DE KOSTEN VAN EEN CARRIERE

Britt: Zeg, komt er nog wat van? Ik zit op je te wachten. We moeten naar het EXPO gebouw, en die overvallers blijven echt niet wachten tot jij het er naar hebt om ze op te pakken.
Tony: Ja, ik kom, ik kom. Even nog wat wegleggen.
Britt: Ik ga vast naar de wagen.
Als Britt weg is pakt Tony een stapeltje papieren op en legt die onderin de schuif van haar bureau. Het waren dossiers van een oude zaak die nooit opgelost was en Tony dacht dat ze nieuwe aanwijzingen had om alsnog tot een doorbraak te komen.
Dan gaat ze ook naar de wagen...
Britt: Hèhè eindelijk.
Britt start de wagen en ze rijden samen naar de plek waar de overval gepleegd is.
Tony: Ga jij binnen kijken dan zal ik de getuigen verhoren.
Britt: Oké is goed.
 
Binnen ziet Britt dat een caissière met een hoofdwond net door een verpleger wordt geholpen.
Britt: Gaat het gaan? Hebt u kunnen zien wie u heeft aangevallen?
Broeder: Even wachten nog mevrouw, ik ben haar nog aan het helpen en ze is nogal van slag.
Britt: Sorry, zal ik straks terug komen?
Caissière: Is goed.
 
Dan loopt Britt weer naar buiten en gaat Tony zoeken. Die had stevig de pas erin gehad en liep al bijna achter het gebouw.
Britt: Hé, Tony, wacht even, ik kom er ook aan.
Tony: Weet je al wat meer?
Britt: Ik kon nog niets vragen. De ambulanciers zijn nog bezig. De caissière had een hoofdwond. Straks maar even terug gaan. Heb jij al wat gezien?
Tony: Ik geloof niet dat het normaal is als hier bandensporen staan, vind je wel?
Britt: Hoezo niet? Hier wordt toch wel vaker in en uitgeladen?
Tony: Ja hallo. Wie is hier hoofdinspecteur?
Britt: Is er wat met je Tony? Ik vind dat je vreemd doet.
Tony: Er wordt wel in- en uitgeladen, maar bij de toegangsdeuren en NIET hier zomaar ergens langs de muren waar geen deur is, of wel?
Britt: Sorry.
Tony: Ik heb de sporenzekering al gebeld, die zullen zo wel komen. Zullen we eens binnen gaan en zien of iemand ons wat kan vertellen?
Britt had een wat vreemd gevoel bij het gedrag van Tony: eerst was ze heel erg aan het treuzelen, en nu liep ze weer heel voortvarend hier rond en de boel aan te sturen; ze kon het niet volgen.
Binnen was de ambulancier klaar en kon de caissière (Bea) gehoord worden.
Die ochtend toen ze binnen kwam was haar opgevallen dat de kantoordeuren open hadden gestaan, terwijl ze zeker wist dat ze die de vorige avond had afgesloten. En toen ze heel voorzichtig binnen had gekeken had ze ineens een harde slag tegen haar hoofd gekregen. Ze kon zich vaag herinneren dat er twee of misschien ook wel drie mensen waren geweest.
Tony: Mannen? Of was er ook nog een vrouw bij?
Bea: Ik dacht een vrouw en twee mannen, maar ik weet het niet zeker.
Tony: Spraken ze tegen elkaar of hebben ze wat tegen jou gezegd|?
Bea: Ik hoorde er een zeggen : Hier zitten we goed. Ik zag dat een er wat in zijn hand had maar ik weet niet wat. Is dat erg, dat ik het niet weet?
Britt: Ik denk dat je nog wat moet bijkomen van de schrik. Vraag je baas maar of je vandaag naar huis mag en als het wat beter gaat wil je ons dan bellen?
Vanuit haar ooghoek ziet Britt een afkeurende blik bij Tony, maar ze reageert er niet direct op.
 
Nadat ze hebben gezien dat de sporendienst druk bezig is gaan ze zelf terug naar het commissariaat en onderweg waagt Britt het er maar op om Tony te vragen wat er is.
Tony: Niks.
Britt: Het lijkt anders op veel meer dan niks.
Tony: Ik zeg toch dat er niks is.
Britt: Maar hoe je reageert......
Tony: Beter dan jij. KIJK UIT !!!!!
En met een knal komen ze tot stilstand achterop een vrachtwagen. Beiden zitten even versuft in de wagen. Britt heftig geschrokken en Tony echt even, kort, buiten westen geweest.
Britt schrikt op als er op de autoruit geklopt wordt. Het is Pasmans die ook op de terugweg was naar het commissariaat.
Pasmans: Britt, wat is er gebeurt? Zijn jullie gewond? Kun je de deur openen?
Britt kijkt hem nog eens wat wazig aan maar reikt dan over haar linker arm en opent het portier zodat Pasmans kan zien of alles oké is. Ineens begint Britt helemaal te trillen als ze in de gaten heeft dat ze een aanrijding heeft veroorzaakt. Ze voelt haar maag omdraaien en kotst langs Pasmans heen uit de wagen. Dan ziet ze om en merkt dat Tony niet reageert. Maar terugdraaien naar Tony lukt niet. De klap was zo hard aangekomen dat al haar spieren een flinke dreun hadden gehad. Haar hele lijf doet pijn en ze heeft flink de schrikt te pakken dat er wat ergs met Tony aan de hand is. Pasmans ziet dat Britt nu bijna begint te huilen.
Pasmans: Rustig maar Britt, het gaat wel goed komen. Ik zal een ambulance bellen en dan kunnen ze Tony gaan helpen.
Britt: Maar het is mijn schuld. Ik zat ruzie te maken met haar en lette niet op de weg en ineens stond die vrachtwagen stil en toen kon ik niet meer reageren .... en toen... oh, God, wat is er met Tony?
Pasmans: Ik ga even bij haar kijken.
Maar hij krijgt het portier niet open. In een reflex had Britt aan het stuur getrokken en was de wagen met de rechter kant hard tegen de vrachtwagen geknald zodat de rechterzijkant flink gedeukt was en het portier vast zat.
Pasmans liep terug en vroeg of Britt haar armen en benen wel kon bewegen en of haar hoofd geen pijn deed.
Britt: Alles voelt stijf aan maar ik kan me wel bewegen.
Pasmans: Probeer dan heel voorzichtig of je kunt uitstappen, dan kan ik proberen van hieruit bij Tony te komen.
En met enige moeite stapt Britt uit, ze voelt wel wat steken in haar nek en schouders maar kan toch op eigen kracht uitstappen en laat zich door Pasmans in zijn wagen zetten om daar te wachten tot er meer hulp komt. Dat duurt niet lang want direct na de klap had hij al gebeld naar het commissariaat en nu kwamen ook de motards er al aan en Raymond was ook gekomen.
Pasmans: Raymond wil jij bij Britt blijven, dan ga ik zien hoe het met Tony is.
Raymond: Ik denk dat jij beter bij Britt blijft, jij hebt al contact met haar, blijf bij haar en spreek rustig met haar.
Pasmans: Maar Tony ..
Raymond: Ben en Sel zijn al bezig en ik ga ook even in de wagen kijken.
Dus gaat Pasmans op zijn hurken voor Britt zitten die nog steeds verdwaasd kijkt.
Britt: Hoe heb ik dat nu kunnen doen? Mijn partner en beste vriendin. Ik ben een slecht mens. Laat mij maar zitten. Ga maar helpen.
Wat onzeker loopt hij ook naar de wagen om te helpen maar Raymond vraagt hem waarom hij Britt alleen laat.
Pasmans: Ze wil dat ik Tony ga helpen.
Raymond: Ze voelt zich ellendig en schuldig, maar je moet haar NIET alleen laten. Dat is mentaal niet goed voor haar.
En dus gaat hij weer terug. Ondertussen is er al een hele oploop ontstaan. Diverse hulpverleners zijn al ter plaatse, de weg is gedeeltelijk geblokkeerd, de vrachtwagen is wat verderop op een parkeerstrook gezet en de ambulanciers zijn samen met de brandweer bezig bij Tony. Die begint langzaam weer bij kennis te komen en voelt zich hartstikke beroerd.
Broeder: Ik ga u een nekkraag omleggen. We weten niet of u nekletsel heeft en moeten heel voorzichtig zijn.
En met zeer geoefende hand wordt Tony uit de auto gehaald en op een speciale brancard gelegd en vlug naar het ziekenhuis gebracht.
Een tweede ambulance neemt Britt mee, die nu in shock lijkt te verkeren.
In het ziekenhuis zit Vanbruane al te wachten op hun binnenkomst. Ze schrikt als ze ziet dat ze allebei met de ziekenwagen komen.
Nadine: Britt wat is er gebeurt?
Britt: Ik heb de wagen aan gort gereden en bijna mijn partner vermoord. Je moet me maar ontslaan en anders neem ik zelf wel ontslag.
Nadine: Laten ze je eerst maar eens nakijken.
Na een kwartiertje mag Britt al weer weg. De foto's laten nergens breuken zien. De hoofdpijn zal over een paar dagen ook wel weer weg zijn, maar de spierpijn die ze heeft zal nog wel zeker een week lang voor flink wat overlast zorgen.
Helemaal gaar en afgeknoedelt wil ze weglopen maar wordt door Nadine tegengehouden.
Nadine: Waar ga je heen Britt?
Britt: Weg hier. Ik hoor hier niet. Ik ben een slecht mens.
Nadine: Sel brengt je nu naar huis en jij gaat slapen, en morgen kom je bij mij in het kantoor en wil ik alles van je horen. En geen gemaar.
En een weerwoord heeft ze ook niet. Ze voelt zich ellendig en wil maar een ding: Naar bed en de wereld vergeten.
 
Op bericht van Tony moeten ze langer wachten, maar gelukkig valt daar de schade ook wel mee.
Ze moet wel een nacht ter observatie blijven. Hersenschudding en flink wat kneuzingen en een paar kleine snij wonden van het autoglas.
Ze is niet aanspreekbaar want in verband met de pijn hebben ze haar een injectie gegeven waarop ze direct in slaap was gevallen.
Die nacht slapen zowel Britt als Tony heel erg onrustig. Britt zit vol schuldgevoelens en Tony heeft heel veel last van haar kneuzingen en haar hersenschudding. Telkens ze zich wil draaien wordt ze hondsberoerd en moet ze overgeven. De nachtzuster geeft haar een spuitje tegen de misselijkheid.
Als ander morgens de arts komt is die toch niet zo tevreden met wat hij hoort en besluit om Tony nog wat langer hier te houden.
Britt ligt al zeker vanaf vier uur in de ochtend wakker, zich afvragend hoe het met Tony zal zijn, en wat haar boven het hoofd hangt als ze bij Vanbruane moet komen. Haar hele lichaam is stram en stijf van die klap die de wagen gemaakt heeft. Met de grootste moeite lukt het haar om uit bed te komen en gaat onder de hete douche staan om haar spieren wat soepeler te maken, maar het zet niet veel bij. Ondanks het warme water voelt Britt zich ijskoud en ze huilt er flink van langs terwijl ze staat te douchen.
Dan schrikt ze ineens als Dorien de badkamer binnenkomt.
Dorien: Mama, wat is er? U heeft de hele nacht liggen huilen en nu alweer.
Britt: Laat me maar even Dorien.
Dorien: Wil ik een kopje thee voor u maken?
Britt: Dat is lief, dank je wel.
En dan stapt Britt uit de douche en kleed zich moeizaam aan en laat zich uitgeput op de keukenstoel zakken. Dorien komt naast haar staan en legt een hand op Britt's schouder.
Dorien: Mama, wat is er toch?
Britt: Oh, Dorien, ik ben zo slecht geweest. Ik heb ruzie gemaakt met Tony en lette niet op de weg en toen heb ik een botsing veroorzaakt.
Dorien: Is het erg met Tony?
Britt: Ik weet het niet. Ik moest van Nadine direct naar huis. Straks moet ik naar haar kantoor en dan hoop ik meer te horen.
Dorien: Maar u loopt zelf ook heel moeilijk. Is alles goed met u?
Britt: Vreselijk spierpijn, maar verder is het goed.
Dorien: Ik vraag wel of ik met Tasha meekan naar school, dan hoef jij me niet weg te brengen, en dan blijf ik vanmiddag wel over. Is dat goed?
Britt: Jij vind ook dat ik een slecht mens ben, hè?
Dorien: Maar nee mama, ik denk dat u het hoofd ergens anders bij heeft. U moet niet nog meer ongelukken maken.(een klein beetje geïrriteerd klinkend)
Britt: Sorry Dorien, ik ben niet boos op jou. Ik ben boos op mezelf.
Dorien: Nou, dan moet je niet zo tegen mij praten. Dat doet zeer.
Maar dit was al teveel voor Britt en weer begon ze te huilen.
Dorien kiest eieren voor haar geld en nadat ze Tasha gebeld heeft gaat ze alvast met haar tas en jas naar buiten om daar op haar vriendinnetje te wachten.
En Britt blijft in haar eentje achter en wordt nog eens dubbel zo hard geconfronteerd met haar verdriet en boosheid.
 
Om half negen gaat ze op weg naar het commissariaat om zich bij Nadine te melden.
Die heeft een strenge blik in haar ogen als ze Britt in haar kantoor vraagt.
Nadine: Britt, is er iets met jou?
Britt; Ik voel me shit. Gisteren met Tony ...
Nadine: Pasmans neemt zo jou verklaring op van het ongeval, maar ik kan je nu al wel vertellen dat het Intern Toezicht ook een onderzoek zal doen. Ik kan niet anders dan je tijdelijk buiten dienst zetten. Je moet je wapen inleveren en je kunt naar huis gaan en je dan beschikbaar houden voor het onderzoek.
Met betraande en verbaasde ogen kijkt Britt naar Nadine maar die laat verder geen enkele emotie zien.
Britt: Hoe is het met Tony? Hebben jullie al wat van haar gehoord?
Nadine; Hersenschudding en flink wat kneuzingen. Is nog steeds niet goed te pas en moet van de dokter nog zeker een paar dagen in het ziekenhuis blijven.
Britt: Dan wil ik haar straks gaan bezoeken.
Nadine: Komt niets van in. Jij bent in verdenking gesteld van het opzettelijk toebrengen van verwondingen, als het geen poging tot doodslag wordt, en jij mag niet met de getuige praten.
Britt: Poging tot doodslag??? Dat meen je niet !!!!!!!!!!!
Nadine: Getuigen zeggen dat jij hebt zitten ruziën met Tony en ineens het stuur omtrok zodat de auto tegen die camionette  is geknald. Noem je dat soms een ongelukje?
Britt: Maar Nadine.... We hadden.... Ik vroeg haar wat er was en toen werd ze kriegel en ik wilde weten waarom ze zo afwezig was en ineens zei ze, ze zei dat ik moest uitkijken en ineens stond die vrachtwagen stil en toen.....
Nadine: En toen lag Tony in de kreukels. Mooi is dat, ben ik in een klap twee goede inspecteurs kwijt, en dan heb ik het nog niet over die dure wagen die nu naar de schroothoop kan.
Britt: Maar Nadine....
Nadien: Niks geen gemaar. Ga maar naar verhoor 1, Wilfried zal zo bij je komen.
 
Met knikkende knieën loop Britt naar verhoor 1. Wilfried komt binnen met twee bekertjes koffie en gaat tegenover Britt zitten. Hij vind het heel moeilijk om Britt te horen. Ze zijn verdomme collega's en dat Britt een ongeluk heeft veroorzaakt maakt haar nog geen misdadiger maar het opnemen van de verklaring voelt voor hem wel alsof hij haar als verdachte van een ernstig misdrijf voor zich heeft.
Hij komt dan ook niet ver. Telkens als hij wat vraagt begint Britt te huilen en hij weet gewoon niet wat hij moet zeggen, en dus besluit hij Raymond erbij te halen. Die is ouder en veel rustiger, die weet tenminste hoe je zoiets aan moet pakken.
Raymond: Britt, gaat het een beetje met je? Je ziet eruit of je niet geslapen hebt vannacht.
Britt: Ik voel me zo rot Raymond. Heb jij al iets van Tony gehoord?
Raymond: Ik ben vanmorgen even bij haar geweest. Ze heeft veel last van die kneuzingen en die hersenschudding. Ze is een stukje kwijt van gisteren, maar de dokter zegt dat het wel goed gaat komen.
Britt: Gelukkig, ik was al bang dat het heel erg was met haar.
Raymond: Wat is er nou gebeurt dan Britt, want jij bent toch zo'n goede chauffeur. Hoe kun je nu op een stilstaande auto inrijden?
Britt: Ik vond dat Tony wat vreemd deed en wilde haar dat vragen wat er aan de hand was, maar ze hield me af. Ik maakte me zorgen om haar en lette even niet op de weg. Goddomme. Nog geen halve seconde en dan ineens.... (en weer jankte ze)
Raymond stond op en liep om de tafel heen om Britt te gaan troosten. Pasmans bekeek dit vol aandacht. Hij was nog erg jong en wist nog lang niet hoe het allemaal werkte, maar hij zag wel dat Raymond een kalmerende uitwerking op Britt had en kreeg een beetje een glimlach terug op zijn gezicht.
Raymond: Britt, Nadine heeft ons gevraagd om de toedracht te onderzoeken. We gaan echt ons best doen om het zo snel mogelijk op te lossen, maar ze heeft vast al gezegd dat D.I.T. ook komt kijken?
Britt: Ja, en dan hang ik. Ik ben onoplettend geweest en heb mijn partner bijna de dood ingejaagd. Ik word vast uit het corps geschopt. Wat moet ik nou beginnen?
Raymond: Zo'n vaart zal het wel niet lopen.
Britt: Maar Nadine zei: Poging tot doodslag!!! Weet je wat dat betekend als dat in mijn politiedossier komt te staan?? Dat k het kan vergeten om ooit nog hogerop te komen, als ik überhaupt mag blijven. Maar ze zullen wel gelijk hebben, als ik zo gevaarlijk ben, kan ik beter dit werk niet doen.
Raymond: Zo moet je niet denken Britt. Wij gaan ons best doen voor jou, dat beloof ik je.
Britt: Mag ik gaan? Ik voel me helemaal niet goed.
Raymond: Wacht, ik breng je even weg.
Britt: Laat maar, ik moet gewoon even alleen zijn.
Raymond: Bel je me als er iets is, of als je gewoon even van je af wil kletsen, of een schouder nodig hebt om op uit te huilen?
Britt: Dank je Raymond
 
En langzaam, enigszins versuft door de slechte tijding die Nadine had gegeven loopt Britt terug naar huis. En weer is ze er met haar gedachten niet bij. Zonder uitkijken steekt ze de straten over, en hoort niet eens dat de tram eraan komt. Een oplettende voetganger kan haar nog net op tijd aan de kant trekken.
Maar net voor het tunneltje van de St. Michielshelling steekt ze weer zo over en ziet niet dat er een student op zijn fiets hard vanonder de tunnel tevoorschijn komt fietsen. Ze knallen tegen elkaar en even is er het geluid van een vallende fiets en rollende mensen en dan is het stil.
De fietser ligt op de grond te vloeken dat dit al de tweede fiets is die kapot gaat omdat "dat mens" niet had uitgekeken. Hij had wat schaafwonden aan zijn handen en een knie maar kon wel weer overeind komen. Hinkelend gaat hij op Britt af en begint tegen haar te schreeuwen en te schelden.
Maar Britt hoort niets. Die was zo hard op gaar rug gevallen dat ze even out was. Een van de omstanders had direct naar de 101 gebeld en al snel kwamen er twee agenten van politie aan: Raymond en Pasmans.
Raymond: Brittje, wat maak je me nu?
Maar Britt reageert nog niet. Ze heeft haar ogen wel open maar lijkt wat in een shock te verkeren. Vlug doet Pasmans zijn jas uit en legt die over Britt heen. Dan gaat hij op zijn knieën naast haar zitten en begint zachtjes tegen haar te praten.
Raymond hoort van de fietser en de omstanders wat er gebeurd is. De fietser geeft toe dat hij zelf ook niet had uitgekeken en dat hij gewoon veel te hard fietste om nog die voetganger te ontwijken. Hij gaat geen klacht indienen en raapt zijn boeltje bij elkaar en loopt met zijn kapotte fiets aan de hand verder.
Ondertussen komt er ook al een ambulance aan die Britt gaat onderzoeken en uit voorzorg toch maar even meeneemt naar het ziekenhuis.
Raymond gaat met haar mee om haar een beetje tot steun te zijn.
Nadat ze wat is opgelapt aan de diverse schaafwonden op haar handen en knieën en nadat er opnieuw foto's zijn gemaakt mag ze weer naar huis. Als Raymond haar daar brengt bedankt ze hem en gaat binnen, en loopt rechtstreeks door naar bed. Ze snapt zichzelf niet meer. Het ene na het ander ongeluk lijkt ze op te roepen. Ze baalt vreselijk van zichzelf. Ze voelt zich down, depressief en denkt weer terug aan haar tijd met Mark, toen alles nog goed was. Met zijn foto dicht tegen zich aan valt ze dan eindelijk in slaap.
Op het commissariaat begint Nadine nu echt een beetje haar geduld te verliezen met Britt.
Nadine: Wat die allemaal uithaalt om onder die aanklacht uit te komen. Ze moet toch beter weten !
Raymond: Baas, toe, houd u een beetje in. Britt is heel erg van de kaart. Ze had dat echt niet gewild met Tony, ze voelt zich er heel erg ellendig onder. Nu moet u niet ook nog tegen haar keren. Dat kan ze er niet bij hebben. Ik denk dat die wel eens heel erg overspannen aan het worden kan zijn, misschien zelfs wel burn-out. We moeten wat voorzichtiger met haar omgaan.
Nadine: Als je het zo goed weet agent Jacobs, wil jij dan mijn plaats innemen.? Ik kan me zo bij de burgermeester en de zonechef verantwoorden. Leuke taak zal ik je zeggen.
Raymond: U weet wel wat ik bedoel. Ik ga verder  met mijn PV's.
 
Ondertussen in het ziekenhuis begint Tony een beetje bij te komen. Ze voelt zich wel nog hondsberoerd en alles danst voor haar ogen, maar haar geheugen komt gelukkig terug. Ze moet van de dokter nog zeker drie dagen platte bedrust houden in een donkere kamer. Gelukkig voelt ze zich zo moe dat ze in die tijd heel veel slaapt en de tijd zo aan haar voorbij trekt. Raymond is ondertussen ook bij haar geweest en heeft haar wat vragen gesteld over de toedracht van het ongeval, en tot zijn grote geluk, geeft Tony ook aan dat het een stom ongeluk was. Die truck had geen remlichten, dus was niet te zien dat hij stil ging staan. Ook hun eigen auto had vreemd aangevoeld toen Britt plotseling in de remmen moest.
Raymond: Dan zal ik de technische recherche er eens op afsturen.
Tony: Hoe is het met Britt? Ik maak me zorgen om haar.
Raymond: Niet zo geweldig.
Tony: Is zij ook gewond geraakt?
Raymond: Spierpijn. Maar vooral heel veel last van een schuldgevoel, en Nadine wrijft het er ook nog een beetje in.
Tony: Wat doet die dan?
Raymond: D.I.T. , tijdelijk op non-actief.
Tony: Godver**** (en dan grijpt ze naar haar hoofd, want dat doet toch wel veel pijn)
Raymond: Rustig Tony, Pasmans en ik zullen dit grondig uitzoeken. Ik kan me niet voorstellen dat jullie elkaar naar het leven zouden staan.
Tony : Hoe kom je daar bij?
Raymond: Een omstander zegt dat jullie aan het ruziën waren en nu krijgt Britt een aanklacht wegens poging tot doodslag.
En dan begint Tony heel hard te huilen. Dit kon ze niet hebben. Ja, Britt had niet goed opgelet, maar zelf was ze ook aan het ruziën geweest. Dit mochten ze Britt niet aandoen.
Tony: Wil jij even mijn kleren uit de kast pakken?
Raymond: En waar gaat het heen?
Tony: Eerst naar Britt om te zeggen dat het haar schuld niet is en dan naar Nadine.
Raymond: Jij blijft mooi in bed liggen en zorgt dat je beter wordt. Ik zal bij Britt langsgaan en je boodschap overbrengen. Wordt maar snel beter dan kun je ons weer helpen.
Tony: Ik wil NU dat je een verklaring opneemt dat Britt geen schuld heeft. En die hufters van de I.T.....
Raymond: Ga je jezelf rustig houden of moet ik eerst een arts roepen?
Tony: Oké, maar schiet wel op voordat ze hun klauwen in Britt zetten.
 
 
Britt opent de deur voor Raymond maar ziet er niet uit. Dik behuilde ogen en grote wallen onder haar ogen.
Raymond heeft echt met haar te doen.
Raymond: Ik ben bij Tony geweest en die heeft me gezegd dat het niet jou schuld was.
Britt: Jawel, ik reed toch? Ik heb die wagen toch op de camionette geknald?
Raymond: Volgens Tony waren de remlichten van die vrachtwagen niet oké, en was jullie wagen ook niet in orde. Ik heb de technische recherche al ingeschakeld en we zullen snel meer weten. Gaat het een beetje met je?
Britt: Nee Raymond, het gaat helemaal niet. Ik voel me zo slecht. Ik kan het niet meer aan. Ik weet niet meer wat ik moet doen.
Raymond: Ben je depressief aan het worden?
Britt: Het voelt bijna zo als toen Mark overleed. Het is zo leeg en koud van binnen. En ik ben zo bang dat ik mensen die me zo aan het hart gaan, wat aan zal doen. Ik kan niet leven met die gedachte, ik wil eruit.
Raymond: Britt, je maakt mij bang met zulke uitspraken. Ik wil dat je een dokter gaat zien. Dit kun je niet alleen aan. Laat ons je helpen
Britt; Maar ik kan dat niet aan jullie vragen. Jullie hebben al zoveel last van mij.
Raymond: Jij hoeft niks te vragen. Wij DOEN dit gewoon voor jou. Wij willen je niet kwijt.
Raymond regelt snel dat er een dokter komt, en ook belt hij Britt haar moeder op of die kan komen om voor Dorien te zorgen en Britt wat in de gaten te houden.
José: Ik kom er aan. Ik pak de trein van half twee en ben dan tegen drie uur bij haar, Kan jij zolang bij haar blijven? Ik ben bang dat ze zich wat aandoet. Onze Britt kan heel erg gesloten zijn.
Raymond: Ik weet het. Maar ik wacht hier wel.
Maar als hij naar het bureau belt om dat door te geven is Nadine allerminst tevreden, zijn werk ligt op hem te wachten.
Raymond: Stuur Pasmans dan hierheen met die papieren en dan werk ik ze wel uit op Britt haar laptop. (En zonder een antwoord af te wachten gooit hij de haak er weer op)
 
Nadat oma José de wacht heeft overgenomen gaat Raymond weer naar het commissariaat en nodigt zijn "gewone" collega's uit voor een drink in de Combi. Het zit hem dwars dat Nadine zo afstandelijk doet over Britt en hij maakt zich zorgen om Britt en wil dit met hun bespreken.
 
 
Na twee dagen mag Tony dan uit het ziekenhuis en komt rechtstreeks naar het bureau waar ze eerst begint Nadine de kast uit te keren.
Nadine: Effen dimmen, Dierickx. Ik ben nog altijd je baas.
Tony: Moet u zo tekeer gaan tegen Britt? We hebben een ONGELUK gehad. Wie heeft die kolder verteld van poging tot doodslag? Weet u wel wat u haar hier mee aandoet? Het zal me niets verbazen als ze helemaal alleen thuis zit en overdenkt wat dit leven haar nog te bieden heeft. Maar ik zweer je Nadine, als haar ook maar iets overkomt, ik vergeet even dat ik agent ben en kom achter je aan.
Nadine: Gaan we de baas bedriegen??
Tony: Ik ga aankondigen wat ik ga doen. (dan draait ze zich om en wil weglopen om bij Britt op bezoek te gaan)
Nadine: Waar ga je heen?
Tony: Naar Britt, waar denk je anders. Die kan mijn steun goed gebruiken.
Nadine: Dierickx, meekomen, naar verhoor 3
En met een kwaaie kop volgt ze Nadine
Tony: Wat had je nog meer, dan alleen Britt af te vallen?
Nadine: Tony, is je hoofd wel in orde? Ik ken dit gedrag van jou niet.
Tony: Ik ben helemaal oké heeft de dokter gezegd, maar ik vraag me af wat er met u is. U bent anders nooit ze bot tegen Britt.
En dan gaat Nadine zitten en begint te huilen.
Tony: Ja, je denkt toch niet dat snotteren de boel oplost, wel?
Nadine: Ik was zo geschrokken, ik was heel boos, puur van de schrik. Misschien ben ik te ver gegaan, maar bij Britt was er iets aan de hand en ze wilde me niks zeggen. Dan kan ik toch ook niets voor haar doen, kan ik haar toch niet helpen?
Tony: Had u dat dan opgemerkt?
Nadine: Jij niet dan?
Tony: Ja, maar tegen mij zei ze ook niets. Is het goed dat ik eens bij haar langs ga?
Nadine: Ze zitten in verhoor 1. Dienst Intern Toezicht is haar aan het verhoren en die geven haar er flink van langs heb ik net gezien toen ik even ging kijken.
Tony: U weet dat dat niet mag.
Nadine; Maar ik maak me ernstig zorgen om haar. Raymond zegt dat ze zich heel depressief voelt, maar ze vraagt maar geen hulp.
Tony: Ik wil naar haar toe. Ze heeft iemand nodig op wie ze kan vertrouwen en die haar kent. Ik weet zeker dat ze erover denkt om weer bij Mark te zijn. Nadine, we moeten echt voorkomen dat ze zichzelf wat gaat aandoen.
Nadine: Ben ik helemaal met je eens.
 
Na anderhalf uur komen de heren van D.I.T. weer buiten en zonder een woord te zeggen lopen ze weg. Tony staat met stomheid te kijken naar hun gedrag.
Dan geeft Raymond haar een duwtje in de rug om aan te geven dat ze maar gauw naar Britt toe moet gaan.
In verhoor 1 hangt Britt huilend over de tafel heen en merkt niet dat Tony binnen komt.
Ook als Tony haar handen op Britt haar schouders legt reageert ze niet.
Tony: Hé, Britt, wat is er met je?
Maar nog geen reactie. Tony voelt zich erg ongemakkelijk met de situatie. Ze pakt een stoel en gaat naast Britt zitten en neemt diens hoofd in haar armen en begint troostende woordjes te spreken maar Britt blijft maar huilen.
Tony: Britt,alsjeblieft praat tegen mij. Ik moet weten hoe het met je is.
Britt; Ik had je bijna dood gemaakt. Je moet maar uit mijn buurt blijven. Ik ben een slecht mens.
Tony: Nee, Britt, jij bent geen slecht mens. We hadden een ongeluk, ik ben weer oké, en jou treft geen blaam. Laat je niet kisten door Nadine. Die meent het niet zo heeft ze me gezegd.
Britt; Maar het IT zegt dat ik vrijwel zeker geschorst ga worden en misschien ontslagen. En dat de poging tot doodslag blijft staan. Ik kan niet meer. Dit leven is gewoon sh*t. Ik kan niet meer, en ik wil dit niet meer.
En ineens springt ze op en duwt Tony omver en grijpt haar wapen.
Tony kijkt met grote bange ogen naar Britt. Ze ziet dat Britt met het wapen aan het spelen is. Ze kijkt naar de loop, voelt hoe de trekker reageert en zet dat eerst het wapen tegen haar slaap, en later steekt ze het in haar mond.
Britt: Het is beter zo Tony, dan heeft niemand meer last van mij.
Tony: NEEEEEEEEEEEEE!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Britt: Jawel, ik kan niemand meer onder ogen komen.
Tony heeft ineens zoveel kracht in zich, springt overeind en grijpt Britt haar pols en trekt het wapen uit haar mond en samen vallen ze op de grond en ineens gaat het wapen af.
 
 
 
Dan word het stil.
 
 
 
Britt ligt op haar rug met starre open ogen naar het plafond te staren.
Tony ligt half bovenop haar en voelt zich kotsmisselijk.
Ze weet niet of een van beiden geraakt is en durft ook niet te kijken.
 
Dan ineens staat het verhoor vol met collega's. Raymond trekt Tony van Britt af en als ze hysterisch begint te schreeuwen neemt hij haar heel stevig vast en wend haar af van Britt. Zo kan ze niet zien of er wat met Britt gebeurt is.
Nadine buigt zich over Britt die star naar het plafond blijft kijken. Ze kijkt goed of ze bloed ziet, maar kan dat niet waarnemen. Niet aan het hoofd, niet aan de benen en ook als ze het truitje van Britt wat opbeurt ziet ze geen bloed. Dan voelt ze of er een polsslag is. Gelukkig, die is er, heel snel.
Nadine: Ben, bel een ambulance.
En dan zakt Tony flauw in Raymonds armen.
Nadine: Tony, ze leeft, ze lijkt niet gewond, maar het is niet goed met haar. Ik laat haar naar het ziekenhuis brengen.
 
Raymond: Ik zet haar wel even in een stoel.
Raymond zet Tony neer maar die lijkt nog steeds niet te reageren. Dan komt de ambulance er aan.
Ze kijken eerst naar Britt of die gewond is maar dat is niet zo, ze is in shock. Dan vraagt Raymond of ze nog even naar Tony willen kijken..
Ambulancier: Flauw gevallen, heftige emoties denk ik. (Dan haalt hij een amoniakstift uit zijn jas en wuift ermee onder Tony's neus, die daar heftig op reageert en weer bij komt)
Tony: BRITT!! Wat heb je gedaan??
Nadine: Rustig maar Tony, ze is niet geraakt door een kogel.
Tony: Maar ze heeft geschoten en toen deed ze helemaal niets meer. Is ze dood? (nu hard aan het huilen)
Ambulancier: Ik ga u wat geven om te kalmeren. (en voor ze het in de gaten heeft krijgt ze een injectie met valium en zakt weer weg, opgevangen door Raymond)
Britt ligt nog steeds bewegingsloos op de vloer en wordt door de ambulance meegenomen naar het ziekenhuis. Gezien de forse suïcidepoging en het grote risico op herhaling wordt Britt opgenomen op de gesloten afdeling van de psychiatrie en komt in de separeerkamer te liggen waar ze in het bed gefixeerd word om te voorkomen dat ze zichzelf wat aan kan doen.
Heel het team is aangeslagen door deze situatie. Nadine is ook bezorgd om Tony die helemaal apathisch voor zich uit zit te kijken.
Nadine: Gaat het Tony?
Tony: (afwezig) Ja.
Nadine; Wil ik je naar huis brengen? Moet er vannacht iemand bij je blijven?
Tony: (afwezig) Nee.
Raymond: Is het wel verstandig om nu alleen te zijn?
Tony: Ik ben Britt niet. Ik jaag mezelf geen kogel door de kop. Ik red me wel. Laat me maar even met rust, morgen zien we wel verder.
En zonder verdere reacties af te wachten gaat ze weg. Thuis pakt ze een groot glas whisky, slaat dit in een keer achterover en voelt haar slokdarm bijna in de brand staan. "Genoeg" zegt ze bij zichzelf. Ze kruipt het bed in, valt als een blok in slaap en is anderdaags om zes uur weer wakker, springt onder de douche en gaat naar het werk waar ze zich zonder slag of stoot weer op de inbraak bij de EXPO stort.
Als Ben om acht uur binnenkomt is hij verbaasd haar weer aan het werk te zien. Hij pakt twee bekers koffie en geeft er een aan Tony en wil een praatje met haar maken om te horen hoe het er mee is, maar Tony wuift hem weg, ze is te druk.
Omdat Bea nog geen contact met hun had opgenomen besluit ze zelf maar eens langs te gaan.
Bea haar gezicht is behoorlijk blauw geworden maar gelukkig is haar geheugen weer terug.
Tony: Waarom heb je ons nog niet gebeld?
Bea: Ik was bang dat ze me in de gaten zouden houden en weer terug zouden komen.
Tony: Maar je had toch kunnen bellen?
Bea: Maar als ik de telefoon oppak hoor ik steeds een klik, alsof ze me afluisteren.
Tony: Mag ik eens?
En ze neemt de hoorn van de haak en hoort inderdaad ook een klik.
Tony: Ik zal vragen of ze dit na willen checken. Hier is mijn kaartje, als je het idee hebt dat er iemand achter je aan zit moet je toch maar bellen en we komen dan zo snel mogelijk.
Bea: Bedankt.
Nu weet Tony in elk geval wel dat er een vrouw en twee mannen betrokken waren bij de overval.
En ze hadden alledrie dezelfde kaki-jassen gedragen en ook alle drie een zwarte muts.
Terug op het commissariaat ligt het rapport van de technische recherche: merk en type auto is bekend, voetsporen zijn opgenomen, vingerprints in het kantoor, die Tony nu kan vergelijken met sporen die ze op archief hebben. Heel wat om mee verder te gaan. En ijverig werkt ze zich de dag door en het lijkt of ze haar partner helemaal niet mist.
Aan het eind van de middag vraagt Nadine hoe het er mee is en weer zegt ze dat alles oké is.
Op weg naar huis belt ze naar het ziekenhuis maar krijgt te horen dat Britt geen bezoek mag ontvangen. Verdere informatie krijgt ze ook niet in verband met de privacybescherming. Enigszins beteuterd hangt ze in.
Die avond thuis op de bank begint het aan haar te knagen dat ze niet bij Britt kan en ze belt dan naar haar huis waar ze oma José aan de telefoon krijgt.
José: Ik ben heel kort geweest, maar ze heeft niet gereageerd. Ze ligt er heel vreemd bij, alsof de wereld langs haar heen gaat. De dokters zijn bang dat ze het weer gaat doen, maar op dit moment kunnen ze niets anders dan medicijnen geven om haar suf te houden.
Tony: Sorry, het spijt me verschrikkelijk dat u dit mee moet maken. Ik vind het heel erg voor Britt en Dorien, en ook voor u natuurlijk.
José: Dank je Tony dat je even hebt gebeld. Ik weet dat je het heel goed bedoeld.
Daarna hangt Tony onderuitgezakt op de bank en probeert de dingen op een rij te krijgen, maar het lukt niet echt. Telkens dringt zich andere informatie aan haar op die ze ook niet plaatsen kan en dat maakt haar kriegel.
Ten langen leste gaat ze maar naar bed, maar schrikt midden in de nacht wakker. Ze denkt te weten wat het was, die informatie die steeds bovenkwam. Het had te maken met dat dossier dat ze in haar schuif had gestoken voor ze naar de EXPO waren gegaan.
Snel zet ze de herinnering in haar gsm dat ze er morgen naar moet  kijken en gaat dan, met een min of meer gerust hart, slapen...
 
Ondertussen bij Britt verandert de toestand compleet...Die begint door de medicatie heen te breken en wordt helemaal hysterisch. Ze schreeuwt luid om zich heen. Ze komt echter niet los, want haar polsen en enkels zitten nog vast, gelijk haar taille. Ook al wurmt en trekt ze heel hard aan de banden, het lukt niet. Tot bloedens toe schuurt ze met haar polsen en ineens een hele harde en felle knak.
Dan gilt ze het uit van de pijn. Maar er is niemand die bij haar komt. De kamer is helemaal geluid geïsoleerd en bevind zich achteraan op de gang. Wel komt er regelmatig even iemand door het raampje controleren, maar die was net geweest.
Britt ligt nu echt wel stil. Ze heeft verrekte veel pijn. Haar linker elleboog is door al dat getrek gebroken en het bot steekt dwars door haar huid heen en het bloed ook behoorlijk.
Ze weet dat er niet op haar roepen gereageerd wordt en probeert zichzelf wat rustig te krijgen maar ze huilt dikke tranen.
Eindelijk na twintig minuten komt er een zuster bij haar die erg schrikt als ze al dat bloed ziet.
Zuster: Britt, wat is er gebeurt?
Britt: (helemaal verzwakt) Pijn.
Zuster: Ik haal snel de dokter want dit ziet er niet goed uit.
 
Vlot wordt er besloten dat Britt haar elleboog operatief gezet moet worden en dus wordt ze ingeplant voor een spoedoperatie zo'n twee uurtjes later.
Maar na de operatie gaat ze terug naar de psychiatrie, weer in de separeer en weer in de fixatie. Aanvankelijk heeft ze er weinig van in de gaten want ze is nog helemaal groggy van de narcose, maar als haar moeder om vijf uur bij haar komt begint ze daar heel erg hard tegen aan te huilen.
Britt: Mama, ik wil dit niet, ik kan zo niet. Je moet mij helpen.
José: Meisje, ik heb zo met je te doen. Heb je veel pijn?
Britt: Ja, mijn arm doet heel veel pijn, maar ook mijn hart. Ik wil naar Mark. Ik mis hem. Ik wil hem weer tegen me aan kunnen houden en voelen dat hij me streelt en me kan troosten.
José: Britt, dat kan niet, en dat weet je. Ik begrijp heel goed dat je hem heel erg mist, maar je hebt Dorien ook nog en die kun je niet alleen achterlaten.
Britt: Dorien?
José: Ja, jullie dochter.?!?
Britt: Dat weet ik, maar als ik haar zie doet het nog meer pijn. Ze lijkt zoveel op hem. En al die ellende de laatste tijd, ik kan er gewoon niet meer tegen. Dit is toch geen leven.
José: Jij hebt veel te veel hooi op je vork gehad en moet daar nu voor boeten. Maar Britt, schatje, wij zijn er om jou te helpen. Waarom heb je nooit iets gezegd?
Britt: Omdat ik volwassen ben en zelf mijn boontjes moet kunnen doppen.
José: Een mens kan zoveel aan, en dan is het op. En bij jou is het nu ook op. Laat je alsjeblieft helpen. Ik ben al zoveel dierbare mensen verloren Britt. Ik kan niet tegen de gedachte dat ik jou, mijn enigste kind, ook kwijt raak.
Britt: En daarom moet ik doorgaan met dit kloten leven?? (maar ze is zich direct bewust van de aanval die ze daarmee op haar moeder doet en heeft direct spijt) Sorry mama, dat had ik niet mogen zeggen, dat wilde ik ook niet zeggen maar ik voel me zo .................. (En daar huilt ze weer heen)
Ook José heeft de tranen in haar ogen staan. Ze weet ook wel dat Britt haar niet wilde beledigen, maar dat die zo radeloos is dat ze niet meer weet wat ze moet doen.
Dan buigt ze voorover en geeft Britt een hele dikke zoen op haar wang en streelt zachtjes haar haren uit het gezicht.
José: Ik vind het niet erg als je met een psycholoog of psychiater gaat praten. Als jij dat nodig hebt om je verdriet te verwerken moet je dat doen. Stel je eens voor dat je zo die last van je hart kwijt kunt raken, en wat er daarna voor vrijheid op je af komt.
Britt: Is het echt zo?
José: Britt, nadat je vader is overleden heb ik ook in de put gezeten, ik wist ook niet meer wat te doen. Jij had je eigen leven en ik wilde ook niet op jou gaan leunen, dus heb ik hulp gevraagd.
Britt: Dat had ik nooit van u verwacht.
José: Het is niet erg Britt, en als je het moeilijk vind, weet dan dat ik onvoorwaardelijk achter je sta. Jij hoeft dit niet alleen te doen.
Britt: Oh mama, wat ben ik dom geweest om het nooit tegen u te zeggen. Kijk eens hoe ik mezelf in de nesten heb gewerkt.
Net dan komt ook de psychiater binnen die blij is te zien/horen dat Britt aan het praten is gegaan. Bij de deur had hij even staan meeluisteren naar het gesprek en was al snel tot de conclusie gekomen dat Britt's actie die tot opname hadden geleid een pure wanhoopsdaad was. Het zou wel goed komen, maar ze had nog een lange en zware weg te gaan.
 
Afgesproken werd dat Britt langzaam aan mocht gaan mobiliseren en dat ze een bepaald therapie programma zou gaan volgen, met vooral individuele gesprekken, maar ook een aantal groepsgerichte therapieën zou gaan doen. Dit om te kijken of ze in groepen meer de neiging had om zich aan te passen en zichzelf weg te cijferen. Wel zou ze nog zeker veertien dagen op de gesloten afdeling moeten blijven.
Het vooruitzicht stond haar niets aan maar ze wist dat ze het nodig had, en met lood in de schoenen begon ze aan de therapieën.
 
------------
 
Ondertussen had Tony zich vastgebeten in die oude zaak .
Ze had steeds maar weer moeten denken aan een bepaald boekje wat ze hadden gevonden op een plaats van misdrijf. Het was zo ongewoon geweest om net dat boekje daar te vinden.
Maar nu dacht ze te weten wat dat er mee te maken had.
Eigenlijk dacht ze Britt haar kennis en ervaring ook nodig te hebben, maar het was haar duidelijk geworden dat die voorlopig wel uit de running was. Maar uit solidariteit met Britt weigerde ze samen te werken met een nieuwe partner.
Dat ze daar niet helemaal onderuit kon was wel te verwachten want van Nadine mocht ze NIET zonder partner naar buiten.
Nadine had haar duidelijk te verstaan gegeven dat die zaak destijds zo gewelddadig was en dat er nooit een dader was opgepakt. Dat betekende dat die nu nog vrij rondliep en dat er dus nog steeds een groot risico bestond.
Toch probeerde Tony zoveel mogelijk op eigen houtje te doen,  en pas op het allerlaatste moment hulp te vragen van een van haar collega's.
Sel had al een paar keer met haar tijdens de lunch bij de Combi gezeten en had ook al eens laten blijken dat hij zich zorgen maakte om haar vastberadenheid.
Tony: Hij heeft god*** drie vrouwen zonder pardon vermoord, die kan ik toch niet zomaar laten lopen?
Sel: Maar je moet ons er in kennen. Wij pakken jou die zaak niet af. Hij is van jou en jij mag hem oplossen, maar alsjeblieft Tony, doe voorzichtig,
Tony: Dank je voor je bezorgdheid.
Sel: Tony beloof je om ons op tijd om hulp te vragen?
Topny: (een beetje afwezig en geïrriteerd) Ja ja.
Sel: Tony? (en hij pakte zacht haar hand)
Tony: Sel? Wat doe je nou?
Sel: Tony, ik mag je te graag om jou zo het risico in te sturen. Ik moet er niet aan denken dat jou wat zou overkomen.
Tony: Sel? Ik weet niet goed wat ik er van vinden moet. Ben jij....? Ben jij op mij?
Sel: Ik weet het niet zeker, maar professioneel ben ik wel bezorgd om jou, dus laten we daar maar mee beginnen.
Tony: Dan zal ik Nadine vragen of wij samen verder kunnen aan die zaak.
Sel: Zou het wel goed werken dan als het niet duidelijk is of ik verliefd op je ben?
Nu Sel het hoge woord eruit had gegooid kreeg Tony ineens een kop als een boei. Ze voelde zich draaierig worden en wist niet waar ze moest kijken. Zenuwachtig begon ze van alles op te pakken en gooide een glas drinken om.
Weer pakte Sel haar hand.
Sel: Tony, doe eens rustig. Wat ik voor jou voel kan ik nog gescheiden houden van het werk. Kun jij dat ook?
Tony: Sel, ik heb nog nooit over gedacht, dat jij en ik....
Sel: Hoeft ook niet. Ik wil me niet opdringen.
Tony: Ik wil er eens goed over nadenken. Is dat oké voor jou?
Sel: Helemaal.
 
Die week had Tony zoveel informatie overal vandaan weten te krijgen dat ze dacht te kunnen overgaan tot een huiszoeking bij een verdachte maar ze werd tegengehouden door Nadine.
Tony: Waarom dan toch? We hebben zoveel nu?
Nadine; Is je nog niet opgevallen dat je in deze cold-case veel te gemakkelijk je informatie hebt gekregen? Ik ben bang dat je ergens ingelokt wordt. Je krijgt NU nog geen toestemming om te gaan. Ik laat het eerst door een ander team nalopen waar al de info vandaan gekomen is en als dat er safe uitziet mag je met een interventieteam erheen.
Tony: Maar Nadine, ik kan hem zo oppakken.
Nadine: En ik wil jou niet zo kwijt. Ik heb ondertussen een stagiaire die jij kunt begeleiden nu Britt afwezig is. Met je status van OGP ben jij daartoe ook bevoegd. Het geeft jezelf ook even de gelegenheid om af te schakelen.
Tony: Maar ik wil geen stagiaire.
Nadnie: Kijk daar is hij; Niels, laatste jaars student criminologie.
Tony draait zich kwaad om, maar ziet dan een knappe man staan...
Tony: Hey, hallo, ik ben Tony. Tony Dierickx. Ik hoor dat wij een poosje moeten samen werken. Heb je zin in een kop koffie? Zullen we naar de Combi gaan, dat praat daar wat rustiger en kun je me vertellen hoe het staat met je opleiding en wat je hier wilt leren.
Als ze vertrekken kijkt Nadine haar met een tevreden glimlach na.
Nadine: Dat zit wel goed (denkend)
In de Combi heeft Tony een heerlijke tijd met Niels. Hij verteld haar veel over zijn opleiding, en zijn hoop ooit een hele goede speurder te worden. Hij zegt al veel over Tony gehoord te hebben en is blij dat hij met haar mag werken.
Tony voelt zich gevleid en nodigt hem direct al uit om 's avonds bij haar te komen eten, wat hij graag aanneemt, want het was hem nog niet gelukt om al een woonruimte te vinden voor de duur van zijn stage. En elke avond in een hotel eten zag hij ook niet zo zitten.
Nou, je kunt wel op je klompen aanvoelen hoe het voor Tony gaat worden.
Al meteen de eerste avond eindigt ze met Niels in bed. Ze voelt zich de koning te rijk en vergeet even dat ze met een hele belangrijke zaak bezig is.
De volgende ochtend wordt Tony wakker van de geur van dampende hete koffie. Ze legt haar handen voor haar ogen en probeert even na te denken wat er gisteren is gebeurt en straalt dan helemaal als ze weer aan Niels denkt.
Als ze in de kamer komt ziet ze dat hij al met zijn neus in de boeken zit.
Tony: Goedemorgen, ijverige student. Lekker geslapen?
Niels: Heerlijk, en zo zacht. Ik vond het geweldig. Jij ook?
Tony: Ja tuurlijk.
Niels: Mooi zo. Wil je koffie? Ik heb net gezet.
Tony: Ja lekker.
Niels loopt naar de keuken om koffie voor Tony te pakken.
Tony: Wat zit je eigelijk te lezen?
Niels: O gewoon een boek over de politie.
Tony: Oké ik ga me even omkleden en dan moeten we gaan werken.
Niels: Ja.
Tony kleed zich snel om en dan vertrekken ze samen naar het commissariaat..
Na een tijdje gewerkt te hebben (lees : Saaie PV's ingetypt te hebben)
Tony: Nadine? Mag ik even naar Britt toe gaan? Ik ben bezorgd...
Nadine: Ga maar... Maar neem Niels mee, oké?
Tony: Oké !!! (lachend)
 
Aangekomen in het ziekenhuis...
mag ze echter niet bij Birtt.
De arts is bij haar voor individuele psychotherapie. Britt is aan het vertellen over haar leven, en de moeilijkheden die ze daarin is tegen gekomen, en hoe ze daar tot nu toe mee om is gegaan.
Het kost haar heel veel moeite om te vertellen en regelmatig barst ze in huilen uit, maar omdat er nu toch eindelijk een opening lijkt te komen willen ze haar graag door laten vertellen en niet laten onderbreken door bezoek. Ze zou zomaar weer dicht kunnen klappen en dan ook niet meer willen praten over haar leven.
 
Enigszins teleurgesteld gaat Tony weer weg en Niels legt troostend een arm om haar schouders.
Niels: Gaat het Tony?
Tony: Nee, het gaat niet. Ik maak me zorgen over Britt. Wij werken al zo lang samen en ik dacht toch dat ik haar wel zo'n beetje kende, maar dat ze suïcidaal zou worden? Dat had ik nooit van haar verwacht.
Niels: Jij trekt het je heel erg aan dat ze jouw wapen heeft gepakt, is' 't niet?
Tony zegt niets maar wordt alleen maar stiller en stiller.
Niels: Hey, zullen we vandaag eens vroeg ophouden met werk? Ik wil je graag uitnodigen voor de sauna, lekker ontspannen en je eens goed laten verwennen.
Tony: Jee, ik weet niet, zo lang kennen we elkaar toch nog niet?
Niels: Maar vannacht was toch ook fijn? Voor mij tenminste wel, en ik hoop voor jou ook?
Tony: Jawel, maar ...
Niels: Geen gemaar. Probeer eens te leven Tony, je kunt niet alles vooruit plannen.
Tony: Zal ik Nadine vragen of ik de middag vrij kan nemen?
Niels: Doe maar. Ik kom je vanmiddag bij je boot ophalen, moet nog even wat regelen voor de opleiding.
Tony: Oké, tot later.
 
