
werk.
- Sofie
ziet er ook weer wat beter uit en vraagt Britt om mee te komen naar de
kleedkamers waar ze verteld dat zij en Nick dit wekeend heel goed met elkaar
hebben gesproken.
- Britt;
En? Wat zij hij ervan?
- Sofie;
Door de spanning en de angst is mijn periode toch begonnen, dus ik denk dat
het vals alarm was.
- Britt;
Heb je nog een test gedaan of een dokter gezien?
- Sofie;
Wij gaan morgen samen naar de dokter.
- Britt;
Heel goed voor jullie. Heel goed.
-
- En
dan moeten ze aan het verhoor beginnen. Eerst maar eens de vrouw. Die
probeerde eerst in alle toonaarden te ontkennen, maar uit de informatie die
Britt met gebarentaal uit Irene had gekregen had ze informatie die de vrouw,
Tine, niet meer kon ontkennen, en al vlot kwamen ze tot een gedeeltelijke
bekentenis.
- Tine
werd weer terug gestuurd naar de Nieuwe Wandeling en haar vriend, Joris,
werd naar het commissariaat gebracht en daar ook door Sofie en Britt stevig
aan de tand gevoeld.
-
- Joris:
Ik zeg niets zonder een advocaat! (schreeuwend tegen Britt)
- Britt:
Wie wilt u hebben? (vriendelijk)
- Joris:
Lancker, of zoiets.
- Britt:
Meester Van Lancker, bedoelt u?
- Joris:
Ja, die. Want die weet wel korte metten te maken met dat soort van jullie.
- Sofie:
Welk soort van ons?
- Joris:
Dat tuig van de richel. Die Flikken die iedereen overal de schuld van geven.
- Britt:
Je mag hem bellen en vraag maar of hij jou wil bijstaan.
- Joris:
Moet je de boeien afdoen.
- Britt;
Oh, daar denk ik niet aan. Jij kunt heel goed zo de telefoon opnemen en maak
nu maar voort want we hebben geen uren de tijd.
- Joris:
K*twijf, toch niet met mijn handen op de rug?
- Sofie
overweegt nog even om de handen los te maken maar ziet aan Britt haar ogen
dat ze dat beter niet kan doen.
- Britt
heeft het nu al gehad met hem, en neemt hem vrij ruw bij zijn elleboog en
duwt hem naar de gang waar hij "zijn" advocaat kan bellen. Maar
Joris duwt net zo hard terug en Britt moet moeite doen om hem onder controle
te houden.
- Nadine
die net voorbij loopt probeert Britt nog te waarschuwen en leid haar
daardoor af en Joris wil van de gelegenheid gebruik maken om haar omver te
duwen. Nadine ziet dat en grijpt hem meteen bij de kraag, maar Joris lijkt
door het dolle heen en begint als een bezetene om zich heen te trappen en
Nadine zeilt kermend van de pijn over de vloer. Britt wil Joris in de haren
grijpen maar krijgt zelf ook een schop in haar buik.
- Net
dan komen Sel en Ben binnen. Ze bedenken zich geen moment en vliegen beiden
naar de benen van Joris en werken hem naar de vloer, waarbij hij echt
keihard op zijn mond valt en er wat tanden afbreken en hij bloedend en
tierend op de grond ligt.
- Snel
word hij beneden in een cel gezet terwijl er een arts wordt op geroepen om
hem te onderzoeken.
- Ondertussen
is Raymond al bezig om in de gang de overige "gewonden" te
verzamelen.
- Nadine
had een schop tegen haar knie gehad die gelijk heel dik werd en die ze nu
dus niet meer kon buigen.
- Britt
lag nog op haar knieën in de gang. De tranen stroomden over haar wangen en
ze hield haar armen stevig over haar buik geklemd.
- Sofie
ging naast haar zitten en probeerde om haar overeind te krijgen maar Britt
had teveel pijn.
- Sofie
werd erg kwaad en wilde gelijk naar beneden rennen om die Joris nog een
flinke rammeling er achteraan te geven.
- Raymond;
Kalm aan Sofie, zo help je Britt niet. Die Joris zit daar goed. Laat hem
maar zitten. Kom, we zullen Britt even samen helpen.
- Maar
ook samen lukt het niet om Britt overeind te krijgen.
- Dan
bedenkt Sofie zich niet langer en belt voor een ambulance, en ze belt Johan
om aan te geven dat er wat met Britt is en of hij zo snel mogelijk naar het
bureau wil komen.
- Telkens
als Johan zulke telefoontjes krijgt, en dat was nogal eens de laatste tijd,
dan schiet hem het angstzweet over de rug. Hij laat al zijn werk vallen en
sprint letterlijk naar de Belfortstraat.
- Johan
komt gelijk aan met de ambulance en de schrik slaat hem om het hart.
- Carla
laat hem gelijk naar boven gaan want ze had de schrik in zijn ogen maar al
te goed begrepen.
- Net
toen Johan op de gang kwam viel Britt uiteindelijk flauw van de pijn en
knalde met haar hoofd tegen een plantenbak.
- Johan
laat zich op zijn knieën vallen en neemt Britt haar hoofd in zijn handen.
- Johan: Brittje, laat me niet alleen. Praat met me, wat is er gebeurd?
- Nadine
(die op een stoel was gezet naast haar): Een verdachte die een advocaat
mocht bellen is door het lint gegaan. Ik wilde nog helpen maar kreeg zelf
een schop tegen mijn knie en toen Britt hem in de kuif wilde vatten kreeg ze
een schop in de buik.
- De
ambulance arts heeft Britt ondertussen op de rug gedraaid en is bezig de
bloeddruk en hartslag te meten.
- Hij
tikt Britt in haar gezicht en ziet dat ze langzaam weer bijkomt, maar gelijk
ook grijpt ze weer naar haar buik en rolt weer helemaal in elkaar op haar
zij.
- Johan
neemt haar tegen zich aan en probeert haar te kalmeren.
- Arts;
We zullen haar even meenemen voor onderzoek. U kunt ook meekomen.
- Britt
wordt op de brancard gelegd.
- Nadine
wordt ondersteund en hobbelt ook naar de ambulance want haar knie behoeft
ook ziekenhuis onderzoek, en dan gaat het (weer) naar het Sint Lucas.
- Onderweg
valt Britt diverse keren weg en Johan is er niets gerust op.
-
- In
het ziekenhuis krijgt Nadine te horen dat ze een scheur in haar meniscus
heeft en niet meer op het been mag lopen. Verplichte rust tot de zwelling
over is, waarna bekeken zal worden of een operatie nodig is.
- Britt
is nog steeds niet helemaal terug in het hier en nu.
- Er
wordt een echo van de buik gemaakt en er wordt een fikse bloeiding gezien in
de buurt van de lever.
- Arts:
We gaan een MRI doen. Ik moet zeker weten dat het niet de lever is die is
gaan bloeden.
- Britt
krijgt een infuus waarin een pijnstiller wordt gedaan en verdwijnt naar de
MRI afdeling.
- Johan
wacht zenuwachtig bij de eerste opvang.
- Na
een half uurtje is Britt terug. Ze ziet er ziek en moe uit en kan amper haar
ogen open houden.
- Johan
neemt haar hand en vraagt of ze nog veel pijn heeft.
- Britt;
Ja, het doet erg veel pijn, maar ik ben zo moe.
- Johan
:Britt, niet gaan slapen. Hier blijven, ik heb je nodig.
- Britt;
Pi...ijn......
- En
dan zakt ze weg.
- Een
zuster legt haar hand op zijn schouder en geeft aan dat Britt twee dagen
voor observatie moet blijven.
- Behalve
dat hij heel verdrietig is dat Britt weer gewond is, merkt hij dat hij ook
heel erg kwaad word.
- Als
Sofie bij hem komt om te informeren hoe het met Britt is valt hij behoorlijk
tegen haar uit.
- Sofie;
Ik kwam alleen vragen hoe het met haar is.
- Johan:
Sorry Sofie. Ik ben niet kwaad op jou. Maar die kl.... die dit gedaan
heeft, die wil ik wel met eigen handen wurgen.
- Sofie:
Wel, die klootzak is wel degene die naar jou wilde bellen om hem juridisch
bij te staan.
- Johan;
Nou dat kan hij mooi op zijn buik schrijven. Ik ga een proces TEGEN hem
aanspannen. En ik zal hem laten zien tot wat ik in staat ben.
- Sofie:
Rustig nou Johan, wind je niet zo op. Straks ga je er zelf aan onderdoor,.
Denk aan Britt, zij heeft je nodig.
- Johan;
Britt. Ik moet naar haar toe, Wil je meegaan?
- Samen
lopen ze naar de kamer waar Britt heen is gebracht en zien dat ze er beroerd
bij ligt.
- Ze
heeft al enkele keren gebraakt en kan het nog steeds niet hebben dat ze
recht moet liggen. Weeral heeft ze zich op haar zijde gedraaid en haar knieën
dicht naar zich toegetrokken. Als Johan haar de haren uit het gezicht wil
strijken begint ze weer te huilen.
- Johan:
Heb je nog zo'n pijn?
- Britt;
Sorry dat ik het weer gedaan heb Johan. Ik zal mijn baan opgeven, ik doe dit
niet meer. Ik wil jou niet kwijt, maar dit kan ik niet meer.
- Johan:
Ssht maar Britt. Eerst maar eens beter worden, oké?
- En
weer valt Britt in slaap en Sofie vraagt of Johan meegaat zodat Britt kan
gaan rusten.
-
- Buiten
vertrouwd Johan Sofie toe dat hij bang is dat het Britt allemaal teveel is
geworden en dat ze dreigt er onderdoor te gaan.
- Sofie;
Britt heeft al veel meegemaakt, en de laatste tijd lijkt het wel of ze het
ongeluk aantrekt, maar ze zal er wel weer bovenop komen, wees niet bang.
- Johan:
Maar dat ben ik wel. Hoe moet ik het nu weer aan de kinderen uitleggen van
Britt, dat ze weer gewond is en weer in het ziekenhuis ligt?
- Sofie;
Ze heeft gewoon domme pech gehad. Ga naar huis en probeer of je wat kan
rusten . Britt zal je nodig hebben als ze wakker wordt.
-
- Gelukkig
mag Britt de andere dag in de middag al naar huis, voormits ze daar bedrust
neemt.
- De
misselijkheid is een stuk beter en ze heeft niet meer gebraakt sinds begin
van de nacht. Wel heeft ze nog veel pijn en kruip bij thuiskomst gelijk in
bed en slaapt weer verder.
-
- Nadine
redt zich op krukken op het commissariaat en deelt als vanouds de lakens
uit. Het team was erg geschrokken van alle toestanden die ze in huis hadden
gehad. Eerst die ontvoering van Tony, toen een paar ongevallen met Britt,
daarna die gijzeling van Nick en toen de aanval in het commissariaat op
Nadine en Britt.
- Op
verzoek van de hoofdcommissaris werd het team tijdelijk ontheven van
politiefuncties en kwam er dagelijks een psycholoog om met de teamleden te
spreken. Maar dit was echt een bolwerk van taaie rakkers. Een ieder hield
zijn emoties behoorlijk onder controle, althans op het werk.
- Buiten
dienst echter kwamen ze ook bij elkaar en werd er heel wat afgepraat over
wat er allemaal was gebeurt.
- Ben
had
moeite om zijn kwaadheid in bedwang te houden; Raymond dronk met
regelmaat een paar pintjes teveel; Wilfried kon 's nachts niet slapen omdat
hij steeds weer die beelden voor zich zag; Nick was telkens ruzie aan het
maken met Sofie, en Nadine twijfelde of ze haar baan nog wel aankon. Dit was
echt meer dan een mens kan verwerken. Ze vervloekte het dat ze niet kon
lopen, en dus stortte ze zich vol overgave op haar werk. Ze zou ze daar
boven wel eens laten zien dat ze heus nog wel goed hun best konden doen daar
op de Belfortstraat.
-
- En
alsof alles nog niet erg genoeg was kreeg Nadine een heel vreemd telefoontje
waar ze eerst niets van begreep.
- Nadine;
Kunt u dat eens herhalen?
- Een
man met een buitenlands accent vroeg of hij haar zou kunnen spreken maar
niet op het bureau.
- Nadine;
Waarom niet? Als het een politiezaak ais dan is dit mijn werkplek.
- Stem:
Ik heb informatie over een van uw mensen.
- Nadine:
Wie? Over wie gaat het?
- Stem:
Ene Tony.
- Nadine;
Wat kunt u mij zeggen?
- Stem:
U moet komen naar Voskenslaan, nummer honderden achttien. Nu
- Nog
voor Nadine verder kon vragen werd de verbinding verbroken.
- Ze
keek het lokaal in en zag dat Sofie aan haar bureau zat te staren.
- Nadine:
Sofie, kun je even komen?
- Sofie;
Wat is er?
- Nadine:
Ik kreeg een vreemd telefoontje. Iemand met een buitenlands accent zei dat
hij informatie had over een van onze mensen. Hij zei dat het over Tony ging.
Ik moet naar hem toekomen, maar ik vertrouw het niet.
- Sofie;
Go*** Dat kunnen we er nu niet bij hebben. We hebben genoeg aan onze kop.
- Nadine;
Maar ik ben benieuwd wat dat is met Tony. Die zit helemaal in Nepal. Britt
had hier nog een e-mailtje van haar gehad, maar zei dat ze al twee weken
niets gehoord had. Ik ben wel ongerust.
- Sofie;
Wil ik gaan voor je?
- Nadine;
Nee, hij zei dat ik zelf moest komen.
- Sofie:
Maar jij gaat niet alleen na alles wat er hier gebeurt is.
- Nadine;
Als jij nu eens vooruit gaat en daar post gaat vatten.
- Dan
vraag ik ook twee andere teams om de buurt daar in de gaten te houden.
- Sofie:
Wanneer gaan we?
- Nadine:
Ik moet zo snel mogelijk komen.
-
- Aldus
aangekomen op de Voskenslaan gaat Nadine, op krukken, nerveus naar de deur
toe.
- Na
eindeloos kloppen word er open gedaan door een klein mannetje die in Indiase
kledij rondloopt, compleet met tulband.
- Nadine:
Moest ik hier zijn voor Tony?
- Man:
Binnen komen.
- Als
Nadine binnen gaat ziet ze vanuit haar ooghoek dat Sofie bij de buren in de
tuin zit achter een struik. Dat geeft haar een beetje een geruststelling.
- Man:
Ik krijg bericht dat Tony in Nepal?
- Nadine;
Met vakantie , ja?
- Man:
Vriend haar gezien. Zeggen zij moet geld betalen.
- Nadine:
Waarvoor?
- Man:
Hebben gestolen.
- Nadine;
Dat doet Tony niet. Die is zelf bij de politie, die gaat niet lopen stelen.
- Man:
Ik krijgen brief met foto. Zien?
- Nadine:
Laat maar zien.
- Als
ze de brief opent valt er een foto op haar schoot. En ze schrikt heftig als
ze die oppakt en bekijkt.
- Het
is inderdaad Tony, maar ze heeft een kapot geslagen gezicht, met allemaal
bloedingen en blauwe plekken. Haar handen zitten op haar rug gebonden, haar
kleding is kapot gescheurd en ze draagt geen schoenen. Haar voeten zien er
ook kapot uit.
- Nadine;
Maar hoe, wie,.hoe kan dat?
- Man:
Mijn vriend stiekem gemaakt. Hij schrijft.
- Nadien;
Dat kan ik niet lezen wat hij schrijft.
- Man:
Zegt hier: vrouw Tony uit Gent heb gestolen en gepakt door bende. Moet geld
betalen anders zij dood maken. Toen mijn vriend ook gepakt en geslagen. Hij
brief naar mij schrijven in Gent. En ik vragen politie, hij weet Tony vrouw
politie.
- Nadine:
Waar is hij? Waar is Tony?
- Man:
Gepakt in Nepal. In noorden.
- Nadine
wordt ongeduldig en boos en wil de man bij de kraag vatten, maar beseft zich
goed dat hij de enige link is die ze mogelijk hebben met Tony.
