De kleine graaf van Egmont

Haar vingertoppen glijden over het zachte rugje met de kleine donshaartjes, die het hele lichaampje overdekken. Als de prachtige, donkere ogen verwonderd opkijken laat ze zichzelf er in verdrinken en tilt het babietje op tot vlakbij haar gezicht. Met een vrolijk lachje opent het kindje haar mond en laat zich voorover vallen naar het gezicht toe om aan te vallen op de neus. Lachend laat ze het weer terug glijden in haar armen om er op neer te kijken en te genieten van de vrolijke vuistjes die ten langen leste een paar donkere strengen van haar haar te pakken krijgen om er aan te trekken. Voorzichtig alsof het kleine meisje van glas is legt ze haar op het kleed dat ze op tafel heeft gelegd en neemt de luier die klaar ligt om aan te doen na het badje. Ze heeft het inmiddels vaker gedaan en ruzies met plakstrips en maaiende beentjes zijn verleden tijd. Volleerd wurmt ze het kind in de luier en kietelt haar even onder de kin. Direct wordt ze beloond met een hoog lachje. Opnieuw tilt ze haar op en vleit het tegen haar borst, lekker bloot zoals ze is, zo zacht en zo perfect, voor ze haar zal aankleden. “Kom je nog even bij ons zitten?” vraagt ze aan het meisje en loopt met haar naar de bank. Daar zit Max die al die tijd zijn ogen niet heeft kunnen afhouden van het tafereel en zich nu in de hoek van de bank nestelt zodat Nadine met Nabi tegen hem aan kan gaan hangen. “Hey kleintje,” glimlacht hij en kietelt het prachtige meisje even op haar buik. Nabi kijkt hem met haar gigantische ogen aan en lacht dan vrolijk. “ben je weer lekker schoon?” Nadine lacht “Zij wel, ik niet.” Laat ze haar natte blouse zien. Midden in de huiskamer staat het badje met daaromheen op de grond een grote plas water. Nadine kust Nabi op haar hoofdje en lacht blij als het kind verbaasd even opkijkt waar dat kusje vandaan kwam. Ze tilt haar op en knuffelt haar voor ze haar een t-shirtje en een slaapzakje aantrekt. Een tijdje blijven ze zo op de bank liggen, heerlijk met zijn drietjes totdat Nabi in slaap valt in haar armen en zelfs dan wil Nadine het liefst nog niet bewegen. Het liefst zou ze voor altijd zo blijven zitten. Max ziet het vertederd aan en hij voelt een steek in zijn hart. Hoe kan hij Nadine geven wat ze het allerliefst wil, hij weet dat het geen haalbare kaart is en hij weet dat ze er nooit om zal vragen. Toch voelt hij feilloos aan dat een kind haar allergrootste wens is en dat ze nu ze om haar heen die babies en kindertjes heeft, eens en temeer een gemis voelt, omdat ze zelf geen kinderen heeft. Hij buigt zich voorover en kust Nadine op haar haren, hij kan zijn gevoel voor haar niet in woorden vatten, het is sterker dan wat hij ooit heeft meegemaakt. Hij zou haar alles willen geven, al zou hij ervoor naar het eind van de wereld moeten kruipen en terug en het doet hem pijn dat hij haar dit niet geven kan. Dat er geen geld is en geen inspanning waarmee hij dit voor haar kan verkrijgen, die ene onbereikbare wens. Dat ze het moet doen met deze zeldzame uurtjes, de enkele keer dat Nabi bij hen is of op het werk, dat ze enkel dan haar moedergevoelens kan bot vieren. Ze was dolblij thuisgekomen gisteren toen Britt haar gevraagd had of Nabi misschien een middag bij hen kon blijven, omdat ze met Dorien graag naar de film wilden gaan en haar ouders geen tijd hadden om op te passen. “Al breng je haar een week,” had ze uitgeroepen. Britt had gekolfd en Max had zich snel afgewend toen hij Nadine het kleine meisje de fles had zien geven op hun eigen bank, naast het reisbedje dat was opgezet in de woonkamer. Hij had niet gewild dat ze zijn ontroering had gezien die de tranen deed opwellen in zijn ogen. “Thee?” had hij schor gevraagd en was naar de keuken gevlucht. Toen hij was terug gekomen met verse thee op het dienblad was ze nog altijd bezig met het voeden en hij had het even van haar over mogen nemen. Nabi staarde hem met haar heldere, donkere ogen en hij begreep meteen waarom mensen uren konden kijken naar hun eigen kinderen. Hij kon zich niet voorstellen dat hij ooit genoeg zou krijgen van het kijken naar dit kleine mensje en het was niet eens zijn eigen kind. Zowel Nadine als hij hebben geen nichtjes of neefjes en hij realiseert zich ook wel dat als hij ooit van een kindje wil genieten dit hun kans is. Daarom probeert hij te genieten nu, maar hij voelt steeds opnieuw de spijt dat hij nooit een vader heeft kunnen zijn, nu nog meer dan ooit, nu hij Nadine gevonden heeft. Als Nadine naar hem op kijkt glimlacht hij en kust haar zacht op haar lippen. “Ik kan haar niet weg leggen.” Fluistert Nadine met haar blik terug op het prachtige gezichtje van het slapende kindje. “Dan houd je haar toch nog even fijn bij ons,” Glimlacht Max en kust haar nog eens “geniet er maar van…” fluistert hij en slaat zijn armen om haar en Nabi heen en wiegt hen even zacht heen en weer “geniet er maar van…” Nadine drukt zich tegen zijn borst, ze voelt zich heerlijk op haar gemak “Ik kan eeuwig naar haar blijven kijken.” Vertrouwt ze hem toe. “Al ontploft de wereld hier buiten, ik laat haar niet los voor Britt haar komt halen...” Max lacht “En ik maar denken dat je straks nog wel wat wilde eten, maar niet dus begrijp ik?” Nabi maakt een gezichtje in haar slaap en Nadine lacht “Vooruit dan, ik leg haar weg als we gaan eten.” belooft ze hem “Ik begrijp dus dat ik kook?” concludeert hij. Nog even blijven ze op de bank hangen, totdat hij met tegenzin zich onder Nadine uitwurmt om inderdaad een van zijn beroemde pastas te gaan fabriceren. “Iets met tomaat, of iets met...” roept hij vanuit de keuken terwijl de inhoud van Nadines koelkast inspecteert “prei...?” Thuis heb ik nog spinazie, denkt hij en vraagt zich direct weer af waarom ze niet gewoon samen gaan wonen, zodat er geen twee koelkasten zijn. “Prei.” beslist Nadine in de woonkamer. Voorzichtig legt ze Nabi op haar schouder en staat op van de bank. Het kindje blijft rustig verder slapen met regelmatige ademtochtjes in haar oor. “Wat zit je nou te mompelen?” lacht ze als de keuken binnenkomt en Max voor de koelkast ziet staan. Plotseling draait hij zich om “Wat dacht je ervan om samen te gaan wonen?” valt hij met de deur in huis. Nadine blijft verbaasd op de drempel staan en kijkt hem aan “Wat staat er in die koelkast?” brengt ze tenslotte verrast aan. Max, die zich realiseert dat hij erg spontaan is geweest weet niet of hij moet terug moet krabbelen, hoe kan een koelkastinhoud leiden tot zo'n onbezonnen uitroep? Snel herpakt hij zich en hoewel Nadine nog verbijsterd op de drempel staat met een slapend kind op haar schouder weet hij dat hij door moet zetten. Hij wil geen nacht en geen dag meer doorbrengen in een huis waar Nadine niet woont. Ze horen bij elkaar, dat weet hij zeker, waarom zou ze niet bij hem komen wonen? Hij is met twee stappen door haar keuken en legt zijn handen op haar wangen. Voorzichtig drukt hij een kus op haar lippen en ze lijkt weer tot leven te komen, haar ogen houden de zijne vast “Wat denk je?” fluistert hij “Zou je met mij in een huis willen leven?” een glimlach speelt om haar mond. “Ik denk het wel.” zegt ze dan en doet een stap naar hem toe om zich tegen hem aan te vleien. Ze kijkt even om zich heen, ze heeft niet veel binding met dit huis. Ze woont te ver van het leuke centrum van Gent. Max daarentegen woont in de Hertogstraat in een prachtig appartement, dat meer dan groot genoeg is voor hen beiden. Ze verheugt zich er bij voorbaat al op om over de Kraanlei te fietsen, de brug over en via de vrijdagmarkt naar de Belforstraat. Stel je voor, elke ochtend op de fiets naar het werk. Daarbij spenderen ze toch al hun tijd in elkaars huizen, dus waarom zouden ze niet gewoon de situatie officieel maken. Zou het niet heerlijk zijn om werkelijk officieel dat huis haar huis te kunnen noemen, het huis van Max... hun huis, het huis van Max en haar... Hij kust haar op haar haren en slaat zijn armen stevig om haar heen. “Mooi zo,” glimlacht hij “ik heb spinazie thuis.” Hij kust haar nog eens en stapt dan naar de koelkast om daar nog maar eens de inhoud te inspecteren op eetbare zaken. Het duurt niet lang of er staat een dampende pasta op tafel, met daarnaast een witte Italiaanse pinot grigio. “Kan ik je verleiden om aan tafel te komen?” Max schenkt de glazen vol en steekt een kaars aan, terwijl Nadine dan uiteindelijk Nabi dan toch maar in haar bedje legt, dat ze zo heeft geschoven dat ze er vanaf haar plek aan de tafel toch oog op kan houden. “Het spijt me,” zegt ze schuldbewust, als ze tegenover Max aan tafel zit “je krijgt helemaal geen aandacht vandaag.” Hij schudt zijn hoofd “Ik begrijp dat ik er minder schattig uitzie.” lacht hij. Hij pakt haar hand vast “Maar ik meende wat ik daarstraks zei, ik zou heel graag willen dat je bij me kwam wonen. Er is niets wat ik op dit moment liever wil.” Nadine slaat haar ogen even neer en kijkt hem dan vrolijk aan “Ik zou heel graag bij je willen komen wonen Max. Wat mij betreft regelen we de verhuis nog deze week.” Vrolijk laten ze hun glazen tegen elkaar klinken en eten hun pasta op. Tijdens de afwas wordt Nabi wakker, tot groot plezier van Nadine begint ze klagelijk te huilen, zodat ze haar wel uit het bedje moet halen en er mee op en neer moet lopen. Het huilen is direct afgelopen, blij kijkt Nabi rond, alsof ze weer opnieuw moet ontdekken waar ze ook alweer terecht gekomen is. Ze kijkt steeds van Nadinen naar Max om te bepalen of ze op de goede plek wakker geworden is. Uiteindelijk speelt ze blij met een bijtring als ze weer samen op de bank zitten te genieten, totdat de bel gaat. “Heeft ze jullie goed bezig gehouden?” hoort Nadine de lage stem van Sellatin in de gang. “Och,” bromt Max “we mogen graag naar haar kijken.” Nabi reageert onmiddellijk op de stem van haar vader en kraait vrolijk, ze kijkt om zich heen waar de bezitter van die stem gebleven is en steekt haar beide armpjes in de lucht ter verwelkoming. Met een zucht staat Nadine op van de bank. “Je wilt haar zeker meenemen.” glimlacht ze. Max hoort de spijtige ondertoon en weet dat het geen grapje is. Nog even babbelen ze over de film, leggen alle spullen in de auto en dan zwaaien ze bij de voordeur naar Nabi die een beetje verbaasd lijkt dat ze weer weg gaat uit dit huis. Met een zucht sluit Nadine de deur en loopt terug naar de kamer. “Het spijt me dat ik je dat niet geven kan.” fluistert Max en neemt haar in zijn armen en wiegt haar heen en weer. Ze schudt even haar hoofd en drukt haar hoofd tegen zijn borst “Ik heb jou toch.” fluistert ze en kruipt weg in zijn armen, zodat ze als een eenheid op de bank terechtkomen. “Ik heb jou.”

