(Merel in Brussel bij federalen)

Duizend mijlen onder zee

“Verdomme, nou had ik toch echt nagekeken hoe dat er in moet… waarom doen die kabeltjes het dan niet?” Alle aanwezigen in de vergaderzaal hangen vermoeid in hun stoel achterover te kijken naar het gestuntel van de burgemeester. Een vergadering met de burgemeester en zijn powerpointpresentaties mondt altijd uit in een ellendig lang kijken naar het gestuntel en gesakker van meneer de burgemeester alvorens er kan worden begonnen met dat waar het om draait… de presentatie en de vergadering. Hoe de arme man ook op knopjes drukt en kabeltjes aan duwt, het blijft bij een aandoenlijke poging tot slagen, daar het beeld meedogenloos weg blijft. Vanbruane kijkt met een geamuseerd lachje naar al het gestuntel en getier en haar ogen dwalen van de beamer naar de kabel en van daar uit naar het stopcontact. Waar ze ziet dat de stekker niet in het contact zit. “Max… misschien moet je de stekker erin steken… Max?” ze zegt het op doodnormale toon, maar als ze ziet dat de meeste mensen in de zaal hun hoofd naar haar draaien herstelt ze zich snel, ze beseft te laat dat ze hem bij zijn voornaam heeft genoemd in het alledaagse zinnetje, alsof ze het tegen hem heeft als hij thuis op de bank de afstandsbediening de verkeerde kant op houdt als hij van kanaal wil wisselen. Max is verre van technisch, dat weet ze inmiddels wel. “Oja…” mompelt Max, hij heeft duidelijk ook niets door. “Eh… burgemeester…” mompelt Nadine snel en kijkt beschaamd naar haar handen. Als ze ziet dat Max maar nauwelijks heeft opgepikt wat ze zegt staat ze met een zucht op en loopt zelf naar het stopcontact, dit gewinkel kan anders nog uren gaan duren. Op het moment dat ze de stekker in het stopcontact wil steken knielt Max bij haar neer. “Bedankt,” fluistert hij snel en duwt de stekker er in. De beamer schiet met een tevreden gezoem aan. Zijn hand raakt de hare en blijft daar net wat langer op rusten dan een vergissing. Ze kijkt op en kijkt hem in zijn lachende ogen. “Goed… kapitein Vanbruane… dan zullen we maar beginnen…” zegt hij hard genoeg voor iedereen om te horen, maar met zijn gezicht vol van genegenheid naar haar gericht. Nadine kijkt snel naar de tafel en ziet dat alle ogen op hen gericht zijn. Ze kijkt terug naar Max en trekt haar wenkbrauwen op “Dat lijkt me een briljant plan…” zegt ze ietwat spottend. Max lijkt van dit soort spelletjes te genieten, dat is wel duidelijk, er bestaat geen twijfel of elke aanwezige in deze zaal vermoedt nu inmiddels wat. Ze gaat snel zitten en kijkt ernstig geïnteresseerd naar het scherm. “Goed… dia 1…” mompelt Max nu, hij gaat weer helemaal op in zijn diapresentatie en Nadine moet stilletjes lachen, het is haast schattig zoals hij daar staat. De vergadering verloopt vrij normaal, af en toe moeten er paar mensen wakker schrikken en sporadisch wordt er een vraag gesteld, algemeen hoogtepunt is zoals gewoonlijk het moment waarop de koffiedames binnen komen om de koffiekannen om te wisselen… de lege voor volle en er altijd een iets te ver voorover buigt, zodat je het decolleté van de desbetreffende dame uitzonderlijk goed kunt bezichtigen. Vanbruane laat de volgende grapjes uit de mannenmaatschappij die om haar heen sterk vertegenwoordig is, aangezien zij het enig vrouwelijke hoofd is binnen de vele organisaties die op dat moment een vertegenwoordiging heeft in de zaal, maar gewoon over zich heen komen en slaat er geen acht op. Maar vandaag is er een kleine verrassing. Als de mannen met de gewoonlijke onderbroekenlol en dat mag haast letterlijk genomen worden, beginnen heft Max zijn handen in de lucht “heren, excuseer… maar er zitten hier ook dames aan tafel en dit lijkt me wat kleinerend…” meer hoeft hij niet te zeggen, de mannen kijken beschaamd naar hun aantekeningen en laten alle gevatte opmerkingen die nog in het verschiet lagen rusten. Onder de tafel voelt ze hoe Max voet haar been zachtjes raakt. Ze is op haar gewoonlijke plek gaan zitten, aan de rechterkant van Max, waar ‘de commissaris’ altijd zit. Plagerig geeft ze hem en schop tegen zijn benen en ze ziet hoe hij op kijkt en haar met een geheimzinnige glimlach aan kijkt, zijn wenkbrauwen gaan een fractie van een seconde de lucht in, voor hij verder gaat met zijn vergadering. Als aan het eind van de vergadering iedereen op staat om te vertrekken hoort ze zijn stem als ze met een stel anderen zich door de deuropening wringt. “Kapitein Vanbruane… ogenblikje, ik wil u nog wat vragen…” klinkt het achter haar. Een van de mannen die net met haar de zaal verlaat kijkt haar vragend aan. Zij schudt met een geërgerde blik haar hoofd en loopt terug. Als de laatste de deur achter zich heeft dicht getrokken staan ze even tegenover elkaar voor Max zich naar haar toe buigt en zijn lippen op de hare drukt. Nadine laat haar tas op de grond vallen en slaat na hem haar armen om zijn lijf.

Het is al weer een week geleden dat ze hier zijn aangekomen. Britt zit voor het raam van Sellatins’ ouderlijk huis, met Nabila niet in haar armen voelt het leeg. Nabila is bij Meriban en haar schoonmoeder… die gunnen Britt haar rust… Maar Britt wil geen rust, Britt wil gewoon haar kindje in haar armen. Sellatin is met alle mannen ergens heen… een of andere familieverplichting. Het scheen haar toe dat hij er zelf niet veel zin in had, hij had met een zucht in haar oor gefluisterd dat dit hele gedoe maar een maand zou duren en dat ze er dan weer voor een lange tijd vanaf zouden zijn. Ze voelde zich eenzaam en alleen zonder Sellatin, zonder Dorien, die met wat nichtjes van Sellatin naar de markt was (want Britt moest tenslotte kunnen rusten) en zonder haar kleine meisje… ze moest tenslotte kunnen rusten. Ze voelde zich doodongelukkig achter het raam van het grote huis met de binnenplaats, ergens in een klein dorpje in Turkije. En ze had het idee dat ze elk moment in tranen uit kon barsten. Zo hoorde een vakantie toch niet te gaan, met alle verplichtingen, alle regels en gewoonten en al die mensen die haar steeds maar dingen vroegen, via Sellatin, al die mensen die zo’n vreemde taal spraken, waar ze geen snars van begreep. Ze werd er doodmoe van… en nu hadden ze ook nog Nabila meegenomen, mee naar haar schoonmoeder en alle tantes… het was nog een troost dat Meriban daar ook bij was, maar toch… Ze had het gisteren geprobeerd, voor het eerst, na een aantal dagen voor dat raam te hebben gezeten in de tijd dat ze eigenlijk zou moeten rusten. Ze was naar buiten gewandeld, het dorp in… maar aangezien ze de enige blanke vrouw was in het hele dorp hadden de mensen van het dorp haar al snel weer bij Sellatins’ familie gebracht. Geen kwade bedoelingen, ze dachten dat ze verdwaald was, maar ondertussen voelde ze zich wel een gevangene in dit dorp. Ze balt haar vuisten. Het lijkt wel alsof ze gek wordt hier, ze wil haar kindje in ieder geval zelf in haar armen hebben. Al vanaf het begin dat ze hier zijn gaat het zo. Van de vroege ochtend tot de late avond is Nabila bij haar grootmoeder, bij de vrouwen… en Sellatin heeft ‘bevolen’ dat zij rust moet nemen. Nu, dat is tenminste hoe haar schoonmoeder het verteld… de man is in haar ogen nog altijd de baas en als Sellatin zegt dat hij ‘liever zou hebben dat Britt het wat rustiger aan doet deze vakantie’ betekent dat in haar ogen dat zij rust moet nemen. Maar ze kan geen rust nemen als ze geen oog kan houden op haar dochtertje, ze wil het niet. Ze heeft het Sellatin voorzichtig proberen te vertellen, maar verder dan dat ze de vrouwen niet kan verstaan komt ze eigenlijk niet in haar uitleg. Hoe kan ze ook een kwaad woord spreken over al die goede bedoelingen. Ze heeft hem niet durven vertellen dat Nabila hele dagen bij de dames is en ze haar gesommeerd hebben om te rusten. Ze weet dat Meriban het belangrijk vindt voor haar moeder dat ze nu veel tijd kan besteden aan haar eerste kleinkind, het kind is tenslotte zo belangrijk voor Sellatins’ ouders. Britt vraagt zich af of Meriban doorheeft hoe erg ze het vindt om hier zonder haar kindje in de kamer te zitten… Sel zou weten hoe erg ze het vindt, maar ze wil niet klagen. Toen ze over het taalprobleem begon kwam hij sussend aan met ‘het is