IK  HOOR  DE  KLOKKEN  LUIDEN

Tony zat lekker in het vliegtuig naar Nepal.
Dorien en Simon waren net weer begonnen met school en Britt was weer gewoon aan het werk, zover je het gewoon kon noemen, want ze moest immers wel met een vervanger voor Tony werken.
Nadine; Britt, inbraak met geweld, twee slachtoffers. Ga jij heen?
Britt: Met wie? Ik weet niet of die gek daar nog is en ik ga echt niet alleen.
Nadine: Je nieuwe partner staat al benenden bij de balie.
Het klont Britt niets prettig in haar oren: je nieuwe partner. Alsof Tony was afgeschreven, en die was "slechts" op vakantie.
Britt haast zich naar beneden, en ziet daar een redelijk knappe man van 36 staan.
Britt: U vervangt Tony Dierickx? (vriendelijk)
Man: Dat doe ik. U bent Britt Michiels? Aangenaam, ik ben Jonas Eykes. (glimlachend/vriendelijk)
Britt komt er al snel achter dat Jonas niet van Gent is, dus stelt ze voor om dan maar zelf te rijden.
Onderweg licht ze hem in over de situatie zoals die gemeld is.
Jonas kom van de Federale Politie en heeft 12 dienstjaren gedaan in Limburg, maar door reorganisatie zou hij worden overgeplaatst, maar er was nog geen nieuwe standplaats voor hem gevonden en dus had Nadine gevraagd om hem te mogen "lenen"
Op de PD benaderden Britt en Jonas voorzichtig het pand waarover de melding ging.
Ze zagen dat de deur geforceerd was en gingen met getrokken wapen binnen.
Jonas greep Britt bij de schouder om haar tegen te houden zodat hij voor kon gaan, maar Britt schrok zich een ongeluk van zijn aanraking en liet pardoes haar wapen vallen.
Jonas; Rustig maar. Ik ga wel voor.
Britt keek hem vernietigend aan. Ze voelde zich knap onhandig door haar wapen te verspelen en dat zinde haar helemaal niet.
Dus liep ze, na het wapen weer te hebben opgenomen voorzichtig verder en trof in de keuken een vrouw aan met een in elkaar geslagen schedel. Ze bukte zich en voelde of er nog een polsslag te voelen was. Gelukkig wel, dus ze vroeg of Jonas de100 wilde bellen. Daarna liep ze op haar tenen verder naar de kamer, maar daar trof ze behalve een vreselijke puinhoop niemand aan.
Plots hoorde ze boven haar hoofd wat schuifelen en ze keek eens omhoog. Jonas sprong vlak voor haar neus langs om als eerste bij de trap te zijn en duwde haar daarbij, per ongeluk, tegen de muur aan.
Britt moest eens heel diep zuchten om haar ergernissen onder controle te krijgen en volgde hem toen snel. Op de overloop was het een bloedbad, maar er was geen slachtoffer. Voorzichtig opende Jonas de deur van de badkamer en stapte binnen terwijl Britt naar een van de andere deuren toeliep en deze zachtjes open duwde. Wat ze daar zag deed haar compleet huiveren: er lag een man met zijn keel overgesneden van oor tot oor. Hier hoefde ze niet meer te voelen of er nog leven in zat. Dit kon een blind paard wel zien dat die man dood was.
Net toen ze haar wapen wilde wegstoppen hoorde ze weer een geluid en geschrokken keek ze weer om zich heen, en weer kwam Jonas zo'n beetje over haar heen denderen. Britt begon er nu stug de balen van te krijgen dat hij zich zo machoachtig gedroeg en ze nam zich voor om hier eens goed met hem over te spreken.
Plots hoorde ze hem schreeuwen als een wildeman.
Ze liep snel naar de andere kamer en zag dat Jonas zijn geweer gericht had op een heel bang meisje dat net achter een bed op de knieën zat en helemaal onder het bloed zat.
Zijn geschreeuw kwam uiterst intimiderend over en Britt probeerde hem te kalmeren, want ze wist uit ervaring dat een "verdachte" hier helemaal op kon flippen.
Maar het meisje reageerde niet eens op het geschreeuw en ook toen Jonas van nieuws tegen haar begon te schreeuwen reageerde ze niet en nu zag Britt dat hij wilde schieten.
Heel snel ging toen bij Britt het denkwerk:  ze had bij zichzelf gevoeld dat haar nekharen overeind gingen staan toen Jonas zo schreeuwde, maar het meisje had niet gereageerd, ook niet toe hij weer was beginnen schreeuwen; stel nu dat het kind doof, of doofstom was? Dan zou ze hem ook niet hebben kunnen horen.
Toen Britt dit begreep gaf zij een duw tegen Jonas zijn armen waardoor zijn schot in de muur belande.
Britt zag dat het schot een halve meter naast het hoofd van het meisje insloeg. Evengoed had de kogel haar in het hoofd getroffen, en dan was ze misschien ook wel ...... Ze moest er niet aan denken.
Snel liep Britt op het meisje toe, dat vreselijk schrok toen Britt haar aanraakte en in paniek op haar in begon te slaan.
Gelijk had ze een peut op haar neus te pakken en gelijk kreeg ze een bloedneus.
Britt; Shit, verdomme.
Maar ze herstelde zich snel en keek het meisje aan en probeerde tegen haar te praten en haar gerust te stellen. Er kwamen oergeluiden uit de mond van het meisje en toen was Britt duidelijk dat het meisje dus inderdaad doofstom was.
Ze stak haar wapen weg, hield een zakdoek onder haar bloedneus en ging toen op de knieën bij het meisje zitten en legde een arm om haar heen.
Vanuit haar ooghoek zag ze dat Jonas zich behoorlijk stond op te winden.
Britt: Ga eens kijken of die ambulance er al aan komt, en laten ze dan ook even naar dit meisje kijken.
Jonas; Je had dood kunnen zijn Britt. Je wist niet eens of ze een wapen had. Ze heeft god*** die vent zijn strot afgesneden.
Britt; Dat weten we niet. Dat moeten wij nog gaan onderzoeken.
Jonas; Ik ben beneden
Het was hem pijnlijk duidelijk dat hij geen goede eerste indruk had achtergelaten.
 
Jonas had volgens protocol de nodige hulpdiensten ingeroepen en al snel wemelde het in en om het huis van de politie, recherche, ambulances.
De dode man werd door de lijkschouwer meegenomen; de vrouw werd in ijltempo naar het ziekenhuis gebracht terwijl een broeder zich ontfermde over het meisje.
Britt haar neus bloedde ook nog steeds, en ergens uit de drukte kwam er nog een arts aan lopen.
Sam: Britt?? Nog steeds het gevaar aan het zoeken? Ik hoorde dat je zou gaan trouwen. Zou je niet wat voorzichtiger aan gaan doen dan?
Britt; Sam?? Ook nog steeds op de ambulance?
Sam: Ja, het hoort bij het vak. Maar ik vind het wel leuk. Zo kom je nog eens wat meer mensen tegen. Laat eens zien wat je gedaan hebt.
Hij zette Britt op de vloer van de ambulance en haalde zakdoek voor haar neus weg.
Sam: Aj, dat bloed wel heftig. Hoe komt het?
Britt: (die eigenlijk wel wat misselijk werd van al dat bloed dat ze binnen kreeg) Dat meisje schrok toen ik haar aanraakte en begon in paniek om zich heen te slaan en toen kreeg ik een klap op mijn neus. Het is niets ergs.
Sam: Doet dit pijn? (toen hij bovenaan haar neus aanraakte)
Britt; Aaaauuwwwww, Sam. Nooit geweten dat jij zo hardhandig was.
Sam: Rijd even mee naar het ziekenhuis. We maken een foto en dan zien we wel verder.
Brittt; Ik moet naar het commissariaat terug.
Sam; Nadat ik je op het ziekenhuis heb onderzocht.
Britt; Maar ....
Sam: (fluisterend) Dan kan ik je ook wat meer van dat meisje vertellen, want die nieuwe partner van je die heeft het er niet zo mee op, wel?
Britt; Oké.
 
Het meisje werd bij binnenkomst op het ziekenhuis grondig onderzocht. Omdat ze zelf ook onder het bloed zat waren ze bang dat zij zelf ook gewond was, maar dat viel nog mee. Wat kneuzing, omdat ze zelf ook klappen had gehad, maar niets ernstigs. En inderdaad werd bevestigd dat het meisje doofstom was.
Sam; Dan zullen jullie een doventolk moeten inschakelen anders krijg je niets uit haar los. Maar nu jij, Britt Michiels. Ik heb hier je foto's.
Britt keek ernaar, maar begreep er niets van.
Sam: Mag ik nog eens het doekje weghalen?
En gelijk begon de neus weer heftig te bloeden.
Britt; Shit, houd dat nooit op?
Sam; Zeg, heb je haast of zo?
Britt; Nee, ik heb geen zin meer in ziekenhuizen, als je begrijpt wat ik bedoel.
Sam; Ik begrijp je, maar ik zal er toch wat aan moeten doen.
Britt; Wat dan?
Sam:  Ik ga het neusbotje weer even rechtzetten en dan brand ik die bloeding even dicht. Zo gebeurt hoor.
Britt voelde zich steeds misselijker worden.
Sam:Ga maar even liggen. Anders ben ik nog bang dat je me onderuit gaat.
Het rechtzetten van het neusbotje doet even heel erg pijn, en Britt gilt het uit, maar eenmaal recht is de pijn ook grotendeels over.
Het dichtbranden is veel erger, vind Britt. Behalve dat het pijn doet, stinkt het ook zo vreselijk dat ze haar misselijkheid niet mee ronder controle heeft en heftig begint te braken.
Gelukkig had Sam net de bloedinkjes kunnen stoppen. Nadat Britt uitgespuugd was kwam een zuster om haar gezicht wat af te doen, want ondertussen zat ze zelf ook helemaal onder het bloed en het braaksel.
Britt; Nou, zo zie ik er ook mooi uit om naar mijn werk te gaan.
Sam; Ik heb hier nog steeds dat shirt van Tony liggen, als je wilt doe je dat toch aan.
Britt; Bedankt, kan ik nu gaan?
Sam: Nee, even wachten nog. Ik ga even wat tape over je neus plakken zodat hij ook op zijn plaats blijft en jij je niet nog eens stoot, want ik kan alleen maar zeggen wat ik heb gehoord: dat doet ontzettend pijn.
Britt voelt zich een knock-out geslagen boxer als ze na meer dan anderhalf uur van behandelen, samen met het meisje het ziekenhuis mag verlaten en ze samen naar het commissariaat gaan.
Jonas was gelijk nadat de PD was vrijgegeven al terug gegaan en deed het voorkomen of hij al heel veel informatie had weggewerkt in het dossier.
Vanuit het ziekenhuis had Britt al gebeld voor een doventolk en die kwam gelijk met hun aan.
Ze plaatste het meisje met toezicht in het verhoor en nam de tolk mee naar het teamlokaal .
Net toen ze met het verhoor wilde gaan beginnen riep Nadine haar binnen.
Nadine; Britt? Wat zie jij eruit?
Britt; Ongelukje. Komt allemaal wel weer goed zegt Sam. Mag ik gaan verhoren? Die doventolk wordt per kwartier betaald.
Nadine; Ga maar en neem Jonas mee.
Britt; Moet dat?
Nadine; Nu wel, maar als je klaar bent wil ik dat jij mij even uitlegt wat er mis is met hem.
Britt; Doe ik.
Britt en Jonas doen het verhoor, en daarna moet Britt dus bij Vanbruane komen...
Nadine: Britt wat is er met je gebeurd? Je gezicht?? Je ziet eruit of je twaalf rondes tegen een zwaar gewicht hebt lopen boksen
Britt: Dat ging per ongeluk. Dat meisje schrok toen ik haar aanraakte. Ze had ons niet gehoord, ze is doofstom.
Nadine; Amai, dat maakt het verhoor er ook niet eenvoudig op.
Britt; Maar we, ... ik, had op het ziekenhuis al met een doventolk gebeld en die is net bij het verhoor geweest.
Nadine; En wat kreeg je uit het meisje? Hoe oud is ze trouwens?
Britt; Ze noemt Irene, ze is pas twaalf.
Nadine: Wat voor verklaring gaf ze?
Britt; Ze zijn thuis overvallen. Haar moeder was compleet verrast door die vent die binnen is gedrongen. Ze heeft gelijk een hele zware klap op het hoofd gehad en is gelijk out gegaan. Toen is hij op zoek gegaan naar haar vader. Die had zich nog verweerd met een vleesmes, dat had hij vanuit de keuken meegenomen toen hij weg wilde vluchten. Hij was boven gegaan om Irene te beschermen, maar is door die vent gepakt.
Nadine; Wat was er gaande dan? Kende die vent het gezin? Had hij iets te vereffenen?
Britt; Dat weten we nog niet. Irene is heel erg geschrokken, maar ze kon dus niet horen wat die vent tegen haar ouders heeft geroepen. Ze is heel erg in de war. Ik wil haar voor de nacht graag laten opvangen in een beschermde groep of woonvorm of zo. Ze kan niet in dat huis terug en ze is nog zo jong, dat kunnen we haar niet aandoen.
Nadine; Bel sociale zaken maar en spreek af dat we haar elke momnet weer op kunnen roepen. Als ze wat rustiger is moet ze opnieuw komen en proberen we een signalement los te krijgen. En misschien dat ze dan ook wat beter kan aangeven wat ze heeft zien gebeuren.
Britt loopt weer naar haar desk en belt sociale zaken om Irene op te halen en gaat dan weer naar het verhoor, waar Irene nog steeds zit. Ze heeft een kop thee en een koek bij zich en reikt dat aan. Irene zet het snel neer en pakt angstig de hand van Britt en begint van nieuws te huilen. Weer slaakt ze vreemde klanken uit en Britt besluit haar pen en papier te geven om duidelijk te maken wat ze wil.
Britt voelt zich verdrietig als Irene schrijft: Mama.
Britt; Dat weten we nog niet. De dokters zorgen nu voor haar.
Maar uiteraard verstaat Irene dat niet en ze begint nog harder te huilen. Britt legt een arm om haar heen en probeert haar te troosten.
Dan neemt ze zelf het schrijfblok en schrijft kort op dat haar mama in het ziekenhuis is en de dokter hun best doen om haar beter te maken.
Nadat Irene is overgedragen aan de zorg van sociale zaken loopt Britt helemaal afgepeigerd terug naar haar desk. Als ze haar tas wil pakken en iets voorover staat doet voelt ze dat haar hele hoofd pijn doet. Ze gaat vlug zitten om een aanval van flauwte op te vangen.
Nadine; Britt, kom je nog even? Ik geloof niet dat het zo goed samenwerk met die Jonas, wel?
Britt; Misschien moeten we even aan elkaar wennen.
Nadine: Ik denk het niet. Hij is hier ook geweest en heeft gezegd wat er is voorgevallen, maar ik ben ook benieuwd naar wat jij ervan vind.
Britt: Ach het valt wel mee.
Nadine; Vertel het maar, ik bijt niet.
En dus verteld Britt haar kant van de gebeurtenissen en al snel moet Nadine beslissen dat Britt beter niet met Jonas kan samenwerken. Jonas wordt weer vrijgegeven voor de federalen en Nadine beloofd een andere partner te zoeken voor Britt tot Tony terug is, en NA dat ze drie dagen heeft gerust met haar zere hoofd en neus.
Britt; Ik kan wel werken hoor.
Nadine; Maar ik wil dat je rust neemt. Maak het nou niet erger dan het is. De vorige keer gaf je ook niet op tijd je grenzen aan, en je moet het me maar niet kwalijk nemen dat ik daar nu zelf wat beter op ben ga letten. Ik wil jou niet weer kwijt raken Britt. Bovendien, kun je je energie wel voor leukere dingen gebruiken, zoals het plannen van je trouwerij.
Britt; Wat zal Johan zeggen als ik straks zo thuis kom?
Nadine; Vragen of je gebokst hebt? (lachend)
Britt wil ook lachen maar het doet verrekte pijn.
Dan gaat ze ook maar naar huis en eigenlijk vind ze wel dat Johan mild reageert op het gebeuren. Wat ze niet wist was  dat Nadine hem al via de telefoon had voorbereid op wat er aan de hand was, en had aangegeven dat Britt drie dagen niet mocht werken.
Britt heeft niet veel trek in eten, maar ze moet wel van Johan. Na het eten helpt ze de kinderen wat met hun huiswerk en gaat dan vermoeid op de bank liggen.
Als de kinderen slapen gaat Johan lekker bij haar zitten en begint met haar haren te spelen.
Johan: Hey, Brittje, alles goed?
Britt; Gaat wel. Wat hoofdpijn.
Johan: Van die slag?
Britt; Ik denk het. Ik denk dat ik maar vroeg ga slapen.
Johan: Wil ik met je mee komen of wil je gewoon "slapen"?
Maar Britt zegt al niets meer en loopt naar de badkamer. Tijdens het tandenpoetsen begint haar neus weer heftig te bloeden en als Johan, die net binnenkomt, dit ziet, grijpt hij een handdoek, drukt die onder haar neus en neemt haar gelijk mee naar het ziekenhuis om de neus nogmaals te laten inspecteren.
En weer moeten er een paar bloedvaatjes dichtgebrand worden. Nu krijgt ze ook gaastampons in haar neus geduwd. Meters lang, voor haar gevoel. Het voelt aan of ze een appel in haar neus heeft, zo dik en opgezet.
Er wordt nog wat bloed afgenomen en ze moet even op de uitslag wachten. Er wordt gekeken of ze niet teveel bloed is verloren en of de stolling wel in orde is.
Als dat allemaal oké blijkt mag ze weer naar huis.
Moe en wat verdrietig gaat ze in bed liggen en rolt dicht tegen Johan aan en zoekt warmte en veiligheid in zijn armen, en hij troost haar en koestert haar.
Britt: Johan? (moe)
Johan: Ja, lieverd?
Britt: Zou Nadine het goed vinden als ik morgen vrijaf neem?
Johan: Lieverd, Nadine zegt dat je drie dagen niet mag komen.
Britt; Heeft ze je gebeld?
Johan: Ja. Ze wilde me even voorbereiden op je thuiskomst.
Britt; Ik voel me zo ziek (zachtjes huilend)
Johan: Kom lekker bij me, ik houd je goed vast. Heb geen bang.
Maar Britt kan moeilijk in slaap komen. Telkens als ze bijna in slaap valt schrikt ze half in paniek wakker want ze wordt dan zo benauwd. Dat komt omdat ze gewend is door haar neus te ademen in haar slaap, maar de neus zit dus echt volgestouwd met gazen. Ten lange leste valt ze met haar mond open in slaap en wordt dan na een kleine twee uurtjes weer wakker omdat ze zo'n droge keel heeft. Ze moet er van hoesten en dat doet ook weer pijn. Ze is bang dat het weer gaat bloeden en angstig maakt ze Johan wakker.
 
Die gaat voor haar een glaasje water halen en neemt haar weer even tegen zich aan, waarna hij weer lekker in slaap valt en Britt andermaal begint om te proberen ook weer in slaap te komen.
De volgende ochtend voelt ze zich geradbraakt. Johan stelt voor dat ze lekker blijft liggen en dat hij de kinderen wel naar school werkt.
Zelf twijfelt hij of hij thuis zal blijven of toch maar gaat werken. Hij gaat nog even bij Britt langs en vraagt of zij wil dat hij thuis blijft.
Britt; Ga maar werken, aan mij heb je toch niets vandaag.
Johan: Hoe is het met je hoofdpijn?
Britt; Gaat wel. Maar mijn neus doet zo'n pijn.
Johan; Weet je zeker dat je je redt vandaag?
Britt; Ik wil alleen maar slapen, en dat die pijn weg gaat.
Johan heeft echt met haar te doen. Hij ziet dat  Britt haar ogen al weer vochtig worden en gaat nog even dicht bij haar liggen.
Johan: Bel je me als je niet meer alleen wilt zijn? Of als ik iets voor je kan doen?
Britt; Ja, ik bel dan wel.
Johan; Probeer of je vandaag ten minste wat kan bijslapen, je hebt vannacht ook weinig slaap gemaakt.
Britt; Ik kon niet slapen. Ik kon geen adem krijgen.
Johan; Het is even wennen om door je mond te ademen. Trouwens, de kinderen blijven over tussen de middag, dus je hebt echt het rijk alleen, maar wel bellen als ik wat doen kan voor je?
Britt; Dank je Johan dat je zo goed voor me zorgt.
Johan; Als je je beter voelt mag je me laten weten wat je bedoelt.
Dan geeft hij haar een voorzichtige zoen op haar wang en vertrekt toch maar naar het werk.
 
Op het commissariaat zit Nadine te overdenken wie die zaak van Britt kan overnemen. De mannen zijn allemaal druk, en ze denkt dat het ook beter is dat een vrouw de zaak overneemt.
Ze zoekt in haar agenda wat nummers na en begint dan een nummer in te toetsen.
Nadine: Sofie? Hé, hoe is het met je? Ben je nog druk, of zou je ons hier uit de brand kunnen helpen?
Sofie: Naar Gent wil ik zo terug komen. Heb je wat leuks voor mij?
Nadine: Als je vandaag nog hierheen kunt komen wil ik even wat met je overleggen.
 
Dus zo komt Sofie Beeckman rond de middag aan in Gent.
Nadine; Ik stel voor dat we gaan lunchen, maar ik denk dat we eerst samen eens naar jou tijdelijke partner moeten gaan, maar die is wel ziek thuis op dit moment.
Sofie: Met wie moet ik samenwerken?
Nadine: Britt.
Sofie: Amai, da's nog eens leuk om voor terug te komen. Maar Tony dan?
Nadine; Die zit in Nepal.
Sofie: Maar wat is er dan met Britt?
Nadine; Per ongeluk een slag in haar gezicht gehad. Neusbeentje gebroken en een paar fikse bloedneuzen gehad. Ze moet van mij drie dagen thuisblijven. We kunnen zo even gaan zien hoe het met haar is, en misschien kan ze je wat informatie geven zodat jij alvast op die zaak verder kan.
 
Britt had nog tot een uur of elf geprobeerd te slapen, maar was helemaal kriegel geworden toen dat weer niet lukte en dus het bed maar uitgegaan. Nu zat ze achter de computer en was aan het zoeken naar informatie over gebarentaal.
Ze was helemaal verrast dat er werd gebeld, want ze verwachte niemand.
Ze keek dan ook heel verrast dat ze Nadine en Sofie voor de deur zag staan.
Britt; Hey, wat komen jullie doen?
Nadine; Kijken of jij je wel aan de voorgeschreven rust houdt.
Britt; Ik kan niet rusten. Ik heb vannacht geen oog dicht gedaan. Ik ben kapot.
Sofie: En waarom lig je dan niet in bed?
Britt; Ik word strontbenauwd als ik ga liggen. Ik krijg geen lucht.
Inmiddels is ze al in de keuken aan het trekken om koffie en thee te maken en ze heeft ook al wat broodjes gepakt en staat die nu te smeren om haar "gasten" voor te zetten.
Nadine loopt naar de keuken en neemt haar het werk uit handen en stuurt haar naar de kamer terug waar ze aan de hoge tafel gaat zitten, om vooral rechtop te kunnen zitten.
Sofie gaat achter haar staan en legt haar handen op Britt haar schouders.: Meid wat ben jij gespannen. Laat die schouders eens hangen. Ontspan en adem eens diep in, even vasthouden en rustig weer uit. Zo, goed zo, en nog een keer, heel diep in, even vasthouden en rustig weer uitblazen.
Britt; Dank je Sofie. Ik was ook heel gespannen.
Sofie: Toch niet vanwege die zaak hoop ik?
Britt; Nee, ik werd zo angstig toen ik niet kon ademen en niet kon slapen.
Sofie: Dan zullen wij je niet te lang ophouden. Zou je me willen briefen wat je hebt van die zaak, dan kan ik er alvast mee doorgaan, en als je weer de straat opkan, dan doen we samen verder.
Britt; Hebben jullie al nieuws van die moeder?
Nadine; Daar gaat het niet zo goed mee. Ze is in coma geraakt.
Britt; En het meisje?
Nadine: Had een onrustige nacht en heeft naar je gevraagd.
Britt; Wat lastig dat je niet met haar kan praten.
Sofie: Waarom kan dat niet?
Britt; Ze is doofstom. Ik was al aan het zoeken naar iets van gebarentaal, maar dat leer je niet zo snel hoor.
Sofie: Een heel klein beetje ken ik, maar ik zou er geen gesprek mee kunnen voeren.
Britt; Zal ik mee gaan naar haar toe?
Nadine; De enigste plek waar jij nu gaat is naar je bed. Jij zou rusten, weet je nog?
Britt; Maar,... ik heb jullie broodjes ook nog staan.
Sofie; Daar helpen we je wel vanaf maar ga daarna toch nog lekker even proberen om te slapen. Ik zal Irene laten weten dat jij bij haar komt zo gauw je dat kan, oké?
Britt; Oké.
Ze zucht eens diep en haar ogen vallen al bijna dicht van vermoeidheid.
 