“Nou, ik denk niet dat je daar Vera en Thomas al mee naar toe moet nemen hoor.” twijfelt Britt als ze met Tony over de film spreekt die ze met Dorien zijn gaan zien. Ze hangt aan haar bureau en kijkt met een half oog naar haar computerscherm waar ze bezig is met het dossier van een nogal saaie zaak. “Dan zal het toch wel weer Disney worden.” gaapt Tony, het is nog te vroeg in de ochtend om echt wakker te zijn. Ze kijkt loom op van haar scherm als Vanbruane binnenkomt en doelbewust op hun bureau afstapt. “Nee baas, ik geef haar nog niet op voor adoptie.” grapt Britt meteen en ziet dat Vanbruane duidelijk een goede dag heeft vandaag, ondanks het vroege uur, want ze glimlacht voor ze zich op het bureau van Britt laat neer zakken. “Hoe staat het met die inbraak op de Baudelokaai?” wil ze weten. “Nou,” Britt gebaart naar computer “we schieten niet zo heel erg op. Het lijkt er op dat het dezelfde lui zijn als vorige week op de Ottogracht en twee weken terug op de Oude Vest, ze werken hetzelfde en ook in de ochtend, het lijkt er op dat ze observeren welke mensen 's ochtends vertrekken naar hun werk... maar ja, waar staan ze volgende week te kijken? Niemand heeft iets gezien, niemand is wat opgevallen. Je kan daar ook je auto parkeren en van daaruit kijken, dat ziet toch niemand. Of je kan zelfs aan de overkant gaan staan op de Blekersdijk. Het enige wat we hebben is veronderstellingen... Het ziet er naar uit dat ze rond het centrum blijven, ze opereren tussen 10 en 12 uur als ook de kuisvrouw er niet is... Ze komen via achter binnen.... Geen vingerafdrukken en ze nemen dure dingen mee; laptops, blue-ray spelers en ook kleine dingen, die ze snel kunnen verkopen, sieraden, goud, maar Raymond heeft nog niets teruggevonden bij zijn gewoonlijke contacten.” vat ze de zaak samen. Nadine schudt haar hoofd “Tja, verwittig de patrouilles maar om extra op te letten deze week... Probeer een patroon te ontdekken op die kaart, alhoewel ik ook het idee dat ze maar gewoon een straat kiezen...” Ze kijkt nog even naar de zaak en staat dan op “Oja, tussen twee haakjes, hebben jullie volgend weekend wat te doen?” probeert ze zo gewoon mogelijk te klinken. “Hoezo?” “Ik ga verhuizen en ik zou wat hulp kunnen gebruiken.” voegt ze er luchtig aan toe. Tony's gezicht verandert in een grote grijns “De baas gaat verhuizen.... en waar naar toe dan wel? Toch niet naar de Hertogstraat zeker?” Vanbruane rolt met haar ogen “Ja, Tony, ik ga verhuizen naar de Hertogstraat... ik ga samenwonen.... met Max.” Ze weet niet waarom maar ze voelt een blos naar haar wangen stijgen en geeft dan maar snel toe aan haar drang om te vluchten, door haar bureau in te duiken. “Wie had dat gedacht en zo snel...” roept Vanneste haar na en kijkt naar de glazen deur die dicht wordt geklapt en waarachter Vanbruane nu weer een normale kleur probeert te krijgen. “Niet zo pesten jongens.” probeert Britt de baas te hulp te schieten “maar het is wel leuk.” geeft ze toe. “Wat? Pesten of verhuizen?” doet Vanneste onnozel. Nog even maken ze grapjes over hun baas en haar nieuwe huis, maar al gauw is iedereen weer vrij serieus in zijn saaie werk verdiept. Ietwat verrast kijkt Britt naar het telefoon als die rinkelt. Wie kan dat zijn op dit vroeg uur? Vrolijk neemt ze op, ze is blij dat iemand haar redt van het opnieuw bekijken van het 'patroon' in de diefstallen, dat voor iedereen tot nu toe een mysterie is, behalve dan voor de dieven zelf. Net op dat moment mompelt Tony “Misschien moeten we eens bekijken wie dat er wonen in die huizen, werken ze op het zelfde bedrijf? Staan ze vaak in de krant...” en ook zij stopt abrupt en kijkt naar Britts telefoon alsof ze niet kan geloven dat die gaat. “Carla....” hoort ze Britt zeggen en dan ziet ze wenkbrauwen omhoog schieten “...echt?” Tony kan niet precies horen of ze geïnteresseerd of gewoon domweg dolgelukkig klinkt, dat laatste zal wel het geval zijn, want als ze de toon in haar stem goed gehoord heeft zijn ze zojuist met dit ene telefoontje verlost van de oersaaie inbraakzaak. “...nee, breng haar maar naar boven.” Britt staat al op tijdens deze laatste zin en klinkt nu ronduit gretig, analyseert Tony. Nog met de hoorn in de hand knikt ze naar Tony “een vondeling” verklaart ze haar enthousiasme als ze neerlegt. “Zeg maar dag tegen de inbraakzaak.” grijnst Tony, ze ziet Pasmans de oren spitsen en Raymond hoort ze zachtjes kreunen “Misschien doen wij dan verder met die zaak?” roept Pasmans blij. Hij is altijd blij als hij een zaak van Britt en Tony kan overnemen, ook al zijn het dan de saaie, oninteressante zaken, hun saaie zaken zijn altijd nog interessanter dan de saaie, onbenullige zaken die hij en Raymond voor hun rekening moeten nemen. Alhoewel hij natuurlijk ook wel weet dat geen enkele zaak onbenullig is en er achter elk dossiernummer een ontriefd mens schuilgaat, blijft hij tegen beter weten in, hopen dat hij ooit de interessantste zaken voor het uitkiezen zal hebben en dat hij dan de berovingen en inbraken kan inruilen voor een spectaculaire moordzaak of ontvoering. Met een boog gooit Tony het rapport op Pasmans schoot en rent achter Britt aan de gang op. “Kon je het weer niet laten?” bromt Raymond en rukt het rapport uit Pasmans' handen. “Zo jij hebt haast om weg te komen bij die inbraakzaak...” grinnikt Tony als ze Britt ingehaald heeft “Vind je het gek?” vraagt Britt en neemt de trap met twee treden tegelijk. “Carla?” Carla wijst op een oudere mevrouw “Ze heeft het jongetje zojuist gevonden, toen ze haar hondje uit ging laten, het beest ging nogal te keer en toen ze toe kwam vond ze de baby.” Britt kijkt naar een oude vrouw, aan haar voeten zit een hondje braaf te wachten, op haar schoot ligt een bundeltje bewegingsloos te wachten op wat komen gaat. Snel stapt ze er op af “Mevrouw...?” De vrouw kijkt op “Vanwegge” vult ze zelf in en kijkt Britt dan afwachtend aan “Dat is de baby die u gevonden heeft?” vraagt Britt en pakt het bundeltje voorzichtig op. Het kindje beweegt schokkerig en lijkt te willen gaan huilen, er komt echter geen geluid meer uit zijn kleine mondje als het wijd open gaat. “Och... kom maar...” Britt legt het kindje tegen zich aan en wenkt de vrouw om mee te komen. “Mevrouw, de agent hier gaat uw naam en adres noteren.” legt ze uit “Daarna mag u weer naar huis gaan. We gaan eerst met de kleine naar het ziekenhuis om te kijken of hij helemaal in orde is, daarna komen we dan bij u langs om uw verhaal te horen.” Ze heeft Vanbruane niet van de trap horen komen en draait zich verbaasd om als ze haar baas hoort zeggen “Geef hem maar aan mij Britt, ik ga wel met hem naar het ziekenhuis, dan kunnen jullie haar nu direct verhoren, hoe eerder we beginnen zoeken naar de ouders hoe beter het is niet waar?” Britt kijkt Tony en ziet hoe die wat wil zeggen, maar snel schudt ze haar hoofd. “Dat