Korte rokkenZe heeft diep geslapen
en schiet dan ook verbaasd wakker als ze zachte huilgeluidjes hoort. Michiels
stembandjes herstellen ongelooflijk snel en hij kan na twee dagen al aardig wat
geluid maken. Al twee ochtenden wordt ze wakker met dat kleine babietje naast
zich in zijn eigen ledikantje. Verbaasd ligt hij naar haar te kijken en ze
dwingt zichzelf echt wakker te worden en op te staan. “Blijf maar liggen. Ik
maak zijn fles wel.” Naast haar rekt Max zich uit en komt overeind. Tevreden
kreunt Nadine en rekt zich nog eens uit. Max buigt zich over het ledikant en
tilt Michiel op “Eerst maar eens een andere luier geloof ik.” Hij neemt
Michiel mee naar de badkamer waar ze provisorisch een tafel hebben neer gezet om
Michiel op te kunnen verschonen. “Zo kijk eens wat een schone kleine we hier
hebben. Ik geloof dat hij wel even lekker in het grote bed wil en dan maak ik
ontbijt voor jullie.” Hij legt Michiel naast Nadine in bed en verdwijnt naar
de keuken. “Hoi manneke...” Nadine draait zich op haar zij en bekijkt
Michiel die met grote ogen terug kijkt. Het lijkt even of de interessante nieuwe
omgeving hem wel bezig kan houden, maar na een tijdje zou hij wil hij toch
liever wat te eten. Als hij ontevreden geluidjes begint te maken kan Nadine hem
nog even tevreden stellen met haar vinger. Gelukkig komt Max binnen met het
ontbijt, een flesje voor Michiel, vers geperst sinaasappelsap, koffie, beschuit
met kaas voor haar. Tevreden zuigt Michiel zijn ontbijt naar binnen, met zijn
grote donkere ogen op Nadine gevestigd. “Ga je vandaag naar het
commissariaat?” Max slaat zijn arm om haar heen en trekt haar tegen zich aan.
Ze schudt haar hoofd “Ik denk het niet, ik heb nog vrije dagen, misschien ga
ik even kijken hoe het staat, maar gisteren zijn ze nog niet veel verder
gekomen. Vanmiddag komt die Ilse langs, om een uur of 5, dan wil ik terug thuis
zijn, maar verder... Als ik vandaag nog in ga pakken dan ben ik min of meer
klaar, ik heb minder spullen dan ik dacht. Er zijn zelfs dingen die ik nooit heb
uitgepakt... die staan al bijna 5 jaar in een doos. Je vraagt je af of ik die
niet beter gewoon ongeopend kan weggooien...” Max lacht “Wat zit daar in
dan?” Nadine haalt haar schouders op “Kinderspullen, van toen ik een meisje
was... spullen van school... foto's van... foto's...” Hij kust haar op haar
voorhoofd “We gaan ze mee verhuizen en ik ga ze met je open maken.” belooft
hij “We gaan alles eruit halen en een plekje geven ergens in huis.” Nadine
knikt “Of weggooien,” houdt ze een slag om de arm. Ze kruipt dichter tegen
hem aan en leunt in het comfortabele kuiltje dat ontstaat als hij zich half naar
haar toedraait, een kuiltje dat gemaakt lijkt te zijn voor haar lijf. Ze sluiten
in elkaar als een 'yin en yang', de maan en de zon, de vrouw en de man...
“Goed, dus jij speelt verhuizer vandaag.” Ze lacht “Je denkt
misschien dat ik veel werk kan verzetten daar, maar dat valt tegen als je zo'n
kleintje bij je hebt, ik kom nauwelijks aan inpakken toe, ik zweer het je.”
Hij omhelst haar nog eens en stapt dan het bed uit “Bah... ik moet gaan
werken... denk ik... ik zal eens gaan douchen.”
Ze hoort de douche lopen en kijkt naar Michiel, hij is nog altijd aan het
drinken na een korte onderbreking voor een boertje. “Als ik nou ook eens een
dag vrijaf neem? Ik heb geen belangrijke afspraken vandaag... ik kan je helpen
inpakken...” Max komt uit de douche en neemt Michiel van haar over zodat zij
kan douchen “Kan je dat zomaar?” vraagt ze als ze uit de douche komt. Hij
haalt zijn schouders op en kijkt haar lachend aan “Net zo gemakkelijk als jij
dat kan. Ik heb echt niets belangrijks vandaag, ik kan verzetten wat ik wel heb.
Ik wil bij jullie zijn.” Hij staat op van het bed en legt de slapende Michiel
in het ledikantje. Nadine stapt met een lach op hem af en hij opent haar badjas
“We hoeven nergens heen...kom...” Ze rolt terug het bed in achter Max'
handen aan “Ik heb een hele slechte invloed op jou.” giechelt ze en trekt de
lakens over hen heen. “Ok, laten we nog eens
kijken wat we wel weten, misschien is dat een beetje motiverender dan nog een
keer herhalen wat we allemaal niet weten.” stelt Tony met een zucht voor. Ze
kijkt naar de kaart waar Britt een magneetje heeft gehangen op de plek waar
Michiel gevonden is. Foto's van de kleding, Michiel en de plek waar hij gevonden
is hangen er naast en de paar dingen die ze weten zijn er hoopvol tussendoor
geschreven. “Het is toch onmogelijk dat die vrouw bij geen enkele instantie
bekend is?” moppert ze als ze het summiere overzicht van wat ze wel weten nog
eens heeft bekeken. “Misschien komt ze niet van Gent of Antwerpen?”
suggereert Britt, “in dat geval is het logisch dat niemand hier haar kent.
Laten we afwachten wat dat krantenbericht van vanochtend en dat
opsporingsbericht op TV van gisterenavond nog opleveren. Ik bedoel, dat is
landelijk op TV geweest... als er iets wat op gaat leveren is het dat...” Ze
hadden gisteren alle hulporganisaties in Gent bezocht om erachter te komen of de
moeder van Michiel hulp had gezocht voor zijn geboorte. In hun wanhoop hebben ze
vanochtend ook alle instanties in Antwerpen al gebeld om te zien of iemand daar
misschien iets had opgevangen. Ook daar hadden ze bot gevangen, niemand had wat
gehoord, gezien of ook maar een vermoeden. “We moeten het echt van dat bericht
hebben, ze is duidelijk niet met haar probleem naar een van de hulporganisaties
gegaan.” Tony knikt “Tja, dat hadden we kunnen denken, Vanbruane zei dat die
dokter dacht dat de bevalling nogal provisorisch is gegaan, de navelstreng van
die kleine was niet eens fatsoenlijk afgebonden. God, uw kind zo achterlaten,
dat kun je je toch niet voorstellen? Jij nog thee of koffie?” ze staat recht
“Thee...” Britt zucht nog eens en kijkt naar de papieren op haar bureau.
“Tony, wat denk je, misschien toch die mensen eens ondervragen die die avond
in de kerk waren, misschien is een van hen nog blijven kletsen... Die pastoor
was wel direct weg, maar misschien zijn een paar van zijn 'discipelen' nog even
blijven kletsen... we hebben hen eigenlijk niets kunnen vragen en het zou...”
Tony knikt “Ik heb daar ook juist aan gedacht, we hebben niet echt een ander
aanknopingspunt, zolang er geen reactie komt op het opsporingsbericht.” Ze
slurpt van haar thee. “Zullen we zo maar gaan dan?” Britt giet haar thee
naar binnen en staat recht “Kom op, Dierckx, rust roest.” lacht ze en wacht
ongeduldig tot Tony ook vanachter haar bureau komt. Ze grist de sleutels van het
bureau en wandelt met Tony op de hielen door de gang naar beneden. “Nog geen
reactie op de advertentie, Carla?” vraagt ze beneden en kijkt op haar horloge,
het is bijna lunchtijd, mensen zouden de krant toch gelezen moeten hebben of de
moed moeten hebben verzameld om te reageren op de TV oproep, het is hopeloos.
Carla schudt haar hoofd “Geen serieuze reacties toch, wel al 6 stellen die het
jongetje willen adopteren. Goed, die moeten niet hier zijn... ik heb ze verwezen
naar het OCMW, daar kunnen ze informatie krijgen over de procedure.” Britt
knikt “Maak een verslagje van elk gesprek, ook al lijkt het niets, leg het
toch maar op ons bureau, wie weet zit er een aanwijzinkje bij. Al is het wat
kleins... da's al meer dan dat we nu hebben.” Tony knikt “We zijn bereid
alle sporen te volgen, al lijkt het werkelijk nergens naar toe te gaan...”
doet ze er nog eens een schepje bovenop. “Alle sporen...” Carla lacht
“Jullie zijn precies wanhopig?” Ze pakt een stapeltje papieren “Hier, ik
heb van elk gesprek aantekeningen gemaakt, neem maar mee... iets te lezen voor
in de auto. Veel zal je er niet uithalen...” Britt werpt Tony de sleutels van
de auto toe en begint te bladeren in de telefoonmemo's.
“En?” Tony draait de straat op “Wat Carla zei, nog niets, mensen
die niet echt meer weten, alleen twee koppels die op zondagavond uit zijn
geweest en langs daar zijn gepasseerd. Ze hebben gehuil gehoord, maar dachten
dat het een kat was, zoals we al dachten...
Het was om een uur of 10, dus tja, Michiel lag daar om 10 uur al, maar
dat wisten we eigenlijk ook al wel. Niets nieuws dus. Spijtig...” Tony
parkeert voor de kerk. “Denk je dat ze er zullen zijn?” Ze stappen uit en
lopen op de kerk af “Jawel, ze
hebben toch die Taize bijeenkomst vandaag. Ik ben zeker dat die lui nog een
laatste hand leggen aan de versieringen.” Britt duwt de deur open en stapt
naar binnen. De stichtelijke orgelmuziek staat weer op en het gonst wederom van
de activiteit in de kerk. “Ah dames...” de pastoor komt hen al tegemoet als
hij ze ziet binnenkomen. “Daar bent u weer... U komt mee doen aan onze
bijeenkomst?” voegt hij er met een lach aan toe. “Nou...,” mompelt Tony
“We komen eigenlijk voor de mensen die hier met u gewerkt hebben op
zondagavond. Zijn ze nu hier?” De pastoor kijkt achter zich “Enkelen wel ja,
maar ook een paar niet, het is woensdag, mensen zijn aan het werk, sommigen
komen direct na hun werk. Deze mensen hebben vrij genomen voor het evenement en
ze zijn al hier, ik zou....” Tony knikt “Kunt u ons een lijst geven met de
namen van de mensen die hier op zondagavond hebben gewerkt met u?” De pastoor
knikt “Natuurlijk, heeft u pen en papier? Dan kan ik het direct opschrijven.
Komt u even mee naar de sacristie...” Hij gaat hen voor en Britt en Tony
sloffen door de kerk achter hem aan. Her en der roepen blije mensen 'hoi' en
'goede dag' en Britt heeft al snel kramp van het vriendelijk glimlachen “Hoe
houden ze het vol.” wijst ze op alle lachende mensen om hen heen. “Met hulp
van boven, zeker?” Tony wijst naar de lucht. De pastoor zet zich op een stoel
en neemt de pen en het opschrijfboekje aan van Britt. Snel schrijft hij een
aantal namen op. “Wat wilt u eigenlijk met deze mensen?” vraagt hij Britt
“Zoals ik al zei zijn wij al om 9 uur vertrokken allemaal, we hebben niets
gezien.” Britt haalt haar schouders op “Ach, we hebben weinig
aanknopingspunten en we hopen eigenlijk dat enkelen van hen misschien nog wat
zijn blijven kletsen en toch wat hebben gezien of gehoord.” De pastoor knikt
“Ik heb uw oproep gezien en gelezen, daar heeft u ook nog niets van gehoord?