een maand’, ‘we moeten hier doorheen’ en ‘het wordt wel beter’. Dorien heeft het uitstekend naar haar zin, ze wordt overal mee naar toe gesleept en ziet de prachtigste dingen. Britt is blij voor haar oudste die zich uitstekend lijkt te vermaken, maar ze is wanhopig, zelf wil ze het liefst vandaag nog terug naar huis. Ze wil Sellatin niet delen met al die ander familieleden, ze wil hem voor haarzelf hebben en ze wil haar dochtertje al helemaal niet elke dag afgeven aan de gehele vrouwelijke kant van de familie, al is het allemaal nog zo goed bedoeld. Ze heeft er dus ook nog niet met Meriban over gesproken en eigenlijk durft ze dat ook niet. Meribans’ reactie zal wel niet veel verschillen van die van Sellatin, gokt ze. Bovendien weet ze dat Meriban zelf probeert een evenwicht te vinden in dit land, dat eigenlijk haar thuisland zou moeten zijn, maar wat haar zo vreemd is met de gewoonten en rollenpatronen waar zij niet meer achter kan staan. Meriban heeft er zo vaak over geklaagd bij Britt en probeert zich geestelijk nu staande te houden in de keuken tussen al haar tantes. Nabila is in haar worsteling om zelf het hoofd boven water te houden een niet onbelangrijke factor. Verdrietig laat ze haar hoofd op haar knieën zakken en duwt haar tranen weg… met rode wangen staart ze voor zich uit naar buiten en kijkt niet op als ze een deur open en dicht hoort gaan. Ze kijkt nog niet op als ze voetstappen hoort naderen, pas als ze twee sterke armen om zich heen voelt spant ze al haar spieren tot ze om kijkt en er twee lippen op de hare drukken… een smaak die ze uit duizenden zou herkennen. “Wat zit je hier zielig in je eentje… rusten is niet echt jouw idee van een dag doorbrengen… ofwel?” Sellatin trekt haar tegen zich aan en nu kan ze haar tranen niet bedwingen. De waterlanders stromen druppel voor druppel over haar wangen en Sellatin neemt haar troostend in zijn armen. Ze voelt zich bijna een klein kind als hij haar meevoert naar hun slaapkamer en haar op en neer wiegt in zijn armen, maar ze laat het rustig toe, ze wil nu getroost worden en wel door hem. “Kijk eens wie daar is…” Meriban komt met de maxicose binnen waarin Nabila ligt. Britt glimlacht door haar tranen heen… “Het spijt me…” fluistert ze “Het spijt mij zo…” Sellatin neemt haar hoofd tussen zijn handen en kust haar “Dat is niet nodig…. Meriban heeft je hier in het raam zien zitten… zij belde mij…” legt hij uit. “Waarom heb je mij niets gezegd…?” Hij zucht en kust haar voorzichtig op haar voorhoofd “Je zei… je dacht dat het wel beter zou worden… je…” ze stopt en kijkt naar Meriban die in de deuropening is blijven staan met een ongelukkig gezicht. Ook Sellatin kijkt nu naar Meriban, Britt kent die verstoorde blik, dat betekent licht onweer. Ook Meriban lijkt dat te beseffen, ze kijkt ietwat beschaamd naar beneden, plotseling lijkt ze in Britt’s ogen haast een beetje onderdanig. Aangetast in haar feministische eer door de omgeving hier? Sellatin zegt licht geaggiteerd wat in Turks tegen haar en zij kijkt weer op “Sorry…” zegt ze snel en loopt de gang op, ze sluit de deur achter zich, zodat Britt en Sellatin weer wat privacy hebben. Sellatin kijkt Britt afwachtend aan. “Ik wil Nabila gewoon bij me Sel… en ik wil gewoon naar buiten kunnen, dingen gaan zien… ook al ben ik dan moe ’s avonds. Ik zit hier maar in dat huis. Als ik in de kamer ga zitten bij… bij alle andere vrouwen versta ik geen enkel gesprek… ook al vertaald Meriban steeds. En daarbij, ze zijn dan allemaal continue voor me in de weer, koekje, thee, kussentje… alsof ik ziek ben. Als Nabila een kik geeft heeft je moeder haar nog eerder weg gegraaid dan ik kan reageren…” Ze kijkt hem doodongelukkig aan “Ze zijn heel lief Sel, ze doen zo hun best, allemaal, maar ik…” ze zucht “het is gewoon teveel… het voelt zo beklemmend… Ik ben haast bang als je weg bent Sel, dat ze me Nabila straks zelfs vergeten terug te geven…” ze zegt het met een lachje, het is min of meer een grapje, want natuurlijk is die angst niet precies daarom, maar Sellatin begrijpt haar en legt zijn hand tegen haar wang. “Meriban belde mij… Ik… ik was boos toen ik zag dat jij hier was en Nabila bij hen… dat… ik weet dat je haar niet kunt missen. Ik heb niet goed opgelet Britt, het spijt mij. Ze hadden haar nooit mogen wegpakken ’s ochtends…” Britt kijkt hem smekend aan “Je moet niet boos zijn op Meriban.” Fluistert ze “Zij heeft het ook niet gemakkelijk hier. Sellatin kijkt even naar de deur “Dat weet ik, maar ik neem het haar wel kwalijk dat ze dan Nabila gebruikt om haar ongemakkelijkheid op te lossen, jou hier achterlatend…” moppert hij. “Ik wilde zelf hier…” begint Britt “Ja, en ook hebben zij je gezegd dat je rusten moet.” Onderbreekt hij haar. “Meriban heeft me dat zelf gezegd Britt, je hoeft haar niet te beschermen… Ik weet ook wel dat het voor haar lastig is hier, maar goed… Ik schaam me Britt, ik had je hier niet zo moeten achterlaten, maar… er zijn zoveel verplichtingen, mensen waar we heen moeten… en…” hij kijkt haar niet aan “daar horen geen vrouwen bij… vandaar…” Plots fel kijkt hij op “Maar het is stom… Ik ben een westerling nu, ik hoef me niet aan die onzin te houden…” Britt kijkt langs hem heen naar Nabila die ligt te slapen in haar maxicose… Ze trekt Sellatin mee naar de maxicose en hangt tevreden tegen hem aan als hij achter haar gaat staan en haar handen om haar middel slaat. Als ze Nabila op pakt en tegen zich aan houd kust hij haar op haar hoofd en daarna kust hij Britt op haar haren. Britt draait zich om en zoekt zijn lippen. Ze legt Nabila in haar bedje en duwt Sellatin op het bed. Anderhalf uur later ligt Sellatin voor zich uit te staren in het bed, Britt ligt op zijn borst te slapen, eindelijk rustig. Hij heeft haar vannacht voelen woelen. Zij vingers spelen zacht met haar haren, hij bestudeert de ernstige uitdrukking op haar gezicht en prijst zichzelf gelukkig dat hij haar gevonden heeft. Ergens in het huis klinken de geluiden van de vrouwen die bezig zijn met het klaarmaken van de kamer voor de lunch, ongetwijfeld wordt die weer bezocht door een grote groep mensen, zijn ouders hebben er werk van gemaakt elke dag zitten er gasten bij het eten, ze hebben de komst van hun zoon en dochter… maar vooral van hun zoon en… zoals zij het vertellen aan de gasten ‘zijn vrouw’ en ‘kind’, aangegrepen om een waar feestbanket aan te richten elke dag en om weer eens zeer sociaal uit de hoek te komen. Zijn ouders zijn in de gemeenschap een van de meest gefortuneerde gezinnen, grappig als je dan bedenkt dat zij in België de ‘gastarbeiders’ waren, zij hebben hun fortuin daar gemaakt. Fortuin genoeg tenminste om terug te keren naar Turkije en daar tot de gegoede families te gaan behoren, met twee succesvolle kinderen in Europa… Aan iedereen die het horen wil en ook aan allen die het al een paar keer hebben gehoord en dus net zo lief beleefd zouden willen weigeren het verhaal nog eens af te luisteren, vertelt zijn moeder over Britt, zo’n mooie, knappe vrouw, weduwe met al een kind… Dorien. Op dat punt gaat ze bij Dorien staan en knuffelt haar, Dorien weet dan dat het haar beurt is om innemend te lachen, het geen ze met veel plezier doet. Dorien is werkelijk goede PR en dol op haar Turkse grootouders, die ze ‘opa’ en ‘oma’ in het Turks noemt. En haar Turkse grootouders zijn dol op haar, zijn vader doet zelfs niet liever dan stoeien met het kind, iets wat Meribans’ mond open deed vallen van verbazing, hun gereserveerde vader die met Dorien over de grond rolt, beiden schaterlachend. Arme Meriban, hele dagen brengt ze in de keuken door en in de kamer met de vrouwen die stuk voor stuk de beste man voor haar hebben gevonden, rijke mannen, oude mannen, jonge mannen, neven, ooms… alle waar wordt aangeprezen en meer dan eens wordt ze voorgesteld aan een of andere kerel die door de commissie als ‘passend’ wordt gezien. In het voorbijgaan heeft ze hem een paar keer toegesist dat ze gek werd en terug wilde en wel nu, maar hij weet dat ze het vol gaat houden, al is het maar omdat ze er dan voor een tijd lang weer op een weinig schadelijke manier vanaf zijn gekomen. Hij weet ook dat ze met Britt heeft gepraat, of liever, dat