is een uitstekend idee, baas.” glimlacht ze en legt voorzichtig het kindje in de armen van Vanbruane, die kijkt vertederd naar het jongetje dat inmiddels zijn ogen geopend heeft en verbaasd terug kijkt naar die rare vrouw. “Arm manneke, je kan nooit meer dan een paar dagen oud zijn.” schat ze en wendt zich dan tot Carla. “Carla, roep een agent op die me naar het ziekenhuis kan rijden alstublieft.” Tony haalt haar schouders op “Komt u dan maar mee naar boven.” wijst ze mevrouw Vanwegge. “Kan Nickey ook mee, hij is zindelijk hoor en hij heeft net zijn plasje al gedaan.” wijst mevrouw Vanwegge op haar hondje, Tony haalt haar schouders op “Als hij maar niet blaft.” Mevrouw Vanwegge lacht een charmante oude vrouwtjes glimlach. “Dat zou Nickey nooit doen, mevrouw de agent.” belooft ze. Britt kijkt nog even achterom naar haar baas “Zal dat gaan, baas, moet er niet iemand anders met u mee...?” Carla wijst achter zich “Eddie komt zo, hij rijdt haar naar het ziekenhuis en kan daar blijven tot het onderzoeken gedaan is...” stelt ze voor. Vanbruane knikt “Dat lukt wel Britt, dit manneke hier kan ik wel aan.” glimlacht ze geruststellend. “Vooruit dan maar.” Ze stapt achter Tony aan de trap op met mevrouw Vanwegge en Nickey. “Ik wandel daar elke ochtend, mevrouw agent.” hoort ze haar tegen Tony babbelen “maar normaal liggen daar geen babies, toch niet als ik er kom... maar nu lag daar dat kleintje, ik dacht dat gebeurt tegenwoordig toch niet meer dat mensen hun kindje zomaar ergens neer leggen, maar toch... het gebeurt dus nog wel...Zo'n mooi klein manneke, 't is toch zonde... en het was geschrokken van Nickey, want Nickey blafte nogal... hij blaft nooit hoor mevrouw agent, maar toen hij dat kleine kindje vond wilde hij mij waarschuwen natuurlijk, ik ben trots op Nickey hoor, hij heeft het manneke toch maar mooi gevonden... God weet hoe lang het daar al gelegen heeft, ik wandel 's ochtends altijd heel vroeg... ja ik ben een ochtendmens, lekker vroeg op en 's avonds op tijd naar bed....” Tony draait zich met een wanhopig gezicht om naar Britt, maar die is in gedachten al met vijf andere dingen bezig en dus hoeft ze van die kant geen hulp te verwachten. “Dat is mooi,” zegt ze maar, terwijl ze het vrouwtje op een stoel neerzet “koffie of thee?” Verbaasd kijkt de vrouw op “Thee... ik drink nooit koffie meisje, koffie... pas maar op...dat...” Tony heft haar hand op “een ogenblikje mevrouw, ik ga het direct voor u halen.” Britt gaat naast de vrouw zitten “Dus u vond het kindje vanochtend omstreeks....?” De vrouw kijkt Britt aan alsof ze haar weer opnieuw voor de eerste keer ziet “Ik ga altijd wandelen om 8 uur, met Nickey, dan ben ik dus om kwart over 8... ja, om kwart over 8 ben ik daar...” rekent ze uit “Goed, waar heeft u hem precies gevonden?” vraagt Britt ongeduldig “Oh, had ik dat nog niet gezegd? Bij de sint Michielskerk, u weet wel daaronder bij die brug. Ik maak elke ochtend een rondje door de stad en daar lag hij, bij de sint Michielskerk....” Britt knikt, de moeder heeft dus duidelijk gewild dat het gevonden werd, concludeert ze opgelucht. Deze vrouw was dan toevallig heel vroeg voorbij gekomen, maar bij de sint Michielskerk, ook al was het dan bij de brug, zou het kindje zeker gevonden worden. Hoe lang had het er al gelegen? Wanneer was het er neer gelegd en natuurlijk vooral, door wie? Misschien zou Vanbruane al meer antwoorden hebben wanneer ze terugkwam, in ieder geval over hoe lang het kindje buiten had gelegen. Ongelooflijk, dat iemand zijn kind te vondeling legt, stel dat ze het niet hadden gevonden, of te laat, dan was het manneke nu dood geweest. In zo'n geval vraag je je onmiddellijk af of zo'n vondelingenluik zoals ze dat in Borgerhout hebben, in Antwerpen geen goed idee is. Zo vaak vind je geen kinderen, maar als je ze vindt en ze zijn dood, dan is het de gruwelijkste vondst die je kunt doen, meent ze. Het luik in Antwerpen is geopend in 2000 en pas in 2007 werd het eerste kind er te vondeling gelegd in het bedje achter het luik. Thomas, heette hij nu, Thomas Nicolaas de Kleine. Tja, had het luik Thomas gered? Je kon het je afvragen, misschien had deze moeder het anders wel... tja, waar had ze het kindje anders heen moeten brengen...? Een luik suggereert dat het acceptabel is een kind op de wereld te zetten en dan maar achter te laten zonder dat het een vader of moeder heeft, maar een kind voor adoptie opgeven is dat niet hetzelfde? Eigenlijk geef je je kind ook ter adoptie op als je het te vondeling legt, maar dan weet je natuurlijk niet zeker of het gevonden wordt en dan kun je dus voor het zelfde geld een moord begaan. In ieder geval valt het sinds 2000 allemaal onder dezelfde strafrechtelijke term; het verlaten van kinderen of het te vondeling leggen, daar tussen bestaat nu geen verschil meer. Het verschil was lang dat verlaten kinderen kinderen waren van ouders die doorgaans bekend waren, vondelingen waren kinderen van onbekenden ouders. Als ouders hun kind te vondeling legden en het werd ontdekt dan werden ze lang geleden in de schandpaal gezet en vervolgens verbannen uit de stad, de vondeling werd mooi gekleed en rondgereden in een optocht door de stad. Van zoeken naar de reden, hulp bieden, slechte jeugd, ongewenste zwangerschappen en dat soort dingen had men toen nog niet gehoord, of in ieder geval telde het niet mee. Nee, dat was dan nu iets beter, met al die hulp aan 'moeder en kind', zelfs de 'ongeboren vrucht' kon op steun rekenen. Toch dat luikje dan... een uitweg voor moeders in nood, er is zelfs bedenktijd van 6 maanden, in al die tijd kun je je nog bedenken en terugkomen om je kind op te halen. Ook dan is er hulp te over natuurlijk, al weet ze natuurlijk zelf ook wel dat het niet allemaal zo perfect is als het klinkt. Er was zo'n luik in Gent, maar dat is al een tijd geleden van 1820 tot 1863, bij wet bepaald werden er in alle grote steden van die luiken gemaakt. Of het werkelijk zoden aan de dijk zette viel te betwisten, men hoopte dat het aantal kindermoorden en vondelingen die zomaar langs de weg werden neergelegd zou teruglopen... Pas als Tony een kopje thee voor haar neus neerzet schrikt ze op uit al haar overpeinzingen “Ben je er al uit Sherlock?” grapt ze en richt zich dan weer tot mevrouw Vanwegge die al die tijd vrolijk met haar hondje heeft zitten spelen. Even schudt Britt haar hoofd alsof ze weer wakker moet worden. “Bij de Michielskerk bij de brug.” zegt ze tegen Tony “daar is hij gevonden.” Tony knikt en schrijft het op. “Ok, wat kunt u ons nog meer vertellen...” zegt ze dapper en gaat klaar zitten om aantekeningen te maken van het weinige dat de vrouw hen te vertellen heeft. “Nou...” begint die en neemt een slokje thee “nou...” Ze kijken elkaar aan en trekken hun wenkbrauwen op, met een rol van hun ogen zakken ze onderuit in hun stoel. 