- Nadine:
We moeten haar vinden. U moet meekomen naar het bureau. We zullen een tolk
halen en alles laten uitzoeken.
- Man:
Niet politie. Mag niet. Ik ook gestraft.
- Nadine;
We moeten Tony vinden.
- Man:
Zeggen in brief: EUR 20.000,== dan Tony vrij.
- Nadine
zucht eens. Ze weet niet hoe ze dit op moet pakken.: Mag ik een collega
vragen om te helpen?
- Man:
Politie?
- Nadine:
Ja, natuurlijk, ik zei toch collega?
- Man:
Bellen. Die alleen komen.
- Nadine
grist snel haar mobiel en belt het nummer van Sofie die echter al in de tuin
zat.
- Nadine;
Sofie, ik heb je nodig. Kun je zo snel mogelijk naar de Voskenslaan komen?
- Sofie:
Maar ik zit al in de tuin!
- Nadine;
Kom zo snel mogelijk, maar doe voorzichtig onderweg.
- Sofie
probeert te begrijpen of er een boodschap in zit en overlegt via de telefoon
met haar andere collega's in de buurt en na een kleine tien minuten klopt ze
ook aan bij de man.
- Opnieuw
legt de man de situatie uit en Sofie vraagt de brief mee te mogen nemen en
hem te laten onderzoeken. Als de man haar de brief geeft ziet Sofie ook de
foto en ze wordt er acuut misselijk van en rent naar de voordeur om
vervolgens in de tuin te kotsen.
- Man:
Zwakke maag? Heb goed medicijn.
- Nadine;
Wij willen geen medicijn, alleen Tony.
- Man:
U heb brief. Zie maar.
- Nadine;
U zult zich beschikbaar moet houden voor als we meer vragen hebben. Hebben
die mannen rechtstreeks contact met u gehad?
- Man:
Nee. Via vriend.
- Nadine;
Kunt u in contact komen met uw vriend?
- Man:
Proberen. Kost geld, Telefoon duur.
- Nadine;
Zeur niet en zorg dat je contact krijgt, en als je dat niet rap doet dan
neem ik je mee naar het bureau.
- Ineens
had de man door dat het Nadine ernst was en vlug greep hij zijn telefoon en
draaide het ellenlange nummer voor Nepal.
-
- Sofie
was weer binnen gekomen en hoorde de leeman aan de telefoon een
onverstaanbare taal spreken. Ze fluisterde Nadine in dat ze hem niet
vertrouwde.
- Nadine;
Ik hem ook niet, maar we hebben niets anders.
- Sofie:
We moeten een tolk hier zien te krijgen.
- Nadine:
Mijn voicerecorder staat al aan. Ik zal die laten afluisteren als we terug
zijn.
- Man:
Vriend zegt vrouw nu in gevaar . Wachten al te lang. Moeten geld hebben over
5 dagen dan Tony terug.
- Nadine;
En hoe dacht hij dat dan te doen?
- Man:
U geld brengen en zelf geven.
- Nadine:
Waar heen?
- Man:
Nepal natuurlijk.
- Nadine:
En nu heb ik er genoeg na. Je gaat mee en op het bureau regelen wij een tolk
en dan vertel je alles nog maar eens opnieuw.
- Man:
Nee, wil niet mee.
- Nadine:
En ik wil niet voor de gek worden gehouden, ik wil mijn collega terug, en
wel direct.
-
- Op
het bureau zit de hele ploeg al klaar maar Nadine houd ze weg bij het
verhoor en gaat zelf met de tolk en Sofie naar binnen om de man eens goed
uit te horen. Het loopt allemaal heel moeizaam, maar zo lichtelijk begint
het door te dringen dat er sprake is van een set-up.
- De
man zijn vriend in Nepal wilde zelf wel eens wat geld hebben en had zich
bedacht om het aan te pappen met een rijke toeriste en nadat ze een aantal
dagen samen waren opgetrokken had hij haar in haar slaap overvallen en
mishandeld en daarna voor oud vuil achter gelaten in het desolate bergland.
Om te voorkomen dat ze zelf hulp zou gaan halen had hij haar gekneveld en de
schoenen ontnomen, want op blote voeten was het echt geen doen om hier weg
te komen. Bovendien had ze zulke goede schoenen dat hij die zelf ook wel zou
kunnen gebruiken.
-
- Na
het Verhoor zijn Nadine en Sofie helemaal in de war...
-
- Sofie:
Wat moeten we nou in godsnaam doen?! Britt's bruiloft is al over anderhalve
week!! Die gaat er aan onderdoor als ze dit nieuws hoort! (in paniek)
- Nadine:
Ik weet het ook niet meer, Sofie, ik weet het ook niet meer. (met tranen in
haar ogen)
- Sofie:
1 ding is duidelijk.
- Nadine:
En dat is?
- Sofie:
Dat we Tony MOETEN helpen. Wie weet waar die meid nu is.
-
- En
dan wordt het ook Sofie allemaal eventjes teveel en barst ze in tranen
uit...
- De
man wordt afgevoerd naar een cel beneden, tot men duidelijk heeft of hij ook
in het complot zit.
- Nadine
en Sofie blijven verslagen in het verhoor zitten en in het lokaal wacht
iedereen gespannen op bericht over Tony.
- Raymond:
Komen ze nog eens terug of wat?
- Ben:
Haal ze dan op.
- Raymond
loopt naar het verhoor en klopt zachtjes aan en stapt naar binnen.
- Hij
krijgt een heel naar gevoel als hij de dames zo ziet huilen.
- Raymond;
Het is niet.. Tony? Nee toch?
- Nadine;
Ze is overvallen en in elkaar geslagen. Dat weten we, maar we weten niet
precies waar ze is. Hij zegt ons verder niets. Hij zegt steeds dat er een
vriend van hem achter dit hele gebeuren zit maar hij noemt geen namen.
- Raymond:
Waar is Tony dan?
- Nadine:
Nadat ze in Kathmandu is geweest is ze doorgereisd naar Lukla, Namche Bazar
en vanaf Tengboche is het spoor zoek.
- Raymond:
En nu?
- Nadine:
Ik weet het ook niet meer, maar als Britt dit hoort? Die heeft al zoveel te
verduren, en volgende week is haar trouwdag. Oh God als ze dit verneemt dan
gaat ze er echt helemaal onderdoor.
- Raymond:
Maar we moeten het haar wel zeggen, of in elk geval Johan. Tony zou getuige
zijn bij het huwelijk.
- Sofie:
Willen we zo naar hem toegaan? Ik durf niet alleen.
- Raymond;
Ik ga wel met u mee, oké?
- Nadine:
Zouden jullie dat willen doen? Ik weet, misschien is het mijn taak als
commissaris, maar ik KAN het gewoon niet. Sorry.
- Raymond:
Geeft niet Nadine. Wij gaan wel.
-
- En
zo begeven Sofie en Raymond zich naar het appartement van Britt en Johan.
- Britt
ligt nog in bed. Ze heeft nog steeds heel veel pijn, en Johan had de
huisarts al laten komen en die had zwaardere pijnstillers voorgeschreven.
- Johan
opent de deur en ziet er zelf ook alles behalve fris uit.
- Hij
was de halve nacht over de vloer geweest in zorgen om Britt.
- Johan:
Sofie, Raymond, kom binnen. Is er wat?
- Raymond:
Ligt Britt nog op bed?
- Johan:
Ja, maar ik wil haar wel even roepen, maar ze voelt zich echt nog niet
lekker.
- Sofie:
Laat haar maar liggen nog. Wat wij komen vertellen .. Ik denk dat ze daar
echt niet tegen kan, dat ze er misschien wel aan onderdoor gaat.
- Snel
gaat ook Johan zitten, want hij is ook kapot na alles wat er de laatste tijd
was gebeurt
- Sofie
verteld van het telefoontje wat Nadine had gehad en de hele toestand
erachteraan. Ze moet een paar keer flink zuchten om zichzelf de moed in de
spreken om verder te gaan.
- Johan:
Dit kan Britt niet aan, mijn God, ook dat nog.
- Sofie:
Ik ben bang dat we het haar wel moeten vertellen Johan. Het niet vertellen
is haar verraden en in de steek laten, en dat wil ik niet.
- Johan:
Maar wat gaan jullie nu doen dan met Tony?
- Raymond:
We gaan kijken of er twee van onze mensen naar Nepal kunnen om haar te
zoeken.
- Johan:
In zo'n groot land?
- Raymond;
Nadine is nu met de zonechef aan het overleggen. Ze gaan het op diplomatiek
niveau uitzoeken en dan hopen we dat we de steun krijgen van de lokale
politie daar, en dan gaan we haar vinden en terughalen.
- Johan:
Zal ze nog leven? Britt gaat kapot als dat niet zo is.
- Sofie
heeft nu een arm over Johan zijn schouders gelegd. Hij zelf is ook helemaal
kapot van het bericht. Om wat het met Britt doet, maar zelf is hij ook heel
erg geraakt.
- Dan
komen de kinderen lachend thuis maar houden acuut in als ze Johan met
betraande ogen aan tafel zien zitten.
- Simon:
Papa wat is er? Is er iets met Britt?
- Johan:
Nee Simon. Raymond en Sofie .. Ze hebben gehoord dat er iets ergs is met
Tony. En nu moeten we dat aan Britt vertellen, en ik durf dat niet.
- Dorien:
(huilend) Wat is er dan met Tony?
- Johan:
Die hebben ze ontvoerd. En nu willen ze geld hebben, maar we weten niet eens
waar ze precies is in dat land.
- Simon:
Dan moeten ze dat via de politie daar toch uit gaan zoeken? Jullie gaan haar
toch wel vinden?
- Raymond;
Zo mag ik het horen. Goed van je Simon dat jij het positief ziet. Ik denk
dat jij tot grote steun bent voor Dorien en Britt en voor uw papa.
- Dan
horen ze Brit troepen vanuit de slaapkamer. Ze was wakker geworden en weeral
heel misselijk en ze had weer gebraakt.
- Sofie
loopt achter Johan aan , en ook Raymond volgt hun.
- Johan
gaat in de badkamer een washand en handdoek pakken en begint Britt haar
gezicht wat af te doen. Ze had in de emmer gebraakt die Johan uit voorzorg
naast het bed had gezet.
- Door
waterige ogen kijkt ze op naar Raymond en Sofie.: Wat doen jullie hier?
Kijken of ik wel echt ziek ben?
- Raymond;
Britt, dat hadden we gister al gezien dat jij echt ziek bent. Nee, we hebben
niet zo goed bericht.
- Ineens
zit Britt, ondanks haar pijn, rechtop in bed en kijkt met bange ogen van de
een naar de ander.
- Johan
is aan een kant naast haar komen zitten en Sofie aan de andere kant en
Raymond begint te vertelen wat de situatie is.
- Britt
haar ogen kijken nog verschrikter en ze knijpt nu hard in de handen van
Sofie en Johan.
- Als
Raymond is uitgepraat wordt het Britt zwart voor de ogen en zijgt in elkaar.
- Sofie
vangt haar op en neemt haar dicht tegen zich aan en probeert door op haar
wangen te tikken om haar weer bij te krijgen.
- Na
een poosje komt ze weer bij en vraagt: dat menen jullie toch niet, dat van
Tony?
- Raymond:
Jawel Britt, zo is de situatie.
- En
daarop begint Britt heel hard te huilen en hysterisch te roepen en te
schreeuwen en om zich heen te slaan.
- Sofie
heeft moeite om haar in bedwang te houden en Raymond neemt het van haar
over, waarop Sofie naar de kamer gaat om de kinderen op te vangen, die ook
helemaal angstig zijn geworden door Britt haar reactie. Ook belt ze gelijk
weer de dokter die toezegt zo snel mogelijk te komen.
- Als
hij is toegekomen geeft hij haar gelijk een injectie met valium waarop ze
weer in slaap valt en voor het moment in elk geval rustig is.
- Arts;
Ik hoop dat ze dat ook blijft, anders ben ik bang dat ze van nieuws veel
last krijgt van haar buik,
- Johan;
Wat moeten we nu? (de situatie heel snel uitleggend aan de arts)
- Arts;
Ik denk dat u er goed aan doet die trouwerij uit te stellen. Het legt zo'n
grote druk op alles, dat kan ze niet aan.
- Johan;
Ik anders ook niet meer ondertussen. Is het ons dan g** helemaal niet meer
gegund dat wij eindelijk eens gelukkig met elkaar gaan worden?
- Sofie;
Rustig Johan. Jullie gaan wel trouwen, maar misschien niet volgende week.
Eerst moet Britt weer wat aansterken en wij zullen proberen zo snel mogelijk
Tony te vinden.
- Johan
gooit zich bijna letterlijk in haar armen en begint hard te huilen.
- Arts;
Wil ik u ook wat kalmerends voorschrijven? U ziet eruit of u ook op uw
tandvlees loopt.
- Johan
:Ik moet helder blijven voor de kinderen.
- Arts;
U bent niet helder, dus u kan het ook niet blijven.
-
- Johan:
Maar de kinderen?
- Sofie:
Kunnen jou ouders of anders Britt haar schoonmoeder een paar dagen voor de
kinderen zorgen? Jij moet hier echt voor Britt zijn Johan.
- Johan
kan het ook niet meer aan en zakt huilend op het bed naast Britt. Britt
heeft haar ogen inmiddels weer geopend maar kijkt slechts apathisch voor
zich uit.
- Raymond;
Johan, wij zullen jullie helpen. Daar kan je van op aan. Al moet ik zelf
naar Nepal om Tony te halen, ik doe het. Ik doe het voor Britt.
- Iedereen
voelt zich heel ongelukkig met de situatie. Dan stelt Raymond voor dat ze
weer naar het commissariaat gaan om te horen hoe de plannen erbij liggen. Ze
beloven zo snel mogelijk aan Johan te laten weten wat er verder gaat
gebeuren.
- Britt's
hand glijdt naar Johan's hand, die op haar bed ligt...
-
- Britt:
Laat me niet alleen... (wat mompelend)
- Johan:
Ik laat u niet alleen Britt. Nooit meer. Ik zal voor je zorgen.
- Britt:
Tony? (en weeral begint ze hard te huilen)
- Sofie
en Johan zijn net weggegaan en Britt haar schoonmoeder heeft de kinderen
opgehaald.
- Nu
zijn Johan en Britt helemaal alleen thuis, met hun angsten en hun verdriet.
- Britt
heeft het heel koud, en hoe stevig Johan haar ook vastpakt, ze krijgt het
gewoon niet meer warm. Britt voelt zich leeg, koud en angstig.
- En
er was niets dat Johan kon doen opdat zij zich beter ging voelen.
-
- Later
die avond belde Raymond op naar Johan zoals beloofd, met de mededeling dat
de minister had toegezegd dat er op politiek niveau hulp zou worden geregeld
om Tony te vinden en te repatriëren. Hulp betekende in dit geval financiële
middelen en assistentie bij het doorwerken van de hele papier kraam, maar
Nadine moest zelf maar mensen zien vrij te maken om de werkelijk zoekactie
te gaan doen.
- Op
het commissariaat werd de Indische man nogmaals stevig aan de tand gevoeld.
Hij deed er het zwijgen toe, maar had niet gerekend met de verbetenheid van
Sofie, die het hem werkelijk zo verdomd lastig maakte, dat hij niet meer
DURFDE te zwijgen. In vlot tempo kwamen nu namen van mensen en plaatsen op
tafel en daarmee kon Sofie tenminste wat doorgeven aan Nadine die bezig was
om twee "Chinese" vrijwilligers te vinden.
- Raymond
vond dat hij dit moest doen, zowel voor Tony alsook voor Britt.
- En
de tweede was moeilijker aan te wijzen, maar daarvoor meldde Nick zich
vrijwillig, nadat hij via een oogopslag contact had gemaakt met Sofie.
- Nadine:
Bon, dan ga ik nu de overige zaken regelen. Ik weet dat het moeilijk zal
zijn, maar ga nu naar huis. We hebben een lange en zware dag gehad. op dit
moment kunnen jullie niet veel meer doen. Ik zal tickets voor het vliegtuig
regelen, papieren, geld, wat er ook nodig is, en dan hoop ik jullie morgen
allemaal om half negen hier weer te zien en dan zullen we het draaiboek
doornemen.