Zo treft Johan haar aan als hij om half vier thuiskomt.
Nadat Sofie en Nadine waren vertrokken was Britt voorover op de tafel gaan liggen en had alsnog een stukje slaap gevonden, maar omdat ze op haar aangezicht had gelegen, deed haar neus nu heel erg pijn.
Toen Johan haar voorzichtig wekte begon ze dan ook gelijk te huilen.
Hij hielp haar naar bed en ging bij haar liggen.
Hij hoorde haar aan wat er die dag zoal gebeurt was en streelde voortdurend door haar haren.
Hij zat heel graag aan haar haren, en haar lichaam trouwens ook. Hij begon haar nu over haar armen te strelen en gaf haar kleine zoentjes en merkte dat ze zich wat ging ontspannen.
Uiteindelijk viel ze in slaap en Johan was zo blij dat ze dat eindelijk kon, dat hij haar rustig liet liggen.
Hij had al werk meegenomen naar huis zodat hij de andere dag niet weer weg hoefde en er voor Britt kon zijn.
 
Ondertussen was Sofie naar het opvanghuis gegaan waar Irene was ondergebracht.
Irene zat al heel de dag als een bang vogeltje in elkaar gedoken op het bed.
Sofie probeerde haar aandacht te trekken door een paar handgebaren te maken die ze nog kende van heel lang geleden.
Toen ze haar politiepenning liet zien keek Irene haar aan en begon aan haar haren te trekken.
Sofie: Je bedoelt mijn collega? (wijzend op haar blonde haren)
Irene maakte een schrijfgebaar en kreeg een blok met pen van Sofie, en schreef daarop: Britt?
Sofie: Ziek (over haar hoofd wrijvend)
Irene wees op haar neus.
Sofie knikte.
En zo konden ze toch nog wat informatie uitwisselen alleen konden ze daar in het onderzoek niets verder mee komen.
Nadat Sofie had opgeschreven dat Britt zo snel mogelijk langs wilde komen nam ze afscheid en vertrok weer naar het commissariaat.
 
Daar ging helaas meteen de telefoon...
Sofie: Beeckman?
Britt: Sofie? Hoe was het met Irene?
Sofie: Angstig en verdrietig. Het is inderdaad heel moeilijk om een gesprek met haar te hebben.
Britt; Overmorgen wil ik met haar gaan praten. Dorien heeft me wat uitgelegd over gebarentaal. Leuk hč, dat ze dat tegenwoordig al in het basisonderwijs meegeven. Dat er allerlei soorten mensen zijn en dat die toch eigenlijk wel heel goed met elkaar overweg kunnen, als ze zich maar een beetje inzetten om elkaar te grijpen.
Sofie: Zeg dat tegen dat volk wat wij regelmatig van de straat moeten halen.
Britt; Ik wil graag weer aan het werk,
Sofie; Hoe gaat het met je?
Britt; Gaat wel.
Sofie; Dan moet je nog even wachten. Als jij kan zeggen : Ik voel me prima, mag je me komen helpen.
Britt; Jij bent je gevoel voor humor ook nog niet kwijt, wel?
Sofie: Gelukkig niet, anders zou ik het nier niet volhouden. Maar Nadine had gezegd drie dagen, dus dat is morgen ook nog. Doe het rustig aan, dan kom ik je overmorgen wel ophalen oké?
Britt; Dat zou ik heel fijn vinden.
Johan merkt aan Britt dat ze zich inderdaad al beter begint te voelen. Ze is wat meer uit bed, en heeft niet meer zoveel pijn. De hele middag had ze op internet bezig geweest met gebarentaal, en nadat Dorien uit school was gekomen hadden ze samen even geoefend.
Johan: Maar als jij je weer zo goed voelt, zou jij dan voor het eten willen zorgen?
Dorien: Neeeeeeeeee, ze kan niet koken.
Britt; Hé daar dame. Wie heeft er jarenlang voor jou eten gekookt?
Dorien: Jij, maar dat was niet lekker. Johan kan veel beter koken.
Britt; Maar Johan heeft vandaag vrijaf van de keuken, dus je zult wel moeten eten wat de pot schaft, en anders heb je maar honger hoor.
 
Op het commissariaat had Sofie nu de uitslagen van het gerechtelijk laboratorium binnen.
De vader van Irene was door messteken en die snijwond aan zijn hals overleden. Maar er waren verschillende types bloed gevonden, en dat maakte de situatie alleen maar lastiger.
Zowel Irene, als haar moeder hadden andere bloedgroepen dan ze op de overloop hadden aangetroffen, dus was de recherche nog eens teruggegaan. Sofie moest mee, om als officier ter plaatse aanwezig te zijn als er nieuwe bewijzen konden worden opgenomen.
Bij aankomst bij het huis zag Sofie dat de verzegeling op de voordeur was verbroken.
Vlug belde ze transmissie voor versterking. Hier waagt zij zich ook niet binnen.
Na een kwartier zijn Nick en Bruno op hun motoren aanwezig, en met getrokken wapens gaan ze het huis binnen.
Terwijl hier de actie pas begint, is het bij Britt's huis doodsaai...
 
Dorien + Simon: Gaan we een spel spelen? (zeurend)
Britt: Nu liever niet. ik heb mijn hoofd er niet zo naar staan.
Simon: Dan ga ik wel geschiedenis doen, want meneer heeft ons vandaag heel wat moois verteld.
Johan; Zo, Simon, dan heeft die extra les van Britt toch resultaat gehad?
Simon: Zeker en gewis.
Dorien: Nou, dan ga ik ook wel lezen. Jullie zijn saaie pieten.
Als de kinderen boven zijn gaat Britt vermoeid op de bank hangen en ze staart wat voor zich uit.
Johan; Wat is er Britt, waar zit je aan te denken?
Britt; Aan dat meisje, die Irene. Ze heeft waarschijnlijk met eigen ogen gezien dat haar vader werd vermoord, en haar moeder ligt in coma. Irene is doofstom, en ik denk dat ze het heel moeilijk zal hebben, want niemand zal haar begrijpen.
Johan: Maar er zal toch wel familie zijn die haar kan opvangen?
Britt; Maar ik denk dat ze heel erg afhankelijk was van haar ouders.
Johan; Maar er zijn toch wel hulpinstanties?
Britt blijft afwezig zitten staren en Johan gaat dicht bij haar zitten en neemt haar in zijn armen: wat is er toch met je Britt? Je bent zo stil?
Britt; Ik dacht aan Dorien. Die is haar papa al verloren en bijna was ik ook ...
Johan: Maar jij bent er gelukkig nog voor haar. En als jij over vier en halve week mevrouw Van Lancker gaat heten dan heeft ze weer een mama en een papa.
Britt; Mevrouw Van Lancker? (sipjes)
Johan: Of bedenk je je en wil je niet meer met mij trouwen?
Britt ; Jawel maar ……
Johan: Ik heb iets wat ik je wil laten zien. En Dorien trouwens ook. Wil je haar even ophalen?
Britt loopt naar boven en moet de nodige moeite doen om Dorien te motiveren om mee naar beneden te komen.
Eenmaal beneden vraagt Johan of ze wat willen drinken.
Dorien: Cola.
Britt; Niet door de week.
Dorien: Dan maar roosvicee.
Britt; Ik wil een glaasje water.
Johan: Zo doe maar duur. Hier heb ik iets voor jullie.
Dorien: Wat is dat allemaal? Het ziet er zo officieel uit.
Johan; Ik heb nagevraagd of jullie na het trouwen jullie eigen naam kunnen houden.
Dorien: En? (heel enthousiast, want eigenlijk was dat, behalve de foto's en een paar stukjes herinnering aan Mark het enige wat ze nog had van haar papa)
Johan; Als jullie willen dan mag dat, maar dan moet ik dat volgende week wel weten als ik naar de ambtenaar van de burgerlijke stand ga.
Dorien: Oh, heel graag. Ik ga het gelijk aan Simon zeggen.
En hup, daar vliegt ze de trap weer op, maar komt halverwege toch weer naar benden en vliegt Johan om de hals en geeft hem een dikke zoen: jij bent geweldig, en als jullie getrouwd zijn en ik mag Michiels blijven heten, dan wil ik je gerust papa noemen hoor.
Johan; Dat mag je zelf weten Dorien, maar ik vind het heel fijn dat jij zo blij bent.
Als Dorien weer boven is, kijkt Johan naar Britt , die nu met vochtige ogen op de bank zit.
Johan: En jij Britt, wat zou jij willen?
Maar Britt zegt niets, die is met haar gedachten mijlenver weg.
Johan neemt haar mee naar de slaapkamer waar ze zich in een automatisme omkleed en op bed gaat liggen. Johan gaat dicht bij haar liggen en legt zijn arm om haar heen en draaide haar naar zich toe.
Johan: Gaat het liefje?
Britt; Johan, je maakt me zo gelukkig, maar ik raak er ook van in de war.
Johan: Waarom dan?
Britt; Ik vind het zo edelmoedig van jou dat je mij de naam van Mark wilt laten houden, maar nu we ook al geen kindjes kunnen krijgen, en ik ook al je naam niet zou aannemen... het voelt heel vreemd.
Johan; Britt, lieverd, de gedachte dat je voor altijd bij mij zult blijven vervult mij met eeuwige liefde. Een naam of een kindje zullen daar weinig aan veranderen, als ik maar weet dat ik elke dag bij jou thuis kan komen, en dat jij er voor me bent.
Britt begint nu van blijdschap te huilen en slaat haar armen om Johan heen.
Voorzichtig draait hij bovenop haar en begint haar te zoenen en langzaam geraken ze in een liefdesspel en genieten intens van elkaar.
 
Als ze de andere ochtend wakker worden is Britt nog helemaal blij en gelukkig loopt Dorien er nu ook wat beter gestemd bij dan gisteren.
De kinderen gaan naar school en Britt wil gaan werken maar Johan belet haar dat en om haar af te leiden neemt hij haar na het ontbijtje weer mee naar bed en begint opnieuw de liefde met haar te bedrijven.
 
Rond een uur wordt er aan de deur gebeld.
Het is Sofie, met rooddoorlopen ogen.
Johan: Kom gauw binnen. Wat is er Sofie?
Sofie: Het is helemaal fout gegaan gisteren. Ik moet Britt spreken.
Het bleek dat toen ze de dag ervoor naar het huis waren terug gegaan, waar door de politie verzegeling heen was gebroken. Daarop had Sofie versterking opgeroepen en waren ze het thuis binnen gegaan. Daar hadden ze twee mannen aangetroffen die de boel nog verder overhoop hadden gehaald. Die hadden ze dus betrap en willen arresteren. Daarbij was het op een handgemeen uitgedraaid en was er een wapen afgegaan.
Een van de jongens van het sporenteam was daarbij levensgevaarlijk gewond geraakt en Sofie trok zich dit behoorlijk aan. Ofwel duidelijk was dat het niet haar wapen was. En niet haar fout, want ze hadden de taken goed verdeeld, voelde ze zich super ellendig.
Peter Claesens was nog maar een jonge vent, van achter in de twintig en had nog een klein kindje. Nu lag hij te vechten voor zijn leven. Sofie was deze ochtend nog op het ziekenhuis geweest, maar het zag er nog steeds zorgwekkend uit.
Britt; Wil ik zo met je meegaan naar het commissariaat?
Johan: Britt.
Britt; Om Sofie te steunen.
Johan: Wil je alsjeblieft nog niet de straat op gaan, ik bedoel op een zaak gaan werken?
Britt; Dat beloof ik Johan.
Sofie huilt even lekker uit op Britt haar schouder en na een uurtje of zo gaan ze samen naar de Belfortstraat.
Nick en Bruno waren in het verhoor bezig met een van de verdachten die ze de dag ervoor in het huis van Irene hadden opgepakt, maar hij was absoluut weinig coöperatief.
Britt merkte aan Sofie dat die heel erg kwaad was.
Nadine riep gelijk even Britt in het kantoor.
Nadine; Jij zou toch nog niet werken??
Britt; Ik ben meegekomen om Sofie wat te steunen. Die trekt het zich heel erg aan van Peter.
Nadine; Ik heb net even gebeld, en ze zeggen dat hij gelukkig stabiel is, en dat hij sinds een uurtje weer zelfstandig kan ademen dus niet meer aan de machine ligt.
Britt; Dat is goed om te horen. Maar hoe is het gebeurt?
Nadine: Dat kun je denk ik beter aan een van hun zelf vragen, maar liever nu nog niet.
Morgen ben je weer van de partij?
Britt; Graag , ik heb genoeg thuis gezeten.
Nadine; Hoe is het met de pijn?
Britt; Is te dragen. Ik ga zo even mijn mailbox nakijken en dan denk ik dat ik Sofie vanavond maar bij ons te eten vraag.
Nadine; Heel aardig van je Britt. Die afleiding kan ze denk ik wel gebruiken.
 
Als Britt weer achter haar bureau gaat zitten, voelt dat eigenlijk toch ook wel heel vertrouwd.
Snel opent ze haar mail en ziet tot haar vreugde dat Tony haar ook een mailtje heeft gestuurd. De inhoud was niet zo vrolijk, want gelijk na aankomst in Kathmandu had ze kiespijn gekregen en bij een tandarts geweest die de boel had liggen verkloten. Toen moest ze naar de kaakchirurg en die had haar drie dagen in het ziekenhuis gehouden. Nu was de verstandskies eruit, de ontsteking onder controle en dus kon ze aan de reis beginnen. Ze had den bijlage meegestuurd, met een voorlopige, ruwe indeling van waar ze heen zou gaan, en ze sloot af met de mededeling dat ze wilde proberen ongeveer een keer per week te mailen, en ze hoopte dat Britt terug zou mailen over de ontwikkelingen voor de bruiloft.
Britt keek met een glimlach naar het scherm waar nu een grote foto van Tony op kwam, die gemaakt was voor een van de boeddhistische tempels die de stad rijk was.
Sofie zag Britt glimlachen en liep even naar haar bureau en vond het eigenlijk wel een supervinding, dat e-mailen en die foto's mee kunnen sturen.
Britt; Ze moedig hč, helemaal alleen naar zo'n ver land.
Sofie; Ik wou dat ik het lef had.
Britt; Leven is het meervoud van lef, en dat heeft ze.
Sofie: Petje af. Ik hoop dat ze geniet.
Britt; Dat weet ik wel zeker als ik haar op die foto zie.
Zo kletsen ze nog een poosje door en dan gaan ze samen naar Britt 's huis voor de avondmaaltijd, en gelukkig mag Britt de andere dag haar werkzaamheden, voorzichtig, hervatten.
Haar eerste doel: Naar Irene toe gaan.
Nadine: Wat ben jij van plan, Michiels? (streng, wanneer Britt naar Irene wilde gaan)
Britt: Ik wilde...
Nadine: ... naar Irene gaan? (radend)
Britt; Uhm, ja... (twijfelend)
Nadine: Daar komt niks van in!
Britt: Maar Nadine, ik had haar dat beloofd. Ik moet haar nog eens spreken over wat er gebeurt is in dat huis.
Nadine: Britt, ze heeft je neus gebroken geslagen. Ik kan dat niet goedkeuren.
Britt: Maar dat ging per ongeluk. En Sofie gaat met mij mee.
Sofie: Ze zal Britt echt niet wat doen. We willen ook weten hoe het nu met haar is.
Nadine: Maar pas heel goed op. Volgens Raymond hadden die twee mannen die bij dat huis waren nog een handlanger, en die hebben we nog steeds niet. We moeten donders goed oppassen of die jullie niet volgt anders is dat meisje nog niet veilig.
Britt; We zullen heel goed oppassen. We gaan trouwens eerst eens zien op het ziekenhuis hoe het met de moeder gaat.
En net als ze willen weglopen gaat Britt haar telefoon.
Het was het ziekenhuis: de moeder van het meisje was aan de gevolgen van die slag op haar hoofd ook overleden.
Britt zijgt neer in haar stoel en voelt haar tranen omhoog komen.
Sofie: Amai Britt, wat is er met u?
Britt; De moeder van Irene. Ze is......... Ze is dood. Nu is dat arme kind haar beide ouders kwijt.
Sofie: (heel boos nu) Verdomme. Ook dat nog. Oh, wat baal ik hier van.
Nadine: Rustig Sofie, zo schiet niemand er wat mee op. Probeer of je wat te weten kunt komen van dat meisje, en denk eraan: voorzichtig, allebei, ja?
Britt; Doen we. (over haar neus wrijvend)
Sofie: Wat scheelt er, Britt?
Britt: Mijn neus jeukt. (met een vies gezicht)
Nadine: Das een goed teken, dan is hij aan het genezen. (lachend)
Met lood in hun schoenen begeven Sofie en Britt zich naar het opvanghuis waar Irene is ondergebracht. Inmiddels is er al wel familie opgespoord, maar dat waren oude mensen die absoluut niet de zorg voor Irene op konden nemen. Van vaders kant was er geen familie bekend en dus zaten ze met de situatie: wat nu?
Hier was er slechts een tijdelijke plek, maar er moest een pleeggezin gevonden worden voor Irene.
Britt voelde zich weeďg worden om het hart
Sofie nam haar bij de arm en leidde haar mee naar de gang.
Sofie: Britt, ik weet wat je denkt, maar doe het niet.
Britt; Maar ze is helemaal alleen.
Sofie; Britt, uit professioneel oogpunt, doe het niet. Ik snap best dat je heel erg bezorgd om haar bent. Dat ben ik ook, maar het is niet niks om de zorg voor haar op te nemen. Met  haar handicap, en ze is al twaalf jaar, en……
Britt; Maar die handicap hoeft het probleem niet te zijn.
Sofie; Je kunt haar heus wel eens gaan bezoeken Britt, maar alsjeblieft, denk ook aan jezelf en aan je gezin.
Britt zucht eens diep. Ze weet dat Sofie gelijk heeft, maar toch.
Dan gaan ze weer binnen en Britt probeert de gebarentaal uit die ze samen met Dorien heeft geoefend, en wonderwel kan Irene haar goed begrijpen.
Britt vraagt of Sofie aantekeningen mag maken, en als ze klaar zijn dat ze een verslag gaan typen en als dat klopt met wat Irene hun "verteld" dan moet ze daar haar naam onder zetten een word het een officieel bewijsstuk.
Ze gaat er mee akkoord en dus begint Britt haar best te doen om informatie los te krijgen. Soms gaat het wat moeizamer, maar omdat Irene nog zo jong is kunnen ze in heel eenvoudige bewoording toch veel los krijgen.
Als ze gedaan hebben vraagt Irene weer naar haar moeder, want hier hadden ze er nog niets over losgelaten.
Toen begon Britt echt te balen, want nu moesten zij zeggen dat haar moeder was overleden.Irene reageert intens verdrietig en Britt neemt haar stevig in haar armen en probeert haar te troosten.
Ze blijven wel meer dan een uur bij Irene maar moeten haar dan toch weer achterlaten. Britt zegt toe om contact te leggen met die oude oom en tante zodat ze wel samen voor de begrafenis kunnen zorgen, maar dat er daarna dan toch naar een pleeggezin moet worden gezocht.
 
Op het commissariaat zet Sofie zich achter haar computer om het verslag in te typen. Britt gaat even in de kantine zitten en probeert de zaken wat op een rijtje krijgen. Ze was heel erg gegrepen door het verdriet van Irene. Maar ze kon er niet veel aan doen om dat minder te maken. Ze sloot haar ogen en dacht eraan hoe dankbaar ze zelf was dat ze al haar sores had kunnen navertellen. Ze prees zich zielsgelukkig met Dorien en met Johan en Simon.
Nog vier weken, dan was de grote dag.
Even krijgt ze dan ook een rilling van genot door haar rug heen, als ze aan haar trouwdag denkt...
Ze glimlacht zwakjes...
Plots komt Vanbruane de kleedkamer ingelopen...
Nadine: Irene is weggelopen!
Britt: Shit, dat moeten we er net niet bij hebben.
Nadine: Hebben jullie enig idee waar ze heen kan zijn gegaan?
Sofie: Ik heb een vermoeden. Kom Britt, we gaan haar zoeken.
 
In de wagen kijkt Britt Sofie vragend aan.
Britt; Wel, zeg je het nog of kom ik er wel achter als we haar gevonden hebben?
Sofie: Ze zei toch tegen jou dat er iemand was geweest die geld van haar vader wilde voor een auto?
Britt: Ja, en? Er stond geen auto bij het huis dus ik denk dat ze die ook niet hebben.
Sofie: Irene liet een foto zien van hun andere huis, en daar was een garage bij. Ik dacht zo als wij daar eens gingen kijken ......
Britt: ...dan maken we kans dat Irene daar ook is?
Sofie: Jij mag niet meer raden.
 
Nadat ze een half uurtje hebben gereden komen ze aan bij een klein oud huisje, weg van de bebouwde kom. Het ziet er gammel en gevaarlijk uit.
Sofie: Britt, kijk heel goed uit. Het ziet er nogal bouwvallig uit en ik wil geen gelazer met Nadine als jij weer gewond raakt.
Britt; Hoezo : Weer?
Sofie: Je neus? Of ben je dat al vergeten?
Britt; Oh dat. Nee, ik pas wel op.
Voorzichtig lopen ze eerst eens om het huisje heen en proberen te zien of ze binnen kunnen kijken, maar overal zitten gordijnen voor de ramen. Het ziet er onbewoond uit.
Dan lopend ze naar het achterom en voelen aan de deur of die open wil en het lukt ook nog.
Sofie heeft haar wapen ter hand genomen. Ook Britt volgt met haar wapen in de hand naar binnen.
Voorzichtig kijken ze eerst beneden rond, maar treffen daar niemand aan.
Britt loopt naar de trap maar wordt door Sofie tegengehouden.
Sofie: (fluisterend) Die trap is gevaarlijk.
Britt; Zie dan dat er stappen in het stof staan, Irene kan hier geweest zijn en naar boven zijn gegaan.
Sofie: Britt, voorzichtig.
En voorzichtig, zoals opgedragen, kruipt Britt de trap op.
Maar bijna bovenaan de trap ........begint het hele gevaarte te wiebelen en stort het hele huis in...
Sofie haast zich naar buiten en ziet hoe het huis helemaal ineenstort...
Als het gevaar geweken lijkt, gaat ze tussen de brokstukken op zoek naar Britt en Irene...
Sofie: BRITT?! (in paniek)
Sofie werpt zich tussen de brokstukken en begint steeds harder te schreeuwen.
Ondertussen bellen mensen, die het geschreeuw van Sofie en het enorme lawaai van het instorten van het huis horen, de ambulance.
Voor Sofie haar gevoel duurt het uren vooraleer de hulpdiensten er zijn. Nog steeds heeft ze geen teken van Britt gevonden.
Ze legt haar hoofd schuin en probeert te horen of er iemand om hulp roept. Heel vaag hoort ze een gerammel en ze begint nog fanatieker te zoeken.
Ze haalt haar handen los aan het puin maar ze slaagt er uiteindelijk in om bij het geluid te komen en ziet tot haar opluchting dat het Irene is.
Ze slaat haar armen om Irene heen om aan te geven dat ze haar wil beschermen.
Irene kijkt haar angstig vragend aan.
Sofie: Ik weet niet. Ik weet niet waar Britt is.
Ze weet dat Irene haar niet kan horen maar ze denkt dat Irene het wel begrijpt. Irene blijkt behalve een paar schaafwonden geen verwondingen te hebben opgelopen, hooguit flink de schrik te pakken gekregen.
Sofie helpt haar overeind en nu beginnen ze samen te zoeken naar Britt.
Sofie gebaard naar Irene dat Britt boven aan de trap was, waarop Irene zich omdraait en direct naar de plek loopt waar de trap ooit had gestaan.
Samen beginnen ze daar nu ook de stenen en het hout weg te halen.
Plots ziet Sofie een hand liggen. Nu moeten ze heel voorzichtig te werk gaan om te voorkomen dat het puin weer naar beneden komt en Britt weer zal bedelven.
Net als ze Britt haar gezicht vrij hebben komt er ook al hulp van de brandweer, de politie en de ambulance en moeten Sofie en Irene uit het puin weg om de anderen hun werk te laten doen.
Irene wordt in de ambulance nagekeken en krijgt een goedkeurende blik van de arts en mag dan weer naar Sofie toe.
Sofie kijkt hoe de brandweer bezig is om Britt te bevrijden. Ze ziet geen bewegingen bij Britt en ze maakt zich behoorlijk ongerust. Dan voelt ze een hand in de hare glippen en ziet dat Irene haar een bemoedigende hand toesteekt.
Sofie: Ik ben zo bang.
Irene schudt: Nee, ten teken dat het niet erg zal zijn.
Als Britt uit het puin bevrijd is word ze op een brancard en in de ambulance gelegd en de deuren worden gesloten, zodat Sofie nog niet weet hoe het met haar is.
Een agent komt bij Sofie en vraagt wat ze in vredesnaam in die bouwval te zoeken hadden.
Sofie (boos van de schrik) Man, zie je dat niet, dat is mijn collega.
Agent: Nochtans stond er een bordje verboden toegang, maar u kunt blijkbaar niet lezen.
Geďrriteerd pakt Sofie haar eigen politiepenning en begint dan te vertellen dat ze op zoek waren naar Irene, en dat die getuige was geweest van de moord op haar vader, en dat er verdenkingen zijn dat er in dit huis, of wat er nog van over is, mogelijk bewijzen te vinden zijn.
Agent: Dan vrees ik dat we het terrein moeten afzetten een alles grondig moeten onderzoeken. Doen wij dat of doet jullie eigen team dat?
Sofie: Ik neem wel even contact op met mijn eigen commissaris, als je even geduld hebt.
 
