Dorien op schoolkamp
- Het 6e leerjaar (groep8) is op schoolkamp. De klas van
Dorien heeft er echt zin in. Ze zijn met de hele klas naar een kamphuis
midden in het bos. De eerste avond worden ze al gelijk gedropt. Ze mogen
niet over het pat heen want dan zouden ze kunnen verdwalen.
- Dorien, Esmee, Jordy, Sjoert en Maaike lopen samen door het
bos.
-
- Dorien : Ik ben moe.
- Esmee : Ik weet niet meer welke kant we op moeten.
- Jordy : We gaan gewoon over het pad, dan moeten we er toch
komen.
- Maaike : Maar dat mag niet.
- Dorien : Het kamphuis is toch aan de weg, dan vinden we het
te minste.
- Sjoert : Ja Dorien heeft gelijk, zullen we het doen?
- Maaike : Ik wil geen straf.
- Sjoert : Zullen we niet krijgen, maar ik wil hier niet de
hele nacht blijven lopen.
- Dorien: Zullen we nog een uurtje doorlopen? Als dat niet
helpt, gaan we van het pad af, goed? (voorstellend)
- Sjoert: Oke Dorien heeft gelijk
- Maaike: ik ben best wel een beetje bang
- Dorien: dat zijn we allemaal Maaike maar als we niet snel
lopen is het al donker
-
- Meester Jan: Ik Mis Dorien Maaike Sjoert Esmee en Jordy
- Yorinda: Ach mees die komen wel
- Jan knikt en telt de kinderen nog een keertje
- De rest van de klas is wel compleet, dan worden de kinderen
naar bed gestuurd, eigenlijk maakt niemand zich erg druk om de 5 die er niet
zijn, Esmee houd meestal wel van een grapje en dus zal ze het dit keer wel
weer doen. De begeleiders vinden het zelf toch niet zo geruststellend dat de
5 kinderen wegblijven, daarom gaan twee moeders die mee zijn zoeken.
-
- Esmee : Een driesprong, welke kant gaan we op?
- Sjoert : Rechtdoor?
- Dorien : Nee, rechtsaf. We mochten niet over het pat, dus
zouden we dit weggentje niet over mogen.
- Esmee : Oke, rechtsaf dus.
- Dorien: oke
- ze lopen en lopen Maaike en Jordy beginnen erg moe te
worden
- Maaike: kunnen we niet ergens gaan slapen?
- Esmee: nee! We stoppen niet voor het donker is
- Maaike: we zouden maar een uurtje lopen!
- Dorien: Ga nu gaan ruzie maken!!
- Maaike : Het is al bijna donker, het is al bijna 11 uur.
- Dorien : Ja, ik kan ook klokkijken, het is niet kout en ik
slaap liever in het kamphuis dan buiten.
- Sjoert : Ze zouden zich ongerust maken om ons.
- Esmee : laten we doorlopen, we vinden het wel.
- Maaike : Ik wou dat ik mijn mobiel had meegenomen,
- Dorien : Dat mocht niet, dat weet je.
- Sjoert: Nou ik denk niet dat ze ongerust zijn ik denk dat
hun denken dat we een grapje maken HE ESMEE!
- Esmee: Waarom krijg ik nou weer de schuld!
- Sjoert : Omdat jij altijd grapjes maakt.
- Dorien : Ophouden met dat geruzie.
- Jordy : Laten we gewoon doorlopen, we moeten toch eens wat
tegen komen?
- Maaike : In een bos? We komen echt geen boswachter tegen
hoor, ik geloof niet in roodkapje.
- Sjoert: whaaa
- Maaike schikt en gilde de hele boel bij elkaar en slaat
Sjoert
- Dorien: OKE NU OPHOUDEN!!!
- iedereen is stil
- Dorien: ik neem de leiding wel! Als jullie kleuters dat
niet kunnen!
- Dorien stapt stevig door
- en de anderen lopen haar achter na het word donker en
donkerder
- Dorien: oke allemaal elkaar handen vast en lopen anders
raken we elkaar kwijt
- iedereen knikt en doet wat Dorien zegt en dan....
-
- Het verbaast Dorien heel erg dat iedereen naar haar
luistert, want ze heeft zichzelf zomaar als leider opgedrongen.
- Dorien : Dit komt me bekent voor.
- Esmee : Ja, hier zijn we afgezet.
- Maaike : We zijn dus weer terug bij af.
- Jordy : Lekker, nu?
- Dorien : Gewoon doorlopen en het bos links houden, dan
moeten we er toch komen?
- Maaike : Of een rondje lopen.
- Jordy: Maaike doe niet zo dom!
- Maaike begint te huilen
- Jordy: sorry
- hij slaat een arm om haar heen
- Dorien: kom op nog eventjes jongens
- iedereen knikt en loopt veder
- Het tempo word steeds langzamer, iedereen is heel moe. Het
is onderhand al twaalfuur, en de moeders hebben het groepje nog steeds niet
gevonden. Dan zien de vijf kinderen ineens een huisje staan.
- Esmee : Zullen we daar aanbellen?
- Dorien : Ja, misschien kunnen zij ons wel naar het kamphuis
brengen, en anders bel ik gewoon mijn moeder op.
- Esmee : Waarom je moeder?
- Dorien : Die heeft het nummer van de meester en kan dan
vertellen waar wij zitten.
- Maaike: maar jou moeder is toch agent
- Dorien: Hoofd inspecteur
- Maaike: die kan on toch komen redden
- Dorien: nee dat wil ik niet dan bel ik Nick of Sofie wel
die houden hun mondwel anders mag ik nooit meer op kamp
- Maaike: heb jij je mobiel bij je dan?
- Dorien kijkt naar de grond
- Jordy: DAT HAD JE EERDER MOGEN ZEGGEN!
- Esmee: ik ga dat huis niet in! Echt niet ik wil niet
verkracht worden
- iedereen vind dat Esmee wel gelijk heeft en bellen niet aan
want het huisje ziet er niet echt bepaalt goed uit
- Jordy: Dorien heb je je mobiel nu bij je?
- Dorien : Ik zal Nick wel bellen, Mijn moeder zal heel boos
worden als ze weet dat ik mijn mobiel bij heb.
- Maaike : Doe maar, hier is een straat bordje.
- Dorien : Oke, ik bel.
-
- Nick : Dorien wat is er?
- Dorien : We zijn verdwaald, in het bos. Nu zijn we bij een
straat en we zijn heel moe en willen terug naar het kamphuis, maar durf
mamma niet te bellen, we mochten geen mobiels meenemen.
- Nick : In welke straat zijn jullie?
- Dorien : Grote bosweg, vlak bij een eng huisje.
- Nick : Ik kom er met de auto aan.
- Na anderhalf uur is Nick er eindelijk.
-
- Nick: Dorien!!
- Schreeuwt Nick dan komen ze met zijn 5e aan gerent
- Dorien: we d8ten dat je nooit zou komen
- Nick: tuurlijk wel! Waar is het kamp huis?
- Dorien: is Sofie er ook?
- Nick: ja ze zit in de auto
- Dorien: jullie zeggen niets tegen mama he?
- Nick schut nee
- Nick: waas is het kamphuis?
- Dorien : Weet ik niet.
- Nick : Stappen jullie maar in de auto, met een beetje
proppen past dat wel.
- Dorien : Wat ga je dan doen?
- Nick : Rondrijen en kijken of we het kunnen vinden.
-
- Meester Jan : Ik Ze zijn nu te lang weg, we moeten er hulp
bij halen.
- Juf Margriet : Als we de lokale politie op de hoogte
stellen, zouden die dan helpen zoeken?
- Meester Jan : Ik hoor het van wel.
- Juf Margriet : Ik zal het nummer wel opzoeken.
-
- Sofie : Als jullie iets bekends zien, moet je het zeggen.
- Esmee : Zullen we doen.
- Maaike: DAAR DAAR IS HET!!!
- Nick: mooi zo
-
- ze stappen de auto uit
- Dorien geeft Sofie en Nick een kus
- en rent naar de meester toe
- Meester Jan : Gelukkig daar zijn jullie.
- Dorien : We waren de weg kwijt.
- Meester Jan : We wilde net de politie bellen.
- Esmee : Dat hebben jullie toch niet gedaan?
- Meester Jan : Juf Margriet was het net het nummer aan het
zoeken, gaan jullie naar binnen, ik bel de moeder die aan het zoeken zijn.
-
- Maaike : Juf Margriet we zijn er!
- Juf Margriet : Gelukkig.
- Britt: Britt Michiels
- Juf margriet: o sorry mevrouw en ze hangt op
-
- Dorien haalt opgelucht adem
- Nick: Dorien pas je goed op?
- Dorien: jaja
- Nick: jullie allemaal he? Anders kom ik jullie wel redden!
- Sofie: NICK!Vandaag nog!
- Nick: ze is een beetje saggie
- Dorien: oke
- en ze rent naar de andere 4
- Jan: Gaan jullie nu lekker slapen het is al laat
- De 5 kinderen knikken en gaan naar hun slaapzaal, De
meester bedankt Nick en Sofie voor het terug brengen van de 5 kinderen. Dan
kunnen die weer terug naar bed, het is dan ook alweer halfvier in de nacht
als die thuis komen.
-
- Om halfacht is het een hels kabaal, Dorien word wakker en
stopt haar hooft onder haar kussen, ook Maaike en Esmee doen dat, de drie
meiden zijn nog veelte moe om op te staan, ze lagen pas na twee uur op bed.
- Meester Jan vraagt dan ok of de kinderen heel stil willen
zijn Dorien en de andere slapen veder als het 12 uur is worden ze wakker
-
- Esmee: volgens mij moeten we er uit
- Meester Jan: heel goed meisjes! we gaan het bos in
- dan zijn de meiden wakker
- Maaike Esmee en Dorien: HET BOS IN!!
- Meester Jan : Ja, ik weet dat jullie gister al lang genoeg
in het bos hebben gewandeld, maar we gaan toch, alleen jullie magen niet
meer alleen.
- Dorien : Dat wil ik ook niet meer.
- Meester Jan : Mag ik jullie een ding nog vragen?
- Maaike : Wat?
- Meester Jan : Hoe zijn jullie Sofie en Nick tegen gekomen?
- Dorien: ehm...
- Esmee: Nick moest Sofie ophalen bij haar moeder
- Dorien: ja.. jhaar moeder woont hier vlak bij
- Maaike: ja echt waar
- Meester jasn: en wat is dat dan?
- hij loopt naar de mobiel van Dorien
- Dorien kijkt naar beneden.
- Meester Jan : Je heb ze gebeld?
- Dorien : Ja meester.
- Meerster Jan : Ik ben blij dat jullie dat hebben gedaan,
maar ik pak je mobiel wel af, en ik geef hem als we terug zijn aan je
moeder.
- Dorien : Alstublieft meester?
- Meester Jan : Nee Dorien, je hebt je niet aan de regels
gehouden dus worden daar maatregelen om genomen, zo zit het ook op school
daar word hij ook aan je moeder terug gegeven.