Terug op het commissariaat roept Nadine haar binnen.
Nadine: Die Niels is wel een goeie, is het niet?
Tony: Ik denk het wel. Hij is rustig, overziet dingen snel en goed. Ik denk wel dat dat goed komt.
Nadine: En hoe was het met Britt?
Tony: (wat stilletjes) Ik mocht niet bij haar. Ze was met de dokter in gesprek en ik mocht niet storen. Ze waren bang dat Britt weer dicht zou klappen en niets meer wilde vertellen.
Nadine: Ja, daar kan ik inkomen. Britt is meestal toch vrij gesloten.
Tony: (wat boos klinkend nu) Maar ze is mijn partner en wij kennen elkaar door en door. Waarom heb ik niet eerder gemerkt dat ze het leven niet meer zag zitten? Waarom heeft ze mijn wapen gepakt? Nu moet ik hier mee leven. Wat zegt het IT? Krijg ik een schorsing?
Nadine: Ik heb net hun rapport gekregen. Jou treft geen blaam. Jij had dat niet kunnen voorzien. Je kunt gewoon je werk blijven doen.
Tony: En Britt dan? Die zit wel mooi vast op de psychiatrie. Kan die hier weer terug komen werken straks?
Nadine: Dat zullen we met de tijd wel zien.
Nu ziet Nadine dat Tony natte ogen krijgt.
Nadine; Hey, Tony, wat is er met u? U ken ik zo niet. Trek je het je zo erg aan van Britt?
Tony: Ze is meer dan mijn partner, ze is mijn vriendin en mijn vertrouwenspersoon. Ik vind het heel erg en ik voel me schuldig over deze hele toestand.
Nadine: Niet doen Tony. Het is niet JOU schuld. Britt had veel meer voor haar kiezen gekregen dan ze aankon, en ineens zijn de stoppen doorgeslagen en wist ze niet meer hoe ze verder moest.
Tony: Maar MIJN wapen.
Nadine: Jij hebt dat uit haar hand geslagen en JIJ hebt haar leven gered!
Tony: En wat voor leven heeft ze nu: gestempeld als psychiatrisch patiënt, niet geschikt meer voor een politiefunctie in verband met zulke gevaarlijke en onvoorspelbare opdrachten. Ze zal me haten.
Nadine: Tony, ik heb hier een adres en ik wil dat jij daar NU naar toe gaat.
Tony: WAT?? Voor mij ook een psychiater? Ik denk er niet aan. Weet je wat die andere psych Britt heeft aangedaan? No way, never.
Nadine; Je hebt geen keus Tony. Het is dat, of op non-actief. Jij hebt zelf ook wat te verwerken en neem daar nu eens de tijd voor, voordat je net als Britt eindigt.
Tony: Wat wil je daar mee zeggen? Dat mijn partner afgedankt wordt, een wrak is?
Nadine: Ik doe of ik dit niet gehoord heb. Je hebt het adres en ik heb al een tijd voor je afgesproken. Om vijf uur krijg ik telefoon van die PSYCHOLOOG, en geen psychiater, en hij laat me weten of je bent geweest. Inhoudelijk zal hij me niets vertellen. Dat is tussen jullie twee.
Tony: (verveeld) Moet dat echt?
Nadine: Goedemiddag Tony. En als je klaar bent, .....neem dan de rest van de middag vrij en ga wat leuks doen, wat waar je van kan ontspannen.
 
 
Nadat Tony met lood in de schoenen bij de dienstpsycholoog is gegaan en haar kant van het verhaal heeft verteld voelt ze zich, onverwacht, toch wat meer opgelucht.
Thuis zit Niels al op het dek op haar te wachten.
Niels: Ben je er klaar voor?
Tony: Waarvoor?
Niels: We zouden toch naar de sauna?
Tony: Even omkleden en mijn spullen pakken. Waar gaan we?
Niels: In Brussel. Kan ik even langs mijn kot om wat spullen te halen.
Tony: Leuk, kan ik ook eens zien hoe jij woont.
Niels: Niets geen bijzonders, gewoon een studentenkot met veel rommel.
 
In de sauna kan Tony zich echt heerlijk ontspannen. Niels heeft er voor gezorgd dat er een masseur is die Tony een volledige massage geeft en waar ze heerlijk van ontspant.
Nadien gaan ze in Brussel op restaurant en Tony staat erop om te betalen want Niels moet zien rond te komen van zijn studiebeurs.
Het kot van hem is ook echt een kot, en hij had gelijk : het stond vol rommel.
Die nacht slapen ze weer samen en de volgende morgen probeert Tony zichzelf toch weer te herpakken zodat ze aan het werk kan.
Niels neemt de koffie mee, als Nadine Tony binnenroept.
Nadine: En hoe ging het gisteren bij de psycholoog?
Tony: Ik dacht dat dat tussen hem en mij bleef?
Nadine: Hij heeft ook niets gezegd. Ik vraag het jou, ben geïnteresseerd hoe het met jou gaat.
Tony: Het gaat een beetje beter. Ik tilde te zwaar aan dat schuldgevoel heeft hij gezegd.
Nadine: Ga je nog weer terug voor vervolggesprekken?
Tony: Waarom wil je dat weten?
Nadine: Dan kan ik je vrij geven. Je kunt zoveel doen op een dag en meer niet, en ik stel er belang in dat mijn mensen het allemaal een beetje goed aankunnen.
Tony: Sorry baas dat ik zo cru doe, maar het zit me gewoon niet zo lekker van Britt.
Nadine; Dat begrijp ik. Maar, bon. Ik heb een zaak. Wil je samen met Niels eens gaan kijken?
 
Op weg naar de gemelde overval heeft Niels eigenlijk weinig aandacht voor de zaak en zit steeds maar aan Tony te friemelen.
Tony: Niels, niet doen, je leidt me af. Ik moet opletten met autorijden.
Niels: Maar je vind het toch wel fijn?
Tony: We zijn nu aan het werk.
Niels: Och werk, dat is maar bijkomende zaak.
Tony: Niet voor mij, daar moet je wel rekening mee houden.
Niels: Stop eens Tony?
Tony kijkt hem vreemd aan, maar het lijkt wel of zijn ogen diep in haar doordringen. Bijna vanzelf stopt ze en zet de wagen aan de kant van de weg.
Niels legt zijn hand in haar nek en trekt haar naar zich toe en begint haar heftig te zoenen. Tony is even verrast als dit gebeurt. Nog nooit had een vent haar zo snel om gekregen, maar het voelde wel heel fijn.
Toch schudde ze hem van haar af.
Tony: Niels, eerst het werk, vanavond zien we wel verder.
En zo rijden ze naar de bank waar een half uur geleden een gewapende overval had plaats gevonden. De overvallers waren uiteraard al weer gevlucht maar er heerste nog grote consternatie onder de bankbedienden.
Tony: Niels, ga jij eens kijken bij de technische recherche als die de sporen gaan zoeken. Ik ga even met deze bedienden praten.
Tony werkt, geheel volgens voorschrift, de situatie af en krijgt veel informatie over de overvallers. Hopelijk zijn het "bekenden" van de politie zodat ze ze in het archief op kan zoeken en ze hopelijk ook opgespoord kunnen worden en opgepakt.
Niels staat er echter bij en kijkt ernaar.
Vanuit haar positie krijgt Tony een beetje de indruk dat het werk Niels niet zoveel kan schelen. Hij toont echt weinig interesse en ze kan haar verbazing niet onderdrukken.
 
Nadat ze op het commissariaat de gegevens in de computer hebben ingevoerd rollen er al gauw drie namen uit van bekende misdadigers.
Tony vraagt Nadine om toestemming om ze alledrie binnen te mogen brengen voor verhoor.
Nadine: Wie ga je meenemen? Niels is niet volledig opgeleid en bevoegd.
Tony: Laat Sel en Ben er een halen, Raymond en Pasmans, en dan ga ik wel met ....
Nadine: Ga maar samen met Rudi. Die heeft een hoop ervaring hiermee.
Tony: Dank je Nadine.
Niels: En ik dan?
Tony: Als je wil kun je de PV's nog eens nalezen en misschien staat er iets in waar we straks onze vragen mee kunnen gaan stellen..
Niels: Zijn jullie vlot terug?
Tony: Ik denk dat we ze over een uurtje alledrie binnen hebben.
 
Onderwijl Tony en de andere teams de vermeende overvallers binnen halen zit Niels een boekje te lezen, en niet, zoals Tony gevraagd had, de PV's.
Hij kan tijdens het verhoor dan ook geen zinnige vragen stellen. Tony begint een beetje te balen. Ze heeft vandaag best hele veel werk verzet en had gehoopt op een beetje hulp van Niels.
Nadat ze eindelijk gedaan heeft met werk en Niels al een poosje zit duimen te draaien, pakt ze haar jas en wil naar huis gaan.
Niels: Gaan we uit eten of kook jij?
Tony: Niels,ik denk dat ik vanavond liever alleen ben.
Niels: Waarom? Is er iets?
Tony: Ik moet er eens over denken.
Niels: Waarover? Over ons?
Tony: Ook. Maar ...
NIels: Dan gaan we naar jou huis en gaan we praten. Praten is altijd goed in een relatie.
Tony: Is dat wat we hebben? Een relatie?
NIels: Niet dan?
 
Bij Tony op de boot wordt de sfeer er niet beter op. Niels is gelijk begonnen met bier drinken en wil eigenlijk helemaal niet luisteren naar Tony. Hij heeft maar zin aan een ding: Seks.
Tony: Niels, nu niet. Het zit me gewoon niet lekker.
Niels: Wat nou niet?
Tony: Zoals jij vandaag deed op het werk. Ik kreeg de indruk dat het je geen klap kan schelen wat er gebeurt is.
Niels: Kan het ook niet. Het was al gebeurt en dat kunnen wij toch niet meer veranderen.
Tony: Maar wij kunnen de boel gaan onderzoeken en oplossen. Criminologie is toch wat jij studeert?
Niels: Dat wilde mijn pa, maar ik vind er geen zak aan.
Tony: Wat wil jij dan?
Niels: Jou.
Tony: Even serieus Niels.
Dan staat Niels op en loopt met zijn verleidelijke ogen op Tony af en neemt haar weer in zijn armen en hij wil haar gaan kussen maar Tony wil hem wegduwen.
Niels: Maar nee Tony, echt ik wil u .
Tony: Nu niet Niels.
En ze probeert nogmaals om uit zijn greep los te komen maar het lukt niet en Niels plant zijn lippen vol op Tony's mond en begint haar diep te zoenen.
Tony: mm, mm, niet doen.
En dan gooit NIels haar letterlijk van zich af en begint tegen Tony te schreeuwen.
Tony valt achterover tegen de bank en verzwikt haar voet en begint zachtjes te wenen.
Niels schrikt daarvan en loopt op haar toe om haar te troosten.
Niels: Sorry Tony, ik had dat niet mogen doen. Ik ben kwaad op mijn vader en moet dat niet op jou af reageren. Wil je me vergeven?
Tony: Help me maar overeind.
Als Niels haar overeind helpt gilt ze van de pijn. Gauw zet hij Tony op het aanrecht en stopt haar voet in de gootsteen en laat er heel lang heel koud water overheen stromen.
Na een dikke tien minuten zet hij Tony op de bank en legt een zwachtel aan zodat de voet niet verder kan zwellen.
Tony: Shit, ik heb geen tijd om thuis te gaan zitten. Ik heb nog veel te doen.
Niels: Tony doe eens rustig, het is avond, je hoeft nu niets te doen. Laten we lekker naar bed gaan en van elkaar genieten.
Tony: Liever niet Niels. Ik voel me niet zo goed.
Maar Niels weet van geen ophouden en Tony begint hem nu ronduit vervelend te vinden.
Ze weet niet zo goed hoe ze dit aan moet pakken, maar een ding is duidelijk: vanavond wil ze niets met Niels.
Niels voelt ook wel dat er iets niet goed is en verontschuldigt zich even. Hij loopt naar het dek en begint met zijn mobiel te bellen.
Na een poosje komt hij weer binnen en loopt weer op Tony toe.
Niels: Tony geef me nog een kans. Ik mag u graag.
Tony: Wie was je aan het bellen? Mocht ik het niet horen? Vertrouw je me niet?
Niels: (begint zich boos te maken en kan zich nauwelijks inhouden) Gaat je niet aan.
Tony: Je bent nog steeds in mijn huis hoor.
Niels: (verliest nu zijn geduld) God****. Trut dat je bent. Je zegt niets tegen mijn opleidingscoördinator.
Tony: Wat moet ik niet zeggen? Dat je geen echte, en zeker geen gemotiveerde student bent? Denk je dat die het zelf nog niet in de gaten heeft?
Niels: Ik krijg jou wel stomme trut. (en hij begint Tony te slaan, links en rechts)
Maar Tony is een politievrouw en ze weet zich aardig goed te verweren.
Tony: Niels ophouden. Je moet mij niet slaan als je kwaad bent op je vader. Maak dat je weg komt.
En als Niels andermaal een aanval op haar wil openen haalt Tony snel haar wapen te voorschijn en neemt Niels onder schot. Met haar andere hand pakt ze haar mobiel en roept de 101 op.
 
Binnen vijf minuten staat er een politiewagen voor de deur en wordt Niels in de boeien geslagen en afgevoerd.
Nadine komt binnenstappen en loopt direct op Tony toe die helemaal geschrokken op de bank zit te huilen. Ze seint de patrouilleagenten dat zij zelf wel de verklaring opneemt, het is immers een van haar eigen mensen.
Nadine: Tony, meid, wat is er gebeurd?
Tony: Niels. Dat is er gebeurt. Hij ....
Nadine: Rustig maar. Ik maak even een kop koffie en dan vertel jij mij rustig wat er gebeurt is.
Tony: Kan ik mij gaan douchen? Ik voel me zo vies en zo gebruikt.
Nadine: Heeft hij je verkracht?
Tony: Hij heeft mij gezoend en dat wilde ik niet maar hij heeft met zijn handen aan me gezeten en ik wil dat kwijt.
Nadine: Is goed Tony, neem rustig de tijd. Ik wacht hier wel op je.
Nadat Tony zich gedoucht en verschoont heeft gaat ze op de bank zitten en verteld Nadine het hele verhaal van Niels, hoe hij eerst heel gedreven leek om te leren van haar maar al snel geen oog meer had voor het vak en alleen voor Tony. Hoe hij haar belazerde, want het telefoontje was naar zijn vriendin geweest, die gelijk was aangekomen met de politie en dus ook meteen was gegaan naar het bureau.
En hoe hij zich aan haar op wilde dringen terwijl ze duidelijk had aangegeven dat ze dat niet wilde.
Het zou geen gemakkelijk aanklacht worden omdat er eerst sprake was geweest van instemming van Tony's kant, maar nu zou het zijn woord tegen het hare zijn.
Tony: Als hij maar uit mijn ogen verdwijnt.
Nadine: Wil ik je een paar dagen vrij geven?
Tony: Nee, ik wil gewoon weer aan het werk en hier niet te lang bij stil blijven staan.
Nadine: Is goed, maar ik ga je wel een beetje in de gaten houden en je begrijpt zeker wel mijn bezorgdheid?
Tony: Dank je Nadine
Nadine: Goed. Zal het alleen gaan vannacht?
Tony: Ja ik denk het wel.
Nadine: Oké dan zie ik je morgen bel maar als er wat is.
Tony: Oké.
Nadine gaat naar huis en Tony gaat meteen naar bed de volgende morgen komt ze stil en bleek op het commissariaat aan...
Nadine: En Tony, zal het gaan vandaag?
Tony: Ja, ik denk het wel. Wil jij eens horen of Britt vandaag bezoek mag? Ik wil haar zo graag zien.
Nadine: Zal ik doen. En eh, rustig aan vandaag oké?
 
En zo zit Tony zo'n beetje heel de dag binnen. Even maakt ze een ommetje omdat ze wat papieren weg moet brengen naar de rechtbank. Op de terugweg naar het commissariaat loopt ze even over de Predikherenlei langs Britt haar huis en blijft even vertwijfeld voor de deur staan. Ze weent in haar hart. Ze kan er nog steeds niet over uit dat Britt .....
Ze schud eens met haar hoofd en loopt dan door naar het commissariaat en zet zich weer aan de PV's.
Als Nadine tegen half zes weg wil gaan ziet ze dat Tony nog steeds ijverig doorwerkt.
Nadine: Tony het is mooi geweest voor vandaag. Stop er mee en ga naar huis.
Tony: Ja, ik ga zo, nog even dit wegbergen. Fijne avond en tot morgen.
 
Maar ze gaat niet naar huis. Ze moet er niet aan denken om alleen thuis te zijn. De gedachte aan die Niels bezorgt haar nog koude rillingen.
Dan gaat ze maar weer verder met die oude onopgeloste zaak die ze nog in haar schuif heeft liggen, en waarvan Nadine vorige week zei dat ze de mogelijke verdachten nog niet mocht binnen brengen.
Uren aaneen zit ze te lezen en alles nog eens opnieuw door te spitten. Haar ogen zien rood en prikken van vermoeidheid, maar het lijkt wel of ze gewoon niet los kan laten.
Plots schrikt ze op als ze een hand op haar schouder voelt. Het is Nadine die na een schouwburgbezoek nog even langs kwam om wat op te halen.
Nadine: Ik dacht dat jij ook om zes uur weg zou gaan?
Tony: Kwam nog iets tegen en ben de tijd vergeten.
Nadine; En goed ook. Het is al half twaalf. Vort nu, naar huis. En morgen wil ik je niet zien voor tien uur.
Tony: Maar Nadine, die zaak ...
Nadine: Die loopt niet weg. Morgen laat ik je weten hoever wij er mee zijn. Welterusten Tony.
Maar Tony staat nog steeds niet op.
Nadine: Wat is er Tony? Geen zin om naar huis te gaan?
En als ze Tony aankijkt ziet ze het verdriet in diens ogen.
Nadine: Kom, pak uw jas, ik breng u wel en dan gaan we even een beetje praten.
Tony: Maar ik praat altijd met Brit.
Nadine: Dat weet ik, maar ik kan ook goed luisteren hoor.
 
En thuis, als Tony een flesje wijn erbij gepakt heeft, verteld ze Nadine het hele verhaal weer, van Britt en haar problemen, van die misstap met Niels en van die oude zaken waar ze zo intensief mee bezig is. Nadine laat haar ongestoord doorvertellen. Blijkbaar zat het haar allemaal erg hoog en wil ze het gewoon graag met iemand delen.
Na een tijdje begint ze minder te praten en legt haar hoofd achterover op de bankleuning en langzaam valt ze in slaap.
Nadine kijkt met gemengde gevoelens naar Tony en dekt haar dan toe met een plaid en vertrekt heel stilletjes naar haar eigen huis.
Tony slaapt vervolgens een gat in de dag en wordt met schrik pas om twee uur wakker.
Snel kleedt ze zich aan en propt ze een boterham naar binnen en vertrekt dan naar het commissariaat.
Nadine: Ah Tony goede morg... middag.
Tony: Hoi ja, sorry dat ik zo laat ben maar ik heb me verslapen.
Nadine: Dat is niet erg. Het zal je goed doen een goede nacht.
Tony: Mag ik dan nu verder met die oude zaak?
Nadine: Ja. Ik heb eens overlegd en je mag verdachte binnenbrengen maar je arresteert ze samen met Ben en Sel want ze zijn gevaarlijk. Begrepen?
Tony: Ja baas.
Tony loopt door naar het teamlokaal.
Ben: Zo Tony nieuw lief??
Tony: Hou je mond Vanneste. Jij en Sel mogen me straks helpen met een paar arrestaties..
Sel: Wat voor arrestatie?
Tony: Die oude zaak waar ik mee bezig ben geweest. Ik zal jullie zo briefen.
Ben: Hoe laat gaan we?
Tony: Zo direct, als het meneer uitkomt! Tuurlijk gaan we nu, denk je dat hij gaat zitten wachten tot hij weet dat we gaan komen?
Ben: Ja, ik vraag ook maar.
Nadine: Kogelvrije vesten aan, en ik ga ook mee.
Tony kijkt Nadine even vragend aan.
Nadine: Ze zijn op dat adres met twee heb ik in je papieren gelezen. Ze zijn vuurwapengevaarlijk en ik wil je niet kwijt. Simpel.
Tony geeft Nadine een vette knipoog en een "thumbs up" en dan neemt ze haar vest en ander wapentuig en begeven ze zich met vier teams ter plaatse.
Van binnen voelt Tony een hele nare sfeer. Ze had zich vast gebeten in deze zaak, waarbij al drie vrouwen in koele bloede waren neergeschoten. Eigenlijk voelde ze ook de angst maar dit probeerde ze te verbergen.
Volgens plan werd het huis omsingeld en binnengedrongen. Op de benedenverdieping konden ze twee arrestaties doen en Tony liep met Sel naar boven, wapen in de aanslag en heel voorzichtig en zacht, om te horen of er nog meer geluiden in het huis waren.
Tony wijst naar de zolder, dat ze daar ook wat heeft gehoord. Maar de zoldertrap is zo smal dat ze niet naast, maar achter elkaar naar boven moeten en Tony neemt hierbij de leiding. Sel pakt haar eerst nog bij de arm en gebied haar vooral heel voorzichtig te doen.
Tony: Doe ik Sel.
Net op de zolder en net met Sel weer naast zich zien ze een man die kleine pakketjes aan het wegstoppen is in zijn jaszakken.
Tony: Halt. Politie. Armen wijd en handpalmen naar achter !!!
De man kijkt geschrokken op en wil in een reflex naar Tony uithalen.
Sel: Dat zou ik niet doen.
Maar hij besluit toch om een trapbeweging te maken naar Tony en treft haar tegen haar knie.
Tony: God****
Sel vangt haar op en net in deze fractie van een seconde ziet de man kans zijn wapen te pakken en richt het op Tony, die echter nog sneller is en hem in de hand schiet waarop hij het wapen laat vallen.
Hij krijst het uit maar Tony heeft geen centje medelijden.
Sel bekijkt snel de wonde en besluit dat hij de man de boeien wel om kan doen. Hij roept naar benden dat iemand moet komen om hem op te halen en dan buigt hij zich over Tony die met tranen in de ogen op de grond zit en haar knie stevig vasthoud.
Sel: Gaat het Tony? Pijn gedaan?
Tony: Mijn knie. Ik krijg hem niet krom.
Sel: Dat zal ik je maar naar beneden moeten dragen is het niet?
Door haar tranen heen breek voorzichtig een lachje.
Het duurt even voor iedereen weer beneden verzameld is.
De man word eerst naar het ziekenhuis gebracht om de wond te laten verzorgen en daarna kan hij naar het bureau voor verhoor. De andere twee zijn direct al naar het commissariaat gebracht.
Nadine besluit met Tony ook even langs de eerste hulp te gaan.
De knie begint al behoorlijk dik te worden en Tony wordt er stil en witjes van. Als de arts haar begint te onderzoeken gilt ze het uit van de pijn.
Dan moet ze weer een poos wachten op de MRI.
Normaliter wordt er niet direct naar dit soort onderzoeken gegrepen (veel te duur) maar de arts vertrouwde het niet en wilde direct een goed beeld krijgen.
Na meer dan anderhalf uur komt de uitslag: scheurtje in de meniscus en een ingescheurde laterale knieband. Tony mag zich met de tijd verwachten aan een operatie. Nu kan het niet in verband met de inwendige bloeduitstortingen en de zwelling.
Ze laat zich achteroverzakken op de onderzoeksbank en langzaam vullen haar ogen zich met tranen. Nadine is inmiddels ook binnengeroepen en weet ook van de uitslag.
Nadine; Rustig maar Tony. Dat is maar een peulenschilletje. Die voetballers van AA Gent staan ook met twee weken weer op het veld na zo'n blessure.
Tony: Maar je had me nog zo gewaarschuwd en zie mij nu eens zitten hier.
Nadine: Dat komt wel goed. De dokter zegt dat ze je een plaster gaan geven. Ik wacht wel op je in de hal oké?
Tony: Wil je dan gaan kijken of je bij Britt kan? Ik heb haar nog steeds niet kunnen zien of spreken.
Nadine: Ik ga er heen. Goed houden jij hè?
 
Maar ook Nadine mag niet bij Britt. Die heeft het zwaar te verduren in haar therapie, is het enigste wat de zuster haar kan en mag vertellen.
Na een kleine drie kwartier is Tony ook gedaan met plasteren. Ze heeft een lichtgewichts gips gekregen van haar lies tot haar enkel. Ze kan haar knie totaal niet bewegen dus zal ze zich een poosje met krukken moeten behelpen.
Tony staat erop mee terug te gaan naar het commissariaat om mee te gaan met het verhoor.
 
Nadine: Dat lijkt me niet zo'n goed idee Tony hij heeft je al eens geschopt.
Tony: Dat weet ik maar ik zal me rustig houden.
Nadine: Oké maar als je ook maar een klein beetje merkt dat hij agressief wordt dan moet je stoppen oke?
Tony: Jaja.
Tony loopt het verhoor binnen en Nadine gaat met haar mee nadat ze tegen Ben en Sel heeft gezegd dat ze moeten meekijken voor een eventuele ingreep als dat nodig is..
Dan beginnen ze aan het verhoor van “de agressieveling”...
Tony: Zo, gaat het met uw hand?
Verdachte: Kl***wijf.
Tony: Uw identiteitskaart alstublieft.
Verdachte: Valt in de knup;
Tony: Oké, dan laat ik uw zakken wel leeghalen (en ze seint dat Ben en Sel hem zijn zakken na moeten kijken)
Tony: Dus, Sjaak DeVolder. Wat was dat daar in dat huis? Wat had jij daar zo snel in je zakken moeten stoppen?
Sjaak: Gaat je niks aan.
Tony: Oh, toch wel, want jij bent onze hoofdverdachte in die zaak waarin drie vrouwen in koele bloede zijn vermoord.
Sjaak : Heb ik niks mee van doen.
Tony: Nochtans staat jou naam er in dikke letters overheen geschreven. Jij kon al die tijd geen alibi leveren en wij hebben nu getuigen die jou op tijd en plaats van die overvallen kunnen plaatsen.
Sjaak: Wie zijn dat dan wel? Die stomme junks die jullie ook hebben opgepakt? Die schijtlijsters die mij willen verneuken om zelf onder de straf uit te kommen?
Tony: Sjaak, jonge, jij weet heus wel dat ik dat niet aan jou neus ga hangen.
 
Sjaak is wat je noemt een lastige. Of hij zegt niets of hij geeft tegenstrijdige informatie en speelt behoorlijk met Tony's voeten. Als Nadine dit bemerkt onderbreekt ze Tony.
Nadine: Sjaak, het is genoeg geweest voor vandaag. Jij mag beneden in de cel overdenken wat je ons verder nog wilt vertellen.
 
In haar kantoor neemt ze Tony even apart.
Nadine: Tony, waar haal jij de rust vandaan om daar zo te blijven zitten als die gek zo met je voeten aan het spelen is?
Tony: Oh, geleerd van Britt, maar hij was dichtbij om mij aan de kook te krijgen.
Nadine: Ik dacht dat wij genoeg gedaan hadden voor vandaag. Ga lekker naar huis en dan zien we morgen wel weer verder.
Tony: Nadine?
Nadine: Ja Tony?
Tony: Zou u iemand weten die me thuis kan brengen en morgen weer ophalen, want ik geloof niet dat ik zo kan autorijden.
Nadine: Maar natuurlijk. Als je nog een kwartiertje kunt wachten breng ik jezelf.
Tony: Wees niet bang, ik loop niet weg.
Nadine: Hahha je gevoel voor humour ben je niet kwijt.
Tony: Nee dat niet.
Na een kwartiertje heeft Vanbruane gedaan met werken en rijdt ze Tony naar huis.
Tony: Oh, wacht even!
Nadine: Ja?
Tony: Mag ik Britt bezoeken? Het kan me nie schelen of ik er nie bij mag of wel, ik moet haar zien.
Nadine: Ik rijd je naar het ziekenhuis (glimlachend)
Tony: Bedankt. (glimlachend)
 
Aangekomen in het ziekenhuis staan ze voor een aangename verrassing...
Want Britt is nu terug op de half open afdeling en mag, heel gedoseerd, bezoek ontvangen.
Ze is echter heel schuchter als ze Tony ziet want ze vind dat ze in haar vriendschap ernstig tekort is geschoten door Tony's wapen te nemen en een suïcidegeste te doen.
Tony: Britt? Ça va?
Britt: (het hoofd afgewend) Och, het gaat.
Tony: Wat is er met uw arm?
Britt: Gebroken.
Tony: Hoe komt dat?
Britt: Ik wilde weg maar ze hadden me vastgebonden en toen heb ik zo hard geworsteld dat de elleboog gebroken is. Ze hebben me geopereerd en er schroeven en pinnen in gezet.
Tony: Heb je nog pijn?
Maar Britt zegt niets meer. Ze schaamt zich rot voor Tony. Als Tony op haar toe wil stappen legt ze haar armen beschermend over haar hoofd, of ze bang is dat ze slaag zal krijgen.
Tony: Britt, je moet geen bang van me hebben. Ik ben je vriendin.
Britt: Ik ben het niet waard iemand als jou als vriendin te hebben. Ik heb je bedrogen.
Tony: Brit, mag ik wat dichter bij je komen? Ik wil graag een arm om je heen leggen.
Maar Britt zegt niets en blijft star naar de grond kijken. Dan stapt Tony toch op haar af en legt heel zachtjes haar arm om Britt heen en ze voelt meteen dat Britt helemaal verstijft.
Tony: Mag je naar je kamer of moet je overdag in de gemeenschappelijke ruimte blijven?
Britt: Dat moet je de broeders vragen.
Maar Tony wist al dat ze wel met Britt naar haar kamer mocht gaan en voorzichtig leid ze Britt mee naar haar eigen kamer.
Tony: Kom eens zitten Britt. Ik wil graag weer eens met je praten. Ik baalde zo erg dat ik niet eerder bij je mocht komen.
Britt: Wat is er dan met jou? Jij hebt een stijf been.
Tony: Een trap tegen mijn knie gehad. Lang verhaal, vertel ik je nog wel eens. Ik ben er nu voor jou.
Maar dan begint Britt gelijk te huilen. Ze kan het niet snappen dat Tony niet kwaad op haar is en kijkt weemoedig door haar tranen heen op naar Tony, die haar heel vriendelijk terug aankijkt.
Britt: Sorry Tony dat ik zo je vertrouwen hebt beschaamd.
Tony: Ik weet dat je niet anders kon, en echt Britt, ik ben niet kwaad op jou. Zelf heb ik er ook nachten van wakker gelegen wat er nu allemaal gebeurt was, en ik zou me moeten schamen dat ik niet eerder in de gaten heb gehad dat je het allemaal niet meer aankon. Ik heb jou in de steek gelaten.
Britt: Ach Tony, het leven is zo zwaar.
Tony: Heb je nog steeds de behoefte om eruit te stappen?
Britt: Daar begin ik nu aan te twijfelen. Ik heb hele goede gesprekken, maar het voelt gewoon nog niet goed. Als mijn moeder hier is denk ik dat ik vol moet houden maar hele nachten lig ik wakker en vraag mezelf af waarom ik nog door zou moeten gaan.
Tony: Denk je echt dat het leven je niets meer te bieden heeft?
Britt: Vind je het niet gek als ik zo praat?
Tony: Als jij je zo voelt en je wilt er over praten dan wil ik er voor je zijn Britt. Het kan me niet schelen waar het over gaat als je maar weet dat ik er voor je ben. Nee, het leven gaat nou eenmaal niet altijd van een leien dakje, maar dat wil niet zeggen dat er daaronder niet iemand staat om je op te vangen als je valt.
Britt: Ik begrijp je niet Tony.
Tony: Kom eens. (en ze neemt Britt heel warm en liefdevol in haar armen en knuffelt haar lang en stevig) Brittje, ik mag je bijzonder graag, en als er iets is wat ik voor je kan doen, waardoor jij je weer beter gaat voelen, zeg het. Ik zal het voor je doen. Ik ben het verplicht aan jou, mijn partner, maar vooral vriendin.
Nu wordt het echter tijd dat Tony weer weg gaat want Britt moet zo eten en heeft daarna nog een avondsessie met therapie.
Britt: Ik heb geen honger... (zacht)
Tony: Britt, je moet toch eten, hoor. (glimlachend)
Britt: (weinig enthousiast) Oké, dan zal ik wel wat eten. Tony, weet jij of mijn moeder nog komt vanavond?
Tony: Nee, maar ik wil zo wel even bij haar langs gaan. Moet ze iets voor je meenemen?
Britt: Ja, die paracetamol tabletten uit het medicijnkastje.
Tony: Die kun je hier toch ook krijgen als je ze nodig hebt.
Britt: Maar niet genoeg.
Tony: Hoezo niet genoeg? Twee stuks helpen toch wel tegen hoofdpijn?
Britt: Ze zijn niet voor de hoofdpijn.
Tony: Wil je zeggen dat je .... Britt???
Britt: Sorry Tony, ik kan niet meer.
Tony neemt Britt weer in haar armen en ze gaan weer samen op het bed zitten.
Tony: Kalm maar Britt, het gaat heus wel weer goed komen. Huil maar even lekker uit, het zal je opluchten. Hoe komt het toch dat je denkt niet meer verder te kunnen leven?
Britt: Tony, ik ben zoveel kwijt geraakt, heb zoveel pijn. Ik heb het gevoel of ik geen hart meer heb.
Tony: Lieverd, ik weet niet wat ik moet zeggen, maar wij zullen er voor je zijn. Kom eens hier dan krijg je een dikke knuffel van mij.
Hierdoor gaat Britt wel iets meer ontspannen, maar toch blijft ze enigszins onbetrouwbaar.
Tony twijfelt of ze de verpleging in moet schakelen over Britt's wens om zelf medicatie te hebben. Ze weet het niet en besluit open kaart ter spelen en het aan Britt zelf te vragen.
Tony: Britt, wil je dat ik de verpleging informeer over wat je mij net vroeg?
Britt: Zullen ze dan niet kwaad worden en mij eruit schoppen?
Tony: Je geeft zo aan dat je hulp nodig hebt. Ze schoppen je er niet zomaar uit.
Britt: Zeg het ze dan maar. Ik moet nu gaan.
Tony: Wanneer zie ik je weer Britt?
Britt: Weet ik niet, als het weer mag denk ik.
 
Tony gaat, samen met Nadine, ook nog even bij Britt's huis langs en spreekt kort met Dorien en José en gaat dan weer naar huis.
's Nacht ligt ze na te denken over Britt en diens moeite om te leven. Ze ziet de strijd die Britt aan het voeren is en denkt dan eens bij zichzelf na. Haar eigen jeugd was niet bepaald over rozen gegaan, maar omdat ze al zo jong had geleerd vooral op zichzelf te vertrouwen kon ze nu redelijk makkelijk in het leven staan. Tony wist uit eigen ervaring dat het belangrijk was jezelf niet van anderen afhankelijk te maken of te voelen.
 
 
Op het commissariaat vraagt ze de volgende dag aan Nadine of ze in plaats van PV's en andere papiergedoe, niet beter kan deelnemen aan trainingen en cursussen die er op de politieschool worden gegeven. Zo kan ze bijblijven in wat de agenten van de toekomst krijgen voorgeschoteld..
Nadine: Goed initiatief Tony. Ik zal eens horen wat er loopt.
Tony: Sporenonderzoek, criminologie en slachtofferbejegening.
Nadine; Je hebt al voorwerk gedaan?
Tony: Ja. Ik ben ook bezig met een andere schriftelijke cursus maar daar zal met de tijd wel een stage bij komen. Ik hoop dat ik die kan doen.
Nadine: Wat studeer je dan?
Tony: Ga je me niet uitlachen?
Nadine: Waarom zou ik? Ik kan het zeer waarderen als mijn mensen zich eigener beweging verder ontwikkelen in iets waar ze goed in zijn of waar ze interesse in hebben.
Tony: Psychologie. (en zachtjes erachteraan: en criminologie)
Nadine: Tony !! Wat een verrassing. Gaat het goed? Is het niet teveel met je werk hier?
Tony: Soms wel een beetje maar ik moet gewoon leren mijn tijd goed te plannen.
Nadine: Op mijn medewerking kun je rekenen. Ik zal overleggen met de hoofdcommissaris of ze dit als verschoven dienst willen aanrekenen.
Het is scholing of ziekteverzuim, en dat laatste lijkt me een overdreven maatregel.
Tony: Bedankt Nadine.
Nadine: Heb je vannacht trouwens nog wat kunnen slapen, na je bezoek aan Britt gisteren?
Tony: Weinig. Ik heb steeds aan haar liggen denken, aan hoeveel zorgen zij heeft. Het doet me pijn Nadine, haar zo te zien en niet in staat te zijn haar te helpen.
Nadine; Je helpt al heel goed Tony. Jij bent er voor haar. Ze kan dat niet uitten, maar ik weet zeker dat zij het heel fijn en heel belangrijk vind dat er mensen zijn die zo om haar geven.
Tony: Waarom voel ik me dan niet beter als ik bij haar ben geweest?
Nadine: Omdat je zo nauw betrokken bent. Maar ik vind het ook geweldig wat je voor haar doet. Als je nog even geduld hebt zal ik zo even wat telefoontjes voor je doen en je laten weten wat de hoofdcommissaris van vind.
 
Na een half uurtje komt Nadine met het bericht dat Tony welkom is op de opleiding en dat dit inderdaad wordt aangetekend als verschoven dienst. Door haar ervaring kan ze namelijk zelf ook als assistent docent optreden,
 
 
En zo vertrekt Tony weer naar de schoolbanken. De eerste dag kost het haar wat moeite want het zijn allemaal nog zulke jonge meiden en jongens die er rondlopen en die bekijken haar ook wat vreemd.
Maar Tony wordt al snel opgenomen in de groep en begint met goede moed aan haar lessen...
 
Ondertussen bij Britt in het ziekenhuis...
Britt: Mama? (in haar slaap, hardop aan het dromen)...
Britt: Mama, help me !!! Help me !!! (schreeuwend in haar slaap)
Dan komt er een nachtzuster binnen en die ziet dat Britt het vreselijk moeilijk heeft.
Voorzichtig maakt ze Britt wakker en helpt haar dan even overeind.
Zuster: Naar gedroomd BRitt?
Britt: Ja. Ik wil mijn moeder zien.
Zuster: Maar Britt, het is midden in de nacht. Het is half vier.
Britt: Oh. (en verder durft ze niet te vragen, want ze denkt dat ze de moeite niet waard is dat anderen wat voor haar doen of om haar geven.)
Dan gaat ze weer liggen en probeert weer te gaan slapen maar het lukt haar niet echt.
De volgende ochtend is ze doodmoe, heeft ze weer geen eetlust en al helemaal geen zin in haar therapieën.
Broeder: Britt, kom op, je komt te laat voor je therapie en je moet gewoon voor de tijd goed eten.
Maar Britt voelt zich heel ellendig vandaag en loopt terug naar haar kamer waar ze zich helemaal oprolt onder haar deken en stilletjes gaat liggen huilen.
Na een half uurtje komt de psychiater
Psych: Britt, ik zal maar niet zeggen goedemorgen?
Maar Britt antwoord niet.
Psych: Britt, wil je even laten weten dat je me hoort?
Maar weer geen reactie.
Dan slaat hij de deken terug en ziet waarom Britt niet reageert: ze had de ceintuur van de ochtendjas om haar hals gedraaid en was bezig zichzelf te stranguleren.
Psych: (luid roepend) HULP!! DIRECT OP KAMER 215 !!
Met man en macht gaan ze bezig om de ceintuur te verwijderen en Britt krijgt gelijk zuurstof toegediend en medicatie gespoten en wordt weer over gebracht naar de separeer waar ze opnieuw gefixeerd wordt.
 
Na een kwartier is de hele situatie onder controle en begint Britt weer bij te komen. Ze heeft rode ogen, zowel van het knellen van de ceintuur als ook van het huilen.
De arts zit naast haar en kijkt haar vriendelijk aan.
Britt: Ik heb het verknalt hè?
Arts: Nee Britt, je hebt niets verknalt. Het is alleen jammer dat je niet wat eerder bij ons bent gekomen. Dan hadden we je kunnen helpen en dit kunnen voorkomen. Denk je dat je het weer aankunt om op de afdeling te zijn?
Britt: Nee, ik kan jullie niet meer onder ogen komen.
Arts: En waarom dan niet?
Britt: Omdat ik jullie vertrouwen hebt beschaamd.
Arts: Britt, zo zien wij dat niet. Jij hebt hulp nodig en wij proberen die aan te bieden. Soms gaat dat wat makkelijker en soms wat moeilijker. Maar niemand is boos op jouw. Ik zou je graag weer op de afdeling hebben.
Britt: Echt??
Arts: Ja Britt, dit is geen strafkamer. Je ligt hier om even bij te komen van wat er is gebeurt. Ga je mee met mij?
Britt: Mag ik weer los dan? Vertrouwen jullie mij?
Arts: Natuurlijk vertrouwen wij je Britt.
Britt: Maar ik schaam me zo.
Arts: Dat is helemaal niet nodig.
En zo gaat Britt weer op de afdeling en probeert toch gedeeltelijk het programma te volgen.
Haar keel en hals doen wel pijn en de zuster komt een kompres van kruiden brengen om het eromheen te leggen zodat de pijn snel minder wordt.
Britt wordt wel intensiever geobserveerd maar heeft dat zelf niet eens in de gaten.
 
 
 
Op de politieschool kan Tony vandaag al deelnemen aan een tentamenreeks voor criminologie en slachtofferbejegening en slaagt met vlag en wimpel.
Ze is heel trots als ze de uitslagen krijgt. Eigenlijk wil ze die het liefst aan Britt doorvertellen maar die kan geen telefoon ontvangen, dus belt ze maar naar Nadine, die minstens zo trots op haar is.
In de middag word er een rollenspel gedaan over een interventie bij huiselijk geweld en Tony mag met de instructeur een oefensituatie neerzetten. Ofwel haar been nog steeds gegipst is hoeft ze niet meer met krukken te lopen en dat maakt haar in elk geval een stuk mobieler.
De klas is laaiend enthousiast over de casus die Tony inbrengt. Zo te zien krijgen ze allemaal zin om het echte politiewerk te gaan doen. Dat komt uiteraard omdat Tony een voorbeeld rechtstreeks uit de praktijk neemt en dat spreekt altijd meer aan dan een situatie uit een oefenboekje.
Nadat de lessen voor die dag gedaan zijn vraagt de instructeur of Tony iets met hem wil gaan drinken, maar bij Tony gaan meteen de alarmbellen af: NO WAY. Niet na wat ze pas met Niels had meegemaakt. Tony verkoos liever een (tijdelijk) celibaat.
Bovendien wilde ze vanavond ook nog wat doen voor haar studie psychologie en eens horen of en wanneer ze weer bij Britt mocht.
Maar wanneer Tony naar het ziekenhuis heeft gebeld en vernomen heeft dat Britt een zelfmoordpoging had ondergaan vergat ze haar planning voor die middag en raasde naar het ziekenhuis.
 
Daar aangekomen mag ze meteen naar Britt geleid...
 
Op Britt's kamer aangekomen...
schrok ze zich kapot
Tony;wat heb jij in vredes naam gedaan
Britt: Sorry, Tony. Ik wilde het niet echt maar ik voelde me zo ellendig, ik wist zelf niet meer wat ik deed. Ik heb er echt heel erg veel spijt van. Ben je nu boos op mij?
Tony: Maar natuurlijk niet Britt. Hoe kom je daar nu bij?
Britt: Iedereen is zo aardig voor mij en dan doe ik zoiets.
Tony: Ik weet zeker dat jij nooit tot zoiets in staat zou zijn als je niet zoveel ellende had meegemaakt. Niemand heeft dit gewild en toch heb jij zo jong al zoveel moeten meemaken. Britt, ik begrijp het als je het niet meer ziet zitten, maar ik ben heel bang om u te verliezen. Alsjeblieft, praat met ons, schreeuw tegen ons, wordt kwaad, het doet er niet toe maar laat die boosheid en die angst er alsjeblieft eens uitkomen voordat je er helemaal aan onderdoor gaat.
Britt: Zou ik nog dieper kunnen wegzakken dan??? (bang en ongelooflijk)
Tony: Ik denk dat dit toch wel ver genoeg is toch? Wij gaan je helpen om hier weer uit te komen.
En dan begint er bij Britt iets te werken.
Ze kan niet precies zeggen wat het is, het is een soort gevoel. Wel erg onbestemd maar het gaat gepaard met grote inwendige onrust en heel veel angst.
Eerst begint ze heel zenuwachtig met haar vingers te prutsen, dan staat ze op een loopt door de kamer te ijsberen, dan begint ze praten, steeds sneller en steeds harder, tot ze op een gegeven moment echt aan het schreeuwen is, en aan het krijsen.
Dan begint ze haar hoofd tegen de muur te bonken en aan haar haren te trekken. Haar stem wordt hees en rauw.
Tony staat op en gaat achter Britt staan en legt beschermend haar armen om haar heen en haalt haar bij de muur weg zodat ze niet meer kan bonken.
Dan draait Britt zich in Tony's armen om en begint tegen Tony te schreeuwen en haar te slaan en te stompen, maar Tony laat niet los. Ze houd Britt stevig in haar armen en laat haar maar tieren opdat ze eindelijk eens al haar verdriet en angst en frustraties van zich af kan werken.
Op gegeven moment is Britt op, uitgeput en kan ze niet meer, en dan zakt ze huilend bij Tony in haar de armen in elkaar.
En Tony zakt samen met Britt naar de grond en daar zitten ze ook samen een behoorlijk partijtje te huilen. Bij Britt lijkt er geen einde te komen aan haar verdriet.
Tony streelt zacht haar haren en haar gezicht. Af en toe veegt ze de tranen weg en neemt ze even Britt haar gezicht tussen haar handen en geeft een bemoedigend knuffeltje.
Na een poosje lijkt Britt van uitputting in slaap te vallen en krijgt Tony hulp om Britt op bed te leggen.
Tony ontkleed Britt en doet haar een lekker warme flanellen pyjama aan en stopt haar lekker in. Zelf gaat ze in een gemakkelijke stoel naast het bed zitten en houd die nacht de wacht bij Britt.
Ze weet dat Britt die nacht waarschijnlijk vaak wakker zal worden, angstig, verdrietig, kwaad, wat dan ook, maar dan wil ze er zijn voor haar vriendin.
 
Tony krijgt een kop koffie aangeboden en ze heeft die ook heel hard nodig. Laat in de avond valt ze op de stoel in slaap; een lichte slaap want ze voelt zich verantwoordelijk voor Britt.
Midden in de nacht wordt Britt huilend wakker... Ze kijkt om zich heen, grijpt haar glas water en smijt het tegen de muur stuk...
 
Hierdoor schrikt Tony wakker en kijkt slaperig rond zich heen. Zonder dat ze het wist is ze toch in een diepe slaap gevallen...
Ze wil opstaan maar merkt dan dat haar knie, ondanks het gips, heel erg pijn doet. Ze had haar benen op de bedrand van Britt gelegd en nu had het been al die tijd zonder ondersteuning gelegen.
Met moeite komt ze overeind en doet het bedlampje aan en kijkt naar een hele bange Britt. Ze doet een paar passen naar Britt toe en gaat naast haar zitten.
Tony: Had je gedroomd Britt?
Britt: HELP ME Tony, ik wil dat glas pakken om te snijden, maar dat wil ik niet. Jij wilt mij toch wel helpen om dat te voorkomen?
Tony: Heel goed Britt dat je hulp vraagt. Natuurlijk help ik jou. Kom maar, dan houd ik je heel dicht tegen me aan en dan weet je dat je niet alleen bent en dat je geen bang hoeft te hebben.Tony gaat nu achter Britt zitten en legt die tegen zich aan en wiegt haar zachtjes heen en weer tot Britt weer wat rustiger wordt.
Britt: Dank je Tony dat je mij geholpen hebt. Ik wilde echt niet hoor, maar soms is er iets in mij dat zo sterk is, dan lijkt het of ik er niets tegen kan doen.
Tony: En van die kracht gaan we gebruik maken om je er weer bovenop te krijgen. Ik weet dat het heel moeilijk is en zal worden, maar je ziet het dat we er voor je zijn.
Nu kan Britt niets meer zeggen. Ze is gewoon bekaf en valt tegen Tony aan in slaap, die even belt voor een zuster om haar een deken aan te geven zodat ze beiden het niet te koud zullen krijgen.
In deze warme en beschermde omstandigheden kan Britt gelukkig de verder nacht doorslapen.
En ze kan de volgende ochtend zelf bij de arts aangeven wat er is gebeurd en hoe ze weerstand heeft geboden aan de drang om zichzelf weer te verwonden.
Hij geeft haar een compliment en zegt het zelfde als Tony, namelijk dat ze juist van die kracht van haar gebruik moeten maken om haar er weer bovenop te krijgen.
Brit: Moet jij nu al weer weg Tony?
Tony: Ik moet om 10 uur ergens zijn. Ik kan wel wat later komen, want ik wil ook even naar mijn knie laten kijken, die doet erg veel pijn.
Britt: Is dat mijn schuld??
Tony: Nee, mijn eigen schuld. Had ik mijn benen maar niet zo moeten neerleggen. Gaat het vanmorgen weer een beetje?
Britt: Heb ik er goed aan gedaan vannacht jou te wekken?
Tony: Heel goed Britt, ik ben heel blij dat je voor die mogelijkheid hebt gekozen en niet jezelf hebt beschadigt. We redden het samen wel weer.
Britt: Dank je dat je me wilt vertrouwen.
Tony: Dat is de basis voor onze samenwerking: wij moeten elkaar kunnen vertrouwen. En ik wil niets liever dan dat ook weer gewoon met jouw te kunnen.
Britt: Kom je vanavond dan nog weer langs, alsjeblieft?
Tony: Natuurlijk. Maar ik moet nu gaan. En je weet het hè? Als het niet gaat of als je jezelf niet vertrouwd: Vraag een zuster of broeder, en anders bel je mij maar. Doen hoor ?!?!?!
Britt: (heel timide) Doe ik, dank je.
Tony omhelst Britt nog eens en geeft een knuffeltje en vertrekt dan.
 
Op de poli bij de orthopeed wordt het gips verwijderd en worden er nieuwe foto's gemaakt. De meniscus was nog wat verder ingescheurd en dat gaf de klachten aan. Ze konden er nu niet veel meer aan doen dan een injectie in de knie geven en daar had Tony een vreselijke bloedhekel aan, maar zo ging het ook niet.
Tony: Mag ik eerst even gaan liggen voor jullie je op mij gaan uitleven?
Arts: Tuurlijk. Maar je krijgt straks wel weer een nieuw brace en je moet dan maar weer met krukken gaan lopen, want het is het best als je je linkerbeen helemaal niet belast voor een week of anderhalf.
Tony: Maar ik kan niet thuis gaan zitten. Ik ben veel te druk.
Arts: Het is uw knie. Maar ik zeg ook niet dat je stil moet gaan zitten, ,je moet hem niet belasten.
Tony: Ohhhh ! AAAAAAAAAAAAAAUUUUUUWWWWWWWWWWWWWW.
BIjna ongemerkt had de arts de injectie klaargemaakt en was begonnen met het spuiten. Pas tegen het einde van de spuitinhoud had Tony in de gaten wat er gebeurde maar toen was het leed al geleden.
Arts: Zo, nu even langzaam bijkomen. U kunt hier wel wachten op die brace. Wil ik een kop koffie laten halen?
Tonyu: Hu? Graag .
 
En zo raakt Tony aan de praat met de arts en ze voelt zich er eigenlijk heel prettig bij.
Bij zichzelf denkt ze nog even: Doe eens normaal, die vent is je arts hoor.
Maar dat belet haar niet iets van haar charme in de strijd te gooien en ze heeft het gevoel dat er iets wederzijds speelt.
 
Dieter (Arts): Bent u klaar mevrouw Dierickx? (glimlachend/vriendelijk)
Tony: Nu wel. (plagend)
Dieter: Het is donderdag? Dan zie ik u.... maandagmiddag weer even hier op de poli. is dat oké met u?
Tony: (wat ontdeugend) Ja hoor, maandag ben ik er weer.
Dieter: Maar als de pijn terugkomt moet je eerder komen.
Tony: Doe ik.
 
En dus gaat Tony eerst even langs huis om zich te douchen en om te kleden en gaat dan weer naar de politieschool.
Vandaag beginnen de vervolgmodules voor criminologie en Tony wil er niets van missen. Ofschoon haar andere opleiding criminologie op universitair niveau is, volgt ze toch ook de lessen op de OPAC, want zo wordt het allemaal wat sneller (en eenvoudiger) wat duidelijk.
Even denkt ze weer aan Niels, maar al vlot is de stof zo interessant dat ze er helemaal in op gaat. Na de uren vraagt ze een gesprek met de mentor en vraagt om een uitgebreide literatuurlijst, zodat ze eens wat in de bibliotheek kan rondkijken.
Aard: Zo, hebben we hier een serieus geïnteresseerde?
Tony: Ja, ik wil zo veel mogelijk uit mijn werk kunnen halen om er ook weer in terug te kunnen geven.
Aard: Succes ermee dan. En als je vragen hebt, je weet me te vinden?
Tony: Ja, ik weet je te vinden, maar ik ben momenteel erg op mijn hoede, als je begrijpt wat ik bedoel?
Aard: Helemaal, maar laat me je gerust stellen, ik ben voorzien en gelukkig voorzien. Maar dat neemt niet weg dat ik gek ben op enthousiaste studenten.
Tony: Ik heb wel een vraag. Die knie van mij speelt momenteel nogal op. Binnenkort moet ik denk ik geopereerd, en ik hoop dat het niet teveel tijd kost, want ik wil liever niets missen.
Aard: We kunnen daar altijd wel een mouw aan passen. Als je weet wanneer, kom dan even langs dan kunnen we je programma best wel wat inpassen. Jij leert zo snel en zo gemakkelijk, ik denk niet dat het enige invloed op je studie zal hebben als je een week of twee moet missen.
Tony: Kom ik dan niet erg ver achter?
Aard: Je loopt nu al drie maand voor, hoor.
Tony: Oh, dat had ik niet in de gaten.
Aard: Maar zoals gezegd: we zijn er om je er door te helpen.
 
Tony is eigenlijk best wel een beetje trots op op zichzelf en gaat met een tevreden glimlach weer naar huis.
Ze worstelt de brace af en duikt eens lekker lang in bad. Heerlijk !!! Meer dan anderhalf uur laat ze zich lekker verwennen door het warme water en de geur van etherische oliën. Geheel ontspannen komt ze uit bad en gaat in haar badstof badmantel op de bank liggen en zet een klassiek muziekje op.
Dan begint ze de dingen van het leven eens de revue te laten passeren.
Wat er toch allemaal gebeurt was sinds die moorden in de kerk hadden plaatsgevonden. Ze stond versteld dat mensen zo cru en vals konden zijn. Zo weinig respect voor elkaar en voor het leven. En haar arme vriendin Britt, ......
Tony: SHIT !!!!! Ik zou nog bij haar langs gaan.
Vlug neemt ze de telefoon en belt naar de afdeling.
Zuster: Ja Britt zit nog wel op u te wachten. U kunt nog wel bij haar. De arts heeft voor haar bijzondere regels opgesteld. Als u komt kan ik haar dat alvast meedelen.
Tony: Ik bel nu een taxi en kom direct.
 