Dus belt Sofie naar Nadine.
Nadine: Sofie, hebben jullie het meisje gevonden?
Sofie: (wat twijfelend) Ja.
Nadine; Wat is er? Je klinkt zo .....zo twijfelachtig.
Sofie: Ze was in het huis wat ik verwachtte, maar het huis...
Nadine: Sofie?? Britt!!!???
Sofie: Ja Britt is .... Ze word nu onderzocht.
Nadine; Sofie wat is er met Britt?
Sofie: Wel, ze wilde boven gaan zoeken naar Irene en toen ze boven aan de trap was, toen begon alles te kraken en te schudden en toen is het hele huis in elkaar gestort.
Nadine; Mijn God. Sofie. Hoe gaat het met haar?
Sofie: Goddomme Nadine, luister jij niet of zo? Ik zeg toch dat ze onderzocht word. Ik mag er ook niet bij.
Nadine; Waar zijn jullie? In het ziekenhuis?
Sofie: Nee nog bij de restanten van het huis. Maar ik denk dat daar bewijzen liggen en dus zal hier de hele puinhoop centimeter voor centimeter moeten worden nagezocht en nu wil de politie hier weten of zij dat moeten doen of dat wij dat zelf doen.
Nadine; Het is jullie zaak, en ik vind dat jullie dat ook zelf moeten uitzoeken. Ik zal een team van de sporendienst sturen en wil ik ook wat van je collega's laten komen?
Sofie: Graag, dan kan ik zo met Britt en Irene mee.
Nadine: Hoe is het met het meisje?
Sofie: Wat schaafwondjes en flink de schrik, maar verder is ze oké.
Nadine: En nu maar hopen dat Britt ook oké is. Laat me horen zodra je iets weet?
Sofie: Doe ik. Dag Nadine.
Dan loopt ze weer naar de ambulance maar mag nog niet binnen.
Boos loopt ze nu door het puin te stampen. Ze is echt kwaad in haar hoofd. Kwaad omdat ze Britt nog zo had gewaarschuwd en nu lag die mogelijk weer gewond daar in die ambulance.
Ze gaat op een stapel stenen zitten en begint te huilen.
Irene komt bij haar staan en legt haar armen om haar heen. Dan maakt ze een schrijf beweging en Sofie reikt haar een notitieblok aan waarop ze ijverig begint te krabbelen.
Sofie leest snel met haar mee en schrikt als ze de eerste woorden ziet.
"Geweer, geld"
Bij Sofie raast er van alles door het hoofd, maar ze kan er niet veel mee, omdat ze niet voldoende weet van gebarentaal. Ze denkt nog: "verdomme Britt, jij zou hier heel goed kunnen helpen.Waarom nu dit weer?"
Dan gaat de ambulance open en komt de arts op Sofie aflopen.
Arts; We kunnen niet zeker zijn, dus we nemen haar mee naar het ziekenhuis,. Gaat u ook mee?
Sofie: Ja, ik moet heel even iets doorgeven aan mijn collega's, en ik zie dat ze er al aankomen.
Vlug draagt Sofie over dat er gezocht moet worden naar een geweer, en naar een sportzak met mogelijk geldbundels erin.
Dan stapt ze bij in de ambulance. Irene mag op de bijrijderplaats en Sofie gaat naast Britt zitten, die nog heel wazig en verward voor zich uit ligt te kijken. Ze hebben haar een halskraag omgedaan en ze heeft een infuus gekregen.
Sofie wil haar wangen strelen en dan ziet de arts dat Sofie haar handen ook helemaal onder het bloed zitten. Hij pakt haar handen en drukt er voorzichtig op, waardoor de wonden van nieuws beginnen te bloeden en Sofie nu toch wel een beetje begint te piepen van de pijn. Door de angst had ze niet eens gemerkt dat ze zelf ook gewond was geraakt. De arts giet rijkelijk desinfectans op de handen die behoorlijk bijt in de wonden. Dan legt hij grote gazen er omheen en wikkelt er verband overheen.
Daar zit ze dan: beide handen in het verband en een behoorlijke pijn, en ze kan niets doen voor Britt.
 
In het ziekenhuis ziet ze al dat Nadine gelijk ook was gekomen maar ze hebben geen tijd om te praten. Zowel Sofie als Britt worden gelijk, elk apart in een onderzoeksruimte gebracht voor verder onderzoek dan wel behandeling.
Met  name het reinigen van de handen doet bij Sofie nogal pijn. Ze heeft een paar flinke sneeën in haar handen en een paar ingescheurde nagels. Als profylaxe krijgt ze gelijk een paar anti-tetanusinjecties in haar bil en moet echt even op haar tanden bijten. De verplegers zijn tegenwoordig niet zachtzinnig als ze zoiets moeten doen.De sneeën worden gehecht en over de kapotte nagels word een speciale lijm gebracht en daarna krijgt ze tape over de nagels en dat moet drie dagen blijven zitten.
Dan mag ze weer naar de wachtkamer waar Nadine haar opwacht en gelijk even in de armen sluit.
Nadine; Gelukkig, je bent er goed vanaf gekomen. Wat was er met je handen?
Sofie: Wat sneetjes. Zijn gehecht. Moet even een beetje oppassen maar het komt wel goed. Ik ben alleen bang dat ik nu niet zo snel kan typen.
Nadine: Daar heb je collega's voor, toch?
Sofie: En jij denkt dat die dat voor mij willen doen?
Nadine; Ja, hoor, die doen dat wel. Als jij later eens een rondje geeft in de Combi, zal dat allemaal wel loslopen.
Sofie: Heb jij al iets gehoord van Britt? Goddomme, ik zei nog zo dat ze moest oppassen, en toen begon die hele zooi in elkaar te donderen.
Nadine: Ga eens rustig zitten. Koffie?
Sofie: Graag.
 
Na een half uur komt de arts van Britt ook binnen lopen en verteld dat de verwondingen van haar gelukkig meevallen en dat ze ook mee terug naar huis mag.
Sofie: Wat was er met haar?
Arts: Blijkbaar is ze ergens onder gekomen dat het gewicht van het hout en die stenen heeft opgevangen. Ze heeft een lichte hersenschudding, wat schaafwonden en kneuzingen aan haar schouder, maar verder komt ze er met de schrik vanaf. U kunt naar haar toegaan.
Sofie weet niet hoe snel ze naar Britt toe moet lopen en valt haar in de onderzoekkamer huilend om de hals.
Britt; Rustig maar Sofie, het stelt niets voor. Hooguit wat schrik.
Sofie: Wat gebeurde er daar boven aan die trap?
Britt; Wel, toen ik de laatste trede wilde nemen toen leek het of de trap begon te bewegen en het volgende moment ligt ik onder de trap. Ik hoorde een boel lawaai en ik zag allemaal stof en toen werd het even zwart.
Sofie: Even? Je bent goddomme meer dan een uur weg geweest.
Britt; Zo lang? Ik dacht echt maar even een paar secondes.
Sofie; Maar het gaat nu weer? Kun je staan?
Britt komt overeind en voelt haar hoofd bonzen. Ze blijft even heel stil staan om het beeld voor haar ogen stil te zetten en trekt dan haar jasje weer aan wat op een stoel was gelegd.
Britt; Kom, we moeten naar Irene toe.
Sofie: Jij gaat naar huis en je gaat rusten. De arts zegt dat je een hersenschudding hebt.
Britt: Ik kan nu niet naar huis gaan. Johan vermoord me als hij hoort dat ik weer wat heb mispeuterd.
Sofie: En ik neem je niet mee naar het commissariaat.
Ineens grijpt Britt naar haar hoofd en begint het haar allemaal te duizelen. Ze graait om zich heen naar iets om zich aan vast te houden en zakt pardoes bij Sofie in haar armen.
Sofie: Toch maar naar huis dan?
Britt; Graag.
 
En weer eindigt het avontuur voor Britt in bed. Ze heeft stevig de balen. En omdat ze weer gewond is, maar ook omdat ze Sofie zo angstig heeft gemaakt. En nu kan ze weer niet met Irene praten en dat doet haar nog het meeste zeer.
Johan kan het niet meer opbrengen om boos te worden op haar. Het spijt hem dat ze weer gewond is, en hij is blij dat ze thuis is, maar het voelt gewoon niet goed. Die avond reageert hij ook vrij afstandig tegen Britt, die dit dondersgoed in de gaten heeft en verdrietig in bed ligt te huilen.
Tegen beter weten in gaat Britt de andere dag weer gewoon aan het werk. Ofwel ze een stevige hoofdpijn heeft legt ze opnieuw contact met Irene. Dan horen ze dat donderdag de gezamenlijke begrafenis van Irene's ouders is in Dongen en ze zegt toe dat ze daarbij aanwezig zal zijn.
Ze vind dat dat het minste is wat ze voor Irene kan doen.
 
Na de lunch zit ze diep over de papieren gebogen en probeert uit te puzzelen wat er allemaal gebeurt is in dat huis waar Irene haar ouders waren vermoord.
Het sporen onderzoek van het ineen gestorte oude huis heeft inderdaad een wapen opgeleverd en een zak vol geld, zo'n slordige EUR 50.000,==.
Sofie fluit eens tussen haar tanden door als ze het bedrag hoort.
Sofie: Wat moest ie daarmee?
Britt; Ik denk schulden afbetalen.
Sofie: Welke schulden?
Britt; Er zijn aanwijzingen dat hij gechanteerd werd.
Sofie; Door wie? En waarom?
Britt; Lees jij zelf geen aantekeningen meer door? (een beetje chagrijnig)
Sofie: Sorry Britt, ik wist niet dat je boos was.
Britt: Hou effe op wil je? We hebben hier een zaak op te lossen.
Sofie; Wat eet jij tegenwoordig voor lunch? Woede?
Nu wordt het Britt teveel en ze stampt het lokaal uit en trekt zich terug op het toilet waar ze een potje begint te janken.
Wat ze niet wist was dat Nadine ook op het toilet was en haar kon horen.
Nadine: Britt, wat scheelt eraan?
Britt; Niets.
Nadine: Oh, je huilt om niets. Nou dan vraag ik niet verder.
Britt; Johan...
Nadine at is er met Johan?
Britt; Hij deed zo afstandelijk gisteren, en hij is heel boos, denk ik.
Nadine; Ben je in orde Britt? Ik dacht dat je een hersenschudding had en moest rusten?
Britt; Ik wil niet thuis zijn. Johan is boos.
Nadine: Kom, ik breng u terug en dan ga je maar eens een flink partijtje slapen en als Johan thuiskomt, moeten jullie eens goed gaan praten.
Britt begint nu nog harder te huilen en Nadine neemt haar troostend in haar armen.
Nadine: Amai, dit gaat u heel erg aan het hart niet?
Britt; Ik mis hem zo.
Nadine: Wie?
Britt : Johan natuurlijk.
Nadine: Wel dan, des te meer reden om naar huis te gaan en het uit te praten.
Britt; Zou u mij willen brengen., Ik ben steeds zo duizelig en heb zo'n hoofdpijn.
Nadine; Ik pak even mij jas en ga dan met je mee.
 
In haar kantoor belt Nadine eerst naar Johan en legt hem de situatie uit en brengt dan Britt naar huis en zorgt dat die op bed gaat. Zelf blijft ze nog even om de kinderen op te vangen en uit te leggen dat Britt een paar dagen rustig aan moet doen. Ook Johan is snel naar huis gekomen en zit nu al met betraande ogen bij Britt. Hij had duidelijk ook spijt van zijn gedrag van de avond ervoor en bied wel duizend keer zijn excuses aan.
Hij durft echter geen fysieke toenadering te zoeken tot Britt, uit angst dat ze hem afwijst.
Johan: Britt, zou ik u mogen aanraken?
Britt; mhmm.
Johan: Alstublieft?
Britt ligt nog steeds met haar rug naar hem toe . Ook zij mist hem vreselijk maar het kost haar zo'n moeite om oogcontact te maken. Ze voelt dat ze zelf schuld heeft aan de situatie. Johan had nog zo gevraagd of ze voorzichtig aan wilde doen, en koud een dag terug op het werk is ze alweer gewond. Heel langzaam keert ze toch naar hem toe en kijkt hem smekend aan, alsof ze wil vragen: Neem me in je armen.
En Johan kan haar vraag in haar ogen lezen en neemt inderdaad Britt dicht tegen zich aan en samen huilen ze een potje.
Britt; Johan, het spijt me zo dat ik niet beter naar je heb geluisterd.
Johan: Geen spijt Britt. Wie ben ik om te zeggen dat jij je werk niet mag doen?
Britt; Maar u had nog zo gezegd het voorzichtig aan te doen. Sofie zei dat ook en toch ging ik die trap op.
Johan: Kon jij weten dat die trap zo slecht was dan?
Britt; Nee, niet van die trap, maar dat huis zag er zo oud uit, en ..
Johan: Het geeft niet Britt. Ik ben al lang blij dat ik u weer in mijn armen kan nemen.
 
Het komt gelukkig allemaal goed. Britt ziekt thuis een weekje uit. Dan moet ze nog naar het ziekenhuis in verband met die tampons die ze in haar neus had om te laten verwijderen. Daar word ze zo beroerd van dat ze gelijk nog een dag extra thuis kan blijven omdat ze alles aan elkaar kotst.
 
Nog drie weken tot de trouwerij. Britt begint langzaam toch wel wat zenuwachtiger te worden.
Ze wil zo graag met haar beste vriendin praten over hoe ze zich voelt, maar ja, Tony zit ver weg in Nepal.
Dan probeert ze maar om een e-mailtje op te zetten en dat naar Tony te sturen, en hoopt dat Tony snel zal antwoorden.
 
Op maandag gaat ze dan weer aan het werk. Sofie heeft zich vol overgave op de moord van Irene's ouders gestort en heeft ondertussen twee verdachten , althans op papier. Ze moet nog gaan zoeken naar bewijzen die de man en de vrouw kunnen linken aan de roofoverval waarbij Irene's ouders zijn overleden.
Als Britt gaat zitten komt Sofie haar een kop koffie brengen en een brief.
Britt kijkt haar wat verward aan: Waar heb ik dit aan te danken?
Sofie: Sorry nog, dat ik vorig week zo rot tegen je deed.
Britt; Ik zat niet lekker in mijn vel. Ik moet het bij mezelf gaan zoeken.
Sofie: Toch, sorry, en ik hoop dat we de rest van de tijd dat we samenwerken weer gewoon verder kunnen?
Britt; Als het aan mij ligt wel ja. En bedankt voor de koffie.
Dan begint ze aan de brief. Die was van Irene. Er was voor tijdelijk een gastgezin gevonden waar ze werd opgevangen. Ze schreef dat ze het jammer vond dat Britt er niet bij kon zijn tijdens de begrafenis, maar ze had begrip voor de situatie en hoopte dat Britt op tijd hersteld zou zijn voor haar grote dag. Ze wenste haar alvast veel geluk en een goede toekomst samen met haar aanstaande man.
Britt kreeg traantjes in haar ogen en Sofie zag dat direct.
Sofie: Mag ik vragen wat ze schreef?
Britt; Dat ze een tijdelijk adres heeft, en dat ze hoopt dat ik op tijd voor de bruiloft gezond ben. De lieverd.
Sofie; Zo jong, en dan dit allemaal al meemaken. Ik hoop dat ze een goede plek vind en weer een beetje een thuis kan krijgen.
Britt; Ik hoop het ook. Ik ook.
Sofie; Wel, dan heb ik hier de situatie.
En ze legt alles aan Britt uit over wat ze de afgelopen dagen heeft gedaan en uitgevogeld.
Britt ziet het als een puik stukje werk.
Britt; Goed gedaan Sofie. Nu alleen nog wat vinden waar we ze mee binnen kunnen krijgen.
Sofie; Ik dacht maar zo dat we dat dit keer aan een ander overlieten? Jij hebt genoeg klop gehad, en ik heb geen zin om dat van je over te nemen.
Britt: Heel goed idee. Maar hoe krijgen we ze hier?
Sofie: Laten schaduwen en bij de geringste overtreding oppakken en hierheen laten brengen.
Britt; En wie wil je dat laten doen? Als we niets hebben zal Nadine dat heus niet goed vinden dat daar twee man in de buurt gaan rondhangen.
Sofie; Hoeven ze ook niet. Het is bekend dat dat stel regelmatig hier in het centrum is. Dus we kunnen gewoon hier de patrouilles vragen extra alert te zijn.
Britt; Oké, dan gaan we Nadine briefen.
Sofie; Sorry. Heb ik al gedaan. Ja, ik was erg vroeg vanochtend.
Britt; Niet geslapen vannacht?
Sofie (met een rode kop nu) Nee, niet echt.
Brittl; Was ie zo goe?
Sofie: Zeg, beheers je een beetje, wil je.
Britt; Wie is het?
Sofie: Gaat je niets aan.
Maar dan komen net de nieuwe motards binnen en Sofie weet niet waar ze moet kijken.
Britt; Kom eens mee Sofie.
Sofie: Waarheen?
Britt; Verhoor 1. En dan ga jij me eens vertellen wat dat is tussen jou en die Nick.
Sofie; Nee, dat vertel ik niet.
Britt; Dus er is wel wat?
Sofie; Kan ik nou niets verborgen houden voor je?
Britt; Ik denk het niet. Maar dan, ik ben ook inspecteur hé?
Sofie: Hmm, ben ik ook geen inspecteur? En jij kan wel dingen voor me verborgen houden. (glimlachend/plagend)
Britt: Toe nou, Sofie, zeg op? (bijna smekend)
Sofie: Oké, oké. (lachend)
Britt: Ik wacht.
Sofie: Nou, Nick zat een tijdje geleden een beetje in de knoop, omdat het net uit was met zijn vriendin, waar hij zielsveel van hield. Dus ik heb hem een rondje in de Combi betaald, en van het één kwam het ander... (glimlachend)
Britt: Het ander?
Sofie: Nu, ja, moet k dat ook nog vertellen?
Britt; Mag je zelf weten, maar je maakt me wel nieuwsgierig.
Sofie: Nou, we kunnen het heel goed vinden samen, en we blijven ook wel eens bij elkaar slapen.
Britt; Amai,  da's goed nieuws. Toch?
Sofie: Zover wel ja.
Britt; Hoezo, is er iets?
Sofie: Ik weet nie....
Britt: Sofie, je bent .... toch niet....?
Sofie: Ik weet niet. Ik hoop het niet. Daar hadden we toch beiden geen rekening mee gehouden.
Britt; Heb je al een dokter gezien dan?
Sofie: Ik durf niet. Wat als hij zegt dat het zo is? Dan moet ik een keuze maken wat ik wil.
Ze kijkt op naar Britt en ziet het verdriet in haar ogen.
Sofie: Sorry Britt, ik moet daar helemaal niet mee bij u aankomen. Nadine had me gezegd van jou miskraam. Jij denkt daar heel anders over, denk ik.
Britt; Ik vond het heel jammer dat het niet gelukt is. We hadden eigenlijk wel gewild, maar de natuur heeft anders bepaald.
Sofie; En dan zit ik hier te zeiken over wel of geen kind willen. Wat een lomperik ben ik toch. Wil je me vergeven Britt?
Britt; Is goed
Sofie. Laten we maar aan het werk gaan en daar onze gedachten bij houden.
Britt: Mijn idee.
 
Terug in het lokaal bespreken ze hun tactiek met Nadine die wel akkoord kan gaan om het verdachte stel in het centrum te gaan observeren.
Ze informeert haar teamleden en dan gaan ze de straat op. Hun normale patrouilles lopen, maar met extra aandacht voor die twee.
Het duurt echter vier dagen voor dat het stel in de stad gesignaleerd word en dan gedragen ze zich ook nog eens als voorbeeldburgers, niets op aan te merken.
Maar op vrijdag lijkt er verandering in te komen. Nick meld dat ze nu toch wel verdacht gedrag waarnemen. Samen met Bruno was hij in het Zuid binnen gegaan om wat beter te kunnen volgen.
Evenwel had hun politie-uniform hun gelijk al verraden.
Na een kleine schermutseling raken ze ze uit het oog kwijt, maar Bruno ziet de vrouw de roltrap op gaan.
Bruno: Ik ga erachter aan. Neem jij die vent?
Nick: Waar is die dan?
Ze staan op hun tenen en zien dan dat er een opstootje is op het benden verdiep en al snel zien ze dat de man er bij betrokken is.
Bruno gaat naar boven en Nick naar beneden,
De man heeft een mes getrokken en bedreigt een winkeljuffrouw. Nick stapt heel voorzichtig dichterbij en vraagt of hij zijn mes weg wil leggen.
Er ontstaat een behoorlijk spanningsveld tussen de twee mannen.
Dan lijkt het of hij het mes weg wil doen en laat de juffrouw los. Dan stapt Nick naar voren om hem te boeien als ineens de vrouw vanaf de roltrap tegen hun begint te schreeuwen.
Bruno had haar opgepakt en geboeid en wilde naar de uitgang gaan.
Maar door haar schreeuwen leidde ze de aandacht af en plots greep de vent Nick om zijn hals en nam het dienstwapen van Nick uit het holster en zette dat bij Nick aan het hoofd en begon hard te schreeuwen tegen Bruno.
Die had ook even flink de schrik te pakken
Toen hij de vrouw onder arrest had geplaatst had hij dat direct gemeld aan het bureau en dus was er nu iemand onderweg om haar op te halen met de combi.
Maar Bruno vreesde dat hij opnieuw Nadine moest contacteren en melden dat Nick gegijzeld werd.
Nadine keek geschrokken het lokaal in . Ze moest het aan haar andere teamleden doorgeven. Een gijzeling van een collega kan een behoorlijke impact hebben op het team.
Als ze het aan Raymond, Wilfried, Britt en Sofie verteld, krijgt Sofie ook behoorlijk de schrik te pakken.
Britt kijkt haar na als ze zich acuut omdraait en wegloopt naar de kleedkamers.
Nadine; Wat heeft die?
Britt; Ik ga wel even kijken. Kunnen wij zo ook naar het Zuid gaan?
Nadine; Blijven jullie maar binnen. Ik laat de anderen wel gaan. Het gaat namelijk wel om twee verdachten van die zaak van jullie.
Britt loopt op Nadine toe, en verteld heel kort over Sofie en Nick.
Nadine slaakt een diepe zucht en geeft ze dan maar toestemming om te gaan, onder voorwaarde dat ze zich afzijdig zullen houden van de situatie, want er was al een interventieteam onderweg.
 
In de kleedkamer loopt Sofie nerveus heen en weer te banjeren. Nick gegijzeld!!
Britt; Sofie, gaat het? We mogen er heen van Nadine Zou je het aankunnen?
Sofie; Nick, hij ... we moeten hem bevrijden.
Britt; Niet wij. Dat doet het interventieteam. Maar hoe is Nick onder spanning?
Sofie; Weet ik niet. Ik heb hem nog nooit onder spanning meegemaakt. Hij lijkt altijd zo ontspannen. Ik ben bang dat hem wat gebeurt.
Britt; Weet hij al van je?
Sofie; Nee, nog niet.
Britt; Kom dan gaan we. Als het interventieteam die vent heeft ontwapend kun je je Nick veilig in je armen nemen en er eens met elkaar over gaan praten.
 
Bij het Zuid is al een hele volksoploop ontstaan en de agenten hebben moeite om het publiek op afstand te houden. Britt krijgt van een toeschouwer een flinke duw in haar rug als ze onder het lint doorloopt.
Hij schreeuwt haar na dat zij een vuile flik is die wel overal met haar rotkop door mag.
Even sluit ze haar ogen om te proberen dit langs zich heen te laten gaan, maar het lukt haar niet echt.
Sofie is op van de zenuwen als ze vanaf de railing kan zien dat die vent nog steeds Nick het wapen op het hoofd heeft staan.
Vanuit haar training weet ze waar ze overal de leden van het interventieteam kan verwachten en ze probeert een inschatting te maken hoe het er aan toe zal gaan.
Britt neemt haar bij de arm en trekt haar weg bij de railing.
Sofie; Waarom doe je dat?
Britt; Als Nick je ziet, kan je hem afleiden en dan kan hij domme dingen gaan doen.
Sofie: Maar ik wil hem graag zien.
Britt zet Sofie neer op een stoel en gaat zelf op haar hurken naast haar zitten en probeert haar kalmerend toe te spreken.
Ineens een heleboel lawaai en geschreeuw. Er word gegooid met dingen en dan is het stil, doodstil.
Sofie durft nu niet meer te kijken, en ook Britt houd haar hart vast.
Angstige momenten breken aan, tot opeens Nick naast hun staat en "zijn" Sofie in zijn armen sluit.
Nick: Het is over Sofie. Ik ben ongedeerd.
Sofie: Maar..... net nog....
Nick: Het is over. Ze hebben hem. Kom, ik meld me af bij Nadine en dan gaan we naar huis. Ik wil je dicht bij me voelen.
Britt: Nick, je praat erover alsof je een brood hebt gehaald bij de bakker. Die gek had een wapen op je gericht. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.
Nick: Nee, dat doet het ook niet, en daarom wil ik met Sofie naar huis.
Britt: Ik ben bang dat je toch eerst met een corpspsycholoog moet gaan praten.
Nick: Dat komt maandag wel.
Na het nodige gebakkelei gaan ze allemaal naar bureau Belfortstraat terug en word de situatie met heel het team doorgesproken.
Sofie wijkt geen moment van Nick zijn zijde.
Ofwel het protocol is dat Nick dus eerst moet praten met een psycholoog ziet Nadine ook wel dat dat hier totaal geen voet aan de grond zal krijgen. Wel drukt ze Sofie op het hart om hem dit weekend heel goed in de gaten te houden en zonodig te bellen als er wat is.
Britt geeft het ook nog eens bij haar aan en dan vertrekt de een na de ander voor weekend verlof.
 