- Dorien: oke dat u hem inneemt oke maar zou u hem dan aan
mij willen terug geven
- Jan: nee
- Dorien: aan Nick of Sofie
- Jan: dat mag ook maar je moeder word ingelicht
- Dorien: nu ben ik dood
- Jan: stel je niet aan kom op aan kleden we moeten op pat!!
- Esmee : Zo streng is je moeder toch ook weer niet?
- Dorien : Als het op regels aan komt wel, eigenlijk wilde ze
niet dat ik een mobiel had, maar omdat ik nu met de fiets naar school mocht,
wel zodat ik kan bellen als er wat is.
- Maaike : Nou, ik was anders heel blij dat je hulp kon
inschakelen.
- Dorien : Ja ik ook, maar nu hen ik ook wel een probleem.
- Laura : Als jullie niet opschieten heb je nog een groter
probleem, iedereen wild nog eten voor dat we het bos in gaan.
- Dorien: Ja we komen!!
-
- In de eet zaal kijken iedereen Dorien en de andere aan en
gaan aan tafel zitten nemen wat hapjes brood en dan worden ze in groepten
verdeelt Maaike,Dorien, Jordy Esmee en Sjoert zitten bij elkaar ze vinden
het heel eng om het bos in te gaan gelukkig gaan Jan mee
- Dorien is nog wel boos op meester Jan, omdat hij haar
moeder gaat vertellen over de mobiel. Daarom blijft Dorien zo ver mogelijk
bij hem uit de buurt. Ze wandelen nu echt door het bos en het is wel
duidelijk dat meester Jan hier al vaker is geweest, want hij weet de weg.
-
- Meester Jan : We gaan hier een hut maken, overmorgen komen
er juffen en meester op de bonte avond kijken, maar we laten ze ook een
opdrachtje doen, maar die moeten jullie verzinnen, het moet allemaal in en
om de hut gebeuren.
- Dorien: betekend dit dat we dus twee nachten in het bos
moeten slapen
- Meester Jan: Nee geen twee maar eentje en dat is die van de
bontenavond
- Iedereen in koor : nee dat willen wij niet want het bos is
eng
- Meester Jan : Het was maar een grapje.
- Dorien : Ik vind dat geen leuk grapje, ik wil naar huis.
- Meester Jan : Je moet toch wel ergens tegen kunnen?
- Dorien : Ja, maar vind het niet meer leuk.
- Meester Jan : Je bent gewoon heel boos op mij, dat is het
he?
- Dorien : Ja.
- Meester Jan : Als jij je nu gewoon gaat gedragen, en niet
meer dwars gaat liggen, dan krijg je je mobiel op school terug, maar de je
dat niet, krijgt je moeder hem, afgesproken?
- Dorien : Afgesproken.
- Esmee : Maar waarom moeten we dan een hut maken?
- Meester Jan : Jullie maken die opdrachtjes voor een juf of
meester, die moet dat dan gaan maken, maar het is wat leuker om dat in een
hut te doen, en een hut bouwen is toch leuk?
- iedereen knikt en gaat hout zoeken
- ineens zijn Jordy en Maaike weg
-
- Dorien: waar zijn die 2?!
- Ze gaan ze zoeken na 10 minuutjes hebben ze hun gevonden ze
staan te zoenen achter een boom.
- Dorien : En vol blijven houden dat jullie geen verkering
hebben zeker.
- Jordy : Moei je er niet mee Dorien.
- Maaike : Laat ons gerust.
- Dorien : Moeten jullie je maar niet verstoppen want we
waren jullie kwijt.
- Jordy : Nou en, dan zijn wij toch lekker kwijt.
- Dorien : Gister was je anders ook blij om gevonden te
worden.
- Meester Jan: Doe dat nooit meer, begrepen? Zo maak je ons
alleen maar ongerust. (streng)
- Maaike : Sorry meester.
- Meester Jan : Oke, dan gaan jullie nu met zijn alle samen
werken aan de hut.
-
- Dorien : Maaike help eens even?
- Maaike : Nee, geen zin in.
- Dorien : Ik hou het niet, die tak is veelte zwaar.
- Maaike : Je vraagt maar een ander ik ga je niet helpen.
- Dorien : We moesten samen werken, weet je wel.
- Dan laat Dorien de tak boos vallen.
- Meester Jan: Wat gebeurt er hier weer?! (boos/streng)
- Dorien : Niets.
- Maaike : Dorien maakt ruzie.
- Meester Jan : Nu eerlijk wat er aan de hand is dames?
- Dorien : Laar maar.
- Meester : Nee, ik wil weten wat er aan de hand is, dus je
verteld het maar gewoon.
- Dorien : Maaike wilde me niet helpen.
- Maaike : Dorien vroeg het niet eens maar commandeerde me.
- Meester : Oke, dit is jullie laatste kans, als jullie nu
niet meer normaal doen, word je terug naar het kamphuis gebracht, en dat
betekend dat je daar de rest van de dag voor straf zit. (streng)
- Dorien: Oke... (zacht)
-
- Dorien stampt boos weg en neemt zich voor om de hele dag
niet meer tegen Maaike te praten... Na een uurtje...
-
- Maaike: Dot, wil je me ff helpen?
-
- Dorien antwoordt niet en doet verder met wat zijzelf bezig
was...
- Jordy : Zo zit hij goed vast he meester?
- Meester Jan : ja, dat zit goed vast, laten we eens bij die
drie meiden gaan kijken hoe het daar gaat.
-
- Maaike : Dorien doe niet zo koppig.
- Esmee : Ik help wel.
- Maaike : Nee, ik vraag Dorien toch.
- Esmee : oke, maar denk niet dat ze zal helpen.
- Meester Jan : Dorien Michiels, hier komen.
- Dorien schrikt, nu de meester haar roept, ze had hem niet
zien aankomen. Dorien loopt naar hem toe.
- Meester Jan : Je weet wat afgesproken is Dorien?
- Dorien : Ik vind het niet eerlijk Maaike hielp mij ook
niet.
- Meester : erg jammer voor jou, maar je weet de afspraak, ik
ga jou weg brengen en jullie blijven met zijn vieren bij de hut en gaan niet
uit de buurt begrepen?
- De vier kinderen knikken naar de meester.
-
- Dorien loopt boos weg, maar de meester pakt haar bij de
hand vast.
- Meester Jan : Ik wil niet dat je nog eens verdwaalt.
- Dorien : Ik wil naar huis.
- Meester Jan : Je gaat pas naar buis wanneer iedereen gaat,
je mag nu bij Meester Hans blijven, die is nog in het kamphuis.
- Dorien: fijn!
- Meester Jan : Oke, en wat ga je doen in het kamphuis?
- Dorien : Waar ik zin in heb.
- Meester Jan : Dacht ik niet, je kan een opstel gaan
schrijven over hoe je je de afgelopen twee dagen hebt gedragen, en ik wil
vier kantjes en geen woord gelogen Dorien.
- Dorien : Zo veel.
- Meester Jan : Ja, je moet je toch vermaken, en dan laat ik
je liever iets doen waar je wat aan hebt, en opstellen maken is niet echt je
sterke kant.
- Dorien : Ik ga weglopen en ik wil nooit meer op kamp.
(boos)
- Meester Jan : Ik zal je moeder alvast inlichten. (kalm)
- Dorien: nee niet doen!
- JAN: wat moet ik met je aan Dorien
- Dorien: niets! me gewoon mee laten werken
- Meester Jan : Ik had je al een kans gegeven Dorien,
misschien mag je vanavond weer mee doen, als je je bij meester Hans
gedraagt.
- Dorien : Maar ik vind dat veelte moeilijk een opstel en dan
zo lang ook.
- Meester Jan : Doe maar je best en schrijf er gewoon alles
in hoe het gegaan is, vanaf dat je hier bent.
- Dorien : Mag ik dan weer mee doen?
- Meester Jan : Als je je hebt gedragen wel.
-
- Bij het kamphuis aangekomen zijn ze niet de enigste, een
moeder en 5 andere kinderen zitten ook binnen verspreid.
- Meester Jan : Dorien, ga maar bij Simon aan de tafel
zitten. Wat is er gebeurd?
- Moeder : Het valt mee dat ze nog leven, die vijf jongens
waren gaan vechten, een beetje uit de hand gelopen dus.
- Meester Jan : Leuk kamp word het zo, Ik laat Dorien hier
ook achter, die weet wat ze moet doen, ik ga naar de overige 4 die nog in
het bos zijn.
- Dorien: Gaat het Simon?
- Simon: mwa
- Dorien: heb je straf?
- Simon knikt
- Dorien: ik ook
-
- Dorien pakt pen en papier en begint te schrijven
- Het is de gehele tijd stil, tot het 5 uur is, want dan komt
de rest van de klas met een hels kabaal binnen gestormd.
- Iedereen krijgt wat van Meester Hans te drinken en dan gaat
iedereen weer naar buiten, want ze mogen nu vrij spelen. Meester jan ziet
dat Dorien nog hard zit te schrijven dus stoort hij haar nog maar niet, en
neemt eerst de 5 vechters bazen bij elkaar. Die mogen na een behoorlijk
gesprek ook naar buiten toe. Dan gaat meester Jan naast Dorien zitten, die
nog ijverig zit te schrijven.
- Meester Jan : Dorien, geef eens hier wat je geschreven
hebt, en dan moet je wat te drinken gaan halen voor je zelf bij meester
Hans. Dorien knikt en geeft 3 blaadjes aan haar meester en loopt dan naar
meester Hans toe. Wanneer ze met een bekertje drinken weer gaat zitten is de
meester aan het lezen. Wanneer hij alles heeft gelezen legt hij het aan de
kant.
- Meester Jan : Ik dacht dat jij 4 kantjes teveel vond?
- Dorien : Ik heb naar u geluisterd en alles op geschreven,
- Meester Jan : Ik vind dat je het heel goed hebt gedaan, en
het is nu wel 5 en een half kantje geworden.
- Dorien : Dus ik heb het goed gedaan?
- Meester Jan : En weet je wat dat betekende?
- Dorien knikt en loopt naar buiten waar Maaike naar haar toe
komt
- Maaike: Sorry Dorien
- Dorien: het maakt niet uit
- en ze loopt door
- Maaike: DORIEN! wat is er?
- Dorien: NIETS!
- ze gaat ergens zitten waar niemand komt Maaike gaat naast
haar zitten
- Maaike: Wat is er met je?
- Dorien: Ben voor het eerst ongesteld geworden
- Maaike: Wat een kamp!!
- Dorien : Ik wil gewoon naar mijn moeder toe.
- Maaike : Heb je eigenlijk iets bij je?
- Dorien : Ja, mamma had me wat gegeven.
- Maaike : Als je niet genoeg hebt, ik heb ook wat van mijn
moeder gekregen.
- Dorien : Bedankt, maar ik vind het gewoon niet fijn.
- Maaike : Heb je veel pijn?
- Dorien : Ja, heel veel buikpijn.
- Maaike : Moet je het niet aan de meester vertellen?