ze tegen Britt heeft zitten klagen… als ze dat nodig heeft om het vol te houden vindt hij het best, maar Britt mag aan dit bezoek geen al te grote kater over houden. Nabila wordt wakker en begint te huilen, ongetwijfeld omdat ze honger heeft. Britt wordt met een schok wakker en kijkt slaperig om haar heen “Ik heb geslapen…” zegt ze zacht en glijdt dan onder het laken uit om Nabila uit haar bedje te pakken. Ze nestelt zich opnieuw tegen Sellatin aan die wat rechter is gaan zitten en legt Nabila aan haar borst. Met een tevreden glimlach kijkt ze op “Vanmiddag gaan we wat leuks doen.” Belooft Sellatin als hij haar aankijkt “Ik neem een auto mee en we gaan wat bekijken… en morgen ook…” voegt hij er aan toe. Britt zou eigenlijk willen zeggen dat het niet perse hoeft, maar ze is erg blij om vanmiddag eens samen weg te gaan en dus kan ze niet anders dan zeer verheugd reageren. Er wordt op de deur geklopt. “Sel… Britt, kan ik binnen komen?” Het is Meriban. Sellatin kijkt met een zucht naar Britt en roept dat ze kan binnen komen. “Sorry…” mompelt Meriban als ze de twee in bed ziet. “maar ik kwam vragen of jullie zo komen eten… over een half uurtje…” ze wijst op de klok die een uur of 2 aangeeft. Sellatin knikt en ziet dat Meriban nog wat twijfelt “Britt…” zegt ze dan zacht “Tegen jou wil ik zeggen dat het mij ontzettend spijt, OK?” Britt kijkt op met een glimlach “Da’s OK Meriban, ik had ook gewoon wat kunnen zeggen…” Sellatins’ wat harde blik verandert in een wat meer medelevende uitdrukking “Nog leuke mannen ontmoet vanochtend?” vraagt hij met een lachje. Meriban rolt met haar ogen “Aziz…” zegt ze met een kreun “Doooooodelijk saai… Ik was liever met Dorien mee naar de markt gegaan…” Ze heeft die naam nog niet uitgesproken of het onderwerp komt zelf aangerend en springt vrolijk op het bed “Ik ben naar de markt geweest.” Roept ze overbodig. “Ik heb een kadootje voor je gekocht, mama…” Ze haalt een zak met litchi vruchtjes uit de zak van haar jurk, ze weet dat Britt dat daar dol op is. Ze gaat bij Sellatin zitten en kijkt naar Nabila. “Wij komen er aan.” Zegt Sellatin tegen Meriban, die dan weer weg wandelt. “Wil jij nog douchen?” vraagt hij Britt, die knikt “Maar ga jij maar eerst even… Nabi is nog niet uit gedronken. Sellatin schuift het bed uit en loopt naar de douche. “Wat eten we?” roept hij vanuit de douche naar Dorien. “Lekker.” Roept die “Ik heb gekeken in de keuken…” ze begint de Turkse namen van het voedsel op te noemen, Dorien leert van haar leeftijdsgenootje zo een klein beetje Turks en geniet er van dat te demonstreren. Britt hoort met verbazing hoeveel Turks Dorien zo her en der oppikt, het zal een combinatie van de leeftijd zijn en van het feit dat ze constant met Sellatins’ nichtjes aan het spelen is. Daarbij praat Sellatins’ moeder Turks tegen haar, waarna ze vaak de Nederlandse vertaling geeft, maar bij een paar dingen hoeft dat al niet meer. Dorien heeft van hen een cursus Turks voor kinderen cadeau gekregen en is met groot enthousiasme beginnen werken om de woorden te leren. Het is klaarblijkelijk een nieuwe passie van haar. Aangezien ze na de vakantie naar het Heilig Hart gaat en een echte grote dame begint te worden meent ze ook allerlei leerzame projecten voor zichzelf te moeten verzinnen en dit is er een van. Sellatin zegt met een lach wat in het Turks tegen haar als hij de douche weer uitkomt en ze probeert hem in het Turks te antwoorden, maar maakt er uiteindelijk maar wat van in het Vlaams. Britt dumpt Nabila in de armen van Sellatin en verdwijnt zelf snel de douche in. Even later staan ze met zijn allen op de gang. Nabila verschoond en met andere kleren aan, Dorien met een ander jurkje aan en haar haren weer gefatsoeneerd, vakkundig ingevlochten door Sellatin. Sellatin en Britt allerlei fris gewassen met nog natte haren. Als ze binnenkomen in de kamer is het wel duidelijk dat de rest op hen heeft zitten wachten. Sellatin mompelt een verontschuldiging in het Turks en neemt Britt bij haar hand zodat hij haar mee kan voeren naar een paar lege plekken aan de lage tafel. Sellatins’ vader heeft weer eens het hoogste woord en Sellatins’ moeder loopt in het rond met allerlei eten. Meriban helpt haar en schuift steeds pas aan als alles op de tafel staat en iedereen tevreden is, zodra een van de mensen aan tafel wat wil springt ze weer op. “Jij gaat afvallen deze vakantie.” Voorspelt Britt als Meriban bij haar staat om drinken in te schenken “Laat mij helpen.” Stelt ze voor. Meriban maakt een big-smile “Mijn moeder zou een hartverlamming krijgen als ik Sellatins’ vrouw zou laten lopen…” zegt ze spottend en geeft haar een knipoog. Britt moet daar wel een beetje om lachen. Als Dorien klaar is springt ze op en schenkt vrolijk her en der mee wat drinken in, zij mag wel helpen van Sellatin’s moeder, als ze dat zelf graag wil. Britt heeft het idee dat Sellatin’s moeder verder niet bijster geïnteresseerd is in wat Britt graag wil, die hoort zich vooral gewoon op te stellen als Sels’ beminnelijke vrouw en rust te nemen, want dat wil Sellatin graag. Sellatins’ vader begint wat in het Turks te babbelen en lijkt Sellatin wat voor te stellen. Het Turkse woord voor ‘nee’ kent Britt inmiddels ook wel en al ze de blik in Meribans ogen ziet als die opkijkt en verrast van Sellatin naar vader kijkt begint ze te vermoeden waarop Sellatin nee heeft gezegd. Ook Dorien kijkt op, ze lijkt aan te voelen dat er een spanning ontstaat. Sellatin legt rustig wat uit in het Turks en Dorien fluistert snel tegen Britt dat Sellatin vertelt dat zij vanmiddag wat met zijn allen gaan doen. Meriban is strategisch achter Britt gaan staan om waar nodig ook even te vertalen. Sellatin blijft rustig als zijn vader van wal steekt. Meriban vertaald af en toe wat, zodat Britt doorkrijgt waarover het gaat. Sellatin heeft zojuist een uitnodiging afgeslagen van een van de voornaamste families van het dorp om deze middag daar door te brengen. Hij heeft gezegd dat hij met zijn gezin wat leuks gaat doen en dat het voor Britt niet leuk is om mee naar de familie en vrienden te gaan. Zijn vader geeft daarop te kennen dat Sels’ vrouw niet mee hoeft te komen en zij toch genoeg kan doen met de andere vrouwen. Waarom zou Sellatin zich met haar bezig houden vanmiddag als hij naar zo’n belangrijke afspraak moet? “Vader… Britt heeft mij vanmiddag nodig…” Sellatin zegt het rustig en duidelijk in het Vlaams. Britt ziet hoe een paar mannen elkaar vragend aankijken. Zijn vader antwoordt wat in het Turks en Sellatin gaat verder in het Vlaams. Alsof hij zich sterker voelt als hij die taal spreekt, het is een taal die niet tot deze wereld behoort en waarmee hij zich buiten de gewoonten en gebruiken kan plaatsen. Britt legt een hand op zijn arm “Maak om mij niet te veel problemen.” Maant ze hem zacht. Maar hij schudt zijn hoofd “Voor mij is het ook belangrijk om eens wat met jullie te gaan doen.” Zegt hij snel. Er volgt nog een korte discussie die Meriban leunend tegen de muur volgt. Britt voelt zich ongemakkelijk met de drukkende stilte waarin vervolgens verder gegeten wordt. Af en toe kijkt ze opzij naar Sellatin, die op een gegeven moment rustig zijn hand op haar been legt en haar met een glimlachje aan kijkt, het is in orde, lijken zijn ogen te zeggen, maak je geen zorgen. Haar hand zoekt de zijne en ze ziet hoe Sellatins’ vader licht afkeurend naar die genegenheid in het openbaar kijkt. Ze haalt een beetje beschaamd haar hand weer weg, maar Sellatin kijkt haar aan en schudt zijn hoofd nauwelijks merkbaar. Nabila schrikt wakker van ’t een of ’t ander en laat een ongelukkig piepje horen. Britt kijkt om en ziet dat haar schoonmoeder richting het kind rent. Mama, laat Britt dat doen! Sellatins’ stem klinkt fel en Britt heeft geen vertaling nodig deze keer. Sellatins’ moeder bevriest in haar beweging en blijft staan. Sellatins’ ogen spreken boekdelen en hij kijkt vol genegenheid toe hoe Britt haar dochtertje op tilt en mee naar de tafel neemt. Meriban kijkt met een lachje naar het gebeuren en schuift dan weer aan. “Wow Sel…” fluistert ze “Gefrustreerd…” Sellatin glimlacht “Zin om mee wat leuks te gaan doen vanmiddag?” stelt hij voor.