Thuis zakt Britt vermoeid op de bank.
Johan; Zo'n zware dag vandaag?
Britt; Het liep allemaal goed, totdat om drie uur een melding kwam van een gijzeling. Ze hadden die nieuwe motard, die Nick Debbaut gegijzeld.
Johan: Alles goed afgelopen?
Britt; Ja, het was de verdachte van die moordzaak van de ouders van dat meisje.
Johan; En jullie moeten hem u ook nog ondervragen? (angstig)
Britt; Ja. Maar dat kan echt wel tot maandag wachten. k heb nu verlof.
Johan; Dus ook geen bereikbare dienst?
Britt; Ook geen bereikbare dienst. Alleen beschikbare dienst.
Johan: Hu? Wat is dat nu weer?
Britt; Wel, dat is, als ik me volledig voor jou ter beschikking houd. (verleidelijk glimlachend)
Johan; Wel, dan moeten we de kinderen dit weekend maar op pad sturen.
Britt; Mijn moeder komt straks hierlangs. Ze was in de stad en heeft gebeld. Ik heb haar uitgenodigd voor het eten. Alleen......
Johan: Alleen wat?
Britt; Ik kan niet zo goed koken, en ik heb na vanmiddag ook helemaal geen puf meer om te koken.
Johan: Ga even lekker douchen, en probeer dan of je een beetje kan slapen en dan zorg ik wel voor het eten. En als je moeder er is dan gaan we samen eten en vragen of zij de kinderen dit weekeinde mee wil nemen. Dan gaan we zondag naar haar toe om ze op te halen en kunnen we zelf ook nog een beetje late zomerzon meepikken voor de bruiloft. Dat zal jou gelaatskleur heel goed doen.
Britt Johan, ik heb het zo getroffen met jou. Ik zou niet meer weten wat ik zonder jou moest doen.
Johan; Op zoek gaan naar mij dan toch?
Britt staat op van de bank en begint al in de kamer haar blouse te ontknopen en maakt
Johan daar al helemaal wild mee, en vlug komt hij achter haar aan en op de slaapkamer neemt hij haar in zijn armen en gaan ze even samen op het bed liggen zoenen en strelen.
Britt; Johan, ik geniet hier zo van. Ik hou van je en wil je nooit meer kwijt.
Johan::Ik wil u ook nooit meer kwijt.
 
Dan gaat Britt toch maar douchen en even op bed liggen en valt als een blok in slaap . De laatste weken hadden behoorlijk aan haar gevreten.
Nu nog twee weekjes en dan ..... was de grote dag.
Ze had echter nog geen e-mailtje van Tony terug gehad, en hoopte maar dat die wel op tijd terug was, want Tony was immers haar getuige bij het trouwen.
Het weekend hebben ze heerlijk de tijd aan zichzelf, Johan en Britt, en omdat het zo fijn was geweest eerder, gaan ze weer naar de sauna in het Patershol en weer heeft Johan het "speciale arrangement" geregeld voor Britt, die er andermaal met volle teugen van kan genieten.
Na de sauna gaan ze gelijk naar huis en liggen heerlijk ontspannen op bed met een lekker wijntje erbij, verliefd in elkaars armen.
Britt: Johan?
Johan: Ja Britt?
Britt: Zou Tony wel op tijd terug zijn?
Johan: Ik dacht dat ze zei dat ze de 26ste terug zou komen. Dan heeft ze nog vier dagen om te acclimatiseren.
Britt; Ik heb al twee weken niets van haar gehoord.
Johan: Dat gaat wel goed komen.
Britt; Johan?
Johan: Ja Britt?
Britt; Ik geniet zo intens van dit soort momneten met jou. Ik voel me helemaal gelukkig en weer helemaal jong, net zoals, .... zoals toen ik voor het eerst verliefd werd op Mark.
Johan: Denk je nu heel vaak aan hem?
Britt; Ja, maar ik probeer het niet te vaak te doen.
Johan: Waarom zou je die gedachtes tegenhouden?
Britt: Omdat ik met jou ga trouwen. Mark is voorbij.
Johan: Britt, je hoeft Mark niet te vergeten. Hij heeft er mede voor gezorgd dat jij bent wie je bent. Jij was ooit hele gelukkig met hem. Ik zou graag willen dat je daar een stukje van kon vasthouden. Vergeet hem niet, hou zijn herinnering in ere.
En daar is Britt zo ontroerd van dat ze gelijk begint te huilen en zich in Johans armen weg wil stoppen.
Johan neemt haar vast en streelt haar en gekoesterd haar. Zo liggen ze nog een hele tijd, rustig, bijna sereen van elkaar te genieten.
 
Na het wekend komt Britt inderdaad met een bijgebruind gezicht terug op haar werk.
Sofie ziet er ook weer wat beter uit en vraagt Britt om mee te komen naar de kleedkamers waar ze verteld dat zij en Nick dit wekeend heel goed met elkaar hebben gesproken.
Britt; En? Wat zij hij ervan?
Sofie; Door de spanning en de angst is mijn periode toch begonnen, dus ik denk dat het vals alarm was.
Britt; Heb je nog een test gedaan of een dokter gezien?
Sofie; Wij gaan morgen samen naar de dokter.
Britt; Heel goed voor jullie. Heel goed.
 
En dan moeten ze aan het verhoor beginnen. Eerst maar eens de vrouw. Die probeerde eerst in alle toonaarden te ontkennen, maar uit de informatie die Britt met gebarentaal uit Irene had gekregen had ze informatie die de vrouw, Tine, niet meer kon ontkennen, en al vlot kwamen ze tot een gedeeltelijke bekentenis.
Tine werd weer terug gestuurd naar de Nieuwe Wandeling en haar vriend, Joris, werd naar het commissariaat gebracht en daar ook door Sofie en Britt stevig aan de tand gevoeld.
 
Joris: Ik zeg niets zonder een advocaat! (schreeuwend tegen Britt)
Britt: Wie wilt u hebben? (vriendelijk)
Joris: Lancker, of zoiets.
Britt: Meester Van Lancker, bedoelt u?
Joris: Ja, die. Want die weet wel korte metten te maken met dat soort van jullie.
Sofie: Welk soort van ons?
Joris: Dat tuig van de richel. Die Flikken die iedereen overal de schuld van geven.
Britt: Je mag hem bellen en vraag maar of hij jou wil bijstaan.
Joris: Moet je de boeien afdoen.
Britt; Oh, daar denk ik niet aan. Jij kunt heel goed zo de telefoon opnemen en maak nu maar voort want we hebben geen uren de tijd.
Joris: K*twijf, toch niet met mijn handen op de rug?
Sofie overweegt nog even om de handen los te maken maar ziet aan Britt haar ogen dat ze dat beter niet kan doen.
Britt heeft het nu al gehad met hem, en neemt hem vrij ruw bij zijn elleboog en duwt hem naar de gang waar hij "zijn" advocaat kan bellen. Maar Joris duwt net zo hard terug en Britt moet moeite doen om hem onder controle te houden.
Nadine die net voorbij loopt probeert Britt nog te waarschuwen en leid haar daardoor af en Joris wil van de gelegenheid gebruik maken om haar omver te duwen. Nadine ziet dat en grijpt hem meteen bij de kraag, maar Joris lijkt door het dolle heen en begint als een bezetene om zich heen te trappen en Nadine zeilt kermend van de pijn over de vloer. Britt wil Joris in de haren grijpen maar krijgt zelf ook een schop in haar buik.
Net dan komen Sel en Ben binnen. Ze bedenken zich geen moment en vliegen beiden naar de benen van Joris en werken hem naar de vloer, waarbij hij echt keihard op zijn mond valt en er wat tanden afbreken en hij bloedend en tierend op de grond ligt.
Snel word hij beneden in een cel gezet terwijl er een arts wordt op geroepen om hem te onderzoeken.
Ondertussen is Raymond al bezig om in de gang de overige "gewonden" te verzamelen.
Nadine had een schop tegen haar knie gehad die gelijk heel dik werd en die ze nu dus niet meer kon buigen.
Britt lag nog op haar knieën in de gang. De tranen stroomden over haar wangen en ze hield haar armen stevig over haar buik geklemd.
Sofie ging naast haar zitten en probeerde om haar overeind te krijgen maar Britt had teveel pijn.
Sofie werd erg kwaad en wilde gelijk naar beneden rennen om die Joris nog een flinke rammeling er achteraan te geven.
Raymond; Kalm aan Sofie, zo help je Britt niet. Die Joris zit daar goed. Laat hem maar zitten. Kom, we zullen Britt even samen helpen.
Maar ook samen lukt het niet om Britt overeind te krijgen.
Dan bedenkt Sofie zich niet langer en belt voor een ambulance, en ze belt Johan om aan te geven dat er wat met Britt is en of hij zo snel mogelijk naar het bureau wil komen.
Telkens als Johan zulke telefoontjes krijgt, en dat was nogal eens de laatste tijd, dan schiet hem het angstzweet over de rug. Hij laat al zijn werk vallen en sprint letterlijk naar de Belfortstraat.
Johan komt gelijk aan met de ambulance en de schrik slaat hem om het hart.
Carla laat hem gelijk naar boven gaan want ze had de schrik in zijn ogen maar al te goed begrepen.
Net toen Johan op de gang kwam viel Britt uiteindelijk flauw van de pijn en knalde met haar hoofd tegen een plantenbak.
Johan laat zich op zijn knieën vallen en neemt Britt haar hoofd in zijn handen.
Johan: Brittje, laat me niet alleen. Praat met me, wat is er gebeurd?
Nadine (die op een stoel was gezet naast haar): Een verdachte die een advocaat mocht bellen is door het lint gegaan. Ik wilde nog helpen maar kreeg zelf een schop tegen mijn knie en toen Britt hem in de kuif wilde vatten kreeg ze een schop in de buik.
De ambulance arts heeft Britt ondertussen op de rug gedraaid en is bezig de bloeddruk en hartslag te meten.
Hij tikt Britt in haar gezicht en ziet dat ze langzaam weer bijkomt, maar gelijk ook grijpt ze weer naar haar buik en rolt weer helemaal in elkaar op haar zij.
Johan neemt haar tegen zich aan en probeert haar te kalmeren.
Arts; We zullen haar even meenemen voor onderzoek. U kunt ook meekomen.
Britt wordt op de brancard gelegd.
Nadine wordt ondersteund en hobbelt ook naar de ambulance want haar knie behoeft ook ziekenhuis onderzoek, en dan gaat het (weer) naar het Sint Lucas.
Onderweg valt Britt diverse keren weg en Johan is er niets gerust op.
 
In het ziekenhuis krijgt Nadine te horen dat ze een scheur in haar meniscus heeft en niet meer op het been mag lopen. Verplichte rust tot de zwelling over is, waarna bekeken zal worden of een operatie nodig is.
Britt is nog steeds niet helemaal terug in het hier en nu.
Er wordt een echo van de buik gemaakt en er wordt een fikse bloeiding gezien in de buurt van de lever.
Arts: We gaan een MRI doen. Ik moet zeker weten dat het niet de lever is die is gaan bloeden.
Britt krijgt een infuus waarin een pijnstiller wordt gedaan en verdwijnt naar de MRI afdeling.
Johan wacht zenuwachtig bij de eerste opvang.
Na een half uurtje is Britt terug. Ze ziet er ziek en moe uit en kan amper haar ogen open houden.
Johan neemt haar hand en vraagt of ze nog veel pijn heeft.
Britt; Ja, het doet erg veel pijn, maar ik ben zo moe.
Johan :Britt, niet gaan slapen. Hier blijven, ik heb je nodig.
Britt; Pi...ijn......
En dan zakt ze weg.
Een zuster legt haar hand op zijn schouder en geeft aan dat Britt twee dagen voor observatie moet blijven.
Behalve dat hij heel verdrietig is dat Britt weer gewond is, merkt hij dat hij ook heel erg kwaad word.
Als Sofie bij hem komt om te informeren hoe het met Britt is valt hij behoorlijk tegen haar uit.
Sofie; Ik kwam alleen vragen hoe het met haar is.
Johan: Sorry Sofie. Ik ben niet kwaad op jou. Maar die kl.... die dit gedaan heeft, die wil ik wel met eigen handen wurgen.
Sofie: Wel, die klootzak is wel degene die naar jou wilde bellen om hem juridisch bij te staan.
Johan; Nou dat kan hij mooi op zijn buik schrijven. Ik ga een proces TEGEN hem aanspannen. En ik zal hem laten zien tot wat ik in staat ben.
Sofie: Rustig nou Johan, wind je niet zo op. Straks ga je er zelf aan onderdoor,. Denk aan Britt, zij heeft je nodig.
Johan; Britt. Ik moet naar haar toe, Wil je meegaan?
Samen lopen ze naar de kamer waar Britt heen is gebracht en zien dat ze er beroerd bij ligt.
Ze heeft al enkele keren gebraakt en kan het nog steeds niet hebben dat ze recht moet liggen. Weeral heeft ze zich op haar zijde gedraaid en haar knieën dicht naar zich toegetrokken. Als Johan haar de haren uit het gezicht wil strijken begint ze weer te huilen.
Johan: Heb je nog zo'n pijn?
Britt; Sorry dat ik het weer gedaan heb Johan. Ik zal mijn baan opgeven, ik doe dit niet meer. Ik wil jou niet kwijt, maar dit kan ik niet meer.
Johan: Ssht maar Britt. Eerst maar eens beter worden, oké?
En weer valt Britt in slaap en Sofie vraagt of Johan meegaat zodat Britt kan gaan rusten.
 
Buiten vertrouwd Johan Sofie toe dat hij bang is dat het Britt allemaal teveel is geworden en dat ze dreigt er onderdoor te gaan.
Sofie; Britt heeft al veel meegemaakt, en de laatste tijd lijkt het wel of ze het ongeluk aantrekt, maar ze zal er wel weer bovenop komen, wees niet bang.
Johan: Maar dat ben ik wel. Hoe moet ik het nu weer aan de kinderen uitleggen van Britt, dat ze weer gewond is en weer in het ziekenhuis ligt?
Sofie; Ze heeft gewoon domme pech gehad. Ga naar huis en probeer of je wat kan rusten . Britt zal je nodig hebben als ze wakker wordt.
 
Gelukkig mag Britt de andere dag in de middag al naar huis, voormits ze daar bedrust neemt.
De misselijkheid is een stuk beter en ze heeft niet meer gebraakt sinds begin van de nacht. Wel heeft ze nog veel pijn en kruip bij thuiskomst gelijk in bed en slaapt weer verder.
 
Nadine redt zich op krukken op het commissariaat en deelt als vanouds de lakens uit. Het team was erg geschrokken van alle toestanden die ze in huis hadden gehad. Eerst die ontvoering van Tony, toen een paar ongevallen met Britt, daarna die gijzeling van Nick en toen de aanval in het commissariaat op Nadine en Britt.
Op verzoek van de hoofdcommissaris werd het team tijdelijk ontheven van politiefuncties en kwam er dagelijks een psycholoog om met de teamleden te spreken. Maar dit was echt een bolwerk van taaie rakkers. Een ieder hield zijn emoties behoorlijk onder controle, althans op het werk.
Buiten dienst echter kwamen ze ook bij elkaar en werd er heel wat afgepraat over wat er allemaal was gebeurt.
Ben had  moeite om zijn kwaadheid in bedwang te houden; Raymond dronk met regelmaat een paar pintjes teveel; Wilfried kon 's nachts niet slapen omdat hij steeds weer die beelden voor zich zag; Nick was telkens ruzie aan het maken met Sofie, en Nadine twijfelde of ze haar baan nog wel aankon. Dit was echt meer dan een mens kan verwerken. Ze vervloekte het dat ze niet kon lopen, en dus stortte ze zich vol overgave op haar werk. Ze zou ze daar boven wel eens laten zien dat ze heus nog wel goed hun best konden doen daar op de Belfortstraat.
 
En alsof alles nog niet erg genoeg was kreeg Nadine een heel vreemd telefoontje waar ze eerst niets van begreep.
Nadine; Kunt u dat eens herhalen?
Een man met een buitenlands accent vroeg of hij haar zou kunnen spreken maar niet op het bureau.
Nadine; Waarom niet? Als het een politiezaak ais dan is dit mijn werkplek.
Stem: Ik heb informatie over een van uw mensen.
Nadine: Wie? Over wie gaat het?
Stem: Ene Tony.
Nadine; Wat kunt u mij zeggen?
Stem: U moet komen naar Voskenslaan, nummer honderden achttien. Nu
Nog voor Nadine verder kon vragen werd de verbinding verbroken.
Ze keek het lokaal in en zag dat Sofie aan haar bureau zat te staren.
Nadine: Sofie, kun je even komen?
Sofie; Wat is er?
Nadine: Ik kreeg een vreemd telefoontje. Iemand met een buitenlands accent zei dat hij informatie had over een van onze mensen. Hij zei dat het over Tony ging. Ik moet naar hem toekomen, maar ik vertrouw het niet.
Sofie; Go*** Dat kunnen we er nu niet bij hebben. We hebben genoeg aan onze kop.
Nadine; Maar ik ben benieuwd wat dat is met Tony. Die zit helemaal in Nepal. Britt had hier nog een e-mailtje van haar gehad, maar zei dat ze al twee weken niets gehoord had. Ik ben wel ongerust.
Sofie; Wil ik gaan voor je?
Nadine; Nee, hij zei dat ik zelf moest komen.
Sofie: Maar jij gaat niet alleen na alles wat er hier gebeurt is.
Nadine; Als jij nu eens vooruit gaat en daar post gaat vatten.
Dan vraag ik ook twee andere teams om de buurt daar in de gaten te houden.
Sofie: Wanneer gaan we?
Nadine: Ik moet zo snel mogelijk komen.
 
Aldus aangekomen op de Voskenslaan gaat Nadine, op krukken, nerveus naar de deur toe.
Na eindeloos kloppen word er open gedaan door een klein mannetje die in Indiase kledij rondloopt, compleet met tulband.
Nadine: Moest ik hier zijn voor Tony?
Man: Binnen komen.
Als Nadine binnen gaat ziet ze vanuit haar ooghoek dat Sofie bij de buren in de tuin zit achter een struik. Dat geeft haar een beetje een geruststelling.
Man: Ik krijg bericht dat Tony in Nepal?
Nadine; Met vakantie , ja?
Man: Vriend haar gezien. Zeggen zij moet geld betalen.
Nadine: Waarvoor?
Man: Hebben gestolen.
Nadine; Dat doet Tony niet. Die is zelf bij de politie, die gaat niet lopen stelen.
Man: Ik krijgen brief met foto. Zien?
Nadine: Laat maar zien.
Als ze de brief opent valt er een foto op haar schoot. En ze schrikt heftig als ze die oppakt en bekijkt.
Het is inderdaad Tony, maar ze heeft een kapot geslagen gezicht, met allemaal bloedingen en blauwe plekken. Haar handen zitten op haar rug gebonden, haar kleding is kapot gescheurd en ze draagt geen schoenen. Haar voeten zien er ook kapot uit.
Nadine; Maar hoe, wie,.hoe kan dat?
Man: Mijn vriend stiekem gemaakt. Hij schrijft.
Nadien; Dat kan ik niet lezen wat hij schrijft.
Man: Zegt hier: vrouw Tony uit Gent heb gestolen en gepakt door bende. Moet geld betalen anders zij dood maken. Toen mijn vriend ook gepakt en geslagen. Hij brief naar mij schrijven in Gent. En ik vragen politie, hij weet Tony vrouw politie.
Nadine: Waar is hij? Waar is Tony?
Man: Gepakt in Nepal. In noorden.
Nadine wordt ongeduldig en boos en wil de man bij de kraag vatten, maar beseft zich goed dat hij de enige link is die ze mogelijk hebben met Tony.
Nadine: We moeten haar vinden. U moet meekomen naar het bureau. We zullen een tolk halen en alles laten uitzoeken.
Man: Niet politie. Mag niet. Ik ook gestraft.
Nadine; We moeten Tony vinden.
Man: Zeggen in brief: EUR 20.000,== dan Tony vrij.
Nadine zucht eens. Ze weet niet hoe ze dit op moet pakken.: Mag ik een collega vragen om te helpen?
Man: Politie?
Nadine: Ja, natuurlijk, ik zei toch collega?
Man: Bellen. Die alleen komen.
Nadine grist snel haar mobiel en belt het nummer van Sofie die echter al in de tuin zat.
Nadine; Sofie, ik heb je nodig. Kun je zo snel mogelijk naar de Voskenslaan komen?
Sofie: Maar ik zit al in de tuin!
Nadine; Kom zo snel mogelijk, maar doe voorzichtig onderweg.
Sofie probeert te begrijpen of er een boodschap in zit en overlegt via de telefoon met haar andere collega's in de buurt en na een kleine tien minuten klopt ze ook aan bij de man.
Opnieuw legt de man de situatie uit en Sofie vraagt de brief mee te mogen nemen en hem te laten onderzoeken. Als de man haar de brief geeft ziet Sofie ook de foto en ze wordt er acuut misselijk van en rent naar de voordeur om vervolgens in de tuin te kotsen.
Man: Zwakke maag? Heb goed medicijn.
Nadine; Wij willen geen medicijn, alleen Tony.
Man: U heb brief. Zie maar.
Nadine; U zult zich beschikbaar moet houden voor als we meer vragen hebben. Hebben die mannen rechtstreeks contact met u gehad?
Man: Nee. Via vriend.
Nadine; Kunt u in contact komen met uw vriend?
Man: Proberen. Kost geld, Telefoon duur.
Nadine; Zeur niet en zorg dat je contact krijgt, en als je dat niet rap doet dan neem ik je mee naar het bureau.
Ineens had de man door dat het Nadine ernst was en vlug greep hij zijn telefoon en draaide het ellenlange nummer voor Nepal.
 
Sofie was weer binnen gekomen en hoorde de leeman aan de telefoon een onverstaanbare taal spreken. Ze fluisterde Nadine in dat ze hem niet vertrouwde.
Nadine; Ik hem ook niet, maar we hebben niets anders.
Sofie: We moeten een tolk hier zien te krijgen.
Nadine: Mijn voicerecorder staat al aan. Ik zal die laten afluisteren als we terug zijn.
Man: Vriend zegt vrouw nu in gevaar . Wachten al te lang. Moeten geld hebben over 5 dagen dan Tony terug.
Nadine; En hoe dacht hij dat dan te doen?
Man: U geld brengen en zelf geven.
Nadine: Waar heen?
Man: Nepal natuurlijk.
Nadine: En nu heb ik er genoeg na. Je gaat mee en op het bureau regelen wij een tolk en dan vertel je alles nog maar eens opnieuw.
Man: Nee, wil niet mee.
Nadine: En ik wil niet voor de gek worden gehouden, ik wil mijn collega terug, en wel direct.
 
Op het bureau zit de hele ploeg al klaar maar Nadine houd ze weg bij het verhoor en gaat zelf met de tolk en Sofie naar binnen om de man eens goed uit te horen. Het loopt allemaal heel moeizaam, maar zo lichtelijk begint het door te dringen dat er sprake is van een set-up.
De man zijn vriend in Nepal wilde zelf wel eens wat geld hebben en had zich bedacht om het aan te pappen met een rijke toeriste en nadat ze een aantal dagen samen waren opgetrokken had hij haar in haar slaap overvallen en mishandeld en daarna voor oud vuil achter gelaten in het desolate bergland. Om te voorkomen dat ze zelf hulp zou gaan halen had hij haar gekneveld en de schoenen ontnomen, want op blote voeten was het echt geen doen om hier weg te komen. Bovendien had ze zulke goede schoenen dat hij die zelf ook wel zou kunnen gebruiken.
 
Na het Verhoor zijn Nadine en Sofie helemaal in de war...
 
Sofie: Wat moeten we nou in godsnaam doen?! Britt's bruiloft is al over anderhalve week!! Die gaat er aan onderdoor als ze dit nieuws hoort! (in paniek)
Nadine: Ik weet het ook niet meer, Sofie, ik weet het ook niet meer. (met tranen in haar ogen)
Sofie: 1 ding is duidelijk.
Nadine: En dat is?
Sofie: Dat we Tony MOETEN helpen. Wie weet waar die meid nu is.
 
