 DE KOSTEN VAN EEN
CARRIERE
- Britt: Zeg, komt er
nog wat van? Ik zit op je te wachten. We moeten naar het EXPO gebouw, en die
overvallers blijven echt niet wachten tot jij het er naar hebt om ze op te
pakken.
- Tony: Ja, ik kom, ik
kom. Even nog wat wegleggen.
- Britt: Ik ga vast naar
de wagen.
- Als Britt weg is pakt
Tony een stapeltje papieren op en legt die onderin de schuif van haar bureau.
Het waren dossiers van een oude zaak die nooit opgelost was en Tony dacht dat ze
nieuwe aanwijzingen had om alsnog tot een doorbraak te komen.
- Dan gaat ze ook naar
de wagen...
- Britt: Hèhè
eindelijk.
- Britt start de wagen
en ze rijden samen naar de plek waar de overval gepleegd is.
- Tony: Ga jij binnen
kijken dan zal ik de getuigen verhoren.
- Britt: Oké is goed.
-
- Binnen ziet Britt dat
een caissière met een hoofdwond net door een verpleger wordt geholpen.
- Britt: Gaat het gaan?
Hebt u kunnen zien wie u heeft aangevallen?
- Broeder: Even wachten
nog mevrouw, ik ben haar nog aan het helpen en ze is nogal van slag.
- Britt: Sorry, zal ik
straks terug komen?
- Caissière: Is goed.
-
- Dan loopt Britt weer
naar buiten en gaat Tony zoeken. Die had stevig de pas erin gehad en liep al
bijna achter het gebouw.
- Britt: Hé, Tony,
wacht even, ik kom er ook aan.
- Tony: Weet je al wat
meer?
- Britt: Ik kon nog
niets vragen. De ambulanciers zijn nog bezig. De caissière had een hoofdwond.
Straks maar even terug gaan. Heb jij al wat gezien?
- Tony: Ik geloof niet
dat het normaal is als hier bandensporen staan, vind je wel?
- Britt: Hoezo niet?
Hier wordt toch wel vaker in en uitgeladen?
- Tony:
Ja hallo. Wie is hier
hoofdinspecteur?
- Britt: Is er wat met
je Tony? Ik vind dat je vreemd doet.
- Tony: Er wordt wel in-
en uitgeladen, maar bij de toegangsdeuren en NIET hier zomaar ergens langs de
muren waar geen deur is, of wel?
- Britt: Sorry.
- Tony: Ik heb de
sporenzekering al gebeld, die zullen zo wel komen. Zullen we eens binnen gaan en
zien of iemand ons wat kan vertellen?
- Britt had een wat
vreemd gevoel bij het gedrag van Tony: eerst was ze heel erg aan het treuzelen,
en nu liep ze weer heel voortvarend hier rond en de boel aan te sturen; ze kon
het niet volgen.
- Binnen was de
ambulancier klaar en kon de caissière (Bea) gehoord worden.
- Die ochtend toen ze
binnen kwam was haar opgevallen dat de kantoordeuren open hadden gestaan,
terwijl ze zeker wist dat ze die de vorige avond had afgesloten. En toen ze heel
voorzichtig binnen had gekeken had ze ineens een harde slag tegen haar hoofd
gekregen. Ze kon zich vaag herinneren dat er twee of misschien ook wel drie
mensen waren geweest.
- Tony: Mannen? Of was
er ook nog een vrouw bij?
- Bea: Ik dacht een
vrouw en twee mannen, maar ik weet het niet zeker.
- Tony: Spraken ze tegen
elkaar of hebben ze wat tegen jou gezegd|?
- Bea: Ik hoorde er een
zeggen : Hier zitten we goed. Ik zag dat een er wat in zijn hand had maar ik
weet niet wat. Is dat erg, dat ik het niet weet?
- Britt: Ik denk dat je
nog wat moet bijkomen van de schrik. Vraag je baas maar of je vandaag naar huis
mag en als het wat beter gaat wil je ons dan bellen?
- Vanuit haar ooghoek
ziet Britt een afkeurende blik bij Tony, maar ze reageert er niet direct op.
-
- Nadat ze hebben gezien
dat de sporendienst druk bezig is gaan ze zelf terug naar het commissariaat en
onderweg waagt Britt het er maar op om Tony te vragen wat er is.
- Tony: Niks.
- Britt: Het lijkt
anders op veel meer dan niks.
- Tony: Ik zeg toch dat
er niks is.
- Britt: Maar hoe je
reageert......
- Tony: Beter dan jij.
KIJK UIT !!!!!
- En met een knal komen
ze tot stilstand achterop een vrachtwagen. Beiden zitten even versuft in de
wagen. Britt heftig geschrokken en Tony echt even, kort, buiten westen geweest.
- Britt schrikt op als
er op de autoruit geklopt wordt. Het is Pasmans die ook op de terugweg was naar
het commissariaat.
- Pasmans: Britt, wat is
er gebeurt? Zijn jullie gewond? Kun je de deur openen?
- Britt kijkt hem nog
eens wat wazig aan maar reikt dan over haar linker arm en opent het portier
zodat Pasmans kan zien of alles oké is. Ineens begint Britt helemaal te trillen
als ze in de gaten heeft dat ze een aanrijding heeft veroorzaakt. Ze voelt haar
maag omdraaien en kotst langs Pasmans heen uit de wagen. Dan ziet ze om en merkt
dat Tony niet reageert. Maar terugdraaien naar Tony lukt niet. De klap was zo
hard aangekomen dat al haar spieren een flinke dreun hadden gehad. Haar hele
lijf doet pijn en ze heeft flink de schrikt te pakken dat er wat ergs met Tony
aan de hand is. Pasmans ziet dat Britt nu bijna begint te huilen.
- Pasmans: Rustig maar
Britt, het gaat wel goed komen. Ik zal een ambulance bellen en dan kunnen ze
Tony gaan helpen.
- Britt: Maar het is
mijn schuld. Ik zat ruzie te maken met haar en lette niet op de weg en ineens
stond die vrachtwagen stil en toen kon ik niet meer reageren .... en toen... oh,
God, wat is er met Tony?
- Pasmans: Ik ga even
bij haar kijken.
- Maar hij krijgt het
portier niet open. In een reflex had Britt aan het stuur getrokken en was de
wagen met de rechter kant hard tegen de vrachtwagen geknald zodat de
rechterzijkant flink gedeukt was en het portier vast zat.
- Pasmans liep terug en
vroeg of Britt haar armen en benen wel kon bewegen en of haar hoofd geen pijn
deed.
- Britt: Alles voelt
stijf aan maar ik kan me wel bewegen.
- Pasmans: Probeer dan
heel voorzichtig of je kunt uitstappen, dan kan ik proberen van hieruit bij Tony
te komen.
- En met enige moeite
stapt Britt uit, ze voelt wel wat steken in haar nek en schouders maar kan toch
op eigen kracht uitstappen en laat zich door Pasmans in zijn wagen zetten om
daar te wachten tot er meer hulp komt. Dat duurt niet lang want direct na de
klap had hij al gebeld naar het commissariaat en nu kwamen ook de motards er al
aan en Raymond was ook gekomen.
- Pasmans: Raymond wil
jij bij Britt blijven, dan ga ik zien hoe het met Tony is.
- Raymond: Ik denk dat
jij beter bij Britt blijft, jij hebt al contact met haar, blijf bij haar en
spreek rustig met haar.
- Pasmans: Maar Tony ..
- Raymond: Ben en Sel
zijn al bezig en ik ga ook even in de wagen kijken.
- Dus gaat Pasmans op
zijn hurken voor Britt zitten die nog steeds verdwaasd kijkt.
- Britt: Hoe heb ik dat
nu kunnen doen? Mijn partner en beste vriendin. Ik ben een slecht mens. Laat mij
maar zitten. Ga maar helpen.
- Wat onzeker loopt hij
ook naar de wagen om te helpen maar Raymond vraagt hem waarom hij Britt alleen
laat.
- Pasmans: Ze wil dat ik
Tony ga helpen.
- Raymond: Ze voelt zich
ellendig en schuldig, maar je moet haar NIET alleen laten. Dat is mentaal niet
goed voor haar.
- En dus gaat hij weer
terug. Ondertussen is er al een hele oploop ontstaan. Diverse hulpverleners zijn
al ter plaatse, de weg is gedeeltelijk geblokkeerd, de vrachtwagen is wat
verderop op een parkeerstrook gezet en de ambulanciers zijn samen met de
brandweer bezig bij Tony. Die begint langzaam weer bij kennis te komen en voelt
zich hartstikke beroerd.
- Broeder: Ik ga u een
nekkraag omleggen. We weten niet of u nekletsel heeft en moeten heel voorzichtig
zijn.
- En met zeer geoefende
hand wordt Tony uit de auto gehaald en op een speciale brancard gelegd en vlug
naar het ziekenhuis gebracht.
- Een tweede ambulance
neemt Britt mee, die nu in shock lijkt te verkeren.
- In het ziekenhuis zit
Vanbruane al te wachten op hun binnenkomst. Ze schrikt als ze ziet dat ze
allebei met de ziekenwagen komen.
- Nadine: Britt wat is
er gebeurt?
- Britt: Ik heb de wagen
aan gort gereden en bijna mijn partner vermoord. Je moet me maar ontslaan en
anders neem ik zelf wel ontslag.
- Nadine: Laten ze je
eerst maar eens nakijken.
- Na een kwartiertje mag
Britt al weer weg. De foto's laten nergens breuken zien. De hoofdpijn zal over
een paar dagen ook wel weer weg zijn, maar de spierpijn die ze heeft zal nog wel
zeker een week lang voor flink wat overlast zorgen.
- Helemaal gaar en
afgeknoedelt wil ze weglopen maar wordt door Nadine tegengehouden.
- Nadine: Waar ga je
heen Britt?
- Britt: Weg hier. Ik
hoor hier niet. Ik ben een slecht mens.
- Nadine: Sel brengt je
nu naar huis en jij gaat slapen, en morgen kom je bij mij in het kantoor en wil
ik alles van je horen. En geen gemaar.
- En een weerwoord heeft
ze ook niet. Ze voelt zich ellendig en wil maar een ding: Naar bed en de wereld
vergeten.
-
- Op bericht van Tony
moeten ze langer wachten, maar gelukkig valt daar de schade ook wel mee.
- Ze moet wel een nacht
ter observatie blijven. Hersenschudding en flink wat kneuzingen en een paar
kleine snij wonden van het autoglas.
- Ze is niet
aanspreekbaar want in verband met de pijn hebben ze haar een injectie gegeven
waarop ze direct in slaap was gevallen.
- Die nacht slapen zowel
Britt als Tony heel erg onrustig. Britt zit vol schuldgevoelens en Tony heeft
heel veel last van haar kneuzingen en haar hersenschudding. Telkens ze zich wil
draaien wordt ze hondsberoerd en moet ze overgeven. De nachtzuster geeft haar
een spuitje tegen de misselijkheid.
- Als ander morgens de
arts komt is die toch niet zo tevreden met wat hij hoort en besluit om Tony nog
wat langer hier te houden.
- Britt ligt al zeker
vanaf vier uur in de ochtend wakker, zich afvragend hoe het met Tony zal zijn,
en wat haar boven het hoofd hangt als ze bij Vanbruane moet komen. Haar hele
lichaam is stram en stijf van die klap die de wagen gemaakt heeft. Met de
grootste moeite lukt het haar om uit bed te komen en gaat onder de hete douche
staan om haar spieren wat soepeler te maken, maar het zet niet veel bij. Ondanks
het warme water voelt Britt zich ijskoud en ze huilt er flink van langs terwijl
ze staat te douchen.
-
- Dan schrikt ze ineens
als Dorien de badkamer binnenkomt.
- Dorien: Mama, wat is
er? U heeft de hele nacht liggen huilen en nu alweer.
- Britt: Laat me maar
even Dorien.
- Dorien: Wil ik een
kopje thee voor u maken?
- Britt: Dat is lief,
dank je wel.
- En dan stapt Britt uit
de douche en kleed zich moeizaam aan en laat zich uitgeput op de keukenstoel
zakken. Dorien komt naast haar staan en legt een hand op Britt's schouder.
- Dorien: Mama, wat is
er toch?
- Britt: Oh, Dorien, ik
ben zo slecht geweest. Ik heb ruzie gemaakt met Tony en lette niet op de weg en
toen heb ik een botsing veroorzaakt.
- Dorien: Is het erg met
Tony?
- Britt: Ik weet het
niet. Ik moest van Nadine direct naar huis. Straks moet ik naar haar kantoor en
dan hoop ik meer te horen.
- Dorien: Maar u loopt
zelf ook heel moeilijk. Is alles goed met u?
- Britt: Vreselijk
spierpijn, maar verder is het goed.
- Dorien: Ik vraag wel
of ik met Tasha meekan naar school, dan hoef jij me niet weg te brengen, en dan
blijf ik vanmiddag wel over. Is dat goed?
- Britt: Jij vind ook
dat ik een slecht mens ben, hè?
- Dorien: Maar nee mama,
ik denk dat u het hoofd ergens anders bij heeft. U moet niet nog meer ongelukken
maken.(een klein beetje geïrriteerd klinkend)
- Britt: Sorry Dorien,
ik ben niet boos op jou. Ik ben boos op mezelf.
- Dorien: Nou, dan moet
je niet zo tegen mij praten. Dat doet zeer.
- Maar dit was al teveel
voor Britt en weer begon ze te huilen.
- Dorien kiest eieren
voor haar geld en nadat ze Tasha gebeld heeft gaat ze alvast met haar tas en jas
naar buiten om daar op haar vriendinnetje te wachten.
- En Britt blijft in
haar eentje achter en wordt nog eens dubbel zo hard geconfronteerd met haar
verdriet en boosheid.
-
- Om half negen gaat ze
op weg naar het commissariaat om zich bij Nadine te melden.
- Die heeft een strenge
blik in haar ogen als ze Britt in haar kantoor vraagt.
- Nadine: Britt, is er
iets met jou?
- Britt; Ik voel me
shit. Gisteren met Tony ...
- Nadine: Pasmans neemt
zo jou verklaring op van het ongeval, maar ik kan je nu al wel vertellen dat het
Intern Toezicht ook een onderzoek zal doen. Ik kan niet anders dan je tijdelijk
buiten dienst zetten. Je moet je wapen inleveren en je kunt naar huis gaan en je
dan beschikbaar houden voor het onderzoek.
- Met betraande en
verbaasde ogen kijkt Britt naar Nadine maar die laat verder geen enkele emotie
zien.
- Britt: Hoe is het met
Tony? Hebben jullie al wat van haar gehoord?
- Nadine;
Hersenschudding en flink wat kneuzingen. Is nog steeds niet goed te pas en moet
van de dokter nog zeker een paar dagen in het ziekenhuis blijven.
- Britt: Dan wil ik haar
straks gaan bezoeken.
- Nadine: Komt niets van
in. Jij bent in verdenking gesteld van het opzettelijk toebrengen van
verwondingen, als het geen poging tot doodslag wordt, en jij mag niet met de
getuige praten.
- Britt: Poging tot
doodslag??? Dat meen je niet !!!!!!!!!!!
- Nadine: Getuigen
zeggen dat jij hebt zitten ruziën met Tony en ineens het stuur omtrok zodat de
auto tegen die camionette is
geknald. Noem je dat soms een ongelukje?
- Britt: Maar Nadine....
We hadden.... Ik vroeg haar wat er was en toen werd ze kriegel en ik wilde weten
waarom ze zo afwezig was en ineens zei ze, ze zei dat ik moest uitkijken en
ineens stond die vrachtwagen stil en toen.....
- Nadine: En toen lag
Tony in de kreukels. Mooi is dat, ben ik in een klap twee goede inspecteurs
kwijt, en dan heb ik het nog niet over die dure wagen die nu naar de schroothoop
kan.
- Britt: Maar
Nadine....
- Nadien: Niks geen
gemaar. Ga maar naar verhoor 1, Wilfried zal zo bij je komen.
-
- Met knikkende knieën
loop Britt naar verhoor 1. Wilfried komt binnen met twee bekertjes koffie en
gaat tegenover Britt zitten. Hij vind het heel moeilijk om Britt te horen. Ze
zijn verdomme collega's en dat Britt een ongeluk heeft veroorzaakt maakt haar
nog geen misdadiger maar het opnemen van de verklaring voelt voor hem wel alsof
hij haar als verdachte van een ernstig misdrijf voor zich heeft.
- Hij komt dan ook niet
ver. Telkens als hij wat vraagt begint Britt te huilen en hij weet gewoon niet
wat hij moet zeggen, en dus besluit hij Raymond erbij te halen. Die is ouder en
veel rustiger, die weet tenminste hoe je zoiets aan moet pakken.
- Raymond: Britt, gaat
het een beetje met je? Je ziet eruit of je niet geslapen hebt vannacht.
- Britt: Ik voel me zo
rot Raymond. Heb jij al iets van Tony gehoord?
- Raymond: Ik ben
vanmorgen even bij haar geweest. Ze heeft veel last van die kneuzingen en die
hersenschudding. Ze is een stukje kwijt van gisteren, maar de dokter zegt dat
het wel goed gaat komen.
- Britt: Gelukkig, ik
was al bang dat het heel erg was met haar.
- Raymond: Wat is er nou
gebeurt dan Britt, want jij bent toch zo'n goede chauffeur. Hoe kun je nu op een
stilstaande auto inrijden?
- Britt: Ik vond dat
Tony wat vreemd deed en wilde haar dat vragen wat er aan de hand was, maar ze
hield me af. Ik maakte me zorgen om haar en lette even niet op de weg. Goddomme.
Nog geen halve seconde en dan ineens.... (en weer jankte ze)
- Raymond stond op en
liep om de tafel heen om Britt te gaan troosten. Pasmans bekeek dit vol
aandacht. Hij was nog erg jong en wist nog lang niet hoe het allemaal werkte,
maar hij zag wel dat Raymond een kalmerende uitwerking op Britt had en kreeg een
beetje een glimlach terug op zijn gezicht.
- Raymond: Britt, Nadine
heeft ons gevraagd om de toedracht te onderzoeken. We gaan echt ons best doen om
het zo snel mogelijk op te lossen, maar ze heeft vast al gezegd dat D.I.T. ook
komt kijken?
- Britt: Ja, en dan hang
ik. Ik ben onoplettend geweest en heb mijn partner bijna de dood ingejaagd. Ik
word vast uit het corps geschopt. Wat moet ik nou beginnen?
- Raymond: Zo'n vaart
zal het wel niet lopen.
- Britt: Maar Nadine
zei: Poging tot doodslag!!! Weet je wat dat betekend als dat in mijn
politiedossier komt te staan?? Dat k het kan vergeten om ooit nog hogerop te
komen, als ik überhaupt mag blijven. Maar ze zullen wel gelijk hebben, als ik
zo gevaarlijk ben, kan ik beter dit werk niet doen.
- Raymond: Zo moet je
niet denken Britt. Wij gaan ons best doen voor jou, dat beloof ik je.
- Britt: Mag ik gaan? Ik
voel me helemaal niet goed.
- Raymond: Wacht, ik
breng je even weg.
- Britt: Laat maar, ik
moet gewoon even alleen zijn.
- Raymond: Bel je me als
er iets is, of als je gewoon even van je af wil kletsen, of een schouder nodig
hebt om op uit te huilen?
- Britt: Dank je Raymond
-
- En langzaam, enigszins
versuft door de slechte tijding die Nadine had gegeven loopt Britt terug naar
huis. En weer is ze er met haar gedachten niet bij. Zonder uitkijken steekt ze
de straten over, en hoort niet eens dat de tram eraan komt. Een oplettende
voetganger kan haar nog net op tijd aan de kant trekken.
- Maar net voor het
tunneltje van de St. Michielshelling steekt ze weer zo over en ziet niet dat er
een student op zijn fiets hard vanonder de tunnel tevoorschijn komt fietsen. Ze
knallen tegen elkaar en even is er het geluid van een vallende fiets en rollende
mensen en dan is het stil.
- De fietser ligt op de
grond te vloeken dat dit al de tweede fiets is die kapot gaat omdat "dat
mens" niet had uitgekeken. Hij had wat schaafwonden aan zijn handen en een
knie maar kon wel weer overeind komen. Hinkelend gaat hij op Britt af en begint
tegen haar te schreeuwen en te schelden.
- Maar Britt hoort
niets. Die was zo hard op gaar rug gevallen dat ze even out was. Een van de
omstanders had direct naar de 101 gebeld en al snel kwamen er twee agenten van
politie aan: Raymond en Pasmans.
- Raymond: Brittje, wat
maak je me nu?
- Maar Britt reageert
nog niet. Ze heeft haar ogen wel open maar lijkt wat in een shock te verkeren.
Vlug doet Pasmans zijn jas uit en legt die over Britt heen. Dan gaat hij op zijn
knieën naast haar zitten en begint zachtjes tegen haar te praten.
- Raymond hoort van de
fietser en de omstanders wat er gebeurd is. De fietser geeft toe dat hij zelf
ook niet had uitgekeken en dat hij gewoon veel te hard fietste om nog die
voetganger te ontwijken. Hij gaat geen klacht indienen en raapt zijn boeltje bij
elkaar en loopt met zijn kapotte fiets aan de hand verder.
- Ondertussen komt er
ook al een ambulance aan die Britt gaat onderzoeken en uit voorzorg toch maar
even meeneemt naar het ziekenhuis.
- Raymond gaat met haar
mee om haar een beetje tot steun te zijn.
- Nadat ze wat is
opgelapt aan de diverse schaafwonden op haar handen en knieën en nadat er
opnieuw foto's zijn gemaakt mag ze weer naar huis. Als Raymond haar daar brengt
bedankt ze hem en gaat binnen, en loopt rechtstreeks door naar bed. Ze snapt
zichzelf niet meer. Het ene na het ander ongeluk lijkt ze op te roepen. Ze baalt
vreselijk van zichzelf. Ze voelt zich down, depressief en denkt weer terug aan
haar tijd met Mark, toen alles nog goed was. Met zijn foto dicht tegen zich aan
valt ze dan eindelijk in slaap.
- Op het commissariaat
begint Nadine nu echt een beetje haar geduld te verliezen met Britt.
- Nadine: Wat die
allemaal uithaalt om onder die aanklacht uit te komen. Ze moet toch beter weten
!
- Raymond: Baas, toe,
houd u een beetje in. Britt is heel erg van de kaart. Ze had dat echt niet
gewild met Tony, ze voelt zich er heel erg ellendig onder. Nu moet u niet ook
nog tegen haar keren. Dat kan ze er niet bij hebben. Ik denk dat die wel eens
heel erg overspannen aan het worden kan zijn, misschien zelfs wel burn-out. We
moeten wat voorzichtiger met haar omgaan.
- Nadine: Als je het zo
goed weet agent Jacobs, wil jij dan mijn plaats innemen.? Ik kan me zo bij de
burgermeester en de zonechef verantwoorden. Leuke taak zal ik je zeggen.
- Raymond: U weet wel
wat ik bedoel. Ik ga verder met
mijn PV's.
-
- Ondertussen in het
ziekenhuis begint Tony een beetje bij te komen. Ze voelt zich wel nog
hondsberoerd en alles danst voor haar ogen, maar haar geheugen komt gelukkig
terug. Ze moet van de dokter nog zeker drie dagen platte bedrust houden in een
donkere kamer. Gelukkig voelt ze zich zo moe dat ze in die tijd heel veel slaapt
en de tijd zo aan haar voorbij trekt. Raymond is ondertussen ook bij haar
geweest en heeft haar wat vragen gesteld over de toedracht van het ongeval, en
tot zijn grote geluk, geeft Tony ook aan dat het een stom ongeluk was. Die truck
had geen remlichten, dus was niet te zien dat hij stil ging staan. Ook hun eigen
auto had vreemd aangevoeld toen Britt plotseling in de remmen moest.
- Raymond: Dan zal ik de
technische recherche er eens op afsturen.
- Tony: Hoe is het met
Britt? Ik maak me zorgen om haar.
- Raymond: Niet zo
geweldig.
- Tony: Is zij ook
gewond geraakt?
- Raymond: Spierpijn.
Maar vooral heel veel last van een schuldgevoel, en Nadine wrijft het er ook nog
een beetje in.
- Tony: Wat doet die
dan?
- Raymond: D.I.T. ,
tijdelijk op non-actief.
- Tony: Godver**** (en
dan grijpt ze naar haar hoofd, want dat doet toch wel veel pijn)
- Raymond: Rustig Tony,
Pasmans en ik zullen dit grondig uitzoeken. Ik kan me niet voorstellen dat
jullie elkaar naar het leven zouden staan.
- Tony : Hoe kom je daar
bij?
- Raymond: Een omstander
zegt dat jullie aan het ruziën waren en nu krijgt Britt een aanklacht wegens
poging tot doodslag.
- En dan begint Tony
heel hard te huilen. Dit kon ze niet hebben. Ja, Britt had niet goed opgelet,
maar zelf was ze ook aan het ruziën geweest. Dit mochten ze Britt niet aandoen.
- Tony: Wil jij even
mijn kleren uit de kast pakken?
- Raymond: En waar gaat
het heen?
- Tony: Eerst naar Britt
om te zeggen dat het haar schuld niet is en dan naar Nadine.
- Raymond: Jij blijft
mooi in bed liggen en zorgt dat je beter wordt. Ik zal bij Britt langsgaan en je
boodschap overbrengen. Wordt maar snel beter dan kun je ons weer helpen.
- Tony: Ik wil NU dat je
een verklaring opneemt dat Britt geen schuld heeft. En die hufters van de I.T.....
- Raymond: Ga je jezelf
rustig houden of moet ik eerst een arts roepen?
- Tony: Oké, maar
schiet wel op voordat ze hun klauwen in Britt zetten.
-
-
- Britt opent de deur
voor Raymond maar ziet er niet uit. Dik behuilde ogen en grote wallen onder haar
ogen.
- Raymond heeft echt met
haar te doen.
- Raymond: Ik ben bij
Tony geweest en die heeft me gezegd dat het niet jou schuld was.
- Britt: Jawel, ik reed
toch? Ik heb die wagen toch op de camionette geknald?
- Raymond: Volgens Tony
waren de remlichten van die vrachtwagen niet oké, en was jullie wagen ook niet
in orde. Ik heb de technische recherche al ingeschakeld en we zullen snel meer
weten. Gaat het een beetje met je?
- Britt: Nee Raymond,
het gaat helemaal niet. Ik voel me zo slecht. Ik kan het niet meer aan. Ik weet
niet meer wat ik moet doen.
- Raymond: Ben je
depressief aan het worden?
- Britt: Het voelt bijna
zo als toen Mark overleed. Het is zo leeg en koud van binnen. En ik ben zo bang
dat ik mensen die me zo aan het hart gaan, wat aan zal doen. Ik kan niet leven
met die gedachte, ik wil eruit.
- Raymond: Britt, je
maakt mij bang met zulke uitspraken. Ik wil dat je een dokter gaat zien. Dit kun
je niet alleen aan. Laat ons je helpen
- Britt; Maar ik kan dat
niet aan jullie vragen. Jullie hebben al zoveel last van mij.
- Raymond: Jij hoeft
niks te vragen. Wij DOEN dit gewoon voor jou. Wij willen je niet kwijt.
- Raymond regelt snel
dat er een dokter komt, en ook belt hij Britt haar moeder op of die kan komen om
voor Dorien te zorgen en Britt wat in de gaten te houden.
- José: Ik kom er aan.
Ik pak de trein van half twee en ben dan tegen drie uur bij haar, Kan jij zolang
bij haar blijven? Ik ben bang dat ze zich wat aandoet. Onze Britt kan heel erg
gesloten zijn.
- Raymond: Ik weet het.
Maar ik wacht hier wel.
- Maar als hij naar het
bureau belt om dat door te geven is Nadine allerminst tevreden, zijn werk ligt
op hem te wachten.
- Raymond: Stuur Pasmans
dan hierheen met die papieren en dan werk ik ze wel uit op Britt haar laptop.
(En zonder een antwoord af te wachten gooit hij de haak er weer op)
-
- Nadat oma José de
wacht heeft overgenomen gaat Raymond weer naar het commissariaat en nodigt zijn
"gewone" collega's uit voor een drink in de Combi. Het zit hem dwars
dat Nadine zo afstandelijk doet over Britt en hij maakt zich zorgen om Britt en
wil dit met hun bespreken.
-
-
- Na twee dagen mag Tony
dan uit het ziekenhuis en komt rechtstreeks naar het bureau waar ze eerst begint
Nadine de kast uit te keren.
- Nadine: Effen dimmen,
Dierickx. Ik ben nog altijd je baas.
- Tony: Moet u zo tekeer
gaan tegen Britt? We hebben een ONGELUK gehad. Wie heeft die kolder verteld van
poging tot doodslag? Weet u wel wat u haar hier mee aandoet? Het zal me niets
verbazen als ze helemaal alleen thuis zit en overdenkt wat dit leven haar nog te
bieden heeft. Maar ik zweer je Nadine, als haar ook maar iets overkomt, ik
vergeet even dat ik agent ben en kom achter je aan.
- Nadine: Gaan we de
baas bedriegen??
- Tony: Ik ga
aankondigen wat ik ga doen. (dan draait ze zich om en wil weglopen om bij Britt
op bezoek te gaan)
- Nadine: Waar ga je
heen?
- Tony: Naar Britt, waar
denk je anders. Die kan mijn steun goed gebruiken.
- Nadine: Dierickx,
meekomen, naar verhoor 3
- En met een kwaaie kop
volgt ze Nadine
- Tony: Wat had je nog
meer, dan alleen Britt af te vallen?
- Nadine: Tony, is je
hoofd wel in orde? Ik ken dit gedrag van jou niet.
- Tony: Ik ben helemaal
oké heeft de dokter gezegd, maar ik vraag me af wat er met u is. U bent anders
nooit ze bot tegen Britt.
- En dan gaat Nadine
zitten en begint te huilen.
- Tony: Ja, je denkt
toch niet dat snotteren de boel oplost, wel?
- Nadine: Ik was zo
geschrokken, ik was heel boos, puur van de schrik. Misschien ben ik te ver
gegaan, maar bij Britt was er iets aan de hand en ze wilde me niks zeggen. Dan
kan ik toch ook niets voor haar doen, kan ik haar toch niet helpen?
- Tony: Had u dat dan
opgemerkt?
- Nadine: Jij niet dan?
- Tony: Ja, maar tegen
mij zei ze ook niets. Is het goed dat ik eens bij haar langs ga?
- Nadine: Ze zitten in
verhoor 1. Dienst Intern Toezicht is haar aan het verhoren en die geven haar er
flink van langs heb ik net gezien toen ik even ging kijken.
- Tony: U weet dat dat
niet mag.
- Nadine; Maar ik maak
me ernstig zorgen om haar. Raymond zegt dat ze zich heel depressief voelt, maar
ze vraagt maar geen hulp.
- Tony: Ik wil naar haar
toe. Ze heeft iemand nodig op wie ze kan vertrouwen en die haar kent. Ik weet
zeker dat ze erover denkt om weer bij Mark te zijn. Nadine, we moeten echt
voorkomen dat ze zichzelf wat gaat aandoen.
- Nadine: Ben ik
helemaal met je eens.
-
- Na anderhalf uur komen
de heren van D.I.T. weer buiten en zonder een woord te zeggen lopen ze weg. Tony
staat met stomheid te kijken naar hun gedrag.
- Dan geeft Raymond haar
een duwtje in de rug om aan te geven dat ze maar gauw naar Britt toe moet gaan.
- In verhoor 1 hangt
Britt huilend over de tafel heen en merkt niet dat Tony binnen komt.
- Ook als Tony haar
handen op Britt haar schouders legt reageert ze niet.
- Tony: Hé, Britt, wat
is er met je?
- Maar nog geen reactie.
Tony voelt zich erg ongemakkelijk met de situatie. Ze pakt een stoel en gaat
naast Britt zitten en neemt diens hoofd in haar armen en begint troostende
woordjes te spreken maar Britt blijft maar huilen.
- Tony:
Britt,alsjeblieft praat tegen mij. Ik moet weten hoe het met je is.
- Britt; Ik had je bijna
dood gemaakt. Je moet maar uit mijn buurt blijven. Ik ben een slecht mens.
- Tony: Nee, Britt, jij
bent geen slecht mens. We hadden een ongeluk, ik ben weer oké, en jou treft
geen blaam. Laat je niet kisten door Nadine. Die meent het niet zo heeft ze me
gezegd.
- Britt; Maar het IT
zegt dat ik vrijwel zeker geschorst ga worden en misschien ontslagen. En dat de
poging tot doodslag blijft staan. Ik kan niet meer. Dit leven is gewoon sh*t. Ik
kan niet meer, en ik wil dit niet meer.
- En ineens springt ze
op en duwt Tony omver en grijpt haar wapen.
- Tony kijkt met grote
bange ogen naar Britt. Ze ziet dat Britt met het wapen aan het spelen is. Ze
kijkt naar de loop, voelt hoe de trekker reageert en zet dat eerst het wapen
tegen haar slaap, en later steekt ze het in haar mond.
- Britt: Het is beter zo
Tony, dan heeft niemand meer last van mij.
- Tony: NEEEEEEEEEEEEE!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
- Britt: Jawel, ik kan
niemand meer onder ogen komen.
- Tony heeft ineens
zoveel kracht in zich, springt overeind en grijpt Britt haar pols en trekt het
wapen uit haar mond en samen vallen ze op de grond en ineens gaat het wapen af.
-
-
-
- Dan word het stil.
-
-
-
- Britt ligt op haar rug
met starre open ogen naar het plafond te staren.
- Tony ligt half bovenop
haar en voelt zich kotsmisselijk.
- Ze weet niet of een
van beiden geraakt is en durft ook niet te kijken.
-
- Dan ineens staat het
verhoor vol met collega's. Raymond trekt Tony van Britt af en als ze hysterisch
begint te schreeuwen neemt hij haar heel stevig vast en wend haar af van Britt.
Zo kan ze niet zien of er wat met Britt gebeurt is.
- Nadine buigt zich over
Britt die star naar het plafond blijft kijken. Ze kijkt goed of ze bloed ziet,
maar kan dat niet waarnemen. Niet aan het hoofd, niet aan de benen en ook als ze
het truitje van Britt wat opbeurt ziet ze geen bloed. Dan voelt ze of er een
polsslag is. Gelukkig, die is er, heel snel.
- Nadine: Ben, bel een
ambulance.
- En dan zakt Tony flauw
in Raymonds armen.
- Nadine: Tony, ze
leeft, ze lijkt niet gewond, maar het is niet goed met haar. Ik laat haar naar
het ziekenhuis brengen.
-
- Raymond: Ik zet haar
wel even in een stoel.
- Raymond zet Tony neer
maar die lijkt nog steeds niet te reageren. Dan komt de ambulance er aan.
- Ze kijken eerst naar
Britt of die gewond is maar dat is niet zo, ze is in shock. Dan vraagt Raymond
of ze nog even naar Tony willen kijken..
- Ambulancier: Flauw
gevallen, heftige emoties denk ik. (Dan haalt hij een amoniakstift uit zijn jas
en wuift ermee onder Tony's neus, die daar heftig op reageert en weer bij komt)
- Tony: BRITT!! Wat heb
je gedaan??
- Nadine: Rustig maar
Tony, ze is niet geraakt door een kogel.
- Tony: Maar ze heeft
geschoten en toen deed ze helemaal niets meer. Is ze dood? (nu hard aan het
huilen)
- Ambulancier: Ik ga u
wat geven om te kalmeren. (en voor ze het in de gaten heeft krijgt ze een
injectie met valium en zakt weer weg, opgevangen door Raymond)
- Britt ligt nog steeds
bewegingsloos op de vloer en wordt door de ambulance meegenomen naar het
ziekenhuis. Gezien de forse suïcidepoging en het grote risico op herhaling
wordt Britt opgenomen op de gesloten afdeling van de psychiatrie en komt in de
separeerkamer te liggen waar ze in het bed gefixeerd word om te voorkomen dat ze
zichzelf wat aan kan doen.
- Heel het team is
aangeslagen door deze situatie. Nadine is ook bezorgd om Tony die helemaal
apathisch voor zich uit zit te kijken.
- Nadine: Gaat het Tony?
- Tony: (afwezig) Ja.
- Nadine; Wil ik je naar
huis brengen? Moet er vannacht iemand bij je blijven?
- Tony: (afwezig) Nee.
- Raymond: Is het wel
verstandig om nu alleen te zijn?
- Tony: Ik ben Britt
niet. Ik jaag mezelf geen kogel door de kop. Ik red me wel. Laat me maar even
met rust, morgen zien we wel verder.
- En zonder verdere
reacties af te wachten gaat ze weg. Thuis pakt ze een groot glas whisky, slaat
dit in een keer achterover en voelt haar slokdarm bijna in de brand staan.
"Genoeg" zegt ze bij zichzelf. Ze kruipt het bed in, valt als een blok
in slaap en is anderdaags om zes uur weer wakker, springt onder de douche en
gaat naar het werk waar ze zich zonder slag of stoot weer op de inbraak bij de
EXPO stort.
- Als Ben om acht uur
binnenkomt is hij verbaasd haar weer aan het werk te zien. Hij pakt twee bekers
koffie en geeft er een aan Tony en wil een praatje met haar maken om te horen
hoe het er mee is, maar Tony wuift hem weg, ze is te druk.
- Omdat Bea nog geen
contact met hun had opgenomen besluit ze zelf maar eens langs te gaan.
- Bea haar gezicht is
behoorlijk blauw geworden maar gelukkig is haar geheugen weer terug.
- Tony: Waarom heb je
ons nog niet gebeld?
- Bea: Ik was bang dat
ze me in de gaten zouden houden en weer terug zouden komen.
- Tony: Maar je had toch
kunnen bellen?
- Bea: Maar als ik de
telefoon oppak hoor ik steeds een klik, alsof ze me afluisteren.
- Tony: Mag ik eens?
- En ze neemt de hoorn
van de haak en hoort inderdaad ook een klik.
- Tony: Ik zal vragen of
ze dit na willen checken. Hier is mijn kaartje, als je het idee hebt dat er
iemand achter je aan zit moet je toch maar bellen en we komen dan zo snel
mogelijk.
- Bea: Bedankt.
- Nu weet Tony in elk
geval wel dat er een vrouw en twee mannen betrokken waren bij de overval.
- En ze hadden alledrie
dezelfde kaki-jassen gedragen en ook alle drie een zwarte muts.
- Terug op het
commissariaat ligt het rapport van de technische recherche: merk en type auto is
bekend, voetsporen zijn opgenomen, vingerprints in het kantoor, die Tony nu kan
vergelijken met sporen die ze op archief hebben. Heel wat om mee verder te gaan.
En ijverig werkt ze zich de dag door en het lijkt of ze haar partner helemaal
niet mist.
- Aan het eind van de
middag vraagt Nadine hoe het er mee is en weer zegt ze dat alles oké is.
- Op weg naar huis belt
ze naar het ziekenhuis maar krijgt te horen dat Britt geen bezoek mag ontvangen.
Verdere informatie krijgt ze ook niet in verband met de privacybescherming.
Enigszins beteuterd hangt ze in.
- Die avond thuis op de
bank begint het aan haar te knagen dat ze niet bij Britt kan en ze belt dan naar
haar huis waar ze oma José aan de telefoon krijgt.
- José: Ik ben heel
kort geweest, maar ze heeft niet gereageerd. Ze ligt er heel vreemd bij, alsof
de wereld langs haar heen gaat. De dokters zijn bang dat ze het weer gaat doen,
maar op dit moment kunnen ze niets anders dan medicijnen geven om haar suf te
houden.
- Tony: Sorry, het spijt
me verschrikkelijk dat u dit mee moet maken. Ik vind het heel erg voor Britt en
Dorien, en ook voor u natuurlijk.
- José: Dank je Tony
dat je even hebt gebeld. Ik weet dat je het heel goed bedoeld.
- Daarna hangt Tony
onderuitgezakt op de bank en probeert de dingen op een rij te krijgen, maar het
lukt niet echt. Telkens dringt zich andere informatie aan haar op die ze ook
niet plaatsen kan en dat maakt haar kriegel.
- Ten langen leste gaat
ze maar naar bed, maar schrikt midden in de nacht wakker. Ze denkt te weten wat
het was, die informatie die steeds bovenkwam. Het had te maken met dat dossier
dat ze in haar schuif had gestoken voor ze naar de EXPO waren gegaan.
- Snel zet ze de
herinnering in haar gsm dat ze er morgen naar moet
kijken en gaat dan, met een min of meer gerust hart, slapen...
-
- Ondertussen bij Britt
verandert de toestand compleet...Die begint door de medicatie heen te breken en
wordt helemaal hysterisch. Ze schreeuwt luid om zich heen. Ze komt echter niet
los, want haar polsen en enkels zitten nog vast, gelijk haar taille. Ook al
wurmt en trekt ze heel hard aan de banden, het lukt niet. Tot bloedens toe
schuurt ze met haar polsen en ineens een hele harde en felle knak.
- Dan gilt ze het uit
van de pijn. Maar er is niemand die bij haar komt. De kamer is helemaal geluid
geïsoleerd en bevind zich achteraan op de gang. Wel komt er regelmatig even
iemand door het raampje controleren, maar die was net geweest.
- Britt ligt nu echt wel
stil. Ze heeft verrekte veel pijn. Haar linker elleboog is door al dat getrek
gebroken en het bot steekt dwars door haar huid heen en het bloed ook
behoorlijk.
- Ze weet dat er niet op
haar roepen gereageerd wordt en probeert zichzelf wat rustig te krijgen maar ze
huilt dikke tranen.
- Eindelijk na twintig
minuten komt er een zuster bij haar die erg schrikt als ze al dat bloed ziet.
- Zuster: Britt, wat is
er gebeurt?
- Britt: (helemaal
verzwakt) Pijn.
- Zuster: Ik haal snel
de dokter want dit ziet er niet goed uit.
-
- Vlot wordt er besloten
dat Britt haar elleboog operatief gezet moet worden en dus wordt ze ingeplant
voor een spoedoperatie zo'n twee uurtjes later.
- Maar na de operatie
gaat ze terug naar de psychiatrie, weer in de separeer en weer in de fixatie.
Aanvankelijk heeft ze er weinig van in de gaten want ze is nog helemaal groggy
van de narcose, maar als haar moeder om vijf uur bij haar komt begint ze daar
heel erg hard tegen aan te huilen.
- Britt: Mama, ik wil
dit niet, ik kan zo niet. Je moet mij helpen.
- José: Meisje, ik heb
zo met je te doen. Heb je veel pijn?
- Britt: Ja, mijn arm
doet heel veel pijn, maar ook mijn hart. Ik wil naar Mark. Ik mis hem. Ik wil
hem weer tegen me aan kunnen houden en voelen dat hij me streelt en me kan
troosten.
- José: Britt, dat kan
niet, en dat weet je. Ik begrijp heel goed dat je hem heel erg mist, maar je
hebt Dorien ook nog en die kun je niet alleen achterlaten.
- Britt: Dorien?
- José: Ja, jullie
dochter.?!?
- Britt: Dat weet ik,
maar als ik haar zie doet het nog meer pijn. Ze lijkt zoveel op hem. En al die
ellende de laatste tijd, ik kan er gewoon niet meer tegen. Dit is toch geen
leven.
- José: Jij hebt veel
te veel hooi op je vork gehad en moet daar nu voor boeten. Maar Britt, schatje,
wij zijn er om jou te helpen. Waarom heb je nooit iets gezegd?
- Britt: Omdat ik
volwassen ben en zelf mijn boontjes moet kunnen doppen.
- José: Een mens kan
zoveel aan, en dan is het op. En bij jou is het nu ook op. Laat je alsjeblieft
helpen. Ik ben al zoveel dierbare mensen verloren Britt. Ik kan niet tegen de
gedachte dat ik jou, mijn enigste kind, ook kwijt raak.
- Britt: En daarom moet
ik doorgaan met dit kloten leven?? (maar ze is zich direct bewust van de aanval
die ze daarmee op haar moeder doet en heeft direct spijt) Sorry mama, dat had ik
niet mogen zeggen, dat wilde ik ook niet zeggen maar ik voel me zo
.................. (En daar huilt ze weer heen)
- Ook José heeft de
tranen in haar ogen staan. Ze weet ook wel dat Britt haar niet wilde beledigen,
maar dat die zo radeloos is dat ze niet meer weet wat ze moet doen.
- Dan buigt ze voorover
en geeft Britt een hele dikke zoen op haar wang en streelt zachtjes haar haren
uit het gezicht.
- José: Ik vind het
niet erg als je met een psycholoog of psychiater gaat praten. Als jij dat nodig
hebt om je verdriet te verwerken moet je dat doen. Stel je eens voor dat je zo
die last van je hart kwijt kunt raken, en wat er daarna voor vrijheid op je af
komt.
- Britt: Is het echt zo?
- José: Britt, nadat je
vader is overleden heb ik ook in de put gezeten, ik wist ook niet meer wat te
doen. Jij had je eigen leven en ik wilde ook niet op jou gaan leunen, dus heb ik
hulp gevraagd.
- Britt: Dat had ik
nooit van u verwacht.
- José: Het is niet erg
Britt, en als je het moeilijk vind, weet dan dat ik onvoorwaardelijk achter je
sta. Jij hoeft dit niet alleen te doen.
- Britt: Oh mama, wat
ben ik dom geweest om het nooit tegen u te zeggen. Kijk eens hoe ik mezelf in de
nesten heb gewerkt.
- Net dan komt ook de
psychiater binnen die blij is te zien/horen dat Britt aan het praten is gegaan.
Bij de deur had hij even staan meeluisteren naar het gesprek en was al snel tot
de conclusie gekomen dat Britt's actie die tot opname hadden geleid een pure
wanhoopsdaad was. Het zou wel goed komen, maar ze had nog een lange en zware weg
te gaan.
-
- Afgesproken werd dat
Britt langzaam aan mocht gaan mobiliseren en dat ze een bepaald therapie
programma zou gaan volgen, met vooral individuele gesprekken, maar ook een
aantal groepsgerichte therapieën zou gaan doen. Dit om te kijken of ze in
groepen meer de neiging had om zich aan te passen en zichzelf weg te cijferen.
Wel zou ze nog zeker veertien dagen op de gesloten afdeling moeten blijven.
- Het vooruitzicht stond
haar niets aan maar ze wist dat ze het nodig had, en met lood in de schoenen
begon ze aan de therapieën.
-
- ------------
-
- Ondertussen had Tony
zich vastgebeten in die oude zaak .
- Ze had steeds maar
weer moeten denken aan een bepaald boekje wat ze hadden gevonden op een plaats
van misdrijf. Het was zo ongewoon geweest om net dat boekje daar te vinden.
- Maar nu dacht ze te
weten wat dat er mee te maken had.
- Eigenlijk dacht ze
Britt haar kennis en ervaring ook nodig te hebben, maar het was haar duidelijk
geworden dat die voorlopig wel uit de running was. Maar uit solidariteit met
Britt weigerde ze samen te werken met een nieuwe partner.
- Dat ze daar niet
helemaal onderuit kon was wel te verwachten want van Nadine mocht ze NIET zonder
partner naar buiten.
- Nadine had haar
duidelijk te verstaan gegeven dat die zaak destijds zo gewelddadig was en dat er
nooit een dader was opgepakt. Dat betekende dat die nu nog vrij rondliep en dat
er dus nog steeds een groot risico bestond.
- Toch probeerde Tony
zoveel mogelijk op eigen houtje te doen, en
pas op het allerlaatste moment hulp te vragen van een van haar collega's.
- Sel had al een paar
keer met haar tijdens de lunch bij de Combi gezeten en had ook al eens laten
blijken dat hij zich zorgen maakte om haar vastberadenheid.
- Tony: Hij heeft god***
drie vrouwen zonder pardon vermoord, die kan ik toch niet zomaar laten lopen?
- Sel: Maar je moet ons
er in kennen. Wij pakken jou die zaak niet af. Hij is van jou en jij mag hem
oplossen, maar alsjeblieft Tony, doe voorzichtig,
- Tony: Dank je voor je
bezorgdheid.
- Sel: Tony beloof je om
ons op tijd om hulp te vragen?
- Topny: (een beetje
afwezig en geïrriteerd) Ja ja.
- Sel: Tony? (en hij
pakte zacht haar hand)
- Tony:
Sel? Wat doe je
nou?
- Sel: Tony, ik mag je
te graag om jou zo het risico in te sturen. Ik moet er niet aan denken dat jou
wat zou overkomen.
- Tony:
Sel? Ik weet
niet goed wat ik er van vinden moet. Ben jij....? Ben jij op mij?
- Sel: Ik weet het niet
zeker, maar professioneel ben ik wel bezorgd om jou, dus laten we daar maar mee
beginnen.
- Tony: Dan zal ik
Nadine vragen of wij samen verder kunnen aan die zaak.
- Sel: Zou het wel goed
werken dan als het niet duidelijk is of ik verliefd op je ben?
- Nu Sel het hoge woord
eruit had gegooid kreeg Tony ineens een kop als een boei. Ze voelde zich
draaierig worden en wist niet waar ze moest kijken. Zenuwachtig begon ze van
alles op te pakken en gooide een glas drinken om.
- Weer pakte Sel haar
hand.
- Sel: Tony, doe eens
rustig. Wat ik voor jou voel kan ik nog gescheiden houden van het werk. Kun jij
dat ook?
- Tony:
Sel, ik heb nog
nooit over gedacht, dat jij en ik....
- Sel: Hoeft ook niet.
Ik wil me niet opdringen.
- Tony: Ik wil er eens
goed over nadenken. Is dat oké voor jou?
- Sel: Helemaal.
-
- Die week had Tony
zoveel informatie overal vandaan weten te krijgen dat ze dacht te kunnen
overgaan tot een huiszoeking bij een verdachte maar ze werd tegengehouden door
Nadine.
- Tony: Waarom dan toch?
We hebben zoveel nu?
- Nadine; Is je nog niet
opgevallen dat je in deze cold-case veel te gemakkelijk je informatie hebt
gekregen? Ik ben bang dat je ergens ingelokt wordt. Je krijgt NU nog geen
toestemming om te gaan. Ik laat het eerst door een ander team nalopen waar al de
info vandaan gekomen is en als dat er safe uitziet mag je met een
interventieteam erheen.
- Tony: Maar Nadine, ik
kan hem zo oppakken.
- Nadine: En ik wil jou
niet zo kwijt. Ik heb ondertussen een stagiaire die jij kunt begeleiden nu Britt
afwezig is. Met je status van OGP ben jij daartoe ook bevoegd. Het geeft jezelf
ook even de gelegenheid om af te schakelen.
- Tony: Maar ik wil geen
stagiaire.
- Nadnie: Kijk daar is
hij; Niels, laatste jaars student criminologie.
- Tony draait zich kwaad
om, maar ziet dan een knappe man staan...
- Tony:
Hey, hallo, ik ben Tony. Tony Dierickx. Ik
hoor dat wij een poosje moeten samen werken. Heb je zin in een kop koffie?
Zullen we naar de Combi gaan, dat praat daar wat rustiger en kun je me vertellen
hoe het staat met je opleiding en wat je hier wilt leren.
- Als ze vertrekken
kijkt Nadine haar met een tevreden glimlach na.
- Nadine: Dat zit wel
goed (denkend)
- In de Combi heeft Tony
een heerlijke tijd met Niels. Hij verteld haar veel over zijn opleiding, en zijn
hoop ooit een hele goede speurder te worden. Hij zegt al veel over Tony gehoord
te hebben en is blij dat hij met haar mag werken.
- Tony voelt zich
gevleid en nodigt hem direct al uit om 's avonds bij haar te komen eten, wat hij
graag aanneemt, want het was hem nog niet gelukt om al een woonruimte te vinden
voor de duur van zijn stage. En elke avond in een hotel eten zag hij ook niet zo
zitten.
- Nou, je kunt wel op je
klompen aanvoelen hoe het voor Tony gaat worden.
- Al meteen de eerste
avond eindigt ze met Niels in bed. Ze voelt zich de koning te rijk en vergeet
even dat ze met een hele belangrijke zaak bezig is.
- De volgende ochtend
wordt Tony wakker van de geur van dampende hete koffie. Ze legt haar handen voor
haar ogen en probeert even na te denken wat er gisteren is gebeurt en straalt
dan helemaal als ze weer aan Niels denkt.
- Als ze in de kamer
komt ziet ze dat hij al met zijn neus in de boeken zit.
- Tony: Goedemorgen,
ijverige student. Lekker geslapen?
- Niels: Heerlijk, en zo
zacht. Ik vond het geweldig. Jij ook?
- Tony: Ja tuurlijk.
- Niels: Mooi zo. Wil je
koffie? Ik heb net gezet.
- Tony: Ja lekker.
- Niels loopt naar de
keuken om koffie voor Tony te pakken.
- Tony: Wat zit je
eigelijk te lezen?
- Niels: O gewoon een
boek over de politie.
- Tony: Oké ik ga me
even omkleden en dan moeten we gaan werken.
- Niels: Ja.
- Tony kleed zich snel
om en dan vertrekken ze samen naar het commissariaat..
- Na een tijdje gewerkt
te hebben (lees : Saaie PV's ingetypt te hebben)
- Tony:
Nadine? Mag ik
even naar Britt toe gaan? Ik ben bezorgd...
- Nadine: Ga maar...
Maar neem Niels mee, oké?
- Tony:
Oké !!! (lachend)
-
- Aangekomen in het
ziekenhuis...
- mag ze echter niet bij Birtt.
- De arts is bij haar
voor individuele psychotherapie. Britt is aan het vertellen over haar leven, en
de moeilijkheden die ze daarin is tegen gekomen, en hoe ze daar tot nu toe mee
om is gegaan.
- Het kost haar heel
veel moeite om te vertellen en regelmatig barst ze in huilen uit, maar omdat er
nu toch eindelijk een opening lijkt te komen willen ze haar graag door laten
vertellen en niet laten onderbreken door bezoek. Ze zou zomaar weer dicht kunnen
klappen en dan ook niet meer willen praten over haar leven.
-
- Enigszins
teleurgesteld gaat Tony weer weg en Niels legt troostend een arm om haar
schouders.
- Niels: Gaat het Tony?
- Tony: Nee, het gaat
niet. Ik maak me zorgen over Britt. Wij werken al zo lang samen en ik dacht toch
dat ik haar wel zo'n beetje kende, maar dat ze suïcidaal zou worden? Dat had ik
nooit van haar verwacht.
- Niels: Jij trekt het
je heel erg aan dat ze jouw wapen heeft gepakt, is' 't niet?
- Tony zegt niets maar
wordt alleen maar stiller en stiller.
- Niels: Hey, zullen we
vandaag eens vroeg ophouden met werk? Ik wil je graag uitnodigen voor de sauna,
lekker ontspannen en je eens goed laten verwennen.
- Tony: Jee, ik weet
niet, zo lang kennen we elkaar toch nog niet?
- Niels: Maar vannacht
was toch ook fijn? Voor mij tenminste wel, en ik hoop voor jou ook?
- Tony: Jawel, maar ...
- Niels: Geen gemaar.
Probeer eens te leven Tony, je kunt niet alles vooruit plannen.
- Tony: Zal ik Nadine
vragen of ik de middag vrij kan nemen?
- Niels: Doe maar. Ik
kom je vanmiddag bij je boot ophalen, moet nog even wat regelen voor de
opleiding.
- Tony: Oké, tot later.
-
- Terug op het
commissariaat roept Nadine haar binnen.
- Nadine: Die Niels is
wel een goeie, is het niet?
- Tony: Ik denk het wel.
Hij is rustig, overziet dingen snel en goed. Ik denk wel dat dat goed komt.
- Nadine: En hoe was het
met Britt?
- Tony: (wat stilletjes)
Ik mocht niet bij haar. Ze was met de dokter in gesprek en ik mocht niet storen.
Ze waren bang dat Britt weer dicht zou klappen en niets meer wilde vertellen.
- Nadine: Ja, daar kan
ik inkomen. Britt is meestal toch vrij gesloten.
- Tony: (wat boos
klinkend nu) Maar ze is mijn partner en wij kennen elkaar door en door. Waarom
heb ik niet eerder gemerkt dat ze het leven niet meer zag zitten? Waarom heeft
ze mijn wapen gepakt? Nu moet ik hier mee leven. Wat zegt het IT? Krijg ik een
schorsing?
- Nadine: Ik heb net hun
rapport gekregen. Jou treft geen blaam. Jij had dat niet kunnen voorzien. Je
kunt gewoon je werk blijven doen.
- Tony: En Britt dan?
Die zit wel mooi vast op de psychiatrie. Kan die hier weer terug komen werken
straks?
- Nadine: Dat zullen we
met de tijd wel zien.
- Nu ziet Nadine dat
Tony natte ogen krijgt.
- Nadine; Hey, Tony, wat
is er met u? U ken ik zo niet. Trek je het je zo erg aan van Britt?