Na een half uur komt ze aan bij Britt die heel nerveus op haar bed zit.
Tony: Sorry Britt dat ik zo laat ben. Ik had het vandaag zo druk gehad dat ik zin had om een bad te nemen, en dat was zo ontspannen dat ik bijna in slaap was gevallen. Maar ik kon niet echt gaan slapen voor ik u gezien en gehoord had. Ging het vandaag een beetje?
Britt: Och, het was weer zo moeilijk.
Tony: Wat heb je gedaan vandaag?
Britt: Ik heb een gesprek gehad met de arts en we hebben een nieuw programma gemaakt en dat loopt vanaf nu. Ik hoef niet zoveel therapie te doen en mag gelukkig veel slapen. Ik krijg ook meer tabletten. Tegen de angst zeggen ze.
Tony: Ik zag aan je dat je heel angstig was.
Britt: Maar ik word er zo suf van, en slaap dan zoveel.
Tony: Dan heb je denk ik die slaap ook wel nodig. Je halve leven heeft bestaan uit hard werken en vechten om te overleven en dat begint je nu op te breken. Je lichaam geeft aan dat het de rust nodig heeft. Laat het lekker op je af komen.
Britt: Als dat beter is zal ik dat maar doen dan?
Tony: Lijkt me beter voor je Britt. Heb je vandaag nog die nare gedachten gehad dat je jezelf wat moest aandoen?
Britt: Ja.
Tony: Heb je er nog over gepraat?
Britt; Dat vond ik te moeilijk.
Tony: Maar je had toch gezegd dat je dat wel wilde gaan proberen?
Britt: (nu bijna huilend) Maar ik vond het zo moeilijk.
Tony: Kom maar Britt, het is niet zo erg. Je moet dat ook leren, dat gaat niet zomaar vanzelf. Wil je er nu met mij over praten?
Britt: Zou jij dat wel willen aanhoren dan?
Tony: Tuurlijk Britt. Ik doe dat voor jou.
Britt: Nou, na dat gesprek met de dokter had ik weer het gevoel dat ik slecht was. Iedereen moet zich steeds aan mij aanpassen en toen kwam dat gevoel weer.
Tony: Heb je jezelf toen pijn gedaan?
En Britt laat haar handen zien. Tony ziet kleine sneetjes, die gebloed hadden, in beide handpalmen.
Tony: Wat is er gebeurt Britt?
Britt: Ik wilde eigenlijk een glas nemen, maar ik heb heel hard mijn vuisten gebald en toen zijn de nagels door de huid gegaan.
Tony: Dus je hebt jezelf niet verwond? Maar dat is goed. Doet dit pijn?
Britt: Ja. (huilend)
Tony: Wil je even hier wachten Britt, ik ga wat verzorgingsspulletjes halen en kom zo weer bij je terug.
 
Na een paar minuten komt Tony terug met een bak met lauwwarm water waarin een ontsmettingsmiddel zit. Ze dompelt Britt haar handen onder en doet onder water wat oefeningen met Britt haar handen.
Als ze gedaan heeft met ontsmetten neemt ze Britt's handen en begint die zacht te masseren met een heerlijke crème die een van de zusters haar had meegegeven. Daarna legt ze een zalfverbandje aan en verbind met zorg Britt haar handen.
Britt: Tony, jij bent ook al zo lief voor mij. Waarom dan toch?
Tony: Omdat ik je ongelooflijk graag mag. Ik wil graag dat jij ook gelukkig kunt zijn en ik hoop, dat door er voor jou te zijn, jij ook zult merken dat er voor jou ook een gelukkiger leven binnen je bereik ligt.
Dan legt Britt haar verbonden handen op Tony's schouders en haalt haar naar zich toe en geeft nu eens een knuffel aan Tony.
Tony: Hey, dat is fantastisch Britt.
Britt: Wat?
Tony: Dat jij uit jezelf een knuffel kunt geven.Dat betekend dat jij gelukkig weer bij jezelf komt, en weer wat van jezelf kunt geven. Oh Britt, wat ben ik hier blij mee.
En zo zitten ze de hele avond samen op de kamer, een beetje te praten over de dagelijkse dingen.
Tony ziet dat Britt inderdaad minder angstig lijkt en dat stemt haar goed.
Britt: Tony, ik wil proberen te gaan slapen. Vind je dat erg?
Tony: Als je moe bent moet je gaan slapen, dat hoef je mij niet te vragen.
Britt: Maar als ik bang word mag ik je bellen?
Tony: Zoals we hebben afgesproken. Slaap lekker dan voor straks.
Britt legt zich zenuwachtig neer en valt na een uurtje gepiekerd te hebben in slaap...
 
Midden in de nacht wordt ze volledig in paniek wakker en belt ze Tony op..................
 
Tony: Ja hallo?
Britt: Tony help me. Ik voel het weer. Wil je alsjeblieft komen?
Tony: Britt, wat is er?
Britt: Ik moet snijden Tony. Ik moet voelen dat ik er nog ben.
Tony: Maar ik hoor dat je er nog bent. Het gaat je wel lukken Britt.
Britt: KOM !!! HELP ME !!!
Tony: Britt, je gaat nu een zuster roepen en ik kom zo snel mogelijk naar je toe.
Voor de zekerheid belt Tony ook even naar de afdeling en geeft door dat Britt gebeld heeft terwijl ze in nood zat.
Zuster: Dank je voor je belletje. Ik ga kijken. U komt zelf ook ?
Tony: Ik ben reeds onderweg.
 
Aangekomen op het ziekenhuis ziet Tony dat de zuster bij Britt is en wacht even buiten de deur tot ze binnen kan.
Als de zuster buiten komt geeft ze aan dat Britt zelf heeft gevraagd om hulp en zich dus niet zelf wat heeft aangedaan.
Tony: Heeft ze weer kalmeringsmedicijnen gehad?
Zuster: Nee, nog niet. Ze wilde eerst met u praten.
Tony: Dank je.
 
Tony gaat binnen en ziet Britt helemaal ineen gedoken in een hoekje van de kamer zitten.
Tony: Dag Britt. Ik ben blij dat je me gebeld hebt en ik ben gekomen om je te helpen, maar ik kan niet op mijn knieën zitten dus zou je op willen gaan staan?
Britt reageert niet en dat maakt Tony wat onzeker.
Tony: Britt?
Dan buigt ze toch wat voorover zodat ze Britt door de haren kan kroelen.
Ineens schiet Britt wild en woest overeind en loopt Tony van de voeten, die kermend van de pijn op de grond valt.
Tony: Britt, niet doen. Ik kom om te helpen. Laat me je helpen, alsjeblieft.
Britt: Tony?? Oh, God, wat heb ik nu weer gedaan? Tony gaat het? Wacht ik ga je helpen.
Tony verbijt zich om haar tranen niet aan Britt te laten zien maar ze heeft verrekte veel pijn.
Met hulp van Britt lukt het om overeind te komen maar Britt ziet wel dat Tony heel veel pijn heeft.
Britt: Sorry Tony, dat heb ik niet gewild. Ik zag heel iets of iemand anders dat u. Ik was zo bang.
Tony: Geeft niet.
Britt: Ja dat geeft wel. Je moet me niet steeds beschermen.
Tony: Britt, je bent ziek. Je bent depressief, wat je nu juist niet moet doen is alle schuld van heel de wereld op je schouders laden. Dat kun je niet aan. Mijn dokter houd de toestand van mijn knie goed in de gaten. Ik probeer jou te helpen. Kom eens op bed zitten. (en ze klopt met haar hand naast zich op Britt haar bed.)
Britt gaat een eindje bij Tony vandaan ook op het bed zitten maar durft haar niet aan te kijken.
Voorzichtig schuift Tony wat dichter naar Britt toe en legt dan eenarm om haar schouders.
Tony: Wat was er toen je me belde? Je wilde dat ik zou komen, je had hulp nodig.
Britt: Dat gevoel was er weer. Je weet wel, dat iets in mij zegt dat ik nergens goed voor ben en mezelf wat moet aandoen.
Tony: Maar Britt je bent wel goed..
Britt: (nu wat boos) Ik ben NIET goed. Waarom denk je dat Mark dood is? Waarom denk je dat Dorien steeds overal heen gesleept moet worden? Omdat ik niet voor ze kan zorgen. Ik heb gefaald.
Tony: (een beetje streng, maar wel gedoseerd) En nu ophouden met jezelf omlaag te halen, verdorie. Britt, jij bent er en jij mag er zijn. Je hoeft niet de hele wereld op je schouders te dragen.
Britt: Maar..... (en daar komen de waterlanders alweer)
Tony neemt Britt's hoofd weer in haar handen en probeert de tranen te drogen. Het doet haar vreselijk pijn haar vriendin zo te zien lijden.
Tony: Huil maar lekker Britt. Dit zal je goed doen. Heb je wel in de gaten dat het praten je steeds beter af gaat? En je hebt jezelf niets aangedaan. Ik vind dat je beter voor jezelf zorgt.
Britt: Echt? Jij vind dat ik goed mijn best doe?
Tony: Absoluut.
Britt: En waarom voel ik me dan niet beter.?
Tony: Dat duurt even, maar echt, je bent echt op de goede weg.
En ook deze avond slaapt Tony bij Britt in haar ziekenhuiskamer.
Zo gaan er een paar nachten voorbij en Tony merkt dat het langzaam beter gaat met Britt. Ze slaapt tenminste de nachten door, weliswaar dromend maar ze wordt niet meer wakker met de aandrang om zichzelf te verwonden. Overdag heeft ze nog een beperkt programma en slaapt nog veel tussendoor.
 
 
Tony werkt zich in no-time door haar cursusstof heen. Regelmatig heeft ze na de uren overleg met haar mentor die erg tevreden is over Tony's inzet, en haar positieve invloed op haar medestudenten.
Na zo'n anderhalve week op de OPAC gaat Tony ook maar weer eens langs op het commissariaat om haar neus te laten zien en even bij te kletsen met Nadine.
Nadine: Hey, Tony. Ik hoor niets dan goeds over u. U overweegt toch niet om ons corps te verlaten?
Tony: Nu je het zo zegt....
Nadien: Echt??? Ja, als je het beter kunt krijgen, moet je het eigenlijk ook niet nalaten.
Tony: Grapje Nadine. Ik vind het hier gewoon fijn om te werken, maar met die knie gaat dat even niet. En bovendien heb ik nog een partner die mij straks weer nodig heeft, dus nee, jullie zijn voorlopig nog niet van mij af.
Nadien: (het lokaal inroepend) Heb je dat gehoord Ben? Tony blijft hier, dus je zult je beter moeten gaan gedragen.
Tony: Is hij niet meer in de hand te houden?
Nadine: Hier niet meer zo goed.
Tony: Hoe bedoel je hier?
Nadien: Nou, we ... we hebben wat met elkaar. We zijn eens wat gaan drinken na dienst en toen.... Van het een kwam het ander.
Tony: En het voelt goed voor jullie alle twee??
Nadine: Ja, ik denk het wel.
Tony: Nou dan is er toch niets mis mee? Maar pas wel op dat het niet zo loopt als tussen Britt en Chris toen ter tijd.
Nadine: Wat was er dan?
Tony: Die zagen elkaar wat te vaak. Maar Chris was erg op zijn carrière gebrand, en dat ging ten koste van Britt en dat liep toen stuk.
Nadine; Met Ben heb ik helemaal niet meer zo'n zin in een carrière. Het voelt gewoon zo goed om weer lekker bij iemand thuis te komen.
Tony: Dan wens ik jullie veel succes.
Nadine: Dank je. Maar hoe is het met Britt?
Tony: Op en af, maar de laatste week heeft ze grote vooruitgang geboekt. Het kost me wel mijn nachtrust maar ze begint los te komen en gelukkig begint ze nu wat beter te slapen. Ze heeft al zes dagen geen aandrang meer gehad om zichzelf wat aan te doen.
Nadine: Gelukkig. Kan of mag ze al bezoek?
Tony: De dokter wil dat voorlopig nog een beetje beperken. Britt reageert heel sterk op veranderingen, en helaas in de negatieve zin.
Nadine; Nou dan wacht ik wel een poosje tot ze het weer aankan. Wil je haar van ons allemaal sterkte wensen. We denken vaak aan haar en we missen haar. Zorg jij maar goed voor haar zodat we haar snel weer terug hebben.
Tony: Zal ik doen. Ik ga straks nog even bij haar aan.
 
Nadat Tony thuis is geweest om zich wat op te frissen en een boek voor Britt mee te nemen, gaat ze nog even om een boeket bloemen en vertrekt dan naar het ziekenhuis.
Maar als ze bij Britt komt is die weer helemaal van de kaart. Zonder reden begint ze heel kwaad te worden op Tony en duwt heel hard een stoel tegen Tony haar zere been.
Tony gilt het uit van de pijn en kan zich net tegen de muur staande houden.
Er komt een broeder aan, die Tony nog niet eerder had gezien. Hij begint heel boos tegen Britt te praten en Tony ziet het effect ervan op Britt.
Tony: Ophouden !! Je maakt haar helemaal van slag.
Tony: Britt, 't is ik Tony, je vriendin. Kom, help me even een beetje.
Dan schrikt Britt om wat ze Tony heeft aangedaan.
Britt: Wacht even, ik moet even hulp roepen.
Britt gaat op de gang een zuster roepen en die helpt Tony in een rolstoel.
Tony: Britt redt je het even zonder mij?
Britt: Ik wacht op bericht van jou. Jij moet nu eerst naar je knie laten kijken. Sorry dat ik weer zo deed,
Tony: Het gaat wel goed komen, Bitt, echt wel. Tot zo.
 
Maar het komt niet echt goed. De foto's wijzen uit dat de meniscus nu helemaal is doorgescheurd en dat er losse elementen in de knie rondzweven en dus moet Tony met spoed geopereerd worden. Ze krijgt niet eens de tijd om Britt te informeren. Vanwege de bloeding die er in het gewricht was wilde de arts niet wachten want bloed op kraakbeen zou de schade alleen maar groter maken en dus gaat Tony onder narcose en onder het mes.
Een kleine anderhalf uur later wordt ze wakker op de uitslaapkamer.
Tony: Zuster? (moeizaam)
Zuster: Ja, Tony? (vriendelijk)
Tony: Ik moet naar Britt... (moeilijk)
Zuster: Dokter Eric is al bij haar.
Tony: Die man die net zo boos tegen haar aan het praten was? (moeizaam)
 
De zuster knikt vriendelijk...
 
Tony: Maar Britt kan er niet tegen als ze boos op haar worden... (moeilijk)
Zuster: Eric is daarvoor opgeleid mevrouw Dierickx. (geruststellend/glimlachend)
 
Maar wat normaal een patiënt moet kalmeren, komt helemaal averechts op Britt over, die niet door Eric kalmeert maar nog meer in paniek slaat...
Ze begint te slaan en dingen op hem af te gooien.
Eric weet niet meer wat hij moet doen en verlaat de kamer en legt de situatie uit aan een andere arts die belooft even te gaan kijken.
Dokter: Mevrouw Michiels mag ik even binnen komen.
Britt: Nee ik wil Tony zien en niemand anders.
Dokter: Mevrouw Michiels, Tony is geopereerd en kan dus even niet langs komen.
Britt: Wat??? maar ik moet haar zien want ik heb een stoel tegen haar been gegooid...
Arts: Maar u moet eerst kalmeren. Zo kunt u Tony niet gaan zien.
Britt: (heel kwaad nu) IK MOET NAAR TONY.
Arts: Rustig nou maar,..
Britt: Sodemieter op jullie (en dan begint ze weer heel hysterisch te worden)
Arts: Vlug, geeft me 5/50 haldol /phenergan i.m.
Een assistent komt binnen met de spuit maar de arts heeft moeite om Britt in bedwang te houden dus moet de assistent zelf spuiten maar hij spuit per ongeluk niet intramusculair maar intraveneus.
De medicatie komt zo geweldig hard aan dat Britt in ademhalingsproblemen komt.
Arts: Verdorie, kijk nou wat je doet. Anexate, en heel rap.
Dan krijgt Britt een antidotum gespoten die de vorige medicatie moet blokkeren, zodat de ademdepressie wordt opgeheven.
Na een dik kwartier zwoegen en bijna reanimeren keert de rust weer wat terug op de kamer. Britt ligt aan de zuurstof en heeft een waakinfuus gekregen. Mocht er onverhoopt weer wat mis gaat dan hebben ze direct een intraveneuze toegang om medicatie toe te dienen.
Arts: Gelukkig, dit is nog eens goed gekomen. Ik blijf het eerste half uur hier om zelf de toestand te controleren.
 
Geduldig neemt de arts plaats naast Britt haar bed en is nog steeds aanwezig als Britt weer wat bijkomt. Ze heeft barstende hoofdpijn en voelt zich misselijk door de werking van al die medicatie. Haar ogen staan lodderig in haar hoofd en ze voelt zich te moe om wat te vragen. Ze heeft niet eens in de gaten dat ze weer gefixeerd ligt. Op die manier willen ze haar beletten dat ze zichzelf wat zou kunnen aandoen.
De arts gaat weer op ronde maar als Britt na een uurtje rusten wat helderder is vraagt ze naar haar arts.
Arts: Zo Britt, je hebt ons mooi schrik aangejaagd. Gaat het nu weer met je?
Britt: Ik wil naar Tony, alsjeblieft. Mij is gezegd dat ze geopereerd is in ik moet haar zien. Het is mijn schuld, ik heb die stoel tegen haar aangegooid.
Arts: Ik heb even geïnformeerd, maar Tony voelt zich beroerd als een kat. Die wordt slapende gehouden zodat ze er zo min mogelijk hinder van heeft. Maar ik beloof je, zodra ik hoor dat ze wakker is, dan kom ik je persoonlijk halen en gaan we naar haar toe. Is dat goed voor jou?
Britt: Mogen die banden dan los? Ik krijg haast geen adem en mijn polsen doen pijn.
Arts: Kun jij beloven dat je niets geks gaat doen?
Britt: Alleen aan u, niet aan al die andere mensen die hier steeds komen.
Arts: Dat zijn allemaal verplegers en verpleegsters hier.
Britt; Maar ze doen heel hard tegen mij en daar wordt ik heel bang van.
Arts: Ik zal ze vragen rustig aan te doen met je, maar ik wil wel je toezegging dat het verantwoord is de fixatie op te heffen.
Britt: Ik beloof het (en ze steekt moeizaam haar gefixeerde hand op naar de arts.)
Voor Britt is het nu best wel spannend want ze heeft een toezegging gedaan en ze hoopt maar dat ze genoeg weerstand heeft tegen die suïcidale impulsen.
De arts maakt haar los en Britt wrijft, met tranen in haar ogen, over haar pijnlijke polsen...
 
Arts: Zal ik een bakje lauw water voor je halen, om je polsen er wat in te laten rusten? (vriendelijk/voorstellend)
Britt: J...a... (met een dikke stem)
 
De arts loopt even weg, maar net wanneer hij de deur achter zich sluit wordt Britt bang... Ontzettend bang...
Maar wil niet toegeven aan haar angst. Ze knijpt heel hard haar ogen dicht en concentreert zich op haar ademhaling.
Als de arts weer binnenkomt en haar zo ziet, blijft hij heel stilletjes wachten op wat Britt gaat doen.
Het duurt zeker 5 minuten voor Britt in de gaten heeft dat de arts er weer is en dan kijkt ze hem vragen, bijna smekend aan.
Arts: Britt, je hebt  je heel goed verweerd. Prima, van die ademhalingsoefening. Maar ik zie dat het je nog steeds heel veel moeite kost en dat je wel heel snel in de angst schiet. Ik wil graag je medicatie wat aanpassen opdat jij niet zoveel hinder zult ondervinden van die angsten. Die kunnen je behoorlijk in de weg gaan zitten tijdens de behandeling en dat moeten we juist niet hebben. Als ik je alles over die medicijnen uitleg, wil je ze dan nemen, zodat jij je wat beter kunt gaan voelen?
Britt: Tabletten of spuiten?
Arts: Ik stel tabletten voor.
Britt: Maar spuiten helpen sneller.
Arts: We beginnen met een hoge dosis die je de eerste dagen wat out maakt, maar dan gaan we afbouwen naar een voor jou passende dosering.
Britt: Is goed. Daar wil ik wel aan mee werken. Maar mag ik nu alsjeblieft naar Tony toe?
Arts: Ga maar in de rolstoel zitten dan breng ik je er heen.
Britt: Mag ik niet alleen?
Arts: Nee, en dat weet je, en ik denk dat je dat ook wel begrijpt.
Britt: Sorry.
Arts: Is goed.
Britt: Weer doet iedereen zijn best voor mij en kijk eens hoe ik dan doe.
Arts: Hoe bedoel je?
Britt: Nou, dan denk ik dat ik zo maar alleen naar Tony mag, en dan wil ik spuiten als jullie vinden dat tabletten beter zijn, en nu zit ik weer te snotteren. Ik ben toch, ik ben toch een waardeloze prul !! (en dan begint ze nog harder te huilen)
Arts: Hè Britt, kom op. Ik heb je net bezig gezien. Je doet het fantastisch. Je hebt echt heel snel geleerd van Tony hoe je hulp kunt vragen en je doet het ook. Bovendien ben je bezig om de door ons geadviseerde ontspanningstechnieken toe te passen. En je hebt het goed gedaan. Je hebt je net toch zelf niets aangedaan? Dat is prima. Je redt het wel. Probeer maar of je ons op ons woord kunt vertrouwen.
Britt: Maar ik voel me zo shit. Hoe moet ik Tony nu onder ogen komen?
Arts: We gaan er heen en je gaat met Tony praten en dan zien we wel weer verder. Oké?
Britt: Moet dat echt?
Arts: Jij wilde haar zien en hier ligt ze (terwijl hij de kamerdeur opent).
Britt: Tony??
Tony: (nog zo beroerd als een kat) Hey Britt.
Britt: Gaat het een beetje met je? Het spijt me zo erg wat ik nu weer heb gedaan. Ik wilde dat ik het van je kon overnemen. Dan hoefde jij hier niet te liggen. Jij hebt zo'n mooi leven, jij verdient het niet om zo gestraft te worden.
Tony: Niet zo snel Britt, ik kan je niet volgen.
Britt: Zie je, doe ik het weer.
Tony: Wat doe je weer?
Britt: Een ander tot last zijn.
Tony: Maar nee Britt dat doe je niet. Wil je even bij mij komen zitten hier op mijn bed?
Britt: Is dat niet lastig voor jou?
Tony: Ik zou het heel graag willen.
Britt: Net zoals jij vorige week bij mij deed?
Tony: Als je dat wilt, heel graag.
En Britt gaat opstaan uit de rolstoel en schuift bij Tony op het bed. Tony worstelt zich wat omhoog om plaats te maken voor Britt, maar voelt een enorme lading misselijkheid opkomen. Ze doet haar ogen dicht en zucht een paar keer heel diep.
Britt duwt het kussen in haar rug en heeft nu Tony tegen zich aanliggen. Ze kijkt zorgzaam naar de reactie bij Tony maar ziet niet dat die een knipoogje geeft aan de arts die Britt gebracht heeft.
Arts: Britt, wil ik je straks weer op komen halen? Zo over een half uurtje, drie kwartier? Kun je tot dan even lekker bijkletsen met Tony.
Britt: (ongelovig) Mag dat?? Moet u er niet bij blijven?
Arts: Ik heb het volste vertrouwen in je Britt. En jij moet dat ook gaan ervaren.
Britt: Heel erg bedankt.
Arts: Tot straks.
 
Als de arts weg is merkt Tony dat Britt zich heel erg gespannen gaat voelen.
Tony: Ça va Britt? Je bent ineens zo gespannen.
Britt: Dat ben ik ook. Het kost me nog steeds heel erg veel moeite om die angst onder controle te krijgen. Ik heb al een week niets meer gedaan, maar ben wel nog steeds bang dat ik het niet vol kan houden.
Tony: Hey, jij bent een kanjer. Jij kunt dat wel.
Britt: Help me daar alsjeblieft mee. Ik heb je nodig Tony.
Tony: Maar ik ben er voor je, dat weet je toch?
Britt: Ook nadat ik zo lelijk tegen je heb gedaan?
Tony: Jij was heel erg bang. Je dacht vast dat ik iemand was waar je bang voor was. En bovendien heeft iemand anders mij dit aangedaan. En toen heb ik het zelf ook nog erger gemaakt. En het goede van wat jij gedaan hebt is dat ik nu al wel geopereerd ben en dus niet nog langer hoef te wachten voor ze me helpen.
Britt: Dus eigenlijk een geluk bij een ongeluk?
Tony: Zo zou je het wel kunnen zien. Maar zand erover. Britt, ik mis je spontaniteit een beetje,  je weet wel,  dat je zo lekker uit de hoek kan komen en al die sukkels die we oppakken die dan niet weten wat ze moeten zeggen en zich er zelf bij lappen.
Britt: Ik zou heel graag weer zover opgeknapt zijn dat ik weer aan het werk zou kunnen. De hele dag hier maar liggen en geconfronteerd worden met je gebreken is ook niet alles. Maar het leven is soms ook zo moeilijk.
Tony: Maar jij bent al heel ver gekomen. Als die medicijnen goed aanslaan, dan ben je ook zo weer thuis en moet je maar eens met Nadine overleggen of je weer wat werk mag oppakken.
Britt: Kom jij ook weer terug dan?
Tony: Waarom niet? Ik heb er wel weer zin aan om good cop bad cop te gaan spelen met jou.
Hier kan Britt de humor wel van inzien  en voor het eerst in heel lange tijd ziet Tony Britt weer eens lachen, nog niet uit volle borst, maar wel spontaan.
Tony: Je bent echt een kei Britt.
Dan komt de fysiotherapeut binnen die een schiene in het bed van Tony wil gaan plaatsen .
Tony: Ja hallo? Wat is dat?
Bert: Een schiene. Daar leggen we je been op, de machine beweegt en je knie wordt weer geoefend in het buigen.
Tony: Dat kan ik zelf wel hoor.
Bert: Oké, laat maar zien (uit ervaring wetende dat geen enkele patiënt na een knieoperatie uit zichzelf de knie kan bewegen)
Wat Tony ook probeert, ze slaagt er niet in om ook maar een millimeter beweging in haar knie te krijgen.
Tony: Godver *****.  Ik dacht dat het een "simpele" meniscus operatie was? Ik kan niet eens mijn poot krom krijgen.
Bert: Ik zei toch dat we je zouden helpen.
Britt: Gaat het echt wel goed komen dan (bang)
Tony: Dat is zijn verantwoordelijkheid.
Bert: Kan ik de dekens terugslaan en het apparaat installeren?
Tony: Vooruit dan maar.
Het ziet er allemaal vreemd en zwaar en technisch uit, maar volgens Bert is het een zeer beproefde methode.
Bert: De meeste mensen zijn binnen een week zover dat ze de knie weer 90° kunnen buigen. Dan kunnen ze met ontslag en thuis met gewone oefeningen verder uitbreiden.
Tony: Wil je zeggen dat ik hier nog een week moet blijven? Mooi niet. Overmorgen ben ik hier weg.
Bert: Dat is tussen jou en je arts.
Tony: Oh, maar die krijg ik wel om.
Britt: Tony !! Leer je het nou nooit?
Tony: Waarschijnlijk niet nee. Jij moet mij maar een beetje in de gaten houden.
Ondertussen staat de schiene geïnstalleerd en wil Bert Tony's been erop leggen, maar dat doet zo verrekte zeer dat ze het even uitschreeuwt
Britt: Rustig Tony, hij wil je helpen.
Bert: Dat komt omdat je been even geen gevoel had, daardoor kon je hem ook niet bewegen. Bij de operatie krijgen de gevoelszenuwen een tik mee en nu weten ze weer dat ze prikkels moeten overdragen naar de spieren, en ja, helaas doet dat pijn.
Tony: En wat gaat er nu gebeuren?
Bert: Ik sluit hem aan op het net en dan gaat de schiene bewegen en laat je knie passief doorbewegen. Per dag zal de hoek van de knie iets sterker worden totdat je die 90° haalt.
Als de machine aangaat voelt Tony weer die helse pijn.
Tony: Goddomme, er is iets niet goed in mijn knie. Het doet verrekte pijn.
Britt heeft inmiddels haar armen om een huilende Tony heen geslagen.
Britt; Roep dan om de arts, dan kan die eens gaan zien wat er wel of niet goed is.
Bert: Doet het echt zoveel pijn?
Tony: Ja (Hijgend)
Bert: Dan zet ik hem stop en bel even naar je arts.
 
Een kwartier later komt dokter Dieter binnen.
Dieter: Zo Tony, wat hoor ik nu? Je knie doet toch nog pijn ondanks dat ik het kapotte deel van de meniscus heb afgehaald?
Mag ik eens even kijken en voelen?
Tony: (nog steeds in Britt's armen hangend) Ga je gang.
En weer begint ze te kermen als Dieter zijn handen op haar knie legt.
Dieter: Hm, ik snap er niets van. Ik ga even bellen voor een foto. Niet weglopen !!!
En nu begint Britt zowaar hele hard te lachen.
Ondanks haar pijn moet Tony wel meelachen.  Het doet haar echt deugt dat Britt hier tenminste de humor van inziet.
Britt: Sorry Tony, ik wilde je niet uitlachen.
Tony: Het doet me goed je te horen lachen Britt. Het is niet erg.
Britt: Als ze foto's maken mag ik dan met je mee? Ik wil graag bij je blijven.
Tony: Dat moet je je arts vragen. (en die komt net dan binnen)
Britt: Mag ik bij Tony blijven? Er moeten waarschijnlijk nieuwe foto's gemaakt worden en ze heeft mijn steun nodig.
Arts: Britt, wil je even buiten wachten , ik moet wat met Tony bespreken.
Braaf gaat Britt naar buiten, zet zich op ene stoel en vergeet even helemaal dat ze zelf patiënt is, en wacht netjes tot ze weer binnen mag.
Tony: Wat heeft u te overleggen?
Arts: Ik wilde van jou graag horen hoe Britt was nadat ik was weggegaan.
Tony: Eerst heel erg gespannen, maar ik heb haar voor het eerst in tijden weer horen en zien lachen, en dat was zo ontzettend goed om mee te maken.
Arts: Heeft ze het nog gehad over haar angsten om zichzelf wat aan te doen?
Tony: Ja. Ze zei dat ze al een week redelijk goede controle had en niets heeft gedaan.
Arts: Heeft ze ook niet, maar het komt steeds zo onverwacht. Als ik eens wist wat we er aan konden doen.
Tony: Laat haar wat meer haar eigen keuzes maken. Geeft haar wat meer ruimte om zelfvertrouwen te ontplooien.
Arts: Zeg, heb jij psychologie gestudeerd of zo?
Tony: Ben ik mee bezig, maar ik zie gewoon aan Britt dat dat het beste werkt. Ze zei ook dat ze er niet meer tegen kan om heel de dag op die afdeling of die kamer te zijn. Het confronteert haar zo met haar problemen dat ze er bijna onderdoor gaat.
Arts: Dus jij denkt dat ze het beter zal doen als ze meer vrijheden krijgt?
Tony: Ik geef haar echt het voordeel van de twijfel.
Arts: We hebben haar medicatie aangepast en ik wil het wel eens gaan proberen. Ik denk dan dat ze wel veel hier zal zijn. Mag ik jou vragen haar dan ook een beetje in de gaten te houden?
Tony: Zal ik doen. Ze is me veel te dierbaar om zo te laten lopen.
Arts: bedankt, en sterkte met je knietoestand. Wil je de afdeling bellen als Britt terug wil of kan?
Tony: Mag ze niet hier blijven? Gewoon eens een dagje proberen dat ze dan vanavond weer terug gaat?
Arts: Ik zal het overleggen.
 
Zo krijgt Tony steun vanuit een heel onverwachte hoek, en voor Britt blijkt dit het juiste medicijn te zijn. Ze reageert heel goed op het haar geschonken vertrouwen.
Om de knie te controleren word er een nieuwe MRI scan gemaakt en blijkt dat er toch iets niet in orde is in de knie en nu moet ze weer geopereerd.
Tony: Kan dat onder locale verdoving? Ik ben nog zo beroerd van de algehele narcose?
Dieter: Dat kan wel. Willen wij je direct het begin van de middag helpen? Des te eerder ben je er vanaf?
Tony: Moet het echt? Gaat het niet vanzelf over?
Dieter: Nee Tony, het gaat niet vanzelf over. Ik ben bang dat ik toch de hele meniscus moet verwijderen. Daardoor zou er beenlengteverschil kunnen ontstaan met je ander been en dat zal geheid op den duur voor problemen in je heup en rug geven. Dus ik stel voor om een nieuwe techniek toe te passen waarbij we een soort van prothese plaatsen. Het heeft totaal geen andere functie dan het opvullen van de ruimte die ontstaat doordat we de kapotte meniscus moeten wegnemen.
Tony: Doet dat pijn?
Dieter: Nee dat doet geen pijn.
Tony: Vooruit dan maar.
Britt: Gaat het met je Tony? Je ziet ineens zo bleek?
Tony: Ik ben bang voor de operatie.
Britt: Het gaat wel goed komen. Ik denk dat ik terug ga naar mijn afdeling en vraag wel of ze mij bellen als je klaar bent. Dan kan ik vanmiddag misschien nog wat therapie doen en met mijn dokter praten en dan zie ik je later vanmiddag wel weer . Oké?
Tony: Bedankt Britt dat je bij me bent gebleven. Ik hoop dat ik er snel weer ben en dat ik je dan ook weer snel hier zal zien.
Britt gaat nu op eigen gelegenheid naar de afdeling en daar is men enigszins verbaasd dat ze alleen komt.
Zuster: Er zou toch gebeld worden?
Britt; Ja, maar ik kan ook heel goed alleen lopen en ik ben nu ook niet bang, dus ik mag het van de dokter vast wel proberen. Of niet ? (tegen de arts die net voorbij komt)
Arts: Prima Britt. Je gaat met sprongen vooruit. Doorgaan nu, afgesproken?
Britt; Het heeft me goed gedaan om hier even weg te kunnen.
 
Arts: Dat zie ik. (glimlachend) Ga zo door, Britt. (lachend)
Britt loopt, met een zwakke glimlach op haar gezicht, weer naar haar kamer, nagekeken door de verpleegsters en artsen.
Die middag doet ze uit eigen beweging mee met de therapie. Ze vind het niet echt geweldig maar ze kan er wel wat afleiding in vinden.  Het is sporttherapie maar Britt kan het conditioneel amper volhouden. De meeste van haar groepsgenoten zien dat en houden er wel rekening mee, maar er loopt een echte lompe boer bij die Britt finaal van de sokken loopt.
Britt maar een rare val en bezeerd haar  geopereerde elleboog weer en ligt huilend op de grond.
Snel komen er een paar groepsgenoten aan die haar zorgzaam overeind helpen.
Trudy: Gaat het gaan Britt? Wat een klier is die Tinus. Doe je een keertje mee en dan doet hij zo.
Gerda: Alles oké? Wil ik je terug brengen naar de afdeling?
Britt: Nee, het gaat zo wel weer.
De therapeut  (Geert) komt er nu ook aan. Het was juist zijn bedoeling geweest om te observeren hoe de groepsleden op elkaar reageren en hij is er best tevreden over.
Geert: Gaat het Britt? Mag ik je arm even zien?  Oeh, doet het erg pijn? Het wordt op zijn minst een hele blauwe plek, maar misschien moet je toch even een foto laten maken?
Britt: Ik denk dat het wel gaat.
Maar Geert heeft allang in de gaten dat Britt verrekte veel pijn heeft, en vraagt zijn assistent om de groep even over te nemen,  dan kan hij met Britt terug naar de afdeling.
Aldaar vindt ook de arts dat er een nieuwe foto moet komen. Gelukkig zitten de schroeven nog goed en is er geen breuk bij gekomen. Wel zit er een bloeduitstorting en wordt de elleboog inderdaad goed blauw. Britt krijgt een spuit in haar arm om de pijn te verminderen en een ijsblaas om de zwelling te beperken.
Geert: Blijf vanmiddag maar op de afdeling, wat rust zal je goed doen.
Britt; Ik wil mee terug. Ik wil niet bang worden als me eens een keer wat overkomt. Ik kan misschien niet meer meedoen, ik ben wel lid van de groep en kan er heus wel bij zijn.
Geert: Ook goed wat mij betreft.
 
En op deze manier gaat Britt echt snel vooruit.
Als Tony terug is van de operatie zit Britt al op haar kamer te wachten. Omdat Tony dit keer geen volledig narcose heeft gehad is ze ook niet ziek en kan dus goed een gesprek met Britt voeren.
Tony: Kijk ons hier nu eens zitten. Zijn dit nu die superagenten waar dat Gents crapuul zo bang voor is ??
Britt; Ik denk dat ze niet weten dat wij hier zijn, anders zouden ze hun slag wel slaan. Ik denk dat ze bang zijn dat we zo achter een boom vandaan springen en ze oppakken.
Tony: Fijn om te horen dat het goed gaat, behalve dan met je elleboog.
Britt: Hoe weet jij dat nou?
Tony: Ik heb zo mijn contacten.
Britt: Wie dan wel?
Tony: Dieter.
Britt: Dieter??? Is dat de arts die jou ....
Tony: Die helemaal.
Britt; En tussen jullie ....???
Tony: Wie weet. Misschien wel. Maar ik weet nog niet zeker. Heb net een behoorlijk blauwtje gelopen en wil het eigenlijk ook wel even voorzichtig aan doen.
Britt; Heel verstandig Tony. Heel verstandig.
Tony: Zeg, hoe staat het er mee? Moet je nog op de afdeling blijven of kan ik de komende dagen wat gezelschap van je verwachten want ik heb nu al de balen van die kamer.
Britt: Dan kom je toch bij mij langs?
Tony: In bed zeker? Hallo, en hoe dacht je dat?
Britt; Morgen mag jij weer lopen hoor !
Tony: En hoe weet jij dat?
Britt: Ik heb ook mijn contacten.
Tony: Wie dan wel?
Britt: Dieter !!!
Tony: Kijken doe je met je oogjes, hè?
Britt: Ja ma.
 
En zo hebben ze,  gelukkig, weer eens een heleboel lol.
Tony mag inderdaad de andere dag al oefenen. Eerst nog onbelast want ze moet haar bewegingsherinnering terug krijgen, maar na drie dagen mag ze al 75% belasten.
Britt is nu op de open afdeling. Ze volgt, op eigen verzoek de sporttherapie in de groep en verder de individuele therapie bij de psychiater en psycholoog en boekt goede vooruitgang.
Af en toe heeft ze nog nare dromen, of soms een dag dat het allemaal wat moeilijker gaat, maar een hele duidelijke stijgende lijn is zichtbaar.
Britt ervaart dat zelf ook.
Als Tony met ontslag mag, reageert Britt eerst wat aangeslagen, maar haar arts heeft voor haar ook een verrassing in petto: ze mag met weekend verlof van zaterdagmorgen tot zondagavond.
Dit maakt haar heel erg nerveus maar gelukkig weet ze zich gesteund door haar moeder en dochter en door haar vriendenclub.
 
Maar als Britt ook een paar keer met verlof is geweest en ze geen terugvallen meer heeft mag ze met ontslag.
Tony is inmiddels al zover hersteld dat ze weer volledig mobiel is. Haar cursussen op de OPAC heeft ze afgerond en volgende week moet ze tussentoets doen in Brussel voor haar opleidingen in criminologie en voor psychologie.
Behalve Nadine weet niemand, ook Britt niet, dat ze daar mee bezig is.
Britt is inmiddels op arbeidstherapeutisch basis weer voor halve dagen aan het werk, eerst maar eens administratief, een geweldige aanwinst voor het team want Britt is de snelste eraf als het gaat om PV's uit te typen en omdat ze zo graag weer aan het werk wil doet ze het met liefde.
Tony vond het wel moeilijk om niets tegen Britt te zeggen, maar eerlijk gezegd had die de laatste tijd ook voldoende andere zorgen aan haar hoofd.
Maar nu kan ze er niet meer echt onderuit. Helemaal niet als Britt haar vraagt of ze de komende week mee wil gaan voor een evaluatiegesprek bij haar psychiater.
Britt ziet haar twijfelen.
Britt: Wil je niet mee Tony? Ik had zo gehoopt op uw steun.
Tony: Ik wil wel, maar .....
Britt; Laat maar Tony, ik red me wel  (Met een duidelijk aangeslagen stem)
Tony: Britt, alsjeblieft.
Britt; Nee, het hoeft niet meer. (nu echt een beetje boos aan het worden)
Als Tony ergens helemaal geen zin in heeft is dat in ruzie met haar vriendin.
Tony: Britt, ik moet je iets vertellen.
Britt; Laat maar, heb ik toch gezegd?
Tony: Maar het is belangrijk.
Britt: Die afspraak was voor mij ook heel belangrijk.
Nu weet Tony niet meer hoe ze het aan moet pakken.
Verdrietig trekt Tony zich terug in de kleedkamers in de hoop dat niemand haar daar komt zoeken.
Maar Nadine heeft echt alles door wat er zich afspeelt in het lokaal  en die is zo bij haar.
Nadine: Hey, Tony, wat krijgen we nou? Ben je niet blij dat je partner er weer is?
Tony: Ach Nadine.
Nadine: Wat is er dan? Je ziet zo bedroefd.
Tony: Britt wilde dat ik volgende week mee zou gaan naar haar arts voor een evaluatiegesprek, maar ik heb volgende week ook tentamens en omdat ik haar nog niet verteld had over die opleiding kon ik dat van die tentamens ook niet zeggen en nu denkt ze dat ik niet meer om haar geef. Maar dat doe ik wel. Ik geef heel veel omhaar, echt. Dat weet jij toch ook? En omdat ik de opleiding in deeltijd in deze vorm doe heb ik echt maar één tentamenkans en ik wil het zo graag halen. Maar het is het mij niet waard als ik daarom ruzie krijg met mijn vriendin. Dan laat ik die tentamens echt wel schieten, maar nu wil ze niet meer naar me luisteren. Nadine wat heb ik toch ook stom gedaan om haar niets te zeggen.
Britt; (die bij de deur had gestaan en een deel had kunnen meeluisteren) Wat had je me moeten zeggen dan?
Tony: Britt?
Britt: Ja, als je mij als partner wilt hebben moet je wel open kaart met me spelen (nog steeds een beetje kriegel)
Tony: Oh, Britt, kun je me vergeven dat ik het niet gelijk heb verteld? Jij was er zo naar aan toe en toen heb ik een uitvlucht gezocht om niet steeds zo te hoeven piekeren.
Britt; Waarover zou je moeten piekeren dan?
Tony: Ik had niet op tijd in de gaten dat jij zo in de put zat en toen is alles misgelopen met jou en daar voelde ik me heel schuldig over.
Britt; Maar dat hoeft toch niet (nu iets milder reagerend)
Tony: Ik ben toen verder gegaan met een studie die ik een tijd geleden ook al eens had opgepakt en waar ik een poosje niets aan gedaan had.
Britt; Welke studie?
Tony: Criminologie en psychologie.
Britt: JIJ ???? Jij bent al zo goed met mensen,  daar hoef jij toch niet voor te studeren?
Tiony: Snap je het dan? Ik moet tentamens doen, en als ik niet deelneem is alles voor niets geweest. Maar Britt, eerlijk, ik heb er alles  voor over, als ik maar geen ruzie krijg met jou. Die hele studie kan me gestolen worden . Ik probeer wel of ik toch uitstel kan krijgen , maar volgende week kun je op mij rekenen als je naar de arts toe moet.
Britt; Doe niet zo mal Tony.  Die dokter moet zich maar eens aan mij aanpassen. Wat dacht je ervan dat ik eens met jou mee ging naar Brussel en dat wij na die tentamens van jou daar eens even goed de bloemetjes buiten gaan zetten. Mijn moeder komt volgende weke toch weer een paar daagjes logeren dan kunnen wij het er mooi van nemen, als Nadine ons tenminste een paar daagjes vrij gunt? Nadine?
Nadine: Ik ben blij dat jullie het zo goed met elkaar kunnen vinden. Ik zorg dat jullie vanaf woensdagmiddag vrij zijn. Dan kunnen jullie mooi dan al weggaan, rustig naar Brussel, goed slapen opdat Tony goed uitgerust aan haar tentamens kan beginnen en hoe lang jullie willen blijven is aan jullie, als je maandag daarop maar nuchter en goedgezind terugkomt, met zijn tweeën.
Britt: Beloofd...
Britt stapt Vanbruane's kantoortje uit en zegt aan Tony dat ze een zaak hebben.
Tony: Mag jij dan weer de straat op?! (verbaasd/hoopvol)
Britt: Het is een raadsel, Tony, we moeten niet eens de straat op.
Tony: Geef het es hier, ik zal es lezen. (zuchtend)
Britt geeft de papieren die ze van Vanbruane heeft gekregen aan Tony en gaat dan zelf ook even naar het toilet...
Wanneer ze na een half uurtje nog niet terug is, begint Tony wat ongerust te worden, en, eveneens, in paniek...
Snel rent ze naar Vanbruane.
Nadine: Rustig Tony. Wat scheelt er? (als Tony haar kantoor komt binnengevallen)
Tony: Britt zit al een half uur op toilet... Dat is niet normaal Nadine. (in paniek)
Nadine: Blijf jij rustig zitten hier, ik zal es gaan kijken, oké ?
Tony: Oké. (zuchtend)
Nadine plant Tony neer in haar eigen bureaustoel en gaat dan snel naar de toiletten, waar Britt, na een half uur, nog steeds zit...
Althans, dat dacht ze. Maar als ze op de deur klopt komt er geen reactie.
Nadine: Britt, ben je daar?
Maar geen reactie.
Nadine bukt zich om onder het deurtje te kijken of ze een paar voeten ziet, maar die zijn niet te zien. Dan opent ze de deurtjes van alle toiletten maar treft geen Britt. Enigszins verbaasd gaat ze weer naar het lokaal.
Tony: Wat was er met haar dat ze zo lang wegbleef?
Nadine: Ze is niet op het toilet Tony. Is ze weer terug gekomen?
Tony: Nee niet gezien.  Waar zal ze dan zijn? Is ze weggegaan zonder dat ik het wist?
Nadine: Wacht hier even Tony.
Dan loopt Nadine naar de balie beneden en vraagt of Britt daar langs is gekomen: Nee dus.
Dan zou ze dus in het gebouw moeten zijn en ondertussen is heel het team naar Britt aan het zoeken, en pas dan blijkt dat het toch wel een heel groot gebouw is met heel veel kantoren, kamertjes en andere grotere of kleinere hokjes.
Na meer dan een uur zoeken vind Nadine haar, ver weg gedoken in een heel donker hoekje ergens achteraan op de zolder.
Ze zit helemaal in elkaar gedoken en rilt over haar hele lichaam.
Nadine: Britt, wat is er met je aan de hand? Meid, je bibbert helemaal (en vlug trekt ze haar eigen vest uit en legt dat over Britt heen)
Britt blijft echter zwijgen en trillen ook als Nadine probeert om haar warm te wrijven.
Nadine: Britt, kom, je moet hier weg, hier kun je niet blijven. Het is veel te koud en bovendien is iedereen ongerust en loopt je te zoeken.
Traag laat Britt zich overeind helpen door Nadine en volgt haar naar de trap  maar net bij de deur staat ze stil.
Nadine; Wat is er Britt? Heb je angst?
Britt; Tony !!
Nadine: Wat is er met Tony?
Britt; Zij moet een andere partner en dat zal ze niet leuk vinden.
Nadine; Tony moet geen andere partner, jij bent er toch weer?
Britt: Ik kan de straat niet meer op Nadine. Ik durf niet.
Ondertussen is Tony ook hijgend boven aan de trap aan gekomen en ziet een huilende Britt op haar hurken zitten.
Tony gaat op de grond voor haar zitten (uit voorzorg nog maar niet op haar knieën) en legt haar handen bij Britt op de knieën.
Tony: Hey Britt, wat is er met u? Ik maakte me helemaal ongerust dat je ineens weg was.
Britt; Ik ben bang Tony. Ik durf de straat niet meer op en nou moet Nadine voor jou iemand vinden om mee samen te werken.
Tony: Oh nee hoor, ik werk met jou samen.
Britt: Maar ik durf niet.
Tony: Wat durf je niet Britt?
Britt; De straat op. Iedereen zal me aankijken en denken dat ik gek ben Ze kunnen zo zien dat ik opgenomen ben geweest.
Tony: Mallerd. Hoe zouden ze dat moeten zien dan?
Britt; Kunnen ze dat niet zien dan?
Tiony: Natuurlijk niet. Kom eens  mee met mij, (en heel zachtjes maar licht dwingend, loodst ze Britt mee naar beneden naar de garderobe en laat haar daar in de spiegel kijken)
Tony: Wat zie je nu Britt?
Britt: Ik zie mezelf.
Tony: En wat voor bijzonders zie je?
Britt: Niets, behalve dat ik weer roodbehuilde ogen heb.
Tony: Dus er staat niet ergens in je gezicht geschreven dat je bent opgenomen geweest?
Britt; Nee natuurlijk niet.
Tony: Nou dan, wat is dan het probleem. Kom, ga maar met mij mee en dan zien we wel hoe het zal lopen, en als je onderweg toch wat angstig wordt mag je het mij zeggen en gaan we terug binnen.
 
Nadine staat met verbazing te kijken naar Tony's overredingskracht en het gemak waarmee het haar lijkt af te gaan.
Britt knikt zachtjes...
 
Samen met Tony loopt ze het straat op, maar het felle zonlicht schijnt meteen recht in haar ogen en Britt schrikt ongelofelijk...
Snel vlucht ze weer het commissariaat binnen...
 
Nadine, die aan de deur nog stond: Scheelt er iets, Britt? (heel vriendelijk)
Britt: Al dat licht. Het doet zeer aan mijn ogen.
Tony: Kijk eens, hier, mag je mijn zonnebril opdoen. Gaat het zo?
Britt: Dank je.
Ze is eigenlijk best nog wel bang maar ze wil gewoon goed haar best doen om haar werk weer op te kunnen pakken.
Tony heeft dat ook wel in de gaten maar begint er maar niet over. Ze is van mening dat Britt zelf wel aangeeft als er iets is. Voor nu vind ze het gewoon gezellig om weer samen met Britt door de kuip te lopen.
Tony: Heerlijk zo'n zonnetje deze tijd van het jaar.
Britt; Vind je? Het doet zeer aan je ogen.
Tony: Och, gaat wel. Misschien neem ik wel even een weekje zonvakantie als ik de uitslag van mijn tentamens heb gehad. Ik denk dat ik wel wat rust en zon kan gebruiken.
Britt; En laat je mij dan hier alleen achter?
Tony: Nee natuurlijk niet. Er zijn toch een heleboel collega's die niet op vakantie gaan? En bovendien, ik geloof dat je ook nog een lieve dochter op je hebt zitten wachten.
Langzaam merkt Tony dat de spanningen bij Britt afnemen. Bijna ongemerkt heeft ze Britt lopend dwars door de binnenstad geloodst als ze na een dikke twintig minuten aankomen bij de hogeschool op de locatie Bijloke.
Britt: Wat moeten we hier?
Tony: Werk aan de winkel. De school heeft melding gemaakt van verdwijningen van computerapparatuur maar telkens een paar dagen na zo'n melding is het spul ineens weer terug en nu moeten wij eens gaan kijken wat er aan de hand is.
Britt; Oh, dat had ik je zo wel kunnen vertellen, daarvoor hoeven we toch niet hele de stad door te klepperen?
Tony: Ik dacht dat je een beetje frisse buitenlucht wel lekker zou vinden.
Britt: Vind ik ook wel. Tony? Sorry dat ik net zo raar deed op het commissariaat. Dat was nou weer zo'n paniekaanval waar ik soms nog last van had. Wil jij niets tegen Nadine vertellen of tegen die De Nolde?
Tony: Ik ken De Nolde niet, maar ik denk dat je er goed aan doet zelf aan Nadine te vertellen wat er was. Zo kan ze er tenminste begrip voor opbrengen. Maar ik vind dat het al een heel stuk beter gaat met je. Heb je echt wel zin om volgende week mee te gaan naar Brussel?
Britt: Wacht even, ik denk net ergens aan.
Dan pakt ze haar mobiel en belt naar het secretariaat van de psychiater waar ze volgende week een afspraak zou hebben. Dat mens doet behoorlijk vervelend aan de telefoon maar Britt is resoluut: Volgende week kan ik niet, ik heb een hele belangrijke afspraak en als jullie mij echt willen helpen om uit die depressie te komen dan werken jullie eens mee met mij in plaats van tegen mij. De week daarop, dinsdag om half negen? Oké ik zal er zijn.
Britt legt gauw neer...
Britt: Ik ga met jou mee naar Brussel volgende week. (resoluut)
Tony: Wauw. (verbaasd)
Britt krijgt een lichte kleur op haar wangen...
Britt: Kom, we gaan werken... (zacht)
Tony: Ik denk dat we elke klas eens moeten binnengaan en met de 'vreemde gevallen' in de klas es praten... Een klein verhoor of zo...
Britt: Oké (zacht)
Britt begint met goede moed aan de verhoren van de jongeren...
Ze beginnen in het 6de middelbaar. Ze stellen zich even voor, maar verzwijgen waarom ze een paar mensen komen verhoren. "Een gewone routine-controle in een school", zo vertellen ze het aan de leerlingen.
 