- Dorien : Die snapt het toch niet.
- Maaike : En de juf of een moeder?
- Dorien: Misschien
- Maaike: je mag ook met mij praten
- Dorien: ik wil gewoon naar huis het is een kamp van niets
- Maaike: het komt gewoon allemaal door dat we zijn verdwaalt
- Dorien: denk je?
- Maaike : Het was best wel gezellig in het bos, alleen wij
zijn zo dom geweest om ruzie te gaan maken.
- Dorien : Het groepje van Simon had ook met zijn alle straf,
ze zaten al binnen toen ik kwam, dat is toch niet leuk op kamp?
- Maaike : Ik vond het ook oneerlijk van de meester dat jij
straf kreeg, zo erg was het toch ook weer niet.
- Dorien : Hij had me wel gewaarschuwd.
- Maaike : Toch vind ik het onzin.
- Maaike: het is een kamp dat moet gezellig zijn
- Dorien: je hebt gelijk kijk ze gaan een spelletje doen
- Maaike: ik heb geen zin
- Dorien: ik ook niet
- Maaike: dan blijven we lekker zitten
- Dorien: Maaike je bent me beste vriendin
- Maaike: jij ook de mijne
- en ze omhelzen el kaar
- Dorien en Maaike praten nog een tijdje door, ze zijn zo
druk in gesprek dat ze niet in de gaten hebben dat iedereen naar binnen gaat
om te eten. Daar worden ze door Meester Jan gemist, die baalt er van dat het
weer Dorien is. Hij is helemaal niet gewent dat Dorien zo slecht luister.
Meester Jan gaat daarom maar even buiten lijken, en al snel heeft hij de
twee meiden gevonden, die helemaal niet op hem letten.
-
- Meester Jan : Dorien en Maaike!
- De twee meiden schrikken en kijken naar de meester.
- Dorien : Ja meester?
- Meester Jan : Waarom zijn jullie niet als iedereen naar
binnen gegaan voor het eten?
- Dorien : We hebben niet opgelet meester.
- Maaike : We hebben het echt niet expres gedaan.
- Meester Jan: vooruit! Naar binnen!
- Dorien en Maaike staan op en weten niet hoe vlug ze weer
naar binnen moeten gaan. Na het eten heeft het groepje van Dorien afwas
corvee dus zijn ze daar nog een tijdje mee bezig. Wanneer dat gebeurd is,
moest ze eigenlijk naar buiten, maar het begint ineens erg hard te regenen,
en daar word er in de eetzaal verzameld.
-
- Meester Jan : We wilden eigenlijk een spel gaan doen, maar
het regent nu Daarom lijkt het me een goed idee, om alles maar aan de kant
te zetten en een disco te gaan houden.
- Ze vinden het allemaal een goed idee het word erg laat in
de nacht en hun eenderlaatste dag gaat in
-
- Dorien : Over mogen lekker naar mama
- Esmee : heerlijk ik hoop dat kamp volgend jaar beter word!
- Maaike : dat hoop ik ook
- Dorien : Weten jullie al naar welke school je volgend jaar
gaat?
- Esmee : Wij gaan dan verhuizen, ik ga dan in Brussel naar
school.
- Maaike : Het Heilighart, jij toch ook Dorien?
- Dorien : Ja, ik hoop dat we bij elkaar zitten.
- Maaike : Het is zeker wel te hopen.
- Om half twee gaat dan de muziek uit met de mededeling dat
iedereen naar zijn bed moet en over een halfuur het muisstil moet zijn.
- Dorien en Maaike kunnen niet slapen en weten dat niet van
elkaar
-
- Maaike: Dorien?
- Dorien: ja?
- Maaike: zullen we even naar buiten gaan?
- Dorien : Nog even wachten, ik denk dat ze zo nog gaan
controleren of iedereen in bed licht.
- Maaike : Ja, wel slimmer, want als Meester jan er achter
komt zwaait er wat voor ons.
- Dorien : Er zwaait dadelijk nog heel wat voor me als de
meester met mijn moeder heeft gepraat.
- Maaike : Ik hoop dat je moeder de humoor er in zal zien
zitten.
- Dorien : Misschien, maar ook de regels, en daar is mijn
moeder heel streng in.
- Maaike : Is dat misschien flik eigen?
- Dorien : Kan. Dan horen ze ineens voetstappen en ze houden
meteen hun mond en doen alsof ze slapen.
- De deur gaat open en meester jan komt binnen hij denkt
iedereentoe en loopt de deur weet uit
- Maaike: hij is weg!
- Dorien: jah
-
- Maaike: zullen we naar buiten gaan?
- Dorien: ja is goed
- Dorien en Maaike doen hun kleding aan en sluipen heel
voorzichtig naar buiten. Daar gaan ze weer op het plekje waar ze eerder die
avond hebben gezeten zitten. Ze waren slim genoeg geweest om nu een plastik
tas mee te nemen, want de grond was nog niet opgedroogd.
-
- Dorien : Ik mis mijn mama.
- Maaike : Heb je dat altijd als je gaat logeren?
- Dorien : Nee, normaal nooit.
- Maaike : Raar.
- Dorien : Ik heb het gewoon niet naar mijn zin, en ik wil
gewoon naar huis toe, eigenlijk wil ik weglopen, maar ik weet de weg niet en
ik durf het niet, om alleen het bos in te gaan.
- Maaike: je kan die Nick en Sofie toch belle
- Dorien: die komen me echt niet halen!
- Dorien : Daarbij, de meester heeft mijn mobiel afgepakt.
- Maaike : Sorry.
- Dorien : Geeft niets, ik ga morgen gewoon zeuren, ik wil
gewoon naar huis.
- Maaike : Ik hoop dat de meester het goed vindt.
- Dorien : Anders ga ik gewoon heel erg vervelend doen.
- Maaike : Dan krijg je straf, daarmee kan je niet naar huis.
- Dorien: jij helpt me toch wel?
- Maaike denkt even na en knikt
- Maaike: ik wil eigenlijk ook wel naar huis
- Dorien: ik vind het helemaal niet leuk
- Maaike : Zullen we samen weglopen?
- Dorien : Ik vind het wel eng.
- Maaike : We zitten hier niet zo ver van de grote weg, en we
komen denk ik morgen wel snel met de bus in Gent.
- Dorien : Ik heb niet genoeg geld en ze zouden ons tegen die
tijd wel missen.
- Maaike : Dan moeten we zwart gaan rijden.
- Dorien : Ik weet het niet.
- Maaike: dan hebben we te minste nog avontuur!"!
- Dorien: oke dan
- Maaike: morgen na het ontbijt goed?
- Dorien: oke
-
- ze zijn nu wel erg moe en gaan toch maar naar bed en ze
vallen in een diepe slaap
- Bij het ontbied lijkt er wel rekening met hun gehouden,
want meester Jan verteld dat ze naar Keerbergen. Dorien en Maaike kunnen hun
lol niet op, want daar zouden ze in groepjes mogen rondlopen, ze zouden wel
zorgen dat ze dan samen weg kwamen. Ze weten precies al wat ze gaan doen.
Met de bus naar Antwerpen en dan met de trein naar Gent, want ze kregen
allemaal een strippenkaart van de meester per twee om heen en terug te
kunnen met de bus van het kamphuis naar Keerbergen. Iedereen maakt een luns
parketje en dan gaan ze op pad.
- Dorien en Maaike hebben in de bus gelukkig een zit
plaatsje, wat niet iedereen heeft, de twee meiden zijn wel stickzenuwachtig
voor wat er gaat gebeuren.
- Wanneer ze in Keerbergen zijn, wandelen ze een halfuurtje
met de klas rond, dan mogen ze van de meester 2 uur vrij rondlopen, want dan
moeten ze een opdrachtje doen.
- Dorien en Maaike maken zich al snel los van de groep en
lopen naar de bushalte toe, ze moeten dezelfde bus hebben als dat ze net in
zaten. Gelukkig komt de bus er net aan rijden, daar zijn de meiden heel blij
mee, ze stempelen af tot naar Antwerpen en gaan lekker zitten. Nu is het
heerlijk rustig in de bus.
-
- Wanneer ze na een ellen lange busreis in Antwerpen op het
station zijn lopen ze naar een kaatjes automaat, Maaike kijkt hoeveel een
enkel kinderkaartje naar Gent kost, gelukkig hebben ze beiden genoeg bij om
een kaatje te kopen. Na dat ze een kaartje hebben gekocht lopen ze naar het
perron, daar rijd de trein net voor hun neus weg, dat word dus wachten.
- Na een halfuur op het perron wachten gaat de volgende trein
en daar stappen ze dus ook in. Wanneer ze 10 minuten in de trein zitten komt
de conducteur.
- Conducteur : Mag ik jullie kaartjes zien? (vriendelijk)
- Dorien : Hier zijn ze.
- Conducteur : Dat ziet er goed uit, moeten jullie niet naar
school?
- Maaike : Nee, we hebben vrij vandaag er is studie dag, en
wij gaan bij Oma in Gent logeren.
- Conducteur : Veel plezier, oma haalt jullie toch wel van de
trein hoop ik?
- Dorien : Ja, ze wacht op het station.
- Conducteur: Oke gelukkig
-
- Maaike: dat was net op het nippertje
- als de trein minder vaart begint te krijgen na een half
uurtje gaat het hart van Maaike en Dorien te keer
- Dorien: ik ben best wel een beetje bang
- Maaike: ik ook best wel een beetje
- De klas mist Dorien en Maaike al, en Meester Jan is nu
flink boos aan het worden in zichzelf. Hij besluit zelf maar te wachten
terwijl de rest verder gaat met wat er gepland is.
-
- Dorien en Maaike lopen nu op Gent-SintPietters.
- Maaike : Hoe komen we thuis, we hebben geen strippen meer
en ook geen geld om een strippenkaart te kopen.
- Dorien : Lopen?
- Maaike : Naar jou huis?
- Dorien : Mijn moeder is aan het werk, die is niet thuis,
jou huis dan maar?
- Maaike : Ja dat is goed.
- Dorien : Oke, laten we dan maar gaan.
- Dan zijn ze bij het huis van Maaike aangekomen.
- ding dong.
- Maaike: Mama mama
- er doet niemand open.
- Dorien: er doe niemand open.
- Maaike: zullen we naar die Nick en Sofie gaan
- Dorien: oke
-
- ze zijn bij Nick en Sofie aangekomen
- Sofie doet open.
- Sofie: Dorien!!!!!!!!!
- Dorien : Mogen we binnen komen?
- Sofie : Ja en jij gaat gelijk je moeder bellen Dorien.
(streng)
- Dorien : Ja Sofie. (klein)
-
- Britt : Ja Sofie wat is er?
- Dorien : Ik ben het Dorien.
- Britt : Ben je bij Sofie? (opgelucht)
- Dorien : Ja.
- Britt : Oke blijf daar.(streng)
- Dorien : Ja mamma.
-
- Sofie : Waarom zijn jullie weggelopen? (streng)
- Dorien : Ik vond het een stom kamp.