- Iedereen
ging met tegenzin weg, maar eenmaal buiten vroeg Sofie zich af of ze niet
moest blijven om Nadine te helpen, die had het er zelf ook behoorlijk
moeilijk mee.
- Nick:
Ik wil deze nacht nog graag bij je zijn Sofie.
- Sofie;
Ik wil wel elke nacht bij je zijn, maar ik wil vooral dat ons team weer
compleet is, MET Britt en MET Tony.
- Nick:
Dat wil ik ook Sofie.
- Sofie;
Kunnen we dan nog ene bij Britt en Johan langs gaan?
- Nick:
Is goed.
-
- Maar
Britt had geen oog voor Sofie en Nick. Ze lag weer wezenloos naar het
plafond te staren nee ze had geen woord meer gesproken nadat ze had gevraagd
of Johan bij haar rilde blijven.
- Johan
vertelde aan Sofie dat hij alle reserveringen voor de bruiloft voor de
volgende week had afgezegd.
- Sofie;
Ik vind het jammer dat het nu niet doorgaat, maar zo was het er ook niet van
gekomen. Mag ik even bij Britt gaan kijken, alsjeblieft?
- Johan:
Ga je gang, maar ik ben bang dat ze niets zegt. Ze ligt daar en staart naar
het plafond.
-
- Op
de slaapkamer vraagt Sofie of ze bij Britt mag gaan zitten, maar ze krijgt
inderdaad geen antwoord.
- Dan
zet Sofie zich zo naast Britt neer en neemt haar hand op: Britt, ik vind het
zo erg wat er allemaal gebeurt. Wij zijn er om je te steunen en te helpen.
Morgen vertrekken Raymond en Nick naar Nepal om Tony te gaan zoeken. We
hebben behoorlijk goede aanwijzingen gekregen waar ze kan zijn en we hopen
haar zo snel mogelijk te vinden en terug te brengen.
- Britt;
(half afwezig) Tony.
- Sofie:
Ja, Britt, we krijgen haar terug.
- En
weeral begint Britt te huilen en ze gaat overeind zitten en valt Sofie in de
armen, die haar dicht tegen zich aanneemt en haar probeert te troosten.
- Britt;
En onze bruiloft.... Het lijkt wel of het ons niet gegund is om gelukkig te
worden met elkaar.
- Sofie:
Het zit jullie echt niet mee hč? Maar het gaat heus wel goed komen Britt,
en ik weet dat jullie heel gelukkig gaan worden samen.
- Britt;
Ik weet het niet meer zo. Als ik eens zie wat wij de laatste tijd allemaal
al tegen hebben gehad, ik denk dat wij voor het ongeluk geboren zijn.
- Sofie:
Zo mag je niet denken Britt. Dat is geen goede instelling.
- Britt;
Maar zo is het toch?
- Sofie:
Jullie hebben de wind nu tegen, maar ik weet zeker dat het beter gaat worden
voor jullie.
- Zuchtend
laat Britt zich weer in de kussens zakken en draait zich weer stilzwijgend
en verdrietig op haar zijde.
- Sofie
buigt voorover en kust Britt zachtjes op haar haren en wenst haar sterkte en
vertrekt dan weer naar de kamer waar Nick al staat te wachten om naar huis
te gaan.
- Nick
had wat opbeurende woorden met Johan gesproken die er nu gelukkig ook weer
wat meer ontspannen uit.
- Deze
nacht deed Britt geen oog dicht. Heel de tijd lag ze met haar gedachten bij
Tony.
- Noch
Raymond noch Sofie hadden gezegd dat er een foto was van Tony waar ze
behoorlijk gehavend opstond, dus dat kon het niet zijn wat haar wakker
hield.
- Terwijl
Nick en Raymond
afreisden naar Nepal ging het met Britt met de dag slechter. Ze at
niet, kon geen drinken binnen houden, had weer opnieuw heel erge last van
haar buik. De huisarts wilde het niet meer afwachten en stuurde haar weer in
naar het ziekenhuis.
- Britt
liet het allemaal maar over zich heen komen. Ze kon zich niet meer
verzetten. Ze had totaal geen weerstand meer.
- In
het ziekenhuis werd ze aan het infuus gelegd en kreeg ze ook een maagsonde
zodat ze haar geleidelijk toch vocht en voeding konden toedienen.
- In
stilte lag ze haar dagen uit te liggen. Er kwam geen woord over haar lippen
en ze bewoog amper. Als je haar zag leek het of ze er gewoon niet was.
- Johan
had erg veel moeite om haar zo te zien. Het ging hem dwars door zijn ziel om
Britt daar met zoveel verdriet te zien liggen en er was niets dat hij kon
doen om het beter te maken.
- Elke
dag belde hij met Nadine en kwam Sofie bij hun langs om het laatste nieuws
door te geven.
-
- Raymond
en Nick waren zondags in Kathmandu aangekomen en moesten daar nog een hele
bureaucratische rompslomp afhandelen vooraleer ze toestemming kregen om het
land verder "in" te gaan. Maar eenmaal ze onderweg waren bleek dat
de Belgische overheid goed op kwam voor zijn burgers. De lokale politie
bracht hun steeds vlot verder naar een volgende bestemming en men was ook al
bezig om die zogenaamde vriend met Gentse connecties op te sporen.
- Op
de dag dat Nick en Raymond aankwamen in Tengboche werd daar een man
opgebracht door de politie die wel heel erg royaal geld aan het uitgeven was
geweest. Men had hem hier al wel eerder gezien, maar nog nooit had hij zo
goed in de kledij gezeten. Hij was steeds bezig geweest om mensen te
benaderen om hun adviezen te geven over bergtochten die hij als
expeditieleider zou voor gaan.
- Echter
door de oplettendheid van de lokale bevolking was aan hem opgevallen dat hij
kleding droeg die de mensen eerder hadden gezien bij een toeriste, waarvan
men nu wist dat die vermist werd.
- Eenmaal
op het bureautje van de politie werd hij daar hardhandig verhoord, en dit
was dan letterlijk hardhandig.
- Hij
kreeg behoorlijk klappen van de agenten maar Raymond vroeg hun om het wat
voorzichtiger aan te doen. Als hij gewond zou raken zouden ze er misschien
helemaal niet achter komen war of hij met Tony was geweest. De aanpak van de
lokale politie leidde er echter wel toe dat hij vertelde wat hij met haar
had gedaan en waar hij haar achter had gelaten.
- Eenmaal
ze dat wisten hadden Nick en Raymond geen belang meer bij de man, maar ze
kregen geen toestemming om zelfstandig verder te gaan. De agenten hadden
gezorgd dat er sherpa's zouden komen om hun mee te nemen de bergen in. Bij
Raymond begon steeds meer de twijfel te rijzen of ze nog wel op tijd zouden
zijn. De man had toegegeven dat hij Tony al vier dagen eerder in de bergen
had achter gelaten en de weersomstandigheden waren de afgelopen dagen alleen
maar verslechterd.
- Het
ademen op deze hoogte (ongeveer 5000 meter hoogte) ging al moeizaam en daar
kwam het zware loopwerk ook nog eens bij. Dus schoten ze niet zo snel op als
ze wel zouden willen, maar beiden waren heel erg gedreven om Tony zo snel
mogelijk te vinden.
- Na
nog eens twee dagen lopen en zoeken kwamen ze op een pas tussen Dingboche en
Pheriche. Ongeveer tot hier waren de aanwijzingen goed te volgen, maar vanaf
daar werd het echt zoeken. Het koste Raymond heel wat moeite om Nick wat in
bedwang te houden. Hij zocht zonder plan en liep dus heel de tijd rondjes
zonder dat hij vooruit kwam.
- Laat
in de middag van hun 3e zoekdag kwam er een kind van een van de sherpa's
naar hun toe en wees in noord oostelijke richting, daar had zij wat gezien.
- Het
team zette zich in beweging en tegen zes uur, het was inmiddels donker, maar
ze liepen met goede lichten, vonden ze onder een provisorisch dakje een
opgerold hoopje mens. Raymond bukte zich, zette zijn hand onder het hoofd en
draaide het heel voorzichtig wat naar zich toe.
- Hij
schrok heftig en moest een heftige braakneiging onderdrukken. Het was
inderdaad Tony.
- Ze
leek niet te reageren op Raymond’s aanrakingen. Voorzichtig draaide hij
haar op de rug en probeerde te horen en te voelen of er ademhaling was en
een hartslag. Heel zwakjes kon hij de pols voelen. Nick deed zijn warme jas
uit en legde die over Tony heen en ging zelf achter haar zitten en nam haar
in zijn armen terwijl hij haar zachtjes hen een weer wiegde.
- De
sherpa's hadden intussen vuur gemaakt en er was al iemand bezig om sneeuw te
smelten zodat ze drinkwater kregen .
- Tony
haar gezicht zag er zwaar gehavend uit, maar toch leek er ergens in haar nog
een heftig vuur te branden. Amper was het sneeuw gesmolten en hadden ze haar
voorzichtig met een lepel wat water in haar mond laten lopen of haar ogen
gingen moeizaam open. Toen ze Raymond en Nick zag wilde ze gaan praten maar
kreeg geen fatsoenlijk woord over haar lippen. Haar mond en keel deden heel
erg pijn, net als haar hele lijf trouwens.
- Raymond
keek vragend naar de sherpa's en die maakten hunduidelijk dat ze deze avond
niet meer terug konden keren naar Tengboche. Ze zouden de nacht moeten
overnachten en trokken een noodkamp op en zorgden voor een vuurtje opdat ze
een beetje warmte konden maken voor Tony.
- Die
avond "sliep" Tony afwisselend in de armen van Raymond of Nick.
Bij het krieken van de dag schudde een sherpa Raymond zachtjes tegen zijn
schouder. Hij was toch nog in slaap gevallen.
- De
snelste sherpa's waren al weer weg geweest en teruggekomen met een geďmproviseerde
brancard waarop ze Tony mee konden nemen naar beneden naar Tengboche waar ze
een eerste medisch onderzoek zou krijgen.
- Daar
had de arts weinig middelen om haar te helpen en dus werd er een helikopter
ingehuurd om Tony over te brengen naar Lukla in de hoop dat het hospitaal
daar haar wel kon verzorgen. De sherpa's waren taaie hardwerkende mannen die
zonder een keer te stoppen de hele afstand van meer dan 7 uur lopen met een
brancard tussen zich in doorliepen. Daardoor hadden Nick en Raymond de
gelegenheid om haar de hand te reiken . Tony was deze ochtend iets helderder
geweest dan gisteren toen ze haar vonden.
- Halverwege
echter begon ze heel onrustig te worden en waren ze wel genoodzaakt om een
stop in te lassen. Door de afdaling veranderde de zuurstofverzadiging in de
lucht en Tony reageerde daar op met heftige benauwdheid en misselijkheid.
Toen ze halt hielden begon ze te braken en de tranen schoten in haar ogen.
Nick knielde naast haar en streelde haar hoofd.
- Tony:
Sorry dat ik de bruiloft voor Britt heb verknald.
- Nick:
Tony waar jij ook aan denkt. Zorg nu maar dat je weer gezond gaat worden. We
willen je graag zo snel mogelijk, maar wel gezond en wel mee terug nemen
naar Gent. Daar wacht Britt op je.
- Tony:
Wil je haar zeggen dat het me spijt?
- Raymond;
Als we bij een telefoon komen kun je haar zelf gaan bellen. Ik denk dat je
haar heel erg gelukkig gaat maken.
- Tony:
Laten we dan maar verder gaan , want ik wil hier weg. Ik heb het koud.
- Nick:
Dat verbaasd me nou niks hč? Je hebt verdorie vier dagen in de bergen
gelegen, met veel te weinig kleding en zonder schoenen. Ik ben bang dat jij
wel bevriezingsverschijnselen hebt, maar dat zullen de artsen zo wel gaan
uitzoeken.
- Toen
ze eindelijk in Tengboche aankwamen stond de halve bevolking hun op te
wachten en werd er een luid applaus opgedragen aan zowel de sherpa's als ook
aan het doorzettingsvermogen van Tony, die die vreselijke ontberingen daar
boven op de berg had overleefd. Die avond konden ze weer al niet door naar
Lukla en dus werd ze liefdevol opgenomen in het huis van de dorpsoudste en
met zorg omringt.
- Ofwel
de vrouwen haar met liefde behandelden had Tony zoveel pijn dat ze
regelmatig flauwviel.
- Maar
gelukkig kon ze de andere ochtend met de heli naar Lukla waar ze in het
hospitaal werd opgenomen. Zowel Nick als Raymond zwarten totaal loss. Hun
conditie als agenten kon je toch wel behoorlijk noemen maar hier boven in de
bergen met die ijle lucht had dat een behoorlijk aanslag gedaan op hun
fysiek.
- Maar
ze waren heel blij dat ze Tony op tijd hadden gevonden en beter nog: Op tijd
in het ziekenhuis hadden gekregen.
- Raymond
probeerde uit te rekenen hoe laat het in Gent zou zijn in de hoop dat hij zo
snel mogelijk het goede bericht kon doorgeven, maar het denken ging hem
zwaar af. Nick stelde dan ook voor om zelf eerst maar eens te gaan slapen en
als ze wat helderder waren eerst maar eens te zien naar de conditie van
Tony, alvorens ze zouden bellen.
- Raymond:
Ik geloof dat dat een goed idee is. En ik wil goed kunnen slapen dus ik
dacht maar zo dat we de staat eens laten opdraaien voor een goede hotelkamer
waar ze een lekker bad hebben en misschien nog wel een massage erbij. Want
mijn rug kan dat wel gebruiken.
- Nick:
Dan zijn de drankjes ook voor de staat?
- Raymond;
Natuurlijk, maar dat laten we toch niet specificeren?
- Nick:
Helemaal mijn man Raymond. Ik ga mee.
- Raymond:
Zo hoor ik het graag. (lachend)
-
- Ondertussen
bij Britt...
-
- Johan:
Liefje? Kom alsjeblieft weer in het nu... Ik mis je zo ontzettend hard...
(half huilend tegen Britt in het ziekenhuis.)
- Maar
Britt was niet bereikbaar.
- Johan
had zoveel pijn in zijn hart, nu hij niets voor Britt kon doen.
- Toen
Sofie weer bij hem kwam zag ze dat hij ook flink gehuild had.
- Sofie;
Ze gaat wel weer goed komen Johan.
- Johan:
De dokter is net geweest. Ze willen haar overdoen naar de afdeling
psychiatrie. Haar afwezigheid..... Ze zeggen dat het psychisch is. Maar, ze
moet me toch wel kunnen horen?
- Sofie;
Dat denk ik ook wel, maar ze is denk ik ook heel angstig om Tony, en
misschien is ze gewoon helemaal verstijfd en verkrampt van de angst. De
artsen zullen het beste voor haar doen, geloof dat nu maar.
- Johan
draait zich om en valt huilend bij Sofie in de armen.
- Sofie:
Heb je nog nieuws gehad van Tony?
- Johan:
Is ze gevonden? (opgewonden)
- Sofie;
Weten we niet. Ik dacht misschien dat als ze gevonden was, ze eerst jullie
zouden bellen?
- Johan;
Nee, ik heb nog niets gehoord. Hoelang zijn ze nu al weg dan? Toch al een
week of zo? Oh Sofie laten ze haar alsjeblieft vinden, levend en wel.
- Sofie;
Dat gaan ze ook wel doen.
- En
Britt ligt er bij en blijft star voor zich uitkijken.
- Dan
komt de arts binnen
en deelt Johan mee dat Britt nu over kan naar de psychiatrische
afdeling.
- Daar
komt ze op een eenpersoonskamer te liggen waar ze intensief geobserveerd zal
worden, zelfs met gebruikmaking van cameratoezicht.
- Ofwel
het lijkt dat Britt niets meekrijgt, en ook totaal niet meer beweegt, gaat
toch haar sonde eruit en het infuus gaat verstopt zitten.
- Men
twijfelt of
Britt echt wel zo bewegingsloos is en of ze niet misschien zelf de
boel heeft geflest. Opnieuw wordt er een infuus en een sonde ingebracht en
uit voorzorg worden haar handen met leren polsbanden aan de bedhekken
vastgemaakt.