Hoe is het met de kleine? Hebben ze al een gezin voor hem gevonden?” Britt
schudt haar hoofd “Hij is tijdelijk bij mensen ondergebracht, we hopen zijn
moeder toch te vinden en te zien of hij terug kan naar zijn eigen ouders, dat
zou toch het mooiste zijn. Als dat niet lukt dan gaan ze een adoptiegezin zoeken
voor hem.” De pastoor knikt “Ach weet u, misschien is het jongetje zo beter
af. U probeert die moeder te zoeken, maar misschien... als ze gevonden had
willen worden dan had ze toch al gereageerd? Misschien is die kleine wel beter
af bij een adoptiegezin...” Britt trekt haar wenkbrauwen op en kijkt Tony aan
“Nou, wij geloven toch dat die moeder een tweede kans zou moeten krijgen, is
de kerk daar ook niet voor? Dat het kind bij de eigen ouders opgroeit?” De
pastoor glimlacht “De kerk is ervoor dat kinderen opgroeien in een liefdevol
gezin, met twee ouders die van hem houden, als dat adoptieouders zijn is daar
niets op tegen. De liefde mevrouw... Michiels, daar gaat het om. De liefde voor
elkaar, voor kinderen en voor Hem natuurlijk.” Hij wijst veel betekenend naar
de hemel. “Liefde...” herhaalt Britt korzelig “wij geloven in de liefde
van een moeder voor haar kind, zij heeft het kind een aantal dagen verzorgd,
gekleed, gebaad... Wie weet wat haar tot deze beslissing heeft gedwongen. Wie
weet kunnen we haar helpen... we gaan in ieder geval alles doen wat we kunnen...
bedankt voor de lijst.” Breekt ze de discussie af, aangezien de pastoor haar
enigszins op haar zenuwen begint te werken. Ze beent de sacristie uit “Tot
ziens en dankuwel voor uw hulp.” glimlacht Tony en gaat achter haar aan “Als
ik nog informatie heb.... kan ik u bellen...” voegt de pastoor zelf toe.
“Wat een... natuurlijk weet ik ook niet of we die moeder moeten vinden, maar
moeten we dan maar opgeven? Kunnen wij daarover beslissen? Dat is toch niet aan
ons...?” moppert Britt als ze weer in de auto zitten. “Ach, zo'n pastoor,
niet naar luisteren. Doe ik ook nooit... Bidt zus, bidt zo, geen sex voor het
huwelijk, dat van die wangen... Wat een klets. Dat er iemand naar leeft...”
Britt lacht “Gaat en vermenigvuldig u komt anders ook van de kerk.” grinnikt
ze. “Ja, ja.” Tony trapt het gas wat verder in. “Zullen we die namen eens
even aan een adres gaan linken?” stelt ze voor “En dan bekijken we naar wie
we toe gaan.” knikt Britt. “Hier die zal misschien wel thuis zijn. Een dame
van 57, alleenstaand. Of deze? Herman Karelink, 46 jaar oud, misschien ook al
wel thuis...” stelt Tony even later voor als ze de lijst voorzien hebben van
extra gegevens. Britt kijkt op haar horloge “Het is kwart voor 3... nog niet
zo veel mensen die al thuis zijn van het werk, maar misschien hebben we geluk.
Laten we die hele lijst maar meenemen, dan hebben we nog wat reserve, voor als
ze niet thuis zijn.” Ze lopen weer naar beneden naar de auto “Op hoop van
zegen.” mompelt Tony op de trap. Bij de deur lopen ze tegen een vrolijk
gezelschap aan. “Britt, Tony...” een lachende Vanbruane houdt de deur open
voor de burgemeester die de maxicosi voor zich uit houdt. “U bent vrolijk.”
Britt kijkt Tony aan “Ja, een paar dagen vrij doen een mens goed.” lacht
Vanbruane “U bedoelt dat u thuis leukere dingen te doen heeft dan op het
commissariaat?” vraagt Tony quasi verontwaardigd. “Nou...” begint
Vanbruane “Geef geen antwoord.” raadt Britt haar met een lachje aan.
“Waarom bent u uberhaupt gekomen? We zijn nog niet verder geraakt, dat hadden
we u ook wel door de telefoon kunnen zeggen.” Vanbruane lacht “Ach, ik moet
toch ook af en toe mijn neus nog eens laten zien hier.” Tony schudt haar hoofd
“Ja, twee dagen zonder u en het hele commissariaat stort in elkaar.” ze rolt
met haar ogen. “Ik weet dat jullie het zonder mij ook wel redden.... Max moest
nog op het stadhuis zijn en daarom...” Britt lacht “Geef het maar toe, u
heeft mij maanden lang aan mijn hoofd gezeurd om thuis te blijven en als het
erop aan komt wilt u ook weten wat er op het commissariaat gebeurd.” Vanbruane
lacht schuldig en loopt achter de
burgemeester aan naar boven. “Die kan ook niet wegblijven zeg.” Tony kijkt
Britt aan en schudt haar hoofd “Nou, kom op, laten we zien of we iets
vinden.” stelt die voor. Boven hangen de mannen in hun bureaustoelen, sinds
Vanbruane niet meer op het commissariaat is verschenen hebben ze bar weinig
aandacht besteed aan hun diefstal zaak. Dat wil zeggen Raymond, Sellatin en Ben
hebben weinig aandacht besteed aan de zaak, Pasmans daarentegen is van zins de
zaak alleen op te lossen en wel voor de baas terug is op haar post. “Ik zal
haar laten zien dat ik klaar ben voor het grote werk.” roept hij uit terwijl
hij voor de zoveelste keer de lijst doorkijkt van de gestolen goederen uit de
huizen. Sellatin haalt achterstallig PV werk in, Raymond leest de Gazette en
Vanneste hangt met zijn voeten op het bureau zo gevaarlijk plat zijn stoel dat
die elk moment onderuit lijkt te kunnen gaan. Met een briefopener haalt hij vuil
onder zijn nagels vandaan. “Zo, zaak al opgelost heren, jullie hangen er zo
relaxed bij.” Vanbruane komt de hoek om en ziet haar team in hoeken van 180
graden achter het bureau, een houding die ze niet graag ziet. Vanneste valt van
schrik achterover, omdat hij zich met zijn voeten afzet tegen het bureau en
haalt zijn vinger open. Jammerend komt hij overeind en vlucht naar de wasbak om
het bloed af te spoelen. “Bijna baas.” mompelt Raymond. “Ik ben in mijn
bureau... als ik door het raam kijk wil ik hier 4 werkende
agenten zien, neem een voorbeeld aan Pasmans, Raymond... Pasmans wat ben
je trouwens aan het doen?” Er is Raymond nog nooit gezegd dat hij een
voorbeeld zou moeten nemen aan Pasmans en hij kijkt verbaasd van Vanbruane naar
Pasmans “Ik lees de lijsten van de gestolen goederen nog eens na baas,
misschien zit daar een aanwijzing in...” Achter hem klinkt een schamper geluid
van Vanneste “En Vanneste, misschien zou je ook eens wat kunnen doen, ik zie
Sellatin typen en wat hang jij te doen? In plaats van anderen uit te lachen zou
je je misschien eens nuttig maken.” Ze neemt de helft van de papieren van
Pasmans en duwt die in zijn handen. “Hier, neem ook eens wat lijsten door als
je toch niets beters te doen hebt.” stelt ze voor met een blik die hem vertelt
dat hij beter niet kan weigeren. Met een grom ploft hij op zijn stoel en begint
de papieren te lezen, al snel kijkt hij verveeld op, hij heeft geen woord
opgenomen van wat hij heeft gelezen, maar als hij opkijkt ontmoet hij een
waarschuwende blik van de baas. Met een rood hoofd probeert hij zich te
concentreren op de lijst. De burgemeester komt langs met de kleine Michiel, maar
hij durft nauwelijks meer op te kijken, bang om weer op zijn kop te krijgen. Hij
hoort de deur open gaan en kijkt even snel op “Sel...” voor hij wat kan
zeggen hoort hij vanuit het bureau “Vanneste, lezen, ik houd u nog steeds in
de gaten.” Vanneste kijkt geschrokken terug op zijn blaadje “Wat heeft
die?” piept hij. Sellatin lacht achter zijn computer, hij zit met zijn rug
naar Vanbruane toe zodat ze niet kan zien dat hij lacht. In het bureau kijkt Max
haar verbaasd aan “Wat ben je streng opeens.” Nadine lacht “Ach dat uurtje
dat ik hier ben kan hij toch in ieder geval wat doen.” meent ze. “Is ze
ongesteld ofzo?” sist Vanneste,
Sellatin haalt zijn schouders op “Lees die lijsten nu maar gewoon.” stelt
hij voor “Ze is vast niet lang hier, de burgemeester is er ook met die kleine,
ze gaan vast zo weer weg.” Vanneste schudt zijn hoofd “Wat moet ik hier nou
uithalen?” moppert Vanneste “Nieuwe blue-ray speler gejat... ja dat is shit.
Laptop... sieraden... Ja, laat dat dan ook niet op de kaptafel liggen. En hier,
laten we zien, wat is er gestolen bij de familie Boshuis, sieraden... vazen...
vazen? Precies kenners... blue-ray speler, ook al? Dat zijn wel verzamelaars,
die dieven... Sel, weet je wat ik denk, we moeten eens met die mensen gaan
praten... misschien is er iets in huis dat hen aan elkaar linkt.” Vanneste
kijkt bloedserieus op en ziet vanuit zijn ooghoeken dat Vanbruane oplettend haar
hoofd opheft. “Kom op, huisbezoek.” Sellatin kijkt op zijn horloge “Ben,
het is 3 uur er...” Vanneste zucht “Kom op Sel!” dringt hij aan. “Vanneste...”
vanuit het bureau klinkt een ongeduldige stem van Vanbruane “Wij gaan bij die
mensen langs bij wie is ingebroken, baas, ik denk dat er iets in het huis is dat
de verschillende adressen bij elkaar brengt en...” Vanbruane staat recht en
komt het bureau uit “Je bedoelt dat jij naar die huizen wilt gaan om te kijken
of je wat kunt vinden. Om 3 uur 's middags, als er geen hond thuis is?”
Sellatin glimlacht “De hond juist wel, baas... een kuisvrouw misschien... we
moeten alleen wat rond kijken...” valt hij Ben bij. Vanbruane rolt met haar
ogen en zucht “Nou, veel succes dan...” mompelt ze en verdwijnt haar bureau
weer in. Als ze buiten staan kijken ze elkaar aan “Ja, we hoeven niet naar die
huizen hoor...” zegt Vanneste “Maar ik wilde daar buiten.” Sellatin lacht
“We gaan wel naar die huizen, misschien zit er wat in, in uw theorie, dat er
iets in die huizen zit...” Vanneste kijkt verbaasd “Denk je dat echt?”
Snel trapt hij het gas in om Sellatin bij te houden. “Sellatin Ates, Ben
Vanneste, politie Gent... we zijn bezig met de inbraak in uw huis, een maand
geleden...” De oude vrouw in de deuropening lacht “Dit is niet mijn huis,
maar komt u binnen, dit is het huis van mijn dochter en haar man, ik vang mijn
kleinkinderen op vandaag.” De vrouw doet een stap terug en laat de twee mannen
binnen. Sellatin geeft zijn ogen goed de kost “Komt u even mee naar de keuken,
ik was net bezig met het eten en ik wil niet dat het aanbrand. Ik weet niet of
ik u kan helpen hoor... Ik weet er niet zoveel van, ik was op vakantie toen het
gebeurde, ik ben net pas een week terug... vandaar de teint.” De vrouw is
duidelijk blij met de aanspraak. “Mooie keuken.” zegt Vanneste waarderend en
kijkt naar het vijfpits gasstel. “Mijn collega kookt.” verklaart Sellatin
“Het is een mooie keuken.” knikt de vrouw “Gloednieuw, zit er net
anderhalve maand in, het was eigenlijk het laatste wat nog aan het huis
vervangen moest worden, ze zijn nu klaar met de verbouwingen...” Ze blijven
nog even, maar de vrouw kan inderdaad weinig interessants vertellen en dus
stappen ze al snel weer op de motor om naar het volgende adres te gaan. Een
kuisvrouw doet open en laat hen binnen. Ze was degene die als eerste toekwam na
de inbraak en neemt hen mee naar de keuken om met hen te praten over de inbraak.