- Sofie : Dan kan je niet zomaar weglopen, iedereen maakte
zich ongerust om jullie, de meester heeft jullie moeders gebeld.
- Dorien : Het spijt me.
- Britt: DORIEN!! WAAR BEN JE!
- Sofie: rustig maar Britt
- Britt : nee!
- Dorien: mama het was niet leuk!!
- Britt: En daarom loop je zomaar weg?!
(schreeuwend/ontzettend boos). Je weet nog niet half hoe ongerust ik
was!!!!!
- Sofie: Britt rustig maar
- Britt: nee me kind loopt weg met een vriendin en ik moet
rustig blijven wie weet wat er allemaal had kunnen gebeuren
- Dorien begint zachtjes te huilen...
-
- Dorien: Het spijt me. (huilend)
- Britt: kan me niets schelen! Maaike kom ik breng je naar
huis!
- Maaike: mijn ouders zijn er niet
- Sofie: Maaike blijf maar hier ik bel je moeder wel
-
- (Maaike haar moeder en Sofie zijn vriendinnen)
- Maaike: oke
- Dorien: dag Maaike
- Maaike zwaait Dorien uit in de auto is er een graf zweer
- Dorien: Mama? (zacht)
- Britt: Zwijg!
- Dorien: Maar mama
- Britt: als we thuis komen ga je meteen naar je kamer
begrepen
- Dorien: maar mama
- Britt: BEGREPEN!
- Dorien : Ja mamma. (klein)
-
- Thuis aangekomen gaat Dorien naar haar kamer en valt daar
huilend op bed. Britt pakt de telefoon en belt de meester op dat Dorien goed
is aangekomen, daar is hij heel blij om, en hij verontschuldigt zich
nogmaals dat dit is gebeurd. Britt zegt dat het goed is en legt dan de
telefoon neer en gaat naar boven.
-
- Britt : Ophouden met huilen. (streng)
- Dorien: Maar mama... (snikkend)
- Britt : Ik wil dat je stopt met huilen eerder kan ik geen
fatsoenlijk gesprek met je ondergaan. (streng)
- Dorien : Ja mamma.
- Britt : Wat wilde je zeggen?
- Dorien : Ik ben op kamp ongesteld geworden.
- Britt : Dat is vervelend, gaat het een beetje?
- Dorien : ja.
- Britt : Dorien, kan je me nu vertellen waarom jullie zijn
weggelopen?
- Dorien : Ik vond het kamp helemaal niet leuk.
- Britt : Ja dat had je al verteld, maar daarom loop je toch
niet weg?
- Dorien : Ik heb steeds ruzie met de meester, ik heb een
hele tijd alleen moeten zitten. En nog meer dingen.
- Britt: Daarom loop je toch zomaar niet weg?
- Dorien: En er is nog iets... (zacht)
- Britt: Vertel maar... (uitnodigend/al een stuk
vriendelijker)
- Dorien: Meester Jan heeft mijn mobiel afgepakt... (zacht)
- Britt : Hoe kan dat, die lag toch thuis? (streng)
- Dorien : Ik had hem mee genomen. (zacht)
- Britt : Heb je nog meer verassingen, en laat me niet merken
dat je iets achter houd, want dan zwaait er wat voor je Dorien Michiels.
- Dorien : We waren verdwaald en toen heb ik Nick gebeld, die
is ons komen halen en heeft ons terug gebracht.
- Britt : Waarom heb je Nick gebeld en niet mij?
- Dorien: Omdat...
-
- Dorien zucht even...
-
- Dorien: Omdat ik bang was dat je boos zou worden... (zacht)
- Britt: En denk je dat ik nu niet boos ben? (streng)
- Dorien : Heel erg boos.
- Britt : Dat ben ik, maar als je mij gebeld had omdat je
verdwaald was, waarom zal ik boos zijn?
- Dorien : Om mijn mobiel.
- Britt : Ja, maar het zal denk ik niet zo erg geweest zijn,
een flinke preek en ik had je mobiel afgepakt en het was klaar, maar nu is
het niet alleen maar een preek.
- Dorien : Ik begrijp het mamma.
- Britt : We gaan daarom samen naar een gepaste straf zoeken,
jij moet jezelf een straf geven, ik kijk of het gepast is.
- Dorien : Ja mamma.
- Britt : Wat heb je voor straf verdiend Dorien?
- Dorien: Ik weet niet... (zacht)
- Britt: Dorien... (streng)
- Dorien : Huisarrest? (twijfelend)
- Britt : En hoelang dan?
- Dorien : Een week?
- Britt : Oke, dus je hebt een week huisarrest, je weet wat
dat betekent?
- Dorien : Niet bij andere spelen, er mogen geen
vriendinnetjes komen, geen computer en TV.
- Britt : Oke, nu ga je de meester bellen en verteld wat er
aan de hand is.
- Dorien : Oke, mamma.
- Britt : Ik zal het nummer intoetsen.
- Britt toetst het nummer van de meester in...
-
- Meester: Jan...
- Dorien : met Dorien.
- Meester Jan : Je bent maar naar huis gegaan.
- Dorien : Ja, ik vond het helemaal niet leuk op kamp, u was
steeds boos op mij en ik mocht van u niet eerder naar huis, daarom ben ik
weggelopen.
- Meester jan: Ik ben nog niet klaar met jou als je op school
komt
- Dorien: moet ik nu bang zijn?
- Meester jan: nee maar ik ga Maaike ook nog bellen als
jullie weer op school zijn dan
- Dorien: ik zal aan iedereen vertellen dat het een stom kamp
was!!
- Meester Jan : Ik denk dat jij daar zelf een aandeel heb
gehad.
- Dorien : Ik mocht niets, van u daarom was het niet leuk.
- Meester Jan : Ik heb op jou na van niemand klachten gehad
Dorien, maar we praten er maandag wel over, jij gaat morgen gewoon naar
school, je kan dan naar de 5e klas.
- Dorien : Ja meester.
- en Dorien hangt op en kijkt haar moeder aan
- Dorien: ik moet morgen naar school
- Britt : Had je verwacht thuis te mogen blijven?
- Dorien : Ja.
- Britt : Dat is peg hebben, en ik moet nu nog even oma
bellen of die kan oppassen want ik moet vanavond werken.
- Dorien : Ik wil niet naar oma, ik wil thuis blijven.
- Britt : Als je geluk hebt komt ze hier heen als je geen
geluk hebt niet.
- Dorien : En als ze niet wild oppassen?
- Dorien: Tony?! (hoopvol)
- Britt weet dat Dorien Tony heel erg mist en dat Tony Dorien
mist
-
- Britt: ik bel Tony maar dan ga jij je super goed gedragen!
- Dorien : Dat zal ik zeker doen.
- Britt : Oke, ga nou maar spelen.
-
- Tony : Dierickx.
- Britt : Met Britt.
- Tony : Hoi, hoe is het?
- Britt : Goed, met jou ook?
- Tony : Ja, maar waarom belde je?
- Britt : Ik moet voor vanavond oppas voor Dorien hebben.
- Tony : Die was toch op kamp?
- Britt : Ja die was op kamp, maar is ook weer naar huis
gegaan met een vriendin.
- Tony: o en ik moet oppassen
- Britt: als je dat wilt
- Tony: TUURLIJK!!
- Britt: dank je
- Tony: ik kom er aan!
- Britt : Je hoeft je niet zo te haasten hoor, maar ik vind
het wel gezellig als je vroeg komt.
- Tony : Ik ook, we zien elkaar tegenwoordig zo weinig.
- Britt : Veelte weinig.
- Tony : Nou dan ga ik even de spulentjes van Vera inpakken
en dan kom ik naar jou toe.
- Britt : Tot zo dan he.
-
- Britt : Dorien, Tony komt oppassen, maar het is geen
feestje of wat, je hebt nog altijd straf.
- Dorien : Begrepen mamma.
- na een half uurtje komt Tony binnen Dorien zit nog altijd
op haar kamer en hoort Tony binnen komen maar gaat niet naar beneden
- Britt: Tony is er
- Dorien: oke (heel zachtjes)
- Britt: ze heeft straf
- Tony: ik ga wel even
- Britt : Ze zal zich denk ik rustig houden, ze heeft
huisarrest en ik heb haar nu even hard aangepakt, ik vind het niet goed dat
ze zomaar is weg gelopen.
- Tony : Ik begrijp het, ik zou me aan de regels houden.
- Britt : Dankje.
- Tony : Let jij even op Vera.
- Britt : Ja is goed.
-
- Tony : Ben je niet blij dat ik er ben?
- Dorien : Ja, maar ik heb straf.
- Tony : Dat weet ik, maar je mag wel naar beneden komen.
- Dorien : Maar ik ben bang dat ik iets doe wat nu niet mag
en dat mamma weer boos op me moet worden.
- Tony : Het gaat je wel lukken, en anders vraag je aan je
moeder of ze je eerst wild waarschuwen, dat doet ze echt wel.
- Dorien : Oke, dat ga ik vragen.
- ze geeft Tony een kus en knuffelt haar
- Dorien: heb je Vera ook mee genomen
- Tony: ja tuurlijk wij gaan zo lekker winkelen goed
- Dorien : mag dat dan wel van mamma?
- Tony : We zouden vanavond toch iets moeten eten Dorien.
- Dorien : Ja, maar dat is niet winkelen.
- Tony : Ik moet nog wat kleding voor Vera halen, maar ik kan
dat ook morgen doen, dan kan je op je kamer blijven als we boodschappen
hebben gedaan.
- Dorien: nee nee we gaan winkelen
-
- samen lopen ze naar beneden
- Britt: gaat het Dorien?
- Dorien: ja
- Tony: We gaan vanavond winkelen k moet kleren hebben voor
Vera ze groeit veel en veel te snel
- Britt : Dorien moet wel op tijd naar bed, ze moet morgen
wel naar school.
- Tony : Weet ik, en dan haal ik gelijk wat om te eten.
- Britt : Dat is goed, ik ga over een uurtje er vandoor.
-
- Britt: je gaat wel lief doen hè Dorien
- Dorien: mama wil je niet meer boos zijn
- Britt pakt haar dochter vast
- Britt: ik ben niet boos maar je kan niet zo maar weg lopen
stel nou dat je ontvoerd was of zo
- Dorien : Sorry, daar heb ik niet aan gedacht mamma.
- Britt : Je begrijpt dus waarom ik je nu laat merken dat je
het nooit meer moet doen.
- Dorien : Ik zal het ook echt nooit meer doen mamma.
- Britt : Dat geloof ik wel, en de volgende keer ga je maar
net zo lang zeuren tot je mag bellen.
- Dorien: voor mij echt geen volgende keer
- Britt: en Simon? Wat vond Simon er van?
- Dorien: die had het reuze naar zijn zin! Maaike en nog een
paar kinderen hadden het echt gehad
- Britt: jullie zijn allemaal terug gekomen
- Dorien: nee alleen Maaike en ik
-
- Op het kamp
- Esmee: Dorien en Maaike zijn naar huis he!
- Jordy: Dat wil ik ook!!!