Tony: Eric De Smets, kunnen wij u even spreken?
Eric: Waarom, vuile flikken?
Tony: Kom nu maar mee, anders arresteer ik je voor smaad aan de politie. (streng)
Eric: Kom me maar halen, liefje. (kijkend naar Britt)
Britt: Hè grootbakkes, effe dimmen ja!
Eric: Hou u zelf gedeisd anders zullen we eens met wat vrienden een bijzonder bezoekje brengen, kijken of ge ons nog steeds grootbakkes durft te noemen.
Tony: Eric ga zitten voor ik je laat ophalen (en nu zo streng dat hij ook niet meer anders durft.)
Britt: Wat weet jij van die feestjes waar er in XTC wordt gehandeld?
Eric: Ik ga nooit naar feestjes (bluffend)
Tony: Lieg niet, vorige week ben je gezien bij Grooters toen de politie daar moest optreden na die rellen.
Eric: Ik heb niets gezien en niets gehoord.
Britt: Weet jij wat ze met mensen zoals jij doen in het gevang Eric? Mensen die dealen en liegen?
Eric: Maar ik lieg niet; ik heb niets gezien en niets gehoord (provocerend)
Tony merkt dat Britt zich laat opjutten en wenkt haar even mee de gang op.
Tony: Gaat het Britt? Jij laat je toch niet op stang jagen door hem?
Britt: Ik krijg de kriebels van dat jong.
Tony: Als het niet gaat wil ik dat je buiten gaat. Ik wil niet dat je een schorsing gaat riskeren omdat zo'n pummel jou aan het provoceren is.
Britt: Ja Tony, ik zal goed oppassen, maar als ik het niet in de gaten heb moet je me maar een seintje geven.
Weer terug in het kamertje heeft Eric direct in de gaten dat Britt (vandaag) helemaal niet zo stevig in de schoenen staat en hij gaat dus ongegeneerd door met provoceren en intimideren.
Britt: En nu ophouden (bij roepend)
Tony knikt eens met haar hoofd maar Britt lijkt het niet mee te krijgen. Ze wil een felle verbale uithaal doen naar Eric maar Tony is haar net voor.
Tony: En nu is het over Eric, jij gaat mee naar het bureau.
Hier schrikt Britt van. Ze staat vlug op en loopt naar buiten waar ze snel naar een wc vlucht.
Nadat Tony een combi heeft opgeroepen en Eric is meegenomen gaat ze op zoek naar Britt.
Wanneer ze haar eindelijk gevonden heeft...
Tony: Wat was dat allemaal?! (boos)
Maar Britt kan er helemaal niet tegen dat Tony zo boos tegen haar doet en begint te huilen. Tony zucht eens diep en loopt dan op Britt toe en legt troostend een arm om haar heen.
Tony: Sorry Britt, ik had niet zo tegen jou moeten uitvaren. Ik was gewoon ongerust dat ik je niet kon vinden. Het gaat nog steeds niet echt lekker, is het wel?
Britt: Nee. Het kost me soms nog zo veel moeite om de dingen in het dagelijks leven het hoofd te bieden, en dan kan ik er ook niets meer bij hebben, en als jij dan ook nog boos op me wordt ...
Tony: Britt, ik bied je mijn excuses aan. Wil je die accepteren?
Britt: Jawel (met een klein stemmetje)
Tony: Zal het gaan denk je, als we op het commissariaat die Eric moeten ondervragen?
Britt: Ik wil het wel gaan proberen. Ik moet er toch een keer doorheen?
Tony: Vind ik een goede reden. Kom op.
 
Terwijl Tony hoofdzakelijk het woord voert bij het verhoor kijkt Nadine vanuit de naastgelegen kamer mee en ziet het recalcitrante gedrag van Eric en vraagt zich ook af of Britt het kan volhouden.
Door haar studies echter, heeft Tony veel meer gespreksvaardigheden ontwikkeld en lukt het om Eric aan de praat te krijgen en komen ze te weten wie er in die XTC pillen handelt. Als Britt haar opgeschreven informatie bijeen haalt om het verhoor te verlaten begint hij seksistische opmerkingen te maken tegen Britt en maakt obscene gebaren tegen haar.
Vlug loopt Britt naar buiten, achterna geschreeuwd door Eric: “Hè lekker mokkel, zal ik je eens een goede beurt geven?”
Tony: Bakkes houden De Smets. Jij gaat hier meer van horen. Je beledigt een ambtenaar in functie en dat is bij wet nog steeds verboden.
Dan geeft Tony opdracht om Eric naar beneden te brengen en gaat ze (weer) op zoek naar Britt.
Nadine; Tony loop je even met mij mee?
Tony: Nee, ik moet Britt vinden.
Nadine; Die is naar het toilet gelopen. Ze was erg van slag en ik denk dat ze even tijd nodig heeft om zich te herpakken.. Kom je nu even? Dan kun je straks met haar even weg gaan om te lunchen.
Tony: Waarover wilde je me spreken?
Nadine: Ik heb dat verhoor meegekeken en ik ben onder de indruk van je verhoor technieken. Puik werk.
Tony: Maar het lukt mij niet om dat volk in bedwang te houden. Kijk nou eens wat hij weer met Britt heeft gedaan.
Nadine: Britt zit nog steeds niet echt lekker in haar vel. Het gaat al wel stukken beter, maar met sommige dingen heeft ze nog veel moeite. Ik zou willen dat ik haar kon helpen, maar ik zou niet weten hoe.
Tony: Heeft ze aangegeven wat haar dwars zit?
Nadine: Ik denk dat ze nog steeds niet helemaal door die depressie heen is. Het kan heel lang duren, en als je pas laat hulp gaat zoeken kan de depressie zich al behoorlijk hardnekkig hebben gesetteld.
Tony: Hoe weet jij nu dat Britt al langer depressief is?
Nadine; Ik herken de symptomen.
Tony: Heb jij ook ....?
Nadine; Ja, Tony, ik ben ook depressief geweest. Lang geleden gelukkig, en ik ben er goed uit gekomen. Maar ik heb heel lang aan mezelf getwijfeld en ik zie dat bij Britt nu ook een beetje. Die heeft zoveel meegemaakt, en hoor je haar ooit klagen dat ze het leven moeilijk vind? Nee hoor, Britt niet. Die gaat gewoon nog harder aan het werk. Zware job, alleen voor een kind zorgen, niet bepaald iets om vrolijk van te worden.
Tony: Wanneer is dat geweest Nadine?
Nadine: Ik zat al tien jaar bij de politie. Mijn carrière zat in een stroomversnelling, ik had een glorieuze toekomst voor de boeg. Tot die ene dag. Slechts één dag was er voor nodig om mijn carrière te kraken en mij tot op het bot af te breken.
Tony: Wilt u erover vertellen?
Nadine: Jawel, maar een andere keer als je het goed vind.
Tony: Oké, ik wil me niet opdringen, maar ik sta versteld. Ik had dat nooit bij u verwacht.
Nadine; En ik had het bij Britt niet verwacht. Zo je maar weer dat je je kan vergissen. Maar dat is heel menselijk. Bovendien, als je in dit vak niet lekker in je vel zit, dan schreeuw je het niet van de daken, Dat hou je in je eigen huis en probeert het zelf op te lossen.
Tony: Maar we willen Britt toch helpen?
Nadine; Ik heb al voorgesteld dat ze voorlopig niet fulltime gaat werken zodat ze wat tijd voor zich zelf overhoud, maar ze zegt dat ze daar niet mee kan omgaan. Als ze niet werkt hier, is ze wel bezig in haar huishouding of voor Dorien of soms springt ze bij als hulp-ouder op school, en dan moet ze nog naar haar specialisten toe, naar de sportschool, ik vraag me wel eens af waar ze haar tijd vandaan haalt en of ze wel aan voldoende rust toekomt.
Tony: Dat zal dan wel niet. Maar die krijg je echt niet thuis om te gaan rusten, daar kan ze nu nog niet aan toegeven. Ik ben bang, dat als ze verplicht moet rusten, ze mogelijk weer suïcidaal kan worden. Er spookt nog teveel door haar gedachten waar ze nog niet mee om kan gaan. Ik elk geval niet alleen mee om kan gaan.
Nadine; Heeft ze een vriend op dit moment?
Tony: Ik heb haar er nog niet over gehoord, maar ik denk dat ze dat ook niet aankan. Ze heeft nog steeds het gevoel dat ze anderen tot last is.
Nadine: Wel, ik hoop dat jullie uitje naar Brussel komende week haar een beetje kan laten ontspannen. Neem het er lekker van en laat Gent lekker los.
Tony: We zullen ons best doen Nadine.
Nadine: Oh jee, Mark was toch bij de Rijkswacht in Brussel? En daar is hij vermoord?
Als ze ....
Tony: Dat gebeurt niet Nadine. Over Mark is ze nu gelukkig heen. Ze denk echt nog wel, en vaak aan hem, maar ze heeft zijn dood nu geaccepteerd en dat is al een hele grote winst voor haar.
Naidne: Nou, ga haar maar zoeken en neem even een fatsoenlijke lange lunch.
Tony: Bedankt Nadine.
 
Tony hoeft niet te zoeken naar Britt. Ze weet blind waar ze die nu kan vinden: in het donkerste hoekje in de kleedkamer.
Tony: Dag Britt, mag ik bij je komen?
Britt; Jawel, ga maar zitten. Sorry van net hoor.
Tony: Geen sorry Britt, hij heeft jou heel erg pijn gedaan en ik vind het goed dat je niet op hem bent gaan kloppen. Hij had het wel dubbel en dwars verdient.
Britt; Maar dat kan ik toch niet maken?
Tony: Nee, en daarom heb je het zo goed gedaan. Wat zeg je als we eens gaan lunchen bij Bloch?
Britt: Wat is er mis met de Combi?
Tony: Eens wat anders.
Britt: Maar Bloch is altijd zo druk.
Tony: Dan gaan we bij mij op de boot lunchen. Is dat een goed idee?
Britt: Oké, maar wat zit er achter?
Tony: Ik wil jou wel even voor mij alleen hebben, niet steeds met collega's er omheen. Het is al lang geleden dat wij eens gewoon en echt met elkaar gepraat hebben.
Britt: Moet ik met jou gaan praten? Net zoals met een psycholoog?
Tony: Nee, net als voorheen, zoals met je partner Tony, die grootbek, maar die nu een beetje rustiger is geworden.
Dan kan Britt gelukkig ook weer lachen.
Op de boot maakt Tony een lekkere pot koffie en zet de tafel en dan gaat ze even weg om verse broodjes te halen. Terwijl ze bij de bakker staat te wachten belt ze even met Nadine of het heel hinderlijk  is als ze misschien vandaag niet terugkomen.
Nadine: Als het goed gaat met Britt vind ik het oké.
Tony: Tot morgen dan, ik kom wel wat eerder.
 
Terug op de boot en voorzien van Britt haar favoriete broodjes gaan ze lekker zitten kletsen, eerst over koetjes en kalfjes, de dagelijkse dingen. Soms komt een vriendje van Tony of Britt ter spraken, soms gaat het over Dorien maar heel langzaam draait het gesprek toch naar Britt over hoe die zich nu voelt en hoe ze zich redt.
Britt; Het gaat meestal wel goed, maar soms wordt ik ineens zo bang dan denk ik dat ik niets meer kan en dan wordt ik weer bang dat ik mezelf wat moet gaan aandoen en dat wil ik helemaal niet meer. Ik wil weer gewoon kunnen leven. Plezier hebben en boos worden en kunnen gaan werken, en misschien , als het ooit mogelijk is weer een relatie hebben.
Tony: En waarom zou dat niet mogelijk zijn?
Brit: Ach Tony, kijk nou eens naar mij. Ben ik nou een normaal mens waar een man voor kan vallen? Nee toch? Niets dan ellende, ziekte zorgen, dood en verderf.
Tony: Hela, wie spreekt daar? Is dat mijn partner, die toffe madam?
Britt; Tof? Ikke? Kom nou.
Tony: Ik vind je echt een toffe madam. En ik wil je ook niet kwijt, behalve als het een hele goede vent is voor jou.
Daarna zit Britt een poosje stilletjes voor zich uit te kijken. In gedachten verzonken . En Tony kijkt alleen maar naar haar; ze zegt niets, komt niet in de buurt, gewoon alleen maar kijken.
Ze ziet wel vragen in Britt haar ogen maar ook een stuk berusting. Met de tijd zal het wel goed komen. Ze hoopt alleen dat Britt dat voor zichzelf ook geloofd. Iedereen kan het beste met haat voorhebben (en dat hebben ze ook) maar ze moet het van zichzelf ook mogen, anders haalt het niets uit.
Britt gaat wat verzitten op de bank, en trekt haar benen onder haar kont en legt haar hoofd even tegen de leuning zodat ze met haar gezicht in het najaarszonnetje komt te zitten, en waar Tony eigenlijk op gehoopt had, gebeurt: Britt doezelt in slaap.
Tony pakt een plaid en legt die over Britt heen, zet heel zacht een ontspannen muziekje op en gaat dan zelf aan de tafel zitten leren. Nog twee dagen en ze moet haar tentamens afleggen. Ze heeft geen idee hoe die tentamens eruit zien, maar ze hoopt dat ze voldoende heeft geleerd. Ze leest nu, eigelijk een beetje ter ontspanning nog wat na in haar psychologieboeken, terwijl Britt bij haar op de bank er lekker tukje doet.
Na een uurtje wordt Britt langzaam en rustig wakker...
Even kijkt ze angstig om zich heen, maar dan herinnert ze zich gelukkig terug dat ze op Tony's boot is...
Britt: Tony? (zacht)
Tony: Ja? (vriendelijk)
Britt: Moeten we niet meer gaan werken? Bij Nadine?
Tony: Neen, we hebben vandaag een halve dag vrij. (glimlachend)
Britt: Echt? (onzeker)
Tony: Tuurlijk is het waar. (glimlachend)
Britt: Gaan we dan nu... Kunnen we nu misschien eventjes naar de zee rijden? (onzeker/zacht)
Tony: Heb je zin om naar zee te gaan?
Britt: Ja, ik wil graag naar zee. De wind voelen en het water horen en ruiken. Dat kijkt me fijn nu.
Tony: Rij jij of rij ik?
Britt: Als jij de stad uitrijd wil ik het daarna wel overnemen.
En zo rijden ze naar zee, naar Heist.
Tony: Weet je dat ik hier ben opgegroeid Britt?
Britt: Ja? Dat wist ik helemaal niet. Dat was toch toen alles nog goed was bij jullie thuis?
Tony: Ja, toen nog wel . Toen had mijn vader nog werk en dronk hij nog niet. Maar nadat hij zonder werk kwam .... Laten we er maar niet over praten. Jij wilde naar zee. Zullen we een stukje langs het strand gaan lopen?
Britt: Jij kent het hier. Zeg maar waar het mooi is.
Tony: Overal is het mooi aan het water.
Britt: Laten we dan maar gewoon gaan lopen.
Tony ziet vanuit haar ooghoeken dat Britt intens geniet van het stranden van de zee. Ze heeft rode blosjes op haar wangen en haar ogen stralen. Ze ziet er rustig en tevreden uit.
Zomaar ineens begint Britt een deuntje te fluiten. Het kost heel wat moeite want de wind blaast behoorlijk over het strand maar voor Tony voelt het goed haar vriendin zo te zien genieten.
Als ze een golfbreker passeren loopt Britt eroverheen bijna naar het uiteinde en staat weggedoken in haar jas over de zee te staren.
Tony is haar gevolgd en heeft even op een afstandje staan kijken, maar stapt nu op Britt toe en legt een arm om haar schouders.
Tony: Alles goed Britt?
Britt: Alles goed Tony.
Tony: Je ziet er goed uit. Je maakt een tevreden en ontspannen indruk, het doet me echt een plezier je zo weer te zien Britt. Ik weet dat je het heel moeilijk hebt gehad, en vast soms nog wel eens  moeilijk hebt, maar jij komt er echt wel weer bovenop (en dan slaat ze beide armen om Britt heen en geeft haar een warme knuffel)
Britt; Dank je Tony, dat je dit allemaal voor mij doet.
Tony: Wat doe ik dan?
BRitt; Jij bent er al die tijd voor mij geweest; jij hebt nooit af laten weten. Hoe ver ik ook weg was, welke nare dingen ik ook allemaal tegen je gezegd heb en je heb aangedaan; dat gedoe met die knie van jou, en toch was je er steeds weer voor mij. Zonder jou had ik het echt nooit gered Tony. Ik weet niet hoe ik je moet bedanken.
Tony: Maar je hoeft me ook niet te bedanken.
Britt: Jawel, dat wil ik heel graag.
Tony: Oké dan, houd het vol, je bent er bijna. Er komt een dag, misschien, of  hopelijk  binnenkort dat jij kunt zeggen: zo dat was dat, nu is het mijn buurt om mijn leven op mijn manier te gaan leven. Als  je dat punt bereikt hebt maak je mee heel gelukkig en dat is het beste bedankje wat ik me ooit kan wensen.
Britt; Denk jij echt dat het zo dichtbij is? Ik ben soms nog zo bang als ik naar de psychiater moet. Ik denk nog steeds dat ze me steeds gaan zeggen wat ik allemaal verkeerd doe.
Tony: Ach Britt, laat je niet kennen. Ze zijn er trouwens niet op uit om je klein te krijgen hoor. Ze proberen je te helpen om je leven weer zelf richting te geven. Het voelt soms wel of ze je willen afbreken, maar dat is meer het afbreken van een weerstand die is opgebouwd, en jou weerstand was heel krachtig en sterk. Jij had al zoveel meegemaakt,  jou leven was meer overleven.
Britt; Maar jij denk toch ook dat het goed gaat komen? (Wat angstig klinkend|)
Tony: Zeker Britt. Zeker.
Britt: Ik moet het er nu echt even heel hard uitgooien. Pas op voor je oren.
Tony: Wat ?
Britt: AAAAAAAAAAAAAAAAAAAARRRRRRRRRRRRRRRRCH.
Ze schreeuw en krijst haar machteloosheid en haar frustratie letterlijk van zich af, tot ze bijna geen lucht meer heeft en haar stem rauw en hees klit. Dan valt ze uitgeput op haar knieën , daar aan het einde van de golfbreker,  en begint nu heel hard te huilen. Tony bukt zich en gaat achter haar zitten en neemt haar veilig in haar armen en streelt haar tot ze rustiger wordt.
Tony: Toe maar Britt, laat het er maar lekker uitkomen. De wind zal je verdriet weg laten waaien, de zee zal het schoon wassen en het strand zal je dragen naar nieuwe uitdagingen.
Britt: Wat zeg jij dat mooi Tony. Jij bent zo wijs. En zo lief. Je bent heel lief.
Tony: Ik wordt verlegen Britt.
Britt: Mag ik je een zoen geven Tony?
Tony: Je bedoelt, ..... mij echt een zoen geven??
Britt: Ja?
Tony: Je mag het wel, maar ik weet niet of ik het kan. Ik bedoel , ik ben nog nooit door een vrouw gezoend. Maar jij mag het wel.
Dan legt Britt haar armen om Tony heen en neigt voorover om haar te zoenen. Eerst een klein vlinderzoentje op de lippen, maar dan gaat Britt over tot het echte werk en zowel Britt als Tony genieten er intens van. Beiden vinden de ervaring heel apart, maar tegelijk ook heel verrijkend en boeiend.
Tony geniet ervan maar laat het initiatief volledig bij Birtt liggen. Zo zitten ze een poosje heel close en merkbaar genietend van elkaars nabijheid te genieten.
Ineens stopt Britt.
Britt; Sorry Tony. Dat had ik nooit mogen doen. Ik heb het weer verkeerd gedaan.
Tony: Nee, helemaal niet. Ik vond het geweldig. Ik had het nog nooit met een vrouw gedaan maar het voelt heel goed. Jij kunt geweldig kussen. Een mazzelkont die jou nog eens als vriendin krijgt.
Britt: Echt? Vind je echt dat ik goed kan zoenen?
Tony: Ik weet niet wat goed is, maar het was heel lekker.
Britt: Ik zou willen dat ik weer in staat was om een relatie aan te gaan. Soms voel ik me zo eenzaam en alleen. Ik heb Dorien wel en ben ook heel blij met haar, maar zij wordt groter en gaat eens de deur uit en dan blijf ik helemaal alleen achter. Als ik hier aan denk,  dan denk ik ook weer aan Mark, aan hoe ik hem verloor en de pijn en het verdriet. Dat maakt mij soms angstig voor de toekomst.
Tony: Probeer wat meer in het hier en nu te blijven. De toekomst zal zich als het zover is aan je openbaren. Daar kun je nu nog niet veel aan doen. Een aantal dingen die vandaag gebeuren zullen hun sporen zetten voorde toekomst, maar er zal zoveel meer zijn, waar je geen weet van hebt, en wat je niet kan beïnvloeden en al dat samen zullen jou toekomst bepalen.
Britt; Nooit geweten dat ik zo'n knappe partner had. Ik zag jou altijd meer als een rebel, maar wel een die dat altijd zou blijven, terwijl de meeste met de tijd toch wel hun wilde haren verliezen. Maar ik moet op mijn uitspraken terug komen. Jij hebt mij laten zien dat het leven vol verrassingen kan zitten, en gelukkig ook positieve verrassingen.
Tony: Ik ben blij Britt dat je dat zelf bent gaan inzien. Jij bent anders ook best een knappe kop hoor. Na alles wat je hebt meegemaakt toch de goede dingen van het leven weer kunnen en willen gaan zien. Ik heb geweldige bewondering voor je.  Zal ik je eens wat vertellen?
Britt; Je hebt een nieuwe vriend? Die dokter Dieter??
Tony: Nee. Het was maar van heel korte duur, maar het was wel leuk. Ik ben volledig single, op dit moment.
Britt; Wat dan? Vertel ! Je maakt me nieuwsgierig.
Tony: Jij bent degene die voor mij de bron van inspiratie is geweest om psychologie weer op te pakken. Ooit, heel lang geleden toen ik ruzie had met mijn moeder en stiefvader, toen dacht ik: als ik psychologie ga studeren dan kan ik anderen helpen als ze in de shit komen. Maar zo werkte dat niet. Het ging wel redelijk die studie, maar het had geen echte uitdaging. Totdat ik met jou gekoppeld werd door Deprez. Jij was zo anders dan al die andere collega's waarmee ik gewerkt had. Jij boeide me. Ik kreeg interesse in mensen en menselijke verhoudingen en wilde eigenlijk wel weer gaan studeren, maar had toen echt de rust er niet voor. Tot dat dit allemaal gebeurde. Toen heb ik mezelf eens hard toegesproken en heb dus de studie weer opgepakt. En nu moet ik overmorgen tentamen doen.
Kun jij morgenmiddag ook al mee naar Brussel? Ik heb al wel een dubbele hotelkamer geboekt.
Britt; Je bedoelt, wij, jij en ik op één kamer?
Tony: Ik slaap wel op de bank hoor !! (lachend)
Britt; Nee, gekkie. Ik maakte een grapje.
Tony: Had ik wel door hoor. Ik wilde even je reactie zien. Maar, eh, wat vind je ervan als we eens terug gaan. mijn kont zit zowat vastgevroren aan die golfbreker. Wat heb ik het koud gekregen.
 
Die avond gaat Tony met Britt mee naar haar huis en praten ze nog heel lang na over van alles en nog wat. Oma José is er ook en die zal de komende dagen weer op Dorien passen als Britt met Tony meegaat naar Brussel.
Terwijl Tony boven is om Dorien een verhaaltje voor te lezen praat José wat met Britt over de vooruitgang die toch echt wel heel goed zichtbaar en merkbaar is. Britt begint helemaal te glunderen.
Britt; Zou het dan eindelijk eens zo zijn dat ik ook wat geluk op mijn levenspad tegenkom?
José: Zeker, meisje, zeker.
 
Voor het eerst in heel lange tijd kan Britt een lekker lange en rustige nacht slapen. Ander daags hoeft ze pas om elf uur te komen. Ze doet geen dienst en hoeft zich alleen maar voor te bereiden op  haar "dienstreis " naar Brussel.
Zo heeft Nadine het genoemd zodat in elk geval een deel van de kosten gedeclareerd kunnen worden.
Rond drie uur verlaten ze het commissariaat en rijden ze rustig naar Brussel waar ze inchecken bij het hotel en daarna even een wandeling maken door het centrum van de stad.
Britt was er na haar verhuis naar Gent, na Mark's dood , niet meer geweest en had nu een wat vreemd gevoel  hier weer te zijn. Tony merkte dat aan haar houding maar zei er niets over. Britt zou zelf wel aan de bel trekken als er iets was.
Britt: Waar moet jij  morgen zijn voor die tentamens? En hoe laat?
Tony: Op de universiteit, allebei. Een om half negen.
Britt: Tjee wat vroeg.
Tony:Jij kunt lekker uitslapen, ik bel je wel als ik klaar ben, dan kunnen we gaan lunchen.
Britt; Nee, ik ga mee om jou te steunen dan ga ik niet in bed liggen snurken.
Tony: En je hebt je rust zo nodig.
Britt: En jij denkt dat ik kan rusten als mijn partner zich door zoiets heen moet zwoegen?
Tony: Oké dan. En de ander  in de vroege middag, ik denk half twee.
Britt: Dan hebben we mooi lang de tijd nadien voor ons zelf.
Tony: Dat dacht ik ook. Maar vanavond trakteer ik op een avondje uit eten en ik weet een hele leuke plek daarvoor.
Britt: Waar dan?
Tony: Verrassing.
 
En die avond gaan ze heel chique uit eten in een deftig restaurant.
Een tafeltje verder zit een man alleen te eten.  Hij kijkt steeds naar de tafel van Tony en Britt. Tony heeft in de gaten dat hij meer naar Britt kikt en probeert een smoes te verzinnen om ze met elkaar in contact te brengen.
Als ze weg gaan neemt de man naast hun ook net zijn rekening in ontvangst en wil een taxi aanhouden tegelijk met Tony.
Man: Sorry, dames eerst. Of klunen we samen rijden dan zal hij jullie eerst naar jullie bestemming brengen?
Tony: Is goed. (en vlug gaat zij voorin zitten zodat Britt en de man samen achterin moeten.
Heel toevallig blijken ze in twee naast elkaar gelegen hotels te verblijven.
Britt is onder de indruk van de charmante manieren van de man. Ze bloost een beetje als hij haar heel galant helpt bij het uitstappen.
Man: Zijn de dames voor meerdere dagen in Brussel?
Tony: Ja, we zijn hier zeker tot zaterdag en dan moeten we terug naar Gent.
Man: Bent u van Gent? Dat is ook toevallig, ik ook. Van Lancker, Johan Van Lancker, aangenaam.
Tony: Insgelijks. Aangenaam.
Johan: Kan ik de dames nog een drankje aan bieden?
Tony: Voor mij vanavond niet dank u, ik heb morgen tentamens, maar mijn vriendin hier heeft de hele avond tijd.
(en ze fluistert Britt toe, het er maar eens van te nemen. Alles begint trouwens bij een eerste afspraak!)
 
Tony haast zich dan gauw weg, nog voor Britt iets kan zeggen...
Johan: Zullen we, mevrouw.... ? (vriendelijk)
Britt: Michiels... Britt Michiels... (verlegen)
Johan: Britt... Wat een mooie naam... (glimlachend/vriendelijk)
Britt: Dank u.... (verlegen)
Johan: Ik weet een heel gezellig cafeetje. Zullen we daar iets gaan drinken? (vriendelijk)
Britt knikt verlegen, maar ook met een mooie glimlach op haar gezicht, die Johan helemaal doet smelten.
In het cafeetje...
Ober: Wat willen jullie drinken? (vriendelijk)
Britt: Voor mij een koffie. (glimlachend)
Johan: 2 koffie's dus. (glimlachend)
De ober knikt hen vriendelijk toe en gaat hun bestelling halen.
Ondertussen, aan Britt en Johan's tafeltje...
Johan: Dus u bent uit Gent, en dan een paar daagjes naar Brussel?
Britt: Ja, mijn partner, bij de Flikken, Tony, die moet morgen examens doen en ze vroeg of ik met haar mee wilde komen, en dan kunnen we na de tijd een beetje van Brussel gaan zien.
Johan: Dus u bent ook bij de Flikken?
Britt: Ja.
Johan: Dan zouden we elkaar dus zo maar tegen kunnen komen in Gent.
Britt: Hoezo?
Johan: Ik ben advocaat en komt regelmatig op het gerechtsgebouw en heb nogal eens van doen met het politiekorps.
Britt: Meestal staan we dan tegenover elkaar. Maar het is ons vak, is het niet?
Johan: Ja. Mag ik een onbescheiden vraag stellen?
Britt; Vraag maar.
Johan: U zei Tony is uw partner bij de Flikken. Bent u gehuwd? Och, sorry, het schiet er zo maar uit. Wat onbeleefd om bij een eerste kennismaking dat zomaar te gaan vragen aan een dame.
Britt voelt zich enerzijds gevleid, anderzijds toch ook wel wat nerveus worden. Wat als hij verder gaat vragen en ze haar controle verliest?
Johan ziet de onzekerheid in haar ogen opkomen.
Johan: Nogmaals mijn excuses. Ik had dat niet mogen vragen. Ik breng u helemaal in verlegenheid.
Britt: (zichzelf heel goed herpakkend) Nee, het gaat wel. Mijn man zat bij de Rijkswacht en hij is 4 jaar geleden tijdens zijn werk vermoord, en sindsdien zorg ik alleen voor onze dochter. Ze heet Dorien en is nu tien jaar. Soms is het wel eens moeilijk om en een goede moeder te zijn en een goede politievrouw, en ook nog eens een leuk leventje te hebben. Dat laatste gaat me de laatste tijd toch al behoorlijk zwaar af.
(en dan gaan haar ogen glinsteren omdat haar tranen zich een uitweg zoeken)
Johan neemt heel voorzichtig Britt haar hand en spreekt nu heel zachtjes geruststellende woorden tegen haar.
Johan: Het spijt me dat ik het heb aangeroerd, maar ik zie dat u heel moedig en heel sterk bent en probeert zich staande te houden in deze grote boze wereld.
Britt probeert haar tranen in bedwang te houden, maar kan toch niet vermijden dat een eenzame traan over haar wang rolt...
Johan veegt deze met zijn duim weg en houdt dan haar hoofd in zijn handen...
Johan: Gaat het? (vriendelijk/met een geruststellende stem)
Britt knikt zacht...
Johan: Ik wil u niet nog meer van slag brengen. Zal ik u naar uw hotelkamer brengen? Daar is Tony denk ik ook?
Britt: Graag. Dank je.
Johan: Het spijt me dat ik zo een eerste indruk moet achterlaten.
Britt: (heel moedig) Maar dan kom je toch nog eens om een tweede indruk te maken?
Johan: Zal het gaan denk je?
Britt; Ik kom er wel weer bovenop, wees niet bang. Ik kan vechten.
Johan: Moet ik nu bang worden? (lachend)
En gelukkig kan Britt ook weer lachen.
Johan: Jullie zijn hier tot zaterdag? Wil ik jullie uitnodigen om vrijdag uit te gaan?
Britt: Dat zal ik met Tony overleggen.
Johan: En hoe weet ik dan het antwoord?
Britt: Ik zal je mijn nummer geven.
En zo gaat ze weer naar de hotelkamer waar Tony lijkt te liggen slapen. Heel zachtjes maakt ze zichzelf ook klaar voor de nacht en als ze het bedlampje net uitknipt hoort ze Tony omdraaien en vragen: En?? Hoe was ie??
Britt: Tony?!?!?
Tony: Ja, ik kon niet slapen en wil nu wel horen hoe het was.
Britt: Het was heel fijn.
Tony: Maar je bent nu al terug.
Britt: Ik kreeg het even te kwaad, maar hij heeft ons uitgenodigd voor vrijdagavond hier in Brussel.
Tony: Ons? Ik dacht dat jij....
Britt: Hij heeft mijn nummer......
Tony: Een goed begin is het halve werk. Maar, eh, slaap lekker. Het is morgen vroeg dag.
Britt: Welterusten Tony, en bedankt.
En beiden vallen met een glimlach op hun gezicht in slaap.
Om 8 uur gaat Britt's wekker...
Tony: Brittje, wakker worden... (glimlachend)
Britt: Hmmmmmmmm? (slaperig)
Tony: Ik ben al sinds 6 uur op om mijn leerstof te bekijken. Als je meewilt moet je nu wakker worden, hoor. (glimlachend)
Britt: Ik kom... (met een zachte glimlach om haar mond)
Na een ontbijtje vertrekken ze naar de uni. Tony geeft haar mobiel aan Britt en vertrekt naar haar tentamens. Britt gaat even zitten met wat tijdschriften, maar dat verveeld al gauw. Dan gaat ze wat heen en weer lopen, maar ook dat verveeld. Omdat het buiten nog lekker weer is gaat ze een stukje over het universiteitsterrein wandelen en wie komt ze daar tegen? Johan.
Britt: Hé, Johan, jij ook hier?
Johan: Ja, ik was gevraagd een gastcollege te geven. Dat is ook toevallig. Kan ik je uitnodigen voor een kop koffie?
Britt; Graag.
Het samen koffiedrinken is heel gezellig en Johan is blij dat zijn vragerij van de vorige avond hem vergeven is.
Ze praten wat met elkaar over hun werk in Gent, en al snel begrijpt Britt dat Johan gescheiden is en dat hij een zoon heeft ongeveer van de leeftijd van Dorien.
Britt vind hem wel boeiend en kijkt aandachtig naar zijn gelaatstrekken, en begint al een beetje te dagdromen als ze hem ziet. Hij heeft knappe vormen, denkt ze. En mooie wangen en van die leuke pretoogjes.
Door het dagdromen heeft ze niet in de gaten dat Tony ineens naast haar zit.
Tony: He, jij daar? Waar zijn je gedachten?
Britt; Eh? Sorry.
Tony: Ik zie het al.
Britt; Sorry Tony, maar ik kwam Johan toevallig tegen. Hij geeft hier een gastcollege.
Tony: Ik zag het al wat eerder. Hij zat ook bij het tentamen.
Britt; En hoe is het gegaan? Wanneer krijg je de uitslag?
Tony: Oh, dat kan nog wel een week of drie of zo duren.
Britt: Heb je het goed gedaan?
Tony: Dat zien we dan wel. Maar ik heb zin om even te ontspannen. Ik heb sportkleding bij me en wil wat gaan hardlopen. Heb je zin om mee te lopen? Domme vraag Dierickx, Britt is bezet.
Britt: Nee, nee, ik ga wel mee. Lopen is denk ik ook wel goed voor mij.
Johan: Veel plezier nog dan samen. Heb je nog overlegd met Tony over morgenavond?
Britt; Ja, is goed Johan. We nemen je uitnodiging graag aan.
 
Dat Tony de laatste tijd flink getraind heeft is te merken. In no-time loopt ze Britt eruit, die bijna gefrustreerd hijgend op de baan blijft staan.
Tony: Kom op, je bent er nog niet.
Britt: Ik kan niet meer. Hoeveel train jij tegenwoordig eigenlijk?
Tony: Vier keer per week een uurtje, en dan zwem ik ook nog twee een uur.
Britt: Waar haal jij de tijd vandaan?
Tony: Uit mijn nachtrust.
Britt; Dat is toch niet vol te houden.?
Tony: Ik dacht eerder dat jij het niet vol kon houden, maar ik neem je graag op sleeptouw om het jou ook te leren .
Britt: En dan zeker ook zo vroeg opstaan? Maar ik hou zo van mijn bed.
Tony: Het is kiezen of delen. Maar met wat minder veel, maar toch regelmatig sporten kom je er ook wel. En je krijgt er een helder hoofd van.
 
Die middag is het tentamen psychologie. Het is een behoorlijk zwaar tentamen, deels schriftelijk, maar ook een deel mondeling, maar na ruim twee en een half uur "kruisverhoor" komt Tony eindelijk weer buiten met een hoog rode kleur.
Tony: Zo dat was dat. Nu nog twee modules en dan is het af.
Britt: Ben je geslaagd?
Tony: Wel voor het mondeling. De rest komt later.
Britt; Gefeliciteerd. Kom, ik nodig je uit voor een drink.
 
Als Tony op de hotelkamer net klaar is met douchen en omkleden gaat haar mobiel. Het is Nadine en die heeft geen goed bericht.
Tony: Heb je een momentje? (en vragend aan Britt: Wil jij beneden even op mij wachten?)
Tony: Ja Nadine? Ik ben er weer.
Nadine; Hoe is het met Britt?
Tony: Die lijkt zich hier goed te vermaken. Ze heeft kennis gekregen aan een advocaat uit Gent. Je moet haar zien glunderen als ze hem ziet of het over hem heeft.
Nadine: Maar het bericht betreft Britt.
Tony: Er is toch niets met Dorien of met haar moeder?
Nadine; Nee, die zijn gezond en wel. Een van die overvallers die zij laatst heeft opgepakt is in beroep gegaan en krijgt het mogelijk zelfs voor elkaar dat hij vrij komt, en hij heeft gezworen wraak te nemen op Britt. Wij moeten haar informeren over de vrijlating.
Tony: Shit !!
Nadine: Zeg dat wel. Begint ze eindelijk wat door die depressie heen te komen en dan weer dit.
Tony: Kunnen we wachten tot maandag voor we haar informeren?
Nadine: Als jij dit zo lang voor je kunt houden.
Tony Ik zal mijn best doen.
Nadine; Verder nog een fijne tijd in Brussel. Trouwens hoe gingen die tentamens.?
Tony: Eitje. Ik denk dat ik ze wel heb.
Nadine; Proficiat dan maar alvast.
 
De resterende dagen en avonden in Brussel is Britt veel samen met Johan. Tony lijkt zichzelf wel te vermaken en ze heeft Britt praktisch de deur uitgeschoven om vooral met Johan op stap te gaan.
In werkelijkheid zit Tony zich op de hotelkamer te verbijten hoe ze het aan Britt moet vertellen van die vervroegde vrijlating van die overvaller.
 
 
Die maandag neemt het oude leventje zijn gewone draai weer.
Tegen koffietijd vraagt Nadine aan Britt en Tony om in het kantoor te komen. Tony weet wat er gaat komen en voelt zich daar helemaal niet blij mee.
Als Britt het nieuws gehoord heeft is ze, zoals verwacht helemaal van slag.
Britt; God*****. Net nu ik er een beetje door begin te komen begint dat gekloot weer helemaal van voor af aan. Houd het dan nooit op? Ik kan er niet meer tegen.
Tony: Jawel, jij kan er wel tegen. Jij bent sterker dan dat crapuul. En bovendien wij zijn er om jouw te helpen en te beschermen als dat nodig is.
Britt's lippen beginnen te beven en in no time ligt ze huilend tegen Tony aan...
Net op dat moment komt Johan het teamlokaal binnengestapt, omdat hij hier was voor een cliënt en even Britt wilde opzoeken... Hij kijkt rond en ziet Britt tegen Tony aangeleund zitten in de commissaris haar kantoortje en ziet ook dat Vanbruane een zakdoek aanrijkt aan Britt...
Johan: (vragend aan Raymond) Zou ik zo Mevrouw Michiels kunnen spreken?
Raymond: Ik denk het wel . Ze is even bij de commissaris, maar daar is haar bureau, gaat u maar even zitten.
In het kantoortje heeft Tony haar handen vol aan het troosten van Britt.
Nadine staat er ook naast en legt bemoedigend een hand op haar schouder.
Tony: Ik denk dat je hulp al hier is.
Britt; Hoe bedoel je?
Tony: Kom eens mee naar je desk.
Daar aangekomen ziet ze Johan, maar omdat ze zulke rood behuilde ogen heeft vlucht ze snel weg naar de kleedkamers.
Johan: Heb ik iets verkeerds gedaan Tony?
Tony: Nee. Ze kreeg net te horen dat een overvaller die ze een poos geleden heeft opgepakt mogelijk vrijkomt en hij heeft gezworen wraak te nemen op haar. Je moet weten dat Britt een hele nare periode achter de rug heeft en ze is er niet echt tegen bestand op dit moment.
Johan: Wil je haar halen voor mij?
Tony: Loop maar even met mij mee, dan kunnen jullie daar wel even met elkaar praten.
In de kleedkamer zit Britt weer weggedoken in een hoekje te huilen en ze merkt eerst niet dat Johan met Tony is meegekomen.
Tony: Britt, gaat het? Kom eens hier zitten.
Britt: Laat me maar Tony. Het gaat toch nooit meer goed komen.
Johan: Jawel Britt. Het gaat wel goed komen. Tony heeft me net gezegd wat er gaat gebeuren en ik wil je graag helpen.
Britt kruipt nu nog verder in elkaar als ze Johan hoort. Ze schaamt zich dat hij haar zo moet zien.
Tony gaat nu gehurkt naast Britt zitten en legt een arm om haar schouders en langzaam staat ze op en neemt Britt mee omhoog. Die houd haar blik angstvallig afgewend van Johan maar hij stapt al op haar toe en steekt zijn armen uit om haar op te nemen.
Johan: Kom maar Britt.
En voorzichtig schuifelt ze naar Johan toe en gaat heel dicht tegen hem aanstaan.
Tony geeft een klein hoofdknikje en verlaat de kleedkamer zodat Britt en Johan alleen zijn.
Johan: Wat is er gebeurd, Britt? (vriendelijk)
Britt: Niks... (beschaamd/zacht)
Johan: Britt? (vriendelijk)
 
Johan neemt Britt's hoofd in zijn handen, zodat ze hem wel moet aankijken...
 
Johan: Wat is er gebeurd? (vriendelijk)
Britt: Een van die overvallers die we laatst hebben opgepakt gaat mogelijk vrijkomen. Hij heeft beroep aangetekend. En hij heeft gezworen dat hij wraak zal nemen op mij. Ik kan er gewoon niet meer tegen. Ik doe gewoon mijn werk als inspecteur van politie en iedere keer wordt ik in mijn privé leven bedreigt. Ik kan het gewoon niet meer hebben.
Johan: Is dat vaker voorgekomen?
Britt: Al te vaak. Ik ben er zelfs depressief van geworden , en als je eens wist hoeveel moeite het mij gekost heeft om er weer een beetje bovenop t ekomen dan ....
Johan: Tony zei dat je een hele moeilije periode achter de rug had. Maar je staat er niet alleen voor Britt. Wij kennen elkaar nog maar kort, maar ik wil je graga hierbij hepen. Ik heb u pas vorige week getroffen , maar het voelt of ik u al heel lang ken, en dat voelt gewoon heel goed. ik wil graag verder gaan samen met jou.
Britt: Echt??
Johan: Ja, echt. Ons leven, dat van Simon en mij heeft ook behoorlijk op de kop gestaan, en wij hadden het net ook weer een beetje rustig.
Britt; Maar dan kun je dit met mij er toch helemaal niet meer bijhebben?
Johan: Simon denkt daar anders over. Hij wil weer graag een mama. En hij kent Dorien, want toen ik zaterdag thuiskwam en over Brussel vertelde zei hij dat Dorien bij hem in de klas zit. En hij had het zich allemaal al uitgedacht.
Britt: Is hij net zo slim als zijn vader?
Johan: Is zijn vader slim dan?
Britt; Ik zou het wel denken, anders zou hij zich niet met mij inlaten.
Johan: Britt, haal jezelf toch niet zo omlaag. Dan ben je een veel te makkelijke prooi voor dat stuk ongeluk. Geloof toch in jezelf. Toen Simon over Dorien vertelde wist ik dat ik een hele sterke vrouw had getroffen.
Britt: Maar ik kan niet anders, Johan. (snikkend)
Johan: Hoe bedoel je?
Britt: Snap je het niet? Telkens als ik gelukkig ben gebeurt er wel iets... Net zoals nu... (huilend)
Johan: En jij zou graag gelukkig willen zijn?
Britt: Ik zou bijna niet meer weten hoe dat is. Nadat Mark....... heb ik me niet meer echt gelukkig gevoeld. Steeds leven met de angst dat Dorien wat kan overkomen, of dat ik niet meer voor haar kan zorgen.
Johan: Ik wil je graag weer gelukkig laten worden Britt.
Britt: Ik ben bang dat dat nooit meer zal lukken.
Johan: Moet je hier nog blijven of zou je met me mee mogen?
Britt: En dan?
Johan: Dan zou ik je graag meenemen en je laten zien dat er nog wel leuke dingen zijn in het leven.
Britt: Dat zal ik mijn baas moeten vragen.
Johan: Waar wacht je nog op dan?
Britt knikt twijfelend en loopt aarzelend op Vanbruane af die haar meteen toestemming geeft...
Britt loopt dan terug naar Johan...
 
Johan: En? Mag je? (hoopvol)
Britt: Ja... (zacht/aarzelend)
Johan: Komop dan. Laten we niet treuzelen. (glimlachend/aardig)
 
Johan neemt Britt ergens meer naartoe, en dat 'ergens' is...
Een romantisch restaurant waar Johan een tafel voor twee bij kaarslicht had gereserveerd.
Britt; Maar de kinderen?
Johan: Lieve past op.
Britt: Ken jij Lieve?
Johan: Nee, Dorien zei dat ze een vaste oppas had en toen heb ik haar gebeld.
Britt: Ik vind dit spannend.
Johan: Je kunt toch welk tegen verrassingen?
Britt; Niet altijd even goed, maar vandaag gelukkig wel, althans tegen dit soort verrassingen.
Johan: Laten we het werk nu maar vergeten en genieten van ons avondje uit.
 
Dat Johan een kenner van lekker eten en drinken is heeft Britt al gauw in de gaten. Hij heeft een voortreffelijke wijnkeuze gemaakt en ook de gerechten die hij voorstelde zijn voortreffelijk.
Britt; Bedankt Johan. Jij bent vandaag mijn reddende engel.
Johan: Dat wil ik ook wel vaker zijn. Zullen we lopend teruggaan? Of is je dat te koud, dan vraag ik wel een taxi.
Britt; Nee, laten we gaan lopen, dan kan ik nog wat langer van je aanwezigheid genieten.
En zo lopen ze gearmd door de stille avond in het mooie Gent.
Britt voelt zich echt gelukkig nu, maar durft er bijna niet in te geloven. Johan merkt een hapering bij haar.
Joahn: Wat is er Britt?
Britt; Dat gevoel hè. Dat gaat haast niet meer weg.
Johan: Welk gevoel?
Britt; Dat elk beetje geluk wat ik voel wordt overschaduwd door een drie keer zo grote onweersbui.
Johan trekt aan Britt's arm en ze gaan op een bankje zitten en Johan neemt Britt stevig in zijn armen en streelt haar haren.
Zachtjes komen er nu tranen in Britt haar ogen en Johan doet die zorgzaam af.
Na een poosje lopen ze verder naar huis en horen van Lieve dat de kinderen al lang liggen te slapen.
Johan: Mag Simon hier vannacht blijven? Ik vind het jammer om hem wakker te maken.
Britt; Jawel hoor.
Ze denkt erover om hem ook uit te nodigen maar ze durft het eigenlijk ook nog niet goed. Eerst bied ze hem nog een koffie aan, en dan vraagt ze toch of hij ook wil blijven.
Johan: Als je een extra deken en kussen hebt, ga ik wel op de bank liggen.
Britt; Ik bedoel, je mag wel bij MIJ blijven.
Johan: Meen je dat? echt?
Britt; Ja.
 
 
De volgende ochtend is Johan al vroeg wakker. Hij weet niet goed hoe de kinderen zullen reageren op zijn nachtelijk overblijven en zorgt dus dat hij gedoucht en geschoren in de kamer zit voor ze uit bed komen.
Brittl loopt nog in de ochtendjas als de kinderen naar benden komen.
Simon: Lekker geslapen papa?
Johan: Ja, kerel.
Dorien: Goedemorgen mama. Lekker geslapen?
Britt; Ja hoor. Heerlijk.
En dan beginnen de kinderen te gniffelen. Die hadden al lang in de gaten dat Johan vannacht bij Britt in bed had geslapen.
 
 
Op het commissariaat merkt Tony direct dat het wel weer goed zit met Britt.
Tony: Hij precies nogal indruk gemaakt?
Britt; Wij zijn gisteren op restaurant geweest.
Tony: En??
Britt: (quasi onschuldig) Hoezo en??
Tony: En daarna??
Britt; Daarna hebben we bij mij nog een koffie gedronken.
Tony: En??
Britt: En toen is hij blijven slapen. Oh, Tony, zo snel al. Ik ken hem amper een week.
Tony: En was het fijn?
Britt: Heerlijk.
Tony: Nou, dan is er toch niets mis?
Nadine: Gaan we nog werken vandaag of zijn we een bemiddelingsbureau aan het worden?
Britt; Werken dan maar. Ik ben net voorzien.
Nadine; gefeliciteerd. Maar kunnen we vandaag op jullie inzet rekenen?
Tony: Voor 120%.
Nadine: !00% is ook goed hoor. Ongeval nabij de Zwijnaardse dries. Gaan jullie erheen? Mogelijk ongeval met opzet. Ik wil graag jullie bevindingen horen.
Tony: We zijn al onderweg.
In de wagen hoort Tony Britt uit over wat er allemaal gebeurt met haar en Johan. Ze is in haar nopjes als ze merkt hoe goed het Britt doet om weer verliefd te zijn.
Bij het ongeval is een behoorlijke oploop ontstaan. Een paar mensen houden een vrij stevige kerel vast tegen de grond gedrukt.
Tony: He, daar , wat is er aan de hand?
Man 1: Die gek daar knalt verdomme zo mijn zijne truck hier de straat op en rijd die vrouw van de fiets. Ze had een kind achterop.
Britt schrikt als ze dat hoort en kijkt om of ze de vrouw en het kind ziet.
Britt; Waar is die vrouw?
Man 2: Daar. Tegen dat busje.
Britt loopt erheen en ziet een huilende vrouw met een huilend kind op haar arm.
Britt; Britt MIchiels, politie Gent. Bent u gewond geraakt? Moet er een arts komen kijken? Hoe is het met uw kindje?
Vrouw: Met mij gaat het wel, maar kleine Sandra hier .....
Britt probeert voorzit de capuchon van het kinderjasje weg te doen maar het kind glit en krijst het uit. Britt ziet veel bloed en vertrouwd het niet en dus belt ze een ambulance.
Nadat die is gearriveerd en de moeder en het kind heeft mee genomen gaat ze eens kijken hoe Tony het ervan af brengt met de "gevangene" en de omstanders.
Tony heeft de omstanders zover gekregen dat ze de man hebben losgelaten, maar het is een behoorlijk agressieveling en als Britt Tony roept en die omkijkt, krijgt ze meteen een dreun voor haar hoofd en wil de man het op een lopen zetten.
Britt ziet dit, reageert in een fractie van een seconde en tackelt de man en heeft hem zo op de grond in de boeien liggen.
Britt; Tony gaat het?
Tony krabbelt net weer overeind en schud eens met haar hoofd.
Er loopt een straaltje bloed uit haar mond en ze voelt dat ze kwaad begint te worden. Britt reikt haar een zakdoek aan en vraagt nogmaals of het goed gaat.
Tony: Die vent heeft een stevige slag. Mijn kop doet best wel pijn.
Britt; Moet je ook even aar de dokter?
Tony: Zien we steraks wel.
Die omstanders zeggen dat die man willens en wetens de vrouw heeft aangereden, maar zelf zegt hij dat hij haar niet gezien heeft en ze zo uit een zijstraat is komen fietsen. En hoe is het met de vrouw en het kind?
Britt; Die zijn naar het ziekenhuis. We zullen er straks even langs gaan. Kun jij naar je hoofd laten kijken.
Tony: Ik laat de technische recherche komen, die kunnen de boel hier verder wel nakijken en optekenen. Wij nemen hem mee en gaan naar het bureau terug.
Britt; Hij gaat niet met ons mee. Bel maar een combi. Jij hebt net een pak slaag van hem gehad. Je kruipt toch niet weer met hem in een wagen?
Tony: Misschien ook maar niet. Ik bel wel een combi.
Als de man wordt afgevoerd is de TR al bezig met het opmeten van remsporen en het bekijken van de schades aan de auto en de fiets.
Tony: Nemen jullie de wagen mee naar de stalling?
TR: Ja, en we zullen je het rapport zo snel mogelijk opsturen.
Tony: Bedankt.
 
Britt rijd eerst naar het ziekenhuis om te zien hoe het met het kindje is.
Het is net naar de kinderafdeling gebracht waar het wordt opgenomen in verband met een hersenschudding en een gebroken been.
Britt: Mevrouw , wij zouden u nog wat vragen willen stellen. Wilt u even meelopen naar de gang?
Vrouw: Ik wil graag bij mijn kindje blijven.
Tony: U kunt zo weer naar haar toe. Wij moeten uw bevindingen ook hebben, anders moeten we die man zo weer laten gaan.
Vrouw: Het is mijn ex. Hij zit me al maandenlang te treiteren, maar dat hij zijn eigen kind van de weg zou rijden??
Britt; Dus er was kwaad opzet?
Vrouw: Zo zou je het wel kunnen noemen.
Britt: Ik weet dat u graag bij Sandra wilt blijven, maar we moeten een officiële verklaring opmaken. Als we nu wat gegevens opnemen kunnen we dat uitwerken maar we willen u wel vragen om naar het commissariaat aan de Belfortstraat te komen om de verklaring te tekenen.
Vrouw: Als Sandra straks kan slapen kom ik wel even langs.
Britt; Sterkte ermee hoor. Tot later.
 
Brit: En nu jij! (tegen |Tony)
Tony: Wat nu ik?
Britt; Je na laten kijken. Je bent na die klap onderuit gegaan. Je komt zo niet mee terug binnen.
Tony: Maar .....
Britt: Geen gemaar. Je weet wat Nadine zegt: eerst na laten kijken. Vooruit.
En Britt schuift Tony pardoes achter de gordijnen bij de eerste hulp.
Arts: Wat is er aan de hand?
Britt; Ze heeft een behoorlijk slag tegen haar hoofd gehad en is even onderuit gegaan. ik moet weten dat er niet wat mis is.
Dan begint de arts Tony te onderzoeken. Die heeft al een bloedhekel aan ziekenhuizen en helemaal als ze zelf wat mankeert.
Tony: Er is niks aan de hand. Laat me maar gewoon gaan.
Arts: Wilt u even het lichtje volgen? Oké. Doe het pijn als ik hier druk?
Tony: Auw. Verdorie. Je komt gezond hier binnen en nadat jullie bezig zijn geweest zal vast iedereen wat mankeren.
Arts: Zuster, neemt u haar even mee voor wat aangezichtsfoto's?
 