“Baas, ik denk dat we deze zaak vandaag niet meer afgerond krijgen.” Tony kijkt Vanbruane aan als die binnen komt gelopen na een vergadering bij de burgemeester. “Oh…” doet die luchtig “Maak je niet druk… morgen is er weer een dag…” Ze loopt door naar haar bureau en sluit de deur achter zich. Tony kijkt Vanneste aan “Eh…? Wat is die ongewoon relaxed… het vakantiegevoel?” Vanneste haalt zijn schouders op “Haar haar ziet er ook uit alsof het precies veel waait buiten…” Hij kijkt naar de overkant waar de vlaggen slap aan de stokken hangen bij het sofitel. Tony kijkt hem met een lachje aan “Je wilt toch niet suggereren dat ze ons zegt dat ze naar een vergadering gaat, maar ondertussen…” Vanneste schudt zijn hoofd “Ik suggereer niets…” zegt hij zacht “Maar ik zeg u, de baas is vrolijk tegenwoordig… relaxed en… Nou, wanneer is een mens zo blij, als het goed gaat in de eh… relationele sfeer zal ik maar zeggen…” Tony knikt “Ja dat, of omdat Barbara vakantie heeft.” Verklaart ze haar eigen relaxte uitstraling. Het is weer eens echte komkommertijd in Gent, alle criminelen hebben overduidelijk een zomer vrijaf genomen en er is niet veel te doen. Sellatin en Barbara hebben beiden vrij, zodat Tony en Vanneste met elkaar zitten opgescheept, maar echt veel hebben ze nog niet te doen gehad. Dat is maar goed ook, want echt goed samenwerken kunnen ze niet, al moet Tony wel toegeven dat na het gedoe met Barbara zelfs Vanneste even welkom is. “Je wilt dus beweren dat er iemand is waar de baas sex mee heeft…” vraagt ze Vanneste serieus, die gaat als een professionele roddeltante naar voren hangen en buigt zich naar haar toe. “Ik weet het wel zeker…” zegt hij “Laatst kwam ik haar bureau binnen, zonder te kloppen en ze schrok zich wild… dat telefoongesprek was niet voor het werk zal ik maar zeggen… ze werd helemaal rood en zei me een volgende keer te kloppen… Hmm.” Hij kijkt haar aan en maakt een snelle beweging met zijn wenkbrauwen, zijn gezicht trekt in een grijns. “Een relatie dus…” mompelt Tony “Een relatie die geconsumeerd wordt, zal ik maar zeggen?” vraagt ze Vanneste. “Ja, hallo, wie heeft er nou een relatie zonder…” Tony rolt met haar ogen “Vanneste… als het serieus is dan hoeft dat niet meteen te gebeuren, dat heeft bij mij en Jaap ook wel even geduurd…” Vanneste trekt een gezicht “Ja, dat snap ik nog steeds niet…” mompelt hij “Maar goed, ze heeft dus echt een vriend.” Tony kijkt Vanneste aan “Nu moeten we er nog achter zien te komen wie, die vergadering was dus een smoes… maar waar gaat ze wel heen…” Vanneste grijnst zijn gewoonlijke valse grijns als hij een plannetje heeft “Er is maar een manier om daar achter te komen…” grinnikt hij. Tony trekt een gezicht “Nee Vanneste, we gaan de baas niet schaduwen… dat kunnen we niet maken…” Vanneste kijkt teleurgesteld “Weet jij nog een manier dan?” vraagt hij. “Geduld hebben, dan vertelt ze het vanzelf wel…” stelt ze voor en ziet aan Vanneste dat die niet gelooft in dat idee. “Nouja, laten we de boel maar afronden voor vandaag,” stelt Tony voor “Dan kan ik naar huis… We gaan barbequen vandaag.” Vanneste pakt wat dossiermateriaal en schuift alles in een mapje. “Tony…” Vanbruane steekt haar hoofd om de hoek en maakt een hoofdknik richting haar bureau. Tony staat snel op en volgt Vanbruane haar kantoortje in, die sluit de deur achter haar en gaat zelf achter het bureau zitten. “Ja… eh… brief mij even over die zaak die jullie nu doen en vertel me even wat jullie morgen denken te gaan doen… Ik… eh, ik neem morgen een dagje vrij en de dag daarna...” Tony kijkt haar aan “Leuk, wat gaat u doen baas?” vraagt ze impulsief. “Naar het strand met…” Nog net op tijd kapt Vanbruane haar zin af “met… mijn zus.” Zegt ze snel en hoopt dat Tony niet weet dat ze helemaal geen broers of zussen heeft. “Gezellig.” Zegt Tony vrolijk en weet nu zeker dat Vanneste gelijk heeft, de baas heeft een vriend en ze wil het nog geheim houden. “Wel eh… wij zijn bezig met die Louwers… Hij kwam vandaag af en toonde ons het verpakkingsmateriaal dat hij vond in een doos. Hij heeft een handel in serviesgoed en kreeg gisteren een doos binnen waar tussen het verpakkingsmateriaal zakjes met pillen zaten. De pillen zijn naar het labo, maar ik ben zeker dat het XTC is. We hebben de chauffeur ondervraagd, maar die beweert van niets te weten, hij heeft het spul alleen opgepikt in een magazijn in Nederland, in Eindhoven. Daar moet het spul dus vandaan komen, tenzij de chauffeur liegt en het later erbij is gedaan. Toch ben ik geneigd hem te geloven, ik denk dat er stickers zijn verwisseld en deze doos bij de verkeerde winkel terecht is gekomen. Louwers is meteen naar ons gekomen. Ik gok dat er ergens in Gent een man rondloopt die ook serviesgoed had besteld maar met pillen en die nu alleen serviesgoed heeft. We houden het pand van Louwers in de gaten, voor ’t geval de eigenlijke eigenaar van die pillen komt opdagen, als hij erachter komt dat er een wisseling van dozen heeft plaats gevonden. Het kan goed zijn dat die lui in Eindhoven zelfs niet eens wat weten, het servies komt uit Engeland en is daar al in dozen gepakt. Het is met een wagen van Norfolklines uit Engeland gekomen en in Eindhoven in het magazijn terecht gekomen, daar is het een dag later in een wagen van hen gezet en naar Gent gebracht. Ik heb gesproken met een man van dat bedrijf. Het leuke is dat we hem al kennen… een van hun wagens heeft hier op de weg eens een ongeluk gehad, hij is toen hier de wagen op komen halen… Hij was heel behulpzaam, maar kon weinig vertellen. We willen eigenlijk weten waar die pillen vandaan komen en nog veel liever weten voor wie ze bestemd waren. Die andere doos is afgeleverd op een ander adres in Gent, dat hebben we nu gekregen van die man van Denkotrans en we willen daar morgen eigenlijk langs gaan, om eens te kijken wie we daar aan treffen, we hebben al een naam bij het pand en het bedrijfje dat het huurt. Kijk als we weten hoe het in elkaar steekt willen we het waarschijnlijk toch overdoen naar de Federalen, het valt buiten ons gebied, maar toen ik hen contacteerde vanmiddag zeiden ze dat we eerst maar eens moeten kijken of het wel zo ‘internationaal’ is, of niet later ergens erin gestopt is… Ze hebben ook weinig personeel nu, bijna iedereen wil op vakantie in de zomer.” Vanbruane knikt “Klinkt OK,” zegt ze “Ga daar morgen maar mee verder inderdaad… Pasmans en Raymond kunnen patrouille rijden en roep hen op als je hen nodig hebt, OK? Wanneer heb jij ook al weer vakantie?” vraagt ze nog snel. “Ik ga volgende week, als Barbara weer terug is. Raymond vertrekt over een paar dagen… Knokke natuurlijk… En Vanneste gaat ook over een paar dagen naar tja een of ander exotisch oord… U zult het met de vervangers moeten doen… Kunt u zich voorstellen, Barbara en Pasmans, de enige vasten! Pasmans gaat pas als Sel terug is, naar de USA weer… Vroeg of laat blijft ie daar nog eens hangen…” Vanbruane knikt met een glimlachje “En jij? Waar ga jij naar toe?” Tony staat op “Wij gaan naar Tsjechië dit jaar… ja, ik blijf eens wat dichter bij huis… met twee kinderen vliegen is echt onnodige zelfkwelling denk ik, zeker vliegen met die twee van ons. Twee weken kamperen in Tsjechië is vermoeiend genoeg.” Lacht ze. “En u?” vist ze “Oh… ik neem zo af en toe wat dagen vrij… geen lange tijd vakantie en als Britt en Sellatin terug zijn ga ik met hen een weekendje naar zee, Meriban gaat ook mee geloof ik, ik denk dat het gezellig wordt. Ik heb nu de sleutel van het huis aan zee ook gekregen… ik kan er eventueel heen, als ik van te voren even bel of Britt’s ouders er niet zijn.” Tony knikt “Wij komen dat weekend pas terug thuis inderdaad,” knikt ze, zij waren ook gevraagd door Britt en Sellatin, maar zouden waarschijnlijk verstek moeten laten gaan. Tony had al gezegd dat ze misschien de laatste dag langs zouden komen als ze terug kwamen gereden van Tsjechië. “Veel plezier morgen.” Zegt ze dan “Ik ben naar huis, OK?” Vanbruane knikt en kijkt Tony na als ze met Vanneste het lokaal uitloopt. Het lijkt of die twee beter op kunnen schieten met elkaar als ze geen andere keuze hebben, als er geen anderen bij zijn. Ze lijken zowaar samen plezier te hebben om iets. Met een zucht laat ze haar handen neerkomen op haar bovenbenen en kijkt naar het werk op haar bureau. Ze heeft echt geen zin in werken… De vergadering was behoorlijk lang en saai geweest en na de vergadering was ze met Max nog even wat gaan drinken. Het was weer gestopt bij hartstochtelijk kussen en ze had het gevoel dat haar dat dwars zat. Ze wil meer, dat voelt ze duidelijk, maar ze weet niet of Max het ook zo voelt en het is me nogal een onderwerp om over te beginnen. Iets in haar zegt haar dat Max de ware is, dit is de man met wie ze verder wil, met wie ze oud wil worden. Maar hoe kan ze zeggen of dat voor Max ook zo is… zitten ze op dezelfde golflengte? Zou het te snel zijn, zou ze te veel willen al te snel? Wat vertwijfeld staart ze naar haar computerscherm waarop het logo van de politie op en neer danst als screensaver. 

