De rode trui

En dat was zeven. Dezelfde agent was in tien minuten zeven keer voor me langs gelopen. Of gerend, eigenlijk. Het was crisis op het commissariaat en ze balieagente zei al minimaal drie kwartier dat er binnen vijf minuutjes een agent zou komen. Dat was ook zo, alleen liepen ze me straal voorbij om buiten in een combi te springen en met sirene en zwaailicht weg te rijden.

Drie minuten eerder had ik gespeeld dat ik mijn moeder had gebeld – want ze wisten nog nét dat ik de dochter van ben – om te vragen of het altijd zo langzaam gaat en dat ze toch maar eens moest komen om eens te vertellen dat ik gewoon al lang en breed geholpen had moeten zijn. Buiten dat de balieagente steeds met bange ogen naar me keek, had het geen direct effect.

De balieagente zag aan mijn blik dat ik wilde opstaan om nóg eens te zeggen dat ik niet van plan was mijn hele vrije vrijdag namiddag op het commissariaat te spenderen. Ze gebaarde dat ik kon blijven zitten en nam de telefoon om nóg eens naar boven te bellen of er een gaatje gemaakt kon worden om jeweetwel, die dochter van die commissaris te helpen. ‘Ja nog steeds. En ze gaat met de minuut chagrijniger kijken.’
Párdon?! Mijn mond viel letterlijk open.

Ik ben me dan maar gaan concentreren op de man naast me, die een sudoku zat te maken. Hoewel het de moeilijkste variant was die het Nieuwsblad te bieden heeft, vulde hij ‘m in een recordtijd in. Ik zuchtte toen hij de krant weglegde en voor zich uit begon te staren. Dan maar de drie Afrikanen die nogal luidruchtig aan het praten waren. Laat ik nu nét geen Afrikaans verstaan…

‘Juffrouw De Bondt?’
Ik schoot overeind. ‘Hè?’
‘U kunt meekomen.’
‘Hè? Nu al?’
De agent knikte en glimlachte. ‘Volgt u mij maar.’


***

‘Zoals ik dus al zei…’
Ik merkte dat de agent voor mij subtiel op zijn horloge probeerde te kijken.
‘Ik was op weg naar huis, moe na een dag school, maar vooral, vrijdag, en ik besloot nog even naar het shopping center te gaan, gewoon, om wat te kijken en misschien wat te kopen. Toen ik voorbij de Standaard Boekhandel liep, werd ik zowat omver gelopen door iemand die nogal haast leek te hebben. Ik merkte pas dat het serieus was toen ik het alarm van de winkel opmerkte en ik écht omver werd gelopen door twee bewakers. Dat is alles wat ik heb gezien.’
‘Geen details?’
‘Naa, niet echt, eigenlijk.’ Ik dacht even na. ‘Alhoewel, die gast, hij had zwarte Nikes aan, denk ik, en redelijk nieuw… Levi’s spijkerbroek, de nieuwe 501, en een rode trui.’
‘Een rode trui?’
‘Ja. En hij had donkerblond krulhaar.’

De agent knikte. ‘We bellen je nog.’

(©June, 19/09/08)

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]