En dan wordt het ook Sofie allemaal eventjes teveel en barst ze in tranen uit...
De man wordt afgevoerd naar een cel beneden, tot men duidelijk heeft of hij ook in het complot zit.
Nadine en Sofie blijven verslagen in het verhoor zitten en in het lokaal wacht iedereen gespannen op bericht over Tony.
Raymond: Komen ze nog eens terug of wat?
Ben: Haal ze dan op.
Raymond loopt naar het verhoor en klopt zachtjes aan en stapt naar binnen.
Hij krijgt een heel naar gevoel als hij de dames zo ziet huilen.
Raymond; Het is niet.. Tony? Nee toch?
Nadine; Ze is overvallen en in elkaar geslagen. Dat weten we, maar we weten niet precies waar ze is. Hij zegt ons verder niets. Hij zegt steeds dat er een vriend van hem achter dit hele gebeuren zit maar hij noemt geen namen.
Raymond: Waar is Tony dan?
Nadine: Nadat ze in Kathmandu is geweest is ze doorgereisd naar Lukla, Namche Bazar en vanaf Tengboche is het spoor zoek.
Raymond: En nu?
Nadine: Ik weet het ook niet meer, maar als Britt dit hoort? Die heeft al zoveel te verduren, en volgende week is haar trouwdag. Oh God als ze dit verneemt dan gaat ze er echt helemaal onderdoor.
Raymond: Maar we moeten het haar wel zeggen, of in elk geval Johan. Tony zou getuige zijn bij het huwelijk.
Sofie: Willen we zo naar hem toegaan? Ik durf niet alleen.
Raymond; Ik ga wel met u mee, oké?
Nadine: Zouden jullie dat willen doen? Ik weet, misschien is het mijn taak als commissaris, maar ik KAN het gewoon niet. Sorry.
Raymond: Geeft niet Nadine. Wij gaan wel.
 
En zo begeven Sofie en Raymond zich naar het appartement van Britt en Johan.
Britt ligt nog in bed. Ze heeft nog steeds heel veel pijn, en Johan had de huisarts al laten komen en die had zwaardere pijnstillers voorgeschreven.
Johan opent de deur en ziet er zelf ook alles behalve fris uit.
Hij was de halve nacht over de vloer geweest in zorgen om Britt.
Johan: Sofie, Raymond, kom binnen. Is er wat?
Raymond: Ligt Britt nog op bed?
Johan: Ja, maar ik wil haar wel even roepen, maar ze voelt zich echt nog niet lekker.
Sofie: Laat haar maar liggen nog. Wat wij komen vertellen .. Ik denk dat ze daar echt niet tegen kan, dat ze er misschien wel aan onderdoor gaat.
Snel gaat ook Johan zitten, want hij is ook kapot na alles wat er de laatste tijd was gebeurt
Sofie verteld van het telefoontje wat Nadine had gehad en de hele toestand erachteraan. Ze moet een paar keer flink zuchten om zichzelf de moed in de spreken om verder te gaan.
Johan: Dit kan Britt niet aan, mijn God, ook dat nog.
Sofie: Ik ben bang dat we het haar wel moeten vertellen Johan. Het niet vertellen is haar verraden en in de steek laten, en dat wil ik niet.
Johan: Maar wat gaan jullie nu doen dan met Tony?
Raymond: We gaan kijken of er twee van onze mensen naar Nepal kunnen om haar te zoeken.
Johan: In zo'n groot land?
Raymond; Nadine is nu met de zonechef aan het overleggen. Ze gaan het op diplomatiek niveau uitzoeken en dan hopen we dat we de steun krijgen van de lokale politie daar, en dan gaan we haar vinden en terughalen.
Johan: Zal ze nog leven? Britt gaat kapot als dat niet zo is.
Sofie heeft nu een arm over Johan zijn schouders gelegd. Hij zelf is ook helemaal kapot van het bericht. Om wat het met Britt doet, maar zelf is hij ook heel erg geraakt.
Dan komen de kinderen lachend thuis maar houden acuut in als ze Johan met betraande ogen aan tafel zien zitten.
Simon: Papa wat is er? Is er iets met Britt?
Johan: Nee Simon. Raymond en Sofie .. Ze hebben gehoord dat er iets ergs is met Tony. En nu moeten we dat aan Britt vertellen, en ik durf dat niet.
Dorien: (huilend) Wat is er dan met Tony?
Johan: Die hebben ze ontvoerd. En nu willen ze geld hebben, maar we weten niet eens waar ze precies is in dat land.
Simon: Dan moeten ze dat via de politie daar toch uit gaan zoeken? Jullie gaan haar toch wel vinden?
Raymond; Zo mag ik het horen. Goed van je Simon dat jij het positief ziet. Ik denk dat jij tot grote steun bent voor Dorien en Britt en voor uw papa.
Dan horen ze Brit troepen vanuit de slaapkamer. Ze was wakker geworden en weeral heel misselijk en ze had weer gebraakt.
Sofie loopt achter Johan aan , en ook Raymond volgt hun.
Johan gaat in de badkamer een washand en handdoek pakken en begint Britt haar gezicht wat af te doen. Ze had in de emmer gebraakt die Johan uit voorzorg naast het bed had gezet.
Door waterige ogen kijkt ze op naar Raymond en Sofie.: Wat doen jullie hier? Kijken of ik wel echt ziek ben?
Raymond; Britt, dat hadden we gister al gezien dat jij echt ziek bent. Nee, we hebben niet zo goed bericht.
Ineens zit Britt, ondanks haar pijn, rechtop in bed en kijkt met bange ogen van de een naar de ander.
Johan is aan een kant naast haar komen zitten en Sofie aan de andere kant en Raymond begint te vertelen wat de situatie is.
Britt haar ogen kijken nog verschrikter en ze knijpt nu hard in de handen van Sofie en Johan.
Als Raymond is uitgepraat wordt het Britt zwart voor de ogen en zijgt in elkaar.
Sofie vangt haar op en neemt haar dicht tegen zich aan en probeert door op haar wangen te tikken om haar weer bij te krijgen.
Na een poosje komt ze weer bij en vraagt: dat menen jullie toch niet, dat van Tony?
Raymond: Jawel Britt, zo is de situatie.
En daarop begint Britt heel hard te huilen en hysterisch te roepen en te schreeuwen en om zich heen te slaan.
Sofie heeft moeite om haar in bedwang te houden en Raymond neemt het van haar over, waarop Sofie naar de kamer gaat om de kinderen op te vangen, die ook helemaal angstig zijn geworden door Britt haar reactie. Ook belt ze gelijk weer de dokter die toezegt zo snel mogelijk te komen.
Als hij is toegekomen geeft hij haar gelijk een injectie met valium waarop ze weer in slaap valt en voor het moment in elk geval rustig is.
Arts; Ik hoop dat ze dat ook blijft, anders ben ik bang dat ze van nieuws veel last krijgt van haar buik,
Johan; Wat moeten we nu? (de situatie heel snel uitleggend aan de arts)
Arts; Ik denk dat u er goed aan doet die trouwerij uit te stellen. Het legt zo'n grote druk op alles, dat kan ze niet aan.
Johan; Ik anders ook niet meer ondertussen. Is het ons dan g** helemaal niet meer gegund dat wij eindelijk eens gelukkig met elkaar gaan worden?
Sofie; Rustig Johan. Jullie gaan wel trouwen, maar misschien niet volgende week. Eerst moet Britt weer wat aansterken en wij zullen proberen zo snel mogelijk Tony te vinden.
Johan gooit zich bijna letterlijk in haar armen en begint hard te huilen.
Arts; Wil ik u ook wat kalmerends voorschrijven? U ziet eruit of u ook op uw tandvlees loopt.
Johan :Ik moet helder blijven voor de kinderen.
Arts; U bent niet helder, dus u kan het ook niet blijven.
 
Johan: Maar de kinderen?
Sofie: Kunnen jou ouders of anders Britt haar schoonmoeder een paar dagen voor de kinderen zorgen? Jij moet hier echt voor Britt zijn Johan.
Johan kan het ook niet meer aan en zakt huilend op het bed naast Britt. Britt heeft haar ogen inmiddels weer geopend maar kijkt slechts apathisch voor zich uit.
Raymond; Johan, wij zullen jullie helpen. Daar kan je van op aan. Al moet ik zelf naar Nepal om Tony te halen, ik doe het. Ik doe het voor Britt.
Iedereen voelt zich heel ongelukkig met de situatie. Dan stelt Raymond voor dat ze weer naar het commissariaat gaan om te horen hoe de plannen erbij liggen. Ze beloven zo snel mogelijk aan Johan te laten weten wat er verder gaat gebeuren.
Britt's hand glijdt naar Johan's hand, die op haar bed ligt...
 
Britt: Laat me niet alleen... (wat mompelend)
Johan: Ik laat u niet alleen Britt. Nooit meer. Ik zal voor je zorgen.
Britt: Tony? (en weeral begint ze hard te huilen)
Sofie en Johan zijn net weggegaan en Britt haar schoonmoeder heeft de kinderen opgehaald.
Nu zijn Johan en Britt helemaal alleen thuis, met hun angsten en hun verdriet.
Britt heeft het heel koud, en hoe stevig Johan haar ook vastpakt, ze krijgt het gewoon niet meer warm. Britt voelt zich leeg, koud en angstig.
En er was niets dat Johan kon doen opdat zij zich beter ging voelen.
 
Later die avond belde Raymond op naar Johan zoals beloofd, met de mededeling dat de minister had toegezegd dat er op politiek niveau hulp zou worden geregeld om Tony te vinden en te repatriëren. Hulp betekende in dit geval financiële middelen en assistentie bij het doorwerken van de hele papier kraam, maar Nadine moest zelf maar mensen zien vrij te maken om de werkelijk zoekactie te gaan doen.
Op het commissariaat werd de Indische man nogmaals stevig aan de tand gevoeld. Hij deed er het zwijgen toe, maar had niet gerekend met de verbetenheid van Sofie, die het hem werkelijk zo verdomd lastig maakte, dat hij niet meer DURFDE te zwijgen. In vlot tempo kwamen nu namen van mensen en plaatsen op tafel en daarmee kon Sofie tenminste wat doorgeven aan Nadine die bezig was om twee "Chinese" vrijwilligers te vinden.
Raymond vond dat hij dit moest doen, zowel voor Tony alsook voor Britt.
En de tweede was moeilijker aan te wijzen, maar daarvoor meldde Nick zich vrijwillig, nadat hij via een oogopslag contact had gemaakt met Sofie.
Nadine: Bon, dan ga ik nu de overige zaken regelen. Ik weet dat het moeilijk zal zijn, maar ga nu naar huis. We hebben een lange en zware dag gehad. op dit moment kunnen jullie niet veel meer doen. Ik zal tickets voor het vliegtuig regelen, papieren, geld, wat er ook nodig is, en dan hoop ik jullie morgen allemaal om half negen hier weer te zien en dan zullen we het draaiboek doornemen.
Iedereen ging met tegenzin weg, maar eenmaal buiten vroeg Sofie zich af of ze niet moest blijven om Nadine te helpen, die had het er zelf ook behoorlijk moeilijk mee.
Nick: Ik wil deze nacht nog graag bij je zijn Sofie.
Sofie; Ik wil wel elke nacht bij je zijn, maar ik wil vooral dat ons team weer compleet is, MET Britt en MET Tony.
Nick: Dat wil ik ook Sofie.
Sofie; Kunnen we dan nog ene bij Britt en Johan langs gaan?
Nick: Is goed.
 
Maar Britt had geen oog voor Sofie en Nick. Ze lag weer wezenloos naar het plafond te staren nee ze had geen woord meer gesproken nadat ze had gevraagd of Johan bij haar rilde blijven.
Johan vertelde aan Sofie dat hij alle reserveringen voor de bruiloft voor de volgende week had afgezegd.
Sofie; Ik vind het jammer dat het nu niet doorgaat, maar zo was het er ook niet van gekomen. Mag ik even bij Britt gaan kijken, alsjeblieft?
Johan: Ga je gang, maar ik ben bang dat ze niets zegt. Ze ligt daar en staart naar het plafond.
 
Op de slaapkamer vraagt Sofie of ze bij Britt mag gaan zitten, maar ze krijgt inderdaad geen antwoord.
Dan zet Sofie zich zo naast Britt neer en neemt haar hand op: Britt, ik vind het zo erg wat er allemaal gebeurt. Wij zijn er om je te steunen en te helpen. Morgen vertrekken Raymond en Nick naar Nepal om Tony te gaan zoeken. We hebben behoorlijk goede aanwijzingen gekregen waar ze kan zijn en we hopen haar zo snel mogelijk te vinden en terug te brengen.
Britt; (half afwezig) Tony.
Sofie: Ja, Britt, we krijgen haar terug.
En weeral begint Britt te huilen en ze gaat overeind zitten en valt Sofie in de armen, die haar dicht tegen zich aanneemt en haar probeert te troosten.
Britt; En onze bruiloft.... Het lijkt wel of het ons niet gegund is om gelukkig te worden met elkaar.
Sofie: Het zit jullie echt niet mee hč? Maar het gaat heus wel goed komen Britt, en ik weet dat jullie heel gelukkig gaan worden samen.
Britt; Ik weet het niet meer zo. Als ik eens zie wat wij de laatste tijd allemaal al tegen hebben gehad, ik denk dat wij voor het ongeluk geboren zijn.
Sofie: Zo mag je niet denken Britt. Dat is geen goede instelling.
Britt; Maar zo is het toch?
Sofie: Jullie hebben de wind nu tegen, maar ik weet zeker dat het beter gaat worden voor jullie.
Zuchtend laat Britt zich weer in de kussens zakken en draait zich weer stilzwijgend en verdrietig op haar zijde.
Sofie buigt voorover en kust Britt zachtjes op haar haren en wenst haar sterkte en vertrekt dan weer naar de kamer waar Nick al staat te wachten om naar huis te gaan.
Nick had wat opbeurende woorden met Johan gesproken die er nu gelukkig ook weer wat meer ontspannen uit.
Deze nacht deed Britt geen oog dicht. Heel de tijd lag ze met haar gedachten bij Tony.
Noch Raymond noch Sofie hadden gezegd dat er een foto was van Tony waar ze behoorlijk gehavend opstond, dus dat kon het niet zijn wat haar wakker hield.
Terwijl Nick en Raymond  afreisden naar Nepal ging het met Britt met de dag slechter. Ze at niet, kon geen drinken binnen houden, had weer opnieuw heel erge last van haar buik. De huisarts wilde het niet meer afwachten en stuurde haar weer in naar het ziekenhuis.
Britt liet het allemaal maar over zich heen komen. Ze kon zich niet meer verzetten. Ze had totaal geen weerstand meer.
In het ziekenhuis werd ze aan het infuus gelegd en kreeg ze ook een maagsonde zodat ze haar geleidelijk toch vocht en voeding konden toedienen.
In stilte lag ze haar dagen uit te liggen. Er kwam geen woord over haar lippen en ze bewoog amper. Als je haar zag leek het of ze er gewoon niet was.
Johan had erg veel moeite om haar zo te zien. Het ging hem dwars door zijn ziel om Britt daar met zoveel verdriet te zien liggen en er was niets dat hij kon doen om het beter te maken.
Elke dag belde hij met Nadine en kwam Sofie bij hun langs om het laatste nieuws door te geven.
 
Raymond en Nick waren zondags in Kathmandu aangekomen en moesten daar nog een hele bureaucratische rompslomp afhandelen vooraleer ze toestemming kregen om het land verder "in" te gaan. Maar eenmaal ze onderweg waren bleek dat de Belgische overheid goed op kwam voor zijn burgers. De lokale politie bracht hun steeds vlot verder naar een volgende bestemming en men was ook al bezig om die zogenaamde vriend met Gentse connecties op te sporen.
Op de dag dat Nick en Raymond aankwamen in Tengboche werd daar een man opgebracht door de politie die wel heel erg royaal geld aan het uitgeven was geweest. Men had hem hier al wel eerder gezien, maar nog nooit had hij zo goed in de kledij gezeten. Hij was steeds bezig geweest om mensen te benaderen om hun adviezen te geven over bergtochten die hij als expeditieleider zou voor gaan.
Echter door de oplettendheid van de lokale bevolking was aan hem opgevallen dat hij kleding droeg die de mensen eerder hadden gezien bij een toeriste, waarvan men nu wist dat die vermist werd.
Eenmaal op het bureautje van de politie werd hij daar hardhandig verhoord, en dit was dan letterlijk hardhandig.
Hij kreeg behoorlijk klappen van de agenten maar Raymond vroeg hun om het wat voorzichtiger aan te doen. Als hij gewond zou raken zouden ze er misschien helemaal niet achter komen war of hij met Tony was geweest. De aanpak van de lokale politie leidde er echter wel toe dat hij vertelde wat hij met haar had gedaan en waar hij haar achter had gelaten.
Eenmaal ze dat wisten hadden Nick en Raymond geen belang meer bij de man, maar ze kregen geen toestemming om zelfstandig verder te gaan. De agenten hadden gezorgd dat er sherpa's zouden komen om hun mee te nemen de bergen in. Bij Raymond begon steeds meer de twijfel te rijzen of ze nog wel op tijd zouden zijn. De man had toegegeven dat hij Tony al vier dagen eerder in de bergen had achter gelaten en de weersomstandigheden waren de afgelopen dagen alleen maar verslechterd.
Het ademen op deze hoogte (ongeveer 5000 meter hoogte) ging al moeizaam en daar kwam het zware loopwerk ook nog eens bij. Dus schoten ze niet zo snel op als ze wel zouden willen, maar beiden waren heel erg gedreven om Tony zo snel mogelijk te vinden.
Na nog eens twee dagen lopen en zoeken kwamen ze op een pas tussen Dingboche en Pheriche. Ongeveer tot hier waren de aanwijzingen goed te volgen, maar vanaf daar werd het echt zoeken. Het koste Raymond heel wat moeite om Nick wat in bedwang te houden. Hij zocht zonder plan en liep dus heel de tijd rondjes zonder dat hij vooruit kwam.
Laat in de middag van hun 3e zoekdag kwam er een kind van een van de sherpa's naar hun toe en wees in noord oostelijke richting, daar had zij wat gezien.
Het team zette zich in beweging en tegen zes uur, het was inmiddels donker, maar ze liepen met goede lichten, vonden ze onder een provisorisch dakje een opgerold hoopje mens. Raymond bukte zich, zette zijn hand onder het hoofd en draaide het heel voorzichtig wat naar zich toe.
Hij schrok heftig en moest een heftige braakneiging onderdrukken. Het was inderdaad Tony.
Ze leek niet te reageren op Raymond’s aanrakingen. Voorzichtig draaide hij haar op de rug en probeerde te horen en te voelen of er ademhaling was en een hartslag. Heel zwakjes kon hij de pols voelen. Nick deed zijn warme jas uit en legde die over Tony heen en ging zelf achter haar zitten en nam haar in zijn armen terwijl hij haar zachtjes hen een weer wiegde.
De sherpa's hadden intussen vuur gemaakt en er was al iemand bezig om sneeuw te smelten zodat ze drinkwater kregen .
Tony haar gezicht zag er zwaar gehavend uit, maar toch leek er ergens in haar nog een heftig vuur te branden. Amper was het sneeuw gesmolten en hadden ze haar voorzichtig met een lepel wat water in haar mond laten lopen of haar ogen gingen moeizaam open. Toen ze Raymond en Nick zag wilde ze gaan praten maar kreeg geen fatsoenlijk woord over haar lippen. Haar mond en keel deden heel erg pijn, net als haar hele lijf trouwens.
Raymond keek vragend naar de sherpa's en die maakten hunduidelijk dat ze deze avond niet meer terug konden keren naar Tengboche. Ze zouden de nacht moeten overnachten en trokken een noodkamp op en zorgden voor een vuurtje opdat ze een beetje warmte konden maken voor Tony.
Die avond "sliep" Tony afwisselend in de armen van Raymond of Nick. Bij het krieken van de dag schudde een sherpa Raymond zachtjes tegen zijn schouder. Hij was toch nog in slaap gevallen.
De snelste sherpa's waren al weer weg geweest en teruggekomen met een geďmproviseerde brancard waarop ze Tony mee konden nemen naar beneden naar Tengboche waar ze een eerste medisch onderzoek zou krijgen.
Daar had de arts weinig middelen om haar te helpen en dus werd er een helikopter ingehuurd om Tony over te brengen naar Lukla in de hoop dat het hospitaal daar haar wel kon verzorgen. De sherpa's waren taaie hardwerkende mannen die zonder een keer te stoppen de hele afstand van meer dan 7 uur lopen met een brancard tussen zich in doorliepen. Daardoor hadden Nick en Raymond de gelegenheid om haar de hand te reiken . Tony was deze ochtend iets helderder geweest dan gisteren toen ze haar vonden.
Halverwege echter begon ze heel onrustig te worden en waren ze wel genoodzaakt om een stop in te lassen. Door de afdaling veranderde de zuurstofverzadiging in de lucht en Tony reageerde daar op met heftige benauwdheid en misselijkheid. Toen ze halt hielden begon ze te braken en de tranen schoten in haar ogen. Nick knielde naast haar en streelde haar hoofd.
Tony: Sorry dat ik de bruiloft voor Britt heb verknald.
Nick: Tony waar jij ook aan denkt. Zorg nu maar dat je weer gezond gaat worden. We willen je graag zo snel mogelijk, maar wel gezond en wel mee terug nemen naar Gent. Daar wacht Britt op je.
Tony: Wil je haar zeggen dat het me spijt?
Raymond; Als we bij een telefoon komen kun je haar zelf gaan bellen. Ik denk dat je haar heel erg gelukkig gaat maken.
Tony: Laten we dan maar verder gaan , want ik wil hier weg. Ik heb het koud.
Nick: Dat verbaasd me nou niks hč? Je hebt verdorie vier dagen in de bergen gelegen, met veel te weinig kleding en zonder schoenen. Ik ben bang dat jij wel bevriezingsverschijnselen hebt, maar dat zullen de artsen zo wel gaan uitzoeken.
Toen ze eindelijk in Tengboche aankwamen stond de halve bevolking hun op te wachten en werd er een luid applaus opgedragen aan zowel de sherpa's als ook aan het doorzettingsvermogen van Tony, die die vreselijke ontberingen daar boven op de berg had overleefd. Die avond konden ze weer al niet door naar Lukla en dus werd ze liefdevol opgenomen in het huis van de dorpsoudste en met zorg omringt.
Ofwel de vrouwen haar met liefde behandelden had Tony zoveel pijn dat ze regelmatig flauwviel.
Maar gelukkig kon ze de andere ochtend met de heli naar Lukla waar ze in het hospitaal werd opgenomen. Zowel Nick als Raymond zwarten totaal loss. Hun conditie als agenten kon je toch wel behoorlijk noemen maar hier boven in de bergen met die ijle lucht had dat een behoorlijk aanslag gedaan op hun fysiek.
Maar ze waren heel blij dat ze Tony op tijd hadden gevonden en beter nog: Op tijd in het ziekenhuis hadden gekregen.
Raymond probeerde uit te rekenen hoe laat het in Gent zou zijn in de hoop dat hij zo snel mogelijk het goede bericht kon doorgeven, maar het denken ging hem zwaar af. Nick stelde dan ook voor om zelf eerst maar eens te gaan slapen en als ze wat helderder waren eerst maar eens te zien naar de conditie van Tony, alvorens ze zouden bellen.
Raymond: Ik geloof dat dat een goed idee is. En ik wil goed kunnen slapen dus ik dacht maar zo dat we de staat eens laten opdraaien voor een goede hotelkamer waar ze een lekker bad hebben en misschien nog wel een massage erbij. Want mijn rug kan dat wel gebruiken.
Nick: Dan zijn de drankjes ook voor de staat?
Raymond; Natuurlijk, maar dat laten we toch niet specificeren?
Nick: Helemaal mijn man Raymond. Ik ga mee.
Raymond: Zo hoor ik het graag. (lachend)
 
Ondertussen bij Britt...
 