Na een kwartiertje is Tony terug met haar foto's, die de arts nu voor de lichtbak hangt.
Arts: Dacht ik al. Hier, en hier. Twee kleine scheurtjes. Een in het jukbeen en een boven de oogkas. Ik laat ook even de oogarts komen. Blijf rustig zitten.
Tony: Ik kan hier niet rustig zitten.
Britt; Tony!!
Tony: Oké. Ik zal wachten.
Oogarts: Kunt u de kaart voor me lezen? Eerst met het linker oog en dan met het rechter oog.
Tony leest vlot met het linker oog, en wil doorgaan met rechts, maar de arts verwisseld de kaart zodat Tony dus niet weet wat erop staat. Ze heeft veel moeite met het lezen.
Oogarts: Gaat u even hier voor de oogspiegel zitten. Ik wil even in uw ogen kijken. Ah, ik zie het al. Een kleine bloeding. Maar die kan grote gevolgen hebben. U moet platte bedrust houden.
Tony: Of anders?
Oogarts: Anders gaat door die bloeding het netvlies loslaten en zult u permanent het licht uit uw oog verliezen. We zullen het oog afplakken met een pleister zodat er geen licht in komt. Bij lichtinval gaat de pupil reageren en zullen de oogspiertjes aanspannen waardoor de bloedvaten meer bloed naar het oog zullen sturen met het risico op netvliesloslating.
Tony: Heb ik dat weer? En hoe moet ik me dan redden?
Britt; Geen zorgen Tony. Je komt gewoon een paar dagen bij mij tot het weer in orde is. Dokter, hoe lang moet ze bedrust houden?
Oogarts: Zeker 10 dagen.
Topny: WAT ??? Dat kan ik niet hoor.
Oogarts: En ik bedoel echt tien dagen plat. Niet opstaan om te eten, niet voor de TV of de computer, zelfs niet opstaan om te douchen of voor toilet. Op de po, en wassen terwijl u ligt.
Tony: Mooi niet.
Britt; Mooi wel. Jij wil t toch niet blind worden?
Tony: Blind? Je bedoelt ....?
Britt: Dat zei de arts net toch?
Tony: Maar dat is veel te veel werk voor jouw.
Britt; Ik vraag Nadine wel om administratief werk en ga dan wel thuis zitten werken.
Tonty: En Johan dan?
Britt; Wat is er met Johan?
Tony: Als die komt?
Britt; Die kom niet elke dag hoor. Ik wil gewoon eens wat voor je terug kunnen doen en nu kan dat.
Tony: Maar... maar... (protesterend)
Britt: Maar wat?!
Tony: Maar, ik bedoel jij bent net terug aan het werk en dan zou je nu voor mij weer thuis moeten blijven? Britt, dat kan niet. Daar doe ik niet aan mee.
Britt; Tony, wil je blind worden? En als ik het niet mag, dan moet je maar in het ziekenhuis blijven. Zul je ook leuk vinden.
Tony: (met een zeurderige stem) Moet het echt?
Britt kijkt haar eens meewarig aan en zucht eens diep.
Arts: Wat gaat het worden Tony: ga je met Britt mee, of reserveer ik hier een kamer voor je?
Tony: Oké, ik ga wel met Britt mee.
Arts: Britt, loop je even mee dan kan ik je nog wat instructies geven.
Tony: Hè, het gaat wel om mij hoor.
Arts: Jij moet nu rustig blijven liggen. Ik ga je zo een injectie geven zodat je wat slap en vermoeid zult worden. Dan kun je straks heel ontspannen met Britt met de auto terug en dan thuis direct het bed in. Ik maak een recept klaar voor pijnstillers en slaapmedicatie en dan kun je weg.
 
Op de gang benadrukt de arts nogmaals het belang van de strikte platte bedrust.
Britt is zich heel goed bewust van de risico's die Tony neemt maar besluit toch om voor haar te gaan zorgen.
 
Weer thuis begint Britt gelijk te trekken met het bed van Dorien, zodat dat in de kamer komt en Tony niet de trap op hoeft en toch ook wat van het huiskamergebeuren mee kan krijgen.
Dat Britt ervaring heeft met zorg voor zieken is al snel duidelijk. Ze heeft een dochter die ook wel eens ziek is en dan moet ze ook heel snel kunnen improviseren.
Binnen een kwartier heeft Britt de boel zover klaar dat Tony in bed kan en moet.
Britt: Blijf je liggen? Dan ga ik naar je huis wat spullen halen. Zeg me even wat je nodig hebt.
Tony: Ik zou het niet weten. Ik heb nauwelijks ervaring met ziek zijn, en al helemaal niet bij een ander in huis.
Britt; Dan neem ik je pyjama's en toiletspullen mee.
Tony: En graag mijn studieboeken en mijn schilderspullen.
Britt; Je moet rusten. Plat liggen heeft de dokter gezegd, en je ogen sparen.
Tony: Maar ik kan toch met mijn goede oog ...
Britt; Nee, dat kan jij niet.
Tony draait zich boos om en voelt zich heel ellendig.
Britt loopt nog even terug en legt de telefoon binnen handbereik en strijkt Tony eens door de haren.
Britt; Sorry dat ik zo streng moet doen, maar Tony, je hebt maar een paar ogen en die moet je je leven lang kunnen gebruiken. Wat als het niet goed gaat? Wat wil je dan doen met je schilderwerk? Of met je beeldhouwen?
Tony: Je hebt gelijk Britt maar ik vind het zo moeilijk.
Britt; Ik ben zo snel mogelijk terug en dan praten we daar wel over.
 
Britt haalt snel de spullen die ze denkt dat Tony nodig heeft. Dan gaat ze naar het commissariaat om net Nadine te overleggen over het thuiswerken en de situatie van Tony.
Nadine; Brit, neem je nu niet teveel hooi op de vork? Je hebt soms al moeite om je eigen leven op poten te houden en nu dit er nog bij?
Britt; Ik zal me wel redden. Ik wil het gewoon doen voor Tony, na alles wat ze voor mij heeft gedaan.
Nadine; Als je hulp nodig hebt wil ik wel afspreken dat je me belt, oké?
Britt; Dank je Nadine.
Nadine: Hier heb ik wel wat werk voor je liggen. Doe het vooral kalm aan, en zit alsjeblieft niet heel de dag in die dossiers of achter je laptop.
Britt; Ik ben nu ook parttime zuster, dus ik kan niet heel de dag politiewerk doen.
Nadine; Wens Tony beterschap en sterkte.
Britt; Doe ik.
 
Nu wordt het haasten om Dorien uit school op te pikken. Zo kan ze haar onderweg informeren waarom of Tony in de kamer in haar bed slaapt.
Dorien vind het best wel spannend.
Dorien: En dan mag ik bij u in bed slapen?
Britt: Dat dacht ik niet, dan doe ik 's nachts geen oog meer dicht.
Dorien: En waarom dan niet?
Britt: Omdat, wijsneus, jij me de hele avond de oren van het hoofd zult kletsen. Ik heb het opklapbed klaargemaakt en daar kun jij in slapen. Als Tony beter is en weer naar haar eigen huis gaat, en dan in het weekend mag je een keer bij mij in bed slapen.
Dorien: Als Johan er niet in ligt.
Britt kijkt haar dochter vragend aan.
Dorien: Dat doen jullie toch als jullie samen zijn?
Britt: Dat hebben we een keer gedaan.
Dorien: Simon zei dat Johan dat wel vaker wil. Gaan jullie het vaker doen?
Britt; Misschien wel. Ik vind Johan wel heel aardig.
Dorien: Wordt hij mijn nieuwe papa?
Britt; Zo snel gaat het echt niet Dorien. Kom, pak uw tas we zijn thuis, dan kunnen we samen met Tony een kopje thee gaan drinken. En denk eraan: rustig aan. Tony moet echt plat blijven liggen .
 
Britt doet het dubbele werk met liefde maar het gaat haar niet in de koude kleren zitten.
Nadat ze op de vijfde dag Tony heeft geholpen met wassen en een schone pyjama aandoen, zegt ze dat ze even om een boodschap moet.
Eenmaal buiten belt ze snel naar Nadine en smeekt haar bijna om hulp.
Nadine; Waar ben je nu Britt?
Britt; Even naar buiten . Ik heb gezegd dat ik om een boodschap moet.
Nadine; Kom dan even naar Bloch, dan nemen we een kop koffie en kunnen we praten.
Het doet Britt goed om even weg te zijn. Het is niet zo dat Tony veeleisend is. Integendeel zelfs. Ze vraagt nauwelijks iets aan Britt. Door de medicatie is ze behoorlijk suf en slaapt het grootste deel van de dag en gelukkig hele nachten,.
Het is Britt die zo zwaar tilt aan deze verantwoordelijkheid.
Nadine; Waarom ga je vanavond niet lekker uit met die advocaat ban je? Dan kan ik wel op Dorien en Tony passen.
Britt; Dat kan ik niet doen. Ik heb gezegd voor haar te zorgen en dan kan ik niet zomaar wegblijven.
Nadine; Dat kan je wel, en dat ga je ook doen. (en ze heeft haar mobiel al in de hand en belt direct het nummer van Johan, wat ze al gelijk aan hem gevraagd had de eerste keer dat ze hem zag) Zo, dat is dan geregeld.
Johan komt je om half zevenophalen en ik ben om half zes bij je en zal voor jullie koken, dan heb jij de tijd om je op te tutten en je mooi te maken.
Britt: Nadine, moet dat echt?
Nadine; Ja. En nu weer lekker naar huis en pak een mooi boek en ga Tony lekker voorlezen.
 
Na tien dagen zijn zowel Britt als Tony blij dat het rusten voorbij is.
Tony heeft gevoel dat ze Britt zeer tot last is geweest maar die zal dat toch niet toegeven.
Tony: Bedankt kanjer, dat je dit voor mij hebt over gehad. Wil je nog met me meegaan naar de oogarts?
Britt: Ja, hoe wil je er anders komen?
Tony: Oké, jij rijdt.
De oogarts is tevreden over de gevolgde platte bedrust. Het netvlies heeft zich spontaan weer gehecht en alles komt weer goed. Om langzaam weer aan het licht te wennen krijgt Tony nu een oogdop die gedeeltelijk licht doorlaat. Er zitten gasjes in en elke dag mag er een gaasje meer uit verwijderd worden totdat ze over zeven dagen een dop met gaatjes op heeft, en die mag vervolgens na vier dagen weer af.
 
Enfin, ook dat is gelukkig allemaal goed afgelopen en Tony hervat haar werkzaamheden weer samen met Britt.
Ze is een behoorlijk stuk rustiger geworden en dat vind Britt een prettige bijkomstigheid.
De rechtszaak die de overvallers had aangespannen om te worden ontslagen van rechtsvervolging zit voor de komende week op de agenda.
Tony merkt dat het nog veel invloed heeft op Britt.
Tony: Gaat het Britt? Ik bedoel met die rechtszaak die gaat komen?
Britt; Ik weet niet wat ik er van kan verwachten. Johan dacht dat hij niet zo sterk zou staan, maar je zult zien dat dat tuig het nog voor elkaar krijgt om vrij te komen en dan weet ik echt niet meer waar ik me nog veilig kan voelen.
 
Maar hoe wreed het ook lijkt, op de ochtend van de rechtszaak krijg Nadine bericht dat het hele verhaal wordt afgeblazen.
De overvaller had in de gevangenis behoorlijk lopen opscheppen over zijn vervroegde vrijlating en zijn gezworen actie om Britt eens heel goed terug te pakken, dat hij zo veel klop had gehad dat hij in de cel aan zijn verwondingen was bezweken.
Britt is helemaal beduusd als ze dit hoort. Het zit haar niet lekker. Tuurlijk, geen rechtszaak en geen angst dat hij achter haar aan zal komen, maar dat hij dat nou met de dood zou moeten bekopen? Nee, dat was ook weer niet nodig geweest.
Tony begrijpt heel goed hoe Britt zich nu voelt en houd bewust een beetje afstand om haar een en ander te laten verweken.
Na de dienst vraagt ze of Britt zin heeft om samen wat te gaan drinken maar Britt wijst dit af. Ze wil heel graag naar haar eigen huis, de warmte en de veiligheid van het thuis zijn opzoeken.
Tony: Prima Britt, een andere keer dan? Bel je wel als je ergens mee zit, of gewoon even je verhaal kwijt wilt?
Britt; Doe ik. Bedankt Tony.
Britt had gehoopt dat Johan zou komen, maar die was al weer naar Brussel voor een nieuwe ronde gastcolleges en Britt wilde toch eigenlijk wel heel graag praten, dus belde ze Tony.
Tony: Wil ik komen of wil je liever over de telefoon?
Britt; Wil je komen?
Tony: Oké tot zo.
Na een half uurtje is Tony aangekomen bij Britt...
 
Tony: Gaat het, Britt? (vriendelijk)
Britt: Eigenlijk niet zo. Ik zit met een heel dubbel gevoel. Ik ben blij dat hij mij niet meer achterna kan komen, maar dat hij dood is ..... dat was hem toch ook niet gegund?
Tony: Je zult er wel overheen komen. Dat zal echt nog wel slijten. Maar, hoe voel je je verder? Die depressie lijkt aardig in remissie, is het niet?
Britt; Dat durf ik gewoon nog niet hardop te zeggen. Ik denk af en toe wel eens dat het beter gaat, maar meestal gebeurd er dan weer wat en voel ik me weer afglijden.
Tony: Dat zijn juist de tekenen van herstel; dat je de verschillen zo goed waarneemt. Ik vind je een heel stuk opgeknapt bent. Je ziet er gewoon veel opgewekter uit, en ik zie je weer genieten van de dingen om je heen, je hebt ruimte gemaakt en gekregen voor een nieuw lief. Dat zit wel goed Britt.
Britt: Echt waar Tony?? Ja, jij kan het weten met je psychologiestudie. Ga je daar trouwens nog wat mee doen verder?
Tony: Misschien dat ik mij wat verder kan inwerken in slachtofferbejegening, maar dat is voor later. Ik moet nog twee modules en ergens de tijd vandaan halen om stage te lopen, en dat duurt ook toch denk ik wel een jaar of zo, op verschillende werkvelden in de psychologie.
Britt; Ga je weg bij ons (geschrokken) ???
Tony: Nee. Dat denk ik niet.
Britt; Tony??
Tony: Ach Britt, soms denk ik er wel eens over, vooral als ons zoiets overkomt als waar we net weer uit zijn, maar meestal heb ik het toch heel goed naar mijn zin.
Britt; En je studies dan? Dat kost toch een hoop tijd en geld en energie, dat doe je toch niet voor niks?
Tony: Weet je nog waarom ik weer ging studeren?
Britt; Heb je mij dat verteld?
Tony: Ja.
Britt: Tony, zeg niet dat ik vergeetachtig ben?
Tony: Tuurlijk ben je dat niet, maar je had toen denk ik wel wat anders aan je hoofd. Ik ging studeren omdat ik dat vroeger al was begonnen maar het toen alleen maar deed om te vluchten van huis en een ideaal beeld nastreven wat er niet bleek te zijn. En toen ik jou als partner kreeg raakte ik weer heel erg geboeid in intermenselijke relaties, dus zo ging het.
Britt; Oh, ja dat had je mij wel verteld.
Tony: Zeg, waar zit die Johan van jou eigenlijk?
Britt; Brussel. Weer gastcolleges geven.
En dan gaat Tony haar mobiel. Het is Nadine die met een situatie zit, of ze naar het commissariaat kan komen, eventueel samen met Britt.
Tony: Britt, kan Lieve komen oppassen? Nadine heeft ons opgeroepen.
Britt: Ik bel wel.
 
En zo zitten ze op donderdag avond om half acht weer op het werk.
Nadine: We hebben melding gekregen dat een man die in echtscheiding ligt met zijn vrouw hun dochtertje heeft ontvoerd.
Tony: Weten we waar hij is met het kind?
Nadine: Nee. Toen de vrouw uit het werk kwam trof ze haar dochtertje niet aan en is gaan zoeken door het huis, bij vriendinnetjes, op school. Nergens.
Britt; Maar dat wil toch niet zeggen dat ze ontvoerd is?
Nadine geeft Britt een plastic zakje waarin een briefje steekt.
Het leest: ELKE BLIJFT BIJ MIJ !!!
Tony: Laat eens zien?
En ze bestudeerd het aandachtig. Het is handgeschreven, een schoon en net handschrift.
Tony: Wat doet die man voor zijn werk?
Nadine: Bankdirecteur. Flink wat poen, dus om de centen hoeft hij het niet te doen.
Britt: Kunnen we naar die vrouw toegaan?
Nadine; Daarom heb ik jullie geroepen. Willen jullie nu gaan of bel ik haar voor een afspraak voor morgenochtend?
Britt: Zijn er bedreigingen geweest over de situatie van het kind?
Nadine: Nee, nog niets over gehoord.
Britt; Kunnen we er dan morgenochtend heen? Ik bedoel, als het geen haast lijkt te hebben dan .....
Tony: Maar wat als hij haar meeneemt het land uit? Dan raken we elk spoor kwijt. Ik denk dat we beter nu direct moeten proberen zovele mogelijk informatie los te krijgen en het meisje op de telex zetten, zo kunnen we hem net een stapje voor blijven.
Britt zucht nauwelijks hoorbaar.
Maar Tony had het wel gemerkt.
Tony: Nadine mag ik het dossier? Ik zal eens gaan zien. Ga je mee Britt?
Bij het bureau vraagt ze aan Britt waarom of die nu niet mee wil.
Britt kan echter geen antwoord geven.
Tony: Of is het om Dorien? Associeer jij die situatie teveel omdat je zelf een kind hebt?
Britt; Hoe kom je erbij?
Tony: Wat is dan het probleem?
Britt; Ik heb met dat kind te doen. En ik ben bang dat hij haar wat zal aandoen.
Tony: Des te meer reden voor ons om haast te maken. Maar als je niet wil, of er niet tegen kan, dan ga ik wel alleen.
Britt; Maar Nadine...
Tony: Britt, ik maak er geen probleem van.
Britt; Ik ga wel mee. Ik zal me er gewoon even over heen moeten zetten. Toch?
Tony: Ben ik volledig met je eens. Rijd jij of rijd ik?
Britt: Zal ik weer eens achter het stuur gaan?
 
De vrouw, Saskia D'Hooghe, van meisjesnaam Duvall, doet uitgebreid verslag van de ruzies tussen haar en haar man.
Hij is sinds 4 jaar directeur bij een grote bank en heeft zich een bepaalde leefstijl aangemeten waar zij niet mee om kan gaan. Vaak dure etentjes, en een heleboel sociale verplichtingen, luxereisjes en dergelijke. Niet dat ze daar vies van is, oh, nee, haar eigen werk, mede-eigenaresse van een modellenbureau levert dezelfde voordelen en privileges op, nee, maar het komt zo ongelegen om twee van die luxe leventjes naast elkaar te leven. En daar begon de dochter onder te leiden.
Pa wilde haar op tennis en paardrijden, en ma wilde haar in het modellenwerk en aan het zeilen.
Tony: Hoe oud is Elke?
Saskia: Ze is zeven jaar.
Britt: Heeft u een recente foto van haar die we mee kunnen nemen?
En daar kwam de trotse moeder aan met een complete portfolio met wel veertig geposeerde foto's van het arme kind.
Nadat Tony vond dat ze voldoende informatie hadden vroeg ze of ze elke informatie die ze nog kon bedenken, en elk contact dat haar ex met haar zou hebben , direct door te geven aan de politie, zodat ze sneller in staat zouden zijn om Elke terug te vinden.
 
Saskia: Zal ik doen. Moet ik thuis bij de telefoon blijven wachten of kan ik vanavond wel naar de sociëteit?
Tony: (die het nu echt gehad had met deze tante) U moet zorgen dat u ten alle tijd bereikbaar blijft voor uw ex of uw dochter.
 
Weer in de wagen maakt ze het geluid of ze moest kotsen.
Britt: Alles goed Tony? Of ben je ziek aan het worden?
Tony: Zulk soort mensen maken me ziek. Dat kind is verdorie zeven jaar en kijk eens hoe het geleefd wordt. Ze kan niet eens kind zijn !! Alles moet in het teken van pa of ma staan.
Britt: Zou ze wel ontvoerd zijn dan? Of worden wij gebruikt om die echtelijke ruzie voor hun op te lossen.
 
Tony: Ik hoop echt voor hun niet dat ze ons daarvoor gebruiken.
Britt: En wat wil je er tegen doen? Dat kind wordt nog steeds vermist.
Tony: Vind jij het niet vreemd dat die Saskia niet eens een vermoeden had waar de vader zijn kind verstopt heeft? Ik bedoel, als je al zo lang bij elkaar bent dan weet je toch alle inns en outs van elkaar.
Britt: Dat zou je wel denken. Kom, we rijden binnen en zetten haar op de telex en leggen een dossier aan en dan dacht ik dat de dag lang genoeg was geweest.
 
Die nacht kan Tony de slaap niet vatten. Die situatie met dat kind speelt door haar hoofd, maar meer nog de vraag van Britt of ze wel bij de politie blijft. Ze heeft immers ondertussen een flinke winkel aan diploma's, certificaten en getuigschriften gehaald, dus zo moeilijk zou het niet moeten zijn om ergens anders aan de slag te kunnen. Maar het grootste deel van haar werk vind ze ook wel leuk, maar toch .....
En zo gaat haar halve nacht wakend voorbij.
De volgende morgen heeft ze donkere kringen om haar ogen van het slaaptekort.
Britt; Heeft het je zo bezig gehouden dat je niet kon slapen Tony?
Tony: Ik heb er wel aan liggen denken. Is er vannacht nog wat nieuws over die zaak binnen gekomen?
Britt: Niets, nada, niente. Zullen we eens naar de bank gaan en zien of pa met de poen daar is?
Tony: Mijn idee.
Britt: Dan had je echt eerder op moeten staan.
 
Op de bank is de heer D'Hooghe niet aanwezig, en niemand vind dat bijzonder. Hij moet immers vaak op reis, of belangrijke klanten ontmoeten, soms op locatie.
Britt: Hebt u zijn mobiele nummer?
Employee: Dat hebben wij, maar dat mogen we niet geven.
Tony: Nu wel, het is een belangrijke politiezaak.
Employee: Dan zult u toch met een gerechtelijke order moeten komen, anders kan ik u dat nummer niet geven.
Tony: Luister eens, dame, de dochter van de heer D'Hooghe wordt vermist. Hoe zou u het vinden als uw dochter spoorloos was? Dan nog zo behouden over zo'n telefoon nummer?
Employee: Maar als ik er problemen mee krijg .....
Tony: Die problemen zullen vele malen groter zijn als je het nummer niet geeft.
Employee: Oké dan. Hier is het nummer.
Terug op het commissariaat proberen ze te achterhalen welk de provider is en of ze een tracering kunnen laten uitvoeren. Ook hier weer een hoop bureaucratische bullshit.
Kwaad gooit Tony de haak weer op.
Britt; Koffie, Tony?
Tony: Zwart, heet, en heel sterk. Hier word ik niet goed van.
Britt; Alleen kalmte zal u redden.
Tony: Zeg, niet zo zalvend vandaag, daar staat mijn hoofd niet naar.
Nadat Britt de koffie heeft gehaald probeert zij het nog eens bij de telefoondienst en met een alleraardigste smoes weet zij het voor elkaar te krijgen dat het nummer getraceerd kan worden als het wordt opgebeld.
Tony kijkt eens kwaad naar Britt. Pakt dan haar eigen, niet traceerbare toestel en belt het nummer dat ze op de bank hebben gekregen, maar er wordt niet opgenomen.
Tony: Verdomme, wat een klotendag is het zeg.
Britt; Te weinig geslapen vannacht? Je was toch alleen?
Tony: Zeg, hou effen op, wil je?
Britt; (aangeslagen) Sorry, ik dacht dat jij wel tegen een grapje kon?
Tony: Maar vandaag niet.
Britt probeert nogmaals het nummer van de heer D'Hooghe en krijgt nu wel verbinding, maar ze krijgt een vouwenstem aan de telefoon.
Britt: Goedemorgen, u preekt met Britt Michiels. Ik ben op zoek naar de heer D'Hooghe, de bankdirecteur.
Stem: Sorry, hij kan niet aan de telefoon komen.
Britt; Maar het is dringend. Desnoods wacht ik wel even, maar ik moet hem echt dringend spreken.
Dan legt ze haar hand over het spreekdeel en fluistert Tony toe om te zien of er bericht komt van het telefoonbedrijf.
Britt zit geduldig te wachten, wel vijf minuten lang en dan ineens hoort ze een zware mannenstem op de achtergrond vloeken en schelden, de hoorn wordt ruw over genomen en met een knal in de haak gesmeten. Britt's oor doet er pijn van en de schrik is haar duidelijk af te zien.
Tony: Zo, boontje komt om zijn loontje.
Britt; Maar ik had wel zijn nummer, en de lijn stond lang genoeg open om hem te traceren.
Tony: Wachten dus. Ik ga even wat broodjes halen. Wil je ook?
Britt: Nee dank je. Ik neem zo nog wel een koffie.
Tony: En je eten dan? Doe je dat eigenlijk wel?
Britt; Als ik trek heb.
Tony: Het is jouw lijf. Ik ben over een half uurtje terug.
 
Onderwijl krijgt Britt bericht waar het gesprek geplaatst kon worden: Ooike.
Als Tony terug komt ziet ze er nog steeds boos uit, maar is in elk geval wel blij als Britt een ongeveer locatie weet.
Britt: Ooike, dat ligt
Tony: Ten westen van Oudenaarde, dat weet ik. Gaan we erheen of moeten we toestemming vragen aan Nadine?
Britt: Laten we haar maar even briefen.
Nadine: Jullie weten waar die telefoon is, maar hebben jullie ook aanwijzingen dat Elke daar is?
Britt; Nee nog niet, maar we zouden hem kunne vragen of hij weet waar zijn dochter zich bevind.
Nadine: En jij denkt dat hij dat zo aan jullie zal zeggen?
Tony: Ik denk het niet. Ik denk dat we die vrouw, die Saskia weer eens moeten gaan horen, als ze tenminste niet naar de sociëteit heen hoeft !
Nadine: Is er wat Tony?
Tony: Die trut heeft helemaal geen aandacht voor haar dochter als kind. Ze jaagt dat arme wicht nu al op door al die fotoshoots en dat kindermodellen werk.
Nadine: Waarom zou ze dan melding maken van ontvoering?
Britt; Misschien dat ze er met haar man niet uitkomt, ik bedoel uit die echtscheiding, en dan laat ze ons er voor opdraaien. Niet bepaald een zaak met prioriteit voor politie dacht ik zo.
Nadine; Als je het zo uitlegt misschien niet, maar ik denk dat je haar maar moet laten binnenkomen. En neem contact op met de politie in Oudenaarde zodat die het adres eens kunnen bezoeken.
Tony: Doen we.
 
Een uur later zit Saskia in het verhoor(namaak) tranen te huilen.
Saskia: Oh, als hij haar maar niet wat aandoet.
Britt; Is daar reden voor om dat te denken.
Saskia: Hij kan nooit van vrouwen en meisjes afblijven.
Tony: Heeft u nog contact me hem gehad nadat we bij u zijn geweest?
Saskia: Hij belde vanmorgen.
Tony: Hoe laat en waar was u toen? En heeft hij gezegd wat hij wilde?
Saskia: Het was tegen half twaalf. Ik was net aan het shoppen. Hij zei dat hij mij wilde ruïneren. Ik zou zijn carrière in gevaar brengen.
Britt; En wat zei hij over Elke?
Saskia: Daar heeft hij niets over gezegd.
Britt: Wat raar. Uw dochter wordt vermist, u vind een briefje in wat u zegt, is zijn handschrift, en dan zegt hij niets over Elke?
Saskia: Hij zei wel wat, maar ik wist niet wat ik er mee moest.
Tony: U moest contact met ons opnemen, hadden we gevraagd.
Saskia: Sorry, vergeten.
Britt: Omdat u zonodig moest shoppen? Is dat belangrijker dan uw kind??
Saskia: Maar hij maakt mij het leven zo moeilijk, ik had het gewoon even nodig, wat tijd voor mezelf.
Tony (heel goed haar best doende om niet vreselijk tegen Saskia tekeer te gaan) Kunt u hem bereiken via zijn mobiele telefoon?
Saskia: Ja hoor.
Britt: Bel hem dan nu, en hier, en vraag waar Elke is. (hele streng)
Saskia is wat overdonderd en belt direct haar ex, Gerben.
Gerben: Wat is er? Schiet op, ik heb geen tijd voor uw gezemel.
Saskia: Weet jij waar Elke is?
Gerben: Tuurlijk, ze is bij mij. Daar krijgt ze tenminste nog wat opvoeding.
Saskia: Maar ik wil haar hebben.
Gerben: Lazer op. Jij kunt niet eens voor jezelf zorgen, laat staan voor haar.
Saskia: Wat moet ik doen om haar terug te krijgen?
Gerben. Jij kunt niets doen om haar terug te krijgen.
Saskia: Maar ik moet haar zien. Laat me haar zien Gerben.
Gerben: Jij bent het niet waard om een kind te hebben.
Saskia: Is ze bij je? Kan ik haar spreken?
Gerben: Heel kort en dan wil ik dat je uit ons leven verdwijnt. Je blijft weg, of ik zorg dat je weg blijft.
Saskia: Elke?? Meisje is alles goed met je? Mama mist je zo. Ik wil je graag zien.
Elek: Ik wil niet bij papa blijven. Hij doet me pijn.
Saskia: Wat doet hij dan?
Elke: Hij slaat en hij doet andere dingen met met mij. Ik weet niet hoe jullie dat noemen maar het doet pijn.
Saskia is totaal versalgen als ze dit hoort.
Britt fluistert haar toe: Wat is er Saskia?
Saskia: (terug fluisterend) Hij doet haar pijn.
Britt; Probeer of je een ontmoeting kunt beleggen. Dan gaan wij mee en zullen Elke vrij zien te krijgen.
Saskia (weer in de telefoon) Meisje, Elke, zeg tegen papa dat ik je heel graag wil zien.
Gerben: En dan blijft je voorgoed uit haar leven !!
Saskia: Een keer dan Gerben, alsjeblieft. Ik moet haar zien.
Gerben: Trut, luister je weer eens een keer niet naar mij? Ik zei toch één keer?
Saskia: Waar en wanneer?
Gerben: Ik bel je nog (En dan verbreekt hij acuut de verbinding)
Tony: Wat zei hij daarop?
Saskia: Hij zei dat ik haar nog een keer mag zien en dan moet ik uit zijn leven verdwijnen of hij zorgt ervoor dat ik voorgoed verdwijn.
Britt; Heeft hij gezegd waar en wanneer?
Saskia; Nee, dat laat hij nog weten.
Tony: Heb je het idee dat je door hem of iemand uit zijn kringen wordt geschaduwd?
Saskia; Ik zou het niet weten.
Britt: Ga dan terug naar huis en blijf daar. Elk contact wat hij legt moet je direct aan ons doorgeven. We zullen toestemming vragen om je telefoon af te luisteren en we zullen stand by zijn zodra hij wat van zich laat horen.
sakia: Wat gaan jullie doen dan?
Britt; Dat zullen we met ons team nog overleggen. Belangrijk is dat je ons DIRECT bericht als hij ontpak heeft met je.
 
Nadat Saskia is vertrokken gaan Brit ten Tony weer overleggen met Nadine. Die zegt toe om een telefoonafluistering te regelen met justitie. Verder moeten ze zelf ook stand by blijven omdat Gerben zomaar, elk moment contact kan leggen.
Britt belt naar Lieve om Dorien uit school te halen en vanavond op te passen .
Daarna gaat ze nog eens door de gegevens die ze in de loop van het onderzoek heeft verzamelt en gaat er ontspannen bij zitten.
Tony kan nog niet uit de voeten met haar frustratie.
Tony: Britt ik ga even een ommetje maken. Ik heb gewoon wat frisse lucht nodig.
Britt; Is goed. ik vermaak me hier wel.
 
Maar binnen twintig minuten is Tony al weer terug, hijgend en wel, want ze had stevig doorgestapt om terug te komen.
Brit; Wat heb jij? Ben je een spook tegengekomen of zo?
Tony: Dat mens loopt gewoon weer te shoppen. We hadden toch gezegd dat ze naar huis zou gaan?
Brit; Dat hadden we wel gezegd. Ik bel haar wel even mobiel. Even een beetje laten schrikken.
En inderdaad, Saskia schrikt hevig als ze Britt aan de telefoon krijgt.
Saskia: Ik moest nog even naar die ene winkel.
Britt; Het is verdomme uw kind wat we proberen vrij te krijgen. Toon in elke geval en beetje het idee dat je om haar geeft. !!
Tony kijkt haar geschrokken aan.
Britt kijkt eens vastberaden terug.
Britt; Dat moet ze ons, in elk geval mij, niet flikken.
Tony: Nee, je zei het goed. Dat moet ze bij mij ook niet doen.
 
Wachten duurt altijd lang, en helemaal op deze vrijdagavond.
Het is al na elf uur als er eindelijk een telefoontje komt.
Saskia: Gerben heeft gezegd dat ik haar morgen om elf uur mag zien. Waar, dat laat hij nog weten, dat wilde hij nu niet zeggen.
Britt; Bel ons direct als je wat van hem hoort.
Moe en verveelt pakt Tony haar jas en wil naar huis gaan.
Britt; Hey, waar ga jij heen?
Tony: Naar huis. Ze zei toch dat ze haar morgen pas mag zien.
Britt: En wat als ze vannacht belt?
Tony: Dan bellen ze mij maar uit bed. Maar dat kan alleen als ik er eerst IN heb gelegen. Ik ben moe en ik wil naar bed. Ik zit hier al vanaf half negen vanmorgen.
Britt; Ja, gelijk heb je. Ik meld ons even af bij Nadine.
Nadine: Ben je nu nog op het bureau dan? Hup, naar huis, je bed in, Je kan er zo maar weer uitgebeld worden. En als er contact komt moet je mij ook bellen. Ik wil er ook bij aanwezig zijn.
Britt; Is goed. Welterusten.
Nadine: Ja, voor jullie ook.
 
Deze nacht is het Britt die onrustig slaapt. Omdat ze gewoon verwacht dat ze eruit gebeld zal worden.
Tony heeft een verloren nacht in te halen en die slaapt zodra ze haar bed ruikt.
Om half zes die ochtend gaat Britt haar telefoon. Het is de dienstdoende officier van de politie. Saskia had gebeld dat ze haar dochter om half zeven die ochtend mag zien bij de loodsen nabij de Koopvaardijlaan.
Britt belt ook naar Tony en Nadine en ze treffen elkaar rond kwart zes uur op het commissariaat. De nachtploeg heeft inmiddels Saskia bij haar huis opgehaald en zij krijgt nu instructies hoe ze moet handelen als haar man met hun dochtertje komt.
Tony vind het op zijn minst heel eerg vreemd dat Saskia niet nerveus is. Ze heeft zo haar bedenkingen bij deze vrouw en het voelt bepaald niet goed.
Nadine; Ik wil dat jullie je kogelvrije vesten gaan dragen. Ik heb een back-up ploeg al op het terrein gestuurd. Ik weet niet tot wat die Gerben in staat is, maar iemand die sociaal zoveel aanzien heeft, heeft meestal ook wel wat donkere randjes op zijn CV staan.
Tony: Ik wist niet dat hij gewapend was.
Nadine: Dat weet ik ook niet zeer, maar ik neem voorzorgsmaatregelen.
Britt; Saskia, heeft Gerben een wapen, of kan hij bij wapens komen?
Saskia: Ja hij is lid van een jacht en schietvereniging.
 
Britt; Heeft hij een eigen wapen dat hij zou kunnen gebruiken?
Saskia: Misschien, dat weet ik niet. Wij hebben elkaar al een tijdje niet gezien, dus ik weet niet wat hij er nu mee doet.
Britt wenkt Tony mee naar de kleedkamer.
Britt; Wat denk je Tony?
Tony: Louche zaak. Voorzichtig zijn, en luisteren naar Nadine: Kogelvrije vesten aan !!
Britt; Ja, ma, zal ik doen.
Tony: Britt, alsjeblieft. Ik vind dit zo'n klote zaak, ik kan even niet goed tegen grapjes.
Britt; Wat is er toch met je Tony, zo ken ik je helemaal niet.
Tony: Ach, ik voel me voor een karretje gespannen en daar hou ik dus helemaal niet van. Ik wou dat het voorbij was en we eens gewoon politiewerk konden gaan doen.
Britt; Maar dit is gewoon politiewerk
Tony: Wat je gewoon noemt.
Britt; Gaat het wel Tony? Ben je zeker genoeg van jezelf om mee te gaan naar die loodsen? Als je angstig bent is dat niet bepaald de plek waar je dan moet zijn.
Tony: Britt ik ben niet angstig, ik ben gewoon pissed-off, dat is alles.
Britt; Zullen we dit varkentje dan eens even goed wassen? Klarend klus en weekend houden. Gaddamme, zaterdagochtend en dan al om half zeven dit soort werk moeten doen. Dat hadden ze me niet gezegd toen ik bij de politie ging.
Tony: Welkom in de wereld van de volwassenen.
Britt; Ja,en bedankt voor dit opbeurende gesprek hè?
Tony: Jij begon erover!
Nadine: Zijn de dames eindelijk zover dat we op weg kunnen?
Britt en Tony: We komen.
 
Aan de Koopvaardijlaan zijn de drie back-up teams al verspreid over het gebied en staan in contact met Nadine via het oortjes systeem.
Britt en Tony dragen ook oortjes en ieder heeft zijn eigen positie, redelijk goed uit het zicht van het vrije veld, zodat Gerben niet gealarmeerd wordt als hij vreemde auto's ziet staan.
Hij had dan wel gezegd half zeven, maar om acht uur is er nog steed geen spoor van hem, en Saskia zit rustig in de wagen haar sigaretjes te roken en telefoontjes te plegen met haar vriendinnen van de club.
Britt begint behoorlijk kriegel te worden en Tony's stemming is ook niet al te best.
Tony: Als hij pissig is op haar, dan hoeft hij ons weekend toch niet meteen ook te verknallen?
Britt; Mannen !!
Tony: Wat is daar mis mee?
Britt; Als je de goeie hebt niets, maar dit soort ?? Dat kan me gestolen worden.
Tony: Ssssstt. Ik hoor wat. Ja, er komt een wanne aanrijden. Een grote en dure. Kijk goed uit.
Dan zien ze een enorme Mercedes het terrein opkomen en vlug stapt Saskia uit en loopt op de wagen af.
Tony: Verdomme, stomme trut. HIJ moet uit zijn wagen komen.
Even later komt hij ook uit de wagen met zijn dochtertje vlak voor zich en een geweer tegen haar hoofd geduwd.
Britt; Shit. Zo kunnen we hem niet oppakken. Die Saskia is echt wel een dom ding. Staat ze daar een beetje naar ons te zwaaien. Zo heeft hij toch zo in de gaten dat ze niet alleen is?
Tony: Die loopt nog eens tegen een verdwaalde kogel aan.
Britt; Zeg niet zulke nare dingen Tony !
Tony: Maar als ze zo doet dan vraagt ze er toch om?
Britt; Ja, erg slim lijkt ze me niet.
 
Dan horen ze Gerben naar hun schreeuwen,
Gerben: Kom tevoorschijn zeg ik u.
Saskia: Britt, Tony, Gerben wil u zien.
Tony: Stomme trut !! Wat nu? Moeten we zo maar onze schuilplek verraden?
Britt; Hij vraagt naar ons.Misschien moeten we onderhandelen of wij Elke mogen sopreken.
Tony: Zou hij dat doen dek je?
Britt; Als we het niet vragen weten we het niet zeker.
Tony: Ga jij of ga ik?
Britt staat al op en komt uit haar schuilplek.
Gerben: Wapen weg en handen omhoog.
Britt; Laat ons met Elke praten. Wat kan dat kind er nou aan doen dat jullie ruzie hebben? Zo moet een kind van haar leeftijd toch niet leven?
Gerben: Kop houden en hier komen.
Britt; Ik mag niet zonder wapen naar u toekomen.
En dan richt Gerben zijn jachtgeweer op Britt die acuut stijf van schrik blijft staan.
Tony: BRITT !!!!!! PAS OP !!!!
Gerben: Nog zo een. Kom te voorschijn !!
En nu komt Tony ook langzaam tevoorschijn. Ze loopt diagonaal de lijn die Britt heeft gedaan zodat ze niet op de zelfde linie van elkaar staan. Tactisch is daar goed dover nagedacht alleen het voelt totaal niet goed voor Tony.
Tony mompelt wat in zichzelf en probeert de aandacht van Britt te trekken. Die is echter zo geconcentreerd op Gerben dat ze het bijna niet merkt.
Tonu: Britt!! Ik ga verder naar voren. Probeer hem af te leiden.
Britt; En dan: Wil je het kind uit zijn armen grijpen??
Tony: Ik kan hier niet staan en niets oen.
Britt; Tony doe voorzichtig aan !!
Tony: Altijd.
 
En langzaam gaat Tony nog wat verder naar voren terwijl Britt een heel verhaal begint tegen Gerben over hun kind, en dat Elke zo graag zou willen spelen en al dat soort zaken. Hij is duidelijk afgeleid door haar gezwets en Tony maakt daar dankbaar gebruik van.
Die denkt nog bij zichzelf: Dat mens kan lullen als Brugman, daar krijg je een olifant nog mee om. Goddank voor het spraakwater van Britt.
Maar ineens schrikt Gerben dat Tony al zo dicht genaderd is en hij richt zijn geweer op Tony en in paniek haalt hij de trekker over en raakt Tony vol op de borstkas.
Die knalt direct ondersteboven en blijft liggen.
Britt: TONY !!! NEEEE!!!!!
Saskia is naar haar dochter gerend en heeft haar meegesleurd naar haar wagen en wil wegrijden maar wordt geblokkeerd door Nadine, terwijl de overige teams Gerben hebben overmeesterd en in de boeien geslagen.
Britt rent op Tony af en laat zich op haar knieën naast haar vallen.
Britt; Oh, nee Tony, niet alle ellende opnieuw. alsjeblieft, zeg me dat het niet waar is.
Tony:Het is niet waar Britt; Het was een geweer met schroot. Dat raakt een groot oppervlak maar dringt niet diep door. Volgens mij is mijn vest nog wel goed, maar door het grote oppervlak krijg je een behoorlijke dreun en daarom ging ik onderuit.
Brit; Ben je oké? Ongedeerd?
Tony: Ik denk wat zere ribben en een zere pols van het vallen, maar verder ben ik denk ik wel oké. Wil je me even overeind helpen?
 
Wat wankel komt Tony weer in de been en heeft inderdaad wat moeite met ademhalen.
Ondertussen is Nadine ook aangekomen.
Nadnin: Tony, alles oké?
Tony: Ja, alles oké.
Nadine; Heeft je vest de kogel gestopt?
Tony: Het was schroot. Kijk maar. (en nu schrikt ze zelf ook even als ze ziet dat haar vest behoorlijk gehavend is)
Britt; Kom Tony, we laten je even onderzoeken. Dan ga jij naar huis en handel ik het met Nadine wel verder af.
Tony: Zeg, ik ben gevallen, ik kan verder wel werken hoor. Het is een klotenzaak, maar ik wil hem wel afmaken zodat ik later niet weer achtervolgd word hierdoor.
 
Tony blijkt inderdaad een paar gekneusde ribben te hebben en heeft wat moeite met diep doorademen maar kan, en zal , het werken toch niet laten en dus gaat ze met Britt mee terug naar het bureau om de verhoren af te nemen alvorens ze met weekend gaat.
Britt: Zullen we meneer de bankdirecteur gaan verhoren?
Tony: Goed.
 
Dus beginnen ze eraan...
 
Gerben: He, lekker ding. (tegen Britt)
Tony Houd je mond Gerben!
Gerben: Ah jij ook hier ik dacht dat ik op je geschoten had??
Tony: Goed gedacht maar ooit gehoort van kogelvrijevesten??
Gerben: Ja wel eens gehoord maar je zag er nou niet zo slim uit dat je zo'n ding aan zou doen.
Tony: Oke Gerben ik heb genoeg onzin gehoord waarom heb je dat kind ontvoerd??
Gerben zwijgt...
Britt: Antwoord!
Gerben: Jou wil ik wel es nemen, lekker ding van me. (sexistisch tegen Britt)
Britt schrikt...
... en loopt de gang op, recht in Johan's armen...
Johan: Hè Britt ! Da's ook toevallig. Hoe is het ermee?
Maar als hij in haar ogen kijkt ziet hij dat het dus helemaal niet goed is.
Johan: Kun je even weg? Ik wil even met je praten.
Britt; (half huilend) Ik weet niet of ik weg kan.
Johan: Vraag het Nadine even.
Tony (inmiddels ook buiten gelopen) Het is wel goed, ik zal haar wel even inlichten.
Britt; Bedankt Tony.
 
Johan en Britt gaan naar een café om de koffie en om met elkaar te praten.
Johan: Wat is er gebeurt dat je ineens weer zo verdrietig keek?
Britt: Wij hebben iemand aangehouden die zijn eigen kind ontvoerd had en toen we dat meisje wilde bevrijden heeft hij op Tony geschoten.
Johan: Alles is hoop ik toch goed met haar?
Britt; Ja, het valt wel mee. Maar nu moeten wij hem verhoren en hij maakt steeds van die seksistische opmerkingen en dan moet ik steeds weer denken aan wat er in het verleden gebeurd is. Zo kan ik het nooit eens verder komen in mijn leven als het verleden mij steeds blijft achtervolgen?
johan; Ja, dat kan je wel Britt. Ik wil je laten zien en ervaren dat er heel veel moois is in het leven. Heb je zin om het weekend met mij naar Parijs te gaan?
Britt; Je bedoelt, nu? Dit weekend?
Johan: Ja, en misschien nog wel vaker. Maar laten we eerst dit weekend maar eens pakken, als jij tenminste wilt?
Britt; Ik wee niet wat ik moet zegen. En Dorien dan? Dan moet ik eigenlijk mijn schoonmoeder vragen, en die denkt nog steeds dat ...........
Johan: Is er wat Britt?
Britt; Zij denkt dat nu Mark dood is, ik nooit meer een andere man zou mogen liefhebben.
Johan: Dat is toch onzin? Wij zijn gewoon bestemd voor elkaar. Ik denk dat je schoonmoeder zelf nog heel erg vast zit in haar verdriet en het je daarom niet gunt dat jij weer een nieuw lief hebt. Ik hou van je Britt. Ik wil voor je zorgen en heel veel met je samenzijn.
Britt; Ik eigenlijk ook wel. Als ik het maar kon toelaten.
Johan; Dat komt wel. Ga met me mee op mijn levensweg en je zult gaandeweg merken dat het je steeds beter en makkelijker af gaat. Maak me blij Britt. Zeg ja. Zeg ja als je met mij verder wilt in dit leven.
Britt: Ik zou heel graag willen Johan, maar ik ben bang dit ik u teleur zal stellen.
Johan: En ik geloof in het goede van de mensen.
Britt: U lijkt wel een advocaat, weet overal wel weer een draai aan te kletsen.
Johan: Had dk je nog niet verteld dan dat ik advocaat ben? (Lachend, en daardoor Birtt ook aan het lachen makend)
Britt: Ik zou wel een zoentje van u lusten. Als je lacht zie je eruit om op te vreten.
Johan buigt naar haar toe en geeft haar een klein zoentje op haar mond.
Britt; Dit smaakt naar meer, hoor.
Johan: Jou huis, of het mijne?
Britt; Je bedoelt ....??
Johan: Wat jij maar wilt. Nu, of vanavond. Dan kan uw schoonmoeder vast wennen aan het oppassen.
Britt; Ik zal haar zo even bellen.
En Johan pakt direct zijn mobiel om Britt te laten bellen.
Johan: Je moet het ijzer smeden als het heet is.
En dus belt Britt en vraagt of schoonmoeder vanavond wil oppassen, en ook van vrijdagmiddag tot zondagavond.
Ze hoort een zucht maar oma belooft wel om Dorien onder haar hoede te nemen.
Johan: Waar wordt het?
Britt: Mijn huis? Dat voelt voor nu nog gewoon iets veiliger.
Johan: Ik ben om half zeven bij je. En nu ga ik weer aan het werk. Tot later lieverd.
Britt; Tot vanavond.
 
Terug op het commissariaat zit Tony met een lach op haar gezicht aan het bureau.
Tony: Was ie goed?
Britt; Puikje. Wordt vervolgd, vanavond.
Tony: Toe maar. Ik wist niet dat de goesting zo groot was.
Britt; Gelukkig wel.
Tony: Nadine heeft aan Raymond en Pasmans gevraagd het verhoor van die D'Hooghe over te nemen zodat gevrijwaard bent van die vuile seksistische opmerkingen.
Britt; Dank je Nadine. Ik voelde me echt niet op mijn gemak bij die vent.
Nadine; Heb je binnenkort nog een afspraak met een psycholoog of psychiater? Misschien kun je eens wat raad vragen hoe om te gaan met dit soort spanningen. Het zou jammer zijn als het je werk negatief zou gaan beïnvloeden.
Britt; Ik zal hem straks bellen, en vragen of ik een afspraak kan krijgen op korte termijn. Ik wil er zelf ook geen last meer van hebben.
Tony: Britt, vind je het goed dat ik weg ga? Ik heb toch wel wat hinder van die ribben.
Britt; Ik wil je wel even wegbrengen.
Tony: Is goed.
En moeizaam hijst ze zich uit haar stoel en wankelt even omdat ze een lichte draaiing krijgt.
Britt; Is het echt wel goed met je Tony? Je ziet best wel wit in je gezicht.
Tony: De adrenaline heeft me nogal uitgeput. Als ik straks thuis kom kruip ik denk ik maar lekker in bed.
Britt; Lijkt me een strak plan.
 
Die week moet Tony noodgedwongen een paar dagen verstek laten gaan en kan Britt zich haar dagen vullen met bureauwerk, wat ze voor nu even helemaal niet erg vind.
Al lezende door wat oude dossiers vind ze een merkwaardige notitie, die Tony ooit eens heeft gemaakt bij het verhoor van een getuige van een verkeersongeval.
Ze legt het dossier apart en zal het navragen als Tony terug komt.
 
Britt heeft zelf een heerlijk weekend met Johan in Parijs. Ze varen op de Seine, dineren aan de voet van de verlichte Eiffeltoren, wandelen door Quatier Latin, en genieten van het zonnetje op de trappen van de Sacre Coeur.
Britt; Bedankt Johan dat je me dit allemaal laat meemaken.
Johan; Voor zo'n mooie vrouw als jij, zal ik alles doen om haar maar gelukkig te maken en te zien lachen.
Britt; Je maakt me verlegen.
Johan: Dat gaat ook wel weer over. Maar het is helaas tijd voor ons om terug te gaan. Je zult Dorien denk ik ook nog op moeten halen?
Britt; Ja, ik heb beloofd om haar voor acht uur weer op te halen.
Johan; Wil ik met je mee gaan?
Britt; Nee, liever nog niet. Laat ze maar eerst wennen aan het idee dat ik weer iemand zie.
Johan; Is dat alles? Iemand zien?
Britt; Natuurlijk niet lieverd, maar voor haar is dat al bijna een doodzonde.
Johan: Ik was al bang dat je mij niet zag zitten.
Britt; Ik zie je helemaal zitten Johan, helemaal.
 
Maandag is dan Tony terug op het commissariaat maar Britt vind niet da ze er goed uitziet.
Britt; Alles wel oké Tony? Je ziet er zo droevig uit. Heb je ook nog hinder van je gekneusde ribben?
Tony: Het gaat wel. Een paar nachten moeilijk geslapen en dan spookt er van alles door je kop.
Britt; Wil je erover praten?
Tony: Nee, nu liever nog niet. Ik moet gewoon de boel eerst weer een beejte op een rijtje krijgen.
Britt; Ik ben er als je je ei kwijt wilt. En je weet dat je me ook thuis mag bellen of langs komen.
Tony: Ja, dat weet ik. Maar ik moet deze week weer terug naar Brussel.
Britt; Voor die uitslag van die tentamens?
Tony: Weet ik niet. Ik kreeg een brief vorige week en heb me suf geprakkiseerd wat ze daar mee bedoelen.
Britt; Wanneer? Wil je dat ik weer meega?
Tony: Nee, dat hoeft niet. Het is maar voor twee uurtjes of zo, dan zou jij een hele dag op moet nenem en zoveel is het echt niet waard hoor.
Britt; Ik hoor het wel. Zeg Tony? Vorige week vond ik een notitie van jou bij het verhoor van die getuige van dat verkeersongeval, maar ik begreep het niet helemaal. Ik heb het dossier nog even hier gehouden. Weet jij nog wat het betekend?
Tony: Laat eens zien?
En Tony leest het aandachtig door, maar doet haar uiterste best om geen reactie te laten blijken.
Ze kon zich nog heel goed herinneren waarom ze die notitie had gemaakt. Die getuige had namelijk, zonder dat hij het zelf wist, informatie gegeven over drugshandel en dat was een zaak waar zij en Britt ook al een hele tijd hun tanden in hadden gezet, maar wat helemaal vast was komen zitten.
Die drugstoestanden waren van het zware sprot; eentje waar men niet keek op een dode meer of minder, en dan maakt het niet uit of het een kleine jongen was of een grote baas, een domme sukkelaar die toevallig op de verkeerde plek was of een agent.
En Tony was er bijna zeker van dat Brit ter op dit moment nog niet echt tegen opgewassen was.
Tony: Vaag zegt het me iets maar ik zou niet mee weten wat. Laat het dossier nog maar even op mijnbureau liggen en als ik het weer weet zullen we het wel zien.
Britt; Is goed.
 
Op woensdag vertrekt Tony tegen elf uur naar Brussel, nadat ze eerst in de ochtend nog met Britt aan een zaak had gewerkt. Een vermiste studente.
Tony: Laat je die zaak liggen tot ik terug ben Britt? Misschien kun je vandaag lekker vroeg naar huis, lekker naar je Johan.
Britt; Zeg, maak het effen. Trouwens succes daar in Brussel, en bel me even als je de uitslag hebt.
 