“Nou, zet de wagen hier maar neer dan.” Stelt Tony voor als ze vindt dat ze een goed uitzicht heeft op het pand dat bij het adres hoort wat op haar briefje staat. “We kijken een uurtje en dan bellen we aan… wie weet wat we in die tijd nog zien gebeuren.” Meen ze. Vanneste vindt het allemaal best, hij had een vriendin op bezoek vannacht en van slapen is niet al te veel gekomen. Relaxed gaat hij achterover hangen en sluit zijn ogen “Observeren Vanneste, niet slapen.” Moppert Tony en houdt zelf het pand in de gaten. “Roep maar als er wat gebeurd dan word ik wel wakker,” belooft Vanneste. Als ze een half uurtje gestaan hebben komt er opeens een bekende auto voorbij. De wagen staat net naast hen stil voor een stoplicht “Vanneste…” met een brede lach tikt Tony haar collega aan. “Kijk eens wie dat is?” Ze kijkt opzij naar de snelle sportwagen van Vanbruane. “Vanbruane…” lacht Vanneste en er zit iemand naast haar… kan jij zien wie?” Tony schudt haar hoofd “Een man… en ze praten met elkaar, maar… nee, sorry hoor ik kan niet zien wie…” Vanneste lacht “Haar zus, moneu…” Hij knipoogt naar Tony en gaat weer terug hangen in zijn stoel als Vanbruane flink gas geeft en wegspuit over de weg. “Zullen we haar oprijden voor te snel rijden.” Grinnikt Tony en wijst op een verkeersbord. Vanneste ziet er de lol wel van in en wil het al bijna gaan doen, maar Tony houdt hem tegen “Geintje.” Een eindje verderop raast de auto van Vanbruane over de weg, op weg naar ‘het strand’. Vanbruane voelt de sleutel van Britts’ huisje haast in haar zak branden. Ze heeft gisteren Britts’ moeder aan de lijn gehad en die heeft haar verzekerd dat zij er pas over twee dagen heen zouden gaan, dus dat ze kan doen en laten wat ze wil. “Wil je me nu vertellen waar we heen gaan?” vraagt Max vrolijk terwijl hij het raampje een stukje open draait. Nadine lacht een geheimzinnig lachje “Nee… dat zul je nog wel zien.” Houdt ze de spanning erin. Ze razen een tijdje voort over de snelweg en wat binnenweggetjes, ondertussen kletsen ze heel wat af over van alles en nog wat. Nadine had niet durven hopen dat ze ooit nog iemand tegen zou komen met wie ze zo goed kan praten. Een geluksgevoel vult haar af en toe van top tot teen, totdat de gierende zenuwen het weer overnemen. Ze is blij als ze de duinen ziet liggen en de weg op rijdt die naar het huisje van Britts’ ouders leidt. Maar tegelijkertijd voelt ze zich misselijk worden van de zenuwen, zou Max het leuk vinden… Max lijkt daarentegen geen last te hebben van zenuwen, hij praat aan een stuk door, of… misschien vergist ze zich, maar misschien praat hij wel juist zoveel omdat hij ook zenuwachtig is… Zou dat niet mooi zijn, als ze gewoon allebei onzeker waren? Ze rijdt het open hek door en parkeert de auto op een parkeerplaatsje aan het eind van de oprijlaan, voor het huis. Max valt stil en kijkt om zich heen. Het helmgras op de duinen wuift vrolijk heen en weer en de meeuwen scheren over. Tussen twee duinen door kan je de zee heeft hier die het huis voor haar klaar maakt als ze komen, ze moet haar ongetwijfeld hebben opgebeld om vanochtend nog het huis voor hen in orde te laten maken. “Prachtig…” Achter haar komt Max weer de keuken in, hij heeft snel een rondje door het huis gelopen en opent nu de grote terrasdeuren die naar het terras gaan dat uitkijkt over een bijzonder prachtige tuin. Britt heeft Nadine wel eens verteld dat haar vader een absolute tuin-freak is zoals Britt het zo prachtig noemde. Het resultaat van jaren noeste arbeid mag er zijn, de tuin is een lust voor het oog. Nadine stapt achter Max aan het terras op en gaat op een van de grote brede ligstoelen zitten, genietend kijkt ze uit over de tuin, naar de duinen en de zee. “Ik zou zoiets ook moeten kopen.” Hoort ze Max zeggen. Ze kijkt hem glimlachend aan als hij naast haar gaat zitten op de ligstoel. “Het is hier geweldig…” fluistert hij in haar oor en zij draait haar gezicht naar hem toe om hem te kussen. Zijn armen legt hij om haar middel en dan voelt Nadine plotseling hoe zijn handen omhoog kruipen naar de knoopjes van haar dunnen zomerbloesje. Voorzichtig maakt hij het eerste knoopje los en het tweede, hij doet het langzaam alsof hij Nadines’ reactie af wil wachten. Haast opgelucht laat ze haar handen naar zijn overhemd glijden en begint de knopen open te maken. 

“Ja, laten we hem dan maar gaan verhoren,” stelt Tony voor, ze doen vandaag alles erg langzaam… moe zullen ze van dit dagje niet worden. Na de observatie van vanochtend hebben ze de eigenaar van het pand toch maar opgepakt, al was er niets noemenswaardigs gebeurd in de tijd dat zij daar stonden. De man was beginnen schoppen en slaan en dus hadden Tony en Vanneste alle reden om hem eerst even af te laten koelen. Vandaar dat meneer nu al een tijdje beneden zat terwijl zij op hun gemakkie waren gaan eten. Vanneste staat op en wandelt naar beneden, terwijl Tony alvast klaar gaat zitten in verhoor 1. Als Vanneste met de man binnenkomt lijkt het alsof hij de verkeerde arrestant heeft meegenomen, van de jonge knul die zich met zoveel bravoure moest verzetten tegen zijn arrestatie is niet veel meer over. “Zo,” blaft Vanneste terwijl hij de jongen ruw in zijn stoel kwakt “Nu ga jij de madam hier alles vertellen… duidelijk…?” Zelf blijft hij achter de jongen staan, die daardoor flink geïntimideerd lijkt. “Zo… ga je samen wonen, Erik?” De jongen kijkt op “Ja sorry hoor, uw vingerafdrukken zitten zo ongeveer in alle computers.” Tony slaat op een map “Niet bepaald een schoon strafblad… of wel? Es kijken… helen, jatten, dealen… en nu… Een schoon servies gekocht voor uw vriendin?” Tony wijst op een doos met serviesgoed die in de hoek staat. Erik kijkt er vluchtig naar. “Da’s niet van mij…” mompelt hij. “Dat klopt… Dit hebben ze bij u gevonden in huis, maar dit is eigenlijk niet het uwe, ge had een andere doos besteld, maar helaas zijn de stickers verwisseld… Die andere doos is nu hier bij ons, hij was bij een servieswinkel binnengekomen… voor een andere klant. En die brave mens was nogal geschrokken van ’t verpakkingsmateriaal… Enig idee?” Erik kijkt stug naar de doos “Ik heb niets besteld…” snauwt de jongen. “Je hebt zelf de doos in ontvangst genomen en er voor getekend… We hebben uw foto doorgefaxt naar dat transportbedrijf… zijn nog vrienden van ons… Die chauffeur heeft u herkend, uw tronie vergeet men ook nie-gemakkelijk, hè. Nou Erik… wat wordt het? Praten dan maar? Waar komt dat spul vandaan?” Erik schudt zijn hoofd “Dat spul is nie van mij…” Vanneste gaat plots naast hem hangen “Welk spul, Erik?” Erik kijkt hem aan “Die drugs… dat is niet van mij.” Er verschijnt een brede grijns op Tonys gezicht als ze Vanneste aan kijkt. “Welke drugs, Erik?” zegt die zogenaamd verbaasd. “Daar wist jij toch niets van… wij hebben u niet gezegd wat er in zat…” glimlacht Tony liefjes. Erik kijkt van de een naar de ander “U zei spul en ik dacht… Ah shit!” Hij slaat met zijn hand op tafel. “Tja,” Tony gaat achterover hangen “Gaan we nog langer door met dit verstoppertje spelen, of geef je toe dat we u bij uw pieleke hebben…” Met een boze grom gaat Erik achterover hangen en kijkt kwaad naar Tony. “Nou Erik, waar komt dat spul vandaan? Kijk ik ben er persoonlijk nauwelijks in geïnteresseerd hoor, maar de federalen willen het zo graag weten… Kijk wat mij betreft draai jij zelf gewoon voor de hele