Johan: Liefje? Kom alsjeblieft weer in het nu... Ik mis je zo ontzettend hard... (half huilend tegen Britt in het ziekenhuis.)
Maar Britt was niet bereikbaar.
Johan had zoveel pijn in zijn hart, nu hij niets voor Britt kon doen.
Toen Sofie weer bij hem kwam zag ze dat hij ook flink gehuild had.
Sofie; Ze gaat wel weer goed komen Johan.
Johan: De dokter is net geweest. Ze willen haar overdoen naar de afdeling psychiatrie. Haar afwezigheid..... Ze zeggen dat het psychisch is. Maar, ze moet me toch wel kunnen horen?
Sofie; Dat denk ik ook wel, maar ze is denk ik ook heel angstig om Tony, en misschien is ze gewoon helemaal verstijfd en verkrampt van de angst. De artsen zullen het beste voor haar doen, geloof dat nu maar.
Johan draait zich om en valt huilend bij Sofie in de armen.
Sofie: Heb je nog nieuws gehad van Tony?
Johan: Is ze gevonden? (opgewonden)
Sofie; Weten we niet. Ik dacht misschien dat als ze gevonden was, ze eerst jullie zouden bellen?
Johan; Nee, ik heb nog niets gehoord. Hoelang zijn ze nu al weg dan? Toch al een week of zo? Oh Sofie laten ze haar alsjeblieft vinden, levend en wel.
Sofie; Dat gaan ze ook wel doen.
En Britt ligt er bij en blijft star voor zich uitkijken.
Dan komt de arts binnen  en deelt Johan mee dat Britt nu over kan naar de psychiatrische afdeling.
Daar komt ze op een eenpersoonskamer te liggen waar ze intensief geobserveerd zal worden, zelfs met gebruikmaking van cameratoezicht.
Ofwel het lijkt dat Britt niets meekrijgt, en ook totaal niet meer beweegt, gaat toch haar sonde eruit en het infuus gaat verstopt zitten.
Men twijfelt of  Britt echt wel zo bewegingsloos is en of ze niet misschien zelf de boel heeft geflest. Opnieuw wordt er een infuus en een sonde ingebracht en uit voorzorg worden haar handen met leren polsbanden aan de bedhekken vastgemaakt.
Johan kan het niet meer aanzien en loopt huilend, verdrietig en boos de kamer af, met Sofie achter zich aan.
Sofie; Johan, het moet even. Ze kunnen Britt toch niet laten uitdrogen?
Johan: Het lijkt net of ze een wild beest is, dat ze haar zo vastbinden. Ze heeft toch niemand wat gedaan?
Sofie; Johan, probeer nu eens rustig te worden, en ga dan even met de dokter praten. Die zal je uitleggen waarom ze het doen.
En zo geschied, en ofwel Johan de noodzaak wel ziet van deze maatregel blijft het hem pijn doen.
Sofie gaat terug naar het commissariaat en treft daar Nadine aan, die ondanks haar blessure stevig wat overuren klopt.
Sofie; Ook nog niet weg?
Nadine: Ik weet het niet meer Sofie. Alles lijkt mis te gaan. Het is nu al meer dan vier dagen geleden dat we het laatste nieuws hebben gehad uit Nepal. Ze moeten haar toch ondertussen hebben gevonden. Tenminste, het laatste wat ze zeiden was dat die man had aangegeven waar hij haar had achtergelaten. Hij zal haar toch niet.....? Oh God Sofie, laat dat niet waar zijn. Wat als hij haar heeft vermoord....??
Sofie loopt om het bureau heen en neemt Nadine in haar armen om haar te troosten.
Sofie: Nadine, ze zullen echt goed hun best doen om haar te vinden. Kom, wij gaan hier weg. Hier kunnen we niets meer doen. Morgen is er weer een dag. Heb je zin om met mij mee te gaan? Kun je straks bij mij eten en kunnen we vanavond lekker even zitten kleppen of een filmpje kijken. Lekker wijntje erbij en zo.
Nadine; Sofie, hoe speel jij het klaar om zo rustig te blijven?
Sofie; Ik heb een stalen geloof erin dat het allemaal goed gaat komen. Britt gaat heus wel beter worden, en let op mijn woorden : over een maand zit daar de nieuwe mevrouw Van Lancker. En Tony zullen ze ook heel gauw vinden en mee terugnemen naar Gent.
Nadine; Ik hoop het Sofie; ik hoop het.
Zo neemt Sofie, geheel tegen haar gewoonte in, eens een collega - notabene haar baas - mee naar huis en maakt een lekkere maaltijd klaar. Daarna gaan ze languit op de bank met een stevige kop koffie erbij en beginnen wat te praten. Eerst wat over het werk, en de situatie zoals die nu is op het commissariaat en met het team, maar al snel komen er ook leuke anekdotes boven. Sofie trekt een wijntje open en ze hebben een ontspannen avond en Nadine blijft dan ook maar bij Sofie overnachten, want met die wijn op wil Sofie niet meer gaan autorijden.
 
Maar midden in de nacht gaat de telefoon: het ziekenhuis!
Nadine: Vanbruane. (mompelend/slaperig)
Dokter van Britt: Mevrouw Vanbruane? Zou u naar het ziekenhuis kunnen komen? Mevrouw Michiels' vriend is ook al verwittigd... (ernstig)
Nadine (meteen weer klaarwakker) : Wat is er gebeurd?! (in paniek)
Arts: Dat zeg ik liever niet over de telefoon, maar zou u kunnen komen?
Geschrokken wekt Nadine ook Sofie die meekomt naar het ziekenhuis.
Bij de inkom zien ze net ook Johan, die ook al uit bed gebeld was.
Hij ziet er totaal overvallen uit: ongeschoren, kleding snel en zonder zorg aangedaan, en zijn ogen.....? Alsof hij een spook op zijn hielen heeft.
Sofie haakt meteen in bij zijn arm en samen lopen, rennen, ze bijna naar de afdeling psychiatrie waar de arts hun al op wacht.
Johan: Wat is er met Britt? Waarom moeten wij midden in de nacht komen?
Arts: Gaat u even zitten.
Sofie: Nee, als het zo ernstig is dat we gelijk moeten komen willen we niet gaan zitten maar willen we weten hoe het met Britt is.
Arts: Het spijt me het u te moeten zeggen maar ...
Nadine kijkt naar Sofie en Johan en iedereen heeft heel flink de schrik te pakken. Dan beginnen Sofie haar ogen weg te draaien en zonder nog een kick te geven valt ze neer. Dit was het punt waar bij Sofie ook het incasseringsvermogen ophield. Ze kon niet meer. Al haar goede hoop, en al haar optimisme konden haar nu ook niet meer overeind houden. Ze was flauwgevallen door de angst en de emotie.
De arts helpt haar samen met een broeder weer bij te komen en ze zetten haar toch op een stoel. Nadine aan de ene kant van haar en Johan aan de andere kant.
Wazig en versuft kijkt ze om zich heen.: Wat is er gebeurt?
Nadien: Je had het even niet meer Sofie. Je viel flauw.
Sofie: Waar ben ik?
Johan: In het ziekenhuis.
Sofie: Bij Br....
En weer zakt ze weg,
Arts: Kom nu mevrouw Beeckman, even erbij blijven (terwijl hij zachtjes op de wangen tikt.
Er wordt een kop sterke koffie op haar toegeschoven en voorzichtig neemt ze een paar kleine slokjes.
Dan begint ze zomaar te huilen; steeds harder .
Nadine legt een arm om haar een.
Sofie Ze mag niet...Niet na alles wat ze heeft doorstaan.
Arts: Sorry dat jullie zo geschrokken zijn. Maar met Britt gaat het niet goed.
Johan: Wat is er met mijn vriendin? Wat is er met Britt??
Arts: Britt heeft net een epileptische aanval gehad... Een grote aanval... (serieus)
Johan: WAT?! (in paniek)
Arts: Normaal gezien...
Johan: Niks normaal gezien! Ik wil NU naar Britt! (compleet in paniek/huilend/schreeuwend)
Arts: Komt u maar mee. Mevrouw? (tegen Vanbruane)
Nadine: Ik ga wel na Johan... Ik blijf hier even bij Sofie... (mompelend/helemaal aangeslagen)
Als Johan bij Britt aangekomen is, ziet hij hoe ze haar ogen probeert open te doen...
Arts: Dat... Dat is een mirakel... (mompelend)
Johan: Liefje? (Met een beetje hoop in zijn stem)
Britt: Jooooo....haaaaan.... (mompelend)
Rustig maar Britt. Je bent in goede handen.
Arts: We weten alleen niet hoe dat heeft kunnen gebeuren. Op deze leeftijd krijg je niet zomaar epileptische aanvallen. Dat moeten we goed gaan uitzoeken.
Johan: Wat is er met haar mond?
Arts: Bij die aanval heeft ze heftige krampen gehad, ook in haar gezicht, en toen heeft ze heel hard op haar tong gebeten. Daar zit een behoorlijke wond in.
Johan: Gaat dat goed komen?
Arts: Ik denk het wel. Het zal wel even pijn doen, maar meestal wil dat wel goed genezen.
Britt: Johan, ik moet.... ik...... m.......
Arts: Ze is helemaal op. Die schudkrampen hebben haar helemaal uitgeput. Ze zou het beste nu gaan slapen, maar iets in haar bezorgd haar zoveel onrust dat ze niet kan toegeven. En eerlijk gezegd durf ik op dit moment niet zo goed een slaapmiddel te geven,.
 
Johan: Haar vriendin is vermist in Nepal. Daar maakt ze zich heel erg zorgen om. Ze kan gewoon geen rust vinden.
Britt: T..o...n....y
Johan: Britt. Raymond en Nick zijn haar gaan zoeken. We hopen heel snel bericht te krijgen. Ga maar rusten en beter worden dan ben je er weer bij als ze straks terugkomt.
Johan ziet hoeveel moeite Britt heeft om te spreken en in haar ogen ziet hij veel verdriet en nog steeds heel vele angst.
Britt zucht eens diep, rochelt wat, en zakt dan toch eindelijk in slaap.
Arts: U kunt het beste gaan nu. Sorry dat we u hier voor moesten wekken, maar het zag er net zeer riskant uit.
 
Terug in het kantoortje zitten Sofie en Nadine in elkaars armen te snotteren.
Johan: Ze was heel moe. Die aanval heeft haar helemaal uitgeput. De dokter zegt dat ze beste nu kan gaan slapen. Ik denk dat wij ook maar weer moeten gaan.
Sofie neemt Johan in haar armen en wil hem troosten maar eigenlijk heeft ze zelf ook vreselijk veel behoefte aan steun en troost, zeker nu 'haar' Nick ook al ver weg is. Ze hoopt zo dat ze Tony vinden en snel terug kunnen komen.
Verslagen gaan ze allemaal weer naar hun eigen huis terug, ieders met zijn eigen gedachtes, ieder smet zijn eigen angsten.
 
De volgende ochtend vroeg alweer, gaat Johan naar het ziekenhuis om te zien hoe Britt er aan toe is. Het blijkt dat ze en hele onrustige nacht heeft gehad. Nog steeds licht ze onrustig in bed te woelen. Ze kijkt waterig op naar Johan en wil hem van alles en nog wat vertellen, maar ze krijgt de woorden niet over haar lippen.
Johan: Wat is er liefje? Je wilt me iets zeggen?
Britt knikt en begint te huilen.
Johan staat op en neemt haar op en houd haar dicht tegen zich aan in zijn armen en streelt liefdevol haar haren.
Dan zucht Britt weer eens diep, en heel langzaam nu, begint ze te praten.
Britt; Johan, ik wil niet in het ziekenhuis zijn. Ik wil thuis zijn. En Tony moet ook terugkomen. Wij zouden toch gaan trouwen deze week?
Johan: Brittje, jij was zo ziek. Ik heb de bruiloft uitgesteld totdat jij weer helemaal gezond zou zijn.
Britt; Och Johan, dat zal ik nooit meer worden. Als Tony niet...... dan word ik nooit meer gezond, dan ga ik dood van verdriet. (huilend)
Johan zoent haar op haar hoofd en haar wangen, en hij wil haar ook op de mond zoenen, maar net dan gaat zijn mobiele telefoon.
Johan: Van Lancker?
Raymond: 't Is Raymond hier. Ben je bij Britt?
Johan: Ja??
Raymond: We hebben haar. We hebben Tony. Geef vlug Britt eens aan de telefoon.
Johan is overdonderd en zonder ook verder te vragen of na te denken legt hij de telefoon tegen Britt haar oor.
Britt; Ja, met Britt?
..........: Sorry dat ik er niet op tijd weer was.
Britt; TONY????
Tony: Ja, ik ben het. Ik heb zo dom gedaan. Je zult me vast nooit vergeven?
Britt: .......
En dan begint ze weer te verkrampen en heeft ze van nieuws een zware epileptische aanval Johan schrikt heftig, laat zijn telefoon vallen en roept om hulp.
Gelijk ook staan er weer twee broeders en een zuster bij het bed die proberen Britt haar armen en benen wat tegen te houden omdat ze met haar bewegingen zo om zich heen maait dat ze bang zijn dat ze zich zal verwonden. Een ander probeert om een rubber wig tussen haar tanden te drukken om te voorkomen dat ze weer op haar tong zal bijten.
Een andere zuster spuit gelijk valium in de infuusnaald en binnen tien seconden zijn de schuddingen dan ook weer voorbij. Britt zakt weg en heeft een diep en ronkende ademhaling.
Johan raapt zijn mobiel weer op, waar Tony hard door staat te schreeuwen...
 
Johan: Sorry Tony;.. Britt heeft net een 2de epileptische aanval gehad... (snikkend)
Tony: Binnen een paar dagen ben ik er weer, Johan... Echt waar... (glimlachend/geruststellend)
Johan: Sorry Tony dat ik niet verder kan praten maar ik moet echt weten wat ze met Britt gaan doen. Ik hoop je gauw weer te zien.
 
In Nepal staat Tony beteuterd naar de telefoon te kijken en Raymond legt een hand op haar schouder.
Tony: Britt,..... ze kreeg ineens een epileptische aanval zei Johan.
Nick: Britt? Een epi-wat-aanval?
Tony is nu heel verdrietig. Ze heeft het gevoel dat zij er de oorzaak van is dat het niet gaat met Britt.
Raymond; Tony, maak u geen zorgen daar om. Zie dat je beter wordt dan kan je met ons mee terug.
Tony: Het is wel mijn schuld. Als ik niet weg was gegaan was dit niet.... .....
En ze schiet in een hele zware hoestbui en opeens ziet ze bloed op haar handen komen en raakt ze helemaal in paniek.
Nick roept vlug een zuster bij en gebaart dat het met Tony helemaal niet goed gaat.
De arts laat haar direct naar de röntgen gaan om longfoto's te maken en Tony krijgt een medicijn verneveld om de spanning wat uit haar longen te halen. Blijkbaar had ze door haar verblijf in de bergen een longoedeem opgelopen waar door er een te grote druk op de longblaasjes stond, en nu met iade opwinding en die zware hoestbuien was de druk zo groot geworden dat een aantal longblaasjes was geknapt.
Ze keek heel angstig om zich heen en voelde steeds aan haar hals of ze nog kon ademen. Nick ging bij haar zitten een nam haar hand en begon kalmerend tegen haar te spreken.
Nick: Tony, doe maar rustig. Je gaat wel oké worden. Je longen zijn nog niet gewend aan de luchtdruk. De dokter zegt dat je met een dag of twee je al een heel stuk beter voelt.
Tony: Bang. Ik ben bang dat ik stik.
Nick: Heb je het benauwd?
Tony: Ja.
Dan zet Nick haar wat rechterop en steunt haar goed met kussens. Hij gaat dicht naast haar zitten en neemt haar in zijn armen.
Onderwijl is Raymond met een arts aan het praten om te horen hoe de fysieke toestand is, en of Tony binnenkort terug kan naar Gent.
Arts: Wel, die longen, dat kan met het vliegen nog wel een probleem worden. Ze moet heel erg oppassen met luchtdruk verschillen. Zolang de longblaasjes zich niet volledig hebben hersteld blijft de kans bestaan da ze zullen knappen. Zolang gaat het goed, maar als er teveel knappen komen de longen vol bloed te staan en zal ze stikken in haar eigen bloed.
Raymond: Maar verder is ze gezond?
Arts: Dat zou ik niet zeggen. De gevoeligheid in haar handen en voeten is ernstig gestoord als gevolg van de onderkoeling. Bovendien hebben haar nieren een behoorlijke klap gehad omdat ze bijna was uitgedroogd. En op haar rug zit die wonde nog. Die ziet er echt niet goed uit.
Raymond; Maar wanneer kan ze mee? Ze wil zo graag weer thuis zijn, bij haar vrienden en zo.
Arts: We zullen doen wat we kunnen. Met medicijnen kunnen we een boel bijsturen, maar ik wil echt heel voorzichtig doen met die longen.
Raymond: Maar heeft u enig idee hoe lang dat gaat duren?
Arts: Ik hoop dat we over een dag of drie meer kunnen zeggen, eerder zou gewoon spelen met haar leven zijn.
Raymond; Dan kunt u haar het beste in slaap brengen en slapende houden, want die houd dat niet vol zo lang in bed.
Arts: Ze zal wel moeten anders krijgt ze het gierend benauwd.
Raymond; Laat u ons zo snel mogelijk weten als we haar terugreis kunnen gaan regelen? Moeten we daar iets bijzonders voor regelen? Speciaal vervoer of medische begeleiding?
Arts: Een arts aan boord zou niet verkeerd zijn. Met apparatuur natuurlijk.
Raymond; Ik neem contact op met België en vraag wat de mogelijkheden zijn. Is het goed als ik daar morgen met u op terug kom?
Arts; Dat is goed. Ik zal haar nu dan maar laten slapen, niet?
Nick is net van de kamer gekomen omdat Tony eindelijk in slaap was gevallen. Raymond informeert hem over de toestand van Tony en dan gaan ze weer naar het hotel en bellen met Nadine in Gent.
Nadine: Vanbruane?
Raymond; We hebben haar Nadine. Tony is gered.
Even is het stil aan de andere kant. Nadine veegt een paar tranen uit haar ogen en snuit haar neus. Ze is zo blij dat Tony terug is gevonden.
Nadine; Hoe is ze er aan toe?
Raymond; Niet zo goed, maar u kent haar: ze wil niet blijven. Maar ze heeft een longbloeding gehad en mag nog niet vliegen. Bovendien moeten haar nieren nog beter worden, want ze was bijna uitgedroogd. En ze heeft gevoelloze handen en voeten. En de dokter zei dat ze een wond had op haar rug. Waarvan weet ik niet, ook niet hoe ernstig die is.
Nadine: Ik hoorde dat jullie al met Britt hadden gebeld?
Raymond; En toen Tony met haar sprak kreeg Britt een insult?
Nadine; Ja, een hele zware. De artsen hebben haar in een kunstmatig coma gebracht opdat haar hersenen ook helemaal goed tot rust kunnen komen. Ik hoop echt dat het allemaal goed gaat komen met die twee, en als het aan mij ligt liever vandaag dan morgen. Man, dit sloopt je. Ik ben kapot.
Raymond: Dan zou ik zeggen: ga naar hiuis. Bij jullie moet het al ergens laat in de avond zijn? Zorg ook goed voor uzelf, uw team heeft u nodig, we kunnen u niet missen.
Nadine; Dank je voor je bezorgdheid Raymond. Wens Tony beterschap en zorg alsjeblieft dat jullie gauw samen naar huis kunnen komen. Is er nog iets nodig?
Raymond; Ja, medische begeleiding en mogelijk ook apparatuur, voor het geval de longen.... ja, zoiets zei de dokter. Maar laten ze van het Universiteits ziekenhuis maar contact opnemen met dokter Junlahiptal in het ziekenhuis in Lukla. Daar ga ik morgen ook weer heen en probeer om Tony zo snel , maar wel zo goed en zo veilig mogelijk in Gent terug te krijgen.
Nadine; Raymond, en ook aan Nick hoor, namens heel het team, heel het corps, wil ik jullie bedanken voor jullie tomeloze inzet. Bedankt dat jullie deze zware klus hebben geklaard.
Raymond: Nadine, mag ik je nog een ding vragen?
Nadine; Zeg het eens Raymond?
Raymond: Zou je morgen of zo eens bij Lidy langs willen gaan en haar zeggen dat ik haar heel erg mis en van haar houd?
Nadine; Dat doe ik natuurlijk. Kom gauw terug, ik wil ons team weer compleet hebben.
Raymond: U bent nog niet van uw team af, hoor. (lachend)
Nadine: Dat zou ik ook voor geen geld van de wereld willen. (glimlachend)
Raymond: Welterusten, Nadine.
Nadine: Welterusten en tot morgen, Raymond...
 
De volgende dag in het ziekenhuis bij Britt...
blijft de situatie ongewijzigd. Het coma blijft gehandhaafd en gelukkig krijgt Britt geen nieuwe aanvallen meer. Johan merkt aan de mimiek van Britt dat ze iets meer lijkt te ontspannen. Hij had van Nadine gehoord hoe de toestand van Tony was en fluisterde dat nu in Britt haar oor, in elk geval het gedeelte da ze zo snel mogelijk terug zou komen.
Daarna ging hij langs op het commissariaat en zag dat diegenen die er nog waren er allemaal moe en afgetobd uitzagen.
Johan: Nadine, u ziet er ook niet goed uit?
Nadine; Ik ben zo moe Johan. Deze weken hebben me zeker twintig jaar ouder gemaakt.
Sofie; En mij ook trouwens.
Johan: Ik ben jullie heel dankbaar voor wat jullie allemaal voor ons doen. Ik zal dat nooit vergeten.
Nadine; Hoe was Britt vanmorgen?
Johan: Iets rustiger. Ik heb haar in haar oor gefluisterd dat Tony zo snel mogelijk weer terug komt. Weten jullie al wanneer?
Sofie; Raymond gaat met de arts overleggen wanneer of ze mag vliegen.
Johan: Hoezo mag vliegen?
Nadine; Met die longtoestanden. Ze zijn bang dat ze weer een longbloeding krijgt.
Johan: Zo erg nog?
Nadine; Daar leek het wel op, maar er zal vandaag een arts hier uit het universiteitsziekenhuis bellen met de arts in Lukla, en dan zullen ze verder overleggen.
 
En gelukkig kon die avond het sein op groen worden gezet dat Tony op zaterdag , onder medische begeleiding, de reis naar huis kon aanvaarden. De arts uit Lukla zou zelf meekomen, en van de gelegenheid gebruik maken om een paar gastcolleges te geven op de RUG over hoogteziekte. Daar was altijd wel een publiek voor te vinden onder de studenten.
 
De algehele toestand van Tony ging heel langzaam vooruit, maar de gevoelloosheid in haar handen en voeten had plaats gemaakt voor enorme pijnen, en zwaar onder de morfine ging ze het vliegtuig in. Ze was helemaal versuft en sliep gelukkig het grootste deel van de meer dan twaalf uur durende vlucht en de aansluitende rit naar het ziekenhuis in Gent.
Ze werd opgenomen in het ziekenhuis van de universiteit en daar gelijk in isolatie gestopt om haar eerst helemaal te onderzoeken of ze geen vreemde infecties bij zich had vanuit Nepal. Daarna werd ze helemaal onderzocht op de kwetsuren die op haar kaart stonden. Haar voeten en handen deden nog steeds erg veel pijn. Ook haar aangezicht had ze last van, maar meer omdat daar enkele fracturen inzaten. Ze was door die man zo vreselijk in elkaar geklopt dat ze twee scheurtjes in haar oogkas had en een gebroken jukbeen en een barst in haar schedel.
Toen kreeg ze medicijnen aan het infuus toegediend die de doorbloeding in handen en voeten moest optimaliseren en daarna kon ze gaan rusten op een eenpersoonskamer, in volledige isolatie, totdat de uitslagen van de infectie testen bekend was.
Elke bezoeker moest zich kleden in een schort met een mutsje op, en een masker voor zijn mond, en zijn handen in latex handschoenen,.
En een van de eerste bezoekers was Johan. Die wilde zich echt met eigen ogen overtuigen dat Tony er weer was en dat ze beter zou gaan worden.
Tony was blij dat hij er was, maar ook angstig, Ze voelde zich nog steeds schuldig dat ze weg was gegaan en in de problemen was geraakt.
Maar Johan stelde haar gerust, dat de bruiloft heus wel door zou gaan, eenmaal Britt ook weer was opgeknapt.
Tony: Zou je haar willen zeggen dat het me heel erg spijt Johan?
Johan: Nee, dat ga ik niet zeggen, want dan gaan jullie weer tegen elkaar opbieden wie het meeste spijt heeft. Jij bent het slachtoffer geworden van een brute overval. Dat is niet jou schuld. Word gewoon snel beter en ga dan naar haar toe. Ze heeft je nodig Tony.
Tony: Ik zal mijn best doen Johan. Zou je dat wel tegen haar willen zeggen?
Johan: Dat wil ik wel doen.
 
Toen ging hij weer terug naar het Sint Lucas om Britt te gaan vertellen dat Tony terug was in Gent.
Britt was net die avond uit haar coma gehaald en keek voorzichtig opgewekt toen Johan haar het nieuws kwam brengen.
Ze was nog heel erg moe, en zwak, maar hij zag in haar ogen duidelijk dat haar vechtlust weer terug was gekeerd.
Johan: Britt, ik denk dat we een nieuwe afspraak moeten gaan maken.
Britt; Een nieuwe afspraak? Warvoor?
Johan: Ik zou heel graag toch wel met je willen trouwen hoor.
Britt; Sorry, ik was het helemaal vergeten.
Johan: Wil je nog met me trouwen dan?
Britt; Heel de tijd al hoor ik die klokken luiden en ik wist niet meer wat dat betekende.
Johan: Nou, dan zou ik zeggen: wakker worden, anders ben je straks lawaai doof als de ambtenaar vraagt of jij wel met mij wilt trouwen.
Britt; Ik wil Johan. Ik wil dolgraag met je trouwen. Wij mogen toch wel een klein beetje geluk vragen voor ons, na alles wat er is gebeurt?
Johan; Zeker mogen wij dat.
Britt zakt langzaam weer in slaap, maar is eigenlijk ook zo opgetogen dat ze ook weer niet echt in slaap kan komen.
Johan: Liefje, ga nu lekker slapen. Het gaat allemaal weer goed komen. Jij gaat nu snel opknappen, en hopelijk mag je ook weer gauw naar huis. Ik wil weer samen met jou het bed kunnen delen. Het is koud zo 's nachts alleen in bed.
Britt; Dat vind ik ook.
Johan: Wel dan. Ga lekker slapen en dan zal ik morgen aan de dokter vragen wanneer je weer mee mag naar huis.
Britt; Johan, jij bent de liefste. Ik hou van jou.
Johan; Jij bent ook mijn liefste, en ..... ik hou ook heel veel van jou.
Johan geeft Britt een passionele zoen en met een diepe zucht en een glimlach op haar gezicht, valt Britt in slaap...
 
Johan (fluisterend in haar oor): Slaapwel, mijn liefste...
 
In haar slaap, neemt Britt Johan's hand vast, en laat hem niet meer los, zodat Johan niet kan vertrekken...
 
