Herinneringen

Hey…,

‘Wat ga je doen vandaag?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Geen idee. Ik moet eigenlijk even naar het centrum. Ik heb nieuwe kleren en zo nodig.’
‘Geen sprake van. Jij gaat leren. Die kleren kunnen wel wachten.’
‘Maar mama, er zitten gaten in sommige shirtjes en anderen zijn veel te veel gekrompen! Ik heb nieuwe nodig!’
‘Nee Dorien, nee. Jij blijft thuis. En dat meen ik. Buurvrouw Vervoort gaat op je letten. Geen geontsnap-via-de-achterdeur. Ik kom er toch wel achter.’
‘Maar mama…!’
‘Nee! Jij gaat leren, einde discussie! Ik ga nu naar mijn werk, en ik wil bewijs zien dat je ook werkelijk iets gedaan hebt!’
Toen ze weg was, zuchtte ik diep. ‘Ik mag ook níks!’ Ik stampte naar boven om mijn spullen te halen zodat ik kon gaan leren.

Vanmiddag kwam mijn ma ineens thuis. Het was een rare tijd – kwart voor drie ofzo, dat is raar voor haar doen – en ze deed zelf ook raar. Ze riep mijn naam en omhelsde me. ‘Oh Dorien, het is zo verschrikkelijk…’ Ze bleef het herhalen, voor zeker vijf minuten. ‘Wat is er zo verschrikkelijk?’, vroeg ik, ‘En kan je me even loslaten? Je knijpt me fijn.’ Ze liet me los en keek me recht aan. Ik zag dat ze gehuild had. ‘Ik heb slecht nieuws.’ Ze stond op en veegde met haar mouw de tranen van haar wangen. ‘Vanmorgen is een slachtoffer van een vluchtmisdrijf naar het Sint Lucas gebracht.’ Ik haalde mijn schouders op. ‘En wat dan nog?’ Ze keek uit het raam; ik zag dat ze het koud had, ze wreef over haar armen om zichzelf op te warmen. ‘Ze was even oud als jij, en ze had een aantal plastic tassen bij met kleding…’ Plots draaide ze zich om en vloog naar mij om me weer te omhelzen. ‘God, wat ben ik blij dat ik je heb verboden om te gaan winkelen…’ ‘’t Is maar hoe je het bekijkt natuurlijk,’ mompelde ik. Ze snikte. ‘Jíj had daar kunnen liggen!’ Ik streek haar over haar rug. ‘Ja tuurlijk,’ zei ik, ‘en vorige week is een meisje per ongeluk tegen het mes van een man aangelopen die nét een slager beroofd had. Dat had ik ook kunnen zijn. En vorig jaar stierf er een meisje omdat ze op zo’n manier tegen iemand opbotste dat ze op de grond viel en haar nek brak, dat had ik ook kunnen zijn. Allemaal toeval. Nu was er gewoon een klootzak die niet uit z’n doppen keek. Kan iedereen overkomen.’

Nu zit ik op mijn kamer, terwijl ik luister naar hoe mijn tranen op een fotoboek vallen. Plots moest ik denken aan Sofie. Ik was volledig vergeten dat het inmiddels al een jaar geleden is dat ze is doodgeschoten omdat een of andere klootzak daar zin in had. En die klootzak hebben ze nog altijd niet kunnen vinden…

Klootzak… Dat hij zichzélf een kogel door z’n kop jaagt…

Dorien.

(©June, 02/11/07)

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]