- Tony: Ze is meer dan
mijn partner, ze is mijn vriendin en mijn vertrouwenspersoon. Ik vind het heel
erg en ik voel me schuldig over deze hele toestand.
- Nadine: Niet doen
Tony. Het is niet JOU schuld. Britt had veel meer voor haar kiezen gekregen dan
ze aankon, en ineens zijn de stoppen doorgeslagen en wist ze niet meer hoe ze
verder moest.
- Tony: Maar MIJN wapen.
- Nadine: Jij hebt dat
uit haar hand geslagen en JIJ hebt haar leven gered!
- Tony: En wat voor
leven heeft ze nu: gestempeld als psychiatrisch patiënt, niet geschikt meer
voor een politiefunctie in verband met zulke gevaarlijke en onvoorspelbare
opdrachten. Ze zal me haten.
- Nadine: Tony, ik heb
hier een adres en ik wil dat jij daar NU naar toe gaat.
- Tony: WAT?? Voor mij
ook een psychiater? Ik denk er niet aan. Weet je wat die andere psych Britt
heeft aangedaan? No
way, never.
- Nadine; Je hebt geen
keus Tony. Het is dat, of op non-actief. Jij hebt zelf ook wat te verwerken en
neem daar nu eens de tijd voor, voordat je net als Britt eindigt.
- Tony: Wat wil je daar
mee zeggen? Dat mijn partner afgedankt wordt, een wrak is?
- Nadine: Ik doe of ik
dit niet gehoord heb. Je hebt het adres en ik heb al een tijd voor je
afgesproken. Om vijf uur krijg ik telefoon van die PSYCHOLOOG, en geen
psychiater, en hij laat me weten of je bent geweest. Inhoudelijk zal hij me
niets vertellen. Dat is tussen jullie twee.
- Tony: (verveeld) Moet
dat echt?
- Nadine: Goedemiddag
Tony. En als je klaar bent, .....neem dan de rest van de middag vrij en ga wat
leuks doen, wat waar je van kan ontspannen.
-
-
- Nadat Tony met lood in
de schoenen bij de dienstpsycholoog is gegaan en haar kant van het verhaal heeft
verteld voelt ze zich, onverwacht, toch wat meer opgelucht.
- Thuis zit Niels al op
het dek op haar te wachten.
- Niels: Ben je er klaar
voor?
- Tony: Waarvoor?
- Niels: We zouden toch
naar de sauna?
- Tony: Even omkleden en
mijn spullen pakken. Waar gaan we?
- Niels: In Brussel. Kan
ik even langs mijn kot om wat spullen te halen.
- Tony: Leuk, kan ik ook
eens zien hoe jij woont.
- Niels: Niets geen
bijzonders, gewoon een studentenkot met veel rommel.
-
- In de sauna kan Tony
zich echt heerlijk ontspannen. Niels heeft er voor gezorgd dat er een masseur is
die Tony een volledige massage geeft en waar ze heerlijk van ontspant.
- Nadien gaan ze in
Brussel op restaurant en Tony staat erop om te betalen want Niels moet zien rond
te komen van zijn studiebeurs.
- Het kot van hem is ook
echt een kot, en hij had gelijk : het stond vol rommel.
- Die nacht slapen ze
weer samen en de volgende morgen probeert Tony zichzelf toch weer te herpakken
zodat ze aan het werk kan.
- Niels neemt de koffie
mee, als Nadine Tony binnenroept.
- Nadine: En hoe ging
het gisteren bij de psycholoog?
- Tony: Ik dacht dat dat
tussen hem en mij bleef?
- Nadine: Hij heeft ook
niets gezegd. Ik vraag het jou, ben geïnteresseerd hoe het met jou gaat.
- Tony: Het gaat een
beetje beter. Ik tilde te zwaar aan dat schuldgevoel heeft hij gezegd.
- Nadine: Ga je nog weer
terug voor vervolggesprekken?
- Tony: Waarom wil je
dat weten?
- Nadine: Dan kan ik je
vrij geven. Je kunt zoveel doen op een dag en meer niet, en ik stel er belang in
dat mijn mensen het allemaal een beetje goed aankunnen.
- Tony: Sorry baas dat
ik zo cru doe, maar het zit me gewoon niet zo lekker van Britt.
- Nadine; Dat begrijp
ik. Maar, bon. Ik heb een zaak. Wil je samen met Niels eens gaan kijken?
-
- Op weg naar de gemelde
overval heeft Niels eigenlijk weinig aandacht voor de zaak en zit steeds maar
aan Tony te friemelen.
- Tony: Niels, niet
doen, je leidt me af. Ik moet opletten met autorijden.
- Niels: Maar je vind
het toch wel fijn?
- Tony: We zijn nu aan
het werk.
- Niels: Och werk, dat
is maar bijkomende zaak.
- Tony: Niet voor mij,
daar moet je wel rekening mee houden.
- Niels: Stop eens Tony?
- Tony kijkt hem vreemd
aan, maar het lijkt wel of zijn ogen diep in haar doordringen. Bijna vanzelf
stopt ze en zet de wagen aan de kant van de weg.
- Niels legt zijn hand
in haar nek en trekt haar naar zich toe en begint haar heftig te zoenen. Tony is
even verrast als dit gebeurt. Nog nooit had een vent haar zo snel om gekregen,
maar het voelde wel heel fijn.
- Toch schudde ze hem
van haar af.
- Tony: Niels, eerst het
werk, vanavond zien we wel verder.
- En zo rijden ze naar
de bank waar een half uur geleden een gewapende overval had plaats gevonden. De
overvallers waren uiteraard al weer gevlucht maar er heerste nog grote
consternatie onder de bankbedienden.
- Tony: Niels, ga jij
eens kijken bij de technische recherche als die de sporen gaan zoeken. Ik ga
even met deze bedienden praten.
- Tony werkt, geheel
volgens voorschrift, de situatie af en krijgt veel informatie over de
overvallers. Hopelijk zijn het "bekenden" van de politie zodat ze ze
in het archief op kan zoeken en ze hopelijk ook opgespoord kunnen worden en
opgepakt.
- Niels staat er echter
bij en kijkt ernaar.
- Vanuit haar positie
krijgt Tony een beetje de indruk dat het werk Niels niet zoveel kan schelen. Hij
toont echt weinig interesse en ze kan haar verbazing niet onderdrukken.
-
- Nadat ze op het
commissariaat de gegevens in de computer hebben ingevoerd rollen er al gauw drie
namen uit van bekende misdadigers.
- Tony vraagt Nadine om
toestemming om ze alledrie binnen te mogen brengen voor verhoor.
- Nadine: Wie ga je
meenemen? Niels is niet volledig opgeleid en bevoegd.
- Tony: Laat Sel en Ben
er een halen, Raymond en Pasmans, en dan ga ik wel met ....
- Nadine: Ga maar samen
met Rudi. Die heeft een hoop ervaring hiermee.
- Tony: Dank je Nadine.
- Niels: En ik dan?
- Tony: Als je wil kun
je de PV's nog eens nalezen en misschien staat er iets in waar we straks onze
vragen mee kunnen gaan stellen..
- Niels: Zijn jullie
vlot terug?
- Tony: Ik denk dat we
ze over een uurtje alledrie binnen hebben.
-
- Onderwijl Tony en de
andere teams de vermeende overvallers binnen halen zit Niels een boekje te
lezen, en niet, zoals Tony gevraagd had, de PV's.
- Hij kan tijdens het
verhoor dan ook geen zinnige vragen stellen. Tony begint een beetje te balen. Ze
heeft vandaag best hele veel werk verzet en had gehoopt op een beetje hulp van
Niels.
- Nadat ze eindelijk
gedaan heeft met werk en Niels al een poosje zit duimen te draaien, pakt ze haar
jas en wil naar huis gaan.
- Niels: Gaan we uit
eten of kook jij?
- Tony: Niels,ik denk
dat ik vanavond liever alleen ben.
- Niels: Waarom? Is er
iets?
- Tony: Ik moet er eens
over denken.
- Niels: Waarover? Over
ons?
- Tony: Ook. Maar ...
- NIels: Dan gaan we
naar jou huis en gaan we praten. Praten is altijd goed in een relatie.
- Tony: Is dat wat we
hebben? Een relatie?
- NIels: Niet dan?
-
- Bij Tony op de boot
wordt de sfeer er niet beter op. Niels is gelijk begonnen met bier drinken en
wil eigenlijk helemaal niet luisteren naar Tony. Hij heeft maar zin aan een
ding: Seks.
- Tony: Niels, nu niet.
Het zit me gewoon niet lekker.
- Niels: Wat nou niet?
- Tony: Zoals jij
vandaag deed op het werk. Ik kreeg de indruk dat het je geen klap kan schelen
wat er gebeurt is.
- Niels: Kan het ook
niet. Het was al gebeurt en dat kunnen wij toch niet meer veranderen.
- Tony: Maar wij kunnen
de boel gaan onderzoeken en oplossen. Criminologie is toch wat jij studeert?
- Niels: Dat wilde mijn
pa, maar ik vind er geen zak aan.
- Tony: Wat wil jij dan?
- Niels: Jou.
- Tony: Even serieus Niels.
- Dan staat Niels op en
loopt met zijn verleidelijke ogen op Tony af en neemt haar weer in zijn armen en
hij wil haar gaan kussen maar Tony wil hem wegduwen.
- Niels: Maar nee Tony,
echt ik wil u .
- Tony: Nu niet Niels.
- En ze probeert
nogmaals om uit zijn greep los te komen maar het lukt niet en Niels plant zijn
lippen vol op Tony's mond en begint haar diep te zoenen.
- Tony: mm, mm, niet
doen.
- En dan gooit NIels
haar letterlijk van zich af en begint tegen Tony te schreeuwen.
- Tony valt achterover
tegen de bank en verzwikt haar voet en begint zachtjes te wenen.
- Niels schrikt daarvan
en loopt op haar toe om haar te troosten.
- Niels: Sorry Tony, ik
had dat niet mogen doen. Ik ben kwaad op mijn vader en moet dat niet op jou af
reageren. Wil je me vergeven?
- Tony: Help me maar
overeind.
- Als Niels haar
overeind helpt gilt ze van de pijn. Gauw zet hij Tony op het aanrecht en stopt
haar voet in de gootsteen en laat er heel lang heel koud water overheen stromen.
- Na een dikke tien
minuten zet hij Tony op de bank en legt een zwachtel aan zodat de voet niet
verder kan zwellen.
- Tony: Shit, ik heb
geen tijd om thuis te gaan zitten. Ik heb nog veel te doen.
- Niels: Tony doe eens
rustig, het is avond, je hoeft nu niets te doen. Laten we lekker naar bed gaan
en van elkaar genieten.
- Tony: Liever niet
Niels. Ik voel me niet zo goed.
- Maar Niels weet van
geen ophouden en Tony begint hem nu ronduit vervelend te vinden.
- Ze weet niet zo goed
hoe ze dit aan moet pakken, maar een ding is duidelijk: vanavond wil ze niets
met Niels.
- Niels voelt ook wel
dat er iets niet goed is en verontschuldigt zich even. Hij loopt naar het dek en
begint met zijn mobiel te bellen.
- Na een poosje komt hij
weer binnen en loopt weer op Tony toe.
- Niels: Tony geef me
nog een kans. Ik mag u graag.
- Tony: Wie was je aan
het bellen? Mocht ik het niet horen? Vertrouw je me niet?
- Niels: (begint zich
boos te maken en kan zich nauwelijks inhouden) Gaat je niet aan.
- Tony: Je bent nog
steeds in mijn huis hoor.
- Niels: (verliest nu
zijn geduld) God****. Trut dat je bent. Je zegt niets tegen mijn opleidingscoördinator.
- Tony: Wat moet ik niet
zeggen? Dat je geen echte, en zeker geen gemotiveerde student bent? Denk je dat
die het zelf nog niet in de gaten heeft?
- Niels: Ik krijg jou
wel stomme trut. (en hij begint Tony te slaan, links en rechts)
- Maar Tony is een
politievrouw en ze weet zich aardig goed te verweren.
- Tony: Niels ophouden.
Je moet mij niet slaan als je kwaad bent op je vader. Maak dat je weg komt.
- En als Niels andermaal
een aanval op haar wil openen haalt Tony snel haar wapen te voorschijn en neemt
Niels onder schot. Met haar andere hand pakt ze haar mobiel en roept de 101 op.
-
- Binnen vijf minuten
staat er een politiewagen voor de deur en wordt Niels in de boeien geslagen en
afgevoerd.
- Nadine komt
binnenstappen en loopt direct op Tony toe die helemaal geschrokken op de bank
zit te huilen. Ze seint de patrouilleagenten dat zij zelf wel de verklaring
opneemt, het is immers een van haar eigen mensen.
- Nadine: Tony, meid,
wat is er gebeurd?
- Tony: Niels. Dat is er
gebeurt. Hij ....
- Nadine: Rustig maar.
Ik maak even een kop koffie en dan vertel jij mij rustig wat er gebeurt is.
- Tony: Kan ik mij gaan
douchen? Ik voel me zo vies en zo gebruikt.
- Nadine: Heeft hij je
verkracht?
- Tony: Hij heeft mij
gezoend en dat wilde ik niet maar hij heeft met zijn handen aan me gezeten en ik
wil dat kwijt.
- Nadine: Is goed Tony,
neem rustig de tijd. Ik wacht hier wel op je.
- Nadat Tony zich
gedoucht en verschoont heeft gaat ze op de bank zitten en verteld Nadine het
hele verhaal van Niels, hoe hij eerst heel gedreven leek om te leren van haar
maar al snel geen oog meer had voor het vak en alleen voor Tony. Hoe hij haar
belazerde, want het telefoontje was naar zijn vriendin geweest, die gelijk was
aangekomen met de politie en dus ook meteen was gegaan naar het bureau.
- En hoe hij zich aan
haar op wilde dringen terwijl ze duidelijk had aangegeven dat ze dat niet wilde.
- Het zou geen
gemakkelijk aanklacht worden omdat er eerst sprake was geweest van instemming
van Tony's kant, maar nu zou het zijn woord tegen het hare zijn.
- Tony: Als hij maar uit
mijn ogen verdwijnt.
- Nadine: Wil ik je een
paar dagen vrij geven?
- Tony: Nee, ik wil
gewoon weer aan het werk en hier niet te lang bij stil blijven staan.
- Nadine: Is goed, maar
ik ga je wel een beetje in de gaten houden en je begrijpt zeker wel mijn
bezorgdheid?
- Tony: Dank je Nadine
- Nadine: Goed. Zal het
alleen gaan vannacht?
- Tony: Ja ik denk het
wel.
- Nadine: Oké dan zie
ik je morgen bel maar als er wat is.
- Tony: Oké.
- Nadine gaat naar huis
en Tony gaat meteen naar bed de volgende morgen komt ze stil en bleek op het
commissariaat aan...
- Nadine: En Tony, zal
het gaan vandaag?
- Tony: Ja, ik denk het
wel. Wil jij eens horen of Britt vandaag bezoek mag? Ik wil haar zo graag zien.
- Nadine: Zal ik doen.
En eh, rustig aan vandaag oké?
-
- En zo zit Tony zo'n
beetje heel de dag binnen. Even maakt ze een ommetje omdat ze wat papieren weg
moet brengen naar de rechtbank. Op de terugweg naar het commissariaat loopt ze
even over de Predikherenlei langs Britt haar huis en blijft even vertwijfeld
voor de deur staan. Ze weent in haar hart. Ze kan er nog steeds niet over uit
dat Britt .....
- Ze schud eens met haar
hoofd en loopt dan door naar het commissariaat en zet zich weer aan de PV's.
- Als Nadine tegen half
zes weg wil gaan ziet ze dat Tony nog steeds ijverig doorwerkt.
- Nadine: Tony het is
mooi geweest voor vandaag. Stop er mee en ga naar huis.
- Tony: Ja, ik ga zo,
nog even dit wegbergen. Fijne avond en tot morgen.
-
- Maar ze gaat niet naar
huis. Ze moet er niet aan denken om alleen thuis te zijn. De gedachte aan die
Niels bezorgt haar nog koude rillingen.
- Dan gaat ze maar weer
verder met die oude onopgeloste zaak die ze nog in haar schuif heeft liggen, en
waarvan Nadine vorige week zei dat ze de mogelijke verdachten nog niet mocht
binnen brengen.
- Uren aaneen zit ze te
lezen en alles nog eens opnieuw door te spitten. Haar ogen zien rood en prikken
van vermoeidheid, maar het lijkt wel of ze gewoon niet los kan laten.
- Plots schrikt ze op
als ze een hand op haar schouder voelt. Het is Nadine die na een
schouwburgbezoek nog even langs kwam om wat op te halen.
- Nadine: Ik dacht dat
jij ook om zes uur weg zou gaan?
- Tony: Kwam nog iets
tegen en ben de tijd vergeten.
- Nadine; En goed ook.
Het is al half twaalf. Vort nu, naar huis. En morgen wil ik je niet zien voor
tien uur.
- Tony: Maar Nadine, die
zaak ...
- Nadine: Die loopt niet
weg. Morgen laat ik je weten hoever wij er mee zijn. Welterusten Tony.
- Maar Tony staat nog
steeds niet op.
- Nadine: Wat is er
Tony? Geen zin om naar huis te gaan?
- En als ze Tony
aankijkt ziet ze het verdriet in diens ogen.
- Nadine: Kom, pak uw
jas, ik breng u wel en dan gaan we even een beetje praten.
- Tony: Maar ik praat
altijd met Brit.
- Nadine: Dat weet ik,
maar ik kan ook goed luisteren hoor.
-
- En thuis, als Tony een
flesje wijn erbij gepakt heeft, verteld ze Nadine het hele verhaal weer, van
Britt en haar problemen, van die misstap met Niels en van die oude zaken waar ze
zo intensief mee bezig is. Nadine laat haar ongestoord doorvertellen. Blijkbaar
zat het haar allemaal erg hoog en wil ze het gewoon graag met iemand delen.
- Na een tijdje begint
ze minder te praten en legt haar hoofd achterover op de bankleuning en langzaam
valt ze in slaap.
- Nadine kijkt met
gemengde gevoelens naar Tony en dekt haar dan toe met een plaid en vertrekt heel
stilletjes naar haar eigen huis.
- Tony slaapt vervolgens
een gat in de dag en wordt met schrik pas om twee uur wakker.
- Snel kleedt ze zich
aan en propt ze een boterham naar binnen en vertrekt dan naar het commissariaat.
- Nadine: Ah Tony goede
morg... middag.
- Tony: Hoi ja, sorry
dat ik zo laat ben maar ik heb me verslapen.
- Nadine: Dat is niet
erg. Het zal je goed doen een goede nacht.
- Tony: Mag ik dan nu
verder met die oude zaak?
- Nadine: Ja. Ik heb
eens overlegd en je mag verdachte binnenbrengen maar je arresteert ze samen met
Ben en Sel want ze zijn gevaarlijk. Begrepen?
- Tony: Ja baas.
- Tony loopt door naar
het teamlokaal.
- Ben: Zo Tony nieuw
lief??
- Tony: Hou je mond
Vanneste. Jij en Sel mogen me straks helpen met een paar arrestaties..
- Sel: Wat voor
arrestatie?
- Tony: Die oude zaak
waar ik mee bezig ben geweest. Ik zal jullie zo briefen.
- Ben: Hoe laat gaan we?
- Tony: Zo direct, als
het meneer uitkomt! Tuurlijk gaan we nu, denk je dat hij gaat zitten wachten tot
hij weet dat we gaan komen?
- Ben: Ja, ik vraag ook
maar.
- Nadine: Kogelvrije
vesten aan, en ik ga ook mee.
- Tony kijkt Nadine even
vragend aan.
- Nadine: Ze zijn op dat
adres met twee heb ik in je papieren gelezen. Ze zijn vuurwapengevaarlijk en ik
wil je niet kwijt. Simpel.
- Tony geeft Nadine een
vette knipoog en een "thumbs up" en dan neemt ze haar vest en ander
wapentuig en begeven ze zich met vier teams ter plaatse.
- Van binnen voelt Tony
een hele nare sfeer. Ze had zich vast gebeten in deze zaak, waarbij al drie
vrouwen in koele bloede waren neergeschoten. Eigenlijk voelde ze ook de angst
maar dit probeerde ze te verbergen.
- Volgens plan werd het
huis omsingeld en binnengedrongen. Op de benedenverdieping konden ze twee
arrestaties doen en Tony liep met Sel naar boven, wapen in de aanslag en heel
voorzichtig en zacht, om te horen of er nog meer geluiden in het huis waren.
- Tony wijst naar de
zolder, dat ze daar ook wat heeft gehoord. Maar de zoldertrap is zo smal dat ze
niet naast, maar achter elkaar naar boven moeten en Tony neemt hierbij de
leiding. Sel pakt haar eerst nog bij de arm en gebied haar vooral heel
voorzichtig te doen.
- Tony: Doe ik Sel.
- Net op de zolder en
net met Sel weer naast zich zien ze een man die kleine pakketjes aan het
wegstoppen is in zijn jaszakken.
- Tony: Halt. Politie.
Armen wijd en handpalmen naar achter !!!
- De man kijkt
geschrokken op en wil in een reflex naar Tony uithalen.
- Sel: Dat zou ik niet
doen.
- Maar hij besluit toch
om een trapbeweging te maken naar Tony en treft haar tegen haar knie.
- Tony: God****
- Sel vangt haar op en
net in deze fractie van een seconde ziet de man kans zijn wapen te pakken en
richt het op Tony, die echter nog sneller is en hem in de hand schiet waarop hij
het wapen laat vallen.
- Hij krijst het uit
maar Tony heeft geen centje medelijden.
- Sel bekijkt snel de
wonde en besluit dat hij de man de boeien wel om kan doen. Hij roept naar benden
dat iemand moet komen om hem op te halen en dan buigt hij zich over Tony die met
tranen in de ogen op de grond zit en haar knie stevig vasthoud.
- Sel: Gaat het Tony?
Pijn gedaan?
- Tony: Mijn knie. Ik
krijg hem niet krom.
- Sel: Dat zal ik je
maar naar beneden moeten dragen is het niet?
- Door haar tranen heen
breek voorzichtig een lachje.
- Het duurt even voor
iedereen weer beneden verzameld is.
- De man word eerst naar
het ziekenhuis gebracht om de wond te laten verzorgen en daarna kan hij naar het
bureau voor verhoor. De andere twee zijn direct al naar het commissariaat
gebracht.
- Nadine besluit met
Tony ook even langs de eerste hulp te gaan.
- De knie begint al
behoorlijk dik te worden en Tony wordt er stil en witjes van. Als de arts haar
begint te onderzoeken gilt ze het uit van de pijn.
- Dan moet ze weer een
poos wachten op de MRI.
- Normaliter wordt er
niet direct naar dit soort onderzoeken gegrepen (veel te duur) maar de arts
vertrouwde het niet en wilde direct een goed beeld krijgen.
- Na meer dan anderhalf
uur komt de uitslag: scheurtje in de meniscus en een ingescheurde laterale
knieband. Tony mag zich met de tijd verwachten aan een operatie. Nu kan het niet
in verband met de inwendige bloeduitstortingen en de zwelling.
- Ze laat zich
achteroverzakken op de onderzoeksbank en langzaam vullen haar ogen zich met
tranen. Nadine is inmiddels ook binnengeroepen en weet ook van de uitslag.
- Nadine; Rustig maar
Tony. Dat is maar een peulenschilletje. Die voetballers van AA Gent staan ook
met twee weken weer op het veld na zo'n blessure.
- Tony: Maar je had me
nog zo gewaarschuwd en zie mij nu eens zitten hier.
- Nadine: Dat komt wel
goed. De dokter zegt dat ze je een plaster gaan geven. Ik wacht wel op je in de
hal oké?
- Tony: Wil je dan gaan
kijken of je bij Britt kan? Ik heb haar nog steeds niet kunnen zien of spreken.
- Nadine: Ik ga er heen.
Goed houden jij hè?
-
- Maar ook Nadine mag
niet bij Britt. Die heeft het zwaar te verduren in haar therapie, is het enigste
wat de zuster haar kan en mag vertellen.
- Na een kleine drie
kwartier is Tony ook gedaan met plasteren. Ze heeft een lichtgewichts gips
gekregen van haar lies tot haar enkel. Ze kan haar knie totaal niet bewegen dus
zal ze zich een poosje met krukken moeten behelpen.
- Tony staat erop mee
terug te gaan naar het commissariaat om mee te gaan met het verhoor.
-
- Nadine: Dat lijkt me
niet zo'n goed idee Tony hij heeft je al eens geschopt.
- Tony: Dat weet ik maar
ik zal me rustig houden.
- Nadine: Oké maar als
je ook maar een klein beetje merkt dat hij agressief wordt dan moet je stoppen
oke?
- Tony: Jaja.
- Tony loopt het verhoor
binnen en Nadine gaat met haar mee nadat ze tegen Ben en Sel heeft gezegd dat ze
moeten meekijken voor een eventuele ingreep als dat nodig is..
- Dan beginnen ze aan
het verhoor van “de agressieveling”...
- Tony: Zo, gaat het met
uw hand?
- Verdachte: Kl***wijf.
- Tony: Uw
identiteitskaart alstublieft.
- Verdachte: Valt in de knup;
- Tony: Oké, dan laat
ik uw zakken wel leeghalen (en ze seint dat Ben en Sel hem zijn zakken na moeten
kijken)
- Tony: Dus, Sjaak
DeVolder. Wat was dat daar in dat huis? Wat had jij daar zo snel in je zakken
moeten stoppen?
- Sjaak: Gaat je niks
aan.
- Tony: Oh, toch wel,
want jij bent onze hoofdverdachte in die zaak waarin drie vrouwen in koele
bloede zijn vermoord.
- Sjaak : Heb ik niks
mee van doen.
- Tony: Nochtans staat
jou naam er in dikke letters overheen geschreven. Jij kon al die tijd geen alibi
leveren en wij hebben nu getuigen die jou op tijd en plaats van die overvallen
kunnen plaatsen.
- Sjaak: Wie zijn dat
dan wel? Die stomme junks die jullie ook hebben opgepakt? Die schijtlijsters die
mij willen verneuken om zelf onder de straf uit te kommen?
- Tony: Sjaak, jonge,
jij weet heus wel dat ik dat niet aan jou neus ga hangen.
-
- Sjaak is wat je noemt
een lastige. Of hij zegt niets of hij geeft tegenstrijdige informatie en speelt
behoorlijk met Tony's voeten. Als Nadine dit bemerkt onderbreekt ze Tony.
- Nadine: Sjaak, het is
genoeg geweest voor vandaag. Jij mag beneden in de cel overdenken wat je ons
verder nog wilt vertellen.
-
- In haar kantoor neemt
ze Tony even apart.
- Nadine: Tony, waar
haal jij de rust vandaan om daar zo te blijven zitten als die gek zo met je
voeten aan het spelen is?
- Tony: Oh, geleerd van
Britt, maar hij was dichtbij om mij aan de kook te krijgen.
- Nadine: Ik dacht dat
wij genoeg gedaan hadden voor vandaag. Ga lekker naar huis en dan zien we morgen
wel weer verder.
- Tony:
Nadine?
- Nadine:
Ja Tony?
- Tony: Zou u iemand
weten die me thuis kan brengen en morgen weer ophalen, want ik geloof niet dat
ik zo kan autorijden.
- Nadine: Maar
natuurlijk. Als je nog een kwartiertje kunt wachten breng ik jezelf.
- Tony: Wees niet bang,
ik loop niet weg.
- Nadine: Hahha je
gevoel voor humour ben je niet kwijt.
- Tony: Nee dat niet.
- Na een kwartiertje
heeft Vanbruane gedaan met werken en rijdt ze Tony naar huis.
- Tony: Oh, wacht even!
- Nadine: Ja?
- Tony: Mag ik Britt
bezoeken? Het kan me nie schelen of ik er nie bij mag of wel, ik moet haar zien.
- Nadine: Ik rijd je
naar het ziekenhuis (glimlachend)
- Tony: Bedankt.
(glimlachend)
-
- Aangekomen in het
ziekenhuis staan ze voor een aangename verrassing...
- Want Britt is nu terug
op de half open afdeling en mag, heel gedoseerd, bezoek ontvangen.
- Ze is echter heel
schuchter als ze Tony ziet want ze vind dat ze in haar vriendschap ernstig
tekort is geschoten door Tony's wapen te nemen en een suïcidegeste te doen.
- Tony: Britt? Ça va?
- Britt: (het hoofd
afgewend) Och, het gaat.
- Tony: Wat is er met uw
arm?
- Britt: Gebroken.
- Tony: Hoe komt dat?
- Britt: Ik wilde weg
maar ze hadden me vastgebonden en toen heb ik zo hard geworsteld dat de elleboog
gebroken is. Ze hebben me geopereerd en er schroeven en pinnen in gezet.
- Tony: Heb je nog pijn?
- Maar Britt zegt niets
meer. Ze schaamt zich rot voor Tony. Als Tony op haar toe wil stappen legt ze
haar armen beschermend over haar hoofd, of ze bang is dat ze slaag zal krijgen.
- Tony: Britt, je moet
geen bang van me hebben. Ik ben je vriendin.
- Britt: Ik ben het niet
waard iemand als jou als vriendin te hebben. Ik heb je bedrogen.
- Tony: Brit, mag ik wat
dichter bij je komen? Ik wil graag een arm om je heen leggen.
- Maar Britt zegt niets
en blijft star naar de grond kijken. Dan stapt Tony toch op haar af en legt heel
zachtjes haar arm om Britt heen en ze voelt meteen dat Britt helemaal verstijft.
- Tony: Mag je naar je
kamer of moet je overdag in de gemeenschappelijke ruimte blijven?
- Britt: Dat moet je de
broeders vragen.
- Maar Tony wist al dat
ze wel met Britt naar haar kamer mocht gaan en voorzichtig leid ze Britt mee
naar haar eigen kamer.
- Tony: Kom eens zitten
Britt. Ik wil graag weer eens met je praten. Ik baalde zo erg dat ik niet eerder
bij je mocht komen.
- Britt: Wat is er dan
met jou? Jij hebt een stijf been.
- Tony: Een trap tegen
mijn knie gehad. Lang verhaal, vertel ik je nog wel eens. Ik ben er nu voor jou.
- Maar dan begint Britt
gelijk te huilen. Ze kan het niet snappen dat Tony niet kwaad op haar is en
kijkt weemoedig door haar tranen heen op naar Tony, die haar heel vriendelijk
terug aankijkt.
- Britt: Sorry Tony dat
ik zo je vertrouwen hebt beschaamd.
- Tony: Ik weet dat je
niet anders kon, en echt Britt, ik ben niet kwaad op jou. Zelf heb ik er ook
nachten van wakker gelegen wat er nu allemaal gebeurt was, en ik zou me moeten
schamen dat ik niet eerder in de gaten heb gehad dat je het allemaal niet meer
aankon. Ik heb jou in de steek gelaten.
- Britt: Ach Tony, het
leven is zo zwaar.
- Tony: Heb je nog
steeds de behoefte om eruit te stappen?
- Britt: Daar begin ik
nu aan te twijfelen. Ik heb hele goede gesprekken, maar het voelt gewoon nog
niet goed. Als mijn moeder hier is denk ik dat ik vol moet houden maar hele
nachten lig ik wakker en vraag mezelf af waarom ik nog door zou moeten gaan.
- Tony: Denk je echt dat
het leven je niets meer te bieden heeft?
- Britt: Vind je het
niet gek als ik zo praat?
- Tony: Als jij je zo
voelt en je wilt er over praten dan wil ik er voor je zijn Britt. Het kan me
niet schelen waar het over gaat als je maar weet dat ik er voor je ben. Nee, het
leven gaat nou eenmaal niet altijd van een leien dakje, maar dat wil niet zeggen
dat er daaronder niet iemand staat om je op te vangen als je valt.
- Britt: Ik begrijp je
niet Tony.
- Tony: Kom eens. (en ze
neemt Britt heel warm en liefdevol in haar armen en knuffelt haar lang en
stevig) Brittje, ik mag je bijzonder graag, en als er iets is wat ik voor je kan
doen, waardoor jij je weer beter gaat voelen, zeg het. Ik zal het voor je doen.
Ik ben het verplicht aan jou, mijn partner, maar vooral vriendin.
- Nu wordt het echter
tijd dat Tony weer weg gaat want Britt moet zo eten en heeft daarna nog een
avondsessie met therapie.
- Britt: Ik heb geen
honger... (zacht)
- Tony: Britt, je moet
toch eten, hoor. (glimlachend)
- Britt: (weinig
enthousiast) Oké, dan zal ik wel wat eten. Tony, weet jij of mijn moeder nog
komt vanavond?
- Tony: Nee, maar ik wil
zo wel even bij haar langs gaan. Moet ze iets voor je meenemen?
- Britt: Ja, die
paracetamol tabletten uit het medicijnkastje.
- Tony: Die kun je hier
toch ook krijgen als je ze nodig hebt.
- Britt: Maar niet
genoeg.
- Tony: Hoezo niet
genoeg? Twee stuks helpen toch wel tegen hoofdpijn?
- Britt: Ze zijn niet
voor de hoofdpijn.
- Tony: Wil je zeggen
dat je .... Britt???
- Britt: Sorry Tony, ik
kan niet meer.
- Tony neemt Britt weer
in haar armen en ze gaan weer samen op het bed zitten.
- Tony: Kalm maar Britt,
het gaat heus wel weer goed komen. Huil maar even lekker uit, het zal je
opluchten. Hoe komt het toch dat je denkt niet meer verder te kunnen leven?
- Britt: Tony, ik ben
zoveel kwijt geraakt, heb zoveel pijn. Ik heb het gevoel of ik geen hart meer
heb.
- Tony: Lieverd, ik weet
niet wat ik moet zeggen, maar wij zullen er voor je zijn. Kom eens hier dan
krijg je een dikke knuffel van mij.
- Hierdoor gaat Britt
wel iets meer ontspannen, maar toch blijft ze enigszins onbetrouwbaar.
- Tony twijfelt of ze de
verpleging in moet schakelen over Britt's wens om zelf medicatie te hebben. Ze
weet het niet en besluit open kaart ter spelen en het aan Britt zelf te vragen.
- Tony: Britt, wil je
dat ik de verpleging informeer over wat je mij net vroeg?
- Britt: Zullen ze dan
niet kwaad worden en mij eruit schoppen?
- Tony: Je geeft zo aan
dat je hulp nodig hebt. Ze schoppen je er niet zomaar uit.
- Britt: Zeg het ze dan
maar. Ik moet nu gaan.
- Tony: Wanneer zie ik
je weer Britt?
- Britt: Weet ik niet,
als het weer mag denk ik.
-
- Tony gaat, samen met
Nadine, ook nog even bij Britt's huis langs en spreekt kort met Dorien en José
en gaat dan weer naar huis.
- 's Nacht ligt ze na te
denken over Britt en diens moeite om te leven. Ze ziet de strijd die Britt aan
het voeren is en denkt dan eens bij zichzelf na. Haar eigen jeugd was niet
bepaald over rozen gegaan, maar omdat ze al zo jong had geleerd vooral op
zichzelf te vertrouwen kon ze nu redelijk makkelijk in het leven staan. Tony
wist uit eigen ervaring dat het belangrijk was jezelf niet van anderen
afhankelijk te maken of te voelen.
-
-
- Op het commissariaat
vraagt ze de volgende dag aan Nadine of ze in plaats van PV's en andere
papiergedoe, niet beter kan deelnemen aan trainingen en cursussen die er op de
politieschool worden gegeven. Zo kan ze bijblijven in wat de agenten van de
toekomst krijgen voorgeschoteld..
- Nadine: Goed
initiatief Tony. Ik zal eens horen wat er loopt.
- Tony: Sporenonderzoek,
criminologie en slachtofferbejegening.
- Nadine; Je hebt al
voorwerk gedaan?
- Tony: Ja. Ik ben ook
bezig met een andere schriftelijke cursus maar daar zal met de tijd wel een
stage bij komen. Ik hoop dat ik die kan doen.
- Nadine: Wat studeer je
dan?
- Tony: Ga je me niet
uitlachen?
- Nadine: Waarom zou ik?
Ik kan het zeer waarderen als mijn mensen zich eigener beweging verder
ontwikkelen in iets waar ze goed in zijn of waar ze interesse in hebben.
- Tony: Psychologie. (en
zachtjes erachteraan: en criminologie)
- Nadine: Tony !! Wat
een verrassing. Gaat het goed? Is het niet teveel met je werk hier?
- Tony: Soms wel een
beetje maar ik moet gewoon leren mijn tijd goed te plannen.
- Nadine: Op mijn
medewerking kun je rekenen. Ik zal overleggen met de hoofdcommissaris of ze dit
als verschoven dienst willen aanrekenen.
- Het is scholing of
ziekteverzuim, en dat laatste lijkt me een overdreven maatregel.
- Tony: Bedankt Nadine.
- Nadine: Heb je
vannacht trouwens nog wat kunnen slapen, na je bezoek aan Britt gisteren?
- Tony: Weinig. Ik heb
steeds aan haar liggen denken, aan hoeveel zorgen zij heeft. Het doet me pijn
Nadine, haar zo te zien en niet in staat te zijn haar te helpen.
- Nadine; Je helpt al
heel goed Tony. Jij bent er voor haar. Ze kan dat niet uitten, maar ik weet
zeker dat zij het heel fijn en heel belangrijk vind dat er mensen zijn die zo om
haar geven.
- Tony: Waarom voel ik
me dan niet beter als ik bij haar ben geweest?
- Nadine: Omdat je zo
nauw betrokken bent. Maar ik vind het ook geweldig wat je voor haar doet. Als je
nog even geduld hebt zal ik zo even wat telefoontjes voor je doen en je laten
weten wat de hoofdcommissaris van vind.
-
- Na een half uurtje
komt Nadine met het bericht dat Tony welkom is op de opleiding en dat dit
inderdaad wordt aangetekend als verschoven dienst. Door haar ervaring kan ze
namelijk zelf ook als assistent docent optreden,
-
-
- En zo vertrekt Tony
weer naar de schoolbanken. De eerste dag kost het haar wat moeite want het zijn
allemaal nog zulke jonge meiden en jongens die er rondlopen en die bekijken haar
ook wat vreemd.
- Maar Tony wordt al
snel opgenomen in de groep en begint met goede moed aan haar lessen...
-
- Ondertussen bij Britt
in het ziekenhuis...
- Britt: Mama? (in haar
slaap, hardop aan het dromen)...
- Britt:
Mama, help me !!! Help me !!! (schreeuwend in
haar slaap)
- Dan komt er een
nachtzuster binnen en die ziet dat Britt het vreselijk moeilijk heeft.
- Voorzichtig maakt ze
Britt wakker en helpt haar dan even overeind.
- Zuster: Naar gedroomd BRitt?
- Britt: Ja. Ik wil mijn
moeder zien.
- Zuster: Maar Britt,
het is midden in de nacht. Het is half vier.
- Britt: Oh. (en verder
durft ze niet te vragen, want ze denkt dat ze de moeite niet waard is dat
anderen wat voor haar doen of om haar geven.)
- Dan gaat ze weer
liggen en probeert weer te gaan slapen maar het lukt haar niet echt.
- De volgende ochtend is
ze doodmoe, heeft ze weer geen eetlust en al helemaal geen zin in haar therapieën.
- Broeder: Britt, kom
op, je komt te laat voor je therapie en je moet gewoon voor de tijd goed eten.
- Maar Britt voelt zich
heel ellendig vandaag en loopt terug naar haar kamer waar ze zich helemaal
oprolt onder haar deken en stilletjes gaat liggen huilen.
- Na een half uurtje
komt de psychiater
- Psych: Britt, ik zal
maar niet zeggen goedemorgen?
- Maar Britt antwoord
niet.
- Psych: Britt, wil je
even laten weten dat je me hoort?
- Maar weer geen
reactie.
- Dan slaat hij de deken
terug en ziet waarom Britt niet reageert: ze had de ceintuur van de ochtendjas
om haar hals gedraaid en was bezig zichzelf te stranguleren.
- Psych: (luid roepend)
HULP!! DIRECT OP KAMER 215 !!
- Met man en macht gaan
ze bezig om de ceintuur te verwijderen en Britt krijgt gelijk zuurstof
toegediend en medicatie gespoten en wordt weer over gebracht naar de separeer
waar ze opnieuw gefixeerd wordt.
-
- Na een kwartier is de
hele situatie onder controle en begint Britt weer bij te komen. Ze heeft rode
ogen, zowel van het knellen van de ceintuur als ook van het huilen.
- De arts zit naast haar
en kijkt haar vriendelijk aan.
- Britt: Ik heb het
verknalt hè?
- Arts: Nee Britt, je
hebt niets verknalt. Het is alleen jammer dat je niet wat eerder bij ons bent
gekomen. Dan hadden we je kunnen helpen en dit kunnen voorkomen. Denk je dat je
het weer aankunt om op de afdeling te zijn?
- Britt: Nee, ik kan
jullie niet meer onder ogen komen.
- Arts: En waarom dan
niet?
- Britt: Omdat ik jullie
vertrouwen hebt beschaamd.
- Arts: Britt, zo zien
wij dat niet. Jij hebt hulp nodig en wij proberen die aan te bieden. Soms gaat
dat wat makkelijker en soms wat moeilijker. Maar niemand is boos op jouw. Ik zou
je graag weer op de afdeling hebben.
- Britt: Echt??
- Arts: Ja Britt, dit is
geen strafkamer. Je ligt hier om even bij te komen van wat er is gebeurt. Ga je
mee met mij?
- Britt: Mag ik weer los
dan? Vertrouwen jullie mij?
- Arts: Natuurlijk
vertrouwen wij je Britt.
- Britt: Maar ik schaam
me zo.
- Arts: Dat is helemaal
niet nodig.
- En zo gaat Britt weer
op de afdeling en probeert toch gedeeltelijk het programma te volgen.
- Haar keel en hals doen
wel pijn en de zuster komt een kompres van kruiden brengen om het eromheen te
leggen zodat de pijn snel minder wordt.
- Britt wordt wel
intensiever geobserveerd maar heeft dat zelf niet eens in de gaten.
-
-
-
- Op de politieschool
kan Tony vandaag al deelnemen aan een tentamenreeks voor criminologie en
slachtofferbejegening en slaagt met vlag en wimpel.
- Ze is heel trots als
ze de uitslagen krijgt. Eigenlijk wil ze die het liefst aan Britt doorvertellen
maar die kan geen telefoon ontvangen, dus belt ze maar naar Nadine, die minstens
zo trots op haar is.
- In de middag word er
een rollenspel gedaan over een interventie bij huiselijk geweld en Tony mag met
de instructeur een oefensituatie neerzetten. Ofwel haar been nog steeds gegipst
is hoeft ze niet meer met krukken te lopen en dat maakt haar in elk geval een
stuk mobieler.
- De klas is laaiend
enthousiast over de casus die Tony inbrengt. Zo te zien krijgen ze allemaal zin
om het echte politiewerk te gaan doen. Dat komt uiteraard omdat Tony een
voorbeeld rechtstreeks uit de praktijk neemt en dat spreekt altijd meer aan dan
een situatie uit een oefenboekje.
- Nadat de lessen voor
die dag gedaan zijn vraagt de instructeur of Tony iets met hem wil gaan drinken,
maar bij Tony gaan meteen de alarmbellen af: NO WAY. Niet na wat ze pas met
Niels had meegemaakt. Tony verkoos liever een (tijdelijk) celibaat.
- Bovendien wilde ze
vanavond ook nog wat doen voor haar studie psychologie en eens horen of en
wanneer ze weer bij Britt mocht.
- Maar wanneer Tony naar
het ziekenhuis heeft gebeld en vernomen heeft dat Britt een zelfmoordpoging had
ondergaan vergat ze haar planning voor die middag en raasde naar het ziekenhuis.
-
- Daar aangekomen mag ze
meteen naar Britt geleid...
-
- Op Britt's kamer
aangekomen...
- schrok ze zich kapot
- Tony;wat heb jij in
vredes naam gedaan
- Britt:
Sorry, Tony. Ik wilde het niet echt
maar ik voelde me zo ellendig, ik wist zelf niet meer wat ik deed. Ik heb er
echt heel erg veel spijt van. Ben je nu boos op mij?
- Tony: Maar natuurlijk
niet Britt. Hoe kom je daar nu bij?
- Britt: Iedereen is zo
aardig voor mij en dan doe ik zoiets.
- Tony: Ik weet zeker
dat jij nooit tot zoiets in staat zou zijn als je niet zoveel ellende had
meegemaakt. Niemand heeft dit gewild en toch heb jij zo jong al zoveel moeten
meemaken. Britt, ik begrijp het als je het niet meer ziet zitten, maar ik ben
heel bang om u te verliezen. Alsjeblieft, praat met ons, schreeuw tegen ons,
wordt kwaad, het doet er niet toe maar laat die boosheid en die angst er
alsjeblieft eens uitkomen voordat je er helemaal aan onderdoor gaat.
- Britt: Zou ik nog
dieper kunnen wegzakken dan??? (bang en ongelooflijk)
- Tony: Ik denk dat dit
toch wel ver genoeg is toch? Wij gaan je helpen om hier weer uit te komen.
- En dan begint er bij
Britt iets te werken.
- Ze kan niet precies
zeggen wat het is, het is een soort gevoel. Wel erg onbestemd maar het gaat
gepaard met grote inwendige onrust en heel veel angst.
- Eerst begint ze heel
zenuwachtig met haar vingers te prutsen, dan staat ze op een loopt door de kamer
te ijsberen, dan begint ze praten, steeds sneller en steeds harder, tot ze op
een gegeven moment echt aan het schreeuwen is, en aan het krijsen.
- Dan begint ze haar
hoofd tegen de muur te bonken en aan haar haren te trekken. Haar stem wordt hees
en rauw.
- Tony staat op en gaat
achter Britt staan en legt beschermend haar armen om haar heen en haalt haar bij
de muur weg zodat ze niet meer kan bonken.
- Dan draait Britt zich
in Tony's armen om en begint tegen Tony te schreeuwen en haar te slaan en te
stompen, maar Tony laat niet los. Ze houd Britt stevig in haar armen en laat
haar maar tieren opdat ze eindelijk eens al haar verdriet en angst en
frustraties van zich af kan werken.
- Op gegeven moment is
Britt op, uitgeput en kan ze niet meer, en dan zakt ze huilend bij Tony in haar
de armen in elkaar.
- En Tony zakt samen met
Britt naar de grond en daar zitten ze ook samen een behoorlijk partijtje te
huilen. Bij Britt lijkt er geen einde te komen aan haar verdriet.
- Tony streelt zacht
haar haren en haar gezicht. Af en toe veegt ze de tranen weg en neemt ze even
Britt haar gezicht tussen haar handen en geeft een bemoedigend knuffeltje.
- Na een poosje lijkt
Britt van uitputting in slaap te vallen en krijgt Tony hulp om Britt op bed te
leggen.
- Tony ontkleed Britt en
doet haar een lekker warme flanellen pyjama aan en stopt haar lekker in. Zelf
gaat ze in een gemakkelijke stoel naast het bed zitten en houd die nacht de
wacht bij Britt.
- Ze weet dat Britt die
nacht waarschijnlijk vaak wakker zal worden, angstig, verdrietig, kwaad, wat dan
ook, maar dan wil ze er zijn voor haar vriendin.
-
- Tony krijgt een kop
koffie aangeboden en ze heeft die ook heel hard nodig. Laat in de avond valt ze
op de stoel in slaap; een lichte slaap want ze voelt zich verantwoordelijk voor
Britt.
- Midden in de nacht
wordt Britt huilend wakker... Ze kijkt om zich heen, grijpt haar glas water en
smijt het tegen de muur stuk...
-
- Hierdoor schrikt Tony
wakker en kijkt slaperig rond zich heen. Zonder dat ze het wist is ze toch in
een diepe slaap gevallen...
- Ze wil opstaan maar
merkt dan dat haar knie, ondanks het gips, heel erg pijn doet. Ze had haar benen
op de bedrand van Britt gelegd en nu had het been al die tijd zonder
ondersteuning gelegen.
- Met moeite komt ze
overeind en doet het bedlampje aan en kijkt naar een hele bange Britt. Ze doet
een paar passen naar Britt toe en gaat naast haar zitten.
- Tony: Had je gedroomd
Britt?
- Britt: HELP ME Tony,
ik wil dat glas pakken om te snijden, maar dat wil ik niet. Jij wilt mij toch
wel helpen om dat te voorkomen?
- Tony: Heel goed Britt
dat je hulp vraagt. Natuurlijk help ik jou. Kom maar, dan houd ik je heel dicht
tegen me aan en dan weet je dat je niet alleen bent en dat je geen bang hoeft te
hebben.Tony gaat nu achter Britt zitten en legt die tegen zich aan en wiegt haar
zachtjes heen en weer tot Britt weer wat rustiger wordt.
- Britt: Dank je Tony
dat je mij geholpen hebt. Ik wilde echt niet hoor, maar soms is er iets in mij
dat zo sterk is, dan lijkt het of ik er niets tegen kan doen.
- Tony: En van die
kracht gaan we gebruik maken om je er weer bovenop te krijgen. Ik weet dat het
heel moeilijk is en zal worden, maar je ziet het dat we er voor je zijn.
- Nu kan Britt niets
meer zeggen. Ze is gewoon bekaf en valt tegen Tony aan in slaap, die even belt
voor een zuster om haar een deken aan te geven zodat ze beiden het niet te koud
zullen krijgen.
- In deze warme en
beschermde omstandigheden kan Britt gelukkig de verder nacht doorslapen.
- En ze kan de volgende
ochtend zelf bij de arts aangeven wat er is gebeurd en hoe ze weerstand heeft
geboden aan de drang om zichzelf weer te verwonden.
- Hij geeft haar een
compliment en zegt het zelfde als Tony, namelijk dat ze juist van die kracht van
haar gebruik moeten maken om haar er weer bovenop te krijgen.
- Brit: Moet jij nu al
weer weg Tony?
- Tony: Ik moet om 10
uur ergens zijn. Ik kan wel wat later komen, want ik wil ook even naar mijn knie
laten kijken, die doet erg veel pijn.
- Britt: Is dat mijn
schuld??
- Tony: Nee, mijn eigen
schuld. Had ik mijn benen maar niet zo moeten neerleggen. Gaat het vanmorgen
weer een beetje?
- Britt: Heb ik er goed
aan gedaan vannacht jou te wekken?
- Tony: Heel goed Britt,
ik ben heel blij dat je voor die mogelijkheid hebt gekozen en niet jezelf hebt
beschadigt. We redden het samen wel weer.
- Britt: Dank je dat je
me wilt vertrouwen.
- Tony: Dat is de basis
voor onze samenwerking: wij moeten elkaar kunnen vertrouwen. En ik wil niets
liever dan dat ook weer gewoon met jouw te kunnen.
- Britt: Kom je vanavond
dan nog weer langs, alsjeblieft?
- Tony: Natuurlijk. Maar
ik moet nu gaan. En je weet het hè? Als het niet gaat of als je jezelf niet
vertrouwd: Vraag een zuster of broeder, en anders bel je mij maar. Doen hoor
?!?!?!
- Britt: (heel timide)
Doe ik, dank je.
- Tony omhelst Britt nog
eens en geeft een knuffeltje en vertrekt dan.
-
- Op de poli bij de
orthopeed wordt het gips verwijderd en worden er nieuwe foto's gemaakt. De
meniscus was nog wat verder ingescheurd en dat gaf de klachten aan. Ze konden er
nu niet veel meer aan doen dan een injectie in de knie geven en daar had Tony
een vreselijke bloedhekel aan, maar zo ging het ook niet.
- Tony: Mag ik eerst
even gaan liggen voor jullie je op mij gaan uitleven?
- Arts: Tuurlijk. Maar
je krijgt straks wel weer een nieuw brace en je moet dan maar weer met krukken
gaan lopen, want het is het best als je je linkerbeen helemaal niet belast voor
een week of anderhalf.
- Tony: Maar ik kan niet
thuis gaan zitten. Ik ben veel te druk.
- Arts: Het is uw knie.
Maar ik zeg ook niet dat je stil moet gaan zitten, ,je moet hem niet belasten.
- Tony: Ohhhh !
AAAAAAAAAAAAAAUUUUUUWWWWWWWWWWWWWW.
- BIjna ongemerkt had de
arts de injectie klaargemaakt en was begonnen met het spuiten. Pas tegen het
einde van de spuitinhoud had Tony in de gaten wat er gebeurde maar toen was het
leed al geleden.
- Arts: Zo, nu even
langzaam bijkomen. U kunt hier wel wachten op die brace. Wil ik een kop koffie
laten halen?
- Tonyu: Hu? Graag .
-
- En zo raakt Tony aan
de praat met de arts en ze voelt zich er eigenlijk heel prettig bij.
- Bij zichzelf denkt ze
nog even: Doe eens normaal, die vent is je arts hoor.
- Maar dat belet haar
niet iets van haar charme in de strijd te gooien en ze heeft het gevoel dat er
iets wederzijds speelt.
-
- Dieter (Arts): Bent u
klaar mevrouw Dierickx? (glimlachend/vriendelijk)
- Tony: Nu wel.
(plagend)
- Dieter: Het is
donderdag? Dan zie ik u.... maandagmiddag weer even hier op de poli. is dat oké
met u?
- Tony: (wat ontdeugend)
Ja hoor, maandag ben ik er weer.
- Dieter: Maar als de
pijn terugkomt moet je eerder komen.
- Tony: Doe ik.
-
- En dus gaat Tony eerst
even langs huis om zich te douchen en om te kleden en gaat dan weer naar de
politieschool.
- Vandaag beginnen de
vervolgmodules voor criminologie en Tony wil er niets van missen. Ofschoon haar
andere opleiding criminologie op universitair niveau is, volgt ze toch ook de
lessen op de OPAC, want zo wordt het allemaal wat sneller (en eenvoudiger) wat
duidelijk.
- Even denkt ze weer aan
Niels, maar al vlot is de stof zo interessant dat ze er helemaal in op gaat. Na
de uren vraagt ze een gesprek met de mentor en vraagt om een uitgebreide
literatuurlijst, zodat ze eens wat in de bibliotheek kan rondkijken.
- Aard: Zo, hebben we
hier een serieus geïnteresseerde?
- Tony: Ja, ik wil zo
veel mogelijk uit mijn werk kunnen halen om er ook weer in terug te kunnen
geven.
- Aard: Succes ermee
dan. En als je vragen hebt, je weet me te vinden?
- Tony: Ja, ik weet je
te vinden, maar ik ben momenteel erg op mijn hoede, als je begrijpt wat ik
bedoel?
- Aard: Helemaal, maar
laat me je gerust stellen, ik ben voorzien en gelukkig voorzien. Maar dat neemt
niet weg dat ik gek ben op enthousiaste studenten.
- Tony: Ik heb wel een
vraag. Die knie van mij speelt momenteel nogal op. Binnenkort moet ik denk ik
geopereerd, en ik hoop dat het niet teveel tijd kost, want ik wil liever niets
missen.
- Aard: We kunnen daar
altijd wel een mouw aan passen. Als je weet wanneer, kom dan even langs dan
kunnen we je programma best wel wat inpassen. Jij leert zo snel en zo
gemakkelijk, ik denk niet dat het enige invloed op je studie zal hebben als je
een week of twee moet missen.
- Tony: Kom ik dan niet
erg ver achter?
- Aard: Je loopt nu al
drie maand voor, hoor.
- Tony: Oh, dat had ik
niet in de gaten.
- Aard: Maar zoals
gezegd: we zijn er om je er door te helpen.
-
- Tony is eigenlijk best
wel een beetje trots op op zichzelf en gaat met een tevreden glimlach weer naar
huis.
- Ze worstelt de brace
af en duikt eens lekker lang in bad. Heerlijk !!! Meer dan anderhalf uur laat ze
zich lekker verwennen door het warme water en de geur van etherische oliën.
Geheel ontspannen komt ze uit bad en gaat in haar badstof badmantel op de bank
liggen en zet een klassiek muziekje op.
- Dan begint ze de
dingen van het leven eens de revue te laten passeren.
- Wat er toch allemaal
gebeurt was sinds die moorden in de kerk hadden plaatsgevonden. Ze stond
versteld dat mensen zo cru en vals konden zijn. Zo weinig respect voor elkaar en
voor het leven. En haar arme vriendin Britt, ......
- Tony: SHIT !!!!! Ik
zou nog bij haar langs gaan.
- Vlug neemt ze de
telefoon en belt naar de afdeling.
- Zuster: Ja Britt zit
nog wel op u te wachten. U kunt nog wel bij haar. De arts heeft voor haar
bijzondere regels opgesteld. Als u komt kan ik haar dat alvast meedelen.
- Tony: Ik bel nu een
taxi en kom direct.