- Esmee: we gaan klagen!!
- Esmee : Meester ik vind het helemaal niet leuk hier op
kamp, ik wil naar huis.
- Meester Jan : Morgen mag je naar huis.
- Esmee : Ik wil nu naar huis.
- Meester Jan : Dat gaat Niet Esmee.
- Jordy : Waarom zijn Dorien en Maaike dan wel naar huis?
- Meester Jan : Die waren weg gelopen, maar dat gaan jullie
niet doen, voor hun hangt ook nog een straf er aan vast.
- Esmee : Maar ik wil naar huis.
- Meester: Esmee! hou op!
- Jordy: het is een kamp van niets meester!!
- Meester Jan : Door jullie slechte start, maar op jullie
groepje na hoor ik niemand klagen, is wel vreemd hè?
- Esmee : Nou ik vind het niet leuk, anders gaan wij ook
weglopen.
- Meester Jan : Jullie verdwalen hier in de buurt, dat
betekent dat je nog een nacht in het bos moeten dwalen.
- Jordy : Oke, we blijven wel.
- Meester Jan : Over twee uur zijn de andere meesters en
juffen er, gaan jullie nog maar wat oefenen voor jullie stukje wat je gaan
opvoeren.
- Esmee: daar hebben we geen zin in
- de meester loopt weg
-
- Jordy: ik heb ook stiekem me mobiel me genomen
- Esmee: oke! dan bellen we Dorien even op en vragen hoe zij
naar huis is gekomen
- Jordy gaat naar zijn slaapzaal om zijn mobiel te halen en
dan gaat hij met Esmee naar buiten. Daar bellen ze naar het huis van Dorien.
-
- Dorien : Mag ik opnemen mam?
- Britt : Ja dat is goed.
-
- Dorien : Dorien Michiels.
- Jordy : Met Jordy.
- Dorien : Hoi Jordy.
- Jordy : Dorien, hoe zijn jullie weggelopen?
- Dorien : Met het openbaar vervoer, hoezo?
- Jordy : Wij willen ook weglopen, wij hebben het niet naar
onze zin.
- Dorien : Doe het niet, je hebt dadelijk alleen maar
problemen als je dat doet, en het is heel erg gevaarlijk.
- Britt kijkt Dorien aan
- Jordy : ja maar we willen niet meer
- Dorien : jullie blijven!! Morgen is jullie laatste dag
- Jordy : En jij verplicht ons te blijven, je bet toch zelf
ook weg gelopen.
- Dorien : Daar heb ik nu spijt van, ik heb heel veel mensen
in angst laten zitten en nu heb ik heel veel straf, dus blijf gewoon.
- Jordy : we zien wel.
- Dorien : Blijf gewoon daar, begrepen?
- Jordy: oke
- Dorien: echt Maaike en ik hebben super veel straf en Maaike
heeft echt grote problemen als haar moeder het weet
- Jordy: ze word geslagen he?
- Dorien: Dag Jordy
- Dorien hangt dan op.
-
- Britt : Jordy wilde ook weglopen?
- Dorien : Ja, samen met Esmee, maar ze gaan het niet doen
denk ik.
- Britt : Dat is wel te hopen, had jij weggelopen als jullie
niet weg waren gegaan?
- Dorien : Ja. (schamend)
- Britt : Dan ben ik blij dat je het zo hebt gedaan, als
jullie bij een dropping het kamphuis niet eens kunnen vinden, hoe wil jij
dan thuis komen?
- Dorien : Weet ik niet.
- Britt : Ik ben blij dat je je les geleerd hebt, maar ik
moet werken.
- Dorien : Doe de groetjes aan Sofie.
- Britt : Zal ik doen.
- Britt gaat weg en Dorien pakt haar telefoon
-
- Jordy: met Jordy
- Dorien: je neemt de trein naar gent en dan de bus doei!
-
- dan hangt ze op
- Dorien probeert Maaike te bellen
- Maaike: met het huis van Sofie en Nick
- Dorien: ben je er nog steeds?
- Maaike: ja en je weet waarom!
- Dorien: heb jij ook straf
- Maaike: ja
- Dorien: Jordy en Esmee lopen ook weg
- Maaike : Ze zijn toch al terug op het kamp?
- Dorien : Ja.
- Maaike : Dat vinden ze nooit de weg naar de stad.
-
- Tony : Met wie ben je aan het bellen? (streng)
- Dorien : Maaike. (betrapt)
- Tony : Ophangen, volgens mij mag dat niet zonder dat je het
gevraagd hebt gaan bellen als je huisarrest hebt.
- Dorien : Ja Tony.
-
- Dorien : Maaike, ik moet ophangen, tot morgen op school.
- Maaike : Tot morgen.
- Dorien: dag Vera
- Vera: jahllow Dolien
- Tony:zullen we gaan?
- Dorien : Ja.
- Tony : Nou, kom mee dan.
-
- In de auto is Dorien toch ietsje minder vrolijk, want ze is
toch wel een beetje geschrokken dat Tony haar betrapte.
- Tony: rustig maar schat ik vertel niets tegen je moeder
-
- Dorien glimlacht als ze inde winkel straat zijn kijkt
Dorien haar ogen uit
- Wanneer ze wat kleding voor Vera hebben gekocht en
boodschappen hebben gedaan, gaan ze weer naar huis. Daar maken Dorien en
Tony het eten samen klaar. Dorien vindt het wel leuk om samen met Tony te
koken.
- Ze maken lol Voor dat ze het weten is Britt al weer thuis
-
- Britt: en gezellig gehad?
-
- De volgende dag moet Dorien gewoon naar school
- Dorien heeft helemaal geen zon om naar school toe te gaan.
Ze moet dan ook nog eens bij een lagere klas en natuurlijk weet iedereen dat
ze weg is gelopen.
- Britt : Dorien, schiet je nou nog eens op anders kom je te
laat.
- Dorien : Ik wil niet naar school.
- Britt : Dan had je niet weg moeten lopen, dan had je nu nog
op het kamp geweest.
- Dorien : Ik wilde daar ook niet blijven.
- Britt : Nou ophouden met moeilijk doen Dorien, ik moet ook
op tijd op het commissariaat zijn.
- Dorien: Oke ik ga al
- Britt: Dorien lieverd het is eventjes niet leuk
- Dorien: maar mama ik zit bij allemaal jongere kinderen
- Britt: je zit toch met Maaike
- Dorien : Nee die moet in een andere klas
- Britt : Hoe weet jij dat?
- Dorien : Heeft de meester gezegd.
- Britt : Nou, dat is dus dubbel peg voor jou, het zal je
beletten om in het vervolg niet meer weg te lopen.
- Dorien : Ik zal het ook niet meer doen mamma.
- Britt: HUP! Naar school
- Dorien stapt de auto in als ze er zijn gooit ze de deur
hard dicht en loopt de school binnen
-
- Directeur: ACH DORIEN! Kom maar meis je mag in de leraren
kamer zitten met Maaike
- Dorien: maar de meester zei dat
- Directeur: ach meisje het is niet goed wat jullie hebben
gedaan echt niet en je moet ook straf werk schijven maar ik heb meer
klachten gehoord wil je een kopje thee?
- Dorien : Ja graag. (verbaast)
-
- Dorien en Maaike krijgen van de directeur een kopje thee en
dan moeten ze aan het werk. Ze hebben een heel lijstje op gekregen wat ze
moeten doen. Het leuke van de opdrachten is dat ze allemaal samen gemaakt
moeten worden, het zijn allemaal samenwerkingsopdrachten.
- De directeur komt soms even kijken en de juffen en meesters
helpen ze als ze pauzen hebben
-
- Maaike: ik vind helmaal niet dat we zulke straf krijgen
- Dorien: nee vind ik eigenlijk ook niet
- Dorien : Maar zo erg vind ik het ook weer niet.
- Maaike : Dat is het zeker niet, mijn moeder is echt al heel
boos, ik heb 3 weken huisarrest.
- Dorien : Mijn moeder was ook boos, maar meer ongerust, maar
ik heb minder lang huisarrest.
- Maaike : Sofie heeft mijn moeder gelukkig nog gekalmeerd,
anders had ik nog langer gehad.
- Dorien: Sofie is lief he
- Maaike: ja ze is als een 2e moeder voor mij
- Dorien: gelukkig maar
- Maaike: kom we werken door anders hebben we het niet af
-
- De twee meiden gaan dus weer hard aan het werk. Voor ze het
weten is de school bijna uit, dan komt de directeur naar hun toe. Dorien en
Maaike zijn dan ook net klaar met hun werk.
- Directeur : Ik vind het heel erg goed dat jullie vandaag zo
zelfstandig hebben gewerkt en alles ook nog af hebben gekregen. Ik ben trots
op jullie, want jullie hadden ook kunnen gaan keten.
- Maaike : Ik heb al straf genoeg, ik wil niet nog meer
straf.
- Directeur : Ik had dat ook wel van jullie moeders verwacht,
zouden jullie nu de kleuterjuf willen helpen door het speelgoed in de schuur
te zetten, daarna mogen jullie buiten blijven spelen tot je word opgehaald.
- Ze knikken.
-
- Als ze buiten komen staat er een kindje te huilen
-
- Dorien: hey jongetje wat is er met jou
- Jongetje(Bram): Mijn mama is er niet
- Dorien : Je mama komt zo denk ik wel, zullen we even naar
je juf gaan?
- Bram : Ik wil naar mamma! (huilend)
- Dorien : Dan kan de juf naar je mamma bellen.
- Bram : Oke.
-
- Juf : Bram wat is er?
- Bram: mam is er nog niet (snikkend)
- Juf : Mamma, zou vandaag toch later komen, je mocht op het
schoolplein blijven spelen was je dat vergeten?
- Bram : O ja dat is waar.
- Juf : Ga jij Dorien helpen, ze moet nog wat spullen in de
schuur zetten, en jij weet heel goed waar het hoort.
- Bram : Ja ik ga helpen.
-
- Dorien en Bard gaan dan naar buiten en helpen Maaike die al
bezig was.
- Bram: Dat moet door Dorien
-
- MOEDER: BRAM!!
- Bram: MAMA!
- Dorien: is dat je mama?
- Bram: ja en we gaan taart maken
- Maaike: lekker zeg
- Wanneer Bram en zijn moeder weg zijn zijn Dorien en Maaike
al snel weer klaar met het opruimen van de spullen van de kleuters. Dan komt
de moeder van Maaike het plein op gelopen en gaat Maaike naar huis, nu moet
Dorien nog wachten, ze heeft geen zin om met de lagere klas te gaan spelen
en gaat dan maar op het bankje zitten. Na 10 minuten komt Britt er
aangelopen.
- Britt : Sorry dat ik zo laat en schat.
- Dorien : jij bent altijd te laat.
- Britt : Iets minder brutaal graag.
- Dorien : Maar het is zo.
- Britt : Naar de auto, nu.
- Dorien : Ik vind dat oneerlijk, jij kot altijd te laat en
ik mag daar niet van zeggen.