Maar Tony belt niet, want ze heeft geen uitslag. Ze durft ook niet te bellen, want haar echte reden voor het bezoek aan Brussel was van heel andere aard.
Ze was namelijk uitgenodigd voor een gesprek om te toetsen of ze geschikt was voor een functie bij de Algemene Directie Operationele Ondersteuning.
Het gesprek was best heftig geweest, maar toch voelde het ook weel goed. Men was erg onder de indruk van haar werk en haar resultaten, maar ook van haar studieresultaten die ze door de jaren heen bij elkaar had vergaard. Men vond dat ze de potentie had om hogerop te klimmen op de carrière ladder, en de dienst kon echt wel zo'n goed gemotiveerde officier gebruiken.
De ander week zou ze nog weer van hun horen.
 
Dus toen Britt anderdaags vroeg waarom ze niet gebeld had, bekroop haar een wat naar gevoel omdat ze zou moeten liegen tegen Britt.
Tony: De uitslagen waren er nog niet, maar het ging over die stage. Ze vroegen hoe ik dat aan wilde pakken als ik ook fulltime zou werken.
Britt; En wat ga je nu doen dan?
Tony: Eerst die uitslagen afwachten. Als de resultaten heel goed zijn , dan ga ik misschien voor de duur van de stage wel parttime werken.
Britt; Echt? (een beetje overdonderd)
Tony: Zover is het nog niet Birtt. Die zaak van gister, ligt dat dossier nog hier? Heb je al wat gehoord van haar kotgenote?
Britt; Nee, nog niet. Ik heb het dossier laten liggen zoals jij aangaf.
Tony: Zeg, jij neemt het wel heel letterlijk , is het niet?
 
 
Britt; Volgens mij ben jij nog niet goed opgeknapt. Je bent best kortaf vandaag. Zit je iets dwars of zo?
Tony: Ach, laat maar Britt. Sorry dat ik zo doe. Ik zal opletten wat ik zeg.
Britt: ik... Ik ga even naar toilet...
Britt haast zich weg, sluit zich op in een wc-hokje en zakt dan huilend op de grond neer...
Britt(denkend): Waarom doet ze nou zo. (terwijl de tranen over haar wangen lopen)
 
In het teamlokaal :
Nadine: Waar is Britt?
Tony: Toilet. (kortaf)
Nadine kijkt Tony even fronsend aan, maar gaat dan Britt zoeken.
 
Nadine: Britt? (vriendelijk)
Geen antwoord.
Nadine: Britt?! (iets harder)
Weer geen antwoord.
Nadine: Michiels, doe die deur open! (roepend)
Hierdoor schrikt Britt, springt recht, doet de deur open en kijkt Vanbruane recht in haar gezicht aan.
Snel wendt ze haar gezicht af en speelt zenuwachtig met haar handen... Bijna gaat ze hyperventileren. Ze heeft een heel betraand gezicht...
Nadine: Hé Britt, wat scheelt er?
Britt: Niks (zacht).
Nadine: Je mag het gerust vertellen hoor (vriendelijk).
Britt: Tony doet zo vreemd, zo kortaf. Ik heb gevraagd wat er was maar ze zei dat er niets was.
Nadine: Haar periode misschien?
Britt: Dan doet ze anders ook niet zo. Ze zei dat ze naar Brussel moest voor die tentamen toestand, maar de uitslag was er nog niet. Ze zei dat ze misschien parttime moet gaan werken als ze die stages gaat doen.
Nadine: En nu ben jij bang dat ze je hier achter laat?
Britt: Misschien wel. We hebben samen zoveel doorgemaakt, ik ben helemaal op haar gaan vertrouwen.
Nadine; Denk je dat ze weg zal gaan?
Britt; Ik weet het niet. Ze zegt dat ze het naar de zin heeft hier, maar soms denk ik dat het haar toch niet lekker zit. En bovendien is ze met die studies bezig, en dat doe je toch echt niet alleen om een beetje je tijd te vullen. Ik bedoel, het zijn hele zware studies. Daar wil je toch wat mee doen als je klaar bent?
Nadine: Wil ik eens bij haar vragen?
Britt; Nee, laat maar. Ik hoop dat ze zelf zegt als er wat is.
Nadine; Gaat het dan weer? Kom je teug in het lokaal?
Britt: Even een beetje opfrissen, ik kom er zo aan.
 
Een paar minuten later loopt ze terug naar het lokaal en neemt een beker koffie voor zichzelf en een kop thee voor Tony mee.
Britt; Alsjeblieft, jij lust toch wel een kop thee nu?
Tony: Dank je Britt. Sorry voor net.
Britt; Is goed Tony. Zullen we straks eens bij dat studentenkot langsgaan? Horen of haar kotgenoten iets is opgevallen?
Tony: Is goed.
En met de kop thee in haar hand en een dossier onder haar arm loopt ze weer weg, en gaat in een lege verhoorkamer zitten.
Nu snapt Britt er helemaal niets meer van. Er spookt van alles door haar hoofd, maar haar verbolgenheid en boosheid voeren de boventoon.
Ze zit nog even bij haar bureau, maar houd dat niet lang vol. Dan stampt ze woest naar het verhoor waar Tony zit en eist van haar dat ze uitleg geeft waarom ze zo afstandelijk doet.
Tony: Ik doe niet afstandelijk. Ik ben gewoon even dit dossier aan het lezen.
Britt; Dat kun je toch ook aan je bureau?
Tony: Nee, want daar wordt ik steeds gestoord, net als nu trouwens. (ook een beetje boos)
Britt: Goddomme Tony. Wij zijn partners, ik moet weten als er iets mis is met jou. Ik moet van je op aan kunnen als wij straks de straat op gaan.
Tony buigt dieper over het dossier en probeert Britt te negeren maar die gaat zo tekeer dat dat dus niet lukt.
Britt: Tony, je maakt me hartstikke kwaad. Praat eens tegen mij.
Tony: (nu echt heel kwaad) Donder toch alsjeblieft op en LAAT ME MET RUST !!!
Britt is helemaal uit het lood geslagen en rent huilend naar haar desk en grijpt haar jas en tas en vertrekt zonder nog iets te zeggen naar huis, waar ze huilend op de bank ploft en zo lang huilt tot ze in slaap valt.
 
Nadine had de scheldkanonnade wel gehoord en loopt nu ook naar het verhoor waar Tony diep zit te zuchten en angstvallig probeert haar tranen binnen te houden.
Ze wilde helemaal geen ruzie met Brit, maar ze vond het zo moeilijk om Britt te vertellen waar ze mee bezig was. Heel onvolwassen, maar ergens in haar achterhoofd speelde de gedachte, dat als ze ruzie had met Britt, het niet zo moeilijk zou zijn om haar baan hier op te geven en in Brussel opnieuw te beginnen.
Nadine: Tony wat is hier aan de hand? Jij ruzie met Britt?? Dat had ik nou nooit verwacht. En Britt ziet nog wel zo tegen je op.
Tony: Ze moet meer op zichzelf gaan vertrouwen, ik ben haar oppas niet (nog steeds boos klinkend)
Nadine; Volgens mij is er bij jou ook iets helemaal niet in orde. Wil je er over praten?
Tony: Zie je niet dat ik aan het werk ben?
Nadine; Dat werk ligt er al langer en zal heus vanzelf niet weglopen. Mee naar het bureau jij, en daar ga je me vertellen wat er zo aan je vreet.
Tony: Mooi niet. Dat is privé en dat wil ik zo houden.
Nadine; Zou je je privé-problemen dan ook thuis willen laten, en niet hier de boel komen verstieren (nu ook streng)
Tony:Ik ga naar huis. Heb weer last van mijn ribben. Bij deze meld ik me ziek. Goedendag.
 
 
Nadine handgebaart dat Tony mag vertrekken.
Dan besluit ze Britt te bellen...
 
Britt: Michiels. (zacht/moe)
Nadine: Dag Britt, wat klink je vermoeid.
Britt: Ja, dat ben ik ook. Dat gedoe met Tony zuigt energie van mij. Heeft ze je verteld wat er met haar aan de hand was?
Nadine: Nee. Ze zei dat ze weer last van haar ribben had en ze is weer naar huis gegaan.
Britt: Ik ga vandaag maar eens vroeg naar bed, en als het een beetje gaat ben ik morgen gewoon terug. Goedendag.
Nadine; Dag Britt, en slaap lekker.
 
Maar Britt kan helemaal niet slapen. In haar gedachten is ze maar steeds bezig met Tony.
Ze besluit om haar te bellen en te vragen wat er is. Maar Tony neemt de telefoon niet op.
Dan gaat ze er maar langs, want ze wil dit gewoon de wereld uit hebben.
Tony ligt op de bank met rode ogen. Ook zij heeft heel erg gehuild.
Britt; Wat is er dan Tony? Ik snap er niets van. Wij hebben samen al zo veel meegemaakt en ineens doe je of ik een vreemde voor je ben.
Tony: Ik voel me niet goed . Oké?
Britt: Nee dat is niet oké. Tony, als wij moeten samenwerken vind ik het heel belangrijk dat ik weet als er iets met je is. Zeg het me gewoon. Dat zal je opluchten.
Tony: Britt, alsjeblieft. Ik voel me niet goed. Veel last van mijn ribben en een barstende koppijn. Laat me gewoon met rust en ik hoop dat het met een paar dagen weer over is.
Britt: Sorry, dat ik vanmiddag zo tegen je uitviel, maar ik had het niet meer. Ik was doodsbang dat je weg zou gaan uit ons team.
Deze opmerking treft Tony alsof ze op een landmijn is gestapt en ze moet erg haar best doen om haar reactie voor Britt te verbergen.
Nadat Brit weer vertrokken is ligt Tony weer een potje te janken. Ze voelt haar keuze als het zwaard van Damocles boven haar hoofd hangen.
Al die tijd en energie die ze in al haar studies had gestopt leverden nu eindelijk hun waarde op. Een baan bij de Algemene Directie, dat is toch een droombaan? Eigenlijk zou ze die baan wel willen hebben. De gesprekken waren heel positief en het feit dat men aan HAAR gevraagd had om er te komen werken sprak echt wel voor zich.
Maar ze kon niet kiezen. De baan bij de Flikken had ook vaak hele leuke kanten. Behalve dan de laatste paar maanden, toen ze nogal wat moeilijke situaties hadden doorgemaakt. En dan dat met Britt. Daar kon ze nog steeds niet goed mee uit de voeten. En de druppel was twee weken geleden geweest toen er recht op haar geschoten was. Die ribben gekneusde ribben waren maar bijzaak, maar de angst die ze had gevoeld viel met geen pen te beschrijven.
Maar hoe zou ze dat aan Britt duidelijk moeten maken? Ze wist het niet en daar werd ze ziek van. Koppijn, misselijk en heel slecht slapen.
 
Britt had die avond ook moeite om in slaap te komen, maar toen ze eenmaal sliep had ze zulke nare dromen dat ze 's morgens hondsmoe opstond. Ze had donkere kringen om haar ogen en voelde zich alles behalve fit.
Nadine had dat in een oogopslag door en hield het daarom vandaag een beetje rustig voor Britt. Die ploeterde zich door wat achterstallige PV's en werd door Nadine om drie uur naar huis gestuurd.
Enkele dagen ging het zo door.
De dinsdag daarop kwam Tony weer terug op het commissariaat. Iedereen viel het op dat er wat met haar was, maar na de ruzie die zij en Britt de week ervoor hadden gehad durfde niemand te vragen wat er aan de hand was.
Ook Britt keek eerst een beetje de kat uit de boom.
Tony: Die studente, is daar al wat van bekend?
Britt; Dat hebben Raymond en Pasmans verder vervolgd, en het meisje is in Frankrijk terug gevonden. Had een vriendje en dat mocht niet van haar ouders. Jeugdige ongehoorzaamheid, zullen we het maar noemen.
Tony: Is er nog iets waar voor we de straat op moeten?
Britt; Nog niet, maar ik denk dat Nadine ons wel informeert als er wat is.
 
Rond drie uur krijgen ze een opdracht, en weer zit Tony heel erg stil en gesloten naast Britt in de wagen.
Britt; Ik begin me nu echt zorgen om u te maken Tony.
Tony: Hoeft echt niet Britt. Ik ben gewoon beroerder te pas gekomen dan ik aanvankelijk gedacht had.
En zo kissebissen ze nog een poosje door.
Op de terugweg heeft Tony het echter wel gehad met Britt haar bemoeienissen en weer beginnen ze te ruziën en al tierend vliegt Tony op het commissariaat de trap op.
Binnen in het lokaal barst voor Britt echter de bom. Ze kan zich niet meer inhouden en wordt vreselijk boos op Tony, die echter ook heel kwaad is (of eigenlijk heel kwaad doet).
Ze schelden en tieren tegen elkaar en er vliegen heel wat nare opmerkingen en verwensingen over en weer.
Nadine: En nu allebei koppen dicht,. Dit lijkt nergens op . Zijn jullie volwassen? Gedragen professionele mensen zich zo op hun werk? Meekomen ! Allebei. Hup, naar verhoor twee.
Beiden gaan met een kwaaie kop naar binnen en spreken niet meer.
Nadine moet er echt aan trekken om te horen wat er is. Britt kan helemaal niet tegen ruzies en dist haar deel al vlot aan Nadne op, maar Tony was zo'n beetje met ruzies groot geworden en wist precies wanneer je wel of niet wat moest zeggen.
Nadine: Tony, wat mankeert jou?
Tony: Heb ik al gezegd. Last van dat schietongeval.
Nadine; Psychisch?
Tony: (nu heel kwaad op Nadine) Hoe haal je het in je hoofd om dat te suggereren? Je bent niet goed wijs. Ik eis een excuus.
Nadine; Als jij me een goede reden geeft waarom je zo doet wil ik overdenken of ik je mijn excuses aanbied.
Tony: Ik heb je mijn reden gezegd. En als dat niet voldoende voor je is heb JIJ een probleem, ik niet.
Britt; Tony, we zijn bezorgd om je.
Ze ziet dat Tony wit wegtrekt in haar gezicht. Maar niet in flauwte maar van woede. Britt wil op haar toestappen en een bezorgde arm om haar vriendin slaan maar nu slaan bij Tony de stoppen door en ze geeft Britt zo'n harde duw dat die achterover valt en met haar hoofd tegen de tafel klapt. Dan gooit ze de deur open, rent naar haar desk en pakt al haar persoonlijke spullen eruit en vliegt weg, naar buiten, het team in verbazing achterlatend.
 
Nadine heeft zich over Britt gebogen die nog wat daas op de grond zit.
Nadine: Die heeft het echt niet goed zitten, maar hier komt ze niet mee weg. Dat wordt op zijn minst een schorsing.
Britt; Maar dat hoeft toch niet? Zo erg is het niet hoor.
Nadine; Pure subinordinatie? Niet erg? Reken maar van yes. Gaat het een beetje Britt? Kom, we nemen een koffie en breien er dan voor vandaag een einde aan.
Britt knikt gedwee ja...
Zonder nog een woord te zeggen drinkt ze haar koffie, terwijl Vanbruane wel voor 3 praat.
 
Britt: Ik ga naar huis, goed?
Nadine: Moet ik je brengen? (bezorgd)
Britt: Nee... Nee... Het gaat wel... (in trance)
 
Britt stapt het commissariaat uit, gaat in haar auto zitten, maar in plaats van te vertrekken blijft ze verdwaasd zitten, en verkeert helemaal in trance.
 
Nadine, die zich ongerust maakt, belt Johan op, die naar het commissariaat rijdt, en Britt in haar auto ziet zitten...
 
Johan: Britt? (vriendelijk)
Britt: Meneer Van Lancker? (verdwaasd)
 
Johan schrikt omdat Britt opeens zo afstandelijk doet...
Nadine komt ook het commissariaat uitsnellen, net als de rest van het team...
 
Nadine: Britt, çava? (ongerust)
Britt: Ja... (volledig in trance)
Johan: Ze doet heel afstandelijk, Nadine... (bezorgd om Britt)
Voorzichtig helpt Johan haar uit te stappen, maar als Britt naast de wagen staat klapt ze plots in elkaar. Ze reageert niet meer op aanspreken en aanraken.
Johan raakt in paniek en zit op zijn knieën naast Britt en blijft maar tegen haar praten en haar handen strelen.
Nadine belt vlug een ambulance en die neemt haar snel mee naar het ziekenhuis, waar Johan zenuwachtig en onzeker zit te wachten op wat de artsen hem zullen vertellen over de toestand van Britt.
Na ruim anderhalf uur komt de arts bij hem.
Arts: We weten het niet, meneer van Lancker. Echt, ze vertoont diverse beelden maar we krijgen het niet duidelijk. We nemen haar op ter observatie en zullen haar goed in de gaten gaan houden.
Johan: Maar wat heeft ze dan?
Arts: Het kan het hart zijn, maar ze vertoont ook het beeld van iemand die een hersenbloeding heeft gehad.
Johan: Niet weer !!
Arts: Hoezo "niet weer" ?
Johan: Ze is net volledig hersteld van een heleboel narigheid. Ze is heel depressief geweest als gevolg van een zwaar ongeval wat ze heeft gehad.
Arts: Had ze daarbij hersenletsel opgelopen?
Johan: Ja.
Arts: Dan gaan we morgen uitgebreid hersenfunctie onderzoek doen. Ik stel voor dat ze nu blijft rusten en dat u naar huis gaat.
Johan: Mag ik haar heel even zien?
Arts: U kunt haar kort gaan zien.
Johan krijgt de tranen in zijn ogen als hij Britt weer in het ziekenhuisbed ziet liggen; bleke toet, zuurstofmaskertje voor, infuus in, katheterzak naast het bed.
Het doet hem pijn. Hij buigt naar haar toe en geeft haar zachtjes een zoentje en vertrekt dan weer naar huis.
Als hij buiten loopt komt Nadine er ook net aan.
Nadine: Hoe is ze Johan?
Johan: Ze weten het niet. Ze vertoont tekenen van een hersenbloeding maar ook haar hart zou niet in orde zijn. Wat is er in vredesnaam gebeurt dat ze weer zo is?
Nadine: Kom even mee naar binnen, dat praat wat rustiger.
In de cafetaria nemen ze een kop koffie en Johan vraagt nogmaals wat er is voorgevallen.
Nadine: Tony was helemaal niet te genieten vandaag. Zij en Britt hebben een behoorlijke woordenwisseling gehad. Britt kon daar niet tegen en wilde het gaga weer goed maken. Toen heeft Tony haar een duw gegeven en is weggelopen. Britt zei dat het wel meeviel. We hebben even wat gedronken . Ze leek wat afwezig, maar ik dacht dat ze aan de situatie met Tony dacht. Had ik maar erop aangedrongen dat ze even naar een dokter was gegaan, dan had....
Johan: Dat kun jij toch ook niet Sana de buitenkant zien. Maar wat mankeerde er dan met Tony? Britt en zij zijn ja hartsvriendinnen. Hoe kunnen die nou ruzie maken?
Nadine: Tony is sinds een week of twee nogal snel aangebrand. Ik heb het haar gevraagd maar ik krijg ook een grote mond van haar. Ik zal haar oproepen voor een gesprek en eis dan fatsoenlijk uitleg van haar. Ik kan het toch niet hebben dat mijn teams niet kunnen samenwerken?
Johan: Ik vind het zo erg voor Britt. Weer allemaal sores om zich heen, en ze was zo blij dat het weer een beetje beter ging.
Nadine: Ik zag het aan haar. Ze was echt heel goed bezig. Sorry Johan, dat je dit nu weer moet meemaken.
 
Onderwijl is Tony op haar boot bezig met een brief schrijven.
Ze begint wel zes keer opnieuw. Ze heeft duidelijk zelf ook hinder van haar boosheid.
Ruzie met Britt was wel het allerlaatste wat ze wilde en kijk nu eens hoe ze het verknalt had.
Eindelijk gelukt het haar om een kort briefje te schrijven voor Nadine.
Daarin verzoekt ze om het dienstverband bij het team van politie Gent, bureau Belfortstraat, te beëindigend en een transfer mogelijk te maken naar de Algemene Directie Operationele Ondersteuning in Brussel.
Als ze gedaan heeft met schrijven pakt ze een paar tassen en boeken in en sluit dan de boot af. "Weg hier" denkt ze. Hier kan ze zich niet meer vertonen na wat ze haar beste vriendin en collega heeft aangedaan. Ze schaamt zich rot maar weet niet hoe ara mee om te gaan.
Het is inmiddels bij half tien in de avond als ze naar de Belfortstraat rijdt en daar op het commissariaat de brief voor Nadine afgeeft. Dat rijdt ze door naar Brussel waar ze voor de eerste paar nachten een hotel heeft genomen. Hopelijk wil men voor haar bemiddelen bij het zoeken naar een andere woonruimte. En als dat niet lukt dan zal ze iets verder buiten Brussel gaan zitten.
 
 
 
 
De andere dag krijgt Nadine de brief op haar bureau en snapt ineens wat er allemaal gespeeld heeft tussen Britt en Tony.
Ze begrijpt hele goed dat Tony , met al haar studies, eens wat anders wil proberen, maar ze snapt niet waarom ze Britt daar niet over heeft geïnformeerd.
Haar studie psychologie, maar vooral haar omgang met de meest vreemde of moeilijke situaties had bij Nadine het beeld opgeroepen van een sociaal zeer bekwame Tony, maar nu het dichter bij kwam liet ze kompleet verstek gaan.
Nadine probeert nog of ze Tony op haar mobiel kan bereiken maar die blijkt niet meer te werken.
Dan maar bellen naar Brussel, maar ook daar krijgt ze Tony niet te pakken, want ze zal pas de volgende weke haar werk aanvangen.
Nu wordt Nadine ook wat chagrijnig en heeft bijna de neiging om dit op haar team af te reageren.
Raymond had al gezien dat er iets niet pluis was met Nadine en komt met twee bekers koffie haar kantoortje pinnen.
Raymond: Koffie baas?|
Nadine; Dank je Raymond. Sluit de deur maar even en ga even zitten.
Raymond: Waarover wilde je me spreken?
Nadine: Heb ik gezegd dat ik je wilde spreken?
Raymond: Nee, maar uw houding verraad dat wel.
Nadine: Tony is weg bij ons.
Raymond: WAT??
Nadine; Ze heeft per direct ontslag genomen en gaat in Brussel werken bij de Algemene Directie. Goeie carrière move, maar oh zo vervelend wat ze heeft achtergelaten.
Raymond: Hoe bedoel je?
Nadine: Heb je gisteren nog meegekregen dat ze ambras maakte met Britt? Nou, die ligt nu weer in het ziekenhuis. Ze heeft een duw gehad van Tony. Het leek wel mee te vallen, maar toen ze wegging en in haar auto stapte zat ze heel vreemd en starend voor zich uit te kijken. Ik heb Johan gebeld en toen die kwam en haar uit de auto hielp klapte ze in elkaar. Ze weten niet wat het is. Met het hart, of misschien de hersenen? Het leek niet goed.
Raymond: Verdorie, weeral.
Nadine: Zou jij straks eens op het ziekenhuis langs willen gaan en zien hoe ze er aan toe is vanmorgen? Zeg nog maar niets van Tony's vertrek. Ik denk dat ze er niets van weet.
Raymond: Hoe heef Tony dat kunnen doen? Die is ja zo goed met mensen.
Nadine: Ik denk dat ze het niet durfde te vertellen aan Britt. En als je dan ruzie gaat maken is het vertrek meestal niet meer zo moeilijk.
Raymond: Dat had ik nooit achter Tony gezocht.
Nadine: Ik ook niet.
Raymond: Weet je Nadine? Ik denk dat het wel overwaait. Die komt echt wel weer terug. Het zal misschien even duren, maar die komt weer. Daar wed ik een fles whisky op.
Nadine: Laten we het hopen. Voor Britt en voor het team. We hebben haar echt nodig. Misschien dat ik haar hier meer uitdaging moet geven in het werk.
 
 
In het ziekenhuis is Britt net terug van een hele resem aan onderzoeken en ze is bekaf.
Vermoeid hangt ze onderuitgezakt in bed en reageert hele flauwtjes op Raymond. Raymond: Dag Britt, hoe is het nu met je?
Britt; Ik voel me zo ziek Raymond. Heb je al wat van Tony gehoord? Ik dacht dat ze nog wel zou komen, maar ik hen haar nog niet gezien.
Raymond: Ik ook niet, sorry. Weten de dokters al wat er is met u?
Britt; Nee. Gisteren dachten ze een hartinfarct, maar dat kan toch niet? Ik ben nog maar net 32, dan krijg je toch geen hartinfarct. En toen ze het niet wisten zeiden ze dat het misschien een hersenbloeding was. Maar dat kan toch ook niet?
Raymond: Dus ze weten nog niets zeker?
Britt: Nee, maar ik weet zeker dat Johan zich weer heel veel zorgen maakt. Zou hij nog komen denk je?|
Raymond: Ja, die gaat wel komen. Die kan niet zonder u.
Britt: Raymond, ik maak me echt zorgen om Tony.
Raymond,: Niet doen Britt. Zorg maar dat je snel beter wordt dan kun je weer bij ons komen.
En daarna valt Britt vermoeid in slaap en vertrekt Raymond weer naar het commissariaat.
 
Nadinen moet nu zien dat ze twee inspecteurs vervangen krijgt: Britt in het ziekenhuis met onbekende problemen en Tony, min of meer met de noorderzon vertrokken, want wat Nadine ook heeft geprobeerd: Ze krijgt Tony niet te pakken.
Ten lange leste laat ze het dringende verzoek achter bij de Algemene Directie dat Tony zo spoedig mogelijk contact moet opnemen met het commissariaat in Gent.
En dan begint het wachten. En wachten duur daltijd lang.
Gelukkig krijgt ze goede vervanging :Merel, de zus van Ben, nu inmiddels ook afgestudeerd van de politieschool en met inmiddels twee jaar werkervaring op andere bureaus en diensten, en Sofie Beekman, iemand van de federale die eerder al eens op leenbasis voor Nadine had gewerkt.
Gelukkig kunnen die het heel goed met elkaar vinden.
 
Die vrijdag mag Britt het ziekenhuis verlaten. De artsen hebben niets kunnen vinden wat haar klachten heeft veroorzaakt. Ze mag dan nog wel niet werken, maar omdat ze nog steeds niets van Tony heeft gehoord vind ze dat ook niet erg. Ze heeft behoefte aan rust en wil heel graag gewoon een paar dagen bij de deur zijn. Bovendien moet ze volgende week opnieuw voor onderzoeken naar het ziekenhuis.
Na anderhalve week is bekend dat er sprake is geweest van een vasovagale collaps. Zeg maar: een behoorlijke flauwte, opgeroepen door heftige emoties. Britt schrikt daar erg van. Ze had niet verwacht dat een ruzie met Tony zulke uitwerking op haar kon hebben.
Johan is dat weekend veel bij haar.
Simon en Dorien kunnen het heel goed met elkaar vinden, en Britt laat zich heerlijk verwennen door Johan en de kinderen.
Dorien: Mama, ik zou willen dat je nooit meer hoefde te werken, dat je altijd thuis was las ik uit school kom. En dat je net zo lekker kunt leren koken als Johan.
Britt; Zeg, jij bent toch nooit iets te kort gekomen met het eten?
Dorien: Nee, maar Johan kookt gewoon veel lekkerder dan jij.
Johan: Na moet ze nog maar wat langer thuisblijven, dan kan ik haar dat wel leren.
Simon: Wil jij mijn nieuwe mama woorden Britt?
Britt; Jeetje, Simon, daar overval je me nogal mee.
Simon: Sorry.
Johan: Is goed jongen. We hebben het er nog wel over. Zijn jullie gedaan met je huiswerk voor maandag?
Dorien: Nee, we moeten nog geschiedenis en daar is mama heel goed in. Misschien dat die ons kan helpen?
Britt; Heb je al geleerd dan? Anders heeft het gene zin als ik ga overhoren.
Simon: We gaan nu leren en dan kun je ons straks overhoren.
Terwijl de kinderen boven zijn kruipt Joahn lekker bij Britt op de bank en gaan ze heerlijk liggen knuffelen.
Johan: Lijkt je dat niet wat Britt?
Britt; Wat?
Johan: Zo, lekker samen op de bank. Gewoon, wanner we er zin in hebben en niet alleen als ik bij je op bezoek kom.
Britt: Je bedoelt ....?
Johan: Als we toch zo gek op elkaar zijn en we zijn hier zo vaak, misschien kunnen we met de tijd denken over samen gaan wonen.
Britt: Johan, ik weet nog niet. Ik ben heel gek op je. Je bent lief, en zorgzaam, en Dorien mag je ook graag, maar ik weet niet of ik er aan toe ben. Ik maak me nog steeds zoveel zorgen om van alles en nog wat. Ik ben gewoon een grote piekeraar.
Johan: Zit je ook nu weer te piekeren dan?
Britt; Ik pieker de laatste tijd weer steeds meer.
Johan: Niet doen lief. Daar gaat zovele tijd mee verloren.
Britt; Ik weet ook niet wat het is, maar ik voel me weer wat afglijden. Ik ben bang dat ik weer depressief ga worden.
Johan: Wil je dan maandag niet beter die psycholoog of die psychiater bellen? Dan kun je met hem praten over wat er steeds zo aan je vreet?
Britt: Ik weet wel wat er aan me vreet. Tony, en mijn werk, en Dorien, en jij , en onze relatie, en eigenlijk alles. Zo gauw ik wakker wordt begint het alweer, en het gaat heel de dag door. Dan ben ik 's avonds zo vermoeid dat ik bijna niet kan slapen, en de volgende dag begint het weer van voor af aan.
Johan: Britt, je maakt me angstig. Ik durf u niet goed allee te laten als je het zo beleefd.
Britt; Acht, laat maar.
En daarmee beëindigt ze het gesprek en charta naar boven om te zien of de kinderen zover zijn dat ze overhoord kunnen worden.Johan ziet Sana haar duidelijk ene toename van haar depressieve klachten: lusteloosheid, somberheid, vertraagd handelen en reageren, interesse verlies, verminderde eetlust en een gestoorde nachtrust.
Hij besluit dan maar om volgende week met Britt mee te Ghana naar de dokter en haar een beetje over de drempel te helpen.
 
 
Eindelijk als Tony die maandag in Brussel begint ziet ze het briefje met het dringende verzoek om ara Nadine te bellen.
Omdat ze nog nieuw is, wil ze het zo kort en zakelijk mogelijk doen.
Nadine neemt daar achter geen genoegen mee.
Nadine; Tony: jij en ik hebben nog het een en ander uit te praten. Ik gun je heus je carrièresprong wel, maar zoals je bent weggegaan, daar heb ik toch wel mijn vragen over.
Tony: Sorry Nadine. Ik kan er niet verder op doorgaan. Ik hepen je een brief geschreven en dat is het. Ik moet nu weer aan het werk. Goedendag.
En ze hangt weer op.
Nadine is verbaasd en boos tegelijk. Dus belt ze direct weer naar Brussel.
Nadine: Tony, ik wil je deze week spreken. Ik kom desnoods naar Brussel, maar we moeten elkaar zien. Waar spreken we af?
Tony: Als het zo nodig moet: donderdag om half zeven in het stationsrestaurant, Brussel Noord.
Nadine; Dank je Tony, dat je dat wilt doen.
Tony: Ik dacht dat ik weinig te willen had. Je zet me het mes op de keel.
 
Maar die donderdag moet ze verstek laten gaan omdat ze met het team van de algemene directie een scholingsdag heeft, zowel theorie als praktijk , en alles loopt nogal uit.
Wel heeft ze nog het fatsoen om Nadine daarover te berichten, maar die is al onderweg naar Brussel.
Nadine; Dan wacht ik we op je. Je zult toch een keer naar huis moeten?
Tony: Ik weet echt niet hoelang het gaat duren.
Nadine: Ik wacht wel. Tot later Tony, en succes met je studiedag.
 
Eindelijk om half elf die avond komt Tony het restaurant binnen. Ze ziet er moe uit en heeft eigenlijk niet zoveel zin meer om met Nadine te praten.
Ze verwacht een uitbrander over hoe ze tegen Britt gedaan heeft. Dat zit haar zelf ook nog steeds niet lekker.Al drie avonden is ze bezig om ook ene brief te schrijven naar Britt, maar ze had niet voorzien dat dat zo moeilijk zou zijn.
Nadine: Tony, waar ben je nou mee bezig? Je was zo goed op weg. Je deed je werk fantastisch, je bent een rots in de branding geweest voor Britt en dan ineens zoiets. Ik kan er niet bij. Wat is er met je aan de hand?
Tony: Ik maak gebruik van mijn diploma's, en ik kon deze baan krijgen. Die kans doet zich maar heel zelden voor en ik wilde hem niet laten lopen.
Nadine; En Britt dan?
Tony: Wat is er met Britt?
Nadine; Die heb je zo laten staan Tony. Britt heeft je nodig. Jij hebt haar heel goed opgevangen en fantastisch begeleid, maar zo ineens weg gaan? Ik kan er met de kop niet bij.
Dan ziet Nadine iets wat op tranen lijkt bij Tony in haar ooghoeken verschijnen.
Tony: Sorry, momentje, ik moet even naar het toilet.
En aldaar jankt ze even een potje. Geen uitbrander maar vele moeilijker: Ze werd geconfronteerd met haar eigen vluchtgedrag en daar baalt ze stevig van.
Na ene poosje heeft ze zich hervonden en wast haar gezicht af met koud water en gaat dan weer naar Nadine.
Tony: Je zei ook weer?
Nadine; Dat weet je heel goed Tony. Heb je er met Britt over gesproken dat je weg zou gaan?
Tony: Ik kon het niet Nadine. Niet tegen Britt.
Nadine: En dan ga je lekker ruzie maken zodat je geen afscheid hoeft te nemen? Klinkt niet zo volwassen. Van jou, en met jouw opleiding had ik eigenlijk wel wat anders verwacht.
Tony: Ik zal haar een brief schrijven en de situatie uitleggen. Maar als je me wilt verontschuldigen, ik heb een zware week achter de rug en moet er morgen weer hele vroeg bij zijn.
Nadinen: Bedankt dat je even de tijd hebt genomen om met me te praten. En mocht je je toch bedenken: je bent direct weer welkom in je team.
Tony: Nee, Nadine. Niet na hoe ik me vorige week heb gedragen. Ik heb het voor mezelf onmogelijk gemaakt om ooit nog bij jullie terug te komen. Als het hier niet lukt moet ik maar wat anders zoeken, maar terug? Ze zien me komen. Ze pakken me bij kop en kont en mieteren me gelijke de Leie in. Nee, daar bedank ik voor.
Nadine: En toch staat de uitnodiging Tony. Het is goed dat je eens in een andere keuken gaat kijken, proef ervan en maak dan een weloverwogen keuze. Succes ermee.
 
Nu gaat Tony helemaal in de war naar haar nieuwe huisje. Ze had een ongelooflijke uitbrander verwacht en in plaats daarvan was Nadine heel bezorgd geweest om haar en had zelfs de mogelijkheid geboden om terug te keren als ze dat zou willen.
Die nacht slaapt ze bijna niet. Het begint meer en meer aan haar te vreten hoe ze Britt behandeld heeft. Ze walgt van zichzelf en voelt zich ziek worden.
De andere dag op het kantoor heeft ze moeite om bij de les te blijven. Het is hier de harde kern. Hier worden grote beslissingen getroffen en komt menselijkheid echt niet op de eerste, de tweed of de derde plaats. Nee, hier worden spijkers met koppen geslagen, en als je niet lekker in je vel zit, doe je dat thuis maar.
Om niet geheel het politieveld te ontgroeien heeft Tony zelf geregeld dat ze elke week, voor de eerste twee maanden, meedraait met een team uit Brussel.
Zo houd ze feeling met het werkveld, en leert de stad en zijn inwoners ook beter kennen.
 
Ofschoon het boeiend en afwisselend werk is gaat Tony er steeds meer moeite mee krijgen.
Ze begint nog slechter te slapen, heeft weinig eetlust en al helemaal geen zin meer om na urne nog eens gezellig met collega's de stad in te gaan.
In haar nieuwe huis begint ze langzaam aan te verpieteren. En de brief naar Britt was nog steeds niet klaar
Na drie weken is ze het zo spuugzat, dat ze er ziek van is. Heel het weekend houd ze bed. Ze eet niet, drinkt nauwelijks en kotst alles aan elkaar. Met de moed der wanhoop zet ze zich weer achter haar laptop en begint aan ara brief naar Britt.
 
 
 
Lieve Britt,
 
Ik mis je zo ontzettend erg. Waarom heb ik je in godsnaam verzwegen dat ik weg zou gaan bij jou?.
Het spijt me dat ik het op deze manier heb gedaan, maar ik durfde je niet onder ogen te komen. Ik besef mee ten volste dat ik je heb bedrogen en kijk dan ook niet vreemd op als je heel kwaad zou zijn op mij. Je hebt gelijk dat ik onze vriendschap heb misbruik, maar ik kon niet anders. Ik zat er volledig door. En omdat jij zo dierbaar bent voor mij kon ik je niet vertellen dat ik zou weggaan bij het corps.
Sorry Britt.
Ofwel ik weet dat ik op deze manier geen vriendschap waard ben, hoop ik dat je deze brief wilt ontvangen en lezen. Ik wens je alle goeds voor je toekomst en hoop dat je hele gelukkig zult worden met Johan.
 
Met vriendelijke groet, je vroegere partner en vriendin Tony.
 
 
Als ze de brief invouwd stromen haar tranen over het papier en laten sommige letters vervloeien. Omdat het al zovele moeite heeft gekost om dit op papier te krijgen begint ze maar niet weer opnieuw.
In de donkere koude en eenzame Brusselse nacht loopt ze twijfelend over straat op zoek naar ene brievenbus, om de moeilijkste brief van haar leven te posten.
Nadat ze gedaan heeft slentert ze verder en komt aan bij een nachtcafé en gaat binnen om een paar stevige whisky's achter haar kiezen te slaan.
Ze voelt zich een slecht mens en walgt van zichzelf.
Ziek, moe en misselijk, maar vooral kwaad op zichzelf gaat ze weer naar huis.
De andere morgen overslaapt ze zich en komt met een vreselijke kater aan op het werk. Er is heel wat koffie nodig om de dag onder ogen te komen.
Langzaam breekt bij Tony de harde buitenkant. Ze kan het niet volhouden in Brussel maar haar schaamte is te groot om terug te keren naar Gent.
Uit pure wanhoop belt ze Vanbruane op.
 
Nadine: Commissaris Vanbruane.
Tony: Nadine? (ziek)
Nadine: Tony, kind, wat klink je ziek. Wat is er? Wat is er gebeurd? (bezorgd)
Tony: Help me Nadine, ik zie het niet meer zitten. Ik ga kapot.Wil je alsjeblieft naar hier komen?
Nadine: Vandaag lukt het mij onmogelijk, maar vrijdag kan ik wel vroeg in de middag hier weg.
Tony: (nu huilend) Ik ben zo stom geweest Nadine. Het is allemaal mijn eigen schuld
Nadine: Red je het tot vrijdag Tony?
Tony: Ik hoop het, maar laat het alsjeblieft heel snel vrijdag zijn. Ik moet met je praten anders ga ik er aan onderdoor.
Nadine: Ik kom vrijdag bij je, en als je eerder wilt praten mag je me op mijn privé nummer ook wel bellen. Oké?
Tony: Bedank Nadine, en sorry dat ik jullie zoveel problemen bezorg.
Nadine; Rustig maar aan Tony. We lossen dit samen wel op. Hou je sterk en ik zie je morgen.
 
 
In Gent bij Britt gaat het ook al niet veel beter. Sinds Tony's vertrek, nu al weer twee maanden geleden, is Britt steeds stiller en stiller geworden.
Haar ogen missen glans, haar energie niveau is heel erg laag, ze is bijzonder vatbaar voor allerlei kwaaltjes en griepjes en heeft zich sinds Tony's vertrek al drie keer met griep ziek gemeld.
Ook heeft ze haar relatie met Johan op een heel laag pitje gezet. Hij vond dat erg jammer, want het liep heel leuk zo samen, maar Britt verloor met de dag meer interesse in haar omgeving. Het was een huzarenstuk om de zorg voor Dorien goed te blijven doen, maar zichzelf begon ze meer en meer te verwaarlozen. Ze was magerder geworden, ze had bijna geen eetlust en leefde zo'n beetje op koffie en af en toe een schaaltje yoghurt.
Dorien had al eens geprobeerd om met Britt te praten, maar Britt had nauwelijks gereageerd.
Die donderdag kwam Johan weer eens bij Britt langs. Dorien was bij een schoolvriendinnetje te logeren.
Britt opende de deur maar reageerde weer niet op Johan. Ze liet de deur open staan en liep weer terug naar de bank waar ze zich weer helemaal klein maakte en met opgetrokken knieën in een hoekje ging zitten staren.
Johan volgde haar maar naar binnen.
Johan: Britt, mag ik even bij je komen zitten?
Britt: Ja.
Johan: Vind je het goed dat ik even een arm om je schouders leg? Ik zie gewoon dat je dat nodig hebt,
Britt; Je doet maar.
Johan: Britt, ik maak me grote zorgen om u. U ziet er ziek uit; heel verdrietig maar ook ziek en zwak. Eet jij eigenlijk nog wel een beetje?
Britt; Geen honger, en als ik eet kotst ik het er weer uit.
Johan gaat in de keuken een kopje thee maken en smeert een paar beschuitjes en maakt een schaaltje yoghurt met fruit en zet dat voor Britt neer.
Johan: Eet maar eerst een beetje.
Britt; Ik heb geen honger.
Johan: Britt, je gaat ziek worden zo. Toe, eet even wat.
Britt: Ik kan niet. Ik zit al vol.
Johan: Met wat dan? Want eten doe je niet. Het is Tony, is het niet?
Britt: Misschien.
Johan: Heb je nog van haar gehoord sinds ze weg is.?
Britt: Een brief gehad.
Johan: En wat schreef ze?
Britt: Lees zelf maar.
Johan: Het is uw brief, en vertel me maar wat ze zegt.
Britt; Ik kan het niet. Hij ligt daar en lees hem maar zelf.
Johan neemt de brief op en begint te lezen. Hij begrijpt nu ineens heel goed wat er met Britt aan de hand is en snapt haar verdriet maar al te goed. Toen Britt zo ziek was geweest was Tony de enige die contact met haar kon krijgen. Britt was helemaal op Tony gaan vertrouwen en ineens was Tony zomaar weg.
Johan: Ben je boos op haar Britt?
Britt: Nee.
Johan: Maar als ze zo weggaat, ik bedoel ....
Britt: Ze kon een goede baan krijgen en die moest ze wel aannemen.
Johan: Zonder jou in te lichten? Dat doe je toch niet?
Britt: Laat maar. Ik wil het er niet meer over hebben.
Johan: Je mist haar heel erg is het niet? Je bent van binnen heel verdrietig?
Dan ziet hij dat Britt haar onderlip begint te trillen en dat haar ogen zich vullen met tranen. Ze probeert zich te verbijten, maar als Johan een arm om haar schouder slaat begint ze heel hard te huilen.
Johan neemt haar liefdevol en troostend in zijn armen en laat haar lekker tegen zich aan huilen.
Na een half uurtje is Britt helemaal op. Haar ogen zijn rood omrand van het huilen; er lopen strepen mascara over haar gezicht en ze hangt helemaal uitgeput in Johan's armen.
Johan legt haar neer op de bank en dekt haar toe met een plaid en gaat dan op zijn knieën voor de bank bij haar zitten. Hij streelt haar haren en veegt zachtjes met zijn zakdoek de tranen en de mascara uit Britt haar gezicht.
Ofwel Britt het gevoel heeft uitgeput te zijn kan ze niet in slaap komen. In haar hoofd zitten zoveel vragen, en zoveel angst.
Johan ziet dat en blijft daarom heel rustig bij haar zitten.
Na een poosje begint Britt weer te praten met Johan.
Britt; Johan, ik voel me zo ellendig. Soms zie ik het niet meer zitten en weet ik niet meer hoe ik verder moet in dit leven. Ik weet dat Dorien me nodig heeft en dat houd me op de been. Zelf kan ik niet meer.
Johan: Ik zou je graag willen helpen Britt. Zeg maar wat ik voor je kan doen, ik wil er voor je zijn. We hadden het zo leuk samen en eerlijk gezegd mis is dat wel.
Britt; Wil je me vast houden Johan? Heel dicht tegen je aan? Ik heb het zo koud van binnen, soms voel ik gewoon niets meer. Ik ben heel erg bang. Houd me vast.
En Johan neemt haar dicht tegen zich aan en zachtjes begint Britt weer te huilen.
Johan: Wil ik bij je blijven?
Britt; Heel graag. Kom je bij me liggen in bed?
Johan: Wil je dat echt wel Britt? Je moet het zelf willen.
Britt: Heel graag. Ik wil voelen dat ik leef.
En zo slapen Johan en Britt voor het eerst in meer dan zes weken weer eens samen. Johan heeft Britt veilig dicht tegen zich aangetrokken en Britt klampt zich helemaal aan hem vast.
Tot overmaat van ramp overslaapt ze zich de ander morgen en komt te laat op het commissariaat waar Nadine haar direct in het kantoortje roept.
Britt; Sorry dat ik te laat ben. Het ging gisteren niet zo goed en gelukkig kwam Johan. We hebben heel lang en heel veel gepraat en dat heeft me goed gedaan, maar daardoor heb ik me overslapen.
Nadine; Ik ben blij dat Johan zo goed voor je zorgt. Ik begon me ook al zorgen over je te maken. Volgens mij ben jij de laatste tijd nogal afgevallen?
Britt; Een beetje misschien.
Nadine; Eet je nog wel fatsoenlijk?
Britt; Ik krijg geen hap door mijn keel. Maar ik ben hier om te werken dus zal ik maar wat PV's gaan doen?
Nadine: Ik wil graag met je praten en weten hoe het echt met je gaat. Je mist zeker Tony heel erg?
Britt; Dat vroeg Johan ook al, en ik denk dat daar wel wat in zit. Ik had het niet verwacht dat dat zo'n invloed op mij zou hebben. Maar ik mis haar dus echt heel erg.
Nadine; Hebben jullie nog contact met elkaar gehad sinds ze weg is?
Britt; Ze heeft een brief geschreven en daarna niet smeer.
Nadine; Ik moet vanmiddag weg. Wil jij het hier overnemen? Zou je dat aankunnen?
Britt; Ik kan nu beter binnen zijn dan buiten, want ik ben er soms niet helemaal met mijn hoofd bij en ik kan het me niet veroorloven om tegen een verdwaalde kogel te lopen.
Nadine; Bon, ik moet om half een weg. Je kunt de boel rustig om vier uur laten gaan, we zijn deze week druk genoeg geweest. En neem dit weekend eens even lekker de tijd voor jezelf, met Johan om eens wat leuks te doen waar je een beetje van kan ontspannen. Volgens mij heb jij een enorme koppijn als ik zo zie hoe gespannen je schouders staan.
Britt; Jij ziet ook alles hè?
Nadine; Dat moet wel als je dit team wilt leiden.
 
 
Als Nadine bij Tony in Brussel aankomt schrikt ze behoorlijk. Zag Britt er al niet al te florissant uit, Tony is echt een verschrikking. Die is zo mager als een panlat geworden. Haar haren zijn dof, de kleding slobbert om haar sterk vermagerde lijf, haar vingers en armen zijn gelijk luciferhoutjes zo mager en haar gelaat is helemaal ingevallen en haar ogen zijn helemaal donker omrand..
Nadine; Tony, ik schrik van hoe je eruit ziet. Het gaat echt niet goed, wel?
Tony: Ik heb flink de griep.
Nadine: En verder? Want van een griep allen zie je er niet zo uit.
In de kamer ploft Tony lusteloos in een diepe stoel en slaat haar handen voor haar ogen om haar tranen te verbergen.
Nadine ziet dat ook en gaat op de leuning zitten en legt haar arm over Tony's schouders. Ook die voelen heel erg mager aan.
Nadine; Tony, vertel me eens. Het gaat niet alleen niet goed met je, het gaat echt slecht hè?
Tony: Het is allemaal mijn eigen schuld Nadine. Ik ben zomaar weggegaan uit Gent en heb alles en iedereen verraden. Dat vreet aan me, ik kan er niet meer tegen. Ik ben ziek van schaamte.
Nadine; En je mist je partner ook heel erg?
Nu begint Tony nog harder te huilen. Nadine slaat de spijker op de kop.
Tony: Ik heb het echt verbruit. Zomaar weggaan. Dat doet een fatsoenlijk mens toch niet? Hoe kon ik haar zo maar achterlaten. Elke nacht denk ik wat mij heeft bezield om haar dit aan te doen. Ik slaap niet meer, krijg geen hap eten meer door mijn strot. En op het werk maar lief en aardig doen. Ik werk me goddomme uit de naad om een goede indruk te wekken, maar ik heb er totaal geen bevrediging in. Ik ben met mijn kop bij hele andere zaken. Het verbaast me dat ik nog geen brokken heb gemaakt. Maar gisteren was het zo erg dat ik echt bang was voor ongelukken en dus heb ik me vandaag maar ziek gemeld voor ik hier ook nog slachtoffers maak.
Nadien: Wil je Britt graag weer zien Tony?
Tony: Die wil mij niet zien. Niet na wat ik haar heb aangedaan. Het is gewoon allemaal mijn eigen schuld. Sorry dat ik je naar hier heb laten komen, maar ik zal het zelf moeten oplossen. Ga maar weer terug, voor ik jou ook nog allerlei nare dingen ga zeggen. Ik heb het niet verdient dat je helemaal naar hier bent gekomen. Ik maak rotzooi, dan moet ik er ook maar zelf in zitten.
Nadine; Kom mee naar Gent. Ik zie dat je je hier op dit moment gewoon niet lekker voelt. Je hebt je boot nog wel heb ik gezien. Dan kom je toch het weekend over.
Tony: Ik durf niet.
Nadine; Dan kom je bij mij logeren. Kunnen we samen Britt bezoeken als jij dat graag wilt.
Tony: Maar Nadine....
Nadine; Geen gemaar. Dat weet je bij mij. Kom, pak wat spullen dan gaan we, voor de weekend drukte volop begint.
 
 
In Gent heeft Tony het heel moeilijk als ze bij haar boot komt. Ze heeft zoveel herinnering daar liggen, dat ze er misselijk van wordt. Gelukkig is er zoveel water in de buurt dat haar maaginhoud daar makkelijk in kan verdwijnen.
Nadine: Wij gaan naar mijn huis, dan zal ik eens lekker voor je koken en als je wilt kunnen we daar verder praten.
 
Ze had 's avond nog tegen Nadine verteld dat ze wel een paar keer naar Gent was gereden om naar Britt te kijken, maar dat ze niet naar haar toe durfde te stappen.
Tony maakt en redelijke nacht. Die was zo oververmoeid dat ze zelfs staande zou kunnen slapen
 
Britt sliep die nacht echter heel weinig.
Nadine had met Johan gebeld en gezegd dat Tony terug was. Mogelijk dat Britt en Tony elkaar anderdaags zouden kunnen ontmoeten, want een ding was zo klaar als een klontje: die twee misten elkaar enorm.
Toen Johan er met Britt over had gesproken was die bijkans beginnen hyperventileren. Johan had al zijn kunnen moeten aanwenden om haar weer rustig e krijgen. Ook die vrijdag was hij bij haar blijven slapen, en ze hadden heel voorzichtig geprobeerd de liefde te bedrijven, maar Britt had zich niet echt kunnen ontspannen.
 
Nu op zaterdagochtend hadden Johan en Nadine afgesproken om met respectievelijk Britt en Tony naar café Max te komen, waar ze elkaar zouden kunnen treffen.
Terwijl ze zaten te wachten begon Tony steeds zenuwachtiger te worden . Ineens rende ze naar de toilet en moest weer overgeven
Nadine was achter haar aangekomen om haar op te vangen en wat gerust te stellen. Tony gaf openlijk toe dat ze enorm nerveus was. Haar gezicht was wit weggetrokken en haar magere handjes bibberden alsof ze Parkinson had.
Nadine; Kom Tony, je vriendin wacht op je.
Tony: Maar ze wil me niet zien.
Nadine; En toch is ze gekomen, dus ik denk dat ze je echt wel wil zien.
Tony: Mag ik met haar alleen praten?
Nadine; Als jij dat aandurft mag je dat zeker.
 
En terwijl Johan en Nadine voor in het café gaan zitten treffen Britt en Tony elkaar weer voor het eerst in ruim twee maanden tijd in levende lijve.
Britt is ook een beetje nerveus, maar omdat zij het type is dat niet tegen ruzies en spanningen kan is zij de eerste die een openingszet doet.
Britt; Dag Tony. Ik heb u gemist.
Tony blijft hardnekkig naar de vloer staren en beiden staan naast een tafel en voelen zich ongemakkelijk.
Britt; Tony, ik wil je graag een hand geven.
En als in een automatisme duiken Tony's handen nog dieper in de jaszakken.
Britt: Hey, partner, ik ben niet boos. Ik ben alleen heel verdrietig. Laten we geen ruzie gaan maken.
Dan ziet Britt dat Tony's tranen zo uit haar ogen schieten en op de vloeren uit elkaar spatten.
Ze kan het niet langer aanzien dat Tony daar zo maar staat te staan en doet een pas naar voren om haar te omarmen. Even schrikt Tony een klein stapje terug maar Britt neemt het initiatief om door te zetten. Als ze haar armen om Tony heen legt schrikt ze zich kapot dat die zo ontzettend mager is.
Britt; Tony? Het gaat niet goed met je. Kom, ga zitten en laten we gaan praten.
 