“Nog wat leuks gedaan dit weekend?” Ben hangt tegen zijn motor en kijkt Sellatin aan, die knikt. “We zijn naar de film geweest, dat was leuk. Jij?” Ben knikt “Ja, ik heb een leuke dame ontmoet, zaterdag op dat feestje, ze is blijven slapen.” Sellatin grinnikt “Laat wakker zeker?” raadt hij. “Zullen we dan maar weer?” Ben stapt op zijn motor en knikt naar Sellatin die snel de laatste hap van zijn broodje naar binnen hapt en ook op de motor stapt. Net als ze willen aanrijden stopt er een politieauto voor ze en rijdt hen klem. “Sel, niet in uniform eten.” het is Pasmans die uitstapt en hen even herinnert aan de regels van het corps. “Wil je dat ik naakt op straat ga staan om een broodje naar binnen te werken?” Sellatin stapt van zijn motor af en loopt wat dreigend richting Pasmans, die onmiddellijk inbindt en zich een beetje achter Raymond verschijnt. “Nee, nee... maar...” hakkelt hij “Dat dacht ik al.” Raymond lacht “Zeg Sel,” hij zwaait met een paar papieren “Jouw vrouw heeft ons met een leuke zaak opgescheept...” begint hij. “Maar gelukkig kunnen we wraak nemen door jullie er ook bij te betrekken.” Sellating lacht “Ik ben blij dat je het zo ziet, dan kan ik toch voor wat verlichting van jullie zware last zorgen.” zegt hij theatraal. “Het gaat om die inbraken, we hebben het nog eens bekeken en Tony suggereerde dat we eens moesten kijken of die mensen misschien allemaal bij het zelfde bedrijf werkte of ergens in de krant stonden of zoiets. Nu hebben we de gegeven van alle huizen waar ingebroken is naast elkaar gelegd en nu blijkt dat inderdaad in drie van 7 straten waar ingebroken werd woonde iemand van dit bedrijf,” hij laat Sellatin een papier zien “en het ging eigenlijk altijd om iemand uit de directie. Het valt toch te proberen...” voegt hij er aan toe. “Wij zijn nu onderweg naar het bedrijf om daar te gaan bekijken waar de anderen uit de directie wonen, maar telefonisch hebben we al enkele straten door gekregen, toen we uitlegde waar het om ging waren ze heel behulpzaam... je snapt de vraag al.” Sellatin knikt “Wij zullen deze week eens wat vaker door die straten toeren en kijken of we toevallig een auto wat erg vaak tegenkomen.” belooft hij en stapt op Ben af om het te gaan overleggen. “Als we meer straten hebben dan geven we het door.” sluit Raymond af en stapt met Pasmans in zijn kielzog weer de auto in. “Op naar Van Sant dan maar?” Raymond start de auto en ziet Pasmans blik onmiddellijk op scherp schieten, klaar om een overtreder der wet te betrappen. “Nog wat leuks gedaan in het weekend?” vraagt Raymond tussen neus en lippen door. “Ja, ik ben uit geweest in Antwerpen, het was hartstikke gezellig, daar blijven slapen...” Plots lijkt Pasmans zelf verbaasd te zijn dat hij dat zomaar gezegd heeft en houdt zijn mond. “Ah een lief, Pasmans?” grinnikt Raymond als hij de rode wangen van Pasmans ziet. “Nou...” stamelt die. “Je bent met Emma uit gegaan zeker?” helpt hij hem. “Ja...” knikt Pasmans heftig. “Maar Emma woont toch in Brussel, waarom ben je dan in Antwerpen blijven slapen?” blijft Raymond verder vragen. “Ik had iemand anders ontmoet en hij nodigde mij uit.” mompelt Pasmans “hij?” Raymond doet alsof hij verbaasd is, maar als je partners bent dan heb je bepaalde dingen wel door. Met een rood hoofd kijkt Pasmans uit het raam “zij...” probeert hij nog. “Wilfried, wordt het stilaan niet tijd dat je er gewoon voor uit komt?” bromt Raymond vaderlijk. Hij ziet vanuit zijn ooghoeken dat Pasmans zich verbaasd naar hem toedraait “Hoelang weet jij dat al, Raymond?” vraagt hij verrast. “Al een tijdje..., maar eigenlijk wel helemaal zeker vanaf dat je met die Emma uit ging.” lacht hij. Verbluft zakt Pasmans onderuit in zijn stoel en vergeet helemaal te kijken of iemand de wet overtreed, wat prompt gebeurt. “Pasmans, zie je dat die man parkeert waar hij...” “Ach, wat maakt dat uit?” breekt Pasmans hem af. Nu weet Raymond het zeker, Pasmans is werkelijk van zijn stuk gebracht. “Ben je niet opgelucht dat je niet langer verstoppertje moet spelen?” vraagt hij. Pasmans zucht “Jawel... jawel.” Raymond draait het parkeerterrein van het accountantskantoor van Sant op en glimlacht “Nou dan, dat moeilijke gezicht weg en dan kan je me straks vertellen hoe het was in Antwerpen. Laten we eerst Sel en Vanneste maar wat werk gaan bezorgen.” stelt hij voor en parkeert de auto voor de deur. Plots opnieuw veerkrachtig springt Pasmans uit de auto en is als eerste bij de deur. “Politie Gent, Pasmans en Jacobs, we hebben gebeld en een afspraak gemaakt met uw directeur.” overrompelt hij de secretaresse, je zou denken dat ze een crimineel kwamen aanhouden, zoveel voortvarendheid, maar Raymond laat hem maar begaan. De jongen moet duidelijk even zijn energie kwijt. “Ja, meneer van Sant verwacht u.” knikt de secretaresse als ze zich hervonden heeft. “Ik zal u even voorgaan.” Ze stapt achter de balie uit en loopt voor de twee agenten uit naar het kantoor van haar baas. “Meneer van Sant, de politie is hier voor u.” stelt ze hen voor en stapt opzij om hen binnen te laten. Een joviale man stapt vanachter het bureau vandaan en loopt met uitgestoken had op hen af. “Gaat u zitten.” wijst hij als hij hen de hand heeft geschud. Mijn secretaresse heeft me uitgelegd waarom het gaat, het is me nog niet helemaal duidelijk,...” Niet veel later hoort Raymond door zijn telefoon het vrolijke “Vanneste luistert...” dat hij gewend is te horen. “Vanneste, zijn jullie aan het rijden?” vraagt hij “Eh...,” hoort hij “eh... we staan even stil...” Raymond besluit maar niet verder te vragen en geeft door wat hij door moet geven. “Sel...” kreunt Vanneste als hij Sellatin de winkel uit ziet komen. “Je kan toch niet met een pak pampers achterop een politiemotor gaan rijden!” Hij schudt zijn hoofd en Sellatin haalt zijn schouders op “Luister, Lieve belde dat ze op zijn, we passeren letterlijk ons huis... het is een kleine moeite en zij moet anders Nabila helemaal in haar kleren hijsen, in de kinderwagen en dan...” Vanneste heft bezwerend zijn handen op “Ja, ja, laat maar, laten we snel gaan, in hemelsnaam.” Met een zucht stapt hij op zijn motor en kijkt toe hoe Sellatin de luiers achterop zijn motor vast maakt.
Met een bocht schieten ze een kleinere straat in om binnendoor te steken, luiers mogen geen moment te laat aankomen, dat mag duidelijk zijn. “Kom even naar binnen.” Sellatin is al bijna de deur door voor Vanneste kan protesteren, iets wat hij nooit zou doen, omdat hij natuurlijk al lang heeft ingecalculeerd dat Sel even wil knuffelen met zijn dochtertje. Hij gaat niet voor niets die luiers afleveren thuis. Als hij boven aankomt staat Sellatin al met Nabila in de lucht te zwaaien. Ze kraait vrolijk en maait met haar armpjes en beentjes door de lucht. Lieve staat in de keuken en lacht tegen Vanneste als hij binnenkomt. “Thee? Koffie?” wijst ze op wat ze al klaar heeft staan. Sellatin draait zich om “Nee, we moeten echt meteen weer door, maar ik kon het niet laten.” geeft hij toe en laat Nabi tegen zijn borst aan zakken. Hij kust haar op haar hoofdje en ze kijkt met grote donkere ogen naar Vanneste, die zich dan ook niet meer afzijdig kan houden en even onder haar kinnetje moet kriebelen om haar te zien lachen. Vrolijk kraait ze en blaast wat belletjes terwijl ze naar de hand van Vanneste graait. “Zelfs de stoerste mannenharten weet onze Nabila te smelten.” grinnikt Sellatin en geeft het meisje met een spijtige blik en een kus weer terug aan Lieve, zodat ze weer verder kunnen met hun werk. “Nou...” Sellatin zucht en kijkt naar zijn lijstje “dit is ook belangrijk...” Vanneste lacht “Je zou liever huisvader zijn?” vist hij, Sellatin schudt zijn hoofd “Dat zou ik een maand volhouden... ik zweer je, ik kan de hele dag naar haar kijken, maar... mijn werk... nee, dat zou ik niet kunnen missen. Waarschijnlijk zou ik nog sneller tegen de muren omhoog vliegen dan Britt. Dat zou je niet denken zeker?” grinnikt hij. “Ik geloof je niet.” lacht Vanneste en stapt op zijn motor. “Kom op huisvader,” spoort hij Sellatin aan. Die stapt hoofdschuddend op zijn motor en racet achter Vanneste aan de straat uit. 