- Britt : Ik ben ook oneerlijk, en jij gaat maar eens goed
luisteren ik heb hier dus geen zin in Dorien, ik wil hier best over praten,
maar niet op de manier hoe jij nu praat.
- Dorien: Dan doen we het maar WEER op jou manier
- Britt: Dorien mama heeft het druk
- Dorien: waarom heb je dan een kind genomen
- Britt : Ik heb er niet voor gekozen om alleen te zijn, denk
daar ook eens aan.
- Dorien : Sorry, mamma.
- Britt : Ga je nog mee?
- Dorien : Ja, mamma.
-
- Thuis gekomen gaat Dorien meteen naar haar kamer, ze heeft
eigenlijk ook wel spijt dat ze zo tegen haar moeder heeft gedaan, normaal
zijn er vaak andere kinderen nog op school en vindt ze het wel leuk om
langer te blijven.
-
- Britt : Dorien, ik denk dat wij even moeten praten.
- Dorien : Het spijt me echt heel erg van net op school.
- Britt: Dorientje wat is er toch met je aan de hand de
laatste tijd
-
- dan begint Dorien te huilen
- Britt trekt Dorien tegen zich aan en zo blijven ze even
zitten.
- Dorien : Ik weet niet wat er met me is.
- Britt : Ik denk dat je een beetje aan het puberren bent.
- Dorien : Maar ik wil dat niet vervelend zijn.
- Britt : Het hoort er bij Dorien, en als ik je vader mag
geloven, was hij in die tijd onuitstaanbaar, dus we kunnen nog wel wat
ruzies krijgen.
- Dorien : Was pappa dan ook vervelend?
- Britt : Toen hij aan het puberren was wel, moet je maar
eens aan oma vragen.
- Dorien : Ik zal mijn best doen om niet vervelend te doen.
- Britt: lieverd moeder en dochters hebben wel eens ruzie dat
gebeurd nou eenmaal
- Dorien: ik vind het ook helemaal niet leuk dat ik ongesteld
ben geworden
- Britt: meisje dat is juist goed
- Dorien : Wat is daar nou goed aan?
- Britt : Het hoort er nu eenmaal bij schat.
- Dorien : Vindt het maar stom.
- Britt : Het is ook niet altijd leuk, maar het went wel hoor
schat.
- Dorien knikt
- Britt: het betekend dat je later kindjes kan krijgen je
bent nu een echte vrouw geworden
- Dorien: echt waar? Mag ik dan niet meer buiten spelen enzo
- Britt: tuurlijk wel!
- Dorien : Maar dat doet een echte vrouw toch niet?
- Britt : Je lichaam is nu begonnen met vrouwelijk te worden,
maar echt vrouw zijn dat duurt nog wel even, als je 20 bent dan voel je
jezelf pas echt een vrouw.
- Dorien : Waarom kan ik dan niet pas ongesteld worden als in
20 ben.
- Britt : Ja, zo heeft moeder natuur dat geregeld, het is nu
eenmaal zo.
- Dorien : Nou, dat is dan maar stom.
- Britt : Het is bij jou nog onregelmatig, dus het kan nog
een hele tijd duren voor dat je het weer bent.
- Britt: maar het kan ook zo zijn dat je weer elke maand
wordt toen ik het voor het eerst werd, werd ik gewoon elke maand op tijd
ongesteld
- Dorien: oke mama
- Britt: en wat is er nog meer met je
- Dorien : Niets denk ik.
- Britt : Nou, als er iets is, moet je gewoon naar me toe
komen.
- Dorien : Ja dat zal ik doen.
- Britt : dan ga ik eten koken, moet je huiswerk maken?
- Dorien : Nee.
- Britt : Wil je me helpen?
- Dorien : Ja, wat gaan we eten?
- Britt : Gebakken aardappelen met doperwten en verse worst.
- Dorien : Lekker.
- dan gaat de telefoon
-
- Dorien: met Dorien...............dag meester
- Meester: ik hoorde dat je je goed heb gedragen op school?
- Dorien: ja
- Meester: ik wil dat jij Maandag alleen eventjes na blijft
ik wil eventjes met je praten
- Dorien zegt oke en hangt op ze vind het heel erg eng om met
hem in 1 lokaal te zitten maar het moet toch ze zegt tegen haar moeder dat
hij haar een compliment gaf dat ze goed had gewerkt
- Britt : Daar ben ik blij om, het zou niet goed zijn als je
straf hebt dan nog eens niet goed je best doet.
- Dorien : Maar ik moet maandag wel nablijven.
- Britt : Ik begrijp het, hij wil het uit praten, en ik vind
dat goed, want er is veel mis gegaan tussen jullie beiden.
- Dorien : Maar hij is dan ontzettend boos op me.
- Britt : Dat denk ik niet, jullie moeten nog de rest van het
jaar samen in een klas zitten, dat betekend dus dat jullie het weer goed
moeten maken.
-
- Die maandag middag blijft Dorien na
- ze komt huilend binnen haar moeder is nog niet huis ze
loopt huilend naar de douchen als Britt thuis komt ziet ze Dorien op de bank
zitten en ziet dat ze gehuifd heeft
- Britt: wat is er lieverd?
- Dorien: de meester.
- Britt: heeft ie je aan geraakt?
- Dorien: ja.
- Britt : We gaan naar het commissariaat.
- Dorien : Waarom?
- Britt : Aangifte doen.
- Dorien : Dat wil ik niet.
- Britt : Heeft hij je bedreigd?
- Dorien : Dat ik anders zou moeten blijven zitten.
- Britt : Wat heb ik altijd gezegd?
- Dorien : Dat ik het toch moet vertellen ook al word ik
bedreigd, want dan kan je me beschermen.
- Britt : Kom dan gaan we.
- Dorien : Ga jij me dan verhoren?
- Britt : Nee, dat mag niet ik sta er daar te dicht bij voor,
en ik wil jou helpen en niet bezig zijn met het onderzoek, het is beter dat
ik me daar niet mee bemoei.
- Dorien knikt
- en loopt met haar moeder mee op het bureau
- neemt Sofie Dorien mee en begint te vragen
- Ook Vanbruane is bij dit gesprek aanwezig, maar blijft een
beetje op de achtergrond en noteert alles wat Dorien zegt.
-
- Sofie : Dorien, vertel eens wat er gebeurd is.
- Dorien : Ik moest van de meester nablijven, omdat ik was
weggelopen van kamp. En toen iedereen dus weg was.
- Het blijft even stil.
- Sofie : Vertel het maar rustig Dorien.
- Dorien: Oke
-
- Ik moest gaan zitten en moest schrijven en toen zat hij
steeds aan me
- Sofie: oke en waar
- Dorien wees de plekken aan
- Sofie: heeft hij je ook geslagen?
- Dorien: Ja
- Sofie: laat eens zien
-
- Dorien had allemaal blauwe plekken op haar rug
- Sofie : Heeft hij al eens eerder geslagen, want ze zijn al
wat ouder.
- Dorien schrikt, want ze had daar geen erg in, haar moeder
wist niet dat ze zaterdag van de trap is gevallen waar de blekken van waren.
- Dorien : Ja op kamp.
- Sofie : En wanneer heeft hij dat dan gedaan?
- Dorien word nu wel bang
- Dorien: gewoon als ik met hem alleen was
- Sofie: goed en Maaike werd die ook geslagen
- Dorien: dat weet ik niet
- Sofie: we zullen het haar eens vragen
- Dorien : Moet dat?
- Sofie : Als het zo is wel ja.
- Dan loopt Sofie het verhoor uit.
- Dorien kijkt naar de grond.
- Nadine : Dorien, heeft de meester jou geslagen?
- Dorien: ja!
- Sofie komt terug
- Sofie: Maaike is ook geslagen
- Dorien snap er helemaal niets van, want de meester heeft
nooit wat gedaan.
- Sofie : Is er iets Dorien?
- Dorien : Nee, ik vind het alleen erg dat hij Maaike heeft
geslagen.
- Nadine: oke
- Dorien: mag ik gaan
- Sofie: ja we gaan je naar huis brengen
- Dorien: en mama dan
- Sofie: die heeft nacht dienst
- Dorien: ik moet naar oma
- Sofie: je mag wel bij Maaike Nick en mij slapen
- Dorien : Logeert Maaike dan bij jou?
- Sofie : Ja.
- Dorien : Maar denk niet dat mamma het goed vindt, ik heb
huisarrest.
- Sofie : Ik denk wel dat je moeder het goed vindt, en Nick
vind het ook wel leuk twee meiden bij zich.
- Dorien : Ik hoop dat het van mamma mag.
- Sofie loopt naar Britt.
-
- Sofie: Britt mag Dorien bij mij slapen
- Britt: nee
- Sofie: ik zal het je even uitleggen volgens mij liegt
Dorien.
- Britt: hoezo?
- Sofie: omdat ze bijna niets weer
- Britt: oke ze mag bij jou slapen ó Maaike is er ook
natuurlijk... ik begrijp het
- Sofie : Ik heb tegen Dorien gezegd dat Maaike ook geslagen
is, ze was wel stil, ik hoop dat ze wat gaar vragen vanavond.
- Britt : Maar dat zal ze niet in jou bijzijn doen.
- Sofie : Nick heeft die video kamera nog.
- Britt : Die jou onschuld heeft bewezen?
- Sofie : Ja, zal ik hem bellen of hij hem wild instaleren
zodat we hun gesprek kunnen afluisteren?
- Britt : Ja dat mag, maar waarom liegt ze eigenlijk?
- Sofie : Ik heb geen idee, maar ik wil eerst zekerheid dat
ze liegt.
- Britt: is goed bel me me vanavond
- Sofie knikt
- en neemt Dorien mee
- Britt pakt zodra Dorien en Sofie weg zijn de telefoon en
belt Nick, legt hem uit wat er aan de hand is. Nick snapt het niet helemaal
maar installeert de kamera op de slaapkamer, Maaike zit in de huiskamer wat
te tekenen dus die heeft niets in de gaten.
-
- Sofie : Nick, Dorien blijft ook logeren.
- Nick : Gezellig, zijn wij tegenwoordig kinderopvang?
- Sofie : Nee, maar ik zal het je zo nog wel uitleggen.
- Nick: ik weet het al
- hij loopt naar Sofie toe en kust haar
- Sofie: Nick! er zijn kinderen bij
-
- Maaike: Blijf je slapen Dorien?
- Dorien: ja
- Maaike : Jij had toch huisarrest, hoe krijg je dat voor
elkaar?
- Dorien : Mijn moeder moest vannacht werken.
- Maaike : Dus je hoefde niet naar je oma?
- Dorien : Nee.
-
- Sofie : Meiden, zouden jullie de aardappelen willen
schillen?
- Dorien : Dat wil ik wel doen.
- Maaike : Mag ik de groente dan schoonmaken?
- Sofie : Dat is goed.
- Sofie: zo dus meiden jullie zijn samen weggegaan.
- Dorien: ja.
- Sofie: Zeg Maaike jij bent toch ook geslagen.
- Maaike: hoezo.