Na een tijdje staan ze weer op de stoep. Bij het volgende huis hebben ze geluk,
de vrouw des huizes is al thuis en laat hen vriendelijk binnen. Sellatin stoot
Vanneste aan “Kijk die keuken.” wijst hij. Vanneste kijkt even “Ik wist
niet dat je ook zo geïnteresseerd was in keukens. Een mooie keuken, zo een zou
ik thuis ook wel willen, maar ja, met mijn salaris...” Sellatin schudt zijn
hoofd “Dat bedoel ik niet.” zucht hij. “Mevrouw Terstal,” begint hij als
ze aan een tafel zitten in de kamer. “Uw keuken, wanneer is die gezet?” De
vrouw denkt even na, “Vandaag precies een maand geleden.” zegt ze dan. “En
de inbraak was een week later?” De vrouw knikt en gaat over tot het opnoemen
van wat er allemaal verdwenen is. Sellatin kijkt Vanneste aan die quasi
geinteresseerd luistert naar de lijst die de vrouw opnoemt. “Nou, de volgende
dan maar?” Vanneste stapt al op zijn motor “Nee, dat hoeft niet, ik denk dat
ik het heb.” houdt Sellatin hem tegen. “Luister, deze vrouw heeft een nieuwe
keuken laten zetten, een maand geleden en een week later wordt er ingebroken,
die familie Boshuis, die met dat vijf-pits gasstel,” probeert Sellatin
Vanneste een plaatje te geven bij familie Boshuis, die knikt onmiddellijk, een
vijf-pits gasstel onthoudt iedereen “de keuken is anderhalve maand geleden
gezet, ongeveer een week later is er bij hen ingebroken.
Ik heb die keuken bij die familie Vercammen bekeken, die zit er ook nog
niet lang in, mijn gok is... ongeveer een week voor de inbraak.” Vanneste
denkt na en knikt dan “Je wilt zeggen dat het bedrijf dat de keukens zet later
terug komt om in te breken?” Sellatin haalt zijn schouders op “In ieder
geval iemand van het bedrijf. Als ze de keukens zetten hebben ze tijd genoeg om
goed rond te kijken, ook weten ze wanneer mensen niet thuis zijn, want daar
wordt zo'n afspraak opgemaakt en ik ben zeker dat die vrouwen en mannen hebben
rondgelopen met een telefoon aan hun oor en continue hebben opgemerkt dat ze
eigenlijk werkten op dat tijdstip. Ze weten wanneer er een kuisvrouw is... ze
weten waar de mooie spullen staan en zijn dus snel klaar. Mensen zetten overdag
hun alarm nietop het huis als ze gaan werken, zeker niet als de kuisvrouw komt.
Nou... perfect dus. Goed, we hebben de naam van het keuken bedrijf, het enige
wat we moeten doen is de mensen af bellen waar ingebroken is en dan naar dat
bedrijf gaan, kijken wie er in het team zat dat die keukens heeft gezet, ik ben
zeker dat we een aantal mensen zullen kunnen uitsluiten en dan zullen we er
aantal overhouden, maar met een beetje verhoor moeten we dat er wel uit
krijgen.” Vanneste slaat Sellatin op zijn schouder “Sel, je bent
ongelooflijk, zaak opgelost, kom laten we binnen rijden... Perfect, de baas gaat
content zijn, danku Sel.” Sellatin lacht “Jij bedankt, jij hebt me op het
idee gebracht.” Als ze boven komen zit Pasmans nog altijd achter de computer,
de lijsten, adressen en namen te bestuderen. Ben kijkt Sellatin aan en schudt
zijn hoofd. “Laat hem nog even doen.” fluistert hij. Sellatin rolt met zijn
ogen “Ben... nouja... even dan.” Hij neemt hun lijst en begint te bellen en
omdat hij graag wil dat Sellatin niets zegt tegen Pasmans doet zelfs Ben heel
fanatiek mee. “Wel jammer dat de baas er niet meer is. Ik ga haar dadelijk
thuis bellen om te laten weten dat wij dit hebben opgelost.” zegt hij
bloedserieus als ze de rest van de mensen hebben afgebeld en inderdaad te weten
zijn gekomen dat elk van de zeven inbraken gepleegd is in een huis waar een en
hetzelfde bedrijf net een keuken had gezet. Sellatin kijkt op zijn horloge
“Als we vlot zijn is daar nog wel iemand, in dat bedrijf... kom op...”
Vanneste sprint achter Sellatin aan en herinnert Sellatin er maar niet aan dat
ze Pasmans nog altijd niets gezegd hebben. Pasmans is dan ook de enige die het
niet zo kan waarderen als zij ruim een half uur later de verdachte binnen
brengen en veilig opbergen achter slot en grendel. “Ah Sellatin, gefeliciteerd
met het oplossen van de zaak...” Raymond kijkt veelbetekenend naar Pasmans,
die met een boos hoofd voor zich uit zit te staren, omdat niemand hem gezegd had
dat de zaak al opgelost was. “Ik ga naar huis, tot morgen...” mompelt hij en
staat recht. “En ik heb een bericht van Britt... Meriban past op vanavond en
dus verwacht Britt je over... een half uur 'bij jullie achter' in de Vooruit en
niet in uniform...” Raymond zegt dit alles met een grote grijns op zijn
gezicht en overhandigt hem een plastic tas. “Meriban is dit langs komen
brengen... ik denk dat daar de goedgekeurde kledij in zit...” Vanneste lacht
“Hoezo onder de plak?” grinnikt hij. “Ja, Lidy valt mee hierbij
vergeleken.” beaamt Raymond met een lach en gaat naar de garderobe “Tot
morgen allemaal.” Sellatin hoort hoe Ben praat met Vanbruane en zijn eigen rol
in het geheel in ieder geval niet bescheiden houdt. Met een lach gaat hij zitten
en wacht tot Ben het gesprek heeft afgerond. “De baas was content zeker?”
Vanneste knikt vrolijk “Een goede beurt gemaakt.” zegt hij tevreden en gaat
even achterover hangen “Nu kunnen we naar huis.” concludeert hij nog
vrolijker dan hij al was na alle lof die Vanbruane hem door de telefoon heeft
toegewuifd. “We kunnen morgen verder doen met het verhoor en zo, Vanbruane
zegt dat we hem rustig in de cel mogen laten wachten vannacht, daar worden ze
spraakzaam van... ik citeer.” grapt hij. “Naar huis dan maar... of ja, voor
jou de Vooruit dan.” herinnert hij Sellatin. Die knikt en sluit zijn computer
af “Ik ga mij omkleden.” meldt
hij overbodig en verdwijnt om terug te komen in een set die duidelijk door
Meriban bij elkaar is gezocht. “Je kunt wel zien dat Meriban zich verveelt, ze
heeft een vent nodig om aan te kleden, een aankleedpop...” vindt Ben. Sellatin
haalt zijn schouders op “Die heeft ze toch... volgens Britt, een of andere
arts die ze kent van het ziekenhuis. Ik ben zijn naam vergeten, maar dat is toch
al een maand of twee aan. Wel, ik ga er van door...” Ben knikt, ook hij legt
er voor vandaag de pannen op. “Tot morgen.” Sellatin wandelt door de gang en
zwaait even naar Jolanda die achter de balie staat, ze is net nieuw en haar
wangen kleuren steevast rood als een van de mannelijke agenten naar haar lacht.
Sellatin is daarom over gegaan tot zwaaien, in plaats van een vriendelijke
lacht, zodat ze niet continue zo rood als een tomaat mensen te woord moet staan.
Tevreden wandelt hij de deur uit, vandaag wandelt hij eens naar huis, dat
had hij deze ochtend al bedacht, toen het weer nog een dag zo mooi bleek te
zijn. Hij kijkt op naar het Belfort en steekt het sint Baafsplein over, de
Mageleinstraat in, als hij het water oversteekt de Walpoortstraat in kijkt hij
op zijn horloge. Hij wil er graag voor Britt zijn, zodat ze niet alleen op hem
zit te wachten. Hij weet hoe ongemakkelijk zij zich voelt als ze alleen aan een
tafeltje moet wachten op hem. Al snel ziet hij de Vooruit al liggen en even
later duwt hijde deur open. “Reservering voor... Michiels...” De vrouw kijkt
in haar boek en schudt haar hoofd “Nee... ik heb geen reservering op die naam,
maar...” Sellatin kijkt om zich heen of hij Britt al ziet zitten “Misschien
heeft ze het op Ates gereserveerd?” probeert hij. De vrouw kijkt opnieuw en
knikt dan “Ja, uw vrouw is al hier... komt u maar mee.” Op dat moment ziet
hij haar zitten en zijn hart slaat een tel over. Het is gek dat zijn hart dat na
al die tijd nog doet. Als ze uit gaan, als hij haar ergens ziet staan, als ze
uit de slaapkamer komt... soms voelt hij opeens dat sprongetje daar in zijn
borstkas. De serveerster ziet aan zijn brede glimlach dat hij zijn werderhelft
al gevonden heeft en laat hem lopen. Britt staat recht en drukt zich even tegen
hem aan. Hij ruikt haar haren en streelt haar wang “Wat zie je er netjes
uit.” glimlacht Britt “Laat dat maar aan Meriban over.” knikt hij. “En
dat terwijl ik haar gebeld had 'gewone' kleren mee te nemen, zodat je niet in
uniform zou hoeven komen uit eten met mij. Hoe was jouw dag?” Sellatin gaat
zitten en pakt Britts hand vast, hij vind het heerlijk om gewoon haar hand te
kunnen strelen, haar aan te kunnen kijken. “Mijn dag was succesvol,” zegt
hij vrolijk “we hebben die inbrekers kunnen vatten.” Britt kijkt op “Die
waar wij mee bezig waren hoe...?” Ze gaat recht zitten “Nou, we zijn overal
eens op bezoek gegaan en zo kwamen we erachter dat al die mensen net nieuwe
keukens hadden laten plaatsen. Een en hetzelfde bedrijf, alle zeven... Dus dat
was makkelijk zoeken. We zijn gaan horen op het bedrijf en er was maar een man
bij die op al die zeven adressen had meegewerkt. Die hebben we dus opgepakt en
in de cel gestoken. Hij heeft nog niet bekend, maar Vanbruane zei om een nachtje
vast te houden, morgen zal hij wel bekennen zeker...” Britt knikt “Lijkt me
ook, goed gedaan.” glimlacht ze, Sellatin vindt dat ze er wat moe uit ziet.