“Hey manneke, sssssj.” Nadine wiegt het kindje op en neer terwijl ze door de gang van het ziekenhuis blijft lopen. Iedere keer als ze gaat zitten dan lijkt het kindje ontevreden te worden en te willen gaan huilen. Iets wat hij niet eens meer kan, hij moet de hele nacht hebben liggen schreeuwen, zijn stembandjes zijn er stuk van. Eindelijk lijkt hij een beetje tot rust te komen en enigszins tevreden tegen haar borst aan in slaap te vallen. Hij lijkt te begrijpen dat ze hem toch wel vast blijft houden en dat ze hem niet alleen zal laten. Door de gang ziet ze de doktor aan komen lopen “Ok, ik heb hier de uitslag.” Ze heeft een mapje in haar hand en neemt Nadine mee naar een paar stoelen. “Hij ligt al zeker sinds een uur of 10 gisterenavond buiten, maar omdat hij in deze dekens ligt is hij niet meer onderkoeld, zijn handjes zijn uitgedroogd die heeft hij buiten de deken gemaaid natuurlijk, maar met wat crème komt dat zeker wel in orde, maakt u zich daarover maar geen zorgen. Hetzelfde geldt voor zijn stemgeluid, dat komt wel weer terug. Zijn longen zijn dik in orde, ik heb alles onderzocht en het is een heel gezond kindje, het heeft alleen uren en uren liggen schreeuwen. Het is ongelooflijk dat het nog zo gezond is eigenlijk na wat het doorstaan heeft, dat dekentje moet toch warm genoeg zijn geweest en ja, het is natuurlijk nog niet echt koud. Verder... hij is ongeveer een dag of 5 oud, dan kan ik zien aan de navelstreng, die is trouwens nogal onproffesioneel afgebonden, dus ik zou niet denken dat de moeder is bevallen in een ziekenhuis of een kliniek... het is provisorisch gedaan. Maar misschien eens op de kraamafdelingen rond gaan vragen?” Nadine knikt en voelt hoe het kleine jongetje nu rustig, regelmatig ademend tegen haar in slaap is gevallen. “We moesten eerst weten of hij lichamelijk in orde was.” knikt ze “Nu kunnen we de volgende stappen gaan ondernemen.” De dokter staat op “Ik wens u veel succes.” zucht ze, want ze weet dat Nadine doelt op het vinden van de ouders van het jongetje, een hele opgave. Met een vriendelijk 'goededag' verdwijnt ze weer terug naar haar zieken en Nadine blijft achter op de stoelen met het kind in haar armen. “Je moet toch maar eens een naam krijgen.” fluistert Nadine en staat voorzichtig op om hem niet wakker te maken. Beneden zit Rob, die haar gebracht heeft, geduldig te wachten “Alles in orde, baas?” vraagt hij met een knik op het slapende kind. Nadine knikt met een glimlach “Wat schor, zoals alle kinderen na een nacht slecht slapen.” grapt ze, maar Rob heeft duidelijk geen kinderen, hij kijkt haar wat niet begrijpend aan en loopt voor haar uit naar het parkeerterrein. “Rijdt maar terug naar het commissariaat.” stelt ze voor als ze in de auto zitten. Niet veel later zit ze met het kindje nog altijd op haar schouder op haar kantoor. Britt die haar heeft zien binnenkomen stapt het kantoor binnen. “We zijn weinig wijzer geworden eigenlijk.” geeft ze al vast meteen maar toe. “Die vrouw heeft hem gewoon gevonden, maar verder eigenlijk weinig gezien natuurlijk.” Nadine knikt “Dat kan ook eigenlijk niet, hij heeft er waarschijnlijk al sinds de vorige avond gelegen. Nog apart dat niemand hem eerder heeft gehoord, maar goed, zo'n kleintje... mensen hebben misschien gedacht dat het een kat was die miauwde.” Britt kijkt naar het slapende manneke “Hoe is het verder met hem?” vraagt ze “Niet slecht, hij heeft uitgedroogde handjes, maar hij maakt het goed. Hij had honger, ook dat is nu opgelost en je ziet... tevreden.” glimlacht ze. “Ik heb het OCMW al gebeld, hun persoon kan elk moment hier zijn. Ze zei me dat ze meteen al zou informeren bij 'moeders voor moeders', de FOM en de VZW, om te zien of zij misschien een melding of een signaal hebben gehad uit het Gentse. Ongewenste zwangerschappen komen toch vaak bij hen terecht. Ik denk dat je een ambtenaar van burgerlijke stand al kan laten komen, hij zal toch zou gauw mogelijk een naam nodig hebben. Enig idee hoe oud hij is?” Britt gaat op het bureau zitten, maar realiseert zich dan dat ze nog wel altijd in het bureau van haar baas is dus gaat snel recht staan. “De dokter zei dat hij een dag of 5 oud moet zijn.” Britt knikt “Moeder heeft dus gewacht... dat geeft enige hoop, ze heeft hem niet direct weg gelegd... Misschien kunnen we haar vinden...” mompelt ze voor zich uit. 5 Dagen dat geeft hoop, het kind is 5 dagen bij zijn moeder geweest en ze heeft hem niet onverzorgd achtergelaten, ze heeft 5 dagen voor het kind gezorgd. Als ze haar vinden kunnen ze haar misschien overtuigen hulp te zoeken. Er is nog hoop voor dit kind, dat geeft haar nieuwe moed. Er wordt op het raam getikt en de deur gaat open. “Ilse Lemahieu,” stelt een blonde jongedame zich voor “Dat is hem?” ze knikt naar het kindje dat nog altijd rustig slaapt op de schouder van Nadine. “Baas, ik heb Eddie de maxicosi van Vera laten ophalen. Dan hoeft u niet de hele tijd met dat kind rond te dragen.” Tony komt binnen en zet een maxicose met konijntjes en beertjes op de grond naast de stoel van Nadine. Die haalt haar schouders op voor zover dat gaat met een baby erop “Och, ik heb er nog geen last van... Gaat u zitten mevrouw Lemahieu.” Ze gebaart naar een stoel. “Goed, ik zal maar meteen even met een probleem beginnen.” komt de vrouw direct ter zake “Toen ik uw bericht kreeg was ik net op de Blaisantvest bij de VZW dus en hun crisisopvang gezinnen zitten vol. We hebben tegenwoordig überhaupt een probleem met plaatsing van kinderen, hier in Gent kunnen we nog maar de helft van het aantal kinderen dat eigenlijk pleegopvang nodig heeft kwijt. We hebben steeds meer opvang nodig... het is er gewoon niet. Zij hebben een aantal gezinnen die aangemeld staan als crisis opvang, mensen die bereid zijn om onmiddellijk een kind in huis te nemen en voor korte tijd. Ze hebben zelfs crisisopvang kinderen bij gewone pleegouders zitten. Ze weten dus om kort te gaan niet wat ze met.... hebben jullie al een naam.... aan moeten... Ik heb al wat rond gebeld, maar er is geen plaats voor hem. Daar moet ik dus nog wat meer achteraan, ik weet even niet zo goed hoe ik dat op moet lossen.” Ze kijkt even hulpzoekend rond, maar als niemand met een goed idee komt gaat ze maar verder. “Ook heeft niemand, van een van de organisaties als moeders voor moeders, een tip gehad, of een idee, er zijn wel wat vrouwen met ongewenste zwangerschappen in de begeleiding, maar voor zover zij weten is daarvan nog niemand bevallen en loopt de begeleiding goed. Zij zullen rond horen, maar ik verwacht daar dus niet veel van. Ik neem dus aan dat die moeder niet een, twee, drie gevonden is. We moeten dus echt iemand vinden die dit kind in huis wil nemen zo lang. Ook hebben we een ambtenaar nodig om proces verbaal op te maken, graag zo snel mogelijk, zodat we het kind een naam kunnen geven... U heeft het attest van de dokter?” Nadine knikt en overhandigt haar een mapje. “Ik zal Max even bellen, er zal toch iemand van het stadhuis hier moeten komen voor die officiële naamgeving van die kleine, daarbij als dit uitlekt dan wil de pers er meer van weten, het is al lang geleden dat we de laatste vondeling gevonden hebben hier in Gent.” Britt knikt “Als u wilt bel ik naar de overkant baas, de burgemeester hoeft dat niet perse zelf te doen...” Nadine schudt haar hoofd “Ik wil graag dat Max komt.” Snel typt ze het nummer in en wacht tot ze de secretaresse van Max de bekende welkomstgroet hoort afwerken. Al gauw heeft ze Max aan de lijn. “Hey, heb je ook niets te doen?” begroet hij haar “In tegendeel, ik heb mijn handen vol.” grapt ze “Verveel je je?” wil ze weten. Max lacht “Je weet hoe het gaat hier.” zucht hij theatraal. “Dat komt goed uit, ik heb hier iets wat je dag opslag minder saai zal maken, kom maar naar hier.” Hij probeert nog even te vissen wat ze dan heeft, maar Nadine laat niets los en het duurt dan ook niet lang of de deur gaat opnieuw open. Hij lijkt een beetje teleurgesteld als het hele bureau vol blijkt te zitten met mensen, maar besluit zich niet te laten kennen. Hij loopt naar Nadine toe en geeft haar een snelle zoen. “Dag lieverd, hoe gaat het?” Nadine lacht en ziet nog net hoe mevrouw Lemahieu wat verbaasd naar hen kijkt. Max ziet niets en buigt zich naar voren. “En wie is dit kleine kereltje?” vraagt hij terwijl hij het kindje bekijkt wat rustig door blijft slapen tijdens alle commotie om hem heen, onwetend van zijn plaatsingsprobleem, naamloosheid en alle andere grote mensen ellende, hij heeft gegeten en is doodmoe naar zijn doorwaakte nacht. “Een vondeling.” Nadine laat het jongetje tegen haar armen aan wat naar achter leunen, zodat Max hem kan bekijken. “Een vondeling.” echoot die, hij voorziet direct een persconferentie. “Waar?” wil hij weten “Onder de st. Michielsbrug, aan de kant waar het dat restaurant zit; de Graaf van Egmont. Niet ver van het restaurant eigenlijk. Dus meer aan de voorkant daar bij het kerkgebouw, maar dan aan de andere kant. Hij is daar waarschijnlijk gisteren om een uur of 10 neergelegd en vanochtend vroeg pas gevonden door een oude vrouw die met haar hondje ging wandelen. Hoe hij niet gevonden is gisteren is me een raadsel, er eten mensen genoeg daar, maar misschien dachten ze dat het een kat was. Hoe dan ook, hij is gezond, hij heeft een naam nodig.” vat Britt samen. “En die mag ik bedenken?” raadt Max. Hij denkt een tijdje na en kijkt naar het kind. Dan kijkt hij Nadine aan “Wat denk je van Michiel? Michiel van Egmont? Hij is onder de Michielsbrug gevonden, dus het lijkt me een goed idee om hem naar zijn eigen beschermheilige te vernoemen en van Egmont... naar de graaf, van het restaurant... Onze eigen kleine graaf van Egmont?” Nadine lacht en kijkt naar het kindje “Hallo Michiel.” alsof het zijn naam herkent opent het kindje plotseling zijn ogen en