- Dorien: ik wel.
- Dorien keek Maaike aan het was net of ze samen wisten wat
ze wilden doen.
- Maaike: ja ik ben ook geslagen.
- Sofie : Wanneer ben jij dan geslagen?
- Maaike : Wanneer we alleen waren, maar ik wil er niet over
praten.
- Sofie : Maar het is goed als je er over praat, dat is beter
voor het verwerken en hij kan dan gestraft worden.
- Maaike : Ik wil er nu niet over praten, later.
- Sofie : Dat is goed hoor.
- Na het eten vertrekken Dorien en Maaike naar de kamer Nick
en Sofie kijken aandachtig mee op de tv van de camera
-
- Dorien: dank je wel
- Maaike: maar het is ook echt waar hij heeft me geslagen
- Dorien: moest jij ook met hem alleen blijven
- Maaike: ja
- Dorien : Je moet gewoon doen alsof de meester je heeft
geslagen, ik was dan van de trap af gevallen, die plekken heb ik laten zien.
- Maaike : En dan hoeven we nooit meer naar de meester toe?
- Dorien : Nee, want Sofie gaat er wel voor zorgen dat hij
ontslagen word.
-
- Sofie : Mijn voor gevoel was dus goed.
- Nick : En wat ga je nu doen?
- Sofie : Britt bellen en dan moeten we dan maar even een
valstrik verzinnen zo dat Dorien verteld dat het dus allemaal verzonnen is.
- Nick : Midden in het gesprek binnen lopen misschien, dan
kan ze niet meer terug, als ze het per ongeluk heeft verteld.
- Sofie loopt de kamer in
- Sofie: dag meisjes gaat het een beetje goed
- Maaike: ja hoor
-
- Sofie ziet dat ze geschrokken zijn
- Maaike: stond je daar al lang
- Sofie: nee geheime?
- Maaike: nee maar Dorien en ik hadden het even over de
meester
- Sofie : Misschien is het goed dat ik er bij ben, dan kunnen
jullie het beter verwerken.
- Dorien : Liever niet.
- Sofie : Het is voor ons ook belangrijk dat we veel weten,
dan kunnen we jullie beter helpen.
- Maaike : Ik wil er nu alleen met Dorien over praten.
- Sofie : Oke, nog een halfuurtje en dan moeten jullie gaan
slapen.
- Dorien : Dat is te vroeg.
- Sofie : Jullie hebben beiden straf.
- Maaike : Begrepen Sofie.
- Dorien: volgens mij hebben ze ons door
- Maaike: tuurlijk niet
- Dorien: hallo ze is wel een flik
- Maaike: laten e wat leuks gaan doen
- Dorien: zullen we een spelletje doen?
- Maaike : Ja, welk?
- Dorien : Ik weet het niet, welke spelletjes hebben Nick en
Sofie?
- Maaike : Niet zo veel, maar wat ze hebben staat in deze
kast.
- Dorien : Wie is het?
- Maaike : Ja dat is goed.
-
- Sofie : Ik denk dat ik morgen snel klaas ben.
- Nick : Dorien nog lang niet.
- Sofie : Britt was zeker boos.
- Nick : Ja, heel erg boos, vooral om de manier waar Dorien
het doet, ze had het nooit verwacht.
- Sofie : Ik denk dat dit het laatste leuke avondje voor die
twee voorlopig is.
- Nick: ik denk het ook
- Sofie: wat is er schatje
- Nick: niets
- Sofie: ja wel
-
- dan begint Nick Sofie te kussen
- Nick: dit mis ik
- Sofie: ik ook maar Maaike en Dorien
- Nick: het is altijd hun!! wil je nog wel wat!! ik bedoel je
hebt alleen maar oog voor hun niet meer voor mij!!!
- Sofie kan hem alleen maar aan kijken en begint te huilen
- Sofie: ik hou van je
- Nick : Daar hoef je toch niet voor te huilen?
- Sofie : Het spijt me, ik zal niet zo vaak meer een loge
nemen.
- Nick : Dat geeft niets hoor schat, ik weet waar je het voor
doet.
- Sofie : Morgen Gaat Maaike weer naar huis, en Dorien ook.
- Nick : Je wilde hier toch achter komen?
- Sofie : Ja, maar ik neem wel iets te vaak mijn werk mee
naar huis.
- Nick : Ik zal Vanbruane vragen of ze het dan niet kan
afpakken.
- Sofie : Ik zal er zelf ook wel een beetje op gaan letten.
- Nick: lieverd ik hou even goed wel van je
- Sofie: echt
-
- Nick knikte en ging dicht tegen haar aan zitten en kuste
haar
- Wanneer het tijd is dat Dorien en Maaike naar hun bed
moeten gaat Nick naar de slaapkamer.
- Nick : Jullie moeten gaan slapen meiden.
- Dorien : Mogen we het spelletje niet afmaken Nick?
- Nick : Nee, opruimen en naar bed.
- Maaike : Alsjeblieft?
- Nick : Nee is nee.
- Dorien: oke weltrust Nick
- Maaike: aaah Nick
- Dorien: Maaike laten we gaan slapen morgen moeten we weer
naar school
- Nick: kom op Maaike
- Maaike knikt en gaan samen slapen
- De volgende morgen worden de twee meiden door Sofie wakker
gemaakt. Wanneer ze denken naar school te gaan rijden ze naar het
commissariaat, Dorien snapt er niets van?
- Dorien : Waarom gaan we naar het commissariaat?
- Sofie : De commissaris wil nog even met jullie praten, en
ik denk dat jullie liever niet naar school gaan.
- Maaike: dat is ook zo
- Dorien: maar we moeten wel naar school om te leren
- Sofie: eerst dit en dan zien we wel verder goed?
- de meiden knikken
-
- Binnen gekomen zet Sofie Dorien in verhoor 1 en Maaike in
verhoor 2 en loopt naar haar Baas toe.
- Nadine : Ben je zeker dat ze liegen?
- Sofie : Ja, en vanochtend wilde ze ook gewoon naar school,
dat willen kinderen niet die door hun meester zijn mishandeld. En we hebben
ze het gister tegen elkaar horen zeggen.
- Nadine : Hoe wil je het verhoor gaan aanpakken?
- Sofie: strak er zijn nog meer zaken
- Nadine: niet al te strak he het zijn nog maar kinderen
- Sofie: die een onschuldige de bak in willen laten draaien
- Sofie staat op en loopt naar verhoor 2 Nadine lacht en gaat
verder met haar werk
- Sofie : Maaike, ik wil dat je alles op schrijft van wat er
allemaal is gebeurd van begin af aan.
- Sofie legt dan een blaadje en een pen neer en gaat naar
Dorien waar ze hetzelfde vraagt en gaat dan naar haar bureau, daar belt ze
naar school dat ze niet weet hoe laat Dorien en Maaike vandaag komen.
- de directeur begrijpt het verhaal en vindt het heel erg de
meester moet nar het bureau komen
- Meester Jan : Mevrouw Beeckman, ik begrijp het niet
helemaal.
- Sofie : Dorien heeft gister aan haar moeder verteld dat u
aan haar heeft gezeten en zelfs geslagen had. Hier op het commissariaat
vertelde ze dat het bij Maaike ook is gebeurd.
- Meester Jan : Ik heb hun nooit geslagen of aangeraakt op
een manier dat dat niet mag.
- Sofie : Maaike heeft het verhaal mee gespeeld, maar tot ons
wel heel duidelijk dat ze het niet wist, later hebben we Dorien en Maaike
horen praten, we weten dat het dus allemaal gelogen is, maar wij willen
graag weten wat er allemaal aan de hand is, ze zijn van kamp weg gelopen en
nu dit.
- Meester jan: Ja ze zijn weggelopen omdat ze het niet leuk
vonden hun hele groepje Esmee Jordy en als die a n deren vonden het ook niet
leuk waarom die niet zijn weggelopen snap ik zelf ook niet
- Sofie: maar er moet een reden voor zijn
- Meester jan: misschien zijn ze er wel gewoon te oud voor
- Sofie: dat kan
- Meester Jan: maar ik zal ze nooit aanraken of slaan ik heb
ze hart aan gepakt maar dat moest omdat ze niet wilde luisteren
- Sofie: ik zal u vertellen Maaike en Dorien hebben een pest
hekel aan u
- Meester Jan: ja dat weet ik
- Sofie: kunt u dat verklaren
- Meester Jan : Ik weet het niet, ik heb nooit echt last met
hun gehad, maar op dit kamp is teveel mis gegaan, het verdwalen de eerste
avond, ze waren hartstikke bang de volgende dag, dan kregen ze in het bos
ruzie, ik heb daar misschien iets te streng op gereageerd, maar Dorien wilde
al vanaf het begin naar huis, maar ik kan niet begrijpen waarom ze dan dit
gaat verzinnen.
- Nadine : Hoe reageren andere kinderen op Dorien, op het
gebied als ze wat zegt?
- Meester Jan : Dorien is erg populair, de meeste luisteren
wel naar haar, Maaike is heel makkelijk te beïnvloeden, niet dat Dorien
daar normaal misbruik van maakt.
- Sofie : Maaike loopt een beetje achter haar aan?
- Meester Jan : Ja.
- Nadine : Wij gaan nu met Maaike praten, en kijken of we wat
meer uit haar kunnen krijgen, u moet hier blijven wachten.
- Meester Jan knikt
-
- Sofie: Maaike? Meester Jan is hier
- Maaike schrikt
- Maaike: ik zal alles eerlijk vertellen
- ze begint te huilen
- Maaike: het is Dorien
- Sofie: je moest van haar
- Maaike: NEE echt niet
- Sofie: oke
- Maaike: Dorien word wel geslagen
- Sofie: maar niet door meester jan?
- Maaike: Nee
- Sofie: door wie dan wel
- Maaike: dat mag ik niet zeggen toen Dorien mij vertelde dat
ze had verteld over Jan dat ze door hem was geslagen wilde ikzelf mee spelen
ik heb een gruwelijke hekel aan hem omdat hij een relatie met mijn moeder
heeft en dat vind ik vreselijk!
- Sofie: dat begrijp ik maar wij kunnen Dorien helpen
- Maaike: dat wilt ze niet
- Sofie: en waarom niet
- Maaike: omdat......Sorry
- Dan hou Maaike zich stil en zegt niets meer Sofie kijkt
haar aan en staat op en loopt naar de volgende kamer waar Dorien snikkend
zit te wachten
- Sofie : Dorien, wie heeft jou geslagen, het was niet
meester jan hé?
- Dorien : Hoe weet jij dat?
- Sofie : Dat maakt niet uit, maar ik wil dat je eerlijk
bent.
- Dorien : Ik wil het niet vertellen.
- Sofie : Wil je het wel tegen je moeder vertellen?
- Dorien : Ik wil het niemand vertellen.
- Sofie : Als je het nu niet verteld heb je een probleem, je
hebt namelijk een valse aanklacht ingediend.
- Dorien: het kan me niet schelen ik wil Nick
- Sofie: Wil je wel met Nick praten
- Dorien: ja!