“En jij?” vraagt hij daarom “Je ziet er moe uit...” Ze schudt haar hoofd
“Valt wel mee, echt waar... We hebben alleen de hele dag zo'n beetje voor
niets heen en weer gereden. Die namen die we op die lijst hadden staan, dat
waren allemaal mensen van die kerk en die waren natuurlijk allemaal bij die
Taizebijeenkomst, we gaan dus morgenochtend in alle vroegte maar een rondje
maken om die mensen vragen te stellen, want dan zijn ze wel thuis en aangezien
we letterlijk niet een ander aanknopingspunt hebben is het onze enige optie. Dat
kind kan dadelijk lopen eer wij zijn ouders gevonden hebben.” moppert ze
gefrustreerd. “Heeft u al een
keuze kunnen maken?” Een serveerster stopt bij hun tafeltje en ze kijken
elkaar even aan. “Eh... sorry, nog niet gekeken...” lachen ze en slaan
beschaamd de menukaarten open. “Ik geef u nog een momentje.” zegt de
serveerster wat afgemeten en verdwijnt weer. Britt kijkt over haar menukaart
naar Sellatin die snel uitzoekt wat hij wilt eten. Onder de tafel wrijft ze haar
been tegen het zijne, ze ziet zijn wenkbrauwen omhoog springen. Hij kijkt op en
ziet de pretlichtjes in Britts' ogen schitteren. “En ik maar denken dat je moe
was.” lacht hij en grijpt haar handen om die te kussen, haar menukaart valt op
het bord en maakt een rinkelend geluid. “Ja, ja...” de serveerster
verschijnt weer terug aan de tafel “rustig maar... U weet het al?” Britt
kijkt Sellatin wanhopig aan “Lamsvlees?” De serveerster rolt met haar ogen
“Mevrouw, dat staat niet op de menukaart. Kunt u zich even concentreren op het
menu misschien?” stelt ze korzelig voor “Ik weet het al,” probeert
Sellatin haar wat milder te stemmen. Hij bestelt voor hem en meteen ook voor
Britt, hij weet toch wat zij lekker vindt en dan zijn ze meteen ook van de
serveerster af. Hij buigt zich over de tafel en drukt Britt een zoen op haar
mond. Die ademt langzaam in en laat alle sores van de dag van zich afglijden. “Hier
zit dat blik en hier de fles en dan zitten hier aan de zijkant de speentjes. En
in het grote vak schone luiers en nieuwe kleertjes, mocht het niet goed gaan. Ik
heb een nieuw pakje van die doekjes erbij gedaan. Daarmee komen we de dag wel
door.” Het is al de derde keer dat Nadine de inhoud van de luiertas checkt, ze
heeft Britt vanochtend in alle vroegte opgebeld om er achter te komen wat je
allemaal dient mee te nemen als je met een baby op pad gaat. Die was toen al met
Tony op pad om mensen te ondervragen en had met Tony samen een lijst opgenoemd
waar je met gemak vijf luiertassen mee kon vullen. Gelukkig hadden ze het toch
weten terugbrengen tot een tas. “Dus het is helemaal rond, jij neemt hem in de
ochtend en ik in de middag.” zegt ze terwijl ze Michiels' rompertje
dichtknoopt en zijn beentjes in een broekje wurmt. Het is een vrolijke baby en
hij vindt alles leuk, zelfs aankleden vindt hij grappig, met als gevolg dat hij
alle kanten op wriemelt en draait. Max knikt “Ja, geen pro... wacht even, ik
kan alleen niet van 9 tot 10, dan heb ik die vergadering...” Nadine kijkt op
“Ja, maar daar moet ik ook zijn, bij die vergadering.” Max kijkt haar aan
“Verdraaid... wat doen we nu? Jouw mensen?” Nadine schudt haar hoofd
“Britt en Tony zijn bezig zijn ouders te zoeken, ze ondervragen deze ochtend
mensen, ze zijn er dus niet. De rest is op patrouille, die inbraakzaak is
opgelost, ik denk dat Sellatin en Vanneste nog even verhoren, maar dan weer de
straat op... Geen optie dus. En aan de balie zit Yolanda, ze is nieuw... ik vind
dat geen optie, ik ken haar niet goed genoeg...” twijfelt ze. “Misschien kan
Nelleke dan even op hem letten.” stelt Max voor om zijn secretaresse in te
schakelen. “Ik vertrouw haar honderd procent.” voegt hij daar aan toe om
haar over te halen. “We hebben niet veel andere keus en we zijn allebei in
jouw vergaderzaal, dus ik vind het fijner als Michiel dan in de buurt is en niet
tegenover op het commissariaat.” Max lacht, hij drukt haar tegen zich aan en
drukt een kus op haar haren “Je begint precies al een bezorgde ouder te
worden. Hier eet wat, ik doe hem zijn t-shirtje en sokjes wel aan.” Max
schuift haar een bakje yoghurt met muesli toe en Nadine eet,
terwijl ze toekijkt hoe Max minstens zo handig als zij dat kan het
t-shirtje en de sokjes aan doet bij Michiel. Hij maakt vrolijke geluidjes en
speelt met zijn eigen handjes. “Zo kleine man, wat zie je er weer mooi uit.”
Max tilt hem op en zoekt zijn jasje. Hij kijkt op de klok “God, wat duurt het
lang voor je het huis uit bent met zo'n kleine erbij.” Nadine schept snel het
laatste hapje muesliyoghurt naar binnen en drinkt haar beker thee leeg. Ze pakt
het jasje aan en legt het in de maxicosi, Max legt Michiel erop en trekt hem het
jasje aan. “Zo, mutsje op...” Nadine buigt zich voorover en geeft Michiel
een zoen op zijn wang “Wat ben je mooi...” Ze trekt haar eigen jas aan en
Max verzamelt alle laptops en tassen die mee moeten. Hij tilt de maxicosi op en
loopt de trap af naar beneden. Hij klikt de maxicosi in het onderstel van de
kinderwagen en legt de luiertas onderin. De twee laptoptassen gaan erbij. “Kom
je?” roept hij naar boven. Nadine verschijnt boven aan de trap en even later
lopen ze over de kraanlei en de groentemarkt naar het stadhuis. “We zijn op
tijd.” juicht Max als ze binnen komen “We hebben het gered.” Vrolijk opent
hij de deur voor Nadine die de wagen naar binnen duwt. “Ah, commissaris...
meneer de burgemeester,” de vrouw aan de balie begroet hen vrolijk, Nadine
kent haar vaag. “De mensen voor de vergadering zijn al toegekomen. Ze zitten
op u te wachten.” wijst Nelleke, de secretaresse, haastig als ze boven komen.
“Ah goed, Nelleke, dit is Michieltje, je moet even op hem letten, wij moeten
allebei in de vergadering zijn.” Max neemt de maxicosi van het onderstel en
dumpt die op het bureau van zijn secretaresse. Hij kust Michiel snel op het
hoofd en loopt door naar de vergaderzaal. “Hier zit alles in, luiers, poeder,
flesje, spenen...” wijst Nadine nog snel. Ze drukt een kus op Michiels neusje
en kijkt even hoe hij rustig doorslaapt. “Het zal wel geen probleem zijn, ik
heb hem net nog zijn flesje gegeven, hij slaapt wel door nu.” voegt ze er nog
snel aan toe, rept zich naar de vergaderzaal en laat de secretaresse
verbouwereerd achter. “Maar commissaris,” hoort ze haar nog stamelen.
“Weet je zeker dat dat goed gaat?” fluistert ze Max toe als ze aan zijn
rechterhand gaat zitten. Hij knikt haar geruststellend toe en heet iedereen
welkom. De vergadering lijkt langer te duren dan normaal, al is dat natuurlijk
maar schijn. Het is waarschijnlijk omdat ze elke minuut hoopt dat de vergadering
voorbij is. Ze hoopt het zelfs zo hard dat ze absoluut niets van de vergadering
meekrijgt, ze had net zo goed buiten kunnen gaan zitten met Michiel. Als haar
een vraag wordt gesteld is het Max die voor haar antwoord en haar onder de tafel
snel over haar hand strijkt om haar weer tot de aarde te roepen. “Vandaar dat
zij dan ook voorstelen om het voortaan via...” Max is midden in een zin als de
deur open gaat en de secretaresse binnenkomt met een huilende Michiel in haar
armen. “Meneer de burgemeester, het spijt me, maar ik heb alles geprobeerd,
hij wil niet terug gaan slapen.” Tegelijkertijd springen Max en Nadine recht
en stappen op haar af, achter zich horen ze alle aanwezigen lachen en Nadine
wordt direct rood tot in haar hals. Max pakt Michiel van zijn secretaresse over
en loopt met hem naar het raam. “Wij nemen even een pauze.” roept hij naar
de aanwezigen, boven het gehuil uit en wiegt Michiel heen en weer. Nadine lacht
en loopt op hem af “Doe jij maar verder, ik heb van die hele vergadering toch
niks meegekregen tot nu toe.” fluistert ze tegen hem “Ik neem hem wel mee
naar de overkant. Je kan hem na de vergadering komen ophalen, dan kan ik naar de
procureur en bij de lunch wisselen we weer.” Michiel is inmiddels gestopt met
huilen en kijkt met grote ogen naar Max die de speen in zijn mond stopt die de
secretaresse hem is komen brengen. “Zo manneke... is het al beter zo?” Max
geeft Michiel over aan Nadine en loopt terug naar de vergadertafel. “Ja, waar
waren we ook weer gebleven.” Hij draait zich even om en zwaait naar Nadine en
Michiel, die tevreden met zijn hoofd op Nadines schouder rust en tevreden op
zijn speen sabbelend, de wereld in kijkt. “Goedemorgen baas.” Vanneste en
Sellatin komen net buiten als Nadine de kinderwagen naar binnen probeert te
krijgen. Ze tillen hem op en zetten hem over de drempel “U laat het onderstel
beter hier beneden staan.” stelt Sellatin voor, Vanbruane knikt “Dat was ik
al van plan.” Ze zit eigenlijk nog maar goed en wel boven als Max Michiel komt
ophalen om de rest van de ochtend bij hem door te brengen. “Goede morgen...”
Britt en Tony komen binnen gewandeld als Max met Michiel naar buiten loopt
“Hey manneke,” Tony gaat door haar knieën om Michiel te bekijken. “Ik zou
zeggen dat hij al gegroeid is, de baas geeft hem zeker veel te veel eten?”
Britt lacht “Zeg ga je mee Vanbruane briefen? Tot ziens.” Ze sleurt Tony mee
naar boven, eindelijk hebben wat te vertellen, eindelijk heeft het rond rennen
wat opgeleverd. “Baas,” Britt stapt het bureau binnen met Tony achter zich
aan “We hebben eindelijk een lichtpuntje.” Nadine schuift haar stoel naar
achter om haar beter aan te kunnen kijken. “Ga zitten.” wijst ze op de lege
stoelen voor haar bureau. “We zijn langs geweest bij allerlei mensen die de
pastoor op zondagavond hebben geholpen met de versieringen. Hij vertelde ons dat
ze om 9 uur naar huis zijn gegaan. De meeste mensen die we vandaag spraken
zeggen dat dat niet klopt, ze zijn om een uur of half 10 pas weg gegaan.
Eigenlijk zeiden ze bijna allemaal dat ze niemand hadden gezien, maar een vrouw
versprak zich zo'n beetje, ze werd wel door haar man tot stilte gemaand, maar
het geeft ons een opening. Toen we het hadden over de moeder van Michiel, zei ze
iets van 'heb je dat meisje al gevraagd?' Kennelijk is er een meisje dat nog al
eens in de kerk kwam, ze kent de pastoor, of andersom. Ze was hoogzwanger, de
vrouw heeft haar gisteren weer in de kerk gezien met de Taize bijeenkomst en ze
was niet zwanger meer, toen ze naar het babietje vroeg, ging de vrouw haar uit
de weg. Ze vond dat vreemd. De vrouw zei ook dat ze zondag toen ze aan het werk
waren gezien heeft dat de pastoor even werd weg geroepen, dat was om een uur of
9, toen hij terug kwam werd hen
gezegd dat ze naar huis zouden gaan, hoewel er eigenlijk was afgesproken om door
te werken tot 10 uur. Meer hebben we er niet uit gekregen, op dat punt kwam haar
man binnen, die haar zei stil te zijn en zich niet met alles te bemoeien. Toen
durfde ze niet meer met ons te spreken. Maar dit lijkt me genoeg.” Nadine
knikt “Je mag die pastoor gaan ophalen, misschien weet hij meer over dat
meisje en haar baby, wat er met hen gebeurd is... haal hem maar op.” beslist
ze. “Discreet zeker, baas?” Tony knoopt haar jasje weer dicht en wandelt het
bureau uit “Graag ja...” roept Nadine haar achterna “Ik vind het anders
wel belachelijk dat hij er niet zelf mee is gekomen.” moppert Britt als ze
door de gang lopen. “Misschien heeft dat meisje haar baby gewoon gekregen en
zit ze ermee thuis en wist hij dat gewoon?” geeft Tony hem het voordeel van de
twijfel. “Ik hoop van niet, eerlijk gezegd, dan zijn we weer terug bij af.”
Ze parkeren de auto voor de kerk. Als ze binnen komen kijken ze even rond en
concluderen meteen dat de deken er niet zelf is op het moment. Als dat wel zo
was geweest was hij vast al op hen af gekomen. Ze wandelen door de kerk naar
voren en komen al gauw een vrouw tegen die bezig is met wat bloemen. “Dag
mevrouw, Tony Dierckx en Britt Michiels, politie Gent... we zijn op zoek naar
Deken Brondeel... Heeft u enig idee waar hij is?” vraagt Tony de vrouw. Die
zet de bloemen neer op een bank en knikt “Ja, hij is zojuist hier gepasseerd
en is nu door naar huis, om te eten. Straks komt hij weer hier terug.” Tony
knikt en draait zich om “Hij is thuis.” zegt ze als ze weer bij Britt komt.