-
- Na een half uur komt
ze aan bij Britt die heel nerveus op haar bed zit.
- Tony: Sorry Britt dat
ik zo laat ben. Ik had het vandaag zo druk gehad dat ik zin had om een bad te
nemen, en dat was zo ontspannen dat ik bijna in slaap was gevallen. Maar ik kon
niet echt gaan slapen voor ik u gezien en gehoord had. Ging het vandaag een
beetje?
- Britt: Och, het was
weer zo moeilijk.
- Tony: Wat heb je
gedaan vandaag?
- Britt: Ik heb een
gesprek gehad met de arts en we hebben een nieuw programma gemaakt en dat loopt
vanaf nu. Ik hoef niet zoveel therapie te doen en mag gelukkig veel slapen. Ik
krijg ook meer tabletten. Tegen de angst zeggen ze.
- Tony: Ik zag aan je
dat je heel angstig was.
- Britt: Maar ik word er
zo suf van, en slaap dan zoveel.
- Tony: Dan heb je denk
ik die slaap ook wel nodig. Je halve leven heeft bestaan uit hard werken en
vechten om te overleven en dat begint je nu op te breken. Je lichaam geeft aan
dat het de rust nodig heeft. Laat het lekker op je af komen.
- Britt: Als dat beter
is zal ik dat maar doen dan?
- Tony: Lijkt me beter
voor je Britt. Heb je vandaag nog die nare gedachten gehad dat je jezelf wat
moest aandoen?
- Britt: Ja.
- Tony: Heb je er nog
over gepraat?
- Britt; Dat vond ik te
moeilijk.
- Tony: Maar je had toch
gezegd dat je dat wel wilde gaan proberen?
- Britt: (nu bijna
huilend) Maar ik vond het zo moeilijk.
- Tony: Kom maar Britt,
het is niet zo erg. Je moet dat ook leren, dat gaat niet zomaar vanzelf. Wil je
er nu met mij over praten?
- Britt: Zou jij dat wel
willen aanhoren dan?
- Tony: Tuurlijk Britt.
Ik doe dat voor jou.
- Britt: Nou, na dat
gesprek met de dokter had ik weer het gevoel dat ik slecht was. Iedereen moet
zich steeds aan mij aanpassen en toen kwam dat gevoel weer.
- Tony: Heb je jezelf
toen pijn gedaan?
- En Britt laat haar
handen zien. Tony ziet kleine sneetjes, die gebloed hadden, in beide handpalmen.
- Tony: Wat is er
gebeurt Britt?
- Britt: Ik wilde
eigenlijk een glas nemen, maar ik heb heel hard mijn vuisten gebald en toen zijn
de nagels door de huid gegaan.
- Tony: Dus je hebt
jezelf niet verwond? Maar dat is goed. Doet dit pijn?
- Britt: Ja. (huilend)
- Tony: Wil je even hier
wachten Britt, ik ga wat verzorgingsspulletjes halen en kom zo weer bij je
terug.
-
- Na een paar minuten
komt Tony terug met een bak met lauwwarm water waarin een ontsmettingsmiddel
zit. Ze dompelt Britt haar handen onder en doet onder water wat oefeningen met
Britt haar handen.
- Als ze gedaan heeft
met ontsmetten neemt ze Britt's handen en begint die zacht te masseren met een
heerlijke crème die een van de zusters haar had meegegeven. Daarna legt ze een
zalfverbandje aan en verbind met zorg Britt haar handen.
- Britt: Tony, jij bent
ook al zo lief voor mij. Waarom dan toch?
- Tony: Omdat ik je
ongelooflijk graag mag. Ik wil graag dat jij ook gelukkig kunt zijn en ik hoop,
dat door er voor jou te zijn, jij ook zult merken dat er voor jou ook een
gelukkiger leven binnen je bereik ligt.
- Dan legt Britt haar
verbonden handen op Tony's schouders en haalt haar naar zich toe en geeft nu
eens een knuffel aan Tony.
- Tony: Hey, dat is
fantastisch Britt.
- Britt: Wat?
- Tony: Dat jij uit
jezelf een knuffel kunt geven.Dat betekend dat jij gelukkig weer bij jezelf
komt, en weer wat van jezelf kunt geven. Oh Britt, wat ben ik hier blij mee.
- En zo zitten ze de
hele avond samen op de kamer, een beetje te praten over de dagelijkse dingen.
- Tony ziet dat Britt
inderdaad minder angstig lijkt en dat stemt haar goed.
- Britt: Tony, ik wil
proberen te gaan slapen. Vind je dat erg?
- Tony: Als je moe bent
moet je gaan slapen, dat hoef je mij niet te vragen.
- Britt: Maar als ik
bang word mag ik je bellen?
- Tony: Zoals we hebben
afgesproken. Slaap lekker dan voor straks.
- Britt legt zich
zenuwachtig neer en valt na een uurtje gepiekerd te hebben in slaap...
-
- Midden in de nacht
wordt ze volledig in paniek wakker en belt ze Tony op..................
-
- Tony:
Ja hallo?
- Britt:
Tony help me. Ik voel het weer. Wil
je alsjeblieft komen?
- Tony: Britt, wat is
er?
- Britt: Ik moet snijden
Tony. Ik moet voelen dat ik er nog ben.
- Tony: Maar ik hoor dat
je er nog bent. Het gaat je wel lukken Britt.
- Britt: KOM !!! HELP ME
!!!
- Tony: Britt, je gaat
nu een zuster roepen en ik kom zo snel mogelijk naar je toe.
- Voor de zekerheid belt
Tony ook even naar de afdeling en geeft door dat Britt gebeld heeft terwijl ze
in nood zat.
- Zuster: Dank je voor
je belletje. Ik ga kijken. U komt zelf ook ?
- Tony: Ik ben reeds
onderweg.
-
- Aangekomen op het
ziekenhuis ziet Tony dat de zuster bij Britt is en wacht even buiten de deur tot
ze binnen kan.
- Als de zuster buiten
komt geeft ze aan dat Britt zelf heeft gevraagd om hulp en zich dus niet zelf
wat heeft aangedaan.
- Tony: Heeft ze weer
kalmeringsmedicijnen gehad?
- Zuster: Nee, nog niet.
Ze wilde eerst met u praten.
- Tony: Dank je.
-
- Tony gaat binnen en
ziet Britt helemaal ineen gedoken in een hoekje van de kamer zitten.
- Tony: Dag Britt. Ik
ben blij dat je me gebeld hebt en ik ben gekomen om je te helpen, maar ik kan
niet op mijn knieën zitten dus zou je op willen gaan staan?
- Britt reageert niet en
dat maakt Tony wat onzeker.
- Tony: Britt?
- Dan buigt ze toch wat
voorover zodat ze Britt door de haren kan kroelen.
- Ineens schiet Britt
wild en woest overeind en loopt Tony van de voeten, die kermend van de pijn op
de grond valt.
- Tony: Britt, niet
doen. Ik kom om te helpen. Laat me je helpen, alsjeblieft.
- Britt: Tony?? Oh, God,
wat heb ik nu weer gedaan? Tony gaat het? Wacht ik ga je helpen.
- Tony verbijt zich om
haar tranen niet aan Britt te laten zien maar ze heeft verrekte veel pijn.
- Met hulp van Britt
lukt het om overeind te komen maar Britt ziet wel dat Tony heel veel pijn heeft.
- Britt: Sorry Tony, dat
heb ik niet gewild. Ik zag heel iets of iemand anders dat u. Ik was zo bang.
- Tony: Geeft niet.
- Britt: Ja dat geeft
wel. Je moet me niet steeds beschermen.
- Tony: Britt, je bent
ziek. Je bent depressief, wat je nu juist niet moet doen is alle schuld van heel
de wereld op je schouders laden. Dat kun je niet aan. Mijn dokter houd de
toestand van mijn knie goed in de gaten. Ik probeer jou te helpen. Kom eens op
bed zitten. (en ze klopt met haar hand naast zich op Britt haar bed.)
- Britt gaat een eindje
bij Tony vandaan ook op het bed zitten maar durft haar niet aan te kijken.
- Voorzichtig schuift
Tony wat dichter naar Britt toe en legt dan eenarm om haar schouders.
- Tony: Wat was er toen
je me belde? Je wilde dat ik zou komen, je had hulp nodig.
- Britt: Dat gevoel was
er weer. Je weet wel, dat iets in mij zegt dat ik nergens goed voor ben en
mezelf wat moet aandoen.
- Tony: Maar Britt je
bent wel goed..
- Britt: (nu wat boos)
Ik ben NIET goed. Waarom denk je dat Mark dood is? Waarom denk je dat Dorien
steeds overal heen gesleept moet worden? Omdat ik niet voor ze kan zorgen. Ik
heb gefaald.
- Tony: (een beetje
streng, maar wel gedoseerd) En nu ophouden met jezelf omlaag te halen, verdorie.
Britt, jij bent er en jij mag er zijn. Je hoeft niet de hele wereld op je
schouders te dragen.
- Britt: Maar..... (en
daar komen de waterlanders alweer)
- Tony neemt Britt's
hoofd weer in haar handen en probeert de tranen te drogen. Het doet haar
vreselijk pijn haar vriendin zo te zien lijden.
- Tony: Huil maar lekker
Britt. Dit zal je goed doen. Heb je wel in de gaten dat het praten je steeds
beter af gaat? En je hebt jezelf niets aangedaan. Ik vind dat je beter voor
jezelf zorgt.
- Britt: Echt? Jij vind
dat ik goed mijn best doe?
- Tony: Absoluut.
- Britt: En waarom voel
ik me dan niet beter.?
- Tony: Dat duurt even,
maar echt, je bent echt op de goede weg.
- En ook deze avond
slaapt Tony bij Britt in haar ziekenhuiskamer.
- Zo gaan er een paar
nachten voorbij en Tony merkt dat het langzaam beter gaat met Britt. Ze slaapt
tenminste de nachten door, weliswaar dromend maar ze wordt niet meer wakker met
de aandrang om zichzelf te verwonden. Overdag heeft ze nog een beperkt programma
en slaapt nog veel tussendoor.
-
-
- Tony werkt zich in
no-time door haar cursusstof heen. Regelmatig heeft ze na de uren overleg met
haar mentor die erg tevreden is over Tony's inzet, en haar positieve invloed op
haar medestudenten.
- Na zo'n anderhalve
week op de OPAC gaat Tony ook maar weer eens langs op het commissariaat om haar
neus te laten zien en even bij te kletsen met Nadine.
- Nadine:
Hey, Tony. Ik hoor niets dan
goeds over u. U overweegt toch niet om ons corps te verlaten?
- Tony: Nu je het zo
zegt....
- Nadien: Echt??? Ja,
als je het beter kunt krijgen, moet je het eigenlijk ook niet nalaten.
- Tony: Grapje Nadine.
Ik vind het hier gewoon fijn om te werken, maar met die knie gaat dat even niet.
En bovendien heb ik nog een partner die mij straks weer nodig heeft, dus nee,
jullie zijn voorlopig nog niet van mij af.
- Nadien: (het lokaal
inroepend) Heb je dat gehoord Ben? Tony blijft hier, dus je zult je beter moeten
gaan gedragen.
- Tony: Is hij niet meer
in de hand te houden?
- Nadine: Hier niet meer
zo goed.
- Tony: Hoe bedoel je
hier?
- Nadien: Nou, we ... we
hebben wat met elkaar. We zijn eens wat gaan drinken na dienst en toen.... Van
het een kwam het ander.
- Tony: En het voelt
goed voor jullie alle twee??
- Nadine: Ja, ik denk
het wel.
- Tony: Nou dan is er
toch niets mis mee? Maar pas wel op dat het niet zo loopt als tussen Britt en
Chris toen ter tijd.
- Nadine: Wat was er
dan?
- Tony: Die zagen elkaar
wat te vaak. Maar Chris was erg op zijn carrière gebrand, en dat ging ten koste
van Britt en dat liep toen stuk.
- Nadine; Met Ben heb ik
helemaal niet meer zo'n zin in een carrière. Het voelt gewoon zo goed om weer
lekker bij iemand thuis te komen.
- Tony: Dan wens ik
jullie veel succes.
- Nadine: Dank je. Maar
hoe is het met Britt?
- Tony: Op en af, maar
de laatste week heeft ze grote vooruitgang geboekt. Het kost me wel mijn
nachtrust maar ze begint los te komen en gelukkig begint ze nu wat beter te
slapen. Ze heeft al zes dagen geen aandrang meer gehad om zichzelf wat aan te
doen.
- Nadine: Gelukkig. Kan
of mag ze al bezoek?
- Tony: De dokter wil
dat voorlopig nog een beetje beperken. Britt reageert heel sterk op
veranderingen, en helaas in de negatieve zin.
- Nadine; Nou dan wacht
ik wel een poosje tot ze het weer aankan. Wil je haar van ons allemaal sterkte
wensen. We denken vaak aan haar en we missen haar. Zorg jij maar goed voor haar
zodat we haar snel weer terug hebben.
- Tony: Zal ik doen. Ik
ga straks nog even bij haar aan.
-
- Nadat Tony thuis is
geweest om zich wat op te frissen en een boek voor Britt mee te nemen, gaat ze
nog even om een boeket bloemen en vertrekt dan naar het ziekenhuis.
- Maar als ze bij Britt
komt is die weer helemaal van de kaart. Zonder reden begint ze heel kwaad te
worden op Tony en duwt heel hard een stoel tegen Tony haar zere been.
- Tony gilt het uit van
de pijn en kan zich net tegen de muur staande houden.
- Er komt een broeder
aan, die Tony nog niet eerder had gezien. Hij begint heel boos tegen Britt te
praten en Tony ziet het effect ervan op Britt.
- Tony: Ophouden !! Je
maakt haar helemaal van slag.
- Tony: Britt, 't is ik
Tony, je vriendin. Kom, help me even een beetje.
- Dan schrikt Britt om
wat ze Tony heeft aangedaan.
- Britt: Wacht even, ik
moet even hulp roepen.
- Britt gaat op de gang
een zuster roepen en die helpt Tony in een rolstoel.
- Tony: Britt redt je
het even zonder mij?
- Britt: Ik wacht op
bericht van jou. Jij moet nu eerst naar je knie laten kijken. Sorry dat ik weer
zo deed,
- Tony: Het gaat wel
goed komen, Bitt, echt wel. Tot zo.
-
- Maar het komt niet
echt goed. De foto's wijzen uit dat de meniscus nu helemaal is doorgescheurd en
dat er losse elementen in de knie rondzweven en dus moet Tony met spoed
geopereerd worden. Ze krijgt niet eens de tijd om Britt te informeren. Vanwege
de bloeding die er in het gewricht was wilde de arts niet wachten want bloed op
kraakbeen zou de schade alleen maar groter maken en dus gaat Tony onder narcose
en onder het mes.
- Een kleine anderhalf
uur later wordt ze wakker op de uitslaapkamer.
- Tony: Zuster?
(moeizaam)
- Zuster: Ja, Tony?
(vriendelijk)
- Tony: Ik moet naar
Britt... (moeilijk)
- Zuster: Dokter Eric is
al bij haar.
- Tony: Die man die net
zo boos tegen haar aan het praten was? (moeizaam)
-
- De zuster knikt
vriendelijk...
-
- Tony: Maar Britt kan
er niet tegen als ze boos op haar worden... (moeilijk)
- Zuster: Eric is
daarvoor opgeleid mevrouw Dierickx. (geruststellend/glimlachend)
-
- Maar wat normaal een
patiënt moet kalmeren, komt helemaal averechts op Britt over, die niet door
Eric kalmeert maar nog meer in paniek slaat...
- Ze begint te slaan en
dingen op hem af te gooien.
- Eric weet niet meer
wat hij moet doen en verlaat de kamer en legt de situatie uit aan een andere
arts die belooft even te gaan kijken.
- Dokter: Mevrouw
Michiels mag ik even binnen komen.
- Britt: Nee ik wil Tony
zien en niemand anders.
- Dokter: Mevrouw
Michiels, Tony is geopereerd en kan dus even niet langs komen.
- Britt: Wat??? maar ik
moet haar zien want ik heb een stoel tegen haar been gegooid...
- Arts: Maar u moet
eerst kalmeren. Zo kunt u Tony niet gaan zien.
- Britt: (heel kwaad nu)
IK MOET NAAR TONY.
- Arts: Rustig nou
maar,..
- Britt: Sodemieter op
jullie (en dan begint ze weer heel hysterisch te worden)
- Arts: Vlug, geeft me
5/50 haldol /phenergan i.m.
- Een assistent komt
binnen met de spuit maar de arts heeft moeite om Britt in bedwang te houden dus
moet de assistent zelf spuiten maar hij spuit per ongeluk niet intramusculair
maar intraveneus.
- De medicatie komt zo
geweldig hard aan dat Britt in ademhalingsproblemen komt.
- Arts: Verdorie, kijk
nou wat je doet. Anexate, en heel rap.
- Dan krijgt Britt een
antidotum gespoten die de vorige medicatie moet blokkeren, zodat de
ademdepressie wordt opgeheven.
- Na een dik kwartier
zwoegen en bijna reanimeren keert de rust weer wat terug op de kamer. Britt ligt
aan de zuurstof en heeft een waakinfuus gekregen. Mocht er onverhoopt weer wat
mis gaat dan hebben ze direct een intraveneuze toegang om medicatie toe te
dienen.
- Arts: Gelukkig, dit is
nog eens goed gekomen. Ik blijf het eerste half uur hier om zelf de toestand te
controleren.
-
- Geduldig neemt de arts
plaats naast Britt haar bed en is nog steeds aanwezig als Britt weer wat
bijkomt. Ze heeft barstende hoofdpijn en voelt zich misselijk door de werking
van al die medicatie. Haar ogen staan lodderig in haar hoofd en ze voelt zich te
moe om wat te vragen. Ze heeft niet eens in de gaten dat ze weer gefixeerd ligt.
Op die manier willen ze haar beletten dat ze zichzelf wat zou kunnen aandoen.
- De arts gaat weer op
ronde maar als Britt na een uurtje rusten wat helderder is vraagt ze naar haar
arts.
- Arts: Zo Britt, je
hebt ons mooi schrik aangejaagd. Gaat het nu weer met je?
- Britt: Ik wil naar
Tony, alsjeblieft. Mij is gezegd dat ze geopereerd is in ik moet haar zien. Het
is mijn schuld, ik heb die stoel tegen haar aangegooid.
- Arts: Ik heb even geïnformeerd,
maar Tony voelt zich beroerd als een kat. Die wordt slapende gehouden zodat ze
er zo min mogelijk hinder van heeft. Maar ik beloof je, zodra ik hoor dat ze
wakker is, dan kom ik je persoonlijk halen en gaan we naar haar toe. Is dat goed
voor jou?
- Britt: Mogen die
banden dan los? Ik krijg haast geen adem en mijn polsen doen pijn.
- Arts: Kun jij beloven
dat je niets geks gaat doen?
- Britt: Alleen aan u,
niet aan al die andere mensen die hier steeds komen.
- Arts: Dat zijn
allemaal verplegers en verpleegsters hier.
- Britt; Maar ze doen
heel hard tegen mij en daar wordt ik heel bang van.
- Arts: Ik zal ze vragen
rustig aan te doen met je, maar ik wil wel je toezegging dat het verantwoord is
de fixatie op te heffen.
- Britt: Ik beloof het
(en ze steekt moeizaam haar gefixeerde hand op naar de arts.)
- Voor Britt is het nu
best wel spannend want ze heeft een toezegging gedaan en ze hoopt maar dat ze
genoeg weerstand heeft tegen die suïcidale impulsen.
- De arts maakt haar los
en Britt wrijft, met tranen in haar ogen, over haar pijnlijke polsen...
-
- Arts: Zal ik een bakje
lauw water voor je halen, om je polsen er wat in te laten rusten?
(vriendelijk/voorstellend)
- Britt: J...a... (met
een dikke stem)
-
- De arts loopt even
weg, maar net wanneer hij de deur achter zich sluit wordt Britt bang...
Ontzettend bang...
- Maar wil niet toegeven
aan haar angst. Ze knijpt heel hard haar ogen dicht en concentreert zich op haar
ademhaling.
- Als de arts weer
binnenkomt en haar zo ziet, blijft hij heel stilletjes wachten op wat Britt gaat
doen.
- Het duurt zeker 5
minuten voor Britt in de gaten heeft dat de arts er weer is en dan kijkt ze hem
vragen, bijna smekend aan.
- Arts: Britt, je hebt
je heel goed verweerd. Prima, van die ademhalingsoefening. Maar ik zie
dat het je nog steeds heel veel moeite kost en dat je wel heel snel in de angst
schiet. Ik wil graag je medicatie wat aanpassen opdat jij niet zoveel hinder
zult ondervinden van die angsten. Die kunnen je behoorlijk in de weg gaan zitten
tijdens de behandeling en dat moeten we juist niet hebben. Als ik je alles over
die medicijnen uitleg, wil je ze dan nemen, zodat jij je wat beter kunt gaan
voelen?
- Britt: Tabletten of
spuiten?
- Arts: Ik stel
tabletten voor.
- Britt: Maar spuiten
helpen sneller.
- Arts: We beginnen met
een hoge dosis die je de eerste dagen wat out maakt, maar dan gaan we afbouwen
naar een voor jou passende dosering.
- Britt: Is goed. Daar
wil ik wel aan mee werken. Maar mag ik nu alsjeblieft naar Tony toe?
- Arts: Ga maar in de
rolstoel zitten dan breng ik je er heen.
- Britt: Mag ik niet
alleen?
- Arts: Nee, en dat weet
je, en ik denk dat je dat ook wel begrijpt.
- Britt: Sorry.
- Arts: Is goed.
- Britt: Weer doet
iedereen zijn best voor mij en kijk eens hoe ik dan doe.
- Arts: Hoe bedoel je?
- Britt: Nou, dan denk
ik dat ik zo maar alleen naar Tony mag, en dan wil ik spuiten als jullie vinden
dat tabletten beter zijn, en nu zit ik weer te snotteren. Ik ben toch, ik ben
toch een waardeloze prul !! (en dan begint ze nog harder te huilen)
- Arts: Hè Britt, kom
op. Ik heb je net bezig gezien. Je doet het fantastisch. Je hebt echt heel snel
geleerd van Tony hoe je hulp kunt vragen en je doet het ook. Bovendien ben je
bezig om de door ons geadviseerde ontspanningstechnieken toe te passen. En je
hebt het goed gedaan. Je hebt je net toch zelf niets aangedaan? Dat is prima. Je
redt het wel. Probeer maar of je ons op ons woord kunt vertrouwen.
- Britt: Maar ik voel me
zo shit. Hoe moet ik Tony nu onder ogen komen?
- Arts: We gaan er heen
en je gaat met Tony praten en dan zien we wel weer verder. Oké?
- Britt: Moet dat echt?
- Arts: Jij wilde haar
zien en hier ligt ze (terwijl hij de kamerdeur opent).
- Britt: Tony??
- Tony: (nog zo beroerd
als een kat) Hey Britt.
- Britt: Gaat het een
beetje met je? Het spijt me zo erg wat ik nu weer heb gedaan. Ik wilde dat ik
het van je kon overnemen. Dan hoefde jij hier niet te liggen. Jij hebt zo'n mooi
leven, jij verdient het niet om zo gestraft te worden.
- Tony: Niet zo snel
Britt, ik kan je niet volgen.
- Britt: Zie je, doe ik
het weer.
- Tony: Wat doe je weer?
- Britt: Een ander tot
last zijn.
- Tony: Maar nee Britt
dat doe je niet. Wil je even bij mij komen zitten hier op mijn bed?
- Britt: Is dat niet
lastig voor jou?
- Tony: Ik zou het heel
graag willen.
- Britt: Net zoals jij
vorige week bij mij deed?
- Tony: Als je dat wilt,
heel graag.
- En Britt gaat opstaan
uit de rolstoel en schuift bij Tony op het bed. Tony worstelt zich wat omhoog om
plaats te maken voor Britt, maar voelt een enorme lading misselijkheid opkomen.
Ze doet haar ogen dicht en zucht een paar keer heel diep.
- Britt duwt het kussen
in haar rug en heeft nu Tony tegen zich aanliggen. Ze kijkt zorgzaam naar de
reactie bij Tony maar ziet niet dat die een knipoogje geeft aan de arts die
Britt gebracht heeft.
- Arts: Britt, wil ik je
straks weer op komen halen? Zo over een half uurtje, drie kwartier? Kun je tot
dan even lekker bijkletsen met Tony.
- Britt: (ongelovig) Mag
dat?? Moet u er niet bij blijven?
- Arts: Ik heb het
volste vertrouwen in je Britt. En jij moet dat ook gaan ervaren.
- Britt: Heel erg
bedankt.
- Arts: Tot straks.
-
- Als de arts weg is
merkt Tony dat Britt zich heel erg gespannen gaat voelen.
- Tony:
Ça va Britt? Je bent ineens zo
gespannen.
- Britt: Dat ben ik ook.
Het kost me nog steeds heel erg veel moeite om die angst onder controle te
krijgen. Ik heb al een week niets meer gedaan, maar ben wel nog steeds bang dat
ik het niet vol kan houden.
- Tony: Hey, jij bent
een kanjer. Jij kunt dat wel.
- Britt: Help me daar
alsjeblieft mee. Ik heb je nodig Tony.
- Tony: Maar ik ben er
voor je, dat weet je toch?
- Britt: Ook nadat ik zo
lelijk tegen je heb gedaan?
- Tony: Jij was heel erg
bang. Je dacht vast dat ik iemand was waar je bang voor was. En bovendien heeft
iemand anders mij dit aangedaan. En toen heb ik het zelf ook nog erger gemaakt.
En het goede van wat jij gedaan hebt is dat ik nu al wel geopereerd ben en dus
niet nog langer hoef te wachten voor ze me helpen.
- Britt: Dus eigenlijk
een geluk bij een ongeluk?
- Tony: Zo zou je het
wel kunnen zien. Maar zand erover. Britt, ik mis je spontaniteit een beetje,
je weet wel, dat je zo lekker uit de hoek kan komen en al die sukkels die
we oppakken die dan niet weten wat ze moeten zeggen en zich er zelf bij lappen.
- Britt: Ik zou heel
graag weer zover opgeknapt zijn dat ik weer aan het werk zou kunnen. De hele dag
hier maar liggen en geconfronteerd worden met je gebreken is ook niet alles.
Maar het leven is soms ook zo moeilijk.
- Tony: Maar jij bent al
heel ver gekomen. Als die medicijnen goed aanslaan, dan ben je ook zo weer thuis
en moet je maar eens met Nadine overleggen of je weer wat werk mag oppakken.
- Britt: Kom jij ook
weer terug dan?
- Tony: Waarom niet? Ik
heb er wel weer zin aan om good cop bad cop te gaan spelen met jou.
- Hier kan Britt de
humor wel van inzien en voor het
eerst in heel lange tijd ziet Tony Britt weer eens lachen, nog niet uit volle
borst, maar wel spontaan.
- Tony: Je bent echt een
kei Britt.
- Dan komt de
fysiotherapeut binnen die een schiene in het bed van Tony wil gaan plaatsen .
- Tony:
Ja hallo? Wat is dat?
- Bert: Een schiene.
Daar leggen we je been op, de machine beweegt en je knie wordt weer geoefend in
het buigen.
- Tony: Dat kan ik zelf
wel hoor.
- Bert: Oké, laat maar
zien (uit ervaring wetende dat geen enkele patiënt na een knieoperatie uit
zichzelf de knie kan bewegen)
- Wat Tony ook probeert,
ze slaagt er niet in om ook maar een millimeter beweging in haar knie te
krijgen.
- Tony: Godver *****.
Ik dacht dat het een "simpele" meniscus operatie was? Ik kan
niet eens mijn poot krom krijgen.
- Bert: Ik zei toch dat
we je zouden helpen.
- Britt: Gaat het echt
wel goed komen dan (bang)
- Tony: Dat is zijn
verantwoordelijkheid.
- Bert: Kan ik de dekens
terugslaan en het apparaat installeren?
- Tony: Vooruit dan
maar.
- Het ziet er allemaal
vreemd en zwaar en technisch uit, maar volgens Bert is het een zeer beproefde
methode.
- Bert: De meeste mensen
zijn binnen een week zover dat ze de knie weer 90° kunnen buigen. Dan kunnen ze
met ontslag en thuis met gewone oefeningen verder uitbreiden.
- Tony: Wil je zeggen
dat ik hier nog een week moet blijven? Mooi niet. Overmorgen ben ik hier weg.
- Bert: Dat is tussen
jou en je arts.
- Tony: Oh, maar die
krijg ik wel om.
- Britt: Tony !! Leer je
het nou nooit?
- Tony: Waarschijnlijk
niet nee. Jij moet mij maar een beetje in de gaten houden.
- Ondertussen staat de
schiene geïnstalleerd en wil Bert Tony's been erop leggen, maar dat doet zo
verrekte zeer dat ze het even uitschreeuwt
- Britt: Rustig Tony,
hij wil je helpen.
- Bert: Dat komt omdat
je been even geen gevoel had, daardoor kon je hem ook niet bewegen. Bij de
operatie krijgen de gevoelszenuwen een tik mee en nu weten ze weer dat ze
prikkels moeten overdragen naar de spieren, en ja, helaas doet dat pijn.
- Tony: En wat gaat er
nu gebeuren?
- Bert: Ik sluit hem aan
op het net en dan gaat de schiene bewegen en laat je knie passief doorbewegen.
Per dag zal de hoek van de knie iets sterker worden totdat je die 90° haalt.
- Als de machine aangaat
voelt Tony weer die helse pijn.
- Tony: Goddomme, er is
iets niet goed in mijn knie. Het doet verrekte pijn.
- Britt heeft inmiddels
haar armen om een huilende Tony heen geslagen.
- Britt; Roep dan om de
arts, dan kan die eens gaan zien wat er wel of niet goed is.
- Bert: Doet het echt
zoveel pijn?
- Tony: Ja (Hijgend)
- Bert: Dan zet ik hem
stop en bel even naar je arts.
-
- Een kwartier later
komt dokter Dieter binnen.
- Dieter: Zo Tony, wat
hoor ik nu? Je knie doet toch nog pijn ondanks dat ik het kapotte deel van de
meniscus heb afgehaald?
- Mag ik eens even
kijken en voelen?
- Tony: (nog steeds in
Britt's armen hangend) Ga je gang.
- En weer begint ze te
kermen als Dieter zijn handen op haar knie legt.
- Dieter: Hm, ik snap er
niets van. Ik ga even bellen voor een foto. Niet weglopen !!!
- En nu begint Britt
zowaar hele hard te lachen.
- Ondanks haar pijn moet
Tony wel meelachen. Het doet haar
echt deugt dat Britt hier tenminste de humor van inziet.
- Britt: Sorry Tony, ik
wilde je niet uitlachen.
- Tony: Het doet me goed
je te horen lachen Britt. Het is niet erg.
- Britt: Als ze foto's
maken mag ik dan met je mee? Ik wil graag bij je blijven.
- Tony: Dat moet je je
arts vragen. (en die komt net dan binnen)
- Britt: Mag ik bij Tony
blijven? Er moeten waarschijnlijk nieuwe foto's gemaakt worden en ze heeft mijn
steun nodig.
- Arts: Britt, wil je
even buiten wachten , ik moet wat met Tony bespreken.
- Braaf gaat Britt naar
buiten, zet zich op ene stoel en vergeet even helemaal dat ze zelf patiënt is,
en wacht netjes tot ze weer binnen mag.
- Tony: Wat heeft u te
overleggen?
- Arts: Ik wilde van jou
graag horen hoe Britt was nadat ik was weggegaan.
- Tony: Eerst heel erg
gespannen, maar ik heb haar voor het eerst in tijden weer horen en zien lachen,
en dat was zo ontzettend goed om mee te maken.
- Arts: Heeft ze het nog
gehad over haar angsten om zichzelf wat aan te doen?
- Tony: Ja. Ze zei dat
ze al een week redelijk goede controle had en niets heeft gedaan.
- Arts: Heeft ze ook
niet, maar het komt steeds zo onverwacht. Als ik eens wist wat we er aan konden
doen.
- Tony: Laat haar wat
meer haar eigen keuzes maken. Geeft haar wat meer ruimte om zelfvertrouwen te
ontplooien.
- Arts: Zeg, heb jij
psychologie gestudeerd of zo?
- Tony: Ben ik mee
bezig, maar ik zie gewoon aan Britt dat dat het beste werkt. Ze zei ook dat ze
er niet meer tegen kan om heel de dag op die afdeling of die kamer te zijn. Het
confronteert haar zo met haar problemen dat ze er bijna onderdoor gaat.
- Arts: Dus jij denkt
dat ze het beter zal doen als ze meer vrijheden krijgt?
- Tony: Ik geef haar
echt het voordeel van de twijfel.
- Arts: We hebben haar
medicatie aangepast en ik wil het wel eens gaan proberen. Ik denk dan dat ze wel
veel hier zal zijn. Mag ik jou vragen haar dan ook een beetje in de gaten te
houden?
- Tony: Zal ik doen. Ze
is me veel te dierbaar om zo te laten lopen.
- Arts: bedankt, en
sterkte met je knietoestand. Wil je de afdeling bellen als Britt terug wil of
kan?
- Tony: Mag ze niet hier
blijven? Gewoon eens een dagje proberen dat ze dan vanavond weer terug gaat?
- Arts: Ik zal het
overleggen.
-
- Zo krijgt Tony steun
vanuit een heel onverwachte hoek, en voor Britt blijkt dit het juiste medicijn
te zijn. Ze reageert heel goed op het haar geschonken vertrouwen.
- Om de knie te
controleren word er een nieuwe MRI scan gemaakt en blijkt dat er toch iets niet
in orde is in de knie en nu moet ze weer geopereerd.
- Tony: Kan dat onder
locale verdoving? Ik ben nog zo beroerd van de algehele narcose?
- Dieter: Dat kan wel.
Willen wij je direct het begin van de middag helpen? Des te eerder ben je er
vanaf?
- Tony: Moet het echt?
Gaat het niet vanzelf over?
- Dieter: Nee Tony, het
gaat niet vanzelf over. Ik ben bang dat ik toch de hele meniscus moet
verwijderen. Daardoor zou er beenlengteverschil kunnen ontstaan met je ander
been en dat zal geheid op den duur voor problemen in je heup en rug geven. Dus
ik stel voor om een nieuwe techniek toe te passen waarbij we een soort van
prothese plaatsen. Het heeft totaal geen andere functie dan het opvullen van de
ruimte die ontstaat doordat we de kapotte meniscus moeten wegnemen.
- Tony: Doet dat pijn?
- Dieter: Nee dat doet
geen pijn.
- Tony: Vooruit dan
maar.
- Britt: Gaat het met je
Tony? Je ziet ineens zo bleek?
- Tony: Ik ben bang voor
de operatie.
- Britt: Het gaat wel
goed komen. Ik denk dat ik terug ga naar mijn afdeling en vraag wel of ze mij
bellen als je klaar bent. Dan kan ik vanmiddag misschien nog wat therapie doen
en met mijn dokter praten en dan zie ik je later vanmiddag wel weer . Oké?
- Tony: Bedankt Britt
dat je bij me bent gebleven. Ik hoop dat ik er snel weer ben en dat ik je dan
ook weer snel hier zal zien.
- Britt gaat nu op eigen
gelegenheid naar de afdeling en daar is men enigszins verbaasd dat ze alleen
komt.
- Zuster: Er zou toch
gebeld worden?
- Britt; Ja, maar ik kan
ook heel goed alleen lopen en ik ben nu ook niet bang, dus ik mag het van de
dokter vast wel proberen. Of niet ? (tegen de arts die net voorbij komt)
- Arts:
Prima Britt. Je gaat met sprongen
vooruit. Doorgaan nu, afgesproken?
- Britt; Het heeft me
goed gedaan om hier even weg te kunnen.
-
- Arts: Dat zie ik.
(glimlachend) Ga zo door, Britt. (lachend)
- Britt loopt, met een
zwakke glimlach op haar gezicht, weer naar haar kamer, nagekeken door de
verpleegsters en artsen.
- Die middag doet ze uit
eigen beweging mee met de therapie. Ze vind het niet echt geweldig maar ze kan
er wel wat afleiding in vinden. Het
is sporttherapie maar Britt kan het conditioneel amper volhouden. De meeste van
haar groepsgenoten zien dat en houden er wel rekening mee, maar er loopt een
echte lompe boer bij die Britt finaal van de sokken loopt.
- Britt maar een rare
val en bezeerd haar geopereerde
elleboog weer en ligt huilend op de grond.
- Snel komen er een paar
groepsgenoten aan die haar zorgzaam overeind helpen.
- Trudy: Gaat het gaan
Britt? Wat een klier is die Tinus. Doe je een keertje mee en dan doet hij zo.
- Gerda: Alles oké? Wil
ik je terug brengen naar de afdeling?
- Britt: Nee, het gaat
zo wel weer.
- De therapeut
(Geert) komt er nu ook aan. Het was juist zijn bedoeling geweest om te
observeren hoe de groepsleden op elkaar reageren en hij is er best tevreden
over.
- Geert: Gaat het Britt?
Mag ik je arm even zien? Oeh, doet
het erg pijn? Het wordt op zijn minst een hele blauwe plek, maar misschien moet
je toch even een foto laten maken?
- Britt: Ik denk dat het
wel gaat.
- Maar Geert heeft
allang in de gaten dat Britt verrekte veel pijn heeft, en vraagt zijn assistent
om de groep even over te nemen, dan
kan hij met Britt terug naar de afdeling.
- Aldaar vindt ook de
arts dat er een nieuwe foto moet komen. Gelukkig zitten de schroeven nog goed en
is er geen breuk bij gekomen. Wel zit er een bloeduitstorting en wordt de
elleboog inderdaad goed blauw. Britt krijgt een spuit in haar arm om de pijn te
verminderen en een ijsblaas om de zwelling te beperken.
- Geert: Blijf vanmiddag
maar op de afdeling, wat rust zal je goed doen.
- Britt; Ik wil mee
terug. Ik wil niet bang worden als me eens een keer wat overkomt. Ik kan
misschien niet meer meedoen, ik ben wel lid van de groep en kan er heus wel bij
zijn.
- Geert: Ook goed wat
mij betreft.
-
- En op deze manier gaat
Britt echt snel vooruit.
- Als Tony terug is van
de operatie zit Britt al op haar kamer te wachten. Omdat Tony dit keer geen
volledig narcose heeft gehad is ze ook niet ziek en kan dus goed een gesprek met
Britt voeren.
- Tony: Kijk ons hier nu
eens zitten. Zijn dit nu die superagenten waar dat Gents crapuul zo bang voor is
??
- Britt; Ik denk dat ze
niet weten dat wij hier zijn, anders zouden ze hun slag wel slaan. Ik denk dat
ze bang zijn dat we zo achter een boom vandaan springen en ze oppakken.
- Tony: Fijn om te horen
dat het goed gaat, behalve dan met je elleboog.
- Britt: Hoe weet jij
dat nou?
- Tony: Ik heb zo mijn
contacten.
- Britt: Wie dan wel?
- Tony: Dieter.
- Britt: Dieter??? Is
dat de arts die jou ....
- Tony: Die helemaal.
- Britt; En tussen
jullie ....???
- Tony: Wie weet.
Misschien wel. Maar ik weet nog niet zeker. Heb net een behoorlijk blauwtje
gelopen en wil het eigenlijk ook wel even voorzichtig aan doen.
- Britt; Heel verstandig
Tony. Heel verstandig.
- Tony: Zeg, hoe staat
het er mee? Moet je nog op de afdeling blijven of kan ik de komende dagen wat
gezelschap van je verwachten want ik heb nu al de balen van die kamer.
- Britt: Dan kom je toch
bij mij langs?
- Tony: In bed zeker?
Hallo, en hoe dacht je dat?
- Britt; Morgen mag jij
weer lopen hoor !
- Tony: En hoe weet jij
dat?
- Britt: Ik heb ook mijn
contacten.
- Tony: Wie dan wel?
- Britt: Dieter !!!
- Tony: Kijken doe je
met je oogjes, hè?
- Britt: Ja ma.
-
- En zo hebben ze,
gelukkig, weer eens een heleboel lol.
- Tony mag inderdaad de
andere dag al oefenen. Eerst nog onbelast want ze moet haar bewegingsherinnering
terug krijgen, maar na drie dagen mag ze al 75% belasten.
- Britt is nu op de open
afdeling. Ze volgt, op eigen verzoek de sporttherapie in de groep en verder de
individuele therapie bij de psychiater en psycholoog en boekt goede vooruitgang.
- Af en toe heeft ze nog
nare dromen, of soms een dag dat het allemaal wat moeilijker gaat, maar een hele
duidelijke stijgende lijn is zichtbaar.
- Britt ervaart dat zelf
ook.
- Als Tony met ontslag
mag, reageert Britt eerst wat aangeslagen, maar haar arts heeft voor haar ook
een verrassing in petto: ze mag met weekend verlof van zaterdagmorgen tot
zondagavond.
- Dit maakt haar heel
erg nerveus maar gelukkig weet ze zich gesteund door haar moeder en dochter en
door haar vriendenclub.
-
- Maar als Britt ook een
paar keer met verlof is geweest en ze geen terugvallen meer heeft mag ze met
ontslag.
- Tony is inmiddels al
zover hersteld dat ze weer volledig mobiel is. Haar cursussen op de OPAC heeft
ze afgerond en volgende week moet ze tussentoets doen in Brussel voor haar
opleidingen in criminologie en voor psychologie.
- Behalve Nadine weet
niemand, ook Britt niet, dat ze daar mee bezig is.
- Britt is inmiddels op
arbeidstherapeutisch basis weer voor halve dagen aan het werk, eerst maar eens
administratief, een geweldige aanwinst voor het team want Britt is de snelste
eraf als het gaat om PV's uit te typen en omdat ze zo graag weer aan het werk
wil doet ze het met liefde.
- Tony vond het wel
moeilijk om niets tegen Britt te zeggen, maar eerlijk gezegd had die de laatste
tijd ook voldoende andere zorgen aan haar hoofd.
- Maar nu kan ze er niet
meer echt onderuit. Helemaal niet als Britt haar vraagt of ze de komende week
mee wil gaan voor een evaluatiegesprek bij haar psychiater.
- Britt ziet haar
twijfelen.
- Britt: Wil je niet mee
Tony? Ik had zo gehoopt op uw steun.
- Tony: Ik wil wel, maar
.....
- Britt; Laat maar Tony,
ik red me wel (Met een duidelijk
aangeslagen stem)
- Tony:
Britt, alsjeblieft.
- Britt; Nee, het hoeft
niet meer. (nu echt een beetje boos aan het worden)
- Als Tony ergens
helemaal geen zin in heeft is dat in ruzie met haar vriendin.
- Tony: Britt, ik moet
je iets vertellen.
- Britt; Laat maar, heb
ik toch gezegd?
- Tony: Maar het is
belangrijk.
- Britt: Die afspraak
was voor mij ook heel belangrijk.
- Nu weet Tony niet meer
hoe ze het aan moet pakken.
- Verdrietig trekt Tony
zich terug in de kleedkamers in de hoop dat niemand haar daar komt zoeken.
- Maar Nadine heeft echt
alles door wat er zich afspeelt in het lokaal
en die is zo bij haar.
- Nadine: Hey, Tony, wat
krijgen we nou? Ben je niet blij dat je partner er weer is?
- Tony:
Ach Nadine.
- Nadine: Wat is er dan?
Je ziet zo bedroefd.
- Tony: Britt wilde dat
ik volgende week mee zou gaan naar haar arts voor een evaluatiegesprek, maar ik
heb volgende week ook tentamens en omdat ik haar nog niet verteld had over die
opleiding kon ik dat van die tentamens ook niet zeggen en nu denkt ze dat ik
niet meer om haar geef. Maar dat doe ik wel. Ik geef heel veel omhaar, echt. Dat
weet jij toch ook? En omdat ik de opleiding in deeltijd in deze vorm doe heb ik
echt maar één tentamenkans en ik wil het zo graag halen. Maar het is het mij
niet waard als ik daarom ruzie krijg met mijn vriendin. Dan laat ik die
tentamens echt wel schieten, maar nu wil ze niet meer naar me luisteren. Nadine
wat heb ik toch ook stom gedaan om haar niets te zeggen.
- Britt; (die bij de
deur had gestaan en een deel had kunnen meeluisteren) Wat had je me moeten
zeggen dan?
- Tony: Britt?
- Britt: Ja, als je mij
als partner wilt hebben moet je wel open kaart met me spelen (nog steeds een
beetje kriegel)
- Tony: Oh, Britt, kun
je me vergeven dat ik het niet gelijk heb verteld? Jij was er zo naar aan toe en
toen heb ik een uitvlucht gezocht om niet steeds zo te hoeven piekeren.
- Britt; Waarover zou je
moeten piekeren dan?
- Tony: Ik had niet op
tijd in de gaten dat jij zo in de put zat en toen is alles misgelopen met jou en
daar voelde ik me heel schuldig over.
- Britt; Maar dat hoeft
toch niet (nu iets milder reagerend)
- Tony: Ik ben toen
verder gegaan met een studie die ik een tijd geleden ook al eens had opgepakt en
waar ik een poosje niets aan gedaan had.
- Britt; Welke studie?
- Tony: Criminologie en
psychologie.
- Britt: JIJ ???? Jij
bent al zo goed met mensen, daar
hoef jij toch niet voor te studeren?
- Tiony: Snap je het
dan? Ik moet tentamens doen, en als ik niet deelneem is alles voor niets
geweest. Maar Britt, eerlijk, ik heb er alles
voor over, als ik maar geen ruzie krijg met jou. Die hele studie kan me
gestolen worden . Ik probeer wel of ik toch uitstel kan krijgen , maar volgende
week kun je op mij rekenen als je naar de arts toe moet.
- Britt; Doe niet zo mal
Tony. Die dokter moet zich maar
eens aan mij aanpassen. Wat dacht je ervan dat ik eens met jou mee ging naar
Brussel en dat wij na die tentamens van jou daar eens even goed de bloemetjes
buiten gaan zetten. Mijn moeder komt volgende weke toch weer een paar daagjes
logeren dan kunnen wij het er mooi van nemen, als Nadine ons tenminste een paar
daagjes vrij gunt? Nadine?
- Nadine: Ik ben blij
dat jullie het zo goed met elkaar kunnen vinden. Ik zorg dat jullie vanaf
woensdagmiddag vrij zijn. Dan kunnen jullie mooi dan al weggaan, rustig naar
Brussel, goed slapen opdat Tony goed uitgerust aan haar tentamens kan beginnen
en hoe lang jullie willen blijven is aan jullie, als je maandag daarop maar
nuchter en goedgezind terugkomt, met zijn tweeën.
- Britt: Beloofd...
- Britt stapt
Vanbruane's kantoortje uit en zegt aan Tony dat ze een zaak hebben.
- Tony: Mag jij dan weer
de straat op?! (verbaasd/hoopvol)
- Britt: Het is een
raadsel, Tony, we moeten niet eens de straat op.
- Tony: Geef het es
hier, ik zal es lezen. (zuchtend)
- Britt geeft de
papieren die ze van Vanbruane heeft gekregen aan Tony en gaat dan zelf ook even
naar het toilet...
- Wanneer ze na een half
uurtje nog niet terug is, begint Tony wat ongerust te worden, en, eveneens, in
paniek...
- Snel rent ze naar
Vanbruane.
- Nadine: Rustig Tony.
Wat scheelt er? (als Tony haar kantoor komt binnengevallen)
- Tony: Britt zit al een
half uur op toilet... Dat is niet normaal Nadine. (in paniek)
- Nadine: Blijf jij
rustig zitten hier, ik zal es gaan kijken, oké ?
- Tony: Oké. (zuchtend)
- Nadine plant Tony neer
in haar eigen bureaustoel en gaat dan snel naar de toiletten, waar Britt, na een
half uur, nog steeds zit...
- Althans, dat dacht ze.
Maar als ze op de deur klopt komt er geen reactie.
- Nadine: Britt, ben je
daar?
- Maar geen reactie.
- Nadine bukt zich om
onder het deurtje te kijken of ze een paar voeten ziet, maar die zijn niet te
zien. Dan opent ze de deurtjes van alle toiletten maar treft geen Britt.
Enigszins verbaasd gaat ze weer naar het lokaal.
- Tony: Wat was er met
haar dat ze zo lang wegbleef?
- Nadine: Ze is niet op
het toilet Tony. Is ze weer terug gekomen?
- Tony: Nee niet gezien.
Waar zal ze dan zijn? Is ze weggegaan zonder dat ik het wist?
- Nadine: Wacht hier
even Tony.
- Dan loopt Nadine naar
de balie beneden en vraagt of Britt daar langs is gekomen: Nee dus.
- Dan zou ze dus in het
gebouw moeten zijn en ondertussen is heel het team naar Britt aan het zoeken, en
pas dan blijkt dat het toch wel een heel groot gebouw is met heel veel kantoren,
kamertjes en andere grotere of kleinere hokjes.
- Na meer dan een uur
zoeken vind Nadine haar, ver weg gedoken in een heel donker hoekje ergens
achteraan op de zolder.
- Ze zit helemaal in
elkaar gedoken en rilt over haar hele lichaam.
- Nadine: Britt, wat is
er met je aan de hand? Meid, je bibbert helemaal (en vlug trekt ze haar eigen
vest uit en legt dat over Britt heen)
- Britt blijft echter
zwijgen en trillen ook als Nadine probeert om haar warm te wrijven.
- Nadine: Britt, kom, je
moet hier weg, hier kun je niet blijven. Het is veel te koud en bovendien is
iedereen ongerust en loopt je te zoeken.
- Traag laat Britt zich
overeind helpen door Nadine en volgt haar naar de trap
maar net bij de deur staat ze stil.
- Nadine; Wat is er
Britt? Heb je angst?
- Britt; Tony !!
- Nadine: Wat is er met
Tony?
- Britt; Zij moet een
andere partner en dat zal ze niet leuk vinden.
- Nadine; Tony moet geen
andere partner, jij bent er toch weer?
- Britt: Ik kan de
straat niet meer op Nadine. Ik durf niet.
- Ondertussen is Tony
ook hijgend boven aan de trap aan gekomen en ziet een huilende Britt op haar
hurken zitten.
- Tony gaat op de grond
voor haar zitten (uit voorzorg nog maar niet op haar knieën) en legt haar
handen bij Britt op de knieën.
- Tony: Hey Britt, wat
is er met u? Ik maakte me helemaal ongerust dat je ineens weg was.
- Britt; Ik ben bang
Tony. Ik durf de straat niet meer op en nou moet Nadine voor jou iemand vinden
om mee samen te werken.
- Tony: Oh nee hoor, ik
werk met jou samen.
- Britt: Maar ik durf
niet.
- Tony: Wat durf je niet
Britt?
- Britt; De straat op.
Iedereen zal me aankijken en denken dat ik gek ben Ze kunnen zo zien dat ik
opgenomen ben geweest.
- Tony: Mallerd. Hoe
zouden ze dat moeten zien dan?
- Britt; Kunnen ze dat
niet zien dan?
- Tiony: Natuurlijk
niet. Kom eens mee met mij, (en
heel zachtjes maar licht dwingend, loodst ze Britt mee naar beneden naar de
garderobe en laat haar daar in de spiegel kijken)
- Tony: Wat zie je nu
Britt?
- Britt: Ik zie mezelf.
- Tony: En wat voor
bijzonders zie je?
- Britt: Niets, behalve
dat ik weer roodbehuilde ogen heb.
- Tony: Dus er staat
niet ergens in je gezicht geschreven dat je bent opgenomen geweest?
- Britt; Nee natuurlijk
niet.
- Tony: Nou dan, wat is
dan het probleem. Kom, ga maar met mij mee en dan zien we wel hoe het zal lopen,
en als je onderweg toch wat angstig wordt mag je het mij zeggen en gaan we terug
binnen.
-
- Nadine staat met
verbazing te kijken naar Tony's overredingskracht en het gemak waarmee het haar
lijkt af te gaan.
- Britt knikt
zachtjes...
-
- Samen met Tony loopt
ze het straat op, maar het felle zonlicht schijnt meteen recht in haar ogen en
Britt schrikt ongelofelijk...
- Snel vlucht ze weer
het commissariaat binnen...
-
- Nadine, die aan de
deur nog stond: Scheelt er iets, Britt? (heel vriendelijk)
- Britt: Al dat licht.
Het doet zeer aan mijn ogen.
- Tony: Kijk eens, hier,
mag je mijn zonnebril opdoen. Gaat het zo?
- Britt: Dank je.
- Ze is eigenlijk best
nog wel bang maar ze wil gewoon goed haar best doen om haar werk weer op te
kunnen pakken.
- Tony heeft dat ook wel
in de gaten maar begint er maar niet over. Ze is van mening dat Britt zelf wel
aangeeft als er iets is. Voor nu vind ze het gewoon gezellig om weer samen met
Britt door de kuip te lopen.
- Tony: Heerlijk zo'n
zonnetje deze tijd van het jaar.
- Britt; Vind je? Het
doet zeer aan je ogen.
- Tony: Och, gaat wel.
Misschien neem ik wel even een weekje zonvakantie als ik de uitslag van mijn
tentamens heb gehad. Ik denk dat ik wel wat rust en zon kan gebruiken.
- Britt; En laat je mij
dan hier alleen achter?
- Tony: Nee natuurlijk
niet. Er zijn toch een heleboel collega's die niet op vakantie gaan? En
bovendien, ik geloof dat je ook nog een lieve dochter op je hebt zitten wachten.
- Langzaam merkt Tony
dat de spanningen bij Britt afnemen. Bijna ongemerkt heeft ze Britt lopend dwars
door de binnenstad geloodst als ze na een dikke twintig minuten aankomen bij de
hogeschool op de locatie Bijloke.
- Britt: Wat moeten we
hier?
- Tony: Werk aan de
winkel. De school heeft melding gemaakt van verdwijningen van computerapparatuur
maar telkens een paar dagen na zo'n melding is het spul ineens weer terug en nu
moeten wij eens gaan kijken wat er aan de hand is.
- Britt; Oh, dat had ik
je zo wel kunnen vertellen, daarvoor hoeven we toch niet hele de stad door te
klepperen?
- Tony: Ik dacht dat je
een beetje frisse buitenlucht wel lekker zou vinden.
- Britt: Vind ik ook
wel. Tony? Sorry dat ik net zo raar deed op het commissariaat. Dat was nou weer
zo'n paniekaanval waar ik soms nog last van had. Wil jij niets tegen Nadine
vertellen of tegen die De Nolde?
- Tony: Ik ken De Nolde
niet, maar ik denk dat je er goed aan doet zelf aan Nadine te vertellen wat er
was. Zo kan ze er tenminste begrip voor opbrengen. Maar ik vind dat het al een
heel stuk beter gaat met je. Heb je echt wel zin om volgende week mee te gaan
naar Brussel?
- Britt: Wacht even, ik
denk net ergens aan.
- Dan pakt ze haar
mobiel en belt naar het secretariaat van de psychiater waar ze volgende week een
afspraak zou hebben. Dat mens doet behoorlijk vervelend aan de telefoon maar
Britt is resoluut: Volgende week kan ik niet, ik heb een hele belangrijke
afspraak en als jullie mij echt willen helpen om uit die depressie te komen dan
werken jullie eens mee met mij in plaats van tegen mij. De week daarop, dinsdag
om half negen? Oké ik zal er zijn.
- Britt legt gauw
neer...
- Britt: Ik ga met jou
mee naar Brussel volgende week. (resoluut)
- Tony:
Wauw. (verbaasd)
- Britt krijgt een
lichte kleur op haar wangen...
- Britt: Kom, we gaan
werken... (zacht)
- Tony: Ik denk dat we
elke klas eens moeten binnengaan en met de 'vreemde gevallen' in de klas es
praten... Een klein verhoor of zo...
- Britt: Oké (zacht)
- Britt begint met goede
moed aan de verhoren van de jongeren...
- Ze beginnen in het 6de
middelbaar. Ze stellen zich even voor, maar verzwijgen waarom ze een paar mensen
komen verhoren. "Een gewone routine-controle in een school", zo
vertellen ze het aan de leerlingen.
-
- Tony: Eric De Smets,
kunnen wij u even spreken?
- Eric: Waarom, vuile
flikken?
- Tony: Kom nu maar mee,
anders arresteer ik je voor smaad aan de politie. (streng)
- Eric: Kom me maar
halen, liefje. (kijkend naar Britt)
- Britt: Hè
grootbakkes, effe dimmen ja!
- Eric: Hou u zelf
gedeisd anders zullen we eens met wat vrienden een bijzonder bezoekje brengen,
kijken of ge ons nog steeds grootbakkes durft te noemen.
- Tony: Eric ga zitten
voor ik je laat ophalen (en nu zo streng dat hij ook niet meer anders durft.)
- Britt: Wat weet jij
van die feestjes waar er in XTC wordt gehandeld?