Het duurt een hele poos maar uiteindelijk begint ook Tony te praten. Zachtjes en verzwakt, maar ze begint haar hart te luchten en voelt dat haar dat goed doet.
Beiden hebben ze zo'n spijt van hoe alles de laatste tijd gegaan is.
Tony blijft maar excuses aanbieden aan Britt, omdat ze vind dat ze haar vriendschap niet waard is.
Britt wil er echter niets van horen. Die heeft het volste begrip dat het Tony even teveel was geweest en dat ze naar wat anders had uitgezien.
Tony: Maar dan laat ik je toch niet zomaar zitten? Wat ben ik voor een verschrikkelijk mens?
Britt; Jij hebt mij door mijn depressie heen geholpen. Zonder jou had ik het niet gered. Jij bent een geweldig mens. Ik vond het heel jammer dat je wegging, maar je moest ook aan jezelf denken. En je hebt gelijk dat ik veel te veel van jou afhankelijk was geworden. Maar ik dacht gewoon dat jij er altijd zou zijn. Ik had helemaal niet stilgestaan bij jou, dus als er hier iemand fout is geweest dan ben ik dat wel en niet jij Tony Dierickx. Ik hoop dat je MIJ wilt vergeven omdat ik je voor lief heb genomen .
Tony: Britt, het was mijn fout.
Britt; Zullen we eens ophouden met een schuldige te zoeken? Ik wil je gewoon weer in mijn armen kunnen sluiten. Ik wil je weer gewoon zien als mijn vriendin en partner.
Tony: Je bedoelt ....???
Britt; Als jij terug wilt komen dan ga ik Nadine vragen of wij weer gewon mogen samenwerken, want wij zijn gewoon een heel goed team.
Tony: Meen je dat echt?
Britt; Als jij wilt....
Tony: Maar dan moet ik die baan in Brussel op geven.
Britt; En dat wil je niet? Je hebt er een hele goede baan aan. Maar ook al werk je daar, dan nog kunnen wij toch wel vriendinnen blijven? Het is niet het einde van de wereld.
Tony: Ik kan het daar niet meer volhouden Britt. Ik werk me uit de naad, maar helemaal met de verkeerde instelling.
Britt; Hoezo?
Tony: Nou, net zoals ik toen met die studies ben begonnen. Ik wilde afleiding hebben van die problemen die in mijn kop zitten. Ik wil niet steeds voelen wat er allemaal mis is met mijn leven. Maar ik kan mijn kop er gewoon niet meer bijhouden. Het is geloof ik niet echt wat ik wil. Ik wil gewoon een goede politieagent zijn en verder niks.
Britt; Je bent een goede politieagent. Punt. Uit. En je bent een keigave vriendin. En een goede koppelaarster.
Tony: Hu ??
Britt; Johan!
Tony: Wat is er met Johan?
Britt; Wij zijn door jou bij elkaar gekomen. Ik was zo stom om hem bij me weg te duwen maar hij bleef in mij geloven en we zijn nu stapelverliefd op elkaar. Dankzij jou. Bedankt Tony. Als het er nog eens van komt dat wij gaan trouwen wil ik je graag als mijn getuige hebben.
Nu breekt er eindelijk een kleine flauwe glimlach door op Tony's gezicht.
Johan en Nadine zijn al aan hun derde kop koffie toe en zien met tevredenheid dat het wel goed gaat komen tussen Tony en Britt.
 
Die zondag gaat Tony wel terug naar Brussel maar ze is voornemens om haar hele carrièreplanning en haar leven nog eens goed te overzien en dan duidelijke keuzes te gaan maken, maar ze heeft min of meer al laten doorschemeren aan Nadine en Britt dat ze eventueel wel terug zou willen naar het korps van Gent, als ze haar tenminste nog terug willen hebben.
Ondertussen in Britt's huis ...
 
Johan: Hoe voelde het voor jou, Britt? (vriendelijk, terwijl Britt in zijn armen ligt)
Britt: Ik vond het heel eng. En wat zag Tony er slecht uit. Die gaat kapot daar in Brussel. En ik maar denken ...
Johan: Het is niet jou schuld Britt. Ze is niet weggegaan vanwege jou. Ze wilde haar horizon verbreden en eens gaan zien wat haar mogelijkheden zijn. Dat heeft ze gedaan en zo te horen is ze er niet helemaal blij mee. Ik hoop voor jullie beide dat ze weer terug komt, maar ik denk dat ze ook wel hulp nodig heeft.
Britt: Dat weet ik wel zeker.
Johan: Wil je niet even gaan rusten? Je hebt al een paar nachten erg weinig geslapen.
Britt: Een paar nachten? Ik slaap al zeker twee maanden niet meer dan drie tot vier uur per nacht.
Johan: Waar wacht je dan op?
Britt; Tot jij met me meegaat. Ik wil lekker in je armen kunne liggen en ook weer in je armen wakker worden. Ik heb je nodig Johan.
Johan: Oké, dan ga ik met je mee.
En zo heeft Britt dit weekend "bedrust" zoals Johan het aangeeft. Ze slaapt niet heel de tijd. Ze doet spelletjes met de kinderen, in bed; ze leest, in bed; en ze vrijt.met Johan, in bed (en onder de douche).
Maar ze blijft gewoon heel het weekend in bed en kan zo een beetje op krachten komen.
Zondagavond krijgt ze telefoon van Tony. Johan neemt op en is verbaasd als Tony uiterst schuchter vraagt of Britt eventueel met haar zou willen praten.
Johan; Natuurlijk wil ze dat. Hoe gaat het nu met je Tony?
Tony: Ik ben kapot. Ik wist niet dat het zo slecht met me ging. En ik heb het zelf over me afgeroepen. Eigen schuld, dikke bult.
Johan :Tony, het is niet jou schuld. Het was een heel ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar ik ben heel blij dat je weer met Britt hebt gesproken. Zij had het echt nodig. Ik hoop dat jij het ook goed vond en dat we je hopelijk zeer binnenkort weer terugzien, op visite of misschien wel weer bij het corps.
Tony: Zouden ze me wel terug nemen dan, denk je?
Johan: Ik zou je zeker terugnemen, en Britt ook. Maar als je even wacht breng ik de telefoon even naar haar toe.
Tony: Is er wat met haar?
Johan: Ze heeft van mij bedrust gekregen en dat had ze ook hard nodig, maar ze begint gelukkig een beetje bij te komen. Dag Tony.
 
En aan de telefoon kletst Britt weer honderduit. Het doet Tony goed om Britt weer te horen.
Tony: Gaat het weer goed komen tussen ons Britt?
Britt; Het IS goed tussen ons.
Tony: Britt, ik ben mijn ontslagbrief aan het schrijven.
Britt; Wat zeg je?
Tony: Mijn ontslagbrief. Ik ga hier weg. Ik wordt gek of ik ga kapot als ik hier blijf.
Britt: Maar je carrière dan? Al je diploma's?
Tony: Die kennis is nooit weg, en misschien kunnen jullie er in Gent ook wel wat mee. Ik mis jullie. Ik mis jou. Ik wil weer bij je terugkomen Britt.
Britt; Je weet het: jij bent altijd welkom.
Tony: Je bent heel lief voor me Britt. Ik zal dat nooit vergeten. En als je me wilt vergeven zal ik zorgen dat ik nooit meer zo'n enorm stomme rotstreek uithaal.
Britt: Tony....
Tony: Kun je me vergeven Britt? Ik moet dat uit jou mond horen.
Britt; Tony, ik heb je alles vergeven wat er te vergeven valt. Zorg er alsjeblieft voor dat je weer gezond wordt. Zoek hulp en kom alsjeblieft weer terug.
*
Tony: Ik doe mijn best (glimlachend/opgelucht)
Nadat Tony heeft opgehangen blijft Britt toch met een wat vreemd gevoel zitten. Ze maakt zich echt wel zorgen om Tony's toestand. Behalve dat ze er lichamelijk helemaal afgeleefd uitzag, maakte Britt zich vooral zorgen om Tony's mentale toestand.
Ze had zo haar best gedaan om die opleiding te halen, ze had echt heel graag meer uit haar vak willen halen, maar ze kon het zichzelf niet vergeven dat ze ruzie had gemaakt met Britt en zo, zonder wat te zeggen, was weggegaan.
Als Johan ook in bed komt ziet hij dat Britt ligt te piekeren.
Johan: Alles goed Britt?
Britt; Ik maak me zorgen om Tony. Ze ziet er niet goed uit, maar die ogen.... Daarachter gaat zoveel verdriet en pijn schuil. Ik ben heel bang dat ze het niet kan volhouden, dat ze bezwijkt en dat we haar zullen verliezen.
Johan: Welnee Britt. Het gaat wel weer goed komen met haar. Je zag toch hoe blij ze reageerde toen ze je weer zag?
Britt: Blij? Dat was gespeeld. Ze voelt zich diep ongelukkig. En leer mij Tony kennen, die weet heel goed hoe ze zich moet gedragen als ze geen vragerij aan haar hoofd wil. Johan, ze is goddomme in een klotegezin opgegroeid; kreeg alleen maar slaag en gescheld over zich heen. Die heeft een heel afweersysteem rond zich heen opgetrokken.
Johan: En wat wil je daar aan doen? Tony moet het toch echt zelf willen.
Britt: Johan !! Zeg niet zulke nare dingen. Tony heeft hulp nodig en ze zal daar zelf niet om vragen.
Johan: Britt, laat dat nu toch rusten. Probeer te gaan slapen en dan bel je haar morgen maar op.
Britt: Ik ga morgen naar haar toe. Nadine kan wachten.
Johan: Kun je dan nu gaan slapen? Je hebt je rust nodig. En IK rijd morgen!
Britt; Hoezo, jij rijdt?
Johan :Ik moet morgen in Brussel zijn en als ik je zo zie, denk ik dat je je hoofd niet bij de weg hebt. Het is prima dat je om Tony geeft, maar denk ook aan jezelf en aan de kinderen. En een klein beetje aan mij.
Hiervan breekt eindelijk het verzet van Britt. Ze is heel gelukkig met Johan en wil hem niet kwijtraken door zo eigenwijs te doen.
Britt: Sorry Johan, dat ik me zo liet gaan, maar ik geef gewoon heel veel om haar.
Johan: Is goed Britt. Geef me een lekkere zoen en ga dan slapen.
Maar een zoen is niet genoeg, Britt wil meer, ze wil de liefde bedrijven met Johan, net zoals ze in de chalet in de Ardennen hebben gedaan. De klok geeft al tegen half drie aan als Britt eindelijk omrolt van de slaap.
Tevreden gaat Johan ook liggen slapen, al is dat maar van korte duur, want om zes uur loopt zijn wekker af.
Hij gaat vlug douchen, scheren en het brood voor de kinderen klaarmaken, en wekt dan Britt, opdat die ook de tijd heeft voor douchen en een goed ontbijt.
Britt; Ik wil alleen koffie.
Johan: Britt, leer toch eens een beetje voor jezelf te zorgen. Je moet eten 's morgens anders ben je zo flauw als ik weet niet wat.
Britt: Is een glas sap voldoende dan?
Johan: Wat denk je?
Britt: Voor mij meer dan genoeg.
Johan: Een glas sap, om minstens een bruine boterham mee door te spoelen. Ga even zitten en eet wat, dan kunnen we weg zodra de kinderen naar school zijn.
Met tegenzin eet Britt de bruine boterham met kaas die Johan voor haar heeft klaargemaakt. Ze drink haar sap, maar is met haar gedachten al in Brussel. Ze is nu al bang wat ze straks zal aantreffen als ze bij Tony komt.
 
En haar onrustige vermoedens worden bevestigd.
Tony reageert niet op de deurbel en op kloppen het raam.
Heel toevallig is de conciërge aanwezig die met een loper de deur kan openen, en dat alleen doet, omdat Britt hem haar politiepenning laat zien.
Op de voet gevolgd door Johan rent ze het appartement in en gaat op zoek naar Tony.
Die treft ze in de slaapkamer, maar ze reageert niet op aanspreken of aanraken. Ook niet als Britt toch wel een paar redelijke tikken in haar gezicht geeft. Ze voelt ook erg koud aan. Britt begint panikeren.
Britt; TONY !! TONY, zeg dan wat. Johan, ze reageert niet. Wat moet ik doen???
Johan bukt zich en voelt of Tony een hartslag heeft. Dan pakt hij zijn mobiel en belt direct voor een ambulance.
Binnen tien minuten is die er en na een korte controle wordt Tony meegenomen naar het ziekenhuis. Britt rijd met haar mee en Johan, gaat naar zijn afspraak bij de universiteit en beloofd ook op het ziekenhuis te komen, zo gauw hij klaar is.
In de wachtkamer zit Britt ongeduldig te wachten op een bericht over Tony.
 
Na een dik uur komt er een arts de wachtkamer inlopen.
Arts: Is hier familie van een mevrouw Dierickx?
Britt; Ze is mijn partner en mijn vriendin.
Arts: En familie?
Britt; Die heeft ze niet, althans geen contact mee.
Arts: Komt u even mee?
Britt; Wat is er met haar? Is het erg?
Arts: Ze is uitgedroogd, ondervoed, psychisch heel erg labiel. Haar lichaam is in verval aan het geraken en we moeten drastische maatregelen nemen om levensgevaar af te wenden.
Britt; Wat bedoelt u met drastische maatregelen?
Arts: We moeten haar dialyseren. Daarna moet ze naar de intensieve want ik wil volledige controle over haar lichaamsfuncties. Die zijn behoorlijk gestoord.
Britt; Wat is er dan gestoord?
Arts: Haar hart is verzwakt, het klopt zwak en onregelmatig; haar longen zijn erg zwak en ze heeft een forse longontsteking; haar nieren zijn bijna uitgedroogd, die kunnen niet eens meer urine produceren en dus blijven de afvalstoffen in haar lichaam.
Britt; Zal ze het halen?
Arts: Ik denk het wel, mogelijk zelfs zonder blijvende gevolgen, maar dan moeten we nu toestemming hebben voor dialyse. Kunt u die toestemming geven?
Britt; Is er een reden waarom ik dat niet zou kunnen?
Arts: Heeft ze een wilsbeschikking, die ze niet bij zich droeg?
Britt; Wilsbeschikking?
Arts: Zo'n geschreven bewijs dat ze wel of geen reanimatie of behandeling op de intensieve wil hebben.
Britt; Gisteren nog zei ze me dat ze graag weer terug wil komen werken in Gent dus ik denk dat dat bewijs genoeg is dat ze wil leven. Jullie moeten haar gaan helpen, alsjeblieft, maak haar beter.
 
Omdat het aanleggen van een shunt voor de dialyse steriel moet gebeuren mag Britt nog niet bij Tony en dus moet ze weer langer wachten.
Na nog eens drie uur in de wachtkamer te hebben gezeten ziet ze dat Johan binnenkomt. Hij heeft zich duidelijk gehaast om bij Britt te komen.
Johan: Hoe is het met haar Britt?
Britt: Zware zelfverwaarlozing. Hartzwakte, longontsteking en haar nieren doen het niet. Ze wordt nu gedialyseerd en ik moest dus nog wachten.
Johan: Gaat ze het halen?
Britt; De dokter denkt van wel. Ik zei toch dat het ernstig was met haar.
Johan: Sorry Britt dat ik gisteren niet naar je luisterde.
Britt: Jij kon dit niet weten. Ik ook niet, maar ik voelde gewoon dat er iets mis was. Gelukkig hebben we haar op tijd gevonden en kon ze behandeld worden. Ik hoop dat ik zo bij haar mag.
Dan komt er net een verpleegster aan die Britt uitnodigt om mee te gaan naar de intensieve.
 
Daar ligt een pierig, witte en zwaar vermoeide Tony aan de bewakingsapparatuur.
Britt; Hey, partner, wat maak je me nu?
Tony: Ik ben zo stom geweest Britt. Ik had nooit weg moeten gaan. Dit is mijn straf.
Britt; Je gaat beter worden Tony, dat heeft de dokter gezegd. Maar je moet wel behandeld worden. Eerst hier weer lichamelijk aansterken, en dan kom je mooi mee naar Gent, naar je vrienden en je collega's en samen krijgen we je er wel weer bovenop.
Tony: Echt waar? Meen je dat? Ik voel me zo ellendig.
Britt: Dat is helemaal niet verwonderlijk. Je bent ook doodziek. Nu moet je veel rusten en je medicijnen nemen. Helaas kan ik niet blijven; de kinderen weten niet eens dat k hier ben, maar zodra ik kan kom ik weer terug en ze mogen me altijd bellen als je me wilt zien of spreken. Is dat afgesproken?
Tony: (zwaar zuchtend en direct in een uiterst vermoeiende hoestbui schietend) Ja Britt, dat spreken we af.
Britt: Dag lieverd. Goed beter worden en tot gauw.
Tony kan met moeite een verzwakte hand opsteken en is al weer in slaap gevallen voor Britt bij de deur is.
Buiten Tony's kamer...
 
Britt: Gaat ze het halen, Johan? (doodsbang)
Johan: Ja, Britt, ik ben zeker dat ze het gaat halen (glimlachend)
britt: echt? (onzeker)
Johan: Dat zei je net zelf ook tegen Tony. Je moet er zelf ook wel in geloven. Je vertelde toch dat de dokter zei dat ze het ging halen?
Britt; Maar ik ben zo bang dat ze er psychisch onderdoor gaat.
Johan: Die haalt het wel Britt. Wees daar maar gerust op. Die heeft nu zo'n tik aan de oren gehad, die is daar heus wel voor eens en voor altijd van genzen.
 
Johan en Britt rijden terug naar Gent waar Britt naar het commissariaat gaat om Nadine in te lichten over de toestand van Tony.
Nadine; Alles goed met jou Britt? Ik bedoel, zoiets gaat je toch niet in je koude kleren zitten, als je je partner zo doodziek aantreft?
Britt; Gelukkig was Johan bij me en hij heeft me heel goed opgevangen.
Nadine; Zal het werken gaan deze week of heb je liever wat verlofdagen?
Britt; Misschien dat ik morgen en overmorgen vrij kan zijn? Even een beetje van de schrik bekomen.
Nadine; Is goed. Dan zie ik je woensdag weer. En als er wat is wel bellen hoor?
Britt; Doe ik . Bedankt Nadine.
Nadine; Sterkte Britt.
Britt gaat Nadine's kantoor weer uit, na een vriendelijke hoofdknik naar haar baas, maar loopt dan pardoes tegen Bruno op en ze valt neer op de grond...
Verdwaasd kijkt ze voor zich uit...
Bruno: Sorry Britt, ik had u zo snel niet gezien. Gaat het?
Britt; Ja, ook sorry. Ik keek niet uit.
Bruno: Wacht, ik help u even overeind. Gaat het echt Britt? Je ziet er zorgelijk uit.
Britt: 't Is Tony. Ze is heel ziek. Ik maak me zorgen over haar.
Bruno: Is er iets wat we voor haar of voor jou kunnen doen?
Britt; Ben je gelovig Bruno?
Bruno: Hoezo?
Britt: Dan kun je bidden dat het goed gaat komen.
Zonder verder te vragen neemt hij Brit tin zijn armen omdat hij ziet dat ze heel verdrietig is.
Nadine kijkt vanuit haar kantoor mee en geeft Bruno een lichte hoofdknik ten teken dat ze tevreden is over wat hij doet.
Na een poosje herpakt Britt zich en gaat weer naar huis.
 
Inmiddels zijn de kinderen ook thuis en zitten rustig hun huiswerk te doen. Johan had ze geïnformeerd over de situatie met Tony, en nu zat Dorien af en toe onder het huiswerk maken, voorzichtig op te kijken naar Britt, die er echter niets van in de gaten had. Ze was met haar gedachten in Brussel, bij haar vriendin.
Die avond is Britt nog zo met haar gedachten bij Tony dat ze niet eens in slaap kan komen.
Johan neemt haar in haar armen en praat zacht lieve woordjes tegen haar en streelt haar teder over haar rug en armen en borsten. Het irriteert Britt dat hij dat doet, maar Johan laat haar niet los. Hij wil haar laten ontspannen omdat het haar anders ook te veel gaat worden.
Joahn: Brittje, probeer toch je te ontspannen. Je hebt nu al de hele week niet meer dan twee, hooguit drie uurtjes per nacht geslapen.
Britt; Ik KAN niet slapen als dit allemaal gebeurt. Begrijp dat dan.
Johan: Dat begrijp ik ook wel. Maar ik begrijp niet hoe jij nog op de benen kunt blijven met zo weinig slaap.
Britt; Ik ben vandaag ook onderuit gegaan.
Johan: Zie je nu wel?
Britt: Ik liep tegen Bruno aan.
Johan: Heb je je pijn gedaan?
Britt: Ja, mijn kont en mijn rug.
Johan: Draai u eens om en laat me eens zien.
Britt draait zich moeizaam om en Johan ziet direct al een paar blauwe plekken op Britt haar rug zitten. Zachtjes begint hij die te masseren en merkt dat Britt zich helemaal stijf houd.
Johan: Vind je het niet fijn Britt?
Britt; Jawel, maar ik kan me niet ontspannen.
Johan: Wil je liever gewoon lekker dicht bij me liggen?
Britt; Ja. (En met een moeizame zucht draait ze zich weer om en rolt bij Johan in de armen en valt direct in slaap)
Hiermee is Johan in elk geval wel content. Hij neemt Britt veilig in zijn armen en valt zelf ook al snel in slaap.
Britt heeft een onrustige nacht. De ligt heel onrustig te bewegen, heeft veel pijn, en droomt ook heel naar.
Tegen half tien wekt Johan haar met een ontbijtje en een kop koffie.
Geheel tegen de gewoonte in neemt Britt de koffie niet aan.
Johan: Je wordt toch niet ziek? Jij en geen koffie in de morgen?
Britt; Last van mijn maag.
Joahn: Spanningen?
Britt; Ik denk het.
Johan: Ik heb even naar Brussel gebeld. Het gaat weer een beetje beter met Tony. Ze is vannacht even wakker geweest. Ze heeft veel pijn, vooral bij het ademhalen; dat is de longontsteking. Vanmorgen moet ze weer voor dialyse en overmorgen gaan ze weer een nierfunctieonderzoek doen om te zien of de nieren zich beginnen te herstellen.
Britt sluit haar ogen en zucht eens heel diep.
Als ze haar beschuitje en haar boterham op heeft schuift ze het ontbijtblad aan de kant en zakt wee onderuit het bed in. Ze trekt nog even het dekbed over zich heen en valt gelijk weer in slaap.
Johan kijkt het verbaasd aan. Hij streelt haar over haar wangen en merkt dat ze heel warm is. Hij denkt dat Britt zelf ook de griep heeft of zo, en laat haar maar lekker liggen.
Maar na een tijdje begint Britt onrustig te woelen en met haar armen in het rond te maaien.
Het zweet loopt van haar af, en Johan beslist een dokter te bellen.
Wanneer die aangekomen is, begint hij Britt te onderzoeken, maar Britt schrikt wakker van vreemde handen op haar lichaam...
 
Britt: Huh?! (geschrokken)
Johan: Wees maar niet bang, lieverd, de dokter is je gewoon even aan het onderzoeken. (vriendelijk/glimlachend)
Britt: Dan ist goed. (zwak glimlachend)
Britt draait zich op haar rug en laat alles toe.
Na 5 minuten heeft de dokter Britt onderzocht.
Britt: En?
Dokter: Een zware griep zou ik zeggen. En die blauwe plekken, hoe komt u daar aan?
Britt: Gevallen.
Dokter: Doet het erg pijn?
Britt: Ja, als u er op drukt en als ik diep moet zuchten.
Dokter: Een paar gekneusde ribben. Ik zou zeggen, een weekje onder de wol. Heel goed uitrusten en niks doen. Ik weet dat het moeilijk lijkt, maar doe je voor je eigen gezondheid. Ik zal je wat pijnstillers geven, en verder mag je je lekker laten verwennen door je vriend.
Britt zucht nog eens en valt gelijk weer in slaap.
 
In de kamer vraagt Johan zorgelijk aan de arts of het wel goed is als Britt zoveel slaapt.
Dokter: Heeft ze de laatste tijd dan slecht geslapen?
Johan: Nog geen drie uur per nacht, en dat al weken lang.
Dokter: Dan is het niet verwonderlijk. Laat haar lekker even bijtanken. Als u het niet vertrouwd, gewoon even bellen, en ik kom morgen nog even terug om te zien hoe het met haar ribben gaat.
 
Dorien vind het zielig voor Britt dat ze zich zo ellendig voelt. Om de haverklap komt ze even de kamer in. Dan met een kopje thee, dan weer om een zelf gemaakte tekening te brengen, dan gewoon zomaar even om naar Britt te kijken.
Johan vind het fijn dat ook Dorien zo met Britt begaan is.
Britt slaapt vooral veel deze dagen. De dokter komt elke dag even langs en na een kleine week zijn de koortsen over en kan Britt weer wat makkelijker ademhalen. Van Johan mag ze 's avonds even in haar ochtendjas in de kamer om samen met het gezinnetje te eten, iets wat pas nu, na een week weer een beetje gaat.
Zelf voelt ze zich nog erg slap op de benen en als ze op de badkamer in de spiegel kijkt schrikt ze wel dat haar gezicht zo wit is en zo ingevallen.
Die avond als Johan zich naast haar legt vraagt ze met nerveuze stem: Johan, het was toch echt alleen maar de griep? Ik heb toch niets ernstigs, iets wat de dokter niet wilde vertellen?
Johan: Hoe kom je daar zo bij?
Britt; Ik zie er nog steeds heel beroerd uit en ik voel me ook nog niet fit. Is het slim? Het is..... Ik ben ernstig ziek? Is het niet? Ik heb ......
Johan schrikt van hetgeen Britt zegt.
Britt heeft alweer de tranen in haar ogen staan en ziet hele doemscenario's aan zich voorbij trekken.
Johan: Hé, meisje van me. Wat maak je je druk. Je hebt de griep gehad en een paar gekneusde ribben. Je gaat zo weer beter worden.
Britt; Maar dan blijft Dorien helemaal alleen achter.
Johan neemt Britt heel dicht tegen zich aan en streelt haar zachtjes, maar Britt kan het beeld niet van haar netvlies afkrijgen dat ze ernstig ziek is.
Nu begint Johan haar voorzichtig te zoenen en te strelen en Britt haar verdriet maakt langzaam plaats voor ene beetje rust.
Johan: Rustig nou maar Britt. Je gaat weer beter worden. Je maakt me bang als je zulke enge dingen zegt. Hoe kom je er nu bij dat je wat ernstigs zou hebben?
Britt; Ik droom er steeds over en dan ben ik bang dat ik zal sterven.
Johan: Kom eens heel dicht bij me schat. Ik wil je laten voelen dat je oké bent, dat je ziek bent geweest maar dat alles weer goed is gekomen.
Voorzichtig begint hij met zijn voorspel en langzaam kan Britt zich ook laten gaan. Conditioneel kan ze het haast nog niet aan en dus houd Johan het bij een hele fijne maar subtiele vrijpartij.
Met een ontspannen glimlach op haar gezicht valt Britt na een kleine twintig minuten in slaap.
De andere morgen voelt ze zich eindelijk een stuk opknappen.
Britt; Wat heb ik gisteren toch raar gedaan, of niet Johan?
Johan; Ik schrok dat jij je zo angstig voelde. Hoe is het nu?
Britt; Het gaat wel. Mag ik zo uit bed?
Johan; Ik zal je dekbed en kussen meenemen naar de kamer en als je moe bent ga je maar lekker op de bank rusten.
Britt: Hoef jij niet te werken dan?
Johan: Goedemorgen, het is zondag.
Britt: Oh, helemaal de tijd kwijt.
Johan: Ik heb nog goed nieuws voor je.
Britt; Vertel, ik kan wel wat goed nieuws gebruiken.
Johan: De kinderen zijn bij je moeder. Die is vrijdag geweest en heeft ze meegenomen voor een weekje vakantie bij haar in het huisje aan het strand. Dan hebben wij lekker even de tijd voor elkaar.
Britt; Ging Dorien zo maar mee dan? Deed ze niet moeilijk dat ik hier achter bleef?
Johan: Welnee, ze trok je moeder zowat mee terug de auto in. Ze kon haast niet wachten. En Simon had er ook veel zin in.
Britt; Ze zal het weten. Een hele weke die uitgelaten kinderen.
Johan: Maar ik heb nog beter nieuws.
Britt; Wat dan??
Johan: Tony gaat weer helemaal beter worden. Ze hoeft niet meer aan de dialyse, haar longontsteking is ook bijna over en dinsdag mag ze uit het ziekenhuis in Brussel weg. Dan zal ze nog wel even hier in het ziekenhuis wat verder gaan aansterken, maar ze komt weer terug.
Britt: Heeft de dokter gebeld dan?
Johan: Nee, ik ben donderdag bij haar geweest. Ze zag er een stuk beter uit. Je moest de hartelijke groeten van haar hebben, en dit .....
En hij zoent Britt vol op de mond.
Britt krijgt het schaamrood op haar kaken.
Britt; Heeft ze gezegd dat je me op de mond moest zoenen?
Johan: ja. Ze wilde perse dat ik het goed zou over brengen. Ze heeft je gemist en ze wil heel graag terug hier komen om weer met je samen te werken. Ze heeft spijt als haren op haar hoofd dat ze überhaupt weg is gegaan hier uit Gent en bij jou vandaan. Trouwens, ze heeft niet zoveel haren meer op haar hoofd.
Britt: Niet? Hoe komt dat ?
Johan: Door haar slechte conditie heeft ze heel erge haaruitval gehad. Het is heel kort en hele dun. Ze schaamde zich er nogal voor. Toen heb ik haar jou politiepet maar gegeven en daar was ze heel blij mee.
britt: daar moet ze zich toch niet voor schamen?
johan: neen, maar je kent haar (glimlachend)
britt: en wat gaan wij deze week doen? (glimlachend)
Johan: Jij gaat verder beter worden. Dinsdag reis ik naar Brussel om Tony terug naar Gent te halen, en als je een beetje opgeknapt bent, dan kunnen we woensdag bij haar op bezoek.
Britt: Maar ik dacht dat wij ook nog wat leuks gingen doen?
Johan: Hoe bedoel je?
Britt; Je weet wel, iets leuks.
En haar handen glijden al langs Johan's lijf. Hij heeft er wel schik aan, maar denkt dat Britt er nog niet aan toe is.
Johan: Dat mag je van mij te goed houden, met interest. Maar nu moet je eerst weer aansterken.
Britt zucht eens en legt zich neer, en valt ook zo weer in slaap.
Na een uurtje komt Johan haar weer wekken. Hij heeft de telefoon bij zich voor Britt.
Britt; Hallo, ja, met Britt?
Tony: Dag Britt. Ik hoorde dat jij ook al ziek was geworden. Gaat het een beetje?
Heeft Johan al verteld dat ik terug kom naar Gent?
Britt; Tony !! Oh wat leuk dat je belt. En het is nog leuker dat je terug komt. Ik zie er echt naar uit. Hoe gaat het met je? Ben je weer een beetje opgeknapt?
Tony: Dat is nog een lange weg, en ik heb echt je hulp nodig Britt. Zou jij dat willen doen? Mij helpen om weer op de rails te komen. Zou je dat willen, ondanks dat ik zo naar tegen je heb gedaan?
Britt; Met alle liefde. Kom maar snel terug. Johan zegt, dat als ik wat ben opgeknapt, wij dan woensdag bij je op bezoek komen. Ik zie uit naar de woensdag.
 
Na het telefoontje stapt Brit tin de douche. Zelfs de waterstralen doen nog zeer op haar huid, en dus is ze vlug klaar en gaat in een schone pyjama en ochtendjas in de kamer op de bank liggen.
Johan zit aan de keukentafel te werken en heeft haar eerst niet in de gaten.
Als Britt begint te hoesten merkt hij haar pas op.
Johan: Alles goed Britt? Heb je iets nodig?
Britt; Ja, jou.
Johan: Ik kom.
En hij gaat op het randje van de bank naast haar liggen en neemt haar voorzichtig in zijn armen en begint haar kleine kusjes te geven.
Hieraan merkt Johan dat het weer wat beter gaat, want Britt kan er nu echt van genieten. Ze is nog wel heel snel moe, en tot Johan's geluk protesteert ze er niet tegen.
Komt de slaap dan komt die, en laat Britt zich lekker meevoeren naar droomland.
 
De maandag is ook nog een slaapdag, maar dinsdag is ze wat meer uit bed. Deels gedwongen, want Johan is er niet en dus zal ze voor zichzelf moeten zorgen.
 
Om drie uur komt Johan weer binnen. Hij was naar Brussel geweest om Tony terug te begeleiden naar Gent en daar naar het ziekenhuis te brengen.
Aanvankelijk had men haar gelijk op de afdeling psychiatrie willen opnemen, maar daar had Tony heftig tegen geprotesteerd.
Tony: Ik weet dat het niet goed zit, maar daar ga ik niet liggen.
Op de interne voor mijn longen of mijn nieren, oké, maar nergens anders. En als ik gesprekken nodig heb dan ga ik wel naar de psychiater toe maar ik laat me niet opnemen.
Deze inspanning had ze moeten bekopen met een hele forse hoestbui en nu lag ze happend naar adem op de brancard. Vlug kreeg ze weer zuurstof toegediend, maar ze bleef benauwd en daarom werden de longen uitgezogen, want er zat nog steeds heel vele slijm in haar longen.
Helemaal uitgeput werd ze op de afdeling longgeneeskunde in bed gestopt en aldaar weer in behandeling genomen, compleet met toeters en belle.
Ze was te moe om in de gaten te hebben dat Johan afscheid nam. Ze draaide zich om en probeerde wat te slapen.
Johan gaat naar huis om Britt te vertellen dat Tony in gent is.
Britt is in eerste instantie blij dat te horen maar als Johan haar veteld wat er is gebeurt eordt Britt weer ongerust.
Britt: Maar gaat ze het wel halen dan?
Johan: Tuurlijk Britt ze wordt nu alleen wat extra in de gaten gehouden.
Britt: Ja maar kan ik haar dan wel bezoeken?
Johan: Dat denk ik wel ja en ik denk ook dat Tony dat heel prettig zal vinden ze heeft je nodig Britt.
Britt: Denk je?
Johan: Dat weet ik zeker.
Britt: Dan ga ik nu naar het ziekenhuis toe.
Johan: Britt ik denk dat je beter morgen kan gaan Tony was erg moe.
Britt: Ja maar ik wil even laten weten dat ik er vorr haar ben.
Johan: Oke maar ik ga mee.
Britt en Johan vertrekken naar hert ziekenhuis.
Maar daar aangekomen mogen ze nog niet bij Tony. Die had opnieuw een ernstige benauwheidsaanval gehad en de artsen waren nu met haar bezig.
Britt begint allengs meer te twijfelen of Tony het echt wel gaat halen. Ze had fysiek al zoveel ingeleverd, hoe zou ze dat psychisch nog kunnen opvangen.
Johan ziet de twijfel bij Britt en slaat een arm om haar middel.
Joahn: Kom, Britt. We gaan naar huis en daar wachten we wel tot ze ons bellen.
Britt; Maar ik moet Tony zien.
Net dan komt er ene arts uit Tony's kamer lopen.
Britt: Mag ik alsjeblieft naar mijn vriendin toe? Ik moet haar zien.
Arts: Dat zal niet gaan. Ze moet mee naar de operatiekamer.
Britt; Waarvoor dan? Ik dacht dat ze weer in orde was.
Arts: Haar benauwdheid. Ze hoest zoveel. Ze heeft een klaplong gekregen. Dat betekend dat beide longvliezen los van elkaar zijn gekomen en dat de long is dichtgeklapt. Die long kan dus geen zuurstof opnemen. We gaan een vacuümdrain aanleggen en dan de lucht tussen de vliezen uitzuigen en dan zal het snel weer een stuk beter gaan met haar.
Britt: Mag ik haar niet heel kort even zien voor ze weggaat?
Dan net komen de broeders het bed uit de kamer schuiven. Britt schrikt heftig als ze Tony ziet. Vlug pakt ze diens hand en buigt voorover om haar wat bemoedigende woorden toe te spreken.
Tony reageert met een heftig kreunen.
Britt; Heeft ze zoveel pijn dokter. Kunt u daar wat aan doen? Dat kan ze toch niet hebben?
Arts: We gaan haar nu helpen. Ik denk dat we over een uur of zo weer klaar zijn met haar.
Britt kijkt Joahn aan met een vragende blik in haar ogen.
Johan; Oké Britt. Als jij wilt kun je op haar wachten, maar ik moet toch echt even de kinderen op gaan halen. Lukt het je om hier allen te wachten of zal ik Sofie of Nadine even bellen?
Britt; Ik wacht hier wel alleen. Kom jij straks wel terug dan?
Joahn geeft haar een zoen ter bevestiging en vertrekt dan naar de school.
 
Britt zit starend in de wachtkamer En inderdaad na ongeveer een uur komt Tony weer terug. Haar gezicht is heel mager en ingevallen en heeft een ongezonde kleur.
Heel rustig zet Britt de stoel weer naast Tony haar bed en gaat weer zitten met diens hand in haar eigen hand.
Langzaam kom Tony bij uit de narcose. Ze voelt zich hondsberoerd. Ondanks alle ziekenhuis ervaring kan ze er nog steeds niet tegen. Ze moet braken en dat doet ontzettend pijn in haar ribbenkast en ze gilt het uit. Het gekrijs gaat Britt door merg en been en zelf word ze er ook helemaal naar van.
De zuster die komt om Tony te verzorgen ziet da Britt het ook moeilijk heeft en wenkt haar even mee naar de gang om te praten.
Het is een hele vriendelijke zuster, die ook heel goed oog had voor het bezoek van haar patiënte. Ze ziet bij Britt de angst en de meegeleefde pijn.
Zuster: Nu lijkt het allemaal heel erg, maar ze heeft net een injectie tegen de pijn en de misselijkheid gehad, ze zal zo wel wat rustiger worden.
Britt; Gaat ze echt wel beter worden dan? Ik maak me zo zorgen om haar.
Zuster; Jawel, ze gaat wel beter worden.
Britt; Ook psychisch? Ze was er heelmaal door toen ik haar de laatste keer zag. Ze zat zo in de knoop over dat ze zomaar hier weg is gegaan en ruzie had gemaakt met mij. Toen is alles begonnen en nu voelt ze zich een hele slecht mens.
Zuster; Als jij haar graag terug wilt, moet je maar veel op bezoek komen. Ik zie zo aan je dat jullie bij elkaar horen. Ze zal nog wel een poosje onder de pannen zijn met die longen maar ik denk dat ze zeker en vast ook een psychiater of een psycholoog nodig heeft.
Britt; Dat denk ik ook wel, maar Tony zal dat niet willen ben ik bang.
Zuster: Kom regelmatig en hou haar goed in de gaten. Probeer haar te motiveren om toch professionele hulp te zoeken.
Britt; Kan ik weer even naar haar toe gaan?
Zuster; Ja hoor. Ga maar. En als er vragen zijn kom je maar weer hier.
 
Tony heeft nu haar ogen open. Ze staart mijlenver voor zich uit.
Britt: Tony, heb je nog heel veel pijn?
Tony: Ja.
Britt: Mag ik je hand houden?
Tony zegt niets en doet niets, en dus pakt Britt heel voorzichtig Tony's hand.. Ze merkt dat Tony het niet zo prettig vind.
Britt: Allez, wat is er Tony? Vind je het niet goed dat ik dat doe?
Dan begint Tony zachtjes te huilen, maar omdat ze dan zo diep moet ademen en zo vlug, gaan haar longen ook weer pijn doen.
Britt ziet het gezicht vertrekkenen legt troostend een hand op Tony's schouder.
Brit: Stil maar Tony. Je moet niet praten als het je teveel vermoeid.
Tony: Maar ik kan jou toch niet onder ogen komen. Kijk eens wat ik met onze vriendschap heb gedaan?
Britt; Tony, ik heb je al gezegd dat ik het je allemaal heb vergeven. Jij was ziek, en je voelde je klem staan. In je leven, in je carrière. En toen heb je alles binnen gehouden en er niet over gepraat, en dat is je teveel geworden. Je stikte bijna in je eigen verdriet. Maar je bent nu toch weer terug? Laat ons je helpen.
Tony legt haar hand op de wond waar de drain in haar borstkas steekt en drukt daar iets op om wat dieper te kunnen ademen.
Britt: Gaat het?
Tony: Wil jij eens zien of het nog goed zit? het voelt zo vreemd.
Voorzichtig kijkt Britt onder de dekens en haar maag begint zich om te draaien. En dikke kunststof slang, zo dik als haar pink steekt als een spies zo recht in Tony's borstkas. Er loopt wat bloed doorheen en de machine die naast het bed staat maakt vreemde zuigende geluiden.
Britt; Ik ben geen dokter, maar het lijkt me wel goed te zitten.
Tony: Wil jij je hand er even opleggen een erop drukken?
Heel voorzichtig plaatst Britt haar hand op de wond. Tony gebaard dat ze wat harder moet drukken.
Tony: Nog wat harder Britt.
Britt vind het doodeng. Ze ziet dat het Tony ook vreselijk veel pijn moet doen maar die had zelf gevraagd om de druk op te voeren.
Ineens voelt ze een rare knap onder haar hand. Tony zucht diep en lijkt ineens opgelucht, maar Britt is van de schrik flauwgevallen en ligt languit voor het bed.
Tony drukt op de zusteroproep en al snel komt de zuster en beziet wat er gaande is.
Tony: Het slangetje zat niet goed, en toen Britt erop drukte knapte er iets. Nu voelt het wel goed, maar nu ligt zij hier. Wil je haar helpen.?
De zuster roept haar collega en samen leggen ze Britt languit op haar rug met haar hoofd opzij gedraaid. Dan stoppen ze een paar kussens onder haar benen zodat het bloed wat beter naar het hoofd kan stromen.
Het duurt een behoorlijke tijd voor ze weer bij komt. Inmiddels is haar bloeddruk en haar polsslag ook al opgenomen. Bloeddruk is erg laag 84/ 45, de pols is erg hoog 158, het hart doet flink zijn best om het bloed rond te pompen door haar lichaam.
De arts is inmiddels bij Tony geweest en heeft de wond geïnspecteerd. Inderdaad was met het overplaatsten van Tony van de operatietafel naar haar eigen bed de slang er iets uitgeschoven en daarom had ze zoveel pijn gehad. Nu zat alles weer goed, dankzij Britt.
Britt is inmiddels op een brancard gelegd en zelf meegenomen naar de eerste hulp alwaar zij eens grondig word onderzocht.
Als Johan dan ook bij Tony terugkomt kijkt hij verbaasd dat Britt er niet is en haar tas en jas er wel liggen. Omdat Tony lijkt te slapen wil hij haar niet wekken.
Maar Tony sliep niet, althans niet vast. Ze had Johan gehoord en keek hem nu met haar betraande ogen aan.
Johan: Wat is er Tony? Waar is Britt?
Tony: Die is flauw gevallen toen ze me heeft geholpen. Ze onderzoeken haar nu op de eerste hulp.
Johan: Ik ga naar haar toe, en kom dan straks wel weer even bij je langs. Oké?
Tony: Is goed Johan. Tot straks.
 
Op de eerste hulp krijgt hij te horen dat de artsen nog bezig zijn en dat hij even moet wachten.
Na een half uurtje word hij binnen geroepen. Britt is inmiddels in een gewoon bed gestopt.
Johan: Wat is er met haar? Is ze niet goed? Ik dacht dat ze alleen maar flauw was gevallen?
Arts: Ze bleef maar flauw vallen. We hebben haar eens grondig onderzocht en zullen haar voorlopig hier moeten houden om een oorzaak daarvoor te vinden.
Johan: Maar wat is er dan?
Arts: Op de ECG, het hartfilmpje, zien we nogal wat afwijkingen, flinke hartritme stoornissen. En het EEG, het hersenfilmpje, laat ook wat onregelmatigheden zien. We kunnen nu nog niet met zekerheid zeggen wat er is, maar zoals ik al zei, dat gaan we verder uitzoeken.
Johan heeft zich inmiddels naar Britt toegebogen die hondsmoe en beroerd, maar vooral heel angstig in bed ligt.
Britt; Sorry Johan dat ik het weer zo verpest.
Johan :Kom op lieverd. Hier kun I toch niets aan doen. De artsen gaan je goed onderzoeken en observeren en jij gaat ageer helemaal gezond worden hoor. Ik reken op je.
Britt: Ben je niet boos op mij dan?
Johan: Op jou? Nooit lieverd. Wordt maar snel weer gezond. De kinderen en ik wachten op je.
 
En zo verdwijnt Britt naar de afdeling cardiologie en komt ze aan de hartbewaking te liggen.
Ofwel dat DE plaats is om alles heel goed in de gaten te houden, is het voor Britt juist een plaats van angst en onzekerheid. Alle toeters en bellen en piepjes en lampjes. Het verontrust haar meer en meer.
Zo zeer dat het haar hartritme ook nog eens negatief beïnvloed. Zo ongeveer elk half uur gaat het alarm van haar machine af omdat haar hart zo onregelmatig klopt. Britt doorstaat ware doodsangsten.
Later die avond heeft Britt zoveel te incasseren gehad met alle alarmtoestanden dat haar hart een totale uitputting nabij is.
Nadat Johan en de kinderen op bezoek zijn geweest krijgt ze een heee raar gevoel in haar keel en haar borstkas. Ze voelt zich zweterig en zweverig worden en krijgt het steeds benauwder.
Dan ineens slaat weer het alarm aan en Britt voelt zich helemaal los komen van het bed. Het is alsof ze door een tunnel gaat met allemaal mooie lichten erin. De geluiden van de afdeling vervagen en ze voelt zich rozig worden.
En dan ineens die hele felle stekende pijn achter haar borstbeen. Ze wil gillen maar ze krijgt geen geluid over haar lippen. Nu wordt de angst nog sterker.
Ze wil om zich heen grijpen maar kan niets vinden om vast te pakken en dan wordt het langzaam donker om haar heen.
Ze voelt dat er aan het bed word getrokken en overal is ineens een geroezemoes van stemmen. Haar ziekenhuis pyjama wort losgetrokken en iemand knalt een paar peddels op haar borstkas en dan wordt ze geshockt met een defibrillator.
Nog eens, en nog eens.
Angstig kijken de artsen en de zusters en broeders wat de monitor laat zien. Dan voelt Britt nog een hele felle steek . Ze krijgt een injectie met ene hartstimulans rechtstreeks in haar hart gespoten. Nog heel even dat nare gevoel en dan plots klinkt de monitor weer heel regelmatig.
Arts: Dat was echt kantje boord. Ga die vriend van haar maar bellen, want ik weet niet of dit weer gaat gebeuren en of we haar er weer door kunnen halen.
 
Britt hoort dit aan en heeft een heel vreemd gevoel over zich. Alsof ze in een soort tussenwereld zit: niet in haar lichaam maar ook niet dood. Maar ze voelt nu geen angst meer.
Johan wordt gehaald door de dokters die uitleggen wat er aan de hand is.
Britt merkt dat Johan binnen komt en de dokter zien een kleine positiefe reactie op de monitor.
De dokters vertellen aan Johan dat hij een postief effect heeft op Britt en vragen hem om bij haar te blijven. Johan blijft lang naast Britt zitten en realiseerd zich ineens dat Tony misschien ook wel een positief effect op Britt zou kunnen hebben en dus besluit hij met de dokters te overleggen of het eventueel mogelijk is dat Tony bij Britt op de kamer komt.
Dokter: Het is een andere soort ziekte maar ik kan eens zien wat ik kan doen.
Johan: Bedankt.
Johan gaat weer terug naar Britt en vertelt haar dat Tony misschien bij haar op de kamer komt te liggen. Hij weet niet of Britt hem kan horen maar hij heeft eens gelezen dat mensen die in een coma liggen en eruit komen alles na kunnen vertellen. Na een tijdje komt de dokter de kamer binnen om Johan te vertellen of Tony op Britt haar kamer kan komen liggen..
Johan: En, dokter? (angstig)
Dokter: Het kan, voor een tijdje toch. (glimlachend)
 
Britt geeft weer een positieve reactie weer, alsof ze alles kan horen en begrijpt, wat om haar heen wordt vertelt.
 
Johan: Heb je dat gehoord, liefje? (glimlachend, terwijl hij een paar haren uit haar gezicht strijkt)
 
Nu verandert er meer op de monitor...
Maar niet direct in positieve zin, zoals eerder die avond.
Het hart gaat weer heel onregelmatig slaan en Britt's lichaam reageert met felle schokken. Het is alsof er stroom door haar lichaam wordt gejaagd.
Johan: Dokter, wat is er met haar aan de hand?
Arts: Haar hart is aan het ontladen. Stap even opzij. We zullen zo weer met de defibrillator aan de gang moeten. Ik snap ook niet dat haar hart dat ritme niet vast kan houden.
En weer gaat het alarm af en Britt ligt nu volledig verkampt en stuipen trekkend in bed. Het zweet gutst van haar hoofd en haar handen en armen zijn helemaal verkrampt. Uit haar keel komen langs de tube allemaal nare rochelende geluiden.
Arts: Ik denk dat u beter even buiten kunt gaan wachten. Het zal er niet fraai uitzien wat we moeten gaan doen.
Johan :Maar ik wil bij haar blijven. Ik moet bij haar blijven Laat haar niet van me weggaan. Help haar. Red haar. Alsjeblieft.
En dan neemt een zuster hem bij de arm en begeleid hem naar een koffiehoekje op de gang.
Binnen vecht Britt voor haar leven. Ze is er heel ernstig aan toe, maar de artsen weten niet wat er nu met haar aan de hand is. Ze zien wel wat er gebeurd, maar weten niet hoe dat nu komt. Ze leek een uur geleden nog stabiel.
Het ECG vertoond een steeds onregelmatiger beeld en na nog eens tien minuten van medicijnen spuiten en elektroshocks toedienen begeeft Britt haar hart het en stop weer met kloppen.
Nu gaat het groot alarm af en uit alle hoeken en gaten komt het reanimatiepersoneel aangerend en allemaal schieten ze de kamer van Britt in.
Johan ziet dat aan en heeft het niet meer. Hij is bang, doodsbang dat het te laat is voor Britt. Hij zijgt neer in zijn stoel en slaat zijn handen voor zijn ogen en begint heel hard te huilen.
De tijd kruipt voorbij en Johan vreest meer en meer dat dit het einde was van zijn relatie met Britt, die moedige en sterke vrouw. Die mooie vrouw waar hij zo tot over zijn oren verliefd op was geworden. Die knappe vrouw, die lieve vervangende moeder voor zijn zoon.
Een voor een komen de broeders en zusters en dokters de kamer weer uitlopen.
Als laatste de hoofdbehandelaar van Britt.
Johan: Dokter?? (met trillende stem)
Arts: Voor nu heeft ze het gehaald, maar haar hart wordt zwakker en zwakker. We moeten uitzoeken wat er is met haar hart en heel snel een remedie vinden anders heeft ze niets meer bij te zetten.
Johan: Mag ik haar gaan zien?
Arts: Ga maar, en blijf bij haar, zo lang als je kan.
Schoorvoetend loopt Johan naar zijn Britt en neemt haar hand en streelt die zacht.
Maar van Britt uit komt er geen reactie. Ze is weer teruggezakt in haar coma. Door de hartstilstand hadden haar hersens ook even geen zuurstof gekregen en al met al zag het er ronduit slecht uit voor Britt.
Johan bleef de hele nacht aan haar zijde zitten en had veel gebeden en tot God gesproken om alsjeblieft Britt te helpen en te redden. Tegen de ochtend was hij zelf oververmoeid en was met zijn hoofd naast dat van Britt in slaap gevallen.
Ineens schrikt hij wakker als hij wat in zijn haren voelt bewegen.
Het was Britt, die was bijgekomen en nu door zijn haren aan het strelen was. Ze maakte een heel bijzonder kwetsbare en broze indruk. Johan begon spontaan te huilen toen hij in Britt haar ogen keek.
Johan: Ben jij het echt Britt? Mijn ogen bedriegen me niet?
Britt; (hele zwakjes) Nee Johan, ik ben het zelf. Ik kan nog niet weggaan. Ik heb hier nog een leven te leiden.
Johan: Oh Britt, je maakt me zo gelukkig.
Britt; Wat is er allemaal gebeurt? Ik weet dat ik bij Tony was en dat zij pijn had en daarna is alles heel vaag en rommelig. Ik ging door een tunnel met licht. Ik hoorde Dorien huilen, en heb heel erge pijn gehad in mijn borst.
Johan: Britt, we warnet je bijna kwijt. Echt. Je hebt twee keer een hartstilstand gehad. Ik dacht echt dat ik je kwijt was. Ik heb in geen jaren zovele gebeden als deze nacht.
Britt; Johan wil je me even vasthouden?
En heel voorzichtig legt Johan zijn armen rond Britt en meteen laat de monitor het effect ervan zien.
Het hart gaat wat rustiger en fermer kloppen. Ook registreert de saturatiemeter dat de longen beter in staat zijn zuurstof op te nemen. Ze zit ondertussen op 90%, dit in tegenstelling tot gisteravond laat, toen ze, ondanks O2 toediening maar op 74% zat.
De arts komt voorbij en ziet dat Britt is bijgekomen en dat de metingen allemaal een heel stuk positiever uitvallen.
Arts: Welkom terug mevrouw Michiels. Dit had ik nooit verwacht. Maar u bent nog niet van mij af, helaas. Iemand zo jong als u kan niet zomaar zulke ernstige klachten krijgen. Ik wil u grondig gaan onderzoeken.
Britt; Ik loop niet weg, wees niet bevreesd. Daarvoor ben ik nog veel te moe.
Arts: Ergo, u gaat veel rusten en slapen en laat alles aan anderen over, en dan bedoel ik ook echt alles. U doet niets zelf; niet eten, niet drinken, niet wassen, niks. U wordt overal mee geholpen tot we meer weten waarom uw hart er mee wilde stopen.
Britt: U bent de dokter, u zult wel weten waar u het over heeft.
De arts vertrekt weer en Britt kijkt Johan moe aan...
Britt: En nu? (zacht/moe)
Johan: Nu ga jij je helemaal laten verzorgen en onderzoeken. Britt wij zijn allemaal zo bang geweest om je te verliezen. Dat wil ik niet nog eens meemaken.
Britt: Ik heb toch totaal geen puf om ook maar iets te doen. Mijn ogen open houden is al een hels karwei.
Johan oe ze dan lekker dicht en droom over mooie dingen en wordt alsjeblieft snel weer beter.
Dan ziet Johan dat er tranen tevoorschijn komen.
Johan: Hé, Britt, waarom huil je nu?
Britt: Johan, ik ben zo bang. Die pijn die ik voelde. Ik dacht dat ik dood ging. Ik voelde of ik in een trein zat die naar Mark ging. Eerst was ik heel bang, maar toen het donker werd was de angst weg. Maar nu ben ik weer zo bang. Ik wil niet sterven. Ik ben daar toch veel te jong voor?
Johan :Brittje, jij gaat niet sterven. Jij bent hier in goede handen.
Britt; Maar de dokter zegt dat het zo vreemd is allemaal, dat ik niet eens ziek zou moeten worden en ze weten niet eens wat er mis is. Johan, het is mijn hart. Zal ik vanaf nu, als ik tenminste niet dood ga, voor altijd een zwak en invalide vrouwtje blijven die niets meer kan? Niet meer lopen, niet meer de huishouding doen, niet meer met mijn dochter spelen en u niet meer kunnen liefhebben?
Johan :Jij wordt geen zwak en invalide vrouwtje. De artsen gaan je onderzoeken en beter maken. Vertrouw daar maar op.
Britt; Wil je niets tegen Tony zeggen? Die kan dit er niet bij hebben.
Johan Wat moet ik haar dan wel zeggen? Ze weet dat je onderuit bent gegaan, en zij heeft heus wel gemerkt dat je nog steeds niet terug bent gekomen.
Britt; Maar wees wel heel voorzichtig met haar.
Johan: Als jij mij beloofd dat je beter gaat worden. Moet ik je straks iets meenemen vanuit huis?
Britt; Jezelf. En je lieve glimlach, want daar word ik sterker en beter van.
En dan ligt ze al weer te slapen. Deels omdat haar hart zo zwak is dat ze heel snel uitgeput raakt, maar ook omdat ze fors onder de medicijnen zit om haar angsten te dempen.
 