“Hebben we zijn adres?” vraagt Britt, Tony knikt “Ik ben er al eens
geweest.” herinnert ze Britt. Niet lang daarna staan ze voor de deur van de
deken en bellen aan. De deken kijkt verbaasd wanneer hij de deur open doet, maar
doet onmiddellijk een stapje terug om hen binnen te laten. “Dames.... kom
binnen.” zegt hij hoffelijk. Ze volgen hem door een lange gang naar een
ontvangstkamer aan de achterkant waar bankjes zijn gemaakt in een erker. Het
geheel is mooi ontworpen, Britt kijkt waarderend rond “Mijn nichtje is
binnenhuisarchitecte, zij heeft mijn huis ingericht.” volgt de deken haar
blik. “Gaat u zitten, kan ik u iets aanbieden, koffie, thee?” Tony en Britt
schudden beiden hun hoofd en gaan op een bank in het erkerraam zitten. “Wat
kan ik voor u doen?” Het lijkt alsof hij rustiger is, hier in zijn huis. Of
misschien is hij niet op zijn gemak, dat de dames nu al weer op bezoek komen om
hem te ondervragen. Tony kijkt Britt aan, die knikt en laat Tony het woord doen
“Meneer Brondeel, wij hebben eens navraag gedaan bij de mensen die u helpen in
de kerk, het blijkt dat u zondagavond niet om 9 uur weg bent gegaan, maar pas om
half 10. Verder herinnert een van uw hulptroepen zich een meisje dat af en toe
eens in de kerk kwam. Een zwanger meisje...” Deken Brondeel gaat wat acherover
zitten en zucht. “Ze hebben het meisje gisteren weer gezien, ze was niet
zwanger meer en wilde niet over haar baby spreken...” De deken knikt “Ach,
ik denk dat ze...” Britt zucht nu ook “Wordt het niet stilaan tijd mee te
werken, meneer Brondeel? Of wilt u zeggen dat dit jonge meisje haar babietje
gewoon thuis heeft en we nu naar haar toe kunnen rijden?” De deken zucht nog
eens en kijkt hen dan aan “Ik weet niet waar ze woont.” zegt hij “Ze komt
af en toe naar de kerk, ze heeft problemen en kon daarover met niemand spreken
en dus kwam ze naar mij. Ik... ik heb haar geholpen mensen te vinden om haar te
helpen, met de bevalling en ik weet niet... voor zover ik weet heeft ze haar
kindje thuis... Daarom heb ik er niets over gezegd tegen jullie. Ik heb haar
geholpen en voor zover ik weet is het allemaal in orde.” Britt en Tony kijken
elkaar aan. De deken geloof het zelf niet eens, horen ze duidelijk in zijn stem.
“Ik heb ook een plicht om dingen geheim te houden die men met mij bespreekt,
wat zou ik anders voor een pastoor zijn...” pleit hij. “U gaat ons alles
vertellen.” bepaalt Britt “U heeft ons al lang genoeg laten rond rennen.”
Hij knikt “Luister, ik weet natuurlijk ook niet of zij het is, of het Lena is,
maar ik moet toegeven dat ik het al die tijd wel gedacht heb. Die zondagavond
kwam ze naar de kerk, Lena, ze had de baby bij zich, helemaal ingewikkeld, ik
heb hem niet echt gezien. Ze was wanhopig, ze wist niet waarheen. Ze was bij
mensen geweest waar ik haar heen had gestuurd. Die hadden haar voorgesteld te
helpen met de verzorging van haar baby, maar ze wilde het jongetje niet houden,
ze bleef maar huilen dat ze niet zelf voor hem kon zorgen, dat ze niet wist wat
ze moest doen. Ik heb haar toen gevraagd of ze hem misschien wilde laten
adopteren en ik heb haar de naam van een organisatie gegeven en gezegd dat ze
daar maandagochtend heen kon gaan. Ze was bang, ze dacht dat het niet zo
makkelijk kon zijn, dat ze haar zouden dwingen een programma te volgen, om de
baby te houden. Ze huilde, dat ze niet geslapen had sinds ze de baby had, dat ze
gek werd. Ik heb haar gezegd dat ik niet meer doen kon op dat moment. Ze smeekte
me de baby van haar aan te nemen, maar ik heb gezegd dat ik het jongetje niet
aan kon nemen. En toen...” Hij zwijgt even en kijkt beschaamd naar zijn
handen. “Toen heb ik denk ik iets gezegd dat als ik hem voor de kerk deuren
zou vinden, ik hem wel mee kon nemen... Dan ben ik naar binnen gegaan. Ik heb de
mensen gezegd dat we gingen stoppen, ik wilde naar huis... Het is een vreselijk
verhaal met haar. Ze komt niet van Gent, ze is verkracht door haar buurjongen.
Haar ouders zijn fijne, religieuze mensen, ze stuurden haar naar een tante in
Gent om de baby te krijgen en te laten adopteren, ze zou weer terug thuis mogen
komen als ze dat gedaan had. Ze is gisteren nog bij de Taize bijeenkomst
geweest... ik denk dat ze inmiddels terug naar huis is gegaan... Toen ik buiten
kwam heb ik gekeken voor bij kerkdeuren en zelfs een beetje aan de zijkant, maar
de baby lag nergens en ik dacht dat ze hem toch bij de organisatie zou gaan
afleveren op maandag. Ik heb hem ook niet gehoord... hij zal nog niet gehuild
hebben in het begin, misschien? Ik ben naar huis gegaan, pas toen jullie kwamen
begreep ik dat ze hem wel neer had gelegd bij de kerk, maar ik raakte in paniek.
Jullie waren haar aan het zoeken, je kind te vondeling leggen is strafbaar en ik
begreep dat als ik niets zou zeggen jullie spoor uiteindelijk dood zou lopen.
Lena zouden jullie niet vinden, want die zou dan al lang terug naar huis zijn en
het zou over waaien. De baby zou geadopteerd worden en iedereen zou zijn leven
verder kunnen leven. Ze is 17, Lena, wist u dat... 17...” Britt knikt “Had
Lena de baby al een naam gegeven? Of aangegeven op het stadhuis?” De deken
schudt zijn hoofd “Ze wilde hem niet houden... het herinnerde haar aan... wel,
vult u het zelf maar in...” Tony neemt een pen en papier “U gaat voor ons
opschrijven hoe ze heet, waar de tante woont hier in Gent en uit welk dorp ze
komt. Weet u hoe oud de tante is?” Deken Brondeel kijkt haar aan “Ik ken
geen achternamen, ik weet maar weinig, ik heb er niet naar gevraagd... Ik wilde
haar niet... En dan? Gaat ze dan gestraft worden?” Tony haalt haar schouders
op “Dat weet ik echt niet, er zijn verzachtende omstandigheden toch... Lena
heeft hulp nodig...” Britt knikt, ze is het eens met Tony, Lena is
minderjarig, het is waarschijnlijker dat ze hulp gaat krijgen, dan dat ze een
gevangenisstraf of een boete gaat krijgen. “Ik denk dat Lena inderdaad hulp
zal krijgen, in plaats van straf. Meneer Brondeel, Lena is minderjarig, ze is
verkracht, het is logisch dat ze niet wist wat te doen. Om eerlijk te zijn vind
ik dat u haar al veel eerder bij een professionele instantie had moeten
aanmelden. U bent niet opgeleid om met dit soort problemen om te gaan, een
hulpinstantie had haar meteen hulp kunnen bieden bij de adoptie, begeleiding,
een psycholoog...” De pastoor haalt zijn schouders op “Ik heb haar dat
voorgesteld, maar ze wilde niet. Ik dacht dat het me wel zou lukken.” Hij
buigt zich naar de tafel en schrijft wat op het briefje “Alsjeblieft, dat is
alles wat ik weet.” Britt knikt “Mooi, dan kan ze officieel afstand doen...
en de vader ook, pas dan kunnen we gaan denken aan adoptie.” Ze staan recht en
laten de deken achter in de erker. Hij ziet er verslagen uit, alsof hij zojuist
tien jaar ouder geworden is, alsof hij persoonlijk iets verloren heeft. “De
baas zal content zijn.” Tony wappert met het papiertje als ze in de auto
zitten “Of niet...” twijfelt Britt “maar laten we het haar toch maar gaan
vertellen.” Ze rijden snel naar het commissariaat, opgelucht dat deze zaak
opgelost is en dat ze Michiels moeder in ieder geval gevonden hebben, of goed,
ze weten in ieder geval wie het is. “Zelzate...” leest Tony van het briefje,
“daar heeft hij geen adres, tante Gabriella woont in Gent, geen adres, maar in
ieder geval in de parochie sint Michiels...
Geen achternamen... heel fijn, maar goed... Gabriella en dan zoeken in de
straatnamenlijst van straten die tot die parochie horen. Mensen die naar de kerk
gaan.... Als we haar vinden kunnen
we haar bezoeken, zij kan ons het adres geven in Zelzate. Ik denk dat we alle
Gabriellas moeten zoeken in de buurt, alle Gabriellas boven de... veertig zullen
we maar zeggen. Dan maar er langs stel ik voor, kijken wie er überhaupt naar de
kerk gaat... misschien niet meteen zeggen dat we voor het nichtje komen...”
stelt ze voor. “Laten we horen wat Vanbruane zegt, maar ik denk dat het een
goed idee is... ik zie ons dat alleen vandaag niet meer afronden... Jij wel?”
Tony schudt haar hoofd “Daarbij kunnen we toch beter weer in de ochtend vroeg
overal langs gaan, dan zijn mensen thuis. Laten
we eerst ons eens amuseren met Gabriellas zoeken. Zullen we broodjes kopen?”
stelt ze voor, met een paar uur kantoorwerk in het vooruitzicht. Ze stoppen bij
de bakker en Tony springt even uit de auto om belegde broodjes te halen. “Ik
weet dat het niet mag, maar ik heb ook iets zoets erbij genomen.” ze kijkt
ondeugend als ze terug in de auto stapt. Britt kijkt in de zak en schudt haar
hoofd. Ze rijdt verder en niet lang daarna staan ze in het bureau van Nadine die
inmiddels Michiel weer naast zich heeft staan in de maxicosi. Michiel slaapt
rustig en maakt af en toe een zuchtend geluidje in zijn slaap. “Dames,
vertel...” Ze gaat achterover hangen en kijkt even naar Michiel voor ze hen
aan kijkt. “Nou, we zijn al een stuk verder.” zegt Britt hoopvol en kijkt
Tony aan die begint te vertellen “De laatste paar maanden is er een meisje bij
deken Brondeel in de kerk geweest. Ze komt uit Zelzate, maar is door haar ouders
naar een tante Gabriella in Gent stad gestuurd toen haar zwangerschap zichtbaar
werd. Ze wilden waarschijnlijk niet dat de gemeenschap erachter kwam dat hun
dochter zwanger was. Ze zijn erg religieus, hebben we van de pastoor begrepen.