- Eric: Ik ga nooit naar
feestjes (bluffend)
- Tony: Lieg niet,
vorige week ben je gezien bij Grooters toen de politie daar moest optreden na
die rellen.
- Eric: Ik heb niets
gezien en niets gehoord.
- Britt: Weet jij wat ze
met mensen zoals jij doen in het gevang Eric? Mensen die dealen en liegen?
- Eric: Maar ik lieg
niet; ik heb niets gezien en niets gehoord (provocerend)
- Tony merkt dat Britt
zich laat opjutten en wenkt haar even mee de gang op.
- Tony: Gaat het Britt?
Jij laat je toch niet op stang jagen door hem?
- Britt: Ik krijg de
kriebels van dat jong.
- Tony: Als het niet
gaat wil ik dat je buiten gaat. Ik wil niet dat je een schorsing gaat riskeren
omdat zo'n pummel jou aan het provoceren is.
- Britt: Ja Tony, ik zal
goed oppassen, maar als ik het niet in de gaten heb moet je me maar een seintje
geven.
- Weer terug in het
kamertje heeft Eric direct in de gaten dat Britt (vandaag) helemaal niet zo
stevig in de schoenen staat en hij gaat dus ongegeneerd door met provoceren en
intimideren.
- Britt: En nu ophouden
(bij roepend)
- Tony knikt eens met
haar hoofd maar Britt lijkt het niet mee te krijgen. Ze wil een felle verbale
uithaal doen naar Eric maar Tony is haar net voor.
- Tony: En nu is het
over Eric, jij gaat mee naar het bureau.
- Hier schrikt Britt
van. Ze staat vlug op en loopt naar buiten waar ze snel naar een wc vlucht.
- Nadat Tony een combi
heeft opgeroepen en Eric is meegenomen gaat ze op zoek naar Britt.
- Wanneer ze haar
eindelijk gevonden heeft...
- Tony: Wat was dat
allemaal?! (boos)
- Maar Britt kan er
helemaal niet tegen dat Tony zo boos tegen haar doet en begint te huilen. Tony
zucht eens diep en loopt dan op Britt toe en legt troostend een arm om haar
heen.
- Tony: Sorry Britt, ik
had niet zo tegen jou moeten uitvaren. Ik was gewoon ongerust dat ik je niet kon
vinden. Het gaat nog steeds niet echt lekker, is het wel?
- Britt: Nee. Het kost
me soms nog zo veel moeite om de dingen in het dagelijks leven het hoofd te
bieden, en dan kan ik er ook niets meer bij hebben, en als jij dan ook nog boos
op me wordt ...
- Tony: Britt, ik bied
je mijn excuses aan. Wil je die accepteren?
- Britt: Jawel (met een
klein stemmetje)
- Tony: Zal het gaan
denk je, als we op het commissariaat die Eric moeten ondervragen?
- Britt: Ik wil het wel
gaan proberen. Ik moet er toch een keer doorheen?
- Tony: Vind ik een
goede reden. Kom op.
-
- Terwijl Tony
hoofdzakelijk het woord voert bij het verhoor kijkt Nadine vanuit de
naastgelegen kamer mee en ziet het recalcitrante gedrag van Eric en vraagt zich
ook af of Britt het kan volhouden.
- Door haar studies
echter, heeft Tony veel meer gespreksvaardigheden ontwikkeld en lukt het om Eric
aan de praat te krijgen en komen ze te weten wie er in die XTC pillen handelt.
Als Britt haar opgeschreven informatie bijeen haalt om het verhoor te verlaten
begint hij seksistische opmerkingen te maken tegen Britt en maakt obscene
gebaren tegen haar.
- Vlug loopt Britt naar
buiten, achterna geschreeuwd door Eric: “Hè lekker mokkel, zal ik je eens een
goede beurt geven?”
- Tony: Bakkes houden De
Smets. Jij gaat hier meer van horen. Je beledigt een ambtenaar in functie en dat
is bij wet nog steeds verboden.
- Dan geeft Tony
opdracht om Eric naar beneden te brengen en gaat ze (weer) op zoek naar Britt.
- Nadine; Tony loop je
even met mij mee?
- Tony: Nee, ik moet
Britt vinden.
- Nadine; Die is naar
het toilet gelopen. Ze was erg van slag en ik denk dat ze even tijd nodig heeft
om zich te herpakken.. Kom je nu even? Dan kun je straks met haar even weg gaan
om te lunchen.
- Tony: Waarover wilde
je me spreken?
- Nadine: Ik heb dat
verhoor meegekeken en ik ben onder de indruk van je verhoor technieken. Puik
werk.
- Tony: Maar het lukt
mij niet om dat volk in bedwang te houden. Kijk nou eens wat hij weer met Britt
heeft gedaan.
- Nadine: Britt zit nog
steeds niet echt lekker in haar vel. Het gaat al wel stukken beter, maar met
sommige dingen heeft ze nog veel moeite. Ik zou willen dat ik haar kon helpen,
maar ik zou niet weten hoe.
- Tony: Heeft ze
aangegeven wat haar dwars zit?
- Nadine: Ik denk dat ze
nog steeds niet helemaal door die depressie heen is. Het kan heel lang duren, en
als je pas laat hulp gaat zoeken kan de depressie zich al behoorlijk hardnekkig
hebben gesetteld.
- Tony: Hoe weet jij nu
dat Britt al langer depressief is?
- Nadine; Ik herken de
symptomen.
- Tony: Heb jij ook
....?
- Nadine; Ja, Tony, ik
ben ook depressief geweest. Lang geleden gelukkig, en ik ben er goed uit
gekomen. Maar ik heb heel lang aan mezelf getwijfeld en ik zie dat bij Britt nu
ook een beetje. Die heeft zoveel meegemaakt, en hoor je haar ooit klagen dat ze
het leven moeilijk vind? Nee hoor, Britt niet. Die gaat gewoon nog harder aan
het werk. Zware job, alleen voor een kind zorgen, niet bepaald iets om vrolijk
van te worden.
- Tony: Wanneer is dat
geweest Nadine?
- Nadine: Ik zat al tien
jaar bij de politie. Mijn carrière zat in een stroomversnelling, ik had een
glorieuze toekomst voor de boeg. Tot die ene dag. Slechts één dag was er voor
nodig om mijn carrière te kraken en mij tot op het bot af te breken.
- Tony: Wilt u erover
vertellen?
- Nadine: Jawel, maar
een andere keer als je het goed vind.
- Tony: Oké, ik wil me
niet opdringen, maar ik sta versteld. Ik had dat nooit bij u verwacht.
- Nadine; En ik had het
bij Britt niet verwacht. Zo je maar weer dat je je kan vergissen. Maar dat is
heel menselijk. Bovendien, als je in dit vak niet lekker in je vel zit, dan
schreeuw je het niet van de daken, Dat hou je in je eigen huis en probeert het
zelf op te lossen.
- Tony: Maar we willen
Britt toch helpen?
- Nadine; Ik heb al
voorgesteld dat ze voorlopig niet fulltime gaat werken zodat ze wat tijd voor
zich zelf overhoud, maar ze zegt dat ze daar niet mee kan omgaan. Als ze niet
werkt hier, is ze wel bezig in haar huishouding of voor Dorien of soms springt
ze bij als hulp-ouder op school, en dan moet ze nog naar haar specialisten toe,
naar de sportschool, ik vraag me wel eens af waar ze haar tijd vandaan haalt en
of ze wel aan voldoende rust toekomt.
- Tony: Dat zal dan wel
niet. Maar die krijg je echt niet thuis om te gaan rusten, daar kan ze nu nog
niet aan toegeven. Ik ben bang, dat als ze verplicht moet rusten, ze mogelijk
weer suïcidaal kan worden. Er spookt nog teveel door haar gedachten waar ze nog
niet mee om kan gaan. Ik elk geval niet alleen mee om kan gaan.
- Nadine; Heeft ze een
vriend op dit moment?
- Tony: Ik heb haar er
nog niet over gehoord, maar ik denk dat ze dat ook niet aankan. Ze heeft nog
steeds het gevoel dat ze anderen tot last is.
- Nadine: Wel, ik hoop
dat jullie uitje naar Brussel komende week haar een beetje kan laten ontspannen.
Neem het er lekker van en laat Gent lekker los.
- Tony: We zullen ons
best doen Nadine.
- Nadine: Oh jee, Mark
was toch bij de Rijkswacht in Brussel? En daar is hij vermoord?
- Als ze ....
- Tony: Dat gebeurt niet
Nadine. Over Mark is ze nu gelukkig heen. Ze denk echt nog wel, en vaak aan hem,
maar ze heeft zijn dood nu geaccepteerd en dat is al een hele grote winst voor
haar.
- Naidne: Nou, ga haar
maar zoeken en neem even een fatsoenlijke lange lunch.
- Tony: Bedankt Nadine.
-
- Tony hoeft niet te
zoeken naar Britt. Ze weet blind waar ze die nu kan vinden: in het donkerste
hoekje in de kleedkamer.
- Tony: Dag Britt, mag
ik bij je komen?
- Britt; Jawel, ga maar
zitten. Sorry van net hoor.
- Tony: Geen sorry
Britt, hij heeft jou heel erg pijn gedaan en ik vind het goed dat je niet op hem
bent gaan kloppen. Hij had het wel dubbel en dwars verdient.
- Britt; Maar dat kan ik
toch niet maken?
- Tony: Nee, en daarom
heb je het zo goed gedaan. Wat zeg je als we eens gaan lunchen bij Bloch?
- Britt: Wat is er mis
met de Combi?
- Tony: Eens wat anders.
- Britt: Maar Bloch is
altijd zo druk.
- Tony: Dan gaan we bij
mij op de boot lunchen. Is dat een goed idee?
- Britt: Oké, maar wat
zit er achter?
- Tony: Ik wil jou wel
even voor mij alleen hebben, niet steeds met collega's er omheen. Het is al lang
geleden dat wij eens gewoon en echt met elkaar gepraat hebben.
- Britt: Moet ik met jou
gaan praten? Net zoals met een psycholoog?
- Tony: Nee, net als
voorheen, zoals met je partner Tony, die grootbek, maar die nu een beetje
rustiger is geworden.
- Dan kan Britt gelukkig
ook weer lachen.
- Op de boot maakt Tony
een lekkere pot koffie en zet de tafel en dan gaat ze even weg om verse broodjes
te halen. Terwijl ze bij de bakker staat te wachten belt ze even met Nadine of
het heel hinderlijk is als ze
misschien vandaag niet terugkomen.
- Nadine: Als het goed
gaat met Britt vind ik het oké.
- Tony: Tot morgen dan,
ik kom wel wat eerder.
-
- Terug op de boot en
voorzien van Britt haar favoriete broodjes gaan ze lekker zitten kletsen, eerst
over koetjes en kalfjes, de dagelijkse dingen. Soms komt een vriendje van Tony
of Britt ter spraken, soms gaat het over Dorien maar heel langzaam draait het
gesprek toch naar Britt over hoe die zich nu voelt en hoe ze zich redt.
- Britt; Het gaat
meestal wel goed, maar soms wordt ik ineens zo bang dan denk ik dat ik niets
meer kan en dan wordt ik weer bang dat ik mezelf wat moet gaan aandoen en dat
wil ik helemaal niet meer. Ik wil weer gewoon kunnen leven. Plezier hebben en
boos worden en kunnen gaan werken, en misschien , als het ooit mogelijk is weer
een relatie hebben.
- Tony: En waarom zou
dat niet mogelijk zijn?
- Brit: Ach Tony, kijk
nou eens naar mij. Ben ik nou een normaal mens waar een man voor kan vallen? Nee
toch? Niets dan ellende, ziekte zorgen, dood en verderf.
- Tony: Hela, wie
spreekt daar? Is dat mijn partner, die toffe madam?
- Britt; Tof? Ikke? Kom
nou.
- Tony: Ik vind je echt
een toffe madam. En ik wil je ook niet kwijt, behalve als het een hele goede
vent is voor jou.
- Daarna zit Britt een
poosje stilletjes voor zich uit te kijken. In gedachten verzonken . En Tony
kijkt alleen maar naar haar; ze zegt niets, komt niet in de buurt, gewoon alleen
maar kijken.
- Ze ziet wel vragen in
Britt haar ogen maar ook een stuk berusting. Met de tijd zal het wel goed komen.
Ze hoopt alleen dat Britt dat voor zichzelf ook geloofd. Iedereen kan het beste
met haat voorhebben (en dat hebben ze ook) maar ze moet het van zichzelf ook
mogen, anders haalt het niets uit.
- Britt gaat wat
verzitten op de bank, en trekt haar benen onder haar kont en legt haar hoofd
even tegen de leuning zodat ze met haar gezicht in het najaarszonnetje komt te
zitten, en waar Tony eigenlijk op gehoopt had, gebeurt: Britt doezelt in slaap.
- Tony pakt een plaid en
legt die over Britt heen, zet heel zacht een ontspannen muziekje op en gaat dan
zelf aan de tafel zitten leren. Nog twee dagen en ze moet haar tentamens
afleggen. Ze heeft geen idee hoe die tentamens eruit zien, maar ze hoopt dat ze
voldoende heeft geleerd. Ze leest nu, eigelijk een beetje ter ontspanning nog
wat na in haar psychologieboeken, terwijl Britt bij haar op de bank er lekker
tukje doet.
- Na een uurtje wordt
Britt langzaam en rustig wakker...
- Even kijkt ze angstig
om zich heen, maar dan herinnert ze zich gelukkig terug dat ze op Tony's boot
is...
- Britt: Tony? (zacht)
- Tony: Ja?
(vriendelijk)
- Britt: Moeten we niet
meer gaan werken? Bij Nadine?
- Tony: Neen, we hebben
vandaag een halve dag vrij. (glimlachend)
- Britt: Echt? (onzeker)
- Tony: Tuurlijk is het
waar. (glimlachend)
- Britt: Gaan we dan
nu... Kunnen we nu misschien eventjes naar de zee rijden? (onzeker/zacht)
- Tony: Heb je zin om
naar zee te gaan?
- Britt: Ja, ik wil
graag naar zee. De wind voelen en het water horen en ruiken. Dat kijkt me fijn
nu.
- Tony: Rij jij of rij
ik?
- Britt: Als jij de stad
uitrijd wil ik het daarna wel overnemen.
- En zo rijden ze naar
zee, naar Heist.
- Tony: Weet je dat ik
hier ben opgegroeid Britt?
- Britt: Ja? Dat wist ik
helemaal niet. Dat was toch toen alles nog goed was bij jullie thuis?
- Tony: Ja, toen nog wel
. Toen had mijn vader nog werk en dronk hij nog niet. Maar nadat hij zonder werk
kwam .... Laten we er maar niet over praten. Jij wilde naar zee. Zullen we een
stukje langs het strand gaan lopen?
- Britt: Jij kent het
hier. Zeg maar waar het mooi is.
- Tony: Overal is het
mooi aan het water.
- Britt: Laten we dan
maar gewoon gaan lopen.
- Tony ziet vanuit haar
ooghoeken dat Britt intens geniet van het stranden van de zee. Ze heeft rode
blosjes op haar wangen en haar ogen stralen. Ze ziet er rustig en tevreden uit.
- Zomaar ineens begint
Britt een deuntje te fluiten. Het kost heel wat moeite want de wind blaast
behoorlijk over het strand maar voor Tony voelt het goed haar vriendin zo te
zien genieten.
- Als ze een golfbreker
passeren loopt Britt eroverheen bijna naar het uiteinde en staat weggedoken in
haar jas over de zee te staren.
- Tony is haar gevolgd
en heeft even op een afstandje staan kijken, maar stapt nu op Britt toe en legt
een arm om haar schouders.
- Tony: Alles goed
Britt?
- Britt: Alles goed
Tony.
- Tony: Je ziet er goed
uit. Je maakt een tevreden en ontspannen indruk, het doet me echt een plezier je
zo weer te zien Britt. Ik weet dat je het heel moeilijk hebt gehad, en vast soms
nog wel eens moeilijk hebt, maar
jij komt er echt wel weer bovenop (en dan slaat ze beide armen om Britt heen en
geeft haar een warme knuffel)
- Britt; Dank je Tony,
dat je dit allemaal voor mij doet.
- Tony: Wat doe ik dan?
- BRitt; Jij bent er al
die tijd voor mij geweest; jij hebt nooit af laten weten. Hoe ver ik ook weg
was, welke nare dingen ik ook allemaal tegen je gezegd heb en je heb aangedaan;
dat gedoe met die knie van jou, en toch was je er steeds weer voor mij. Zonder
jou had ik het echt nooit gered Tony. Ik weet niet hoe ik je moet bedanken.
- Tony: Maar je hoeft me
ook niet te bedanken.
- Britt: Jawel, dat wil
ik heel graag.
- Tony: Oké dan, houd
het vol, je bent er bijna. Er komt een dag, misschien, of
hopelijk binnenkort dat jij
kunt zeggen: zo dat was dat, nu is het mijn buurt om mijn leven op mijn manier
te gaan leven. Als je dat punt
bereikt hebt maak je mee heel gelukkig en dat is het beste bedankje wat ik me
ooit kan wensen.
- Britt; Denk jij echt
dat het zo dichtbij is? Ik ben soms nog zo bang als ik naar de psychiater moet.
Ik denk nog steeds dat ze me steeds gaan zeggen wat ik allemaal verkeerd doe.
- Tony: Ach Britt, laat
je niet kennen. Ze zijn er trouwens niet op uit om je klein te krijgen hoor. Ze
proberen je te helpen om je leven weer zelf richting te geven. Het voelt soms
wel of ze je willen afbreken, maar dat is meer het afbreken van een weerstand
die is opgebouwd, en jou weerstand was heel krachtig en sterk. Jij had al zoveel
meegemaakt, jou leven was meer
overleven.
- Britt; Maar jij denk
toch ook dat het goed gaat komen? (Wat angstig klinkend|)
- Tony: Zeker Britt.
Zeker.
- Britt: Ik moet het er
nu echt even heel hard uitgooien. Pas op voor je oren.
- Tony: Wat ?
- Britt:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAARRRRRRRRRRRRRRRRCH.
- Ze schreeuw en krijst
haar machteloosheid en haar frustratie letterlijk van zich af, tot ze bijna geen
lucht meer heeft en haar stem rauw en hees klit. Dan valt ze uitgeput op haar
knieën , daar aan het einde van de golfbreker,
en begint nu heel hard te huilen. Tony bukt zich en gaat achter haar
zitten en neemt haar veilig in haar armen en streelt haar tot ze rustiger wordt.
- Tony: Toe maar Britt,
laat het er maar lekker uitkomen. De wind zal je verdriet weg laten waaien, de
zee zal het schoon wassen en het strand zal je dragen naar nieuwe uitdagingen.
- Britt: Wat zeg jij dat
mooi Tony. Jij bent zo wijs. En zo lief. Je bent heel lief.
- Tony: Ik wordt
verlegen Britt.
- Britt: Mag ik je een
zoen geven Tony?
- Tony: Je bedoelt,
..... mij echt een zoen geven??
- Britt: Ja?
- Tony: Je mag het wel,
maar ik weet niet of ik het kan. Ik bedoel , ik ben nog nooit door een vrouw
gezoend. Maar jij mag het wel.
- Dan legt Britt haar
armen om Tony heen en neigt voorover om haar te zoenen. Eerst een klein
vlinderzoentje op de lippen, maar dan gaat Britt over tot het echte werk en
zowel Britt als Tony genieten er intens van. Beiden vinden de ervaring heel
apart, maar tegelijk ook heel verrijkend en boeiend.
- Tony geniet ervan maar
laat het initiatief volledig bij Birtt liggen. Zo zitten ze een poosje heel
close en merkbaar genietend van elkaars nabijheid te genieten.
- Ineens stopt Britt.
- Britt;
Sorry Tony. Dat had ik nooit mogen
doen. Ik heb het weer verkeerd gedaan.
- Tony: Nee, helemaal
niet. Ik vond het geweldig. Ik had het nog nooit met een vrouw gedaan maar het
voelt heel goed. Jij kunt geweldig kussen. Een mazzelkont die jou nog eens als
vriendin krijgt.
- Britt: Echt? Vind je
echt dat ik goed kan zoenen?
- Tony: Ik weet niet wat
goed is, maar het was heel lekker.
- Britt: Ik zou willen
dat ik weer in staat was om een relatie aan te gaan. Soms voel ik me zo eenzaam
en alleen. Ik heb Dorien wel en ben ook heel blij met haar, maar zij wordt
groter en gaat eens de deur uit en dan blijf ik helemaal alleen achter. Als ik
hier aan denk, dan denk ik ook weer
aan Mark, aan hoe ik hem verloor en de pijn en het verdriet. Dat maakt mij soms
angstig voor de toekomst.
- Tony: Probeer wat meer
in het hier en nu te blijven. De toekomst zal zich als het zover is aan je
openbaren. Daar kun je nu nog niet veel aan doen. Een aantal dingen die vandaag
gebeuren zullen hun sporen zetten voorde toekomst, maar er zal zoveel meer zijn,
waar je geen weet van hebt, en wat je niet kan beïnvloeden en al dat samen
zullen jou toekomst bepalen.
- Britt; Nooit geweten
dat ik zo'n knappe partner had. Ik zag jou altijd meer als een rebel, maar wel
een die dat altijd zou blijven, terwijl de meeste met de tijd toch wel hun wilde
haren verliezen. Maar ik moet op mijn uitspraken terug komen. Jij hebt mij laten
zien dat het leven vol verrassingen kan zitten, en gelukkig ook positieve
verrassingen.
- Tony: Ik ben blij
Britt dat je dat zelf bent gaan inzien. Jij bent anders ook best een knappe kop
hoor. Na alles wat je hebt meegemaakt toch de goede dingen van het leven weer
kunnen en willen gaan zien. Ik heb geweldige bewondering voor je.
Zal ik je eens wat vertellen?
- Britt; Je hebt een
nieuwe vriend? Die dokter Dieter??
- Tony: Nee. Het was
maar van heel korte duur, maar het was wel leuk. Ik ben volledig single, op dit
moment.
- Britt; Wat dan? Vertel
! Je maakt me nieuwsgierig.
- Tony: Jij bent degene
die voor mij de bron van inspiratie is geweest om psychologie weer op te pakken.
Ooit, heel lang geleden toen ik ruzie had met mijn moeder en stiefvader, toen
dacht ik: als ik psychologie ga studeren dan kan ik anderen helpen als ze in de
shit komen. Maar zo werkte dat niet. Het ging wel redelijk die studie, maar het
had geen echte uitdaging. Totdat ik met jou gekoppeld werd door Deprez. Jij was
zo anders dan al die andere collega's waarmee ik gewerkt had. Jij boeide me. Ik
kreeg interesse in mensen en menselijke verhoudingen en wilde eigenlijk wel weer
gaan studeren, maar had toen echt de rust er niet voor. Tot dat dit allemaal
gebeurde. Toen heb ik mezelf eens hard toegesproken en heb dus de studie weer
opgepakt. En nu moet ik overmorgen tentamen doen.
- Kun jij morgenmiddag
ook al mee naar Brussel? Ik heb al wel een dubbele hotelkamer geboekt.
- Britt; Je bedoelt,
wij, jij en ik op één kamer?
- Tony: Ik slaap wel op
de bank hoor !! (lachend)
- Britt; Nee, gekkie. Ik
maakte een grapje.
- Tony: Had ik wel door
hoor. Ik wilde even je reactie zien. Maar, eh, wat vind je ervan als we eens
terug gaan. mijn kont zit zowat vastgevroren aan die golfbreker. Wat heb ik het
koud gekregen.
-
- Die avond gaat Tony
met Britt mee naar haar huis en praten ze nog heel lang na over van alles en nog
wat. Oma José is er ook en die zal de komende dagen weer op Dorien passen als
Britt met Tony meegaat naar Brussel.
- Terwijl Tony boven is
om Dorien een verhaaltje voor te lezen praat José wat met Britt over de
vooruitgang die toch echt wel heel goed zichtbaar en merkbaar is. Britt begint
helemaal te glunderen.
- Britt; Zou het dan
eindelijk eens zo zijn dat ik ook wat geluk op mijn levenspad tegenkom?
- José: Zeker, meisje,
zeker.
-
- Voor het eerst in heel
lange tijd kan Britt een lekker lange en rustige nacht slapen. Ander daags hoeft
ze pas om elf uur te komen. Ze doet geen dienst en hoeft zich alleen maar voor
te bereiden op haar
"dienstreis " naar Brussel.
- Zo heeft Nadine het
genoemd zodat in elk geval een deel van de kosten gedeclareerd kunnen worden.
- Rond drie uur verlaten
ze het commissariaat en rijden ze rustig naar Brussel waar ze inchecken bij het
hotel en daarna even een wandeling maken door het centrum van de stad.
- Britt was er na haar
verhuis naar Gent, na Mark's dood , niet meer geweest en had nu een wat vreemd
gevoel hier weer te zijn. Tony
merkte dat aan haar houding maar zei er niets over. Britt zou zelf wel aan de
bel trekken als er iets was.
- Britt: Waar moet jij
morgen zijn voor die tentamens? En hoe laat?
- Tony: Op de
universiteit, allebei. Een om half negen.
- Britt: Tjee wat vroeg.
- Tony:Jij kunt lekker
uitslapen, ik bel je wel als ik klaar ben, dan kunnen we gaan lunchen.
- Britt; Nee, ik ga mee
om jou te steunen dan ga ik niet in bed liggen snurken.
- Tony: En je hebt je
rust zo nodig.
- Britt: En jij denkt
dat ik kan rusten als mijn partner zich door zoiets heen moet zwoegen?
- Tony: Oké dan. En de
ander in de vroege middag, ik denk
half twee.
- Britt: Dan hebben we
mooi lang de tijd nadien voor ons zelf.
- Tony: Dat dacht ik
ook. Maar vanavond trakteer ik op een avondje uit eten en ik weet een hele leuke
plek daarvoor.
- Britt: Waar dan?
- Tony: Verrassing.
-
- En die avond gaan ze
heel chique uit eten in een deftig restaurant.
- Een tafeltje verder
zit een man alleen te eten. Hij
kijkt steeds naar de tafel van Tony en Britt. Tony heeft in de gaten dat hij
meer naar Britt kikt en probeert een smoes te verzinnen om ze met elkaar in
contact te brengen.
- Als ze weg gaan neemt
de man naast hun ook net zijn rekening in ontvangst en wil een taxi aanhouden
tegelijk met Tony.
- Man: Sorry, dames
eerst. Of klunen we samen rijden dan zal hij jullie eerst naar jullie bestemming
brengen?
- Tony: Is goed. (en
vlug gaat zij voorin zitten zodat Britt en de man samen achterin moeten.
- Heel toevallig blijken
ze in twee naast elkaar gelegen hotels te verblijven.
- Britt is onder de
indruk van de charmante manieren van de man. Ze bloost een beetje als hij haar
heel galant helpt bij het uitstappen.
- Man: Zijn de dames
voor meerdere dagen in Brussel?
- Tony: Ja, we zijn hier
zeker tot zaterdag en dan moeten we terug naar Gent.
- Man: Bent u van Gent?
Dat is ook toevallig, ik ook. Van Lancker, Johan Van Lancker, aangenaam.
- Tony: Insgelijks.
Aangenaam.
- Johan: Kan ik de dames
nog een drankje aan bieden?
- Tony: Voor mij
vanavond niet dank u, ik heb morgen tentamens, maar mijn vriendin hier heeft de
hele avond tijd.
- (en ze fluistert Britt
toe, het er maar eens van te nemen. Alles begint trouwens bij een eerste
afspraak!)
-
- Tony haast zich dan
gauw weg, nog voor Britt iets kan zeggen...
- Johan: Zullen we,
mevrouw.... ? (vriendelijk)
- Britt: Michiels...
Britt Michiels... (verlegen)
- Johan: Britt... Wat
een mooie naam... (glimlachend/vriendelijk)
- Britt: Dank u....
(verlegen)
- Johan: Ik weet een
heel gezellig cafeetje. Zullen we daar iets gaan drinken? (vriendelijk)
- Britt knikt verlegen,
maar ook met een mooie glimlach op haar gezicht, die Johan helemaal doet
smelten.
- In het cafeetje...
- Ober: Wat willen
jullie drinken? (vriendelijk)
- Britt: Voor mij een
koffie. (glimlachend)
- Johan: 2 koffie's dus.
(glimlachend)
- De ober knikt hen
vriendelijk toe en gaat hun bestelling halen.
- Ondertussen, aan Britt
en Johan's tafeltje...
- Johan: Dus u bent uit
Gent, en dan een paar daagjes naar Brussel?
- Britt: Ja, mijn
partner, bij de Flikken, Tony, die moet morgen examens doen en ze vroeg of ik
met haar mee wilde komen, en dan kunnen we na de tijd een beetje van Brussel
gaan zien.
- Johan: Dus u bent ook
bij de Flikken?
- Britt: Ja.
- Johan: Dan zouden we
elkaar dus zo maar tegen kunnen komen in Gent.
- Britt: Hoezo?
- Johan: Ik ben advocaat
en komt regelmatig op het gerechtsgebouw en heb nogal eens van doen met het
politiekorps.
- Britt: Meestal staan
we dan tegenover elkaar. Maar het is ons vak, is het niet?
- Johan: Ja. Mag ik een
onbescheiden vraag stellen?
- Britt; Vraag maar.
- Johan: U zei Tony is
uw partner bij de Flikken. Bent u gehuwd? Och, sorry, het schiet er zo maar uit.
Wat onbeleefd om bij een eerste kennismaking dat zomaar te gaan vragen aan een
dame.
- Britt voelt zich
enerzijds gevleid, anderzijds toch ook wel wat nerveus worden. Wat als hij
verder gaat vragen en ze haar controle verliest?
- Johan ziet de
onzekerheid in haar ogen opkomen.
- Johan: Nogmaals mijn
excuses. Ik had dat niet mogen vragen. Ik breng u helemaal in verlegenheid.
- Britt: (zichzelf heel
goed herpakkend) Nee, het gaat wel. Mijn man zat bij de Rijkswacht en hij is 4
jaar geleden tijdens zijn werk vermoord, en sindsdien zorg ik alleen voor onze
dochter. Ze heet Dorien en is nu tien jaar. Soms is het wel eens moeilijk om en
een goede moeder te zijn en een goede politievrouw, en ook nog eens een leuk
leventje te hebben. Dat laatste gaat me de laatste tijd toch al behoorlijk zwaar
af.
- (en dan gaan haar ogen
glinsteren omdat haar tranen zich een uitweg zoeken)
- Johan neemt heel
voorzichtig Britt haar hand en spreekt nu heel zachtjes geruststellende woorden
tegen haar.
- Johan: Het spijt me
dat ik het heb aangeroerd, maar ik zie dat u heel moedig en heel sterk bent en
probeert zich staande te houden in deze grote boze wereld.
- Britt probeert haar
tranen in bedwang te houden, maar kan toch niet vermijden dat een eenzame traan
over haar wang rolt...
- Johan veegt deze met
zijn duim weg en houdt dan haar hoofd in zijn handen...
- Johan: Gaat het?
(vriendelijk/met een geruststellende stem)
- Britt knikt zacht...
- Johan: Ik wil u niet
nog meer van slag brengen. Zal ik u naar uw hotelkamer brengen? Daar is Tony
denk ik ook?
- Britt: Graag. Dank je.
- Johan: Het spijt me
dat ik zo een eerste indruk moet achterlaten.
- Britt: (heel moedig)
Maar dan kom je toch nog eens om een tweede indruk te maken?
- Johan: Zal het gaan
denk je?
- Britt; Ik kom er wel
weer bovenop, wees niet bang. Ik kan vechten.
- Johan: Moet ik nu bang
worden? (lachend)
- En gelukkig kan Britt
ook weer lachen.
- Johan: Jullie zijn
hier tot zaterdag? Wil ik jullie uitnodigen om vrijdag uit te gaan?
- Britt: Dat zal ik met
Tony overleggen.
- Johan: En hoe weet ik
dan het antwoord?
- Britt: Ik zal je mijn
nummer geven.
- En zo gaat ze weer
naar de hotelkamer waar Tony lijkt te liggen slapen. Heel zachtjes maakt ze
zichzelf ook klaar voor de nacht en als ze het bedlampje net uitknipt hoort ze
Tony omdraaien en vragen: En?? Hoe was ie??
- Britt: Tony?!?!?
- Tony: Ja, ik kon niet
slapen en wil nu wel horen hoe het was.
- Britt: Het was heel
fijn.
- Tony: Maar je bent nu
al terug.
- Britt: Ik kreeg het
even te kwaad, maar hij heeft ons uitgenodigd voor vrijdagavond hier in Brussel.
- Tony: Ons? Ik dacht
dat jij....
- Britt: Hij heeft mijn
nummer......
- Tony: Een goed begin
is het halve werk. Maar, eh, slaap lekker. Het is morgen vroeg dag.
- Britt: Welterusten
Tony, en bedankt.
- En beiden vallen met
een glimlach op hun gezicht in slaap.
- Om 8 uur gaat Britt's
wekker...
- Tony: Brittje, wakker
worden... (glimlachend)
- Britt:
Hmmmmmmmm? (slaperig)
- Tony: Ik ben al sinds
6 uur op om mijn leerstof te bekijken. Als je meewilt moet je nu wakker worden,
hoor. (glimlachend)
- Britt: Ik kom... (met
een zachte glimlach om haar mond)
- Na een ontbijtje
vertrekken ze naar de uni. Tony geeft haar mobiel aan Britt en vertrekt naar
haar tentamens. Britt gaat even zitten met wat tijdschriften, maar dat verveeld
al gauw. Dan gaat ze wat heen en weer lopen, maar ook dat verveeld. Omdat het
buiten nog lekker weer is gaat ze een stukje over het universiteitsterrein
wandelen en wie komt ze daar tegen? Johan.
- Britt: Hé, Johan, jij
ook hier?
- Johan: Ja, ik was
gevraagd een gastcollege te geven. Dat is ook toevallig. Kan ik je uitnodigen
voor een kop koffie?
- Britt; Graag.
- Het samen
koffiedrinken is heel gezellig en Johan is blij dat zijn vragerij van de vorige
avond hem vergeven is.
- Ze praten wat met
elkaar over hun werk in Gent, en al snel begrijpt Britt dat Johan gescheiden is
en dat hij een zoon heeft ongeveer van de leeftijd van Dorien.
- Britt vind hem wel
boeiend en kijkt aandachtig naar zijn gelaatstrekken, en begint al een beetje te
dagdromen als ze hem ziet. Hij heeft knappe vormen, denkt ze. En mooie wangen en
van die leuke pretoogjes.
- Door het dagdromen
heeft ze niet in de gaten dat Tony ineens naast haar zit.
- Tony:
He, jij daar? Waar zijn je
gedachten?
- Britt;
Eh? Sorry.
- Tony: Ik zie het al.
- Britt; Sorry Tony,
maar ik kwam Johan toevallig tegen. Hij geeft hier een gastcollege.
- Tony: Ik zag het al
wat eerder. Hij zat ook bij het tentamen.
- Britt; En hoe is het
gegaan? Wanneer krijg je de uitslag?
- Tony: Oh, dat kan nog
wel een week of drie of zo duren.
- Britt: Heb je het goed
gedaan?
- Tony: Dat zien we dan
wel. Maar ik heb zin om even te ontspannen. Ik heb sportkleding bij me en wil
wat gaan hardlopen. Heb je zin om mee te lopen? Domme vraag Dierickx, Britt is
bezet.
- Britt: Nee, nee, ik ga
wel mee. Lopen is denk ik ook wel goed voor mij.
- Johan: Veel plezier
nog dan samen. Heb je nog overlegd met Tony over morgenavond?
- Britt; Ja, is goed
Johan. We nemen je uitnodiging graag aan.
-
- Dat Tony de laatste
tijd flink getraind heeft is te merken. In no-time loopt ze Britt eruit, die
bijna gefrustreerd hijgend op de baan blijft staan.
- Tony: Kom op, je bent
er nog niet.
- Britt: Ik kan niet
meer. Hoeveel train jij tegenwoordig eigenlijk?
- Tony: Vier keer per
week een uurtje, en dan zwem ik ook nog twee een uur.
- Britt: Waar haal jij
de tijd vandaan?
- Tony: Uit mijn
nachtrust.
- Britt; Dat is toch
niet vol te houden.?
- Tony: Ik dacht eerder
dat jij het niet vol kon houden, maar ik neem je graag op sleeptouw om het jou
ook te leren .
- Britt: En dan zeker
ook zo vroeg opstaan? Maar ik hou zo van mijn bed.
- Tony: Het is kiezen of
delen. Maar met wat minder veel, maar toch regelmatig sporten kom je er ook wel.
En je krijgt er een helder hoofd van.
-
- Die middag is het
tentamen psychologie. Het is een behoorlijk zwaar tentamen, deels schriftelijk,
maar ook een deel mondeling, maar na ruim twee en een half uur
"kruisverhoor" komt Tony eindelijk weer buiten met een hoog rode
kleur.
- Tony: Zo dat was dat.
Nu nog twee modules en dan is het af.
- Britt: Ben je
geslaagd?
- Tony: Wel voor het
mondeling. De rest komt later.
- Britt; Gefeliciteerd.
Kom, ik nodig je uit voor een drink.
-
- Als Tony op de
hotelkamer net klaar is met douchen en omkleden gaat haar mobiel. Het is Nadine
en die heeft geen goed bericht.
- Tony: Heb je een
momentje? (en vragend aan Britt: Wil jij beneden even op mij wachten?)
- Tony: Ja Nadine? Ik
ben er weer.
- Nadine; Hoe is het met
Britt?
- Tony: Die lijkt zich
hier goed te vermaken. Ze heeft kennis gekregen aan een advocaat uit Gent. Je
moet haar zien glunderen als ze hem ziet of het over hem heeft.
- Nadine: Maar het
bericht betreft Britt.
- Tony: Er is toch niets
met Dorien of met haar moeder?
- Nadine; Nee, die zijn
gezond en wel. Een van die overvallers die zij laatst heeft opgepakt is in
beroep gegaan en krijgt het mogelijk zelfs voor elkaar dat hij vrij komt, en hij
heeft gezworen wraak te nemen op Britt. Wij moeten haar informeren over de
vrijlating.
- Tony: Shit !!
- Nadine: Zeg dat wel.
Begint ze eindelijk wat door die depressie heen te komen en dan weer dit.
- Tony: Kunnen we
wachten tot maandag voor we haar informeren?
- Nadine: Als jij dit zo
lang voor je kunt houden.
- Tony Ik zal mijn best
doen.
- Nadine; Verder nog een
fijne tijd in Brussel. Trouwens hoe gingen die tentamens.?
- Tony: Eitje. Ik denk
dat ik ze wel heb.
- Nadine; Proficiat dan
maar alvast.
-
- De resterende dagen en
avonden in Brussel is Britt veel samen met Johan. Tony lijkt zichzelf wel te
vermaken en ze heeft Britt praktisch de deur uitgeschoven om vooral met Johan op
stap te gaan.
- In werkelijkheid zit
Tony zich op de hotelkamer te verbijten hoe ze het aan Britt moet vertellen van
die vervroegde vrijlating van die overvaller.
-
-
- Die maandag neemt het
oude leventje zijn gewone draai weer.
- Tegen koffietijd
vraagt Nadine aan Britt en Tony om in het kantoor te komen. Tony weet wat er
gaat komen en voelt zich daar helemaal niet blij mee.
- Als Britt het nieuws
gehoord heeft is ze, zoals verwacht helemaal van slag.
- Britt; God*****. Net
nu ik er een beetje door begin te komen begint dat gekloot weer helemaal van
voor af aan. Houd het dan nooit op? Ik kan er niet meer tegen.
- Tony: Jawel, jij kan
er wel tegen. Jij bent sterker dan dat crapuul. En bovendien wij zijn er om jouw
te helpen en te beschermen als dat nodig is.
- Britt's lippen
beginnen te beven en in no time ligt ze huilend tegen Tony aan...
- Net op dat moment komt
Johan het teamlokaal binnengestapt, omdat hij hier was voor een cliënt en even
Britt wilde opzoeken... Hij kijkt rond en ziet Britt tegen Tony aangeleund
zitten in de commissaris haar kantoortje en ziet ook dat Vanbruane een zakdoek
aanrijkt aan Britt...
- Johan: (vragend aan
Raymond) Zou ik zo Mevrouw Michiels kunnen spreken?
- Raymond: Ik denk het
wel . Ze is even bij de commissaris, maar daar is haar bureau, gaat u maar even
zitten.
- In het kantoortje
heeft Tony haar handen vol aan het troosten van Britt.
- Nadine staat er ook
naast en legt bemoedigend een hand op haar schouder.
- Tony: Ik denk dat je
hulp al hier is.
- Britt; Hoe bedoel je?
- Tony: Kom eens mee
naar je desk.
- Daar aangekomen ziet
ze Johan, maar omdat ze zulke rood behuilde ogen heeft vlucht ze snel weg naar
de kleedkamers.
- Johan: Heb ik iets
verkeerds gedaan Tony?
- Tony: Nee. Ze kreeg
net te horen dat een overvaller die ze een poos geleden heeft opgepakt mogelijk
vrijkomt en hij heeft gezworen wraak te nemen op haar. Je moet weten dat Britt
een hele nare periode achter de rug heeft en ze is er niet echt tegen bestand op
dit moment.
- Johan: Wil je haar
halen voor mij?
- Tony: Loop maar even
met mij mee, dan kunnen jullie daar wel even met elkaar praten.
- In de kleedkamer zit
Britt weer weggedoken in een hoekje te huilen en ze merkt eerst niet dat Johan
met Tony is meegekomen.
- Tony: Britt, gaat het?
Kom eens hier zitten.
- Britt: Laat me maar
Tony. Het gaat toch nooit meer goed komen.
- Johan:
Jawel Britt. Het gaat wel goed
komen. Tony heeft me net gezegd wat er gaat gebeuren en ik wil je graag helpen.
- Britt kruipt nu nog
verder in elkaar als ze Johan hoort. Ze schaamt zich dat hij haar zo moet zien.
- Tony gaat nu gehurkt
naast Britt zitten en legt een arm om haar schouders en langzaam staat ze op en
neemt Britt mee omhoog. Die houd haar blik angstvallig afgewend van Johan maar
hij stapt al op haar toe en steekt zijn armen uit om haar op te nemen.
- Johan: Kom maar Britt.
- En voorzichtig
schuifelt ze naar Johan toe en gaat heel dicht tegen hem aanstaan.
- Tony geeft een klein
hoofdknikje en verlaat de kleedkamer zodat Britt en Johan alleen zijn.
- Johan: Wat is er
gebeurd, Britt? (vriendelijk)
- Britt: Niks...
(beschaamd/zacht)
- Johan: Britt?
(vriendelijk)
-
- Johan neemt Britt's
hoofd in zijn handen, zodat ze hem wel moet aankijken...
-
- Johan: Wat is er
gebeurd? (vriendelijk)
- Britt: Een van die
overvallers die we laatst hebben opgepakt gaat mogelijk vrijkomen. Hij heeft
beroep aangetekend. En hij heeft gezworen dat hij wraak zal nemen op mij. Ik kan
er gewoon niet meer tegen. Ik doe gewoon mijn werk als inspecteur van politie en
iedere keer wordt ik in mijn privé leven bedreigt. Ik kan het gewoon niet meer
hebben.
- Johan: Is dat vaker
voorgekomen?
- Britt: Al te vaak. Ik
ben er zelfs depressief van geworden , en als je eens wist hoeveel moeite het
mij gekost heeft om er weer een beetje bovenop t ekomen dan ....
- Johan: Tony zei dat je
een hele moeilije periode achter de rug had. Maar je staat er niet alleen voor
Britt. Wij kennen elkaar nog maar kort, maar ik wil je graga hierbij hepen. Ik
heb u pas vorige week getroffen , maar het voelt of ik u al heel lang ken, en
dat voelt gewoon heel goed. ik wil graag verder gaan samen met jou.
- Britt: Echt??
- Johan: Ja, echt. Ons
leven, dat van Simon en mij heeft ook behoorlijk op de kop gestaan, en wij
hadden het net ook weer een beetje rustig.
- Britt; Maar dan kun je
dit met mij er toch helemaal niet meer bijhebben?
- Johan: Simon denkt
daar anders over. Hij wil weer graag een mama. En hij kent Dorien, want toen ik
zaterdag thuiskwam en over Brussel vertelde zei hij dat Dorien bij hem in de
klas zit. En hij had het zich allemaal al uitgedacht.
- Britt: Is hij net zo
slim als zijn vader?
- Johan: Is zijn vader
slim dan?
- Britt; Ik zou het wel
denken, anders zou hij zich niet met mij inlaten.
- Johan: Britt, haal
jezelf toch niet zo omlaag. Dan ben je een veel te makkelijke prooi voor dat
stuk ongeluk. Geloof toch in jezelf. Toen Simon over Dorien vertelde wist ik dat
ik een hele sterke vrouw had getroffen.
- Britt: Maar ik kan
niet anders, Johan. (snikkend)
- Johan: Hoe bedoel je?
- Britt: Snap je het
niet? Telkens als ik gelukkig ben gebeurt er wel iets... Net zoals nu...
(huilend)
- Johan: En jij zou
graag gelukkig willen zijn?
- Britt: Ik zou bijna
niet meer weten hoe dat is. Nadat Mark....... heb ik me niet meer echt gelukkig
gevoeld. Steeds leven met de angst dat Dorien wat kan overkomen, of dat ik niet
meer voor haar kan zorgen.
- Johan: Ik wil je graag
weer gelukkig laten worden Britt.
- Britt: Ik ben bang dat
dat nooit meer zal lukken.
- Johan: Moet je hier
nog blijven of zou je met me mee mogen?
- Britt: En dan?
- Johan: Dan zou ik je
graag meenemen en je laten zien dat er nog wel leuke dingen zijn in het leven.
- Britt: Dat zal ik mijn
baas moeten vragen.
- Johan: Waar wacht je
nog op dan?
- Britt knikt twijfelend
en loopt aarzelend op Vanbruane af die haar meteen toestemming geeft...
- Britt loopt dan terug
naar Johan...
-
- Johan: En? Mag je?
(hoopvol)
- Britt: Ja...
(zacht/aarzelend)
- Johan: Komop dan.
Laten we niet treuzelen. (glimlachend/aardig)
-
- Johan neemt Britt
ergens meer naartoe, en dat 'ergens' is...
- Een romantisch
restaurant waar Johan een tafel voor twee bij kaarslicht had gereserveerd.
- Britt; Maar de
kinderen?
- Johan:
Lieve past op.
- Britt: Ken jij Lieve?
- Johan: Nee, Dorien zei
dat ze een vaste oppas had en toen heb ik haar gebeld.
- Britt: Ik vind dit
spannend.
- Johan: Je kunt toch
welk tegen verrassingen?
- Britt; Niet altijd
even goed, maar vandaag gelukkig wel, althans tegen dit soort verrassingen.
- Johan: Laten we het
werk nu maar vergeten en genieten van ons avondje uit.
-
- Dat Johan een kenner
van lekker eten en drinken is heeft Britt al gauw in de gaten. Hij heeft een
voortreffelijke wijnkeuze gemaakt en ook de gerechten die hij voorstelde zijn
voortreffelijk.
- Britt;
Bedankt Johan. Jij bent vandaag mijn
reddende engel.
- Johan: Dat wil ik ook
wel vaker zijn. Zullen we lopend teruggaan? Of is je dat te koud, dan vraag ik
wel een taxi.
- Britt; Nee, laten we
gaan lopen, dan kan ik nog wat langer van je aanwezigheid genieten.
- En zo lopen ze gearmd
door de stille avond in het mooie Gent.
- Britt voelt zich echt
gelukkig nu, maar durft er bijna niet in te geloven. Johan merkt een hapering
bij haar.
- Joahn: Wat is er
Britt?
- Britt; Dat gevoel hè.
Dat gaat haast niet meer weg.
- Johan: Welk gevoel?
- Britt; Dat elk beetje
geluk wat ik voel wordt overschaduwd door een drie keer zo grote onweersbui.
- Johan trekt aan
Britt's arm en ze gaan op een bankje zitten en Johan neemt Britt stevig in zijn
armen en streelt haar haren.
- Zachtjes komen er nu
tranen in Britt haar ogen en Johan doet die zorgzaam af.
- Na een poosje lopen ze
verder naar huis en horen van Lieve dat de kinderen al lang liggen te slapen.
- Johan: Mag Simon hier
vannacht blijven? Ik vind het jammer om hem wakker te maken.
- Britt; Jawel hoor.
- Ze denkt erover om hem
ook uit te nodigen maar ze durft het eigenlijk ook nog niet goed. Eerst bied ze
hem nog een koffie aan, en dan vraagt ze toch of hij ook wil blijven.
- Johan: Als je een
extra deken en kussen hebt, ga ik wel op de bank liggen.
- Britt; Ik bedoel, je
mag wel bij MIJ blijven.
- Johan: Meen je dat?
echt?
- Britt; Ja.
-
-
- De volgende ochtend is
Johan al vroeg wakker. Hij weet niet goed hoe de kinderen zullen reageren op
zijn nachtelijk overblijven en zorgt dus dat hij gedoucht en geschoren in de
kamer zit voor ze uit bed komen.
- Brittl loopt nog in de
ochtendjas als de kinderen naar benden komen.
- Simon: Lekker geslapen
papa?
- Johan: Ja, kerel.
- Dorien: Goedemorgen
mama. Lekker geslapen?
- Britt; Ja hoor.
Heerlijk.
- En dan beginnen de
kinderen te gniffelen. Die hadden al lang in de gaten dat Johan vannacht bij
Britt in bed had geslapen.
-
-
- Op het commissariaat
merkt Tony direct dat het wel weer goed zit met Britt.
- Tony: Hij precies
nogal indruk gemaakt?
- Britt; Wij zijn
gisteren op restaurant geweest.
- Tony: En??
- Britt: (quasi
onschuldig) Hoezo en??
- Tony: En daarna??
- Britt; Daarna hebben
we bij mij nog een koffie gedronken.
- Tony: En??
- Britt: En toen is hij
blijven slapen. Oh, Tony, zo snel al. Ik ken hem amper een week.
- Tony: En was het fijn?
- Britt: Heerlijk.
- Tony: Nou, dan is er
toch niets mis?
- Nadine: Gaan we nog
werken vandaag of zijn we een bemiddelingsbureau aan het worden?
- Britt; Werken dan
maar. Ik ben net voorzien.
- Nadine; gefeliciteerd.
Maar kunnen we vandaag op jullie inzet rekenen?
- Tony: Voor 120%.
- Nadine: !00% is ook
goed hoor. Ongeval nabij de Zwijnaardse dries. Gaan jullie erheen? Mogelijk
ongeval met opzet. Ik wil graag jullie bevindingen horen.
- Tony: We zijn al
onderweg.
- In de wagen hoort Tony
Britt uit over wat er allemaal gebeurt met haar en Johan. Ze is in haar nopjes
als ze merkt hoe goed het Britt doet om weer verliefd te zijn.
- Bij het ongeval is een
behoorlijke oploop ontstaan. Een paar mensen houden een vrij stevige kerel vast
tegen de grond gedrukt.
- Tony: He, daar , wat
is er aan de hand?
- Man 1: Die gek daar
knalt verdomme zo mijn zijne truck hier de straat op en rijd die vrouw van de
fiets. Ze had een kind achterop.
- Britt schrikt als ze
dat hoort en kijkt om of ze de vrouw en het kind ziet.
- Britt; Waar is die
vrouw?
- Man 2: Daar. Tegen dat
busje.
- Britt loopt erheen en
ziet een huilende vrouw met een huilend kind op haar arm.
- Britt; Britt MIchiels,
politie Gent. Bent u gewond geraakt? Moet er een arts komen kijken? Hoe is het
met uw kindje?
- Vrouw: Met mij gaat
het wel, maar kleine Sandra hier .....
- Britt probeert voorzit
de capuchon van het kinderjasje weg te doen maar het kind glit en krijst het
uit. Britt ziet veel bloed en vertrouwd het niet en dus belt ze een ambulance.
- Nadat die is
gearriveerd en de moeder en het kind heeft mee genomen gaat ze eens kijken hoe
Tony het ervan af brengt met de "gevangene" en de omstanders.
- Tony heeft de
omstanders zover gekregen dat ze de man hebben losgelaten, maar het is een
behoorlijk agressieveling en als Britt Tony roept en die omkijkt, krijgt ze
meteen een dreun voor haar hoofd en wil de man het op een lopen zetten.
- Britt ziet dit,
reageert in een fractie van een seconde en tackelt de man en heeft hem zo op de
grond in de boeien liggen.
- Britt; Tony gaat het?
- Tony krabbelt net weer
overeind en schud eens met haar hoofd.
- Er loopt een straaltje
bloed uit haar mond en ze voelt dat ze kwaad begint te worden. Britt reikt haar
een zakdoek aan en vraagt nogmaals of het goed gaat.
- Tony: Die vent heeft
een stevige slag. Mijn kop doet best wel pijn.
- Britt; Moet je ook
even aar de dokter?
- Tony: Zien we steraks
wel.
- Die omstanders zeggen
dat die man willens en wetens de vrouw heeft aangereden, maar zelf zegt hij dat
hij haar niet gezien heeft en ze zo uit een zijstraat is komen fietsen. En hoe
is het met de vrouw en het kind?
- Britt; Die zijn naar
het ziekenhuis. We zullen er straks even langs gaan. Kun jij naar je hoofd laten
kijken.
- Tony: Ik laat de
technische recherche komen, die kunnen de boel hier verder wel nakijken en
optekenen. Wij nemen hem mee en gaan naar het bureau terug.
- Britt; Hij gaat niet
met ons mee. Bel maar een combi. Jij hebt net een pak slaag van hem gehad. Je
kruipt toch niet weer met hem in een wagen?
- Tony: Misschien ook
maar niet. Ik bel wel een combi.
- Als de man wordt
afgevoerd is de TR al bezig met het opmeten van remsporen en het bekijken van de
schades aan de auto en de fiets.
- Tony: Nemen jullie de
wagen mee naar de stalling?
- TR: Ja, en we zullen
je het rapport zo snel mogelijk opsturen.
- Tony: Bedankt.
-
- Britt rijd eerst naar
het ziekenhuis om te zien hoe het met het kindje is.
- Het is net naar de
kinderafdeling gebracht waar het wordt opgenomen in verband met een
hersenschudding en een gebroken been.
- Britt: Mevrouw , wij
zouden u nog wat vragen willen stellen. Wilt u even meelopen naar de gang?
- Vrouw: Ik wil graag
bij mijn kindje blijven.
- Tony: U kunt zo weer
naar haar toe. Wij moeten uw bevindingen ook hebben, anders moeten we die man zo
weer laten gaan.
- Vrouw: Het is mijn ex.
Hij zit me al maandenlang te treiteren, maar dat hij zijn eigen kind van de weg
zou rijden??
- Britt; Dus er was
kwaad opzet?
- Vrouw: Zo zou je het
wel kunnen noemen.
- Britt: Ik weet dat u
graag bij Sandra wilt blijven, maar we moeten een officiële verklaring opmaken.
Als we nu wat gegevens opnemen kunnen we dat uitwerken maar we willen u wel
vragen om naar het commissariaat aan de Belfortstraat te komen om de verklaring
te tekenen.
- Vrouw: Als Sandra
straks kan slapen kom ik wel even langs.
- Britt; Sterkte ermee
hoor. Tot later.
-
- Brit: En nu jij!
(tegen |Tony)
- Tony: Wat nu ik?
- Britt; Je na laten
kijken. Je bent na die klap onderuit gegaan. Je komt zo niet mee terug binnen.
- Tony: Maar .....
- Britt: Geen gemaar. Je
weet wat Nadine zegt: eerst na laten kijken. Vooruit.
- En Britt schuift Tony
pardoes achter de gordijnen bij de eerste hulp.
- Arts: Wat is er aan de
hand?
- Britt; Ze heeft een
behoorlijk slag tegen haar hoofd gehad en is even onderuit gegaan. ik moet weten
dat er niet wat mis is.
- Dan begint de arts
Tony te onderzoeken. Die heeft al een bloedhekel aan ziekenhuizen en helemaal
als ze zelf wat mankeert.
- Tony: Er is niks aan
de hand. Laat me maar gewoon gaan.
- Arts: Wilt u even het
lichtje volgen? Oké. Doe het pijn als ik hier druk?
- Tony: Auw. Verdorie.
Je komt gezond hier binnen en nadat jullie bezig zijn geweest zal vast iedereen
wat mankeren.
- Arts: Zuster, neemt u
haar even mee voor wat aangezichtsfoto's?
-
- Na een kwartiertje is
Tony terug met haar foto's, die de arts nu voor de lichtbak hangt.
- Arts: Dacht ik al.
