It’s got to be...

Dag iedereen!

Ik ben dólgelukkig. Über zelfs! Mijn leven is perfect! Perfect gewoon!

*stuitert de kamer door*

Vorige zaterdag, zes uur ‘s avonds. Ik had al minstens drie keer mijn make-up gecheckt in de spiegel op de gang, al minstens vijf keer mijn kleren gecheckt op achtergebleven prijskaartjes of plots verschenen vlekken, mijzelf al minstens drie keer getracht te vergiftigen met mondverfrisser en deodorant... En Simon maar lachen. ‘Schahat...,’ zei mama plots. Ik draaide mij zenuwachtig om. ‘Wat?’, beet ik haar toe. ‘Je ziet er beeldig uit,’ ging mama onverstoord verder, ‘Sam zal niks te klagen hebben.’

Sam kwam mij thuis ophalen. De bel was amper gegaan, of ik stond al bij de deur. ‘Haai!’ - biggest smile - ‘Kom binnen. En schrik niet van Djembé.’ ‘Djembé?’, vroeg hij verbaasd. Geblaf volgde, en voor zowel Sam als ik het doorhadden, had Djembé Sam gevloerd en stond hij hem blij aan te kijken. Ik knikte. ‘Mijn hond.’ ‘J..., juist..., ja...,’ zei Sam verbaasd. Ik grijnsde. ‘Djembé, zeg eens hoi tegen Sam.’ Hij blafte. 
‘En ga van hem af, voordat je zijn kleren onderkwijlt.’ 

Zodra Djembé braaf naast mij was gaan zitten, kwam Sam recht zitten. ‘Wat een uhm..., schátje...,’ zei hij zachtjes. ‘Tja, hij is af en toe wat te enthousiast,’ zei ik, nog altijd grijnzend, ‘zoals je daarnet ongetwijfeld merkte...’ Nu was het Sam’s beurt om te grijzen. ‘Zo zou je het kunnen zeggen, ja.’ Ik glimlachte. ‘Anyway,’ – stopwoordje – ‘Zullen we direct gaan?’ 

‘Ik weet dat het geen vier sterrenrestaurant is, maar het is absoluut niet verkeerd eten hier.’ Hij schoof mijn stoel aan. Ik keek op. ‘Allez, dat valt toch best mee?’ Hij grijnsde. ‘Jaa, de Pizza Hut is echt een klasse restaurant, tien sterren, minstens.’ Hij ging tegenover mij zitten, nog altijd grijnzend. Waarschijnlijk volledig tegen zijn verwachtingen in, knikte ik. ‘Tien sterren, minstens.’ Ik keek hem aan. ‘Maar dat ligt aan het gezelschap.’

De date was geweldig.

...

Sam was geweldig.

Toen hij met mij meeliep naar huis – we waren enkele meters van mijn huis verwijderd – stopte hij ineens met lopen, recht onder een lantaarnpaal. ‘Dorien...?’ zei hij zacht. ‘Hm...?’, was mijn antwoord. Hij wachtte even. Hij leek zenuwachtig. ‘Kijk hè...,’ ging hij verder, ‘ik zal het kort houden. Ik vond het heel gezellig vanavond.’ ‘Ik ook,’ glimlachtte ik. Hij glimlachtte terug. ‘Ik heb u altijd een toffe gevonden, allez, van zien hè, zo van een afstandje op het schoolplein...’ Hij zuchtte zachtjes en keek mij recht in mijn ogen aan. ‘Wil je verkering met mij?’

Ik viel bijna om.

Wát zei hij?

‘Euh..., ik..., euh...’ Ik kon níks meer zeggen. ‘Euh...’ Hij glimlachte. ‘Is dat een ja?’
‘Euh...’ Een paar tellen later glimlachte ik terug.

‘Ja,’ waarna zijn glimlach breder werd. En onder die bewuste lantaarnpaal hebben we voor ‘t eerst gezoend.

...

Omgomgomg! De húnk van de school is míjn vriendje. Míjn vriendje! Van mij alleen! Wááááá!!!

*stuitert*

It’s got to behehehehehehe, 
perfect
It’s got to behehehehe,
peheheheheheheheheheheherfect...!

Dorien.

(©June, 27/04/07)

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]