- Johan
kan het niet meer aanzien en loopt huilend, verdrietig en boos de kamer af,
met Sofie achter zich aan.
- Sofie;
Johan, het moet even. Ze kunnen Britt toch niet laten uitdrogen?
- Johan:
Het lijkt net of ze een wild beest is, dat ze haar zo vastbinden. Ze heeft
toch niemand wat gedaan?
- Sofie;
Johan, probeer nu eens rustig te worden, en ga dan even met de dokter
praten. Die zal je uitleggen waarom ze het doen.
- En
zo geschied, en ofwel Johan de noodzaak wel ziet van deze maatregel blijft
het hem pijn doen.
- Sofie
gaat terug naar het commissariaat en treft daar Nadine aan, die ondanks haar
blessure stevig wat overuren klopt.
- Sofie;
Ook nog niet weg?
- Nadine:
Ik weet het niet meer Sofie. Alles lijkt mis te gaan. Het is nu al meer dan
vier dagen geleden dat we het laatste nieuws hebben gehad uit Nepal. Ze
moeten haar toch ondertussen hebben gevonden. Tenminste, het laatste wat ze
zeiden was dat die man had aangegeven waar hij haar had achtergelaten. Hij
zal haar toch niet.....? Oh God Sofie, laat dat niet waar zijn. Wat als hij
haar heeft vermoord....??
- Sofie
loopt om het bureau heen en neemt Nadine in haar armen om haar te troosten.
- Sofie:
Nadine, ze zullen echt goed hun best doen om haar te vinden. Kom, wij gaan
hier weg. Hier kunnen we niets meer doen. Morgen is er weer een dag. Heb je
zin om met mij mee te gaan? Kun je straks bij mij eten en kunnen we vanavond
lekker even zitten kleppen of een filmpje kijken. Lekker wijntje erbij en
zo.
- Nadine;
Sofie, hoe speel jij het klaar om zo rustig te blijven?
- Sofie;
Ik heb een stalen geloof erin dat het allemaal goed gaat komen. Britt gaat
heus wel beter worden, en let op mijn woorden : over een maand zit daar de
nieuwe mevrouw Van Lancker. En Tony zullen ze ook heel gauw vinden en mee
terugnemen naar Gent.
- Nadine;
Ik hoop het Sofie; ik hoop het.
- Zo
neemt Sofie, geheel tegen haar gewoonte in, eens een collega - notabene haar
baas - mee naar huis en maakt een lekkere maaltijd klaar. Daarna gaan ze
languit op de bank met een stevige kop koffie erbij en beginnen wat te
praten. Eerst wat over het werk, en de situatie zoals die nu is op het
commissariaat en met het team, maar al snel komen er ook leuke anekdotes
boven. Sofie trekt een wijntje open en ze hebben een ontspannen avond en
Nadine blijft dan ook maar bij Sofie overnachten, want met die wijn op wil
Sofie niet meer gaan autorijden.
-
- Maar
midden in de nacht gaat de telefoon: het ziekenhuis!
- Nadine:
Vanbruane. (mompelend/slaperig)
- Dokter
van Britt: Mevrouw Vanbruane? Zou u naar het ziekenhuis kunnen komen?
Mevrouw Michiels' vriend is ook al verwittigd... (ernstig)
- Nadine
(meteen weer klaarwakker) : Wat is er gebeurd?! (in paniek)
- Arts:
Dat zeg ik liever niet over de telefoon, maar zou u kunnen komen?
- Geschrokken
wekt Nadine ook Sofie die meekomt naar het ziekenhuis.
- Bij
de inkom zien ze net ook Johan, die ook al uit bed gebeld was.
- Hij
ziet er totaal overvallen uit: ongeschoren, kleding snel en zonder zorg
aangedaan, en zijn ogen.....? Alsof hij een spook op zijn hielen heeft.
- Sofie
haakt meteen in bij zijn arm en samen lopen, rennen, ze bijna naar de
afdeling psychiatrie waar de arts hun al op wacht.
- Johan:
Wat is er met Britt? Waarom moeten wij midden in de nacht komen?
- Arts:
Gaat u even zitten.
- Sofie:
Nee, als het zo ernstig is dat we gelijk moeten komen willen we niet gaan
zitten maar willen we weten hoe het met Britt is.
- Arts:
Het spijt me het u te moeten zeggen maar ...
- Nadine
kijkt naar Sofie en Johan en iedereen heeft heel flink de schrik te pakken.
Dan beginnen Sofie haar ogen weg te draaien en zonder nog een kick te geven
valt ze neer. Dit was het punt waar bij Sofie ook het incasseringsvermogen
ophield. Ze kon niet meer. Al haar goede hoop, en al haar optimisme konden
haar nu ook niet meer overeind houden. Ze was flauwgevallen door de angst en
de emotie.
- De
arts helpt haar samen met een broeder weer bij te komen en ze zetten haar
toch op een stoel. Nadine aan de ene kant van haar en Johan aan de andere
kant.
- Wazig
en versuft kijkt ze om zich heen.: Wat is er gebeurt?
- Nadien:
Je had het even niet meer Sofie. Je viel flauw.
- Sofie:
Waar ben ik?
- Johan:
In het ziekenhuis.
- Sofie:
Bij Br....
- En
weer zakt ze weg,
- Arts:
Kom nu mevrouw Beeckman, even erbij blijven (terwijl hij zachtjes op de
wangen tikt.
- Er
wordt een kop sterke koffie op haar toegeschoven en voorzichtig neemt ze een
paar kleine slokjes.
- Dan
begint ze zomaar te huilen; steeds harder .
- Nadine
legt een arm om haar een.
- Sofie
Ze mag niet...Niet na alles wat ze heeft doorstaan.
- Arts:
Sorry dat jullie zo geschrokken zijn. Maar met Britt gaat het niet goed.
- Johan:
Wat is er met mijn vriendin? Wat is er met Britt??
- Arts:
Britt heeft net een epileptische aanval gehad... Een grote aanval...
(serieus)
- Johan:
WAT?! (in paniek)
- Arts:
Normaal gezien...
- Johan:
Niks normaal gezien! Ik wil NU naar Britt! (compleet in
paniek/huilend/schreeuwend)
- Arts:
Komt u maar mee. Mevrouw? (tegen Vanbruane)
- Nadine:
Ik ga wel na Johan... Ik blijf hier even bij Sofie... (mompelend/helemaal
aangeslagen)
- Als
Johan bij Britt aangekomen is, ziet hij hoe ze haar ogen probeert open te
doen...
- Arts: Dat... Dat is een mirakel... (mompelend)
- Johan:
Liefje? (Met een beetje hoop in zijn stem)
- Britt: Jooooo....haaaaan.... (mompelend)
- Rustig
maar Britt. Je bent in goede handen.
- Arts:
We weten alleen niet hoe dat heeft kunnen gebeuren. Op deze leeftijd krijg
je niet zomaar epileptische aanvallen. Dat moeten we goed gaan uitzoeken.
- Johan:
Wat is er met haar mond?
- Arts:
Bij die aanval heeft ze heftige krampen gehad, ook in haar gezicht, en toen
heeft ze heel hard op haar tong gebeten. Daar zit een behoorlijke wond in.
- Johan:
Gaat dat goed komen?
- Arts:
Ik denk het wel. Het zal wel even pijn doen, maar meestal wil dat wel goed
genezen.
- Britt:
Johan, ik moet.... ik...... m.......
- Arts:
Ze is helemaal op. Die schudkrampen hebben haar helemaal uitgeput. Ze zou
het beste nu gaan slapen, maar iets in haar bezorgd haar zoveel onrust dat
ze niet kan toegeven. En eerlijk gezegd durf ik op dit moment niet zo goed
een slaapmiddel te geven,.
-
- Johan:
Haar vriendin is vermist in Nepal. Daar maakt ze zich heel erg zorgen om. Ze
kan gewoon geen rust vinden.
- Britt: T..o...n....y
- Johan:
Britt. Raymond en Nick zijn haar gaan zoeken. We hopen heel snel bericht te
krijgen. Ga maar rusten en beter worden dan ben je er weer bij als ze straks
terugkomt.
- Johan
ziet hoeveel moeite Britt heeft om te spreken en in haar ogen ziet hij veel
verdriet en nog steeds heel vele angst.
- Britt
zucht eens diep, rochelt wat, en zakt dan toch eindelijk in slaap.
- Arts:
U kunt het beste gaan nu. Sorry dat we u hier voor moesten wekken, maar het
zag er net zeer riskant uit.
-
- Terug
in het kantoortje zitten Sofie en Nadine in elkaars armen te snotteren.
- Johan:
Ze was heel moe. Die aanval heeft haar helemaal uitgeput. De dokter zegt dat
ze beste nu kan gaan slapen. Ik denk dat wij ook maar weer moeten gaan.
- Sofie
neemt Johan in haar armen en wil hem troosten maar eigenlijk heeft ze zelf
ook vreselijk veel behoefte aan steun en troost, zeker nu 'haar' Nick ook al
ver weg is. Ze hoopt zo dat ze Tony vinden en snel terug kunnen komen.
- Verslagen
gaan ze allemaal weer naar hun eigen huis terug, ieders met zijn eigen
gedachtes, ieder smet zijn eigen angsten.
-
- De
volgende ochtend vroeg alweer, gaat Johan naar het ziekenhuis om te zien hoe
Britt er aan toe is. Het blijkt dat ze en hele onrustige nacht heeft gehad.
Nog steeds licht ze onrustig in bed te woelen. Ze kijkt waterig op naar
Johan en wil hem van alles en nog wat vertellen, maar ze krijgt de woorden
niet over haar lippen.
- Johan:
Wat is er liefje? Je wilt me iets zeggen?
- Britt
knikt en begint te huilen.
- Johan
staat op en neemt haar op en houd haar dicht tegen zich aan in zijn armen en
streelt liefdevol haar haren.
- Dan
zucht Britt weer eens diep, en heel langzaam nu, begint ze te praten.
- Britt;
Johan, ik wil niet in het ziekenhuis zijn. Ik wil thuis zijn. En Tony moet
ook terugkomen. Wij zouden toch gaan trouwen deze week?
- Johan: Brittje, jij was zo ziek. Ik heb de bruiloft uitgesteld totdat jij weer
helemaal gezond zou zijn.
- Britt;
Och Johan, dat zal ik nooit meer worden. Als Tony niet...... dan word ik
nooit meer gezond, dan ga ik dood van verdriet. (huilend)
- Johan
zoent haar op haar hoofd en haar wangen, en hij wil haar ook op de mond
zoenen, maar net dan gaat zijn mobiele telefoon.
- Johan:
Van Lancker?
- Raymond:
't Is Raymond hier. Ben je bij Britt?
- Johan:
Ja??
- Raymond:
We hebben haar. We hebben Tony. Geef vlug Britt eens aan de telefoon.
- Johan
is overdonderd en zonder ook verder te vragen of na te denken legt hij de
telefoon tegen Britt haar oor.
- Britt;
Ja, met Britt?
- ..........:
Sorry dat ik er niet op tijd weer was.
- Britt;
TONY????
- Tony:
Ja, ik ben het. Ik heb zo dom gedaan. Je zult me vast nooit vergeven?
- Britt:
.......
- En
dan begint ze weer te verkrampen en heeft ze van nieuws een zware
epileptische aanval Johan schrikt heftig, laat zijn telefoon vallen en roept
om hulp.
- Gelijk
ook staan er weer twee broeders en een zuster bij het bed die proberen Britt
haar armen en benen wat tegen te houden omdat ze met haar bewegingen zo om
zich heen maait dat ze bang zijn dat ze zich zal verwonden. Een ander
probeert om een rubber wig tussen haar tanden te drukken om te voorkomen dat
ze weer op haar tong zal bijten.
- Een
andere zuster spuit gelijk valium in de infuusnaald en binnen tien seconden
zijn de schuddingen dan ook weer voorbij. Britt zakt weg en heeft een diep
en ronkende ademhaling.
- Johan
raapt zijn mobiel weer op, waar Tony hard door staat te schreeuwen...
-
- Johan:
Sorry Tony;.. Britt heeft net een 2de epileptische aanval gehad...
(snikkend)
- Tony:
Binnen een paar dagen ben ik er weer, Johan... Echt waar...
(glimlachend/geruststellend)
- Johan:
Sorry Tony dat ik niet verder kan praten maar ik moet echt weten wat ze met
Britt gaan doen. Ik hoop je gauw weer te zien.
-
- In
Nepal staat Tony beteuterd naar de telefoon te kijken en Raymond legt een
hand op haar schouder.
- Tony:
Britt,..... ze kreeg ineens een epileptische aanval zei Johan.
- Nick:
Britt? Een epi-wat-aanval?
- Tony
is nu heel verdrietig. Ze heeft het gevoel dat zij er de oorzaak van is dat
het niet gaat met Britt.
- Raymond;
Tony, maak u geen zorgen daar om. Zie dat je beter wordt dan kan je met ons
mee terug.
- Tony:
Het is wel mijn schuld. Als ik niet weg was gegaan was dit niet.... .....
- En
ze schiet in een hele zware hoestbui en opeens ziet ze bloed op haar handen
komen en raakt ze helemaal in paniek.
- Nick
roept vlug een zuster bij en gebaart dat het met Tony helemaal niet goed
gaat.
- De
arts laat haar direct naar de röntgen gaan om longfoto's te maken en Tony
krijgt een medicijn verneveld om de spanning wat uit haar longen te halen.
Blijkbaar had ze door haar verblijf in de bergen een longoedeem opgelopen
waar door er een te grote druk op de longblaasjes stond, en nu met iade
opwinding en die zware hoestbuien was de druk zo groot geworden dat een
aantal longblaasjes was geknapt.
- Ze
keek heel angstig om zich heen en voelde steeds aan haar hals of ze nog kon
ademen. Nick ging bij haar zitten een nam haar hand en begon kalmerend tegen
haar te spreken.
- Nick:
Tony, doe maar rustig. Je gaat wel oké worden. Je longen zijn nog niet
gewend aan de luchtdruk. De dokter zegt dat je met een dag of twee je al een
heel stuk beter voelt.
- Tony:
Bang. Ik ben bang dat ik stik.
- Nick:
Heb je het benauwd?
- Tony:
Ja.
- Dan
zet Nick haar wat rechterop en steunt haar goed met kussens. Hij gaat dicht
naast haar zitten en neemt haar in zijn armen.
- Onderwijl
is Raymond met een arts aan het praten om te horen hoe de fysieke toestand
is, en of Tony binnenkort terug kan naar Gent.
- Arts:
Wel, die longen, dat kan met het vliegen nog wel een probleem worden. Ze
moet heel erg oppassen met luchtdruk verschillen. Zolang de longblaasjes
zich niet volledig hebben hersteld blijft de kans bestaan da ze zullen
knappen. Zolang gaat het goed, maar als er teveel knappen komen de longen
vol bloed te staan en zal ze stikken in haar eigen bloed.
- Raymond:
Maar verder is ze gezond?
- Arts:
Dat zou ik niet zeggen. De gevoeligheid in haar handen en voeten is ernstig
gestoord als gevolg van de onderkoeling. Bovendien hebben haar nieren een
behoorlijke klap gehad omdat ze bijna was uitgedroogd. En op haar rug zit
die wonde nog. Die ziet er echt niet goed uit.
- Raymond;
Maar wanneer kan ze mee? Ze wil zo graag weer thuis zijn, bij haar vrienden
en zo.
- Arts:
We zullen doen wat we kunnen. Met medicijnen kunnen we een boel bijsturen,
maar ik wil echt heel voorzichtig doen met die longen.
- Raymond:
Maar heeft u enig idee hoe lang dat gaat duren?
- Arts:
Ik hoop dat we over een dag of drie meer kunnen zeggen, eerder zou gewoon
spelen met haar leven zijn.
- Raymond;
Dan kunt u haar het beste in slaap brengen en slapende houden, want die houd
dat niet vol zo lang in bed.
- Arts:
Ze zal wel moeten anders krijgt ze het gierend benauwd.