kijkt verbaasd naar Nadine, dan gaapt hij en sluit zijn ogen weer om terug in slaap te vallen. “Michiel dus,” bevestigt mevrouw Lemahieu. “Laten we de papieren even in orde maken.” stelt Britt voor “Dan zal ik ondertussen opvang proberen te vinden.” knikt mevrouw Lemahieu. Terwijl Max en Britt het proces verbaal opstellen dat voorlopig ter vervanging van de geboorte-akte zal dienen, horen ze mevrouw Lemahieu de ene na de andere 'nee, geen plaats' verwerken. “Tijdelijke voogdij?” vraagt Britt. Mevrouw Lemahieu spelt de naam van de voorzitter van het OCMW, die altijd in naam de tijdelijke voogdij over vondelingen krijgt, al is zij daar straks door haar baas belast met de uitvoering van die eer. Het eerste te overwinnen probleem blijkt in ieder geval al meteen een mission impossible, dus dat kan nog wat worden met dit kind, denkt ze. Wat een voorteken. Na de zoveelste 'nee' belt ze kribbig haar baas op om hem het hele probleem voor te leggen. “Een vondeling... ik denk dat we toch het best zo snel mogelijk een adoptiegezin zoeken, want bij dit kind is er wel een kans... misschien dat dat vlotter gaat bij zo'n kleintje. Niemand wil een baby in de crisisopvang.” stelt ze voor “Maar het probleem voor de onmiddellijke opvang blijft bestaan, het zal toch ergens heen moeten... de komende week, weken. Zelfs als ik een lange termijn oplossing vindt, dan zal ik dat pas binnen een maand rond hebben. Dat kind kan pas op zijn vroegst over een maand naar dat gezin.... dan hebben de ouders nog 6 maanden om op hun beslissing terug te komen... ook geen aantrekkelijke gedachte... wat wil je dat ik doe, daaraan beginnen werken?” Britt hoort hoe ze zucht “Ok... ok, maar luister wat doe ik dan nu met hem.... Nee, ik kan niet nog een kind thuis opvangen baas, ik heb mijn handen vol aan Jaydie en daar is voorlopig ook nog geen einde in zicht, ik kan daar geen baby bij hebben.... ja, dat zij je van Jaydie ook en die is er nu ook al drie weken.... geloof me, ik krijg ruzie met mijn man als ik dat doe en om eerlijk te zijn, ik kan het er nu niet bij hebben. Ik ben bezig met mijn eigen zwangerschap en Jaydie, vooruit dan, maar ik denkt dat dit te slopend gaat zijn voor me, emotioneel.... ik weet het.... nee, ook niet voor een paar weken... Ok, ik doe mijn best baas, maar aarzel niet om te bellen als je een idee hebt.” Als ze oplegt hoort ze Britt die hardop de plek waar Michiel gevonden is voorleest van het proces verbaal, “Tony, jij hebt de aantekeningen, hoe laat was het precies?” roept ze “Britt, alsjeblieft, dadelijk maak je hem wakker.” maant Nadine haar aan om stiller te doen. “8 uur 17, precies...” Tony buigt zich even naar binnen, om niet terug te hoeven gillen. Mevrouw Lemahieu heeft zich inmiddels weer op de telefoon gestort en Britt vertrekt om wat kopieën te gaan maken. De smeekbeden van mevrouw Lemahieu worden hoe langer hoe heftiger en ook lijkt de tijd dat Michiel moet blijven te verkorten, ze heeft het al over een paar dagen totdat ze weer een ander stel heeft gevonden. Ze gaat zo op in het zoeken dat ze Nadine en Max al lang niet meer in de gaten houdt, laat staat dat ze luistert naar wat ze zacht met elkaar bespreken. “Wat een schatje, zeg.” glimlacht Max “Zal ik hem even over nemen van je?” vraagt hij, alsof hij een grote hulp wil zijn, zodat hij niet hoeft toe te geven dat hij ook graag even zo'n klein ventje vast wil houden. Nadine dumpt met een glimlach de baby in zijn armen en kijkt even toe. “Ik ga je iets geks vragen.” zegt ze zacht “Of je hem mag houden?” lacht Max. “Nou... niet voor altijd, maar zou het heel raar zijn als wij hem opvangen... ik bedoel, alleen maar tot ze een adoptiegezin voor hem hebben gevonden of een andere oplossing... een week... ofzo. Ik zou een paar vrije dagen kunnen opnemen en ik kan ook wel vanuit huis wat werk doen en ik zal een oppas zoeken. Jij woont letterlijk op steenworp afstand van het commissariaat, als er iets is ben ik snel genoeg hier... Ik zal de luiers verschonen...” pleit ze om Max te overtuigen, maar die heeft geen overtuiging nodig. Hij twijfelt geen moment, omdat hij weet hoe graag Nadine dit wil en eigenlijk wil hij zelf net zo graag. Ze zijn alle twee te oud om ooit in aanmerking te komen voor een adoptiekind en hun banen zijn te belangrijk om ooit als pleegouders door het leven te willen gaan, maar nu, dit kindje, voor een maand. Waarom niet? “Denk je dat ze dat doen, we zijn niet geregistreerd als pleegouders en we hebben geen van beiden kaas gegeten van kinderverzorging...” twijfelt hij nog even, om haar enthousiasme wat in te tomen, voor het geval het inderdaad allemaal niet door zou gaan. “Nou, ik denk niet dat ze daar zo op zal letten nu, ik geloof niet dat ze die luxe heeft.” zegt ze met een knikje op mevrouw Lemahieu, die intussen opgestaan is en op en neer loopt te ijsberen met de telefoon, zonder nog te letten op overige gebruikers van het bureau. Met een glimlach wachten Max en Nadine tot ze opnieuw heeft opgehangen en haar adressen boek doorbladert op zoek naar nog meer mogelijkheden om Michiel ergens onder te brengen. “Misschien kunnen wij helpen?” onderbreekt Max haar gezoek. “Heeft u nog een crisisopvang die ik niet ken?” moppert mevrouw Lemahieu, onaardiger dan ze bedoelt, de zwangerschapshormonen brengen niet het beste in haar boven, ze is inmiddels moe en kribbig en voorziet dat ze dit kind straks zelf mee naar huis zal moeten nemen, iets waarop ze niet bepaald zit te wachten. Ze vervloekt het moment waarop ze vanochtend haar telefoon opnam, zodat haar baas deze last op haar schouders kon dumpen en is niet in de stemming voor grapjes. “Nee, maar wij zouden graag voorlopig voor Michiel zorgen... totdat u een andere oplossing heeft gevonden natuurlijk.” Hij wijst op Nadine en zichzelf. “U...?” uit mevrouw Lemahieu en beseft onmiddellijk hoe oneerbiedig dat klinkt “Ik bedoel, bent u geregistreerd als crisisopvang.... als pleegouders?” hakkelt ze om die fout te herstellen. “Nee,” geeft Nadine toe “maar ik heb het idee dat u niet zo ver komt met die geregistreerde pleegouders en wij zouden het leuk vinden een week of eventueel een paar weken voor Michiel hier te zorgen. Ondertussen zullen wij alles doen om de ouders op te sporen en met een beetje... nouja, een flinke dosis, geluk hebben we hen spoedig gevonden, zodat u verder kunt bekijken wat er met Michiel moet gebeuren... Mevrouw Lemahieu, we hebben geen kinderen, maar we kunnen zeker spullen lenen van vrienden en we zouden het...” Mevrouw Lemahieu onderbreekt haar en steekt een hand uit “Ilse... zeg vooral Ilse, u heeft zojuist mijn huwelijk gered. Ik zal mijn baas bellen en natuurlijk zal ik alles doen om de situatie zo kort mogelijk te laten duren, maar dit geeft mij even wat adempauze.” zucht ze opgelucht. Hoewel Ilses baas even moeilijk doet weet ze hem er van te overtuigen dat het vrij onwaarschijnlijk is dat een politiecommissaris en een burgemeester een kind zullen vermoorden in de week dat het bij hen zal zijn, al was het maar vanwege hun functie en dat hoewel de twee geen ervaring hebben met kinderen, ze erg enthousiast lijken. Nadat Nadine en Max hebben toegestemd een stoomcursus pleegouderschap te volgen geeft de man toe, omdat hij ook geen andere oplossing weet. Al waarschuwt hij Ilse nog wel dat het onder haar verantwoordelijkheid gebeurd en ze zich dat goed moet realiseren. Natuurlijk realiseert zij zich wel dat ze een risico neemt, maar ze heeft ook geen beter idee en deze twee mensen zien er niet uit als kindermoordenaars uit, dus sluit ze de gok te wagen. Het duurt nog ruim een uur voor alles is afgehandeld, een uur waarin Max twee keer op en neer moet naar het stadhuis en lunch gaat kopen, maar steeds weer terug keert om even naar Nadine en Michiel te komen kijken en als Ilse eindelijk het bureau verlaat kijken ze elkaar even aan. “Ongelooflijk.” glimlacht Max en kijkt naar Michiel die na een paar keer te zijn wakker geweest en een flesje, weer ligt te slapen in de maxicosi dit keer. Nadine knikt, ook zij kan nog niet precies bevatten wat ze zojuist hebben gedaan en ze prent zich in dat ze Michiel straks niet moet vergeten als ze naar huis gaat. Max slaat zijn armen om haar heen “Ongelooflijk.” herhaalt hij nog eens en kust haar op haar voorhoofd. Als Max weer terug is naar het stadhuis kan Nadine niet tot werken komen, ze kan haar ogen niet afhouden van het jongetje en probeert nu een lijst op te stellen van zaken die ze nodig heeft om fatsoenlijk voor hem te kunnen zorgen. Max heeft al beloofd dat hij zijn assistent uitstuurt op flesjes, speentje, luiers en babyvoeding en Nadine verwacht van Britt en Tony wat babyspulletjes te kunnen lenen. Ze kan het nu niet vragen, want die twee zijn al een tijdje weg om getuigen te zoeken bij de sint Michielsbrug, onwetend van wat Nadine zich op de hals heeft gehaald. Vooralsnog lijkt Michiel weinig problemen te geven, maar ze twijfelt er niet aan of hij zal zich vannacht laten horen. 