geschiedenis op, maar ja, als dit iets internationaals is… valt er misschien te marchanderen met de federalen. Kijk, wij bellen hen dadelijk op dat we je hebben… ze zitten al een tijdje achter je aan…” liegt ze glashard “En ja, als ik hen kan overtuigen dat je waardevol bent valt er misschien wat te regelen…” maakt ze hem lekker. Achter de jongen verschijnt er langzaam een grijns op het gezicht van Vanneste terwijl hij kijkt naar Tony die de jongen probeert om te lullen. Het kost haar nog wat tijd en overtuigingskracht, maar dan beseft Erik toch dat hij beter maar wat informatie kan geven, wil hij hier nog enigszins heel vanaf komen. “Nou, eindelijk…” Tony gaat achterover hangen en luistert geïnteresseerd naar wat Erik zoal te vertellen heeft. Het spul komt uit Engeland, vertelt hij. Een van de mannen die erbij betrokken is werkt bij een overslag in Engeland. Hij neemt er af en toe dozen met dingen tussenuit, daar verstopt hij de pillen in. Over de reguliere codes en adresstickers kleeft hij andere, terwijl hij het juiste adres door mailt naar Erik. Met de vrachtwagen komt de doos dan in Gent terecht bij Erik samen met de andere doos die naar Gent moet. Ze doen het alleen maar als er nog een andere doos ook naar Gent gaat, dan is het logisch dat misschien twee zouden zijn en niet maar een zoals het bedrijf gezegd heeft, een vergissing is menselijk. De doos komt bij Erik, die haalt er zijn spullen uit en brengt vervolgens als ‘expresschauffeur’ de doos naar de rechtmatige eigenaar met een ‘sorry, door de douane opengemaakt, nabezorgd’ wordt het af gedaan en geen haan die er naar kraait. Ze gebruiken alleen bedrijven die grote partijen zo met groupage vervoer doen, dan valt een doosje meer of minder niet op in de rekeningen, want voor elke doos extra wordt natuurlijk extra geld in rekening gebracht en als die doos eigenlijk naar Brussel had gemoeten met vervoersbedrijf x en nu opeens mee naar Gent moet met een ander vervoersbedrijf, dat toch ook al die andere doos mee zou nemen veranderen de rekeningen natuurlijk. Er is goed over nagedacht, dat blijkt. Vervolgens verdeelt Erik het spul in porties en bevoorraad daarmee dealers die voor hen werken. Tony luistert met een lichte verbazing naar het hele verhaal, ze kan zich niet voorstellen dat die drugs altijd onontdekt blijven aan de grens. “Ze letten meer op illegalen daar.” Verklaart Erik. En daarbij, weet hij te vertellen, er is wel eens ooit een zending onderschept, dat is dan heel erg, veel geld verloren, maar het is niet naar hen te traceren. Het wordt bij de grens gepakt en meestal heeft de chauffeur dan een probleem of het transportbedrijf, maar niemand krijgt het getraceerd naar hen toe. De adresstickers zijn vervangen, de codes ook en op die overslagbedrijven werken zoveel mensen, vaak is zo’n doos al in meerdere magazijns geweest om te wachten op de goedkoopste optie en een plek in een vrachtwagen die toch al bijna vol zit waar dit nog net bij kan. “De federalen kunnen content zijn.” Zegt ze als zij en Vanneste een tijd later weer aan hun bureaus hangen. “Misschien kunnen we hem nog es aan de tand voelen morgen, kijken of ie ons wat namen van dealers wil geven hier in Gent, dan hebben we er zelf ook nog voordeel van.” Stelt Vanneste voor “Ik wil het best proberen, maar ik geef ons weinig kans.” Meent Tony, het lijkt haar sterk dat Erik zijn vriendjes hier wil gaan verraden, geen twijfel mogelijk of ze komen onmiddellijk achter hem aan, waarschijnlijk nu al… Erik werkt voor een grotere organisatie en ze kan zich niet voorstellen dat die geen wraak zal nemen voor het uit de school klappen. Maar goed, dat is niet haar probleem, Erik heeft zelf die gok genomen… en verloren. “Maar we zullen het morgen wel eens proberen… Ik bel nu eerst de federalen, ik denk dat die hem vandaag of morgen zullen komen ophalen,” gokt ze. “Ik loop nu wel even naar hem toe om te horen of ie goesting heeft nog wat vriendjes te verraden als deal…” knikt Vanneste en hij loopt de gang in. Tony kijkt even op de telefoonlijst en draait het nummer van de federalen, ze heeft in ieder geval een leuk verjaardagscadeau voor die gasten. En met de vakantie voor de deur doet ze niet liever dan zaken overdragen aan de federalen. Stel je voor dat Pasmans en Barbara dadelijk de boel overnemen… nee, Vanbruane moet hen maar zo min mogelijk van belang laten doen, dan zouden ze het misschien kunnen overleven. Het is nog altijd jammer dat Merel niet kon komen, maarja, de federalen in Brussel kunnen haar niet missen waarschijnlijk…

“Dat was lang geleden…” zucht Max. Hij speelt met Nadines haar dat in losse strengen over zijn borst ligt. Nadine zelf kijkt met een glimlach naar de lucht “dat ik me zo gelukkig heb gevoeld…” voegt hij er aan toe. Nadine heeft een zelfde gevoel. Ze liggen hier in een lekker privé duinpannetje, het duinpannetje waarvan Britt niet voor niets zo hoog opgeeft. Ze weet dat Britt en Sellatin ook prettige uren hier in het zand door hebben gebracht, terwijl haar ouders met Dorien in de zee en op het strand speelden. Als ze over haar voeten kijkt kan ze de zee zien, met prachtige golven. Het huisje staat ver van enig publiek strand en slechts heel af en toe heeft ze mensen zien passeren die over het strand wandelen met hun hond. “Ik wil hier altijd blijven liggen…” zucht Max “Met jou… geen gezannik aan mijn kop over graffiti in fietsertunnels, gejatte fietsen op het station, luie ambtenaren die formulieren slecht invullen, wantoestanden in het bejaardenhuis…” somt hij op. Nadine kijkt lachend omhoog “Jij houdt precies van je job.” Concludeert ze. Max zucht nog eens “Ach, natuurlijk wel… maar soms… Alleen de vergaderingen met jou… die zijn wel leuk.” Grinnikt hij. “Ja, dan kun je nog es een spelletje spelen.” Lacht ze. “Nadine…” Max komt overeind en leunt op zijn ellebogen, Nadine rolt van zijn borst en gaat op haar buik liggen zodat ze hem aan kan kijken. “Wat?” haar ogen verraden een lichte onzekerheid. “Ik wil geen spelletje meer spelen… Ik wil dat je mee kunt gaan naar het soirée volgende week bij die advocaat en naar het benefietbal over twee weken… Ik wil… Ik heb daar niet veel tijd meer voor nodig, om te weten dat dit het is. Jij bent absoluut de vrouw waar ik al die tijd naar gezocht heb, op gewacht heb… Ik weet dat en ik voel dat… Ik hoef geen geheim meer te maken van onze relatie. Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar ik wil gewoon een gewone relatie met je… niet een die we geheim willen houden voor onze vrienden, onze collega’s… Ik hou van jou en dat mag iedereen best weten…” Hij kijkt haar aan, angstig wacht hij haar reactie af. Misschien raakt hij haar kwijt nu, misschien wil zij dit niet, is het voor haar wel nog te vroeg. Maar hij kan dit niet voor haar verbergen, dat wil hij ook niet, in een relatie horen er geen geheimen te zijn voor elkaar. “Ik vraag niet om meteen al samen te gaan wonen en te trouwen…” glimlacht hij “Ik vraag gewoon om in de openbaarheid te treden samen, gewoon … ik als jouw vriend, jij als mijn vriendin… zodat ik niet meer alleen handjes sta te schudden op recepties en…” Nadine knikt, om haar mond speelt een glimlachje “Wat vind je ervan?” vraagt Max onzeker na deze bekentenis. Met een glimlach komt ze overeind en kust hem zacht op zijn lippen “Wat doet een mens aan naar zo’n soirrée?” vraagt ze met een lachje. 

