Djembé

Hoi,

“Dorien...?” Ze kwam in de deuropening staan. Ik keek niet op. Ik was druk bezig met mijn huiswerk. “Hm?” “Ik weet niet of het wel zo’n goed idee is, maar ik wil je ergens mee naartoe nemen.” Ze klonk een beetje zenuwachtig. Nu keek ik wel op. “Naar waar?”, vroeg ik. “Naar de buren,” zei ze, waarna ze lachte toen ze mijn verbaasde gezicht zag. “Ze hebben een nestje Australische herderpuppy’s.” “Dat weet ik, ik paar maand geleden al gaan zien,” zei ik, “zo schattig!” Mama schudde haar hoofd. “We gaan daar niet alleen om te zien,” zei ze. “Als ge wilt moogt ge er één uitkiezen.” Mijn huiswerk gleed spontaan van mijn bureau op de grond. “Wablief?” “De buurvrouw is ‘t daarstraks komen vragen of we er één wilden,” ging mama verder, “ze dacht dat je het wel leuk zou vinden.” Ik sprong overeind. “Ze heeft dat heel juist gedacht.” Ik rende de gang op. “Allez, ma! Opschieten! Straks zijn ze allemaal al weg!” We zijn direct naar de buren gegaan.

Terwijl mama bezig was met het bespreken van de praktische zaken, was ik druk bezig om de hondjes allemaal evenveel aandacht te geven. Ze waren allemaal zo lief! Maar één trok op een gegeven moment al mijn aandacht. Ik voelde iets over mijn tot kleermakerszit gekruisde benen kruipen. Ik keek naar beneden, en zag twee donkere, lieve ogen mij aanstaren. “Ohhh, ziet eens mama,” zei ik tegen mijn moeder, die naar mij toe kwam. “Kijk die oogjes... Hoe lief!” Ik aaide het voornamelijk zwartharige beestje over zijn kopje. “Deze wil ik!” Ik heb er nog een kwartier mee gespeeld. 

“Zullen we naar huis gaan?”, vroeg mama, die duidelijk even genoeg had van hondjes. Ik knikte. “Maar deze wil ik.” “Dan mag je ‘m alvast dit halsbandje om doen,” zei Leah, onze buurvrouw, waarna ze mij een groen halsbandje gaf. “Dan weet ik dat jij deze wilt, dan kan ik ‘m niet aan iemand anders geven. En als je je bedenkt, halen we ‘t bandje er weer af.” Ik pakte het hondje op, hield het voor mijn neus en schudde mijn hoofd. “Ik ga mij niet bedenken, daar ben ik zeker van.” Ik gaf het hondje een kopje, zette het op de grond en gaf het een zacht duwte tegen zijn kont zodat het naar zijn broertjes en zusjes terug zou gaan om te spelen. Anders was ‘ie terug op mijn schoot komen zitten vrees ik. Ik stond op. “Wanneer kunnen we ‘m komen halen?”, vroeg ik. “Even denken...,” zei Leah. “We zijn druk bezig om de hondjes nu op vaste voeding te houden; ze willen namelijk nog wel eens naar hun moeder gaan voor melk. ... Volgende week is wel oké.” Ik knikte. “Dan kom ik ‘m volgende vrijdag na school halen. Oké?” Leah knikte.

Dat was vorige week vrijdagavond. Vandaag ben ik ‘m gaan halen. ‘t Beestje kwam direct kwispelend op mij af toen ‘ie mij zag. Ik hurkte. “Dag lieve schat. Hoe is het met je?” Het hondje blafte, waarop ik glimlachte. “Met mij ook.” Ik stond terug recht. “Weet je al hoe je hem gaat noemen?”, vroeg Leah. Ik wilde mijn hoofd schudden, toen het hondje plots begon te blaffen. Ik keek verbaasd naar Leah, die grinnikte. “Dat doet hij altijd als mijn zoon op z’n djembé begint te spelen.” Ik keek naar het hondje, dat gestopt was met blaffen en mij onschuldig aankeek. “In dat geval heet ‘ie Djembé,” zei ik, waarna ik opnieuw bukte om het hondje zijn oude halsband af te doen, en zijn nieuwe (met riem) aan te doen. “Djembé.” Het hondje blafte kort. “Ik stuur ons ma straks wel langs voor al het financiële gedoe,” zei ik tegen Leah, waarna ik vertrok. Trots en met een grote glimlach liep ik met Djembé naast mij de vijftig meter van haar huis naar het mijne. Eenmaal binnen ging ik bij de trap staan. “Simon!”, schreeuwde ik naar boven. “Kom eens kijken wat ik heb?” 

Dorien.

(©June, 10/11/06)

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]