- Raymond;
Laat u ons zo snel mogelijk weten als we haar terugreis kunnen gaan regelen?
Moeten we daar iets bijzonders voor regelen? Speciaal vervoer of medische
begeleiding?
- Arts:
Een arts aan boord zou niet verkeerd zijn. Met apparatuur natuurlijk.
- Raymond;
Ik neem contact op met België en vraag wat de mogelijkheden zijn. Is het
goed als ik daar morgen met u op terug kom?
- Arts;
Dat is goed. Ik zal haar nu dan maar laten slapen, niet?
- Nick
is net van de kamer gekomen omdat Tony eindelijk in slaap was gevallen.
Raymond informeert hem over de toestand van Tony en dan gaan ze weer naar
het hotel en bellen met Nadine in Gent.
- Nadine:
Vanbruane?
- Raymond;
We hebben haar Nadine. Tony is gered.
- Even
is het stil aan de andere kant. Nadine veegt een paar tranen uit haar ogen
en snuit haar neus. Ze is zo blij dat Tony terug is gevonden.
- Nadine;
Hoe is ze er aan toe?
- Raymond;
Niet zo goed, maar u kent haar: ze wil niet blijven. Maar ze heeft een
longbloeding gehad en mag nog niet vliegen. Bovendien moeten haar nieren nog
beter worden, want ze was bijna uitgedroogd. En ze heeft gevoelloze handen
en voeten. En de dokter zei dat ze een wond had op haar rug. Waarvan weet ik
niet, ook niet hoe ernstig die is.
- Nadine:
Ik hoorde dat jullie al met Britt hadden gebeld?
- Raymond;
En toen Tony met haar sprak kreeg Britt een insult?
- Nadine;
Ja, een hele zware. De artsen hebben haar in een kunstmatig coma gebracht
opdat haar hersenen ook helemaal goed tot rust kunnen komen. Ik hoop echt
dat het allemaal goed gaat komen met die twee, en als het aan mij ligt
liever vandaag dan morgen. Man, dit sloopt je. Ik ben kapot.
- Raymond:
Dan zou ik zeggen: ga naar hiuis. Bij jullie moet het al ergens laat in de
avond zijn? Zorg ook goed voor uzelf, uw team heeft u nodig, we kunnen u
niet missen.
- Nadine;
Dank je voor je bezorgdheid Raymond. Wens Tony beterschap en zorg
alsjeblieft dat jullie gauw samen naar huis kunnen komen. Is er nog iets
nodig?
- Raymond;
Ja, medische begeleiding en mogelijk ook apparatuur, voor het geval de
longen.... ja, zoiets zei de dokter. Maar laten ze van het Universiteits
ziekenhuis maar contact opnemen met dokter Junlahiptal in het ziekenhuis in
Lukla. Daar ga ik morgen ook weer heen en probeer om Tony zo snel , maar wel
zo goed en zo veilig mogelijk in Gent terug te krijgen.
- Nadine;
Raymond, en ook aan Nick hoor, namens heel het team, heel het corps, wil ik
jullie bedanken voor jullie tomeloze inzet. Bedankt dat jullie deze zware
klus hebben geklaard.
- Raymond:
Nadine, mag ik je nog een ding vragen?
- Nadine;
Zeg het eens Raymond?
- Raymond:
Zou je morgen of zo eens bij Lidy langs willen gaan en haar zeggen dat ik
haar heel erg mis en van haar houd?
- Nadine;
Dat doe ik natuurlijk. Kom gauw terug, ik wil ons team weer compleet hebben.
- Raymond:
U bent nog niet van uw team af, hoor. (lachend)
- Nadine:
Dat zou ik ook voor geen geld van de wereld willen. (glimlachend)
- Raymond:
Welterusten, Nadine.
- Nadine:
Welterusten en tot morgen, Raymond...
-
- De
volgende dag in het ziekenhuis bij Britt...
- blijft
de situatie ongewijzigd. Het coma blijft gehandhaafd en gelukkig krijgt
Britt geen nieuwe aanvallen meer. Johan merkt aan de mimiek van Britt dat ze
iets meer lijkt te ontspannen. Hij had van Nadine gehoord hoe de toestand
van Tony was en fluisterde dat nu in Britt haar oor, in elk geval het
gedeelte da ze zo snel mogelijk terug zou komen.
- Daarna
ging hij langs op het commissariaat en zag dat diegenen die er nog waren er
allemaal moe en afgetobd uitzagen.
- Johan:
Nadine, u ziet er ook niet goed uit?
- Nadine;
Ik ben zo moe Johan. Deze weken hebben me zeker twintig jaar ouder gemaakt.
- Sofie;
En mij ook trouwens.
- Johan:
Ik ben jullie heel dankbaar voor wat jullie allemaal voor ons doen. Ik zal
dat nooit vergeten.
- Nadine;
Hoe was Britt vanmorgen?
- Johan:
Iets rustiger. Ik heb haar in haar oor gefluisterd dat Tony zo snel mogelijk
weer terug komt. Weten jullie al wanneer?
- Sofie;
Raymond gaat met de arts overleggen wanneer of ze mag vliegen.
- Johan:
Hoezo mag vliegen?
- Nadine;
Met die longtoestanden. Ze zijn bang dat ze weer een longbloeding krijgt.
- Johan:
Zo erg nog?
- Nadine;
Daar leek het wel op, maar er zal vandaag een arts hier uit het
universiteitsziekenhuis bellen met de arts in Lukla, en dan zullen ze verder
overleggen.
-
- En
gelukkig kon die avond het sein op groen worden gezet dat Tony op zaterdag ,
onder medische begeleiding, de reis naar huis kon aanvaarden. De arts uit
Lukla zou zelf meekomen, en van de gelegenheid gebruik maken om een paar
gastcolleges te geven op de RUG over hoogteziekte. Daar was altijd wel een
publiek voor te vinden onder de studenten.
-
- De
algehele toestand van Tony ging heel langzaam vooruit, maar de
gevoelloosheid in haar handen en voeten had plaats gemaakt voor enorme
pijnen, en zwaar onder de morfine ging ze het vliegtuig in. Ze was helemaal
versuft en sliep gelukkig het grootste deel van de meer dan twaalf uur
durende vlucht en de aansluitende rit naar het ziekenhuis in Gent.
- Ze
werd opgenomen in het ziekenhuis van de universiteit en daar gelijk in
isolatie gestopt om haar eerst helemaal te onderzoeken of ze geen vreemde
infecties bij zich had vanuit Nepal. Daarna werd ze helemaal onderzocht op
de kwetsuren die op haar kaart stonden. Haar voeten en handen deden nog
steeds erg veel pijn. Ook haar aangezicht had ze last van, maar meer omdat
daar enkele fracturen inzaten. Ze was door die man zo vreselijk in elkaar
geklopt dat ze twee scheurtjes in haar oogkas had en een gebroken jukbeen en
een barst in haar schedel.
- Toen
kreeg ze medicijnen aan het infuus toegediend die de doorbloeding in handen
en voeten moest optimaliseren en daarna kon ze gaan rusten op een
eenpersoonskamer, in volledige isolatie, totdat de uitslagen van de infectie
testen bekend was.
- Elke
bezoeker moest zich kleden in een schort met een mutsje op, en een masker
voor zijn mond, en zijn handen in latex handschoenen,.
- En
een van de eerste bezoekers was Johan. Die wilde zich echt met eigen ogen
overtuigen dat Tony er weer was en dat ze beter zou gaan worden.
- Tony
was blij dat hij er was, maar ook angstig, Ze voelde zich nog steeds
schuldig dat ze weg was gegaan en in de problemen was geraakt.
- Maar
Johan stelde haar gerust, dat de bruiloft heus wel door zou gaan, eenmaal
Britt ook weer was opgeknapt.
- Tony:
Zou je haar willen zeggen dat het me heel erg spijt Johan?
- Johan:
Nee, dat ga ik niet zeggen, want dan gaan jullie weer tegen elkaar opbieden
wie het meeste spijt heeft. Jij bent het slachtoffer geworden van een brute
overval. Dat is niet jou schuld. Word gewoon snel beter en ga dan naar haar
toe. Ze heeft je nodig Tony.
- Tony:
Ik zal mijn best doen Johan. Zou je dat wel tegen haar willen zeggen?
- Johan:
Dat wil ik wel doen.
-
- Toen
ging hij weer terug naar het Sint Lucas om Britt te gaan vertellen dat Tony
terug was in Gent.
- Britt
was net die avond uit haar coma gehaald en keek voorzichtig opgewekt toen
Johan haar het nieuws kwam brengen.
- Ze
was nog heel erg moe, en zwak, maar hij zag in haar ogen duidelijk dat haar
vechtlust weer terug was gekeerd.
- Johan:
Britt, ik denk dat we een nieuwe afspraak moeten gaan maken.
- Britt;
Een nieuwe afspraak? Warvoor?
- Johan:
Ik zou heel graag toch wel met je willen trouwen hoor.
- Britt;
Sorry, ik was het helemaal vergeten.
- Johan:
Wil je nog met me trouwen dan?
- Britt;
Heel de tijd al hoor ik die klokken luiden en ik wist niet meer wat dat
betekende.
- Johan:
Nou, dan zou ik zeggen: wakker worden, anders ben je straks lawaai doof als
de ambtenaar vraagt of jij wel met mij wilt trouwen.
- Britt;
Ik wil Johan. Ik wil dolgraag met je trouwen. Wij mogen toch wel een klein
beetje geluk vragen voor ons, na alles wat er is gebeurt?
- Johan;
Zeker mogen wij dat.
- Britt
zakt langzaam weer in slaap, maar is eigenlijk ook zo opgetogen dat ze ook
weer niet echt in slaap kan komen.
- Johan:
Liefje, ga nu lekker slapen. Het gaat allemaal weer goed komen. Jij gaat nu
snel opknappen, en hopelijk mag je ook weer gauw naar huis. Ik wil weer
samen met jou het bed kunnen delen. Het is koud zo 's nachts alleen in bed.
- Britt;
Dat vind ik ook.
- Johan:
Wel dan. Ga lekker slapen en dan zal ik morgen aan de dokter vragen wanneer
je weer mee mag naar huis.
- Britt;
Johan, jij bent de liefste. Ik hou van jou.
- Johan;
Jij bent ook mijn liefste, en ..... ik hou ook heel veel van jou.
- Johan
geeft Britt een passionele zoen en met een diepe zucht en een glimlach op
haar gezicht, valt Britt in slaap...
-
- Johan
(fluisterend in haar oor): Slaapwel, mijn liefste...
-
- In
haar slaap, neemt Britt Johan's hand vast, en laat hem niet meer los, zodat
Johan niet kan vertrekken...
-
- Ondertussen
in het ziekenhuis van de universiteit, gaat het nog steeds goed met Tony...
- De
testen op infecties waren terug gekomen en Tony bleek geen resistente
bacteriën bij zich te hebben. Ze mocht over naar de gewone afdeling, maar
moest nog wel gehospitaliseerd blijven om verder aan te sterken en haar
handen en voeten werden ook nog behandeld.
- Daarvoor
kreeg ze intensieve fysiotherapie. Haar handen begonnen weer kleur te
krijgen en de bevriezingen leken geen blijvende gevolgen te hebben
achtergelaten, maar met haar voeten waren de artsen daar nog niet zo zeker
van.
- Tony
doorstond dan ook helse pijnen , maar ze sloeg zich er manmoedig doorheen.
Ze wilde perse weer in de been zijn als de nieuwe trouwdag van Britt en
Johan zou zijn.Maar hoe hard Tony ook probeert, met haar voeten wil het nog
niet lukken.
- De
artsen beginnen zich nu toch echt zorgen te maken en besluiten nog een
onderzoek te doen.
- Na
het onderzoek komen de artsen met de uitslag over hoe nou precies verder met
haar voeten...
- Arts:
Wel Tony, het lukt nog niet echt met die voeten van je.
- Tony:
Maar het moet weer goed worden. Britt gaat binnenkort trouwen en ik wil daar
wel bij aanwezig zijn hoor.
- Arts:
Je zult nog heel wat pijn moeten doorstaan voor je echt weer op de been
bent.
- Tony:
Wat gaan jullie doen?
- Arts:
Je krijgt strikte bedrust, dus ook niet meer in de rolstoel. We zullen je
benen volledig ontlasten door ze in matjes te hangen zodat je voeten
helemaal vrij zijn van het bed. Dan krijg je een infuus met een geneesmiddel
waarvan wij hopen dat ze de doorbloeding in je voeten verder zullen
optimaliseren, en de huidarts en de fysiotherapeut zullen elke dag je voeten
onderzoeken en behandelen.
- Tony:
Wat gaan ze doen dan?
- Arts:
De huidarts gaat kompressen aanleggen met een bepaald kruidenmengsel. Dat
zijn in eerste instantie koude kompressen. Mogelijk dat dat een soort van
shock geeft, waardoor de bloedvaten gaan reageren. Dan zal de fysiotherapeut
de voeten doorbewegen en voorzichtig masseren. Dat zal heel veel pijn doen.
Als dat aanslaat kunnen we ook over op warmte kompressen en zullen we de
behandeling uitbreiden en intensiveren.
- Tony:
En als het niet aanslaat?
- Arts:
Dan moeten we hopen dat er geen weefselversterf of een infectie ontstaat.
- Tony:
Want dan....?
- Arts:
Dan zullen we je leven moeten zien te redden door te gaan amputeren.
- Tony
hoort dit geschrokken aan en begint heel onrustig te worden. Ze verslikt
zich bijna in haar eigen speeksel en begint weer hard te hoesten en opnieuw
beginnen de longen ook weer te bloeden.
- Nu
is de paniek compleet en Tony is niet meer rustig te krijgen.
- De
arts geeft haar nu valium in het infuus en dan zakt Tony snel terug in een
oppervlakkige slaap.
- De
voorgestelde behandeling wordt gelijk ingezet om een zo goed mogelijke kans
van slagen te hebben.
- De
longarts is ook geweest en stelt zijn twijfels over de conditie van Tony's
longen. Hoewel ze dus in eerste instantie leek op te knappen is er nu sprake
van achteruitgang, of in elk geval van stagnatie.
- Omdat
ze weten dat Tony moeilijk kan rusten , krijgt ze standaard
kalmeringsmedicatie toegediend, dus als ze weer wat begint bij te komen
kijkt ze slaperig naar haar benen en ziet die in de matjes hangen, en er
zitten grote gazen om haar voeten.
- Heel
langzaam wordt ze zich bewust van de pijn die echter steeds heviger word.
- Van
angst en pijn begint ze haast te schreeuwen, zodat er snel een dokter bij
gehaald wordt, die haar gelukkig kan geruststellen...
-
- Ondertussen
bij Britt...
- begint
die in haar dromen te praten. Johan probeert te volgen waar het over gaat
maar word er niet wijs uit.
- Zachtjes
wrijft hij haar over haar wangen waarop Britt weer wakker wordt en met
vriendelijke lachende ogen naar hem opkijkt.
- Britt;
Mag ik al bijna naar huis Johan?
- Johan:
Ik kon niet weg om de dokter te vragen, jij hield me hier gevangen.
- Britt;
Zou je dat willen doen dan? Ik kan het niet meer volhouden hier.
- Johan
loopt de gang op en zoekt een zuster om te vragen of de dokter kan komen bij
Britt.
- Zuster:
Als hij straks terug is vraag ik hem naar u toe te komen.
-
- Johan
gaat terug naar Britt en zegt dat de dokter zal komen, als ze ven het geduld
op kan brengen.
- Na
een tien minuten komt de arts de kamer in en Britt wacht niet meer op wat
hij te zeggen heeft, ze steekt zelf gelijk van wal.
- Britt;
Ik wil naar huis. Ik kan hier niet meer tegen. Ik MOET weer in huis zijn.
- Arts:
Mevrouw Michiels, we kunnen u echt niet zomaar laten gaan. U bent hier zwaar
ziek binnen gekomen, uw toestaan is hier echt kritiek geweest, we zullen
eerst moeten uitzoeken hoe die epileptische aanvallen zijn ontstaan. U bent
nog steeds niet uit de gevaren zone.