“Huizen genoeg, mensen genoeg, maar niet eens een heel klein beetje informatie.” vat Tony de hulpeloze situatie waarin ze verkeren samen als ze weer in de auto zitten. Een waterig herfstzonnetje probeert de natte kasseien wat vrolijker te maken door ze goud te laten blinken. “Ja, ik weet het ook niet meer, wat doen we?” Britt kijkt omhoog naar de spitsloze toren van de sint Michielskerk waar ze voor staan geparkeerd. Ze hebben al bijna drie uur gezocht naar mensen die ook maar iets gezien hebben dat hen naar de ouders van Michiel zou kunnen leiden. “Denk je het antwoord in de toren te vinden?” grinnikt Tony als ze Britts' blik omhoog volgt. “Je weet wat ze zeggen... je vindt alle antwoorden bij God .” lacht Britt en kijkt naar een jonge vrouw die de kerk uitkomt en de trappen af loopt. “Zijn hier eigenlijk veel diensten?” vraagt ze zich hardop af. “Deken Brondeel, hij is hier pastoor en ook van sint Niklaas en sint Baafs, van alle centrum parochies.” weet Tony, verbaasd kijkt Britt opzij “Dat had ik nu nie achter u gezocht, een kerkganger...” Tony lacht “Ja, elke zondag zit ik om vergiffenis te smeken. Ik moet nog wat zondagen, maar dan zal ik wel weer toegelaten worden daar boven... Nee, we hebben iets met sint Jacobs gehad toen je zwangerschapsverlof had. Er zijn 24 parochies hier in Gent die samenwerken, hij coördineert dat allemaal, vandaar dat we toen met hem te maken hebben gehad en daarom dat ik weet dat hij pastoor is van deze drie centrum parochies... er zijn tien centrumparochies... hij heeft het allemaal uitgelegd... meerdere keren... en toen nog eens een keer.” Tony draait met haar ogen om aan te geven wat ze van de uitleg vond. “Ik ben blij dat je zo goed geluisterd hebt, Dierckx.” prijst Britt haar collega. “Maar op maandag is er toch geen dienst denk ik?” Tony haalt haar schouders op “Geen idee, waarom wil je dat weten?” Britt kijkt eens naar de kerk “Als er gisterenavond een dienst was, op zondag, hoe laat zou dat dan zijn, hoe laat zou zo'n pastoor dan naar huis gaan, zou hij niets gehoord of gezien hebben? Zo'n man is natuurlijk niet met zijn vriendin ofzo bezig... een beetje anders dan de mensen die hier gewoonlijk uitgaan.” oppert ze. “Ik weet niet of er een mis was gisteren... we kunnen even gaan vragen, die kerk is open zo te zien, dus er zal zeker iemand binnen zijn, toch?” neemt ze aan. Ze stappen uit en wandelen naar de kerk. Britt probeert zich het Michielsplein voor te stellen zonder het daglawaai, wat een beetje lastig is om 5 uur 's middags, op een mooie zonnige herfstdag. “Dit is wel het laatste wat ik vandaag nog doe hierVan de Korenlei komt de vrolijke herrie van toeristen, die deze mooie maandag hebben uitgekozen om naar Gent te komen. Het zal een van de laatste echte mooie dagen zijn, gokt ze en daarvan maken mensen gebruik. Ze draait zich om en ziet mensen met cameraatjes over de brug lopen en op het plein voor de kerk staan. Straks zullen ze een restaurantje opzoeken op het sint Baafsplein, in het Patershol, de Korenlei of de Graslei. Straks zal het hier rustig zijn, het is onwaarschijnlijk dat een pastoor, met niets aan zijn hoofd, het gehuil niet gehoord zou hebben... maar zou een pastoor babygehuil herkennen? Ze stappen binnen in de grote kerk waar een orgelmuziek meteen de goede sfeer geeft, een devote sfeer. Op het altaar lopen een paar mensen rond die op aanwijzing van een man dingen ophangen. “Meneer, moet dat hier?” horen ze een jongeman vragen die op een ladder staat te wankelen met een banner in zijn armen. Tony kijkt Britt aan “Het lijkt hier precies een feest.” Britt haalt haar schouders op “Ik weet ook niet in welke tijd we nu zitten, kerkelijk gezien bedoel ik.... is het al advent?” Tony schudt haar hoofd “Nee, dat denk ik niet... wat komt er voor advent, dat is het denk ik.” Britt lacht en schudt haar hoofd “Kom op, je raadt maar wat, nou, die man daar lijkt me de baas hier, die weet vast wel of er gisteren een mis was.” Ze lopen het altaar op en de man komt direct op hen af. “Eh... dames, sorry, wat...” Britt kijkt Tony aan, die knikt met een veelbetekenende blik. “Deken Brondeel, Tony Dierckx, Britt Michiels, politie Gent...” De man blijft staan en glimlacht “Michiels... in onze Michielskerk, welkom... wat kan ik voor u doen.” Hij loopt het altaar af en gaat naast hen staan “Ik herinner me u, u bent in de zomer al eens bij me geweest...” knikt hij Tony toe. “We wilden eigenlijk weten of er gisterenavond een mis is geweest hier in de kerk.” zegt die. De man schudt zijn hoofd “In deze kerk hebben we op zaterdagavond om half 6 een mis en zondagochtend om half 11. Hoezo?” Britt knikt “Er was dus niemand hier gisteren?” wil ze weten. “Nee, dat zeg ik niet. We hebben deze week de start van een speciale tijd, we gaan ons bezinnen en dat doen we met het Taize gebed, tenminste we introduceren het en we willen wat meer aan de spiritualiteit werken, kijken naar meerdere religies... de verandering in onze samenleving maakt dat onze wereld verandert, we moeten daar in mee, we moeten kijken hoe we daar mee omgaan....” betoogt hij en Britt kan het niet laten een blik te wisselen met Tony, ze begrijpt nu wat zij heeft meegemaakt in de zomer. “Ok eh... meneer pastoor, eh... hoe laat waren uw mensen weg?” hakkelt ze. “Meestal werken we tot een uur of 9. Gisterenavond ook, later dan dat waren we niet weg. We moeten hard werken, want gisterenochtend hadden we natuurlijk de dienst en op woensdag beginnen we al met die Taizebijeenkomst. De meeste vrijwilligers hebben allemaal een baan, die moeten dat daarna nog komen doen, dus we kunnen meestal pas om een uur of 5 echt beginnen, en dus dan...” Britt knikt “Ok, ok, dus u bent om 9 uur weg gegaan, u was daarbij, correct? Hebt u toen toevallig iets opmerkelijks gehoord of gezien?” Eindelijk heeft ze een manier gevonden om de man zijn mond dicht te laten houden “Iets opmerkelijks, hoe bedoelt u?” vraagt hij verbaasd. “Ik zal u vertellen waarom. Vanochtend is hier min of meer voor de kerk onder de brug een vondeling gevonden door een oude vrouw. Het kindje is daar gisterenavond neergelegd, waarschijnlijk rond de tijd dat u hier bent weg gegaan. We zijn op zoek naar de ouders, dat zult u begrijpen. Vandaar dat we in de buurt rond vragen of iemand iets gezien of gehoord heeft...” De pastoor knikt begrijpend en schudt zijn hoofd “Niets gehoord of gezien... zoals ik al zei, we zijn om 9 uur weg gegaan, samen, tja, dat is zo'n geklets en gekwebbel, u kent het....” Britt knikt en kijkt Tony aan, hier komen ze niet verder. “Ok, ik wens u heel veel succes met uw bijeenkomst... Als u misschien nog iets te binnen schiet, als u iets gezien hebt die avond, ook als het iets kleins is...” Britt steekt hem het kaartje toe om hem de mond te snoeren en neemt dan afscheid met een vriendelijke knik. “Nu snap je waar ik het over had.” grinnikt Tony als ze weer terug zijn in de auto. “Laten we in hemelsnaam terug gaan, ik ben echt uitgeput, wij gaan vandaag die moeder niet meer vinden.” brengt Britt hun beider gemoedstoestand onder woorden. Ze voelt zich vermoeider dan ze zich voelt na een achtervolging. Het nutteloze rondslenteren de hele dag heeft zijn tol geëist, met name het feit dat hun inspanningen werkelijk niets hebben opgeleverd irriteert hen enorm. Zwijgend en beiden met hun eigen gefrustreerde gedachten komen ze aan op het commissariaat. Als ze binnen willen gaan komt de burgemeester ook net aangelopen. “Dames... al iets opgeschoten? Nadine vertelde me dat jullie de hele dag al op zoek zijn naar Michiels' ouders?” Britt schudt haar hoofd “We zijn werkelijk geen stap verder.” geeft ze toe. De burgemeester lacht “Och, doe maar niet te veel jullie best, nog niet tenminste...” glimlacht hij en houdt de deur galant voor hen open. “Waarom niet?” Tony kijkt hem verbaasd aan. “Waarom niet?” Ze lopen de trap af “Ah, jullie weten het nog niet.” concludeert de burgemeester en Tony kijkt Britt vragend aan “Wat weten wij niet?” Britt haalt haar schouders op, de man spreekt in raadsels, vindt ze. Ze lopen naar de zaal en Britt stort op haar stoel om even achterover te hangen. Sellatin die het ziet staat op en loopt naar haar toe. “Hey, wat zie je er moe uit, niets gevonden?” raadt hij en masseert haar schouders. “Ik vraag Jaap of hij ook hier komt werken.” merkt Tony jaloers op. “Hoe gaat het met die kleine?” vraagt ze Vanneste die achter zijn bureau hangt. Hij wijst op de glazen deur van Vanbruane waardoor de burgemeester nu verdwijnt “De baas heeft hem geadopteerd.” Tony lacht “Ja, ja, wat, is die kleine nog hier?” Ze kijkt verbaasd, het kind had nu toch al lang in de opvang moeten zitten. “Ik maak geen grapje.” zegt Vanneste bloedserieus en wijst op het bureau waar de burgemeester nu Michiel overneemt van Vanbruane en hem de fles geeft. “Nee...” Tony kijkt Sellatin aan “Ben overdrijft, de baas en de burgemeester worden de pleegouders van Michiel zolang ze geen anderen kunnen vinden. De crisisopvang zit vol en nouja, een hele uitleg, hoe dan ook. De baas heeft aangeboden Michiel in huis te nemen. Jullie moeten maar even naar hen toegaan, ze heeft een lijst van spulletjes die ze nodig heeft en wil lenen. Britt ik heb al aangestreept wat ze van ons kan hebben en het Lieve al klaar laten zetten, ik zal het straks even bij hen langs gaan brengen.” Hij kust haar op haar haren en gaat weer aan zijn bureau zitten. “Ah, ik ben weer uitgerust.” glimlacht ze en slaat haar armen van achter om hem heen voor ze doorloopt naar het bureau. Tony komt erachter aan en klopt even op de deur