Johan gaat bij Tony aan en die ligt al verwachtingsvol naar de deur te kijken.
Tony: Johan, wat zie jij eruit.Heb je een spook gezien of zo?
Johan: Daar leek het wel op.
Tony: Nee !! Britt??? Wat is er gebeurt?
Johan: Het is niet goed met haar Tony. Die flauwte,.... ze had hartritmestoornissen en het werd van kwaad naar erger en ze heeft vannacht twee keer een hartstilstand gehad. We waren haar bijna kwijt.
Tony: Hoe kan dat nu? Ze is jong en ze leeft heel gezond. Dan krijg je toch geen hartstilstand?
Johan: De artsen weten het ook niet en gaan haar helemaal onderzoeken. Tony ik ben zo bang.
Tony: Kom eens hier Johan.
En ze steekt haar armen uit om Johan op te nemen en probeert hem wat te troosten.
Tony: Onze Britt laat zich niet kennen. Die gaat vechten om er door te komen. Zo lang heeft ze vast gezeten in haar verdriet om Mark, zo vaak heeft ze gezegd dat ze naar hem toe wil. Maar juist sinds ze u kent lijkt ze te beseffen dat het leven nog maar net begint. Dat geeft ze niet op Johan, dat doet ze niet.
Johan: Dat zei ze ook tegen mij, maar ik ben zo aller Jezus bang Tony. Ik kan het niet uitleggen.
Tony: Ik begrijp je angst volkomen. Maar probeer of je sterk kunt zijn voor haar. Zo snel ik van bed kan ga ik haar ook bezoeken. En als je bij haar komt wil je haar dan een hele dikke knuffel van mij geven en zeggen dat ik elke seconde aan haar denk?
Johan: Dank je Tony.
Tony: Waarvoor?
Johan: Dat je naar mij hebt geluisterd en mij moed hebt ingesproken.
Tony: Jullie hebben zoveel voor mij gedaan. Dit is wel het minste wat ik voor jullie terug kan doen.
Johan: Wat als ze nog eens zo'n aanval krijgt, Tony? (angstig vragend)
Het lijkt of Britt het in haar kamer gehoord heeft, want...
....... plots gaat weer het alarm af. Opnieuw heeft het hart het heel moeilijk. Het is heel druk om bloed door te pompen maar het werkt volkomen stuurloos.
In feite staat het hart overuren te draaien terwijl er geen kracht is om te pompen, en dat leidt opnieuw tot een stilstand.
Britt ligt met angstige, grote ogen rond te kijken.Ze heeft het gevoel dat haar keel wordt afgesnoerd, haar borstkas doet vreselijk pijn, haar linkerarm is helemaal verkrampt en ze voelt weer al haar krachten uit zich weglopen.
Opnieuw wordt met behulp van de defibrillator de hartactie hersteld. En opnieuw krijgt ze een injectie rechtstreeks in haar hart. Het doet vreselijk pijn, dat nog afgezien van de angst die ze weer doormaakt.
De artsen besluiten om een externe pacemaker te plaatsen die bij het falen van het hart kleine stroomstootjes zal geven aan de hartspier zodat er wel contracties van het hart zullen worden aangestuurd.
Het is opnieuw een zeer pijnlijke ingreep. Maar Britt kan het allemaal niet meer hebben. Ze moet onophoudelijk huilen.
Haar hele lijf doet pijn, waar ze haar ook maar aanraken. Het voelt heel vreemd als de arts de elektrode via haar halsslagaders opschuift naar haar hart. Als de elektrode geplaatst is worden er controlefoto's gemaakt om te zien of hij goed zit. Daarna wordt de pacemaker getest door er in serie een aantal signalen overheen te sturen die van invloed zijn op de hartactie. Maar omdat de eigen hartactie net hersteld was, voelt dit als heel onnatuurlijk en reageert het hart weer met ritmestoornissen en weer wordt het Britt zwart voor de ogen.
Moeizaam probeert Britt te zuchten, maar ze is aan het eind van haar krachten. Ze kan niet meer, ze heeft totaal geen energie meer.
De artsen zien dit en besluiten om Britt in een staat van coma te brengen zodat haar lichaam en haar geest kunnen rusten. Ze zal haar angsten dan niet zo merken en haar lichaam zal niet reageren als het hart weer problemen gaat geven omdat de pacemaker het dan automatisch overneemt.
 
Nadat ze gedaan hebben gaat de arts op zoek naar Johan van wie hij wist dat die naar Tony was gegaan.
Johan en Tony schrikken zich een ongeluk als de arts hen dit bericht komt vertellen.
Tony pakt Johan's hand en houd die stevig vast, zo stevig als ze kan.
Johan: Oh Tony, wat moet ik nu? Ze gaat weg van ons (huilend)
Tony: Johan, ga naar haar toe en blijf bij haar. Zij heeft jou nodig. Houd haar hand en praat met haar. Ze zal je kunnen horen en ze moet weten dat jij er bent en op haar wacht.
Johan: Ik durf niet Tony.
Tony: Jawel, dat durf jij wel. Ga heen en zeg haar dat je van haar houd.
 
Met lood in de benen gaat hij weer naar de afdeling hartbewaking. Met trillende benen staat hij naast het bed van Britt, die er zwaar gehavend uitziet. Overal zitten nog bloedvlekken van de ingreep om de elektrode te plaatsen; haar huid is wasachtig en bleek, met een flauw blauw schijnsel, omdat ze te weinig zuurstof in haar bloed heeft. Ze draagt een zuurstof masker en heeft een infuus in.
Als Johan heel voorzichtig haar hand pakt voelt die koud en bijna levenloos aan.
Een zuster bied hem een stoel aan en komt bij hem zitten om uit te leggen wat er is gebeurd en wat de artsen hebben gedaan.
Johan: Maar waarom hebben ze haar zo verdoofd dan?
Zuster: Ze was helemaal op. Haar hart kon het niet meer aan. De angst, de pijn, ze zou het niet overleven als ze langer bij bewustzijn zou zijn gebleven. Zie dit als een gedwongen rustkuur. Dit is het beste wat de artsen konden doen. Haar hart word nu ondersteund door een pacemaker en verder heeft haar hele lichaam en geest rust.
Johan: Hoe lang blijft dat zo?
Zuster: Zeker heel de week. Haar lichaam was bijna totaal uitgeput. Ze moet echt weer wat kracht terug krijgen. Ze was heel erg bang. Dat kun je geen mens aandoen om daar al te lang in te zitten.
Johan: Nou, ik zit er ook in.
Zuster: Gaat het gaan? Of wil ik u ook een tabletje geven om iets rustiger te worden?
Johan; Val ik daar niet van in slaap? Ik wil niet slapen. Ik wil bij Britt blijven en haar kunnen zien en tegen haar kunnen praten.
Zuster; Ik denk dat het goed is als u zo toch naar huis gaat en probeert om een beetje te slapen. U bent al vanaf vroeg in de ochtend op en het is nu al twee uur in de nacht. U moet echt goed op uzelf letten anders gaat u er ook onderdoor, en bij God, Britt heeft uw steun nodig.
Johan: Maar als er wat gebeurt dan?
Zuster; Britt heeft toch een zoon en een dochter? Ga naar hun toe. Zij willen ook weten hoe het met haar is.
Johan; Simon is mijn zoon. Dorien is haar dochter. Maar we zijn heel veel bij elkaar.
Zuster: Ga erheen. Ga slapen en besteed ook wat tijd en aandacht aan hun. En kom dan morgen zo rond de middag weer terug.
Johan: Maar als ...
Zuster; Ze is nu in hele goede handen. We hebben haar continu onder toezicht. Maar ik denk dat ze nu eindelijk een beetje tot rust komt.
Johan: Echt, er gaat niets ergs gebeuren?
Zuster: We zullen allemaal heel goed voor je vriendin zorgen.
 
Uiteraard komt er van slapen niet veel terecht want als hij thuis komt zit Lieve met de kinderen op de bank. Ze waren bang voor de situatie met Britt en ze wilden heel graag bij Johan zijn.
Hij sluit beide kinderen en zijn armen en samen huilen ze een flink partijtje.
Dorien: Gaat mama dood?
Johan :Ze is hele erg ziek. De dokters hebben haar een pacemaker gegeven. Zo'n machientje die het hart op gang houd.
Dorien: Deed haart hart zo'n pijn dan nog om papa?
Johan; Dat weten de dokters nog niet. Ze moeten dat nog uitzoeken. Maar ze hebben haar in slaap gemaakt zodat haar lichaam kan rusten. Ze was heel bang. Ze vertelde me dat ze niet dood mocht gaan, dat ze hier wil blijven bij ons.
Simon; Ik wil ook niet dat ze dood gaat. Britt moet mijn mama worden.
Het is al na vijf uur als de kinderen eindelijk rustig zijn en op de bank in slaap vallen. Johan dekt ze toe en gaat zelf in een zetel onderuitgezakt ook een hazenslaapje doen.
Met schrik wordt hij om negen uur wakker als hij een koffielucht in zijn neus krijgt.
Simon was wakker geworden en had koffie gemaakt.
Simon: Ik dacht, die kunt u wel gebruiken.
Johan ank je kerel. Ik heb je nodig.
Simon: U zult de school nog moeten afbellen. En misschien ook nog naar oma José. Ik denk dat die ook heel graag naar Britt toe wil komen. Dan kunnen jullie om beurten naar haar toe en hier oppassen.
Johan: Hoe komt het toch dat jij zo verstandig bent Simon?
Simon: Dat heb ik uit de genen van mijn vader meegekregen. (lachend)
Johan neemt Simon in zijn armen en begraaft zijn gezicht tegen het kinderkopje aan.
 
Na de nodige telefoontjes is Johan weer heel erg moe.
Simon: Ga nog even liggen in je bed dan. Dorien en ik zullen wel even wat doen, de was opruimen of zo en brood halen. En als oma er is maken we je wel wakker.
Johan kan hier niets tegen inbrengen en valt als een blok in slaap als hij het bed ziet.
 
Vanuit de kamer belt Dorien "stiekem " naar het ziekenhuis en krijgt te horen dat Britt naar omstandigheden een goede en rustige nacht heeft gehad.
Omdat het voor Britt gewoonweg te inspannend is, mogen de kinderen nog niet zelf op bezoek komen, maar ze spreken af, dat als Johan niet kan komen dat ze dan een keer per dag naar de zusterspost mogen bellen om te horen hoe het gaat.
Simon neemt een nu huilende Dorien in zijn armen.
Dorien: Ik was zo ban gdat z edood zou gaan.
Simon: Die gaat niet dood. Let op mijn worden. Ze is wel heel ziek, maar ik weet zeker dat er hele goede dokters zijn die haar weer heelmaal gezond kunnen krijgen.
 
 
Zonder verdere complicaties "slaapt" Britt zich door haar rustweek heen. Het hart is nu wel op eigen ritme blijven werken en de pacemaker heeft het niet een keer over hoeven nemen.
Elke dag was er een paar keer bloed geprikt, maar er waren geen verschijnselen aangetoond die konden wijzen op een hartinfarct waarbij spierweefsel aan het afsterven was.
Vandaag zou er een hartecho worden gemaakt, en indien nodig zouden er meerdere geavanceerde onderzoeken plaatsvinden, maar dan over de dagen verdeeld om de inspanning en belasting minimaal te houden.
Na het hartecho wordt Britt langzaam weer uit haar coma gehaald. Haar gezicht ziet er een heel stuk rustiger en uitgeruster uit. Ze heeft niet meer dat blauwe schijnsel onder haar huid en de kringen onder haar ogen zijn ook niet meer zo donker.
Johan heeft haar hand vast als herkenningspunt voor haar.
Dan opent Britt haar ogen en ziet een hele resem aan artsen staan, maar haar ogen scannen voor Johan. Gelukkig voelt ze zijn hand om de hare en er verschijnt een flauwe glimlach.
Johan: Welkom terug lieverd.
Britt; (heel hees) Johan, ik heb u gemist.
Johan :Anders ik jou wel.
Britt; Gaat het nu goed komen? Ik heb me zo ziek gevoeld.
Arts: Morgen hebben we de uitslagen.
Britt; Ziet het er goed uit?
Arts: Morgen, Britt. Vandaag ga jij nog lekker verder rusten.
Britt; Maar ik heb al zoveel gerust.
Johan :En daar ga je nog lekker even mee door.
Britt; Goed dan, (zucht ze eens, en ze sukkelt opnieuw weer in slaap)
 
Overblij gaat Johan nu naar Tony, die sinds gisteren van haar vacuümdrain af is. Ze zit een stuk rechterop in bed en ziet er ook wat beter uit.
Ook zij heeft aan een infuus met 'krachtvoer' gelegen.
Tony: Hoe is het met Britt?
Johan: De onderzoeken zijn gedaan, morgen krijgen we uitslag. Ze heeft een hele week geslapen en ziet er gelukkig een stuk rustiger uit.
Tony: Wanneer kan ik haar gaan zien?
Johan :Ik zal de dokter straks even vragen.
Tony: Hoe zijn de kinderen eronder?
Johan : Die hebben het een stuk beter gedaan dan ik. Simon zei dat ik Britt's moeder moest bellen. Daar had ik zelf niet eens aan gedacht.
Tony: Maar ze is gekomen? Dat is toch belangrijk?
Johan :En ze was niet eens boos dat ik er niet aan gedacht had.
Tony: Die zal ook wel heel blij zijn dat het weer goed gaat komen?
Johan : Simon zei dat ook al, maar er is nog niet eens een uitslag.
Tony: Maar ik voel dat Britt beter gaat worden.
Johan :Ik hoop echt dat je gelijk krijgt Tony.
 
 
Anderdaags komt de arts met de uitslag.
Arts: Het is het stomste wat ik in mijn carrière heb meegemaakt.
Johan: Wat is het dan? Ik heb geen verstand van harten, behalve van verliefdheid dan.
Arts: Een verwaarloosde infectie. Daardoor hebben zich bacteriën op de hartklep afgezet en die is gaan lekken, heeft overdruk veroorzaakt in de hartkamer en dat leidde weer tot die ritmestoornissen. Tel daarbij op de angsten die Britt heeft doorstaan en zie hier het resultaat.
Johan: Een stomme infectie? En dat had haar bijna de kop gekost? Hoe kan dat dan onopgemerkt blijven?
Arts: Waarschijnlijk was ze al iets verzwakt en heeft ze het zelf ook niet als verandering of verslechtering gemerkt.
Johan: En nu dan? Die hartklep? Hoe zit dat ermee?
Arts: We zullen haar instellen op medicatie en haar in de gaten blijven houden. Mochten de klachten verergeren dan moet ze en nieuwe hartklep krijgen.
Johan Welke klachten zullen verergeren?
Arts: Ze zal veel minder conditie hebben. Sneller vermoeid, zo niet uitgeput raken, en bij inspanning zal ze het best benauwd krijgen en dus weer angstig worden.
Johan :Maar, maar dat is toch geen leven?
Arts; Maar als het hart het niet aankan dan zal het er mee stoppen. En dat heeft het dus niet gedaan. Die infectie heeft de hartklep beschadigt en er lidtekens op achtergelaten. Daardoor zal die klep niet meer optimaal kunnen sluiten en zal er steeds een te grote druk in het hart zijn. Ze zal dus haar dagelijkse leefpatroon drastisch moeten aanpassen.
Johan slikt eens zwaar. Dit had hij niet verwacht, maar aan de andere kant, hij had, om eerlijk te gaan, niet eens verwacht dat ze dit zou overleven.
Johan: Kan ze dan nog bij de politie werken? (beetje angstig)
Arts: Ik vrees er eigenlijk voor, meneer Van Lancker. (ernstig)
Johan: Maar... Maar agente zijn, commissaris, dat is haar leven! Dat kunt u haar niet afnemen, dokter. (huilend)
Arts: Het spijt me verschrikkelijk, meneer Van Lancker. Ook voor Mevrouw Michiels. (meelevend)
Johan: Hoe moet ik haar dat ooit vertellen?
 
Als een wonder komt Britt plots haar kamer uitgestapt.
Britt: Wat vertellen? (zacht glimlachend)
Arts: Mevrouw Michiels u moet uw krachten sparen en in bed blijven.
Britt; Maar ik wilde Johan gaan zien.
Arts: Hup, hup, terug in uw bed. Ik kom met een half uurtje bij u en dan moeten wij eens goed met elkaar gaan praten.
 
Britt vind het maar niets dat ze in bed moet blijven.
Ofwel ze nog kortademig is wil ze toch graag dat Johan bij haar op bed komt zitten  en haar even in zijn armen neemt, maar Johan durft dat niet.Hij is zo  bang dat hij Britt pijn zal doen of teveel van haar lichaam vraagt.
Enigszins teleurgesteld laat Britt zich weer in de kussens zakken en draait haar hoofd af van Johan.
Johan: Lieverd, wat is er nu?
Britt; Je vind me niet meer aantrekkelijk, is het dat? Ik ben te mager, te kwetsbaar, je durft me niet meer aan te raken wel?
Johan: Britt,.... ik,ik
Britt; Ga maar weg Johan. Ik wil alleen zijn nu.
Johan: Maar Britt....
Britt: (nu boos aan het worden) Ga weg. 
Johan staat op en loopt naar de deur en draait zich nog eens naar Britt toe en ziet dan dat ze het heel benauwd heeft. Vlug roept hij een zuster en gaat bij Britt staan en helpt haar om haar armen omhoog te doen zodat ze haar hulpademhalingsspieren kan gebruiken.
De zuster zet snel weer een zuurstofmasker op en geeft een valium injectie zodat ze snel weer kalmeert.
Zuster: Wat is er gebeurt meneer van Lancker?
Joahn: Ze wilde dat ik haar vast nam en ging zoenen. Ik durfde dat niet, was bang dat het te vermoeiend was en toen werd ze boos en stuurde me weg.
Dan komt net ook Tony in een rolstoel de kamer in gereden en ziet snel de toestand aan.
Tony: Johan wat is er gebeurd?
Maar hij kan het niet nog eens vertellen. Het doet hem zeer als hij aan Britt haar woorden denkt. Dat hij haar niet meer aantrekkelijk zou vinden, dat hij haar niet durfde aanraken.
De valium begint al te werken en Britt wordt snel rustiger. Als ze weer op adem is mag het zuurstofmasker weer af.
Tony: Hé, Britt, wat maak je ons nou?
Britt; Oh Tony, wat moet ik beginnen?
Tony: Begin eens met te vertellen hoe het nu met je gaat? Hoe voel je je?
Britt: Super ellendig. Heb je gehoord van mijn harttoestanden. De arts heeft tegen Johan gezegd wat er is, maar ik weet nog van niets. Ik ben bang dat ik bij de politie weg moet, en dat wil ik helemaal niet.
Dan ziet ze dat Johan zit te huilen.
Moeizaam draait ze zich naar hem toe en legt haar hand op zijn schouder.
Britt; Johan, ik kan een zoentje van u goed verdragen.
Johan staat op en neemt alsnog Britt in zijn armen en zoent haar heel teder en wrijft haar zachtjes over haar rug.
Johan: Ik heb je gemist Britt.
Dan komt de arts binnen en verteld de diagnose aan Britt.
Die schrikt er behoorlijk van en kan maar niet geloven dat ze vanaf nu hartpatiënt is en niet meer kan en mag werken.
Britt; Dat geloof ik niet. Ik kan niet zomaar ophouden met leven.
Arts; U houd ook niet op met leven, u kunt echter niet meer werken. Uw hart kan dat soort inspanning niet meer aan.
Britt; U snapt het niet. Ik ben politieagent. Bij de politie zijn IS min leven, als u zegt dat ik dat niet meer kan dan is mijn leven voorbij.
Arts: Mevrouw Michiels, die lekkende hartklep wordt niet meer beter. Hoe eerder u dat beseft hoe beter u kunt leren om een nieuwe levensstijl te accepteren.
Britt; En wat betekend dat concreet?
Arts: Volledige hulp in de huishouding. Levenslangs medicatie en dieet met strenge natrium en vochtbeperking en fysiotherapie om te leren met uw beperkingen om te gaan.
Britt; Nog meer om dit leven kapot te maken?
Arts: Een goed gesprek met een psycholoog zal u ook goed doen. Ik vind het best vervelend om u dit te moeten zeggen, maar de testresultaten geven het nu eenmaal  aan. Uw hart kan niet meer wat het eerst wel kon, en als uw hart het niet meer kan dan is het op, afgelopen, finito. Probeer nog een beetje te maken van het leven dat er nog wel is.
Tony ziet het ongeloof en het verdriet bij Britt en staat nu op uit haar rolstoel en gaat naast Britt zitten en neemt haar  in haar armen.
Britt huilt er stevig op los.
Tony: Toe maar Britt. Dit was een heel beroerd gesprek. Ik begrijp dat je heel verdrietig bent, huil maar even lekker. Dat zal je hart luchten.
Britt krijgt een kleine glimlach om haar mond door deze woordspeling.
Tony: Een goed gesprek met een psycholoog is trouwens ook niet zo gek. Ik zag er ook steeds tegenop, maar ik heb er nu twee gehad en het voelt best heel goed als je eens wat kwijt kan.
Britt; Heb jij die gespreken dan toch geaccepteerd?
Tony: Tuurlijk. Ik wil beter worden en moet daarvoor eerst een boel levensshit kwijt zien te geraken.
Johan; Britt, misschien is dat voor jou ook echt wel een goed idee.
Britt; Vind je me dan geen zeur?
Johan: Weet je wat ik je vind?
Britt: (bang) Nee?
Johan: Een mooie, lieve, charmante, intelligente, en uiterst plezante dame, met wie ik heel graag mijn leven wil delen.
Britt; Echt?? Oh Johan, kom hier, ik wil uw liefdesuitingen beantwoorden.
En ze vallen elkaar als jong geliefden in de armen.
Tony en de arts gaan weer buiten en op de gang spreekt Tony de arts aan.
Tony: Gaat dat met die hartklep echt niet beter worden?
Arts: Voor meer dan 98 % zekerheid niet. Maar dan, wie had verwacht dat ze deze hele toestand zou overleven? Drie keer een hartstilstand! Dat kan haast niet goed komen. Maar vreemd genoeg zien we daar nu niets van terug op het ECG.
Tony: Maar zeg haar dan dat er een kleine kans is. Britt heeft die hoop nodig.
Arts: Ik kan het haar niet zeggen. De kansen zijn gewoon veel te klein. Ik kan haar geen valse hoop geven. Het beste wat haar kan overkomen is jullie onvoorwaardelijke steun en liefde.
Tony: En daar wordt ze beter van?
Arts: Bij God, ik hoop het.
Tony: Dan mag u haar gezond verklaren, want die steun en liefde die krijgt ze, dat zweer ik u.
 
Tony mag na anderhalve week, redelijk opgeknapt maar nog wat aan de zwakke kant naar huis. Dat heet terug naar haar boot, omdat ze Brussel vaarwel heeft gezegd. Nadine heeft haar beloofd dat ze terug in het corps mag als ze is aangesterkt, en gaat af en toe bij haar langs om haar een beetje op de hoogte te houden van de ontwikkelingen binnen het team, maar op een of andere manier blijkt die al behoorlijk te zijn geïnformeerd over wat er speelt.
Nadine; Hoe weet jij dat allemaal al Tony?
Tony: Oh, er komt wel eens iemand voorbij. En ik oefen mijn conditie door af en toe een stuk te lopen of te fietsen en ik heb eens gezien of ik de weg naar het commissariaat noch weet, en eerlijk gezegd, ik was het nog niet vergeten.
Nadine; Ik ben blij dat je terug bent Tony.
Tony: Hoe blij dan wel?
Nadine: Heel erg blij.
Tony: Zo blij, dat u de volgende keer misschien wat dossiers mee kan nemen zodat ik wat kan inlezen?
Nadien: Je bent nog niet volledig hersteld verklaard Dierickx.
Tony: Nee, maar zie het als een medicijn: ik zal er sneller van opknappen.
Nadine; Ik heb je gemist Tony.
Tony: Je moet eens weten hoe ik jullie gemist heb.
 
 
In het ziekenhuis heeft Britt het er knap moeilijk mee dat ze conditioneel zo zwak blijft. Elke inspanning is er een teveel. Ze is nu zover dat ze zich zelf kan verzorgen maar daar doet ze dan gelijk twee uur over, en dat is alleen nog maar het wassen. De haren worden door de verpleging verzorgd, het aankleden gebeurt door de verpleging en het eten word hapklaar voor haar neergezet, want als ze zelf haar brood moet smeren  heeft ze geen energie meer om te eten
Elke dag kijkt ze uit naar het bezoek van Johan en de kinderen. Het is erg vermoeiend maar ze heeft dat gewoon nodig als pepmiddel.
Als Tony die week bij haar komt ligt ze net na te hijgen in bed van de fysiotherapie die heeft geoefend om een heel klein stukje te gaan. Twee keer door de kamer lopen en het is gedaan met Britt.
Het huilen staat haar nader dan het lachen.
Tony: Maar wij gaan jou eens goed beter maken.
Britt; Wie, wij?
Tony: Johan, Dorien, Simon en ik zei de gek. En Godfried.
Britt; Wie is Godfried?
Tony: Dat is een alternatief genezer.
Britt; Maar die kan die hartklep toch niet beter maken? De dokter zegt dat er littekenweefsel op zit en dat gaat niet meer weg.
Tony: Zou hij eens bij je mogen komen?
Britt; Mag dat in het ziekenhuis?
Tony: Ze hebben liever niet, maar baat het niet, dan schaad het niet.
Britt: Ik wil alles doen om hier uit te komen Tony. Ik kan niet zonder mijn werk.
Tony:Ik weet dat jij je werk heel belangrijk vind, maar op dit moment is jou gezondheid net even iets meer belangrijk. Er zitten een heleboel mensen te wachten op jou herstel Britt.
 
Zo kan het gebeuren dat de week erop Tony samen met Godfried op bezoek komt.
Britt had een of andere alternatieveling verwacht, maar hij ziet er heel normaal uit. Hij stelt zich voor als arts, waarvoor hij alle papieren ook heeft, en kan laten zien, maar hij heeft zich daarnaast ook bezig gehouden met andere vormen van geneeskunde en heeft gemerkt dat veel patiënten die elders niet meer geholpen konden worden toch baat hebben bij zijn behandelingen.
Britt; Wat gaat u doen dan?
Godfried: Je mag me wel tutoyeren, ik denk dat dat de spanning wat zal laten afnemen. Als je het goed vind ga ik zo met mijn handen langs je lichaam. Ik zal je niet aanraken. Ik wil voelen hoe het met je energiebanen zit.
Britt; Dan ben je gauw klaar. Ik heb totaal geen energie.
Godfried: Dat heb ik nog niet meegemaakt. Meestal zit de energie op de verkeerde plaats, of zit er ene blokkade.
Britt; Ga je gang maar dan.
Heel aandachtig leid Godfried zijn handen op zo'n tien centimeter afstand  langs het lichaam van Britt. Hij voelt hele sterke krachtvelden, en ook hele grote zwaktes.
Dan weer gloeien zijn handen, dan weer voelen ze ijskoud aan. Het verontrust hem dat er zo veel wisseling in zit. Zelf begint hij hoofdpijn te krijgen van alles wat hij bij Britt kan waarnemen.
Na een kwartiertje stop hij om te voorkomen dat hij ondergaat in de negatieve energie die er in grote getale huist in Britt.
Britt; Wat doe je nu?
Godfried: Ik heb een eerste aftasting gedaan. Je heb wel energie, maar die is heel onregelmatig verdeeld. En er is veel negatieve energie.
Ik moet dat heel gedoseerd aanpakken, anders worden we er allebei ziek van, en Tony vertelde dat jij juist beter wilde worden.
Britt: Niets liever dan dat
Godfried: Dan kom ik overmorgen terug en gaan we beginnen met het uitbalanceren van je energie.
 
Die avond krijgt Britt heftige ereacties op het aanroeren van haar energievelden. Ze word misselijk en krijgt weer hartkloppingen. Ze word weer angstig en heeft moeite om te slapen.
De volgende dag voelt ze zich gelijk een dweil, zo slap en uitgeleefd.
Maar nadat Godfried de woensdag is geweest voelt ze zich inderdaad al een stuk evenwichtiger.
Godfried beloofd om de andere dag terug te komen en elke keer ziet Britt er reikhalzend naar uit, temeer omdat ze zich fitter begint te voelen.
Ook de artsen zijn versteld van de "spontane: genezing" van Britt
Britt kan het niet langer voor zich houden dat er iemand komt die haar energiebanen recht heeft gelegd.
Arts; En u geloofd daar in?
Britt; Ik moet er wel in geloven want vorige week was ik al moe als ik me zelf had gewassen en nu kan ik al helemaal de gang aflopen en ben ik nog niet moe.
Arts: Ik kan uw openheid en eerlijkheid wel waarderen, maar voor de eindresultaten van de onderzoeken bekend zijn doe ik geen uitspraken over de toestand van uw hart.
Britt; Moet die man dan stoppen? (verdrietig)
Arts: Als u zich er goed bij voelt, denk ik dat u moet doorgaan. U moet vooral positief staan in de dingen die u aangaan.
Britt; Bedankt dokter.
 
Na nog eens twee weken moet Britt weer een hele resem aan onderzoeken ondergaan.
Conditionele is ze een heel stuk vooruitgegaan maar de onderzoeken zelf zijn behoorlijk vermoeiden. Als 's avonds haar moeder komt ligt ze dan ook op apegapen.
José: Britt, meisje? Ik dacht dat het juist beter ging met je. Je ziet er niet uit. Wat is er aan de hand?
Britt: (huilend)Ach, mama. Het leek zo goed te gaan toen die Godfried hier kwam met dat energie gedoe. Maar vandaag heb ik allerlei onderzoeken gehad,en ik ben zo bang dat het helemaal niet beter is geworden en dat ik nu al, op mijn 30ste,  een krakkemikkig oud mensje ben geworden.
José: Kom eens, dan gaan we even een klein stukje wandelen.
Britt; Ik kan echt niet meer mama. Mag ik blijven liggen?
José: Is het zo erg?
Britt; Ja, sorry.
José; Nog heel eventjes Britt en je bent weer de oude.
Britt; Iedereen zegt, behalve Johan en ik zelf. Wat is dat toch met jullie?
José: Wij geloven erin Britt. Jij niet dan?
 
Britt: Ach, ik weet het niet meer, mama. (moe)
José: Meisje, rustig maar... Ga maar eventjes lekker slapen. Ik blijf hier naast je zitten, oké? (vriendelijk glimlachend)
Britt: Echt? (ontzettend moe)
José: Heel echt. (glimlachend)
Tijdens haar slaap krijgt Britt weer hele nare dromen. Ze voelt ook weer die immense angst en helse pijnen in haar borstkas.
Dromend gilt ze om haar moeder en grijpt zwaaiend met haar hand in de rondte op zoek naar iets van herkenning.
Vlug pakt José haar bij de hand en begint haar kalmerend toe te spreken.
Moeizaam begint Britt uit haar slaap en haar droom bij te komen. Als ze haar ogen opent ziet ze gelukkig haar moeder heel dicht bij.
Britt: Mama !!!
En huilend valt ze José om haar hals.
José; Stil maar meisje. Je hebt gedroomd. Maar nu ben je weer wakker en ik ben bij je en als je wilt blijf ik heel de nacht bij je.
Britt: Mama ik was weer zo angstig. Ik dacht weer dat ik dood ging. Maar ik wil helemaal niet dood gaan. Dan is Dorien helemaal alleen over.
José: Jij gaat niet dood. Jij hebt nog een heel lang en heel gelukkig leven voor je liggen.
Britt; Wat je gelukkig noemt. Ik kan straks niet eens meer zelf de huishouding doen, of eens lekker ravotten met Dorien of zo'n fijne strandwandeling maken als we bij u zijn. Ik kan gewoon niets meer.
José: Britt, geef me je hand eens.
Onwetend en braaf reikt Britt haar moeder haar rechterhand aan.
José: Je linker hand, liefje.
Britt: Is daar iets bijzonders mee?
José: Geef hem maar.
Als Britt haar linkerhand in die van haar moeder heeft gelegd voelt ze ineens heel veel warmte bij haar hand naar binnen komen.
Met grote ogen kijkt ze toe wat er gebeurd. Maar uiteraard is er niets te zien. Haar moeder heeft haar hand vast en dat is alles.
José heeft haar ogen gesloten en heeft haar gedachten heel sterk geconcentreerd op Britt.
Meer en meer raakt Britt vervuld van de warmte die haar moeder uitstraalt. Zo zeer, dat het zelfs wat koortsig aan voelt.
Britt; Mama?
José: Sst, heel eventjes nog Britt.
Nadat ze in stilte tien minuten Britt haar linker hand tussen haar eigen handen had gehouden liet ze zachtjes Britt's hand los en opende weer haar ogen.
Britt; Mama, wat gebeurde er? Het werd helemaal warm in mijn hand en arm en de rest van mijn lichaam.
José: Ik heb je beste van mezelf gegeven en ik hoop dat het zijn weg vind om jou hier doorheen te helpen.
Britt zegt niets meer maar ligt met betraande ogen in bed.
José blijft hele rustig bij haar zitten. Ze zegt niets maar zorgt gewoon dat ze er is voor Britt.
Omdat Britt zo'n zware dag had gehad is ze echt bekaf en al tegen negen uur valt ze als een blok in slaap . En José blijft, zoals beloofd naast haar zitten en houd de wacht over haar.
Die nacht krijgt Britt echter heftige koortsstuipen en word weer benauwd en krijgt weer ritmestoornissen.
José ziet dit gebeuren maar maakt zich er niet ongerust om. Ze weet dat Britt haar lichaam nu aan het terugvechten is om weer gezond te worden.
De artsen moeten echter wel ingrijpen omdat hoge koortsen grote risico's meebrengen voor het toch wel verzwakte lichaam van Britt.
Opnieuw wordt er bloed geprikt en krijgt ze profylactisch een infuus met antibiotica. Ook krijgt ze weer zuurstof toegediend maar door de aanwezigheid van José, keert de rust heel snel terug bij Britt.
De volgende ochtend als ze wakker wordt kijkt ze dan ook verbaasd wat er vannacht weer allemaal aan haar is gedaan.
José: Je kreeg vannacht weer heel hoge koorts, maar dat is nu al weer over.
Heb je vannacht geslapen zonder die nare dromen?
Britt; Ja, gelukkig wel. Ik droomde wel, maar dat waren mooie dromen.Ik zag ons met elkaar, jij, Johan de kinderen en ik, samen allemaal op vakantie gaan naar Italië. En we hebben daar een hele mooie tijd gehad,
José: Daar zit misschien wel een boodschap in voor je.
Britt; Wat bedoelt u?
José: Nou, dat op vakantie gaan met zijn allen.Dat lijkt me nou eens een heel leuk idee.
Britt: Maar, zo kan dat toch niet?
José: Hoe bedoel je : zo?
Britt; Nou, met zo'n afgeleefd en zwak lichaam.
José; Wie heeft dat dan?
Britt; Ik.
José: Ik denk dat je arts straks nog wel even komt kijken hoe het nu met je is. Moet je die maar eens vragen.
 
Tegen half tien komt dan de arts, en hoewel hij bij Britt al heel wat onverklaarbare dingen had meegemaakt, was hij wederom heel verbaasd.
Arts: Mevrouw Michiels, ik weet niet wat het is met u, maar u laat mijn geloof in de reguliere geneeskunst ernstig wankelen.
Britt; Hoezo,? Is er wat mis met me dan? (bang)
Arts: We hebben uw resultaten van gisteren. U gaf aan zo oververmoeid te zijn geraakt daardoor, maar kijkt u zelf eens naar de uitslagen.
Britt; Ik begrijp niet wat daar staan.
José: Mag ik ook eens zien?
Arts; Begrijpt u het wel?
José: Ik ben jaren verpleegster geweest en weet wel wat van labwaarden en normaalwaarden en zo.
Britt: Mama, wat staat daar allemaal?
José: Daar staat: Britt je hebt niks geen afwijkende waarden. Dus, volgens mij ben je weer helemaal gezond.
Britt; Maar dat kan niet. Een week of twee geleden was ik bijna dood, toen werd me gezegd dat ik niets meer kon. En nu zegt u dat ik genezen ben???
Arts: En toch heeft uw moeder gelijk. Ik kan er ook niets anders van maken. En die koorts van vannacht? Ik denk dat uw lichaam grote kuis heeft gehouden. Werkelijk alles past weer helemaal binnen alle normaal grenzen.
Britt; En die vermoeidheid dan?
Arts: Dat zijn de tijdelijke restverschijnselen van dat uw lichaam zo zwaar ziek is geweest. Met wat oefenen bij de fysiotherapie zult u snel weer een stuk fitter zijn. Ik zie geen enkele reden om u nog in het ziekenhuis te houden. Wel wil ik u regelmatig terug zien om het verder verloop te kunnen volgen, want u snapt wel dat u voor mij een medisch wonder bent.
Britt: Dus ik mag........ Ik kan weer....... Gewoon naar huis? Ik wordt niet invalide? En mag ik ook weer gana werken??
Arts: Als u weer op krachten bent en uw baas wil u terug, dan zal ik geen nee zeggen. Ik kijk wel uit om u dat af te nemen. Dat heeft u me genoeg duidelijk gemaakt.
Britt; Sorry. Maar dat kon ik er toen net niet meer bijhebben.
Arts; Aldus, als u zicht klaar maakt voor vertrek dan teken ik de papieren en nog wat recepten. U zult tijdelijk die antistolling moeten gebruiken tot u weer volledig mobiel bent. Ik wil nu niet riskeren dat u een trombose krijgt.
Britt; Ik zal mijn beste best doen om hier niet weer terug te komen.
 
Helemaal opgetogen en blij kleed Britt zich aan. Ze merkt dat al haar kleding wel behoorlijk ruim is komen te zitten.
José; Ja, je bent de nodige kilootjes afgevallen, maar ik weet zeker dat je die er zo weer bij hebt. Als je het goed vind wil ik nog een weekje of twee bij jullie blijven. Een beetje hand en span diensten doen, oppassen en zo, en jou nog even wat werk uit handen nemen. Dan kun jij weer een beetje wennen om thuis te zijn en heb je je handen vrij voor de fysio en voor Johan, en zo.
Britt; Mama!!
José; Maar zo is het toch? Jullie hebben nogal wat in te halen.
Britt vliegt weer haar moeder om de hals.
Britt; Wat ben ik blij met een mama zoals u. Ik zou u voor geen goud willen missen. Maar laten we heee snel naar huis gaan en Joahn eens gaan verrassen.
José: Mijn idee. Kunnen we meteen even wat lekkers bij de koffie halen, want jij kunt dat zeker wel gebruiken.
Britt: Mama? (onzeker)
José: Ja, liefje? (vriendelijk)
Britt: Ben ik ECHT gezond? (twijfelend)
José: Tuurlijk, anders zou ik het niet gezegd hebben, oké? (ontzettend vriendelijk)
 
Plots komt Johan binnengestormd.
 
Johan: Britt?! Jij bent aangekleed?! (buiten adem/in paniek)
Britt: Ja, wat scheelt er?
Johan: Ze hadden me gebeld dat ik snel naar hier moest komen. (nog nahijgend)
Britt: Ah... Waarschijnlijk om te zeggen dat ik naar huis mag en dat ik 100% gezond ben. (lachend)
 
Johan kijkt superverbaasd...
...staat een paar tellen met zijn mond wijd open van verbazing en grijpt dan Britt om haar middel en drukt haar heee stevig tegen zich aan en begint haar hartstochtelijk te zoenen.
Britt; Wat heb ik dit gemist Johan, en mijn moeder heeft me carte-blanche gegeven als ik weer thuis ben. Zij komt oppassen en dan hebben wij tijd om een en ander in te halen.
Johan: Kun je dat allemaal weer dan?
Britt; De dokter zegt dat ik goed aan mijn conditie moet oefenen.
Johan: Ik kan ook wel wat oefening gebruiken.
José: Nou, dan komt dat toch mooi allemaal uit? Zullen we dan maar?
 
Dolgelukkig verlaten ze samen het ziekenhuis en gaan gaan snel naar huis.
Het is er nog stil, want de kinderen zijn inmiddels naar school.
Britt loop onderzoekend alle kamers door, zich beseffend dat ze het bijna allemaal kwijt was geweest. Ze kon er nog met haar hoofd niet bij dat een verwaarloosde infectie dat allemaal teweeg had gebracht.
Maar nu was ze wel heel blij dat ze het kon navertellen. Ze had de behoefte om even alleen in huis te zijn en Johan ging daarom maar even naar kantoor terwijl José wat boodschappen ging halen en daarna de kinderen uit school zou halen.
 
Zo helemaal alleen in huis bekroop Britt toch weer de angst dat het belangrijkste orgaan in haar lichaam er zomaar mee was gestopt. Ze zat te huiveren op de bank. Opnieuw voelde ze de angsten weer opkomen. Ze kreeg nare tintelingen in haar linker arm en haar keel voelde ook weer heel raar. Ze begon in een paniekaanval te geraken en werd heel onrustig. Meer en meer ging ze hyperventileren tot ze er bij neerviel en schokkend op de grond lag.
Met uiterste inspanning probeerde Britt om lucht naar binnen te krijgen; haar mond stond wijd open, haar kaken waren helemaal stijf en langzaam werd het weer donker.
 
Hoelang ze had gelegen wist ze niet, maar ze schrok toen er iemand tegen haar wang begon te tikken.
Ze opende haar ogen en keek in het vriendelijke gezicht van Tony dat ze echter eerst niet herkende.
Tony: Hey, Brittje, ik dacht dat je beter was. Dat zei Johan toen hij me belde. Wat is er nu aan de hand?
Britt; Wie ben jij, wat doe je hier?
Tony: Ik ben het , Tony.
Britt: Tony ??
Tony: Ja, je partner.
Britt: Tony, help me. Het gaat niet goed. De dokter zegt dat alles oké is, maar ik heb het weer. Mijn hart kan het niet aan. Ik ben zo bang dat ik toch dood ga ......
En ze grijpt Tony om de hals en begraaft haar gezicht dicht tegen Tony aan en begint heel erg hard te huilen.
Tony helpt Britt overeind en zet haar op de bank en gaat heel dicht bij haar zitten.
Als het huilen minder word probeert Tony er toch achter te komen wat er is gebeurt.
Uit wat Britt verteld kan Tony afleiden dat Britt een paniekaanval heeft gehad en dat ze daardoor is gaan hyperventileren. Te snel geademd en te weinig zuurstof binnen gekregen waardoor ze is flauw gevallen. Als ze de polsslag van Britt opneemt voelt ze dat die wat snel is maar wel regelmatig.
Tony legt een hand op Britt haar schouder en begint zelf met wat ademhalingsoefeningen en krijgt Britt zover dat ze mee gaat doen. Na korte tijd heeft Britt haar eigen ademhaling ook weer volledig onder controle en kijkt ze Tony nog eens aan.
Britt; Ik lijkt wel gek hè Tony?
Tony: Nee Britt. Je was heel bang geworden. Het was nogal een grote stap die je hebt genomen. Bijna vijf weken in het ziekenhuis met allerlei controlemachines om je heen en dan ineens zo helemaal alleen en zonder controle in huis? Ik zou zelf denk ik ook wel in paniek geraken.
Britt; Dus er is niets mis met mijnhart?
Tony: Nee Britt. Johan en je moeder zeiden dat de arts had gezegd dat je weer helemaal beter was en dat je naar huis was gekomen.
Britt; Maar hoe kom jij hier dan?
Tony: Johan belde dat je thuis was, maar dat hij nog even naar kantoor moest en dat je moeder nog even weg moest. Hij was nog een beetje bang om je alleen te laten en vroeg of ik eens langs wilde gaan. Maar jij deed de deur niet open en ja, ik had nog een sleutel van hier, (en heel zachtjes volgend) van toen wij nog goede vriendinnen waren.
Britt; Maar dat zijn we toch nog?
Tony: Ik durf dat niet hardop te zeggen. Niet na wat ik jou allemaal heb aangedaan.
Britt; Hoe bedoel je wat jij mij hebt aangedaan?
Tony: Omdat ik zonodig carrière wilde maken heb ik onze vriendschap om zeep geholpen. Toen ik in Brussel zat ben ik elke week wel twee keer hierheen gekomen om jou te zien , maar ik durfde je niet aan te spreken. Niet nadat ik zo lomp bij jou was weggegaan. Ik zag je beroerder worden. Je ogen misten glans, je schouders zakten in en je zag er zorgelijk uit. Misschien zat je toen al niet lekker in je vel en heeft die infectie toe kunnen slaan.
Britt: Maar dat had dan toch niets met jou te maken?
Tony: Britt, ik heb onze vriendschap verloochend. Wij hadden zoveel samen en ik ben heel egoïstisch vertrokken. Geen wonder dat jij er ziek van bent geworden. Ik hoorde van Nadine dat je ziek was van verdriet, maar ik kon je gewoon niet mee ronder ogen komen.
Dan laat ze Britt los en rent naar de keuken en buigt zich over het aanrecht, diep zuchtend om haar opspelende maag onder controle te krijgen.
Britt; Tony, gaat het?
Tony: Laat me maar Britt. Ik ga wel weer weg. Ik had niet moeten komen. Ik breng alleen maar ongeluk.
Britt; Niet gaan Tony, alsjeblieft.
Tony: Maar ik doe u geen goed.
Britt: Ga even zitten wil je?
Tony: Nee, ik KAN niet (nu boos en verdrietig klinkend)
Britt weet zich geen goed raad met de situatie maar wil echt niet dat Tony weggaat.
Britt; Tony, alsjeblieft? (heel vriendelijk klinkend)
Tony kijkt op zucht eens diep en .... begint te kotsen, zo over Britt haar keukenvloer. Huilend zakt ze langs de keukenkastjes op de vloer.
Snel loopt Britt op haar toe en glijd bijna uit in het braaksel. Vlug doet ze het ergste af met een doek die ze heeft liggen en gaat dan op haar knieën naast Tony zitten en reikt haar een koude washand aan om haar gezicht wat af te doen. Ze ziet het verdriet in Tony's ogen en wordt er zelf helemaal naar van.
Voorzichtig legt ze weer een arm om Tony's schouders heen en neemt Tony nu dicht tegen zich aan.
Nu is het Tony's beurt om eens flink te janken.
Als na een tijdje beide gedaan hebben met janken zitten ze naast elkaar op de keukenvloer met hun rug tegen de kastjes aan. Beiden kijken wat onzeker schuin naar de vloer, de ander goed in de gaten houdend.
Britt; Tony......
Tony:....Britt..........
Britt; Jij eerst maar Tony.
Tony: Nee, Britt, jij eerst.
Britt; Ik baal ervan dat ik zo ziek geweest ben. Ik heb echt de dood in ogen gezien. Maar ik heb een tweede kans gekregen in dit leven. Wat heet, een derde kans. Na Mark ..... toen ik niet meer verder kon leven...... toen kwam jij, en jij hebt me er doorheen gesleept. Toen wist ik dat wij er voor elkaar zouden zijn.
Tony: Dat wist ik, dat ben ik me al die tijd bewust geweest en daarom voel ik me ook zo schuldig.
Britt; Maar dat moet je niet doen. Je bent toch weer terug gekomen?
Tony: Maar er zit zoveel zeer Britt.
Britt; Gooi dat er dan eens uit. Het zal je opluchten.
Tony: Ik heb er net al heee wat uitgegooid, ik zal dat eerst eens opruimen.
Britt; Dat kan later wel. Vertel eerst wat je op je hart hebt.
Tony: Britt, zou jij mij kunnen vergeven dat ik ...........(zuchtend en zoekend naar woorden)
Britt: Ga maar verder Tony.
Tony: Dat ik zomaar ben weggegaan? En jou hier heb achtergelaten?
Britt; Dat heb ik je al vergeven. Ik ben niet boos op je. Echt niet.
Tony: Ik snap ook niet waarom ik ineens zo'n carrièremakertje werd. Het liep lekker met die studies, en mijn profs bij psychologie waren zo tevreden over mij. Snap jij dat ik dan zelf niet meer van me eigen in gaten had waar ik mee bezig was?
Britt; Nee dat snap ik niet, maar ik heb ook geen psychologie gestudeerd.
Tony: De pot op met die studies. Als ik mijn vriendin daardoor dreig te verliezen zijn de kosten van een carrière voor mij veel te hoog.
Britt; Maar je gaat ze toch wel afmaken hoop ik?Je heb er al zoveel in geïnvesteerd, en het is nooit weg om wat meer mensenkennis in huis te hebben.
Tony : Ik durf niet verder Britt.
Britt; Vast wel, en ik zal je bijstaan. Meegaan naar Brussel als je wilt, en je overhoren, en er voor zorgen dat je met beide benen op de grond blijft staan.
Tony: Meen je dat? Wil je dat allemaal voor mij doen?
Britt; Ik heb mijn leven al terug gewonnen. Door jou heb ik een nieuw lief. Het enige wat er nog ontbreekt is mijn vriendin.
Tony: Ik vind dat nu zo een moeilijk woord Britt.
Britt; Ik zou er toch maar aan gaan wennen. Hoe moet ik je anders noemen?
Tony: Gewoon Tony, of je partner of zo?
Britt; Dat is niet genoeg. Kom eens hier.
En ze slaat haar beide armen om Tony heen een neemt haar heel stevig tegen zich aan. Weer is Tony aan het janken, en nu doet Britt van blijdschap ook mee.
Ze heeft haar partner EN vriendin weer terug.
Het voelt zo goed voor beiden dat ze maar steeds innig omarmd op de grond zijn blijven zitten en niet in de gaten hebben gehad dat Johan inmiddels ook weer binnen is gekomen.
Het had hem niet lekker gezeten op kantoor dus was hij ook vrij snel weer naar huis gekomen. Even schrok hij toen hij Britt en Tony samen op de grond zag zitten. Het rook vreemd in de keuken, zurig, en het zag er slordig uit met overal doeken op de vloer, maar toen kreeg hij vrij sneldoor wat er aan de hand was.
 
Hij loopt naar hun toe en tikt heel zachtjes Britt op haar schouder die hem met een goedkeurende blik aankijkt.
Johan knipoogt eens naar haar en begint dan de rommel van Tony's braakpartij op te ruimen. Onderwijl zet hij een ketel water op om een lekker potje thee te maken.
Als hij gedaan heeft gaat hij weer naar Britt en Tony en helpt Britt om Tony overeind te krijgen, die door emoties overmand erg slap op de benen staat. Ook Johan krijgt zijn deel van de dankbaarheid die Tony voor hem heeft omdat ook hij haar is blijven steunen en omdat hij door dit alles bijna zijn vriendin was kwijt geraakt.
Johan neemt haar ook even veilig in zijn sterke armen en geeft haar twee zoenen op haar wangen en een hele warme hug er achteraan. Hij kroelt haar eens door haar haren, die weer voller en dikker zijn geworden.
En dan gaan ze samen aan de keukentafel zitten om hun thee te drinken. Net dan stormen ook Simon en Dorien naar binnen .
Die waren door oma José uit school gehaald met de mededeling dat er thuis een verrassing was voor hun.
Alhoewel beiden hadden gehoopt dat Britt beter zou zijn hadden ze toch echt niet verwacht dat ze al weer thuis zou zijn.
En in minder dan geen tijd bruist het huis weer van energie en vrolijke mensen. Nadat Dorien volop aan haar trekken is gekomen bij haar moeder kruipt ze lekker bij Tony op schoot en omhelst die ook.
Dorien: En nu niet meer weg gaan hoor. Ik heb u teveel gemist.
Tony: Je mama zegt dat ik mag blijven.
Britt; Correctie: MOET blijven. Wij moeten samen zorgen dat Gent wordt opgekuist. Jij en ik Tony. Samen.
Tony heft haar glas wijn op (dat Johan voor de gelegenheid heeft ingeschonken, naar de thee kijkt niemand meer om)...
Tony: Vrienden?
Britt: Vrienden EN partners?
Tony: Vrienden en partners. (glimlachend)
Ze klinken hun glazen tegen elkaar en nemen een flinke scheut wijn...
Ook de anderen doen dit en ze beleven nog een mega-avond !
 
 
 
*****EINDE*****
 
 
Vervolgverhaal van de flikken rukken uit
 

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]