“Gaat het nog?” Sellatin kijkt naar Britt die zit uit te puffen op een steen. Ze zijn een stukje van de route aan het doen die van Fethiye naar Antalya gaat. Het is een prachtige wandelroute door de ruige natuur van het Zuid Turkije waar zijn ouders wonen. Ze zijn vandaag al in een van de oude Lycische steden geweest waar ze zich vergaapt hebben aan de bijzonder prachtige grafmonumenten. Dorien had de halve reisgids voorgelezen, ze was dolenthousiast. Britt kijkt op en knikt terwijl ze tegen de zon in kijkt. Sellatin kijkt naar beneden, Nabila hangt in de draagzak tegen zijn borst aan, onverstoorbaar te slapen. Zijn ouders hadden slechts hun wenkbrauwen een keer opgetrokken toen ze vanochtend zagen hoe Sellatin de draagzak aan deed en niet Britt. Hij kijkt vooruit het pad op. Meriban en Dorien zitten over een of ander zeldzaam plantje gebogen en Meriban legt Dorien uit welke geneeskrachtige krachten er in dit plantje schuilen. Meriban kan erg grappig zijn als ze wat uit zit te leggen, ze is erg enthousiast en ondersteunt letterlijk alles wat ze zegt met wijdse armgebaren. Sellatin gaat bij Britt op de steen zetten en trekt haar tegen zich aan. “Hè ja, doe dat maar, dan krijg ik het nog warmer.” Zegt Britt plagerig en leunt tegen Sellatin aan. “Pfoei, ik vind het prachtig hoor, maar ik ben nog niet echt op mijn oude conditie… moest maar weer eens gaan sporten als we terug zijn in Gent.” Stelt ze voor. Ze kijken allebei naar Meriban die nu van alles in de lucht aan het aanwijzen is “Het is echt jammer dat ze zelf geen kinderen heeft… ze zou een goede moeder zijn.” Zegt Britt zacht. “Begin jij nu ook al, ben je aan gestoken door mijn moeder?” vraagt Sellatin met een gemeen lachje. “Ja, hi, hi, ik ga in Gent direct op zoek naar een leuke vent… hé Vanneste is nog vrij, ha, ha….” Sellatin trekt Britt plagerig tegen zich aan en kietelt haar in haar zij “Jij wel… wil jij hem als schoonfamilie? Je bent niet goed wijs.” Britt probeert giechelend zijn hand weg te duwen en rolt in haar poging pardoes op de grond. Lachend blijft ze in het gras liggen en kijkt omhoog naar de blauwe lucht waarin dan plots Sellatins’ hoofd verschijnt en een sterke arm die haar overeind helpt. “Snoepje?” vraagt hij als ze het verdroogde gras uit haar haren heeft geplukt. Ze lopen verder naar Dorien en Meriban die even verderop in het gras zijn gaan zitten en ploffen bij hen neer. Sellatin maakt Nabila even los, want het is behoorlijk warm om het kind in deze benauwde hitte op zijn borst te hebben. Hij zorgt er goed voor dat ze niet in de zon komt en geeft haar aan Britt. Zo zitten ze een tijd in het gras te kletsen, Sellatin deelt koek en drinken uit Meribans rugzak uit en als iedereen, zelfs Britt, goed uitgerust is gaan ze weer op pad. “Zullen we even ruilen?” stelt Meriban voor “Jij de rugzak en ik Nabila?” ze steekt de rugzak uit naar Sellatin en kijkt Britt vragend aan om te zien of zij het goed vind. “Ik doe haar anders dadelijk ook nog wel even….” Protesteert ze snel tegen het feit dat zij niets te dragen heeft. “Britt…” Sellatin zegt het zacht en kijkt haar heel even fronsend aan. “OK,” Ze heft haar handen omhoog en helpt Meriban om Nabila en de draagzak fatsoenlijk te combineren. Zo gaan ze weer even verder. Meriban en Dorien met Nabila voorop en daarachter Sellatin en Britt die hand in hand over het pad lopen. Ze zien hoe Meriban af en toe naar beneden kijkt en haar kleine nichtje een kusje geeft of over haar pluizige zwarte haartjes aait. Ze is duidelijk dol op het kleine mensje. Dorien huppelt naast haar voort en klautert van steen naar steen als ze kans ziet om van het geijkte pad af te dwalen. “Ik denk dat Meriban ook wel kinderen zou willen… ze zal het niet zomaar toegeven… maar ja, dan moet ze wel eerst de ware Jacob tegen komen en die heeft ze nog niet gevonden…” zegt Sellatin zacht terwijl hij naar zijn zus kijkt. Britt knikt, ze weet er alles van, hoe vaak Meriban al niet bij haar op de bank is komen klagen. Ze heeft wat losse vriendjes gehad, maar het is nooit de juiste, er is altijd weer wat… Britt weet hoe jaloers Meriban eigenlijk is op Sellatin en haar, niet jaloers in de verkeerde zin. Ze gunt het hen van harte, maar ze zou zelf ook graag eens wat vastigheid vinden. Britt kijkt naar Meriban, ze weet zeker dat er ergens op de wereld iemand zit te wachten op haar schoonzus, de perfecte man voor haar… maar ja, waar dat ie op dit moment is, dat weet ze niet. Sellatin kijkt opzij en kijkt haar glimlachend aan, zijn arm slaat hij even om haar schouder en hij drukt haar tegen zich aan. 
Het is al bijna donker als ze terug komen in het huis van Sellatins’ ouders. Zijn moeder is naar de deur komen lopen toen ze de auto hoorde stoppen. Bij de deur kijkt ze bezorgd naar Britt “Niet te moe vandaag?” vraagt ze snel. Britt schudt haar hoofd “Het was prachtig.” Glimlacht ze “Ik heb ontzettend genoten…, ik… u woont echt in een prachtig land…” Ze pakt de handen van haar schoonmoeder vast en kijkt haar recht aan “Bedankt voor alle goede zorgen… maar maakt u zich om mij maar niet te ongerust, ik heb Sellatin toch…” Sellatins’ moeder kijkt Britt aan, ze ziet de blozende wangen en twee stralende ogen, Britt ziet er vandaag absoluut gelukkig uit. Sellatin heeft haar de afgelopen week echt overal mee heen gesleept en zij vraagt zich af of Britt straks niet helemaal uitgeput is. Maar Sellatin heeft het haar ook al verteld, Britt is het gelukkigst als ze wat te doen heeft, ze wil niet steeds in huis zitten rusten en dat blijkt wel. Britt straalt een soort energie uit, ook al heeft ze dan de hele dag vermoeiende dingen gedaan. Sellatins’ vrouw is een mooie vrouw zo, denkt ze, een hele mooie stralende vrouw. “Het eten is klaar…” zegt ze tegen Sellatin in het Turks, maar Britt kent dat zinnetje intussen. “Ik wil mij heel even opfrissen.” Zegt ze snel. Ze heeft daarbij ook nog eens alleen een hemdje met spaghettibandjes aan en ze weet goed dat ze zo niet bij de mannen in de kamer kan binnen stappen, dus ze moet sowieso een jasje halen. “Jullie kunnen vast beginnen…” stelt ze voor. Sellatins’ moeder schudt haar hoofd “We wachten…” zegt ze beslist “Jij kan gaan je wassen…” glimlacht ze vriendelijk. “Ik ga ook even douchen.” Zegt Meriban snel voor ze weer de keuken in gedirigeerd kan worden racet ze er vandoor. Even later zien ze elkaar allemaal weer fris en met een gezonde honger aan de eettafel. Dorien begint meteen te vertellen wat ze allemaal gezien en gedaan heeft vandaag en de gasten genieten van haar vrolijke heldere stemmetje, ook al kunnen ze dan niet allemaal verstaan wat ze zegt. De vader zegt wat in het Turks tegen Sellatin en Britt ziet dat Meriban met haar ogen rolt en voor dat Sellatin iets kan zeggen heel kattig wat in het Turks terugkaatst naar haar vader. Die kijkt haar verbaasd aan en zegt licht geïrriteerd wat in het Turks tegen haar waaruit Britt kan opmaken dat hij meent dat ze moet zwijgen als een man met een man spreekt. Met een woeste frons slaat Meriban haar ogen neer en kijkt daarna naar de overkant van de tafel waar Sellatin zit. “Meriban heeft gelijk papa en ze mag zich er best mee bemoeien. Behandel haar niet zo!” Zegt Sellatin in het Vlaams. Zijn vader snauwt wat in het Turks en Sellatin antwoordt hem ogenblikkelijk “Ja, we zijn hier in Turkije, dat klopt… maar jullie zullen er aan moeten wennen dat wij veranderd zijn door ons leven in België. Jullie hebben een intelligente dochter, die hoeft zich niet te laten welgevallen dat je haar zo behandeld. Alle dingen zullen jullie moeten accepteren, ik wil dat jullie Britt respecteren zoals ze is… als zij graag met mij wil gaan wandelen ga ik met haar wandelen, omdat ik het belangrijk vind om veel met mijn gezin samen te zijn… De tijden zijn veranderd vader, ook hier in Turkije, kijk maar om je heen… buiten deze kleine dorpjes staat het leven heus niet stil… Zo lang zul je je ogen daar niet meer voor kunnen sluiten, al houd je ze nog zo stijf dicht geknepen. Kijk naar mijn neven en nichten… de meeste van hen wonen hier in Turkije, maar in de stad en zie hoe zij leven… Luister, Britt wordt heus niet te vermoeid, ik geef haar op tijd rust en stop nu met mij te vertellen hoe ik met Britt moet omgaan…” Verbaasd kijkt de vader naar zijn zoon die tijdens deze kleine monoloog uiterlijk totaal kalm is gebleven en nu doodgemoedereerd tegen Dorien zegt dat ze niet met haar groente moet spelen, maar het op moet eten en daarna zelf wat eten in zijn mond stopt. “Erg lekker mama.” Zegt hij tegen zijn moeder die hem ook aan zit te staren. Hij lijkt zijn rood aangelopen vader opzettelijk te negeren, als die zijn mond opnieuw opent en begint aan een woedende woordenstroom in het Turks heft Sellatin geïrriteerd zijn hand op en snauwt wat in het Turks, waarna hij in het Vlaams zegt “En nu wil ik er niet meer over spreken… ik ga straks met u alleen zitten