- Sofie: goed dan
-
- Sofie: Nick Dorien wil alleen maar met jou praten
- Nick: oke
-
- Nick: Dorien door wie word jij geslagen?
- Dorien begint te huilen
- Nick: Dorien kijk me eens even aan je hebt iemand
beschuldigd die helemaal niets heeft gedaan begrijp je dan
- Dorien knikt
- Nick: als jij mij verteld wie het gedaan heeft ga ik die
man halen en dan gaan we praten
- Dorien: ik kan het niet
- Nick: ja wel kom op je bent een grote meid
- Dorien begint weer te huilen
- Nick: weet je wat ik laat je eventjes alleen dan kan je na
denken en als je het wilt vertellen kom je me halen goed?
- Dorien: oke
- Nick: dan ga ik nu even naar Sofie
- Dorien: JE VERTELD NIETS AAN DER!!
- Nick: Dorien wat heb jij ineens tegen Sofie?
- Dorien : Die verteld het toch aan mamma, en dat wil ik
niet.
- Nick : Oke ik vertel het niet aan Sofie.
-
- Sofie : En?
- Nick : Heb jij iets bij Dorien gedaan?
- Sofie : Nee, hoezo?
- Nick : Ze wild dat ik niets aan jou vertel.
- Sofie : Ik weet echt niet waarom.
- Nick: ze is bang dat ik alles ga vertellen aan je
- Sofie: ik zou het niet weten
-
- Dorien: oke Nick ik wil het je wel vertellen
- Sofie: Dorien ben je bang voor me?
- Dorien: nee
- Sofie: waarom wil je dan niet met me praten
- Dorien: omdat je alles aan mama gaat vertellen
- Sofie: ik zal niets aan mama vertellen beloofd
- Dorien: dat doe je toch wel want het is je partner dus je
MOET
- Nick: Dorien kom maar
- ze gaan de kamer binnen en Dorien begint te vertellen...
- Dorien : Braaien, de buurjongen. Die past wel eens op mij
als mamma moet werken. Hij is heel erg aardig, soms komt Dave, hij is niet
aardig, hij slaat me wel eens, ik mag niets zeggen want dan mag Braaien niet
meer op me passen.
- Nick : Weet Braaien dat Dave jou slaat?
- Dorien : Nee, dat weet hij niet.
- Nick : Ik denk dat als Braaien het wiste dat Dave niet meer
bij jou mag komen.
- Dorien : Maar ik ben bang Nick.
- Nick : Maar als we nu niets doen Dorien word het alleen
maar erger en word je alleen maar banger en word het alleen maar moeilijker.
- Dorien: je mag niets zeggen!
- Git Dorien met een overheersende stem
- Nick : Als je niet wild dat we er over gaan praten doe ik
het ook niet.
- Dorien : Echt?
- Nick : Echt, ik mag het niet eens.
- Dorien : Maar ik wil het niet meer, het mag niet meer
gebeuren.
- Nick : Jij wild wel gewoon bij Braaien blijven komen?
- Dorien : Ja.
- Nick : Ik denk als we hier met Braaien over praten hij je
wel gaat beschermen.
- Dorien : We?
- Nick : Wij samen, of ik alleen.
- Dorien : Hoeft mamma het dan niet te weten?
- Nick : Je hoeft het je moeder pas te vertellen wanneer jij
dat wild.
- Dorien: oke
- Nick: dan ga ik nu even gegevens intikken
- Dorien: mag ik naar huis?
- Nick : Nee, nu nog niet, ik wil eerst met Braaien gepraat
hebben, en ik denk dat jij en Maaike jullie excuses aan iemand moeten
aanbieden.
- Dorien : Is de meester hier?
- Nick : Die is hier.
- Dorien : Maar hij zal heel boos zijn.
- Nick : Ik zal zeggen dat je een goede reden hebt en jij
moet denk ik maar heel erg je excuus aanbieden.
- Dorien : Oke.
- Dorien loopt nar het verhoor waar mester jan zit daar komt
ze Maaike tegen
- Maaike: sorry Dorien
- Dorien: JIJ! HEB JIJ ALLES VERTELD?!
- Maaike: ja (heel zachtjes)
- Dorien: ik d8 dat ik je kon vertrouwen
- dan rent Dorien huilend het gebouw uit met Sofie achter
zich aan Britt staat machteloos toe te kijken ze mag niets doen
- Sofie is sneller dan Dorien en krijgt haar dan ook te
pakken.
- Dorien : Laat me los.
- Sofie : Nee Dorien dat doe ik niet, je moet nog even mee
komen.
- Dorien : Dat wil ik niet.
- Sofie : Kom nou maar, je moeder wacht ook op je.
- Dorien : Is die dan nog op het commissariaat?
- Sofie : Ja.
- Dorien : Heeft ze afgeluisterd?
- Sofie : Nee, wij zaten aan ons bureau, je moeder maakt zich
ernstige zorgen wat er aan de hand is.
- Dorien : Dat is niet nodig, Nick gaat het oplossen.
- Sofie : Ga je het haar dan vertellen dat Nick het gaat
oplossen?
- Dorien : Ja.
- Sofie: Dorien ik zou je verlinken maar me mama maakt zich
ernstige zogen wat ik net zei.
- Dorien: ik zal het vertellen
- Sofie: alles?
- Dorien: ja alles
- Dan gaan Dorien en Sofie weer het commissariaat binnen en
lopen naar boven, daar zit Britt in het kantoor bij Vanbruane.
- Sofie : Moet ik er bij blijven?
- Dorien : Nee.
-
- Sofie en Vanbruane verlaten het kantoor en dus zijn Britt
en Dorien alleen, Dorien gaat in de stoel naast haar moeder zitten.
- Britt : Wat wil je me vertellen?
- Dorien : Het was niet de meester die me heeft geslagen of
aangeraakt.
- Britt : Wie was het dan?
- Dorien : Het was Dave.
- Britt : Een vriend van Braaien?
- Dorien : Ja, maar Braaien heeft het nooit gezien en ik
mocht tegen niemand wat zeggen. Ik wil wel dat Braaien nog op me past.
- Britt: waarom heb je me dat nog nooit verteld
- Dorien: ik was bang
- Britt: en dan beschuldig je maar iemand en trek je er
iemand in mee?
- Dorien : Ik was heel erg bang, en toen zij jij de meester
en Maaike is mee gaan doen, ik heb het haar nooit gezegd dat ze het moest
doen.
- Britt : Ik ben blij dat je het nu eerlijk verteld heb, maar
hou nooit zoiets achter, en ik denk dat we Dave hier op het commissariaat
uit moeten nodigen en ook alles aan Braaien moeten vertellen.
- Dorien : En dan mag Braaien gewoon oppassen?
- Britt : Als hij Dave niet meer uitnodigt wel ja.
- Dorien : Word Dave niet gestraft?
- Britt : Ja, dat wel, ik ben alleen bang dat die straf niet
al te lang duurt, hij heeft je niet ernstig mishandeld zodat je er letsel
aan over hebt gehouden, daar ben ik heel erg blij om.
- Dorien: ik ook
- Britt: en nu je excuus aan bieden aan de meester
- Dorien : Wil jij dan bij me blijven?
- Britt : Ja natuurlijk.
- Dorien : Dank je mamma, ik zal echt nooit meer wat voor je
achterhouden.
- Britt : Daar ben ik blij om.
-
- Wanneer ze het kantoor uitlopen knikt Britt naar Sofie als
teken dat het goed is gegaan.
-
- Britt : Meester, Dorien wild u wat vertellen.
- Meerster Jan : Vertel maar Dorien. (vriendelijk)
- Dorien : Ik had tegen mamma gezegd dat u mij had aangeraakt
en had geslagen. Dat had ik gelogen, Het was Dave die dat had gedaan.
- Meester: ik ben blij dat je eerlijk bent en ik heb het jou
ook niet makkelijk gemaakt op het kamp
- Dorien: ja mama mag ik gaan
- Britt: nou
- Dorien: ik heb de meester nies te vertellen
- Britt: dan ga je nu naar Maaike
- Dorien: nee ik ga naar huis
- Britt : Ik wil dat je het eerst goed maakt met Maaike, en
dan kijken we of je naar school of huis gaat.
- Dorien : Ik wil bij jou zijn mamma, je bent toch vrij
vandaag.
- Britt : Ja, ik ben vrij.
- Meester : Kan ik terug naar school?
- Britt : Als u even wacht, dan kan u Maaike meenemen.
- Maaike: Ik ga echt niet met hem! mee!
- Sofie: ik breng je wel
- Britt: doe niet zo moeilijk!
- Sofie: je weet half niet eens wat er aan de hand is kom
Maaike.
- Britt : Wat is er, tussen u en Maaike?
- Meester Jan : Ik heb een relatie met haar moeder, al voor
dat Maaike in mijn klas is komen te zitten. Dat vindt ze nog altijd niet
goed.
- Britt : Daarom heb je mee gelogen zeker?
- Maaike : Ja.
- Britt: nu vallen de puzzel stukjes op zijn plaats
- Meester: ja dank u wel
- Britt: u hoeft mij niet te bedanken
- Meester: Dorien kom je snel weer naar school
- Dorien: ja maar niet in JOU klas
- Britt : Dorien, jullie zijn beiden fout geweest, de meester
te streng, maar jij was ook niet de gemakkelijkste, en ik ga je niet op een
andere school doen, dus je moet dit jaar nog maar gewoon met deze meester
doen, er is maar een 6e klas (groep 8)
- Dorien : Dan ga ik niet naar school.
- Britt : Ben je bang dat de meester je nu nog veel harder
gaat aanpakken?
- Dorien kijkt haar moeder aan en knikt.
- Meester : Dat zal ik niet doen Dorien, ik wil nu eigenlijk
gewoon opnieuw beginnen, zonder problemen, dan is alles vergeten en
vergeven.
- Dorien : Echt?
- Meester : Echtwaar.
- Dorien : Oke, dan ga ik gewoon naar school.
- Meester: rij je mee naar school
- Britt: het lijkt me beter als jullie gewoon morgen weer op
nieuw beginnen
- Dorien: ja mij ook
- en liep naar Nick toe die ijsjes had
- Meester: oke
- Nick : Ik ga met Braaien en Dave praten, jullie kunnen
gaan. Ik kom vanavond wel even langs, dan weet je wat er allemaal is uit
gekomen.
- Britt : Dat is goed.
-
- Dan gaat Meester Jan naar school, Sofie brengt Maaike naar
huis en Britt en Dorien gaan ook naar huis toe.
- Dorien: zeg mam
- Britt: ja schat
- Dorien: Nee niets laat maar
- Britt: nee zeg
- Dorien knikt nee dan rent Britt naar Dorien toe en geeft
haar de kieteldood
-
- Die avond komt Nick nog langs en vertelt dat Dave alles
heeft bekent, Braaien zal er voor zorgen dat hij nooit meer in de buurt van
Dorien komt.
-
- EINDE!!
-
- Vervolgverhaal van de club Dorien Margot
-
|