- Britt
begint te huilen. Ze is echt intens verdrietig. Ze heeft zoveel heimwee en
het ontroerd de arts zeer.
- Arts:
Maar ik wil niet het risico lopen dat u thuis wat overkomt, terwijl wij niet
weten wat de oorzaak was.
- Britt;
Ik was bang en verdrietig om Tony, maar die is er nu weer en nu ben ik weer
oké.
- Arts:
Als dat eens zo gemakkelijk was.
- Johan;
Ik zal heel goed voor haar zorgen, en er zijn toch medicijnen om te
voorkomen dat ze zulke aanvallen krijgt?
- Arts:
Ja die zijn er, maar de dosering moet wel afgestemd zijn op de intensiteit
van de aanvallen. Ik kan niet zomaar wat gaan voorschrijven.
- Johan:
Hoe lang duurt dat voor die onderzoeken dan allemaal klaar zijn?
- Arts:
Daar hebben we toch een week of zo voor nodig. En dan moeten we die
medicijnen starten en zien of ze helpen en u er tegen kan.
- Britt
zegt niets meer, ze ligt alleen maar heel verdrietig in haar bed.
- Johan
ziet dat haar onderlip trilt en dat ze eigenlijk het liefste heel hard zou
willen huilen. Hij gaat dicht bij haar zitten en neemt haar weer in zijn
armen.
- Johan:
Stil maar lief. Dit zullen we samen wel doorstaan. Ik kom elke dag bij je,
en als je wilt neem ik de kinderen ook weer mee.
- Britt;
Ik wil niet. Ik wil naar huis.
- Arts:
Heel misschien kan ik voor u een weekendverlof regelen, dat u bijvoorbeeld
zondag middag een paar uurtjes naar huis gaat als u daar zo aan gehecht
bent.
- Johan
:Dat zou heel mooi zijn.
- Britt;
Ik wil thuis blijven (huilend)
- Johan
knipoogt naar de arts ten teken dat die beter kan gaan zodat hij alleen met
Britt blijft. Johan ziet dat Britt ontroostbaar lijkt en hij blijft haar
maar strelen en zoenen tot ze eindelijk weer gaat slapen.
- Het
doet Johan pijn om Britt zo te moeten achterlaten, maar hij begrijpt de
motivatie van de arts ook wel. Stel je voor da er thuis weer wat met Britt
zou gebeuren? Wat zou hij dan met haar aanmoeten? Hij was zich rot
geschrokken toen Britt die tweede aanval had gekregen en had toen ook niet
geweten wat hij moest doen.
-
- Die
vrijdag beginnen de eerste onderzoeken specifiek op het opsporen van een
oorzaak van die aanvallen. Eerst een bloedonderzoek. Toen een EEG, een
elektro encephalogram, ofwel een hersenfilmpje, dat alle hersenactiviteiten
registreert.
- Dat
was echter voor het incasseringsvermogen van Britt al voldoende, want ze
raakte al behoorlijk overprikkeld hierdoor en men was bang voor nieuwe
aanvallen. Britt lag die middag kwaad in bed toen Johan kwam.
- Johan:
Wat is dat nu?
- Britt:
Ze waren begonnen met die onderzoeken dan hadden ze ze ook wel af kunnen
maken en dan had ik nu naar huis kunnen gaan.
- Johan:
Ze zullen wel een reden hebben dat ze niet alles tegelijk doen. (hij had al
gehoord van de belasting voor Britt en ging er maar verder niet over door)
- Britt;
Ik wil weg.
- Johan:
Vind je het goed dat de kinderen vanavond ook mee komen? Ze willen zo graag
hun mama weer eens zien.
- Britt
keek Johan vragend aan: HUN??? Ze was toch alleen de mama van Dorien?
- Johan
begreep de blik en haalde zijn schouders op: Ja Britt, Simon praat over jou
als zijn mama, zelfs al nu we nog niet getrouwd zijn. Ik zou er maar vast
aan gaan wennen.
- En
weer begon Britt te huilen.
- Johan
wist het ook niet meer wat hij met haar aan moest. Hij gaf zielsveel om haar
en wilde haar zo graag helpen maar hij kon niet tegen haar heimwee op.
- Stilletjes
zat hij de bezoektijd uit.
- Britt:
Johan?
- Johan:
Ja, liefje?
- Britt:
Ik wil DOLgraag met je trouwen. (zuchtend/glimlachend)
-
- Dan
zakt Britt weg in een diepe slaap...
- En
ze slaapt gelukkig heel de avond door. Op zaterdag ochtend komt Johan dan
alsnog met de kinderen omdat ze vrijdagavond niet meer wakker was geworden.
- Simon
en Dorien komen heel zachtjes de kamer in. Britt ligt nog onderuitgezakt op
bed en heeft haar ogen maar net open.
- Simon:
Dag mama?
- Britt; Hey, dag Simon. Je papa zei al dat je me mama ging noemen, maar je mag ook
wel gewoon Britt blijven zeggen hoor. 't Is wat jij wilt.
- Simon:
Mag ik bij je komen zitten?
- Johan:
Doe je zachtjes met mijn vriendin?
- Dorien:
Zeg Johan, ze is van ons allemaal hoor!
- Johan:
Sorry, ik wist niet dat ik je beledigde.
- Britt;
Kom allebei maar bij me zitten. Ik heb jullie gemist. Ik kan wel een
knuffeltje gebruiken
- En
gelijk vliegen beide kinderen haar om de hals.
- Dorien
huilt een beetje want zij heeft haar mama wel heel erg gemist.
- Er
word over allerlei kleinigheden gesproken en Johan merkt wel dat het Britt
erg snel vermoeid. Aan haar ogen ziet hij ook nog steeds het verdriet dat ze
niet naar huis mag. Na twintig minuten vraagt hij of de kinderen alvast naar
de cafetaria willen gaan, omdat het erg vermoeiden is voor Britt en dan zal
hij hun daar zo op komen halen.
- Als
de kinderen weg zijn gaat hij zelf bij Britt op bed zitten en neemt haar
weer in zijn armen.
- Johan:
Lieverd, het verdriet me zo u zo te zien. Ik zou willen dat ik je kon
helpen, maar ik voel me zo machteloos.
- Britt;
De dokters zeggen dat ze volgende week nog wel zeker drie onderzoeken moeten
doen. Hoe kan ik nou zo epilepsie krijgen? Dat heb ik toch nooit gehad.? Het
kan best wel van de spanning en de emotie rond Tony zijn gekomen. Laten ze
dat toch eens aannemen.
- Johan:
Britt, ik weet dat je angstig en onzeker bent, maar toen je die aanval
kreeg, ik schrok me wezenloos. Laten ze alsjeblieft uitsluiten dat er wat is
en dat je dan gezond weer mee kan naar huis. Ik weet dat je het moeilijk
vind maar ik wil je graag gezond weer thuis hebben.
- Britt;
Ik wil graag met je trouwen Johan, en we moeten nog zoveel regelen.
- Johan:
Dat hoeft niet Britt. We doen alles zoals gepland, alleen wat later. We
hoeven niets meer te regelen, alleen dat jij weer gezond bent.
- Britt;
En Tony moet ook weer gezond zijn.
- Als
ze dit zegt krijgt Johan een hele bezorgde blik in zijn ogen.
- Britt;
Johan? Is er iets met Tony?
- Johan:
Nnnnnnnn Ja, het gaat niet zo heel goed. Ik wilde je dit liever niet
vertellen, maar ik kan het ook niet voor je verzwijgen.
- Britt;
Wat is er dan? Ze ging toch zo goed vooruit?
- Johan:
Ze heeft opnieuw een longbloeding gehad.
- Britt;
Hoe kan dat nu? Ze was toch aan de beterende hand?
- Johan:
Toen de artsen haar voeten hadden onderzocht en de uitslag kwamen vertellen
is ze heel hard beginnen hoesten en toen, toen, toen begon het dus opnieuw.
- Britt;
Wat is er met haar voeten? (bang)
- Johan:
Ze lijken niet te genenzen en ze zijn bang voor weefselversterf. Nu moet
binnen vier dagen verandering optreden anders zullen ze.....
- Britt:
Anders zullen ze wat? Johan, zeg het me. Het is mijn vriendin waar we het
over hebben!!
- Johan:
Anders zullen ze haar voeten moeten amputeren.
- Britt; NEEEE!!!!!
- En
nu begint Britt helemaal in paniek te raken, ze wordt heel onrustig en druk
en dan schiet ze ook weer in een insult.
- Johan
roept snel een zuster en weer moeten ze haar fixeren en spuiten en sederen.
- Als
ze klaar zijn ligt Britt weer zwaar ronkend te ademen op haar zij in bed.
- Johan
zit weer naast haar en streelt zachtjes haar haren uit haar gezicht.
- Britt
haar ogen zijn rooddoorlopen. Telkens die aanvallen kosten haar zoveel
energie dat ze er langzaam aan onderdoor lijkt te gaan.
- Na
een poosje komt ze weer bij haar positieven en ziet dat Johan ook gehuild
heeft.
- Britt;
Johan, Zeg me dat het goed gaat komen, anders wil ik ook niet meer.
- Johan:
Britt, zeg dat niet. Ik geef om u, ik wil u niet kwijt. Iedereen doet heel
erg zijn best om ook Tony weer gezond te krijgen, maar als die voeten niet
genezen dan word ze daar heel ziek van en kan deze daaraan sterven. Dan is
amputatie levensreddend. Maar zover is het nog niet. Ze proberen nog van
alles om haar voeten te redden.
- Britt;
Ik wil naar haar toe.
- Johan:
Britt, jij moet nu gaan slapen. Ik hoop dat de dokter geen bezwaar gaat
maken voor je verlof. En dan zullen we morgen wel zien of het gaat oké?
- Britt
zucht eens diep en weeral is ze in slaap gevallen.
- Dan
gaat Johan met de kinderen weer naar huis. Hij durft hun niet te vertellen
van die nieuwe aanval. Iedereen had zo de hoop dat Britt die zondag voor een
paar uurtjes naar huis mocht.
- Ondertussen
met Tony schijnt er wat te veranderen, in verband met haar voeten...
- In
positieve aard...
- De
Nepaleese arts was na zijn lezingen ook nog bij haar geweest omdat hij had
gehoord dat haar toestand niet verbeterde. Hij gaf adviezen hoe ze haar
longen het beste konden behandelen. Als men voor hem het verblijf wat zou
kunnen verlengen wilde hij zich zelf met die voeten gaan bezighouden.
- Tony
was nog steeds heel erg verdrietig en angstig dat ze haar voeten zou
verliezen. En ze had ook nog heel veel pijn. En elke keer weer waren daar
die artsen en therapeuten die aan haar zaten en haar nog meer pijn deden.
- Nu
kwam dokter Junlahiptal bij haar bed staan en schudde haar de hand. Vaag
leek Tony zich zijn gezicht te herkennen.
- Arts:
Ik ben Ramsii, de dokter die u in Lukla heeft geholpen voor u hier heen
terug ging. Ik ben op de reis mee geweest om u te begeleiden en heb hier een
paar gastcolleges gegeven over hoogte ziekten. En nu zie ik dat ze ook wel
wat praktijk lessen kunnen gebruiken.
- Tony:
(huilend) Gaan jullie weeral aan me zitten?
- Ramsii:
Ik stel voor dat ik dat alleen nog ga doen. Ik zal je wel pijn moeten doen,
om te weten dat ik goed bezig ben, maar dan hoef je niet boos te worden op
iedereen. Als ik dan weer weg ben dan kunnen de anderen je verder op de been
helpen.
- Tony:
Denkt u echt dat ik wel weer zal kunnen gaan?
- Ramsii:
Zullen we afspreken dat je me gewoon Ramsii noemt? En dat je me ook eerlijk
zegt als ik je teveel pijn doe? Pijn zul je hebben, maar het kan ook teveel
zijn en dan moet jij dat wel aangeven. Oké?
- Tony:
Oké?
- Ramsii:
Dan ga ik nu ook maar gelijk beginnen die verbanden te verwijderen en eens
zien wat ik aantref.
- Tony's
voeten zijn heel erg donker, bijna zwart. En je zou ook haast geloven dat
het allemaal dood weefsel is.
- Ramsii
neemt een scherpe pen en trekt daar stevige strepen mee onder Tony haar
voeten. Ze gilt het uit en valt bijna flauw, maar het was echt nodig.
- Ramsii:
Ik denk dat ik weer hoe ik het ga aanpakken. Nogal onorthodox voor zo'n
gesofisticeerd ziekenhuis, maar ik mag je gaan behandelen van je andere
artsen.
- Tony:
Wat ga je doen dan?
- Ramsii:
Ik ga sneetjes in je voetzolen maken zodat het bloed er uit komt. Vanuit die
kleine bloedstroompjes zullen de eiwitten veel makkelijker de huid kunnen
bereiken. Elke dag zal ik opnieuw sneetjes zetten. Net zolang tot al het
dode vel los ligt. En dan zal het dode vel eraf vallen, of we knippen het
weg en als er een groot vers wondbed is dan kan de reguliere geneeskunde het
van daaruit weer oppakken.
- Als
hij opkijkt naar Tony ziet hij dat ze is flauw gevallen.
- Hij
tikt haar op de wangen en ze komt weer bij en zegt dan dat het snijden niet
zo'n pijn zal doen. Dat komt pas later als het dode vel los begint te laten.
- Tony:
Begin er in Godsnaam mee, zodat het kan beginnen te genzen.
- En
vol enthousiasme begin Ramsii zijn snedes te maken in Tony haar voetzolen.
De huid is zo dun dat het makkelijk snijd en ook heel erg bloed, en dat is
dan weer een voordeel voor de genezing die zo waarschijnlijk ook veel
sneller zal verlopen.
- Na
een half uurtje is het een waar slachtveld op het bed van Tony. Ze heeft zo
flink gebloed dat ze die dag ook nog weer drie bloedconserven moet hebben en
ze laat het allemaal gewillig toe. Ze is vast besloten om er bij te zijn als
Britt gaat trouwen, alhoewel ze de nieuwe datum nog niet weet.
-
- En
zo gaat Ramsii nog vijf dagen door. Alhoewel Tony probeert het goed vol te
houden legt ze het toch af op de laatste dag. Ze kan de pijn niet meer
verdragen. Om het werk goed te kunnen doen waren Tony haar benen gefixeerd
met gipskokers die aan het bed waren vastgemaakt, zodat ze ze niet kon
bewegen, en Ramsii de snedes kon gaan maken.
- Hij
is echter al met drie minuten klaar, want net als hij van nieuw wil beginnen
ziet hij dat de dode huid er zo afrolt. Hij hoeft er niets aan te knippen of
te trekken. Vol trost legt hij de twee "dode voetzolen" van Tony
op een groot gaas op een karretje. Een assistent ruimt de boel weer op en
Ramsii gaat de bebloede handschoenen en schort afdoen.
- Dan
doet hij een nieuw schort en handschoenen aan en begint de voeten heel
zachtjes op te wrijven, net zolang tot er opnieuw een egaal bebloed vlak is.
Dan knikt hij tevreden en begint hij met het aanleggen van kompressen en
vervolgens daar druk verbanden overheen.
- De
gipskokers mogen af, maar de benen komen weer in matjes te hangen zodat de
voeten weer vrij liggen.
- En
zo moet ze zeker drie dagen blijven liggen. Met veel pijn, en met weer
enkele bloedtransfusies.
- Maar
als de volgende donderdag de verbanden eraf mogen is ze heel benieuw hoe het
eruit zal zien.
- Ramsii
is er vandaag voor het laatste zelf bij en als hij de voeten heeft
gecontroleerd krijgt hij een brede en tevreden lach op zijn gezicht.
- Tony
steekt haar handen naar hem uit en omhelst hem en bedankt hem voor zijn
martelpraktijken maar ze weet nu wel dat het goed gaat komen.
- In
die bloederige massa had zich nu al reeds nieuwe huid gevormd. Die was nog
heel dun en heel kwetsbaar, dus ze mocht de eerste twee weken zeker er nog
niet op lopen maar het zou echt allemaal goed gaan komen. Tony kon haar
geluk niet op lag nu van blijdschap te huilen in bed.