voor ze naar binnen gaan. “Wat horen we baas?” wijst ze op de burgemeester die even opkijkt, maar dan zijn aandacht weer vestigt op Michiel die vol overgave aan de fles zuigt en zijn grote donkerblauwe ogen gevestigd houdt op de burgemeester, zijn handjes maaien door de lucht en proberen de stropdas te grijpen. “Ga je hem mee naar huis nemen.” het komt er lomper uit dan ze bedoelt en Britt kijkt haar waarschuwend aan. Vanbruane wordt geheel volgens gewoonte rood tot in haar hals, weet niet goed waar ze kijken moet en gaat dan achter de burgemeester staan, die de fles even weg zet en zijn vrije arm om haar heen slaat. “Ik vind het heel goed, zo'n kindje verdient een rustige omgeving. Hij heeft genoeg meegemaakt.” negeert Britt de rode wangen van haar baas en gaat verder “Je had een lijst van spulletjes die je hebben wilde, ik geloof dat Sel al wat heeft afgestreept? Tony komt kijken of ze de rest heeft.” Vanbruane herstelt zich weer en schuift hen de lijst toe die ze heeft opgesteld, Britt herkent de vlugge krulletjes van Sellatin en Tony laat haar blik gaan over wat nog over is. “Dat moet lukken.” knikt ze, “ik... wij zijn klaar voor vandaag, we hebben geen aanknopingspunten... we kunnen die moeder niet vinden en...” Vanbruane knikt met een lachje “Je mag gaan om die spullen thuis te zoeken.” Tony haalt opgelucht adem en verdwijnt uit het bureau. Ze is ook zo lomp af en toe, er zit gewoon geen rem op haar mond, wat ze denkt vliegt er in harde woorden meteen uit. Hoofdschuddend doet ze haar jas aan en zwaait even naar Britt voor ze de gang in verdwijnt. Britt zwaait terug “Het is een schatje.” Ze aait Michiel door zijn donkere haren en lacht als zijn ogen even die van de burgemeester los laten en haar kant opdraaien. “U verhuist dus al een beetje eerder neem ik aan?” vraagt ze Vanbruane “Wel... ja, eigenlijk wel, maar ik heb mijn spulletjes nog niet echt ingepakt... ik neem morgen een dag vrij en dan neem ik Michiel mee naar mijn huis, dan kan ik in pakken als hij slaapt. Voor de verhuis krijg ik toch een dag vrij en die kan ik met hem wel gebruiken.” Britt lacht “U heeft vast een schuif op de Hertogstraat...” Voor Vanbruane wat kan zeggen onderbreekt de burgemeester haar met een lach “Een schuif? Meer kastruimte dan ik gebruik zul je bedoelen. Ze heeft mijn halve huis al heringericht, maar ik klaag niet, het is een stuk leuker geworden en het gaat nog leuker worden. Nadine, wat denk je? Zullen we naar huis gaan, ik denk dat Michiel het wel even uithoudt, hij heeft genoeg gegeten.” In zijn armen ligt het jongetje wat ongemakkelijk op en neer te wurmen en maakt zacht klagelijke geluidjes. “Hij moet een boertje laten.” wijst Britt. “Oja, natuurlijk.” Voorzichtig tilt de burgemeester Michiel naar zijn schouder om hem de kans te geven wat lucht kwijt te raken. “Je moet een beetje op zijn rug kloppen.” helpt Britt hem en op het moment dat de burgemeester dat doet herinnert ze zich iets belangrijkers, al is het dan al te laat. “Oh, je moet even een doekje...” Vanbruane kijkt opzij terwijl Michiel het dure pak van de burgemeester verpest door half verteerde melk over de schouder heen te spugen. “Oh Max...” Vanbruane slaat een hand voor haar mond en probeert wat van het witte spul weg te poetsen, maar de burgemeester draait zich om en drukt een kus op haar lippen om haar de mond te snoeren. “Ik zal misschien beter geen dure pakken meer aan trekken. Kom, we moeten naar huis, ik moet een andere trui aan.” Michiel kijkt een beetje verbaasd over zijn schouder naar Britt en laat zijn hoofdje op de schouder zakken om weer in slaap te vallen. 

“Doe jij open? Het zal Sellatin zijn, of Tony...” roept Nadine naar Max. Ze kan niet opstaan, ze heeft Michiel op haar arm en ze is niet van plan het jongetje al weg te leggen. Haar natte haren rusten op Max' ochtendjas en ze voelt zich dolgelukkig op de bank in Max' woonkamer... hun woonkamer. Michiel ademt rustig, hij lijkt tevreden met zijn nieuwe woonplek, het is in ieder geval beter dan de straat. Max komt vanuit de keuken voorbij en kust haar snel op haar natte haren “Je ruikt zo heerlijk.” fluistert hij en loopt door naar de deur, zelf geurt hij naar de pastasaus met lenteui en zalm die hij aan het bereiden is, ruikt Nadine. Ze hoort de deur open gaan en een vrolijk “Als je effe mee kunt helpen, dan hoef ik de auto niet alleen daar te laten staan, als Tony's collegas me zien staan dan schrijven zeer me weer op.” van Jaap. Hun stemmen sterven weg en even later komen de twee mannen binnen met een aantal tassen, een babybadje, een ledikantje en een matrasje. “De uitleg van hoe het in elkaar moet zit er nog bij.” Nadine kijkt verbaasd op “Heeft Tony dat bewaard?” dat kan ze zich niet voorstellen. Jaap schudt met een lach zijn hoofd “Nee, dit is het bedje van Thomas, ja, ik bewaar al die handleidingen in een map, zodat ik ze niet kwijt raak, dat Ikea spul, je kent het... als je het niet precies doet volgens de spelregels dan krijg je een keuken als je een bedje in elkaar wilt hebben en een bank als je een keukenblok bouwt.” Hij overhandigt Max een zakje met schroeven, draaisleuteltje en uitleg keurig bij elkaar. “Ik wil jullie vragen om het na gebruik ook weer terug te geven.” voegt hij er snel aan toe. “Zijn jullie van plan om het nog eens te gebruiken dan?” Nadine kijkt nieuwsgierig naar zijn gezicht “Eh...” Jaap is niet gauw van zijn stuk gebracht, maar weet duidelijk niet wat moet hij moet zeggen. Dat kan twee dingen betekenen, denkt Nadine, of hij wil het graag, hoopt erop en heeft het er nog niet met Tony over gesproken, of ze hebben het wel besproken en Tony heeft hem op straffe des doods opgelegd erover te zwijgen. Max ziet Jaap rood worden en grijpt in “Goed, het zal wel lukken denk ik, zo'n Ikeabedje dat moet ik nog wel kunnen hoop ik.” Jaap knikt “Als het nou niet gaat, dan bel, dan kom ik wel even helpen, we kunnen het ook nu meteen even doen, maar dan zet ik misschien beter mijn auto even op een parking...” Max lacht “We komen er wel uit, het is al laat, ga maar lekker naar huis.” Als Jaap net 5 minuten weg is wordt er opnieuw aan gebeld. Sellatin staat op de stoep met een paar tassen vol flesjes, kruikjes, dingetjes die Nabila al niet meer nodig heeft. “Kijk maar hoe lang je het nodig hebt, we hebben het toch niet meer nodig.” Sellatin legt de spullen op de tafel. “Je zou het kunnen bewaren voor Tony.” flapt Nadine eruit. Sellatin glimlacht, van Jaap weet hij al langer dat die zeker nog graag een kind zou willen met Tony en Britt had zelf al voorgesteld de babyspullen te bewaren voor Tony, dus neemt hij aan dat Tony ook al heeft door laten schemeren nog een derde kind te willen. Sellatin twijfelt of dat het een goed idee is voor de mensheid, Vera en Thomas lijken precies genoeg ellende te veroorzaken voor een gezin, maar goed, het is hun eigen keuze en verantwoordelijkheid. “Je mag het direct aan hen mee geven.” glimlacht hij en staat op. “Er is weinig avond meer over, maar ik ga jullie met rust laten en nog wat genieten van de rest van de avond.” zegt hij, hoffelijk en beleefd als altijd. Met een 'goede avond' verlaat hij het huis weer en nu zijn Nadine en Max weer samen, samen met Michiel en met een hele hoop nieuwe spullen. “Heb je tijd om te eten?” Max kijkt Nadine aan die nu net klaar is met het voeren van Michiel “Ik wacht even tot hij slaapt....” Max knikt en kijkt naar het bedje “Zal ik dit dan maar eens in elkaar zetten?” Hij stroopt de mouwen van zijn overhemd op en opent het pakket. “Wat een hoop plankjes...” hoort Nadine hem mompelen en al snel zit ze te kijken naar een theatervoorstelling. “Ik begrijp nu waarom je de politiek bent in gegaan...” grinnikt ze als hij het voor de tweede keer uit elkaar moet halen omdat er iets niet klopt. “Ik heb nooit gezegd dat ik ook maar een klein beetje handig ben. Waar moet dit? Dat ziet er toch hetzelfde uit als die andere?” Nadine staat op en komt even kijken “Volgens mij heb je de verkeerde schroeven gebruikt, kijk maar, die moeten daarin en degene die je hier hebt ingedraaid zijn korter, dan valt het dadelijk weer naar beneden.” Met een diepe zucht haalt Max voor de derde keer alles uit elkaar. De vierde keer blijkt echter scheepsrecht en uiteindelijk staat er dan toch een ledikantje met een verstelbare bodem, het duurt even voor Max doorheeft hoe je het moet verstellen, maar eindelijk heeft hij het voor elkaar. “Valt hij er zo niet uit?” vraagt hij “Max, hij kan zich nog niet eens omdraaien.” lacht Nadine en geeft hem een zoen “Het ziet er prachtig uit. Je bent een vakman, mijn vakman.” Hij zoent haar terug en kijkt naar Michiel “Hij is er in ieder geval klaar voor.” wijst hij op het slapende manneke “Hier, neem jij hem eventjes over, dan maak ik het bedje op. Waar willen we het neerzetten?” Max neemt Michiel voorzichtig over. “Doe maar hier in de kamer, als het later ergens anders moet dan verzetten we het wel.” Nadine schuift het bedje voor het raam en legt het matrasje erin. Ze rommelt wat in de tassen en vindt wat ze zoekt, lakentjes voor het matrasje en een slaapzakje waarin Michiel kan slapen. Ze zet een knuffel in het ledikant en legt de slaapzak open klaar. “Zal ik hem er zo in leggen?” Max legt Michiel voorzichtig op de slaapzak en Nadine wurmt zijn armpjes erin. Nog even staan ze te kijken naar Michiel die rustig door blijft slapen. “Wil je nu wat eten dan?” pleit Max “Of wil je eerst al deze spullen uitzoeken?” Nadine lacht “Laten we eerst eten. Ik denk dat de nacht nog lang genoeg wordt.”



Vorige ] Omhoog ] Volgende ]