Hier, en hier. Twee kleine scheurtjes. Een in het jukbeen en een boven de
oogkas. Ik laat ook even de oogarts komen. Blijf rustig zitten.
- Tony: Ik kan hier niet
rustig zitten.
- Britt;
Tony!!
- Tony:
Oké. Ik zal wachten.
- Oogarts: Kunt u de
kaart voor me lezen? Eerst met het linker oog en dan met het rechter oog.
- Tony leest vlot met
het linker oog, en wil doorgaan met rechts, maar de arts verwisseld de kaart
zodat Tony dus niet weet wat erop staat. Ze heeft veel moeite met het lezen.
- Oogarts: Gaat u even
hier voor de oogspiegel zitten. Ik wil even in uw ogen kijken. Ah, ik zie het
al. Een kleine bloeding. Maar die kan grote gevolgen hebben. U moet platte
bedrust houden.
- Tony:
Of anders?
- Oogarts: Anders gaat
door die bloeding het netvlies loslaten en zult u permanent het licht uit uw oog
verliezen. We zullen het oog afplakken met een pleister zodat er geen licht in
komt. Bij lichtinval gaat de pupil reageren en zullen de oogspiertjes aanspannen
waardoor de bloedvaten meer bloed naar het oog zullen sturen met het risico op
netvliesloslating.
- Tony: Heb ik dat weer?
En hoe moet ik me dan redden?
- Britt; Geen zorgen
Tony. Je komt gewoon een paar dagen bij mij tot het weer in orde is. Dokter, hoe
lang moet ze bedrust houden?
- Oogarts: Zeker 10
dagen.
- Topny: WAT ??? Dat kan
ik niet hoor.
- Oogarts: En ik bedoel
echt tien dagen plat. Niet opstaan om te eten, niet voor de TV of de computer,
zelfs niet opstaan om te douchen of voor toilet. Op de po, en wassen terwijl u
ligt.
- Tony: Mooi niet.
- Britt; Mooi wel. Jij
wil t toch niet blind worden?
- Tony: Blind? Je
bedoelt ....?
- Britt: Dat zei de arts
net toch?
- Tony: Maar dat is veel
te veel werk voor jouw.
- Britt; Ik vraag Nadine
wel om administratief werk en ga dan wel thuis zitten werken.
- Tonty: En Johan dan?
- Britt; Wat is er met
Johan?
- Tony: Als die komt?
- Britt; Die kom niet
elke dag hoor. Ik wil gewoon eens wat voor je terug kunnen doen en nu kan dat.
- Tony: Maar... maar...
(protesterend)
- Britt: Maar wat?!
- Tony: Maar, ik bedoel
jij bent net terug aan het werk en dan zou je nu voor mij weer thuis moeten
blijven? Britt, dat kan niet. Daar doe ik niet aan mee.
- Britt; Tony, wil je
blind worden? En als ik het niet mag, dan moet je maar in het ziekenhuis
blijven. Zul je ook leuk vinden.
- Tony: (met een
zeurderige stem) Moet het echt?
- Britt kijkt haar eens
meewarig aan en zucht eens diep.
- Arts: Wat gaat het
worden Tony: ga je met Britt mee, of reserveer ik hier een kamer voor je?
- Tony: Oké, ik ga wel
met Britt mee.
- Arts: Britt, loop je
even mee dan kan ik je nog wat instructies geven.
- Tony: Hè, het gaat
wel om mij hoor.
- Arts: Jij moet nu
rustig blijven liggen. Ik ga je zo een injectie geven zodat je wat slap en
vermoeid zult worden. Dan kun je straks heel ontspannen met Britt met de auto
terug en dan thuis direct het bed in. Ik maak een recept klaar voor pijnstillers
en slaapmedicatie en dan kun je weg.
-
- Op de gang benadrukt
de arts nogmaals het belang van de strikte platte bedrust.
- Britt is zich heel
goed bewust van de risico's die Tony neemt maar besluit toch om voor haar te
gaan zorgen.
-
- Weer thuis begint
Britt gelijk te trekken met het bed van Dorien, zodat dat in de kamer komt en
Tony niet de trap op hoeft en toch ook wat van het huiskamergebeuren mee kan
krijgen.
- Dat Britt ervaring
heeft met zorg voor zieken is al snel duidelijk. Ze heeft een dochter die ook
wel eens ziek is en dan moet ze ook heel snel kunnen improviseren.
- Binnen een kwartier
heeft Britt de boel zover klaar dat Tony in bed kan en moet.
- Britt: Blijf je
liggen? Dan ga ik naar je huis wat spullen halen. Zeg me even wat je nodig hebt.
- Tony: Ik zou het niet
weten. Ik heb nauwelijks ervaring met ziek zijn, en al helemaal niet bij een
ander in huis.
- Britt; Dan neem ik je
pyjama's en toiletspullen mee.
- Tony: En graag mijn
studieboeken en mijn schilderspullen.
- Britt; Je moet rusten.
Plat liggen heeft de dokter gezegd, en je ogen sparen.
- Tony: Maar ik kan toch
met mijn goede oog ...
- Britt; Nee, dat kan
jij niet.
- Tony draait zich boos
om en voelt zich heel ellendig.
- Britt loopt nog even
terug en legt de telefoon binnen handbereik en strijkt Tony eens door de haren.
- Britt; Sorry dat ik zo
streng moet doen, maar Tony, je hebt maar een paar ogen en die moet je je leven
lang kunnen gebruiken. Wat als het niet goed gaat? Wat wil je dan doen met je
schilderwerk? Of met je beeldhouwen?
- Tony: Je hebt gelijk
Britt maar ik vind het zo moeilijk.
- Britt; Ik ben zo snel
mogelijk terug en dan praten we daar wel over.
-
- Britt haalt snel de
spullen die ze denkt dat Tony nodig heeft. Dan gaat ze naar het commissariaat om
net Nadine te overleggen over het thuiswerken en de situatie van Tony.
- Nadine; Brit, neem je
nu niet teveel hooi op de vork? Je hebt soms al moeite om je eigen leven op
poten te houden en nu dit er nog bij?
- Britt; Ik zal me wel
redden. Ik wil het gewoon doen voor Tony, na alles wat ze voor mij heeft gedaan.
- Nadine; Als je hulp
nodig hebt wil ik wel afspreken dat je me belt, oké?
- Britt; Dank je Nadine.
- Nadine: Hier heb ik
wel wat werk voor je liggen. Doe het vooral kalm aan, en zit alsjeblieft niet
heel de dag in die dossiers of achter je laptop.
- Britt; Ik ben nu ook
parttime zuster, dus ik kan niet heel de dag politiewerk doen.
- Nadine; Wens Tony
beterschap en sterkte.
- Britt; Doe ik.
-
- Nu wordt het haasten
om Dorien uit school op te pikken. Zo kan ze haar onderweg informeren waarom of
Tony in de kamer in haar bed slaapt.
- Dorien vind het best
wel spannend.
- Dorien: En dan mag ik
bij u in bed slapen?
- Britt: Dat dacht ik
niet, dan doe ik 's nachts geen oog meer dicht.
- Dorien: En waarom dan
niet?
- Britt: Omdat,
wijsneus, jij me de hele avond de oren van het hoofd zult kletsen. Ik heb het
opklapbed klaargemaakt en daar kun jij in slapen. Als Tony beter is en weer naar
haar eigen huis gaat, en dan in het weekend mag je een keer bij mij in bed
slapen.
-
- Dorien: Als Johan er
niet in ligt.
- Britt kijkt haar
dochter vragend aan.
- Dorien: Dat doen
jullie toch als jullie samen zijn?
- Britt: Dat hebben we
een keer gedaan.
- Dorien: Simon zei dat
Johan dat wel vaker wil. Gaan jullie het vaker doen?
- Britt; Misschien wel.
Ik vind Johan wel heel aardig.
- Dorien: Wordt hij mijn
nieuwe papa?
- Britt; Zo snel gaat
het echt niet Dorien. Kom, pak uw tas we zijn thuis, dan kunnen we samen met
Tony een kopje thee gaan drinken. En denk eraan: rustig aan. Tony moet echt plat
blijven liggen .
-
- Britt doet het dubbele
werk met liefde maar het gaat haar niet in de koude kleren zitten.
- Nadat ze op de vijfde
dag Tony heeft geholpen met wassen en een schone pyjama aandoen, zegt ze dat ze
even om een boodschap moet.
- Eenmaal buiten belt ze
snel naar Nadine en smeekt haar bijna om hulp.
- Nadine; Waar ben je nu
Britt?
- Britt; Even naar
buiten . Ik heb gezegd dat ik om een boodschap moet.
- Nadine; Kom dan even
naar Bloch, dan nemen we een kop koffie en kunnen we praten.
- Het doet Britt goed om
even weg te zijn. Het is niet zo dat Tony veeleisend is. Integendeel zelfs. Ze
vraagt nauwelijks iets aan Britt. Door de medicatie is ze behoorlijk suf en
slaapt het grootste deel van de dag en gelukkig hele nachten,.
- Het is Britt die zo
zwaar tilt aan deze verantwoordelijkheid.
- Nadine; Waarom ga je
vanavond niet lekker uit met die advocaat ban je? Dan kan ik wel op Dorien en
Tony passen.
- Britt; Dat kan ik niet
doen. Ik heb gezegd voor haar te zorgen en dan kan ik niet zomaar wegblijven.
- Nadine; Dat kan je
wel, en dat ga je ook doen. (en ze heeft haar mobiel al in de hand en belt
direct het nummer van Johan, wat ze al gelijk aan hem gevraagd had de eerste
keer dat ze hem zag) Zo, dat is dan geregeld.
- Johan komt je om half
zevenophalen en ik ben om half zes bij je en zal voor jullie koken, dan heb jij
de tijd om je op te tutten en je mooi te maken.
- Britt: Nadine, moet
dat echt?
- Nadine; Ja. En nu weer
lekker naar huis en pak een mooi boek en ga Tony lekker voorlezen.
-
- Na tien dagen zijn
zowel Britt als Tony blij dat het rusten voorbij is.
- Tony heeft gevoel dat
ze Britt zeer tot last is geweest maar die zal dat toch niet toegeven.
- Tony: Bedankt kanjer,
dat je dit voor mij hebt over gehad. Wil je nog met me meegaan naar de oogarts?
- Britt: Ja, hoe wil je
er anders komen?
- Tony: Oké, jij rijdt.
- De oogarts is tevreden
over de gevolgde platte bedrust. Het netvlies heeft zich spontaan weer gehecht
en alles komt weer goed. Om langzaam weer aan het licht te wennen krijgt Tony nu
een oogdop die gedeeltelijk licht doorlaat. Er zitten gasjes in en elke dag mag
er een gaasje meer uit verwijderd worden totdat ze over zeven dagen een dop met
gaatjes op heeft, en die mag vervolgens na vier dagen weer af.
-
- Enfin, ook dat is
gelukkig allemaal goed afgelopen en Tony hervat haar werkzaamheden weer samen
met Britt.
- Ze is een behoorlijk
stuk rustiger geworden en dat vind Britt een prettige bijkomstigheid.
- De rechtszaak die de
overvallers had aangespannen om te worden ontslagen van rechtsvervolging zit
voor de komende week op de agenda.
- Tony merkt dat het nog
veel invloed heeft op Britt.
- Tony: Gaat het Britt?
Ik bedoel met die rechtszaak die gaat komen?
- Britt; Ik weet niet
wat ik er van kan verwachten. Johan dacht dat hij niet zo sterk zou staan, maar
je zult zien dat dat tuig het nog voor elkaar krijgt om vrij te komen en dan
weet ik echt niet meer waar ik me nog veilig kan voelen.
-
- Maar hoe wreed het ook
lijkt, op de ochtend van de rechtszaak krijg Nadine bericht dat het hele verhaal
wordt afgeblazen.
- De overvaller had in
de gevangenis behoorlijk lopen opscheppen over zijn vervroegde vrijlating en
zijn gezworen actie om Britt eens heel goed terug te pakken, dat hij zo veel
klop had gehad dat hij in de cel aan zijn verwondingen was bezweken.
- Britt is helemaal
beduusd als ze dit hoort. Het zit haar niet lekker. Tuurlijk, geen rechtszaak en
geen angst dat hij achter haar aan zal komen, maar dat hij dat nou met de dood
zou moeten bekopen? Nee, dat was ook weer niet nodig geweest.
- Tony begrijpt heel
goed hoe Britt zich nu voelt en houd bewust een beetje afstand om haar een en
ander te laten verweken.
- Na de dienst vraagt ze
of Britt zin heeft om samen wat te gaan drinken maar Britt wijst dit af. Ze wil
heel graag naar haar eigen huis, de warmte en de veiligheid van het thuis zijn
opzoeken.
- Tony: Prima Britt, een
andere keer dan? Bel je wel als je ergens mee zit, of gewoon even je verhaal
kwijt wilt?
- Britt; Doe ik. Bedankt
Tony.
- Britt had gehoopt dat
Johan zou komen, maar die was al weer naar Brussel voor een nieuwe ronde
gastcolleges en Britt wilde toch eigenlijk wel heel graag praten, dus belde ze
Tony.
- Tony: Wil ik komen of
wil je liever over de telefoon?
- Britt; Wil je komen?
- Tony: Oké tot zo.
- Na een half uurtje is
Tony aangekomen bij Britt...
-
- Tony: Gaat het, Britt?
(vriendelijk)
- Britt: Eigenlijk niet
zo. Ik zit met een heel dubbel gevoel. Ik ben blij dat hij mij niet meer
achterna kan komen, maar dat hij dood is ..... dat was hem toch ook niet gegund?
- Tony: Je zult er wel
overheen komen. Dat zal echt nog wel slijten. Maar, hoe voel je je verder? Die
depressie lijkt aardig in remissie, is het niet?
- Britt; Dat durf ik
gewoon nog niet hardop te zeggen. Ik denk af en toe wel eens dat het beter gaat,
maar meestal gebeurd er dan weer wat en voel ik me weer afglijden.
- Tony: Dat zijn juist
de tekenen van herstel; dat je de verschillen zo goed waarneemt. Ik vind je een
heel stuk opgeknapt bent. Je ziet er gewoon veel opgewekter uit, en ik zie je
weer genieten van de dingen om je heen, je hebt ruimte gemaakt en gekregen voor
een nieuw lief. Dat zit wel goed Britt.
- Britt: Echt waar
Tony?? Ja, jij kan het weten met je psychologiestudie. Ga je daar trouwens nog
wat mee doen verder?
- Tony: Misschien dat ik
mij wat verder kan inwerken in slachtofferbejegening, maar dat is voor later. Ik
moet nog twee modules en ergens de tijd vandaan halen om stage te lopen, en dat
duurt ook toch denk ik wel een jaar of zo, op verschillende werkvelden in de
psychologie.
- Britt; Ga je weg bij
ons (geschrokken) ???
- Tony: Nee. Dat denk ik
niet.
- Britt; Tony??
- Tony: Ach Britt, soms
denk ik er wel eens over, vooral als ons zoiets overkomt als waar we net weer
uit zijn, maar meestal heb ik het toch heel goed naar mijn zin.
- Britt; En je studies
dan? Dat kost toch een hoop tijd en geld en energie, dat doe je toch niet voor
niks?
- Tony: Weet je nog
waarom ik weer ging studeren?
- Britt; Heb je mij dat
verteld?
- Tony: Ja.
- Britt: Tony, zeg niet
dat ik vergeetachtig ben?
- Tony: Tuurlijk ben je
dat niet, maar je had toen denk ik wel wat anders aan je hoofd. Ik ging studeren
omdat ik dat vroeger al was begonnen maar het toen alleen maar deed om te
vluchten van huis en een ideaal beeld nastreven wat er niet bleek te zijn. En
toen ik jou als partner kreeg raakte ik weer heel erg geboeid in intermenselijke
relaties, dus zo ging het.
- Britt; Oh, ja dat had
je mij wel verteld.
- Tony: Zeg, waar zit
die Johan van jou eigenlijk?
- Britt; Brussel. Weer
gastcolleges geven.
- En dan gaat Tony haar
mobiel. Het is Nadine die met een situatie zit, of ze naar het commissariaat kan
komen, eventueel samen met Britt.
- Tony: Britt, kan Lieve
komen oppassen? Nadine heeft ons opgeroepen.
- Britt: Ik bel wel.
-
- En zo zitten ze op
donderdag avond om half acht weer op het werk.
- Nadine: We hebben
melding gekregen dat een man die in echtscheiding ligt met zijn vrouw hun
dochtertje heeft ontvoerd.
- Tony: Weten we waar
hij is met het kind?
- Nadine: Nee. Toen de
vrouw uit het werk kwam trof ze haar dochtertje niet aan en is gaan zoeken door
het huis, bij vriendinnetjes, op school. Nergens.
- Britt; Maar dat wil
toch niet zeggen dat ze ontvoerd is?
- Nadine geeft Britt een
plastic zakje waarin een briefje steekt.
- Het leest: ELKE BLIJFT
BIJ MIJ !!!
- Tony: Laat eens zien?
- En ze bestudeerd het
aandachtig. Het is handgeschreven, een schoon en net handschrift.
- Tony: Wat doet die man
voor zijn werk?
- Nadine: Bankdirecteur.
Flink wat poen, dus om de centen hoeft hij het niet te doen.
- Britt: Kunnen we naar
die vrouw toegaan?
- Nadine; Daarom heb ik
jullie geroepen. Willen jullie nu gaan of bel ik haar voor een afspraak voor
morgenochtend?
- Britt: Zijn er
bedreigingen geweest over de situatie van het kind?
- Nadine: Nee, nog niets
over gehoord.
- Britt; Kunnen we er
dan morgenochtend heen? Ik bedoel, als het geen haast lijkt te hebben dan .....
- Tony: Maar wat als hij
haar meeneemt het land uit? Dan raken we elk spoor kwijt. Ik denk dat we beter
nu direct moeten proberen zovele mogelijk informatie los te krijgen en het
meisje op de telex zetten, zo kunnen we hem net een stapje voor blijven.
- Britt zucht nauwelijks
hoorbaar.
- Maar Tony had het wel
gemerkt.
- Tony: Nadine mag ik
het dossier? Ik zal eens gaan zien. Ga je mee Britt?
- Bij het bureau vraagt
ze aan Britt waarom of die nu niet mee wil.
- Britt kan echter geen
antwoord geven.
- Tony: Of is het om
Dorien? Associeer jij die situatie teveel omdat je zelf een kind hebt?
- Britt; Hoe kom je
erbij?
- Tony: Wat is dan het
probleem?
- Britt; Ik heb met dat
kind te doen. En ik ben bang dat hij haar wat zal aandoen.
- Tony: Des te meer
reden voor ons om haast te maken. Maar als je niet wil, of er niet tegen kan,
dan ga ik wel alleen.
- Britt; Maar Nadine...
- Tony: Britt, ik maak
er geen probleem van.
- Britt; Ik ga wel mee.
Ik zal me er gewoon even over heen moeten zetten. Toch?
- Tony: Ben ik volledig
met je eens. Rijd jij of rijd ik?
- Britt: Zal ik weer
eens achter het stuur gaan?
-
- De vrouw, Saskia
D'Hooghe, van meisjesnaam Duvall, doet uitgebreid verslag van de ruzies tussen
haar en haar man.
- Hij is sinds 4 jaar
directeur bij een grote bank en heeft zich een bepaalde leefstijl aangemeten
waar zij niet mee om kan gaan. Vaak dure etentjes, en een heleboel sociale
verplichtingen, luxereisjes en dergelijke. Niet dat ze daar vies van is, oh,
nee, haar eigen werk, mede-eigenaresse van een modellenbureau levert dezelfde
voordelen en privileges op, nee, maar het komt zo ongelegen om twee van die luxe
leventjes naast elkaar te leven. En daar begon de dochter onder te leiden.
- Pa wilde haar op
tennis en paardrijden, en ma wilde haar in het modellenwerk en aan het zeilen.
- Tony: Hoe oud is Elke?
- Saskia: Ze is zeven
jaar.
- Britt: Heeft u een
recente foto van haar die we mee kunnen nemen?
- En daar kwam de trotse
moeder aan met een complete portfolio met wel veertig geposeerde foto's van het
arme kind.
- Nadat Tony vond dat ze
voldoende informatie hadden vroeg ze of ze elke informatie die ze nog kon
bedenken, en elk contact dat haar ex met haar zou hebben , direct door te geven
aan de politie, zodat ze sneller in staat zouden zijn om Elke terug te vinden.
-
-
- Saskia: Zal ik doen.
Moet ik thuis bij de telefoon blijven wachten of kan ik vanavond wel naar de
sociëteit?
- Tony: (die het nu echt
gehad had met deze tante) U moet zorgen dat u ten alle tijd bereikbaar blijft
voor uw ex of uw dochter.
-
- Weer in de wagen maakt
ze het geluid of ze moest kotsen.
- Britt: Alles goed
Tony? Of ben je ziek aan het worden?
- Tony: Zulk soort
mensen maken me ziek. Dat kind is verdorie zeven jaar en kijk eens hoe het
geleefd wordt. Ze kan niet eens kind zijn !! Alles moet in het teken van pa of
ma staan.
- Britt: Zou ze wel
ontvoerd zijn dan? Of worden wij gebruikt om die echtelijke ruzie voor hun op te
lossen.
-
- Tony: Ik hoop echt
voor hun niet dat ze ons daarvoor gebruiken.
- Britt: En wat wil je
er tegen doen? Dat kind wordt nog steeds vermist.
- Tony: Vind jij het
niet vreemd dat die Saskia niet eens een vermoeden had waar de vader zijn kind
verstopt heeft? Ik bedoel, als je al zo lang bij elkaar bent dan weet je toch
alle inns en outs van elkaar.
- Britt: Dat zou je wel
denken. Kom, we rijden binnen en zetten haar op de telex en leggen een dossier
aan en dan dacht ik dat de dag lang genoeg was geweest.
-
- Die nacht kan Tony de
slaap niet vatten. Die situatie met dat kind speelt door haar hoofd, maar meer
nog de vraag van Britt of ze wel bij de politie blijft. Ze heeft immers
ondertussen een flinke winkel aan diploma's, certificaten en getuigschriften
gehaald, dus zo moeilijk zou het niet moeten zijn om ergens anders aan de slag
te kunnen. Maar het grootste deel van haar werk vind ze ook wel leuk, maar toch
.....
- En zo gaat haar halve
nacht wakend voorbij.
- De volgende morgen
heeft ze donkere kringen om haar ogen van het slaaptekort.
- Britt; Heeft het je zo
bezig gehouden dat je niet kon slapen Tony?
- Tony: Ik heb er wel
aan liggen denken. Is er vannacht nog wat nieuws over die zaak binnen gekomen?
- Britt:
Niets, nada, niente. Zullen we eens
naar de bank gaan en zien of pa met de poen daar is?
- Tony: Mijn idee.
- Britt: Dan had je echt
eerder op moeten staan.
-
- Op de bank is de heer
D'Hooghe niet aanwezig, en niemand vind dat bijzonder. Hij moet immers vaak op
reis, of belangrijke klanten ontmoeten, soms op locatie.
- Britt: Hebt u zijn
mobiele nummer?
- Employee: Dat hebben
wij, maar dat mogen we niet geven.
- Tony: Nu wel, het is
een belangrijke politiezaak.
- Employee: Dan zult u
toch met een gerechtelijke order moeten komen, anders kan ik u dat nummer niet
geven.
- Tony: Luister eens,
dame, de dochter van de heer D'Hooghe wordt vermist. Hoe zou u het vinden als uw
dochter spoorloos was? Dan nog zo behouden over zo'n telefoon nummer?
- Employee: Maar als ik
er problemen mee krijg .....
- Tony: Die problemen
zullen vele malen groter zijn als je het nummer niet geeft.
- Employee:
Oké dan. Hier is het nummer.
- Terug op het
commissariaat proberen ze te achterhalen welk de provider is en of ze een
tracering kunnen laten uitvoeren. Ook hier weer een hoop bureaucratische
bullshit.
- Kwaad gooit Tony de
haak weer op.
- Britt; Koffie, Tony?
- Tony: Zwart, heet, en
heel sterk. Hier word ik niet goed van.
- Britt; Alleen kalmte
zal u redden.
- Tony: Zeg, niet zo
zalvend vandaag, daar staat mijn hoofd niet naar.
- Nadat Britt de koffie
heeft gehaald probeert zij het nog eens bij de telefoondienst en met een
alleraardigste smoes weet zij het voor elkaar te krijgen dat het nummer
getraceerd kan worden als het wordt opgebeld.
- Tony kijkt eens kwaad
naar Britt. Pakt dan haar eigen, niet traceerbare toestel en belt het nummer dat
ze op de bank hebben gekregen, maar er wordt niet opgenomen.
- Tony: Verdomme, wat
een klotendag is het zeg.
- Britt; Te weinig
geslapen vannacht? Je was toch alleen?
- Tony: Zeg, hou effen
op, wil je?
- Britt; (aangeslagen)
Sorry, ik dacht dat jij wel tegen een grapje kon?
- Tony: Maar vandaag
niet.
- Britt probeert
nogmaals het nummer van de heer D'Hooghe en krijgt nu wel verbinding, maar ze
krijgt een vouwenstem aan de telefoon.
- Britt: Goedemorgen, u
preekt met Britt Michiels. Ik ben op zoek naar de heer D'Hooghe, de
bankdirecteur.
- Stem: Sorry, hij kan
niet aan de telefoon komen.
- Britt; Maar het is
dringend. Desnoods wacht ik wel even, maar ik moet hem echt dringend spreken.
- Dan legt ze haar hand
over het spreekdeel en fluistert Tony toe om te zien of er bericht komt van het
telefoonbedrijf.
- Britt zit geduldig te
wachten, wel vijf minuten lang en dan ineens hoort ze een zware mannenstem op de
achtergrond vloeken en schelden, de hoorn wordt ruw over genomen en met een knal
in de haak gesmeten. Britt's oor doet er pijn van en de schrik is haar duidelijk
af te zien.
- Tony: Zo, boontje komt
om zijn loontje.
- Britt; Maar ik had wel
zijn nummer, en de lijn stond lang genoeg open om hem te traceren.
- Tony: Wachten dus. Ik
ga even wat broodjes halen. Wil je ook?
- Britt: Nee dank je. Ik
neem zo nog wel een koffie.
- Tony: En je eten dan?
Doe je dat eigenlijk wel?
- Britt; Als ik trek
heb.
- Tony: Het is jouw
lijf. Ik ben over een half uurtje terug.
-
- Onderwijl krijgt Britt
bericht waar het gesprek geplaatst kon worden: Ooike.
- Als Tony terug komt
ziet ze er nog steeds boos uit, maar is in elk geval wel blij als Britt een
ongeveer locatie weet.
- Britt: Ooike, dat ligt
- Tony: Ten westen van
Oudenaarde, dat weet ik. Gaan we erheen of moeten we toestemming vragen aan
Nadine?
- Britt: Laten we haar
maar even briefen.
- Nadine: Jullie weten
waar die telefoon is, maar hebben jullie ook aanwijzingen dat Elke daar is?
- Britt; Nee nog niet,
maar we zouden hem kunne vragen of hij weet waar zijn dochter zich bevind.
- Nadine: En jij denkt
dat hij dat zo aan jullie zal zeggen?
- Tony: Ik denk het
niet. Ik denk dat we die vrouw, die Saskia weer eens moeten gaan horen, als ze
tenminste niet naar de sociëteit heen hoeft !
- Nadine: Is er wat
Tony?
- Tony: Die trut heeft
helemaal geen aandacht voor haar dochter als kind. Ze jaagt dat arme wicht nu al
op door al die fotoshoots en dat kindermodellen werk.
- Nadine: Waarom zou ze
dan melding maken van ontvoering?
- Britt; Misschien dat
ze er met haar man niet uitkomt, ik bedoel uit die echtscheiding, en dan laat ze
ons er voor opdraaien. Niet bepaald een zaak met prioriteit voor politie dacht
ik zo.
- Nadine; Als je het zo
uitlegt misschien niet, maar ik denk dat je haar maar moet laten binnenkomen. En
neem contact op met de politie in Oudenaarde zodat die het adres eens kunnen
bezoeken.
- Tony: Doen we.
-
- Een uur later zit
Saskia in het verhoor(namaak) tranen te huilen.
- Saskia: Oh, als hij
haar maar niet wat aandoet.
- Britt; Is daar reden
voor om dat te denken.
- Saskia: Hij kan nooit
van vrouwen en meisjes afblijven.
- Tony: Heeft u nog
contact me hem gehad nadat we bij u zijn geweest?
- Saskia: Hij belde
vanmorgen.
- Tony: Hoe laat en waar
was u toen? En heeft hij gezegd wat hij wilde?
- Saskia: Het was tegen
half twaalf. Ik was net aan het shoppen. Hij zei dat hij mij wilde ruïneren. Ik
zou zijn carrière in gevaar brengen.
- Britt; En wat zei hij
over Elke?
- Saskia: Daar heeft hij
niets over gezegd.
- Britt: Wat raar. Uw
dochter wordt vermist, u vind een briefje in wat u zegt, is zijn handschrift, en
dan zegt hij niets over Elke?
- Saskia: Hij zei wel
wat, maar ik wist niet wat ik er mee moest.
- Tony: U moest contact
met ons opnemen, hadden we gevraagd.
- Saskia:
Sorry, vergeten.
- Britt: Omdat u zonodig
moest shoppen? Is dat belangrijker dan uw kind??
- Saskia: Maar hij maakt
mij het leven zo moeilijk, ik had het gewoon even nodig, wat tijd voor mezelf.
- Tony (heel goed haar
best doende om niet vreselijk tegen Saskia tekeer te gaan) Kunt u hem bereiken
via zijn mobiele telefoon?
- Saskia: Ja hoor.
- Britt: Bel hem dan nu,
en hier, en vraag waar Elke is. (hele streng)
- Saskia is wat
overdonderd en belt direct haar ex, Gerben.
- Gerben: Wat is er?
Schiet op, ik heb geen tijd voor uw gezemel.
- Saskia: Weet jij waar
Elke is?
- Gerben: Tuurlijk, ze
is bij mij. Daar krijgt ze tenminste nog wat opvoeding.
- Saskia: Maar ik wil
haar hebben.
- Gerben: Lazer op. Jij
kunt niet eens voor jezelf zorgen, laat staan voor haar.
- Saskia: Wat moet ik
doen om haar terug te krijgen?
- Gerben. Jij kunt niets
doen om haar terug te krijgen.
- Saskia: Maar ik moet
haar zien. Laat me haar zien Gerben.
- Gerben: Jij bent het
niet waard om een kind te hebben.
- Saskia: Is ze bij je?
Kan ik haar spreken?
- Gerben: Heel kort en
dan wil ik dat je uit ons leven verdwijnt. Je blijft weg, of ik zorg dat je weg
blijft.
- Saskia: Elke?? Meisje
is alles goed met je? Mama mist je zo. Ik wil je graag zien.
- Elek: Ik wil niet bij
papa blijven. Hij doet me pijn.
- Saskia: Wat doet hij
dan?
- Elke: Hij slaat en hij
doet andere dingen met met mij. Ik weet niet hoe jullie dat noemen maar het doet
pijn.
- Saskia is totaal
versalgen als ze dit hoort.
- Britt fluistert haar
toe: Wat is er Saskia?
- Saskia: (terug
fluisterend) Hij doet haar pijn.
- Britt; Probeer of je
een ontmoeting kunt beleggen. Dan gaan wij mee en zullen Elke vrij zien te
krijgen.
- Saskia (weer in de
telefoon) Meisje, Elke, zeg tegen papa dat ik je heel graag wil zien.
- Gerben: En dan blijft
je voorgoed uit haar leven !!
- Saskia: Een keer dan
Gerben, alsjeblieft. Ik moet haar zien.
- Gerben: Trut, luister
je weer eens een keer niet naar mij? Ik zei toch één keer?
- Saskia: Waar en
wanneer?
- Gerben: Ik bel je nog
(En dan verbreekt hij acuut de verbinding)
- Tony: Wat zei hij
daarop?
- Saskia: Hij zei dat ik
haar nog een keer mag zien en dan moet ik uit zijn leven verdwijnen of hij zorgt
ervoor dat ik voorgoed verdwijn.
- Britt; Heeft hij
gezegd waar en wanneer?
- Saskia; Nee, dat laat
hij nog weten.
- Tony: Heb je het idee
dat je door hem of iemand uit zijn kringen wordt geschaduwd?
- Saskia; Ik zou het
niet weten.
- Britt: Ga dan terug
naar huis en blijf daar. Elk contact wat hij legt moet je direct aan ons
doorgeven. We zullen toestemming vragen om je telefoon af te luisteren en we
zullen stand by zijn zodra hij wat van zich laat horen.
- sakia: Wat gaan jullie
doen dan?
- Britt; Dat zullen we
met ons team nog overleggen. Belangrijk is dat je ons DIRECT bericht als hij
ontpak heeft met je.
-
- Nadat Saskia is
vertrokken gaan Brit ten Tony weer overleggen met Nadine. Die zegt toe om een
telefoonafluistering te regelen met justitie. Verder moeten ze zelf ook stand by
blijven omdat Gerben zomaar, elk moment contact kan leggen.
- Britt belt naar Lieve
om Dorien uit school te halen en vanavond op te passen .
- Daarna gaat ze nog
eens door de gegevens die ze in de loop van het onderzoek heeft verzamelt en
gaat er ontspannen bij zitten.
- Tony kan nog niet uit
de voeten met haar frustratie.
- Tony: Britt ik ga even
een ommetje maken. Ik heb gewoon wat frisse lucht nodig.
- Britt; Is goed. ik
vermaak me hier wel.
-
- Maar binnen twintig
minuten is Tony al weer terug, hijgend en wel, want ze had stevig doorgestapt om
terug te komen.
- Brit; Wat heb jij? Ben
je een spook tegengekomen of zo?
- Tony: Dat mens loopt
gewoon weer te shoppen. We hadden toch gezegd dat ze naar huis zou gaan?
- Brit; Dat hadden we
wel gezegd. Ik bel haar wel even mobiel. Even een beetje laten schrikken.
- En inderdaad, Saskia
schrikt hevig als ze Britt aan de telefoon krijgt.
- Saskia: Ik moest nog
even naar die ene winkel.
- Britt; Het is verdomme
uw kind wat we proberen vrij te krijgen. Toon in elke geval en beetje het idee
dat je om haar geeft. !!
- Tony kijkt haar
geschrokken aan.
- Britt kijkt eens
vastberaden terug.
- Britt; Dat moet ze
ons, in elk geval mij, niet flikken.
- Tony: Nee, je zei het
goed. Dat moet ze bij mij ook niet doen.
-
- Wachten duurt altijd
lang, en helemaal op deze vrijdagavond.
- Het is al na elf uur
als er eindelijk een telefoontje komt.
- Saskia: Gerben heeft
gezegd dat ik haar morgen om elf uur mag zien. Waar, dat laat hij nog weten, dat
wilde hij nu niet zeggen.
- Britt; Bel ons direct
als je wat van hem hoort.
- Moe en verveelt pakt
Tony haar jas en wil naar huis gaan.
- Britt; Hey, waar ga
jij heen?
- Tony: Naar huis. Ze
zei toch dat ze haar morgen pas mag zien.
- Britt: En wat als ze
vannacht belt?
- Tony: Dan bellen ze
mij maar uit bed. Maar dat kan alleen als ik er eerst IN heb gelegen. Ik ben moe
en ik wil naar bed. Ik zit hier al vanaf half negen vanmorgen.
- Britt; Ja, gelijk heb
je. Ik meld ons even af bij Nadine.
- Nadine: Ben je nu nog
op het bureau dan? Hup, naar huis, je bed in, Je kan er zo maar weer uitgebeld
worden. En als er contact komt moet je mij ook bellen. Ik wil er ook bij
aanwezig zijn.
- Britt; Is goed.
Welterusten.
- Nadine: Ja, voor
jullie ook.
-
- Deze nacht is het
Britt die onrustig slaapt. Omdat ze gewoon verwacht dat ze eruit gebeld zal
worden.
- Tony heeft een
verloren nacht in te halen en die slaapt zodra ze haar bed ruikt.
- Om half zes die
ochtend gaat Britt haar telefoon. Het is de dienstdoende officier van de
politie. Saskia had gebeld dat ze haar dochter om half zeven die ochtend mag
zien bij de loodsen nabij de Koopvaardijlaan.
- Britt belt ook naar
Tony en Nadine en ze treffen elkaar rond kwart zes uur op het commissariaat. De
nachtploeg heeft inmiddels Saskia bij haar huis opgehaald en zij krijgt nu
instructies hoe ze moet handelen als haar man met hun dochtertje komt.
- Tony vind het op zijn
minst heel eerg vreemd dat Saskia niet nerveus is. Ze heeft zo haar bedenkingen
bij deze vrouw en het voelt bepaald niet goed.
- Nadine; Ik wil dat
jullie je kogelvrije vesten gaan dragen. Ik heb een back-up ploeg al op het
terrein gestuurd. Ik weet niet tot wat die Gerben in staat is, maar iemand die
sociaal zoveel aanzien heeft, heeft meestal ook wel wat donkere randjes op zijn
CV staan.
- Tony: Ik wist niet dat
hij gewapend was.
- Nadine: Dat weet ik
ook niet zeer, maar ik neem voorzorgsmaatregelen.
- Britt; Saskia, heeft
Gerben een wapen, of kan hij bij wapens komen?
- Saskia: Ja hij is lid
van een jacht en schietvereniging.
-
- Britt; Heeft hij een
eigen wapen dat hij zou kunnen gebruiken?
- Saskia: Misschien, dat
weet ik niet. Wij hebben elkaar al een tijdje niet gezien, dus ik weet niet wat
hij er nu mee doet.
- Britt wenkt Tony mee
naar de kleedkamer.
- Britt; Wat denk je
Tony?
- Tony: Louche zaak.
Voorzichtig zijn, en luisteren naar Nadine: Kogelvrije vesten aan !!
- Britt; Ja, ma, zal ik
doen.
- Tony:
Britt, alsjeblieft. Ik vind dit
zo'n klote zaak, ik kan even niet goed tegen grapjes.
- Britt; Wat is er toch
met je Tony, zo ken ik je helemaal niet.
- Tony: Ach, ik voel me
voor een karretje gespannen en daar hou ik dus helemaal niet van. Ik wou dat het
voorbij was en we eens gewoon politiewerk konden gaan doen.
- Britt; Maar dit is
gewoon politiewerk
- Tony: Wat je gewoon
noemt.
- Britt; Gaat het wel
Tony? Ben je zeker genoeg van jezelf om mee te gaan naar die loodsen? Als je
angstig bent is dat niet bepaald de plek waar je dan moet zijn.
- Tony: Britt ik ben
niet angstig, ik ben gewoon pissed-off, dat is alles.
- Britt; Zullen we dit
varkentje dan eens even goed wassen? Klarend klus en weekend houden. Gaddamme,
zaterdagochtend en dan al om half zeven dit soort werk moeten doen. Dat hadden
ze me niet gezegd toen ik bij de politie ging.
- Tony: Welkom in de
wereld van de volwassenen.
- Britt; Ja,en bedankt
voor dit opbeurende gesprek hè?
- Tony: Jij begon
erover!
- Nadine: Zijn de dames
eindelijk zover dat we op weg kunnen?
- Britt en Tony: We
komen.
-
- Aan de Koopvaardijlaan
zijn de drie back-up teams al verspreid over het gebied en staan in contact met
Nadine via het oortjes systeem.
- Britt en Tony dragen
ook oortjes en ieder heeft zijn eigen positie, redelijk goed uit het zicht van
het vrije veld, zodat Gerben niet gealarmeerd wordt als hij vreemde auto's ziet
staan.
- Hij had dan wel gezegd
half zeven, maar om acht uur is er nog steed geen spoor van hem, en Saskia zit
rustig in de wagen haar sigaretjes te roken en telefoontjes te plegen met haar
vriendinnen van de club.
- Britt begint
behoorlijk kriegel te worden en Tony's stemming is ook niet al te best.
- Tony: Als hij pissig
is op haar, dan hoeft hij ons weekend toch niet meteen ook te verknallen?
- Britt; Mannen !!
- Tony: Wat is daar mis
mee?
- Britt; Als je de goeie
hebt niets, maar dit soort ?? Dat kan me gestolen worden.
- Tony: Ssssstt. Ik hoor
wat. Ja, er komt een wanne aanrijden. Een grote en dure. Kijk goed uit.
- Dan zien ze een enorme
Mercedes het terrein opkomen en vlug stapt Saskia uit en loopt op de wagen af.
- Tony: Verdomme, stomme
trut. HIJ moet uit zijn wagen komen.
- Even later komt hij
ook uit de wagen met zijn dochtertje vlak voor zich en een geweer tegen haar
hoofd geduwd.
- Britt; Shit. Zo kunnen
we hem niet oppakken. Die Saskia is echt wel een dom ding. Staat ze daar een
beetje naar ons te zwaaien. Zo heeft hij toch zo in de gaten dat ze niet alleen
is?
- Tony: Die loopt nog
eens tegen een verdwaalde kogel aan.
- Britt; Zeg niet zulke
nare dingen Tony !
- Tony: Maar als ze zo
doet dan vraagt ze er toch om?
- Britt; Ja, erg slim
lijkt ze me niet.
-
- Dan horen ze Gerben
naar hun schreeuwen,
- Gerben: Kom
tevoorschijn zeg ik u.
- Saskia: Britt, Tony,
Gerben wil u zien.
- Tony:
Stomme trut !! Wat nu? Moeten we zo
maar onze schuilplek verraden?
- Britt; Hij vraagt naar
ons.Misschien moeten we onderhandelen of wij Elke mogen sopreken.
- Tony: Zou hij dat doen
dek je?
- Britt; Als we het niet
vragen weten we het niet zeker.
- Tony: Ga jij of ga ik?
- Britt staat al op en
komt uit haar schuilplek.
- Gerben: Wapen weg en
handen omhoog.
- Britt; Laat ons met
Elke praten. Wat kan dat kind er nou aan doen dat jullie ruzie hebben? Zo moet
een kind van haar leeftijd toch niet leven?
- Gerben: Kop houden en
hier komen.
- Britt; Ik mag niet
zonder wapen naar u toekomen.
- En dan richt Gerben
zijn jachtgeweer op Britt die acuut stijf van schrik blijft staan.
- Tony: BRITT !!!!!! PAS
OP !!!!
- Gerben: Nog zo een.
Kom te voorschijn !!
- En nu komt Tony ook
langzaam tevoorschijn. Ze loopt diagonaal de lijn die Britt heeft gedaan zodat
ze niet op de zelfde linie van elkaar staan. Tactisch is daar goed dover
nagedacht alleen het voelt totaal niet goed voor Tony.
- Tony mompelt wat in
zichzelf en probeert de aandacht van Britt te trekken. Die is echter zo
geconcentreerd op Gerben dat ze het bijna niet merkt.
- Tonu: Britt!! Ik ga
verder naar voren. Probeer hem af te leiden.
- Britt; En dan: Wil je
het kind uit zijn armen grijpen??
- Tony: Ik kan hier niet
staan en niets oen.
- Britt; Tony doe
voorzichtig aan !!
- Tony: Altijd.
-
- En langzaam gaat Tony
nog wat verder naar voren terwijl Britt een heel verhaal begint tegen Gerben
over hun kind, en dat Elke zo graag zou willen spelen en al dat soort zaken. Hij
is duidelijk afgeleid door haar gezwets en Tony maakt daar dankbaar gebruik van.
- Die denkt nog bij
zichzelf: Dat mens kan lullen als Brugman, daar krijg je een olifant nog mee om.
Goddank voor het spraakwater van Britt.
- Maar ineens schrikt
Gerben dat Tony al zo dicht genaderd is en hij richt zijn geweer op Tony en in
paniek haalt hij de trekker over en raakt Tony vol op de borstkas.
- Die knalt direct
ondersteboven en blijft liggen.
- Britt:
TONY !!! NEEEE!!!!!
- Saskia is naar haar
dochter gerend en heeft haar meegesleurd naar haar wagen en wil wegrijden maar
wordt geblokkeerd door Nadine, terwijl de overige teams Gerben hebben
overmeesterd en in de boeien geslagen.
- Britt rent op Tony af
en laat zich op haar knieën naast haar vallen.
- Britt; Oh, nee Tony,
niet alle ellende opnieuw. alsjeblieft, zeg me dat het niet waar is.
- Tony:Het is niet waar
Britt; Het was een geweer met schroot. Dat raakt een groot oppervlak maar dringt
niet diep door. Volgens mij is mijn vest nog wel goed, maar door het grote
oppervlak krijg je een behoorlijke dreun en daarom ging ik onderuit.
- Brit; Ben je oké?
Ongedeerd?
- Tony: Ik denk wat zere
ribben en een zere pols van het vallen, maar verder ben ik denk ik wel oké. Wil
je me even overeind helpen?
-
- Wat wankel komt Tony
weer in de been en heeft inderdaad wat moeite met ademhalen.
- Ondertussen is Nadine
ook aangekomen.
- Nadnin: Tony, alles oké?
- Tony: Ja, alles oké.
- Nadine; Heeft je vest
de kogel gestopt?
- Tony: Het was schroot.
Kijk maar. (en nu schrikt ze zelf ook even als ze ziet dat haar vest behoorlijk
gehavend is)
- Britt; Kom Tony, we
laten je even onderzoeken. Dan ga jij naar huis en handel ik het met Nadine wel
verder af.
- Tony: Zeg, ik ben
gevallen, ik kan verder wel werken hoor. Het is een klotenzaak, maar ik wil hem
wel afmaken zodat ik later niet weer achtervolgd word hierdoor.
-
- Tony blijkt inderdaad
een paar gekneusde ribben te hebben en heeft wat moeite met diep doorademen maar
kan, en zal , het werken toch niet laten en dus gaat ze met Britt mee terug naar
het bureau om de verhoren af te nemen alvorens ze met weekend gaat.
- Britt: Zullen we
meneer de bankdirecteur gaan verhoren?
- Tony: Goed.
-
- Dus beginnen ze
eraan...
-
- Gerben: He, lekker
ding. (tegen Britt)
- Tony Houd je mond
Gerben!
- Gerben: Ah jij ook
hier ik dacht dat ik op je geschoten had??
- Tony: Goed gedacht
maar ooit gehoort van kogelvrijevesten??
- Gerben: Ja wel eens
gehoord maar je zag er nou niet zo slim uit dat je zo'n ding aan zou doen.
- Tony: Oke Gerben ik
heb genoeg onzin gehoord waarom heb je dat kind ontvoerd??
- Gerben zwijgt...
- Britt: Antwoord!
- Gerben: Jou wil ik wel
es nemen, lekker ding van me. (sexistisch tegen Britt)
- Britt schrikt...
- ... en loopt de gang
op, recht in Johan's armen...
- Johan:
Hè Britt ! Da's ook toevallig.
Hoe is het ermee?
- Maar als hij in haar
ogen kijkt ziet hij dat het dus helemaal niet goed is.
- Johan: Kun je even
weg? Ik wil even met je praten.
- Britt; (half huilend)
Ik weet niet of ik weg kan.
- Johan: Vraag het
Nadine even.
- Tony (inmiddels ook
buiten gelopen) Het is wel goed, ik zal haar wel even inlichten.
- Britt; Bedankt Tony.
-
- Johan en Britt gaan
naar een café om de koffie en om met elkaar te praten.
- Johan: Wat is er
gebeurt dat je ineens weer zo verdrietig keek?
- Britt: Wij hebben
iemand aangehouden die zijn eigen kind ontvoerd had en toen we dat meisje wilde
bevrijden heeft hij op Tony geschoten.
- Johan: Alles is hoop
ik toch goed met haar?
- Britt; Ja, het valt
wel mee. Maar nu moeten wij hem verhoren en hij maakt steeds van die
seksistische opmerkingen en dan moet ik steeds weer denken aan wat er in het
verleden gebeurd is. Zo kan ik het nooit eens verder komen in mijn leven als het
verleden mij steeds blijft achtervolgen?
- johan; Ja, dat kan je
wel Britt. Ik wil je laten zien en ervaren dat er heel veel moois is in het
leven. Heb je zin om het weekend met mij naar Parijs te gaan?
- Britt; Je bedoelt, nu?
Dit weekend?
- Johan: Ja, en
misschien nog wel vaker. Maar laten we eerst dit weekend maar eens pakken, als
jij tenminste wilt?
- Britt; Ik wee niet wat
ik moet zegen. En Dorien dan? Dan moet ik eigenlijk mijn schoonmoeder vragen, en
die denkt nog steeds dat ...........
- Johan: Is er wat
Britt?
- Britt; Zij denkt dat
nu Mark dood is, ik nooit meer een andere man zou mogen liefhebben.
- Johan: Dat is toch
onzin? Wij zijn gewoon bestemd voor elkaar. Ik denk dat je schoonmoeder zelf nog
heel erg vast zit in haar verdriet en het je daarom niet gunt dat jij weer een
nieuw lief hebt. Ik hou van je Britt. Ik wil voor je zorgen en heel veel met je
samenzijn.
- Britt; Ik eigenlijk
ook wel. Als ik het maar kon toelaten.
- Johan; Dat komt wel.
Ga met me mee op mijn levensweg en je zult gaandeweg merken dat het je steeds
beter en makkelijker af gaat. Maak me blij Britt. Zeg ja. Zeg ja als je met mij
verder wilt in dit leven.
- Britt: Ik zou heel
graag willen Johan, maar ik ben bang dit ik u teleur zal stellen.
- Johan: En ik geloof in
het goede van de mensen.
- Britt: U lijkt wel een
advocaat, weet overal wel weer een draai aan te kletsen.
- Johan: Had dk je nog
niet verteld dan dat ik advocaat ben? (Lachend, en daardoor Birtt ook aan het
lachen makend)
- Britt: Ik zou wel een
zoentje van u lusten. Als je lacht zie je eruit om op te vreten.
- Johan buigt naar haar
toe en geeft haar een klein zoentje op haar mond.
- Britt; Dit smaakt naar
meer, hoor.
- Johan: Jou huis, of
het mijne?
- Britt; Je bedoelt
....??
- Johan: Wat jij maar
wilt. Nu, of vanavond. Dan kan uw schoonmoeder vast wennen aan het oppassen.
- Britt; Ik zal haar zo
even bellen.
- En Johan pakt direct
zijn mobiel om Britt te laten bellen.
- Johan: Je moet het
ijzer smeden als het heet is.
- En dus belt Britt en
vraagt of schoonmoeder vanavond wil oppassen, en ook van vrijdagmiddag tot
zondagavond.
- Ze hoort een zucht
maar oma belooft wel om Dorien onder haar hoede te nemen.
- Johan: Waar wordt het?
- Britt: Mijn huis? Dat
voelt voor nu nog gewoon iets veiliger.
- Johan: Ik ben om half
zeven bij je. En nu ga ik weer aan het werk. Tot later lieverd.
- Britt; Tot vanavond.
-
- Terug op het
commissariaat zit Tony met een lach op haar gezicht aan het bureau.
- Tony: Was ie goed?
- Britt; Puikje. Wordt
vervolgd, vanavond.
- Tony: Toe maar. Ik
wist niet dat de goesting zo groot was.
- Britt; Gelukkig wel.
- Tony: Nadine heeft aan
Raymond en Pasmans gevraagd het verhoor van die D'Hooghe over te nemen zodat
gevrijwaard bent van die vuile seksistische opmerkingen.
- Britt; Dank je Nadine.
Ik voelde me echt niet op mijn gemak bij die vent.
- Nadine; Heb je
binnenkort nog een afspraak met een psycholoog of psychiater? Misschien kun je
eens wat raad vragen hoe om te gaan met dit soort spanningen. Het zou jammer
zijn als het je werk negatief zou gaan beïnvloeden.
- Britt; Ik zal hem
straks bellen, en vragen of ik een afspraak kan krijgen op korte termijn. Ik wil
er zelf ook geen last meer van hebben.
- Tony: Britt, vind je
het goed dat ik weg ga? Ik heb toch wel wat hinder van die ribben.
- Britt; Ik wil je wel
even wegbrengen.
- Tony: Is goed.
- En moeizaam hijst ze
zich uit haar stoel en wankelt even omdat ze een lichte draaiing krijgt.
- Britt; Is het echt wel
goed met je Tony? Je ziet best wel wit in je gezicht.
- Tony: De adrenaline
heeft me nogal uitgeput. Als ik straks thuis kom kruip ik denk ik maar lekker in
bed.
- Britt; Lijkt me een
strak plan.
-
- Die week moet Tony
noodgedwongen een paar dagen verstek laten gaan en kan Britt zich haar dagen
vullen met bureauwerk, wat ze voor nu even helemaal niet erg vind.
- Al lezende door wat
oude dossiers vind ze een merkwaardige notitie, die Tony ooit eens heeft gemaakt
bij het verhoor van een getuige van een verkeersongeval.
- Ze legt het dossier
apart en zal het navragen als Tony terug komt.
-
- Britt heeft zelf een
heerlijk weekend met Johan in Parijs. Ze varen op de Seine, dineren aan de voet
van de verlichte Eiffeltoren, wandelen door Quatier Latin, en genieten van het
zonnetje op de trappen van de Sacre Coeur.
- Britt; Bedankt Johan
dat je me dit allemaal laat meemaken.
- Johan; Voor zo'n mooie
vrouw als jij, zal ik alles doen om haar maar gelukkig te maken en te zien
lachen.
- Britt; Je maakt me
verlegen.
- Johan: Dat gaat ook
wel weer over. Maar het is helaas tijd voor ons om terug te gaan. Je zult Dorien
denk ik ook nog op moeten halen?
- Britt; Ja, ik heb
beloofd om haar voor acht uur weer op te halen.
- Johan; Wil ik met je
mee gaan?
- Britt; Nee, liever nog
niet. Laat ze maar eerst wennen aan het idee dat ik weer iemand zie.
- Johan; Is dat alles?
Iemand zien?
- Britt; Natuurlijk niet
lieverd, maar voor haar is dat al bijna een doodzonde.
- Johan: Ik was al bang
dat je mij niet zag zitten.
- Britt; Ik zie je
helemaal zitten Johan, helemaal.
-
- Maandag is dan Tony
terug op het commissariaat maar Britt vind niet da ze er goed uitziet.
- Britt; Alles wel oké
Tony? Je ziet er zo droevig uit. Heb je ook nog hinder van je gekneusde ribben?
- Tony: Het gaat wel.
Een paar nachten moeilijk geslapen en dan spookt er van alles door je kop.
- Britt; Wil je erover
praten?
- Tony: Nee, nu liever
nog niet. Ik moet gewoon de boel eerst weer een beejte op een rijtje krijgen.
- Britt; Ik ben er als
je je ei kwijt wilt. En je weet dat je me ook thuis mag bellen of langs komen.
- Tony: Ja, dat weet ik.
Maar ik moet deze week weer terug naar Brussel.
- Britt; Voor die
uitslag van die tentamens?
- Tony: Weet ik niet. Ik
kreeg een brief vorige week en heb me suf geprakkiseerd wat ze daar mee
bedoelen.
- Britt; Wanneer? Wil je
dat ik weer meega?
- Tony: Nee, dat hoeft
niet. Het is maar voor twee uurtjes of zo, dan zou jij een hele dag op moet
nenem en zoveel is het echt niet waard hoor.
- Britt; Ik hoor het
wel. Zeg Tony? Vorige week vond ik een notitie van jou bij het verhoor van die
getuige van dat verkeersongeval, maar ik begreep het niet helemaal. Ik heb het
dossier nog even hier gehouden. Weet jij nog wat het betekend?
- Tony: Laat eens zien?
- En Tony leest het
aandachtig door, maar doet haar uiterste best om geen reactie te laten blijken.
- Ze kon zich nog heel
goed herinneren waarom ze die notitie had gemaakt. Die getuige had namelijk,
zonder dat hij het zelf wist, informatie gegeven over drugshandel en dat was een
zaak waar zij en Britt ook al een hele tijd hun tanden in hadden gezet, maar wat
helemaal vast was komen zitten.
- Die drugstoestanden
waren van het zware sprot; eentje waar men niet keek op een dode meer of minder,
en dan maakt het niet uit of het een kleine jongen was of een grote baas, een
domme sukkelaar die toevallig op de verkeerde plek was of een agent.
- En Tony was er bijna
zeker van dat Brit ter op dit moment nog niet echt tegen opgewassen was.
- Tony: Vaag zegt het me
iets maar ik zou niet mee weten wat. Laat het dossier nog maar even op
mijnbureau liggen en als ik het weer weet zullen we het wel zien.
- Britt; Is goed.
-
- Op woensdag vertrekt
Tony tegen elf uur naar Brussel, nadat ze eerst in de ochtend nog met Britt aan
een zaak had gewerkt. Een vermiste studente.
- Tony: Laat je die zaak
liggen tot ik terug ben Britt? Misschien kun je vandaag lekker vroeg naar huis,
lekker naar je Johan.