- Ze
was zo opgetogen dat ze gelijk Britt wilde bellen, maar ze kreeg geen
gehoor. Ze wist dat ze in het ziekenhuis lag maar dan zou ze telefoon op
haar kamer hebben.
- Wat
teleurgesteld legde ze weer op.
- Toen
iedereen uit de kamer weg was, prikten haar nog steeds de tranen in de ogen.
- Ze
begon een beetje slaperig te worden en wilde net de hoofdsteun van het bed
om laag doen toen er zachtjes aan de deur werd geklopt.
- Tony:
Ja, binnen?
- En
heel voorzichtig kwam haar bezoek binnen gestapt.
- Het
was ...... Britt!!!
- Tony
kon haar ogen niet geloven. Britt was er weer!! Oh wat was ze blij om Britt
weer te zien. Eindelijk, na meer dan zeven weken konden de vriendinnen
elkaar weer in de armen sluiten.
- Britt;
Tony, ik ben zo blij dat ze je hebben teruggevonden. Ik was doodgegaan van
verdriet als ze je niet gevonden hadden. Ik wilde ook niet meer met Johan
trouwen als je er niet was.
- Tony:
Mallerd. Jij weet toch ook wel dat je Dierickx niet zo maar klein krijgt?
- Britt;
Nou, ik heb hele beroerde dingen gehoord over wat je allemaal is overkomen.
Maar gaat het nu weer?
- Tony: Yep, ik heb nieuwe velletjes onder mijn voeten. Die moeten even wat beter
vast groeien en dan ben ik er weer.
- Britt;
Je bent er toch bij op onze bruiloft!! Oh, wat vind ik dat fijn.
- Tony:
Jullie hebben al een nieuwe datum?
- Britt;
Tien Oktober.
- Tony:
Maar da's ja...
- Britt;
Ik weet het, jou verjaardag. Dan weet ik zeker dat we elkaar nooit meer
zullen vergeten.
- Tony
omhelst Britt en begint te huilen: Jou zal ik toch nooit kunnen vergeten?
- Johan
is inmiddels ook binnen gekomen en kijkt wat bezorgd.
- Tony: Hey, Johan , je mag wel wat vrolijker kijken als je aanstaande vrouw zo
gelukkig hier rondloopt.
- Johan:
Ze moet heel voorzichtig aan doen.
- Tiony:
Wat is er Britt? Ben je niet in orde?
- Britt;
Ze weten niet waar die aanvallen vandaan zijn gekomen. Ze hbben me aan alle
kanten bekeken en lek gestoken en foto's gemaakt, tot ik er gek van werd en
nog weten ze het niet. Nu mag ik dan toch weg, ik zal wel een lastige patiënt
zijn. Maar ik moet medicijnen blijven gebruiken.
- Tony:
Nou, dat is de wereld toch niet?
- Britt;
Maar dan kan ik mijn werk als inspecteur niet meer doen.
- Tony:
En waarom dan wel niet?
- Britt;
Omdat die ziekte zo weer terug kan komen en dan is het niet verantwoord dat
ik een wapen draag.
- Tony
ziet dat Britt nu verdrietig is en neemt haar opnieuw in haar armen .
- Tony:
Britt luister. Als ik hier doorheen kan komen , dan weet ik zeker dat jij
die epilepsie ook wel onder de knie krijgt, en als ik weer kan lopen dan kun
jij weer schieten.
- Zullen
we dat afspreken?
- Britt
probeert te glimlachen. Die Tony, ondanks alles toch zo positief blijven.
Dat doet haar wel goed.
- *
- Britt:
Da’s afgesproken. (glimlachend)
- Johan:
Britt? Kom je mee naar huis? Jij moet... (wat twijfelend)
- Britt:
Ja, ik weet het, ik moet rusten. (zuchtend/glimlachend)
- Britt:
Dag Tony, ik hoop je snel weer te zien. Ze kunnen me echt niet verplichten
om nu thuis te gaan zitten, ik kom zo wie zo weer bij je aan hoor.
- Tony:
Ik zie er naar uit.
- Brit;
Wil ik je iets meenemen?
- Tony:
Als het niet teveel gevraagd is, zou jij of Johan dan bij de boot langs
kunnen gaan? Ik kan wel doen met wat schone kleding en die kunstboeken en
die reisboeken mis ik ook wel.
- Johan;
Ik denk dat Britt beter de weg weet, maar als we de volgende keer terugkomen
dan nemen we dat mee. Ik hoop dat je het niet erg vind dat ik Britt nu mee
neem, maar ik ben zo voorzichtig met haar.
- Tony:
Ik begrijp het Johan. Maar maak je geen zorgen. Britt krijgen ze er echt
niet onder hoor. Veel plezier samen thuis (met een dikke knipoog naar Britt)
-
- Nu
Tony haar voeten beginnen te genezen begint ze ook te balen dat ze op bed
moet blijven.
- Haar
voetzolen doen echt pijn, maar ze weet dat het nu wel allemaal goed gaat
komen, haar voeten hoeven niet geamputeerd worden. In haar slaap heeft ze
wel regelmatig last van nachtmerries waarin ze zich zelf op de operatietafel
ziet liggen en dat de dokters bezig zijn haar voeten eraf te snijden en dan
schrikt ze badend in het zweet wakker.
- Ze
kan het moeilijk van zich afzetten en krijgt daarom hulp van een psycholoog
om over haar angsten te praten.
- Dit
helpt enigszins en de nachten worden langzaam beter voor haar.
- Na
nog eens een week is de huid op de voetzolen gesloten en kan de therapie
beginnen. Nog mag ze er niet op staan maar ze krijgt badtherapie waarbij
haar voeten en onderbenen in een bad met lauwwarm water bungelen. Het voelt
heel erg vreemd aan zo met de voeten in het water. Het is maar voor korte
duur, want de huid is nog heel erg kwetsbaar, maar zo word toch per dag iets
meer uitgebreid en na twee weken is ze dan zover: ze mag gaan staan!
- Ze
had Britt gevraagd om ook aanwezig te zijn maar die was helaas verhinderd.
Die moest zelf voor na-controle naar de neuroloog.
-
- Omdat
Britt thuis geen insulten meer had gehad leek het zich te stabiliseren en
mocht ze heel iets minderen met haar medicatie.
- Toen
ze na de controle bij Tony langs ging zag ze dat die lag te huilen op bed.
- Britt;
Hé Tony, wat is dat nu?
- Tony:
Ik red het niet Britt. Het doet zo'n pijn. Ik kan gewoon niet op mijn voeten
staan.
- Britt;
Wat red je niet?
- Tony:
Jullie trouwdag. Dat is volgende week vrijdag. Ik kan het niet hebben, het
doet zo'n pijn.
- Britt;
Tony, jij gaat erbij zijn, en als je niet kan staan dan kom je gewoon met de
rolstoel. Daar is toch niets mis mee? Ik ben heel erg blij en heel erg
gelukkig dat jij er BIJ bent. Dat vind ik het mooiste geschenk dat ik kan
krijgen. Mijn hartsvriendin er weer bij.
- Tony
doet haar tranen af en keert zich naar Britt en ziet in diens ogen toch weer
die angst. Dan zet ze zich rechtop en steekt haar armen uit naar Britt, die
er gelijk op af loopt en Tony ook omhelst.
- Tony:
Wat is er Britt? Je ziet er droevig uit. Ik zie angst in je ogen.
- Britt;
Zenuwachtig denk ik, voor de bruiloft.
- Tony:
Maar waarom dan? Je hebt zo'n goede en fijne man getroffen, daar hoef je
toch niet zenuwachtig voor te zijn.
- Britt;
Mark......
- En
dan begint ze weer te huilen.
- Tony
probeert Britt wat te wiegen en te troosten en laat haar plaatsnemen op het
bed.
- Tony:
Britt, ik dacht dat je heel gelukkig was met Johan?
- Britt;
Dat ben ik ook. En ik heb het hier ook al met Johan over gehad. En weet je
wat hij zei?
- Tony:
Nee?
- Britt;
Dat ik Mark echt niet hoefde te vergeten. En dat Mark ertoe heeft
bijgedragen dat ik ben geworden wie ik nu ben, en dat hij daar heel erg blij
en dankbaar voor is. En ik mag best aan hem blijven denken zegt hij.
- Tony:
Britt, wat is dat ontzettend aardig en lief van hem. Met Johan heb je een
lot uit de loterij.
- Britt
huilt nog stilletjes een beetje verder maar herpakt zich dan toch. Ze snuit
eens haar neus en probeert haar aandacht weer op Tony te richten.
- Britt;
Tony, jij gaat er volgende week gewoon bij zijn. Ik heb al taxi's besteld
voor Nadine en voor jou dus jij komt gewoon. Punt uit.
- Tony:
Britt, nogmaals sorry dat ik jullie plannen zo in de war heb geschopt. (half
huilend)
- Britt;
Alles gaat goed komen toch?
- Tony:
Ja, daar gaan we dan maar voor niet? Ik hoor je huwelijksklokken al luiden.
Nog een weekje en dan ben je mevrouw Van Lancker.
- Britt;
Fout. Johan heeft geregeld dat Dorien en ik de naam van Mark mogen blijven
gebruiken, dus ik heet gewoon verder Michiels.
- Tony:
(zuchtend) Ik wou dat ik zo'n vent vond. Ik zou bijna met je willen ruilen.
Jij ziet er zo gelukkig uit Britt. Het is je echt gegund dat er nu eens wat
zonneschijn in je leven komt.
- Britt
buigt verlegen haar hoofd en mompelt een vaag: Dank je Tony.
-
- Dan
neemt ze afscheid en vertrekt weer naar huis, waar Johan nerveus zit te
wachten op de uitslag van de controle.
- Hij
is zo blij om te horen dat het stabiel is gebleven dat hij die avond een
hele romantische toer uithaalt om Britt in zijn blijdschap en geluk te laten
delen.
- Britt:
(kreunend van genot) : Dit mag je wel elke avond doen, hoor. (lachend)
- Johan:
Ja ja, dat zou jij wel willen, hč? (plagend)
- Britt:
Hoe? Jij niet dan? (lachend)
- Johan:
Ik zou wel willen, maar ik ben ook de jongste niet meer. Waar haal ik de
energie vandaan om jou tevreden te stellen?
- Dan
ziet hij dat Britt verdrietig word.
- Johan:
Britt? Heb ik iets verkeerds gezegd? Heb ik je gekwetst?
- Maar
Britt draait zich om en stapt uit bed en sluit zich op in de badkamer waar
ze in een hoekje wegkruipt en begint te huilen.
- Johan
staat aan de buitenkant op de deur te kloppen. Hij wil naar Britt toe om
haar te troosten,. Hij slaat zichzelf voor het hoofd dat hij zo'n stomme
opmerking heeft gemaakt.
- Johan:
Britt, liefje. Doe alsjeblieft
open. Ik wil met je praten. Laat mij binnen.
- Maar
er komt geen reactie.
- Johan
begint zich dan wat ongerust te maken en begint steeds harder te kloppen
zodat Simon uiteindelijk ook wakker word en naar hun kamer komt.
- Simon:
Wat is er papa?
- Johan:
Ik ben zo stom geweest. Ik heb Britt beledigd en nu wil ze de deur niet open
doen.
- Simon:
Hoelang is ze daar al?
- Johan;
Ze zit er al twintig minuten.
- Simon:
Dan moet je de deur zelf open maken.
- Johan:
Die zit van binnen in het slot.
- Simon:
Wacht maar even
- En
hij loopt naar de kamer, neemt een schroevendraaier en begint de slotplaat
van de klink te draaien en kan dan zo met een tang de as van het slot keren
zodat de deur open kan.
- Johan:
Jij gaat geen lid worden van het dievengilde jonge heer Van Lancker.
- Simon:
Schiet nu maar op. Britt wacht op je.
- Johan;
Bedankt Simon.
- Simon
gaat weer naar boven en Johan stapt verlegen en beschaamd de badkamer in en
knielt naast Britt.
- Johan:
Britt, sorry van wat ik net zei. Ik wilde je niet kwetsen. Jou liefhebben is
zo fijn. Ik had dat niet mogen zeggen. Britt alsjeblieft praat met mij.
- Britt
kan alleen maar snikken en dus neemt Johan haar op en legt haar weer in bed
en probeert haar naar zich toe te draaien maar merkt een hele weerstand.
- Johan:
Britt, ik zeg toch dat het me spijt. Ga alsjeblieft met mij praten.
- Britt;
Je hebt,......ik.....
- Maar
verder komt ze niet want ze begint weeral te huilen.
- Dan
legt Johan zijn arm om haar heen en drukt wat zoentjes in haar haren. Hij
merkt dat Britt wat begint te ontspannen. Niet dat ze gaat praten, maar
uiteindelijk valt ze in slaap en heeft weer eens hele nare dromen.
- Ze
schopt en slaat hardhandig rond zich heen, en Johan krijgt veel klappen te
verduren.
-
- Tot
hij het op een bepaald moment beu is, en haar polsen vastgrijpt en die tegen
het bed drukt... Hierdoor wordt Britt wakker...
- Als
ze Johan's gezicht ziet vliegt ze hem om de hals en begint te wenen.
- Johan:
Stil maar Britt. Ik ben er. Ik zal je helpen. Heb je naar gedroomd?
- Britt;
Ja.
- Johan:
Wat droomde je dan?
- Britt;
Dat jij ook dood ging. Ik ben zo bang.
- Johan:
Mallerd. Ik ga niet dood.
- Britt;
Hoe kun jij dat nu weten? Mark dacht ook dat hij niet dood ging en toch
stierf hij die nacht. Was hij ineens zomaar uit mijn leven verdwenen.
- Johan:
Britt, ik hou zoveel van jou, ik zou zelfs uit de dood terug komen om bij u
te zijn. Kom eens lekker dicht ij me liggen.
- En
weer neemt hij haar liefdevol in zijn armen en streelt haar zachtjes over
haar rug en armen en haar borsten, en dan merkt hij dat ze weer gaat
ontspannen en klaar is voor hem.
- En
weer beleven ze intens hun liefde.
-
- De
andere morgen wil Britt al vroeg op staan om naar haar werk te gaan.
- Johan:
Oh, nee Britt. Jij gaat niet werken. Nadine heeft gezegd dat je pas terug
mag werken NA het trouwen. Dus je moet een weekje geduld hebben.
- Britt;
Maar ik word gek als ik heel de dag binnen zit.
- Johan:
Wel, ga dan lekker de stad in of rijd naar je moeder in De Haan. Of ga bij
Tony op bezoek, maar geen werk. Je hebt net al je blutsen en verwondingen
heel, laat dat alsjeblieft zo blijven. Jij bent de mooiste en zo wil ik ook
heel graag met je trouwen. Wat zeg je ervan als we volgende weke woensdag
weer eens naar de sauna gaan?
- Britt;
Heerlijk. Ik verlang ernaar.
- Johan:
Je kan ook vandaag wel gaan, en dan reserveer je vast voor woensdag?
- Britt;
Ik zal zien. Ik ga het ontbijt en de lunchtrommels voor de kinderen gereed
maken. En wat mag ik voor mijn liefste lief klaar maken?
- Johan:
Ik moet vandaag uit eten, zowel bij de lunch als vanavond. Het kan laat
worden, maar als je me mist mag je me best
wel wegroepen. Ik weet niet of het zo leuk is op die vergadering als
ik weet dat er thuis zo'n bloedmooie vrouw op mij zit te wachten.
- Britt;
Johan!!
-
- Nadat
iedereen weg is werkt Britt haar huishouding af en gaat met een kop koffie
erbij de krant lezen.
- Ze
schrikt als ze ziet dat het misdaadcijfer weer behoorlijk is opgelopen. Ook
het aantal ongevallen met jonge mensen boezemt haar angst in. Ze kan er niet
tegen al die nare berichten te zien en legt de krant opzij. Ze gaat even op
de bank liggen maar valt al snel in slaap en begint weeral te dromen. Van
Mark die vermoord werd, van Dorien die samen met Johan in de auto
verongelukt. Britt krijgt het Spaans benauwd en ligt heftig te
hyperventileren.