Ondertussen in het ziekenhuis van de universiteit, gaat het nog steeds goed met Tony...
De testen op infecties waren terug gekomen en Tony bleek geen resistente bacteriën bij zich te hebben. Ze mocht over naar de gewone afdeling, maar moest nog wel gehospitaliseerd blijven om verder aan te sterken en haar handen en voeten werden ook nog behandeld.
Daarvoor kreeg ze intensieve fysiotherapie. Haar handen begonnen weer kleur te krijgen en de bevriezingen leken geen blijvende gevolgen te hebben achtergelaten, maar met haar voeten waren de artsen daar nog niet zo zeker van.
Tony doorstond dan ook helse pijnen , maar ze sloeg zich er manmoedig doorheen. Ze wilde perse weer in de been zijn als de nieuwe trouwdag van Britt en Johan zou zijn.Maar hoe hard Tony ook probeert, met haar voeten wil het nog niet lukken.
De artsen beginnen zich nu toch echt zorgen te maken en besluiten nog een onderzoek te doen.
Na het onderzoek komen de artsen met de uitslag over hoe nou precies verder met haar voeten...
Arts: Wel Tony, het lukt nog niet echt met die voeten van je.
Tony: Maar het moet weer goed worden. Britt gaat binnenkort trouwen en ik wil daar wel bij aanwezig zijn hoor.
Arts: Je zult nog heel wat pijn moeten doorstaan voor je echt weer op de been bent.
Tony: Wat gaan jullie doen?
Arts: Je krijgt strikte bedrust, dus ook niet meer in de rolstoel. We zullen je benen volledig ontlasten door ze in matjes te hangen zodat je voeten helemaal vrij zijn van het bed. Dan krijg je een infuus met een geneesmiddel waarvan wij hopen dat ze de doorbloeding in je voeten verder zullen optimaliseren, en de huidarts en de fysiotherapeut zullen elke dag je voeten onderzoeken en behandelen.
Tony: Wat gaan ze doen dan?
Arts: De huidarts gaat kompressen aanleggen met een bepaald kruidenmengsel. Dat zijn in eerste instantie koude kompressen. Mogelijk dat dat een soort van shock geeft, waardoor de bloedvaten gaan reageren. Dan zal de fysiotherapeut de voeten doorbewegen en voorzichtig masseren. Dat zal heel veel pijn doen. Als dat aanslaat kunnen we ook over op warmte kompressen en zullen we de behandeling uitbreiden en intensiveren.
Tony: En als het niet aanslaat?
Arts: Dan moeten we hopen dat er geen weefselversterf of een infectie ontstaat.
Tony: Want dan....?
Arts: Dan zullen we je leven moeten zien te redden door te gaan amputeren.
Tony hoort dit geschrokken aan en begint heel onrustig te worden. Ze verslikt zich bijna in haar eigen speeksel en begint weer hard te hoesten en opnieuw beginnen de longen ook weer te bloeden.
Nu is de paniek compleet en Tony is niet meer rustig te krijgen.
De arts geeft haar nu valium in het infuus en dan zakt Tony snel terug in een oppervlakkige slaap.
De voorgestelde behandeling wordt gelijk ingezet om een zo goed mogelijke kans van slagen te hebben.
De longarts is ook geweest en stelt zijn twijfels over de conditie van Tony's longen. Hoewel ze dus in eerste instantie leek op te knappen is er nu sprake van achteruitgang, of in elk geval van stagnatie.
Omdat ze weten dat Tony moeilijk kan rusten , krijgt ze standaard kalmeringsmedicatie toegediend, dus als ze weer wat begint bij te komen kijkt ze slaperig naar haar benen en ziet die in de matjes hangen, en er zitten grote gazen om haar voeten.
Heel langzaam wordt ze zich bewust van de pijn die echter steeds heviger word.
Van angst en pijn begint ze haast te schreeuwen, zodat er snel een dokter bij gehaald wordt, die haar gelukkig kan geruststellen...
 
Ondertussen bij Britt...
begint die in haar dromen te praten. Johan probeert te volgen waar het over gaat maar word er niet wijs uit.
Zachtjes wrijft hij haar over haar wangen waarop Britt weer wakker wordt en met vriendelijke lachende ogen naar hem opkijkt.
Britt; Mag ik al bijna naar huis Johan?
Johan: Ik kon niet weg om de dokter te vragen, jij hield me hier gevangen.
Britt; Zou je dat willen doen dan? Ik kan het niet meer volhouden hier.
Johan loopt de gang op en zoekt een zuster om te vragen of de dokter kan komen bij Britt.
Zuster: Als hij straks terug is vraag ik hem naar u toe te komen.
 
Johan gaat terug naar Britt en zegt dat de dokter zal komen, als ze ven het geduld op kan brengen.
Na een tien minuten komt de arts de kamer in en Britt wacht niet meer op wat hij te zeggen heeft, ze steekt zelf gelijk van wal.
Britt; Ik wil naar huis. Ik kan hier niet meer tegen. Ik MOET weer in huis zijn.
Arts: Mevrouw Michiels, we kunnen u echt niet zomaar laten gaan. U bent hier zwaar ziek binnen gekomen, uw toestaan is hier echt kritiek geweest, we zullen eerst moeten uitzoeken hoe die epileptische aanvallen zijn ontstaan. U bent nog steeds niet uit de gevaren zone.
Britt begint te huilen. Ze is echt intens verdrietig. Ze heeft zoveel heimwee en het ontroerd de arts zeer.
Arts: Maar ik wil niet het risico lopen dat u thuis wat overkomt, terwijl wij niet weten wat de oorzaak was.
Britt; Ik was bang en verdrietig om Tony, maar die is er nu weer en nu ben ik weer oké.
Arts: Als dat eens zo gemakkelijk was.
Johan; Ik zal heel goed voor haar zorgen, en er zijn toch medicijnen om te voorkomen dat ze zulke aanvallen krijgt?
Arts: Ja die zijn er, maar de dosering moet wel afgestemd zijn op de intensiteit van de aanvallen. Ik kan niet zomaar wat gaan voorschrijven.
Johan: Hoe lang duurt dat voor die onderzoeken dan allemaal klaar zijn?
Arts: Daar hebben we toch een week of zo voor nodig. En dan moeten we die medicijnen starten en zien of ze helpen en u er tegen kan.
Britt zegt niets meer, ze ligt alleen maar heel verdrietig in haar bed.
Johan ziet dat haar onderlip trilt en dat ze eigenlijk het liefste heel hard zou willen huilen. Hij gaat dicht bij haar zitten en neemt haar weer in zijn armen.
Johan: Stil maar lief. Dit zullen we samen wel doorstaan. Ik kom elke dag bij je, en als je wilt neem ik de kinderen ook weer mee.
Britt; Ik wil niet. Ik wil naar huis.
Arts: Heel misschien kan ik voor u een weekendverlof regelen, dat u bijvoorbeeld zondag middag een paar uurtjes naar huis gaat als u daar zo aan gehecht bent.
Johan :Dat zou heel mooi zijn.
Britt; Ik wil thuis blijven (huilend)
Johan knipoogt naar de arts ten teken dat die beter kan gaan zodat hij alleen met Britt blijft. Johan ziet dat Britt ontroostbaar lijkt en hij blijft haar maar strelen en zoenen tot ze eindelijk weer gaat slapen.
Het doet Johan pijn om Britt zo te moeten achterlaten, maar hij begrijpt de motivatie van de arts ook wel. Stel je voor da er thuis weer wat met Britt zou gebeuren? Wat zou hij dan met haar aanmoeten? Hij was zich rot geschrokken toen Britt die tweede aanval had gekregen en had toen ook niet geweten wat hij moest doen.
 
Die vrijdag beginnen de eerste onderzoeken specifiek op het opsporen van een oorzaak van die aanvallen. Eerst een bloedonderzoek. Toen een EEG, een elektro encephalogram, ofwel een hersenfilmpje, dat alle hersenactiviteiten registreert.
Dat was echter voor het incasseringsvermogen van Britt al voldoende, want ze raakte al behoorlijk overprikkeld hierdoor en men was bang voor nieuwe aanvallen. Britt lag die middag kwaad in bed toen Johan kwam.
Johan: Wat is dat nu?
Britt: Ze waren begonnen met die onderzoeken dan hadden ze ze ook wel af kunnen maken en dan had ik nu naar huis kunnen gaan.
Johan: Ze zullen wel een reden hebben dat ze niet alles tegelijk doen. (hij had al gehoord van de belasting voor Britt en ging er maar verder niet over door)
Britt; Ik wil weg.
Johan: Vind je het goed dat de kinderen vanavond ook mee komen? Ze willen zo graag hun mama weer eens zien.
Britt keek Johan vragend aan: HUN??? Ze was toch alleen de mama van Dorien?
Johan begreep de blik en haalde zijn schouders op: Ja Britt, Simon praat over jou als zijn mama, zelfs al nu we nog niet getrouwd zijn. Ik zou er maar vast aan gaan wennen.
En weer begon Britt te huilen.
Johan wist het ook niet meer wat hij met haar aan moest. Hij gaf zielsveel om haar en wilde haar zo graag helpen maar hij kon niet tegen haar heimwee op.
Stilletjes zat hij de bezoektijd uit.
Britt: Johan?
Johan: Ja, liefje?
Britt: Ik wil DOLgraag met je trouwen. (zuchtend/glimlachend)
 
Dan zakt Britt weg in een diepe slaap...
En ze slaapt gelukkig heel de avond door. Op zaterdag ochtend komt Johan dan alsnog met de kinderen omdat ze vrijdagavond niet meer wakker was geworden.
Simon en Dorien komen heel zachtjes de kamer in. Britt ligt nog onderuitgezakt op bed en heeft haar ogen maar net open.
Simon: Dag mama?
Britt; Hey, dag Simon. Je papa zei al dat je me mama ging noemen, maar je mag ook wel gewoon Britt blijven zeggen hoor. 't Is wat jij wilt.
Simon: Mag ik bij je komen zitten?
Johan: Doe je zachtjes met mijn vriendin?
Dorien: Zeg Johan, ze is van ons allemaal hoor!
Johan: Sorry, ik wist niet dat ik je beledigde.
Britt; Kom allebei maar bij me zitten. Ik heb jullie gemist. Ik kan wel een knuffeltje gebruiken
En gelijk vliegen beide kinderen haar om de hals.
Dorien huilt een beetje want zij heeft haar mama wel heel erg gemist.
Er word over allerlei kleinigheden gesproken en Johan merkt wel dat het Britt erg snel vermoeid. Aan haar ogen ziet hij ook nog steeds het verdriet dat ze niet naar huis mag. Na twintig minuten vraagt hij of de kinderen alvast naar de cafetaria willen gaan, omdat het erg vermoeiden is voor Britt en dan zal hij hun daar zo op komen halen.
Als de kinderen weg zijn gaat hij zelf bij Britt op bed zitten en neemt haar weer in zijn armen.
Johan: Lieverd, het verdriet me zo u zo te zien. Ik zou willen dat ik je kon helpen, maar ik voel me zo machteloos.
Britt; De dokters zeggen dat ze volgende week nog wel zeker drie onderzoeken moeten doen. Hoe kan ik nou zo epilepsie krijgen? Dat heb ik toch nooit gehad.? Het kan best wel van de spanning en de emotie rond Tony zijn gekomen. Laten ze dat toch eens aannemen.
Johan: Britt, ik weet dat je angstig en onzeker bent, maar toen je die aanval kreeg, ik schrok me wezenloos. Laten ze alsjeblieft uitsluiten dat er wat is en dat je dan gezond weer mee kan naar huis. Ik weet dat je het moeilijk vind maar ik wil je graag gezond weer thuis hebben.
Britt; Ik wil graag met je trouwen Johan, en we moeten nog zoveel regelen.
Johan: Dat hoeft niet Britt. We doen alles zoals gepland, alleen wat later. We hoeven niets meer te regelen, alleen dat jij weer gezond bent.
Britt; En Tony moet ook weer gezond zijn.
Als ze dit zegt krijgt Johan een hele bezorgde blik in zijn ogen.
Britt; Johan? Is er iets met Tony?
Johan: Nnnnnnnn Ja, het gaat niet zo heel goed. Ik wilde je dit liever niet vertellen, maar ik kan het ook niet voor je verzwijgen.
Britt; Wat is er dan? Ze ging toch zo goed vooruit?
Johan: Ze heeft opnieuw een longbloeding gehad.
Britt; Hoe kan dat nu? Ze was toch aan de beterende hand?
Johan: Toen de artsen haar voeten hadden onderzocht en de uitslag kwamen vertellen is ze heel hard beginnen hoesten en toen, toen, toen begon het dus opnieuw.
Britt; Wat is er met haar voeten? (bang)
Johan: Ze lijken niet te genenzen en ze zijn bang voor weefselversterf. Nu moet binnen vier dagen verandering optreden anders zullen ze.....
Britt: Anders zullen ze wat? Johan, zeg het me. Het is mijn vriendin waar we het over hebben!!
Johan: Anders zullen ze haar voeten moeten amputeren.
Britt; NEEEE!!!!!
En nu begint Britt helemaal in paniek te raken, ze wordt heel onrustig en druk en dan schiet ze ook weer in een insult.
Johan roept snel een zuster en weer moeten ze haar fixeren en spuiten en sederen.
Als ze klaar zijn ligt Britt weer zwaar ronkend te ademen op haar zij in bed.
Johan zit weer naast haar en streelt zachtjes haar haren uit haar gezicht.
Britt haar ogen zijn rooddoorlopen. Telkens die aanvallen kosten haar zoveel energie dat ze er langzaam aan onderdoor lijkt te gaan.
Na een poosje komt ze weer bij haar positieven en ziet dat Johan ook gehuild heeft.
Britt; Johan, Zeg me dat het goed gaat komen, anders wil ik ook niet meer.
Johan: Britt, zeg dat niet. Ik geef om u, ik wil u niet kwijt. Iedereen doet heel erg zijn best om ook Tony weer gezond te krijgen, maar als die voeten niet genezen dan word ze daar heel ziek van en kan deze daaraan sterven. Dan is amputatie levensreddend. Maar zover is het nog niet. Ze proberen nog van alles om haar voeten te redden.
Britt; Ik wil naar haar toe.
Johan: Britt, jij moet nu gaan slapen. Ik hoop dat de dokter geen bezwaar gaat maken voor je verlof. En dan zullen we morgen wel zien of het gaat oké?
Britt zucht eens diep en weeral is ze in slaap gevallen.
Dan gaat Johan met de kinderen weer naar huis. Hij durft hun niet te vertellen van die nieuwe aanval. Iedereen had zo de hoop dat Britt die zondag voor een paar uurtjes naar huis mocht.
Ondertussen met Tony schijnt er wat te veranderen, in verband met haar voeten...
In positieve aard...
De Nepaleese arts was na zijn lezingen ook nog bij haar geweest omdat hij had gehoord dat haar toestand niet verbeterde. Hij gaf adviezen hoe ze haar longen het beste konden behandelen. Als men voor hem het verblijf wat zou kunnen verlengen wilde hij zich zelf met die voeten gaan bezighouden.
Tony was nog steeds heel erg verdrietig en angstig dat ze haar voeten zou verliezen. En ze had ook nog heel veel pijn. En elke keer weer waren daar die artsen en therapeuten die aan haar zaten en haar nog meer pijn deden.
Nu kwam dokter Junlahiptal bij haar bed staan en schudde haar de hand. Vaag leek Tony zich zijn gezicht te herkennen.
Arts: Ik ben Ramsii, de dokter die u in Lukla heeft geholpen voor u hier heen terug ging. Ik ben op de reis mee geweest om u te begeleiden en heb hier een paar gastcolleges gegeven over hoogte ziekten. En nu zie ik dat ze ook wel wat praktijk lessen kunnen gebruiken.
Tony: (huilend) Gaan jullie weeral aan me zitten?
Ramsii: Ik stel voor dat ik dat alleen nog ga doen. Ik zal je wel pijn moeten doen, om te weten dat ik goed bezig ben, maar dan hoef je niet boos te worden op iedereen. Als ik dan weer weg ben dan kunnen de anderen je verder op de been helpen.
Tony: Denkt u echt dat ik wel weer zal kunnen gaan?
Ramsii: Zullen we afspreken dat je me gewoon Ramsii noemt? En dat je me ook eerlijk zegt als ik je teveel pijn doe? Pijn zul je hebben, maar het kan ook teveel zijn en dan moet jij dat wel aangeven. Oké?
Tony: Oké?
Ramsii: Dan ga ik nu ook maar gelijk beginnen die verbanden te verwijderen en eens zien wat ik aantref.
Tony's voeten zijn heel erg donker, bijna zwart. En je zou ook haast geloven dat het allemaal dood weefsel is.
Ramsii neemt een scherpe pen en trekt daar stevige strepen mee onder Tony haar voeten. Ze gilt het uit en valt bijna flauw, maar het was echt nodig.
Ramsii: Ik denk dat ik weer hoe ik het ga aanpakken. Nogal onorthodox voor zo'n gesofisticeerd ziekenhuis, maar ik mag je gaan behandelen van je andere artsen.
Tony: Wat ga je doen dan?
Ramsii: Ik ga sneetjes in je voetzolen maken zodat het bloed er uit komt. Vanuit die kleine bloedstroompjes zullen de eiwitten veel makkelijker de huid kunnen bereiken. Elke dag zal ik opnieuw sneetjes zetten. Net zolang tot al het dode vel los ligt. En dan zal het dode vel eraf vallen, of we knippen het weg en als er een groot vers wondbed is dan kan de reguliere geneeskunde het van daaruit weer oppakken.
Als hij opkijkt naar Tony ziet hij dat ze is flauw gevallen.
Hij tikt haar op de wangen en ze komt weer bij en zegt dan dat het snijden niet zo'n pijn zal doen. Dat komt pas later als het dode vel los begint te laten.
Tony: Begin er in Godsnaam mee, zodat het kan beginnen te genzen.
En vol enthousiasme begin Ramsii zijn snedes te maken in Tony haar voetzolen. De huid is zo dun dat het makkelijk snijd en ook heel erg bloed, en dat is dan weer een voordeel voor de genezing die zo waarschijnlijk ook veel sneller zal verlopen.
Na een half uurtje is het een waar slachtveld op het bed van Tony. Ze heeft zo flink gebloed dat ze die dag ook nog weer drie bloedconserven moet hebben en ze laat het allemaal gewillig toe. Ze is vast besloten om er bij te zijn als Britt gaat trouwen, alhoewel ze de nieuwe datum nog niet weet.
 
En zo gaat Ramsii nog vijf dagen door. Alhoewel Tony probeert het goed vol te houden legt ze het toch af op de laatste dag. Ze kan de pijn niet meer verdragen. Om het werk goed te kunnen doen waren Tony haar benen gefixeerd met gipskokers die aan het bed waren vastgemaakt, zodat ze ze niet kon bewegen, en Ramsii de snedes kon gaan maken.
Hij is echter al met drie minuten klaar, want net als hij van nieuw wil beginnen ziet hij dat de dode huid er zo afrolt. Hij hoeft er niets aan te knippen of te trekken. Vol trost legt hij de twee "dode voetzolen" van Tony op een groot gaas op een karretje. Een assistent ruimt de boel weer op en Ramsii gaat de bebloede handschoenen en schort afdoen.
Dan doet hij een nieuw schort en handschoenen aan en begint de voeten heel zachtjes op te wrijven, net zolang tot er opnieuw een egaal bebloed vlak is. Dan knikt hij tevreden en begint hij met het aanleggen van kompressen en vervolgens daar druk verbanden overheen.
De gipskokers mogen af, maar de benen komen weer in matjes te hangen zodat de voeten weer vrij liggen.
En zo moet ze zeker drie dagen blijven liggen. Met veel pijn, en met weer enkele bloedtransfusies.
Maar als de volgende donderdag de verbanden eraf mogen is ze heel benieuw hoe het eruit zal zien.
Ramsii is er vandaag voor het laatste zelf bij en als hij de voeten heeft gecontroleerd krijgt hij een brede en tevreden lach op zijn gezicht.
Tony steekt haar handen naar hem uit en omhelst hem en bedankt hem voor zijn martelpraktijken maar ze weet nu wel dat het goed gaat komen.
In die bloederige massa had zich nu al reeds nieuwe huid gevormd. Die was nog heel dun en heel kwetsbaar, dus ze mocht de eerste twee weken zeker er nog niet op lopen maar het zou echt allemaal goed gaan komen. Tony kon haar geluk niet op lag nu van blijdschap te huilen in bed.
Ze was zo opgetogen dat ze gelijk Britt wilde bellen, maar ze kreeg geen gehoor. Ze wist dat ze in het ziekenhuis lag maar dan zou ze telefoon op haar kamer hebben.
Wat teleurgesteld legde ze weer op.
Toen iedereen uit de kamer weg was, prikten haar nog steeds de tranen in de ogen.
Ze begon een beetje slaperig te worden en wilde net de hoofdsteun van het bed om laag doen toen er zachtjes aan de deur werd geklopt.
Tony: Ja, binnen?
En heel voorzichtig kwam haar bezoek binnen gestapt.
Het was ...... Britt!!!
Tony kon haar ogen niet geloven. Britt was er weer!! Oh wat was ze blij om Britt weer te zien. Eindelijk, na meer dan zeven weken konden de vriendinnen elkaar weer in de armen sluiten.
Britt; Tony, ik ben zo blij dat ze je hebben teruggevonden. Ik was doodgegaan van verdriet als ze je niet gevonden hadden. Ik wilde ook niet meer met Johan trouwen als je er niet was.
Tony: Mallerd. Jij weet toch ook wel dat je Dierickx niet zo maar klein krijgt?
Britt; Nou, ik heb hele beroerde dingen gehoord over wat je allemaal is overkomen. Maar gaat het nu weer?
Tony: Yep, ik heb nieuwe velletjes onder mijn voeten. Die moeten even wat beter vast groeien en dan ben ik er weer.
Britt; Je bent er toch bij op onze bruiloft!! Oh, wat vind ik dat fijn.
Tony: Jullie hebben al een nieuwe datum?
Britt; Tien Oktober.
Tony: Maar da's ja...
Britt; Ik weet het, jou verjaardag. Dan weet ik zeker dat we elkaar nooit meer zullen vergeten.
Tony omhelst Britt en begint te huilen: Jou zal ik toch nooit kunnen vergeten?
Johan is inmiddels ook binnen gekomen en kijkt wat bezorgd.
Tony: Hey, Johan , je mag wel wat vrolijker kijken als je aanstaande vrouw zo gelukkig hier rondloopt.
Johan: Ze moet heel voorzichtig aan doen.
Tiony: Wat is er Britt? Ben je niet in orde?
Britt; Ze weten niet waar die aanvallen vandaan zijn gekomen. Ze hbben me aan alle kanten bekeken en lek gestoken en foto's gemaakt, tot ik er gek van werd en nog weten ze het niet. Nu mag ik dan toch weg, ik zal wel een lastige patiënt zijn. Maar ik moet medicijnen blijven gebruiken.
Tony: Nou, dat is de wereld toch niet?
Britt; Maar dan kan ik mijn werk als inspecteur niet meer doen.
Tony: En waarom dan wel niet?
Britt; Omdat die ziekte zo weer terug kan komen en dan is het niet verantwoord dat ik een wapen draag.
Tony ziet dat Britt nu verdrietig is en neemt haar opnieuw in haar armen .
Tony: Britt luister. Als ik hier doorheen kan komen , dan weet ik zeker dat jij die epilepsie ook wel onder de knie krijgt, en als ik weer kan lopen dan kun jij weer schieten.
Zullen we dat afspreken?
Britt probeert te glimlachen. Die Tony, ondanks alles toch zo positief blijven. Dat doet haar wel goed.
*
Britt: Da’s afgesproken. (glimlachend)
Johan: Britt? Kom je mee naar huis? Jij moet... (wat twijfelend)
Britt: Ja, ik weet het, ik moet rusten. (zuchtend/glimlachend)
Britt: Dag Tony, ik hoop je snel weer te zien. Ze kunnen me echt niet verplichten om nu thuis te gaan zitten, ik kom zo wie zo weer bij je aan hoor.
Tony: Ik zie er naar uit.
Brit; Wil ik je iets meenemen?
Tony: Als het niet teveel gevraagd is, zou jij of Johan dan bij de boot langs kunnen gaan? Ik kan wel doen met wat schone kleding en die kunstboeken en die reisboeken mis ik ook wel.
Johan; Ik denk dat Britt beter de weg weet, maar als we de volgende keer terugkomen dan nemen we dat mee. Ik hoop dat je het niet erg vind dat ik Britt nu mee neem, maar ik ben zo voorzichtig met haar.
Tony: Ik begrijp het Johan. Maar maak je geen zorgen. Britt krijgen ze er echt niet onder hoor. Veel plezier samen thuis (met een dikke knipoog naar Britt)
 
Nu Tony haar voeten beginnen te genezen begint ze ook te balen dat ze op bed moet blijven.
Haar voetzolen doen echt pijn, maar ze weet dat het nu wel allemaal goed gaat komen, haar voeten hoeven niet geamputeerd worden. In haar slaap heeft ze wel regelmatig last van nachtmerries waarin ze zich zelf op de operatietafel ziet liggen en dat de dokters bezig zijn haar voeten eraf te snijden en dan schrikt ze badend in het zweet wakker.
Ze kan het moeilijk van zich afzetten en krijgt daarom hulp van een psycholoog om over haar angsten te praten.
Dit helpt enigszins en de nachten worden langzaam beter voor haar.
Na nog eens een week is de huid op de voetzolen gesloten en kan de therapie beginnen. Nog mag ze er niet op staan maar ze krijgt badtherapie waarbij haar voeten en onderbenen in een bad met lauwwarm water bungelen. Het voelt heel erg vreemd aan zo met de voeten in het water. Het is maar voor korte duur, want de huid is nog heel erg kwetsbaar, maar zo word toch per dag iets meer uitgebreid en na twee weken is ze dan zover: ze mag gaan staan!
Ze had Britt gevraagd om ook aanwezig te zijn maar die was helaas verhinderd. Die moest zelf voor na-controle naar de neuroloog.
 