- Britt; Zeg, maak het
effen. Trouwens succes daar in Brussel, en bel me even als je de uitslag hebt.
-
- Maar Tony belt niet,
want ze heeft geen uitslag. Ze durft ook niet te bellen, want haar echte reden
voor het bezoek aan Brussel was van heel andere aard.
- Ze was namelijk
uitgenodigd voor een gesprek om te toetsen of ze geschikt was voor een functie
bij de Algemene Directie Operationele Ondersteuning.
- Het gesprek was best
heftig geweest, maar toch voelde het ook weel goed. Men was erg onder de indruk
van haar werk en haar resultaten, maar ook van haar studieresultaten die ze door
de jaren heen bij elkaar had vergaard. Men vond dat ze de potentie had om
hogerop te klimmen op de carrière ladder, en de dienst kon echt wel zo'n goed
gemotiveerde officier gebruiken.
- De ander week zou ze
nog weer van hun horen.
-
- Dus toen Britt
anderdaags vroeg waarom ze niet gebeld had, bekroop haar een wat naar gevoel
omdat ze zou moeten liegen tegen Britt.
- Tony: De uitslagen
waren er nog niet, maar het ging over die stage. Ze vroegen hoe ik dat aan wilde
pakken als ik ook fulltime zou werken.
- Britt; En wat ga je nu
doen dan?
- Tony: Eerst die
uitslagen afwachten. Als de resultaten heel goed zijn , dan ga ik misschien voor
de duur van de stage wel parttime werken.
- Britt; Echt? (een
beetje overdonderd)
- Tony: Zover is het nog
niet Birtt. Die zaak van gister, ligt dat dossier nog hier? Heb je al wat
gehoord van haar kotgenote?
- Britt; Nee, nog niet.
Ik heb het dossier laten liggen zoals jij aangaf.
- Tony: Zeg, jij neemt
het wel heel letterlijk , is het niet?
-
-
- Britt; Volgens mij ben
jij nog niet goed opgeknapt. Je bent best kortaf vandaag. Zit je iets dwars of
zo?
- Tony: Ach, laat maar
Britt. Sorry dat ik zo doe. Ik zal opletten wat ik zeg.
- Britt: ik... Ik ga
even naar toilet...
- Britt haast zich weg,
sluit zich op in een wc-hokje en zakt dan huilend op de grond neer...
- Britt(denkend): Waarom
doet ze nou zo. (terwijl de tranen over haar wangen lopen)
-
- In het teamlokaal :
- Nadine:
Waar is Britt?
- Tony:
Toilet. (kortaf)
- Nadine kijkt Tony even
fronsend aan, maar gaat dan Britt zoeken.
-
- Nadine: Britt?
(vriendelijk)
- Geen antwoord.
- Nadine: Britt?! (iets
harder)
- Weer geen antwoord.
- Nadine: Michiels, doe
die deur open! (roepend)
- Hierdoor schrikt
Britt, springt recht, doet de deur open en kijkt Vanbruane recht in haar gezicht
aan.
- Snel wendt ze haar
gezicht af en speelt zenuwachtig met haar handen... Bijna gaat ze
hyperventileren. Ze heeft een heel betraand gezicht...
- Nadine: Hé Britt, wat
scheelt er?
- Britt: Niks (zacht).
- Nadine: Je mag het
gerust vertellen hoor (vriendelijk).
- Britt: Tony doet zo
vreemd, zo kortaf. Ik heb gevraagd wat er was maar ze zei dat er niets was.
- Nadine: Haar periode
misschien?
- Britt: Dan doet ze
anders ook niet zo. Ze zei dat ze naar Brussel moest voor die tentamen toestand,
maar de uitslag was er nog niet. Ze zei dat ze misschien parttime moet gaan
werken als ze die stages gaat doen.
- Nadine: En nu ben jij
bang dat ze je hier achter laat?
- Britt: Misschien wel.
We hebben samen zoveel doorgemaakt, ik ben helemaal op haar gaan vertrouwen.
- Nadine; Denk je dat ze
weg zal gaan?
- Britt; Ik weet het
niet. Ze zegt dat ze het naar de zin heeft hier, maar soms denk ik dat het haar
toch niet lekker zit. En bovendien is ze met die studies bezig, en dat doe je
toch echt niet alleen om een beetje je tijd te vullen. Ik bedoel, het zijn hele
zware studies. Daar wil je toch wat mee doen als je klaar bent?
- Nadine: Wil ik eens
bij haar vragen?
- Britt; Nee, laat maar.
Ik hoop dat ze zelf zegt als er wat is.
- Nadine; Gaat het dan
weer? Kom je teug in het lokaal?
- Britt: Even een beetje
opfrissen, ik kom er zo aan.
-
- Een paar minuten later
loopt ze terug naar het lokaal en neemt een beker koffie voor zichzelf en een
kop thee voor Tony mee.
- Britt; Alsjeblieft,
jij lust toch wel een kop thee nu?
- Tony: Dank je Britt.
Sorry voor net.
- Britt; Is goed Tony.
Zullen we straks eens bij dat studentenkot langsgaan? Horen of haar kotgenoten
iets is opgevallen?
- Tony: Is goed.
- En met de kop thee in
haar hand en een dossier onder haar arm loopt ze weer weg, en gaat in een lege
verhoorkamer zitten.
- Nu snapt Britt er
helemaal niets meer van. Er spookt van alles door haar hoofd, maar haar
verbolgenheid en boosheid voeren de boventoon.
- Ze zit nog even bij
haar bureau, maar houd dat niet lang vol. Dan stampt ze woest naar het verhoor
waar Tony zit en eist van haar dat ze uitleg geeft waarom ze zo afstandelijk
doet.
- Tony: Ik doe niet
afstandelijk. Ik ben gewoon even dit dossier aan het lezen.
- Britt; Dat kun je toch
ook aan je bureau?
- Tony: Nee, want daar
wordt ik steeds gestoord, net als nu trouwens. (ook een beetje boos)
- Britt:
Goddomme Tony. Wij zijn partners, ik
moet weten als er iets mis is met jou. Ik moet van je op aan kunnen als wij
straks de straat op gaan.
- Tony buigt dieper over
het dossier en probeert Britt te negeren maar die gaat zo tekeer dat dat dus
niet lukt.
- Britt: Tony, je maakt
me hartstikke kwaad. Praat eens tegen mij.
- Tony: (nu echt heel
kwaad) Donder toch alsjeblieft op en LAAT ME MET RUST !!!
- Britt is helemaal uit
het lood geslagen en rent huilend naar haar desk en grijpt haar jas en tas en
vertrekt zonder nog iets te zeggen naar huis, waar ze huilend op de bank ploft
en zo lang huilt tot ze in slaap valt.
-
- Nadine had de
scheldkanonnade wel gehoord en loopt nu ook naar het verhoor waar Tony diep zit
te zuchten en angstvallig probeert haar tranen binnen te houden.
- Ze wilde helemaal geen
ruzie met Brit, maar ze vond het zo moeilijk om Britt te vertellen waar ze mee
bezig was. Heel onvolwassen, maar ergens in haar achterhoofd speelde de
gedachte, dat als ze ruzie had met Britt, het niet zo moeilijk zou zijn om haar
baan hier op te geven en in Brussel opnieuw te beginnen.
- Nadine: Tony wat is
hier aan de hand? Jij ruzie met Britt?? Dat had ik nou nooit verwacht. En Britt
ziet nog wel zo tegen je op.
- Tony: Ze moet meer op
zichzelf gaan vertrouwen, ik ben haar oppas niet (nog steeds boos klinkend)
- Nadine; Volgens mij is
er bij jou ook iets helemaal niet in orde. Wil je er over praten?
- Tony: Zie je niet dat
ik aan het werk ben?
- Nadine; Dat werk ligt
er al langer en zal heus vanzelf niet weglopen. Mee naar het bureau jij, en daar
ga je me vertellen wat er zo aan je vreet.
- Tony: Mooi niet. Dat
is privé en dat wil ik zo houden.
- Nadine; Zou je je privé-problemen
dan ook thuis willen laten, en niet hier de boel komen verstieren (nu ook
streng)
- Tony:Ik ga naar huis.
Heb weer last van mijn ribben. Bij deze meld ik me ziek. Goedendag.
-
-
- Nadine handgebaart dat
Tony mag vertrekken.
- Dan besluit ze Britt
te bellen...
-
- Britt: Michiels.
(zacht/moe)
- Nadine: Dag Britt, wat
klink je vermoeid.
- Britt: Ja, dat ben ik
ook. Dat gedoe met Tony zuigt energie van mij. Heeft ze je verteld wat er met
haar aan de hand was?
- Nadine: Nee. Ze zei
dat ze weer last van haar ribben had en ze is weer naar huis gegaan.
- Britt: Ik ga vandaag
maar eens vroeg naar bed, en als het een beetje gaat ben ik morgen gewoon terug.
Goedendag.
- Nadine; Dag Britt, en
slaap lekker.
-
- Maar Britt kan
helemaal niet slapen. In haar gedachten is ze maar steeds bezig met Tony.
- Ze besluit om haar te
bellen en te vragen wat er is. Maar Tony neemt de telefoon niet op.
- Dan gaat ze er maar
langs, want ze wil dit gewoon de wereld uit hebben.
- Tony ligt op de bank
met rode ogen. Ook zij heeft heel erg gehuild.
- Britt; Wat is er dan
Tony? Ik snap er niets van. Wij hebben samen al zo veel meegemaakt en ineens doe
je of ik een vreemde voor je ben.
- Tony: Ik voel me niet
goed . Oké?
- Britt: Nee dat is niet
oké. Tony, als wij moeten samenwerken vind ik het heel belangrijk dat ik weet
als er iets met je is. Zeg het me gewoon. Dat zal je opluchten.
- Tony:
Britt, alsjeblieft. Ik voel me niet
goed. Veel last van mijn ribben en een barstende koppijn. Laat me gewoon met
rust en ik hoop dat het met een paar dagen weer over is.
- Britt: Sorry, dat ik
vanmiddag zo tegen je uitviel, maar ik had het niet meer. Ik was doodsbang dat
je weg zou gaan uit ons team.
- Deze opmerking treft
Tony alsof ze op een landmijn is gestapt en ze moet erg haar best doen om haar
reactie voor Britt te verbergen.
- Nadat Brit weer
vertrokken is ligt Tony weer een potje te janken. Ze voelt haar keuze als het
zwaard van Damocles boven haar hoofd hangen.
- Al die tijd en energie
die ze in al haar studies had gestopt leverden nu eindelijk hun waarde op. Een
baan bij de Algemene Directie, dat is toch een droombaan? Eigenlijk zou ze die
baan wel willen hebben. De gesprekken waren heel positief en het feit dat men
aan HAAR gevraagd had om er te komen werken sprak echt wel voor zich.
- Maar ze kon niet
kiezen. De baan bij de Flikken had ook vaak hele leuke kanten. Behalve dan de
laatste paar maanden, toen ze nogal wat moeilijke situaties hadden doorgemaakt.
En dan dat met Britt. Daar kon ze nog steeds niet goed mee uit de voeten. En de
druppel was twee weken geleden geweest toen er recht op haar geschoten was. Die
ribben gekneusde ribben waren maar bijzaak, maar de angst die ze had gevoeld
viel met geen pen te beschrijven.
- Maar hoe zou ze dat
aan Britt duidelijk moeten maken? Ze wist het niet en daar werd ze ziek van.
Koppijn, misselijk en heel slecht slapen.
-
- Britt had die avond
ook moeite om in slaap te komen, maar toen ze eenmaal sliep had ze zulke nare
dromen dat ze 's morgens hondsmoe opstond. Ze had donkere kringen om haar ogen
en voelde zich alles behalve fit.
- Nadine had dat in een
oogopslag door en hield het daarom vandaag een beetje rustig voor Britt. Die
ploeterde zich door wat achterstallige PV's en werd door Nadine om drie uur naar
huis gestuurd.
- Enkele dagen ging het
zo door.
- De dinsdag daarop kwam
Tony weer terug op het commissariaat. Iedereen viel het op dat er wat met haar
was, maar na de ruzie die zij en Britt de week ervoor hadden gehad durfde
niemand te vragen wat er aan de hand was.
- Ook Britt keek eerst
een beetje de kat uit de boom.
- Tony: Die studente, is
daar al wat van bekend?
- Britt; Dat hebben
Raymond en Pasmans verder vervolgd, en het meisje is in Frankrijk terug
gevonden. Had een vriendje en dat mocht niet van haar ouders. Jeugdige
ongehoorzaamheid, zullen we het maar noemen.
- Tony: Is er nog iets
waar voor we de straat op moeten?
- Britt; Nog niet, maar
ik denk dat Nadine ons wel informeert als er wat is.
-
- Rond drie uur krijgen
ze een opdracht, en weer zit Tony heel erg stil en gesloten naast Britt in de
wagen.
- Britt; Ik begin me nu
echt zorgen om u te maken Tony.
- Tony: Hoeft echt niet
Britt. Ik ben gewoon beroerder te pas gekomen dan ik aanvankelijk gedacht had.
- En zo kissebissen ze
nog een poosje door.
- Op de terugweg heeft
Tony het echter wel gehad met Britt haar bemoeienissen en weer beginnen ze te
ruziën en al tierend vliegt Tony op het commissariaat de trap op.
- Binnen in het lokaal
barst voor Britt echter de bom. Ze kan zich niet meer inhouden en wordt
vreselijk boos op Tony, die echter ook heel kwaad is (of eigenlijk heel kwaad
doet).
- Ze schelden en tieren
tegen elkaar en er vliegen heel wat nare opmerkingen en verwensingen over en
weer.
- Nadine: En nu allebei
koppen dicht,. Dit lijkt nergens op . Zijn jullie volwassen? Gedragen
professionele mensen zich zo op hun werk? Meekomen ! Allebei. Hup, naar verhoor
twee.
- Beiden gaan met een
kwaaie kop naar binnen en spreken niet meer.
- Nadine moet er echt
aan trekken om te horen wat er is. Britt kan helemaal niet tegen ruzies en dist
haar deel al vlot aan Nadne op, maar Tony was zo'n beetje met ruzies groot
geworden en wist precies wanneer je wel of niet wat moest zeggen.
- Nadine: Tony, wat
mankeert jou?
- Tony: Heb ik al
gezegd. Last van dat schietongeval.
- Nadine; Psychisch?
- Tony: (nu heel kwaad
op Nadine) Hoe haal je het in je hoofd om dat te suggereren? Je bent niet goed
wijs. Ik eis een excuus.
- Nadine; Als jij me een
goede reden geeft waarom je zo doet wil ik overdenken of ik je mijn excuses
aanbied.
- Tony: Ik heb je mijn
reden gezegd. En als dat niet voldoende voor je is heb JIJ een probleem, ik
niet.
- Britt; Tony, we zijn
bezorgd om je.
- Ze ziet dat Tony wit
wegtrekt in haar gezicht. Maar niet in flauwte maar van woede. Britt wil op haar
toestappen en een bezorgde arm om haar vriendin slaan maar nu slaan bij Tony de
stoppen door en ze geeft Britt zo'n harde duw dat die achterover valt en met
haar hoofd tegen de tafel klapt. Dan gooit ze de deur open, rent naar haar desk
en pakt al haar persoonlijke spullen eruit en vliegt weg, naar buiten, het team
in verbazing achterlatend.
-
- Nadine heeft zich over
Britt gebogen die nog wat daas op de grond zit.
- Nadine: Die heeft het
echt niet goed zitten, maar hier komt ze niet mee weg. Dat wordt op zijn minst
een schorsing.
- Britt; Maar dat hoeft
toch niet? Zo erg is het niet hoor.
- Nadine; Pure
subinordinatie? Niet erg? Reken maar van yes. Gaat het een beetje Britt? Kom, we
nemen een koffie en breien er dan voor vandaag een einde aan.
- Britt knikt gedwee
ja...
- Zonder nog een woord
te zeggen drinkt ze haar koffie, terwijl Vanbruane wel voor 3 praat.
-
- Britt: Ik ga naar
huis, goed?
- Nadine: Moet ik je
brengen? (bezorgd)
- Britt: Nee... Nee...
Het gaat wel... (in trance)
-
- Britt stapt het
commissariaat uit, gaat in haar auto zitten, maar in plaats van te vertrekken
blijft ze verdwaasd zitten, en verkeert helemaal in trance.
-
- Nadine, die zich
ongerust maakt, belt Johan op, die naar het commissariaat rijdt, en Britt in
haar auto ziet zitten...
-
- Johan: Britt?
(vriendelijk)
- Britt: Meneer Van
Lancker? (verdwaasd)
-
- Johan schrikt omdat
Britt opeens zo afstandelijk doet...
- Nadine komt ook het
commissariaat uitsnellen, net als de rest van het team...
-
- Nadine: Britt, çava?
(ongerust)
- Britt: Ja... (volledig
in trance)
- Johan: Ze doet heel
afstandelijk, Nadine... (bezorgd om Britt)
- Voorzichtig helpt
Johan haar uit te stappen, maar als Britt naast de wagen staat klapt ze plots in
elkaar. Ze reageert niet meer op aanspreken en aanraken.
- Johan raakt in paniek
en zit op zijn knieën naast Britt en blijft maar tegen haar praten en haar
handen strelen.
- Nadine belt vlug een
ambulance en die neemt haar snel mee naar het ziekenhuis, waar Johan zenuwachtig
en onzeker zit te wachten op wat de artsen hem zullen vertellen over de toestand
van Britt.
- Na ruim anderhalf uur
komt de arts bij hem.
- Arts: We weten het
niet, meneer van Lancker. Echt, ze vertoont diverse beelden maar we krijgen het
niet duidelijk. We nemen haar op ter observatie en zullen haar goed in de gaten
gaan houden.
- Johan: Maar wat heeft
ze dan?
- Arts: Het kan het hart
zijn, maar ze vertoont ook het beeld van iemand die een hersenbloeding heeft
gehad.
- Johan: Niet weer !!
- Arts: Hoezo "niet
weer" ?
- Johan: Ze is net
volledig hersteld van een heleboel narigheid. Ze is heel depressief geweest als
gevolg van een zwaar ongeval wat ze heeft gehad.
- Arts: Had ze daarbij
hersenletsel opgelopen?
- Johan: Ja.
- Arts: Dan gaan we
morgen uitgebreid hersenfunctie onderzoek doen. Ik stel voor dat ze nu blijft
rusten en dat u naar huis gaat.
- Johan: Mag ik haar
heel even zien?
- Arts: U kunt haar kort
gaan zien.
- Johan krijgt de tranen
in zijn ogen als hij Britt weer in het ziekenhuisbed ziet liggen; bleke toet,
zuurstofmaskertje voor, infuus in, katheterzak naast het bed.
- Het doet hem pijn. Hij
buigt naar haar toe en geeft haar zachtjes een zoentje en vertrekt dan weer naar
huis.
- Als hij buiten loopt
komt Nadine er ook net aan.
- Nadine: Hoe is ze
Johan?
- Johan: Ze weten het
niet. Ze vertoont tekenen van een hersenbloeding maar ook haar hart zou niet in
orde zijn. Wat is er in vredesnaam gebeurt dat ze weer zo is?
- Nadine: Kom even mee
naar binnen, dat praat wat rustiger.
- In de cafetaria nemen
ze een kop koffie en Johan vraagt nogmaals wat er is voorgevallen.
- Nadine: Tony was
helemaal niet te genieten vandaag. Zij en Britt hebben een behoorlijke
woordenwisseling gehad. Britt kon daar niet tegen en wilde het gaga weer goed
maken. Toen heeft Tony haar een duw gegeven en is weggelopen. Britt zei dat het
wel meeviel. We hebben even wat gedronken . Ze leek wat afwezig, maar ik dacht
dat ze aan de situatie met Tony dacht. Had ik maar erop aangedrongen dat ze even
naar een dokter was gegaan, dan had....
- Johan: Dat kun jij
toch ook niet Sana de buitenkant zien. Maar wat mankeerde er dan met Tony? Britt
en zij zijn ja hartsvriendinnen. Hoe kunnen die nou ruzie maken?
- Nadine: Tony is sinds
een week of twee nogal snel aangebrand. Ik heb het haar gevraagd maar ik krijg
ook een grote mond van haar. Ik zal haar oproepen voor een gesprek en eis dan
fatsoenlijk uitleg van haar. Ik kan het toch niet hebben dat mijn teams niet
kunnen samenwerken?
- Johan: Ik vind het zo
erg voor Britt. Weer allemaal sores om zich heen, en ze was zo blij dat het weer
een beetje beter ging.
- Nadine: Ik zag het aan
haar. Ze was echt heel goed bezig. Sorry Johan, dat je dit nu weer moet
meemaken.
-
- Onderwijl is Tony op
haar boot bezig met een brief schrijven.
- Ze begint wel zes keer
opnieuw. Ze heeft duidelijk zelf ook hinder van haar boosheid.
- Ruzie met Britt was
wel het allerlaatste wat ze wilde en kijk nu eens hoe ze het verknalt had.
- Eindelijk gelukt het
haar om een kort briefje te schrijven voor Nadine.
- Daarin verzoekt ze om
het dienstverband bij het team van politie Gent, bureau Belfortstraat, te beëindigend
en een transfer mogelijk te maken naar de Algemene Directie Operationele
Ondersteuning in Brussel.
- Als ze gedaan heeft
met schrijven pakt ze een paar tassen en boeken in en sluit dan de boot af.
"Weg hier" denkt ze. Hier kan ze zich niet meer vertonen na wat ze
haar beste vriendin en collega heeft aangedaan. Ze schaamt zich rot maar weet
niet hoe ara mee om te gaan.
- Het is inmiddels bij
half tien in de avond als ze naar de Belfortstraat rijdt en daar op het
commissariaat de brief voor Nadine afgeeft. Dat rijdt ze door naar Brussel waar
ze voor de eerste paar nachten een hotel heeft genomen. Hopelijk wil men voor
haar bemiddelen bij het zoeken naar een andere woonruimte. En als dat niet lukt
dan zal ze iets verder buiten Brussel gaan zitten.
-
-
-
-
- De andere dag krijgt
Nadine de brief op haar bureau en snapt ineens wat er allemaal gespeeld heeft
tussen Britt en Tony.
- Ze begrijpt hele goed
dat Tony , met al haar studies, eens wat anders wil proberen, maar ze snapt niet
waarom ze Britt daar niet over heeft geïnformeerd.
- Haar studie
psychologie, maar vooral haar omgang met de meest vreemde of moeilijke situaties
had bij Nadine het beeld opgeroepen van een sociaal zeer bekwame Tony, maar nu
het dichter bij kwam liet ze kompleet verstek gaan.
- Nadine probeert nog of
ze Tony op haar mobiel kan bereiken maar die blijkt niet meer te werken.
- Dan maar bellen naar
Brussel, maar ook daar krijgt ze Tony niet te pakken, want ze zal pas de
volgende weke haar werk aanvangen.
- Nu wordt Nadine ook
wat chagrijnig en heeft bijna de neiging om dit op haar team af te reageren.
- Raymond had al gezien
dat er iets niet pluis was met Nadine en komt met twee bekers koffie haar
kantoortje pinnen.
- Raymond: Koffie baas?|
- Nadine; Dank je
Raymond. Sluit de deur maar even en ga even zitten.
- Raymond: Waarover
wilde je me spreken?
- Nadine: Heb ik gezegd
dat ik je wilde spreken?
- Raymond: Nee, maar uw
houding verraad dat wel.
- Nadine: Tony is weg
bij ons.
- Raymond: WAT??
- Nadine; Ze heeft per
direct ontslag genomen en gaat in Brussel werken bij de Algemene Directie. Goeie
carrière move, maar oh zo vervelend wat ze heeft achtergelaten.
- Raymond: Hoe bedoel
je?
- Nadine: Heb je
gisteren nog meegekregen dat ze ambras maakte met Britt? Nou, die ligt nu weer
in het ziekenhuis. Ze heeft een duw gehad van Tony. Het leek wel mee te vallen,
maar toen ze wegging en in haar auto stapte zat ze heel vreemd en starend voor
zich uit te kijken. Ik heb Johan gebeld en toen die kwam en haar uit de auto
hielp klapte ze in elkaar. Ze weten niet wat het is. Met het hart, of misschien
de hersenen? Het leek niet goed.
- Raymond: Verdorie,
weeral.
- Nadine: Zou jij straks
eens op het ziekenhuis langs willen gaan en zien hoe ze er aan toe is vanmorgen?
Zeg nog maar niets van Tony's vertrek. Ik denk dat ze er niets van weet.
- Raymond: Hoe heef Tony
dat kunnen doen? Die is ja zo goed met mensen.
- Nadine: Ik denk dat ze
het niet durfde te vertellen aan Britt. En als je dan ruzie gaat maken is het
vertrek meestal niet meer zo moeilijk.
- Raymond: Dat had ik
nooit achter Tony gezocht.
- Nadine: Ik ook niet.
- Raymond: Weet je
Nadine? Ik denk dat het wel overwaait. Die komt echt wel weer terug. Het zal
misschien even duren, maar die komt weer. Daar wed ik een fles whisky op.
- Nadine: Laten we het
hopen. Voor Britt en voor het team. We hebben haar echt nodig. Misschien dat ik
haar hier meer uitdaging moet geven in het werk.
-
-
- In het ziekenhuis is
Britt net terug van een hele resem aan onderzoeken en ze is bekaf.
- Vermoeid hangt ze
onderuitgezakt in bed en reageert hele flauwtjes op Raymond. Raymond: Dag Britt,
hoe is het nu met je?
- Britt; Ik voel me zo
ziek Raymond. Heb je al wat van Tony gehoord? Ik dacht dat ze nog wel zou komen,
maar ik hen haar nog niet gezien.
- Raymond: Ik ook niet,
sorry. Weten de dokters al wat er is met u?
- Britt; Nee. Gisteren
dachten ze een hartinfarct, maar dat kan toch niet? Ik ben nog maar net 32, dan
krijg je toch geen hartinfarct. En toen ze het niet wisten zeiden ze dat het
misschien een hersenbloeding was. Maar dat kan toch ook niet?
- Raymond: Dus ze weten
nog niets zeker?
- Britt: Nee, maar ik
weet zeker dat Johan zich weer heel veel zorgen maakt. Zou hij nog komen denk
je?|
- Raymond: Ja, die gaat
wel komen. Die kan niet zonder u.
- Britt: Raymond, ik
maak me echt zorgen om Tony.
- Raymond,: Niet doen
Britt. Zorg maar dat je snel beter wordt dan kun je weer bij ons komen.
- En daarna valt Britt
vermoeid in slaap en vertrekt Raymond weer naar het commissariaat.
-
- Nadinen moet nu zien
dat ze twee inspecteurs vervangen krijgt: Britt in het ziekenhuis met onbekende
problemen en Tony, min of meer met de noorderzon vertrokken, want wat Nadine ook
heeft geprobeerd: Ze krijgt Tony niet te pakken.
- Ten lange leste laat
ze het dringende verzoek achter bij de Algemene Directie dat Tony zo spoedig
mogelijk contact moet opnemen met het commissariaat in Gent.
- En dan begint het
wachten. En wachten duur daltijd lang.
- Gelukkig krijgt ze
goede vervanging :Merel, de zus van Ben, nu inmiddels ook afgestudeerd van de
politieschool en met inmiddels twee jaar werkervaring op andere bureaus en
diensten, en Sofie Beekman, iemand van de federale die eerder al eens op
leenbasis voor Nadine had gewerkt.
- Gelukkig kunnen die
het heel goed met elkaar vinden.
-
- Die vrijdag mag Britt
het ziekenhuis verlaten. De artsen hebben niets kunnen vinden wat haar klachten
heeft veroorzaakt. Ze mag dan nog wel niet werken, maar omdat ze nog steeds
niets van Tony heeft gehoord vind ze dat ook niet erg. Ze heeft behoefte aan
rust en wil heel graag gewoon een paar dagen bij de deur zijn. Bovendien moet ze
volgende week opnieuw voor onderzoeken naar het ziekenhuis.
- Na anderhalve week is
bekend dat er sprake is geweest van een vasovagale collaps. Zeg maar: een
behoorlijke flauwte, opgeroepen door heftige emoties. Britt schrikt daar erg
van. Ze had niet verwacht dat een ruzie met Tony zulke uitwerking op haar kon
hebben.
- Johan is dat weekend
veel bij haar.
- Simon en Dorien kunnen
het heel goed met elkaar vinden, en Britt laat zich heerlijk verwennen door
Johan en de kinderen.
- Dorien: Mama, ik zou
willen dat je nooit meer hoefde te werken, dat je altijd thuis was las ik uit
school kom. En dat je net zo lekker kunt leren koken als Johan.
- Britt; Zeg, jij bent
toch nooit iets te kort gekomen met het eten?
- Dorien: Nee, maar
Johan kookt gewoon veel lekkerder dan jij.
- Johan: Na moet ze nog
maar wat langer thuisblijven, dan kan ik haar dat wel leren.
- Simon: Wil jij mijn
nieuwe mama woorden Britt?
- Britt; Jeetje, Simon,
daar overval je me nogal mee.
- Simon: Sorry.
- Johan: Is goed jongen.
We hebben het er nog wel over. Zijn jullie gedaan met je huiswerk voor maandag?
- Dorien: Nee, we moeten
nog geschiedenis en daar is mama heel goed in. Misschien dat die ons kan helpen?
- Britt; Heb je al
geleerd dan? Anders heeft het gene zin als ik ga overhoren.
- Simon: We gaan nu
leren en dan kun je ons straks overhoren.
- Terwijl de kinderen
boven zijn kruipt Joahn lekker bij Britt op de bank en gaan ze heerlijk liggen
knuffelen.
- Johan: Lijkt je dat
niet wat Britt?
- Britt; Wat?
- Johan: Zo, lekker
samen op de bank. Gewoon, wanner we er zin in hebben en niet alleen als ik bij
je op bezoek kom.
- Britt: Je bedoelt
....?
- Johan: Als we toch zo
gek op elkaar zijn en we zijn hier zo vaak, misschien kunnen we met de tijd
denken over samen gaan wonen.
- Britt: Johan, ik weet
nog niet. Ik ben heel gek op je. Je bent lief, en zorgzaam, en Dorien mag je ook
graag, maar ik weet niet of ik er aan toe ben. Ik maak me nog steeds zoveel
zorgen om van alles en nog wat. Ik ben gewoon een grote piekeraar.
- Johan: Zit je ook nu
weer te piekeren dan?
- Britt; Ik pieker de
laatste tijd weer steeds meer.
- Johan: Niet doen lief.
Daar gaat zovele tijd mee verloren.
- Britt; Ik weet ook
niet wat het is, maar ik voel me weer wat afglijden. Ik ben bang dat ik weer
depressief ga worden.
- Johan: Wil je dan
maandag niet beter die psycholoog of die psychiater bellen? Dan kun je met hem
praten over wat er steeds zo aan je vreet?
- Britt: Ik weet wel wat
er aan me vreet. Tony, en mijn werk, en Dorien, en jij , en onze relatie, en
eigenlijk alles. Zo gauw ik wakker wordt begint het alweer, en het gaat heel de
dag door. Dan ben ik 's avonds zo vermoeid dat ik bijna niet kan slapen, en de
volgende dag begint het weer van voor af aan.
- Johan: Britt, je maakt
me angstig. Ik durf u niet goed allee te laten als je het zo beleefd.
- Britt; Acht, laat
maar.
- En daarmee beëindigt
ze het gesprek en charta naar boven om te zien of de kinderen zover zijn dat ze
overhoord kunnen worden.Johan ziet Sana haar duidelijk ene toename van haar
depressieve klachten: lusteloosheid, somberheid, vertraagd handelen en reageren,
interesse verlies, verminderde eetlust en een gestoorde nachtrust.
- Hij besluit dan maar
om volgende week met Britt mee te Ghana naar de dokter en haar een beetje over
de drempel te helpen.
-
-
- Eindelijk als Tony die
maandag in Brussel begint ziet ze het briefje met het dringende verzoek om ara
Nadine te bellen.
- Omdat ze nog nieuw is,
wil ze het zo kort en zakelijk mogelijk doen.
- Nadine neemt daar
achter geen genoegen mee.
- Nadine; Tony: jij en
ik hebben nog het een en ander uit te praten. Ik gun je heus je carrièresprong
wel, maar zoals je bent weggegaan, daar heb ik toch wel mijn vragen over.
- Tony:
Sorry Nadine. Ik kan er niet verder
op doorgaan. Ik hepen je een brief geschreven en dat is het. Ik moet nu weer aan
het werk. Goedendag.
- En ze hangt weer op.
- Nadine is verbaasd en
boos tegelijk. Dus belt ze direct weer naar Brussel.
- Nadine: Tony, ik wil
je deze week spreken. Ik kom desnoods naar Brussel, maar we moeten elkaar zien.
Waar spreken we af?
- Tony: Als het zo nodig
moet: donderdag om half zeven in het stationsrestaurant, Brussel Noord.
- Nadine; Dank je Tony,
dat je dat wilt doen.
- Tony: Ik dacht dat ik
weinig te willen had. Je zet me het mes op de keel.
-
- Maar die donderdag
moet ze verstek laten gaan omdat ze met het team van de algemene directie een
scholingsdag heeft, zowel theorie als praktijk , en alles loopt nogal uit.
- Wel heeft ze nog het
fatsoen om Nadine daarover te berichten, maar die is al onderweg naar Brussel.
- Nadine; Dan wacht ik
we op je. Je zult toch een keer naar huis moeten?
- Tony: Ik weet echt
niet hoelang het gaat duren.
- Nadine: Ik wacht wel.
Tot later Tony, en succes met je studiedag.
-
- Eindelijk om half elf
die avond komt Tony het restaurant binnen. Ze ziet er moe uit en heeft eigenlijk
niet zoveel zin meer om met Nadine te praten.
- Ze verwacht een
uitbrander over hoe ze tegen Britt gedaan heeft. Dat zit haar zelf ook nog
steeds niet lekker.Al drie avonden is ze bezig om ook ene brief te schrijven
naar Britt, maar ze had niet voorzien dat dat zo moeilijk zou zijn.
- Nadine: Tony, waar ben
je nou mee bezig? Je was zo goed op weg. Je deed je werk fantastisch, je bent
een rots in de branding geweest voor Britt en dan ineens zoiets. Ik kan er niet
bij. Wat is er met je aan de hand?
- Tony: Ik maak gebruik
van mijn diploma's, en ik kon deze baan krijgen. Die kans doet zich maar heel
zelden voor en ik wilde hem niet laten lopen.
- Nadine; En Britt dan?
- Tony: Wat is er met
Britt?
- Nadine; Die heb je zo
laten staan Tony. Britt heeft je nodig. Jij hebt haar heel goed opgevangen en
fantastisch begeleid, maar zo ineens weg gaan? Ik kan er met de kop niet bij.
- Dan ziet Nadine iets
wat op tranen lijkt bij Tony in haar ooghoeken verschijnen.
- Tony: Sorry, momentje,
ik moet even naar het toilet.
- En aldaar jankt ze
even een potje. Geen uitbrander maar vele moeilijker: Ze werd geconfronteerd met
haar eigen vluchtgedrag en daar baalt ze stevig van.
- Na ene poosje heeft ze
zich hervonden en wast haar gezicht af met koud water en gaat dan weer naar
Nadine.
- Tony: Je zei ook weer?
- Nadine; Dat weet je
heel goed Tony. Heb je er met Britt over gesproken dat je weg zou gaan?
- Tony: Ik kon het niet
Nadine. Niet tegen Britt.
- Nadine: En dan ga je
lekker ruzie maken zodat je geen afscheid hoeft te nemen? Klinkt niet zo
volwassen. Van jou, en met jouw opleiding had ik eigenlijk wel wat anders
verwacht.
- Tony: Ik zal haar een
brief schrijven en de situatie uitleggen. Maar als je me wilt verontschuldigen,
ik heb een zware week achter de rug en moet er morgen weer hele vroeg bij zijn.
- Nadinen: Bedankt dat
je even de tijd hebt genomen om met me te praten. En mocht je je toch bedenken:
je bent direct weer welkom in je team.
- Tony: Nee, Nadine.
Niet na hoe ik me vorige week heb gedragen. Ik heb het voor mezelf onmogelijk
gemaakt om ooit nog bij jullie terug te komen. Als het hier niet lukt moet ik
maar wat anders zoeken, maar terug? Ze zien me komen. Ze pakken me bij kop en
kont en mieteren me gelijke de Leie in. Nee, daar bedank ik voor.
- Nadine: En toch staat
de uitnodiging Tony. Het is goed dat je eens in een andere keuken gaat kijken,
proef ervan en maak dan een weloverwogen keuze. Succes ermee.
-
- Nu gaat Tony helemaal
in de war naar haar nieuwe huisje. Ze had een ongelooflijke uitbrander verwacht
en in plaats daarvan was Nadine heel bezorgd geweest om haar en had zelfs de
mogelijkheid geboden om terug te keren als ze dat zou willen.
- Die nacht slaapt ze
bijna niet. Het begint meer en meer aan haar te vreten hoe ze Britt behandeld
heeft. Ze walgt van zichzelf en voelt zich ziek worden.
- De andere dag op het
kantoor heeft ze moeite om bij de les te blijven. Het is hier de harde kern.
Hier worden grote beslissingen getroffen en komt menselijkheid echt niet op de
eerste, de tweed of de derde plaats. Nee, hier worden spijkers met koppen
geslagen, en als je niet lekker in je vel zit, doe je dat thuis maar.
- Om niet geheel het
politieveld te ontgroeien heeft Tony zelf geregeld dat ze elke week, voor de
eerste twee maanden, meedraait met een team uit Brussel.
- Zo houd ze feeling met
het werkveld, en leert de stad en zijn inwoners ook beter kennen.
-
- Ofschoon het boeiend
en afwisselend werk is gaat Tony er steeds meer moeite mee krijgen.
- Ze begint nog slechter
te slapen, heeft weinig eetlust en al helemaal geen zin meer om na urne nog eens
gezellig met collega's de stad in te gaan.
- In haar nieuwe huis
begint ze langzaam aan te verpieteren. En de brief naar Britt was nog steeds
niet klaar
- Na drie weken is ze
het zo spuugzat, dat ze er ziek van is. Heel het weekend houd ze bed. Ze eet
niet, drinkt nauwelijks en kotst alles aan elkaar. Met de moed der wanhoop zet
ze zich weer achter haar laptop en begint aan ara brief naar Britt.
-
-
-
- Lieve Britt,
-
- Ik mis je zo
ontzettend erg. Waarom heb ik je in godsnaam verzwegen dat ik weg zou gaan bij
jou?.
- Het spijt me dat ik
het op deze manier heb gedaan, maar ik durfde je niet onder ogen te komen. Ik
besef mee ten volste dat ik je heb bedrogen en kijk dan ook niet vreemd op als
je heel kwaad zou zijn op mij. Je hebt gelijk dat ik onze vriendschap heb
misbruik, maar ik kon niet anders. Ik zat er volledig door. En omdat jij zo
dierbaar bent voor mij kon ik je niet vertellen dat ik zou weggaan bij het
corps.
- Sorry Britt.
- Ofwel ik weet dat ik
op deze manier geen vriendschap waard ben, hoop ik dat je deze brief wilt
ontvangen en lezen. Ik wens je alle goeds voor je toekomst en hoop dat je hele
gelukkig zult worden met Johan.
-
- Met vriendelijke
groet, je vroegere partner en vriendin Tony.
-
-
- Als ze de brief
invouwd stromen haar tranen over het papier en laten sommige letters vervloeien.
Omdat het al zovele moeite heeft gekost om dit op papier te krijgen begint ze
maar niet weer opnieuw.
- In de donkere koude en
eenzame Brusselse nacht loopt ze twijfelend over straat op zoek naar ene
brievenbus, om de moeilijkste brief van haar leven te posten.
- Nadat ze gedaan heeft
slentert ze verder en komt aan bij een nachtcafé en gaat binnen om een paar
stevige whisky's achter haar kiezen te slaan.
- Ze voelt zich een
slecht mens en walgt van zichzelf.
- Ziek, moe en
misselijk, maar vooral kwaad op zichzelf gaat ze weer naar huis.
- De andere morgen
overslaapt ze zich en komt met een vreselijke kater aan op het werk. Er is heel
wat koffie nodig om de dag onder ogen te komen.
- Langzaam breekt bij
Tony de harde buitenkant. Ze kan het niet volhouden in Brussel maar haar
schaamte is te groot om terug te keren naar Gent.
- Uit pure wanhoop belt
ze Vanbruane op.
-
- Nadine:
Commissaris Vanbruane.
- Tony:
Nadine? (ziek)
- Nadine: Tony, kind,
wat klink je ziek. Wat is er? Wat is er gebeurd? (bezorgd)
- Tony: Help me Nadine,
ik zie het niet meer zitten. Ik ga kapot.Wil je alsjeblieft naar hier komen?
- Nadine: Vandaag lukt
het mij onmogelijk, maar vrijdag kan ik wel vroeg in de middag hier weg.
- Tony: (nu huilend) Ik
ben zo stom geweest Nadine. Het is allemaal mijn eigen schuld
- Nadine: Red je het tot
vrijdag Tony?
- Tony: Ik hoop het,
maar laat het alsjeblieft heel snel vrijdag zijn. Ik moet met je praten anders
ga ik er aan onderdoor.
- Nadine: Ik kom vrijdag
bij je, en als je eerder wilt praten mag je me op mijn privé nummer ook wel
bellen. Oké?
- Tony: Bedank Nadine,
en sorry dat ik jullie zoveel problemen bezorg.
- Nadine; Rustig maar
aan Tony. We lossen dit samen wel op. Hou je sterk en ik zie je morgen.
-
-
- In Gent bij Britt gaat
het ook al niet veel beter. Sinds Tony's vertrek, nu al weer twee maanden
geleden, is Britt steeds stiller en stiller geworden.
- Haar ogen missen
glans, haar energie niveau is heel erg laag, ze is bijzonder vatbaar voor
allerlei kwaaltjes en griepjes en heeft zich sinds Tony's vertrek al drie keer
met griep ziek gemeld.
- Ook heeft ze haar
relatie met Johan op een heel laag pitje gezet. Hij vond dat erg jammer, want
het liep heel leuk zo samen, maar Britt verloor met de dag meer interesse in
haar omgeving. Het was een huzarenstuk om de zorg voor Dorien goed te blijven
doen, maar zichzelf begon ze meer en meer te verwaarlozen. Ze was magerder
geworden, ze had bijna geen eetlust en leefde zo'n beetje op koffie en af en toe
een schaaltje yoghurt.
- Dorien had al eens
geprobeerd om met Britt te praten, maar Britt had nauwelijks gereageerd.
- Die donderdag kwam
Johan weer eens bij Britt langs. Dorien was bij een schoolvriendinnetje te
logeren.
- Britt opende de deur
maar reageerde weer niet op Johan. Ze liet de deur open staan en liep weer terug
naar de bank waar ze zich weer helemaal klein maakte en met opgetrokken knieën
in een hoekje ging zitten staren.
- Johan volgde haar maar
naar binnen.
- Johan: Britt, mag ik
even bij je komen zitten?
- Britt: Ja.
- Johan: Vind je het
goed dat ik even een arm om je schouders leg? Ik zie gewoon dat je dat nodig
hebt,
- Britt; Je doet maar.
- Johan: Britt, ik maak
me grote zorgen om u. U ziet er ziek uit; heel verdrietig maar ook ziek en zwak.
Eet jij eigenlijk nog wel een beetje?
- Britt; Geen honger, en
als ik eet kotst ik het er weer uit.
- Johan gaat in de
keuken een kopje thee maken en smeert een paar beschuitjes en maakt een
schaaltje yoghurt met fruit en zet dat voor Britt neer.
- Johan: Eet maar eerst
een beetje.
- Britt; Ik heb geen
honger.
- Johan: Britt, je gaat
ziek worden zo. Toe, eet even wat.
- Britt: Ik kan niet. Ik
zit al vol.
- Johan: Met wat dan?
Want eten doe je niet. Het is Tony, is het niet?
- Britt: Misschien.
- Johan: Heb je nog van
haar gehoord sinds ze weg is.?
- Britt: Een brief
gehad.
- Johan: En wat schreef
ze?
- Britt: Lees zelf maar.
- Johan: Het is uw
brief, en vertel me maar wat ze zegt.
- Britt; Ik kan het
niet. Hij ligt daar en lees hem maar zelf.
- Johan neemt de brief
op en begint te lezen. Hij begrijpt nu ineens heel goed wat er met Britt aan de
hand is en snapt haar verdriet maar al te goed. Toen Britt zo ziek was geweest
was Tony de enige die contact met haar kon krijgen. Britt was helemaal op Tony
gaan vertrouwen en ineens was Tony zomaar weg.
- Johan: Ben je boos op
haar Britt?
- Britt: Nee.
- Johan: Maar als ze zo
weggaat, ik bedoel ....
- Britt: Ze kon een
goede baan krijgen en die moest ze wel aannemen.
- Johan: Zonder jou in
te lichten? Dat doe je toch niet?
- Britt: Laat maar. Ik
wil het er niet meer over hebben.
- Johan: Je mist haar
heel erg is het niet? Je bent van binnen heel verdrietig?
- Dan ziet hij dat Britt
haar onderlip begint te trillen en dat haar ogen zich vullen met tranen. Ze
probeert zich te verbijten, maar als Johan een arm om haar schouder slaat begint
ze heel hard te huilen.
- Johan neemt haar
liefdevol en troostend in zijn armen en laat haar lekker tegen zich aan huilen.
- Na een half uurtje is
Britt helemaal op. Haar ogen zijn rood omrand van het huilen; er lopen strepen
mascara over haar gezicht en ze hangt helemaal uitgeput in Johan's armen.
- Johan legt haar neer
op de bank en dekt haar toe met een plaid en gaat dan op zijn knieën voor de
bank bij haar zitten. Hij streelt haar haren en veegt zachtjes met zijn zakdoek
de tranen en de mascara uit Britt haar gezicht.
- Ofwel Britt het gevoel
heeft uitgeput te zijn kan ze niet in slaap komen. In haar hoofd zitten zoveel
vragen, en zoveel angst.
- Johan ziet dat en
blijft daarom heel rustig bij haar zitten.
- Na een poosje begint
Britt weer te praten met Johan.
- Britt; Johan, ik voel
me zo ellendig. Soms zie ik het niet meer zitten en weet ik niet meer hoe ik
verder moet in dit leven. Ik weet dat Dorien me nodig heeft en dat houd me op de
been. Zelf kan ik niet meer.
- Johan: Ik zou je graag
willen helpen Britt. Zeg maar wat ik voor je kan doen, ik wil er voor je zijn.
We hadden het zo leuk samen en eerlijk gezegd mis is dat wel.
- Britt; Wil je me vast
houden Johan? Heel dicht tegen je aan? Ik heb het zo koud van binnen, soms voel
ik gewoon niets meer. Ik ben heel erg bang. Houd me vast.
- En Johan neemt haar
dicht tegen zich aan en zachtjes begint Britt weer te huilen.
- Johan: Wil ik bij je
blijven?
- Britt; Heel graag. Kom
je bij me liggen in bed?
- Johan: Wil je dat echt
wel Britt? Je moet het zelf willen.
- Britt: Heel graag. Ik
wil voelen dat ik leef.
- En zo slapen Johan en
Britt voor het eerst in meer dan zes weken weer eens samen. Johan heeft Britt
veilig dicht tegen zich aangetrokken en Britt klampt zich helemaal aan hem vast.
- Tot overmaat van ramp
overslaapt ze zich de ander morgen en komt te laat op het commissariaat waar
Nadine haar direct in het kantoortje roept.
- Britt; Sorry dat ik te
laat ben. Het ging gisteren niet zo goed en gelukkig kwam Johan. We hebben heel
lang en heel veel gepraat en dat heeft me goed gedaan, maar daardoor heb ik me
overslapen.
- Nadine; Ik ben blij
dat Johan zo goed voor je zorgt. Ik begon me ook al zorgen over je te maken.
Volgens mij ben jij de laatste tijd nogal afgevallen?
- Britt; Een beetje
misschien.
- Nadine; Eet je nog wel
fatsoenlijk?
- Britt; Ik krijg geen
hap door mijn keel. Maar ik ben hier om te werken dus zal ik maar wat PV's gaan
doen?
- Nadine: Ik wil graag
met je praten en weten hoe het echt met je gaat. Je mist zeker Tony heel erg?
- Britt; Dat vroeg Johan
ook al, en ik denk dat daar wel wat in zit. Ik had het niet verwacht dat dat
zo'n invloed op mij zou hebben. Maar ik mis haar dus echt heel erg.
- Nadine; Hebben jullie
nog contact met elkaar gehad sinds ze weg is?
- Britt; Ze heeft een
brief geschreven en daarna niet smeer.
- Nadine; Ik moet
vanmiddag weg. Wil jij het hier overnemen? Zou je dat aankunnen?
- Britt; Ik kan nu beter
binnen zijn dan buiten, want ik ben er soms niet helemaal met mijn hoofd bij en
ik kan het me niet veroorloven om tegen een verdwaalde kogel te lopen.
- Nadine; Bon, ik moet
om half een weg. Je kunt de boel rustig om vier uur laten gaan, we zijn deze
week druk genoeg geweest. En neem dit weekend eens even lekker de tijd voor
jezelf, met Johan om eens wat leuks te doen waar je een beetje van kan
ontspannen. Volgens mij heb jij een enorme koppijn als ik zo zie hoe gespannen
je schouders staan.
- Britt; Jij ziet ook
alles hè?
- Nadine; Dat moet wel
als je dit team wilt leiden.
-
-
- Als Nadine bij Tony in
Brussel aankomt schrikt ze behoorlijk. Zag Britt er al niet al te florissant
uit, Tony is echt een verschrikking. Die is zo mager als een panlat geworden.
Haar haren zijn dof, de kleding slobbert om haar sterk vermagerde lijf, haar
vingers en armen zijn gelijk luciferhoutjes zo mager en haar gelaat is helemaal
ingevallen en haar ogen zijn helemaal donker omrand..
- Nadine; Tony, ik
schrik van hoe je eruit ziet. Het gaat echt niet goed, wel?
- Tony: Ik heb flink de
griep.
- Nadine: En verder?
Want van een griep allen zie je er niet zo uit.
- In de kamer ploft Tony
lusteloos in een diepe stoel en slaat haar handen voor haar ogen om haar tranen
te verbergen.
- Nadine ziet dat ook en
gaat op de leuning zitten en legt haar arm over Tony's schouders. Ook die voelen
heel erg mager aan.
- Nadine; Tony, vertel
me eens. Het gaat niet alleen niet goed met je, het gaat echt slecht hè?
- Tony: Het is allemaal
mijn eigen schuld Nadine. Ik ben zomaar weggegaan uit Gent en heb alles en
iedereen verraden. Dat vreet aan me, ik kan er niet meer tegen. Ik ben ziek van
schaamte.
- Nadine; En je mist je
partner ook heel erg?
- Nu begint Tony nog
harder te huilen. Nadine slaat de spijker op de kop.
- Tony: Ik heb het echt
verbruit. Zomaar weggaan. Dat doet een fatsoenlijk mens toch niet? Hoe kon ik
haar zo maar achterlaten. Elke nacht denk ik wat mij heeft bezield om haar dit
aan te doen. Ik slaap niet meer, krijg geen hap eten meer door mijn strot. En op
het werk maar lief en aardig doen. Ik werk me goddomme uit de naad om een goede
indruk te wekken, maar ik heb er totaal geen bevrediging in. Ik ben met mijn kop
bij hele andere zaken. Het verbaast me dat ik nog geen brokken heb gemaakt. Maar
gisteren was het zo erg dat ik echt bang was voor ongelukken en dus heb ik me
vandaag maar ziek gemeld voor ik hier ook nog slachtoffers maak.
- Nadien: Wil je Britt
graag weer zien Tony?
- Tony: Die wil mij niet
zien. Niet na wat ik haar heb aangedaan. Het is gewoon allemaal mijn eigen
schuld. Sorry dat ik je naar hier heb laten komen, maar ik zal het zelf moeten
oplossen. Ga maar weer terug, voor ik jou ook nog allerlei nare dingen ga
zeggen. Ik heb het niet verdient dat je helemaal naar hier bent gekomen. Ik maak
rotzooi, dan moet ik er ook maar zelf in zitten.
- Nadine; Kom mee naar
Gent. Ik zie dat je je hier op dit moment gewoon niet lekker voelt. Je hebt je
boot nog wel heb ik gezien. Dan kom je toch het weekend over.
- Tony: Ik durf niet.
- Nadine; Dan kom je bij
mij logeren. Kunnen we samen Britt bezoeken als jij dat graag wilt.
- Tony: Maar Nadine....
- Nadine; Geen gemaar.
Dat weet je bij mij. Kom, pak wat spullen dan gaan we, voor de weekend drukte
volop begint.
-
-
- In Gent heeft Tony het
heel moeilijk als ze bij haar boot komt. Ze heeft zoveel herinnering daar
liggen, dat ze er misselijk van wordt. Gelukkig is er zoveel water in de buurt
dat haar maaginhoud daar makkelijk in kan verdwijnen.
- Nadine: Wij gaan naar
mijn huis, dan zal ik eens lekker voor je koken en als je wilt kunnen we daar
verder praten.
-
- Ze had 's avond nog
tegen Nadine verteld dat ze wel een paar keer naar Gent was gereden om naar
Britt te kijken, maar dat ze niet naar haar toe durfde te stappen.
- Tony maakt en
redelijke nacht. Die was zo oververmoeid dat ze zelfs staande zou kunnen slapen
-
- Britt sliep die nacht
echter heel weinig.
- Nadine had met Johan
gebeld en gezegd dat Tony terug was. Mogelijk dat Britt en Tony elkaar
anderdaags zouden kunnen ontmoeten, want een ding was zo klaar als een klontje:
die twee misten elkaar enorm.
- Toen Johan er met
Britt over had gesproken was die bijkans beginnen hyperventileren. Johan had al
zijn kunnen moeten aanwenden om haar weer rustig e krijgen. Ook die vrijdag was
hij bij haar blijven slapen, en ze hadden heel voorzichtig geprobeerd de liefde
te bedrijven, maar Britt had zich niet echt kunnen ontspannen.
-
- Nu op zaterdagochtend
hadden Johan en Nadine afgesproken om met respectievelijk Britt en Tony naar café
Max te komen, waar ze elkaar zouden kunnen treffen.
- Terwijl ze zaten te
wachten begon Tony steeds zenuwachtiger te worden . Ineens rende ze naar de
toilet en moest weer overgeven
- Nadine was achter haar
aangekomen om haar op te vangen en wat gerust te stellen. Tony gaf openlijk toe
dat ze enorm nerveus was. Haar gezicht was wit weggetrokken en haar magere
handjes bibberden alsof ze Parkinson had.
- Nadine; Kom Tony, je
vriendin wacht op je.
- Tony: Maar ze wil me
niet zien.
- Nadine; En toch is ze
gekomen, dus ik denk dat ze je echt wel wil zien.
- Tony: Mag ik met haar
alleen praten?
- Nadine; Als jij dat
aandurft mag je dat zeker.
-
- En terwijl Johan en
Nadine voor in het café gaan zitten treffen Britt en Tony elkaar weer voor het
eerst in ruim twee maanden tijd in levende lijve.
- Britt is ook een
beetje nerveus, maar omdat zij het type is dat niet tegen ruzies en spanningen
kan is zij de eerste die een openingszet doet.
- Britt; Dag Tony. Ik
heb u gemist.
- Tony blijft hardnekkig
naar de vloer staren en beiden staan naast een tafel en voelen zich
ongemakkelijk.
- Britt; Tony, ik wil je
graag een hand geven.
- En als in een
automatisme duiken Tony's handen nog dieper in de jaszakken.
- Britt: Hey, partner,
ik ben niet boos. Ik ben alleen heel verdrietig. Laten we geen ruzie gaan maken.
- Dan ziet Britt dat
Tony's tranen zo uit haar ogen schieten en op de vloeren uit elkaar spatten.
- Ze kan het niet langer
aanzien dat Tony daar zo maar staat te staan en doet een pas naar voren om haar
te omarmen. Even schrikt Tony een klein stapje terug maar Britt neemt het
initiatief om door te zetten. Als ze haar armen om Tony heen legt schrikt ze
zich kapot dat die zo ontzettend mager is.
- Britt; Tony? Het gaat
niet goed met je. Kom, ga zitten en laten we gaan praten.
-
- Het duurt een hele
poos maar uiteindelijk begint ook Tony te praten. Zachtjes en verzwakt, maar ze
begint haar hart te luchten en voelt dat haar dat goed doet.
- Beiden hebben ze zo'n
spijt van hoe alles de laatste tijd gegaan is.
- Tony blijft maar
excuses aanbieden aan Britt, omdat ze vind dat ze haar vriendschap niet waard
is.