Het meisje is 17, verkracht door haar buurjongen en daarvan zwanger... meerdere
keren seksueel misbruikt door die buurjongen? Dat weten we niet en daar hopen we
achter te komen als we haar vinden. Hoe dan ook, dat meisje kwam af en toe eens
naar de kerk om te spreken met de pastoor en is daar gezien door leden van die
werkgroep, vanzelfsprekend. Tante Gabriella behoort tot de parochie van sint
Michiels en komt af en toe naar de kerk, de pastoor weet echter niet waar ze
woont. Ze is ook niet een erg regelmatige bezoeker, vast niet zo religieus als
haar familie, vandaar misschien ook dat zij het meisje, Lena, wel op wilde
vangen met haar zwangere buik. Afgelopen zondagavond toen de pastoor met zijn
werkgroep bezig was met de voorbereidingen voor die Taizebijeenkomst is ze
opnieuw toegekomen, dit keer met haar kind... met Michiel...” Nadine kijkt
even naar Michiel als zijn naam valt “Ze was wanhopig, zei de pastoor dat ze
niet wist waarheen of wat te doen. Hij stelde haar voor in de ochtend naar een
bureau te gaan om Michiel op te geven voor adoptie. Zij was bang, ze wilde naar
huis, naar haar ouders en dit alles achter zich laten. Ze zag in Michiel...
nouja, begrijpelijkerwijs had ze er moeite mee het kindje bij zich te houden. Ze
was bang dat ze de hulp ingepraat zou worden in zo'n bureau, dat het niet zou
lukken, dat ze haar zouden dwingen het kind te houden met begeleiding... Kortom,
ze wilde niet naar dat bureau, maar ze wilde Michiel ook geen moment langer meer
houden. De pastoor liet dubbelzinnig doorschemeren dat hij het kind zo niet aan
kon nemen, maar dat hij het wel naar de politie kon brengen als hij het voor de
deuren van de kerk zou vinden. Hij is terug naar binnen gegaan en heeft iedereen
op laten ruimen. Vervolgens zijn ze vertrokken, de pastoor zag de baby echter
nergens voor de deuren liggen, ze had hem op een beschut plekje neergelegd, maar
daardoor heeft de pastoor hem niet direct gevonden en aangenomen dat ze toch had
besloten er in de ochtend zelf mee naar het adoptiebureau te gaan.” Nadine
knikt, ze kan zich voorstellen dat het meisje de plek nog had geteld als 'voor
de deur' van de kerk, maar dat de pastoor het kind daar niet had gevonden, als
het er nog niet lang lag huilde het vast nog niet, Michiel lag waarschijnlijk
zelfs te slapen. Ze kijkt naar Michiel en kan zich niet voorstellen dat iemand
hem slapend ergens achter zou laten, ze zou zelf nooit een kind slapend achter
laten... Beschaamd merkt ze dat een oordeel velt over het meisje, die Lena,
zelfs nu ze weet dat die zich in een onmogelijke situatie bevond. Haar hand
strijkt over het wangetje van Michiel, ze zal er in ieder geval voor zorgen dat
hij vanaf nu niet meer aan zijn lot zal worden overgelaten. Hij heeft misschien
niet de beste start gehad, zij zal er op toezien dat hij verder de kans zal
krijgen een vrolijke jeugd te hebben, al moet ze er persoonlijk voor op de stoep
gaan liggen van die Lena. “Op woensdag is Lena nog op de Taizebijeenkomst
geweest.” neemt Britt het over als ze ziet dat Nadines gedachten afdwalen.
“De deken denkt dat ze daarna terug is gegaan naar huis. Ze heeft afscheid
genomen op die bijeenkomst. Ze zag er opgelucht uit, blij dat ze haar leven weer
op kon pakken. Hij heeft haar willen beschermen, dat is hem niet gelukt. Hij
heeft haar willen helpen naar zijn best vermogen, maar is daar zacht gezegd niet
in geslaagd, dit had in een groter drama kunnen eindigen. Hij heeft haar
verwezen naar hulpinstanties, maar toen zij daar niet op in ging heeft hij het
daar bij gelaten omdat hij dacht dat hij het zelf wel af kon. Hij heeft zelf
geen actie ondernomen om te zorgen dat het niet zo ver zou komen... Ik geloof
dat hij inmiddels wel begrijpt dat hij niet juist gehandeld heeft in deze zaak,
tja, dat verandert de situatie niet, ik denk alleen wel dat hij in de toekomst
niet nog zo'n fout maakt. Hij is er van geschrokken, denk ik, hij leek echt
aangedaan door dit alles.” Britt weet niet waarom, maar ze wil de pastoor
plots een beetje in bescherming nemen. Nadine begrijpt dat ze nog altijd een wat
afkeurende frons op haar gezicht heeft. “Dat mag ik aan nemen.” mompelt ze
nog niet in de stemming om al milder te oordelen over de mensen in deze zaak.
“Goed, wat is jullie voorstel?” Ze weet dat er een voorstel gaat
komen en heeft de zak broodjes al neer zien komen op het bureau van Tony, dus ze
kan het voorstel wel raden. “Om een Lena te zoeken in Zelzate van 17 is
lastig, een Gabriella in parochie sint Michiels is ook lastig, maar misschien
iets beter te doen. Als we alle Gabriellas boven de 40 gevonden hebben die in de
straten wonen kunnen we er wat sneller even langs rijden om te kijken wie het
is. Daarbij hebben we dan meteen ook meer achtergrondinformatie.” Nadine knikt
en wuift, ze ziet dat Michiel aan het wakker worden is en kijkt op de klok, het
is tijd voor een voeding. “Ik begrijp het, kantoorwerk, de heerlijke kant van
het politiebestaan dat je niet in de spannende advertenties ziet. Ga jullie
gang, jullie weten de computers te staan, de codes liggen in de bovenste lade
van Raymonds bureau.” Ze staat op en tilt Michiel op uit de maxicosi en loopt
met hem voor Tony en Britt haar bureau uit richting het keukentje, om zijn
flesje warm te maken in de magnetron. “Lukt het baas, moeten we helpen?”
biedt Tony aan “Nee, ik ben er al handiger in geworden.” glimlacht ze en
amuseert Michiel met haar vingers terwijl ze wacht op het flesje. Ze kriebelt
hem onder zijn kinnetje en hij maakt vrolijke geluidjes. Tony zoekt in het
kastje naar borden en messen en al gauw zien de bureaus van Britt en Tony eruit
alsof ze een picknick georganiseerd hebben. “Mag ik ook mee doen?” Ze
schuift de stoel van Pasmans bij de bureaus en pakt het flesje, Michiel weet
duidelijk al wat er komen gaat, want hij kijkt blij omhoog. “Het is een rustig
jochie.” Britt kijkt vrolijk naar Michiel en neemt een hap van haar brood
“Ja, Vera maakte meer kabaal.” herinnert Tony zich “Die wachtte niet zo
rustig tot ik eens klaar was voor de voeding... wees blij dat je geen
borstvoeding moet geven trouwens... wat was ik blij toen ik haar op de fles over
kon doen. En dat was niet eens omdat ik dan de helft van de voedingen kon over
doen aan m'n vent, zoals jij...” ze knikt naar Britt “Ik kolf nog altijd...
ik vind borstvoeding leuk...” geeft die toe. “Het is zo'n heerlijk moment
met mijn kleine meiske.” Tony kijkt haar aan “Doet het dan niet zeer bij jou
op een gegeven moment?” wil ze weten. Britts wangen kleuren rood “Tony...”
Nadine kijkt geamuseerd naar de twee, ze kan niet meedoen aan het gesprek, maar
ze vindt het toch leuk om te horen. “Ok, ok...” accepteert Tony dat de een
wel geniet van borstvoeding en de ander niet. Ze lacht “Ik zal niet meer
vragen. Je kan terug een normale kleur worden.” belooft ze. Britt kijkt op
“Ik ben niet rood.” mompelt ze, neemt snel een hapje van haar brood en
concentreert zich op haar computerscherm. Nadine kijkt
naar Michiel die gulzig aan zijn flesje zuigt, alsof het volgende flesje
misschien niet meer zal komen. Tony zou Tony niet zijn als ze niet gewoon het
laatste woord zou hebben “Geloof me nou maar, het doet wel zeer.” vertrouwt
ze Nadine snel toe. En kijkt triomfantelijk naar Britt die even hoofdschuddend
op kijkt van haar computer. Als Nadine klaar is met het flesje is het gezellige
gesprek allang weer terug op gang gekomen en als ze terug moet naar haar bureau
vindt ze het eigenlijk jammer dat ze weer terug moet, maar gelukkig heeft ze
Michiel die haar amuseert in haar bureau. Vanachter het gordijn ziet ze Britt en
Tony die elkaar op hun schermen op namen, adressen en leeftijd wijzen. Ze gaan
de hele middag door en komen dan binnen met een lijst “We hebben de rits namen
wat kunnen minimaliseren, we hebben iedereen boven de 40 genoteerd en ook nog
iedereen die geen geheim nummer had opgebeld of ze de kerk bezoeken...” Nadine
trekt haar wenkbrauwen op “Hoe heb je dat ingekleed?” vraagt ze verbaasd
“Onderzoek...” zegt Tony met een gezicht alsof dat toch voor zich spreekt
“We hebben gewoon gezegd dat we van een onderzoek waren aan het doen voor een
instituut van religie en dan wil iedereen wel een zo'n vraag beantwoorden, dat
is geen probleem.” Nadine knikt waarderend om zoveel praktisch verstand.
“Goed en dus hebben we nu nog de mensen over die een geheim nummer hebben. We
hebben een sterretje gezet bij de Gabriellas die regelmatig of af en toe eens
ter kerke gaan, dat zijn er niet veel en dan nog een paar waarvan we dus geen
nummer hebben. Daar gaan we gewoon langs.” stelt Britt voor. Nadine kijkt op
haar horloge “Dat moet nu nog?” vraagt ze. Britt haalt haar schouders op
“Juist nu heb je kans dat mensen thuis zijn van het werk.” meent ze. Nadine
knikt “Daar heb je wel gelijk in. Ga nu maar dan, de afwikkeling mag je verder
morgen doen. Als je weet wie het is, nodig haar dan morgen eens uit voor een
gesprek in de ochtend... Zoveel haast is er ook weer niet bij...” Ze heeft
Michiel intussen in haar armen genomen, omdat hij wakker was en kribbig werd in
de maxicosi. Ze wil het niet met zoveel woorden zeggen, maar ze heeft net zo
lief dat Michiel nog even bij hen blijft. Tony pakt de hint niet en roept nog
even dat ze eventueel vanavond ook nog wel wat door kunnen werken, maar gelukkig
is Britt wat wakkerder na een paar uur computerwerk en knikt begrijpend “Ja,
ja, ik heb geen tijd om over te werken vanavond... dat wordt morgen...” is ze
het met Nadine eens en kijkt Tony veel betekenend aan. En trekt haar aan haar arm mee het bureau uit.
“Kom aan, we gaan onze Gabriella zoeken.” lacht ze. “Britt, Tony,
Gabriella van Baauwel zit in verhoor 2.” De binnenkomst van Carla doet Tony
opschrikken van haar computerscherm en ook Britt lijkt wakker te schrikken boven
haar kop koffie en draait zich naar Carla. “Ah dankje Carla, wij gaan er
meteen naar toe.” belooft ze en staat recht. Carla knikt, draait zich om en
wandelt weer terug richting de balie. Britt en Tony wrijven nog wat slaap uit
hun ogen en lopen met hun kop koffie naar verhoor 2. “Goede morgen mevrouw van
Baauwel.” glimlacht Britt vriendelijk “Wat drinken, mevrouw van Baauwel.”
vraagt Tony meteen. De vrouw knikt vriendelijk “Een kopje thee zou lekker
zijn.” stelt ze voor. Tony gaat terug naar het apparaat om een kopje thee te
halen. Als ze binnenkomt heeft Britt het gebruikelijke riedeltje al afgewerkt en
is net toegekomen aan haar eerste echte vraag “Mevrouw van Baauwel, ik zal
maar meteen met de deur in huis vallen. Heeft u familie in Zelzate?” De vrouw
neemt het kopje thee aan en is eigenlijk gefocust op Tony en haar thee, ze heeft
niet eens door dat ze meteen “Ja.” zegt. “En heeft u ook een nichtje daar,
dat Lena heet?” Opnieuw knikt de vrouw en antwoordt bevestigend, opeens kijkt
ze op en kijkt Britt aan, ze weet nu waarom ze hier zit. “Ja, Lena van Baauwel
is mijn nichtje. De dochter van mijn oudere broer.” knikt ze en lijkt een
beetje rust te krijgen, nu het geen geheim meer is. De oproep in de krant, het
televisiebericht en zij had geweten wie de moeder van dat kindje was. Zij had
tenslotte zelf geholpen bij de geboorte, het kindje verzorgd tot Lena had
besloten wat ze wilde doen. Ze had niet geprotesteerd, Lena was bij haar gekomen
toen ze ruim 5 maanden zwanger was. Er was niets meer aan te doen, Lena, een
vrolijk, lief meisje, was een gebroken schaduw van zichzelf. Verdwaald en de weg
kwijt, ze had geen pad meer om te volgen. Ze was helemaal gebroken en wist niet
meer wat ze moest doen. Ze was gewend geweest om haar ouders te volgen, de
regels van de kerk te volgen en opeens was er geen kader meer geweest. Ze had
niet meer geweten wat te doen en ook Gabriella, hoe graag ze wilde zeggen hoe
dit allemaal opgelost moest worden, had geen oplossing gehad. “Lena
is de moeder van de baby die jullie gevonden hebben.” knikt ze meteen,
zonder dat Britt een vraag stelt. “En ze is terug naar Zelzate... ik zal
jullie het adres geven.” Tony kijkt Britt aan, dit is het gemakkelijkste
verhoor ooit vertoond, er is nauwelijks een vraag over de lippen gekomen van het
tweetal en ze hebben al een adres, een naam en toenaam. “De baas zal blij zijn
dat het zo snel gaat.” glimlacht Tony “Ik ga het haar even melden, dan
kunnen we zo naar Zelzate.” stelt ze voor. Britt knikt “Laten we dat
doen.” Tony loopt de verhoorkamer uit terwijl Britt de boel afhandelt met
Gabriella van Baauwel. “Baas, we hebben haar.” Zonder te kloppen loopt Tony
het bureau binnen en ziet dat Vanbruane snel haar hand over het mondstuk van
haar telefoon legt. Ze kijkt even boos op en gebaart dat Tony moet gaan zitten.