en dan gaan wij praten en wij gaan elkaar zeggen wat we elkaar te zeggen hebben . Niet met iedereen hier erbij. En als dat niet gewoon kan, dan pak ik morgen mijn spullen…” zegt hij ijskoud. Meriban kijkt hem bewonderend over haar bord aan. Ze kan een brede glimlach net onderdrukken, maar zend duidelijke taal met haar ogen. “Iemand moest dat eens doen.” Mompelt Sellatin tegen Britt. Aan het hoofd van de tafel schuift zijn vader boos zijn bord weg en staat op van tafel. Met boze stappen loopt hij de kamer uit. De gasten stoppen met eten en kijken Sellatin afwachtend aan. Die trekt zijn wenkbrauwen op ‘aansteller’ zegt hij geluidloos en sommeert dan de rest in het Turks om gewoon verder te eten, wat ze dan ook maar doen. Sellatins’ moeder begint in het Turks wat te sputteren en Britt voelt hoe Sellatin zich naast haar inspant om niet uit zijn slof te schieten, hij kijkt op en kijkt zijn moeder recht aan “Ophouden, ik wil het er niet meer over hebben, ik praat dadelijk met vader!” Zijn moeder kent haar plaats en slaat haar ogen neer. Een tijdje wordt er in stilte verder gegeten tot de tongen weer wat losser komen. Meriban en Sellatin kletsen gespannen over koetjes en kalfjes alsof ze zich absoluut op hun gemak voelen. Maar als Britt haar hand op Sellatins been legt pakt hij die gespannen vast en knijpt er even zacht in. Ze voelt dat hij harder zou willen knijpen, maar haar geen pijn wil doen. Met een glimlachje kijkt ze opzij. “Ik ga nu met hem praten.” Zegt hij zacht als hij klaar is met zijn eten. “Neem thee mee…” zegt Meriban snel en staat op om hem te helpen. De gasten wachten ook op de thee en koffie die Sellatins’ moeder klaar maakt in de keuken. Dorien leunt achterover. “Mam, waarom maakt Sel ruzie met zijn vader?” vraagt Dorien een beetje gespannen. “Ik denk… er zijn dingen waar ze het niet zo over eens zijn. Sellatins’ vader wil dat Sellatin de dingen wat meer doet volgens zijn cultuur, terwijl Sellatin vindt dat hij het goed doet zoals hij het doet.” Probeert Britt uit te leggen. “Dat vind ik ook. Zal ik dat even gaan zeggen tegen bujkbaba?” Britt glimlacht “Laat Sel zelf maar gaan praten met zijn vader, ik denk dat dat beter is in dit geval… Ze komen er vast wel uit.” Dorien knikt “We moeten niet weg gaan, ik denk dat babeanne dan heel verdrietig zou zijn.” Zegt ze zacht. “Lieverd,” Britt slaat een arm om Dorien heen “Het komt wel goed… Meriban en Sel lopen allebei met een hoop spanningen en frustraties rond… ze voelen dat hun ouders hun leven niet helemaal goed keuren en dat moet eens uitgesproken worden, je kunt niet een maand bij elkaar zijn en dan zoiets belangrijks onbesproken laten.” Legt ze sussend uit. Dorien knikt en kijkt op als Meriban weer binnenkomt en tegenover hen gaat zitten. Ze kijkt Britt met een mengeling van angst en berusting aan “Zal ik de koffers maar vast gaan pakken.” Grapt ze op fluistertoon. “Daar komen ze wel uit…” probeert ze Meriban gerust te stellen, al is ze daar zelf ook niet zeker van natuurlijk. Ze weet hoe geïrriteerd Sellatin is en ze weet hoe hij er van baalt van al dat gedoe, de opstelling van zijn ouders, de regels, de gewoonten, alles waarin hij zichzelf niet meer terug kan vinden. En ze weet ook hoe Sellatins’ vader krampachtig blijft vasthouden aan de maatschappij zoals hij die kent. Hij is terug gekeerd naar Turkije uit België en verwachtte daar het oude aan te treffen, het bekende, dat waarvan hij steeds droomde dat hij er ooit naar terug zou keren. Een soort van met droomwereld die eigenlijk al lang niet meer zo bestond. En nu deed Sellatins’ vader in dit kleine bergdorpje met de hele clan precies hetzelfde als wat hij in België had gedaan. Zich verstoppen voor de buitenwereld, zich opsluiten in zijn eigen huis, zich omringen met het leven van vroeger, zijn eigen kleine Turkije bouwen. Turkije zoals het in zijn dromen is, het Turkije van toen hij jong was. Het Turkije dat hij ook in zijn kleine rijtjeshuis in België had gecreëerd. Het kleine Turkije, zijn wereld waarin hij was gevlucht. Sellatin en Meriban zeggen het allebei vaak “Thuis was het Turkije…” Hun vader had zich vakkundig afgesloten voor elke invloed van buitenaf en had altijd erge moeite gehouden met het feit dat zijn kinderen zo compleet Europees waren geworden. Hij had er maar twee en hij wilde hen niet verliezen, dus hij accepteerde het, maar als ze dan weer in zijn huis waren. Dan kwam het allemaal als een muur op hem af, waarom had hij hen niet in de hand kunnen houden, waarom waren ze niet geworden zoals hij het graag had gezien. Britt weet wat er in deze oude vader omgaat, ze snapt wat hij voelt, maar ze zou toch wel erg graag willen dat de boel eindelijk eens uitgepraat wordt. Ook omdat zij steeds de frustraties van Meriban en Sellatin ziet, die zo graag de goedkeuring van hun ouders zouden hebben voor de dingen die zij succesvol in hun leven vinden, voor de dingen die belangrijk zijn voor hen. Het duurt lang, de gasten blijven lang zitten met hun thee en koffie, het teken eigenlijk normaal gesproken dat er daarna vertrokken zal worden. Sellatin blijft lang weg en heel af en toe denkt Britt ergens in huis harde stemmen te horen. Sellatins’ moeder loopt zenuwachtig rond en Meriban heeft al aardig wat bloemen verpulverd in haar zenuwachtige handen. Dolblij gaat ze in op het aanbod van Dorien om een spelletje te doen, om zo toch de tijd te doden. Britt zondert zich even af om Nabila te voeren en legt daarna haar kinderen in bed. Iedereen kijkt op als de deur open gaat en Sellatin en zijn vader er samen doorheen stappen. Sellatins’ gezicht staat wat verbeten, maar als Britt hem in de ogen kijkt ziet ze daarin een geruststellende blik. Hij loopt naar de keuken toe naar zijn moeder, ongetwijfeld en zijn vader gaat op zijn plaats in de kussens zitten en laat een nagila klaar maken door een van zijn gasten. Op de normale luide toon ontstaan er discussies over van alles en nog wat, de mannen die in de kussens hangen gebaren wild en hebben allemaal het liefst het laatste woord ‘insallah’ en ‘allah akbar’ rollen duizend keer voorbij, als Allah het wil zal jij een stuk grond kunnen kopen… Allah is groot… “Waar hebben zij het over?” wil Britt weten “Over helemaal niets.” Grinnikt Meriban, ze weet zeker nu dat het gesprek weliswaar moeilijk is geweest, maar dat er een verzoening moet zijn uitgekomen, anders zou haar vader nu in het openbaar moord en brand hebben geschreeuwd over zijn zoon en hem ongetwijfeld officieel zelf verbannen hebben of zoiets dramatisch. Haar vader kan erg verheven doen als het om familie-eer en familie-banden gaat. “Over een of ander meisje uit het dorp en over de nieuwe verdieping op het huis van een of andere familie…” voegt ze aan haar ‘niets’ toe. Sellatin komt terug en gaat naast Britt op de kussens zitten. Hij slaat zijn arm om haar heen en drukt haar een kus op haar lippen. Hij vermijdt het in de richting van zijn vader kijken en mist zo de afkeurende blik. Gelukkig is zijn vader te druk met zijn gasten bovendien lurkt hij aan zijn nagila, waardoor hij ook wat rustiger is geworden. Sellatins moeder loopt druk heen en weer met baklava en thee en zorgt dat niemand iets te kort komt. “Hij wilde me zelfs slaan…” glimlacht Sellatin met Britt in zijn armen, terwijl hij Meriban aankijkt. “En vanaf dat punt is het gesprek beter verlopen…” Meriban kijkt hem met grote vragende ogen aan “Heb je hem terug geslagen?” vraagt ze zacht en niet zonder bewondering. Sellatin schudt zijn hoofd “Nee… ik was sneller, ik heb zijn hand vastgepakt en hij kon niet los komen, toen begreep hij volgens mij dat we mensen zijn met een eigen wil, een eigen leven die zich niet meer laten dwingen in zijn keurslijf. Dat kon hij vroeger eisen misschien, maar ik heb nu een gezin… ik heb hem niet meer nodig als ik niet wil en dat heb ik hem gezegd. Ik geloof dat hij zich de rest van de tijd wat normaler zal gedragen.” Meriban kijkt op haar horloge “Wel, de dag is bijna om… nog maar 10 dagen te gaan dan.” Glimlacht ze. Britt laat haar hoofd op Sellatins schouder rusten, ze is inmiddels behoorlijk moe, men moet hier altijd zo lang nazitten na het eten. Het Turkse gewauwel smelt samen tot een kakefonie van geluiden die ze weinig succesvol naar de achtergrond probeert de dringen. Ze voelt haar oogleden zwaar worden terwijl ze luistert naar het gebrom van Sellatin die wat met Meriban bediscussieert. Het duurt niet lang of ze is in slaap gevallen. Als Sellatins’ moeder haar in de armen van Sellatin ziet liggen kijkt ze Sellatin verwijtend aan en wijst naar zijn vriendin. Met een lachje kijkt Sellatin opzij naar Britt die rustig ademend tegen hem aanhangt en kust haar op haar haren. Ze wordt wakker van die aanraking en kijkt wat verbaasd om zich heen “Ojee…” zegt ze. “Zullen we maar naar bed gaan?” stelt Sellatin voor.

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]