- Britt wil er echter
niets van horen. Die heeft het volste begrip dat het Tony even teveel was
geweest en dat ze naar wat anders had uitgezien.
- Tony: Maar dan laat ik
je toch niet zomaar zitten? Wat ben ik voor een verschrikkelijk mens?
- Britt; Jij hebt mij
door mijn depressie heen geholpen. Zonder jou had ik het niet gered. Jij bent
een geweldig mens. Ik vond het heel jammer dat je wegging, maar je moest ook aan
jezelf denken. En je hebt gelijk dat ik veel te veel van jou afhankelijk was
geworden. Maar ik dacht gewoon dat jij er altijd zou zijn. Ik had helemaal niet
stilgestaan bij jou, dus als er hier iemand fout is geweest dan ben ik dat wel
en niet jij Tony Dierickx. Ik hoop dat je MIJ wilt vergeven omdat ik je voor
lief heb genomen .
- Tony: Britt, het was
mijn fout.
- Britt; Zullen we eens
ophouden met een schuldige te zoeken? Ik wil je gewoon weer in mijn armen kunnen
sluiten. Ik wil je weer gewoon zien als mijn vriendin en partner.
- Tony: Je bedoelt
....???
- Britt; Als jij terug
wilt komen dan ga ik Nadine vragen of wij weer gewon mogen samenwerken, want wij
zijn gewoon een heel goed team.
- Tony: Meen je dat
echt?
- Britt; Als jij
wilt....
- Tony: Maar dan moet ik
die baan in Brussel op geven.
- Britt; En dat wil je
niet? Je hebt er een hele goede baan aan. Maar ook al werk je daar, dan nog
kunnen wij toch wel vriendinnen blijven? Het is niet het einde van de wereld.
- Tony: Ik kan het daar
niet meer volhouden Britt. Ik werk me uit de naad, maar helemaal met de
verkeerde instelling.
- Britt; Hoezo?
- Tony: Nou, net zoals
ik toen met die studies ben begonnen. Ik wilde afleiding hebben van die
problemen die in mijn kop zitten. Ik wil niet steeds voelen wat er allemaal mis
is met mijn leven. Maar ik kan mijn kop er gewoon niet meer bijhouden. Het is
geloof ik niet echt wat ik wil. Ik wil gewoon een goede politieagent zijn en
verder niks.
- Britt; Je bent een
goede politieagent. Punt. Uit. En je bent een keigave vriendin. En een goede
koppelaarster.
- Tony:
Hu ??
- Britt;
Johan!
- Tony: Wat is er met
Johan?
- Britt; Wij zijn door
jou bij elkaar gekomen. Ik was zo stom om hem bij me weg te duwen maar hij bleef
in mij geloven en we zijn nu stapelverliefd op elkaar. Dankzij jou. Bedankt
Tony. Als het er nog eens van komt dat wij gaan trouwen wil ik je graag als mijn
getuige hebben.
- Nu breekt er eindelijk
een kleine flauwe glimlach door op Tony's gezicht.
- Johan en Nadine zijn
al aan hun derde kop koffie toe en zien met tevredenheid dat het wel goed gaat
komen tussen Tony en Britt.
-
- Die zondag gaat Tony
wel terug naar Brussel maar ze is voornemens om haar hele carrièreplanning en
haar leven nog eens goed te overzien en dan duidelijke keuzes te gaan maken,
maar ze heeft min of meer al laten doorschemeren aan Nadine en Britt dat ze
eventueel wel terug zou willen naar het korps van Gent, als ze haar tenminste
nog terug willen hebben.
- Ondertussen in Britt's
huis ...
-
- Johan: Hoe voelde het
voor jou, Britt? (vriendelijk, terwijl Britt in zijn armen ligt)
- Britt: Ik vond het
heel eng. En wat zag Tony er slecht uit. Die gaat kapot daar in Brussel. En ik
maar denken ...
- Johan: Het is niet jou
schuld Britt. Ze is niet weggegaan vanwege jou. Ze wilde haar horizon verbreden
en eens gaan zien wat haar mogelijkheden zijn. Dat heeft ze gedaan en zo te
horen is ze er niet helemaal blij mee. Ik hoop voor jullie beide dat ze weer
terug komt, maar ik denk dat ze ook wel hulp nodig heeft.
- Britt: Dat weet ik wel
zeker.
- Johan: Wil je niet
even gaan rusten? Je hebt al een paar nachten erg weinig geslapen.
- Britt: Een paar
nachten? Ik slaap al zeker twee maanden niet meer dan drie tot vier uur per
nacht.
- Johan: Waar wacht je
dan op?
- Britt; Tot jij met me
meegaat. Ik wil lekker in je armen kunne liggen en ook weer in je armen wakker
worden. Ik heb je nodig Johan.
- Johan: Oké, dan ga ik
met je mee.
- En zo heeft Britt dit
weekend "bedrust" zoals Johan het aangeeft. Ze slaapt niet heel de
tijd. Ze doet spelletjes met de kinderen, in bed; ze leest, in bed; en ze
vrijt.met Johan, in bed (en onder de douche).
- Maar ze blijft gewoon
heel het weekend in bed en kan zo een beetje op krachten komen.
- Zondagavond krijgt ze
telefoon van Tony. Johan neemt op en is verbaasd als Tony uiterst schuchter
vraagt of Britt eventueel met haar zou willen praten.
- Johan; Natuurlijk wil
ze dat. Hoe gaat het nu met je Tony?
- Tony: Ik ben kapot. Ik
wist niet dat het zo slecht met me ging. En ik heb het zelf over me afgeroepen.
Eigen schuld, dikke bult.
- Johan :Tony, het is
niet jou schuld. Het was een heel ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar
ik ben heel blij dat je weer met Britt hebt gesproken. Zij had het echt nodig.
Ik hoop dat jij het ook goed vond en dat we je hopelijk zeer binnenkort weer
terugzien, op visite of misschien wel weer bij het corps.
- Tony: Zouden ze me wel
terug nemen dan, denk je?
- Johan: Ik zou je zeker
terugnemen, en Britt ook. Maar als je even wacht breng ik de telefoon even naar
haar toe.
- Tony: Is er wat met
haar?
- Johan: Ze heeft van
mij bedrust gekregen en dat had ze ook hard nodig, maar ze begint gelukkig een
beetje bij te komen. Dag Tony.
-
- En aan de telefoon
kletst Britt weer honderduit. Het doet Tony goed om Britt weer te horen.
- Tony: Gaat het weer
goed komen tussen ons Britt?
- Britt; Het IS goed
tussen ons.
- Tony: Britt, ik ben
mijn ontslagbrief aan het schrijven.
- Britt; Wat zeg je?
- Tony: Mijn
ontslagbrief. Ik ga hier weg. Ik wordt gek of ik ga kapot als ik hier blijf.
- Britt: Maar je carrière
dan? Al je diploma's?
- Tony: Die kennis is
nooit weg, en misschien kunnen jullie er in Gent ook wel wat mee. Ik mis jullie.
Ik mis jou. Ik wil weer bij je terugkomen Britt.
- Britt; Je weet het:
jij bent altijd welkom.
- Tony: Je bent heel
lief voor me Britt. Ik zal dat nooit vergeten. En als je me wilt vergeven zal ik
zorgen dat ik nooit meer zo'n enorm stomme rotstreek uithaal.
- Britt: Tony....
- Tony: Kun je me
vergeven Britt? Ik moet dat uit jou mond horen.
- Britt; Tony, ik heb je
alles vergeven wat er te vergeven valt. Zorg er alsjeblieft voor dat je weer
gezond wordt. Zoek hulp en kom alsjeblieft weer terug.
- *
- Tony: Ik doe mijn best
(glimlachend/opgelucht)
- Nadat Tony heeft
opgehangen blijft Britt toch met een wat vreemd gevoel zitten. Ze maakt zich
echt wel zorgen om Tony's toestand. Behalve dat ze er lichamelijk helemaal
afgeleefd uitzag, maakte Britt zich vooral zorgen om Tony's mentale toestand.
- Ze had zo haar best
gedaan om die opleiding te halen, ze had echt heel graag meer uit haar vak
willen halen, maar ze kon het zichzelf niet vergeven dat ze ruzie had gemaakt
met Britt en zo, zonder wat te zeggen, was weggegaan.
- Als Johan ook in bed
komt ziet hij dat Britt ligt te piekeren.
- Johan: Alles goed
Britt?
- Britt; Ik maak me
zorgen om Tony. Ze ziet er niet goed uit, maar die ogen.... Daarachter gaat
zoveel verdriet en pijn schuil. Ik ben heel bang dat ze het niet kan volhouden,
dat ze bezwijkt en dat we haar zullen verliezen.
- Johan:
Welnee Britt. Het gaat wel weer goed
komen met haar. Je zag toch hoe blij ze reageerde toen ze je weer zag?
- Britt: Blij? Dat was
gespeeld. Ze voelt zich diep ongelukkig. En leer mij Tony kennen, die weet heel
goed hoe ze zich moet gedragen als ze geen vragerij aan haar hoofd wil. Johan,
ze is goddomme in een klotegezin opgegroeid; kreeg alleen maar slaag en gescheld
over zich heen. Die heeft een heel afweersysteem rond zich heen opgetrokken.
- Johan: En wat wil je
daar aan doen? Tony moet het toch echt zelf willen.
- Britt: Johan !! Zeg
niet zulke nare dingen. Tony heeft hulp nodig en ze zal daar zelf niet om
vragen.
- Johan: Britt, laat dat
nu toch rusten. Probeer te gaan slapen en dan bel je haar morgen maar op.
- Britt: Ik ga morgen
naar haar toe. Nadine kan wachten.
- Johan: Kun je dan nu
gaan slapen? Je hebt je rust nodig. En IK rijd morgen!
- Britt; Hoezo, jij
rijdt?
- Johan :Ik moet morgen
in Brussel zijn en als ik je zo zie, denk ik dat je je hoofd niet bij de weg
hebt. Het is prima dat je om Tony geeft, maar denk ook aan jezelf en aan de
kinderen. En een klein beetje aan mij.
- Hiervan breekt
eindelijk het verzet van Britt. Ze is heel gelukkig met Johan en wil hem niet
kwijtraken door zo eigenwijs te doen.
- Britt: Sorry Johan,
dat ik me zo liet gaan, maar ik geef gewoon heel veel om haar.
- Johan: Is goed Britt.
Geef me een lekkere zoen en ga dan slapen.
- Maar een zoen is niet
genoeg, Britt wil meer, ze wil de liefde bedrijven met Johan, net zoals ze in de
chalet in de Ardennen hebben gedaan. De klok geeft al tegen half drie aan als
Britt eindelijk omrolt van de slaap.
- Tevreden gaat Johan
ook liggen slapen, al is dat maar van korte duur, want om zes uur loopt zijn
wekker af.
- Hij gaat vlug douchen,
scheren en het brood voor de kinderen klaarmaken, en wekt dan Britt, opdat die
ook de tijd heeft voor douchen en een goed ontbijt.
- Britt; Ik wil alleen
koffie.
- Johan: Britt, leer
toch eens een beetje voor jezelf te zorgen. Je moet eten 's morgens anders ben
je zo flauw als ik weet niet wat.
- Britt: Is een glas sap
voldoende dan?
- Johan: Wat denk je?
- Britt: Voor mij meer
dan genoeg.
- Johan: Een glas sap,
om minstens een bruine boterham mee door te spoelen. Ga even zitten en eet wat,
dan kunnen we weg zodra de kinderen naar school zijn.
- Met tegenzin eet Britt
de bruine boterham met kaas die Johan voor haar heeft klaargemaakt. Ze drink
haar sap, maar is met haar gedachten al in Brussel. Ze is nu al bang wat ze
straks zal aantreffen als ze bij Tony komt.
-
- En haar onrustige
vermoedens worden bevestigd.
- Tony reageert niet op
de deurbel en op kloppen het raam.
- Heel toevallig is de
conciërge aanwezig die met een loper de deur kan openen, en dat alleen doet,
omdat Britt hem haar politiepenning laat zien.
- Op de voet gevolgd
door Johan rent ze het appartement in en gaat op zoek naar Tony.
- Die treft ze in de
slaapkamer, maar ze reageert niet op aanspreken of aanraken. Ook niet als Britt
toch wel een paar redelijke tikken in haar gezicht geeft. Ze voelt ook erg koud
aan. Britt begint panikeren.
- Britt; TONY !! TONY,
zeg dan wat. Johan, ze reageert niet. Wat moet ik doen???
- Johan bukt zich en
voelt of Tony een hartslag heeft. Dan pakt hij zijn mobiel en belt direct voor
een ambulance.
- Binnen tien minuten is
die er en na een korte controle wordt Tony meegenomen naar het ziekenhuis. Britt
rijd met haar mee en Johan, gaat naar zijn afspraak bij de universiteit en
beloofd ook op het ziekenhuis te komen, zo gauw hij klaar is.
- In de wachtkamer zit
Britt ongeduldig te wachten op een bericht over Tony.
-
- Na een dik uur komt er
een arts de wachtkamer inlopen.
- Arts: Is hier familie
van een mevrouw Dierickx?
- Britt; Ze is mijn
partner en mijn vriendin.
- Arts: En familie?
- Britt; Die heeft ze
niet, althans geen contact mee.
- Arts: Komt u even mee?
- Britt; Wat is er met
haar? Is het erg?
- Arts: Ze is
uitgedroogd, ondervoed, psychisch heel erg labiel. Haar lichaam is in verval aan
het geraken en we moeten drastische maatregelen nemen om levensgevaar af te
wenden.
- Britt; Wat bedoelt u
met drastische maatregelen?
- Arts: We moeten haar
dialyseren. Daarna moet ze naar de intensieve want ik wil volledige controle
over haar lichaamsfuncties. Die zijn behoorlijk gestoord.
- Britt; Wat is er dan
gestoord?
- Arts: Haar hart is
verzwakt, het klopt zwak en onregelmatig; haar longen zijn erg zwak en ze heeft
een forse longontsteking; haar nieren zijn bijna uitgedroogd, die kunnen niet
eens meer urine produceren en dus blijven de afvalstoffen in haar lichaam.
- Britt; Zal ze het
halen?
- Arts: Ik denk het wel,
mogelijk zelfs zonder blijvende gevolgen, maar dan moeten we nu toestemming
hebben voor dialyse. Kunt u die toestemming geven?
- Britt; Is er een reden
waarom ik dat niet zou kunnen?
- Arts: Heeft ze een
wilsbeschikking, die ze niet bij zich droeg?
- Britt;
Wilsbeschikking?
- Arts: Zo'n geschreven
bewijs dat ze wel of geen reanimatie of behandeling op de intensieve wil hebben.
- Britt; Gisteren nog
zei ze me dat ze graag weer terug wil komen werken in Gent dus ik denk dat dat
bewijs genoeg is dat ze wil leven. Jullie moeten haar gaan helpen, alsjeblieft,
maak haar beter.
-
- Omdat het aanleggen
van een shunt voor de dialyse steriel moet gebeuren mag Britt nog niet bij Tony
en dus moet ze weer langer wachten.
- Na nog eens drie uur
in de wachtkamer te hebben gezeten ziet ze dat Johan binnenkomt. Hij heeft zich
duidelijk gehaast om bij Britt te komen.
- Johan: Hoe is het met
haar Britt?
- Britt: Zware
zelfverwaarlozing. Hartzwakte, longontsteking en haar nieren doen het niet. Ze
wordt nu gedialyseerd en ik moest dus nog wachten.
- Johan: Gaat ze het
halen?
- Britt; De dokter denkt
van wel. Ik zei toch dat het ernstig was met haar.
- Johan: Sorry Britt dat
ik gisteren niet naar je luisterde.
- Britt: Jij kon dit
niet weten. Ik ook niet, maar ik voelde gewoon dat er iets mis was. Gelukkig
hebben we haar op tijd gevonden en kon ze behandeld worden. Ik hoop dat ik zo
bij haar mag.
- Dan komt er net een
verpleegster aan die Britt uitnodigt om mee te gaan naar de intensieve.
-
- Daar ligt een pierig,
witte en zwaar vermoeide Tony aan de bewakingsapparatuur.
- Britt; Hey, partner,
wat maak je me nu?
- Tony: Ik ben zo stom
geweest Britt. Ik had nooit weg moeten gaan. Dit is mijn straf.
- Britt; Je gaat beter
worden Tony, dat heeft de dokter gezegd. Maar je moet wel behandeld worden.
Eerst hier weer lichamelijk aansterken, en dan kom je mooi mee naar Gent, naar
je vrienden en je collega's en samen krijgen we je er wel weer bovenop.
- Tony: Echt waar? Meen
je dat? Ik voel me zo ellendig.
- Britt: Dat is helemaal
niet verwonderlijk. Je bent ook doodziek. Nu moet je veel rusten en je
medicijnen nemen. Helaas kan ik niet blijven; de kinderen weten niet eens dat k
hier ben, maar zodra ik kan kom ik weer terug en ze mogen me altijd bellen als
je me wilt zien of spreken. Is dat afgesproken?
- Tony: (zwaar zuchtend
en direct in een uiterst vermoeiende hoestbui schietend) Ja Britt, dat spreken
we af.
- Britt: Dag lieverd.
Goed beter worden en tot gauw.
- Tony kan met moeite
een verzwakte hand opsteken en is al weer in slaap gevallen voor Britt bij de
deur is.
- Buiten Tony's kamer...
-
- Britt: Gaat ze het
halen, Johan? (doodsbang)
- Johan: Ja, Britt, ik
ben zeker dat ze het gaat halen (glimlachend)
- britt: echt? (onzeker)
- Johan: Dat zei je net
zelf ook tegen Tony. Je moet er zelf ook wel in geloven. Je vertelde toch dat de
dokter zei dat ze het ging halen?
- Britt; Maar ik ben zo
bang dat ze er psychisch onderdoor gaat.
- Johan: Die haalt het
wel Britt. Wees daar maar gerust op. Die heeft nu zo'n tik aan de oren gehad,
die is daar heus wel voor eens en voor altijd van genzen.
-
- Johan en Britt rijden
terug naar Gent waar Britt naar het commissariaat gaat om Nadine in te lichten
over de toestand van Tony.
- Nadine; Alles goed met
jou Britt? Ik bedoel, zoiets gaat je toch niet in je koude kleren zitten, als je
je partner zo doodziek aantreft?
- Britt; Gelukkig was
Johan bij me en hij heeft me heel goed opgevangen.
- Nadine; Zal het werken
gaan deze week of heb je liever wat verlofdagen?
- Britt; Misschien dat
ik morgen en overmorgen vrij kan zijn? Even een beetje van de schrik bekomen.
- Nadine; Is goed. Dan
zie ik je woensdag weer. En als er wat is wel bellen hoor?
- Britt; Doe ik .
Bedankt Nadine.
- Nadine; Sterkte Britt.
- Britt gaat Nadine's
kantoor weer uit, na een vriendelijke hoofdknik naar haar baas, maar loopt dan
pardoes tegen Bruno op en ze valt neer op de grond...
- Verdwaasd kijkt ze
voor zich uit...
- Bruno: Sorry Britt, ik
had u zo snel niet gezien. Gaat het?
- Britt; Ja, ook sorry.
Ik keek niet uit.
- Bruno: Wacht, ik help
u even overeind. Gaat het echt Britt? Je ziet er zorgelijk uit.
- Britt:
't Is Tony. Ze is heel ziek. Ik
maak me zorgen over haar.
- Bruno: Is er iets wat
we voor haar of voor jou kunnen doen?
- Britt; Ben je gelovig
Bruno?
- Bruno: Hoezo?
- Britt: Dan kun je
bidden dat het goed gaat komen.
- Zonder verder te
vragen neemt hij Brit tin zijn armen omdat hij ziet dat ze heel verdrietig is.
- Nadine kijkt vanuit
haar kantoor mee en geeft Bruno een lichte hoofdknik ten teken dat ze tevreden
is over wat hij doet.
- Na een poosje herpakt
Britt zich en gaat weer naar huis.
-
- Inmiddels zijn de
kinderen ook thuis en zitten rustig hun huiswerk te doen. Johan had ze geïnformeerd
over de situatie met Tony, en nu zat Dorien af en toe onder het huiswerk maken,
voorzichtig op te kijken naar Britt, die er echter niets van in de gaten had. Ze
was met haar gedachten in Brussel, bij haar vriendin.
- Die avond is Britt nog
zo met haar gedachten bij Tony dat ze niet eens in slaap kan komen.
- Johan neemt haar in
haar armen en praat zacht lieve woordjes tegen haar en streelt haar teder over
haar rug en armen en borsten. Het irriteert Britt dat hij dat doet, maar Johan
laat haar niet los. Hij wil haar laten ontspannen omdat het haar anders ook te
veel gaat worden.
- Joahn: Brittje,
probeer toch je te ontspannen. Je hebt nu al de hele week niet meer dan twee,
hooguit drie uurtjes per nacht geslapen.
- Britt; Ik KAN niet
slapen als dit allemaal gebeurt. Begrijp dat dan.
- Johan: Dat begrijp ik
ook wel. Maar ik begrijp niet hoe jij nog op de benen kunt blijven met zo weinig
slaap.
- Britt; Ik ben vandaag
ook onderuit gegaan.
- Johan: Zie je nu wel?
- Britt: Ik liep tegen
Bruno aan.
- Johan: Heb je je pijn
gedaan?
- Britt: Ja, mijn kont
en mijn rug.
- Johan: Draai u eens om
en laat me eens zien.
- Britt draait zich
moeizaam om en Johan ziet direct al een paar blauwe plekken op Britt haar rug
zitten. Zachtjes begint hij die te masseren en merkt dat Britt zich helemaal
stijf houd.
- Johan: Vind je het
niet fijn Britt?
- Britt; Jawel, maar ik
kan me niet ontspannen.
- Johan: Wil je liever
gewoon lekker dicht bij me liggen?
- Britt; Ja. (En met een
moeizame zucht draait ze zich weer om en rolt bij Johan in de armen en valt
direct in slaap)
- Hiermee is Johan in
elk geval wel content. Hij neemt Britt veilig in zijn armen en valt zelf ook al
snel in slaap.
- Britt heeft een
onrustige nacht. De ligt heel onrustig te bewegen, heeft veel pijn, en droomt
ook heel naar.
- Tegen half tien wekt
Johan haar met een ontbijtje en een kop koffie.
- Geheel tegen de
gewoonte in neemt Britt de koffie niet aan.
- Johan: Je wordt toch
niet ziek? Jij en geen koffie in de morgen?
- Britt; Last van mijn
maag.
- Joahn: Spanningen?
- Britt; Ik denk het.
- Johan: Ik heb even
naar Brussel gebeld. Het gaat weer een beetje beter met Tony. Ze is vannacht
even wakker geweest. Ze heeft veel pijn, vooral bij het ademhalen; dat is de
longontsteking. Vanmorgen moet ze weer voor dialyse en overmorgen gaan ze weer
een nierfunctieonderzoek doen om te zien of de nieren zich beginnen te
herstellen.
- Britt sluit haar ogen
en zucht eens heel diep.
- Als ze haar beschuitje
en haar boterham op heeft schuift ze het ontbijtblad aan de kant en zakt wee
onderuit het bed in. Ze trekt nog even het dekbed over zich heen en valt gelijk
weer in slaap.
- Johan kijkt het
verbaasd aan. Hij streelt haar over haar wangen en merkt dat ze heel warm is.
Hij denkt dat Britt zelf ook de griep heeft of zo, en laat haar maar lekker
liggen.
- Maar na een tijdje
begint Britt onrustig te woelen en met haar armen in het rond te maaien.
- Het zweet loopt van
haar af, en Johan beslist een dokter te bellen.
- Wanneer die aangekomen
is, begint hij Britt te onderzoeken, maar Britt schrikt wakker van vreemde
handen op haar lichaam...
-
- Britt: Huh?!
(geschrokken)
- Johan: Wees maar niet
bang, lieverd, de dokter is je gewoon even aan het onderzoeken.
(vriendelijk/glimlachend)
- Britt: Dan ist goed.
(zwak glimlachend)
- Britt draait zich op
haar rug en laat alles toe.
- Na 5 minuten heeft de
dokter Britt onderzocht.
- Britt: En?
- Dokter: Een zware
griep zou ik zeggen. En die blauwe plekken, hoe komt u daar aan?
- Britt: Gevallen.
- Dokter: Doet het erg
pijn?
- Britt: Ja, als u er op
drukt en als ik diep moet zuchten.
- Dokter: Een paar
gekneusde ribben. Ik zou zeggen, een weekje onder de wol. Heel goed uitrusten en
niks doen. Ik weet dat het moeilijk lijkt, maar doe je voor je eigen gezondheid.
Ik zal je wat pijnstillers geven, en verder mag je je lekker laten verwennen
door je vriend.
- Britt zucht nog eens
en valt gelijk weer in slaap.
-
- In de kamer vraagt
Johan zorgelijk aan de arts of het wel goed is als Britt zoveel slaapt.
- Dokter: Heeft ze de
laatste tijd dan slecht geslapen?
- Johan: Nog geen drie
uur per nacht, en dat al weken lang.
- Dokter: Dan is het
niet verwonderlijk. Laat haar lekker even bijtanken. Als u het niet vertrouwd,
gewoon even bellen, en ik kom morgen nog even terug om te zien hoe het met haar
ribben gaat.
-
- Dorien vind het zielig
voor Britt dat ze zich zo ellendig voelt. Om de haverklap komt ze even de kamer
in. Dan met een kopje thee, dan weer om een zelf gemaakte tekening te brengen,
dan gewoon zomaar even om naar Britt te kijken.
- Johan vind het fijn
dat ook Dorien zo met Britt begaan is.
- Britt slaapt vooral
veel deze dagen. De dokter komt elke dag even langs en na een kleine week zijn
de koortsen over en kan Britt weer wat makkelijker ademhalen. Van Johan mag ze
's avonds even in haar ochtendjas in de kamer om samen met het gezinnetje te
eten, iets wat pas nu, na een week weer een beetje gaat.
- Zelf voelt ze zich nog
erg slap op de benen en als ze op de badkamer in de spiegel kijkt schrikt ze wel
dat haar gezicht zo wit is en zo ingevallen.
- Die avond als Johan
zich naast haar legt vraagt ze met nerveuze stem: Johan, het was toch echt
alleen maar de griep? Ik heb toch niets ernstigs, iets wat de dokter niet wilde
vertellen?
- Johan: Hoe kom je daar
zo bij?
- Britt; Ik zie er nog
steeds heel beroerd uit en ik voel me ook nog niet fit. Is het slim? Het is.....
Ik ben ernstig ziek? Is het niet? Ik heb ......
- Johan schrikt van
hetgeen Britt zegt.
- Britt heeft alweer de
tranen in haar ogen staan en ziet hele doemscenario's aan zich voorbij trekken.
- Johan: Hé, meisje van
me. Wat maak je je druk. Je hebt de griep gehad en een paar gekneusde ribben. Je
gaat zo weer beter worden.
- Britt; Maar dan blijft
Dorien helemaal alleen achter.
- Johan neemt Britt heel
dicht tegen zich aan en streelt haar zachtjes, maar Britt kan het beeld niet van
haar netvlies afkrijgen dat ze ernstig ziek is.
- Nu begint Johan haar
voorzichtig te zoenen en te strelen en Britt haar verdriet maakt langzaam plaats
voor ene beetje rust.
- Johan: Rustig nou maar
Britt. Je gaat weer beter worden. Je maakt me bang als je zulke enge dingen
zegt. Hoe kom je er nu bij dat je wat ernstigs zou hebben?
- Britt; Ik droom er
steeds over en dan ben ik bang dat ik zal sterven.
- Johan: Kom eens heel
dicht bij me schat. Ik wil je laten voelen dat je oké bent, dat je ziek bent
geweest maar dat alles weer goed is gekomen.
- Voorzichtig begint hij
met zijn voorspel en langzaam kan Britt zich ook laten gaan. Conditioneel kan ze
het haast nog niet aan en dus houd Johan het bij een hele fijne maar subtiele
vrijpartij.
- Met een ontspannen
glimlach op haar gezicht valt Britt na een kleine twintig minuten in slaap.
- De andere morgen voelt
ze zich eindelijk een stuk opknappen.
- Britt; Wat heb ik
gisteren toch raar gedaan, of niet Johan?
- Johan; Ik schrok dat
jij je zo angstig voelde. Hoe is het nu?
- Britt; Het gaat wel.
Mag ik zo uit bed?
- Johan; Ik zal je
dekbed en kussen meenemen naar de kamer en als je moe bent ga je maar lekker op
de bank rusten.
- Britt: Hoef jij niet
te werken dan?
- Johan: Goedemorgen,
het is zondag.
- Britt: Oh, helemaal de
tijd kwijt.
- Johan: Ik heb nog goed
nieuws voor je.
- Britt; Vertel, ik kan
wel wat goed nieuws gebruiken.
- Johan: De kinderen
zijn bij je moeder. Die is vrijdag geweest en heeft ze meegenomen voor een
weekje vakantie bij haar in het huisje aan het strand. Dan hebben wij lekker
even de tijd voor elkaar.
- Britt; Ging Dorien zo
maar mee dan? Deed ze niet moeilijk dat ik hier achter bleef?
- Johan: Welnee, ze trok
je moeder zowat mee terug de auto in. Ze kon haast niet wachten. En Simon had er
ook veel zin in.
- Britt; Ze zal het
weten. Een hele weke die uitgelaten kinderen.
- Johan: Maar ik heb nog
beter nieuws.
- Britt; Wat dan??
- Johan: Tony gaat weer
helemaal beter worden. Ze hoeft niet meer aan de dialyse, haar longontsteking is
ook bijna over en dinsdag mag ze uit het ziekenhuis in Brussel weg. Dan zal ze
nog wel even hier in het ziekenhuis wat verder gaan aansterken, maar ze komt
weer terug.
- Britt: Heeft de dokter
gebeld dan?
- Johan: Nee, ik ben
donderdag bij haar geweest. Ze zag er een stuk beter uit. Je moest de hartelijke
groeten van haar hebben, en dit .....
- En hij zoent Britt vol
op de mond.
- Britt krijgt het
schaamrood op haar kaken.
- Britt; Heeft ze gezegd
dat je me op de mond moest zoenen?
- Johan: ja. Ze wilde
perse dat ik het goed zou over brengen. Ze heeft je gemist en ze wil heel graag
terug hier komen om weer met je samen te werken. Ze heeft spijt als haren op
haar hoofd dat ze überhaupt weg is gegaan hier uit Gent en bij jou vandaan.
Trouwens, ze heeft niet zoveel haren meer op haar hoofd.
- Britt: Niet? Hoe komt
dat ?
- Johan: Door haar
slechte conditie heeft ze heel erge haaruitval gehad. Het is heel kort en hele
dun. Ze schaamde zich er nogal voor. Toen heb ik haar jou politiepet maar
gegeven en daar was ze heel blij mee.
- britt: daar moet ze
zich toch niet voor schamen?
- johan: neen, maar je
kent haar (glimlachend)
- britt: en wat gaan wij
deze week doen? (glimlachend)
- Johan: Jij gaat verder
beter worden. Dinsdag reis ik naar Brussel om Tony terug naar Gent te halen, en
als je een beetje opgeknapt bent, dan kunnen we woensdag bij haar op bezoek.
- Britt: Maar ik dacht
dat wij ook nog wat leuks gingen doen?
- Johan: Hoe bedoel je?
- Britt; Je weet wel,
iets leuks.
- En haar handen glijden
al langs Johan's lijf. Hij heeft er wel schik aan, maar denkt dat Britt er nog
niet aan toe is.
- Johan: Dat mag je van
mij te goed houden, met interest. Maar nu moet je eerst weer aansterken.
- Britt zucht eens en
legt zich neer, en valt ook zo weer in slaap.
- Na een uurtje komt
Johan haar weer wekken. Hij heeft de telefoon bij zich voor Britt.
- Britt; Hallo, ja, met
Britt?
- Tony: Dag Britt. Ik
hoorde dat jij ook al ziek was geworden. Gaat het een beetje?
- Heeft Johan al verteld
dat ik terug kom naar Gent?
- Britt; Tony !! Oh wat
leuk dat je belt. En het is nog leuker dat je terug komt. Ik zie er echt naar
uit. Hoe gaat het met je? Ben je weer een beetje opgeknapt?
- Tony: Dat is nog een
lange weg, en ik heb echt je hulp nodig Britt. Zou jij dat willen doen? Mij
helpen om weer op de rails te komen. Zou je dat willen, ondanks dat ik zo naar
tegen je heb gedaan?
- Britt; Met alle
liefde. Kom maar snel terug. Johan zegt, dat als ik wat ben opgeknapt, wij dan
woensdag bij je op bezoek komen. Ik zie uit naar de woensdag.
-
- Na het telefoontje
stapt Brit tin de douche. Zelfs de waterstralen doen nog zeer op haar huid, en
dus is ze vlug klaar en gaat in een schone pyjama en ochtendjas in de kamer op
de bank liggen.
- Johan zit aan de
keukentafel te werken en heeft haar eerst niet in de gaten.
- Als Britt begint te
hoesten merkt hij haar pas op.
- Johan: Alles goed
Britt? Heb je iets nodig?
- Britt; Ja, jou.
- Johan: Ik kom.
- En hij gaat op het
randje van de bank naast haar liggen en neemt haar voorzichtig in zijn armen en
begint haar kleine kusjes te geven.
- Hieraan merkt Johan
dat het weer wat beter gaat, want Britt kan er nu echt van genieten. Ze is nog
wel heel snel moe, en tot Johan's geluk protesteert ze er niet tegen.
- Komt de slaap dan komt
die, en laat Britt zich lekker meevoeren naar droomland.
-
- De maandag is ook nog
een slaapdag, maar dinsdag is ze wat meer uit bed. Deels gedwongen, want Johan
is er niet en dus zal ze voor zichzelf moeten zorgen.
-
- Om drie uur komt Johan
weer binnen. Hij was naar Brussel geweest om Tony terug te begeleiden naar Gent
en daar naar het ziekenhuis te brengen.
- Aanvankelijk had men
haar gelijk op de afdeling psychiatrie willen opnemen, maar daar had Tony heftig
tegen geprotesteerd.
- Tony: Ik weet dat het
niet goed zit, maar daar ga ik niet liggen.
- Op de interne voor
mijn longen of mijn nieren, oké, maar nergens anders. En als ik gesprekken
nodig heb dan ga ik wel naar de psychiater toe maar ik laat me niet opnemen.
- Deze inspanning had ze
moeten bekopen met een hele forse hoestbui en nu lag ze happend naar adem op de
brancard. Vlug kreeg ze weer zuurstof toegediend, maar ze bleef benauwd en
daarom werden de longen uitgezogen, want er zat nog steeds heel vele slijm in
haar longen.
- Helemaal uitgeput werd
ze op de afdeling longgeneeskunde in bed gestopt en aldaar weer in behandeling
genomen, compleet met toeters en belle.
- Ze was te moe om in de
gaten te hebben dat Johan afscheid nam. Ze draaide zich om en probeerde wat te
slapen.
- Johan gaat naar huis
om Britt te vertellen dat Tony in gent is.
- Britt is in eerste
instantie blij dat te horen maar als Johan haar veteld wat er is gebeurt eordt
Britt weer ongerust.
- Britt: Maar gaat ze
het wel halen dan?
- Johan: Tuurlijk Britt
ze wordt nu alleen wat extra in de gaten gehouden.
- Britt: Ja maar kan ik
haar dan wel bezoeken?
- Johan: Dat denk ik wel
ja en ik denk ook dat Tony dat heel prettig zal vinden ze heeft je nodig Britt.
- Britt: Denk je?
- Johan: Dat weet ik
zeker.
- Britt: Dan ga ik nu
naar het ziekenhuis toe.
- Johan: Britt ik denk
dat je beter morgen kan gaan Tony was erg moe.
- Britt: Ja maar ik wil
even laten weten dat ik er vorr haar ben.
- Johan: Oke maar ik ga
mee.
- Britt en Johan
vertrekken naar hert ziekenhuis.
- Maar daar aangekomen
mogen ze nog niet bij Tony. Die had opnieuw een ernstige benauwheidsaanval gehad
en de artsen waren nu met haar bezig.
- Britt begint allengs
meer te twijfelen of Tony het echt wel gaat halen. Ze had fysiek al zoveel
ingeleverd, hoe zou ze dat psychisch nog kunnen opvangen.
- Johan ziet de twijfel
bij Britt en slaat een arm om haar middel.
- Joahn: Kom, Britt. We
gaan naar huis en daar wachten we wel tot ze ons bellen.
- Britt; Maar ik moet
Tony zien.
- Net dan komt er ene
arts uit Tony's kamer lopen.
- Britt: Mag ik
alsjeblieft naar mijn vriendin toe? Ik moet haar zien.
- Arts: Dat zal niet
gaan. Ze moet mee naar de operatiekamer.
- Britt; Waarvoor dan?
Ik dacht dat ze weer in orde was.
- Arts: Haar
benauwdheid. Ze hoest zoveel. Ze heeft een klaplong gekregen. Dat betekend dat
beide longvliezen los van elkaar zijn gekomen en dat de long is dichtgeklapt.
Die long kan dus geen zuurstof opnemen. We gaan een vacuümdrain aanleggen en
dan de lucht tussen de vliezen uitzuigen en dan zal het snel weer een stuk beter
gaan met haar.
- Britt: Mag ik haar
niet heel kort even zien voor ze weggaat?
- Dan net komen de
broeders het bed uit de kamer schuiven. Britt schrikt heftig als ze Tony ziet.
Vlug pakt ze diens hand en buigt voorover om haar wat bemoedigende woorden toe
te spreken.
- Tony reageert met een
heftig kreunen.
- Britt; Heeft ze zoveel
pijn dokter. Kunt u daar wat aan doen? Dat kan ze toch niet hebben?
- Arts: We gaan haar nu
helpen. Ik denk dat we over een uur of zo weer klaar zijn met haar.
- Britt kijkt Joahn aan
met een vragende blik in haar ogen.
- Johan;
Oké Britt. Als jij wilt kun je op
haar wachten, maar ik moet toch echt even de kinderen op gaan halen. Lukt het je
om hier allen te wachten of zal ik Sofie of Nadine even bellen?
- Britt; Ik wacht hier
wel alleen. Kom jij straks wel terug dan?
- Joahn geeft haar een
zoen ter bevestiging en vertrekt dan naar de school.
-
- Britt zit starend in
de wachtkamer En inderdaad na ongeveer een uur komt Tony weer terug. Haar
gezicht is heel mager en ingevallen en heeft een ongezonde kleur.
- Heel rustig zet Britt
de stoel weer naast Tony haar bed en gaat weer zitten met diens hand in haar
eigen hand.
- Langzaam kom Tony bij
uit de narcose. Ze voelt zich hondsberoerd. Ondanks alle ziekenhuis ervaring kan
ze er nog steeds niet tegen. Ze moet braken en dat doet ontzettend pijn in haar
ribbenkast en ze gilt het uit. Het gekrijs gaat Britt door merg en been en zelf
word ze er ook helemaal naar van.
- De zuster die komt om
Tony te verzorgen ziet da Britt het ook moeilijk heeft en wenkt haar even mee
naar de gang om te praten.
- Het is een hele
vriendelijke zuster, die ook heel goed oog had voor het bezoek van haar patiënte.
Ze ziet bij Britt de angst en de meegeleefde pijn.
- Zuster: Nu lijkt het
allemaal heel erg, maar ze heeft net een injectie tegen de pijn en de
misselijkheid gehad, ze zal zo wel wat rustiger worden.
- Britt; Gaat ze echt
wel beter worden dan? Ik maak me zo zorgen om haar.
- Zuster; Jawel, ze gaat
wel beter worden.
- Britt; Ook psychisch?
Ze was er heelmaal door toen ik haar de laatste keer zag. Ze zat zo in de knoop
over dat ze zomaar hier weg is gegaan en ruzie had gemaakt met mij. Toen is
alles begonnen en nu voelt ze zich een hele slecht mens.
- Zuster; Als jij haar
graag terug wilt, moet je maar veel op bezoek komen. Ik zie zo aan je dat jullie
bij elkaar horen. Ze zal nog wel een poosje onder de pannen zijn met die longen
maar ik denk dat ze zeker en vast ook een psychiater of een psycholoog nodig
heeft.
- Britt; Dat denk ik ook
wel, maar Tony zal dat niet willen ben ik bang.
- Zuster: Kom regelmatig
en hou haar goed in de gaten. Probeer haar te motiveren om toch professionele
hulp te zoeken.
- Britt; Kan ik weer
even naar haar toe gaan?
- Zuster; Ja hoor. Ga
maar. En als er vragen zijn kom je maar weer hier.
-
- Tony heeft nu haar
ogen open. Ze staart mijlenver voor zich uit.
- Britt: Tony, heb je
nog heel veel pijn?
- Tony: Ja.
- Britt: Mag ik je hand
houden?
- Tony zegt niets en
doet niets, en dus pakt Britt heel voorzichtig Tony's hand.. Ze merkt dat Tony
het niet zo prettig vind.
- Britt: Allez, wat is
er Tony? Vind je het niet goed dat ik dat doe?
- Dan begint Tony
zachtjes te huilen, maar omdat ze dan zo diep moet ademen en zo vlug, gaan haar
longen ook weer pijn doen.
- Britt ziet het gezicht
vertrekkenen legt troostend een hand op Tony's schouder.
- Brit: Stil maar Tony.
Je moet niet praten als het je teveel vermoeid.
- Tony: Maar ik kan jou
toch niet onder ogen komen. Kijk eens wat ik met onze vriendschap heb gedaan?
- Britt; Tony, ik heb je
al gezegd dat ik het je allemaal heb vergeven. Jij was ziek, en je voelde je
klem staan. In je leven, in je carrière. En toen heb je alles binnen gehouden
en er niet over gepraat, en dat is je teveel geworden. Je stikte bijna in je
eigen verdriet. Maar je bent nu toch weer terug? Laat ons je helpen.
- Tony legt haar hand op
de wond waar de drain in haar borstkas steekt en drukt daar iets op om wat
dieper te kunnen ademen.
- Britt: Gaat het?
- Tony: Wil jij eens
zien of het nog goed zit? het voelt zo vreemd.
- Voorzichtig kijkt
Britt onder de dekens en haar maag begint zich om te draaien. En dikke kunststof
slang, zo dik als haar pink steekt als een spies zo recht in Tony's borstkas. Er
loopt wat bloed doorheen en de machine die naast het bed staat maakt vreemde
zuigende geluiden.
- Britt; Ik ben geen
dokter, maar het lijkt me wel goed te zitten.
- Tony: Wil jij je hand
er even opleggen een erop drukken?
- Heel voorzichtig
plaatst Britt haar hand op de wond. Tony gebaard dat ze wat harder moet drukken.
- Tony: Nog wat harder
Britt.
- Britt vind het
doodeng. Ze ziet dat het Tony ook vreselijk veel pijn moet doen maar die had
zelf gevraagd om de druk op te voeren.
- Ineens voelt ze een
rare knap onder haar hand. Tony zucht diep en lijkt ineens opgelucht, maar Britt
is van de schrik flauwgevallen en ligt languit voor het bed.
- Tony drukt op de
zusteroproep en al snel komt de zuster en beziet wat er gaande is.
- Tony: Het slangetje
zat niet goed, en toen Britt erop drukte knapte er iets. Nu voelt het wel goed,
maar nu ligt zij hier. Wil je haar helpen.?
- De zuster roept haar
collega en samen leggen ze Britt languit op haar rug met haar hoofd opzij
gedraaid. Dan stoppen ze een paar kussens onder haar benen zodat het bloed wat
beter naar het hoofd kan stromen.
- Het duurt een
behoorlijke tijd voor ze weer bij komt. Inmiddels is haar bloeddruk en haar
polsslag ook al opgenomen. Bloeddruk is erg laag 84/ 45, de pols is erg hoog
158, het hart doet flink zijn best om het bloed rond te pompen door haar
lichaam.
- De arts is inmiddels
bij Tony geweest en heeft de wond geïnspecteerd. Inderdaad was met het
overplaatsten van Tony van de operatietafel naar haar eigen bed de slang er iets
uitgeschoven en daarom had ze zoveel pijn gehad. Nu zat alles weer goed, dankzij
Britt.
- Britt is inmiddels op
een brancard gelegd en zelf meegenomen naar de eerste hulp alwaar zij eens
grondig word onderzocht.
- Als Johan dan ook bij
Tony terugkomt kijkt hij verbaasd dat Britt er niet is en haar tas en jas er wel
liggen. Omdat Tony lijkt te slapen wil hij haar niet wekken.
- Maar Tony sliep niet,
althans niet vast. Ze had Johan gehoord en keek hem nu met haar betraande ogen
aan.
- Johan: Wat is er Tony?
Waar is Britt?
- Tony: Die is flauw
gevallen toen ze me heeft geholpen. Ze onderzoeken haar nu op de eerste hulp.
- Johan: Ik ga naar haar
toe, en kom dan straks wel weer even bij je langs. Oké?
- Tony:
Is goed Johan. Tot straks.
-
- Op de eerste hulp
krijgt hij te horen dat de artsen nog bezig zijn en dat hij even moet wachten.
- Na een half uurtje
word hij binnen geroepen. Britt is inmiddels in een gewoon bed gestopt.
- Johan: Wat is er met
haar? Is ze niet goed? Ik dacht dat ze alleen maar flauw was gevallen?
- Arts: Ze bleef maar
flauw vallen. We hebben haar eens grondig onderzocht en zullen haar voorlopig
hier moeten houden om een oorzaak daarvoor te vinden.
- Johan: Maar wat is er
dan?
- Arts: Op de ECG, het
hartfilmpje, zien we nogal wat afwijkingen, flinke hartritme stoornissen. En het
EEG, het hersenfilmpje, laat ook wat onregelmatigheden zien. We kunnen nu nog
niet met zekerheid zeggen wat er is, maar zoals ik al zei, dat gaan we verder
uitzoeken.
- Johan heeft zich
inmiddels naar Britt toegebogen die hondsmoe en beroerd, maar vooral heel
angstig in bed ligt.
- Britt; Sorry Johan dat
ik het weer zo verpest.
- Johan :Kom op lieverd.
Hier kun I toch niets aan doen. De artsen gaan je goed onderzoeken en observeren
en jij gaat ageer helemaal gezond worden hoor. Ik reken op je.
- Britt: Ben je niet
boos op mij dan?
- Johan: Op jou? Nooit
lieverd. Wordt maar snel weer gezond. De kinderen en ik wachten op je.
-
- En zo verdwijnt Britt
naar de afdeling cardiologie en komt ze aan de hartbewaking te liggen.
- Ofwel dat DE plaats is
om alles heel goed in de gaten te houden, is het voor Britt juist een plaats van
angst en onzekerheid. Alle toeters en bellen en piepjes en lampjes. Het
verontrust haar meer en meer.
- Zo zeer dat het haar
hartritme ook nog eens negatief beïnvloed. Zo ongeveer elk half uur gaat het
alarm van haar machine af omdat haar hart zo onregelmatig klopt. Britt doorstaat
ware doodsangsten.
- Later die avond heeft
Britt zoveel te incasseren gehad met alle alarmtoestanden dat haar hart een
totale uitputting nabij is.
- Nadat Johan en de
kinderen op bezoek zijn geweest krijgt ze een heee raar gevoel in haar keel en
haar borstkas. Ze voelt zich zweterig en zweverig worden en krijgt het steeds
benauwder.
- Dan ineens slaat weer
het alarm aan en Britt voelt zich helemaal los komen van het bed. Het is alsof
ze door een tunnel gaat met allemaal mooie lichten erin. De geluiden van de
afdeling vervagen en ze voelt zich rozig worden.
- En dan ineens die hele
felle stekende pijn achter haar borstbeen. Ze wil gillen maar ze krijgt geen
geluid over haar lippen. Nu wordt de angst nog sterker.
- Ze wil om zich heen
grijpen maar kan niets vinden om vast te pakken en dan wordt het langzaam donker
om haar heen.
- Ze voelt dat er aan
het bed word getrokken en overal is ineens een geroezemoes van stemmen. Haar
ziekenhuis pyjama wort losgetrokken en iemand knalt een paar peddels op haar
borstkas en dan wordt ze geshockt met een defibrillator.
- Nog eens, en nog eens.
- Angstig kijken de
artsen en de zusters en broeders wat de monitor laat zien. Dan voelt Britt nog
een hele felle steek . Ze krijgt een injectie met ene hartstimulans rechtstreeks
in haar hart gespoten. Nog heel even dat nare gevoel en dan plots klinkt de
monitor weer heel regelmatig.
- Arts: Dat was echt
kantje boord. Ga die vriend van haar maar bellen, want ik weet niet of dit weer
gaat gebeuren en of we haar er weer door kunnen halen.
-
- Britt hoort dit aan en
heeft een heel vreemd gevoel over zich. Alsof ze in een soort tussenwereld zit:
niet in haar lichaam maar ook niet dood. Maar ze voelt nu geen angst meer.
- Johan wordt gehaald
door de dokters die uitleggen wat er aan de hand is.
- Britt merkt dat Johan
binnen komt en de dokter zien een kleine positiefe reactie op de monitor.
- De dokters vertellen
aan Johan dat hij een postief effect heeft op Britt en vragen hem om bij haar te
blijven. Johan blijft lang naast Britt zitten en realiseerd zich ineens dat Tony
misschien ook wel een positief effect op Britt zou kunnen hebben en dus besluit
hij met de dokters te overleggen of het eventueel mogelijk is dat Tony bij Britt
op de kamer komt.
- Dokter: Het is een
andere soort ziekte maar ik kan eens zien wat ik kan doen.
- Johan: Bedankt.
- Johan gaat weer terug
naar Britt en vertelt haar dat Tony misschien bij haar op de kamer komt te
liggen. Hij weet niet of Britt hem kan horen maar hij heeft eens gelezen dat
mensen die in een coma liggen en eruit komen alles na kunnen vertellen. Na een
tijdje komt de dokter de kamer binnen om Johan te vertellen of Tony op Britt
haar kamer kan komen liggen..
- Johan: En, dokter?
(angstig)
- Dokter: Het kan, voor
een tijdje toch. (glimlachend)
-
- Britt geeft weer een
positieve reactie weer, alsof ze alles kan horen en begrijpt, wat om haar heen
wordt vertelt.
-
- Johan: Heb je dat
gehoord, liefje? (glimlachend, terwijl hij een paar haren uit haar gezicht
strijkt)
-
- Nu verandert er meer
op de monitor...
- Maar niet direct in
positieve zin, zoals eerder die avond.
- Het hart gaat weer
heel onregelmatig slaan en Britt's lichaam reageert met felle schokken. Het is
alsof er stroom door haar lichaam wordt gejaagd.
- Johan: Dokter, wat is
er met haar aan de hand?
- Arts: Haar hart is aan
het ontladen. Stap even opzij. We zullen zo weer met de defibrillator aan de
gang moeten. Ik snap ook niet dat haar hart dat ritme niet vast kan houden.
- En weer gaat het alarm
af en Britt ligt nu volledig verkampt en stuipen trekkend in bed. Het zweet
gutst van haar hoofd en haar handen en armen zijn helemaal verkrampt. Uit haar
keel komen langs de tube allemaal nare rochelende geluiden.
- Arts: Ik denk dat u
beter even buiten kunt gaan wachten. Het zal er niet fraai uitzien wat we moeten
gaan doen.
- Johan :Maar ik wil bij
haar blijven. Ik moet bij haar blijven Laat haar niet van me weggaan. Help haar.
Red haar. Alsjeblieft.
- En dan neemt een
zuster hem bij de arm en begeleid hem naar een koffiehoekje op de gang.
- Binnen vecht Britt
voor haar leven. Ze is er heel ernstig aan toe, maar de artsen weten niet wat er
nu met haar aan de hand is. Ze zien wel wat er gebeurd, maar weten niet hoe dat
nu komt. Ze leek een uur geleden nog stabiel.
- Het ECG vertoond een
steeds onregelmatiger beeld en na nog eens tien minuten van medicijnen spuiten
en elektroshocks toedienen begeeft Britt haar hart het en stop weer met kloppen.
- Nu gaat het groot
alarm af en uit alle hoeken en gaten komt het reanimatiepersoneel aangerend en
allemaal schieten ze de kamer van Britt in.
- Johan ziet dat aan en
heeft het niet meer. Hij is bang, doodsbang dat het te laat is voor Britt. Hij
zijgt neer in zijn stoel en slaat zijn handen voor zijn ogen en begint heel hard
te huilen.
- De tijd kruipt voorbij
en Johan vreest meer en meer dat dit het einde was van zijn relatie met Britt,
die moedige en sterke vrouw. Die mooie vrouw waar hij zo tot over zijn oren
verliefd op was geworden. Die knappe vrouw, die lieve vervangende moeder voor
zijn zoon.
- Een voor een komen de
broeders en zusters en dokters de kamer weer uitlopen.
- Als laatste de
hoofdbehandelaar van Britt.
- Johan: Dokter?? (met
trillende stem)
- Arts: Voor nu heeft ze
het gehaald, maar haar hart wordt zwakker en zwakker. We moeten uitzoeken wat er
is met haar hart en heel snel een remedie vinden anders heeft ze niets meer bij
te zetten.
- Johan: Mag ik haar
gaan zien?
- Arts: Ga maar, en
blijf bij haar, zo lang als je kan.
- Schoorvoetend loopt
Johan naar zijn Britt en neemt haar hand en streelt die zacht.
- Maar van Britt uit
komt er geen reactie. Ze is weer teruggezakt in haar coma. Door de hartstilstand
hadden haar hersens ook even geen zuurstof gekregen en al met al zag het er
ronduit slecht uit voor Britt.
- Johan bleef de hele
nacht aan haar zijde zitten en had veel gebeden en tot God gesproken om
alsjeblieft Britt te helpen en te redden. Tegen de ochtend was hij zelf
oververmoeid en was met zijn hoofd naast dat van Britt in slaap gevallen.
- Ineens schrikt hij
wakker als hij wat in zijn haren voelt bewegen.
- Het was Britt, die was
bijgekomen en nu door zijn haren aan het strelen was. Ze maakte een heel
bijzonder kwetsbare en broze indruk. Johan begon spontaan te huilen toen hij in
Britt haar ogen keek.
- Johan: Ben jij het
echt Britt? Mijn ogen bedriegen me niet?
- Britt; (hele zwakjes)
Nee Johan, ik ben het zelf. Ik kan nog niet weggaan. Ik heb hier nog een leven
te leiden.
- Johan: Oh Britt, je
maakt me zo gelukkig.
- Britt; Wat is er
allemaal gebeurt? Ik weet dat ik bij Tony was en dat zij pijn had en daarna is
alles heel vaag en rommelig. Ik ging door een tunnel met licht. Ik hoorde Dorien
huilen, en heb heel erge pijn gehad in mijn borst.
- Johan: Britt, we
warnet je bijna kwijt. Echt. Je hebt twee keer een hartstilstand gehad. Ik dacht
echt dat ik je kwijt was. Ik heb in geen jaren zovele gebeden als deze nacht.
- Britt; Johan wil je me
even vasthouden?
- En heel voorzichtig
legt Johan zijn armen rond Britt en meteen laat de monitor het effect ervan
zien.
- Het hart gaat wat
rustiger en fermer kloppen. Ook registreert de saturatiemeter dat de longen
beter in staat zijn zuurstof op te nemen. Ze zit ondertussen op 90%, dit in
tegenstelling tot gisteravond laat, toen ze, ondanks O2 toediening maar op 74%
zat.
- De arts komt voorbij
en ziet dat Britt is bijgekomen en dat de metingen allemaal een heel stuk
positiever uitvallen.
- Arts: Welkom terug
mevrouw Michiels. Dit had ik nooit verwacht. Maar u bent nog niet van mij af,
helaas. Iemand zo jong als u kan niet zomaar zulke ernstige klachten krijgen. Ik
wil u grondig gaan onderzoeken.
- Britt; Ik loop niet
weg, wees niet bevreesd. Daarvoor ben ik nog veel te moe.
- Arts: Ergo, u gaat
veel rusten en slapen en laat alles aan anderen over, en dan bedoel ik ook echt
alles. U doet niets zelf; niet eten, niet drinken, niet wassen, niks. U wordt
overal mee geholpen tot we meer weten waarom uw hart er mee wilde stopen.
- Britt: U bent de
dokter, u zult wel weten waar u het over heeft.
- De arts vertrekt weer
en Britt kijkt Johan moe aan...
- Britt: En nu?
(zacht/moe)
- Johan: Nu ga jij je
helemaal laten verzorgen en onderzoeken. Britt wij zijn allemaal zo bang geweest
om je te verliezen. Dat wil ik niet nog eens meemaken.
- Britt: Ik heb toch
totaal geen puf om ook maar iets te doen. Mijn ogen open houden is al een hels
karwei.
- Johan oe ze dan lekker
dicht en droom over mooie dingen en wordt alsjeblieft snel weer beter.