Als ze klaar is met haar gesprek legt ze de hoorn neer en kijkt Tony aan “Wij
kloppen niet meer tegenwoordig?” vraagt ze scherp. Tony bijt op haar lip “Ik
was aan de telefoon met Brussel...” verduidelijkt Vanbruane “We hebben haar
baas.” herhaalt Tony nog maar eens een keer. Vanbruane knikt “Waar is
Michiel?” vraagt Tony en kijkt rond alsof ze verwacht dat ze het kind ergens
in een hoek heeft verstopt. “We hebben een goede oppas gevonden via een van
Max medewerkers, hun eigen kind gaat net naar school en die oppas heeft dus nu
overdag haar handen vrij. We hebben Michiel daarheen gebracht en als ze dat kind
van school gaat ophalen dan brengt ze Michiel naar Max, die stopt vroeg met
werken vandaag.” Tony knikt “Het is misschien de laatste dag dat je zo'n
constructie moet maken. We hebben een naam en een adres in Zelzate. Britt en ik
rijden er zo heen. Dan hebben we de moeder en kan er gewerkt gaan worden aan een
permanente oplossing voor Michiel.” Vanbruane knikt “Wat willen jullie doen,
haar ophalen en mee hier naar toe nemen?” Tony knikt “Ze heeft haar kind
achter gelaten, zonder verzorging... niet gereageerd op onze berichten... Reden
genoeg om haar in ieder geval op te halen en hiernaar toe te brengen, als we
haar eenmaal hier hebben kan er een hulptraject gestart worden, lijkt me.”
Vanbruane knikt “Ja ik heb haar ook het liefst zo snel mogelijk hier zitten.
Het lijkt me dat ze het niet gemakkelijk heeft gehad en nu nog niet
waarschijnlijk. Ik hoop dat ze geholpen kan worden.” Tony staat recht “Dan
gaan wij er van door en we laten het u weten wanneer we terug zijn... Ik neem
aan dat u mee wilt kijken?” Vanbruane knikt en gaat verder met haar werk, ten
teken dat Tony kan vertrekken. Britt komt net terug van beneden “Hier, we
gaan.” Tony werpt haar haar jas toe en grist de sleutels van het bureau.
Britt draait zich meteen weer om en loopt voor Tony uit, de trap terug
af. Even later rijden ze in hoog tempo naar Zelzate, ze willen beide deze zaak
graag achter de rug hebben. “De leegstraat...” mompelt Britt als ze eenmaal
van de hoofdweg af zijn gedraaid richting centrum. “Hier naar rechts.” wijst
Tony en pakt dan het nummer erbij. “Denk je dat ze thuis is?” Britt kijkt
haar aan “Ze zal niet terug op school zitten neem ik aan... die zal wel niet
meer zijn terug gekeerd naar school na de zomervakantie. Maar misschien werkt
ze...?” Tony haalt haar schouders op “Zo vlug al? Ik weet het niet, ze zal
misschien een baan moeten zoeken... ik weet niet of ze nog op school zat, ze is
17. Gewoon maar proberen?” Ze kijkt naar de nummers van de huizen en wijst op
een huis aan de rechterkant “Hier is het, dit moet het zijn. Een huis,
ingeklemd tussen twee andere huizen, onderin een winkel en boven wordt duidelijk
gewoond. Britt parkeert de auto aan de overkant en snel steken ze over. De
winkel, een zaak in huishoudelijke spullen, is open en achter de kassa staat een
wat verveelde tiener een stripboekje te lezen. “Goedemorgen...” probeert
Britt hem op te laten kijken.
Nauwelijks geïnteresseerd kijkt de jongen over zijn stripboekje heen “Zoekt u
iets?” vraagt hij automatisch. “Nou, niet iets, we zoeken iemand.”
verbetert Tony hem “Is Lena thuis?” Hij haalt zijn schouders op “Ik denk
het wel...” Hij zwaait met zijn hand richting een deur achterin. “Loop maar
door, het is de trap op.” Tony en Britt kijken elkaar aan “Wil je niet weten
wie we zijn en wat we komen doen?” vraagt Tony verbaasd. Nu kijkt hij
eindelijk geïnteresseerd op uit zijn boekje en legt het zelfs even weg “Dat
weet ik toch al... jullie zijn flikken, dat zie je toch meteen en jullie komen
voor mijn zus...” Tony knikt en loopt Britt mee door naar de deur achterin de
winkel, waarop 'prive' staat geschreven. Als ze die openen klinkt er een
belletje, boven hun hoofden zwaait het op en neer omdat de deur de veer heeft
aangeraakt. Rechts is een steile trap omhoog, nog voor ze halverwege zijn
verschijnt er een hoofd in de deuropening. “Ja...” Een wat dikkige vrouw
opent de deur en kijkt de dames aan “Goedemorgen mevrouw van Baauwel, wij zijn
Tony Dierckx en Britt Michiels...” Tony wijst op zichzelf en Britt die achter
haar op de wankele trap staat “we zijn door uw zoon naar boven doorgestuurd.
We komen voor uw dochter, Lena.” De vrouw knikt en doet een stapje terug om
hen door te laten. Als ze binnen staan wijst ze wat onhandig naar een paar
stoelen “Wilt u zitten?” biedt ze hen aan, maar ze schudden alle twee hun
hoofd. “Ik haal Lena voor u...” Een hele familie van mensen die in hun lot
berusten, ze houden dingen verborgen, ze verzwijgen dingen, maar zodra ze
doorhebben dat de politie het allemaal toch al weet is er geen haar op hun hoofd
die er aan denkt zich waar dan ook nog tegen te verzetten, ze geven zich
allemaal meteen gewonnen. De vrouw verdwijnt even en komt al snel terug met een
smal, spichtig meisje, je zou haar geen 17 jaren meegeven. “Lena van Baauwel?”
het meisje knikt “Tony Dierckx, Britt Michiels, politie Gent... We willen jou
vragen om met ons mee te komen, naar Gent...” Het meisje knikt gedwee en maakt
geen geluid. “Doe een jas aan.” zegt haar moeder en kijkt de dames aan
“Hoe lang gaat het duren?” Britt haalt haar schouders op “Dat weten we
niet, we denken dat Lena wel wat hulp kan gebruiken...” De moeder knikt “Ga
maar gauw, voor Harry thuis komt.” Britt kijkt haar aan “Harry, uw man?”
vraagt ze, opnieuw een stille knik “Hij is... hij is een goede man, maar hij
kan zich zo gauw kwaad maken, ziet u. Het is een strenge man...” Lena staat al
klaar met haar jas aan en loopt richting de deur, niet veel later zitten ze in
de auto terug naar Gent. Britt kijkt op de klok, ze liggen mooi op schema. Lena
kijkt uit het raam naar de huizen, het gras, de bomen, het water, alles raast
aan haar voorbij. Ze zegt niets en ook Britt en Tony zijn uitzonderlijk stil
voor hun doen. Ze weten geen van tweeën goed wat ze moeten zeggen tegen het
meisje en om gezellig samen te gaan zitten kletsen lijkt nu ook niet gepast.
Zwijgend zitten ze naast elkaar en het is dan ook een opluchting om eindelijk
het commissariaat te zien. “Zo snel?” Vanbruane kijkt verbaasd op als Tony
weer in haar bureau staat. “Kwartier heen en een kwartier terug.” verklaart
Tony. Vanbruane kijkt op haar horloge “En 5 minuten om haar mee te krijgen?”
glimlacht ze en staat recht “Zoiets.” knikt Tony. Ze kijkt op de klok die
inderdaad kwart over tien aanwijst, dat is nog eens wat je noemt een goede
dagindeling en vlot werk, in dit tempo kunnen ze vandaag nog drie zaken
afronden. Zo beroerd als het de eerste dagen ging, zo snel gaat het nu plots in
de laatste uren. “We gaan met haar praten... wilt u kijken?” Vanbruane loopt
achter haar aan naar de verhoorkamers “Wij zitten in twee.” wijst Tony en
gaat zelf naar binnen “Vanbruane luister mee.” zegt ze zacht tegen Britt,
die knikt, dat wist ze eigenlijk al. “Zo... Lena, je weet waarom we hier
zitten?” Lena knikt “Wij hebben een baby gevonden, een paar dagen terug, bij
de sint Michiels kerk... is dat jouw
baby?” Lena knikt opnieuw “Lena, we hebben het liefst dat je je antwoorden
gewoon uitspreekt.” spoort Britt het meisje aan “Ja, dat is zo... alleen...
hij... hij is nu niet meer van mij.” fluistert Lena. Britt schudt haar hoofd
“Nee... dat is niet helemaal waar, Michiel
is nog altijd jouw baby. Als je een baby te vondeling legt
dan heb je nog geen afstand gedaan van je rechten... je moet afstand doen
van je rechten als ouder en de vader ook... Jij weet wie de vader van Michiel
is?” Lena kijkt haar aan “Michiel” herhaalt ze. “Hij heet Michiel?”
Britt knikt “Zo is hij genoemd; Michiel van Egmont. Dat heeft de burgemeester
bedacht. Vind je het een mooie naam?” Lena haalt haar schouders op “Naar de
kerk, dat is wel goed.” meent ze. “Jij weet wie de vader is van de baby,
niet waar?” vraagt Tony. Lena kijkt plots weer naar haar handen en fluistert
zachtjes “Ja... dat weet ik...” Britt wacht even “Wil je ons daar nog wat
meer over vertellen Lena?” vraagt ze zachtjes. Ze ziet dat er tranen opwellen
in Lenas' ogen “Ik wil het allemaal vergeten, de baby... en Jos, ik wil het
allemaal vergeten...” Britt knikt begrijpend “Toch moeten wij het weten,
Lena. Dat snap je toch? We willen je helpen... je moet het ons vertellen... We
willen jou helpen, Michiel helpen en dat kunnen we alleen als jij ons vertelt
wat er gebeurd is. Heeft hij het een keer gedaan, Lena, of is vaker?” Britt
zegt het op een zachte, docht dringende toon en blijft Lena aankijken. Ze ziet
dat ze ineen is gekrompen bij het horen van haar woorden. Nu schudt ze zachtjes
haar hoofd “Ik kan daar toch niet over spreken.” fluistert ze. “Waarom heb
je geen aangifte gedaan, Lena?” vraagt Tony nu. “Waarom ben je niet naar de
politie gegaan om aangifte te doen?” Het meisje schudt haar hoofd “Hoe kon
ik dat doen. Ik had het toch zelf uit gelokt.” barst ze opeens boos los.