Omdat Britt thuis geen insulten meer had gehad leek het zich te stabiliseren en mocht ze heel iets minderen met haar medicatie.
Toen ze na de controle bij Tony langs ging zag ze dat die lag te huilen op bed.
Britt; Hé Tony, wat is dat nu?
Tony: Ik red het niet Britt. Het doet zo'n pijn. Ik kan gewoon niet op mijn voeten staan.
Britt; Wat red je niet?
Tony: Jullie trouwdag. Dat is volgende week vrijdag. Ik kan het niet hebben, het doet zo'n pijn.
Britt; Tony, jij gaat erbij zijn, en als je niet kan staan dan kom je gewoon met de rolstoel. Daar is toch niets mis mee? Ik ben heel erg blij en heel erg gelukkig dat jij er BIJ bent. Dat vind ik het mooiste geschenk dat ik kan krijgen. Mijn hartsvriendin er weer bij.
Tony doet haar tranen af en keert zich naar Britt en ziet in diens ogen toch weer die angst. Dan zet ze zich rechtop en steekt haar armen uit naar Britt, die er gelijk op af loopt en Tony ook omhelst.
Tony: Wat is er Britt? Je ziet er droevig uit. Ik zie angst in je ogen.
Britt; Zenuwachtig denk ik, voor de bruiloft.
Tony: Maar waarom dan? Je hebt zo'n goede en fijne man getroffen, daar hoef je toch niet zenuwachtig voor te zijn.
Britt; Mark......
En dan begint ze weer te huilen.
Tony probeert Britt wat te wiegen en te troosten en laat haar plaatsnemen op het bed.
Tony: Britt, ik dacht dat je heel gelukkig was met Johan?
Britt; Dat ben ik ook. En ik heb het hier ook al met Johan over gehad. En weet je wat hij zei?
Tony: Nee?
Britt; Dat ik Mark echt niet hoefde te vergeten. En dat Mark ertoe heeft bijgedragen dat ik ben geworden wie ik nu ben, en dat hij daar heel erg blij en dankbaar voor is. En ik mag best aan hem blijven denken zegt hij.
Tony: Britt, wat is dat ontzettend aardig en lief van hem. Met Johan heb je een lot uit de loterij.
Britt huilt nog stilletjes een beetje verder maar herpakt zich dan toch. Ze snuit eens haar neus en probeert haar aandacht weer op Tony te richten.
Britt; Tony, jij gaat er volgende week gewoon bij zijn. Ik heb al taxi's besteld voor Nadine en voor jou dus jij komt gewoon. Punt uit.
Tony: Britt, nogmaals sorry dat ik jullie plannen zo in de war heb geschopt. (half huilend)
Britt; Alles gaat goed komen toch?
Tony: Ja, daar gaan we dan maar voor niet? Ik hoor je huwelijksklokken al luiden. Nog een weekje en dan ben je mevrouw Van Lancker.
Britt; Fout. Johan heeft geregeld dat Dorien en ik de naam van Mark mogen blijven gebruiken, dus ik heet gewoon verder Michiels.
Tony: (zuchtend) Ik wou dat ik zo'n vent vond. Ik zou bijna met je willen ruilen. Jij ziet er zo gelukkig uit Britt. Het is je echt gegund dat er nu eens wat zonneschijn in je leven komt.
Britt buigt verlegen haar hoofd en mompelt een vaag: Dank je Tony.
 
Dan neemt ze afscheid en vertrekt weer naar huis, waar Johan nerveus zit te wachten op de uitslag van de controle.
Hij is zo blij om te horen dat het stabiel is gebleven dat hij die avond een hele romantische toer uithaalt om Britt in zijn blijdschap en geluk te laten delen.
Britt: (kreunend van genot) : Dit mag je wel elke avond doen, hoor. (lachend)
Johan: Ja ja, dat zou jij wel willen, hč? (plagend)
Britt: Hoe? Jij niet dan? (lachend)
Johan: Ik zou wel willen, maar ik ben ook de jongste niet meer. Waar haal ik de energie vandaan om jou tevreden te stellen?
Dan ziet hij dat Britt verdrietig word.
Johan: Britt? Heb ik iets verkeerds gezegd? Heb ik je gekwetst?
Maar Britt draait zich om en stapt uit bed en sluit zich op in de badkamer waar ze in een hoekje wegkruipt en begint te huilen.
Johan staat aan de buitenkant op de deur te kloppen. Hij wil naar Britt toe om haar te troosten,. Hij slaat zichzelf voor het hoofd dat hij zo'n stomme opmerking heeft gemaakt.
Johan: Britt, liefje. Doe alsjeblieft  open. Ik wil met je praten. Laat mij binnen.
Maar er komt geen reactie.
Johan begint zich dan wat ongerust te maken en begint steeds harder te kloppen zodat Simon uiteindelijk ook wakker word en naar hun kamer komt.
Simon: Wat is er papa?
Johan: Ik ben zo stom geweest. Ik heb Britt beledigd en nu wil ze de deur niet open doen.
Simon: Hoelang is ze daar al?
Johan; Ze zit er al twintig minuten.
Simon: Dan moet je de deur zelf open maken.
Johan: Die zit van binnen in het slot.
Simon: Wacht maar even
En hij loopt naar de kamer, neemt een schroevendraaier en begint de slotplaat van de klink te draaien en kan dan zo met een tang de as van het slot keren zodat de deur open kan.
Johan: Jij gaat geen lid worden van het dievengilde jonge heer Van Lancker.
Simon: Schiet nu maar op. Britt wacht op je.
Johan; Bedankt Simon.
Simon gaat weer naar boven en Johan stapt verlegen en beschaamd de badkamer in en knielt naast Britt.
Johan: Britt, sorry van wat ik net zei. Ik wilde je niet kwetsen. Jou liefhebben is zo fijn. Ik had dat niet mogen zeggen. Britt alsjeblieft praat met mij.
Britt kan alleen maar snikken en dus neemt Johan haar op en legt haar weer in bed en probeert haar naar zich toe te draaien maar merkt een hele weerstand.
Johan: Britt, ik zeg toch dat het me spijt. Ga alsjeblieft met mij praten.
Britt; Je hebt,......ik.....
Maar verder komt ze niet want ze begint weeral te huilen.
Dan legt Johan zijn arm om haar heen en drukt wat zoentjes in haar haren. Hij merkt dat Britt wat begint te ontspannen. Niet dat ze gaat praten, maar uiteindelijk valt ze in slaap en heeft weer eens hele nare dromen.
Ze schopt en slaat hardhandig rond zich heen, en Johan krijgt veel klappen te verduren.
 
Tot hij het op een bepaald moment beu is, en haar polsen vastgrijpt en die tegen het bed drukt... Hierdoor wordt Britt wakker...
Als ze Johan's gezicht ziet vliegt ze hem om de hals en begint te wenen.
Johan: Stil maar Britt. Ik ben er. Ik zal je helpen. Heb je naar gedroomd?
Britt; Ja.
Johan: Wat droomde je dan?
Britt; Dat jij ook dood ging. Ik ben zo bang.
Johan: Mallerd. Ik ga niet dood.
Britt; Hoe kun jij dat nu weten? Mark dacht ook dat hij niet dood ging en toch stierf hij die nacht. Was hij ineens zomaar uit mijn leven verdwenen.
Johan: Britt, ik hou zoveel van jou, ik zou zelfs uit de dood terug komen om bij u te zijn. Kom eens lekker dicht ij me liggen.
En weer neemt hij haar liefdevol in zijn armen en streelt haar zachtjes over haar rug en armen en haar borsten, en dan merkt hij dat ze weer gaat ontspannen en klaar is voor hem.
En weer beleven ze intens hun liefde.
 
De andere morgen wil Britt al vroeg op staan om naar haar werk te gaan.
Johan: Oh, nee Britt. Jij gaat niet werken. Nadine heeft gezegd dat je pas terug mag werken NA het trouwen. Dus je moet een weekje geduld hebben.
Britt; Maar ik word gek als ik heel de dag binnen zit.
Johan: Wel, ga dan lekker de stad in of rijd naar je moeder in De Haan. Of ga bij Tony op bezoek, maar geen werk. Je hebt net al je blutsen en verwondingen heel, laat dat alsjeblieft zo blijven. Jij bent de mooiste en zo wil ik ook heel graag met je trouwen. Wat zeg je ervan als we volgende weke woensdag weer eens naar de sauna gaan?
Britt; Heerlijk. Ik verlang ernaar.
Johan: Je kan ook vandaag wel gaan, en dan reserveer je vast voor woensdag?
Britt; Ik zal zien. Ik ga het ontbijt en de lunchtrommels voor de kinderen gereed maken. En wat mag ik voor mijn liefste lief klaar maken?
Johan: Ik moet vandaag uit eten, zowel bij de lunch als vanavond. Het kan laat worden, maar als je me mist mag je me best  wel wegroepen. Ik weet niet of het zo leuk is op die vergadering als ik weet dat er thuis zo'n bloedmooie vrouw op mij zit te wachten.
Britt; Johan!!
 
Nadat iedereen weg is werkt Britt haar huishouding af en gaat met een kop koffie erbij de krant lezen.
Ze schrikt als ze ziet dat het misdaadcijfer weer behoorlijk is opgelopen. Ook het aantal ongevallen met jonge mensen boezemt haar angst in. Ze kan er niet tegen al die nare berichten te zien en legt de krant opzij. Ze gaat even op de bank liggen maar valt al snel in slaap en begint weeral te dromen. Van Mark die vermoord werd, van Dorien die samen met Johan in de auto verongelukt. Britt krijgt het Spaans benauwd en ligt heftig te hyperventileren.
Uiteindelijk raakt ze uitgeput van haar dromen en slaapt ze nog een poos verder.
Als ze wakker wordt ziet ze dat het al twee uur is en schrikt ze daar weer van.
Vlug sprint ze de keuken in om het eten voor te bereiden en gaat daarna nog even naar Tony toe.
Dei is nog bezig met haar fysiotherapie en ze ziet dat Tony heel goed haar best doet, maar vreselijke pijen heeft.
Nadat Tony klaar is wordt ze teruggebracht naar de afdeling en gaat op bed liggen en huilt even haar verdriet van zich af.
Zachtjes komt Britt binnen en legt haar hand op Tony’s schouder die hier erg van schrikt.
Britt; Rustig maar Tony, 't is ik maar.
Tony: Oh Britt.
Britt; Je hebt heel veel pijn . Dat zie ik. Kunnen ze daar niets voor geven?
Tony: Weet ik niet.
Britt; Heb je dat niet gevraagd dan?
Tony: Die dokter Ramsii zei dat ik goed moest kunnen voelen wat er allemaal gebeurde, dus ik denk dat ik geen pijnstillers mag hebben.
Britt; Dat was toen hij met je voetzolen bezig was. Nu toch wel? Zal ik even voor je vragen?
Tony: Graag.
En zo kan Tony dan ook beginnen met pijnmedicatie en kan ze de pijn beter aan. Hierdoor gaat het oefenen ook een stuk beter en ze kan inderdaad daags voordat Britt gaat trouwen heel eventjes op krukken lopen. Een klein stukje, maar toch..... het is haar gelukt.
 
Nadat Britt en Johan op woensdag nog weer een hele gezellige dag in de sauna hebben gehad is het nog maar een dagje. Eentje, voordat Britt opnieuw in het huwelijk treedt.
Ze is heel erg blij, en ook wel aardig nerveus, maar diep van binnen zit toch ook nog die angst, maar dat heeft ze niet meer tegen Johan gezegd. Ze wilde zijn geluk niet in de weg staan. Ze zou wel een manier vinden om daar mee te leren omgaan. Eerst maar eens trouwen.
Op donderdag gingen ze samen nog even naar Tony die blij en opgewekt in haar rolstoel over de afdeling reed.
Tony: Britt ik ben zo blij voor je. Ik hoor de hele dag al jullie kerkklokken luiden. Jullie trouwen toch ook in de kerk?
Britt; Ja. Johan wilde dat graag en ik mag hem graag dus, ja, wij trouwen ook in de kerk.
Tony: Welke?
Britt: Je houdt het niet voor mogelijk, maar het is de St. Michiels kerk.
Tony: Ah, dat vind ik heel erg mooi voor je.
Britt heeft wat traantjes in haar ogen en Tony legt haar hand op die van Britt en probeert haar wat te troosten.
Johan: Tony, hoe laat kun je morgenvroeg klaar zijn?
Tony: Als ze me helpen pas om half tien, en als ik het zelf doe al om zeven uur. Hoezo?
Johan; Wel, je mag ook wel vanavond al met ons meekomen. Jij hoort er gewoon helemaal bij. En ik wil je graag de hele dag bij Britt in de buurt hebben. Ik weet hoe belangrijk dat voor haar is.
Tony kijkt hem vriendelijk lachend aan en Britt vliegt hem om de hals.
Britt; Johan, wat je allemaal voor mij doet! Ik kan niet eens meer zonder jou. Wat lief dat je dit allemaal hebt geregeld.
Johan: Ik heb het al eens gezegd, maar als je het graag hoort zeg ik het nog eens: Jij bent de vrouw die mijn hart sneller laat kloppen, voor jou ga ik door het vuur, en als het moet kom ik op mijn knieën uit de Sahara gekropen, allemaal om weer bij jou te zijn. Ik heb u lief.
En nu zit Tony ook te snotteren, zoveel romantiek, zoveel liefde.
Ze knijpt iets harder nu in Britt haar hand als teken dat ze heel blij voor haar is.
Johan had uiteraard al geregeld dat Tony mee kon en dus zaten ze op de vooravond van hun trouwen met zijn allen, Britt en Johan, Dorien en Simon, oma José en Tony gezellig in Britt haar appartement en iedereen was (of leek) gelukkig.
Iedereen had zo zijn eigen gedachten bij deze gebeurtenis.
Johan zou na een heel beroerd huwelijk eindelijk een hele lieve vrouw trouwen. Dorien kreeg een nieuwe papa en Simon een nieuwe mama, een hele lieve nieuw mama. José zag dat Britt weer geluk kende in haar leven en was daar heel erg blij om en Tony, die was zo blij dit Britt nu eindelijk Mark kon gaan loslaten. Ze had het meer dan verdient. Ze herinnerde zich nog duidelijk hoe Britt de eerste dagen hier in Gent reageerde. Nadat Mark was vermoord had ze een hele tijd ziek van verdriet bij de deur gezeten, maar moest uiteindelijk wel weer aan het werk en had om overplaatsing aangevraagd buiten Brussel, en zo was ze van de federalen uit Brussel overgestapt naar de locale politie in Gent. Die eerste kennismaking was ook niet gladjes verlopen, maar ze hadden binnen de kortste keren vriendschap gesloten en wisten nu zo'n beetje alle van elkaar. Ze leken soms wel onafscheidelijk.
 
Die laatste nacht sliep Britt dus totaal niet. Ze was bang om te gaan dromen en ze wilde Johan niet ongerust maken met haar nachtelijke onrust, dus ze bleef stil in bed liggen naar het plafond kijken, terwijl haar tranen langzaam maar gestaag over wangen stroomden.
Johan had dit ook wel gezien en (net doende of hij sliep) zijn arm over haar schouders heen gelegd om haar vooral dicht bij zich te hebben en haar het gevoel te geven dat hij er voor haar was.
 
Johan was al vroeg uit de veren. Hij achtte het zijn verantwoordelijkheid dat iedereen een goed ontbijt kreeg voor ze de dag begonnen. José hielp Tony bij de verzorging en het aandoen van de beensteunen zodat ze kon lopen zonder haar voetzolen over te belasten. De kinderen liepen druk door het huis te rennen en Britt lag nog in bed. Ze was pas tegen de ochtend een beetje gaan doezelen.
Toen Johan bij haar kwam om haar te wekken zag hij dat ze weer had liggen huilen.
Johan: Britt, liefste, wat is er? Ben je zenuwachtig?
Britt; Een beetje. Ik ben ook heel blij, maar ik weet het niet. Ik voel me zo in de war.
Johan: Zou je toch liever niet willen dan?
Britt; Nee, Johan, dat is het niet. Ik mag u heel graag . Ik wil ook echt heel graag met je trouwen.
Johan: Wil ik je moeder vragen om even bij je te komen?
Britt; Graag.
En toen José bij haar kwam begon ze weer heel erg te huilen en José kon niet meer doen dan haar in haar armen nemen en proberen haar te troosten.
José; Je denkt nog steeds aan Mark is het niet?
Britt; En ik voel me daar heel schuldig over tegen Johan. Hij is zo lief, en hij doet zoveel voor mij. En dan doe ik zo.
José; Hij begrijpt het heus wel Britt. Wat jij hebt meegemaakt is ook niet niks. Hij is gewoon heel erg blij dat jullie elkaar hebben gevonden en dat jullie nu samen aan je nieuwe leven kunt beginnen. Het zal wel beter gaan met je. Zal ik je even helpen straks als je je mooie jurk aandoet?
Britt; Mama, vind u het niet erg dan dat ik een nieuwe man heb gekozen?
José; Brittje toch. Ik zag je zo verdrietig. Ik heb me ook echt wel eens afgevraagd of er niet ook een stukje van jou was gestorven toen Mark dood ging. Je zag er soms zo in en in verdrietig uit. Ik was echt wel eens bang om je. Maar nu ik zie hoe gelukkig je met Johan bent, ga er voor. Maak er een mooi leven van en ik hoop echt dat je weer net zo gelukkig wordt als je toen was met Mark.
Britt zucht eens en hijst zich uit bed, en neemt een lange hete douche.
Zelfs onder de douche huilt ze nog een flinke partij, maar dan herpakt ze zich toch, want het is immers haar trouwdag en die wil ze ook echt wel bewust meemaken, en ze wil zich gelukkig kunnen voelen.
 
Als ze gekleed en met een mooie make-up de kamer in komt lopen staat Johan haar met open mond aan te staren. Hij wist dat Britt mooi was, maar nu?? Ze straalde helemaal . Hij liep op haar af, legde zijn arm om haar middel en trok haar zachtjes tegen zich aan en plantte heel voorzichtig een zoentje op haar mond en keek haar diep in de ogen.
Johan: Britt, jij maakt dat ik me de gelukkigste man van heel de wereld voel.
Britt: (verlegen) Dank je Johan.
Johan; Ik meen het. Je straalt, je bent beeldschoon, en ik zie zoveel in je wat ik nog niet eerder heb gezien. Ik weet dat wij het samen gaan maken.
Dorien: Mama, u ziet er echt heel mooi uit.
Britt kijkt de kamer rond en ziet dat iedereen haar zit aan te staren en voelt dat ze gaat blozen.
Tony komt ook met moeite uit haar rolstoel en stapt heel voorzichtig op Britt af en legt haar armen op diens schouder zodat ze beter rechtop kan staan en zoent haar vriendin dan drie keer op de wangen en feliciteert haar met deze geweldige dag.
Britt: Oh, jullie zijn zo allemaal ontzettend lief voor mij! Hoe kan ik jullie OOIT bedanken. (lachend/blozend)
Tony: Door met Johan te trouwen. (plagend)
Britt: Dat was ik van plan, hoor. (lachend)
En rond elf uur vertrok de groep naar het stadhuis waar de ambtenaar van de burgerlijke stand het huwelijk voltrok, waarbij Tony en José de getuigen van Britt waren, en Steven en Trude, vrienden van Johan, de getuigen van hem.
Het was een mooie ceremonie en er werd vrolijk gelachen toen er enkele leuke anekdotes werden genoemd.
Britt straalde en voelde zich helemaal gelukkig.
Daarna ging het door naar de St. Michielskerk, waar het kerkelijke huwelijk werd voltrokken. Hier ging het er wat serieuzer aan toen, maar toen de dienst voorbij was en ze de kerk uitkwamen stonden er een heleboel collega's hun op te wachten met toeters en slingers, en niet te vergeten de rijst, die als teken van vruchtbaarheid en voedzaamheid hun huwelijk moest bezegelen.
 
Die dag werd er volop gevierd met al hun familie, vrienden, collega's en kennissen.
's Avonds, heel laat al, toen de laatste gasten het feest verlieten bleven ze weer achter met een klein groepje.
Iedereen gaf aan een hele leuke dag te hebben gehad en Britt was heel erg blij en gelukkig.
Johan: Mag ik dan nu u, mevrouw Michiels, eindelijk meevoeren naar ons huis om eindelijk eens alleen van u te kunnen genieten?
Britt; Johan, je plaagt me.
Johan: Oh nee hoor, helemaal niet.
Wat Britt nog niet wist, was dat Johan een huwelijksreis had geëngageerd naar de Malediven. Hij had de koffers al klaar staan, evenals alle reispapieren . En hij had geregeld dat José nog tien dagen bleef om voor de kinderen te zorgen.
Even vlug naar huis om zich om te kleden en dan zou de taxi hun al komen halen zodat ze met de nachtvlucht meekonden en al de volgende dag lekker met zijn tweeën konden gaan genieten van hun welverdiende vakantie.
Thuis zakte Britt vermoeid neer op bed, maar Johan nam haar weer op en vroeg haar of ze zich om wilde kleden.
Britt; Ik wil me alleen maar uitkleden en gaan slapen. Johan, ik ben totaal los. Ik kan niet meer op mijn benen staan.
Johan: Dat hoeft ook niet. Kom nu maar.
Met enige tegenzin trok Britt dat leuke jurkje aan dat Johan voor haar had uitgezocht, en nog had ze geen idee wat hij van plan was.
Pas op het vliegveld bij het inchecken begon het haar te dagen dat ze op reis gingen.
Britt; En de kinderen dan?
Johan: Die zijn blij dat je moeder er is, en rond de kerst nemen we ze lekker mee naar Disneyland. Ook een hele vakantie voor ons vieren komt er nog aan, maar eerst wil ik genieten van mijn kersverse vrouw.
 
Het was een ware droomvakantie. Ver weg van alle ellende die ze de laatste twee jaar al had meegemaakt.
Ze hadden een 5 sterren hotel en Johan had er voor gezorgd dat het Britt aan niets zou ontbreken.
Hij wist hoezeer ze er van hield om een lekkere massage te krijgen en dus kwam er elke middag een masseur om Britt heerlijk te masseren. En elke dag gingen ze zwemmen, en Johan kreeg Britt zelfs zover dat ze met hem ging snorkelen. Ze zagen prachtige vissen en koralen en Britt voelde zich helemaal gelukkig. Ze wilde dat dit nooit voorbij zou gaan.
's Avonds heerlijk uit eten, en daarna met zijn tweetjes verliefd langs het strand lopen, 's morgens uitslapen en dan een tropisch ontbijt op het balkon met uitzicht over de hagelwitte stranden met de door de wind scheefgewaaide bomen.
Nu ook kon Johan voor het eerst voelen dat Britt zich echt kon ontspannen en hij zei er niets van, hij genoot alleen maar dat Britt dit allemaal zo mooi vond. Een gelukkige Britt was een gelukkige Johan.
 
Maar na tien dagen riep dan toch weer de plicht. Johan moest terug aan het werk en eigenlijk miste Britt de kinderen toch ook wel heel erg. En misschien dat Johan het goed vond dat ze nu weer aan het werk ging?
Ze zou het hem pas vragen als ze weer thuis zou zijn. Ze wilde niet de vakantiepret verknallen door nu al over het werk te beginnen.
 
Goed uitgerust, lekker bruin, en dat om deze tijd van het jaar. Zo kwamen ze thuis waar de kinderen samen met José de boel hadden versierd. Er hing een groot plakkaat op de deur: Pas getrouwd.
En zo de traditie het wil: Johan droeg zijn bruidje over de drempel en liet zich samen met haar op de bank vallen.
Ze hadden nog een hele gezellige avond, en dat weekend ook werd nog heel gezellig. Ze brachten met zijn allen José terug naar huis, en die maandag begon dan "het gewone leven" weer.
Tony had flink doorgerevalideerd en kon nu goed met krukken lopen. Ze was uit het ziekenhuis ontslagen en had uiteraard al met Nadine geregeld dat ze bureaudienst kon doen en die was er dus ook al toen Britt het commissariaat weer binnenstapte.
Daar hadden de collega's nog eens dunnetjes de boel over gedaan door alles te versieren, tot en met een prachtig boeket op Britt haar bureau.
Britt: Dat hadden jullie nou toch niet moeten doen?! (verrast)
 
En wederom krijgt Britt van alle collega's 3 zoenen en een knuffel.
Als laatste loopt Britt op Tony af, die zelf ook opstond en 'haar' partner een hele dikke knuffel geeft.
 
Britt: Ik ben blij dat we er weer zijn, Tony. (zuchtend/glimlachend)
Tony: Ik ook, Britt, ik ook. (lachend)
 
EIND GOED AL GOED!!
 
*The End*
 
Vervolgverhaal van de club De Flikken Rukken Uit
 
 

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]