- Dan ziet Johan dat er
tranen tevoorschijn komen.
- Johan: Hé, Britt,
waarom huil je nu?
- Britt: Johan, ik ben
zo bang. Die pijn die ik voelde. Ik dacht dat ik dood ging. Ik voelde of ik in
een trein zat die naar Mark ging. Eerst was ik heel bang, maar toen het donker
werd was de angst weg. Maar nu ben ik weer zo bang. Ik wil niet sterven. Ik ben
daar toch veel te jong voor?
- Johan :Brittje, jij
gaat niet sterven. Jij bent hier in goede handen.
- Britt; Maar de dokter
zegt dat het zo vreemd is allemaal, dat ik niet eens ziek zou moeten worden en
ze weten niet eens wat er mis is. Johan, het is mijn hart. Zal ik vanaf nu, als
ik tenminste niet dood ga, voor altijd een zwak en invalide vrouwtje blijven die
niets meer kan? Niet meer lopen, niet meer de huishouding doen, niet meer met
mijn dochter spelen en u niet meer kunnen liefhebben?
- Johan :Jij wordt geen
zwak en invalide vrouwtje. De artsen gaan je onderzoeken en beter maken.
Vertrouw daar maar op.
- Britt; Wil je niets
tegen Tony zeggen? Die kan dit er niet bij hebben.
- Johan Wat moet ik haar
dan wel zeggen? Ze weet dat je onderuit bent gegaan, en zij heeft heus wel
gemerkt dat je nog steeds niet terug bent gekomen.
- Britt; Maar wees wel
heel voorzichtig met haar.
- Johan: Als jij mij
beloofd dat je beter gaat worden. Moet ik je straks iets meenemen vanuit huis?
- Britt; Jezelf. En je
lieve glimlach, want daar word ik sterker en beter van.
- En dan ligt ze al weer
te slapen. Deels omdat haar hart zo zwak is dat ze heel snel uitgeput raakt,
maar ook omdat ze fors onder de medicijnen zit om haar angsten te dempen.
-
- Johan gaat bij Tony
aan en die ligt al verwachtingsvol naar de deur te kijken.
- Tony: Johan, wat zie
jij eruit.Heb je een spook gezien of zo?
- Johan: Daar leek het
wel op.
- Tony: Nee !! Britt???
Wat is er gebeurt?
- Johan: Het is niet
goed met haar Tony. Die flauwte,.... ze had hartritmestoornissen en het werd van
kwaad naar erger en ze heeft vannacht twee keer een hartstilstand gehad. We
waren haar bijna kwijt.
- Tony: Hoe kan dat nu?
Ze is jong en ze leeft heel gezond. Dan krijg je toch geen hartstilstand?
- Johan: De artsen weten
het ook niet en gaan haar helemaal onderzoeken. Tony ik ben zo bang.
- Tony: Kom eens hier
Johan.
- En ze steekt haar
armen uit om Johan op te nemen en probeert hem wat te troosten.
- Tony: Onze Britt laat
zich niet kennen. Die gaat vechten om er door te komen. Zo lang heeft ze vast
gezeten in haar verdriet om Mark, zo vaak heeft ze gezegd dat ze naar hem toe
wil. Maar juist sinds ze u kent lijkt ze te beseffen dat het leven nog maar net
begint. Dat geeft ze niet op Johan, dat doet ze niet.
- Johan: Dat zei ze ook
tegen mij, maar ik ben zo aller Jezus bang Tony. Ik kan het niet uitleggen.
- Tony: Ik begrijp je
angst volkomen. Maar probeer of je sterk kunt zijn voor haar. Zo snel ik van bed
kan ga ik haar ook bezoeken. En als je bij haar komt wil je haar dan een hele
dikke knuffel van mij geven en zeggen dat ik elke seconde aan haar denk?
- Johan: Dank je Tony.
- Tony: Waarvoor?
- Johan: Dat je naar mij
hebt geluisterd en mij moed hebt ingesproken.
- Tony: Jullie hebben
zoveel voor mij gedaan. Dit is wel het minste wat ik voor jullie terug kan doen.
- Johan: Wat als ze nog
eens zo'n aanval krijgt, Tony? (angstig vragend)
- Het lijkt of Britt het
in haar kamer gehoord heeft, want...
- ....... plots gaat
weer het alarm af. Opnieuw heeft het hart het heel moeilijk. Het is heel druk om
bloed door te pompen maar het werkt volkomen stuurloos.
- In feite staat het
hart overuren te draaien terwijl er geen kracht is om te pompen, en dat leidt
opnieuw tot een stilstand.
- Britt ligt met
angstige, grote ogen rond te kijken.Ze heeft het gevoel dat haar keel wordt
afgesnoerd, haar borstkas doet vreselijk pijn, haar linkerarm is helemaal
verkrampt en ze voelt weer al haar krachten uit zich weglopen.
- Opnieuw wordt met
behulp van de defibrillator de hartactie hersteld. En opnieuw krijgt ze een
injectie rechtstreeks in haar hart. Het doet vreselijk pijn, dat nog afgezien
van de angst die ze weer doormaakt.
- De artsen besluiten om
een externe pacemaker te plaatsen die bij het falen van het hart kleine
stroomstootjes zal geven aan de hartspier zodat er wel contracties van het hart
zullen worden aangestuurd.
- Het is opnieuw een
zeer pijnlijke ingreep. Maar Britt kan het allemaal niet meer hebben. Ze moet
onophoudelijk huilen.
- Haar hele lijf doet
pijn, waar ze haar ook maar aanraken. Het voelt heel vreemd als de arts de
elektrode via haar halsslagaders opschuift naar haar hart. Als de elektrode
geplaatst is worden er controlefoto's gemaakt om te zien of hij goed zit. Daarna
wordt de pacemaker getest door er in serie een aantal signalen overheen te
sturen die van invloed zijn op de hartactie. Maar omdat de eigen hartactie net
hersteld was, voelt dit als heel onnatuurlijk en reageert het hart weer met
ritmestoornissen en weer wordt het Britt zwart voor de ogen.
- Moeizaam probeert
Britt te zuchten, maar ze is aan het eind van haar krachten. Ze kan niet meer,
ze heeft totaal geen energie meer.
- De artsen zien dit en
besluiten om Britt in een staat van coma te brengen zodat haar lichaam en haar
geest kunnen rusten. Ze zal haar angsten dan niet zo merken en haar lichaam zal
niet reageren als het hart weer problemen gaat geven omdat de pacemaker het dan
automatisch overneemt.
-
- Nadat ze gedaan hebben
gaat de arts op zoek naar Johan van wie hij wist dat die naar Tony was gegaan.
- Johan en Tony
schrikken zich een ongeluk als de arts hen dit bericht komt vertellen.
- Tony pakt Johan's hand
en houd die stevig vast, zo stevig als ze kan.
- Johan: Oh Tony, wat
moet ik nu? Ze gaat weg van ons (huilend)
- Tony: Johan, ga naar
haar toe en blijf bij haar. Zij heeft jou nodig. Houd haar hand en praat met
haar. Ze zal je kunnen horen en ze moet weten dat jij er bent en op haar wacht.
- Johan: Ik durf niet
Tony.
- Tony: Jawel, dat durf
jij wel. Ga heen en zeg haar dat je van haar houd.
-
- Met lood in de benen
gaat hij weer naar de afdeling hartbewaking. Met trillende benen staat hij naast
het bed van Britt, die er zwaar gehavend uitziet. Overal zitten nog bloedvlekken
van de ingreep om de elektrode te plaatsen; haar huid is wasachtig en bleek, met
een flauw blauw schijnsel, omdat ze te weinig zuurstof in haar bloed heeft. Ze
draagt een zuurstof masker en heeft een infuus in.
- Als Johan heel
voorzichtig haar hand pakt voelt die koud en bijna levenloos aan.
- Een zuster bied hem
een stoel aan en komt bij hem zitten om uit te leggen wat er is gebeurd en wat
de artsen hebben gedaan.
- Johan: Maar waarom
hebben ze haar zo verdoofd dan?
- Zuster: Ze was
helemaal op. Haar hart kon het niet meer aan. De angst, de pijn, ze zou het niet
overleven als ze langer bij bewustzijn zou zijn gebleven. Zie dit als een
gedwongen rustkuur. Dit is het beste wat de artsen konden doen. Haar hart word
nu ondersteund door een pacemaker en verder heeft haar hele lichaam en geest
rust.
- Johan: Hoe lang blijft
dat zo?
- Zuster: Zeker heel de
week. Haar lichaam was bijna totaal uitgeput. Ze moet echt weer wat kracht terug
krijgen. Ze was heel erg bang. Dat kun je geen mens aandoen om daar al te lang
in te zitten.
- Johan: Nou, ik zit er
ook in.
- Zuster: Gaat het gaan?
Of wil ik u ook een tabletje geven om iets rustiger te worden?
- Johan; Val ik daar
niet van in slaap? Ik wil niet slapen. Ik wil bij Britt blijven en haar kunnen
zien en tegen haar kunnen praten.
- Zuster; Ik denk dat
het goed is als u zo toch naar huis gaat en probeert om een beetje te slapen. U
bent al vanaf vroeg in de ochtend op en het is nu al twee uur in de nacht. U
moet echt goed op uzelf letten anders gaat u er ook onderdoor, en bij God, Britt
heeft uw steun nodig.
- Johan: Maar als er wat
gebeurt dan?
- Zuster; Britt heeft
toch een zoon en een dochter? Ga naar hun toe. Zij willen ook weten hoe het met
haar is.
- Johan; Simon is mijn
zoon. Dorien is haar dochter. Maar we zijn heel veel bij elkaar.
- Zuster: Ga erheen. Ga
slapen en besteed ook wat tijd en aandacht aan hun. En kom dan morgen zo rond de
middag weer terug.
- Johan: Maar als ...
- Zuster; Ze is nu in
hele goede handen. We hebben haar continu onder toezicht. Maar ik denk dat ze nu
eindelijk een beetje tot rust komt.
- Johan: Echt, er gaat
niets ergs gebeuren?
- Zuster: We zullen
allemaal heel goed voor je vriendin zorgen.
-
- Uiteraard komt er van
slapen niet veel terecht want als hij thuis komt zit Lieve met de kinderen op de
bank. Ze waren bang voor de situatie met Britt en ze wilden heel graag bij Johan
zijn.
- Hij sluit beide
kinderen en zijn armen en samen huilen ze een flink partijtje.
- Dorien: Gaat mama
dood?
- Johan :Ze is hele erg
ziek. De dokters hebben haar een pacemaker gegeven. Zo'n machientje die het hart
op gang houd.
- Dorien: Deed haart
hart zo'n pijn dan nog om papa?
- Johan; Dat weten de
dokters nog niet. Ze moeten dat nog uitzoeken. Maar ze hebben haar in slaap
gemaakt zodat haar lichaam kan rusten. Ze was heel bang. Ze vertelde me dat ze
niet dood mocht gaan, dat ze hier wil blijven bij ons.
- Simon; Ik wil ook niet
dat ze dood gaat. Britt moet mijn mama worden.
- Het is al na vijf uur
als de kinderen eindelijk rustig zijn en op de bank in slaap vallen. Johan dekt
ze toe en gaat zelf in een zetel onderuitgezakt ook een hazenslaapje doen.
- Met schrik wordt hij
om negen uur wakker als hij een koffielucht in zijn neus krijgt.
- Simon was wakker
geworden en had koffie gemaakt.
- Simon: Ik dacht, die
kunt u wel gebruiken.
- Johan ank je kerel. Ik
heb je nodig.
- Simon: U zult de
school nog moeten afbellen. En misschien ook nog naar oma José. Ik denk dat die
ook heel graag naar Britt toe wil komen. Dan kunnen jullie om beurten naar haar
toe en hier oppassen.
- Johan: Hoe komt het
toch dat jij zo verstandig bent Simon?
- Simon: Dat heb ik uit
de genen van mijn vader meegekregen. (lachend)
- Johan neemt Simon in
zijn armen en begraaft zijn gezicht tegen het kinderkopje aan.
-
- Na de nodige
telefoontjes is Johan weer heel erg moe.
- Simon: Ga nog even
liggen in je bed dan. Dorien en ik zullen wel even wat doen, de was opruimen of
zo en brood halen. En als oma er is maken we je wel wakker.
- Johan kan hier niets
tegen inbrengen en valt als een blok in slaap als hij het bed ziet.
-
- Vanuit de kamer belt
Dorien "stiekem " naar het ziekenhuis en krijgt te horen dat Britt
naar omstandigheden een goede en rustige nacht heeft gehad.
- Omdat het voor Britt
gewoonweg te inspannend is, mogen de kinderen nog niet zelf op bezoek komen,
maar ze spreken af, dat als Johan niet kan komen dat ze dan een keer per dag
naar de zusterspost mogen bellen om te horen hoe het gaat.
- Simon neemt een nu
huilende Dorien in zijn armen.
- Dorien: Ik was zo ban
gdat z edood zou gaan.
- Simon: Die gaat niet
dood. Let op mijn worden. Ze is wel heel ziek, maar ik weet zeker dat er hele
goede dokters zijn die haar weer heelmaal gezond kunnen krijgen.
-
-
- Zonder verdere
complicaties "slaapt" Britt zich door haar rustweek heen. Het hart is
nu wel op eigen ritme blijven werken en de pacemaker heeft het niet een keer
over hoeven nemen.
- Elke dag was er een
paar keer bloed geprikt, maar er waren geen verschijnselen aangetoond die konden
wijzen op een hartinfarct waarbij spierweefsel aan het afsterven was.
- Vandaag zou er een
hartecho worden gemaakt, en indien nodig zouden er meerdere geavanceerde
onderzoeken plaatsvinden, maar dan over de dagen verdeeld om de inspanning en
belasting minimaal te houden.
- Na het hartecho wordt
Britt langzaam weer uit haar coma gehaald. Haar gezicht ziet er een heel stuk
rustiger en uitgeruster uit. Ze heeft niet meer dat blauwe schijnsel onder haar
huid en de kringen onder haar ogen zijn ook niet meer zo donker.
- Johan heeft haar hand
vast als herkenningspunt voor haar.
- Dan opent Britt haar
ogen en ziet een hele resem aan artsen staan, maar haar ogen scannen voor Johan.
Gelukkig voelt ze zijn hand om de hare en er verschijnt een flauwe glimlach.
- Johan: Welkom terug
lieverd.
- Britt; (heel hees)
Johan, ik heb u gemist.
- Johan :Anders ik jou
wel.
- Britt; Gaat het nu
goed komen? Ik heb me zo ziek gevoeld.
- Arts: Morgen hebben we
de uitslagen.
- Britt; Ziet het er
goed uit?
- Arts: Morgen, Britt.
Vandaag ga jij nog lekker verder rusten.
- Britt; Maar ik heb al
zoveel gerust.
- Johan :En daar ga je
nog lekker even mee door.
- Britt; Goed dan,
(zucht ze eens, en ze sukkelt opnieuw weer in slaap)
-
- Overblij gaat Johan nu
naar Tony, die sinds gisteren van haar vacuümdrain af is. Ze zit een stuk
rechterop in bed en ziet er ook wat beter uit.
- Ook zij heeft aan een
infuus met 'krachtvoer' gelegen.
- Tony: Hoe is het met
Britt?
- Johan: De onderzoeken
zijn gedaan, morgen krijgen we uitslag. Ze heeft een hele week geslapen en ziet
er gelukkig een stuk rustiger uit.
- Tony: Wanneer kan ik
haar gaan zien?
- Johan :Ik zal de
dokter straks even vragen.
- Tony: Hoe zijn de
kinderen eronder?
- Johan : Die hebben het
een stuk beter gedaan dan ik. Simon zei dat ik Britt's moeder moest bellen. Daar
had ik zelf niet eens aan gedacht.
- Tony: Maar ze is
gekomen? Dat is toch belangrijk?
- Johan :En ze was niet
eens boos dat ik er niet aan gedacht had.
- Tony: Die zal ook wel
heel blij zijn dat het weer goed gaat komen?
- Johan : Simon zei dat
ook al, maar er is nog niet eens een uitslag.
- Tony: Maar ik voel dat
Britt beter gaat worden.
- Johan :Ik hoop echt
dat je gelijk krijgt Tony.
-
-
- Anderdaags komt de
arts met de uitslag.
- Arts: Het is het
stomste wat ik in mijn carrière heb meegemaakt.
- Johan: Wat is het dan?
Ik heb geen verstand van harten, behalve van verliefdheid dan.
- Arts: Een
verwaarloosde infectie. Daardoor hebben zich bacteriën op de hartklep afgezet
en die is gaan lekken, heeft overdruk veroorzaakt in de hartkamer en dat leidde
weer tot die ritmestoornissen. Tel daarbij op de angsten die Britt heeft
doorstaan en zie hier het resultaat.
- Johan: Een stomme
infectie? En dat had haar bijna de kop gekost? Hoe kan dat dan onopgemerkt
blijven?
- Arts: Waarschijnlijk
was ze al iets verzwakt en heeft ze het zelf ook niet als verandering of
verslechtering gemerkt.
- Johan: En nu dan? Die
hartklep? Hoe zit dat ermee?
- Arts: We zullen haar
instellen op medicatie en haar in de gaten blijven houden. Mochten de klachten
verergeren dan moet ze en nieuwe hartklep krijgen.
- Johan Welke klachten
zullen verergeren?
- Arts: Ze zal veel
minder conditie hebben. Sneller vermoeid, zo niet uitgeput raken, en bij
inspanning zal ze het best benauwd krijgen en dus weer angstig worden.
- Johan :Maar, maar dat
is toch geen leven?
- Arts; Maar als het
hart het niet aankan dan zal het er mee stoppen. En dat heeft het dus niet
gedaan. Die infectie heeft de hartklep beschadigt en er lidtekens op
achtergelaten. Daardoor zal die klep niet meer optimaal kunnen sluiten en zal er
steeds een te grote druk in het hart zijn. Ze zal dus haar dagelijkse
leefpatroon drastisch moeten aanpassen.
- Johan slikt eens
zwaar. Dit had hij niet verwacht, maar aan de andere kant, hij had, om eerlijk
te gaan, niet eens verwacht dat ze dit zou overleven.
- Johan: Kan ze dan nog
bij de politie werken? (beetje angstig)
- Arts: Ik vrees er
eigenlijk voor, meneer Van Lancker. (ernstig)
- Johan: Maar... Maar
agente zijn, commissaris, dat is haar leven! Dat kunt u haar niet afnemen,
dokter. (huilend)
- Arts: Het spijt me
verschrikkelijk, meneer Van Lancker. Ook voor Mevrouw Michiels. (meelevend)
- Johan: Hoe moet ik
haar dat ooit vertellen?
-
- Als een wonder komt
Britt plots haar kamer uitgestapt.
- Britt: Wat vertellen?
(zacht glimlachend)
- Arts: Mevrouw Michiels
u moet uw krachten sparen en in bed blijven.
- Britt; Maar ik wilde
Johan gaan zien.
- Arts: Hup, hup, terug
in uw bed. Ik kom met een half uurtje bij u en dan moeten wij eens goed met
elkaar gaan praten.
-
- Britt vind het maar
niets dat ze in bed moet blijven.
- Ofwel ze nog
kortademig is wil ze toch graag dat Johan bij haar op bed komt zitten en haar even in zijn armen neemt, maar Johan durft dat
niet.Hij is zo bang dat hij Britt
pijn zal doen of teveel van haar lichaam vraagt.
- Enigszins
teleurgesteld laat Britt zich weer in de kussens zakken en draait haar hoofd af
van Johan.
- Johan: Lieverd, wat is
er nu?
- Britt; Je vind me niet
meer aantrekkelijk, is het dat? Ik ben te mager, te kwetsbaar, je durft me niet
meer aan te raken wel?
- Johan: Britt,....
ik,ik
- Britt; Ga maar weg
Johan. Ik wil alleen zijn nu.
- Johan: Maar Britt....
- Britt: (nu boos aan
het worden) Ga weg.
- Johan staat op en
loopt naar de deur en draait zich nog eens naar Britt toe en ziet dan dat ze het
heel benauwd heeft. Vlug roept hij een zuster en gaat bij Britt staan en helpt
haar om haar armen omhoog te doen zodat ze haar hulpademhalingsspieren kan
gebruiken.
- De zuster zet snel
weer een zuurstofmasker op en geeft een valium injectie zodat ze snel weer
kalmeert.
- Zuster: Wat is er
gebeurt meneer van Lancker?
- Joahn: Ze wilde dat ik
haar vast nam en ging zoenen. Ik durfde dat niet, was bang dat het te vermoeiend
was en toen werd ze boos en stuurde me weg.
- Dan komt net ook Tony
in een rolstoel de kamer in gereden en ziet snel de toestand aan.
- Tony: Johan wat is er
gebeurd?
- Maar hij kan het niet
nog eens vertellen. Het doet hem zeer als hij aan Britt haar woorden denkt. Dat
hij haar niet meer aantrekkelijk zou vinden, dat hij haar niet durfde aanraken.
- De valium begint al te
werken en Britt wordt snel rustiger. Als ze weer op adem is mag het
zuurstofmasker weer af.
- Tony: Hé, Britt, wat
maak je ons nou?
- Britt; Oh Tony, wat
moet ik beginnen?
- Tony: Begin eens met
te vertellen hoe het nu met je gaat? Hoe voel je je?
- Britt:
Super ellendig. Heb je gehoord van
mijn harttoestanden. De arts heeft tegen Johan gezegd wat er is, maar ik weet
nog van niets. Ik ben bang dat ik bij de politie weg moet, en dat wil ik
helemaal niet.
- Dan ziet ze dat Johan
zit te huilen.
- Moeizaam draait ze
zich naar hem toe en legt haar hand op zijn schouder.
- Britt; Johan, ik kan
een zoentje van u goed verdragen.
- Johan staat op en
neemt alsnog Britt in zijn armen en zoent haar heel teder en wrijft haar
zachtjes over haar rug.
- Johan: Ik heb je
gemist Britt.
- Dan komt de arts
binnen en verteld de diagnose aan Britt.
- Die schrikt er
behoorlijk van en kan maar niet geloven dat ze vanaf nu hartpatiënt is en niet
meer kan en mag werken.
- Britt; Dat geloof ik
niet. Ik kan niet zomaar ophouden met leven.
- Arts; U houd ook niet
op met leven, u kunt echter niet meer werken. Uw hart kan dat soort inspanning
niet meer aan.
- Britt; U snapt het
niet. Ik ben politieagent. Bij de politie zijn IS min leven, als u zegt dat ik
dat niet meer kan dan is mijn leven voorbij.
- Arts: Mevrouw
Michiels, die lekkende hartklep wordt niet meer beter. Hoe eerder u dat beseft
hoe beter u kunt leren om een nieuwe levensstijl te accepteren.
- Britt; En wat betekend
dat concreet?
- Arts: Volledige hulp
in de huishouding. Levenslangs medicatie en dieet met strenge natrium en
vochtbeperking en fysiotherapie om te leren met uw beperkingen om te gaan.
- Britt; Nog meer om dit
leven kapot te maken?
- Arts: Een goed gesprek
met een psycholoog zal u ook goed doen. Ik vind het best vervelend om u dit te
moeten zeggen, maar de testresultaten geven het nu eenmaal aan. Uw hart kan niet meer wat het eerst wel kon, en als uw
hart het niet meer kan dan is het op, afgelopen, finito. Probeer nog een beetje
te maken van het leven dat er nog wel is.
- Tony ziet het ongeloof
en het verdriet bij Britt en staat nu op uit haar rolstoel en gaat naast Britt
zitten en neemt haar in haar armen.
- Britt huilt er stevig
op los.
- Tony: Toe maar Britt.
Dit was een heel beroerd gesprek. Ik begrijp dat je heel verdrietig bent, huil
maar even lekker. Dat zal je hart luchten.
- Britt krijgt een
kleine glimlach om haar mond door deze woordspeling.
- Tony: Een goed gesprek
met een psycholoog is trouwens ook niet zo gek. Ik zag er ook steeds tegenop,
maar ik heb er nu twee gehad en het voelt best heel goed als je eens wat kwijt
kan.
- Britt; Heb jij die
gespreken dan toch geaccepteerd?
- Tony: Tuurlijk. Ik wil
beter worden en moet daarvoor eerst een boel levensshit kwijt zien te geraken.
- Johan; Britt,
misschien is dat voor jou ook echt wel een goed idee.
- Britt; Vind je me dan
geen zeur?
- Johan: Weet je wat ik
je vind?
- Britt: (bang) Nee?
- Johan: Een mooie,
lieve, charmante, intelligente, en uiterst plezante dame, met wie ik heel graag
mijn leven wil delen.
- Britt; Echt?? Oh
Johan, kom hier, ik wil uw liefdesuitingen beantwoorden.
- En ze vallen elkaar
als jong geliefden in de armen.
- Tony en de arts gaan
weer buiten en op de gang spreekt Tony de arts aan.
- Tony: Gaat dat met die
hartklep echt niet beter worden?
- Arts: Voor meer dan 98
% zekerheid niet. Maar dan, wie had verwacht dat ze deze hele toestand zou
overleven? Drie keer een hartstilstand! Dat kan haast niet goed komen. Maar
vreemd genoeg zien we daar nu niets van terug op het ECG.
- Tony: Maar zeg haar
dan dat er een kleine kans is. Britt heeft die hoop nodig.
- Arts: Ik kan het haar
niet zeggen. De kansen zijn gewoon veel te klein. Ik kan haar geen valse hoop
geven. Het beste wat haar kan overkomen is jullie onvoorwaardelijke steun en
liefde.
- Tony: En daar wordt ze
beter van?
- Arts: Bij God, ik hoop
het.
- Tony: Dan mag u haar
gezond verklaren, want die steun en liefde die krijgt ze, dat zweer ik u.
-
- Tony mag na anderhalve
week, redelijk opgeknapt maar nog wat aan de zwakke kant naar huis. Dat heet
terug naar haar boot, omdat ze Brussel vaarwel heeft gezegd. Nadine heeft haar
beloofd dat ze terug in het corps mag als ze is aangesterkt, en gaat af en toe
bij haar langs om haar een beetje op de hoogte te houden van de ontwikkelingen
binnen het team, maar op een of andere manier blijkt die al behoorlijk te zijn
geïnformeerd over wat er speelt.
- Nadine; Hoe weet jij
dat allemaal al Tony?
- Tony: Oh, er komt wel
eens iemand voorbij. En ik oefen mijn conditie door af en toe een stuk te lopen
of te fietsen en ik heb eens gezien of ik de weg naar het commissariaat noch
weet, en eerlijk gezegd, ik was het nog niet vergeten.
- Nadine; Ik ben blij
dat je terug bent Tony.
- Tony: Hoe blij dan
wel?
- Nadine: Heel erg blij.
- Tony: Zo blij, dat u
de volgende keer misschien wat dossiers mee kan nemen zodat ik wat kan inlezen?
- Nadien: Je bent nog
niet volledig hersteld verklaard Dierickx.
- Tony: Nee, maar zie
het als een medicijn: ik zal er sneller van opknappen.
- Nadine; Ik heb je
gemist Tony.
- Tony: Je moet eens
weten hoe ik jullie gemist heb.
-
-
- In het ziekenhuis
heeft Britt het er knap moeilijk mee dat ze conditioneel zo zwak blijft. Elke
inspanning is er een teveel. Ze is nu zover dat ze zich zelf kan verzorgen maar
daar doet ze dan gelijk twee uur over, en dat is alleen nog maar het wassen. De
haren worden door de verpleging verzorgd, het aankleden gebeurt door de
verpleging en het eten word hapklaar voor haar neergezet, want als ze zelf haar
brood moet smeren heeft ze geen
energie meer om te eten
- Elke dag kijkt ze uit
naar het bezoek van Johan en de kinderen. Het is erg vermoeiend maar ze heeft
dat gewoon nodig als pepmiddel.
- Als Tony die week bij
haar komt ligt ze net na te hijgen in bed van de fysiotherapie die heeft
geoefend om een heel klein stukje te gaan. Twee keer door de kamer lopen en het
is gedaan met Britt.
- Het huilen staat haar
nader dan het lachen.
- Tony: Maar wij gaan
jou eens goed beter maken.
- Britt; Wie, wij?
- Tony: Johan, Dorien,
Simon en ik zei de gek. En Godfried.
- Britt; Wie is
Godfried?
- Tony: Dat is een
alternatief genezer.
- Britt; Maar die kan
die hartklep toch niet beter maken? De dokter zegt dat er littekenweefsel op zit
en dat gaat niet meer weg.
- Tony: Zou hij eens bij
je mogen komen?
- Britt; Mag dat in het
ziekenhuis?
- Tony: Ze hebben liever
niet, maar baat het niet, dan schaad het niet.
- Britt: Ik wil alles
doen om hier uit te komen Tony. Ik kan niet zonder mijn werk.
- Tony:Ik weet dat jij
je werk heel belangrijk vind, maar op dit moment is jou gezondheid net even iets
meer belangrijk. Er zitten een heleboel mensen te wachten op jou herstel Britt.
-
- Zo kan het gebeuren
dat de week erop Tony samen met Godfried op bezoek komt.
- Britt had een of
andere alternatieveling verwacht, maar hij ziet er heel normaal uit. Hij stelt
zich voor als arts, waarvoor hij alle papieren ook heeft, en kan laten zien,
maar hij heeft zich daarnaast ook bezig gehouden met andere vormen van
geneeskunde en heeft gemerkt dat veel patiënten die elders niet meer geholpen
konden worden toch baat hebben bij zijn behandelingen.
- Britt; Wat gaat u doen
dan?
- Godfried: Je mag me
wel tutoyeren, ik denk dat dat de spanning wat zal laten afnemen. Als je het
goed vind ga ik zo met mijn handen langs je lichaam. Ik zal je niet aanraken. Ik
wil voelen hoe het met je energiebanen zit.
- Britt; Dan ben je gauw
klaar. Ik heb totaal geen energie.
- Godfried: Dat heb ik
nog niet meegemaakt. Meestal zit de energie op de verkeerde plaats, of zit er
ene blokkade.
- Britt; Ga je gang maar
dan.
- Heel aandachtig leid
Godfried zijn handen op zo'n tien centimeter afstand
langs het lichaam van Britt. Hij voelt hele sterke krachtvelden, en ook
hele grote zwaktes.
- Dan weer gloeien zijn
handen, dan weer voelen ze ijskoud aan. Het verontrust hem dat er zo veel
wisseling in zit. Zelf begint hij hoofdpijn te krijgen van alles wat hij bij
Britt kan waarnemen.
- Na een kwartiertje
stop hij om te voorkomen dat hij ondergaat in de negatieve energie die er in
grote getale huist in Britt.
- Britt; Wat doe je nu?
- Godfried: Ik heb een
eerste aftasting gedaan. Je heb wel energie, maar die is heel onregelmatig
verdeeld. En er is veel negatieve energie.
- Ik moet dat heel
gedoseerd aanpakken, anders worden we er allebei ziek van, en Tony vertelde dat
jij juist beter wilde worden.
- Britt: Niets liever
dan dat
- Godfried: Dan kom ik
overmorgen terug en gaan we beginnen met het uitbalanceren van je energie.
-
- Die avond krijgt Britt
heftige ereacties op het aanroeren van haar energievelden. Ze word misselijk en
krijgt weer hartkloppingen. Ze word weer angstig en heeft moeite om te slapen.
- De volgende dag voelt
ze zich gelijk een dweil, zo slap en uitgeleefd.
- Maar nadat Godfried de
woensdag is geweest voelt ze zich inderdaad al een stuk evenwichtiger.
- Godfried beloofd om de
andere dag terug te komen en elke keer ziet Britt er reikhalzend naar uit,
temeer omdat ze zich fitter begint te voelen.
- Ook de artsen zijn
versteld van de "spontane: genezing" van Britt
- Britt kan het niet
langer voor zich houden dat er iemand komt die haar energiebanen recht heeft
gelegd.
- Arts; En u geloofd
daar in?
- Britt; Ik moet er wel
in geloven want vorige week was ik al moe als ik me zelf had gewassen en nu kan
ik al helemaal de gang aflopen en ben ik nog niet moe.
- Arts: Ik kan uw
openheid en eerlijkheid wel waarderen, maar voor de eindresultaten van de
onderzoeken bekend zijn doe ik geen uitspraken over de toestand van uw hart.
- Britt; Moet die man
dan stoppen? (verdrietig)
- Arts: Als u zich er
goed bij voelt, denk ik dat u moet doorgaan. U moet vooral positief staan in de
dingen die u aangaan.
- Britt; Bedankt dokter.
-
- Na nog eens twee weken
moet Britt weer een hele resem aan onderzoeken ondergaan.
- Conditionele is ze een
heel stuk vooruitgegaan maar de onderzoeken zelf zijn behoorlijk vermoeiden. Als
's avonds haar moeder komt ligt ze dan ook op apegapen.
- José: Britt, meisje?
Ik dacht dat het juist beter ging met je. Je ziet er niet uit. Wat is er aan de
hand?
- Britt:
(huilend)Ach, mama. Het leek zo
goed te gaan toen die Godfried hier kwam met dat energie gedoe. Maar vandaag heb
ik allerlei onderzoeken gehad,en ik ben zo bang dat het helemaal niet beter is
geworden en dat ik nu al, op mijn 30ste, een
krakkemikkig oud mensje ben geworden.
- José: Kom eens, dan
gaan we even een klein stukje wandelen.
- Britt; Ik kan echt
niet meer mama. Mag ik blijven liggen?
- José: Is het zo erg?
- Britt; Ja, sorry.
- José; Nog heel
eventjes Britt en je bent weer de oude.
- Britt; Iedereen zegt,
behalve Johan en ik zelf. Wat is dat toch met jullie?
- José: Wij geloven
erin Britt. Jij niet dan?
-
- Britt: Ach, ik weet
het niet meer, mama. (moe)
- José: Meisje, rustig
maar... Ga maar eventjes lekker slapen. Ik blijf hier naast je zitten, oké?
(vriendelijk glimlachend)
- Britt: Echt?
(ontzettend moe)
- José: Heel echt.
(glimlachend)
- Tijdens haar slaap
krijgt Britt weer hele nare dromen. Ze voelt ook weer die immense angst en helse
pijnen in haar borstkas.
- Dromend gilt ze om
haar moeder en grijpt zwaaiend met haar hand in de rondte op zoek naar iets van
herkenning.
- Vlug pakt José haar
bij de hand en begint haar kalmerend toe te spreken.
- Moeizaam begint Britt
uit haar slaap en haar droom bij te komen. Als ze haar ogen opent ziet ze
gelukkig haar moeder heel dicht bij.
- Britt: Mama !!!
- En huilend valt ze José
om haar hals.
- José; Stil maar
meisje. Je hebt gedroomd. Maar nu ben je weer wakker en ik ben bij je en als je
wilt blijf ik heel de nacht bij je.
- Britt: Mama ik was
weer zo angstig. Ik dacht weer dat ik dood ging. Maar ik wil helemaal niet dood
gaan. Dan is Dorien helemaal alleen over.
- José: Jij gaat niet
dood. Jij hebt nog een heel lang en heel gelukkig leven voor je liggen.
- Britt; Wat je gelukkig
noemt. Ik kan straks niet eens meer zelf de huishouding doen, of eens lekker
ravotten met Dorien of zo'n fijne strandwandeling maken als we bij u zijn. Ik
kan gewoon niets meer.
- José: Britt, geef me
je hand eens.
- Onwetend en braaf
reikt Britt haar moeder haar rechterhand aan.
- José: Je linker hand,
liefje.
- Britt: Is daar iets
bijzonders mee?
- José: Geef hem maar.
- Als Britt haar
linkerhand in die van haar moeder heeft gelegd voelt ze ineens heel veel warmte
bij haar hand naar binnen komen.
- Met grote ogen kijkt
ze toe wat er gebeurd. Maar uiteraard is er niets te zien. Haar moeder heeft
haar hand vast en dat is alles.
- José heeft haar ogen
gesloten en heeft haar gedachten heel sterk geconcentreerd op Britt.
- Meer en meer raakt
Britt vervuld van de warmte die haar moeder uitstraalt. Zo zeer, dat het zelfs
wat koortsig aan voelt.
- Britt; Mama?
- José: Sst, heel
eventjes nog Britt.
- Nadat ze in stilte
tien minuten Britt haar linker hand tussen haar eigen handen had gehouden liet
ze zachtjes Britt's hand los en opende weer haar ogen.
- Britt; Mama, wat
gebeurde er? Het werd helemaal warm in mijn hand en arm en de rest van mijn
lichaam.
- José: Ik heb je beste
van mezelf gegeven en ik hoop dat het zijn weg vind om jou hier doorheen te
helpen.
- Britt zegt niets meer
maar ligt met betraande ogen in bed.
- José blijft hele
rustig bij haar zitten. Ze zegt niets maar zorgt gewoon dat ze er is voor Britt.
- Omdat Britt zo'n zware
dag had gehad is ze echt bekaf en al tegen negen uur valt ze als een blok in
slaap . En José blijft, zoals beloofd naast haar zitten en houd de wacht over
haar.
- Die nacht krijgt Britt
echter heftige koortsstuipen en word weer benauwd en krijgt weer
ritmestoornissen.
- José ziet dit
gebeuren maar maakt zich er niet ongerust om. Ze weet dat Britt haar lichaam nu
aan het terugvechten is om weer gezond te worden.
- De artsen moeten
echter wel ingrijpen omdat hoge koortsen grote risico's meebrengen voor het toch
wel verzwakte lichaam van Britt.
- Opnieuw wordt er bloed
geprikt en krijgt ze profylactisch een infuus met antibiotica. Ook krijgt ze
weer zuurstof toegediend maar door de aanwezigheid van José, keert de rust heel
snel terug bij Britt.
- De volgende ochtend
als ze wakker wordt kijkt ze dan ook verbaasd wat er vannacht weer allemaal aan
haar is gedaan.
- José: Je kreeg
vannacht weer heel hoge koorts, maar dat is nu al weer over.
- Heb je vannacht
geslapen zonder die nare dromen?
- Britt; Ja, gelukkig
wel. Ik droomde wel, maar dat waren mooie dromen.Ik zag ons met elkaar, jij,
Johan de kinderen en ik, samen allemaal op vakantie gaan naar Italië. En we
hebben daar een hele mooie tijd gehad,
- José: Daar zit
misschien wel een boodschap in voor je.
- Britt; Wat bedoelt u?
- José: Nou, dat op
vakantie gaan met zijn allen.Dat lijkt me nou eens een heel leuk idee.
- Britt: Maar, zo kan
dat toch niet?
- José: Hoe bedoel je :
zo?
- Britt; Nou, met zo'n
afgeleefd en zwak lichaam.
- José; Wie heeft dat
dan?
- Britt; Ik.
- José: Ik denk dat je
arts straks nog wel even komt kijken hoe het nu met je is. Moet je die maar eens
vragen.
-
- Tegen half tien komt
dan de arts, en hoewel hij bij Britt al heel wat onverklaarbare dingen had
meegemaakt, was hij wederom heel verbaasd.
- Arts: Mevrouw
Michiels, ik weet niet wat het is met u, maar u laat mijn geloof in de reguliere
geneeskunst ernstig wankelen.
- Britt; Hoezo,? Is er
wat mis met me dan? (bang)
- Arts: We hebben uw
resultaten van gisteren. U gaf aan zo oververmoeid te zijn geraakt daardoor,
maar kijkt u zelf eens naar de uitslagen.
- Britt; Ik begrijp niet
wat daar staan.
- José: Mag ik ook eens
zien?
- Arts; Begrijpt u het
wel?
- José: Ik ben jaren
verpleegster geweest en weet wel wat van labwaarden en normaalwaarden en zo.
- Britt: Mama, wat staat
daar allemaal?
- José: Daar staat:
Britt je hebt niks geen afwijkende waarden. Dus, volgens mij ben je weer
helemaal gezond.
- Britt; Maar dat kan
niet. Een week of twee geleden was ik bijna dood, toen werd me gezegd dat ik
niets meer kon. En nu zegt u dat ik genezen ben???
- Arts: En toch heeft uw
moeder gelijk. Ik kan er ook niets anders van maken. En die koorts van vannacht?
Ik denk dat uw lichaam grote kuis heeft gehouden. Werkelijk alles past weer
helemaal binnen alle normaal grenzen.
- Britt; En die
vermoeidheid dan?
- Arts: Dat zijn de
tijdelijke restverschijnselen van dat uw lichaam zo zwaar ziek is geweest. Met
wat oefenen bij de fysiotherapie zult u snel weer een stuk fitter zijn. Ik zie
geen enkele reden om u nog in het ziekenhuis te houden. Wel wil ik u regelmatig
terug zien om het verder verloop te kunnen volgen, want u snapt wel dat u voor
mij een medisch wonder bent.
- Britt: Dus ik
mag........ Ik kan weer....... Gewoon naar huis? Ik wordt niet invalide? En mag
ik ook weer gana werken??
- Arts: Als u weer op
krachten bent en uw baas wil u terug, dan zal ik geen nee zeggen. Ik kijk wel
uit om u dat af te nemen. Dat heeft u me genoeg duidelijk gemaakt.
- Britt; Sorry. Maar dat
kon ik er toen net niet meer bijhebben.
- Arts; Aldus, als u
zicht klaar maakt voor vertrek dan teken ik de papieren en nog wat recepten. U
zult tijdelijk die antistolling moeten gebruiken tot u weer volledig mobiel
bent. Ik wil nu niet riskeren dat u een trombose krijgt.
- Britt; Ik zal mijn
beste best doen om hier niet weer terug te komen.
-
- Helemaal opgetogen en
blij kleed Britt zich aan. Ze merkt dat al haar kleding wel behoorlijk ruim is
komen te zitten.
- José; Ja, je bent de
nodige kilootjes afgevallen, maar ik weet zeker dat je die er zo weer bij hebt.
Als je het goed vind wil ik nog een weekje of twee bij jullie blijven. Een
beetje hand en span diensten doen, oppassen en zo, en jou nog even wat werk uit
handen nemen. Dan kun jij weer een beetje wennen om thuis te zijn en heb je je
handen vrij voor de fysio en voor Johan, en zo.
- Britt; Mama!!
- José; Maar zo is het
toch? Jullie hebben nogal wat in te halen.
- Britt vliegt weer haar
moeder om de hals.
- Britt; Wat ben ik blij
met een mama zoals u. Ik zou u voor geen goud willen missen. Maar laten we heee
snel naar huis gaan en Joahn eens gaan verrassen.
- José: Mijn idee.
Kunnen we meteen even wat lekkers bij de koffie halen, want jij kunt dat zeker
wel gebruiken.
- Britt: Mama? (onzeker)
- José: Ja, liefje?
(vriendelijk)
- Britt: Ben ik ECHT
gezond? (twijfelend)
- José: Tuurlijk,
anders zou ik het niet gezegd hebben, oké? (ontzettend vriendelijk)
-
- Plots komt Johan
binnengestormd.
-
- Johan: Britt?! Jij
bent aangekleed?! (buiten adem/in paniek)
- Britt: Ja, wat scheelt
er?
- Johan: Ze hadden me
gebeld dat ik snel naar hier moest komen. (nog nahijgend)
- Britt: Ah...
Waarschijnlijk om te zeggen dat ik naar huis mag en dat ik 100% gezond ben.
(lachend)
-
- Johan kijkt
superverbaasd...
- ...staat een paar
tellen met zijn mond wijd open van verbazing en grijpt dan Britt om haar middel
en drukt haar heee stevig tegen zich aan en begint haar hartstochtelijk te
zoenen.
- Britt; Wat heb ik dit
gemist Johan, en mijn moeder heeft me carte-blanche gegeven als ik weer thuis
ben. Zij komt oppassen en dan hebben wij tijd om een en ander in te halen.
- Johan: Kun je dat
allemaal weer dan?
- Britt; De dokter zegt
dat ik goed aan mijn conditie moet oefenen.
- Johan: Ik kan ook wel
wat oefening gebruiken.
- José: Nou, dan komt
dat toch mooi allemaal uit? Zullen we dan maar?
-
- Dolgelukkig verlaten
ze samen het ziekenhuis en gaan gaan snel naar huis.
- Het is er nog stil,
want de kinderen zijn inmiddels naar school.
- Britt loop
onderzoekend alle kamers door, zich beseffend dat ze het bijna allemaal kwijt
was geweest. Ze kon er nog met haar hoofd niet bij dat een verwaarloosde
infectie dat allemaal teweeg had gebracht.
- Maar nu was ze wel
heel blij dat ze het kon navertellen. Ze had de behoefte om even alleen in huis
te zijn en Johan ging daarom maar even naar kantoor terwijl José wat
boodschappen ging halen en daarna de kinderen uit school zou halen.
-
- Zo helemaal alleen in
huis bekroop Britt toch weer de angst dat het belangrijkste orgaan in haar
lichaam er zomaar mee was gestopt. Ze zat te huiveren op de bank. Opnieuw voelde
ze de angsten weer opkomen. Ze kreeg nare tintelingen in haar linker arm en haar
keel voelde ook weer heel raar. Ze begon in een paniekaanval te geraken en werd
heel onrustig. Meer en meer ging ze hyperventileren tot ze er bij neerviel en
schokkend op de grond lag.
- Met uiterste
inspanning probeerde Britt om lucht naar binnen te krijgen; haar mond stond wijd
open, haar kaken waren helemaal stijf en langzaam werd het weer donker.
-
- Hoelang ze had gelegen
wist ze niet, maar ze schrok toen er iemand tegen haar wang begon te tikken.
- Ze opende haar ogen en
keek in het vriendelijke gezicht van Tony dat ze echter eerst niet herkende.
- Tony: Hey, Brittje, ik
dacht dat je beter was. Dat zei Johan toen hij me belde. Wat is er nu aan de
hand?
- Britt; Wie ben jij,
wat doe je hier?
- Tony: Ik ben het ,
Tony.
- Britt:
Tony ??
- Tony:
Ja, je partner.
- Britt:
Tony, help me. Het gaat niet goed. De
dokter zegt dat alles oké is, maar ik heb het weer. Mijn hart kan het niet aan.
Ik ben zo bang dat ik toch dood ga ......
- En ze grijpt Tony om
de hals en begraaft haar gezicht dicht tegen Tony aan en begint heel erg hard te
huilen.
- Tony helpt Britt
overeind en zet haar op de bank en gaat heel dicht bij haar zitten.
- Als het huilen minder
word probeert Tony er toch achter te komen wat er is gebeurt.
- Uit wat Britt verteld
kan Tony afleiden dat Britt een paniekaanval heeft gehad en dat ze daardoor is
gaan hyperventileren. Te snel geademd en te weinig zuurstof binnen gekregen
waardoor ze is flauw gevallen. Als ze de polsslag van Britt opneemt voelt ze dat
die wat snel is maar wel regelmatig.
- Tony legt een hand op
Britt haar schouder en begint zelf met wat ademhalingsoefeningen en krijgt Britt
zover dat ze mee gaat doen. Na korte tijd heeft Britt haar eigen ademhaling ook
weer volledig onder controle en kijkt ze Tony nog eens aan.
- Britt; Ik lijkt wel
gek hè Tony?
- Tony: Nee Britt. Je
was heel bang geworden. Het was nogal een grote stap die je hebt genomen. Bijna
vijf weken in het ziekenhuis met allerlei controlemachines om je heen en dan
ineens zo helemaal alleen en zonder controle in huis? Ik zou zelf denk ik ook
wel in paniek geraken.
- Britt; Dus er is niets
mis met mijnhart?
- Tony: Nee Britt. Johan
en je moeder zeiden dat de arts had gezegd dat je weer helemaal beter was en dat
je naar huis was gekomen.
- Britt; Maar hoe kom
jij hier dan?
- Tony: Johan belde dat
je thuis was, maar dat hij nog even naar kantoor moest en dat je moeder nog even
weg moest. Hij was nog een beetje bang om je alleen te laten en vroeg of ik eens
langs wilde gaan. Maar jij deed de deur niet open en ja, ik had nog een sleutel
van hier, (en heel zachtjes volgend) van toen wij nog goede vriendinnen waren.
- Britt; Maar dat zijn
we toch nog?
- Tony: Ik durf dat niet
hardop te zeggen. Niet na wat ik jou allemaal heb aangedaan.
- Britt; Hoe bedoel je
wat jij mij hebt aangedaan?
- Tony: Omdat ik zonodig
carrière wilde maken heb ik onze vriendschap om zeep geholpen. Toen ik in
Brussel zat ben ik elke week wel twee keer hierheen gekomen om jou te zien ,
maar ik durfde je niet aan te spreken. Niet nadat ik zo lomp bij jou was
weggegaan. Ik zag je beroerder worden. Je ogen misten glans, je schouders zakten
in en je zag er zorgelijk uit. Misschien zat je toen al niet lekker in je vel en
heeft die infectie toe kunnen slaan.
- Britt: Maar dat had
dan toch niets met jou te maken?
- Tony: Britt, ik heb
onze vriendschap verloochend. Wij hadden zoveel samen en ik ben heel egoïstisch
vertrokken. Geen wonder dat jij er ziek van bent geworden. Ik hoorde van Nadine
dat je ziek was van verdriet, maar ik kon je gewoon niet mee ronder ogen komen.
- Dan laat ze Britt los
en rent naar de keuken en buigt zich over het aanrecht, diep zuchtend om haar
opspelende maag onder controle te krijgen.
- Britt; Tony, gaat het?
- Tony: Laat me maar
Britt. Ik ga wel weer weg. Ik had niet moeten komen. Ik breng alleen maar
ongeluk.
- Britt; Niet gaan Tony,
alsjeblieft.
- Tony: Maar ik doe u
geen goed.
- Britt: Ga even zitten
wil je?
- Tony: Nee, ik KAN niet
(nu boos en verdrietig klinkend)
- Britt weet zich geen
goed raad met de situatie maar wil echt niet dat Tony weggaat.
- Britt;
Tony, alsjeblieft? (heel
vriendelijk klinkend)
- Tony kijkt op zucht
eens diep en .... begint te kotsen, zo over Britt haar keukenvloer. Huilend zakt
ze langs de keukenkastjes op de vloer.
- Snel loopt Britt op
haar toe en glijd bijna uit in het braaksel. Vlug doet ze het ergste af met een
doek die ze heeft liggen en gaat dan op haar knieën naast Tony zitten en reikt
haar een koude washand aan om haar gezicht wat af te doen. Ze ziet het verdriet
in Tony's ogen en wordt er zelf helemaal naar van.
- Voorzichtig legt ze
weer een arm om Tony's schouders heen en neemt Tony nu dicht tegen zich aan.
- Nu is het Tony's beurt
om eens flink te janken.
- Als na een tijdje
beide gedaan hebben met janken zitten ze naast elkaar op de keukenvloer met hun
rug tegen de kastjes aan. Beiden kijken wat onzeker schuin naar de vloer, de
ander goed in de gaten houdend.
- Britt;
Tony......
- Tony:....Britt..........
- Britt; Jij eerst maar
Tony.
- Tony: Nee, Britt, jij
eerst.
- Britt; Ik baal ervan
dat ik zo ziek geweest ben. Ik heb echt de dood in ogen gezien. Maar ik heb een
tweede kans gekregen in dit leven. Wat heet, een derde kans. Na Mark ..... toen
ik niet meer verder kon leven...... toen kwam jij, en jij hebt me er doorheen
gesleept. Toen wist ik dat wij er voor elkaar zouden zijn.
- Tony: Dat wist ik, dat
ben ik me al die tijd bewust geweest en daarom voel ik me ook zo schuldig.
- Britt; Maar dat moet
je niet doen. Je bent toch weer terug gekomen?
- Tony: Maar er zit
zoveel zeer Britt.
- Britt; Gooi dat er dan
eens uit. Het zal je opluchten.
- Tony: Ik heb er net al
heee wat uitgegooid, ik zal dat eerst eens opruimen.
- Britt; Dat kan later
wel. Vertel eerst wat je op je hart hebt.
- Tony: Britt, zou jij
mij kunnen vergeven dat ik ...........(zuchtend en zoekend naar woorden)
- Britt: Ga maar verder
Tony.
- Tony: Dat ik zomaar
ben weggegaan? En jou hier heb achtergelaten?
- Britt; Dat heb ik je
al vergeven. Ik ben niet boos op je. Echt niet.
- Tony: Ik snap ook niet
waarom ik ineens zo'n carrièremakertje werd. Het liep lekker met die studies,
en mijn profs bij psychologie waren zo tevreden over mij. Snap jij dat ik dan
zelf niet meer van me eigen in gaten had waar ik mee bezig was?
- Britt; Nee dat snap ik
niet, maar ik heb ook geen psychologie gestudeerd.
- Tony: De pot op met
die studies. Als ik mijn vriendin daardoor dreig te verliezen zijn de kosten van
een carrière voor mij veel te hoog.
- Britt; Maar je gaat ze
toch wel afmaken hoop ik?Je heb er al zoveel in geïnvesteerd, en het is nooit
weg om wat meer mensenkennis in huis te hebben.
- Tony : Ik durf niet
verder Britt.
- Britt; Vast wel, en ik
zal je bijstaan. Meegaan naar Brussel als je wilt, en je overhoren, en er voor
zorgen dat je met beide benen op de grond blijft staan.
- Tony: Meen je dat? Wil
je dat allemaal voor mij doen?
- Britt; Ik heb mijn
leven al terug gewonnen. Door jou heb ik een nieuw lief. Het enige wat er nog
ontbreekt is mijn vriendin.
- Tony: Ik vind dat nu
zo een moeilijk woord Britt.
- Britt; Ik zou er toch
maar aan gaan wennen. Hoe moet ik je anders noemen?
- Tony: Gewoon Tony, of
je partner of zo?
- Britt; Dat is niet
genoeg. Kom eens hier.
- En ze slaat haar beide
armen om Tony heen een neemt haar heel stevig tegen zich aan. Weer is Tony aan
het janken, en nu doet Britt van blijdschap ook mee.
- Ze heeft haar partner
EN vriendin weer terug.
- Het voelt zo goed voor
beiden dat ze maar steeds innig omarmd op de grond zijn blijven zitten en niet
in de gaten hebben gehad dat Johan inmiddels ook weer binnen is gekomen.
- Het had hem niet
lekker gezeten op kantoor dus was hij ook vrij snel weer naar huis gekomen. Even
schrok hij toen hij Britt en Tony samen op de grond zag zitten. Het rook vreemd
in de keuken, zurig, en het zag er slordig uit met overal doeken op de vloer,
maar toen kreeg hij vrij sneldoor wat er aan de hand was.
-
- Hij loopt naar hun toe
en tikt heel zachtjes Britt op haar schouder die hem met een goedkeurende blik
aankijkt.
- Johan knipoogt eens
naar haar en begint dan de rommel van Tony's braakpartij op te ruimen. Onderwijl
zet hij een ketel water op om een lekker potje thee te maken.
- Als hij gedaan heeft
gaat hij weer naar Britt en Tony en helpt Britt om Tony overeind te krijgen, die
door emoties overmand erg slap op de benen staat. Ook Johan krijgt zijn deel van
de dankbaarheid die Tony voor hem heeft omdat ook hij haar is blijven steunen en
omdat hij door dit alles bijna zijn vriendin was kwijt geraakt.
- Johan neemt haar ook
even veilig in zijn sterke armen en geeft haar twee zoenen op haar wangen en een
hele warme hug er achteraan. Hij kroelt haar eens door haar haren, die weer
voller en dikker zijn geworden.
- En dan gaan ze samen
aan de keukentafel zitten om hun thee te drinken. Net dan stormen ook Simon en
Dorien naar binnen .
- Die waren door oma José
uit school gehaald met de mededeling dat er thuis een verrassing was voor hun.
- Alhoewel beiden hadden
gehoopt dat Britt beter zou zijn hadden ze toch echt niet verwacht dat ze al
weer thuis zou zijn.
- En in minder dan geen
tijd bruist het huis weer van energie en vrolijke mensen. Nadat Dorien volop aan
haar trekken is gekomen bij haar moeder kruipt ze lekker bij Tony op schoot en
omhelst die ook.
- Dorien: En nu niet
meer weg gaan hoor. Ik heb u teveel gemist.
- Tony: Je mama zegt dat
ik mag blijven.
- Britt; Correctie: MOET
blijven. Wij moeten samen zorgen dat Gent wordt opgekuist. Jij en ik Tony.
Samen.
- Tony heft haar glas
wijn op (dat Johan voor de gelegenheid heeft ingeschonken, naar de thee kijkt
niemand meer om)...
- Tony: Vrienden?
- Britt: Vrienden EN
partners?
- Tony: Vrienden en
partners. (glimlachend)
- Ze klinken hun glazen
tegen elkaar en nemen een flinke scheut wijn...
- Ook de anderen doen
dit en ze beleven nog een mega-avond !
-
-
-
- *****EINDE*****
-
-
- Vervolgverhaal van de flikken rukken uit
|