Moeder De Flik

Hey,

Ik weet nu hoe hard het leven kan zijn. Het is verschrikkelijk om in het bijzijn van uw vrienden, sámen met uw vrienden door uw vijanden te worden opgepakt wegens bendevorming, vervolgens een ellendelange preek te krijgen van Moeder De Flik, daarna voor één nacht in een kleine, vochtige en vieze cel te worden opgesloten, om de volgende ochtend door Moeder De Flik uit de cel en naar huis getrokken te worden. 

Ze liet mij douchen, vervolgens mocht ik een saai uniform aantrekken en werden mijn haren gevlochten. Ik wist niet wat mij overkwam, zeker niet toen ze mij in haar auto douwde en de snelweg richting Brussel op reed. Toen we de weg afreden, begon ze te praten: “Dorien, vanaf vandaag volgt gij les op een internaat. Ge gaat daar naar school, ge slaapt daar, en in de weekenden moogt ge naar huis komen.” 

Ik kon mijn oren niet geloven. Ze stopte me gewoon weg, als een lelijk schilderij dat ze niet meer wilde zien. Ik voelde mij ongelofelijk klote. Ik had verwacht dat ze mij in mijn kamer zou opsluiten tot ik mij zou kunnen gedragen als de voor haar perfecte dochter… Nee, ze stuurde mij naar een gevangenis voor achttien min, zodat ze zelf geen moeite moest gaan doen om mij aan haar ideaalbeeld te laten voldoen.

Eenmaal daar, zette ze mij en mijn koffers (die had zíj gepakt) voor de deur van het gebouw, en reed weg. Geen verder uitleg, geen ‘daarom’. Gewoon pats boem, zoek ’t maar uit. Ik werd kwaad, woest. Ik rende een stuk achter de auto aan en begon te schreeuwen. Ik weet niet meer wat ik allemaal geroepen heb. ’t Was in ieder geval in het Nederlands…

Ik was blij toen ik zag dat ze hier in elke kamer een computer hebben staan. Ik was nog blijer toen ik zag dat elke computer op Internet is aangesloten. Ik was woest op Moeder De Flik, en ik reageer mij nu af. Ma, ’t zijn twee woorden, zeven letters, ’t begint met een F en het eindigt met een U. Als je toch komt om mij een pak slaag te geven, neem mij dan ineens terug mee naar thuis hè. 

Ik ga ’t eerste weekend niet naar huis. Volgende week zie ik wel. Ik weet één ding zeker voor volgende week: ik typ een column. Ik reageer mij af. GRRR, ik wil een sigaret. Ik word gek. ’t Is genoeg. Help mij. Nu weet ik het wel. Alsjeblieft kom mij halen. Ik ga slapen.

Dorien

(©June, 24/02/06)

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]