- Uiteindelijk
raakt ze uitgeput van haar dromen en slaapt ze nog een poos verder.
- Als
ze wakker wordt ziet ze dat het al twee uur is en schrikt ze daar weer van.
- Vlug
sprint ze de keuken in om het eten voor te bereiden en gaat daarna nog even
naar Tony toe.
- Dei
is nog bezig met haar fysiotherapie en ze ziet dat Tony heel goed haar best
doet, maar vreselijke pijen heeft.
- Nadat
Tony klaar is wordt ze teruggebracht naar de afdeling en gaat op bed liggen
en huilt even haar verdriet van zich af.
- Zachtjes
komt Britt binnen en legt haar hand op Tony’s schouder die hier erg van
schrikt.
- Britt;
Rustig maar Tony, 't is ik maar.
- Tony:
Oh Britt.
- Britt;
Je hebt heel veel pijn . Dat zie ik. Kunnen ze daar niets voor geven?
- Tony:
Weet ik niet.
- Britt;
Heb je dat niet gevraagd dan?
- Tony:
Die dokter Ramsii zei dat ik goed moest kunnen voelen wat er allemaal
gebeurde, dus ik denk dat ik geen pijnstillers mag hebben.
- Britt;
Dat was toen hij met je voetzolen bezig was. Nu toch wel? Zal ik even voor
je vragen?
- Tony:
Graag.
- En
zo kan Tony dan ook beginnen met pijnmedicatie en kan ze de pijn beter aan.
Hierdoor gaat het oefenen ook een stuk beter en ze kan inderdaad daags
voordat Britt gaat trouwen heel eventjes op krukken lopen. Een klein stukje,
maar toch..... het is haar gelukt.
-
- Nadat
Britt en Johan op woensdag nog weer een hele gezellige dag in de sauna
hebben gehad is het nog maar een dagje. Eentje, voordat Britt opnieuw in het
huwelijk treedt.
- Ze
is heel erg blij, en ook wel aardig nerveus, maar diep van binnen zit toch
ook nog die angst, maar dat heeft ze niet meer tegen Johan gezegd. Ze wilde
zijn geluk niet in de weg staan. Ze zou wel een manier vinden om daar mee te
leren omgaan. Eerst maar eens trouwen.
- Op
donderdag gingen ze samen nog even naar Tony die blij en opgewekt in haar
rolstoel over de afdeling reed.
- Tony:
Britt ik ben zo blij voor je. Ik hoor de hele dag al jullie kerkklokken
luiden. Jullie trouwen toch ook in de kerk?
- Britt;
Ja. Johan wilde dat graag en ik mag hem graag dus, ja, wij trouwen ook in de
kerk.
- Tony:
Welke?
- Britt:
Je houdt het niet voor mogelijk, maar het is de St. Michiels kerk.
- Tony:
Ah, dat vind ik heel erg mooi voor je.
- Britt
heeft wat traantjes in haar ogen en Tony legt haar hand op die van Britt en
probeert haar wat te troosten.
- Johan:
Tony, hoe laat kun je morgenvroeg klaar zijn?
- Tony:
Als ze me helpen pas om half tien, en als ik het zelf doe al om zeven uur.
Hoezo?
- Johan;
Wel, je mag ook wel vanavond al met ons meekomen. Jij hoort er gewoon
helemaal bij. En ik wil je graag de hele dag bij Britt in de buurt hebben.
Ik weet hoe belangrijk dat voor haar is.
- Tony
kijkt hem vriendelijk lachend aan en Britt vliegt hem om de hals.
- Britt;
Johan, wat je allemaal voor mij doet! Ik kan niet eens meer zonder jou. Wat
lief dat je dit allemaal hebt geregeld.
- Johan:
Ik heb het al eens gezegd, maar als je het graag hoort zeg ik het nog eens:
Jij bent de vrouw die mijn hart sneller laat kloppen, voor jou ga ik door
het vuur, en als het moet kom ik op mijn knieën uit de Sahara gekropen,
allemaal om weer bij jou te zijn. Ik heb u lief.
- En
nu zit Tony ook te snotteren, zoveel romantiek, zoveel liefde.
- Ze
knijpt iets harder nu in Britt haar hand als teken dat ze heel blij voor
haar is.
- Johan
had uiteraard al geregeld dat Tony mee kon en dus zaten ze op de vooravond
van hun trouwen met zijn allen, Britt en Johan, Dorien en Simon, oma José
en Tony gezellig in Britt haar appartement en iedereen was (of leek)
gelukkig.
- Iedereen
had zo zijn eigen gedachten bij deze gebeurtenis.
- Johan
zou na een heel beroerd huwelijk eindelijk een hele lieve vrouw trouwen.
Dorien kreeg een nieuwe papa en Simon een nieuwe mama, een hele lieve nieuw
mama. José zag dat Britt weer geluk kende in haar leven en was daar heel
erg blij om en Tony, die was zo blij dit Britt nu eindelijk Mark kon gaan
loslaten. Ze had het meer dan verdient. Ze herinnerde zich nog duidelijk hoe
Britt de eerste dagen hier in Gent reageerde. Nadat Mark was vermoord had ze
een hele tijd ziek van verdriet bij de deur gezeten, maar moest uiteindelijk
wel weer aan het werk en had om overplaatsing aangevraagd buiten Brussel, en
zo was ze van de federalen uit Brussel overgestapt naar de locale politie in
Gent. Die eerste kennismaking was ook niet gladjes verlopen, maar ze hadden
binnen de kortste keren vriendschap gesloten en wisten nu zo'n beetje alle
van elkaar. Ze leken soms wel onafscheidelijk.
-
- Die
laatste nacht sliep Britt dus totaal niet. Ze was bang om te gaan dromen en
ze wilde Johan niet ongerust maken met haar nachtelijke onrust, dus ze bleef
stil in bed liggen naar het plafond kijken, terwijl haar tranen langzaam
maar gestaag over wangen stroomden.
- Johan
had dit ook wel gezien en (net doende of hij sliep) zijn arm over haar
schouders heen gelegd om haar vooral dicht bij zich te hebben en haar het
gevoel te geven dat hij er voor haar was.
-
- Johan
was al vroeg uit de veren. Hij achtte het zijn verantwoordelijkheid dat
iedereen een goed ontbijt kreeg voor ze de dag begonnen. José hielp Tony
bij de verzorging en het aandoen van de beensteunen zodat ze kon lopen
zonder haar voetzolen over te belasten. De kinderen liepen druk door het
huis te rennen en Britt lag nog in bed. Ze was pas tegen de ochtend een
beetje gaan doezelen.
- Toen
Johan bij haar kwam om haar te wekken zag hij dat ze weer had liggen huilen.
- Johan:
Britt, liefste, wat is er? Ben je zenuwachtig?
- Britt;
Een beetje. Ik ben ook heel blij, maar ik weet het niet. Ik voel me zo in de
war.
- Johan:
Zou je toch liever niet willen dan?
- Britt;
Nee, Johan, dat is het niet. Ik mag u heel graag . Ik wil ook echt heel
graag met je trouwen.
- Johan:
Wil ik je moeder vragen om even bij je te komen?
- Britt;
Graag.
- En
toen José bij haar kwam begon ze weer heel erg te huilen en José kon niet
meer doen dan haar in haar armen nemen en proberen haar te troosten.
- José;
Je denkt nog steeds aan Mark is het niet?
- Britt;
En ik voel me daar heel schuldig over tegen Johan. Hij is zo lief, en hij
doet zoveel voor mij. En dan doe ik zo.
- José;
Hij begrijpt het heus wel Britt. Wat jij hebt meegemaakt is ook niet niks.
Hij is gewoon heel erg blij dat jullie elkaar hebben gevonden en dat jullie
nu samen aan je nieuwe leven kunt beginnen. Het zal wel beter gaan met je.
Zal ik je even helpen straks als je je mooie jurk aandoet?
- Britt;
Mama, vind u het niet erg dan dat ik een nieuwe man heb gekozen?
- José;
Brittje toch. Ik zag je zo verdrietig. Ik heb me ook echt wel eens
afgevraagd of er niet ook een stukje van jou was gestorven toen Mark dood
ging. Je zag er soms zo in en in verdrietig uit. Ik was echt wel eens bang
om je. Maar nu ik zie hoe gelukkig je met Johan bent, ga er voor. Maak er
een mooi leven van en ik hoop echt dat je weer net zo gelukkig wordt als je
toen was met Mark.
- Britt
zucht eens en hijst zich uit bed, en neemt een lange hete douche.
- Zelfs
onder de douche huilt ze nog een flinke partij, maar dan herpakt ze zich
toch, want het is immers haar trouwdag en die wil ze ook echt wel bewust
meemaken, en ze wil zich gelukkig kunnen voelen.
-
- Als
ze gekleed en met een mooie make-up de kamer in komt lopen staat Johan haar
met open mond aan te staren. Hij wist dat Britt mooi was, maar nu?? Ze
straalde helemaal . Hij liep op haar af, legde zijn arm om haar middel en
trok haar zachtjes tegen zich aan en plantte heel voorzichtig een zoentje op
haar mond en keek haar diep in de ogen.
- Johan:
Britt, jij maakt dat ik me de gelukkigste man van heel de wereld voel.
- Britt:
(verlegen) Dank je Johan.
- Johan;
Ik meen het. Je straalt, je bent beeldschoon, en ik zie zoveel in je wat ik
nog niet eerder heb gezien. Ik weet dat wij het samen gaan maken.
- Dorien:
Mama, u ziet er echt heel mooi uit.
- Britt
kijkt de kamer rond en ziet dat iedereen haar zit aan te staren en voelt dat
ze gaat blozen.
- Tony
komt ook met moeite uit haar rolstoel en stapt heel voorzichtig op Britt af
en legt haar armen op diens schouder zodat ze beter rechtop kan staan en
zoent haar vriendin dan drie keer op de wangen en feliciteert haar met deze
geweldige dag.
- Britt:
Oh, jullie zijn zo allemaal ontzettend lief voor mij! Hoe kan ik jullie OOIT
bedanken. (lachend/blozend)
- Tony:
Door met Johan te trouwen. (plagend)
- Britt:
Dat was ik van plan, hoor. (lachend)
- En
rond elf uur vertrok de groep naar het stadhuis waar de ambtenaar van de
burgerlijke stand het huwelijk voltrok, waarbij Tony en José de getuigen
van Britt waren, en Steven en Trude, vrienden van Johan, de getuigen van
hem.
- Het
was een mooie ceremonie en er werd vrolijk gelachen toen er enkele leuke
anekdotes werden genoemd.
- Britt
straalde en voelde zich helemaal gelukkig.
- Daarna
ging het door naar de St. Michielskerk, waar het kerkelijke huwelijk werd
voltrokken. Hier ging het er wat serieuzer aan toen, maar toen de dienst
voorbij was en ze de kerk uitkwamen stonden er een heleboel collega's hun op
te wachten met toeters en slingers, en niet te vergeten de rijst, die als
teken van vruchtbaarheid en voedzaamheid hun huwelijk moest bezegelen.
-
- Die
dag werd er volop gevierd met al hun familie, vrienden, collega's en
kennissen.
- 's
Avonds, heel laat al, toen de laatste gasten het feest verlieten bleven ze
weer achter met een klein groepje.
- Iedereen
gaf aan een hele leuke dag te hebben gehad en Britt was heel erg blij en
gelukkig.
- Johan:
Mag ik dan nu u, mevrouw Michiels, eindelijk meevoeren naar ons huis om
eindelijk eens alleen van u te kunnen genieten?
- Britt;
Johan, je plaagt me.
- Johan:
Oh nee hoor, helemaal niet.
- Wat
Britt nog niet wist, was dat Johan een huwelijksreis had geëngageerd naar
de Malediven. Hij had de koffers al klaar staan, evenals alle reispapieren .
En hij had geregeld dat José nog tien dagen bleef om voor de kinderen te
zorgen.
- Even
vlug naar huis om zich om te kleden en dan zou de taxi hun al komen halen
zodat ze met de nachtvlucht meekonden en al de volgende dag lekker met zijn
tweeën konden gaan genieten van hun welverdiende vakantie.
- Thuis
zakte Britt vermoeid neer op bed, maar Johan nam haar weer op en vroeg haar
of ze zich om wilde kleden.
- Britt;
Ik wil me alleen maar uitkleden en gaan slapen. Johan, ik ben totaal los. Ik
kan niet meer op mijn benen staan.
- Johan:
Dat hoeft ook niet. Kom nu maar.
- Met
enige tegenzin trok Britt dat leuke jurkje aan dat Johan voor haar had
uitgezocht, en nog had ze geen idee wat hij van plan was.
- Pas
op het vliegveld bij het inchecken begon het haar te dagen dat ze op reis
gingen.
- Britt;
En de kinderen dan?
- Johan:
Die zijn blij dat je moeder er is, en rond de kerst nemen we ze lekker mee
naar Disneyland. Ook een hele vakantie voor ons vieren komt er nog aan, maar
eerst wil ik genieten van mijn kersverse vrouw.
-
- Het
was een ware droomvakantie. Ver weg van alle ellende die ze de laatste twee
jaar al had meegemaakt.
- Ze
hadden een 5 sterren hotel en Johan had er voor gezorgd dat het Britt aan
niets zou ontbreken.
- Hij
wist hoezeer ze er van hield om een lekkere massage te krijgen en dus kwam
er elke middag een masseur om Britt heerlijk te masseren. En elke dag gingen
ze zwemmen, en Johan kreeg Britt zelfs zover dat ze met hem ging snorkelen.
Ze zagen prachtige vissen en koralen en Britt voelde zich helemaal gelukkig.
Ze wilde dat dit nooit voorbij zou gaan.
- 's
Avonds heerlijk uit eten, en daarna met zijn tweetjes verliefd langs het
strand lopen, 's morgens uitslapen en dan een tropisch ontbijt op het balkon
met uitzicht over de hagelwitte stranden met de door de wind scheefgewaaide
bomen.
- Nu
ook kon Johan voor het eerst voelen dat Britt zich echt kon ontspannen en
hij zei er niets van, hij genoot alleen maar dat Britt dit allemaal zo mooi
vond. Een gelukkige Britt was een gelukkige Johan.
-
- Maar
na tien dagen riep dan toch weer de plicht. Johan moest terug aan het werk
en eigenlijk miste Britt de kinderen toch ook wel heel erg. En misschien dat
Johan het goed vond dat ze nu weer aan het werk ging?
- Ze
zou het hem pas vragen als ze weer thuis zou zijn. Ze wilde niet de
vakantiepret verknallen door nu al over het werk te beginnen.
-
- Goed
uitgerust, lekker bruin, en dat om deze tijd van het jaar. Zo kwamen ze
thuis waar de kinderen samen met José de boel hadden versierd. Er hing een
groot plakkaat op de deur: Pas getrouwd.
- En
zo de traditie het wil: Johan droeg zijn bruidje over de drempel en liet
zich samen met haar op de bank vallen.
- Ze
hadden nog een hele gezellige avond, en dat weekend ook werd nog heel
gezellig. Ze brachten met zijn allen José terug naar huis, en die maandag
begon dan "het gewone leven" weer.
- Tony
had flink doorgerevalideerd en kon nu goed met krukken lopen. Ze was uit het
ziekenhuis ontslagen en had uiteraard al met Nadine geregeld dat ze
bureaudienst kon doen en die was er dus ook al toen Britt het commissariaat
weer binnenstapte.
- Daar
hadden de collega's nog eens dunnetjes de boel over gedaan door alles te
versieren, tot en met een prachtig boeket op Britt haar bureau.
- Britt:
Dat hadden jullie nou toch niet moeten doen?! (verrast)
-
- En
wederom krijgt Britt van alle collega's 3 zoenen en een knuffel.
- Als
laatste loopt Britt op Tony af, die zelf ook opstond en 'haar' partner een
hele dikke knuffel geeft.
-
- Britt:
Ik ben blij dat we er weer zijn, Tony. (zuchtend/glimlachend)
- Tony:
Ik ook, Britt, ik ook. (lachend)
-
- EIND
GOED AL GOED!!
-
- *The
End*
-
- Vervolgverhaal
van de club De Flikken Rukken Uit
-
|