“Hoe...?” Britt kijkt haar verbaasd aan en gaat achterover hangen. “Hij
zei dat ik in de kerk naar hem had zitten kijken...” verklaart Lena en Britt
knikt “En, was dat zo?” wil ze weten. Lena knikt “Hij zei dat ik voor hem
een nieuwe rok aan gedaan had, een korte... Mijn vader vond dat niet goed, weet
u, die rok. Hij vond hem niks, maar mijn moeder zei dat hij mij moest laten
doen. Het was er zo een tot net boven m'n knie, strak van boven en dan wijder,
een hele mooie, met kleine bloemetjes... maar ik had er een panty onder aan
hoor.” zegt ze snel, omdat ze niet wil dat Britt denkt dat ze zo slecht zou
zijn. “Oh gelukkig maar.” mompelt Tony “En wat toen?” negeert Britt haar
“Had je hem inderdaad aangedaan zodat... Jos je zou zien?” Lena knikt “Ik
vond hem aardig, Jos, hij is onze buurjongen en hielp vaak in de winkel. Hij is
een paar jaar ouder dan ik, een vriend van mijn grote broer... en ik... ik wilde
zijn aandacht, ik wilde me mooi maken, zodat hij me zou zien staan. Voor hem was
ik toch maar het kleine buurmeisje en ik wilde hem laten zien dat ik geen klein
meisje meer was.” Britt knikt begrijpend “Wat
gebeurde er, nadat jullie uit de kerk kwamen, die dag?” Lena slikt
“Mijn ouders gingen naar mijn oma, maar ik had daar geen zin in, ik moest nog
huiswerk maken voor school, dus ik ging al naar huis. Ik kon wel met Jos
meelopen, hij liep toch ook naar huis, mijn broers en zusjes gingen wel mee naar
oma...” Tony kijkt even op “Hoeveel broers en zusjes heb je, Lena?” wil ze
weten “5, we zijn met zessen thuis, maar Bram is pas op kot gegaan in
Antwerpen, daar studeert hij en Tamara gaat in februari trouwen... dan zijn we
nog met vieren over en ik wil ook gaan studeren. Mijn ouders hebben met de
rector gesproken en ik ga volgend jaar school afmaken en dan studeren... ik heb
goede cijfers weet u... ik wil dokter worden.” vertrouwt ze hen toe. Tony
kijkt Britt aan “Je wilt graag weg thuis?” Lena staart naar haar handen en
knikt dan “Als je de baby zou hebben gehouden dan moest je nog langer thuis
blijven wonen en dan had je ook geen tijd voor een studie, is het niet?” raadt
Tony. Lena knikt en kijkt haar aan, maar Tony gaat niet door “Vertel eens over
die dag, jullie gingen naar huis, wat gebeurde er toen je thuis kwam?” neemt
Britt het gesprek weer over, Lena lijkt even verward van de overgang en antwoord
meteen “Het begon al toen we naar huis liepen en toen had ik het al door
moeten hebben. Hij zei dat ik er mooi uitzag, dat hij wel kon zien dat ik geen
kind meer was... Ik had ook zo'n strak blousje aan getrokken... weet u... met
een vestje erover, maar dat had ik in de kerk open gedaan... Ik wilde alleen
maar dat hij zou zien dat ik geen kind meer was en... ik wilde toch niet...”
ze kijkt Britt wanhopig aan en die schudt haar hoofd “Natuurlijk wilde je dat
niet, wat gebeurde er toen je thuis kwam, Lena?” Lena kijkt recht voor zich
uit “Toen we er waren herinnerde hij zich opeens dat hij de sleutel niet mee
had genomen, zijn ouders waren ook in de kerk geweest en ook nog bij familie
langs gegaan. Hij kon niet in zijn huis. Het was eind februari, het was koud,
dus vanzelfsprekend liet ik hem bij ons binnen. Ik moest wel studeren, maar ik
vond het wel leuk dat ik Jos even voor mezelf alleen had, hij kwam altijd bij
mijn grote broer en had nooit oog voor mij, nu opeens wel... Ik nam hem mee naar
boven en vroeg hem of hij wat te drinken wilde, dat wilde hij wel... ik heb hem
zelf binnen gelaten. Toen ik terugkwam met de limonade stond hij in mijn
slaapkamer... ik deel die met mijn twee zussen, hij vroeg welk mijn bed
eigenlijk was, dus ik wees het aan. Hij vroeg waar ik studeerde, dus ik wees op
het bureau... toen ging hij op mijn bed zitten en vroeg me of ik naast hem wilde
komen zitten... en dan vroeg hij me wat ik nog meer deed op dat bed... nog meer
dan slapen alleen. Ik snapte hem niet en ik vroeg wat hij bedoelde en dan heeft
hij me vast gegrepen en neergelegd op het bed... zijn hand ging... naar... naar
daar en hij vroeg of ik wel eens met mezelf speelde als er niemand anders was,
zoals nu, ik was toch alleen thuis... Ik was bang.... ik durfde niets te doen.
Ik zei... ik zei dat ik hem niet begreep en dat ik nu echt moest gaan studeren
en dat ze zo thuis zouden komen, maar hij zei dat we nog wel tijd hadden en dat
als ik niet begreep wat hij bedoelde hij het wel even uit zou leggen. Ik wilde
overeind komen, maar hij duwde me terug op bed en hij kuste me en knoopte het
blousje los en toen kuste hij me.... steeds verder naar beneden overal en ik
wilde het niet, maar ik durfde niets te doen, ik wist niet wat ik moest doen en
toen begon hij mijn panty af te stropen, naar beneden te schuiven. En hij vroeg
me of ik nu wist wat hij bedoelde, hij... hij ging helemaal naar beneden en hij
kuste me... daar... het voelde wel heel lekker en ik durfde niets te doen.
Toen.... stak hij zijn vingers... hij stak die in mij en hij vroeg of ik dat
zelf ook wel eens deed en of dat niet heel lekker was, hij had iets beters zei
hij en toen haalde hij hem tevoorschijn, hij was heel groot... Hij duwde mijn
benen uit elkaar en hij zei dat hij me al wel vaker had gezien en dat hij wel
zag dat ik het ook wilde, dat hij wel gezien had hoe ik naar hem keek in de kerk
of als hij beneden in de winkel bezig was. En toen stak hij het in mij... het
deed echt heel veel pijn en hij zei dat hij blij was dat hij de eerste was. Ik
heb hem gesmeekt te stoppen en gezegd dat ze thuis zouden komen, maar hij kon
niet meer stoppen zei hij, ik heb gehuild en gezegd dat hij me pijn deed, maar
hij zei dat ik het fijn zou vinden... Maar ik vond het niet fijn...” Er
stromen tranen over Lenas' wangen en Britt heeft moeite haar gezicht in de plooi
te houden. “Toen hij weg ging zei
hij dat ik niets moest zeggen, want dat mijn ouders ook wel wisten dat ik het er
zelf naar gemaakt had, die hadden mij ook wel gezien... Ik had hem de hele tijd
'op zitten geilen' zei hij, dat hadden mijn ouders ook wel gezien, dus ik hield
beter mijn mond. Ze zouden me toch niet geloven en hij zou er voor zorgen dat ze
wisten dat het mijn schuld was, mijn vader, die zou hem zeker geloven. Ik dacht
dat hij gelijk had, mijn vader zou zeker geloven dat het mijn schuld was... Dat
is ook zo, dat vindt mijn vader ook nu, dat het mijn schuld is. Weet u, ik zag
Jos graag en ik dacht dat hij mij ook graag zag...” Britt herkent het gebroken
hart van het meisje, ze heeft dit al zo vaak gezien bij jongere meisjes, ze
hoopt vurig dat Dorien nooit zoiets zal hoeven mee maken. “Heeft hij het nog
vaker gedaan, Lena?” vraagt ze dan. Lena schudt haar hoofd “Ik heb niets
gezegd...” zegt ze zacht “Maar ik heb er wel voor gezorgd dat ik daarna
nooit meer met hem alleen was, in de winkel, of het magazijn... En toen... ik
werd ziek, misselijk, ik moest steeds overgeven en ik voelde me raar.
Uiteindelijk ging ik met mijn moeder naar de dokter en die zei dat ik zwanger
was. Mijn moeder was boos... maar mijn vader... mijn vader was woedend. Hij
sloeg me, schopte me... mijn moeder moest hem tegen houden... Ik legde het uit,
maar hij geloofde me niet, als het zo was dan was ik toch zeker wel direct naar
hem toegekomen, hij dacht dat ik loog. Alleen mijn grote broer, die geloofde me,
toen hij in het weekend thuis kwam is hij naar Jos gegaan. Hij heeft hem een
paar flinke tikken gegeven. Jos helpt sindsdien niet meer in de winkel, hij is
door zijn ouders naar z'n oom gestuurd in de Ardennen, die hebben een boerderij,
daar kon hij helpen. Vader zei ons dat niemand het mocht weten, we moesten het
aan niemand vertellen, want het was een grote schande...
Hij zou een oplossing bedenken. Toen de school stopte in de zomer kon ik
het niet meer verbergen, ik droeg wijde kleren... maar toch. Ik moest naar tante
Gabriella en ik mocht pas terug komen als ik het babietje had gekregen en had
laten adopteren door iemand. Tante Gabriella was heel lief voor me, maar ik
voelde me zo ongelukkig... zonder mijn familie, zonder mijn vriendinnen...
zonder de kerk... Daarom ben ik gaan zoeken, als mijn tante naar haar werk ging,
ik zorgde ervoor dat ik niemand tegen kwam die ik kende, ik keek steeds goed
uit. Ik wist niet wat ik moest doen met die baby, ik wist niet met wie ik erover
kon praten, ik wilde het toen al vergeten allemaal... terug naar school en
vergeten. Toen de baby er eenmaal was kon ik terug... Luister, ik wil hem
niet... ik wil dat kind niet en hij wil mij niet... geloof me, ik wil studeren,
dokter worden en alles, alles achter me laten...” besluit ze. Britt leunt
achterover in haar stoel en zucht, achter het raam doet Vanbruane het zelfde.
Wat een verhaal, wat een ellende... Ze staat recht en loopt de verhoorkamer uit
om te gaan bellen. Op dat moment komt ook Tony naar buiten “Wat doen we?”
vraagt ze Vanbruane meteen “Slachtofferhulp bellen... de jongen opsporen en
hier naar toe halen, laten we zorgen dat ze klacht tegen hem indient, dan hebben
wij een reden om hem op te pikken...” Tony kijkt geallarmeerd “In de
Ardennen, baas!” Vanbruane glimlacht “Vooruit, te laten oppikken dan... en
ik denk dat ik ook die Ilse Lemahieu maar eens gaan bellen. Laten we zorgen dat
ze alle twee afstand kunnen doen van Michiel, zodat er iets geregeld kan
worden.” Tony kijkt haar aan “Ca
va, baas?” Vanbruane knikt “Ja... ik zal al deze dingen eens even gaan doen,
als jullie zorgt dat ze klacht indient tegen die Jos... dan kunnen jullie nog
even terug op en neer naar Zelzate... want je zult het adres waar hij zit moeten
zien te achterhalen bij zijn ouders.... maar dat moet lukken, niet waar? De
grootste stap is toch al gezet. We weten wie, we weten waar... nog even alle
losse eindjes aan elkaar knopen en...” Tony onderbreekt haar “Kunnen we ons
weer op caféruzies en autoinbraken storten.” maakt ze het af. Vanbruane lacht
“Goed idee, Tony... ik zal eens kijken wat ik heb liggen. Goed, maken jullie
dit af? Ik bel alle instanties en laten we dan hopen dat het voor het eind van
de week allemaal rond is... dat is voor alle partijen het beste geloof ik.”
Als ze over de gang loopt dwalen haar gedachten af naar Michiel, ze zullen hem
niet zelf kunnen adopteren, daarvoor komen ze met hun leeftijd niet in
aanmerking. Toch was het leuk om hem even gehad te hebben, om even moeder te
kunnen zijn. Al heeft ze al lang door dat dat in combinatie met de twee banen
die zij en Max hebben geen optie zou zijn. Dan zouden ze toch offers moeten
maken en ze weet niet of ze dat wil, ze houdt van haar werk... misschien is het
niet zo erg dat ze geen kinderen kunnen adopteren. Het bespaart haar een lastige
keuze en Michiel, Michiel gaat het bij een ander ouderpaar ook goed hebben. Als
ze aan haar bureau zit draait ze eerst het nummer van de oppas om te checken of
alles nog ok is met Michiel. “Weet je wat,” stelt ze voor “Je mag hem
straks hier wel heen brengen, naar het commissariaat, ik zal het aan Max laten
weten.” Waarschijnlijk gaat hij nu toch snel weg, dan kan ze er maar beter nog
even van genieten. Met een zucht pakt ze het nummer van Ilse Lemahieu erbij
“Mevrouw Lemahieu, ik heb goed nieuws...” |